Vestales.Vestāles, ookvirgines Vestaegeheeten, vestaalsche maagden. In den Vesta-tempel, deheilige haardstede van den rom. staat, werd de dienst door zes priesteressen waargenomen. De voornaamste taak der dienstdoende Vestalin was te zorgen dat het vuur in den tempel niet uitging; doch bovendien hadden de priesteressen nog andere plichten te vervullen, o. a. het bereiden van het gezouten offermeel (mola salsa), waarmede de offerdieren bestrooid werden, het bewaren van bloed en asch van sommige offers, die later als reinigingsmiddelen dienst moesten doen, het opzenden van gebeden voor volk en staat, later ook voor den keizer en diens gezin, enz. Ging het vuur uit, dan werd de nalatige priesteres door den opperpontifex gegeeseld. Slechts éénmaal ’s jaars, den 1enMaart, den dag waarop oudtijds het jaar begon, moest het vuur uitgaan, om dan vernieuwd te worden. Nooit mocht het van buiten ingebracht worden, het moest in den tempel zelf door wrijving van hout ontstoken worden. Evenals het vuur een zinnebeeld van reinheid is, moesten ook Vesta’s priesteressen hare maagdelijke kuischheid bewaren; anders werden zij levend in een graf ingemetseld, terwijl ook haar verleider met den dood gestraft werd. Volgens delex Papia(z. a.) koos de pontifex maximus, wanneer er een plaats als Vestalin te vervullen viel, naar goedvinden 20 meisjes uit, niet jonger dan zes en niet ouder dan tien jaar; deze moesten vrij van lichaamsgebreken zijn, hare ouders, vader en moeder, nog in leven zijn enper confarreationemgehuwd zijn. Uit deze 20 werd door het lot ééne aangewezen en door den pontifex maximus als vestaalsche maagd aangenomen (virginem capere). Hoewel er enkele redenen tot vrijstelling waren, b.v. wanneer reeds eene zuster in Vesta’s dienst was of wanneer het kind reeds aan een pontifex verloofd was of wanneer de vader tot de flamines, augurs, XV viri sacris faciundis of septemviri epulōnes behoorde, kon men zich zonder zulk een reden niet aan de keus onttrekken. Ook konden ouders hunne dochters aanbieden. Tien jaar lang bleef de Vestalin leerlinge in den dienst, daarna moest zij tien jaar dienst verrichten, vervolgens tien jaar als leermeesteres der nieuwelingen werkzaam zijn. Na die 30 jaren mocht zij huwen, hetgeen echter ongaarne gezien werd. Devirgines Vestalesgenoten groote eer. Zij warensui iuris, zij alleen mochten te Rome op een wagen rijden, bij openbare feesten en spelen hadden zij de eereplaats. Op straat werden zij voorafgegaan door een lictor, zelfs de consul week voor haar uit, terwijl zijne lictoren hunne roedenbundels naar den grond gericht hielden (fasces submittere). Wanneer zij een veroordeelde ontmoetten, was deze vrij. Zie ookClaudiino. 12. De vestaalsche maagden droegen over het gewone vrouwengewaad een soort van linnen jakje, verder hetsuffibulumen deinfula. Aan haar hoofd stond devirgo maxima.Vestibulum, een voorplein voor een aanzienlijk rom. huis, aan drie zijden door muren ingesloten. In de teekening op bl. 241 is wel eene kleine inspringende ruimte alsvestibulumaangegeven, doch men vergete niet, dat daar slechts een woning van zeer matigen omvang in eene landstad is voorgesteld, die niet te vergelijken is met de paleizen der rijken te Rome.Vestīni, rom. geslacht uit den keizerstijd. 1)L. Vestinus, uit Vienna (Vienne) aan den Rhodanus (Rhône) in Gallia, bij keizer Claudius zeer gezien.—2)M. Vestinus Atticus, zoon van no. 1, eerst een vriend van Nero, later van hem afkeerig. Hij bespotte en beleedigde zelfs den keizer, die hem eerst vruchteloos in de samenzwering van Piso zocht te betrekken, en hem ten slotte, omdat hij met Statilia Messalīna getrouwd was, in zijn eigen huis liet overvallen en om het leven brengen (65 na C.).—3)L. Vestinus, ook een zoon van no. 1, herbouwde voor Vespasiānus het afgebrande Capitool.Vestīni,Οὐηστινοί, kleine sabellische volksstam aan de Adriatische zee, gewoonlijk in éénen adem genoemd met de verwante Marsi, Marrucīni en Paeligni, met wie zij verbonden waren. Zij werden in 301 onderworpen door de Rom. en namen in 90 deel aan den opstand der bondgenooten.Vestricius Spurinna, z.Spurīnaeno. 2.Vesulus mons, thans Monte Viso, in de Cottische Alpen, een der weinige Alpentoppen, waarvan een rom. naam bekend is. Op dezen berg ontspringt de Padus (Po).Vesuvius, Vesēvus, Vesbius,Οὐεσσούιος, Βέσβιος, thans nog Vesuvius, de bekendevulkaan bij Napels. Gedurende den geheelen tijd van Rome’s bestaan schijnt de berg in rust te hebben verkeerd tot aan de vreeselijke en geheel onverwachte uitbarsting van 79 n. C., waardoor o. a. Herculaneum en Pompeii bedolven werden. Door deze en latere uitbarstingen is het uiterlijk van den berg geheel veranderd.Vetera, voluitCastra Vetera, rom. sterkte, in de geschiedenis van den bataafschen opstand bekend, zeer nabij het tegenw. Xanten aan den Rijn. Zie verder onderCastra.Vettii.1)T. Vettius,romeinschridder, veroorzaakte in 104 in Campania een slavenopstand.—2)P. Vettius Scato(Cato),een van de aanvoerders der bondgenooten in den marsischen oorlog, die den Rom. eenige nederlagen toebracht (90), doch op den duur het onderspit moest delven. Toen de bondgenooten zich langzamerhand aan de Rom. onderwierpen, kon Vettius er niet toe besluiten de wapens neer te leggen, en toen zijne eigene soldaten hem aan den rom. consul Cn. Pompeius Strabo wilden uitleveren, liet hij zich door een slaaf dooden.—3)L. Vettius, rom. ridder, behoordetotde Catilinarii, maar verried daarna zijne medeplichtigen (63). Later liet hij zich door Caesar gebruiken, om eene samenzwering tegen Pompeius te verdichten en o. a. Scribonius Curio en diens zoon (Scriboniino. 5 en 6) en anderen er van te beschuldigen (59). De volkstribuun P. Vatinius kwam hierop met een wetsvoorstel voor den dag om tegen de door Vettius genoemde personen een gerechtelijk onderzoek in te stellen. Intusschen, zóó ver kwam het niet. Vettius was in zijne verklaringen zoo met zichzelf in strijd, dat hij zelf in de gevangenis werd geworpen. Daar vond men hem op zekeren dag dood, waaraan Caesar of Vatinius verdacht wordt niet vreemd te zijn geweest.—4)Vettius Valens, beroemd geneesheer onder Claudius.—5)Vettius Polānus, diende onder Domitius Corbulo in Armenia, werd door Vitellius als stadhouder naar Brittannia en door Vespasiānus naar Asia gezonden.Vettona, klein plaatsje in Umbria, aan den bovenloop van den Tiber, ten Z. van Perusia, tgw. Bettona.Vettones,ΟὐέττωνεςenΟὐέττονες, aanzienlijk volk in Lusitania tusschen den Durius (Duero) en den Tagus (Taag). Hoofdstad: Salmantica (Salamanca). Van hen wordt verhaald, dat zij in het eerst de rom. officieren, die zij zagen wandelen, met geweld naar het kamp terugbrachten, omdat zij meenden dat men krankzinnig moest wezen, om zich noodeloos zoo te vermoeien.Vetulonia,Οὐετουλώνιον, eene der 12 etrurische bondssteden, niet ver van de kust, ten N. van Rusellae. De stad is vroeg vervallen; ze lag in de beruchte koortsstreek der Maremmen. In de nabijheid waren warme bronnen,aquae Vetuloniae.Volgenshet verhaal zouden de Rom. de fasces, sella curulis, toga praetexta en tuba aan de Vetuloniërs ontleend hebben.Veturii.1)Veturius Mamurius, beroemd wapensmid, zieancīle.—2)P. Veturius Geminus Cicurīnus, consul in 499, overwon de Fidenaten, en zijn broederT., consul in 494 de Aequers.—3)T. Vetur. Gem. Cicurinus, consul in 462, hield eenovatio(z. a.) over Aequers en Volscers.—4)C. Vetur. Cicur., consul in 455, overwon ook de Aequers.—5)onder de decemviri en consulairtribunen komt een vijftalVeturii Crassi Cicurinivoor.—6)T. Veturius Calvīnuswas een der consuls, die in 321 bij Caudium door de Samnieten werden ingesloten. Hij en zijn ambtgenoot Sp. Postumius Albinus (Postumiino. 7) werden door den senaat, die het gesloten verdrag verwierp, aan de vijanden uitgeleverd, doch de Samnieten zonden hen naar Rome terug. In 334 waren beiden ook te zamen consul geweest.—7)L. Veturius Philowas consul in 220. In 217 totdictator comitiorum habendorum causabenoemd, moest hij alsvitio creatusaftreden. In 210 was hij censor, maar stierf tijdens de censuur.—8)L. Veturius Philo, misschien een zoon van no. 7, onderscheidde zich in 207 als legaat in den slag bij den Metaurus, in 206 was hij consul en onderwierp Lucania weder. In 202 diende hij onder Scipio in den slag bij Zama, en bracht daarna het bericht van de overwinning naar Rome over.—9)Veturia, moeder van Coriolanus, zieMarciino. 3.Vexillum, ziesignumno. 2.Viādus, rivier in Germania, thans Oder.Viatōres, staatsboden in dienst van sommige rom. overheden, als: consuls, praetoren, censoren, volkstribunen, aedielen e. a. Zij werden gebruikt om boodschappen over te brengen, oproepingen te doen, iemand in hechtenis te nemen. Zie verderapparitores.Vibii, rom. gesl. van samnietischen oorsprong. 1)C. Vibius Pansa Caetronianus, eerst uit Rome om zijne mariaanschgezindheid verbannen, sloot zich na zijn terugkeer bij Caesar aan, onder wien hij ook in Gallia diende. In 51 werd hij volkstribuun, in 47 en 46 stadhouder van Bithynia, in 45 van Gallia Cisalpīna. Na Pompeius’ dood was hij voor een aantal personen bij Caesar voorspraak. Na Caesars dood was hij in 43 consul met A. Hirtius (z. a.). In den mutinensischen oorlog tegen M. Antonius sneuvelden Pansa en Hirtius beiden in de nabijheid van Mutina.—2)Vibius Gallus, rom. rhetor onder Augustus, oefende zich zoolang in het nabootsen van krankzinnigen, tot hij zelf krankzinnig werd.—3)C. Vibius Postumusstreed met goed gevolg 9 na C. tegen de opstandelingen in Dalmatia.—4)C. Vibius Marsuswas legaat van Germanicus in het O. en bracht na diens dood Agrippīna naar Rome. Onder Claudius was hij stadhouder van Syria.—5)Vibius Serēnuswas in 16 n. C. één van de aanklagers van Scribonius Libo (Scriboniino. 9); hij werd in 24 door zijn eigen zoon bij Tiberius aangeklaagd van hoogverraad, doch door den keizer begenadigd.—6)Q. Vibius Crispus, redenaar ten tijde van Domitiānus.—7)C. Vibius Treboniānus Gallus, uit Perusia,rom. keizer 251–253 na C. ZieGallus.—8)C. Vibius Afinius Gallus Veldumniānus Volusiānus, gewoonlijk Volusianus genoemd, zoon van no. 7 en door zijn vader tot Caesar aangenomen; zieGallus.—9)Vibius Sequester, schrijver van een saai werkjede fluminibus,fontibus, lacubus, nemoribus, paludibus, montibus,gentibus, quorum apud poëtas mentio fit, leefde in de 4deof 5deeeuw na C.Vibisci, zieBituriges.Vibo, zieValentiano. 4 enHippono. 4.Vibullius Rufus(L.), aanhanger van Pompeius, eerst door dezen als onderhandelaar met Caesar gebruikt, werd in den burgeroorlog tweemaal door Caesar gevangen genomen doch weder vrijgelaten en de tweede maal met vredesvoorstellen tot Pompeius gezonden.Vica Pota, v. s. een andere naam voor Victoria, de rom. godin der overwinning; anderen leiden haar naam af vanvictusenpotus, zoodat ze op eten en drinken betrekking zou hebben. Zij had een heiligdom aan de Velia.Vicariusheette de slaaf van een slaaf. Wanneer toch aan een slaaf door zijn meester het genot van eenig vermogen was toegestaan, b.v. een deel van zijne verdiensten (ziepeculium), hetgeen meermalen het geval was met slaven, die een ambacht beoefenden en op zichzelf woonden, dan kon zulk een slaaf op zijne beurt ook soms weder een slaaf koopen en in zijn dienst gebruiken.—Onder Constantijn den Gr. wasvicariusde titel van een stadhouder over eene der dioecesen, waarin elke praefectuur verdeeld was. Ziepraefectura.Vice(n)tia, thans Vicenza, stad der Veneters tusschen Patavium (Padua) en Verōna.Victor, Victrix, bijnaam van Jupiter, Mars, Hercules, Venus en Minerva. Ook sommige rom. legioenen kregen den bijnaam Victrix.Victor.1)C. Iulius Victor, schrijver van een klein werkje,ars rhetorica Hermagorae etc.Hij leefde in de 4deeeuw n. C.—2)S. Aurelius Victor, zieAurēliino. 12.Victoria, Victorīna, zieVictorīnus.Victoriati, z.Bigati.Victorīnus(M. Piavonius), een Galliër, die onder de regeering van Galliēnus, in het zoogen. tijdperk der 30 tyrannen, in het begin van 268 n. C. door Postumus (z. a.) tot mederegent werd aangenomen, maar in 269 of 270 te Colonia Agrippīna (Keulen) met zijn zoon vermoord werd. Een grooten invloed had tijdens zijn regeering en daarna zijne moeder Victorīna (Victoria), die eerst M. Aurelius Marius tot keizer liet uitroepen, en toen deze door zijne soldaten vermoord was, Tetricus (z. a.). De berichten omtrent dezen tijd zijn echter zeer verward en onzeker.Victumalae, plaatsje ten W. van den Ticinus, waar in 218 P. Cornelius Scipio (Corneliino. 11) door Hannibal verslagen werd.Vicus.1) onderafdeeling eenertribus urbāna(zietribus), dus eene wijk. Aan het hoofd daarvan stond eenmagister vici. De bewoners eener wijk hadden gemeenschappelijke godsdienstige feesten,compitalia(z. a.), en gemeenschappelijkelares compitales.—2)naam van sommige straten te Rome, als:vicus Tuscus,vicus Iugarius, vicus Longuse. a.—3)buiten de stad beteekent het woord een dorp of een vlek. Dezevicidroegen den naam vanforaenconciliabula, als het markt- en gerechtsplaatsen en centra voor de lichting waren. Zij hadden niet de rechten van eenmunicipium; waren zij versterkt, dan heetten zijcastraofcastella.Viduus, een god, door wien de ziel van den mensch bij zijn dood van het lichaam gescheiden wordt. Hij had een tempel buiten Rome.Vienna, thans Vienne, hoofdstad der Allobroges aan den Rhodanus (Rhône), ten Z. van Lugdūnum (Lyon).Vigintisexviri, gemeenschappelijke naam van eenige magistraten van lageren rang:Xviri stlitibus iudicandis, IVviri iuri dicundoofpraefecti Capuam Cumas, IIIviri monetales,IVviri viis in urbe et IIviri viis extra urbem purgandis, IIIviri capitales. Nadat Augustus de IVviri iuri dicundo en de IIviri viis extra urbem purgandis had afgeschaft, werden de overigen gezamenlijkvigintivirigenoemd.Vigintiviri, zievigintisexviri.Villa.Uit den aard der zaak waren er groote en kleine buitenverblijven. Over het algemeen waren zij minder gebouwd met het oog op regelmaat, dan wel op gemak en zooveel mogelijk er op ingericht om in verschillende jaargetijden aan verschillende zijden bewoond te worden. Men onderscheidde devilla urbanaof het heerenhuis en devilla rusticaof boerderij. Het buitenverblijf van een rijken Romein vereenigde alle gemakken in zich. Behalve woon-, slaap-, eet-, studeer- en ontvangvertrekken had men er de onmisbare badkamers,sphaeristeriaof zalen voor het balspel, gesloten en open gaanderijen om met alle weer beweging te kunnen nemen (zie ookcryptoporticus), soms een of meer torens om een ruim uitzicht te genieten, verder een wandelpark met boschjes, vijvers, volières, meermalen eene diergaarde enz. De groote buitenplaatsen aan zee hadden dikwijls vijvers voor zeevisch, die met eene sluis waren afgesloten. Ook gebeurde het wel, dat er van de kust uit dammen in zee werden aangelegd om op de daartusschen aangeplempte ruimte het heerenhuis te kunnen bouwen met een onbelemmerd uitzicht.—De boerderij bestond in den regel uit een of meer binnenpleinen, waaromheen de woning, de stallen en schuren stonden. In het midden dezer binnenplaatsen (cohortes, cortes) waren waterbekkens. In het hoofdgebouw was de woning van den opzichter of meier (villicus), in de bijgebouwen de vertrekken voor de slaven (ziecella), de wijn- en oliepersen (torcularia), de wijn- en oliekelders (cella vinaria, olearia) enz. Dan behoorde er een hoenderhof bij met allerlei soorten van hoenders, ook fazanten en pauwen, en een duiventil. Op de boerderij was ook hetergastulumof de slavengevangenis, een grootvertrek, niet geheel onder, maar toch in den grond gebouwd, dat zijn licht ontving door getraliede vensteropeningen boven in den muur.—Villa publicais de naam van het ambtslokaal der censoren op het Campus Martius.Rom. villa (muurschildering te Pompeii).Rom. villa (muurschildering te Pompeii).Villia(lex)annālis, van den volkstribuun L. Villius in 180, waarnaar de familie den bijnaam vanAnnāliskreeg. Zij bevatte bepalingen omtrent den leeftijd, waarop men naar eenig ambt mocht dingen en de volgorde, waarin de ambten bekleed moesten worden. Uit het voorbeeld van Tib. Gracchus, die reeds vóór zijn 17dejaar in dienst ging en op zijn 27stejaar quaestor werd, en dat van Cicero, die drie jaar in Griekenland doorbracht en op zijn 31stejaar quaestor was, en uit enkele andere gegevens, mag men vermoedelijk het volgende opmaken. In den regel ging men na zijn 17denverjaardag in dienst en moest men 10 dienstjaren hebben. Had men die jaren nu achtereen uitgediend, dan kon men reeds op zijn 27stejaar naar de quaestuur dingen, anders eerst later. Zes jaar na de quaestuur kon men de aediliteit of het volkstribunaat bekleeden, drie jaar daarna de praetuur en nog drie jaar later het consulaat. Cicero was quaestor op zijn 31ste, aediel op zijn 37ste, praetor op zijn 40ste, consul op zijn 43stejaar. De genoemde ambten moesten in deze volgorde worden doorloopen. Aediliteit en volkstribunaat schijnen op ééne lijn te hebben gestaan, zoodat men kiezen kon, naar welk van beide men wilde dingen.Villicus, de opzichter der boerderij, meestal een vrijgelatene. Zievilla.Villii, een plebejisch geslacht. 1)P. Villius Tappulus, consul in 199, kreeg het opperbevel in den macedonischen oorlog, doch kon niet veel uitvoeren. Hij werd opgevolgd door T. Quinctius Flaminīnus. In 192 volbracht hij eene zending bij koning Antiochus van Syria, bij welke gelegenheid hij Hannibal te Ephesus ontmoette.—2)L. Villius, volkstribuun in 180; zieVillia lex.—3)C. Villius, deelgenoot der plannen van Ti. Gracchus, verloor met dezen het leven.—4)L. Villius Annālis, in 43 door de driemannen vogelvrij verklaard, werd verraden door zijn eigen zoon, die tot belooning quaestor werd, doch later zelf werd omgebracht door de soldaten die zijn vader hadden gedood.Viminacium, vesting aan den Donau, en hoofdstad van Moesia Superior.Viminālis(collis) =biezenheuvel, een der bergen, waarop Rome gebouwd was, gelegen tusschen den Collis Quirinālis en den Mons Cispius.Vinalia, wijnfeesten.—1)V. priora, een feest, den 23stenApril te Rome gevierd, waarbij men aan Jupiter offerde en bij den tempel van Venus jongen wijn uitgoot. Het werd later beschouwd als een herinnering aan eene gelofte van Aenēas (z.Mezentius).—2)V. rustica, een feest, dat den 19denAugustus in de wijnbergen gevierd werd, en waarbij deflamen DialisaanJupitereen lam offerde.Vindelicia,Οὐινδελικία, sedert 15 rom. Donauprov., ten N. door den Donau begrensd, en zich van den Aenus (Inn) in westelijke richting uitstrekkende tot aan het land der Helvetii (de lacus Brigantīnus, meer van Konstanz of Bodensee, lag nog in Vindelicia). Ten Z. grensde het gewest aan Raetia, waarmede het ééne provincie uitmaakte. In later tijd maakte V. de provincie Raetia II uit. DeVindeliciwaren Kelten. Hoofdstad:Augusta Vindelicorum, thans Augsburg, aan den Licus (Lech). Aan de samenvloeiing van Donau en Inn lag Batāva Castra, thans Passau.Vindex(C. Iulius), een Galliër, uit eenvorstelijk aquitanisch geslacht gesproten, generaal in rom. dienst, werd door Nero als propraetor over Gallia Narbonensis aangesteld. Over Nero’s onwaardigheid en dwingelandij verbitterd, kwam hij in 68 n. C. tegen hem in opstand, doch niet met de bedoeling zichzelf te verheffen. Hij droeg den Galliërs zelfs op, hem te dooden, zoo hij naar de heerschappij streefde. Hij omhelsde de zaak van Galba. Met Verginius Rufus, stadhouder van Germania Superior (zieVerginiino. 8), sloot hij eene overeenkomst, doch door een misverstand geraakten beider troepen bij Vesontio (Besançon) slaags; Vindex werd overrompeld en benam zichzelf het leven.Vindex,qui vim dicit, die met geweld dreigt, n.l. in goeden zin, als men iemand wil aanranden, dus: handhaver van het recht, wreker, beschermer, verdediger. In rechten isvindexdegene, die bij eenein ius vocatiozich in plaats van den gedaagde stelt en bij demanus iniectiodoor zijne tusschenkomst de inhechtenisneming verhindert en de zaak van den gegrepene tot de zijne maakt, dus: bevrijder, redder, borg. Vandaar komtvindexook in de beteekenis van plaatsvervanger voor. Overdrachtelijk ook: iemand die den knoop doorhakt.Vindicare, vindicatio.Vindicatiois oorspronkelijk de handhaving van zijn recht (vgl.vindex), een zinnebeeldige handeling bij strijd over eigendomsrecht. Beide partijen betraden b.v. den betwisten grond in tegenwoordigheid van den praetor en van getuigen (superstites); later bracht men slechts eene kluit aarde mede, die men van den grond in kwestie had medegenomen en dievindiciaegenoemd werd, omdat zij gevindiceerd werd. Elke der partijen raakte de kluit met het zinnebeeldige roedje,vindictaoffestuca(eigl. een grashalm, op de betwiste plaats geplukt) aan en verklaarde deze voor zijn eigendom (vindicatioenrevindicatio). In ruimeren zin isvindicatiode actie over eigendomsrecht in het algemeen. Zij had ook plaats bij geschillen over eigendomsrecht, alsmede in processen over vrijheid of onvrijheid,causae liberales(zieassertor, vgl. ookmanumissio). Vandaar de uitdrukkingaliquem in libertatem vindicare, iemands vrijheid eischen, iemand bevrijden. Ook komtvindicarein de beteekenis voor van straffen, wreken (aliquid, in aliquem); in het latere Latijn ook:se vindicare ab aliquo, zich op iemand wreken.Vindicius, een slaaf te Rome, die de samenzwering ten gunste van den verdreven koning Tarquinius Superbus aan het licht bracht en met vrijheid en burgerrecht werd beloond; zieValeriae legesno. 2.Vindicta=festuca, zievindicare.Vindili=Vandali.Vindius mons, gebergte langs de Noordkust van Hispania, het tegenw. Cantabrisch gebergte.—2)Οὐίνδιον ὄρος, gebergte in India dat Noord-Indië van Dekhan scheidt, tgw. Vindhja.Vindobona, keltische stad, rom. municipium in Pannonia, ligplaats der Donauvloot; thans Weenen. Keizer Marcus Aurelius overleed hier, 180 na C.Vindonissa, stad der Helvetii, aan den Arurius (Aar), thans Windisch, met belangrijke overblijfsels, o. a. van eene waterleiding en een amphitheater.Vineae.Vineae, schutdaken, als het ware kramen, van een stevig dak voorzien en die aan de zijden naar verkiezing konden geopend en gesloten worden. In den regel waren zij bij de 5 meter lang. Door een aantal zulkevineaeaan elkander te schuiven, vormden de belegeraars een overdekten gang, waarin zij schotvrij waren en waar de stormram (ziearies) werken kon. Van boven werden zij gedekt met gelooide of ongelooide huiden, om te voorkomen dat zij vuur zouden vatten door de brandbare stoffen, die de belegerden er op wierpen.Vinicii.1)P.enL. Vinicius, twee broeders, van wie de eerste een middelmatig, de tweede een goed redenaar was, vooral bedreven in het spreken voor de vuist. De laatste was in 51 volkstribuun, in 33 consul.—2)M. Vinicius, consul in 19, diende onder de regeering van Augustus in Germania en Pannonia.—3)L. Vinicius, zoon vanL. Viniciusno. 1, een edel jongeling, gunsteling van Augustus.—4)M. Vinicius, wiens vrouw eene zuster van Caligula was, hoopte te vergeefs dezen op te volgen. Later werd hij door Messalīna, wier verleiding hij afwees, vergiftigd (46 n. C.). Velleius Paterculus droeg aan hem zijn geschiedwerk op.Vinii.1)T. Viniuswerd van de proscripties der driemannen gered door zijne vrouw en door de trouw van een vrijgelatene,T. Vinius Philopoemen, die later door de gunst van Augustus rom. ridder werd.—2)C. Vinius Fronto Asella, buurman van Horatius.—3)T. Vinius Rufīnus, legaat en medeconsul van keizer Galba (68 na C.), gehaat om zijne laagheden en hebzucht, werd met Galba vermoord.—4)Vinia Crispīna, dochter van no. 3, bij haars vaders leven verloofd met Otho (keizer in 69), kocht voor hoogen prijs het hoofd haars vaders van diens moordenaars.Vipsanii.1)M. Vipsanius Agrippawerd in 63 uit een onaanzienlijk geslacht geboren. Door gemeenschappelijke studiën in nauwere aanraking met Octaviānus gekomen, werd hij diens boezemvriend en intieme raadsman. Eerst onderscheidde hij zich in den perusijnschen oorlog (zieAntoniino. 6), waarna hij praetor werd. Vervolgens bedwong hij een opstand in Gallia, drong ook over den Rijn en werd in 37 consul. Hij legde vervolgens een oorlogshaven bij Baiae aan (zieAvernus lacus) en bouwde een nieuwe vloot voor de Tyrrheensche zee. In 36 bracht hij aan Sex. Pompeius gevoelige nederlagen ter zee toeop de sicilische kust bij Mylae en Naulochus. Met Octavianus streed hij nog voorspoedig in Illyria en Dalmatia, en werd in 33 aediel. Aan de overwinning bij Actium in 31 (zieAntoniino. 4) had Agrippa als admiraal het grootste aandeel; ook de nieuwe indeeling van Italia in het jaar 30 was zijn werk. Nog tweemaal bekleedde hij het consulaat, terwijl hij nog verschillende veldtochten ondernam en opstanden dempte, o. a. andermaal in Gallia, in Hispania, in Pannonia, totdat hij in 12 overleed. Augustus liet zijne uitvaart op prachtige wijze vieren. Agrippa is driemaal gehuwd geweest, eerst met Pomponia, de dochter van Atticus: uit dit huwelijk is no. 5 geboren; daarna met Marcella, zijne nicht (zieClaudiino. 38), wier broeder M. Claudius Marcellus (Claudiino. 37) door Augustus tot zoon was aangenomen en met diens dochter Iulia was gehuwd. Hij scheidde echter van Marcella en huwde na den dood van Marcellus diens weduwe, waardoor hij nu de schoonzoon van Augustus werd (22). Zijne beide zoontjes uit dit laatste huwelijk, Gaius en Lucius, werden door Aug. aangenomen; een derde zoon werd na ’s vaders dood geboren en daaromAgrippa Postumusgenoemd. Zie de genealogie aan het einde van het art.Iulii. Agrippa was ook een uitstekend schrijver en zeer bedreven in de aardrijkskunde. Hij liet eene groote kaart vervaardigen van alle heerbanen en kusten in het rom. gebied, waarvan talrijke copieën gemaakt werden (vgl. no. 4). Rome had voor zijne verfraaiing veel aan hem te danken door den aanleg van waterleidingen, baden, zuilengangen, tuinen, zijne grootste schepping echter is het Pantheon (z. a.) met zijn ontzaggelijk koepeldak. Het tegenwoordig Pantheon is echter niet van hem. Ook in de provinciën legde hij heerwegen en bouwwerken aan, o. a. te Lugdūnum (Lyon) en te Nemausus (Nîmes).—2)Agrippa Postumus, derde zoon van no. 1, werd door Augustus naar het eil. Planasia verbannen en later na ’s keizers dood op last van Tiberius omgebracht, 14 na C.—3)L. Vipsanius, oudere broeder van no. 1, door Caesar in den burgeroorlog gevangengenomen, had aan de voorspraak van Augustus zijne vrijheid te danken.—4)Polla Vipsania, zuster van no. 1 en 3, legde den grondslag tot de grootsche galerij, waarin haars broeders kaart op den muur was afgebeeld.—5)Vipsania Agrippīna, dochter van no. 1 uit zijn eerste huwelijk, was gehuwd met Tiberius; op bevel echter van Augustus moest haar huwelijk na haars vaders dood verbroken worden, opdat Tiberius (tegen zijn zin) met Iulia zou kunnen huwen. Zij hertrouwde met C. Asinius Gallus. Zij stierf in 20 na C.Vipstāni.1)C. Vipstanus Aproniānuswas consul in 59 na C. en in 69 stadhouder van Africa.—2)Vipstanus Messāla, in den aan Tacitus toegeschrevendialogus de oratoribusvoorkomende, diende in den oorlog van Vespasiānus tegen Vitellius en onderscheidde zich door dapperheid, onpartijdigheid en welsprekendheid. Hij beschreef ook de geschiedenis van zijn tijd.Virbius, z.Hippolytus. Bij Egeria had hij een zoon, die eveneens V. heette en onder Turnus tegen Aenēas streed. Oorspronkelijk is het een mannelijke godheid, die met Egeria hulp verleende bij geboorte.Virdumāras=Viridomārus.Virgilii=Vergilii.Virginālis, Virgo, bijnaam van Juno, Fortūna, Minerva, Diāna, Vesta en Victoria.Virginii=Verginii.Virgo,Παρθένος, het sterrenbeeld de Maagd, z.Astraea.Viriāthas, een lusitanisch herder, een ware heldennatuur, was een der weinigen, die aan het verraderlijke bloedbad van 150 ontsnapten (zieSulpiciino. 11). Hij werd nu eerst rooverhoofdman; door zijn lichaamskracht en zijn beleid kreeg hij zulk een aanhang, dat hij spoedig aan het hoofd der geheele lusitanische krijgsmacht stond en jaren lang aan de rom. legers het hoofd bood, totdat in 141 de consul Q. Fabius Maximus Serviliānus hem eene nederlaag toebracht en in 140 vrede met hem sloot. Doch Fabius’ broeder en opvolger Q. Servilius Caepio (consul in 140) verbrak verraderlijk den vrede en wist onder de vrienden van V. eenigen om te koopen om dezen te vermoorden (139). Met zijn dood was de kracht der Lusitaniërs gebroken.Viridomārus, aanvoerder van de door de insubrischeGalliërste hulp geroepen Gaesaten, in 222 door den rom. consul M. Claudius Marcellus eigenhandig in den strijd doorstoken.Viriplaca, misschien een bijnaam van Venus, eene godin, die vrede sticht tusschen twistende echtgenooten.Viromandui, gallisch volk in het tegenw. Vermandois. Hoofdstad:Augusta Viromanduorum(St. Quentin, ten N.N.O. van Parijs).Visceratio, uitdeeling van vleesch, later ook van geld onder het volk bij de begrafenis van aanzienlijke Romeinen. Soms gaf men bij zulk eene gelegenheid openbare maaltijden, ook wel gladiatorenspelen.Visellii, 1)C. Visellius Aculeo, familie van Cicero, een scherpzinnig jurist, een vriend van den redenaar Crassus (Liciniino. 12).—2)C. Visellius Varro, een neef van Cicero, een talentvol redenaar, die zijn best deed om Cicero uit de ballingschap te doen terugroepen.—3)C. Visellius Varro, was in 21 na C. legaat in Germania in den oorlog tegen Sacrovir.—4)L. Visellius Varro, zoon van no. 3, consul in 24 na C.Vistula, grensrivier tusschen Germania en Sarmatia, thans Weichsel.Visurgis, riv. in Germania, thans Weser.Vitellia, oude stad in Latium, lid van den ouden Albaanschen bond, ten N.O. van het Albaansch gebergte.Vitellii. 1)P. Vitelliuswas onder Germanicus legaat, eerst in Germania, later in het Oosten. Na Germanicus’ dood trad hij op als aanklager van Piso. Na den val van Seiānuswerd hij aangeklaagd, opende zich de aderen, maar liet ze weer toebinden, en stierf in de gevangenis.—2)L. Vitelliuswas reeds onder Tiberius stadhouder van Syria en hield de Parthen onder streng bedwang. Hij stond ook in gunst bij Caligula en Claudius, doch was al te gedienstig jegens Messalīna en later jegens Agrippīna. Hij bekleedde samen met keizer Claudius de censuur in 47 na C. en volgende jaren.—3)A. Vitellius, rom. keizer, zoon van no. 2; zieVitellius.—4)L. Vitellius, ook een zoon van no. 2, was nog slechter dan zijn broeder de keizer. Bij de inneming van Rome door de troepen van Vespasiānus werd hij op last van diens veldheer M. Antonius Primus (zieAntoniino. 15) gedood.Vitellius(A.), rom. keizer, in 69 n. C. door de legioenen aan den Rijn als zoodanig uitgeroepen. Hij had bij Tiberius, Claudius, Caligula en Nero in groote gunst gestaan. Door Galba naar den Rijn gezonden, bracht hij door te groote toegevendheid de soldaten op zijne hand en werd den 2 Jan. 69 te Keulen tot keizer uitgeroepen, 13 dagen voordat Galba door Otho werd onttroond. Zijne troepen (zieCaecīnaeno. 5) wonnen den slag bij Bedriācum op Otho’s leger, waarop Otho zich van kant maakte. Vitellius liet het bestuur over aan onwaardige hovelingen en leefde alleen voor zijne zinnelijke lusten, waaronder onmatigheid en zwelgerij de hoofdrol vervulden. De praetoriaansche garde werd door hem ontbonden en een nieuwe van 20000 man gevormd. Intusschen bleven de soldaten zonder soldij. Op eens kwam te Rome het bericht der verheffing van Vespasiānus. Vitellius scheen het gevaar gering te achten, hoewel generaals en troepen van hem afvielen en hij den slag bij Cremōna (einde Oct. 69) verloor. Eindelijk gegrepen, werd hij door de soldaten van Antonius Primus (zieAntoniino. 15) met een strop om den hals door de straten gesleurd en werd zijn lijk in den Tiber geworpen (21 Dec. 69).Vitruvius Pollio(M.), architect te Rome, tijdgenoot van Caesar en Augustus, de eenige rom. schrijver over bouwkunst, die ons een werkde architecturain 10 boeken heeft nagelaten, opgedragen aan Augustus.Vivarium, bewaarplaats van levende dieren, ook tot aanfokking daarvan, zooals voor vogels en hoenders (vivarium aviumofaviarium), voor hazen (leporarium), voor veldmuizen (glirarium), slakken (cochlearium), oesters (vivarium ostrearum), vijvers voor visschen (vivarium pisciumofpiscīna), enz.Vocātes, volk in Aquitania niet ver van de spaansche grenzen.Vocetius mons, boschrijk gebergte, oostelijk gedeelte van den Jura.Voconia(lex) van den volkstribuun Q. Voconius Saxa in 169, tot beperking van het erfrecht van vrouwen. Zij bepaalde o. a. dat iemand, die op 100000 as gecenseerd was, geen vrouw tothereskon benoemen; wel kon hij haar een legaat vermaken, doch de som der legaten mocht het aandeel van denheresof deherēdesniet te boven gaan. Het doel was, te voorkomen dat groote fortuinen in handen van vrouwen kwamen; toch was de wet gemakkelijk te ontduiken, b.v. door eentestamentum per aes et libram.Voconii, een plebejisch geslacht, waartoe behooren een volkstribuun in 169 (zielex Voconia), een legaat van Lucullus in den mithradatischen oorlog, een rechter in het proces van Cluentius in 66.Vocontii, machtige keltische volksstam in Gallia Narbonensis, met de Rom. verbonden, doch volgens eigen wetten levende, in het tegenw. Provence en Dauphiné.Vogesus mons=Vosegus.Volaterrae,Οὐαλατέρραι, machtige etrurische zeestaat met de beide havens Luna en Populonia. Zij was een der 12 bondssteden, en lag op eene steile rots, waarvan de kruin slechts langs één moeielijken weg te genaken was. De hooge en zware muren zijn nog aanwezig. In den burgeroorlog hield de stad, die met meer andere etrurische steden sterk mariaansch gezind was, het beleg van Sulla’s troepen tot 79 uit. Sulla zond er eene kol. van veteranen heen. Van dien tijd af verviel de stad. De stad zelve lag een eind landwaarts in; de kust was moerassig en gedekt door wadden, zieVada.Volcae, aanzienlijke keltische volksstam in Gallia Narbonensis tusschen de Pyrenaeën en den Rhodanus (Rhône), oudtijds zelfs over deze rivier. Er waren twee hoofdstammen, deArecomiciten O. met de hoofdstad Nemausus (Nîmes) en deTectosagesmet Tolōsa (Toulouse) ten W. Tectosages vond men ook in het aziatische Galatia (z. a.).Volcānal, Volcanalia, zieVulcanus.Volcānus, betere, doch minder algemeene schrijfwijze voorVulcānus(z. a.).Volcatii.1) een vriend van Verres.—2)Volcatius Sedigitus(zesvingerige), ± 130, schrijver van een dichterlijken canon.—3)L. Volcatius Tullus, consul in 66, weigerde Catilīna als candidaat naar het consulaat aan te nemen en verijdelde diens eerste samenzwering. Een naamgenoot, misschien zijn zoon, was consul in 33.—4)C. Volcatius Tullus, diende in 53 onder Caesar in Gallia, en in 48 bij Dyrrhachium.Volcei,Οὖλκοι, stad in Lucania, zieVolcentes.Volcentes, bewoners van het gebied der stad Volci, Volcei of Vulci in het binnenland van Lucania, nabij de rivier Silarus.Volci, Vulci, 1) stad in Etruria ten N.W. van Tarquinii met uitgestrekte grafgewelven. Bij Volci heeft men een groot aantal vazen en andere voorwerpen van grieksche kunst in den grond gevonden. De stad werd in 280 door de Romeinen onderworpen, en op haar gebied Cosa (z. a.) gesticht.—2)stad der Volcentes (z. a.) in Lucania.Volero, familienaam in degens Publilia.VologesesofVolagaeses, naam van een vijftal parthische koningen uit den tijd van Parthië’s verval.—1)Arsaces XXIII(XXIV)Vol. I, 51–78 na C., veroverde Armenia voorzijn broeder Tiridātes (z. a.), doch deze moest de kroon uit de hand van keizer Nero aannemen en daarvoor naar Rome komen. Onder de regeering van Vol. I had Parthië veel te lijden van invallen der Alanen, zoodat hij zich zelfs tot Vespasiānus om hulp wendde, die echter niet verleend werd. Commagēne werd tijdens zijn bestuur door de Rom. ingelijfd (72 n. C.).—2)Ars. XXVI(XXVII)Vol. II, 130–148, van wien geene oorlogen bekend zijn.—3)Ars. XXVII(XXVIII)Vol. III, 148–190, viel in 161 in Armenia en versloeg eerst de uit Cappadocia te hulp gesnelde Rom., doch werd ten slotte in 163 door L. Verus in de engte gedreven; Seleucīa en Ctesiphon werden ingenomen en Mesopotamia was veroverd, toen op eens een vreeselijke pest uitbrak, die een eind aan den oorlog maakte (166). ZieVerus.—4)Ars. XXVIII(XXIX)Vol. IV, 190–209, leed zware verliezen tegen Septimius Sevērus, die Ctesiphon innam en plunderde, de mannelijke bevolking afmaakte en vrouwen en kinderen wegvoerde (198). Wederom kwam ziekte den Parthen te hulp.—5)Ars. XXIX(XXX)Vol. V, regeerde met zijn broeder Artabānus IV van 209 tot 226, hoewel Vol. waarschijnlijk niets te zeggen had. Zij waren de laatste Arsaciden in Parthië.Volscens, veldheer in het leger van Turnus, die door dapperheid uitmuntte, maar door Nisus gedood werd.Volsci, oud volk in Latium, aan beide oevers van den Liris, verbitterde vijanden der Rom., tusschen de zee en de grenzen van Samnium. Na ruim anderhalve eeuw van telkens hernieuwden strijd moesten zij eindelijk in 329 zich onderwerpen aan de Rom., waarna de naam der Volscen verdwijnt. Suessa Pometia was hunne hoofdstad. Zie ookLatium.Volsinii, welvarende bondsstad van Etruria, op een steilen berg gelegen. In 265 werd de stad door de Rom. verwoest, waarna de inwoners eene nieuwe stad moesten bouwen aan den Lacus Volsiniensis (Lago di Bolsena). Ook deze nieuwe stad werd rijk en bloeiend. In de middeleeuwen is de oude plaats weer opgebouwd, tgw. Orvieto.Voltacilius Pitholaus(L.), leermeester van Pompeius, onderwijzer in de rhetorica, de eerste vrijgelatene, die als geschiedschrijver opgetreden is. Zijn biographieën van Pompeius en diens vader zijn verloren gegaan. Z. ookPitholeon.Voltumna, godin van den etrurischen statenbond, bij wier tempel de bondsvergaderingen gehouden werden, waarmede offers, feesten en jaarmarkten verbonden waren. De tempel lag tusschen Ameria, Volsinii en Falerii. Deze godin is verwant met Vertumnus (z.a.).Voltur(mons), aan de grenzen van Samnium en Apulia en nabij die van Lucania.Volturcius(T.), deelgenoot aan de samenzwering van Catilīna, die gevangen werd genomen en onder belofte van vergiffenis alles bekende.Volturnalia, zieVolturnus.Volturnum, 1) oude naam van Capua.—2)stad aan den mond van den Volturnus, in 194 door de Rom. aangelegd op het gebied van Capua.Volturnus, thans Volturno, hoofdriv. van Campania, ontspringt diep in Samnium en stroomt langs Casilīnum naar de Tyrrheensche zee. De vlakte ten N. heet ager Falernus, die ten Z. ager Campānus, het grondgebied van Capua.—Volturnus is oorspronkelijk de naam van een riviergod, die een afzonderlijkenflamenhad, en wiens feest, deVolturnalia, op 27 Augustus gevierd werd. Het woord is afgeleid vanvolvere, het wentelen der golven. Men verwarre dezen god niet met Vertumnus.—Volturnus is ook de naam voor den Zuid-Oosten wind (Eurus, tgw. Sirocco, zieWindstreken), die in Mei en Juni in Apulië zeer heftig optreedt, en den Romeinen volgens Livius in den slag bij Cannae veel stof in het gezicht woei. De Volturnus brengt soms regen.Volumnii. 1)Volumnia, echtgenoote van Coriolanus; zieMarciino. 3.—2)P. Volumnius Amintīnus Gallus, consul in 461.—3)L. Volumnius Flamma Violens, consul in 307 en 296, beide malen met App. Claudius Caecus, streed (296) zeer voorspoedig tegen de Samnieten.—4)P. Volumnius Eutrapelus, aanhanger van Antonius, van wiens bemiddeling Cicero poogde gebruik te maken.—5)P. Volumnius, geschiedschrijver en boezemvriend van M. Brutus.Volusiānus(C. Vibius Afinius Gallus Veldumniānus), rom. medekeizer 251–253 na C.; zieGallus.Volusii.1)Q. Volusius, een van Cicero’s beambten in Cilicia.—2)L. Volusius Saturnīnus, een man van groote rijkdommen en groot aanzien, was consul in 12 en oefende later decensoria potestasuit. Zijn zoon en naamgenoot hield het erfgoed zijns vaders goed bijeen en stierf in 56 na C. als praefectus urbi.—3)Volusius Proculuskreeg van Nero de opdracht, diens moeder Agrippīna uit den weg te ruimen. Tot belooning werd hij admiraal van de vloot der Tyrrheensche zee.—4)L. Volusius Maeciānus, goed jurist onder Antonīnus Pius, leermeester van M. Aurelius.—5)Door Catullus wordt een dichterVolusiusuit Noord-Italië bespot wegens zijn boerscheAnnales. Door sommigen wordt deze Volusius geïdentificeerd met Tanusius Geminus (z. a.), waarschijnlijk ten onrechte.Vonōnes, parthische koningsnaam. 1)Arsaces XVIII Von. I, 6–16 na C., was als gijzelaar te Rome opgevoed. Na den dood van Orōdes II werd V. tot den troon geroepen, doch door zijne rom. zeden verbeurde hij de achting van zijn volk en moest naar Armenië en later naar Syrië vluchten, terwijl Artabānus III koning der Parthen werd.—2)Vonōnes, die met zijn zoon Meherdates te Rome leefde als gijzelaar, totdat Meh. in 50 na C. onder den naam Arsaces XXII vruchteloos de kroon van Parthië trachtte meester te worden.—3)Ars. XXII (XXIII) Von. II, 51 n. C., regeerde slechts weinige maanden.Vopiscus(Flavius) van Syracūsae, een van de schrijvers derHistoria Augusta, omstreeks 300 na C. Hij beschreef de levens van een aantal keizers, van Aureliānus tot Carīnus.Vortumnus=Vertumnus.Vosegus, beter dan Vogesus, gebergte in Gallia, de tegenw. Vogezen (les Vosges).Votivi(ludi), zieLudi.Vulcaniae insulae=Aeoliae insulae.Vulcānal(Volcānal), zieVulcanus.Vulcani insula=Hierano. 1.Vulcānus, Volc., rom. god van het vuur. Daar hij een god is, die brand veroorzaakt, maar ook afweert (Mulciber= de verzachter), trachtte men, door zekere formulieren op de muren der huizen te schrijven, zich tegen zijn verderfelijken invloed te vrijwaren en zich van zijn hulp te verzekeren. Om dezelfde reden bouwde men zijne tempels liefst buiten de stad, doch in Rome zelf was hem hetVolcanalgewijd, eene verhevenheid bij het Comitium, die evenals de tempel van Vesta als het zinnebeeld der eendracht van den staat beschouwd werd. Vandaar sprak, volgens de traditie, de koning de volksvergadering op het comitium toe. Overigens werd hij geheel en al met Hephaestus vereenzelvigd. Op zijn feestdag,Vulcanalia(23 Augustus), werden in den keizertijd spelen in den Circus Flaminius gehouden. Zie ookMaiano. 2 en Stata mater.Vulcatii=Volcatii.Vulci=Volci.Vulgivaga, Volg., bijnaam van Venus, =Πάνδημος.Vulsinii=Volsinii.Vultur=Voltur.Vulturcius=Volturcius.Vulturnum=Volturnum.Vulturnus=Volturnus.
Vestales.Vestāles, ookvirgines Vestaegeheeten, vestaalsche maagden. In den Vesta-tempel, deheilige haardstede van den rom. staat, werd de dienst door zes priesteressen waargenomen. De voornaamste taak der dienstdoende Vestalin was te zorgen dat het vuur in den tempel niet uitging; doch bovendien hadden de priesteressen nog andere plichten te vervullen, o. a. het bereiden van het gezouten offermeel (mola salsa), waarmede de offerdieren bestrooid werden, het bewaren van bloed en asch van sommige offers, die later als reinigingsmiddelen dienst moesten doen, het opzenden van gebeden voor volk en staat, later ook voor den keizer en diens gezin, enz. Ging het vuur uit, dan werd de nalatige priesteres door den opperpontifex gegeeseld. Slechts éénmaal ’s jaars, den 1enMaart, den dag waarop oudtijds het jaar begon, moest het vuur uitgaan, om dan vernieuwd te worden. Nooit mocht het van buiten ingebracht worden, het moest in den tempel zelf door wrijving van hout ontstoken worden. Evenals het vuur een zinnebeeld van reinheid is, moesten ook Vesta’s priesteressen hare maagdelijke kuischheid bewaren; anders werden zij levend in een graf ingemetseld, terwijl ook haar verleider met den dood gestraft werd. Volgens delex Papia(z. a.) koos de pontifex maximus, wanneer er een plaats als Vestalin te vervullen viel, naar goedvinden 20 meisjes uit, niet jonger dan zes en niet ouder dan tien jaar; deze moesten vrij van lichaamsgebreken zijn, hare ouders, vader en moeder, nog in leven zijn enper confarreationemgehuwd zijn. Uit deze 20 werd door het lot ééne aangewezen en door den pontifex maximus als vestaalsche maagd aangenomen (virginem capere). Hoewel er enkele redenen tot vrijstelling waren, b.v. wanneer reeds eene zuster in Vesta’s dienst was of wanneer het kind reeds aan een pontifex verloofd was of wanneer de vader tot de flamines, augurs, XV viri sacris faciundis of septemviri epulōnes behoorde, kon men zich zonder zulk een reden niet aan de keus onttrekken. Ook konden ouders hunne dochters aanbieden. Tien jaar lang bleef de Vestalin leerlinge in den dienst, daarna moest zij tien jaar dienst verrichten, vervolgens tien jaar als leermeesteres der nieuwelingen werkzaam zijn. Na die 30 jaren mocht zij huwen, hetgeen echter ongaarne gezien werd. Devirgines Vestalesgenoten groote eer. Zij warensui iuris, zij alleen mochten te Rome op een wagen rijden, bij openbare feesten en spelen hadden zij de eereplaats. Op straat werden zij voorafgegaan door een lictor, zelfs de consul week voor haar uit, terwijl zijne lictoren hunne roedenbundels naar den grond gericht hielden (fasces submittere). Wanneer zij een veroordeelde ontmoetten, was deze vrij. Zie ookClaudiino. 12. De vestaalsche maagden droegen over het gewone vrouwengewaad een soort van linnen jakje, verder hetsuffibulumen deinfula. Aan haar hoofd stond devirgo maxima.Vestibulum, een voorplein voor een aanzienlijk rom. huis, aan drie zijden door muren ingesloten. In de teekening op bl. 241 is wel eene kleine inspringende ruimte alsvestibulumaangegeven, doch men vergete niet, dat daar slechts een woning van zeer matigen omvang in eene landstad is voorgesteld, die niet te vergelijken is met de paleizen der rijken te Rome.Vestīni, rom. geslacht uit den keizerstijd. 1)L. Vestinus, uit Vienna (Vienne) aan den Rhodanus (Rhône) in Gallia, bij keizer Claudius zeer gezien.—2)M. Vestinus Atticus, zoon van no. 1, eerst een vriend van Nero, later van hem afkeerig. Hij bespotte en beleedigde zelfs den keizer, die hem eerst vruchteloos in de samenzwering van Piso zocht te betrekken, en hem ten slotte, omdat hij met Statilia Messalīna getrouwd was, in zijn eigen huis liet overvallen en om het leven brengen (65 na C.).—3)L. Vestinus, ook een zoon van no. 1, herbouwde voor Vespasiānus het afgebrande Capitool.Vestīni,Οὐηστινοί, kleine sabellische volksstam aan de Adriatische zee, gewoonlijk in éénen adem genoemd met de verwante Marsi, Marrucīni en Paeligni, met wie zij verbonden waren. Zij werden in 301 onderworpen door de Rom. en namen in 90 deel aan den opstand der bondgenooten.Vestricius Spurinna, z.Spurīnaeno. 2.Vesulus mons, thans Monte Viso, in de Cottische Alpen, een der weinige Alpentoppen, waarvan een rom. naam bekend is. Op dezen berg ontspringt de Padus (Po).Vesuvius, Vesēvus, Vesbius,Οὐεσσούιος, Βέσβιος, thans nog Vesuvius, de bekendevulkaan bij Napels. Gedurende den geheelen tijd van Rome’s bestaan schijnt de berg in rust te hebben verkeerd tot aan de vreeselijke en geheel onverwachte uitbarsting van 79 n. C., waardoor o. a. Herculaneum en Pompeii bedolven werden. Door deze en latere uitbarstingen is het uiterlijk van den berg geheel veranderd.Vetera, voluitCastra Vetera, rom. sterkte, in de geschiedenis van den bataafschen opstand bekend, zeer nabij het tegenw. Xanten aan den Rijn. Zie verder onderCastra.Vettii.1)T. Vettius,romeinschridder, veroorzaakte in 104 in Campania een slavenopstand.—2)P. Vettius Scato(Cato),een van de aanvoerders der bondgenooten in den marsischen oorlog, die den Rom. eenige nederlagen toebracht (90), doch op den duur het onderspit moest delven. Toen de bondgenooten zich langzamerhand aan de Rom. onderwierpen, kon Vettius er niet toe besluiten de wapens neer te leggen, en toen zijne eigene soldaten hem aan den rom. consul Cn. Pompeius Strabo wilden uitleveren, liet hij zich door een slaaf dooden.—3)L. Vettius, rom. ridder, behoordetotde Catilinarii, maar verried daarna zijne medeplichtigen (63). Later liet hij zich door Caesar gebruiken, om eene samenzwering tegen Pompeius te verdichten en o. a. Scribonius Curio en diens zoon (Scriboniino. 5 en 6) en anderen er van te beschuldigen (59). De volkstribuun P. Vatinius kwam hierop met een wetsvoorstel voor den dag om tegen de door Vettius genoemde personen een gerechtelijk onderzoek in te stellen. Intusschen, zóó ver kwam het niet. Vettius was in zijne verklaringen zoo met zichzelf in strijd, dat hij zelf in de gevangenis werd geworpen. Daar vond men hem op zekeren dag dood, waaraan Caesar of Vatinius verdacht wordt niet vreemd te zijn geweest.—4)Vettius Valens, beroemd geneesheer onder Claudius.—5)Vettius Polānus, diende onder Domitius Corbulo in Armenia, werd door Vitellius als stadhouder naar Brittannia en door Vespasiānus naar Asia gezonden.Vettona, klein plaatsje in Umbria, aan den bovenloop van den Tiber, ten Z. van Perusia, tgw. Bettona.Vettones,ΟὐέττωνεςenΟὐέττονες, aanzienlijk volk in Lusitania tusschen den Durius (Duero) en den Tagus (Taag). Hoofdstad: Salmantica (Salamanca). Van hen wordt verhaald, dat zij in het eerst de rom. officieren, die zij zagen wandelen, met geweld naar het kamp terugbrachten, omdat zij meenden dat men krankzinnig moest wezen, om zich noodeloos zoo te vermoeien.Vetulonia,Οὐετουλώνιον, eene der 12 etrurische bondssteden, niet ver van de kust, ten N. van Rusellae. De stad is vroeg vervallen; ze lag in de beruchte koortsstreek der Maremmen. In de nabijheid waren warme bronnen,aquae Vetuloniae.Volgenshet verhaal zouden de Rom. de fasces, sella curulis, toga praetexta en tuba aan de Vetuloniërs ontleend hebben.Veturii.1)Veturius Mamurius, beroemd wapensmid, zieancīle.—2)P. Veturius Geminus Cicurīnus, consul in 499, overwon de Fidenaten, en zijn broederT., consul in 494 de Aequers.—3)T. Vetur. Gem. Cicurinus, consul in 462, hield eenovatio(z. a.) over Aequers en Volscers.—4)C. Vetur. Cicur., consul in 455, overwon ook de Aequers.—5)onder de decemviri en consulairtribunen komt een vijftalVeturii Crassi Cicurinivoor.—6)T. Veturius Calvīnuswas een der consuls, die in 321 bij Caudium door de Samnieten werden ingesloten. Hij en zijn ambtgenoot Sp. Postumius Albinus (Postumiino. 7) werden door den senaat, die het gesloten verdrag verwierp, aan de vijanden uitgeleverd, doch de Samnieten zonden hen naar Rome terug. In 334 waren beiden ook te zamen consul geweest.—7)L. Veturius Philowas consul in 220. In 217 totdictator comitiorum habendorum causabenoemd, moest hij alsvitio creatusaftreden. In 210 was hij censor, maar stierf tijdens de censuur.—8)L. Veturius Philo, misschien een zoon van no. 7, onderscheidde zich in 207 als legaat in den slag bij den Metaurus, in 206 was hij consul en onderwierp Lucania weder. In 202 diende hij onder Scipio in den slag bij Zama, en bracht daarna het bericht van de overwinning naar Rome over.—9)Veturia, moeder van Coriolanus, zieMarciino. 3.Vexillum, ziesignumno. 2.Viādus, rivier in Germania, thans Oder.Viatōres, staatsboden in dienst van sommige rom. overheden, als: consuls, praetoren, censoren, volkstribunen, aedielen e. a. Zij werden gebruikt om boodschappen over te brengen, oproepingen te doen, iemand in hechtenis te nemen. Zie verderapparitores.Vibii, rom. gesl. van samnietischen oorsprong. 1)C. Vibius Pansa Caetronianus, eerst uit Rome om zijne mariaanschgezindheid verbannen, sloot zich na zijn terugkeer bij Caesar aan, onder wien hij ook in Gallia diende. In 51 werd hij volkstribuun, in 47 en 46 stadhouder van Bithynia, in 45 van Gallia Cisalpīna. Na Pompeius’ dood was hij voor een aantal personen bij Caesar voorspraak. Na Caesars dood was hij in 43 consul met A. Hirtius (z. a.). In den mutinensischen oorlog tegen M. Antonius sneuvelden Pansa en Hirtius beiden in de nabijheid van Mutina.—2)Vibius Gallus, rom. rhetor onder Augustus, oefende zich zoolang in het nabootsen van krankzinnigen, tot hij zelf krankzinnig werd.—3)C. Vibius Postumusstreed met goed gevolg 9 na C. tegen de opstandelingen in Dalmatia.—4)C. Vibius Marsuswas legaat van Germanicus in het O. en bracht na diens dood Agrippīna naar Rome. Onder Claudius was hij stadhouder van Syria.—5)Vibius Serēnuswas in 16 n. C. één van de aanklagers van Scribonius Libo (Scriboniino. 9); hij werd in 24 door zijn eigen zoon bij Tiberius aangeklaagd van hoogverraad, doch door den keizer begenadigd.—6)Q. Vibius Crispus, redenaar ten tijde van Domitiānus.—7)C. Vibius Treboniānus Gallus, uit Perusia,rom. keizer 251–253 na C. ZieGallus.—8)C. Vibius Afinius Gallus Veldumniānus Volusiānus, gewoonlijk Volusianus genoemd, zoon van no. 7 en door zijn vader tot Caesar aangenomen; zieGallus.—9)Vibius Sequester, schrijver van een saai werkjede fluminibus,fontibus, lacubus, nemoribus, paludibus, montibus,gentibus, quorum apud poëtas mentio fit, leefde in de 4deof 5deeeuw na C.Vibisci, zieBituriges.Vibo, zieValentiano. 4 enHippono. 4.Vibullius Rufus(L.), aanhanger van Pompeius, eerst door dezen als onderhandelaar met Caesar gebruikt, werd in den burgeroorlog tweemaal door Caesar gevangen genomen doch weder vrijgelaten en de tweede maal met vredesvoorstellen tot Pompeius gezonden.Vica Pota, v. s. een andere naam voor Victoria, de rom. godin der overwinning; anderen leiden haar naam af vanvictusenpotus, zoodat ze op eten en drinken betrekking zou hebben. Zij had een heiligdom aan de Velia.Vicariusheette de slaaf van een slaaf. Wanneer toch aan een slaaf door zijn meester het genot van eenig vermogen was toegestaan, b.v. een deel van zijne verdiensten (ziepeculium), hetgeen meermalen het geval was met slaven, die een ambacht beoefenden en op zichzelf woonden, dan kon zulk een slaaf op zijne beurt ook soms weder een slaaf koopen en in zijn dienst gebruiken.—Onder Constantijn den Gr. wasvicariusde titel van een stadhouder over eene der dioecesen, waarin elke praefectuur verdeeld was. Ziepraefectura.Vice(n)tia, thans Vicenza, stad der Veneters tusschen Patavium (Padua) en Verōna.Victor, Victrix, bijnaam van Jupiter, Mars, Hercules, Venus en Minerva. Ook sommige rom. legioenen kregen den bijnaam Victrix.Victor.1)C. Iulius Victor, schrijver van een klein werkje,ars rhetorica Hermagorae etc.Hij leefde in de 4deeeuw n. C.—2)S. Aurelius Victor, zieAurēliino. 12.Victoria, Victorīna, zieVictorīnus.Victoriati, z.Bigati.Victorīnus(M. Piavonius), een Galliër, die onder de regeering van Galliēnus, in het zoogen. tijdperk der 30 tyrannen, in het begin van 268 n. C. door Postumus (z. a.) tot mederegent werd aangenomen, maar in 269 of 270 te Colonia Agrippīna (Keulen) met zijn zoon vermoord werd. Een grooten invloed had tijdens zijn regeering en daarna zijne moeder Victorīna (Victoria), die eerst M. Aurelius Marius tot keizer liet uitroepen, en toen deze door zijne soldaten vermoord was, Tetricus (z. a.). De berichten omtrent dezen tijd zijn echter zeer verward en onzeker.Victumalae, plaatsje ten W. van den Ticinus, waar in 218 P. Cornelius Scipio (Corneliino. 11) door Hannibal verslagen werd.Vicus.1) onderafdeeling eenertribus urbāna(zietribus), dus eene wijk. Aan het hoofd daarvan stond eenmagister vici. De bewoners eener wijk hadden gemeenschappelijke godsdienstige feesten,compitalia(z. a.), en gemeenschappelijkelares compitales.—2)naam van sommige straten te Rome, als:vicus Tuscus,vicus Iugarius, vicus Longuse. a.—3)buiten de stad beteekent het woord een dorp of een vlek. Dezevicidroegen den naam vanforaenconciliabula, als het markt- en gerechtsplaatsen en centra voor de lichting waren. Zij hadden niet de rechten van eenmunicipium; waren zij versterkt, dan heetten zijcastraofcastella.Viduus, een god, door wien de ziel van den mensch bij zijn dood van het lichaam gescheiden wordt. Hij had een tempel buiten Rome.Vienna, thans Vienne, hoofdstad der Allobroges aan den Rhodanus (Rhône), ten Z. van Lugdūnum (Lyon).Vigintisexviri, gemeenschappelijke naam van eenige magistraten van lageren rang:Xviri stlitibus iudicandis, IVviri iuri dicundoofpraefecti Capuam Cumas, IIIviri monetales,IVviri viis in urbe et IIviri viis extra urbem purgandis, IIIviri capitales. Nadat Augustus de IVviri iuri dicundo en de IIviri viis extra urbem purgandis had afgeschaft, werden de overigen gezamenlijkvigintivirigenoemd.Vigintiviri, zievigintisexviri.Villa.Uit den aard der zaak waren er groote en kleine buitenverblijven. Over het algemeen waren zij minder gebouwd met het oog op regelmaat, dan wel op gemak en zooveel mogelijk er op ingericht om in verschillende jaargetijden aan verschillende zijden bewoond te worden. Men onderscheidde devilla urbanaof het heerenhuis en devilla rusticaof boerderij. Het buitenverblijf van een rijken Romein vereenigde alle gemakken in zich. Behalve woon-, slaap-, eet-, studeer- en ontvangvertrekken had men er de onmisbare badkamers,sphaeristeriaof zalen voor het balspel, gesloten en open gaanderijen om met alle weer beweging te kunnen nemen (zie ookcryptoporticus), soms een of meer torens om een ruim uitzicht te genieten, verder een wandelpark met boschjes, vijvers, volières, meermalen eene diergaarde enz. De groote buitenplaatsen aan zee hadden dikwijls vijvers voor zeevisch, die met eene sluis waren afgesloten. Ook gebeurde het wel, dat er van de kust uit dammen in zee werden aangelegd om op de daartusschen aangeplempte ruimte het heerenhuis te kunnen bouwen met een onbelemmerd uitzicht.—De boerderij bestond in den regel uit een of meer binnenpleinen, waaromheen de woning, de stallen en schuren stonden. In het midden dezer binnenplaatsen (cohortes, cortes) waren waterbekkens. In het hoofdgebouw was de woning van den opzichter of meier (villicus), in de bijgebouwen de vertrekken voor de slaven (ziecella), de wijn- en oliepersen (torcularia), de wijn- en oliekelders (cella vinaria, olearia) enz. Dan behoorde er een hoenderhof bij met allerlei soorten van hoenders, ook fazanten en pauwen, en een duiventil. Op de boerderij was ook hetergastulumof de slavengevangenis, een grootvertrek, niet geheel onder, maar toch in den grond gebouwd, dat zijn licht ontving door getraliede vensteropeningen boven in den muur.—Villa publicais de naam van het ambtslokaal der censoren op het Campus Martius.Rom. villa (muurschildering te Pompeii).Rom. villa (muurschildering te Pompeii).Villia(lex)annālis, van den volkstribuun L. Villius in 180, waarnaar de familie den bijnaam vanAnnāliskreeg. Zij bevatte bepalingen omtrent den leeftijd, waarop men naar eenig ambt mocht dingen en de volgorde, waarin de ambten bekleed moesten worden. Uit het voorbeeld van Tib. Gracchus, die reeds vóór zijn 17dejaar in dienst ging en op zijn 27stejaar quaestor werd, en dat van Cicero, die drie jaar in Griekenland doorbracht en op zijn 31stejaar quaestor was, en uit enkele andere gegevens, mag men vermoedelijk het volgende opmaken. In den regel ging men na zijn 17denverjaardag in dienst en moest men 10 dienstjaren hebben. Had men die jaren nu achtereen uitgediend, dan kon men reeds op zijn 27stejaar naar de quaestuur dingen, anders eerst later. Zes jaar na de quaestuur kon men de aediliteit of het volkstribunaat bekleeden, drie jaar daarna de praetuur en nog drie jaar later het consulaat. Cicero was quaestor op zijn 31ste, aediel op zijn 37ste, praetor op zijn 40ste, consul op zijn 43stejaar. De genoemde ambten moesten in deze volgorde worden doorloopen. Aediliteit en volkstribunaat schijnen op ééne lijn te hebben gestaan, zoodat men kiezen kon, naar welk van beide men wilde dingen.Villicus, de opzichter der boerderij, meestal een vrijgelatene. Zievilla.Villii, een plebejisch geslacht. 1)P. Villius Tappulus, consul in 199, kreeg het opperbevel in den macedonischen oorlog, doch kon niet veel uitvoeren. Hij werd opgevolgd door T. Quinctius Flaminīnus. In 192 volbracht hij eene zending bij koning Antiochus van Syria, bij welke gelegenheid hij Hannibal te Ephesus ontmoette.—2)L. Villius, volkstribuun in 180; zieVillia lex.—3)C. Villius, deelgenoot der plannen van Ti. Gracchus, verloor met dezen het leven.—4)L. Villius Annālis, in 43 door de driemannen vogelvrij verklaard, werd verraden door zijn eigen zoon, die tot belooning quaestor werd, doch later zelf werd omgebracht door de soldaten die zijn vader hadden gedood.Viminacium, vesting aan den Donau, en hoofdstad van Moesia Superior.Viminālis(collis) =biezenheuvel, een der bergen, waarop Rome gebouwd was, gelegen tusschen den Collis Quirinālis en den Mons Cispius.Vinalia, wijnfeesten.—1)V. priora, een feest, den 23stenApril te Rome gevierd, waarbij men aan Jupiter offerde en bij den tempel van Venus jongen wijn uitgoot. Het werd later beschouwd als een herinnering aan eene gelofte van Aenēas (z.Mezentius).—2)V. rustica, een feest, dat den 19denAugustus in de wijnbergen gevierd werd, en waarbij deflamen DialisaanJupitereen lam offerde.Vindelicia,Οὐινδελικία, sedert 15 rom. Donauprov., ten N. door den Donau begrensd, en zich van den Aenus (Inn) in westelijke richting uitstrekkende tot aan het land der Helvetii (de lacus Brigantīnus, meer van Konstanz of Bodensee, lag nog in Vindelicia). Ten Z. grensde het gewest aan Raetia, waarmede het ééne provincie uitmaakte. In later tijd maakte V. de provincie Raetia II uit. DeVindeliciwaren Kelten. Hoofdstad:Augusta Vindelicorum, thans Augsburg, aan den Licus (Lech). Aan de samenvloeiing van Donau en Inn lag Batāva Castra, thans Passau.Vindex(C. Iulius), een Galliër, uit eenvorstelijk aquitanisch geslacht gesproten, generaal in rom. dienst, werd door Nero als propraetor over Gallia Narbonensis aangesteld. Over Nero’s onwaardigheid en dwingelandij verbitterd, kwam hij in 68 n. C. tegen hem in opstand, doch niet met de bedoeling zichzelf te verheffen. Hij droeg den Galliërs zelfs op, hem te dooden, zoo hij naar de heerschappij streefde. Hij omhelsde de zaak van Galba. Met Verginius Rufus, stadhouder van Germania Superior (zieVerginiino. 8), sloot hij eene overeenkomst, doch door een misverstand geraakten beider troepen bij Vesontio (Besançon) slaags; Vindex werd overrompeld en benam zichzelf het leven.Vindex,qui vim dicit, die met geweld dreigt, n.l. in goeden zin, als men iemand wil aanranden, dus: handhaver van het recht, wreker, beschermer, verdediger. In rechten isvindexdegene, die bij eenein ius vocatiozich in plaats van den gedaagde stelt en bij demanus iniectiodoor zijne tusschenkomst de inhechtenisneming verhindert en de zaak van den gegrepene tot de zijne maakt, dus: bevrijder, redder, borg. Vandaar komtvindexook in de beteekenis van plaatsvervanger voor. Overdrachtelijk ook: iemand die den knoop doorhakt.Vindicare, vindicatio.Vindicatiois oorspronkelijk de handhaving van zijn recht (vgl.vindex), een zinnebeeldige handeling bij strijd over eigendomsrecht. Beide partijen betraden b.v. den betwisten grond in tegenwoordigheid van den praetor en van getuigen (superstites); later bracht men slechts eene kluit aarde mede, die men van den grond in kwestie had medegenomen en dievindiciaegenoemd werd, omdat zij gevindiceerd werd. Elke der partijen raakte de kluit met het zinnebeeldige roedje,vindictaoffestuca(eigl. een grashalm, op de betwiste plaats geplukt) aan en verklaarde deze voor zijn eigendom (vindicatioenrevindicatio). In ruimeren zin isvindicatiode actie over eigendomsrecht in het algemeen. Zij had ook plaats bij geschillen over eigendomsrecht, alsmede in processen over vrijheid of onvrijheid,causae liberales(zieassertor, vgl. ookmanumissio). Vandaar de uitdrukkingaliquem in libertatem vindicare, iemands vrijheid eischen, iemand bevrijden. Ook komtvindicarein de beteekenis voor van straffen, wreken (aliquid, in aliquem); in het latere Latijn ook:se vindicare ab aliquo, zich op iemand wreken.Vindicius, een slaaf te Rome, die de samenzwering ten gunste van den verdreven koning Tarquinius Superbus aan het licht bracht en met vrijheid en burgerrecht werd beloond; zieValeriae legesno. 2.Vindicta=festuca, zievindicare.Vindili=Vandali.Vindius mons, gebergte langs de Noordkust van Hispania, het tegenw. Cantabrisch gebergte.—2)Οὐίνδιον ὄρος, gebergte in India dat Noord-Indië van Dekhan scheidt, tgw. Vindhja.Vindobona, keltische stad, rom. municipium in Pannonia, ligplaats der Donauvloot; thans Weenen. Keizer Marcus Aurelius overleed hier, 180 na C.Vindonissa, stad der Helvetii, aan den Arurius (Aar), thans Windisch, met belangrijke overblijfsels, o. a. van eene waterleiding en een amphitheater.Vineae.Vineae, schutdaken, als het ware kramen, van een stevig dak voorzien en die aan de zijden naar verkiezing konden geopend en gesloten worden. In den regel waren zij bij de 5 meter lang. Door een aantal zulkevineaeaan elkander te schuiven, vormden de belegeraars een overdekten gang, waarin zij schotvrij waren en waar de stormram (ziearies) werken kon. Van boven werden zij gedekt met gelooide of ongelooide huiden, om te voorkomen dat zij vuur zouden vatten door de brandbare stoffen, die de belegerden er op wierpen.Vinicii.1)P.enL. Vinicius, twee broeders, van wie de eerste een middelmatig, de tweede een goed redenaar was, vooral bedreven in het spreken voor de vuist. De laatste was in 51 volkstribuun, in 33 consul.—2)M. Vinicius, consul in 19, diende onder de regeering van Augustus in Germania en Pannonia.—3)L. Vinicius, zoon vanL. Viniciusno. 1, een edel jongeling, gunsteling van Augustus.—4)M. Vinicius, wiens vrouw eene zuster van Caligula was, hoopte te vergeefs dezen op te volgen. Later werd hij door Messalīna, wier verleiding hij afwees, vergiftigd (46 n. C.). Velleius Paterculus droeg aan hem zijn geschiedwerk op.Vinii.1)T. Viniuswerd van de proscripties der driemannen gered door zijne vrouw en door de trouw van een vrijgelatene,T. Vinius Philopoemen, die later door de gunst van Augustus rom. ridder werd.—2)C. Vinius Fronto Asella, buurman van Horatius.—3)T. Vinius Rufīnus, legaat en medeconsul van keizer Galba (68 na C.), gehaat om zijne laagheden en hebzucht, werd met Galba vermoord.—4)Vinia Crispīna, dochter van no. 3, bij haars vaders leven verloofd met Otho (keizer in 69), kocht voor hoogen prijs het hoofd haars vaders van diens moordenaars.Vipsanii.1)M. Vipsanius Agrippawerd in 63 uit een onaanzienlijk geslacht geboren. Door gemeenschappelijke studiën in nauwere aanraking met Octaviānus gekomen, werd hij diens boezemvriend en intieme raadsman. Eerst onderscheidde hij zich in den perusijnschen oorlog (zieAntoniino. 6), waarna hij praetor werd. Vervolgens bedwong hij een opstand in Gallia, drong ook over den Rijn en werd in 37 consul. Hij legde vervolgens een oorlogshaven bij Baiae aan (zieAvernus lacus) en bouwde een nieuwe vloot voor de Tyrrheensche zee. In 36 bracht hij aan Sex. Pompeius gevoelige nederlagen ter zee toeop de sicilische kust bij Mylae en Naulochus. Met Octavianus streed hij nog voorspoedig in Illyria en Dalmatia, en werd in 33 aediel. Aan de overwinning bij Actium in 31 (zieAntoniino. 4) had Agrippa als admiraal het grootste aandeel; ook de nieuwe indeeling van Italia in het jaar 30 was zijn werk. Nog tweemaal bekleedde hij het consulaat, terwijl hij nog verschillende veldtochten ondernam en opstanden dempte, o. a. andermaal in Gallia, in Hispania, in Pannonia, totdat hij in 12 overleed. Augustus liet zijne uitvaart op prachtige wijze vieren. Agrippa is driemaal gehuwd geweest, eerst met Pomponia, de dochter van Atticus: uit dit huwelijk is no. 5 geboren; daarna met Marcella, zijne nicht (zieClaudiino. 38), wier broeder M. Claudius Marcellus (Claudiino. 37) door Augustus tot zoon was aangenomen en met diens dochter Iulia was gehuwd. Hij scheidde echter van Marcella en huwde na den dood van Marcellus diens weduwe, waardoor hij nu de schoonzoon van Augustus werd (22). Zijne beide zoontjes uit dit laatste huwelijk, Gaius en Lucius, werden door Aug. aangenomen; een derde zoon werd na ’s vaders dood geboren en daaromAgrippa Postumusgenoemd. Zie de genealogie aan het einde van het art.Iulii. Agrippa was ook een uitstekend schrijver en zeer bedreven in de aardrijkskunde. Hij liet eene groote kaart vervaardigen van alle heerbanen en kusten in het rom. gebied, waarvan talrijke copieën gemaakt werden (vgl. no. 4). Rome had voor zijne verfraaiing veel aan hem te danken door den aanleg van waterleidingen, baden, zuilengangen, tuinen, zijne grootste schepping echter is het Pantheon (z. a.) met zijn ontzaggelijk koepeldak. Het tegenwoordig Pantheon is echter niet van hem. Ook in de provinciën legde hij heerwegen en bouwwerken aan, o. a. te Lugdūnum (Lyon) en te Nemausus (Nîmes).—2)Agrippa Postumus, derde zoon van no. 1, werd door Augustus naar het eil. Planasia verbannen en later na ’s keizers dood op last van Tiberius omgebracht, 14 na C.—3)L. Vipsanius, oudere broeder van no. 1, door Caesar in den burgeroorlog gevangengenomen, had aan de voorspraak van Augustus zijne vrijheid te danken.—4)Polla Vipsania, zuster van no. 1 en 3, legde den grondslag tot de grootsche galerij, waarin haars broeders kaart op den muur was afgebeeld.—5)Vipsania Agrippīna, dochter van no. 1 uit zijn eerste huwelijk, was gehuwd met Tiberius; op bevel echter van Augustus moest haar huwelijk na haars vaders dood verbroken worden, opdat Tiberius (tegen zijn zin) met Iulia zou kunnen huwen. Zij hertrouwde met C. Asinius Gallus. Zij stierf in 20 na C.Vipstāni.1)C. Vipstanus Aproniānuswas consul in 59 na C. en in 69 stadhouder van Africa.—2)Vipstanus Messāla, in den aan Tacitus toegeschrevendialogus de oratoribusvoorkomende, diende in den oorlog van Vespasiānus tegen Vitellius en onderscheidde zich door dapperheid, onpartijdigheid en welsprekendheid. Hij beschreef ook de geschiedenis van zijn tijd.Virbius, z.Hippolytus. Bij Egeria had hij een zoon, die eveneens V. heette en onder Turnus tegen Aenēas streed. Oorspronkelijk is het een mannelijke godheid, die met Egeria hulp verleende bij geboorte.Virdumāras=Viridomārus.Virgilii=Vergilii.Virginālis, Virgo, bijnaam van Juno, Fortūna, Minerva, Diāna, Vesta en Victoria.Virginii=Verginii.Virgo,Παρθένος, het sterrenbeeld de Maagd, z.Astraea.Viriāthas, een lusitanisch herder, een ware heldennatuur, was een der weinigen, die aan het verraderlijke bloedbad van 150 ontsnapten (zieSulpiciino. 11). Hij werd nu eerst rooverhoofdman; door zijn lichaamskracht en zijn beleid kreeg hij zulk een aanhang, dat hij spoedig aan het hoofd der geheele lusitanische krijgsmacht stond en jaren lang aan de rom. legers het hoofd bood, totdat in 141 de consul Q. Fabius Maximus Serviliānus hem eene nederlaag toebracht en in 140 vrede met hem sloot. Doch Fabius’ broeder en opvolger Q. Servilius Caepio (consul in 140) verbrak verraderlijk den vrede en wist onder de vrienden van V. eenigen om te koopen om dezen te vermoorden (139). Met zijn dood was de kracht der Lusitaniërs gebroken.Viridomārus, aanvoerder van de door de insubrischeGalliërste hulp geroepen Gaesaten, in 222 door den rom. consul M. Claudius Marcellus eigenhandig in den strijd doorstoken.Viriplaca, misschien een bijnaam van Venus, eene godin, die vrede sticht tusschen twistende echtgenooten.Viromandui, gallisch volk in het tegenw. Vermandois. Hoofdstad:Augusta Viromanduorum(St. Quentin, ten N.N.O. van Parijs).Visceratio, uitdeeling van vleesch, later ook van geld onder het volk bij de begrafenis van aanzienlijke Romeinen. Soms gaf men bij zulk eene gelegenheid openbare maaltijden, ook wel gladiatorenspelen.Visellii, 1)C. Visellius Aculeo, familie van Cicero, een scherpzinnig jurist, een vriend van den redenaar Crassus (Liciniino. 12).—2)C. Visellius Varro, een neef van Cicero, een talentvol redenaar, die zijn best deed om Cicero uit de ballingschap te doen terugroepen.—3)C. Visellius Varro, was in 21 na C. legaat in Germania in den oorlog tegen Sacrovir.—4)L. Visellius Varro, zoon van no. 3, consul in 24 na C.Vistula, grensrivier tusschen Germania en Sarmatia, thans Weichsel.Visurgis, riv. in Germania, thans Weser.Vitellia, oude stad in Latium, lid van den ouden Albaanschen bond, ten N.O. van het Albaansch gebergte.Vitellii. 1)P. Vitelliuswas onder Germanicus legaat, eerst in Germania, later in het Oosten. Na Germanicus’ dood trad hij op als aanklager van Piso. Na den val van Seiānuswerd hij aangeklaagd, opende zich de aderen, maar liet ze weer toebinden, en stierf in de gevangenis.—2)L. Vitelliuswas reeds onder Tiberius stadhouder van Syria en hield de Parthen onder streng bedwang. Hij stond ook in gunst bij Caligula en Claudius, doch was al te gedienstig jegens Messalīna en later jegens Agrippīna. Hij bekleedde samen met keizer Claudius de censuur in 47 na C. en volgende jaren.—3)A. Vitellius, rom. keizer, zoon van no. 2; zieVitellius.—4)L. Vitellius, ook een zoon van no. 2, was nog slechter dan zijn broeder de keizer. Bij de inneming van Rome door de troepen van Vespasiānus werd hij op last van diens veldheer M. Antonius Primus (zieAntoniino. 15) gedood.Vitellius(A.), rom. keizer, in 69 n. C. door de legioenen aan den Rijn als zoodanig uitgeroepen. Hij had bij Tiberius, Claudius, Caligula en Nero in groote gunst gestaan. Door Galba naar den Rijn gezonden, bracht hij door te groote toegevendheid de soldaten op zijne hand en werd den 2 Jan. 69 te Keulen tot keizer uitgeroepen, 13 dagen voordat Galba door Otho werd onttroond. Zijne troepen (zieCaecīnaeno. 5) wonnen den slag bij Bedriācum op Otho’s leger, waarop Otho zich van kant maakte. Vitellius liet het bestuur over aan onwaardige hovelingen en leefde alleen voor zijne zinnelijke lusten, waaronder onmatigheid en zwelgerij de hoofdrol vervulden. De praetoriaansche garde werd door hem ontbonden en een nieuwe van 20000 man gevormd. Intusschen bleven de soldaten zonder soldij. Op eens kwam te Rome het bericht der verheffing van Vespasiānus. Vitellius scheen het gevaar gering te achten, hoewel generaals en troepen van hem afvielen en hij den slag bij Cremōna (einde Oct. 69) verloor. Eindelijk gegrepen, werd hij door de soldaten van Antonius Primus (zieAntoniino. 15) met een strop om den hals door de straten gesleurd en werd zijn lijk in den Tiber geworpen (21 Dec. 69).Vitruvius Pollio(M.), architect te Rome, tijdgenoot van Caesar en Augustus, de eenige rom. schrijver over bouwkunst, die ons een werkde architecturain 10 boeken heeft nagelaten, opgedragen aan Augustus.Vivarium, bewaarplaats van levende dieren, ook tot aanfokking daarvan, zooals voor vogels en hoenders (vivarium aviumofaviarium), voor hazen (leporarium), voor veldmuizen (glirarium), slakken (cochlearium), oesters (vivarium ostrearum), vijvers voor visschen (vivarium pisciumofpiscīna), enz.Vocātes, volk in Aquitania niet ver van de spaansche grenzen.Vocetius mons, boschrijk gebergte, oostelijk gedeelte van den Jura.Voconia(lex) van den volkstribuun Q. Voconius Saxa in 169, tot beperking van het erfrecht van vrouwen. Zij bepaalde o. a. dat iemand, die op 100000 as gecenseerd was, geen vrouw tothereskon benoemen; wel kon hij haar een legaat vermaken, doch de som der legaten mocht het aandeel van denheresof deherēdesniet te boven gaan. Het doel was, te voorkomen dat groote fortuinen in handen van vrouwen kwamen; toch was de wet gemakkelijk te ontduiken, b.v. door eentestamentum per aes et libram.Voconii, een plebejisch geslacht, waartoe behooren een volkstribuun in 169 (zielex Voconia), een legaat van Lucullus in den mithradatischen oorlog, een rechter in het proces van Cluentius in 66.Vocontii, machtige keltische volksstam in Gallia Narbonensis, met de Rom. verbonden, doch volgens eigen wetten levende, in het tegenw. Provence en Dauphiné.Vogesus mons=Vosegus.Volaterrae,Οὐαλατέρραι, machtige etrurische zeestaat met de beide havens Luna en Populonia. Zij was een der 12 bondssteden, en lag op eene steile rots, waarvan de kruin slechts langs één moeielijken weg te genaken was. De hooge en zware muren zijn nog aanwezig. In den burgeroorlog hield de stad, die met meer andere etrurische steden sterk mariaansch gezind was, het beleg van Sulla’s troepen tot 79 uit. Sulla zond er eene kol. van veteranen heen. Van dien tijd af verviel de stad. De stad zelve lag een eind landwaarts in; de kust was moerassig en gedekt door wadden, zieVada.Volcae, aanzienlijke keltische volksstam in Gallia Narbonensis tusschen de Pyrenaeën en den Rhodanus (Rhône), oudtijds zelfs over deze rivier. Er waren twee hoofdstammen, deArecomiciten O. met de hoofdstad Nemausus (Nîmes) en deTectosagesmet Tolōsa (Toulouse) ten W. Tectosages vond men ook in het aziatische Galatia (z. a.).Volcānal, Volcanalia, zieVulcanus.Volcānus, betere, doch minder algemeene schrijfwijze voorVulcānus(z. a.).Volcatii.1) een vriend van Verres.—2)Volcatius Sedigitus(zesvingerige), ± 130, schrijver van een dichterlijken canon.—3)L. Volcatius Tullus, consul in 66, weigerde Catilīna als candidaat naar het consulaat aan te nemen en verijdelde diens eerste samenzwering. Een naamgenoot, misschien zijn zoon, was consul in 33.—4)C. Volcatius Tullus, diende in 53 onder Caesar in Gallia, en in 48 bij Dyrrhachium.Volcei,Οὖλκοι, stad in Lucania, zieVolcentes.Volcentes, bewoners van het gebied der stad Volci, Volcei of Vulci in het binnenland van Lucania, nabij de rivier Silarus.Volci, Vulci, 1) stad in Etruria ten N.W. van Tarquinii met uitgestrekte grafgewelven. Bij Volci heeft men een groot aantal vazen en andere voorwerpen van grieksche kunst in den grond gevonden. De stad werd in 280 door de Romeinen onderworpen, en op haar gebied Cosa (z. a.) gesticht.—2)stad der Volcentes (z. a.) in Lucania.Volero, familienaam in degens Publilia.VologesesofVolagaeses, naam van een vijftal parthische koningen uit den tijd van Parthië’s verval.—1)Arsaces XXIII(XXIV)Vol. I, 51–78 na C., veroverde Armenia voorzijn broeder Tiridātes (z. a.), doch deze moest de kroon uit de hand van keizer Nero aannemen en daarvoor naar Rome komen. Onder de regeering van Vol. I had Parthië veel te lijden van invallen der Alanen, zoodat hij zich zelfs tot Vespasiānus om hulp wendde, die echter niet verleend werd. Commagēne werd tijdens zijn bestuur door de Rom. ingelijfd (72 n. C.).—2)Ars. XXVI(XXVII)Vol. II, 130–148, van wien geene oorlogen bekend zijn.—3)Ars. XXVII(XXVIII)Vol. III, 148–190, viel in 161 in Armenia en versloeg eerst de uit Cappadocia te hulp gesnelde Rom., doch werd ten slotte in 163 door L. Verus in de engte gedreven; Seleucīa en Ctesiphon werden ingenomen en Mesopotamia was veroverd, toen op eens een vreeselijke pest uitbrak, die een eind aan den oorlog maakte (166). ZieVerus.—4)Ars. XXVIII(XXIX)Vol. IV, 190–209, leed zware verliezen tegen Septimius Sevērus, die Ctesiphon innam en plunderde, de mannelijke bevolking afmaakte en vrouwen en kinderen wegvoerde (198). Wederom kwam ziekte den Parthen te hulp.—5)Ars. XXIX(XXX)Vol. V, regeerde met zijn broeder Artabānus IV van 209 tot 226, hoewel Vol. waarschijnlijk niets te zeggen had. Zij waren de laatste Arsaciden in Parthië.Volscens, veldheer in het leger van Turnus, die door dapperheid uitmuntte, maar door Nisus gedood werd.Volsci, oud volk in Latium, aan beide oevers van den Liris, verbitterde vijanden der Rom., tusschen de zee en de grenzen van Samnium. Na ruim anderhalve eeuw van telkens hernieuwden strijd moesten zij eindelijk in 329 zich onderwerpen aan de Rom., waarna de naam der Volscen verdwijnt. Suessa Pometia was hunne hoofdstad. Zie ookLatium.Volsinii, welvarende bondsstad van Etruria, op een steilen berg gelegen. In 265 werd de stad door de Rom. verwoest, waarna de inwoners eene nieuwe stad moesten bouwen aan den Lacus Volsiniensis (Lago di Bolsena). Ook deze nieuwe stad werd rijk en bloeiend. In de middeleeuwen is de oude plaats weer opgebouwd, tgw. Orvieto.Voltacilius Pitholaus(L.), leermeester van Pompeius, onderwijzer in de rhetorica, de eerste vrijgelatene, die als geschiedschrijver opgetreden is. Zijn biographieën van Pompeius en diens vader zijn verloren gegaan. Z. ookPitholeon.Voltumna, godin van den etrurischen statenbond, bij wier tempel de bondsvergaderingen gehouden werden, waarmede offers, feesten en jaarmarkten verbonden waren. De tempel lag tusschen Ameria, Volsinii en Falerii. Deze godin is verwant met Vertumnus (z.a.).Voltur(mons), aan de grenzen van Samnium en Apulia en nabij die van Lucania.Volturcius(T.), deelgenoot aan de samenzwering van Catilīna, die gevangen werd genomen en onder belofte van vergiffenis alles bekende.Volturnalia, zieVolturnus.Volturnum, 1) oude naam van Capua.—2)stad aan den mond van den Volturnus, in 194 door de Rom. aangelegd op het gebied van Capua.Volturnus, thans Volturno, hoofdriv. van Campania, ontspringt diep in Samnium en stroomt langs Casilīnum naar de Tyrrheensche zee. De vlakte ten N. heet ager Falernus, die ten Z. ager Campānus, het grondgebied van Capua.—Volturnus is oorspronkelijk de naam van een riviergod, die een afzonderlijkenflamenhad, en wiens feest, deVolturnalia, op 27 Augustus gevierd werd. Het woord is afgeleid vanvolvere, het wentelen der golven. Men verwarre dezen god niet met Vertumnus.—Volturnus is ook de naam voor den Zuid-Oosten wind (Eurus, tgw. Sirocco, zieWindstreken), die in Mei en Juni in Apulië zeer heftig optreedt, en den Romeinen volgens Livius in den slag bij Cannae veel stof in het gezicht woei. De Volturnus brengt soms regen.Volumnii. 1)Volumnia, echtgenoote van Coriolanus; zieMarciino. 3.—2)P. Volumnius Amintīnus Gallus, consul in 461.—3)L. Volumnius Flamma Violens, consul in 307 en 296, beide malen met App. Claudius Caecus, streed (296) zeer voorspoedig tegen de Samnieten.—4)P. Volumnius Eutrapelus, aanhanger van Antonius, van wiens bemiddeling Cicero poogde gebruik te maken.—5)P. Volumnius, geschiedschrijver en boezemvriend van M. Brutus.Volusiānus(C. Vibius Afinius Gallus Veldumniānus), rom. medekeizer 251–253 na C.; zieGallus.Volusii.1)Q. Volusius, een van Cicero’s beambten in Cilicia.—2)L. Volusius Saturnīnus, een man van groote rijkdommen en groot aanzien, was consul in 12 en oefende later decensoria potestasuit. Zijn zoon en naamgenoot hield het erfgoed zijns vaders goed bijeen en stierf in 56 na C. als praefectus urbi.—3)Volusius Proculuskreeg van Nero de opdracht, diens moeder Agrippīna uit den weg te ruimen. Tot belooning werd hij admiraal van de vloot der Tyrrheensche zee.—4)L. Volusius Maeciānus, goed jurist onder Antonīnus Pius, leermeester van M. Aurelius.—5)Door Catullus wordt een dichterVolusiusuit Noord-Italië bespot wegens zijn boerscheAnnales. Door sommigen wordt deze Volusius geïdentificeerd met Tanusius Geminus (z. a.), waarschijnlijk ten onrechte.Vonōnes, parthische koningsnaam. 1)Arsaces XVIII Von. I, 6–16 na C., was als gijzelaar te Rome opgevoed. Na den dood van Orōdes II werd V. tot den troon geroepen, doch door zijne rom. zeden verbeurde hij de achting van zijn volk en moest naar Armenië en later naar Syrië vluchten, terwijl Artabānus III koning der Parthen werd.—2)Vonōnes, die met zijn zoon Meherdates te Rome leefde als gijzelaar, totdat Meh. in 50 na C. onder den naam Arsaces XXII vruchteloos de kroon van Parthië trachtte meester te worden.—3)Ars. XXII (XXIII) Von. II, 51 n. C., regeerde slechts weinige maanden.Vopiscus(Flavius) van Syracūsae, een van de schrijvers derHistoria Augusta, omstreeks 300 na C. Hij beschreef de levens van een aantal keizers, van Aureliānus tot Carīnus.Vortumnus=Vertumnus.Vosegus, beter dan Vogesus, gebergte in Gallia, de tegenw. Vogezen (les Vosges).Votivi(ludi), zieLudi.Vulcaniae insulae=Aeoliae insulae.Vulcānal(Volcānal), zieVulcanus.Vulcani insula=Hierano. 1.Vulcānus, Volc., rom. god van het vuur. Daar hij een god is, die brand veroorzaakt, maar ook afweert (Mulciber= de verzachter), trachtte men, door zekere formulieren op de muren der huizen te schrijven, zich tegen zijn verderfelijken invloed te vrijwaren en zich van zijn hulp te verzekeren. Om dezelfde reden bouwde men zijne tempels liefst buiten de stad, doch in Rome zelf was hem hetVolcanalgewijd, eene verhevenheid bij het Comitium, die evenals de tempel van Vesta als het zinnebeeld der eendracht van den staat beschouwd werd. Vandaar sprak, volgens de traditie, de koning de volksvergadering op het comitium toe. Overigens werd hij geheel en al met Hephaestus vereenzelvigd. Op zijn feestdag,Vulcanalia(23 Augustus), werden in den keizertijd spelen in den Circus Flaminius gehouden. Zie ookMaiano. 2 en Stata mater.Vulcatii=Volcatii.Vulci=Volci.Vulgivaga, Volg., bijnaam van Venus, =Πάνδημος.Vulsinii=Volsinii.Vultur=Voltur.Vulturcius=Volturcius.Vulturnum=Volturnum.Vulturnus=Volturnus.
Vestales.
Vestāles, ookvirgines Vestaegeheeten, vestaalsche maagden. In den Vesta-tempel, deheilige haardstede van den rom. staat, werd de dienst door zes priesteressen waargenomen. De voornaamste taak der dienstdoende Vestalin was te zorgen dat het vuur in den tempel niet uitging; doch bovendien hadden de priesteressen nog andere plichten te vervullen, o. a. het bereiden van het gezouten offermeel (mola salsa), waarmede de offerdieren bestrooid werden, het bewaren van bloed en asch van sommige offers, die later als reinigingsmiddelen dienst moesten doen, het opzenden van gebeden voor volk en staat, later ook voor den keizer en diens gezin, enz. Ging het vuur uit, dan werd de nalatige priesteres door den opperpontifex gegeeseld. Slechts éénmaal ’s jaars, den 1enMaart, den dag waarop oudtijds het jaar begon, moest het vuur uitgaan, om dan vernieuwd te worden. Nooit mocht het van buiten ingebracht worden, het moest in den tempel zelf door wrijving van hout ontstoken worden. Evenals het vuur een zinnebeeld van reinheid is, moesten ook Vesta’s priesteressen hare maagdelijke kuischheid bewaren; anders werden zij levend in een graf ingemetseld, terwijl ook haar verleider met den dood gestraft werd. Volgens delex Papia(z. a.) koos de pontifex maximus, wanneer er een plaats als Vestalin te vervullen viel, naar goedvinden 20 meisjes uit, niet jonger dan zes en niet ouder dan tien jaar; deze moesten vrij van lichaamsgebreken zijn, hare ouders, vader en moeder, nog in leven zijn enper confarreationemgehuwd zijn. Uit deze 20 werd door het lot ééne aangewezen en door den pontifex maximus als vestaalsche maagd aangenomen (virginem capere). Hoewel er enkele redenen tot vrijstelling waren, b.v. wanneer reeds eene zuster in Vesta’s dienst was of wanneer het kind reeds aan een pontifex verloofd was of wanneer de vader tot de flamines, augurs, XV viri sacris faciundis of septemviri epulōnes behoorde, kon men zich zonder zulk een reden niet aan de keus onttrekken. Ook konden ouders hunne dochters aanbieden. Tien jaar lang bleef de Vestalin leerlinge in den dienst, daarna moest zij tien jaar dienst verrichten, vervolgens tien jaar als leermeesteres der nieuwelingen werkzaam zijn. Na die 30 jaren mocht zij huwen, hetgeen echter ongaarne gezien werd. Devirgines Vestalesgenoten groote eer. Zij warensui iuris, zij alleen mochten te Rome op een wagen rijden, bij openbare feesten en spelen hadden zij de eereplaats. Op straat werden zij voorafgegaan door een lictor, zelfs de consul week voor haar uit, terwijl zijne lictoren hunne roedenbundels naar den grond gericht hielden (fasces submittere). Wanneer zij een veroordeelde ontmoetten, was deze vrij. Zie ookClaudiino. 12. De vestaalsche maagden droegen over het gewone vrouwengewaad een soort van linnen jakje, verder hetsuffibulumen deinfula. Aan haar hoofd stond devirgo maxima.
Vestibulum, een voorplein voor een aanzienlijk rom. huis, aan drie zijden door muren ingesloten. In de teekening op bl. 241 is wel eene kleine inspringende ruimte alsvestibulumaangegeven, doch men vergete niet, dat daar slechts een woning van zeer matigen omvang in eene landstad is voorgesteld, die niet te vergelijken is met de paleizen der rijken te Rome.
Vestīni, rom. geslacht uit den keizerstijd. 1)L. Vestinus, uit Vienna (Vienne) aan den Rhodanus (Rhône) in Gallia, bij keizer Claudius zeer gezien.—2)M. Vestinus Atticus, zoon van no. 1, eerst een vriend van Nero, later van hem afkeerig. Hij bespotte en beleedigde zelfs den keizer, die hem eerst vruchteloos in de samenzwering van Piso zocht te betrekken, en hem ten slotte, omdat hij met Statilia Messalīna getrouwd was, in zijn eigen huis liet overvallen en om het leven brengen (65 na C.).—3)L. Vestinus, ook een zoon van no. 1, herbouwde voor Vespasiānus het afgebrande Capitool.
Vestīni,Οὐηστινοί, kleine sabellische volksstam aan de Adriatische zee, gewoonlijk in éénen adem genoemd met de verwante Marsi, Marrucīni en Paeligni, met wie zij verbonden waren. Zij werden in 301 onderworpen door de Rom. en namen in 90 deel aan den opstand der bondgenooten.
Vestricius Spurinna, z.Spurīnaeno. 2.
Vesulus mons, thans Monte Viso, in de Cottische Alpen, een der weinige Alpentoppen, waarvan een rom. naam bekend is. Op dezen berg ontspringt de Padus (Po).
Vesuvius, Vesēvus, Vesbius,Οὐεσσούιος, Βέσβιος, thans nog Vesuvius, de bekendevulkaan bij Napels. Gedurende den geheelen tijd van Rome’s bestaan schijnt de berg in rust te hebben verkeerd tot aan de vreeselijke en geheel onverwachte uitbarsting van 79 n. C., waardoor o. a. Herculaneum en Pompeii bedolven werden. Door deze en latere uitbarstingen is het uiterlijk van den berg geheel veranderd.
Vetera, voluitCastra Vetera, rom. sterkte, in de geschiedenis van den bataafschen opstand bekend, zeer nabij het tegenw. Xanten aan den Rijn. Zie verder onderCastra.
Vettii.1)T. Vettius,romeinschridder, veroorzaakte in 104 in Campania een slavenopstand.—2)P. Vettius Scato(Cato),een van de aanvoerders der bondgenooten in den marsischen oorlog, die den Rom. eenige nederlagen toebracht (90), doch op den duur het onderspit moest delven. Toen de bondgenooten zich langzamerhand aan de Rom. onderwierpen, kon Vettius er niet toe besluiten de wapens neer te leggen, en toen zijne eigene soldaten hem aan den rom. consul Cn. Pompeius Strabo wilden uitleveren, liet hij zich door een slaaf dooden.—3)L. Vettius, rom. ridder, behoordetotde Catilinarii, maar verried daarna zijne medeplichtigen (63). Later liet hij zich door Caesar gebruiken, om eene samenzwering tegen Pompeius te verdichten en o. a. Scribonius Curio en diens zoon (Scriboniino. 5 en 6) en anderen er van te beschuldigen (59). De volkstribuun P. Vatinius kwam hierop met een wetsvoorstel voor den dag om tegen de door Vettius genoemde personen een gerechtelijk onderzoek in te stellen. Intusschen, zóó ver kwam het niet. Vettius was in zijne verklaringen zoo met zichzelf in strijd, dat hij zelf in de gevangenis werd geworpen. Daar vond men hem op zekeren dag dood, waaraan Caesar of Vatinius verdacht wordt niet vreemd te zijn geweest.—4)Vettius Valens, beroemd geneesheer onder Claudius.—5)Vettius Polānus, diende onder Domitius Corbulo in Armenia, werd door Vitellius als stadhouder naar Brittannia en door Vespasiānus naar Asia gezonden.
Vettona, klein plaatsje in Umbria, aan den bovenloop van den Tiber, ten Z. van Perusia, tgw. Bettona.
Vettones,ΟὐέττωνεςenΟὐέττονες, aanzienlijk volk in Lusitania tusschen den Durius (Duero) en den Tagus (Taag). Hoofdstad: Salmantica (Salamanca). Van hen wordt verhaald, dat zij in het eerst de rom. officieren, die zij zagen wandelen, met geweld naar het kamp terugbrachten, omdat zij meenden dat men krankzinnig moest wezen, om zich noodeloos zoo te vermoeien.
Vetulonia,Οὐετουλώνιον, eene der 12 etrurische bondssteden, niet ver van de kust, ten N. van Rusellae. De stad is vroeg vervallen; ze lag in de beruchte koortsstreek der Maremmen. In de nabijheid waren warme bronnen,aquae Vetuloniae.Volgenshet verhaal zouden de Rom. de fasces, sella curulis, toga praetexta en tuba aan de Vetuloniërs ontleend hebben.
Veturii.1)Veturius Mamurius, beroemd wapensmid, zieancīle.—2)P. Veturius Geminus Cicurīnus, consul in 499, overwon de Fidenaten, en zijn broederT., consul in 494 de Aequers.—3)T. Vetur. Gem. Cicurinus, consul in 462, hield eenovatio(z. a.) over Aequers en Volscers.—4)C. Vetur. Cicur., consul in 455, overwon ook de Aequers.—5)onder de decemviri en consulairtribunen komt een vijftalVeturii Crassi Cicurinivoor.—6)T. Veturius Calvīnuswas een der consuls, die in 321 bij Caudium door de Samnieten werden ingesloten. Hij en zijn ambtgenoot Sp. Postumius Albinus (Postumiino. 7) werden door den senaat, die het gesloten verdrag verwierp, aan de vijanden uitgeleverd, doch de Samnieten zonden hen naar Rome terug. In 334 waren beiden ook te zamen consul geweest.—7)L. Veturius Philowas consul in 220. In 217 totdictator comitiorum habendorum causabenoemd, moest hij alsvitio creatusaftreden. In 210 was hij censor, maar stierf tijdens de censuur.—8)L. Veturius Philo, misschien een zoon van no. 7, onderscheidde zich in 207 als legaat in den slag bij den Metaurus, in 206 was hij consul en onderwierp Lucania weder. In 202 diende hij onder Scipio in den slag bij Zama, en bracht daarna het bericht van de overwinning naar Rome over.—9)Veturia, moeder van Coriolanus, zieMarciino. 3.
Vexillum, ziesignumno. 2.
Viādus, rivier in Germania, thans Oder.
Viatōres, staatsboden in dienst van sommige rom. overheden, als: consuls, praetoren, censoren, volkstribunen, aedielen e. a. Zij werden gebruikt om boodschappen over te brengen, oproepingen te doen, iemand in hechtenis te nemen. Zie verderapparitores.
Vibii, rom. gesl. van samnietischen oorsprong. 1)C. Vibius Pansa Caetronianus, eerst uit Rome om zijne mariaanschgezindheid verbannen, sloot zich na zijn terugkeer bij Caesar aan, onder wien hij ook in Gallia diende. In 51 werd hij volkstribuun, in 47 en 46 stadhouder van Bithynia, in 45 van Gallia Cisalpīna. Na Pompeius’ dood was hij voor een aantal personen bij Caesar voorspraak. Na Caesars dood was hij in 43 consul met A. Hirtius (z. a.). In den mutinensischen oorlog tegen M. Antonius sneuvelden Pansa en Hirtius beiden in de nabijheid van Mutina.—2)Vibius Gallus, rom. rhetor onder Augustus, oefende zich zoolang in het nabootsen van krankzinnigen, tot hij zelf krankzinnig werd.—3)C. Vibius Postumusstreed met goed gevolg 9 na C. tegen de opstandelingen in Dalmatia.—4)C. Vibius Marsuswas legaat van Germanicus in het O. en bracht na diens dood Agrippīna naar Rome. Onder Claudius was hij stadhouder van Syria.—5)Vibius Serēnuswas in 16 n. C. één van de aanklagers van Scribonius Libo (Scriboniino. 9); hij werd in 24 door zijn eigen zoon bij Tiberius aangeklaagd van hoogverraad, doch door den keizer begenadigd.—6)Q. Vibius Crispus, redenaar ten tijde van Domitiānus.—7)C. Vibius Treboniānus Gallus, uit Perusia,rom. keizer 251–253 na C. ZieGallus.—8)C. Vibius Afinius Gallus Veldumniānus Volusiānus, gewoonlijk Volusianus genoemd, zoon van no. 7 en door zijn vader tot Caesar aangenomen; zieGallus.—9)Vibius Sequester, schrijver van een saai werkjede fluminibus,fontibus, lacubus, nemoribus, paludibus, montibus,gentibus, quorum apud poëtas mentio fit, leefde in de 4deof 5deeeuw na C.
Vibisci, zieBituriges.
Vibo, zieValentiano. 4 enHippono. 4.
Vibullius Rufus(L.), aanhanger van Pompeius, eerst door dezen als onderhandelaar met Caesar gebruikt, werd in den burgeroorlog tweemaal door Caesar gevangen genomen doch weder vrijgelaten en de tweede maal met vredesvoorstellen tot Pompeius gezonden.
Vica Pota, v. s. een andere naam voor Victoria, de rom. godin der overwinning; anderen leiden haar naam af vanvictusenpotus, zoodat ze op eten en drinken betrekking zou hebben. Zij had een heiligdom aan de Velia.
Vicariusheette de slaaf van een slaaf. Wanneer toch aan een slaaf door zijn meester het genot van eenig vermogen was toegestaan, b.v. een deel van zijne verdiensten (ziepeculium), hetgeen meermalen het geval was met slaven, die een ambacht beoefenden en op zichzelf woonden, dan kon zulk een slaaf op zijne beurt ook soms weder een slaaf koopen en in zijn dienst gebruiken.—Onder Constantijn den Gr. wasvicariusde titel van een stadhouder over eene der dioecesen, waarin elke praefectuur verdeeld was. Ziepraefectura.
Vice(n)tia, thans Vicenza, stad der Veneters tusschen Patavium (Padua) en Verōna.
Victor, Victrix, bijnaam van Jupiter, Mars, Hercules, Venus en Minerva. Ook sommige rom. legioenen kregen den bijnaam Victrix.
Victor.1)C. Iulius Victor, schrijver van een klein werkje,ars rhetorica Hermagorae etc.Hij leefde in de 4deeeuw n. C.—2)S. Aurelius Victor, zieAurēliino. 12.
Victoria, Victorīna, zieVictorīnus.
Victoriati, z.Bigati.
Victorīnus(M. Piavonius), een Galliër, die onder de regeering van Galliēnus, in het zoogen. tijdperk der 30 tyrannen, in het begin van 268 n. C. door Postumus (z. a.) tot mederegent werd aangenomen, maar in 269 of 270 te Colonia Agrippīna (Keulen) met zijn zoon vermoord werd. Een grooten invloed had tijdens zijn regeering en daarna zijne moeder Victorīna (Victoria), die eerst M. Aurelius Marius tot keizer liet uitroepen, en toen deze door zijne soldaten vermoord was, Tetricus (z. a.). De berichten omtrent dezen tijd zijn echter zeer verward en onzeker.
Victumalae, plaatsje ten W. van den Ticinus, waar in 218 P. Cornelius Scipio (Corneliino. 11) door Hannibal verslagen werd.
Vicus.1) onderafdeeling eenertribus urbāna(zietribus), dus eene wijk. Aan het hoofd daarvan stond eenmagister vici. De bewoners eener wijk hadden gemeenschappelijke godsdienstige feesten,compitalia(z. a.), en gemeenschappelijkelares compitales.—2)naam van sommige straten te Rome, als:vicus Tuscus,vicus Iugarius, vicus Longuse. a.—3)buiten de stad beteekent het woord een dorp of een vlek. Dezevicidroegen den naam vanforaenconciliabula, als het markt- en gerechtsplaatsen en centra voor de lichting waren. Zij hadden niet de rechten van eenmunicipium; waren zij versterkt, dan heetten zijcastraofcastella.
Viduus, een god, door wien de ziel van den mensch bij zijn dood van het lichaam gescheiden wordt. Hij had een tempel buiten Rome.
Vienna, thans Vienne, hoofdstad der Allobroges aan den Rhodanus (Rhône), ten Z. van Lugdūnum (Lyon).
Vigintisexviri, gemeenschappelijke naam van eenige magistraten van lageren rang:Xviri stlitibus iudicandis, IVviri iuri dicundoofpraefecti Capuam Cumas, IIIviri monetales,IVviri viis in urbe et IIviri viis extra urbem purgandis, IIIviri capitales. Nadat Augustus de IVviri iuri dicundo en de IIviri viis extra urbem purgandis had afgeschaft, werden de overigen gezamenlijkvigintivirigenoemd.
Vigintiviri, zievigintisexviri.
Villa.Uit den aard der zaak waren er groote en kleine buitenverblijven. Over het algemeen waren zij minder gebouwd met het oog op regelmaat, dan wel op gemak en zooveel mogelijk er op ingericht om in verschillende jaargetijden aan verschillende zijden bewoond te worden. Men onderscheidde devilla urbanaof het heerenhuis en devilla rusticaof boerderij. Het buitenverblijf van een rijken Romein vereenigde alle gemakken in zich. Behalve woon-, slaap-, eet-, studeer- en ontvangvertrekken had men er de onmisbare badkamers,sphaeristeriaof zalen voor het balspel, gesloten en open gaanderijen om met alle weer beweging te kunnen nemen (zie ookcryptoporticus), soms een of meer torens om een ruim uitzicht te genieten, verder een wandelpark met boschjes, vijvers, volières, meermalen eene diergaarde enz. De groote buitenplaatsen aan zee hadden dikwijls vijvers voor zeevisch, die met eene sluis waren afgesloten. Ook gebeurde het wel, dat er van de kust uit dammen in zee werden aangelegd om op de daartusschen aangeplempte ruimte het heerenhuis te kunnen bouwen met een onbelemmerd uitzicht.—De boerderij bestond in den regel uit een of meer binnenpleinen, waaromheen de woning, de stallen en schuren stonden. In het midden dezer binnenplaatsen (cohortes, cortes) waren waterbekkens. In het hoofdgebouw was de woning van den opzichter of meier (villicus), in de bijgebouwen de vertrekken voor de slaven (ziecella), de wijn- en oliepersen (torcularia), de wijn- en oliekelders (cella vinaria, olearia) enz. Dan behoorde er een hoenderhof bij met allerlei soorten van hoenders, ook fazanten en pauwen, en een duiventil. Op de boerderij was ook hetergastulumof de slavengevangenis, een grootvertrek, niet geheel onder, maar toch in den grond gebouwd, dat zijn licht ontving door getraliede vensteropeningen boven in den muur.—Villa publicais de naam van het ambtslokaal der censoren op het Campus Martius.
Rom. villa (muurschildering te Pompeii).Rom. villa (muurschildering te Pompeii).
Rom. villa (muurschildering te Pompeii).
Villia(lex)annālis, van den volkstribuun L. Villius in 180, waarnaar de familie den bijnaam vanAnnāliskreeg. Zij bevatte bepalingen omtrent den leeftijd, waarop men naar eenig ambt mocht dingen en de volgorde, waarin de ambten bekleed moesten worden. Uit het voorbeeld van Tib. Gracchus, die reeds vóór zijn 17dejaar in dienst ging en op zijn 27stejaar quaestor werd, en dat van Cicero, die drie jaar in Griekenland doorbracht en op zijn 31stejaar quaestor was, en uit enkele andere gegevens, mag men vermoedelijk het volgende opmaken. In den regel ging men na zijn 17denverjaardag in dienst en moest men 10 dienstjaren hebben. Had men die jaren nu achtereen uitgediend, dan kon men reeds op zijn 27stejaar naar de quaestuur dingen, anders eerst later. Zes jaar na de quaestuur kon men de aediliteit of het volkstribunaat bekleeden, drie jaar daarna de praetuur en nog drie jaar later het consulaat. Cicero was quaestor op zijn 31ste, aediel op zijn 37ste, praetor op zijn 40ste, consul op zijn 43stejaar. De genoemde ambten moesten in deze volgorde worden doorloopen. Aediliteit en volkstribunaat schijnen op ééne lijn te hebben gestaan, zoodat men kiezen kon, naar welk van beide men wilde dingen.
Villicus, de opzichter der boerderij, meestal een vrijgelatene. Zievilla.
Villii, een plebejisch geslacht. 1)P. Villius Tappulus, consul in 199, kreeg het opperbevel in den macedonischen oorlog, doch kon niet veel uitvoeren. Hij werd opgevolgd door T. Quinctius Flaminīnus. In 192 volbracht hij eene zending bij koning Antiochus van Syria, bij welke gelegenheid hij Hannibal te Ephesus ontmoette.—2)L. Villius, volkstribuun in 180; zieVillia lex.—3)C. Villius, deelgenoot der plannen van Ti. Gracchus, verloor met dezen het leven.—4)L. Villius Annālis, in 43 door de driemannen vogelvrij verklaard, werd verraden door zijn eigen zoon, die tot belooning quaestor werd, doch later zelf werd omgebracht door de soldaten die zijn vader hadden gedood.
Viminacium, vesting aan den Donau, en hoofdstad van Moesia Superior.
Viminālis(collis) =biezenheuvel, een der bergen, waarop Rome gebouwd was, gelegen tusschen den Collis Quirinālis en den Mons Cispius.
Vinalia, wijnfeesten.—1)V. priora, een feest, den 23stenApril te Rome gevierd, waarbij men aan Jupiter offerde en bij den tempel van Venus jongen wijn uitgoot. Het werd later beschouwd als een herinnering aan eene gelofte van Aenēas (z.Mezentius).—2)V. rustica, een feest, dat den 19denAugustus in de wijnbergen gevierd werd, en waarbij deflamen DialisaanJupitereen lam offerde.
Vindelicia,Οὐινδελικία, sedert 15 rom. Donauprov., ten N. door den Donau begrensd, en zich van den Aenus (Inn) in westelijke richting uitstrekkende tot aan het land der Helvetii (de lacus Brigantīnus, meer van Konstanz of Bodensee, lag nog in Vindelicia). Ten Z. grensde het gewest aan Raetia, waarmede het ééne provincie uitmaakte. In later tijd maakte V. de provincie Raetia II uit. DeVindeliciwaren Kelten. Hoofdstad:Augusta Vindelicorum, thans Augsburg, aan den Licus (Lech). Aan de samenvloeiing van Donau en Inn lag Batāva Castra, thans Passau.
Vindex(C. Iulius), een Galliër, uit eenvorstelijk aquitanisch geslacht gesproten, generaal in rom. dienst, werd door Nero als propraetor over Gallia Narbonensis aangesteld. Over Nero’s onwaardigheid en dwingelandij verbitterd, kwam hij in 68 n. C. tegen hem in opstand, doch niet met de bedoeling zichzelf te verheffen. Hij droeg den Galliërs zelfs op, hem te dooden, zoo hij naar de heerschappij streefde. Hij omhelsde de zaak van Galba. Met Verginius Rufus, stadhouder van Germania Superior (zieVerginiino. 8), sloot hij eene overeenkomst, doch door een misverstand geraakten beider troepen bij Vesontio (Besançon) slaags; Vindex werd overrompeld en benam zichzelf het leven.
Vindex,qui vim dicit, die met geweld dreigt, n.l. in goeden zin, als men iemand wil aanranden, dus: handhaver van het recht, wreker, beschermer, verdediger. In rechten isvindexdegene, die bij eenein ius vocatiozich in plaats van den gedaagde stelt en bij demanus iniectiodoor zijne tusschenkomst de inhechtenisneming verhindert en de zaak van den gegrepene tot de zijne maakt, dus: bevrijder, redder, borg. Vandaar komtvindexook in de beteekenis van plaatsvervanger voor. Overdrachtelijk ook: iemand die den knoop doorhakt.
Vindicare, vindicatio.Vindicatiois oorspronkelijk de handhaving van zijn recht (vgl.vindex), een zinnebeeldige handeling bij strijd over eigendomsrecht. Beide partijen betraden b.v. den betwisten grond in tegenwoordigheid van den praetor en van getuigen (superstites); later bracht men slechts eene kluit aarde mede, die men van den grond in kwestie had medegenomen en dievindiciaegenoemd werd, omdat zij gevindiceerd werd. Elke der partijen raakte de kluit met het zinnebeeldige roedje,vindictaoffestuca(eigl. een grashalm, op de betwiste plaats geplukt) aan en verklaarde deze voor zijn eigendom (vindicatioenrevindicatio). In ruimeren zin isvindicatiode actie over eigendomsrecht in het algemeen. Zij had ook plaats bij geschillen over eigendomsrecht, alsmede in processen over vrijheid of onvrijheid,causae liberales(zieassertor, vgl. ookmanumissio). Vandaar de uitdrukkingaliquem in libertatem vindicare, iemands vrijheid eischen, iemand bevrijden. Ook komtvindicarein de beteekenis voor van straffen, wreken (aliquid, in aliquem); in het latere Latijn ook:se vindicare ab aliquo, zich op iemand wreken.
Vindicius, een slaaf te Rome, die de samenzwering ten gunste van den verdreven koning Tarquinius Superbus aan het licht bracht en met vrijheid en burgerrecht werd beloond; zieValeriae legesno. 2.
Vindicta=festuca, zievindicare.
Vindili=Vandali.
Vindius mons, gebergte langs de Noordkust van Hispania, het tegenw. Cantabrisch gebergte.—2)Οὐίνδιον ὄρος, gebergte in India dat Noord-Indië van Dekhan scheidt, tgw. Vindhja.
Vindobona, keltische stad, rom. municipium in Pannonia, ligplaats der Donauvloot; thans Weenen. Keizer Marcus Aurelius overleed hier, 180 na C.
Vindonissa, stad der Helvetii, aan den Arurius (Aar), thans Windisch, met belangrijke overblijfsels, o. a. van eene waterleiding en een amphitheater.
Vineae.
Vineae, schutdaken, als het ware kramen, van een stevig dak voorzien en die aan de zijden naar verkiezing konden geopend en gesloten worden. In den regel waren zij bij de 5 meter lang. Door een aantal zulkevineaeaan elkander te schuiven, vormden de belegeraars een overdekten gang, waarin zij schotvrij waren en waar de stormram (ziearies) werken kon. Van boven werden zij gedekt met gelooide of ongelooide huiden, om te voorkomen dat zij vuur zouden vatten door de brandbare stoffen, die de belegerden er op wierpen.
Vinicii.1)P.enL. Vinicius, twee broeders, van wie de eerste een middelmatig, de tweede een goed redenaar was, vooral bedreven in het spreken voor de vuist. De laatste was in 51 volkstribuun, in 33 consul.—2)M. Vinicius, consul in 19, diende onder de regeering van Augustus in Germania en Pannonia.—3)L. Vinicius, zoon vanL. Viniciusno. 1, een edel jongeling, gunsteling van Augustus.—4)M. Vinicius, wiens vrouw eene zuster van Caligula was, hoopte te vergeefs dezen op te volgen. Later werd hij door Messalīna, wier verleiding hij afwees, vergiftigd (46 n. C.). Velleius Paterculus droeg aan hem zijn geschiedwerk op.
Vinii.1)T. Viniuswerd van de proscripties der driemannen gered door zijne vrouw en door de trouw van een vrijgelatene,T. Vinius Philopoemen, die later door de gunst van Augustus rom. ridder werd.—2)C. Vinius Fronto Asella, buurman van Horatius.—3)T. Vinius Rufīnus, legaat en medeconsul van keizer Galba (68 na C.), gehaat om zijne laagheden en hebzucht, werd met Galba vermoord.—4)Vinia Crispīna, dochter van no. 3, bij haars vaders leven verloofd met Otho (keizer in 69), kocht voor hoogen prijs het hoofd haars vaders van diens moordenaars.
Vipsanii.1)M. Vipsanius Agrippawerd in 63 uit een onaanzienlijk geslacht geboren. Door gemeenschappelijke studiën in nauwere aanraking met Octaviānus gekomen, werd hij diens boezemvriend en intieme raadsman. Eerst onderscheidde hij zich in den perusijnschen oorlog (zieAntoniino. 6), waarna hij praetor werd. Vervolgens bedwong hij een opstand in Gallia, drong ook over den Rijn en werd in 37 consul. Hij legde vervolgens een oorlogshaven bij Baiae aan (zieAvernus lacus) en bouwde een nieuwe vloot voor de Tyrrheensche zee. In 36 bracht hij aan Sex. Pompeius gevoelige nederlagen ter zee toeop de sicilische kust bij Mylae en Naulochus. Met Octavianus streed hij nog voorspoedig in Illyria en Dalmatia, en werd in 33 aediel. Aan de overwinning bij Actium in 31 (zieAntoniino. 4) had Agrippa als admiraal het grootste aandeel; ook de nieuwe indeeling van Italia in het jaar 30 was zijn werk. Nog tweemaal bekleedde hij het consulaat, terwijl hij nog verschillende veldtochten ondernam en opstanden dempte, o. a. andermaal in Gallia, in Hispania, in Pannonia, totdat hij in 12 overleed. Augustus liet zijne uitvaart op prachtige wijze vieren. Agrippa is driemaal gehuwd geweest, eerst met Pomponia, de dochter van Atticus: uit dit huwelijk is no. 5 geboren; daarna met Marcella, zijne nicht (zieClaudiino. 38), wier broeder M. Claudius Marcellus (Claudiino. 37) door Augustus tot zoon was aangenomen en met diens dochter Iulia was gehuwd. Hij scheidde echter van Marcella en huwde na den dood van Marcellus diens weduwe, waardoor hij nu de schoonzoon van Augustus werd (22). Zijne beide zoontjes uit dit laatste huwelijk, Gaius en Lucius, werden door Aug. aangenomen; een derde zoon werd na ’s vaders dood geboren en daaromAgrippa Postumusgenoemd. Zie de genealogie aan het einde van het art.Iulii. Agrippa was ook een uitstekend schrijver en zeer bedreven in de aardrijkskunde. Hij liet eene groote kaart vervaardigen van alle heerbanen en kusten in het rom. gebied, waarvan talrijke copieën gemaakt werden (vgl. no. 4). Rome had voor zijne verfraaiing veel aan hem te danken door den aanleg van waterleidingen, baden, zuilengangen, tuinen, zijne grootste schepping echter is het Pantheon (z. a.) met zijn ontzaggelijk koepeldak. Het tegenwoordig Pantheon is echter niet van hem. Ook in de provinciën legde hij heerwegen en bouwwerken aan, o. a. te Lugdūnum (Lyon) en te Nemausus (Nîmes).—2)Agrippa Postumus, derde zoon van no. 1, werd door Augustus naar het eil. Planasia verbannen en later na ’s keizers dood op last van Tiberius omgebracht, 14 na C.—3)L. Vipsanius, oudere broeder van no. 1, door Caesar in den burgeroorlog gevangengenomen, had aan de voorspraak van Augustus zijne vrijheid te danken.—4)Polla Vipsania, zuster van no. 1 en 3, legde den grondslag tot de grootsche galerij, waarin haars broeders kaart op den muur was afgebeeld.—5)Vipsania Agrippīna, dochter van no. 1 uit zijn eerste huwelijk, was gehuwd met Tiberius; op bevel echter van Augustus moest haar huwelijk na haars vaders dood verbroken worden, opdat Tiberius (tegen zijn zin) met Iulia zou kunnen huwen. Zij hertrouwde met C. Asinius Gallus. Zij stierf in 20 na C.
Vipstāni.1)C. Vipstanus Aproniānuswas consul in 59 na C. en in 69 stadhouder van Africa.—2)Vipstanus Messāla, in den aan Tacitus toegeschrevendialogus de oratoribusvoorkomende, diende in den oorlog van Vespasiānus tegen Vitellius en onderscheidde zich door dapperheid, onpartijdigheid en welsprekendheid. Hij beschreef ook de geschiedenis van zijn tijd.
Virbius, z.Hippolytus. Bij Egeria had hij een zoon, die eveneens V. heette en onder Turnus tegen Aenēas streed. Oorspronkelijk is het een mannelijke godheid, die met Egeria hulp verleende bij geboorte.
Virdumāras=Viridomārus.
Virgilii=Vergilii.
Virginālis, Virgo, bijnaam van Juno, Fortūna, Minerva, Diāna, Vesta en Victoria.
Virginii=Verginii.
Virgo,Παρθένος, het sterrenbeeld de Maagd, z.Astraea.
Viriāthas, een lusitanisch herder, een ware heldennatuur, was een der weinigen, die aan het verraderlijke bloedbad van 150 ontsnapten (zieSulpiciino. 11). Hij werd nu eerst rooverhoofdman; door zijn lichaamskracht en zijn beleid kreeg hij zulk een aanhang, dat hij spoedig aan het hoofd der geheele lusitanische krijgsmacht stond en jaren lang aan de rom. legers het hoofd bood, totdat in 141 de consul Q. Fabius Maximus Serviliānus hem eene nederlaag toebracht en in 140 vrede met hem sloot. Doch Fabius’ broeder en opvolger Q. Servilius Caepio (consul in 140) verbrak verraderlijk den vrede en wist onder de vrienden van V. eenigen om te koopen om dezen te vermoorden (139). Met zijn dood was de kracht der Lusitaniërs gebroken.
Viridomārus, aanvoerder van de door de insubrischeGalliërste hulp geroepen Gaesaten, in 222 door den rom. consul M. Claudius Marcellus eigenhandig in den strijd doorstoken.
Viriplaca, misschien een bijnaam van Venus, eene godin, die vrede sticht tusschen twistende echtgenooten.
Viromandui, gallisch volk in het tegenw. Vermandois. Hoofdstad:Augusta Viromanduorum(St. Quentin, ten N.N.O. van Parijs).
Visceratio, uitdeeling van vleesch, later ook van geld onder het volk bij de begrafenis van aanzienlijke Romeinen. Soms gaf men bij zulk eene gelegenheid openbare maaltijden, ook wel gladiatorenspelen.
Visellii, 1)C. Visellius Aculeo, familie van Cicero, een scherpzinnig jurist, een vriend van den redenaar Crassus (Liciniino. 12).—2)C. Visellius Varro, een neef van Cicero, een talentvol redenaar, die zijn best deed om Cicero uit de ballingschap te doen terugroepen.—3)C. Visellius Varro, was in 21 na C. legaat in Germania in den oorlog tegen Sacrovir.—4)L. Visellius Varro, zoon van no. 3, consul in 24 na C.
Vistula, grensrivier tusschen Germania en Sarmatia, thans Weichsel.
Visurgis, riv. in Germania, thans Weser.
Vitellia, oude stad in Latium, lid van den ouden Albaanschen bond, ten N.O. van het Albaansch gebergte.
Vitellii. 1)P. Vitelliuswas onder Germanicus legaat, eerst in Germania, later in het Oosten. Na Germanicus’ dood trad hij op als aanklager van Piso. Na den val van Seiānuswerd hij aangeklaagd, opende zich de aderen, maar liet ze weer toebinden, en stierf in de gevangenis.—2)L. Vitelliuswas reeds onder Tiberius stadhouder van Syria en hield de Parthen onder streng bedwang. Hij stond ook in gunst bij Caligula en Claudius, doch was al te gedienstig jegens Messalīna en later jegens Agrippīna. Hij bekleedde samen met keizer Claudius de censuur in 47 na C. en volgende jaren.—3)A. Vitellius, rom. keizer, zoon van no. 2; zieVitellius.—4)L. Vitellius, ook een zoon van no. 2, was nog slechter dan zijn broeder de keizer. Bij de inneming van Rome door de troepen van Vespasiānus werd hij op last van diens veldheer M. Antonius Primus (zieAntoniino. 15) gedood.
Vitellius(A.), rom. keizer, in 69 n. C. door de legioenen aan den Rijn als zoodanig uitgeroepen. Hij had bij Tiberius, Claudius, Caligula en Nero in groote gunst gestaan. Door Galba naar den Rijn gezonden, bracht hij door te groote toegevendheid de soldaten op zijne hand en werd den 2 Jan. 69 te Keulen tot keizer uitgeroepen, 13 dagen voordat Galba door Otho werd onttroond. Zijne troepen (zieCaecīnaeno. 5) wonnen den slag bij Bedriācum op Otho’s leger, waarop Otho zich van kant maakte. Vitellius liet het bestuur over aan onwaardige hovelingen en leefde alleen voor zijne zinnelijke lusten, waaronder onmatigheid en zwelgerij de hoofdrol vervulden. De praetoriaansche garde werd door hem ontbonden en een nieuwe van 20000 man gevormd. Intusschen bleven de soldaten zonder soldij. Op eens kwam te Rome het bericht der verheffing van Vespasiānus. Vitellius scheen het gevaar gering te achten, hoewel generaals en troepen van hem afvielen en hij den slag bij Cremōna (einde Oct. 69) verloor. Eindelijk gegrepen, werd hij door de soldaten van Antonius Primus (zieAntoniino. 15) met een strop om den hals door de straten gesleurd en werd zijn lijk in den Tiber geworpen (21 Dec. 69).
Vitruvius Pollio(M.), architect te Rome, tijdgenoot van Caesar en Augustus, de eenige rom. schrijver over bouwkunst, die ons een werkde architecturain 10 boeken heeft nagelaten, opgedragen aan Augustus.
Vivarium, bewaarplaats van levende dieren, ook tot aanfokking daarvan, zooals voor vogels en hoenders (vivarium aviumofaviarium), voor hazen (leporarium), voor veldmuizen (glirarium), slakken (cochlearium), oesters (vivarium ostrearum), vijvers voor visschen (vivarium pisciumofpiscīna), enz.
Vocātes, volk in Aquitania niet ver van de spaansche grenzen.
Vocetius mons, boschrijk gebergte, oostelijk gedeelte van den Jura.
Voconia(lex) van den volkstribuun Q. Voconius Saxa in 169, tot beperking van het erfrecht van vrouwen. Zij bepaalde o. a. dat iemand, die op 100000 as gecenseerd was, geen vrouw tothereskon benoemen; wel kon hij haar een legaat vermaken, doch de som der legaten mocht het aandeel van denheresof deherēdesniet te boven gaan. Het doel was, te voorkomen dat groote fortuinen in handen van vrouwen kwamen; toch was de wet gemakkelijk te ontduiken, b.v. door eentestamentum per aes et libram.
Voconii, een plebejisch geslacht, waartoe behooren een volkstribuun in 169 (zielex Voconia), een legaat van Lucullus in den mithradatischen oorlog, een rechter in het proces van Cluentius in 66.
Vocontii, machtige keltische volksstam in Gallia Narbonensis, met de Rom. verbonden, doch volgens eigen wetten levende, in het tegenw. Provence en Dauphiné.
Vogesus mons=Vosegus.
Volaterrae,Οὐαλατέρραι, machtige etrurische zeestaat met de beide havens Luna en Populonia. Zij was een der 12 bondssteden, en lag op eene steile rots, waarvan de kruin slechts langs één moeielijken weg te genaken was. De hooge en zware muren zijn nog aanwezig. In den burgeroorlog hield de stad, die met meer andere etrurische steden sterk mariaansch gezind was, het beleg van Sulla’s troepen tot 79 uit. Sulla zond er eene kol. van veteranen heen. Van dien tijd af verviel de stad. De stad zelve lag een eind landwaarts in; de kust was moerassig en gedekt door wadden, zieVada.
Volcae, aanzienlijke keltische volksstam in Gallia Narbonensis tusschen de Pyrenaeën en den Rhodanus (Rhône), oudtijds zelfs over deze rivier. Er waren twee hoofdstammen, deArecomiciten O. met de hoofdstad Nemausus (Nîmes) en deTectosagesmet Tolōsa (Toulouse) ten W. Tectosages vond men ook in het aziatische Galatia (z. a.).
Volcānal, Volcanalia, zieVulcanus.
Volcānus, betere, doch minder algemeene schrijfwijze voorVulcānus(z. a.).
Volcatii.1) een vriend van Verres.—2)Volcatius Sedigitus(zesvingerige), ± 130, schrijver van een dichterlijken canon.—3)L. Volcatius Tullus, consul in 66, weigerde Catilīna als candidaat naar het consulaat aan te nemen en verijdelde diens eerste samenzwering. Een naamgenoot, misschien zijn zoon, was consul in 33.—4)C. Volcatius Tullus, diende in 53 onder Caesar in Gallia, en in 48 bij Dyrrhachium.
Volcei,Οὖλκοι, stad in Lucania, zieVolcentes.
Volcentes, bewoners van het gebied der stad Volci, Volcei of Vulci in het binnenland van Lucania, nabij de rivier Silarus.
Volci, Vulci, 1) stad in Etruria ten N.W. van Tarquinii met uitgestrekte grafgewelven. Bij Volci heeft men een groot aantal vazen en andere voorwerpen van grieksche kunst in den grond gevonden. De stad werd in 280 door de Romeinen onderworpen, en op haar gebied Cosa (z. a.) gesticht.—2)stad der Volcentes (z. a.) in Lucania.
Volero, familienaam in degens Publilia.
VologesesofVolagaeses, naam van een vijftal parthische koningen uit den tijd van Parthië’s verval.—1)Arsaces XXIII(XXIV)Vol. I, 51–78 na C., veroverde Armenia voorzijn broeder Tiridātes (z. a.), doch deze moest de kroon uit de hand van keizer Nero aannemen en daarvoor naar Rome komen. Onder de regeering van Vol. I had Parthië veel te lijden van invallen der Alanen, zoodat hij zich zelfs tot Vespasiānus om hulp wendde, die echter niet verleend werd. Commagēne werd tijdens zijn bestuur door de Rom. ingelijfd (72 n. C.).—2)Ars. XXVI(XXVII)Vol. II, 130–148, van wien geene oorlogen bekend zijn.—3)Ars. XXVII(XXVIII)Vol. III, 148–190, viel in 161 in Armenia en versloeg eerst de uit Cappadocia te hulp gesnelde Rom., doch werd ten slotte in 163 door L. Verus in de engte gedreven; Seleucīa en Ctesiphon werden ingenomen en Mesopotamia was veroverd, toen op eens een vreeselijke pest uitbrak, die een eind aan den oorlog maakte (166). ZieVerus.—4)Ars. XXVIII(XXIX)Vol. IV, 190–209, leed zware verliezen tegen Septimius Sevērus, die Ctesiphon innam en plunderde, de mannelijke bevolking afmaakte en vrouwen en kinderen wegvoerde (198). Wederom kwam ziekte den Parthen te hulp.—5)Ars. XXIX(XXX)Vol. V, regeerde met zijn broeder Artabānus IV van 209 tot 226, hoewel Vol. waarschijnlijk niets te zeggen had. Zij waren de laatste Arsaciden in Parthië.
Volscens, veldheer in het leger van Turnus, die door dapperheid uitmuntte, maar door Nisus gedood werd.
Volsci, oud volk in Latium, aan beide oevers van den Liris, verbitterde vijanden der Rom., tusschen de zee en de grenzen van Samnium. Na ruim anderhalve eeuw van telkens hernieuwden strijd moesten zij eindelijk in 329 zich onderwerpen aan de Rom., waarna de naam der Volscen verdwijnt. Suessa Pometia was hunne hoofdstad. Zie ookLatium.
Volsinii, welvarende bondsstad van Etruria, op een steilen berg gelegen. In 265 werd de stad door de Rom. verwoest, waarna de inwoners eene nieuwe stad moesten bouwen aan den Lacus Volsiniensis (Lago di Bolsena). Ook deze nieuwe stad werd rijk en bloeiend. In de middeleeuwen is de oude plaats weer opgebouwd, tgw. Orvieto.
Voltacilius Pitholaus(L.), leermeester van Pompeius, onderwijzer in de rhetorica, de eerste vrijgelatene, die als geschiedschrijver opgetreden is. Zijn biographieën van Pompeius en diens vader zijn verloren gegaan. Z. ookPitholeon.
Voltumna, godin van den etrurischen statenbond, bij wier tempel de bondsvergaderingen gehouden werden, waarmede offers, feesten en jaarmarkten verbonden waren. De tempel lag tusschen Ameria, Volsinii en Falerii. Deze godin is verwant met Vertumnus (z.a.).
Voltur(mons), aan de grenzen van Samnium en Apulia en nabij die van Lucania.
Volturcius(T.), deelgenoot aan de samenzwering van Catilīna, die gevangen werd genomen en onder belofte van vergiffenis alles bekende.
Volturnalia, zieVolturnus.
Volturnum, 1) oude naam van Capua.—2)stad aan den mond van den Volturnus, in 194 door de Rom. aangelegd op het gebied van Capua.
Volturnus, thans Volturno, hoofdriv. van Campania, ontspringt diep in Samnium en stroomt langs Casilīnum naar de Tyrrheensche zee. De vlakte ten N. heet ager Falernus, die ten Z. ager Campānus, het grondgebied van Capua.—Volturnus is oorspronkelijk de naam van een riviergod, die een afzonderlijkenflamenhad, en wiens feest, deVolturnalia, op 27 Augustus gevierd werd. Het woord is afgeleid vanvolvere, het wentelen der golven. Men verwarre dezen god niet met Vertumnus.—Volturnus is ook de naam voor den Zuid-Oosten wind (Eurus, tgw. Sirocco, zieWindstreken), die in Mei en Juni in Apulië zeer heftig optreedt, en den Romeinen volgens Livius in den slag bij Cannae veel stof in het gezicht woei. De Volturnus brengt soms regen.
Volumnii. 1)Volumnia, echtgenoote van Coriolanus; zieMarciino. 3.—2)P. Volumnius Amintīnus Gallus, consul in 461.—3)L. Volumnius Flamma Violens, consul in 307 en 296, beide malen met App. Claudius Caecus, streed (296) zeer voorspoedig tegen de Samnieten.—4)P. Volumnius Eutrapelus, aanhanger van Antonius, van wiens bemiddeling Cicero poogde gebruik te maken.—5)P. Volumnius, geschiedschrijver en boezemvriend van M. Brutus.
Volusiānus(C. Vibius Afinius Gallus Veldumniānus), rom. medekeizer 251–253 na C.; zieGallus.
Volusii.1)Q. Volusius, een van Cicero’s beambten in Cilicia.—2)L. Volusius Saturnīnus, een man van groote rijkdommen en groot aanzien, was consul in 12 en oefende later decensoria potestasuit. Zijn zoon en naamgenoot hield het erfgoed zijns vaders goed bijeen en stierf in 56 na C. als praefectus urbi.—3)Volusius Proculuskreeg van Nero de opdracht, diens moeder Agrippīna uit den weg te ruimen. Tot belooning werd hij admiraal van de vloot der Tyrrheensche zee.—4)L. Volusius Maeciānus, goed jurist onder Antonīnus Pius, leermeester van M. Aurelius.—5)Door Catullus wordt een dichterVolusiusuit Noord-Italië bespot wegens zijn boerscheAnnales. Door sommigen wordt deze Volusius geïdentificeerd met Tanusius Geminus (z. a.), waarschijnlijk ten onrechte.
Vonōnes, parthische koningsnaam. 1)Arsaces XVIII Von. I, 6–16 na C., was als gijzelaar te Rome opgevoed. Na den dood van Orōdes II werd V. tot den troon geroepen, doch door zijne rom. zeden verbeurde hij de achting van zijn volk en moest naar Armenië en later naar Syrië vluchten, terwijl Artabānus III koning der Parthen werd.—2)Vonōnes, die met zijn zoon Meherdates te Rome leefde als gijzelaar, totdat Meh. in 50 na C. onder den naam Arsaces XXII vruchteloos de kroon van Parthië trachtte meester te worden.—3)Ars. XXII (XXIII) Von. II, 51 n. C., regeerde slechts weinige maanden.
Vopiscus(Flavius) van Syracūsae, een van de schrijvers derHistoria Augusta, omstreeks 300 na C. Hij beschreef de levens van een aantal keizers, van Aureliānus tot Carīnus.
Vortumnus=Vertumnus.
Vosegus, beter dan Vogesus, gebergte in Gallia, de tegenw. Vogezen (les Vosges).
Votivi(ludi), zieLudi.
Vulcaniae insulae=Aeoliae insulae.
Vulcānal(Volcānal), zieVulcanus.
Vulcani insula=Hierano. 1.
Vulcānus, Volc., rom. god van het vuur. Daar hij een god is, die brand veroorzaakt, maar ook afweert (Mulciber= de verzachter), trachtte men, door zekere formulieren op de muren der huizen te schrijven, zich tegen zijn verderfelijken invloed te vrijwaren en zich van zijn hulp te verzekeren. Om dezelfde reden bouwde men zijne tempels liefst buiten de stad, doch in Rome zelf was hem hetVolcanalgewijd, eene verhevenheid bij het Comitium, die evenals de tempel van Vesta als het zinnebeeld der eendracht van den staat beschouwd werd. Vandaar sprak, volgens de traditie, de koning de volksvergadering op het comitium toe. Overigens werd hij geheel en al met Hephaestus vereenzelvigd. Op zijn feestdag,Vulcanalia(23 Augustus), werden in den keizertijd spelen in den Circus Flaminius gehouden. Zie ookMaiano. 2 en Stata mater.
Vulcatii=Volcatii.
Vulci=Volci.
Vulgivaga, Volg., bijnaam van Venus, =Πάνδημος.
Vulsinii=Volsinii.
Vultur=Voltur.
Vulturcius=Volturcius.
Vulturnum=Volturnum.
Vulturnus=Volturnus.