Thule,Θούλη, een eil. ergens in het hooge Noorden, door den massilischen zeevaarder Pytheas ontdekt en door de ouden voor het noordelijkste bekende land der aarde gehouden (ultima Thule). Waarschijnlijk is het één der Shetlands-eilanden (Unst of Mainland).Thumelicus,Θουμελικός, zoon van Arminius en Thusnelda, zieArminius.Θυοσκόος, waarschijnlijk een priester, die niet aan een bepaald heiligdom verbonden is, maar aan particulieren bij familieoffers, lijkoffers en dgl. zijn bijstand verleent.Thurii,Θούρισι. Na de verwoesting van Sybaris (z. a.) in 510 door de Crotoniaten schijnt de overgebleven bevolking verstrooid te zijn geraakt, tot zij in 443 in vereeniging met eene door Pericles uitgezonden atheensche volkplanting, waarbij zich ook de geschiedschrijver Herodotus bevond, een paar uren landwaarts in eene nieuwe stad Thurii stichtten, die bestemd scheen om een steunpunt voor atheenschen invloed en atheensche handelsbetrekkingen in Italië en op Sicilië te worden, en die onder de wetgeving van den beroemden Charondas alras tot bloei kwam (zie echterSybarisaan het slot). De stad bleef Athene niet trouw; alleen in 413 kwam ze Athene tegen Syracuse te hulp; kort daarna streed ze weer tegen Athene. In de 4deeeuw was Thurii een bolwerk tegen de voortdringende Lucani en Bruttii, tot het in 282 onder romeinsche bescherming kwam. Hannibal plunderde de stad in 204 en bracht een deel der bevolking naar Croton over. In 193 zonden de Rom. er eene kolonie heen en gaven aan de plaats den naamCopia, die echter spoedig weder in onbruik geraakte. Later werd Thurii een municipium. Omtrent den ondergang van Thurii zijn geene bijzonderheden bekend.Thusnelda,Θουσνέλδα, dochter van Segestes, en vrouw van Arminius, (z. a.).Thyades,Θυ(ι)άδες=Bacchae.Thyamia,Θυαμία, sterke vesting op de grenzen van Sicyonia en Phliasia, een twistappel tusschen Sicyon en Phlius.Thyamis,Θύαμις, rivier in Epīrus, ontspringt in het N. des lands, vormt later de grensscheiding tusschen de distrikten Cestrīna (v. a. Chaonia) en Thesprotia en valt tegenover het eiland Corcȳra (Corfu) in zee.Thyamus,Θύαμος, berg in Acarnania, loopt van den Z.O. hoek der Ambracische golf naar den Achelōus.Thyatīra,τὰ Θυάτειρα, aanzienlijke stad aan den Phrygius in Lydia, ten N.W. van Sardes, met beroemde purperververijen. Hier ontstond eene der eerste christengemeenten.Thybris, dichterlijk =Tiberis.Thyella,Θύελλα, eene van de Harpyieën.Thyestes,Θυέστης, z.AtreusenAgamemnon.Thyia,Θυῖα, dochter van Castalius of Cephissus, bij Apollo moeder van Delphus. Zij was de eerste, die de orgia ter eere van Dionȳsus invoerde; de Thyades zijn naar haar genoemd.Thymbra,Θύμβρα, oude stad van Troas, aan het riviertje Thymbrius, een zijtakje van den Scamander. Hier stond een tempel van Apollo Thymbraeus.Thymbrara,τὰ Θύμβραρα, stad en landstreek aan den Pactōlus in Lydia, de verzamelplaats der aan Perzië schatplichtige volken van Voor-Azië. De ligging is niet juist bekend.Thymbris,Θύμβρις, 1) =Tiberis.—2)bron en riviertje op Sicilia.—3)zijrivier van den Sangarius.Thymbrium,Θύμβριον, stadje in Phrygia naar den kant van Lycaonia, met de bron van Midas, die de koning met wijn had laten vermengen, om een Satyr te vangen.Thymbrius,Θύμβριος, zieThymbra.Thymele,θυμέλη, oorspronkelijk het altaar van Dionȳsus, dat in het attische theater in het midden van de orchestra stond, later de orchestra zelve, waarnaar de personen, wier plaats in de orchestra was,thymelicigenoemd werden.—In de rom. schouwburgen, die geen orchestra hadden, noemde men thymele de plaats, waar de muzikanten stonden. Later werd ook het tooneel zelf zoo genoemd, en kregen allen, die bij de voorstelling medewerkten, den naam vanthymelici.Thymoetes,Θυμοίτης, 1) een Trojaan, die op denzelfden dag, waarop Paris geboren werd, een zoon kreeg. Daar door waarzeggers voorspeld was, dat op dien dag een kind zoude geboren worden, dat den ondergang van Troje zoude bewerken, liet Priamus het kind van Th. dooden. Uit wraak gaf deze later den raad, het houten paard binnen de muren te halen.—2)zoon van Oxyntes, laatste koning van Attica uit het geslacht van Theseus (zieMelanthus).Thyni,Θυνοί, thracisch volk bij Salmydessus aan den Pontas Euxīnus (Zwarte zee), waarvan een gedeelte met de verwante Bithȳni den thracischen Bosporus overstak en zich in het latere Bithynia vestigde.Thynias,Θυνιάς, 1) kaap en stad op de Oostkust van Thracia ten N. van Salmydessus.—2)eiland op de Noordkust van Bithynia.Thyōne,Θυώνη, z.Semele.Thyōneus,Θυωνεύς, Dionȳsus, zoon van Thyōne.Thyraeum,Θυραῖον, stad in Z.-Arcadia, ten N. van Megalopolis.Thyrea,Θυρέα, -έας, hoofdstad van het distriktThyreātisof Cynuria (z. a.). Toen in 431 de bewoners van Aegīna door de Atheners werden verdreven, ruimden de Spartanen hun Thyrea in, doch in 424 werd dit door de Atheners veroverd en verwoest en werden de inwoners weggevoerd.Thyreātis,Θυρεᾶτις, zieThyrea.Thyreum, -ium,Θύρεον, Θύρρειον, stad met kasteel in het N. van Acarnania, plaats der bondsvergaderingen.Thyrsus,θύρσος, een lange stok, met klimopbladen, wijngaardloof of ook met een dennenappel versierd. Bij de feesten van Dionȳsus droeg men zulk een staf, en ook de god zelf werd gewoonlijk er mede afgebeeld.Thysdrus, Thysdra,Θύσδρος, versterkte stad, waarvan nog schoone bouwvallen overig zijn, in Byzacium, een uur of drie van de kust verwijderd, Z.waarts van Hadrumētum.Thyssagetae,Θυσσαγέται, uitgebreid jagersvolk in Sarmatia Asiatica, ten O. eener uitgestrekte woeste streek. Zij woonden waarschijnlijk achter den Rha (Wolga).Thyssus,Θύσσος, stad van Chalcidice, aan den Westkant van het schiereiland Acte, met een halfbarbaarsche bevolking.Tiāra,τίαρα, een zachte en buigzame muts of tulband, het gewone hoofddeksel bij de Perzen e. a. aziatische volken. Alleen de koning droeg detiara recta = cidaris. Zieapex.Tibarāni, volksstam in Cilicia in het Amānusgeb., nabij de stad Pindenissus, tot de Eleutherocilices behoorende.Tibarēni,Τιβαρηνοί, een vreedzame, landbouwende volksstam aan de Noordkust van Pontus bij de stad Cotyōra, ten O. van het promunturium Iasonium.Tiberias,Τιβεριάς, stad in Galilaea, aan de Westzijde van het meer Gennesareth, gebouwd door Herōdes Antipas (zieHerōdes), en naar keizer Tiberius genoemd. In de nabijheid waren warme bronnen. Vespasiānus verwoestte de stad, die echter herbouwd werd, lang de zetel eener joodsche akademie was en waarvan nog aanzienlijke bouwvallen bestaan, ten Z. van het tegenw. Tiberias.Tiberinides, de nimfen van den Tiber.Tiberīnus, de riviergod van den Tiber, oorspronkelijk een koning van Alba Longa, die in de Albula verdronken was en zijn naam aan de rivier gegeven had. Hij werd te Rome hoog vereerd, had een heiligdom op het Tibereiland en een standbeeld op het Capitolium. Den 7denJuni werd door visschers te zijner eere een feest aan de overzijde der rivier gevierd, en den 8stenDecember werden hem offers gebracht. Hij wordt voorgesteld als een grijsaard in een zeegroen gewaad, met een krans van biezen op het hoofd en een horen van overvloed in de hand.Tiberis,Τίβερις, de bekende Tiber, de rivier van Rome, ontspringt op den Apennīnus bij Tifernum in het gebied der etruscische stad Arretium en neemt een aantal zijrivieren op, waarvan de voornaamste zijn: deClanis, die dicht langs Clusium loopt, de Nar in Umbria, deAllia(nederlaag in 390), deCremera(dood der Fabii in 477), deAnio. Door zijne bijrivieren wordt het water van den Tiber troebel, daarom wordt hij door de dichtersflavusgenoemd, terwijl hij naar zijn oorsprong ookTyrrhēnus, Tuscuswordt geheeten en ook welLydiusnaar den vermeenden lydischen oorsprong der Etruscers. De oudste naam wasAlbula, na het verdrinken van koning Tiberīnus (z. a.) geeft de sage aan den stroom zijn nieuwen naam. Vóór Rome vormt hij door splitsing in twee armen deinsula Tiberīna, door bruggen met de beide oevers verbonden (pons Fabricius, pons Cestius) en versierd met de tempels van Aesculapius en den god Tiberinus. Aan zijn mond vormde de rivier weder een eiland, aan Venus geheiligd eninsula sacrageheeten. Aan den linkermond lag Ostia, aan den rechter Portus Augustus of Portus Romānus, eene stichting van keizer Claudius.Tiberius, geb. in 42, rom. keizer, 14–37 na C. Hij was een zoon van Tib. Claudius Nero en Livia Drusilla. Voluit was zijn naam ookTib. Claudius Nero. Toen zijne ouders van elkander gescheiden waren en Livia de derde gemalin van Augustus was geworden, werden den jongen Tib. en diens broeder Drusus verschillende betrekkingen opgedragen. In 15 voerden zij samen het bevel in den oorlog tegen de Alpenvolken (zieClaudiino. 26), en in 13 werd Tib. consul. Hij was gehuwd met Vipsania Agrippa, doch moest haar in 11 verstooten, op uitdrukkelijk verlangen van Augustus, die hem zijne eigene dochter Iulia opdrong (zieIuliino. 14). Deze echt was niet gelukkig. Van 12 tot 9 voerde Tib. het bevel tegen de Pannoniërs, in 8 volgde hij zijn broeder Drusus in Germania op, streed daar ook in het volgende jaar, en kreeg in 6 detribunicia potestas, maar zijn huwelijk met Iulia bracht hem in onaangenaamheden met Augustus, zoodat Tib. zich nog in datzelfde jaar naar Rhodus begaf en zich aan lichaamsoefeningen en studie overgaf. Eerst in 2 n. C. keerde hij vandaar terug. Na den dood van Augustus’ kleinzoons, L. en C. Caesar werd hij in 4 n. C. samen met M. Agrippa Postumus door Augustus geadopteerd, en tot opvolger aangewezen, maar moest tevens zijn neef Germanicus, Drusus’ zoon, adopteeren. Nu begonnen de veldtochten opnieuw; eerst streed hij in 4 en 5 in Noord-Germania, en drong tot aan de Elbe door, daarna trok hij tegen Maroboduus, koning der Marcomannen, op (5), vervolgens (6–8) moest hij den pannonischen opstand onder Bato dempen, daarna in Germania de nederlaag van Varus wreken. Met veel beleid drong hij in het hart van Germania door, waarna hij het bevel aan Germanicus overdroeg, en verder te Rome de rechterhand van Augustus werd. Toen deze in 14 stierf, wist Livia zijn dood geheim te houden totdat Tib. bezit van de regeering had genomen. Tib. wist natuurlijk dat het meerendeel der aristocratie te Rome deze erfopvolging, die de kroon op de monarchie drukte, met leede oogen aanzag; dit moest wel zijn van nature achterdochtig gemoed met wantrouwen en argwaan vervullen. Toch trachtte hij in zijne eerste regeeringsjaren gematigd te zijn, doch versterkte intusschen zijne macht door het kies- en stemrecht van het volk geheel op den senaat over te brengen, zich persoonlijk met eene lijfwacht te omgeven, eene wet uit te vaardigen tegen majesteitsschennis, terwijl hij op aansporen van zijn praefectus praetorio L. Aelius Seiānus de praetoriaanschecohorten, tot dusver bij de burgers ingekwartierd, in eene vaste legerplaats, castra praetoria, vereenigde. Inmiddels werd hij somberder en ergdenkender, vooral na den dood van zijn zoon Drusus (23) en vervolgde met bloedige gestrengheid zijne ware of vermeende tegenstanders onder de oude rom. geslachten. Seianus voedde die somberheid, die ten slotte menschenhaat werd, zoodat Tib. in 26 zich terugtrok op het eilandje Capreae en alles aan Seianus overliet, die nu in naam des keizers uit den weg ruimde wat hem in den weg stond en het plan koesterde, Tiberius op te volgen. Eindelijk gingen Tib. de oogen open, en Seianus werd gevangen genomen, bij den senaat aangeklaagd en ter dood veroordeeld (18 Oct. 31). Nu nam Tib. zelf weder de regeeringszaken ter hand, zonder evenwel naar Rome terug te keeren. In 37 werd hij ernstig ziek en bij deze gelegenheid smoorde de nieuwe praefectus, Sertorius Macro, in overleg met C. Caesar (Caligula), den bejaarden keizer onder de kussens van zijn bed (16 Maart). Tiberius was een uitstekend regent, onder wiens bestuur vooral de keizerlijke provincies gebloeid hebben.Tiberius Julius Alexander, geboren Jood uit Aegypte, geraakte te Rome in groot aanzien, werd rom. ridder en werd in 46 na C. door keizer Claudius als procurator naar Judaea gezonden. Later diende hij onder Corbulo in Azië (63). Daarna was hij stadhouder van Aegypte en dempte hij een opstand in Alexandria (66), onder Vespasiānus werd hij weder naar Judaea gezonden en voerde hij onder ’s keizers zoon Titus het bevel in het leger aldaar. Hij was een man van groot gezag, door ieder, die hem kende, geëerd en geacht.Fluitspelers.Tibia,αὐλός, de fluit, welk muziekinstrument in de oudheid zeer in gebruik was en bij godsdienstige plechtigheden gebezigd werd. De oudste fluit was de rietfluit, later werd zij uit verschillende houtsoorten vervaardigd, de Etruscers maakten ze ook van metaal. Desyrinx,σύριγξ, was de Pansfluit, uit 7 of 9 rietpijpjes van afnemende lengte vervaardigd, die van onderen in eene dwarspijp uitloopen. De god zou deze het eerst hebben gesneden uit het riet, waarin de door hem vervolgde stroomnimf Syrinx veranderd was. Hieruit ontstond de dubbelfluit, twee fluiten aan één mondstuk verbonden, welk stelsel men echter weder liet varen voor twee afzonderlijke fluiten, beide tegelijk door denzelfden persoon geblazen. De fluiten waren soms recht, soms gebogen, soms evenals onze klarinetten in een beker uitloopende, met gaten voorzien en vervolgens verbeterd door het aanbrengen van kleppen. De dwarsfluit,tibia obliqua,πλαγίαυλος, werd, evenals bij ons, van ter zijde geblazen, doch ook met een opgezet mondstuk. Men had korte en lange, hooge en lage fluiten. Evenals men bij de Grieken de fluiten van hoogen toon vrouwelijke, die van lagen toon mannelijke noemde, onderscheidden de Rom.tibiae sinistrae, hooge fluiten (diskant) endextrae, lage (bas), omdat, wanneer de speler een stel ongelijke fluiten bespeelde, de basfluit met de rechterhand werd geregeerd. Dit waren dantibiae impares, doch men had ooktibiae pares, een stel van twee gelijke fluiten, beide diskant of beide bas. Blijkens de didascalia der blijspelen van Terentius werd b.v. deAndriabegeleidtibiis paribus dextris et sinistris, dus door twee stel fluiten, deEunūchus tibiis duabus dextris, deHeautontimorumenoseersttibiis imparibus, laterduabus dextris, deHecyra tibiis paribus, dePhormio tibiis imparibus. DeAdelphiwerden begeleid doortibiae Serrānae, die tot deparesgerekend worden, doch waarvan het karakteristieke onbekend is. De fluitspelers hadden dikwerf een lederen band om mond en wangen; door twee gaten stak men de beide mondstukken. Deze band diende om eene te sterke ademhaling bij het blazen tegen te gaan en een zachter toon te verkrijgen. Men had niet alleen fluitspelers,tibicines, maar ook fluitspeelsters,tibicinae.—Te Athene, waar ieder welopgevoed mensch de cither of lier kon bespelen, was het fluitspel slechts korten tijd in aanzien; men liet het gewoonlijk aan fluitspeelsters van beroep (αὐλητρίδες) over.Tibiscus,Τίβισκος, linker zijrivier van den Ister (Donau) in Dacia, thans de Temes.Tibisis,Τίβισις, bij Herod. een rechter zijtak van den Ister (Donau) in Moesia, onbekend welke.Tibullus, rom. dichter, zieAlbii.Tibur, thans Tivoli, tegen de helling van een berg liggende en daarom door Horatiussupinumgenoemd, schilderachtig gelegen aan beide oevers der watervallen van den Anio, een geliefkoosd uitspanningsoord der Rom. met vele villa’s in den omtrek. Ook Horatius had niet ver vandaar zijn landgoed. Tibur, bijna ten O. van Rome gelegen, gold voor eene overoude stad, waarvan de stichting aan de kleinzoons van Amphiarāus (z.Tiburtus) werd toegeschreven. Keizer Hadriānus (z.a.) liet in de vlakte aan den voet van de stad zijne beroemde villa aanleggen. De inwoners werdenTiburtesgenoemd. De steengroeven in de buurt leveren den bekendenlapis Tiburtinus, tgw.Travertinogeheeten.Tiburtus, de stroomgod van de rivier Anio; hij wordt door lateren een zoon of kleinzoon van Amphiarāus genoemd en zou met zijne broeders Coras en Catillus Tibur gesticht hebben.Tichium,Τείχιον, stadje in Aetolia.Tichius,Τειχιοῦς, kasteel bij Trachis op een top van den Oeta, niet ver van de Thermopylae.Tichiūsa,Τειχιοῦσσα, sterkte op het grondgebied van Milētus.Ticīnum, oude keltische stad in Gallia Cisalpīna, thans Pavia, aan de rivier Ticīnus gelegen, niet ver van de plaats waar deze zich met den Padus (Po) vereenigt. Door de Hunnen werd T. verwoest (452 n. C.), doch onder de heerschappij der Oostgothen kwam het weder tot bloei.Ticīnus, tak van den Padus (Po), op den mons Adūla (z. a.) ontspringende, thans Ticino. Hij loopt door den lacus Verbanus (Lago Maggiore). Aan den rechteroever van deze rivier bij Victumalae, behaalde Hannibal in 218 zijn eerste overwinning in Italië op de Romeinen.Tifāta(mons),τὰ Τιφατηνὰ ὄρη, berg in Campania ten O. van Capua, op de grenzen van Samnium, met een beroemden Diāna-tempel.Tifernum, 1) stad in Umbria, vlak aan de etrurische grenzen, bij de plaats waar de beide beken, die den Tiber vormen, zich vereenigen; hiernaar heet deze plaatsTifernum Tiberīnum. Even ten N. hiervan lag op etruscisch gebied de villa,Tuscigenaamd, van Plinius Secundus (minor).—2)stad in Umbria aan den bovenloop van den Metaurus,Tifernum Metaurense.—3)stad in Samnium aan den Tifernus.Tifernus, 1) gebergte in Noord-Samnium, tgw. Montagna del Matese.—2)rivier in Samnium, die van den Tifernus mons door het gebied der Frentāni in zee stroomt.Tigellīnus(C. SofoniusofOfonius), van Agrigentum, in 39 n. C. door Caligula verbannen, onder Claudius begenadigd, wist door zijne liefhebberij voor wedrennen de gunst van Nero te verwerven en werd door dezen tot praefectus praetorio benoemd in plaats van Burrus, die overleden was (62). Tigellinus was een der booze geesten, die Nero tot doodvonnissen en gruwelen aanspoorden. Toen Galba tot keizer was uitgeroepen, liep T. tot dezen over, doch kocht slechts voor eene groote som gelds zijn leven van den consul T. Vinius vrij. Na Galba’s val werd hij ter dood veroordeeld en sneed zich met een scheermes de keel af of liet dit doen.Tigellius, 1) een Sardiniër en hieromSardusbijgenaamd, om zijne geestige scherts en zijn talent als zanger zeer gezien bij Caesar en later bij Augustus, door Horatius als een uiterst grillig mensch afgeschilderd.—2)Tigellius Hermogenes, v. s. een aangenomen zoon van no. 1, z.Hermogenes Tigellius.Tigrānes,Τιγράνης, koningsnaam in Armenia (z. a.). 1) T. II, 97–56, zoon van Ardasches of Artaxias, breidde het rijk naar verschillende kanten uit, en veroverde o. a. in 83 het syrische rijk, na den dood van Antiochus XII. Hij stichtte eene reusachtige nieuwe hoofdstad Tigranocerta (z. a.). De eisch, hem door de rom. gedaan, dat hij hun zijn schoonvader Mithradātes VI van Pontus zou uitleveren, prikkelde hem om diens partij te kiezen. Zoo wikkelde hij zich in een oorlog met Rome en zag zich door Lucullus bijna uit zijn rijk verdreven (68). Wel schonk de muiterij in diens leger hem eenige verademing, doch Pompeius noodzaakte hem in 66 den vrede te koopen tegen afstand van de meeste veroverde gewesten, zoodat T. slechts Armenië en het op de Parthen vermeesterde Gordyēne behield. Hiermede was de macht van het armenische rijk gebroken, het werd beurtelings een speelbal van Rome en van Parthië.—2)derde zoon van no. 1, kwam tegen zijn vader in verzet en zocht hulp bij Pompeius, die hem echter met vrouw en dochter gevangen naar Rome voerde en daar zijn zegetocht liet opluisteren. Met hulp van den tribuun P. Clodius (Claudiino. 17) ontsnapte hij in 58 uit de hechtenis.—3)T. III, zoon van Artavasdes I, werd in 20 door Augustus op den troon van Armenia geplaatst, na den dood van zijn anderen broeder Ardasches of Artaxias, die door de Parthen tot koning van Armenië verheven was. Na den dood van dezen Tigranes plaatsten de Armeniërs op eigen gezag zijn zoon T. IV en zijne dochter Erato op den troon, doch Augustus nam hiermede geen genoegen en wilde hem door Tiberius laten afzetten (6), maar doordat Tiberius zich in dien tijd naar Rhodus terug trok, bleef de zaak slepen, en eerst in 1 liet Augustus door middel van C. Caesar zijn invloed gelden. Armenië wierp zich in de armen van Parthië, doch Arsaces XVI Phraataces waagde geen ernstigen strijd met Rome. Inmiddels kwam Tigranes IV in een veete om.—4)er regeerden vervolgens nog vier koningen van dezen naam over Armenia, afgewisseld door andere. T. V, door Nero op den troon gezet (60 na C.), werd verdrongen door den Parth Tiridātes (z. a.) in 63. Hiermede kwam Armenië aan de Arsaciden, en deze overleefden hier de parthische.Tigranocerta,τὰ Τιγρανόκερτα= Tigranes-stad, door Tigrānes (96–56) van Armenia als nieuwe, reusachtige residentie gesticht en met de inwoners van veroverde cappadocische en cilicische steden bevolkt. Zij lag in het distrikt Arzanēne of in Zabdicēne nabij de rivier Nicephorius ten Z. van den mons Masius. Nog was zij niet voltooid, toen Lucullus er een gedeelte van verwoestte (69). Later diende zij den Rom. als grensvesting tegen de Parthen, doch sedert de 3deeeuw na C. komt de naam niet meer voor.Tigris,ΤίγρηςofΤίγρις=pijl, aldus genoemd om zijne stroomsnelheid, thans nog onder denzelfden naam bekend, ontspringt in Armenia uit verschillende bronnen. De beide hoofdarmen, waarvan de oostelijke een gedeeltelijk onderaardschen loop heeft, vereenigen zich eenige uren boven de grens van Mesopotamia. Vervolgens loopt hij als oostelijke grensrivier van Mesopotamia en Babylonia naar de perzische golf. Zijne monden vereenigen zich met die van den Euphraat.Hunne delta schijnt echter aan wisselingen onderhevig te zijn geweest, want over hunne samenvloeiing en over de vraag, wat eigenlijk de hoofdstroom is, waren de ouden het niet eens. De Tigris neemt door zijrivieren tot aan zijn mond in breedte toe; de Euphraat mist zulk een toevoer en verliest door verdamping en aftapping zooveel water, dat hij van den Chabōras tot aan Babylon ¼ van zijn breedte verliest.Tigurīni, zieHelvetii. Hun hoofdstad heette Aventicum.Tillii. 1)L. Tillius Cimberwas een der moordenaars van Caesar en gaf het sein tot den aanval door Caesar de toga open te rukken, toen hij een weigerend antwoord op een verzoek om genade voor zijn broeder ontving. Later bestuurde hij Bithynia en streed vervolgens als admiraal onder Brutus en Cassius.—2)Tillius, tribuun en senator, door Horatius gehekeld wegens gemis aan beschaving.Tilphossium, Tilphusium,Τιλφώσσιον, Τιλφούσιον, berg en stad in Boeotia, met de aan Apollo geheiligde bron Tilphossa (Tilphūsa) en een grafteeken van Tiresias. Zij lag ten Z. van het Copaïsche meer tusschen Coronēa en Haliartus.Timaeus,Τίμαιος, 1) van Locri, pythagoreïsch wijsgeer. Plato genoot eenigen tijd van hem onderwijs en noemde een zijner dialogen naar hem. Een nog bestaand werkjeπερί ψυχᾶς κόσμωwerd vroeger ten onrechte aan hem toegeschreven.—2)van Tauromenium, geb. 352, werd door Agathocles uit Sicilië verdreven (317), leefde 50 jaar te Athene en kwam toen naar Sicilië terug, waar hij in 256 stierf. Gedurende zijne ballingschap hield hij zich met de studie der geschiedenis bezig en schreef hij o. a. een groot werk over de geschiedenis van Sicilië van de vroegste tijden tot 264. Dit werk, dat thans nog slechts uit enkele fragmenten bekend is, was met veel zorg naar de beste bronnen bewerkt, maar de overmatig scherpe kritiek, waaraan de schrijver zoowel oudere schrijvers als historische personen onderwerpt, was de oorzaak dat het door de ouden, vooral door Polybius, zeer ongunstig beoordeeld werd, en den schrijver de bijnaam vanἐπιτίμαιος(vitter) werd gegeven.—3)platonisch wijsgeer uit de 3deeeuw na C., schrijver van een woordenboek op de werken van Plato, waarvan een gedeelte bewaard gebleven is.Timagenes,Τιμαγένης, van Alexandrië, slaaf van Faustus Sulla, gaf later te Rome met grooten bijval onderwijs in rhetorica. Door zijne kwaadsprekendheid zag hij zich ten slotte genoodzaakt de stad te verlaten en trok zich terug naar Tusculum. Zijne talrijke geschriften waren grootendeels van geschiedkundigen inhoud.Timagoras,Τιμαγόρας, Athener, werd als gezant naar Artaxerxes gezonden, bij wien hij ook Pelopidas ontmoette. Daar hij meer in het belang van dezen dan van Athene werkte, werd hij bij zijne terugkomst aangeklaagd en ter dood veroordeeld.Timandra,Τίμανδρα, dochter van Tyndareüs, gemalin van Echemus. Bij Phyleus werd zij moeder van Euander. V. s. waren door hare bemoeiingen de Heracliden uit de Peloponnēsus verdreven en had zij Hyllus gedood.Timanthes,Τιμάνθης, van Sicyon, beroemd schilder, tijdgenoot van Zeuxis en Parrhasius. Vooral zijn offerdood van Iphigenīa werd geprezen.Timarchus,Τίμαρχος, Athener, die met Demosthenes eeneγραφὴ παραπρεσβείαςtegen Aeschines (z. a.) indiende. Voordat de zaak echter in behandeling kwam, klaagde Aeschines hem aan wegens zijn onzedelijk leven, ten gevolge waarvan Tim. van zijn burgerrecht beroofd werd en niet meer als aanklager konde optreden. V. a. hing hij zich op, voordat het proces tegen hem afgeloopen was.Timāvus, korte doch onstuimige bergstroom van Istria, die na een onderaardschen loop dicht bij de kust weder te voorschijn komt en zich met kracht in de golf van Tergeste (Triëste) werpt. Oudtijds hield men deze rivier voor de bron der Adriatische zee.Τίμημα, 1) het vermogen van een atheensch burger, zooals het ten behoeve der klassenindeeling van Solon geschat werd; ook de klasse, waartoe hij ingevolge die schatting behoort.—2) het voor deεἰσφοράbelastbare gedeelte van het vermogen, dat voor de verschillende klassen verschillend was. Van burgers der eerste klasse was het geheele vermogen belastbaar, van die der tweede ⅚, van die der derde 5⁄9, theten waren vrij van het betalen derεἰσφορά.—3) de door den aanklager geëischte straf, ook de opgelegde straf zelve, wanneer deze in geldboete bestaat. Tegen den eisch van den aanklager kon de aangeklaagde, wanneer hij schuldig bevonden was, voorstellen dat hem een andere straf zou opgelegd worden (ἀντιτιμᾶσθαι). De rechters konden geen andere straf opleggen, dan die door eischer of aangeklaagde voorgesteld was.Timocles,Τιμοκλῆς, verdienstelijk attisch blijspeldichter uit het overgangstijdperk, tijdgenoot van Demosthenes.Timocrates,Τιμοκράτης, z.Tithraustes.Timocreon,Τιμοκρέων, van Ialysus, lyrisch dichter en athleet, vroeger gastvriend van Themistocles, dien hij echter later in zijne gedichten met bitteren spot vervolgde. Ook met Simonides van Ceos was hij in vijandschap en beiden uitten hunne gezindheid tegen elkander in bijtende satiren. Verdacht van heulen met de Perzen, werd hij uit zijne vaderstad verbannen; v. s. ging hij naar Perzië, waar hij aan het hof gastvrij ontvangen werd.Timolāus,Τιμόλαος, hoofd der volkspartij te Corinthe, een der voornaamste bewerkers van den corinthischen oorlog.Timoleon,Τιμολέων, een edel Corinthiër, was uit liefde voor de vrijheid behulpzaam bij het dooden van zijn broeder Timophanes, die zich door huurtroepen van de alleenheerschappij had meester gemaakt (365/364).Daar deze daad door vele zijner medeburgers afgekeurd werd, en zijn moeder een volkomen afkeer van hem gekregen had, leefde hij vele jaren in afzondering, totdat de Syracusanen, wier staat door voortdurende burgeroorlogen met volkomen ondergang bedreigd werd, te Corinthe om hulp kwamen vragen (345). Met een klein leger niet zonder gevaar naar Sicilië overgestoken, landde hij bij Tauromenium en won hij bij Adrānum een slag tegen Hicetas; daarna bezette hij een deel van Syracuse en verjoeg hij achtereenvolgens de Carthagers uit de haven, Dionysius uit Ortygia en Hicetas uit Achradīna. Wel keerden de Carthagers met een leger van 80000 man terug, maar in den slag bij de rivier Crimīsus leden zij een volkomen nederlaag (339), zoodat zij gedwongen waren een vrede te sluiten, waarbij de rivier Halycus als grensscheiding werd aangenomen. Tim. regelde daarna de inwendige toestanden te Syracuse en vernietigde alle sporen der tyrannie, duizenden Corinthiërs kwamen op zijne uitnoodiging zich op Sicilië vestigen en kregen er grondbezit, de wetten werden in democratischen geest herzien, ook uit vele andere steden werden de tyrannen verdreven en de vreemde huurtroepen afgedankt, en allerwege heerschte op het eiland een lang niet gekende rust en vrede. Rechtvaardig en bescheiden, in weerwil van den overwegenden invloed, dien hij als bevrijder en weldoener van den staat genoot, leefde hij, nadat hij zijn ambt had neergelegd (337), nog eenigen tijd als ambteloos burger, algemeen bemind en geëerd te Syracuse. Daar werd op zijn graf een gedenkteeken, het Timoleontēum, opgericht en werden hem jaarlijks lijkoffers gebracht.Timōlus=Tmōlus.Timomachus,Τιμόμαχος, 1) atheensch veldheer, die in 367 Epaminondas moest beletten over den Isthmus te trekken en in 361 de opdracht kreeg, met een vloot de thracische kusten te verdedigen; beide keeren kweet hij zich zoo slecht van zijn taak, dat hij ten laatste ter dood veroordeeld werd.—2)van Byzantium, beroemd schilder in de eerste eeuw. Twee van zijn beroemdste schilderijen, de Medēa en de razende Ajax, werden door Caesar naar Rome gebracht.Timon,Τίμων, 1) Athener, een welgesteld en beschaafd man, die ten tijde van den peloponnesischen oorlog leefde en zich ten gevolge van bittere ervaringen uit de maatschappij terugtrok, vanwaar hij den naam van menschenhater (μισάνθρωπος) kreeg.—2)van Phlius, geb. 320, sceptisch wijsgeer, leerling van Stilpo en Pyrrho, gaf in verschillende steden onderwijs in de welsprekendheid en stierf te Athene, 90 jaar oud. Van zijne zeer talrijke werken waren het meest beroemd zijn spotdichten (σίλλοι) in hexameters, waarin verschillende wijsgeeren en wijsgeerige stelsels geparodiëerd werden.Timophanes,Τιμοφάνης, z.Timoleon.Timotheüs,Τιμόθεος, 1) Athener, zoon van Conon. Hij kwam met zijn vader in 393 naar Athene terug, en onderscheidde zich sedert het begin van den thebaanschen oorlog als veldheer en staatsman door dapperheid en bekwaamheid. In 375 veroverde hij Corcȳra, waarbij hij zich door zachtheid en gematigdheid roem verwierf, en behaalde hij nog verscheiden overwinningen in de Ionische zee, waarna een vrede tot stand kwam, die echter spoedig weder verbroken werd. Toen in 373 Corcyra door Mnasippus belegerd werd, werd aan T. weder opgedragen de belegerden te gaan ontzetten; daar hij echter den geschikten tijd verzuimde, werd het opperbevel hem ontnomen en aan Iphicrates gegeven, zelfs werd hij deswege gerechtelijk vervolgd, maar vrijgesproken. Nadat hij eenigen tijd in perzischen dienst tegen Aegypte gestreden had, keerde hij naar Athene terug, en door een aantal gelukkige ondernemingen in de Aegaeïsche zee en aan den Hellespont bevestigde hij de atheensche macht ter zee. Ten slotte in den bondgenootenoorlog door Chares (z. a.) van verraad beschuldigd, werd hij teruggeroepen en tot een boete van 100 talenten veroordeeld (354), waarop hij zich naar Chalcis begaf, waar hij kort daarna stierf. Na zijn dood werd de boete tot 10 talenten verminderd, en aan zijn zoon Conon toegestaan, deze som tot verbetering der muren te besteden.—2)van Milētus, beroemd toonkunstenaar en dithyrambendichter, gestorven in 357, die het aantal snaren van de citer van 7 tot 11 (v. a. van 8 tot 9) vermeerderde. Een van zijne dithyramben is eenige jaren geleden in Egypte gevonden.—3)een van de beeldhouwers, die aan de versiering van het Mausolēum werkten.—4)Athener uit het geslacht der Eumolpiden, door Ptolemaeus I naar Alexandrië geroepen om de eleusinische mysteriën daarheen over te brengen.Τιμοῦχοι, titel der 600 leden van den raad van Massilia.Tingis,Τίγγις, thans Tanger, oud-phoenicische stad in Afrika aan het fretum Gaditānum (straat v.Gibraltar), door Augustus tot een vrije stad gemaakt, door Claudius tot rom. kolonie en tot hoofdstad der provincie Mauretania Tingitāna verheven.Tingitāna, zieMauretania.Tipasa,Τίπασα, stad op de grenzen van Africa vetus en Numidia, in het binnenland ten Z. van Hippo Regius gelegen.Tipha,Τίφα, zieSiphae.Tiphys,Τίφυς, de stuurman der Argonauten.Tiresias,Τειρεσίας, zoon van Euēres en Chariclo, uit het geslacht der Sparti, beroemd waarzegger te Thebe. Hij komt vooral voor in de sage van Oedipus en zijne zonen, maar was toen reeds zeer oud, zelfs zeide men dat hij reeds ten tijde van Cadmus geleefd had. Hij had namelijk eens, als scheidsrechter bij een twist tusschen Zeus en Hera ingeroepen, Hera in het ongelijk gesteld, waarvoor zij hem met blindheid strafte, maar Zeus gaf hem ter vergoeding een buitengewoon lang leven en de gave der voorspelling.—V. a. was zijne blindheid door Athēna veroorzaakt,die hij in het bad bespied zou hebben, op de beden zijner moeder stelde zij hem echter later schadeloos door hem de gave te verleenen de stem der vogels te verstaan, en hem een stok te geven, waarmede hij even zeker kon gaan als een ziende. Ook werd verteld dat hij op zijn zevende jaar de geheimen der goden aan de menschen geopenbaard had, en daarvoor met het verlies van zijn gezicht gestraft was.—T. bracht in de geschiedenis van Oedipus de waarheid aan den dag, gaf door zijne voorspellingen aanleiding tot de zelfopoffering van Menoeceus (z. a.), en gaf bij den oorlog der Epigonen aan de Thebanen den raad de stad te verlaten. Hijzelf werd met zijne dochter Manto door de overwinnaars gevangen genomen en naar Delphi gezonden, maar op weg stierf hij bij de bron Tilphūsa, waar men nog laat zijn graf toonde; te Thebe had hij een cenotaphium. T. is de eenige, die ook na den dood zijn verstand behield en de toekomst voorspellen konde. Te Orchomenus had hij in oude tijden een beroemd orakel, dat echter eens na een pest plotseling verstomde.Tiribāzus,Τιρίβαζος, satraap van Artaxerxes II in Armenië, later opperbevelhebber van het perzische leger in Klein-Azië, in welke hoedanigheid hij de Spartanen begunstigde en veel bijdroeg tot het tot stand komen van den vrede van Antalcidas. Daarna voerde hij het bevel over eene vloot, die tegen Euagoras oorlog voerde (386); door zijn ambtgenoot verdacht gemaakt, werd hij gevangen genomen, maar met glans vrijgesproken en weder naar Cyprus gezonden, waar hij evenwel niets konde uitrichten. Toen Artaxerxes, die beloofd had hem zijne dochter tot vrouw te geven, die belofte niet hield, nam T. deel aan de samenzwering van Darīus (z.Artaxerxes II), en toen deze ontdekt was, werd hij ter dood gebracht.Tiridātes,Τιριδάτης, parthische en armenische koningsnaam. 1)Arsaces II Tiridates(248–211) breidde het door zijn broeder Arsaces I gestichte staatje uit en werd de grondlegger der parthische macht. ZieArsaces.—2)Tiridates, een Parth, trad als mededinger op van den ontaarden koning Arsaces XV Phraātes IV, den moordenaar van zijn eigen vader Arsaces XIV Orōdes I. Tiridates werd tot koning uitgeroepen (± 34), doch met scythische hulp door Phraates weder verdreven, waarop Tir. hulp zocht bij Augustus (26). Er kwam echter een vergelijk tot stand, waarbij Phr. de kroon behield.—3)Tiridates, broeder van Arsaces XXIII (of XXIV) Vologeses I, werd door dezen met het veroverde Armenië begiftigd, doch de Rom. kwamen tusschenbeide, Vologeses werd verslagen, en Tir. kreeg Armenië wel, maar als rom. vasal uit de hand van Nero (66na C.).—Er zijn nog meer armenische vorsten van dezen naam geweest, waaronder Tir. III of de Groote, die omstreeks 300 het christendom in zijn rijk invoerde.Tiro(M. Tullius), vrijgelaten slaaf van Cicero (de vrijlating had plaats in 53), een uitstekend en bekwaam man, die dan ook een vertrouwd vriend van zijn vroegeren meester werd, dien hij altijd als een vader bleef eeren en liefhebben. Hij bezorgde na Cicero’s dood o. a. de uitgaaf van diens brieven. Zelf schreef hij ook over verschillende onderwerpen. Hij verbeterde de stenografische teekenen en afkortingen, die de rom. snelschrijvers gewoon waren te bezigen, en die naar hemnotae Tironianaeworden geheeten.Tirocinium fori, de intrede in de wereld van jongelingen omstreeks hun 17de jaar op het feest derLiberalia(z. a.).Tiryns(gen.-this),Τίρυνς, oude stad met cyclopische muren in Argos, eens de zetel van Proetus en van Perseus. Kort voor den perzischen oorlog hadden de Argiven bij Tiryns door de Spartanen eene bloedige en zware nederlaag geleden, waarvan het gevolg was, dat de Gymnesii of argivische heloten zich van het bestuur te Argos meester maakten. Toen echter de zonen der gesneuvelden mannen waren geworden, joegen zij de Gymnesii uit de stad Argos. Deze vermeesterden nu Tiryns, doch werden ook hier door de Argiven vervolgd en bestormd, bij welke gelegenheid T. verwoest werd (± 465). Het lag van Argos Z.O.waarts.Tisaeus mons,Τίσαιον ὄρος, hooge berg in het thessalische landschap Magnesia, die den zuidrand der golf van Pagasae vormt.Tisamenus,Τισαμενός, 1) zoon van Orestes en Hermione, koning der Achaeërs, viel in den strijd tegen de Heracliden.—V. a. had hij na de overwinning der Doriërs zijn volk naar Aegialēa gevoerd en was hij daar in een strijd tegen de Ioniërs gesneuveld. Zijn gebeente werd later op bevel van een orakel naar Sparta gebracht.—2)een waarzegger uit Elis, de eenige vreemdeling die te Sparta het burgerrecht kreeg. Hem was namelijk voorspeld, dat hij vijf overwinningen zoude behalen, en daar hij nu bij de wedspelen telkens verslagen werd, begreep men, dat hier andere overwinningen bedoeld werden. Daarom namen de Spartanen hem bij den inval van Xerxes als burger op, en inderdaad was hij in hun leger bij de overwinning van Plataeae en nog bij vier andere gevechten, waarin zij overwinnaars bleven.TisiaofTisianus, de Theiss, zijrivier van de Donau. Bij latere schrijvers is de naam Parthiscus.Tisias,Τισίας, van Syracuse, leerling van Corax, leeraar der welsprekendheid en schrijver van een werk daarover, gaf onderwijs te Syracuse, Thurii en Athene. Gorgias, Lysias en Isocrates worden zijne leerlingen genoemd.Tisiphone,Τισιφόνη, 1) eene van de Erinyes.—2)dochter van Alcmaeon (z. a.) en Manto.Tissaphernes,Τισσαφέρνης, satraap van Lydië onder Darīus II en Artaxerxes II. In den peloponnesischen oorlog sloot hij door bemiddeling van Alcibiades een verbond met de Spartanen, zonder dat hij echter veel meervoor hen deed dan hulp beloven; zelfs knoopte hij in 411 onderhandelingen met de Atheners aan, die echter zonder gevolg bleven. Tegen Cyrus, zijn vijand, bracht hij verscheiden malen beschuldigingen bij het hof in, waaraan echter door den invloed van Parysatis weinig of geen gehoor gegeven werd. In den slag bij Cunaxa was hij een van de veldheeren bij het koninklijke leger, na den dood van Cyrus bood hij den Grieken zijn geleide aan op den terugtocht, maar nam vijf van hunne aanvoerders, die hij in zijn tent gelokt had, verraderlijk gevangen. Voor deze diensten werd de satrapie van Cyrus bij zijn gebied gevoegd, maar toen hij ook de ionische steden trachtte te onderwerpen, zonden de Spartanen een leger naar Azië om dit te beletten (396), z.Agesilausno. 1. Door list en onderhandelingen hield T. zich nog eenigen tijd staande, toen echter Agesilāus de overwinning aan den Pactōlus behaald had, werd hij afgezet en onthoofd (395).Titānes,Τιτᾶνες, de 6 zonen en 6 dochters van Uranus en Gaea: Oceanus, Coeus, Crius, Hyperīon, Iapetus, Cronus, Thea, Rhea, Themis, Mnemosyne, Phoebe, Tethys. Onder aanvoering van hun jongsten broeder, Cronus (z. a.), beroofden zij Uranus van de wereldheerschappij en toen later Zeus op zijn beurt Cronus van den troon trachtte te stooten, wilden de Titanen dit beletten, en er ontstond een vreeselijke oorlog, dien zij van den Othrys, Zeus met de zijnen van den Olympus voerden. De strijd eindigde met de overwinning van Zeus, doch eerst nadat hij de Centimani uit den Tartarus verlost en tot zijn hulp opgeroepen had. De Titanen, die zich niet tegen Zeus verzet hadden, behielden hunne waardigheden, de andere werden in den Tartarus geworpen, maar na verloop van tijd, toen de nieuwe wereldorde op vaste grondslagen gebouwd was, weder verlost, waarop zij zich met Zeus verzoenden.—Men meent in de Titanen eene personificatie van ruwe natuurkrachten te zien, terwijl de regeering van Zeus, in tegenstelling met hen, de heerschappij van recht en wet in de wereld voorstelt.—Ook de afstammelingen der Titanen dragen soms denzelfden naam, in het bijzonder worden zoo genoemd Helius, de zoon van Hyperīon, en Promētheus, de zoon van Iapetus.Titania,Τιτανία, dochter of vrouwelijke afstammeling van een Titan, bijv. Hecate, Leto, Circe e. a.Titanides,Τιτανίδες, de vrouwelijke Titanen, dochters van Uranus en Gaea (z.Titanes).Titaresius,Τιταρήσιος, later ook Europus genoemd, zijtak van den thessalischen Penēus, stroomt door Perrhaebia.Tithōnus,Τιθωνός, zoon van Laomedon. Hij was de echtgenoot van Eos, die hem zoo innig beminde, dat zij Zeus om onsterfelijkheid voor hem vroeg. Zeus voldeed aan haar verlangen, doch daar zij vergeten had ook eeuwige jeugd voor hem te vragen, kromp hij van ouderdom ineen, totdat Zeus hem uit medelijden in een krekel veranderde.Tithorea,Τιθορέα, 1) de N.W. kruin van den tweetoppigen Parnassus in Phocis. De andere top heette Lycoreus of Hyampēa.—2)stad aan den berg, zieNeon.Tithraustes,Τιθραύστης, opvolger van Tissaphernes als satraap in Klein-Azië (395). Hij sloot met Agesilāus een wapenstilstand en zond, terwijl deze tegen Pharnabāzus oorlog voerde, den Rhodiër Timocrates met 50 talenten naar Griekenland, die met dit geld de Thebanen, Corinthiërs en Argiven in staat stelde een oorlog tegen Sparta te beginnen, waardoor het noodzakelijk werd Agesilāus terug te roepen. Volgens sommige berichten was Timocrates door Pharnabāzus uitgezonden.Titia(lex), zietresvirino. 8 (IIIviri reipublicae constituendae).TitiesofTitiensesis de naam van één der drie riddercenturiën, (de andere heeten Ramnes en Luceres), die volgens de overlevering door Romulus ingesteld zijn. Later heeft men ten onrechte gemeend, dat het geheele volk in Ramnes, Tities en Luceres was ingedeeld (dit zijn dan de 3 stamtribus), en de Tities in verband gebracht met koning Titus Tatius (zieTatius).Titii(sodales), zieSodales.Titii. 1)Sex. Titius, volkstribuun in 99, stelde eene akkerwet voor, die echter niet in behandeling kwam wegens den tegenstand van den consul M. Antonius. Later werd hij wegens onwettige handelingen veroordeeld, o. a. omdat hijinzijn huis het beeld van L. Saturnīnus had (zieAppuleiino. 1). Hij noemde zichzelf Cassandra, omdat niemand aan zijne voorspellingen geloof sloeg. Als redenaar was hij niet onverdienstelijk.—2)C. Titius, ongeveer een tijdgenoot van no. 1, redenaar en treurspeldichter.—3)P. Titius, volkstribuun in 43, maker van delex Titia.—4)M. Titius, viel in 40 in handen van Sex. Pompeius, die hem weder vrijliet. Later diende hij onder Antonius in Azië tegen de Parthen. Toen Sex. Pompeius nu naar Azië gevlucht was, werd Titius tegen hem afgezonden, die hem gevangen nam en te Milētus liet ombrengen (35). Dit laatste maakte Titius algemeen veracht. Later streed hij onder Octaviānus tegen Antonius en in 31 was hij consul, in 8legatusvan Syria.—5)Titius, een jong, veelbelovend dichter, een vriend van Horatius, vergezelde in 20 Tiberius naar Azië.—6)Titius Sabīnus, een vriend van Germanicus, een der slachtoffers van Seiānus (28 na C.).—7)Titius Proculus, met zijn vriend C. Silius (Siliino. 6) onder keizer Claudius ter dood gebracht (48 n. C.).—8)Titius Iuliānus, legaat in Moesia in 69 na C., dapper krijgsman.Titinii. 1)L. Titinius Pansa Saccus, consulairtribuun in 400 en 396, patriciër.—2)C.enM. Titinius, broeders, volkstribunen in 193, later waarschijnlijk samen praetor (178), C. als praetor urbanus, M. als stadhouder van Hispania.—3)Titinius, rom. dichter vanfabulae togatae, van wien enkele fragmenten overig zijn, die wat karakterschildering betreft aan Terentius doen denken.—4)Q. Titinius, een rijk vriend van Cicero.Zijn zoonPontius Titiniānus, was in 49 aan Caesars zijde.—5)Titinius, centurio onder Cassius in 42 en door hem gedurende den slag bij Philippi naar Brutus gezonden om berichten in te winnen. Toen hij terugkeerde, had Cassius, die verslagen was, zich reeds laten dooden, waarop ook Titinius de hand aan zichzelf sloeg.Titius,Τίτος, rivier in Dalmatia (Illyria), die Liburnia scheidt van het eigenlijke Dalmatia, en bij Scardona in zee valt.Titurii.Q. Titurius Sabīnus, onder Caesar legaat in Gallia, sneuvelde bij den opstand der Eburones (z. a.).Titus, rom. keizer 79–81 na C., voluitTitus Flavius Vespasiānus, was de zoon van Vespasianus en Flavia Domitia of Domitilla (zieDomitiino. 22). Met uitstekende gaven naar geest en lichaam toegerust, deed hij reeds vroeg het beste van zich hopen. Hij diende eerst in Germania en vervolgens onder zijn vader in Britannia en later in het Oosten. Toen Vespasianus in 69 tot keizer werd uitgeroepen, nam Titus, die in Judaea aan het hoofd van een legioen stond, het opperbevel over en maakte door de inneming van Jeruzalem aan den joodschen oorlog een einde, (70). Te Rome gekomen, werd hij door het volk met gejuich ontvangen en door zijn vader tot mederegent aangenomen (71). Het scheen echter, dat hij deze verheffing niet kon verdragen; zijne lichtzinnigheid en uitspattingen aan den eenen, en wreede strengheid aan den anderen kant, verwekten bij het rom. volk angstige bezorgdheid voor de toekomst. Nauwelijks echter was hij zijn vader in 79 als keizer opgevolgd, of hij was alleen streng tegenover zichzelven en de deelgenooten zijner vroegere uitspattingen. Hij liet geen doodvonnis vellen en aan samenzweerders tegen zijn persoon schonk hij edelmoedig vergiffenis. Bekend zijn zijne woorden:diem perdidi, toen hij een dag had laten voorbijgaan zonder eene weldaad te bewijzen. Door het dankbare volk werd hem de naam gegeven:deliciae generis humani. En wel was er onder zijne kortstondige regeering gelegenheid om zijne goedertierenheid te betoonen, want zware rampen troffen Italië: de geweldige uitbarsting van den Vesuvius (79), eene zware pestziekte en een hevige driedaagsche brand te Rome (80). Overal, waar te helpen of te troosten viel, verscheen hij, hulp en troost brengende. Hij droeg ook het zijne bij tot verfraaiing van Rome, voltooide het door zijn vader begonnen Colossēum (zieamphitheatrum), en liet o. a. dethermae Titien den nog bestaanden, hoewel van zijn vierspan beroofden boog van Titus (ziearcus) bouwen. Zijn overlijden wekte groote droefenis.Tityus,Τιτυός, zoon van Gaea of van Zeus en Elara, een geweldige reus, die op Euboea woonde. Daar hij Leto belaagde, werd hij door Apollo en Artemis met pijlen of door Zeus met den bliksem gedood. In de onderwereld ligt hij in zijn geheele ontzaggelijke lengte op den grond uitgestrekt, terwijl twee gieren onophoudelijk aan zijn lever knagen.Tium, Tius,Τίον, -ος, milesische kolonie op de kust van Bithynia, ten O. van Heraclēa Pontica.Tlepolemus,Τληπόλεμος, 1) zoon van Heracles en Astyoche, doodde zijn oom Licymnius, hetzij bij ongeluk of met opzet, en vluchtte naar Rhodus, waar hij Lindus, Ialysus en Camīrus stichtte. Later nam hij deel aan den tocht tegen Troje, waar hij door dapperheid uitmuntte, maar door Sarpēdon gedood werd.—2)adellijk Macedoniër, werd in 325 door Alexander tot stadhouder van Carmanië benoemd en maakte zich in zijne provincie zoo bemind, dat Antigonus zelfs het niet waagde hem aan te vallen, hoewel hij een bondgenoot van Eumenes was geweest.Tlos,Τλῶς, stad in het binnenland van Lycia.Tmarus=Tomarus.Tmolus,Τμῶλος, ookTimōlus,Τίμωλος, 1) gebergte in Lydië, met de bronnen van den Cayster en den Pactōlus. Er groeide veel wijn, in oude tijden vond men er ook goud. De god van den berg, bij Pluto of Omphale vader van Tantalus, wordt als scheidsrechter in een muzikalen wedstrijd tusschen Apollo en Pan genoemd.—2)zieProteus.Toga, het overkleed van den rom. burger in vredestijd, dat men buitenshuis droeg en waarvan het gebruik aan ballingen ontzegd was. De toga was van geelachtig witte wol geweven,toga pura. Detoga praetextahad een roodpurperen rand en werd door hooge overheden en knapen gedragen.Toga pictais eene toga, die met borduursel is versierd, en werd soms bij zegetochten en spelen gedragen, misschien evenwel eerst onder het keizerrijk.Toga candida, ziecandidatus. Toga pulla, van donkere stof, als rouwgewaad.Toga sordida, ongewasschen toga (ziefullo), die men als beschuldigde aantrok, om op het medelijden der rechters te werken. De wijze, waarop de toga gedragen werd, was aan mode onderhevig. Oorspronkelijk had zij den vorm van een halven cirkel, doch zij werd met den tijd ruimer, zoodat zij ten slotte een geheelen cirkel, en wellicht nog meer, besloeg. Deze ruime toga werd ongeveer aldus omgeworpen. Men wierp ze eerst over den linkerschouder, trok ze onder den rechterarm door en sloeg ze dan weder over den linkerschouder, die dus dubbel bedekt was. Nu kwam het er echter op aan, de plooien sierlijk te verdeelen. Het gedeelte, dat onder den rechterarm doorging, moest natuurlijk dubbel gevouwen worden, anders zou het op den grond hebben gesleept. Hierdoor ontstond op de borst een plooi,sinusgenoemd, die als zak dienst kon doen. Om den linkerarm te gebruiken, die geheel bedekt was, moest men aan die zijde de toga omhoog trekken en over den arm laten hangen, zoodat de hand vrij bleef. De plooien werden met haken en knoopen vastgehouden en versierd met kwastjes, soms met gewichtjes bezwaard om de plooien omlaag te houden.Togāta, 1)mulier, eenemeretrix, daar lichte vrouwen te Rome niet destola, het damesgewaad, mochten dragen, maar in de togamoesten gaan. Of zij deze op dezelfde wijze als de mannen droegen, is niet bekend.—2)fabula, een blijspel, dat op rom. bodem speelt, in tegenstelling derpalliata, waarvan de handeling in Griekenland voorvalt.Tolbiācum, stad in Belgica aan den weg van Colonia Agrippīna (Keulen) naar Augusta Trevirorum (Trier), thans Zulpich.Tolēnus, riviertje in het sabijnsche, dat zich in den Avens, een zijtak van den Nar, stort.Tolērus, zieTrērus.Tolētum, versterkte hoofdstad der Carpetāni in Hispania aan den Tagus (Taag), met beroemde staal- en wapenfabrieken, thans Toledo.Tolistoboiiof-bogi,Τολιστοβόιοι, -βόγιοι, een der drie gallische stammen in Galatia (z. a.), waar Pessinus hunne hoofdstad was.Tolmides,Τολμίδης, atheensch veldheer, deed in 455 met de vloot een tocht langs de kusten van de Peloponnēsus, overwon de Sicyoniërs en bracht de door de Spartanen overwonnen Messeniërs naar Naupactus over. In 447 trok hij naar Boeotië, waar door de verdreven aristocraten woelingen veroorzaakt werden, hij veroverde Chaeronēa, maar werd kort daarop bij Coronēa door de ballingen overrompeld en met een groot deel van zijn leger gedood.Tolōsa,Τολῶσσα, thans Toulouse, stad in Gallia Narbonensis in het gebied der Tectosages aan den Garumna (Garonne), door den rom. veldheer Cn. Servilius Caepio in 106 geplunderd. Als rom. kolonie heette de plaats Palladia.Tolumnius, 1) een augur, die met Turnus tegen Aenēas streed en sneuvelde, toen hij door een onverwachten aanval den wapenstilstand had geschonden.—2)Lars Tolumnius, koning van Veii, die vier rom. gezanten om het leven liet brengen (wier standbeelden nog in Cicero’s tijd op het forum stonden) en door den consul A. Cornelius Cossus in 428 met eigen hand in den strijd gedood werd.Tomarus,Τόμαρος, gebergte in Epīrus nabij Dodōna.Tomi, Tomis(gen.-idis),Τόμοι, Τόμις, stad in Moesia aan de kust van den Pontus Euxīnus (Zwarte zee), volkplanting van Milētus. Hierheen werd de dichter Ovidius in 9 n. Chr. door Augustus in ballingschap gezonden.Tomyris,Τόμυρις, koningin der Massageten, die door Cyrus beoorloogd, werd. Nadat deze door list eene overwinning had behaald, velen van haar volk gedood en haar zoon gevangen genomen had, wist zij hem in een hinderlaag te lokken en liet zij hem dooden (529).Tonans, de dondergod, bijnaam van Jupiter.Toranii.C. Toranius, quaestor in 73, streed onder Varinius in 71 tegen Spartacus, was ± 65 aedilis plebis met C. Octavius, werd na diens dood voogd over den lateren Octaviānus; later was hij bij de partij van Pompeius, na wiens dood hij te Corcȳra verblijf hield. Hij kwam in 43 om bij de vogelvrijverklaringen, uit hebzucht verraden door zijn zoon, ook C. Toranius geheeten, die vervolgens de erfenis zijns vaders verkwistte en als balling arm stierf.Torboleti, zieTurdetani.Toronaeus sinus,ΤορωναῖοςofΤορωναϊκὸς κόλπος, de golf tusschen de schiereilanden Pallēne en Sithonia.Torone,Τορώνη, aanzienlijke stad op het chalcidische schiereiland Sithonia, aan de golf van Torone,Toronaeus sinus,Τορωναϊκὸς κόλπος.Torquātus, bijnaam in degens Manlia(Manliino. 11–14).Toxaris,Τόξαρις, een Scyth, die met Anacharsis te Athene kwam, daar algemeene achting genoot, en ook als geneeskundige naam verwierf.Toxandri, zieTexuandri.Τοξόται, 1) boogschutters, komen in de grieksche legers niet veel voor; zij behooren tot de lichte troepen,γυμνῆτες. Te Athene was hun aantal in de vijfde eeuw 1600, die tot de klasse der theten behoorden. Ook bereden boogschutters (ἱπποτοξόται) worden vermeld.—2) een corps van 300, later 600, nog later 1200 staatsslaven,δημόσιοι, die te Athene als politieagenten dienst deden. Zij hadden een kazerne aan de markt, later bij den Areopagus. Zij worden ookΣκύθαι, of naar zekeren Speusinus, die het corps georganiseerd zou hebben,Σπευσίνιοι, genoemd. Hunne aanvoerders heettenτόξαρχοι.Toygeni,Τωυγενοί, een keltische stam, gouw der Helvetii, v. s. identisch met de Teutones.Trabea(Q.), oud rom. blijspeldichter in de eerste helft der tweede eeuw.Trabea, mantel met horizontale purperen strepen, door de rom. koningen, door de augurs en bij plechtige gelegenheden door de equites gedragen.Trachinia,Τραχινία, zieTrachis.Trachis,Τραχίς, Τραχίν, oude stad in het Z. van Thessalia in het land der Maliërs, in welker nabijheid de mythe den dood van Heracles op den brandstapel plaatst. In den peloponnesischen oorlog stichtten de Spartanen, 12 minuten gaans van de oude stad, een nieuw Trachis,Heraclēa Trachiniagenoemd,Ἡράκλεια ἡ ἐν Τραχινίᾳ. In 394 maakten de Boeotiërs zich er meester van. In 191 werd het door den rom. consul M’. Acilius Glabrio in den syrischen oorlog verwoest.Trachonītis,Τραχωνῖτις, zandige bergstreek in Syria, ten Z. van Damascus, later tot Peraea gerekend.Tragia,Τραγία, eilandje ten Z. van Samus, waar de Samiërs in 440 door Pericles ter zee verslagen werden.Tragoedia,τραγῳδία. Het grieksche treurspel heeft zijn oorsprong te danken aan den dithyrambus, en is dus een onderdeel van de Dionysusfeesten, de naamτραγῳδίαis afgeleid van den bok (τράγος), die gedurende het feestgezang geofferd werd. Thespis wordtalgemeen als de schepper van het treurspel genoemd: terwijl namelijk vroeger de dithyrambische koorzangen afgewisseld werden door voordrachten van den koorleider, verving Th. in zijne werken, die overigens in inhoud en waarschijnlijk ook in vorm niet veel van den dithyrambus verschilden, deze verhalende voordrachten door gesprekken tusschen een tooneelspeler en het koor. Daarmede was de eerste stap van lyrische tot dramatische poëzie gedaan; daar dezelfde tooneelspeler door verandering van kleeding en masker in verschillende rollen konde optreden, was het reeds nu mogelijk sommige zeer eenvoudige handelingen af te spelen. Op dezen grondslag werd nu door sommige dichters na Thespis (Phrynichus, Choerilus, Pratinas e. a.) voortgebouwd, en eindelijk bereikte het treurspel zijn hoogsten bloei onder de handen van Aeschylus, Sophocles en Euripides. Niet slechts dat hunne stukken als dichterlijke voortbrengselen, volgens de meening der ouden en voorzoover wij het kunnen beoordeelen, zoowel die van hunne voorgangers als van hunne tijdgenooten en navolgers overtroffen, maar door het laten optreden van meer tooneelspelers (waarbij echter de regel gold, dat niet meer dan drie tegelijk op het tooneel mochten zijn) en ook door het vereenigen der stukken tot trilogieën en tetralogieën, werd het hun mogelijk de handeling meer omvangrijk en afwisselend te maken, aanvulling door verhalen werd steeds minder noodig, terwijl voor de opvoering gewichtige hulpmiddelen gevonden werden in zorgvuldig gekozen decoraties en costumes. Voor het koor is echter onder deze omstandigheden geen plaats meer als medewerker, zijne gezangen verminderen in omvang en beteekenis en dienen nog slechts om den dialoog door zang en dans af te wisselen, zij vormen niet meer een bestanddeel van de handeling zelve, maar begeleiden haar met de opmerkingen en raadgevingen van een “ideaal toeschouwer”. Den inhoud hunner stukken ontleenen de treurspeldichters aan de oude mythen, deze behandelen zij zoo, dat uit een gegeven toestand de gebeurtenissen zich volgens de wetten der noodzakelijkheid en in overeenstemming met de karakters der handelende personen ontwikkelen, totdat de catastrophe bereikt wordt, een keerpunt, dat den overgang van geluk tot ongeluk of omgekeerd vormt. In de richting, door de drie groote meesters aangewezen, werkten gedurende de geheele oudheid talrijke navolgers, doch geen van hen schijnt meer dan een kortstondigen bijval gevonden te hebben, terwijl de stukken van Aeschylus, Sophocles en vooral Euripides nog vele eeuwen na hun dood herhaaldelijk werden opgevoerd.—Het rom. treurspel, waarvan Livius Andronīcus de eerste dichter was, is op weinige uitzonderingen na in vorm en inhoud eene navolging van het grieksche gebleven, sommige Rom. schreven zelfs stukken in het Grieksch.
Thule,Θούλη, een eil. ergens in het hooge Noorden, door den massilischen zeevaarder Pytheas ontdekt en door de ouden voor het noordelijkste bekende land der aarde gehouden (ultima Thule). Waarschijnlijk is het één der Shetlands-eilanden (Unst of Mainland).Thumelicus,Θουμελικός, zoon van Arminius en Thusnelda, zieArminius.Θυοσκόος, waarschijnlijk een priester, die niet aan een bepaald heiligdom verbonden is, maar aan particulieren bij familieoffers, lijkoffers en dgl. zijn bijstand verleent.Thurii,Θούρισι. Na de verwoesting van Sybaris (z. a.) in 510 door de Crotoniaten schijnt de overgebleven bevolking verstrooid te zijn geraakt, tot zij in 443 in vereeniging met eene door Pericles uitgezonden atheensche volkplanting, waarbij zich ook de geschiedschrijver Herodotus bevond, een paar uren landwaarts in eene nieuwe stad Thurii stichtten, die bestemd scheen om een steunpunt voor atheenschen invloed en atheensche handelsbetrekkingen in Italië en op Sicilië te worden, en die onder de wetgeving van den beroemden Charondas alras tot bloei kwam (zie echterSybarisaan het slot). De stad bleef Athene niet trouw; alleen in 413 kwam ze Athene tegen Syracuse te hulp; kort daarna streed ze weer tegen Athene. In de 4deeeuw was Thurii een bolwerk tegen de voortdringende Lucani en Bruttii, tot het in 282 onder romeinsche bescherming kwam. Hannibal plunderde de stad in 204 en bracht een deel der bevolking naar Croton over. In 193 zonden de Rom. er eene kolonie heen en gaven aan de plaats den naamCopia, die echter spoedig weder in onbruik geraakte. Later werd Thurii een municipium. Omtrent den ondergang van Thurii zijn geene bijzonderheden bekend.Thusnelda,Θουσνέλδα, dochter van Segestes, en vrouw van Arminius, (z. a.).Thyades,Θυ(ι)άδες=Bacchae.Thyamia,Θυαμία, sterke vesting op de grenzen van Sicyonia en Phliasia, een twistappel tusschen Sicyon en Phlius.Thyamis,Θύαμις, rivier in Epīrus, ontspringt in het N. des lands, vormt later de grensscheiding tusschen de distrikten Cestrīna (v. a. Chaonia) en Thesprotia en valt tegenover het eiland Corcȳra (Corfu) in zee.Thyamus,Θύαμος, berg in Acarnania, loopt van den Z.O. hoek der Ambracische golf naar den Achelōus.Thyatīra,τὰ Θυάτειρα, aanzienlijke stad aan den Phrygius in Lydia, ten N.W. van Sardes, met beroemde purperververijen. Hier ontstond eene der eerste christengemeenten.Thybris, dichterlijk =Tiberis.Thyella,Θύελλα, eene van de Harpyieën.Thyestes,Θυέστης, z.AtreusenAgamemnon.Thyia,Θυῖα, dochter van Castalius of Cephissus, bij Apollo moeder van Delphus. Zij was de eerste, die de orgia ter eere van Dionȳsus invoerde; de Thyades zijn naar haar genoemd.Thymbra,Θύμβρα, oude stad van Troas, aan het riviertje Thymbrius, een zijtakje van den Scamander. Hier stond een tempel van Apollo Thymbraeus.Thymbrara,τὰ Θύμβραρα, stad en landstreek aan den Pactōlus in Lydia, de verzamelplaats der aan Perzië schatplichtige volken van Voor-Azië. De ligging is niet juist bekend.Thymbris,Θύμβρις, 1) =Tiberis.—2)bron en riviertje op Sicilia.—3)zijrivier van den Sangarius.Thymbrium,Θύμβριον, stadje in Phrygia naar den kant van Lycaonia, met de bron van Midas, die de koning met wijn had laten vermengen, om een Satyr te vangen.Thymbrius,Θύμβριος, zieThymbra.Thymele,θυμέλη, oorspronkelijk het altaar van Dionȳsus, dat in het attische theater in het midden van de orchestra stond, later de orchestra zelve, waarnaar de personen, wier plaats in de orchestra was,thymelicigenoemd werden.—In de rom. schouwburgen, die geen orchestra hadden, noemde men thymele de plaats, waar de muzikanten stonden. Later werd ook het tooneel zelf zoo genoemd, en kregen allen, die bij de voorstelling medewerkten, den naam vanthymelici.Thymoetes,Θυμοίτης, 1) een Trojaan, die op denzelfden dag, waarop Paris geboren werd, een zoon kreeg. Daar door waarzeggers voorspeld was, dat op dien dag een kind zoude geboren worden, dat den ondergang van Troje zoude bewerken, liet Priamus het kind van Th. dooden. Uit wraak gaf deze later den raad, het houten paard binnen de muren te halen.—2)zoon van Oxyntes, laatste koning van Attica uit het geslacht van Theseus (zieMelanthus).Thyni,Θυνοί, thracisch volk bij Salmydessus aan den Pontas Euxīnus (Zwarte zee), waarvan een gedeelte met de verwante Bithȳni den thracischen Bosporus overstak en zich in het latere Bithynia vestigde.Thynias,Θυνιάς, 1) kaap en stad op de Oostkust van Thracia ten N. van Salmydessus.—2)eiland op de Noordkust van Bithynia.Thyōne,Θυώνη, z.Semele.Thyōneus,Θυωνεύς, Dionȳsus, zoon van Thyōne.Thyraeum,Θυραῖον, stad in Z.-Arcadia, ten N. van Megalopolis.Thyrea,Θυρέα, -έας, hoofdstad van het distriktThyreātisof Cynuria (z. a.). Toen in 431 de bewoners van Aegīna door de Atheners werden verdreven, ruimden de Spartanen hun Thyrea in, doch in 424 werd dit door de Atheners veroverd en verwoest en werden de inwoners weggevoerd.Thyreātis,Θυρεᾶτις, zieThyrea.Thyreum, -ium,Θύρεον, Θύρρειον, stad met kasteel in het N. van Acarnania, plaats der bondsvergaderingen.Thyrsus,θύρσος, een lange stok, met klimopbladen, wijngaardloof of ook met een dennenappel versierd. Bij de feesten van Dionȳsus droeg men zulk een staf, en ook de god zelf werd gewoonlijk er mede afgebeeld.Thysdrus, Thysdra,Θύσδρος, versterkte stad, waarvan nog schoone bouwvallen overig zijn, in Byzacium, een uur of drie van de kust verwijderd, Z.waarts van Hadrumētum.Thyssagetae,Θυσσαγέται, uitgebreid jagersvolk in Sarmatia Asiatica, ten O. eener uitgestrekte woeste streek. Zij woonden waarschijnlijk achter den Rha (Wolga).Thyssus,Θύσσος, stad van Chalcidice, aan den Westkant van het schiereiland Acte, met een halfbarbaarsche bevolking.Tiāra,τίαρα, een zachte en buigzame muts of tulband, het gewone hoofddeksel bij de Perzen e. a. aziatische volken. Alleen de koning droeg detiara recta = cidaris. Zieapex.Tibarāni, volksstam in Cilicia in het Amānusgeb., nabij de stad Pindenissus, tot de Eleutherocilices behoorende.Tibarēni,Τιβαρηνοί, een vreedzame, landbouwende volksstam aan de Noordkust van Pontus bij de stad Cotyōra, ten O. van het promunturium Iasonium.Tiberias,Τιβεριάς, stad in Galilaea, aan de Westzijde van het meer Gennesareth, gebouwd door Herōdes Antipas (zieHerōdes), en naar keizer Tiberius genoemd. In de nabijheid waren warme bronnen. Vespasiānus verwoestte de stad, die echter herbouwd werd, lang de zetel eener joodsche akademie was en waarvan nog aanzienlijke bouwvallen bestaan, ten Z. van het tegenw. Tiberias.Tiberinides, de nimfen van den Tiber.Tiberīnus, de riviergod van den Tiber, oorspronkelijk een koning van Alba Longa, die in de Albula verdronken was en zijn naam aan de rivier gegeven had. Hij werd te Rome hoog vereerd, had een heiligdom op het Tibereiland en een standbeeld op het Capitolium. Den 7denJuni werd door visschers te zijner eere een feest aan de overzijde der rivier gevierd, en den 8stenDecember werden hem offers gebracht. Hij wordt voorgesteld als een grijsaard in een zeegroen gewaad, met een krans van biezen op het hoofd en een horen van overvloed in de hand.Tiberis,Τίβερις, de bekende Tiber, de rivier van Rome, ontspringt op den Apennīnus bij Tifernum in het gebied der etruscische stad Arretium en neemt een aantal zijrivieren op, waarvan de voornaamste zijn: deClanis, die dicht langs Clusium loopt, de Nar in Umbria, deAllia(nederlaag in 390), deCremera(dood der Fabii in 477), deAnio. Door zijne bijrivieren wordt het water van den Tiber troebel, daarom wordt hij door de dichtersflavusgenoemd, terwijl hij naar zijn oorsprong ookTyrrhēnus, Tuscuswordt geheeten en ook welLydiusnaar den vermeenden lydischen oorsprong der Etruscers. De oudste naam wasAlbula, na het verdrinken van koning Tiberīnus (z. a.) geeft de sage aan den stroom zijn nieuwen naam. Vóór Rome vormt hij door splitsing in twee armen deinsula Tiberīna, door bruggen met de beide oevers verbonden (pons Fabricius, pons Cestius) en versierd met de tempels van Aesculapius en den god Tiberinus. Aan zijn mond vormde de rivier weder een eiland, aan Venus geheiligd eninsula sacrageheeten. Aan den linkermond lag Ostia, aan den rechter Portus Augustus of Portus Romānus, eene stichting van keizer Claudius.Tiberius, geb. in 42, rom. keizer, 14–37 na C. Hij was een zoon van Tib. Claudius Nero en Livia Drusilla. Voluit was zijn naam ookTib. Claudius Nero. Toen zijne ouders van elkander gescheiden waren en Livia de derde gemalin van Augustus was geworden, werden den jongen Tib. en diens broeder Drusus verschillende betrekkingen opgedragen. In 15 voerden zij samen het bevel in den oorlog tegen de Alpenvolken (zieClaudiino. 26), en in 13 werd Tib. consul. Hij was gehuwd met Vipsania Agrippa, doch moest haar in 11 verstooten, op uitdrukkelijk verlangen van Augustus, die hem zijne eigene dochter Iulia opdrong (zieIuliino. 14). Deze echt was niet gelukkig. Van 12 tot 9 voerde Tib. het bevel tegen de Pannoniërs, in 8 volgde hij zijn broeder Drusus in Germania op, streed daar ook in het volgende jaar, en kreeg in 6 detribunicia potestas, maar zijn huwelijk met Iulia bracht hem in onaangenaamheden met Augustus, zoodat Tib. zich nog in datzelfde jaar naar Rhodus begaf en zich aan lichaamsoefeningen en studie overgaf. Eerst in 2 n. C. keerde hij vandaar terug. Na den dood van Augustus’ kleinzoons, L. en C. Caesar werd hij in 4 n. C. samen met M. Agrippa Postumus door Augustus geadopteerd, en tot opvolger aangewezen, maar moest tevens zijn neef Germanicus, Drusus’ zoon, adopteeren. Nu begonnen de veldtochten opnieuw; eerst streed hij in 4 en 5 in Noord-Germania, en drong tot aan de Elbe door, daarna trok hij tegen Maroboduus, koning der Marcomannen, op (5), vervolgens (6–8) moest hij den pannonischen opstand onder Bato dempen, daarna in Germania de nederlaag van Varus wreken. Met veel beleid drong hij in het hart van Germania door, waarna hij het bevel aan Germanicus overdroeg, en verder te Rome de rechterhand van Augustus werd. Toen deze in 14 stierf, wist Livia zijn dood geheim te houden totdat Tib. bezit van de regeering had genomen. Tib. wist natuurlijk dat het meerendeel der aristocratie te Rome deze erfopvolging, die de kroon op de monarchie drukte, met leede oogen aanzag; dit moest wel zijn van nature achterdochtig gemoed met wantrouwen en argwaan vervullen. Toch trachtte hij in zijne eerste regeeringsjaren gematigd te zijn, doch versterkte intusschen zijne macht door het kies- en stemrecht van het volk geheel op den senaat over te brengen, zich persoonlijk met eene lijfwacht te omgeven, eene wet uit te vaardigen tegen majesteitsschennis, terwijl hij op aansporen van zijn praefectus praetorio L. Aelius Seiānus de praetoriaanschecohorten, tot dusver bij de burgers ingekwartierd, in eene vaste legerplaats, castra praetoria, vereenigde. Inmiddels werd hij somberder en ergdenkender, vooral na den dood van zijn zoon Drusus (23) en vervolgde met bloedige gestrengheid zijne ware of vermeende tegenstanders onder de oude rom. geslachten. Seianus voedde die somberheid, die ten slotte menschenhaat werd, zoodat Tib. in 26 zich terugtrok op het eilandje Capreae en alles aan Seianus overliet, die nu in naam des keizers uit den weg ruimde wat hem in den weg stond en het plan koesterde, Tiberius op te volgen. Eindelijk gingen Tib. de oogen open, en Seianus werd gevangen genomen, bij den senaat aangeklaagd en ter dood veroordeeld (18 Oct. 31). Nu nam Tib. zelf weder de regeeringszaken ter hand, zonder evenwel naar Rome terug te keeren. In 37 werd hij ernstig ziek en bij deze gelegenheid smoorde de nieuwe praefectus, Sertorius Macro, in overleg met C. Caesar (Caligula), den bejaarden keizer onder de kussens van zijn bed (16 Maart). Tiberius was een uitstekend regent, onder wiens bestuur vooral de keizerlijke provincies gebloeid hebben.Tiberius Julius Alexander, geboren Jood uit Aegypte, geraakte te Rome in groot aanzien, werd rom. ridder en werd in 46 na C. door keizer Claudius als procurator naar Judaea gezonden. Later diende hij onder Corbulo in Azië (63). Daarna was hij stadhouder van Aegypte en dempte hij een opstand in Alexandria (66), onder Vespasiānus werd hij weder naar Judaea gezonden en voerde hij onder ’s keizers zoon Titus het bevel in het leger aldaar. Hij was een man van groot gezag, door ieder, die hem kende, geëerd en geacht.Fluitspelers.Tibia,αὐλός, de fluit, welk muziekinstrument in de oudheid zeer in gebruik was en bij godsdienstige plechtigheden gebezigd werd. De oudste fluit was de rietfluit, later werd zij uit verschillende houtsoorten vervaardigd, de Etruscers maakten ze ook van metaal. Desyrinx,σύριγξ, was de Pansfluit, uit 7 of 9 rietpijpjes van afnemende lengte vervaardigd, die van onderen in eene dwarspijp uitloopen. De god zou deze het eerst hebben gesneden uit het riet, waarin de door hem vervolgde stroomnimf Syrinx veranderd was. Hieruit ontstond de dubbelfluit, twee fluiten aan één mondstuk verbonden, welk stelsel men echter weder liet varen voor twee afzonderlijke fluiten, beide tegelijk door denzelfden persoon geblazen. De fluiten waren soms recht, soms gebogen, soms evenals onze klarinetten in een beker uitloopende, met gaten voorzien en vervolgens verbeterd door het aanbrengen van kleppen. De dwarsfluit,tibia obliqua,πλαγίαυλος, werd, evenals bij ons, van ter zijde geblazen, doch ook met een opgezet mondstuk. Men had korte en lange, hooge en lage fluiten. Evenals men bij de Grieken de fluiten van hoogen toon vrouwelijke, die van lagen toon mannelijke noemde, onderscheidden de Rom.tibiae sinistrae, hooge fluiten (diskant) endextrae, lage (bas), omdat, wanneer de speler een stel ongelijke fluiten bespeelde, de basfluit met de rechterhand werd geregeerd. Dit waren dantibiae impares, doch men had ooktibiae pares, een stel van twee gelijke fluiten, beide diskant of beide bas. Blijkens de didascalia der blijspelen van Terentius werd b.v. deAndriabegeleidtibiis paribus dextris et sinistris, dus door twee stel fluiten, deEunūchus tibiis duabus dextris, deHeautontimorumenoseersttibiis imparibus, laterduabus dextris, deHecyra tibiis paribus, dePhormio tibiis imparibus. DeAdelphiwerden begeleid doortibiae Serrānae, die tot deparesgerekend worden, doch waarvan het karakteristieke onbekend is. De fluitspelers hadden dikwerf een lederen band om mond en wangen; door twee gaten stak men de beide mondstukken. Deze band diende om eene te sterke ademhaling bij het blazen tegen te gaan en een zachter toon te verkrijgen. Men had niet alleen fluitspelers,tibicines, maar ook fluitspeelsters,tibicinae.—Te Athene, waar ieder welopgevoed mensch de cither of lier kon bespelen, was het fluitspel slechts korten tijd in aanzien; men liet het gewoonlijk aan fluitspeelsters van beroep (αὐλητρίδες) over.Tibiscus,Τίβισκος, linker zijrivier van den Ister (Donau) in Dacia, thans de Temes.Tibisis,Τίβισις, bij Herod. een rechter zijtak van den Ister (Donau) in Moesia, onbekend welke.Tibullus, rom. dichter, zieAlbii.Tibur, thans Tivoli, tegen de helling van een berg liggende en daarom door Horatiussupinumgenoemd, schilderachtig gelegen aan beide oevers der watervallen van den Anio, een geliefkoosd uitspanningsoord der Rom. met vele villa’s in den omtrek. Ook Horatius had niet ver vandaar zijn landgoed. Tibur, bijna ten O. van Rome gelegen, gold voor eene overoude stad, waarvan de stichting aan de kleinzoons van Amphiarāus (z.Tiburtus) werd toegeschreven. Keizer Hadriānus (z.a.) liet in de vlakte aan den voet van de stad zijne beroemde villa aanleggen. De inwoners werdenTiburtesgenoemd. De steengroeven in de buurt leveren den bekendenlapis Tiburtinus, tgw.Travertinogeheeten.Tiburtus, de stroomgod van de rivier Anio; hij wordt door lateren een zoon of kleinzoon van Amphiarāus genoemd en zou met zijne broeders Coras en Catillus Tibur gesticht hebben.Tichium,Τείχιον, stadje in Aetolia.Tichius,Τειχιοῦς, kasteel bij Trachis op een top van den Oeta, niet ver van de Thermopylae.Tichiūsa,Τειχιοῦσσα, sterkte op het grondgebied van Milētus.Ticīnum, oude keltische stad in Gallia Cisalpīna, thans Pavia, aan de rivier Ticīnus gelegen, niet ver van de plaats waar deze zich met den Padus (Po) vereenigt. Door de Hunnen werd T. verwoest (452 n. C.), doch onder de heerschappij der Oostgothen kwam het weder tot bloei.Ticīnus, tak van den Padus (Po), op den mons Adūla (z. a.) ontspringende, thans Ticino. Hij loopt door den lacus Verbanus (Lago Maggiore). Aan den rechteroever van deze rivier bij Victumalae, behaalde Hannibal in 218 zijn eerste overwinning in Italië op de Romeinen.Tifāta(mons),τὰ Τιφατηνὰ ὄρη, berg in Campania ten O. van Capua, op de grenzen van Samnium, met een beroemden Diāna-tempel.Tifernum, 1) stad in Umbria, vlak aan de etrurische grenzen, bij de plaats waar de beide beken, die den Tiber vormen, zich vereenigen; hiernaar heet deze plaatsTifernum Tiberīnum. Even ten N. hiervan lag op etruscisch gebied de villa,Tuscigenaamd, van Plinius Secundus (minor).—2)stad in Umbria aan den bovenloop van den Metaurus,Tifernum Metaurense.—3)stad in Samnium aan den Tifernus.Tifernus, 1) gebergte in Noord-Samnium, tgw. Montagna del Matese.—2)rivier in Samnium, die van den Tifernus mons door het gebied der Frentāni in zee stroomt.Tigellīnus(C. SofoniusofOfonius), van Agrigentum, in 39 n. C. door Caligula verbannen, onder Claudius begenadigd, wist door zijne liefhebberij voor wedrennen de gunst van Nero te verwerven en werd door dezen tot praefectus praetorio benoemd in plaats van Burrus, die overleden was (62). Tigellinus was een der booze geesten, die Nero tot doodvonnissen en gruwelen aanspoorden. Toen Galba tot keizer was uitgeroepen, liep T. tot dezen over, doch kocht slechts voor eene groote som gelds zijn leven van den consul T. Vinius vrij. Na Galba’s val werd hij ter dood veroordeeld en sneed zich met een scheermes de keel af of liet dit doen.Tigellius, 1) een Sardiniër en hieromSardusbijgenaamd, om zijne geestige scherts en zijn talent als zanger zeer gezien bij Caesar en later bij Augustus, door Horatius als een uiterst grillig mensch afgeschilderd.—2)Tigellius Hermogenes, v. s. een aangenomen zoon van no. 1, z.Hermogenes Tigellius.Tigrānes,Τιγράνης, koningsnaam in Armenia (z. a.). 1) T. II, 97–56, zoon van Ardasches of Artaxias, breidde het rijk naar verschillende kanten uit, en veroverde o. a. in 83 het syrische rijk, na den dood van Antiochus XII. Hij stichtte eene reusachtige nieuwe hoofdstad Tigranocerta (z. a.). De eisch, hem door de rom. gedaan, dat hij hun zijn schoonvader Mithradātes VI van Pontus zou uitleveren, prikkelde hem om diens partij te kiezen. Zoo wikkelde hij zich in een oorlog met Rome en zag zich door Lucullus bijna uit zijn rijk verdreven (68). Wel schonk de muiterij in diens leger hem eenige verademing, doch Pompeius noodzaakte hem in 66 den vrede te koopen tegen afstand van de meeste veroverde gewesten, zoodat T. slechts Armenië en het op de Parthen vermeesterde Gordyēne behield. Hiermede was de macht van het armenische rijk gebroken, het werd beurtelings een speelbal van Rome en van Parthië.—2)derde zoon van no. 1, kwam tegen zijn vader in verzet en zocht hulp bij Pompeius, die hem echter met vrouw en dochter gevangen naar Rome voerde en daar zijn zegetocht liet opluisteren. Met hulp van den tribuun P. Clodius (Claudiino. 17) ontsnapte hij in 58 uit de hechtenis.—3)T. III, zoon van Artavasdes I, werd in 20 door Augustus op den troon van Armenia geplaatst, na den dood van zijn anderen broeder Ardasches of Artaxias, die door de Parthen tot koning van Armenië verheven was. Na den dood van dezen Tigranes plaatsten de Armeniërs op eigen gezag zijn zoon T. IV en zijne dochter Erato op den troon, doch Augustus nam hiermede geen genoegen en wilde hem door Tiberius laten afzetten (6), maar doordat Tiberius zich in dien tijd naar Rhodus terug trok, bleef de zaak slepen, en eerst in 1 liet Augustus door middel van C. Caesar zijn invloed gelden. Armenië wierp zich in de armen van Parthië, doch Arsaces XVI Phraataces waagde geen ernstigen strijd met Rome. Inmiddels kwam Tigranes IV in een veete om.—4)er regeerden vervolgens nog vier koningen van dezen naam over Armenia, afgewisseld door andere. T. V, door Nero op den troon gezet (60 na C.), werd verdrongen door den Parth Tiridātes (z. a.) in 63. Hiermede kwam Armenië aan de Arsaciden, en deze overleefden hier de parthische.Tigranocerta,τὰ Τιγρανόκερτα= Tigranes-stad, door Tigrānes (96–56) van Armenia als nieuwe, reusachtige residentie gesticht en met de inwoners van veroverde cappadocische en cilicische steden bevolkt. Zij lag in het distrikt Arzanēne of in Zabdicēne nabij de rivier Nicephorius ten Z. van den mons Masius. Nog was zij niet voltooid, toen Lucullus er een gedeelte van verwoestte (69). Later diende zij den Rom. als grensvesting tegen de Parthen, doch sedert de 3deeeuw na C. komt de naam niet meer voor.Tigris,ΤίγρηςofΤίγρις=pijl, aldus genoemd om zijne stroomsnelheid, thans nog onder denzelfden naam bekend, ontspringt in Armenia uit verschillende bronnen. De beide hoofdarmen, waarvan de oostelijke een gedeeltelijk onderaardschen loop heeft, vereenigen zich eenige uren boven de grens van Mesopotamia. Vervolgens loopt hij als oostelijke grensrivier van Mesopotamia en Babylonia naar de perzische golf. Zijne monden vereenigen zich met die van den Euphraat.Hunne delta schijnt echter aan wisselingen onderhevig te zijn geweest, want over hunne samenvloeiing en over de vraag, wat eigenlijk de hoofdstroom is, waren de ouden het niet eens. De Tigris neemt door zijrivieren tot aan zijn mond in breedte toe; de Euphraat mist zulk een toevoer en verliest door verdamping en aftapping zooveel water, dat hij van den Chabōras tot aan Babylon ¼ van zijn breedte verliest.Tigurīni, zieHelvetii. Hun hoofdstad heette Aventicum.Tillii. 1)L. Tillius Cimberwas een der moordenaars van Caesar en gaf het sein tot den aanval door Caesar de toga open te rukken, toen hij een weigerend antwoord op een verzoek om genade voor zijn broeder ontving. Later bestuurde hij Bithynia en streed vervolgens als admiraal onder Brutus en Cassius.—2)Tillius, tribuun en senator, door Horatius gehekeld wegens gemis aan beschaving.Tilphossium, Tilphusium,Τιλφώσσιον, Τιλφούσιον, berg en stad in Boeotia, met de aan Apollo geheiligde bron Tilphossa (Tilphūsa) en een grafteeken van Tiresias. Zij lag ten Z. van het Copaïsche meer tusschen Coronēa en Haliartus.Timaeus,Τίμαιος, 1) van Locri, pythagoreïsch wijsgeer. Plato genoot eenigen tijd van hem onderwijs en noemde een zijner dialogen naar hem. Een nog bestaand werkjeπερί ψυχᾶς κόσμωwerd vroeger ten onrechte aan hem toegeschreven.—2)van Tauromenium, geb. 352, werd door Agathocles uit Sicilië verdreven (317), leefde 50 jaar te Athene en kwam toen naar Sicilië terug, waar hij in 256 stierf. Gedurende zijne ballingschap hield hij zich met de studie der geschiedenis bezig en schreef hij o. a. een groot werk over de geschiedenis van Sicilië van de vroegste tijden tot 264. Dit werk, dat thans nog slechts uit enkele fragmenten bekend is, was met veel zorg naar de beste bronnen bewerkt, maar de overmatig scherpe kritiek, waaraan de schrijver zoowel oudere schrijvers als historische personen onderwerpt, was de oorzaak dat het door de ouden, vooral door Polybius, zeer ongunstig beoordeeld werd, en den schrijver de bijnaam vanἐπιτίμαιος(vitter) werd gegeven.—3)platonisch wijsgeer uit de 3deeeuw na C., schrijver van een woordenboek op de werken van Plato, waarvan een gedeelte bewaard gebleven is.Timagenes,Τιμαγένης, van Alexandrië, slaaf van Faustus Sulla, gaf later te Rome met grooten bijval onderwijs in rhetorica. Door zijne kwaadsprekendheid zag hij zich ten slotte genoodzaakt de stad te verlaten en trok zich terug naar Tusculum. Zijne talrijke geschriften waren grootendeels van geschiedkundigen inhoud.Timagoras,Τιμαγόρας, Athener, werd als gezant naar Artaxerxes gezonden, bij wien hij ook Pelopidas ontmoette. Daar hij meer in het belang van dezen dan van Athene werkte, werd hij bij zijne terugkomst aangeklaagd en ter dood veroordeeld.Timandra,Τίμανδρα, dochter van Tyndareüs, gemalin van Echemus. Bij Phyleus werd zij moeder van Euander. V. s. waren door hare bemoeiingen de Heracliden uit de Peloponnēsus verdreven en had zij Hyllus gedood.Timanthes,Τιμάνθης, van Sicyon, beroemd schilder, tijdgenoot van Zeuxis en Parrhasius. Vooral zijn offerdood van Iphigenīa werd geprezen.Timarchus,Τίμαρχος, Athener, die met Demosthenes eeneγραφὴ παραπρεσβείαςtegen Aeschines (z. a.) indiende. Voordat de zaak echter in behandeling kwam, klaagde Aeschines hem aan wegens zijn onzedelijk leven, ten gevolge waarvan Tim. van zijn burgerrecht beroofd werd en niet meer als aanklager konde optreden. V. a. hing hij zich op, voordat het proces tegen hem afgeloopen was.Timāvus, korte doch onstuimige bergstroom van Istria, die na een onderaardschen loop dicht bij de kust weder te voorschijn komt en zich met kracht in de golf van Tergeste (Triëste) werpt. Oudtijds hield men deze rivier voor de bron der Adriatische zee.Τίμημα, 1) het vermogen van een atheensch burger, zooals het ten behoeve der klassenindeeling van Solon geschat werd; ook de klasse, waartoe hij ingevolge die schatting behoort.—2) het voor deεἰσφοράbelastbare gedeelte van het vermogen, dat voor de verschillende klassen verschillend was. Van burgers der eerste klasse was het geheele vermogen belastbaar, van die der tweede ⅚, van die der derde 5⁄9, theten waren vrij van het betalen derεἰσφορά.—3) de door den aanklager geëischte straf, ook de opgelegde straf zelve, wanneer deze in geldboete bestaat. Tegen den eisch van den aanklager kon de aangeklaagde, wanneer hij schuldig bevonden was, voorstellen dat hem een andere straf zou opgelegd worden (ἀντιτιμᾶσθαι). De rechters konden geen andere straf opleggen, dan die door eischer of aangeklaagde voorgesteld was.Timocles,Τιμοκλῆς, verdienstelijk attisch blijspeldichter uit het overgangstijdperk, tijdgenoot van Demosthenes.Timocrates,Τιμοκράτης, z.Tithraustes.Timocreon,Τιμοκρέων, van Ialysus, lyrisch dichter en athleet, vroeger gastvriend van Themistocles, dien hij echter later in zijne gedichten met bitteren spot vervolgde. Ook met Simonides van Ceos was hij in vijandschap en beiden uitten hunne gezindheid tegen elkander in bijtende satiren. Verdacht van heulen met de Perzen, werd hij uit zijne vaderstad verbannen; v. s. ging hij naar Perzië, waar hij aan het hof gastvrij ontvangen werd.Timolāus,Τιμόλαος, hoofd der volkspartij te Corinthe, een der voornaamste bewerkers van den corinthischen oorlog.Timoleon,Τιμολέων, een edel Corinthiër, was uit liefde voor de vrijheid behulpzaam bij het dooden van zijn broeder Timophanes, die zich door huurtroepen van de alleenheerschappij had meester gemaakt (365/364).Daar deze daad door vele zijner medeburgers afgekeurd werd, en zijn moeder een volkomen afkeer van hem gekregen had, leefde hij vele jaren in afzondering, totdat de Syracusanen, wier staat door voortdurende burgeroorlogen met volkomen ondergang bedreigd werd, te Corinthe om hulp kwamen vragen (345). Met een klein leger niet zonder gevaar naar Sicilië overgestoken, landde hij bij Tauromenium en won hij bij Adrānum een slag tegen Hicetas; daarna bezette hij een deel van Syracuse en verjoeg hij achtereenvolgens de Carthagers uit de haven, Dionysius uit Ortygia en Hicetas uit Achradīna. Wel keerden de Carthagers met een leger van 80000 man terug, maar in den slag bij de rivier Crimīsus leden zij een volkomen nederlaag (339), zoodat zij gedwongen waren een vrede te sluiten, waarbij de rivier Halycus als grensscheiding werd aangenomen. Tim. regelde daarna de inwendige toestanden te Syracuse en vernietigde alle sporen der tyrannie, duizenden Corinthiërs kwamen op zijne uitnoodiging zich op Sicilië vestigen en kregen er grondbezit, de wetten werden in democratischen geest herzien, ook uit vele andere steden werden de tyrannen verdreven en de vreemde huurtroepen afgedankt, en allerwege heerschte op het eiland een lang niet gekende rust en vrede. Rechtvaardig en bescheiden, in weerwil van den overwegenden invloed, dien hij als bevrijder en weldoener van den staat genoot, leefde hij, nadat hij zijn ambt had neergelegd (337), nog eenigen tijd als ambteloos burger, algemeen bemind en geëerd te Syracuse. Daar werd op zijn graf een gedenkteeken, het Timoleontēum, opgericht en werden hem jaarlijks lijkoffers gebracht.Timōlus=Tmōlus.Timomachus,Τιμόμαχος, 1) atheensch veldheer, die in 367 Epaminondas moest beletten over den Isthmus te trekken en in 361 de opdracht kreeg, met een vloot de thracische kusten te verdedigen; beide keeren kweet hij zich zoo slecht van zijn taak, dat hij ten laatste ter dood veroordeeld werd.—2)van Byzantium, beroemd schilder in de eerste eeuw. Twee van zijn beroemdste schilderijen, de Medēa en de razende Ajax, werden door Caesar naar Rome gebracht.Timon,Τίμων, 1) Athener, een welgesteld en beschaafd man, die ten tijde van den peloponnesischen oorlog leefde en zich ten gevolge van bittere ervaringen uit de maatschappij terugtrok, vanwaar hij den naam van menschenhater (μισάνθρωπος) kreeg.—2)van Phlius, geb. 320, sceptisch wijsgeer, leerling van Stilpo en Pyrrho, gaf in verschillende steden onderwijs in de welsprekendheid en stierf te Athene, 90 jaar oud. Van zijne zeer talrijke werken waren het meest beroemd zijn spotdichten (σίλλοι) in hexameters, waarin verschillende wijsgeeren en wijsgeerige stelsels geparodiëerd werden.Timophanes,Τιμοφάνης, z.Timoleon.Timotheüs,Τιμόθεος, 1) Athener, zoon van Conon. Hij kwam met zijn vader in 393 naar Athene terug, en onderscheidde zich sedert het begin van den thebaanschen oorlog als veldheer en staatsman door dapperheid en bekwaamheid. In 375 veroverde hij Corcȳra, waarbij hij zich door zachtheid en gematigdheid roem verwierf, en behaalde hij nog verscheiden overwinningen in de Ionische zee, waarna een vrede tot stand kwam, die echter spoedig weder verbroken werd. Toen in 373 Corcyra door Mnasippus belegerd werd, werd aan T. weder opgedragen de belegerden te gaan ontzetten; daar hij echter den geschikten tijd verzuimde, werd het opperbevel hem ontnomen en aan Iphicrates gegeven, zelfs werd hij deswege gerechtelijk vervolgd, maar vrijgesproken. Nadat hij eenigen tijd in perzischen dienst tegen Aegypte gestreden had, keerde hij naar Athene terug, en door een aantal gelukkige ondernemingen in de Aegaeïsche zee en aan den Hellespont bevestigde hij de atheensche macht ter zee. Ten slotte in den bondgenootenoorlog door Chares (z. a.) van verraad beschuldigd, werd hij teruggeroepen en tot een boete van 100 talenten veroordeeld (354), waarop hij zich naar Chalcis begaf, waar hij kort daarna stierf. Na zijn dood werd de boete tot 10 talenten verminderd, en aan zijn zoon Conon toegestaan, deze som tot verbetering der muren te besteden.—2)van Milētus, beroemd toonkunstenaar en dithyrambendichter, gestorven in 357, die het aantal snaren van de citer van 7 tot 11 (v. a. van 8 tot 9) vermeerderde. Een van zijne dithyramben is eenige jaren geleden in Egypte gevonden.—3)een van de beeldhouwers, die aan de versiering van het Mausolēum werkten.—4)Athener uit het geslacht der Eumolpiden, door Ptolemaeus I naar Alexandrië geroepen om de eleusinische mysteriën daarheen over te brengen.Τιμοῦχοι, titel der 600 leden van den raad van Massilia.Tingis,Τίγγις, thans Tanger, oud-phoenicische stad in Afrika aan het fretum Gaditānum (straat v.Gibraltar), door Augustus tot een vrije stad gemaakt, door Claudius tot rom. kolonie en tot hoofdstad der provincie Mauretania Tingitāna verheven.Tingitāna, zieMauretania.Tipasa,Τίπασα, stad op de grenzen van Africa vetus en Numidia, in het binnenland ten Z. van Hippo Regius gelegen.Tipha,Τίφα, zieSiphae.Tiphys,Τίφυς, de stuurman der Argonauten.Tiresias,Τειρεσίας, zoon van Euēres en Chariclo, uit het geslacht der Sparti, beroemd waarzegger te Thebe. Hij komt vooral voor in de sage van Oedipus en zijne zonen, maar was toen reeds zeer oud, zelfs zeide men dat hij reeds ten tijde van Cadmus geleefd had. Hij had namelijk eens, als scheidsrechter bij een twist tusschen Zeus en Hera ingeroepen, Hera in het ongelijk gesteld, waarvoor zij hem met blindheid strafte, maar Zeus gaf hem ter vergoeding een buitengewoon lang leven en de gave der voorspelling.—V. a. was zijne blindheid door Athēna veroorzaakt,die hij in het bad bespied zou hebben, op de beden zijner moeder stelde zij hem echter later schadeloos door hem de gave te verleenen de stem der vogels te verstaan, en hem een stok te geven, waarmede hij even zeker kon gaan als een ziende. Ook werd verteld dat hij op zijn zevende jaar de geheimen der goden aan de menschen geopenbaard had, en daarvoor met het verlies van zijn gezicht gestraft was.—T. bracht in de geschiedenis van Oedipus de waarheid aan den dag, gaf door zijne voorspellingen aanleiding tot de zelfopoffering van Menoeceus (z. a.), en gaf bij den oorlog der Epigonen aan de Thebanen den raad de stad te verlaten. Hijzelf werd met zijne dochter Manto door de overwinnaars gevangen genomen en naar Delphi gezonden, maar op weg stierf hij bij de bron Tilphūsa, waar men nog laat zijn graf toonde; te Thebe had hij een cenotaphium. T. is de eenige, die ook na den dood zijn verstand behield en de toekomst voorspellen konde. Te Orchomenus had hij in oude tijden een beroemd orakel, dat echter eens na een pest plotseling verstomde.Tiribāzus,Τιρίβαζος, satraap van Artaxerxes II in Armenië, later opperbevelhebber van het perzische leger in Klein-Azië, in welke hoedanigheid hij de Spartanen begunstigde en veel bijdroeg tot het tot stand komen van den vrede van Antalcidas. Daarna voerde hij het bevel over eene vloot, die tegen Euagoras oorlog voerde (386); door zijn ambtgenoot verdacht gemaakt, werd hij gevangen genomen, maar met glans vrijgesproken en weder naar Cyprus gezonden, waar hij evenwel niets konde uitrichten. Toen Artaxerxes, die beloofd had hem zijne dochter tot vrouw te geven, die belofte niet hield, nam T. deel aan de samenzwering van Darīus (z.Artaxerxes II), en toen deze ontdekt was, werd hij ter dood gebracht.Tiridātes,Τιριδάτης, parthische en armenische koningsnaam. 1)Arsaces II Tiridates(248–211) breidde het door zijn broeder Arsaces I gestichte staatje uit en werd de grondlegger der parthische macht. ZieArsaces.—2)Tiridates, een Parth, trad als mededinger op van den ontaarden koning Arsaces XV Phraātes IV, den moordenaar van zijn eigen vader Arsaces XIV Orōdes I. Tiridates werd tot koning uitgeroepen (± 34), doch met scythische hulp door Phraates weder verdreven, waarop Tir. hulp zocht bij Augustus (26). Er kwam echter een vergelijk tot stand, waarbij Phr. de kroon behield.—3)Tiridates, broeder van Arsaces XXIII (of XXIV) Vologeses I, werd door dezen met het veroverde Armenië begiftigd, doch de Rom. kwamen tusschenbeide, Vologeses werd verslagen, en Tir. kreeg Armenië wel, maar als rom. vasal uit de hand van Nero (66na C.).—Er zijn nog meer armenische vorsten van dezen naam geweest, waaronder Tir. III of de Groote, die omstreeks 300 het christendom in zijn rijk invoerde.Tiro(M. Tullius), vrijgelaten slaaf van Cicero (de vrijlating had plaats in 53), een uitstekend en bekwaam man, die dan ook een vertrouwd vriend van zijn vroegeren meester werd, dien hij altijd als een vader bleef eeren en liefhebben. Hij bezorgde na Cicero’s dood o. a. de uitgaaf van diens brieven. Zelf schreef hij ook over verschillende onderwerpen. Hij verbeterde de stenografische teekenen en afkortingen, die de rom. snelschrijvers gewoon waren te bezigen, en die naar hemnotae Tironianaeworden geheeten.Tirocinium fori, de intrede in de wereld van jongelingen omstreeks hun 17de jaar op het feest derLiberalia(z. a.).Tiryns(gen.-this),Τίρυνς, oude stad met cyclopische muren in Argos, eens de zetel van Proetus en van Perseus. Kort voor den perzischen oorlog hadden de Argiven bij Tiryns door de Spartanen eene bloedige en zware nederlaag geleden, waarvan het gevolg was, dat de Gymnesii of argivische heloten zich van het bestuur te Argos meester maakten. Toen echter de zonen der gesneuvelden mannen waren geworden, joegen zij de Gymnesii uit de stad Argos. Deze vermeesterden nu Tiryns, doch werden ook hier door de Argiven vervolgd en bestormd, bij welke gelegenheid T. verwoest werd (± 465). Het lag van Argos Z.O.waarts.Tisaeus mons,Τίσαιον ὄρος, hooge berg in het thessalische landschap Magnesia, die den zuidrand der golf van Pagasae vormt.Tisamenus,Τισαμενός, 1) zoon van Orestes en Hermione, koning der Achaeërs, viel in den strijd tegen de Heracliden.—V. a. had hij na de overwinning der Doriërs zijn volk naar Aegialēa gevoerd en was hij daar in een strijd tegen de Ioniërs gesneuveld. Zijn gebeente werd later op bevel van een orakel naar Sparta gebracht.—2)een waarzegger uit Elis, de eenige vreemdeling die te Sparta het burgerrecht kreeg. Hem was namelijk voorspeld, dat hij vijf overwinningen zoude behalen, en daar hij nu bij de wedspelen telkens verslagen werd, begreep men, dat hier andere overwinningen bedoeld werden. Daarom namen de Spartanen hem bij den inval van Xerxes als burger op, en inderdaad was hij in hun leger bij de overwinning van Plataeae en nog bij vier andere gevechten, waarin zij overwinnaars bleven.TisiaofTisianus, de Theiss, zijrivier van de Donau. Bij latere schrijvers is de naam Parthiscus.Tisias,Τισίας, van Syracuse, leerling van Corax, leeraar der welsprekendheid en schrijver van een werk daarover, gaf onderwijs te Syracuse, Thurii en Athene. Gorgias, Lysias en Isocrates worden zijne leerlingen genoemd.Tisiphone,Τισιφόνη, 1) eene van de Erinyes.—2)dochter van Alcmaeon (z. a.) en Manto.Tissaphernes,Τισσαφέρνης, satraap van Lydië onder Darīus II en Artaxerxes II. In den peloponnesischen oorlog sloot hij door bemiddeling van Alcibiades een verbond met de Spartanen, zonder dat hij echter veel meervoor hen deed dan hulp beloven; zelfs knoopte hij in 411 onderhandelingen met de Atheners aan, die echter zonder gevolg bleven. Tegen Cyrus, zijn vijand, bracht hij verscheiden malen beschuldigingen bij het hof in, waaraan echter door den invloed van Parysatis weinig of geen gehoor gegeven werd. In den slag bij Cunaxa was hij een van de veldheeren bij het koninklijke leger, na den dood van Cyrus bood hij den Grieken zijn geleide aan op den terugtocht, maar nam vijf van hunne aanvoerders, die hij in zijn tent gelokt had, verraderlijk gevangen. Voor deze diensten werd de satrapie van Cyrus bij zijn gebied gevoegd, maar toen hij ook de ionische steden trachtte te onderwerpen, zonden de Spartanen een leger naar Azië om dit te beletten (396), z.Agesilausno. 1. Door list en onderhandelingen hield T. zich nog eenigen tijd staande, toen echter Agesilāus de overwinning aan den Pactōlus behaald had, werd hij afgezet en onthoofd (395).Titānes,Τιτᾶνες, de 6 zonen en 6 dochters van Uranus en Gaea: Oceanus, Coeus, Crius, Hyperīon, Iapetus, Cronus, Thea, Rhea, Themis, Mnemosyne, Phoebe, Tethys. Onder aanvoering van hun jongsten broeder, Cronus (z. a.), beroofden zij Uranus van de wereldheerschappij en toen later Zeus op zijn beurt Cronus van den troon trachtte te stooten, wilden de Titanen dit beletten, en er ontstond een vreeselijke oorlog, dien zij van den Othrys, Zeus met de zijnen van den Olympus voerden. De strijd eindigde met de overwinning van Zeus, doch eerst nadat hij de Centimani uit den Tartarus verlost en tot zijn hulp opgeroepen had. De Titanen, die zich niet tegen Zeus verzet hadden, behielden hunne waardigheden, de andere werden in den Tartarus geworpen, maar na verloop van tijd, toen de nieuwe wereldorde op vaste grondslagen gebouwd was, weder verlost, waarop zij zich met Zeus verzoenden.—Men meent in de Titanen eene personificatie van ruwe natuurkrachten te zien, terwijl de regeering van Zeus, in tegenstelling met hen, de heerschappij van recht en wet in de wereld voorstelt.—Ook de afstammelingen der Titanen dragen soms denzelfden naam, in het bijzonder worden zoo genoemd Helius, de zoon van Hyperīon, en Promētheus, de zoon van Iapetus.Titania,Τιτανία, dochter of vrouwelijke afstammeling van een Titan, bijv. Hecate, Leto, Circe e. a.Titanides,Τιτανίδες, de vrouwelijke Titanen, dochters van Uranus en Gaea (z.Titanes).Titaresius,Τιταρήσιος, later ook Europus genoemd, zijtak van den thessalischen Penēus, stroomt door Perrhaebia.Tithōnus,Τιθωνός, zoon van Laomedon. Hij was de echtgenoot van Eos, die hem zoo innig beminde, dat zij Zeus om onsterfelijkheid voor hem vroeg. Zeus voldeed aan haar verlangen, doch daar zij vergeten had ook eeuwige jeugd voor hem te vragen, kromp hij van ouderdom ineen, totdat Zeus hem uit medelijden in een krekel veranderde.Tithorea,Τιθορέα, 1) de N.W. kruin van den tweetoppigen Parnassus in Phocis. De andere top heette Lycoreus of Hyampēa.—2)stad aan den berg, zieNeon.Tithraustes,Τιθραύστης, opvolger van Tissaphernes als satraap in Klein-Azië (395). Hij sloot met Agesilāus een wapenstilstand en zond, terwijl deze tegen Pharnabāzus oorlog voerde, den Rhodiër Timocrates met 50 talenten naar Griekenland, die met dit geld de Thebanen, Corinthiërs en Argiven in staat stelde een oorlog tegen Sparta te beginnen, waardoor het noodzakelijk werd Agesilāus terug te roepen. Volgens sommige berichten was Timocrates door Pharnabāzus uitgezonden.Titia(lex), zietresvirino. 8 (IIIviri reipublicae constituendae).TitiesofTitiensesis de naam van één der drie riddercenturiën, (de andere heeten Ramnes en Luceres), die volgens de overlevering door Romulus ingesteld zijn. Later heeft men ten onrechte gemeend, dat het geheele volk in Ramnes, Tities en Luceres was ingedeeld (dit zijn dan de 3 stamtribus), en de Tities in verband gebracht met koning Titus Tatius (zieTatius).Titii(sodales), zieSodales.Titii. 1)Sex. Titius, volkstribuun in 99, stelde eene akkerwet voor, die echter niet in behandeling kwam wegens den tegenstand van den consul M. Antonius. Later werd hij wegens onwettige handelingen veroordeeld, o. a. omdat hijinzijn huis het beeld van L. Saturnīnus had (zieAppuleiino. 1). Hij noemde zichzelf Cassandra, omdat niemand aan zijne voorspellingen geloof sloeg. Als redenaar was hij niet onverdienstelijk.—2)C. Titius, ongeveer een tijdgenoot van no. 1, redenaar en treurspeldichter.—3)P. Titius, volkstribuun in 43, maker van delex Titia.—4)M. Titius, viel in 40 in handen van Sex. Pompeius, die hem weder vrijliet. Later diende hij onder Antonius in Azië tegen de Parthen. Toen Sex. Pompeius nu naar Azië gevlucht was, werd Titius tegen hem afgezonden, die hem gevangen nam en te Milētus liet ombrengen (35). Dit laatste maakte Titius algemeen veracht. Later streed hij onder Octaviānus tegen Antonius en in 31 was hij consul, in 8legatusvan Syria.—5)Titius, een jong, veelbelovend dichter, een vriend van Horatius, vergezelde in 20 Tiberius naar Azië.—6)Titius Sabīnus, een vriend van Germanicus, een der slachtoffers van Seiānus (28 na C.).—7)Titius Proculus, met zijn vriend C. Silius (Siliino. 6) onder keizer Claudius ter dood gebracht (48 n. C.).—8)Titius Iuliānus, legaat in Moesia in 69 na C., dapper krijgsman.Titinii. 1)L. Titinius Pansa Saccus, consulairtribuun in 400 en 396, patriciër.—2)C.enM. Titinius, broeders, volkstribunen in 193, later waarschijnlijk samen praetor (178), C. als praetor urbanus, M. als stadhouder van Hispania.—3)Titinius, rom. dichter vanfabulae togatae, van wien enkele fragmenten overig zijn, die wat karakterschildering betreft aan Terentius doen denken.—4)Q. Titinius, een rijk vriend van Cicero.Zijn zoonPontius Titiniānus, was in 49 aan Caesars zijde.—5)Titinius, centurio onder Cassius in 42 en door hem gedurende den slag bij Philippi naar Brutus gezonden om berichten in te winnen. Toen hij terugkeerde, had Cassius, die verslagen was, zich reeds laten dooden, waarop ook Titinius de hand aan zichzelf sloeg.Titius,Τίτος, rivier in Dalmatia (Illyria), die Liburnia scheidt van het eigenlijke Dalmatia, en bij Scardona in zee valt.Titurii.Q. Titurius Sabīnus, onder Caesar legaat in Gallia, sneuvelde bij den opstand der Eburones (z. a.).Titus, rom. keizer 79–81 na C., voluitTitus Flavius Vespasiānus, was de zoon van Vespasianus en Flavia Domitia of Domitilla (zieDomitiino. 22). Met uitstekende gaven naar geest en lichaam toegerust, deed hij reeds vroeg het beste van zich hopen. Hij diende eerst in Germania en vervolgens onder zijn vader in Britannia en later in het Oosten. Toen Vespasianus in 69 tot keizer werd uitgeroepen, nam Titus, die in Judaea aan het hoofd van een legioen stond, het opperbevel over en maakte door de inneming van Jeruzalem aan den joodschen oorlog een einde, (70). Te Rome gekomen, werd hij door het volk met gejuich ontvangen en door zijn vader tot mederegent aangenomen (71). Het scheen echter, dat hij deze verheffing niet kon verdragen; zijne lichtzinnigheid en uitspattingen aan den eenen, en wreede strengheid aan den anderen kant, verwekten bij het rom. volk angstige bezorgdheid voor de toekomst. Nauwelijks echter was hij zijn vader in 79 als keizer opgevolgd, of hij was alleen streng tegenover zichzelven en de deelgenooten zijner vroegere uitspattingen. Hij liet geen doodvonnis vellen en aan samenzweerders tegen zijn persoon schonk hij edelmoedig vergiffenis. Bekend zijn zijne woorden:diem perdidi, toen hij een dag had laten voorbijgaan zonder eene weldaad te bewijzen. Door het dankbare volk werd hem de naam gegeven:deliciae generis humani. En wel was er onder zijne kortstondige regeering gelegenheid om zijne goedertierenheid te betoonen, want zware rampen troffen Italië: de geweldige uitbarsting van den Vesuvius (79), eene zware pestziekte en een hevige driedaagsche brand te Rome (80). Overal, waar te helpen of te troosten viel, verscheen hij, hulp en troost brengende. Hij droeg ook het zijne bij tot verfraaiing van Rome, voltooide het door zijn vader begonnen Colossēum (zieamphitheatrum), en liet o. a. dethermae Titien den nog bestaanden, hoewel van zijn vierspan beroofden boog van Titus (ziearcus) bouwen. Zijn overlijden wekte groote droefenis.Tityus,Τιτυός, zoon van Gaea of van Zeus en Elara, een geweldige reus, die op Euboea woonde. Daar hij Leto belaagde, werd hij door Apollo en Artemis met pijlen of door Zeus met den bliksem gedood. In de onderwereld ligt hij in zijn geheele ontzaggelijke lengte op den grond uitgestrekt, terwijl twee gieren onophoudelijk aan zijn lever knagen.Tium, Tius,Τίον, -ος, milesische kolonie op de kust van Bithynia, ten O. van Heraclēa Pontica.Tlepolemus,Τληπόλεμος, 1) zoon van Heracles en Astyoche, doodde zijn oom Licymnius, hetzij bij ongeluk of met opzet, en vluchtte naar Rhodus, waar hij Lindus, Ialysus en Camīrus stichtte. Later nam hij deel aan den tocht tegen Troje, waar hij door dapperheid uitmuntte, maar door Sarpēdon gedood werd.—2)adellijk Macedoniër, werd in 325 door Alexander tot stadhouder van Carmanië benoemd en maakte zich in zijne provincie zoo bemind, dat Antigonus zelfs het niet waagde hem aan te vallen, hoewel hij een bondgenoot van Eumenes was geweest.Tlos,Τλῶς, stad in het binnenland van Lycia.Tmarus=Tomarus.Tmolus,Τμῶλος, ookTimōlus,Τίμωλος, 1) gebergte in Lydië, met de bronnen van den Cayster en den Pactōlus. Er groeide veel wijn, in oude tijden vond men er ook goud. De god van den berg, bij Pluto of Omphale vader van Tantalus, wordt als scheidsrechter in een muzikalen wedstrijd tusschen Apollo en Pan genoemd.—2)zieProteus.Toga, het overkleed van den rom. burger in vredestijd, dat men buitenshuis droeg en waarvan het gebruik aan ballingen ontzegd was. De toga was van geelachtig witte wol geweven,toga pura. Detoga praetextahad een roodpurperen rand en werd door hooge overheden en knapen gedragen.Toga pictais eene toga, die met borduursel is versierd, en werd soms bij zegetochten en spelen gedragen, misschien evenwel eerst onder het keizerrijk.Toga candida, ziecandidatus. Toga pulla, van donkere stof, als rouwgewaad.Toga sordida, ongewasschen toga (ziefullo), die men als beschuldigde aantrok, om op het medelijden der rechters te werken. De wijze, waarop de toga gedragen werd, was aan mode onderhevig. Oorspronkelijk had zij den vorm van een halven cirkel, doch zij werd met den tijd ruimer, zoodat zij ten slotte een geheelen cirkel, en wellicht nog meer, besloeg. Deze ruime toga werd ongeveer aldus omgeworpen. Men wierp ze eerst over den linkerschouder, trok ze onder den rechterarm door en sloeg ze dan weder over den linkerschouder, die dus dubbel bedekt was. Nu kwam het er echter op aan, de plooien sierlijk te verdeelen. Het gedeelte, dat onder den rechterarm doorging, moest natuurlijk dubbel gevouwen worden, anders zou het op den grond hebben gesleept. Hierdoor ontstond op de borst een plooi,sinusgenoemd, die als zak dienst kon doen. Om den linkerarm te gebruiken, die geheel bedekt was, moest men aan die zijde de toga omhoog trekken en over den arm laten hangen, zoodat de hand vrij bleef. De plooien werden met haken en knoopen vastgehouden en versierd met kwastjes, soms met gewichtjes bezwaard om de plooien omlaag te houden.Togāta, 1)mulier, eenemeretrix, daar lichte vrouwen te Rome niet destola, het damesgewaad, mochten dragen, maar in de togamoesten gaan. Of zij deze op dezelfde wijze als de mannen droegen, is niet bekend.—2)fabula, een blijspel, dat op rom. bodem speelt, in tegenstelling derpalliata, waarvan de handeling in Griekenland voorvalt.Tolbiācum, stad in Belgica aan den weg van Colonia Agrippīna (Keulen) naar Augusta Trevirorum (Trier), thans Zulpich.Tolēnus, riviertje in het sabijnsche, dat zich in den Avens, een zijtak van den Nar, stort.Tolērus, zieTrērus.Tolētum, versterkte hoofdstad der Carpetāni in Hispania aan den Tagus (Taag), met beroemde staal- en wapenfabrieken, thans Toledo.Tolistoboiiof-bogi,Τολιστοβόιοι, -βόγιοι, een der drie gallische stammen in Galatia (z. a.), waar Pessinus hunne hoofdstad was.Tolmides,Τολμίδης, atheensch veldheer, deed in 455 met de vloot een tocht langs de kusten van de Peloponnēsus, overwon de Sicyoniërs en bracht de door de Spartanen overwonnen Messeniërs naar Naupactus over. In 447 trok hij naar Boeotië, waar door de verdreven aristocraten woelingen veroorzaakt werden, hij veroverde Chaeronēa, maar werd kort daarop bij Coronēa door de ballingen overrompeld en met een groot deel van zijn leger gedood.Tolōsa,Τολῶσσα, thans Toulouse, stad in Gallia Narbonensis in het gebied der Tectosages aan den Garumna (Garonne), door den rom. veldheer Cn. Servilius Caepio in 106 geplunderd. Als rom. kolonie heette de plaats Palladia.Tolumnius, 1) een augur, die met Turnus tegen Aenēas streed en sneuvelde, toen hij door een onverwachten aanval den wapenstilstand had geschonden.—2)Lars Tolumnius, koning van Veii, die vier rom. gezanten om het leven liet brengen (wier standbeelden nog in Cicero’s tijd op het forum stonden) en door den consul A. Cornelius Cossus in 428 met eigen hand in den strijd gedood werd.Tomarus,Τόμαρος, gebergte in Epīrus nabij Dodōna.Tomi, Tomis(gen.-idis),Τόμοι, Τόμις, stad in Moesia aan de kust van den Pontus Euxīnus (Zwarte zee), volkplanting van Milētus. Hierheen werd de dichter Ovidius in 9 n. Chr. door Augustus in ballingschap gezonden.Tomyris,Τόμυρις, koningin der Massageten, die door Cyrus beoorloogd, werd. Nadat deze door list eene overwinning had behaald, velen van haar volk gedood en haar zoon gevangen genomen had, wist zij hem in een hinderlaag te lokken en liet zij hem dooden (529).Tonans, de dondergod, bijnaam van Jupiter.Toranii.C. Toranius, quaestor in 73, streed onder Varinius in 71 tegen Spartacus, was ± 65 aedilis plebis met C. Octavius, werd na diens dood voogd over den lateren Octaviānus; later was hij bij de partij van Pompeius, na wiens dood hij te Corcȳra verblijf hield. Hij kwam in 43 om bij de vogelvrijverklaringen, uit hebzucht verraden door zijn zoon, ook C. Toranius geheeten, die vervolgens de erfenis zijns vaders verkwistte en als balling arm stierf.Torboleti, zieTurdetani.Toronaeus sinus,ΤορωναῖοςofΤορωναϊκὸς κόλπος, de golf tusschen de schiereilanden Pallēne en Sithonia.Torone,Τορώνη, aanzienlijke stad op het chalcidische schiereiland Sithonia, aan de golf van Torone,Toronaeus sinus,Τορωναϊκὸς κόλπος.Torquātus, bijnaam in degens Manlia(Manliino. 11–14).Toxaris,Τόξαρις, een Scyth, die met Anacharsis te Athene kwam, daar algemeene achting genoot, en ook als geneeskundige naam verwierf.Toxandri, zieTexuandri.Τοξόται, 1) boogschutters, komen in de grieksche legers niet veel voor; zij behooren tot de lichte troepen,γυμνῆτες. Te Athene was hun aantal in de vijfde eeuw 1600, die tot de klasse der theten behoorden. Ook bereden boogschutters (ἱπποτοξόται) worden vermeld.—2) een corps van 300, later 600, nog later 1200 staatsslaven,δημόσιοι, die te Athene als politieagenten dienst deden. Zij hadden een kazerne aan de markt, later bij den Areopagus. Zij worden ookΣκύθαι, of naar zekeren Speusinus, die het corps georganiseerd zou hebben,Σπευσίνιοι, genoemd. Hunne aanvoerders heettenτόξαρχοι.Toygeni,Τωυγενοί, een keltische stam, gouw der Helvetii, v. s. identisch met de Teutones.Trabea(Q.), oud rom. blijspeldichter in de eerste helft der tweede eeuw.Trabea, mantel met horizontale purperen strepen, door de rom. koningen, door de augurs en bij plechtige gelegenheden door de equites gedragen.Trachinia,Τραχινία, zieTrachis.Trachis,Τραχίς, Τραχίν, oude stad in het Z. van Thessalia in het land der Maliërs, in welker nabijheid de mythe den dood van Heracles op den brandstapel plaatst. In den peloponnesischen oorlog stichtten de Spartanen, 12 minuten gaans van de oude stad, een nieuw Trachis,Heraclēa Trachiniagenoemd,Ἡράκλεια ἡ ἐν Τραχινίᾳ. In 394 maakten de Boeotiërs zich er meester van. In 191 werd het door den rom. consul M’. Acilius Glabrio in den syrischen oorlog verwoest.Trachonītis,Τραχωνῖτις, zandige bergstreek in Syria, ten Z. van Damascus, later tot Peraea gerekend.Tragia,Τραγία, eilandje ten Z. van Samus, waar de Samiërs in 440 door Pericles ter zee verslagen werden.Tragoedia,τραγῳδία. Het grieksche treurspel heeft zijn oorsprong te danken aan den dithyrambus, en is dus een onderdeel van de Dionysusfeesten, de naamτραγῳδίαis afgeleid van den bok (τράγος), die gedurende het feestgezang geofferd werd. Thespis wordtalgemeen als de schepper van het treurspel genoemd: terwijl namelijk vroeger de dithyrambische koorzangen afgewisseld werden door voordrachten van den koorleider, verving Th. in zijne werken, die overigens in inhoud en waarschijnlijk ook in vorm niet veel van den dithyrambus verschilden, deze verhalende voordrachten door gesprekken tusschen een tooneelspeler en het koor. Daarmede was de eerste stap van lyrische tot dramatische poëzie gedaan; daar dezelfde tooneelspeler door verandering van kleeding en masker in verschillende rollen konde optreden, was het reeds nu mogelijk sommige zeer eenvoudige handelingen af te spelen. Op dezen grondslag werd nu door sommige dichters na Thespis (Phrynichus, Choerilus, Pratinas e. a.) voortgebouwd, en eindelijk bereikte het treurspel zijn hoogsten bloei onder de handen van Aeschylus, Sophocles en Euripides. Niet slechts dat hunne stukken als dichterlijke voortbrengselen, volgens de meening der ouden en voorzoover wij het kunnen beoordeelen, zoowel die van hunne voorgangers als van hunne tijdgenooten en navolgers overtroffen, maar door het laten optreden van meer tooneelspelers (waarbij echter de regel gold, dat niet meer dan drie tegelijk op het tooneel mochten zijn) en ook door het vereenigen der stukken tot trilogieën en tetralogieën, werd het hun mogelijk de handeling meer omvangrijk en afwisselend te maken, aanvulling door verhalen werd steeds minder noodig, terwijl voor de opvoering gewichtige hulpmiddelen gevonden werden in zorgvuldig gekozen decoraties en costumes. Voor het koor is echter onder deze omstandigheden geen plaats meer als medewerker, zijne gezangen verminderen in omvang en beteekenis en dienen nog slechts om den dialoog door zang en dans af te wisselen, zij vormen niet meer een bestanddeel van de handeling zelve, maar begeleiden haar met de opmerkingen en raadgevingen van een “ideaal toeschouwer”. Den inhoud hunner stukken ontleenen de treurspeldichters aan de oude mythen, deze behandelen zij zoo, dat uit een gegeven toestand de gebeurtenissen zich volgens de wetten der noodzakelijkheid en in overeenstemming met de karakters der handelende personen ontwikkelen, totdat de catastrophe bereikt wordt, een keerpunt, dat den overgang van geluk tot ongeluk of omgekeerd vormt. In de richting, door de drie groote meesters aangewezen, werkten gedurende de geheele oudheid talrijke navolgers, doch geen van hen schijnt meer dan een kortstondigen bijval gevonden te hebben, terwijl de stukken van Aeschylus, Sophocles en vooral Euripides nog vele eeuwen na hun dood herhaaldelijk werden opgevoerd.—Het rom. treurspel, waarvan Livius Andronīcus de eerste dichter was, is op weinige uitzonderingen na in vorm en inhoud eene navolging van het grieksche gebleven, sommige Rom. schreven zelfs stukken in het Grieksch.
Thule,Θούλη, een eil. ergens in het hooge Noorden, door den massilischen zeevaarder Pytheas ontdekt en door de ouden voor het noordelijkste bekende land der aarde gehouden (ultima Thule). Waarschijnlijk is het één der Shetlands-eilanden (Unst of Mainland).
Thumelicus,Θουμελικός, zoon van Arminius en Thusnelda, zieArminius.
Θυοσκόος, waarschijnlijk een priester, die niet aan een bepaald heiligdom verbonden is, maar aan particulieren bij familieoffers, lijkoffers en dgl. zijn bijstand verleent.
Thurii,Θούρισι. Na de verwoesting van Sybaris (z. a.) in 510 door de Crotoniaten schijnt de overgebleven bevolking verstrooid te zijn geraakt, tot zij in 443 in vereeniging met eene door Pericles uitgezonden atheensche volkplanting, waarbij zich ook de geschiedschrijver Herodotus bevond, een paar uren landwaarts in eene nieuwe stad Thurii stichtten, die bestemd scheen om een steunpunt voor atheenschen invloed en atheensche handelsbetrekkingen in Italië en op Sicilië te worden, en die onder de wetgeving van den beroemden Charondas alras tot bloei kwam (zie echterSybarisaan het slot). De stad bleef Athene niet trouw; alleen in 413 kwam ze Athene tegen Syracuse te hulp; kort daarna streed ze weer tegen Athene. In de 4deeeuw was Thurii een bolwerk tegen de voortdringende Lucani en Bruttii, tot het in 282 onder romeinsche bescherming kwam. Hannibal plunderde de stad in 204 en bracht een deel der bevolking naar Croton over. In 193 zonden de Rom. er eene kolonie heen en gaven aan de plaats den naamCopia, die echter spoedig weder in onbruik geraakte. Later werd Thurii een municipium. Omtrent den ondergang van Thurii zijn geene bijzonderheden bekend.
Thusnelda,Θουσνέλδα, dochter van Segestes, en vrouw van Arminius, (z. a.).
Thyades,Θυ(ι)άδες=Bacchae.
Thyamia,Θυαμία, sterke vesting op de grenzen van Sicyonia en Phliasia, een twistappel tusschen Sicyon en Phlius.
Thyamis,Θύαμις, rivier in Epīrus, ontspringt in het N. des lands, vormt later de grensscheiding tusschen de distrikten Cestrīna (v. a. Chaonia) en Thesprotia en valt tegenover het eiland Corcȳra (Corfu) in zee.
Thyamus,Θύαμος, berg in Acarnania, loopt van den Z.O. hoek der Ambracische golf naar den Achelōus.
Thyatīra,τὰ Θυάτειρα, aanzienlijke stad aan den Phrygius in Lydia, ten N.W. van Sardes, met beroemde purperververijen. Hier ontstond eene der eerste christengemeenten.
Thybris, dichterlijk =Tiberis.
Thyella,Θύελλα, eene van de Harpyieën.
Thyestes,Θυέστης, z.AtreusenAgamemnon.
Thyia,Θυῖα, dochter van Castalius of Cephissus, bij Apollo moeder van Delphus. Zij was de eerste, die de orgia ter eere van Dionȳsus invoerde; de Thyades zijn naar haar genoemd.
Thymbra,Θύμβρα, oude stad van Troas, aan het riviertje Thymbrius, een zijtakje van den Scamander. Hier stond een tempel van Apollo Thymbraeus.
Thymbrara,τὰ Θύμβραρα, stad en landstreek aan den Pactōlus in Lydia, de verzamelplaats der aan Perzië schatplichtige volken van Voor-Azië. De ligging is niet juist bekend.
Thymbris,Θύμβρις, 1) =Tiberis.—2)bron en riviertje op Sicilia.—3)zijrivier van den Sangarius.
Thymbrium,Θύμβριον, stadje in Phrygia naar den kant van Lycaonia, met de bron van Midas, die de koning met wijn had laten vermengen, om een Satyr te vangen.
Thymbrius,Θύμβριος, zieThymbra.
Thymele,θυμέλη, oorspronkelijk het altaar van Dionȳsus, dat in het attische theater in het midden van de orchestra stond, later de orchestra zelve, waarnaar de personen, wier plaats in de orchestra was,thymelicigenoemd werden.—In de rom. schouwburgen, die geen orchestra hadden, noemde men thymele de plaats, waar de muzikanten stonden. Later werd ook het tooneel zelf zoo genoemd, en kregen allen, die bij de voorstelling medewerkten, den naam vanthymelici.
Thymoetes,Θυμοίτης, 1) een Trojaan, die op denzelfden dag, waarop Paris geboren werd, een zoon kreeg. Daar door waarzeggers voorspeld was, dat op dien dag een kind zoude geboren worden, dat den ondergang van Troje zoude bewerken, liet Priamus het kind van Th. dooden. Uit wraak gaf deze later den raad, het houten paard binnen de muren te halen.—2)zoon van Oxyntes, laatste koning van Attica uit het geslacht van Theseus (zieMelanthus).
Thyni,Θυνοί, thracisch volk bij Salmydessus aan den Pontas Euxīnus (Zwarte zee), waarvan een gedeelte met de verwante Bithȳni den thracischen Bosporus overstak en zich in het latere Bithynia vestigde.
Thynias,Θυνιάς, 1) kaap en stad op de Oostkust van Thracia ten N. van Salmydessus.—2)eiland op de Noordkust van Bithynia.
Thyōne,Θυώνη, z.Semele.
Thyōneus,Θυωνεύς, Dionȳsus, zoon van Thyōne.
Thyraeum,Θυραῖον, stad in Z.-Arcadia, ten N. van Megalopolis.
Thyrea,Θυρέα, -έας, hoofdstad van het distriktThyreātisof Cynuria (z. a.). Toen in 431 de bewoners van Aegīna door de Atheners werden verdreven, ruimden de Spartanen hun Thyrea in, doch in 424 werd dit door de Atheners veroverd en verwoest en werden de inwoners weggevoerd.
Thyreātis,Θυρεᾶτις, zieThyrea.
Thyreum, -ium,Θύρεον, Θύρρειον, stad met kasteel in het N. van Acarnania, plaats der bondsvergaderingen.
Thyrsus,θύρσος, een lange stok, met klimopbladen, wijngaardloof of ook met een dennenappel versierd. Bij de feesten van Dionȳsus droeg men zulk een staf, en ook de god zelf werd gewoonlijk er mede afgebeeld.
Thysdrus, Thysdra,Θύσδρος, versterkte stad, waarvan nog schoone bouwvallen overig zijn, in Byzacium, een uur of drie van de kust verwijderd, Z.waarts van Hadrumētum.
Thyssagetae,Θυσσαγέται, uitgebreid jagersvolk in Sarmatia Asiatica, ten O. eener uitgestrekte woeste streek. Zij woonden waarschijnlijk achter den Rha (Wolga).
Thyssus,Θύσσος, stad van Chalcidice, aan den Westkant van het schiereiland Acte, met een halfbarbaarsche bevolking.
Tiāra,τίαρα, een zachte en buigzame muts of tulband, het gewone hoofddeksel bij de Perzen e. a. aziatische volken. Alleen de koning droeg detiara recta = cidaris. Zieapex.
Tibarāni, volksstam in Cilicia in het Amānusgeb., nabij de stad Pindenissus, tot de Eleutherocilices behoorende.
Tibarēni,Τιβαρηνοί, een vreedzame, landbouwende volksstam aan de Noordkust van Pontus bij de stad Cotyōra, ten O. van het promunturium Iasonium.
Tiberias,Τιβεριάς, stad in Galilaea, aan de Westzijde van het meer Gennesareth, gebouwd door Herōdes Antipas (zieHerōdes), en naar keizer Tiberius genoemd. In de nabijheid waren warme bronnen. Vespasiānus verwoestte de stad, die echter herbouwd werd, lang de zetel eener joodsche akademie was en waarvan nog aanzienlijke bouwvallen bestaan, ten Z. van het tegenw. Tiberias.
Tiberinides, de nimfen van den Tiber.
Tiberīnus, de riviergod van den Tiber, oorspronkelijk een koning van Alba Longa, die in de Albula verdronken was en zijn naam aan de rivier gegeven had. Hij werd te Rome hoog vereerd, had een heiligdom op het Tibereiland en een standbeeld op het Capitolium. Den 7denJuni werd door visschers te zijner eere een feest aan de overzijde der rivier gevierd, en den 8stenDecember werden hem offers gebracht. Hij wordt voorgesteld als een grijsaard in een zeegroen gewaad, met een krans van biezen op het hoofd en een horen van overvloed in de hand.
Tiberis,Τίβερις, de bekende Tiber, de rivier van Rome, ontspringt op den Apennīnus bij Tifernum in het gebied der etruscische stad Arretium en neemt een aantal zijrivieren op, waarvan de voornaamste zijn: deClanis, die dicht langs Clusium loopt, de Nar in Umbria, deAllia(nederlaag in 390), deCremera(dood der Fabii in 477), deAnio. Door zijne bijrivieren wordt het water van den Tiber troebel, daarom wordt hij door de dichtersflavusgenoemd, terwijl hij naar zijn oorsprong ookTyrrhēnus, Tuscuswordt geheeten en ook welLydiusnaar den vermeenden lydischen oorsprong der Etruscers. De oudste naam wasAlbula, na het verdrinken van koning Tiberīnus (z. a.) geeft de sage aan den stroom zijn nieuwen naam. Vóór Rome vormt hij door splitsing in twee armen deinsula Tiberīna, door bruggen met de beide oevers verbonden (pons Fabricius, pons Cestius) en versierd met de tempels van Aesculapius en den god Tiberinus. Aan zijn mond vormde de rivier weder een eiland, aan Venus geheiligd eninsula sacrageheeten. Aan den linkermond lag Ostia, aan den rechter Portus Augustus of Portus Romānus, eene stichting van keizer Claudius.
Tiberius, geb. in 42, rom. keizer, 14–37 na C. Hij was een zoon van Tib. Claudius Nero en Livia Drusilla. Voluit was zijn naam ookTib. Claudius Nero. Toen zijne ouders van elkander gescheiden waren en Livia de derde gemalin van Augustus was geworden, werden den jongen Tib. en diens broeder Drusus verschillende betrekkingen opgedragen. In 15 voerden zij samen het bevel in den oorlog tegen de Alpenvolken (zieClaudiino. 26), en in 13 werd Tib. consul. Hij was gehuwd met Vipsania Agrippa, doch moest haar in 11 verstooten, op uitdrukkelijk verlangen van Augustus, die hem zijne eigene dochter Iulia opdrong (zieIuliino. 14). Deze echt was niet gelukkig. Van 12 tot 9 voerde Tib. het bevel tegen de Pannoniërs, in 8 volgde hij zijn broeder Drusus in Germania op, streed daar ook in het volgende jaar, en kreeg in 6 detribunicia potestas, maar zijn huwelijk met Iulia bracht hem in onaangenaamheden met Augustus, zoodat Tib. zich nog in datzelfde jaar naar Rhodus begaf en zich aan lichaamsoefeningen en studie overgaf. Eerst in 2 n. C. keerde hij vandaar terug. Na den dood van Augustus’ kleinzoons, L. en C. Caesar werd hij in 4 n. C. samen met M. Agrippa Postumus door Augustus geadopteerd, en tot opvolger aangewezen, maar moest tevens zijn neef Germanicus, Drusus’ zoon, adopteeren. Nu begonnen de veldtochten opnieuw; eerst streed hij in 4 en 5 in Noord-Germania, en drong tot aan de Elbe door, daarna trok hij tegen Maroboduus, koning der Marcomannen, op (5), vervolgens (6–8) moest hij den pannonischen opstand onder Bato dempen, daarna in Germania de nederlaag van Varus wreken. Met veel beleid drong hij in het hart van Germania door, waarna hij het bevel aan Germanicus overdroeg, en verder te Rome de rechterhand van Augustus werd. Toen deze in 14 stierf, wist Livia zijn dood geheim te houden totdat Tib. bezit van de regeering had genomen. Tib. wist natuurlijk dat het meerendeel der aristocratie te Rome deze erfopvolging, die de kroon op de monarchie drukte, met leede oogen aanzag; dit moest wel zijn van nature achterdochtig gemoed met wantrouwen en argwaan vervullen. Toch trachtte hij in zijne eerste regeeringsjaren gematigd te zijn, doch versterkte intusschen zijne macht door het kies- en stemrecht van het volk geheel op den senaat over te brengen, zich persoonlijk met eene lijfwacht te omgeven, eene wet uit te vaardigen tegen majesteitsschennis, terwijl hij op aansporen van zijn praefectus praetorio L. Aelius Seiānus de praetoriaanschecohorten, tot dusver bij de burgers ingekwartierd, in eene vaste legerplaats, castra praetoria, vereenigde. Inmiddels werd hij somberder en ergdenkender, vooral na den dood van zijn zoon Drusus (23) en vervolgde met bloedige gestrengheid zijne ware of vermeende tegenstanders onder de oude rom. geslachten. Seianus voedde die somberheid, die ten slotte menschenhaat werd, zoodat Tib. in 26 zich terugtrok op het eilandje Capreae en alles aan Seianus overliet, die nu in naam des keizers uit den weg ruimde wat hem in den weg stond en het plan koesterde, Tiberius op te volgen. Eindelijk gingen Tib. de oogen open, en Seianus werd gevangen genomen, bij den senaat aangeklaagd en ter dood veroordeeld (18 Oct. 31). Nu nam Tib. zelf weder de regeeringszaken ter hand, zonder evenwel naar Rome terug te keeren. In 37 werd hij ernstig ziek en bij deze gelegenheid smoorde de nieuwe praefectus, Sertorius Macro, in overleg met C. Caesar (Caligula), den bejaarden keizer onder de kussens van zijn bed (16 Maart). Tiberius was een uitstekend regent, onder wiens bestuur vooral de keizerlijke provincies gebloeid hebben.
Tiberius Julius Alexander, geboren Jood uit Aegypte, geraakte te Rome in groot aanzien, werd rom. ridder en werd in 46 na C. door keizer Claudius als procurator naar Judaea gezonden. Later diende hij onder Corbulo in Azië (63). Daarna was hij stadhouder van Aegypte en dempte hij een opstand in Alexandria (66), onder Vespasiānus werd hij weder naar Judaea gezonden en voerde hij onder ’s keizers zoon Titus het bevel in het leger aldaar. Hij was een man van groot gezag, door ieder, die hem kende, geëerd en geacht.
Fluitspelers.
Tibia,αὐλός, de fluit, welk muziekinstrument in de oudheid zeer in gebruik was en bij godsdienstige plechtigheden gebezigd werd. De oudste fluit was de rietfluit, later werd zij uit verschillende houtsoorten vervaardigd, de Etruscers maakten ze ook van metaal. Desyrinx,σύριγξ, was de Pansfluit, uit 7 of 9 rietpijpjes van afnemende lengte vervaardigd, die van onderen in eene dwarspijp uitloopen. De god zou deze het eerst hebben gesneden uit het riet, waarin de door hem vervolgde stroomnimf Syrinx veranderd was. Hieruit ontstond de dubbelfluit, twee fluiten aan één mondstuk verbonden, welk stelsel men echter weder liet varen voor twee afzonderlijke fluiten, beide tegelijk door denzelfden persoon geblazen. De fluiten waren soms recht, soms gebogen, soms evenals onze klarinetten in een beker uitloopende, met gaten voorzien en vervolgens verbeterd door het aanbrengen van kleppen. De dwarsfluit,tibia obliqua,πλαγίαυλος, werd, evenals bij ons, van ter zijde geblazen, doch ook met een opgezet mondstuk. Men had korte en lange, hooge en lage fluiten. Evenals men bij de Grieken de fluiten van hoogen toon vrouwelijke, die van lagen toon mannelijke noemde, onderscheidden de Rom.tibiae sinistrae, hooge fluiten (diskant) endextrae, lage (bas), omdat, wanneer de speler een stel ongelijke fluiten bespeelde, de basfluit met de rechterhand werd geregeerd. Dit waren dantibiae impares, doch men had ooktibiae pares, een stel van twee gelijke fluiten, beide diskant of beide bas. Blijkens de didascalia der blijspelen van Terentius werd b.v. deAndriabegeleidtibiis paribus dextris et sinistris, dus door twee stel fluiten, deEunūchus tibiis duabus dextris, deHeautontimorumenoseersttibiis imparibus, laterduabus dextris, deHecyra tibiis paribus, dePhormio tibiis imparibus. DeAdelphiwerden begeleid doortibiae Serrānae, die tot deparesgerekend worden, doch waarvan het karakteristieke onbekend is. De fluitspelers hadden dikwerf een lederen band om mond en wangen; door twee gaten stak men de beide mondstukken. Deze band diende om eene te sterke ademhaling bij het blazen tegen te gaan en een zachter toon te verkrijgen. Men had niet alleen fluitspelers,tibicines, maar ook fluitspeelsters,tibicinae.—Te Athene, waar ieder welopgevoed mensch de cither of lier kon bespelen, was het fluitspel slechts korten tijd in aanzien; men liet het gewoonlijk aan fluitspeelsters van beroep (αὐλητρίδες) over.
Tibiscus,Τίβισκος, linker zijrivier van den Ister (Donau) in Dacia, thans de Temes.
Tibisis,Τίβισις, bij Herod. een rechter zijtak van den Ister (Donau) in Moesia, onbekend welke.
Tibullus, rom. dichter, zieAlbii.
Tibur, thans Tivoli, tegen de helling van een berg liggende en daarom door Horatiussupinumgenoemd, schilderachtig gelegen aan beide oevers der watervallen van den Anio, een geliefkoosd uitspanningsoord der Rom. met vele villa’s in den omtrek. Ook Horatius had niet ver vandaar zijn landgoed. Tibur, bijna ten O. van Rome gelegen, gold voor eene overoude stad, waarvan de stichting aan de kleinzoons van Amphiarāus (z.Tiburtus) werd toegeschreven. Keizer Hadriānus (z.a.) liet in de vlakte aan den voet van de stad zijne beroemde villa aanleggen. De inwoners werdenTiburtesgenoemd. De steengroeven in de buurt leveren den bekendenlapis Tiburtinus, tgw.Travertinogeheeten.
Tiburtus, de stroomgod van de rivier Anio; hij wordt door lateren een zoon of kleinzoon van Amphiarāus genoemd en zou met zijne broeders Coras en Catillus Tibur gesticht hebben.
Tichium,Τείχιον, stadje in Aetolia.
Tichius,Τειχιοῦς, kasteel bij Trachis op een top van den Oeta, niet ver van de Thermopylae.
Tichiūsa,Τειχιοῦσσα, sterkte op het grondgebied van Milētus.
Ticīnum, oude keltische stad in Gallia Cisalpīna, thans Pavia, aan de rivier Ticīnus gelegen, niet ver van de plaats waar deze zich met den Padus (Po) vereenigt. Door de Hunnen werd T. verwoest (452 n. C.), doch onder de heerschappij der Oostgothen kwam het weder tot bloei.
Ticīnus, tak van den Padus (Po), op den mons Adūla (z. a.) ontspringende, thans Ticino. Hij loopt door den lacus Verbanus (Lago Maggiore). Aan den rechteroever van deze rivier bij Victumalae, behaalde Hannibal in 218 zijn eerste overwinning in Italië op de Romeinen.
Tifāta(mons),τὰ Τιφατηνὰ ὄρη, berg in Campania ten O. van Capua, op de grenzen van Samnium, met een beroemden Diāna-tempel.
Tifernum, 1) stad in Umbria, vlak aan de etrurische grenzen, bij de plaats waar de beide beken, die den Tiber vormen, zich vereenigen; hiernaar heet deze plaatsTifernum Tiberīnum. Even ten N. hiervan lag op etruscisch gebied de villa,Tuscigenaamd, van Plinius Secundus (minor).—2)stad in Umbria aan den bovenloop van den Metaurus,Tifernum Metaurense.—3)stad in Samnium aan den Tifernus.
Tifernus, 1) gebergte in Noord-Samnium, tgw. Montagna del Matese.—2)rivier in Samnium, die van den Tifernus mons door het gebied der Frentāni in zee stroomt.
Tigellīnus(C. SofoniusofOfonius), van Agrigentum, in 39 n. C. door Caligula verbannen, onder Claudius begenadigd, wist door zijne liefhebberij voor wedrennen de gunst van Nero te verwerven en werd door dezen tot praefectus praetorio benoemd in plaats van Burrus, die overleden was (62). Tigellinus was een der booze geesten, die Nero tot doodvonnissen en gruwelen aanspoorden. Toen Galba tot keizer was uitgeroepen, liep T. tot dezen over, doch kocht slechts voor eene groote som gelds zijn leven van den consul T. Vinius vrij. Na Galba’s val werd hij ter dood veroordeeld en sneed zich met een scheermes de keel af of liet dit doen.
Tigellius, 1) een Sardiniër en hieromSardusbijgenaamd, om zijne geestige scherts en zijn talent als zanger zeer gezien bij Caesar en later bij Augustus, door Horatius als een uiterst grillig mensch afgeschilderd.—2)Tigellius Hermogenes, v. s. een aangenomen zoon van no. 1, z.Hermogenes Tigellius.
Tigrānes,Τιγράνης, koningsnaam in Armenia (z. a.). 1) T. II, 97–56, zoon van Ardasches of Artaxias, breidde het rijk naar verschillende kanten uit, en veroverde o. a. in 83 het syrische rijk, na den dood van Antiochus XII. Hij stichtte eene reusachtige nieuwe hoofdstad Tigranocerta (z. a.). De eisch, hem door de rom. gedaan, dat hij hun zijn schoonvader Mithradātes VI van Pontus zou uitleveren, prikkelde hem om diens partij te kiezen. Zoo wikkelde hij zich in een oorlog met Rome en zag zich door Lucullus bijna uit zijn rijk verdreven (68). Wel schonk de muiterij in diens leger hem eenige verademing, doch Pompeius noodzaakte hem in 66 den vrede te koopen tegen afstand van de meeste veroverde gewesten, zoodat T. slechts Armenië en het op de Parthen vermeesterde Gordyēne behield. Hiermede was de macht van het armenische rijk gebroken, het werd beurtelings een speelbal van Rome en van Parthië.—2)derde zoon van no. 1, kwam tegen zijn vader in verzet en zocht hulp bij Pompeius, die hem echter met vrouw en dochter gevangen naar Rome voerde en daar zijn zegetocht liet opluisteren. Met hulp van den tribuun P. Clodius (Claudiino. 17) ontsnapte hij in 58 uit de hechtenis.—3)T. III, zoon van Artavasdes I, werd in 20 door Augustus op den troon van Armenia geplaatst, na den dood van zijn anderen broeder Ardasches of Artaxias, die door de Parthen tot koning van Armenië verheven was. Na den dood van dezen Tigranes plaatsten de Armeniërs op eigen gezag zijn zoon T. IV en zijne dochter Erato op den troon, doch Augustus nam hiermede geen genoegen en wilde hem door Tiberius laten afzetten (6), maar doordat Tiberius zich in dien tijd naar Rhodus terug trok, bleef de zaak slepen, en eerst in 1 liet Augustus door middel van C. Caesar zijn invloed gelden. Armenië wierp zich in de armen van Parthië, doch Arsaces XVI Phraataces waagde geen ernstigen strijd met Rome. Inmiddels kwam Tigranes IV in een veete om.—4)er regeerden vervolgens nog vier koningen van dezen naam over Armenia, afgewisseld door andere. T. V, door Nero op den troon gezet (60 na C.), werd verdrongen door den Parth Tiridātes (z. a.) in 63. Hiermede kwam Armenië aan de Arsaciden, en deze overleefden hier de parthische.
Tigranocerta,τὰ Τιγρανόκερτα= Tigranes-stad, door Tigrānes (96–56) van Armenia als nieuwe, reusachtige residentie gesticht en met de inwoners van veroverde cappadocische en cilicische steden bevolkt. Zij lag in het distrikt Arzanēne of in Zabdicēne nabij de rivier Nicephorius ten Z. van den mons Masius. Nog was zij niet voltooid, toen Lucullus er een gedeelte van verwoestte (69). Later diende zij den Rom. als grensvesting tegen de Parthen, doch sedert de 3deeeuw na C. komt de naam niet meer voor.
Tigris,ΤίγρηςofΤίγρις=pijl, aldus genoemd om zijne stroomsnelheid, thans nog onder denzelfden naam bekend, ontspringt in Armenia uit verschillende bronnen. De beide hoofdarmen, waarvan de oostelijke een gedeeltelijk onderaardschen loop heeft, vereenigen zich eenige uren boven de grens van Mesopotamia. Vervolgens loopt hij als oostelijke grensrivier van Mesopotamia en Babylonia naar de perzische golf. Zijne monden vereenigen zich met die van den Euphraat.Hunne delta schijnt echter aan wisselingen onderhevig te zijn geweest, want over hunne samenvloeiing en over de vraag, wat eigenlijk de hoofdstroom is, waren de ouden het niet eens. De Tigris neemt door zijrivieren tot aan zijn mond in breedte toe; de Euphraat mist zulk een toevoer en verliest door verdamping en aftapping zooveel water, dat hij van den Chabōras tot aan Babylon ¼ van zijn breedte verliest.
Tigurīni, zieHelvetii. Hun hoofdstad heette Aventicum.
Tillii. 1)L. Tillius Cimberwas een der moordenaars van Caesar en gaf het sein tot den aanval door Caesar de toga open te rukken, toen hij een weigerend antwoord op een verzoek om genade voor zijn broeder ontving. Later bestuurde hij Bithynia en streed vervolgens als admiraal onder Brutus en Cassius.—2)Tillius, tribuun en senator, door Horatius gehekeld wegens gemis aan beschaving.
Tilphossium, Tilphusium,Τιλφώσσιον, Τιλφούσιον, berg en stad in Boeotia, met de aan Apollo geheiligde bron Tilphossa (Tilphūsa) en een grafteeken van Tiresias. Zij lag ten Z. van het Copaïsche meer tusschen Coronēa en Haliartus.
Timaeus,Τίμαιος, 1) van Locri, pythagoreïsch wijsgeer. Plato genoot eenigen tijd van hem onderwijs en noemde een zijner dialogen naar hem. Een nog bestaand werkjeπερί ψυχᾶς κόσμωwerd vroeger ten onrechte aan hem toegeschreven.—2)van Tauromenium, geb. 352, werd door Agathocles uit Sicilië verdreven (317), leefde 50 jaar te Athene en kwam toen naar Sicilië terug, waar hij in 256 stierf. Gedurende zijne ballingschap hield hij zich met de studie der geschiedenis bezig en schreef hij o. a. een groot werk over de geschiedenis van Sicilië van de vroegste tijden tot 264. Dit werk, dat thans nog slechts uit enkele fragmenten bekend is, was met veel zorg naar de beste bronnen bewerkt, maar de overmatig scherpe kritiek, waaraan de schrijver zoowel oudere schrijvers als historische personen onderwerpt, was de oorzaak dat het door de ouden, vooral door Polybius, zeer ongunstig beoordeeld werd, en den schrijver de bijnaam vanἐπιτίμαιος(vitter) werd gegeven.—3)platonisch wijsgeer uit de 3deeeuw na C., schrijver van een woordenboek op de werken van Plato, waarvan een gedeelte bewaard gebleven is.
Timagenes,Τιμαγένης, van Alexandrië, slaaf van Faustus Sulla, gaf later te Rome met grooten bijval onderwijs in rhetorica. Door zijne kwaadsprekendheid zag hij zich ten slotte genoodzaakt de stad te verlaten en trok zich terug naar Tusculum. Zijne talrijke geschriften waren grootendeels van geschiedkundigen inhoud.
Timagoras,Τιμαγόρας, Athener, werd als gezant naar Artaxerxes gezonden, bij wien hij ook Pelopidas ontmoette. Daar hij meer in het belang van dezen dan van Athene werkte, werd hij bij zijne terugkomst aangeklaagd en ter dood veroordeeld.
Timandra,Τίμανδρα, dochter van Tyndareüs, gemalin van Echemus. Bij Phyleus werd zij moeder van Euander. V. s. waren door hare bemoeiingen de Heracliden uit de Peloponnēsus verdreven en had zij Hyllus gedood.
Timanthes,Τιμάνθης, van Sicyon, beroemd schilder, tijdgenoot van Zeuxis en Parrhasius. Vooral zijn offerdood van Iphigenīa werd geprezen.
Timarchus,Τίμαρχος, Athener, die met Demosthenes eeneγραφὴ παραπρεσβείαςtegen Aeschines (z. a.) indiende. Voordat de zaak echter in behandeling kwam, klaagde Aeschines hem aan wegens zijn onzedelijk leven, ten gevolge waarvan Tim. van zijn burgerrecht beroofd werd en niet meer als aanklager konde optreden. V. a. hing hij zich op, voordat het proces tegen hem afgeloopen was.
Timāvus, korte doch onstuimige bergstroom van Istria, die na een onderaardschen loop dicht bij de kust weder te voorschijn komt en zich met kracht in de golf van Tergeste (Triëste) werpt. Oudtijds hield men deze rivier voor de bron der Adriatische zee.
Τίμημα, 1) het vermogen van een atheensch burger, zooals het ten behoeve der klassenindeeling van Solon geschat werd; ook de klasse, waartoe hij ingevolge die schatting behoort.—2) het voor deεἰσφοράbelastbare gedeelte van het vermogen, dat voor de verschillende klassen verschillend was. Van burgers der eerste klasse was het geheele vermogen belastbaar, van die der tweede ⅚, van die der derde 5⁄9, theten waren vrij van het betalen derεἰσφορά.—3) de door den aanklager geëischte straf, ook de opgelegde straf zelve, wanneer deze in geldboete bestaat. Tegen den eisch van den aanklager kon de aangeklaagde, wanneer hij schuldig bevonden was, voorstellen dat hem een andere straf zou opgelegd worden (ἀντιτιμᾶσθαι). De rechters konden geen andere straf opleggen, dan die door eischer of aangeklaagde voorgesteld was.
Timocles,Τιμοκλῆς, verdienstelijk attisch blijspeldichter uit het overgangstijdperk, tijdgenoot van Demosthenes.
Timocrates,Τιμοκράτης, z.Tithraustes.
Timocreon,Τιμοκρέων, van Ialysus, lyrisch dichter en athleet, vroeger gastvriend van Themistocles, dien hij echter later in zijne gedichten met bitteren spot vervolgde. Ook met Simonides van Ceos was hij in vijandschap en beiden uitten hunne gezindheid tegen elkander in bijtende satiren. Verdacht van heulen met de Perzen, werd hij uit zijne vaderstad verbannen; v. s. ging hij naar Perzië, waar hij aan het hof gastvrij ontvangen werd.
Timolāus,Τιμόλαος, hoofd der volkspartij te Corinthe, een der voornaamste bewerkers van den corinthischen oorlog.
Timoleon,Τιμολέων, een edel Corinthiër, was uit liefde voor de vrijheid behulpzaam bij het dooden van zijn broeder Timophanes, die zich door huurtroepen van de alleenheerschappij had meester gemaakt (365/364).Daar deze daad door vele zijner medeburgers afgekeurd werd, en zijn moeder een volkomen afkeer van hem gekregen had, leefde hij vele jaren in afzondering, totdat de Syracusanen, wier staat door voortdurende burgeroorlogen met volkomen ondergang bedreigd werd, te Corinthe om hulp kwamen vragen (345). Met een klein leger niet zonder gevaar naar Sicilië overgestoken, landde hij bij Tauromenium en won hij bij Adrānum een slag tegen Hicetas; daarna bezette hij een deel van Syracuse en verjoeg hij achtereenvolgens de Carthagers uit de haven, Dionysius uit Ortygia en Hicetas uit Achradīna. Wel keerden de Carthagers met een leger van 80000 man terug, maar in den slag bij de rivier Crimīsus leden zij een volkomen nederlaag (339), zoodat zij gedwongen waren een vrede te sluiten, waarbij de rivier Halycus als grensscheiding werd aangenomen. Tim. regelde daarna de inwendige toestanden te Syracuse en vernietigde alle sporen der tyrannie, duizenden Corinthiërs kwamen op zijne uitnoodiging zich op Sicilië vestigen en kregen er grondbezit, de wetten werden in democratischen geest herzien, ook uit vele andere steden werden de tyrannen verdreven en de vreemde huurtroepen afgedankt, en allerwege heerschte op het eiland een lang niet gekende rust en vrede. Rechtvaardig en bescheiden, in weerwil van den overwegenden invloed, dien hij als bevrijder en weldoener van den staat genoot, leefde hij, nadat hij zijn ambt had neergelegd (337), nog eenigen tijd als ambteloos burger, algemeen bemind en geëerd te Syracuse. Daar werd op zijn graf een gedenkteeken, het Timoleontēum, opgericht en werden hem jaarlijks lijkoffers gebracht.
Timōlus=Tmōlus.
Timomachus,Τιμόμαχος, 1) atheensch veldheer, die in 367 Epaminondas moest beletten over den Isthmus te trekken en in 361 de opdracht kreeg, met een vloot de thracische kusten te verdedigen; beide keeren kweet hij zich zoo slecht van zijn taak, dat hij ten laatste ter dood veroordeeld werd.—2)van Byzantium, beroemd schilder in de eerste eeuw. Twee van zijn beroemdste schilderijen, de Medēa en de razende Ajax, werden door Caesar naar Rome gebracht.
Timon,Τίμων, 1) Athener, een welgesteld en beschaafd man, die ten tijde van den peloponnesischen oorlog leefde en zich ten gevolge van bittere ervaringen uit de maatschappij terugtrok, vanwaar hij den naam van menschenhater (μισάνθρωπος) kreeg.—2)van Phlius, geb. 320, sceptisch wijsgeer, leerling van Stilpo en Pyrrho, gaf in verschillende steden onderwijs in de welsprekendheid en stierf te Athene, 90 jaar oud. Van zijne zeer talrijke werken waren het meest beroemd zijn spotdichten (σίλλοι) in hexameters, waarin verschillende wijsgeeren en wijsgeerige stelsels geparodiëerd werden.
Timophanes,Τιμοφάνης, z.Timoleon.
Timotheüs,Τιμόθεος, 1) Athener, zoon van Conon. Hij kwam met zijn vader in 393 naar Athene terug, en onderscheidde zich sedert het begin van den thebaanschen oorlog als veldheer en staatsman door dapperheid en bekwaamheid. In 375 veroverde hij Corcȳra, waarbij hij zich door zachtheid en gematigdheid roem verwierf, en behaalde hij nog verscheiden overwinningen in de Ionische zee, waarna een vrede tot stand kwam, die echter spoedig weder verbroken werd. Toen in 373 Corcyra door Mnasippus belegerd werd, werd aan T. weder opgedragen de belegerden te gaan ontzetten; daar hij echter den geschikten tijd verzuimde, werd het opperbevel hem ontnomen en aan Iphicrates gegeven, zelfs werd hij deswege gerechtelijk vervolgd, maar vrijgesproken. Nadat hij eenigen tijd in perzischen dienst tegen Aegypte gestreden had, keerde hij naar Athene terug, en door een aantal gelukkige ondernemingen in de Aegaeïsche zee en aan den Hellespont bevestigde hij de atheensche macht ter zee. Ten slotte in den bondgenootenoorlog door Chares (z. a.) van verraad beschuldigd, werd hij teruggeroepen en tot een boete van 100 talenten veroordeeld (354), waarop hij zich naar Chalcis begaf, waar hij kort daarna stierf. Na zijn dood werd de boete tot 10 talenten verminderd, en aan zijn zoon Conon toegestaan, deze som tot verbetering der muren te besteden.—2)van Milētus, beroemd toonkunstenaar en dithyrambendichter, gestorven in 357, die het aantal snaren van de citer van 7 tot 11 (v. a. van 8 tot 9) vermeerderde. Een van zijne dithyramben is eenige jaren geleden in Egypte gevonden.—3)een van de beeldhouwers, die aan de versiering van het Mausolēum werkten.—4)Athener uit het geslacht der Eumolpiden, door Ptolemaeus I naar Alexandrië geroepen om de eleusinische mysteriën daarheen over te brengen.
Τιμοῦχοι, titel der 600 leden van den raad van Massilia.
Tingis,Τίγγις, thans Tanger, oud-phoenicische stad in Afrika aan het fretum Gaditānum (straat v.Gibraltar), door Augustus tot een vrije stad gemaakt, door Claudius tot rom. kolonie en tot hoofdstad der provincie Mauretania Tingitāna verheven.
Tingitāna, zieMauretania.
Tipasa,Τίπασα, stad op de grenzen van Africa vetus en Numidia, in het binnenland ten Z. van Hippo Regius gelegen.
Tipha,Τίφα, zieSiphae.
Tiphys,Τίφυς, de stuurman der Argonauten.
Tiresias,Τειρεσίας, zoon van Euēres en Chariclo, uit het geslacht der Sparti, beroemd waarzegger te Thebe. Hij komt vooral voor in de sage van Oedipus en zijne zonen, maar was toen reeds zeer oud, zelfs zeide men dat hij reeds ten tijde van Cadmus geleefd had. Hij had namelijk eens, als scheidsrechter bij een twist tusschen Zeus en Hera ingeroepen, Hera in het ongelijk gesteld, waarvoor zij hem met blindheid strafte, maar Zeus gaf hem ter vergoeding een buitengewoon lang leven en de gave der voorspelling.—V. a. was zijne blindheid door Athēna veroorzaakt,die hij in het bad bespied zou hebben, op de beden zijner moeder stelde zij hem echter later schadeloos door hem de gave te verleenen de stem der vogels te verstaan, en hem een stok te geven, waarmede hij even zeker kon gaan als een ziende. Ook werd verteld dat hij op zijn zevende jaar de geheimen der goden aan de menschen geopenbaard had, en daarvoor met het verlies van zijn gezicht gestraft was.—T. bracht in de geschiedenis van Oedipus de waarheid aan den dag, gaf door zijne voorspellingen aanleiding tot de zelfopoffering van Menoeceus (z. a.), en gaf bij den oorlog der Epigonen aan de Thebanen den raad de stad te verlaten. Hijzelf werd met zijne dochter Manto door de overwinnaars gevangen genomen en naar Delphi gezonden, maar op weg stierf hij bij de bron Tilphūsa, waar men nog laat zijn graf toonde; te Thebe had hij een cenotaphium. T. is de eenige, die ook na den dood zijn verstand behield en de toekomst voorspellen konde. Te Orchomenus had hij in oude tijden een beroemd orakel, dat echter eens na een pest plotseling verstomde.
Tiribāzus,Τιρίβαζος, satraap van Artaxerxes II in Armenië, later opperbevelhebber van het perzische leger in Klein-Azië, in welke hoedanigheid hij de Spartanen begunstigde en veel bijdroeg tot het tot stand komen van den vrede van Antalcidas. Daarna voerde hij het bevel over eene vloot, die tegen Euagoras oorlog voerde (386); door zijn ambtgenoot verdacht gemaakt, werd hij gevangen genomen, maar met glans vrijgesproken en weder naar Cyprus gezonden, waar hij evenwel niets konde uitrichten. Toen Artaxerxes, die beloofd had hem zijne dochter tot vrouw te geven, die belofte niet hield, nam T. deel aan de samenzwering van Darīus (z.Artaxerxes II), en toen deze ontdekt was, werd hij ter dood gebracht.
Tiridātes,Τιριδάτης, parthische en armenische koningsnaam. 1)Arsaces II Tiridates(248–211) breidde het door zijn broeder Arsaces I gestichte staatje uit en werd de grondlegger der parthische macht. ZieArsaces.—2)Tiridates, een Parth, trad als mededinger op van den ontaarden koning Arsaces XV Phraātes IV, den moordenaar van zijn eigen vader Arsaces XIV Orōdes I. Tiridates werd tot koning uitgeroepen (± 34), doch met scythische hulp door Phraates weder verdreven, waarop Tir. hulp zocht bij Augustus (26). Er kwam echter een vergelijk tot stand, waarbij Phr. de kroon behield.—3)Tiridates, broeder van Arsaces XXIII (of XXIV) Vologeses I, werd door dezen met het veroverde Armenië begiftigd, doch de Rom. kwamen tusschenbeide, Vologeses werd verslagen, en Tir. kreeg Armenië wel, maar als rom. vasal uit de hand van Nero (66na C.).—Er zijn nog meer armenische vorsten van dezen naam geweest, waaronder Tir. III of de Groote, die omstreeks 300 het christendom in zijn rijk invoerde.
Tiro(M. Tullius), vrijgelaten slaaf van Cicero (de vrijlating had plaats in 53), een uitstekend en bekwaam man, die dan ook een vertrouwd vriend van zijn vroegeren meester werd, dien hij altijd als een vader bleef eeren en liefhebben. Hij bezorgde na Cicero’s dood o. a. de uitgaaf van diens brieven. Zelf schreef hij ook over verschillende onderwerpen. Hij verbeterde de stenografische teekenen en afkortingen, die de rom. snelschrijvers gewoon waren te bezigen, en die naar hemnotae Tironianaeworden geheeten.
Tirocinium fori, de intrede in de wereld van jongelingen omstreeks hun 17de jaar op het feest derLiberalia(z. a.).
Tiryns(gen.-this),Τίρυνς, oude stad met cyclopische muren in Argos, eens de zetel van Proetus en van Perseus. Kort voor den perzischen oorlog hadden de Argiven bij Tiryns door de Spartanen eene bloedige en zware nederlaag geleden, waarvan het gevolg was, dat de Gymnesii of argivische heloten zich van het bestuur te Argos meester maakten. Toen echter de zonen der gesneuvelden mannen waren geworden, joegen zij de Gymnesii uit de stad Argos. Deze vermeesterden nu Tiryns, doch werden ook hier door de Argiven vervolgd en bestormd, bij welke gelegenheid T. verwoest werd (± 465). Het lag van Argos Z.O.waarts.
Tisaeus mons,Τίσαιον ὄρος, hooge berg in het thessalische landschap Magnesia, die den zuidrand der golf van Pagasae vormt.
Tisamenus,Τισαμενός, 1) zoon van Orestes en Hermione, koning der Achaeërs, viel in den strijd tegen de Heracliden.—V. a. had hij na de overwinning der Doriërs zijn volk naar Aegialēa gevoerd en was hij daar in een strijd tegen de Ioniërs gesneuveld. Zijn gebeente werd later op bevel van een orakel naar Sparta gebracht.—2)een waarzegger uit Elis, de eenige vreemdeling die te Sparta het burgerrecht kreeg. Hem was namelijk voorspeld, dat hij vijf overwinningen zoude behalen, en daar hij nu bij de wedspelen telkens verslagen werd, begreep men, dat hier andere overwinningen bedoeld werden. Daarom namen de Spartanen hem bij den inval van Xerxes als burger op, en inderdaad was hij in hun leger bij de overwinning van Plataeae en nog bij vier andere gevechten, waarin zij overwinnaars bleven.
TisiaofTisianus, de Theiss, zijrivier van de Donau. Bij latere schrijvers is de naam Parthiscus.
Tisias,Τισίας, van Syracuse, leerling van Corax, leeraar der welsprekendheid en schrijver van een werk daarover, gaf onderwijs te Syracuse, Thurii en Athene. Gorgias, Lysias en Isocrates worden zijne leerlingen genoemd.
Tisiphone,Τισιφόνη, 1) eene van de Erinyes.—2)dochter van Alcmaeon (z. a.) en Manto.
Tissaphernes,Τισσαφέρνης, satraap van Lydië onder Darīus II en Artaxerxes II. In den peloponnesischen oorlog sloot hij door bemiddeling van Alcibiades een verbond met de Spartanen, zonder dat hij echter veel meervoor hen deed dan hulp beloven; zelfs knoopte hij in 411 onderhandelingen met de Atheners aan, die echter zonder gevolg bleven. Tegen Cyrus, zijn vijand, bracht hij verscheiden malen beschuldigingen bij het hof in, waaraan echter door den invloed van Parysatis weinig of geen gehoor gegeven werd. In den slag bij Cunaxa was hij een van de veldheeren bij het koninklijke leger, na den dood van Cyrus bood hij den Grieken zijn geleide aan op den terugtocht, maar nam vijf van hunne aanvoerders, die hij in zijn tent gelokt had, verraderlijk gevangen. Voor deze diensten werd de satrapie van Cyrus bij zijn gebied gevoegd, maar toen hij ook de ionische steden trachtte te onderwerpen, zonden de Spartanen een leger naar Azië om dit te beletten (396), z.Agesilausno. 1. Door list en onderhandelingen hield T. zich nog eenigen tijd staande, toen echter Agesilāus de overwinning aan den Pactōlus behaald had, werd hij afgezet en onthoofd (395).
Titānes,Τιτᾶνες, de 6 zonen en 6 dochters van Uranus en Gaea: Oceanus, Coeus, Crius, Hyperīon, Iapetus, Cronus, Thea, Rhea, Themis, Mnemosyne, Phoebe, Tethys. Onder aanvoering van hun jongsten broeder, Cronus (z. a.), beroofden zij Uranus van de wereldheerschappij en toen later Zeus op zijn beurt Cronus van den troon trachtte te stooten, wilden de Titanen dit beletten, en er ontstond een vreeselijke oorlog, dien zij van den Othrys, Zeus met de zijnen van den Olympus voerden. De strijd eindigde met de overwinning van Zeus, doch eerst nadat hij de Centimani uit den Tartarus verlost en tot zijn hulp opgeroepen had. De Titanen, die zich niet tegen Zeus verzet hadden, behielden hunne waardigheden, de andere werden in den Tartarus geworpen, maar na verloop van tijd, toen de nieuwe wereldorde op vaste grondslagen gebouwd was, weder verlost, waarop zij zich met Zeus verzoenden.—Men meent in de Titanen eene personificatie van ruwe natuurkrachten te zien, terwijl de regeering van Zeus, in tegenstelling met hen, de heerschappij van recht en wet in de wereld voorstelt.—Ook de afstammelingen der Titanen dragen soms denzelfden naam, in het bijzonder worden zoo genoemd Helius, de zoon van Hyperīon, en Promētheus, de zoon van Iapetus.
Titania,Τιτανία, dochter of vrouwelijke afstammeling van een Titan, bijv. Hecate, Leto, Circe e. a.
Titanides,Τιτανίδες, de vrouwelijke Titanen, dochters van Uranus en Gaea (z.Titanes).
Titaresius,Τιταρήσιος, later ook Europus genoemd, zijtak van den thessalischen Penēus, stroomt door Perrhaebia.
Tithōnus,Τιθωνός, zoon van Laomedon. Hij was de echtgenoot van Eos, die hem zoo innig beminde, dat zij Zeus om onsterfelijkheid voor hem vroeg. Zeus voldeed aan haar verlangen, doch daar zij vergeten had ook eeuwige jeugd voor hem te vragen, kromp hij van ouderdom ineen, totdat Zeus hem uit medelijden in een krekel veranderde.
Tithorea,Τιθορέα, 1) de N.W. kruin van den tweetoppigen Parnassus in Phocis. De andere top heette Lycoreus of Hyampēa.—2)stad aan den berg, zieNeon.
Tithraustes,Τιθραύστης, opvolger van Tissaphernes als satraap in Klein-Azië (395). Hij sloot met Agesilāus een wapenstilstand en zond, terwijl deze tegen Pharnabāzus oorlog voerde, den Rhodiër Timocrates met 50 talenten naar Griekenland, die met dit geld de Thebanen, Corinthiërs en Argiven in staat stelde een oorlog tegen Sparta te beginnen, waardoor het noodzakelijk werd Agesilāus terug te roepen. Volgens sommige berichten was Timocrates door Pharnabāzus uitgezonden.
Titia(lex), zietresvirino. 8 (IIIviri reipublicae constituendae).
TitiesofTitiensesis de naam van één der drie riddercenturiën, (de andere heeten Ramnes en Luceres), die volgens de overlevering door Romulus ingesteld zijn. Later heeft men ten onrechte gemeend, dat het geheele volk in Ramnes, Tities en Luceres was ingedeeld (dit zijn dan de 3 stamtribus), en de Tities in verband gebracht met koning Titus Tatius (zieTatius).
Titii(sodales), zieSodales.
Titii. 1)Sex. Titius, volkstribuun in 99, stelde eene akkerwet voor, die echter niet in behandeling kwam wegens den tegenstand van den consul M. Antonius. Later werd hij wegens onwettige handelingen veroordeeld, o. a. omdat hijinzijn huis het beeld van L. Saturnīnus had (zieAppuleiino. 1). Hij noemde zichzelf Cassandra, omdat niemand aan zijne voorspellingen geloof sloeg. Als redenaar was hij niet onverdienstelijk.—2)C. Titius, ongeveer een tijdgenoot van no. 1, redenaar en treurspeldichter.—3)P. Titius, volkstribuun in 43, maker van delex Titia.—4)M. Titius, viel in 40 in handen van Sex. Pompeius, die hem weder vrijliet. Later diende hij onder Antonius in Azië tegen de Parthen. Toen Sex. Pompeius nu naar Azië gevlucht was, werd Titius tegen hem afgezonden, die hem gevangen nam en te Milētus liet ombrengen (35). Dit laatste maakte Titius algemeen veracht. Later streed hij onder Octaviānus tegen Antonius en in 31 was hij consul, in 8legatusvan Syria.—5)Titius, een jong, veelbelovend dichter, een vriend van Horatius, vergezelde in 20 Tiberius naar Azië.—6)Titius Sabīnus, een vriend van Germanicus, een der slachtoffers van Seiānus (28 na C.).—7)Titius Proculus, met zijn vriend C. Silius (Siliino. 6) onder keizer Claudius ter dood gebracht (48 n. C.).—8)Titius Iuliānus, legaat in Moesia in 69 na C., dapper krijgsman.
Titinii. 1)L. Titinius Pansa Saccus, consulairtribuun in 400 en 396, patriciër.—2)C.enM. Titinius, broeders, volkstribunen in 193, later waarschijnlijk samen praetor (178), C. als praetor urbanus, M. als stadhouder van Hispania.—3)Titinius, rom. dichter vanfabulae togatae, van wien enkele fragmenten overig zijn, die wat karakterschildering betreft aan Terentius doen denken.—4)Q. Titinius, een rijk vriend van Cicero.Zijn zoonPontius Titiniānus, was in 49 aan Caesars zijde.—5)Titinius, centurio onder Cassius in 42 en door hem gedurende den slag bij Philippi naar Brutus gezonden om berichten in te winnen. Toen hij terugkeerde, had Cassius, die verslagen was, zich reeds laten dooden, waarop ook Titinius de hand aan zichzelf sloeg.
Titius,Τίτος, rivier in Dalmatia (Illyria), die Liburnia scheidt van het eigenlijke Dalmatia, en bij Scardona in zee valt.
Titurii.Q. Titurius Sabīnus, onder Caesar legaat in Gallia, sneuvelde bij den opstand der Eburones (z. a.).
Titus, rom. keizer 79–81 na C., voluitTitus Flavius Vespasiānus, was de zoon van Vespasianus en Flavia Domitia of Domitilla (zieDomitiino. 22). Met uitstekende gaven naar geest en lichaam toegerust, deed hij reeds vroeg het beste van zich hopen. Hij diende eerst in Germania en vervolgens onder zijn vader in Britannia en later in het Oosten. Toen Vespasianus in 69 tot keizer werd uitgeroepen, nam Titus, die in Judaea aan het hoofd van een legioen stond, het opperbevel over en maakte door de inneming van Jeruzalem aan den joodschen oorlog een einde, (70). Te Rome gekomen, werd hij door het volk met gejuich ontvangen en door zijn vader tot mederegent aangenomen (71). Het scheen echter, dat hij deze verheffing niet kon verdragen; zijne lichtzinnigheid en uitspattingen aan den eenen, en wreede strengheid aan den anderen kant, verwekten bij het rom. volk angstige bezorgdheid voor de toekomst. Nauwelijks echter was hij zijn vader in 79 als keizer opgevolgd, of hij was alleen streng tegenover zichzelven en de deelgenooten zijner vroegere uitspattingen. Hij liet geen doodvonnis vellen en aan samenzweerders tegen zijn persoon schonk hij edelmoedig vergiffenis. Bekend zijn zijne woorden:diem perdidi, toen hij een dag had laten voorbijgaan zonder eene weldaad te bewijzen. Door het dankbare volk werd hem de naam gegeven:deliciae generis humani. En wel was er onder zijne kortstondige regeering gelegenheid om zijne goedertierenheid te betoonen, want zware rampen troffen Italië: de geweldige uitbarsting van den Vesuvius (79), eene zware pestziekte en een hevige driedaagsche brand te Rome (80). Overal, waar te helpen of te troosten viel, verscheen hij, hulp en troost brengende. Hij droeg ook het zijne bij tot verfraaiing van Rome, voltooide het door zijn vader begonnen Colossēum (zieamphitheatrum), en liet o. a. dethermae Titien den nog bestaanden, hoewel van zijn vierspan beroofden boog van Titus (ziearcus) bouwen. Zijn overlijden wekte groote droefenis.
Tityus,Τιτυός, zoon van Gaea of van Zeus en Elara, een geweldige reus, die op Euboea woonde. Daar hij Leto belaagde, werd hij door Apollo en Artemis met pijlen of door Zeus met den bliksem gedood. In de onderwereld ligt hij in zijn geheele ontzaggelijke lengte op den grond uitgestrekt, terwijl twee gieren onophoudelijk aan zijn lever knagen.
Tium, Tius,Τίον, -ος, milesische kolonie op de kust van Bithynia, ten O. van Heraclēa Pontica.
Tlepolemus,Τληπόλεμος, 1) zoon van Heracles en Astyoche, doodde zijn oom Licymnius, hetzij bij ongeluk of met opzet, en vluchtte naar Rhodus, waar hij Lindus, Ialysus en Camīrus stichtte. Later nam hij deel aan den tocht tegen Troje, waar hij door dapperheid uitmuntte, maar door Sarpēdon gedood werd.—2)adellijk Macedoniër, werd in 325 door Alexander tot stadhouder van Carmanië benoemd en maakte zich in zijne provincie zoo bemind, dat Antigonus zelfs het niet waagde hem aan te vallen, hoewel hij een bondgenoot van Eumenes was geweest.
Tlos,Τλῶς, stad in het binnenland van Lycia.
Tmarus=Tomarus.
Tmolus,Τμῶλος, ookTimōlus,Τίμωλος, 1) gebergte in Lydië, met de bronnen van den Cayster en den Pactōlus. Er groeide veel wijn, in oude tijden vond men er ook goud. De god van den berg, bij Pluto of Omphale vader van Tantalus, wordt als scheidsrechter in een muzikalen wedstrijd tusschen Apollo en Pan genoemd.—2)zieProteus.
Toga, het overkleed van den rom. burger in vredestijd, dat men buitenshuis droeg en waarvan het gebruik aan ballingen ontzegd was. De toga was van geelachtig witte wol geweven,toga pura. Detoga praetextahad een roodpurperen rand en werd door hooge overheden en knapen gedragen.Toga pictais eene toga, die met borduursel is versierd, en werd soms bij zegetochten en spelen gedragen, misschien evenwel eerst onder het keizerrijk.Toga candida, ziecandidatus. Toga pulla, van donkere stof, als rouwgewaad.Toga sordida, ongewasschen toga (ziefullo), die men als beschuldigde aantrok, om op het medelijden der rechters te werken. De wijze, waarop de toga gedragen werd, was aan mode onderhevig. Oorspronkelijk had zij den vorm van een halven cirkel, doch zij werd met den tijd ruimer, zoodat zij ten slotte een geheelen cirkel, en wellicht nog meer, besloeg. Deze ruime toga werd ongeveer aldus omgeworpen. Men wierp ze eerst over den linkerschouder, trok ze onder den rechterarm door en sloeg ze dan weder over den linkerschouder, die dus dubbel bedekt was. Nu kwam het er echter op aan, de plooien sierlijk te verdeelen. Het gedeelte, dat onder den rechterarm doorging, moest natuurlijk dubbel gevouwen worden, anders zou het op den grond hebben gesleept. Hierdoor ontstond op de borst een plooi,sinusgenoemd, die als zak dienst kon doen. Om den linkerarm te gebruiken, die geheel bedekt was, moest men aan die zijde de toga omhoog trekken en over den arm laten hangen, zoodat de hand vrij bleef. De plooien werden met haken en knoopen vastgehouden en versierd met kwastjes, soms met gewichtjes bezwaard om de plooien omlaag te houden.
Togāta, 1)mulier, eenemeretrix, daar lichte vrouwen te Rome niet destola, het damesgewaad, mochten dragen, maar in de togamoesten gaan. Of zij deze op dezelfde wijze als de mannen droegen, is niet bekend.—2)fabula, een blijspel, dat op rom. bodem speelt, in tegenstelling derpalliata, waarvan de handeling in Griekenland voorvalt.
Tolbiācum, stad in Belgica aan den weg van Colonia Agrippīna (Keulen) naar Augusta Trevirorum (Trier), thans Zulpich.
Tolēnus, riviertje in het sabijnsche, dat zich in den Avens, een zijtak van den Nar, stort.
Tolērus, zieTrērus.
Tolētum, versterkte hoofdstad der Carpetāni in Hispania aan den Tagus (Taag), met beroemde staal- en wapenfabrieken, thans Toledo.
Tolistoboiiof-bogi,Τολιστοβόιοι, -βόγιοι, een der drie gallische stammen in Galatia (z. a.), waar Pessinus hunne hoofdstad was.
Tolmides,Τολμίδης, atheensch veldheer, deed in 455 met de vloot een tocht langs de kusten van de Peloponnēsus, overwon de Sicyoniërs en bracht de door de Spartanen overwonnen Messeniërs naar Naupactus over. In 447 trok hij naar Boeotië, waar door de verdreven aristocraten woelingen veroorzaakt werden, hij veroverde Chaeronēa, maar werd kort daarop bij Coronēa door de ballingen overrompeld en met een groot deel van zijn leger gedood.
Tolōsa,Τολῶσσα, thans Toulouse, stad in Gallia Narbonensis in het gebied der Tectosages aan den Garumna (Garonne), door den rom. veldheer Cn. Servilius Caepio in 106 geplunderd. Als rom. kolonie heette de plaats Palladia.
Tolumnius, 1) een augur, die met Turnus tegen Aenēas streed en sneuvelde, toen hij door een onverwachten aanval den wapenstilstand had geschonden.—2)Lars Tolumnius, koning van Veii, die vier rom. gezanten om het leven liet brengen (wier standbeelden nog in Cicero’s tijd op het forum stonden) en door den consul A. Cornelius Cossus in 428 met eigen hand in den strijd gedood werd.
Tomarus,Τόμαρος, gebergte in Epīrus nabij Dodōna.
Tomi, Tomis(gen.-idis),Τόμοι, Τόμις, stad in Moesia aan de kust van den Pontus Euxīnus (Zwarte zee), volkplanting van Milētus. Hierheen werd de dichter Ovidius in 9 n. Chr. door Augustus in ballingschap gezonden.
Tomyris,Τόμυρις, koningin der Massageten, die door Cyrus beoorloogd, werd. Nadat deze door list eene overwinning had behaald, velen van haar volk gedood en haar zoon gevangen genomen had, wist zij hem in een hinderlaag te lokken en liet zij hem dooden (529).
Tonans, de dondergod, bijnaam van Jupiter.
Toranii.C. Toranius, quaestor in 73, streed onder Varinius in 71 tegen Spartacus, was ± 65 aedilis plebis met C. Octavius, werd na diens dood voogd over den lateren Octaviānus; later was hij bij de partij van Pompeius, na wiens dood hij te Corcȳra verblijf hield. Hij kwam in 43 om bij de vogelvrijverklaringen, uit hebzucht verraden door zijn zoon, ook C. Toranius geheeten, die vervolgens de erfenis zijns vaders verkwistte en als balling arm stierf.
Torboleti, zieTurdetani.
Toronaeus sinus,ΤορωναῖοςofΤορωναϊκὸς κόλπος, de golf tusschen de schiereilanden Pallēne en Sithonia.
Torone,Τορώνη, aanzienlijke stad op het chalcidische schiereiland Sithonia, aan de golf van Torone,Toronaeus sinus,Τορωναϊκὸς κόλπος.
Torquātus, bijnaam in degens Manlia(Manliino. 11–14).
Toxaris,Τόξαρις, een Scyth, die met Anacharsis te Athene kwam, daar algemeene achting genoot, en ook als geneeskundige naam verwierf.
Toxandri, zieTexuandri.
Τοξόται, 1) boogschutters, komen in de grieksche legers niet veel voor; zij behooren tot de lichte troepen,γυμνῆτες. Te Athene was hun aantal in de vijfde eeuw 1600, die tot de klasse der theten behoorden. Ook bereden boogschutters (ἱπποτοξόται) worden vermeld.—2) een corps van 300, later 600, nog later 1200 staatsslaven,δημόσιοι, die te Athene als politieagenten dienst deden. Zij hadden een kazerne aan de markt, later bij den Areopagus. Zij worden ookΣκύθαι, of naar zekeren Speusinus, die het corps georganiseerd zou hebben,Σπευσίνιοι, genoemd. Hunne aanvoerders heettenτόξαρχοι.
Toygeni,Τωυγενοί, een keltische stam, gouw der Helvetii, v. s. identisch met de Teutones.
Trabea(Q.), oud rom. blijspeldichter in de eerste helft der tweede eeuw.
Trabea, mantel met horizontale purperen strepen, door de rom. koningen, door de augurs en bij plechtige gelegenheden door de equites gedragen.
Trachinia,Τραχινία, zieTrachis.
Trachis,Τραχίς, Τραχίν, oude stad in het Z. van Thessalia in het land der Maliërs, in welker nabijheid de mythe den dood van Heracles op den brandstapel plaatst. In den peloponnesischen oorlog stichtten de Spartanen, 12 minuten gaans van de oude stad, een nieuw Trachis,Heraclēa Trachiniagenoemd,Ἡράκλεια ἡ ἐν Τραχινίᾳ. In 394 maakten de Boeotiërs zich er meester van. In 191 werd het door den rom. consul M’. Acilius Glabrio in den syrischen oorlog verwoest.
Trachonītis,Τραχωνῖτις, zandige bergstreek in Syria, ten Z. van Damascus, later tot Peraea gerekend.
Tragia,Τραγία, eilandje ten Z. van Samus, waar de Samiërs in 440 door Pericles ter zee verslagen werden.
Tragoedia,τραγῳδία. Het grieksche treurspel heeft zijn oorsprong te danken aan den dithyrambus, en is dus een onderdeel van de Dionysusfeesten, de naamτραγῳδίαis afgeleid van den bok (τράγος), die gedurende het feestgezang geofferd werd. Thespis wordtalgemeen als de schepper van het treurspel genoemd: terwijl namelijk vroeger de dithyrambische koorzangen afgewisseld werden door voordrachten van den koorleider, verving Th. in zijne werken, die overigens in inhoud en waarschijnlijk ook in vorm niet veel van den dithyrambus verschilden, deze verhalende voordrachten door gesprekken tusschen een tooneelspeler en het koor. Daarmede was de eerste stap van lyrische tot dramatische poëzie gedaan; daar dezelfde tooneelspeler door verandering van kleeding en masker in verschillende rollen konde optreden, was het reeds nu mogelijk sommige zeer eenvoudige handelingen af te spelen. Op dezen grondslag werd nu door sommige dichters na Thespis (Phrynichus, Choerilus, Pratinas e. a.) voortgebouwd, en eindelijk bereikte het treurspel zijn hoogsten bloei onder de handen van Aeschylus, Sophocles en Euripides. Niet slechts dat hunne stukken als dichterlijke voortbrengselen, volgens de meening der ouden en voorzoover wij het kunnen beoordeelen, zoowel die van hunne voorgangers als van hunne tijdgenooten en navolgers overtroffen, maar door het laten optreden van meer tooneelspelers (waarbij echter de regel gold, dat niet meer dan drie tegelijk op het tooneel mochten zijn) en ook door het vereenigen der stukken tot trilogieën en tetralogieën, werd het hun mogelijk de handeling meer omvangrijk en afwisselend te maken, aanvulling door verhalen werd steeds minder noodig, terwijl voor de opvoering gewichtige hulpmiddelen gevonden werden in zorgvuldig gekozen decoraties en costumes. Voor het koor is echter onder deze omstandigheden geen plaats meer als medewerker, zijne gezangen verminderen in omvang en beteekenis en dienen nog slechts om den dialoog door zang en dans af te wisselen, zij vormen niet meer een bestanddeel van de handeling zelve, maar begeleiden haar met de opmerkingen en raadgevingen van een “ideaal toeschouwer”. Den inhoud hunner stukken ontleenen de treurspeldichters aan de oude mythen, deze behandelen zij zoo, dat uit een gegeven toestand de gebeurtenissen zich volgens de wetten der noodzakelijkheid en in overeenstemming met de karakters der handelende personen ontwikkelen, totdat de catastrophe bereikt wordt, een keerpunt, dat den overgang van geluk tot ongeluk of omgekeerd vormt. In de richting, door de drie groote meesters aangewezen, werkten gedurende de geheele oudheid talrijke navolgers, doch geen van hen schijnt meer dan een kortstondigen bijval gevonden te hebben, terwijl de stukken van Aeschylus, Sophocles en vooral Euripides nog vele eeuwen na hun dood herhaaldelijk werden opgevoerd.—Het rom. treurspel, waarvan Livius Andronīcus de eerste dichter was, is op weinige uitzonderingen na in vorm en inhoud eene navolging van het grieksche gebleven, sommige Rom. schreven zelfs stukken in het Grieksch.