E.Ebora, rom. muncipium in Lusitania, ookLiberalitas Iuliagenaamd, thans Evora.Eborācum,Ἔβόρακον, thans York, hoofdstad der Brigantes in Britannia. De keizers Septimius Sevērus en Constantius Chlorus stierven te York, Constantijn de Gr. werd er tot keizer uitgeroepen.Ebūdae insulae,Ἔβουδαι νῆσοι, ten N.W. van Caledonia (Schotland), thans de Hebriden.Eburodunum, hoofdstad der Caturiges (z.a.).Eburōnes,Ἐβούρωνες, germaansch volk in Belgica, dat langs de Maas woonde, van Namen tot Roermond, door Caesar zoo goed als uitgeroeid, omdat ze het romeinsche leger, dat in hun land overwinterde, bij den opstand van 54/53 hadden afgemaakt.Eburovīces, keltisch volk in Normandië met de hoofdstad Mediolānum (Evreux aan de Eure), een van de vier stammen der Aulerci.Ebusus,Ἔβυσος, thans Iviza, het grootste der Pityusen-eilanden bij Hispania. Ook de stad heette Ebusus. Zij werd in den tweeden punischen oorlog (217) door de Rom. tevergeefs bestormd.Ecbatana,τὰ Ἐκβάτανα, ookἈγβάτανα, hoofdstad van Media, zomerverblijf der perzische en later der parthische koningen. Het was terrasgewijze gebouwd tegen de helling van den boschrijken Orontesberg, en door zeven verschillend gekleurde muren omgeven. Als stichter wordt Deioces genoemd.Ecdēmus,Ἔκδημος, enDemophanes(v. a.Megalophanes), twee burgers van Megalopolis, leerlingen van Arcesilāus, verdreven den tyran Aristodēmus uit hunne vaderstad, en hielpen Arātus in het verdrijven van Nicocles uit Sicyon. Daarna gingen zij naar Cyrēne, waar zij zich door het geven van wijze wetten verdienstelijk maakten. Later keerden zij terug en wijdden zij zich aan de opvoeding van Philopoemen.Ecdicus,ἔκδικος, iemand, die, wanneer eenecivitasin eene provincie in rechten optrad, die civitas voor de rechtbank vertegenwoordigde. De latijnsche benaming iscognitor civitatis.Ecetra,Ἐχέτρα, sterke volscische stad in Latium, vermoedelijk door de Rom. verwoest.Echecrates,Ἐχεκράτης, van Phlius, leerling van Archȳtas, vriend en misschien leermeester van Plato.Echedorus,Ἐχείδωρος, macedonische riv., die ten O. van den Axius in de golf van Thermae uitloopt.Echemus,Ἔχεμος, koning van Arcadië, trok als bondgenoot van Atreus den Doriërs bij hun inval in de Peloponnesus tegemoet, en doodde Hyllus.Echepolus,Ἐχέπωλος, 1) Sicyoniër, die aan Agamemnon eene schoone merrie gaf, om zich los te koopen van de verplichting om mede naar Troja te gaan.—2)Trojaan, door Antilochus gedood.Echetlus,Ἔχετλος, een heros, op bevel van een orakel door de Atheners vereerd sedert den slag bij Marathon, waar hij als landman verschenen was, met een ploegschaar vele vijanden gedood had, en na de overwinning verdwenen was.Echetus,Ἔχετος, wordt in de Odyssēa genoemd als een wreed koning van Epīrus, die alle vreemdelingen mishandelde en zijn eigen dochter de oogen uitstak.Echidna,Ἔχιδνα, dochter van Tartarus en Gaea, of van Chrysāor en Callirhoë, een monster, half vrouw, half slang, woonde in Cilicië, was bij Typhon moeder van de Chimaera, den Cerberus (Echidneus canis), de lernaeische hydra e. a. monsters. Zij werd door den alzienden Argus in den slaap gedood.—V. s. woonde zij in het land der Scythen, en verwekte Heracles bij haar drie zonen, van welke een de stamvader der scythische koningen werd.Echinades,Ἐχινάδες, zeeëgel-eilanden, aan den mond van den Achelōus vóór de kust van Acarnania gelegen, en gevormd door de sterke aanslibbing van den stroom. Volgens de mythe waren het nimfen geweest, die bij het offeren den riviergod hadden vergeten en toen met den grond, waarop zij stonden, waren losgescheurd en door den stroom een eind ver meegesleurd.Ἐχῖνος, doos waarin te Athene bij een proces de bewijsstukken enz., bewaard werden.Echīnus,Ἐχῖνος, 1) stad in Acarnania aan de Ambracische golf.—2)stad in het thessalische landschap Phthiōtis aan de Malische golf.Echīnus,ἐχῖνος, de eierlijst aan het kapiteel eener zuil. Ziecolumna.Echīon,Ἐχίων, 1) een der mannen, gesproten uit de door Cadmus gezaaide draketanden, huwde diens dochter Agāve, en hielp zijn schoonvader bij het bouwen van Thebae.—2)zoon van Hermes en Antianīra, beroemd om zijne snelheid in het loopen, nam deel aan de calydonische jacht en den tocht der Argonauten.—3)een van de Giganten, die den hemel bestormden; Athēna veranderde hem door het Medusahoofd in een steen.—4)verkeerde lezing voor Aetion, z. a.Echionides, Pentheus, zoon van Echion no. 1.Echo,Ἠχώ, boeotische Oreade, die Hera met haar gesnap bezig hield, wanneer Zeus de nimfen bezocht. Toen deze list ontdekt werd, ontnam Hera haar het gebruik harer tong, zoodat zij alleen de laatste woorden herhalen kan van vragen, die men tot haar richt. Zij werd verliefd op Narcissus, en daar deze haar niet beminde, kwijnde zij weg, en bleef alleen hare stem over. Bij Pan was zij moeder van Iynx.Ecnomus mons,Ἔκνομος λόφος, kaap aan de Z. kust van Sicilia tusschen Agrigentum en Gela, waar L. Manlius Vulso in 256 de Carthagers verslagen heeft.Ecphantides,Ἐκφαντίδης, een van de oudste dichters der oude attische comedie, door zijn jongeren tijdgenoot Cratīnus bespot.Eculeus=equuleus.Edessa,Ἔδεσσα, 1) stad in het macedonische landschap Emathia, vroegerAegae, waarvan het eerst de vóórstad was.—2)stad in Osroēne, tusschen den Euphraat en den Chabōras, ook welOsroëofOrrhoëgeheeten, onder de SeleucidenAntiochīa Callirrhoëgenoemd naar de talrijke nabijgelegen bronnen van den Scirtus, in den keizertijd en in de kruistochten weder bekend alsEdessa.Edetāni,Ἐδητανοί, volk in Tarraconensis aan de tegenw. golf van Valencia. In hun gebied lagen de steden Valentia en Saguntum.Edictum. Elke overheid te Rome kon binnen den kring harer ambtsbevoegdheid verordeningen maken en afkondigen, zoowel voor enkele op zichzelf staande gevallen als in het algemeen geldig voor het geheele ambtsjaar. Zoo bevatten b.v. deedictader aedilen voorschriften omtrent markt- en handelsverkeer, openbare veiligheid en dgl. Bepalingen, die nuttig bleken te werken, werden uit den aard der zaak door de opvolgers van hunne ambtsvoorgangers overgenomen. Het belangrijkste dezer edicten is het jaarlijksch edict van denpraetor urbanusen in de tweede plaats van denpraetor qui inter peregrinos ius dicebat. Zulk eenedictum praetorisstond voor ’s praetors woning op een wit houten bord ofalbummet zwarte letters te lezen. De strenge bepalingen van het oud-rom.ius privatummoesten mettertijd in milderen geest gewijzigd en uitgebreid worden. Wat nu de eene praetor van den anderen overnam, werdedictum perpetuumoftralaticiumgenoemd. Bijzondere bepalingen, in den loop van het ambtsjaar door den praetor uitgevaardigd, heettenedicta repentina. Zoo ontstond naast het oudeius civile(niet in strijd daarmede, doch daarop gegrond) hetius praetoriumofhonorarium, z. a. Hiernaast wordt ook vermeld hetedictum aedilium curulium, aan wie de beslissing in handelsgeschillen, en dus ook het vaststellen van de bepalingen, daarop betrekking hebbende, was opgedragen.Edōni,Ἤδωνες, Ἠδωνοί, thracisch volk,door Philippus van Macedonia onderworpen. Zij woonden ten O. van den Beneden-Strymon en waren berucht door hun woesten Bacchusdienst; zieMyrcinus. Dichterlijk isEdonus= thracisch,Edonis= Bacchante.Eetion,Ἠετίων, 1) koning van Thebe in Mysië, vader van Andromache, met zijne zeven zonen door Achilles gedood.—2)koning van Imbrus, kocht een zoon van Priamus uit de krijgsgevangenschap vrij.—3)vader van Cypselus.Effātumin het algemeen uitspraak, verkondiging, formulier in godsdienstzaken, o.a. het formulier, dat de augur uitsprak bij de wijding eener ruimte op aarde of aan den hemel tottemplum. Vandaar de uitdrukkingeffari templum.Egeria, Aeg.,Ἠγερία, Αἰγ., orakelgevende bronnimf, die gehuwd was met Numa Pompilius, en volgens wier voorschriften Numa de godsdienstige aangelegenheden regelde; na zijn dood vluchtte zij naar Aricia, waar zij van droefheid in een bron veranderde. Zij was eene beschermgodin van Rome en werd vooral door zwangere vrouwen aangeroepen. Zij had een heiligdom voor de Porta Capēna en een te Aricia.Egesta,Ἔγεστα, bij de Rom. gewoonlijkSegesta, bij VergiliusAcestageheeten, een oude, niet-grieksche stad op de N.W.-kust van Sicilia, volgens de latere sage door Trojanen gesticht. In de nabijheid vond men twee riviertjes, die de namen Simoïs en Scamander droegen. De strijd tusschen deze stad en Selinus gaf aanleiding tot den tocht der Atheners naar Syracūsae. Egesta had de hulp der Atheners ingeroepen. Sedert 263 was het met Rome verbonden.Egestes=Acestes.Ἐγκαυστική, zieEncaustica.Ἐγκοίμησις,incubatio, het slapen in den tempel van een droomorakel, waar men in den slaap door een droomgezicht antwoord meende te ontvangen op vragen aan het orakel gedaan.Ἔγκτησις, het bij verdrag aan de burgers van twee staten toegestane recht, om in elkanders grondgebied vaste goederen te hebben; ook het goed dat men volgens dit recht in eigendom heeft.Ἐγκύκλιος παιδεία, ἀγωγή, het onderwijs, dat men voor beschaafden noodig achtte. Het omvatte in latere tijden grammatica, rhetorica, philosophie, rekenkunde, muziek, geometrie en astronomie.EgnatiaofGnathia, drukke havenstad in Apulia aan devia Appia nova, ten N. van Brundisium, met slecht water.Egnatia (via), de groote heerweg, die van Dyrrachium door Illyria, Macedonia en Thracia naar Byzantium liep. Van Rome reisde men langs den Appischen weg tot Capua, verder langs den nieuwen App. weg naar Brundisium, stak dan de Adriatische zee over naar Dyrrachium en zette den tocht langs den Egnatischen weg voort over Apollonia en Thessalonīca. De weg is aangelegd na de onderwerping van Macedonia (146).Egnatii, uit Samnium. 1)Gellius Egnatiuswas een der aanvoerders van de Samnieten in de samnietische oorlogen. Hij sneuvelde in 295 in den slag bij Sentinum.—2)Marius Egnatius, aanvoerder der Samnieten in den bondgenooten-oorlog. In 90 lokte hij den rom. consul L. Julius Caesar in eene hinderlaag en vernietigde bijna diens geheele leger, bij den mons Massicus. In 89 sneuvelde hij. Na den oorlog vindt menEgnatiiin den rom. senaat.—3)C. Egnatius Rufus, rom. ridder, door Cicero om zijne hulpvaardigheid geprezen.—4)M. Egnatius Rufus, zeer bemind bij het volk, werd op last van Octaviānus als samenzweerder ter dood gebracht (19).—5)P. Egnatius Celer, stoisch wijsgeer uit Berȳtus. In 69 n. C. werd hij door Musonius Rufus wegens zijne handelswijze jegens Barea Sorānus (z. a.) aangeklaagd, en door den senaat veroordeeld.Egnatulēius(C.), op wiens aansporing in 44 het vierde legioen van Antonius tot Octaviānus was overgegaan, kreeg op Cicero’s voorstel verlof om beneden den wettigen leeftijd naar de hooge staatsambten te mogen dingen, maar wordt later niet meer genoemd.Eion,Ἠϊών, havenstad van Amphipolis.—2)=Eiones.Eiones,Ἠϊόνες, stadje der Dryopes in Argolis aan den Sinus Argolicus, vroeg verwoest.Eira=Ira.Εἰρένες, te Sparta jongelieden van 20 tot 30 jaar; bij spelen en gymnastische oefeningen hadden zij het opzicht over deἀγέλαι.Εἰρεσιώνη, een met wol omwonden krans van olijftakken, die, met bloemen en vruchten beladen, bij de Pyanepsia rondgedragen en aan den tempel van Apollo en ook aan particuliere huizen opgehangen werd. Ook het lied, dat daarbij gezongen werd en waarbij men giften verzocht, en in het algemeen een lied van dien inhoud.Εἰσαγγελία, een bizondere vorm van proces te Athene, die aangewend werd bij zware misdaden en bij zulke, die voor den staat zelf gevaar schenen op te leveren. De aanklager diende een klachtbrief (εἰσαγγελία) bij den raad of de volksvergadering in, en wanneer deze aangenomen werd, werd de aangeklaagde in hechtenis genomen, hoewel hij zich in de meeste gevallen door het stellen van drie borgen daaraan onttrekken kon. Wanneer de raad den aangeklaagde schuldig bevonden had, en meende dat de hoogste boete, die hij kon opleggen (500 drachmen), als straf niet toereikend was voor de misdaad, verwees hij de zaak naar de thesmotheten of naar het volk. Aanklachten die bij de volksvergadering ingekomen waren, konde zij zelve behandelen of naar de thesmotheten verwijzen; bij misdaden, waarvoor geen straf bij de wet bepaald was, werd vóór het onderzoek vastgesteld, welke straf ingeval van veroordeeling zoude opgelegd worden. Sedert het begin der vierde eeuw bepaalde de wet, op welke misdaden deεἰσαγγ.kon worden toegepast; kort daarna werd op die misdadende doodstraf gesteld met verbod van begrafenis in Attica.—Deεἰσαγγελίαhad in sommige gevallen, ook indien de aangeklaagde vrijgesproken werd, geen geldelijk nadeel voor den aanklager ten gevolge, zooals andere processen.Εἰσαγωγῆς, een collegie van vijf rechters, die uitspraak deden in de meesteἔμμηνοι δίκαι; ook worden zoo alle overheden genoemd, wanneer zij eene bij hen ingediende aanklacht na voorloopige instructie voor de rechtbank brengen.Εἰσιτήρια, offer door de leden van den raad bij het aanvaarden hunner betrekking gebracht. Z.ἐξιτήρια.Εἰσφορά, buitengewone belasting op het vermogen, te Athene voor het eerst door Pisistratus geheven, later vervangen door deφόροι, der bondgenooten; in den Peloponnesischen oorlog voor het eerst in 428, later in oorlogstijd dikwijls geheven. Wie die belasting niet betaalde, werd gestraft met verbeurdverklaring zijner goederen, niet met atimie, zooals andere schuldenaars van den staat. Zie ookσυμμορία.Ἐκεχειρία, zieOlympia,τὰ Ὀλύμπια.Ἐκκλησία, volksvergadering. Te Athene besliste de volksvergadering over alle aangelegenheden van den staat, wanneer de wet daarover niet anders beschikt had, bijv. bij wetgeving, verkiezingen, het verklaren van oorlog en sluiten van vrede, enz. In elke prytanie werden vier gewone (τεταγμέναι) vergaderingen gehouden, in dringende gevallen werden ook buitengewone (σύγκλητοι, πρόσκλητοι, κατάκλητοι) vergaderingen beroepen. De onderwerpen, in de vergadering te behandelen, moesten door den voorzitter vooraf bekend gemaakt worden (προγράφειν ἐκκλησίαν); voor een van de gewone vergaderingen (deκυρία ἐκκλ.) waren zij bij de wet vastgesteld. De vergaderplaats was in de oudste tijden de markt, later gewoonlijk de Pnyx, nog later de schouwburg. Toegang tot de vergaderingen, recht om aan de discussies deel te nemen en stemrecht hadden alle burgers boven de 20 jaar oud, voor zoover zij niet door atimie dat recht verloren hadden. De voorzitter, oudtijds deἐπιστάτηςder prytanen, later die van deπρόεδροι(z.a.), opende de vergadering met een offer en gebed en legde daarna de punten ter behandeling aan het volk voor (προτιθέναι), die gewoonlijk begeleid werden door een praeadvies van den raad (προβούλευμα), waarover dan eerst gestemd werd (προχειροτονία); vereenigde de vergadering zich niet daarmede, dan kon iedereen een voorstel doen, dat de voorzitter echter niet in stemming mocht brengen, wanneer het in strijd met de wet was, en waarvan iedereen de behandeling kon verhinderen door de verklaring, dat hij den voorsteller wegens de onwettigheid van het voorstel (παρανόμων) zoude aanklagen. De stemming geschiedde door het opsteken der handen (χειροτονεῖν), of wanneer zij personen betrof met steentjes (ψηφίζεσθαι, dikwijls ook algemeen voor stemmen gebruikt).—Tot de spartaansche volksvergadering (ἁλία), hadden toegang alle Spartanen boven de 30 jaar oud en in het volle bezit van hunne burgerlijke rechten; in latere tijden wordt nog eene afzonderlijke vergadering vanὅμοιοιvermeld, ofschoon het niet blijkt in welke verhouding zulk eene vergadering tot de algemeene volksvergadering stond. De meeste staatszaken worden door deγερουσίαbehandeld; wanneer het volk ter vergadering geroepen werd, had het alleen de bevoegdheid de voorstellen van deγερουσίαof van den koning aan te nemen of te verwerpen; veranderingen daarin te brengen of nieuwe voorstellen te doen was niet geoorloofd, zelfs had men om het woord te voeren de bizondere vergunning van den voorzitter noodig. De stemming had plaats door geschreeuw, en, ingeval de uitslag twijfelachtig was, door afzondering van voor- en tegenstemmers.Ἐκκλησιαστικόν, betaling voor het bijwonen der volksvergadering te Athene, eerst één, later drie obolen, waarschijnlijk eerst na den peloponnesischen oorlog ingevoerd. Ten tijde van Aristoteles was hetἐκκλ.tot een drachme verhoogd, en voor deκυρία ἐκκλησίαtot 9 obolen.Ἔκκλητος πόλις, een staat, waaraan twee strijdende staten met onderling goedvinden de beslechting van hun geschil opdragen.—Bij de verdragen tusschen verschillende staten was soms bepaald, dat wanneer een burger van den eenen staat in den anderen staat een proces verloor, hij bij zijn eigen staat van dit vonnis in appèl kon komen; de staat, waarbij men appelleert, wordt dan ookἔκκλητος πόλις, het procesἔκκλητος δίκηgenoemd.Ἐκκύκλημα, een machine, waardoor de achtergrond van een tooneel geopend wordt, om een huis of paleis van binnen te laten zien; v. s. een kleine houten stelling, die door de groote achterdeuren op het tooneel gerold werd, en waarop zich de personen bevonden, die voorondersteld werden in het huis te zijn.Ἐκλογῆς, te Athene buitengewone beambten, belast met het invorderen van aan den staat verschuldigde gelden, vooral die van de schatplichtige bondgenooten.Elaea,Ἐλαία, oude stad in aziatisch Aeolis, aan de Elaïtische golf, later haven van Pergamus.Elaeus, g.-untis,Ἐλαιοῦς, olijvenstad, kolonie van Teos op de punt van de thracische Chersonēsus, met het grafteeken van Protesilāus, den eersten Griek, die op het trojaansch gebied aan wal sprong en tevens sneuvelde.Elagabalus=Heliogabalus.Elana=Aelana.Elaphebolia,Ἐλαφηβόλια, feest ter eere van Artemis in de maand Elaphebolion gevierd, waarbij haar een koek in den vorm van een hert geofferd werd.Elaphebolion,Ἐλαφηβολιών, 9demaand van het Attische jaar (Maart–April), zieannus.Elatēa,Ἐλάτεια, stad en sterke burcht in Phocis, de sleutel van een bergpas naar Thessalia. Philippus van Macedonia bezette ditpunt in 338, waarvan de slag bij Chaeronēa het gevolg was.Elaver, ookElaris, Elauris, thans Allier, zijtak van den Liger (Loire), ontspringt op den mons Cebenna.Elbo,Ἐλβώ, eiland tusschen den phatnitischen en den tanitischen Nijlmond, waar de aegyptische koning Anysis zich schuil hield voor den aethiopischen overweldiger Sabaco en later Amyrtaeus tegen den perzischen koning Artaxerxes I.Elea, laterVelia, stad in Lucania aan de Tyrrheensche zee, door vluchtelingen uit Phocaea gesticht ± 550, toen Cyrus de perzische heerschappij over de Westkust van Klein-Azië uitbreidde. Hier woonden de wijsgeeren Xenophanes, Parmenides en Zeno, de stichters der eleatische school; zieXenophanes.Eleatische wijsbegeerte,z.Xenophanes.Electra,Ἠλέκτρα, 1) dochter van Ocanus en Tethys, moeder van Iris en de Harpyieën.—2)Pleiade, bij Zeus moeder van Dardanus en Iason.—3)zuster van Cadmus, gaf haar naam aan een van de poorten van Thebe.—4)dochter van Agamemnon en Clytaemnestra, zorgde bij den moord van haar vader, dat Orestes in veiligheid gebracht werd; toen hij terugkeerde, hielp zij hem op Clytaemnestra en Aegisthus wraak te nemen. Zij was door haar moeder aan een armen daglooner uitgehuwd, die haar echter met allen eerbied behandelde; later huwde zij met Pylades.—5)dochter van Latinus; v. s. was Remus de zoon van Italus en Electra.Electrides insulae,Ἠλεκτρίδες νῆσοι, barnsteeneilanden, zieGlaesariae insulae.Electryon,Ἠλεκτρύων, zoon van Perseus en Andromeda, koning van Mycēnae, gehuwd met Anaxo, vader van Alcmēne. ZieAmphitryo.Elegia,ἐλεγεῖα(τὰ), ookἐλεγεία, een soort lyrisch gedicht, de eerste overgang van epische tot lyrische poëzie. In inhoud, wijze van behandeling, dialect en versmaat (hexameters met pentameters afwisselend,disticha) verwijdert zich de elegie oorspronkelijk niet ver van het epos. De oudste (ionische)elegieënwaren krijgsliederen of behandelden de politiek, later bij de Atheners werden het meer liederen uit het dagelijksch leven, tafel-, liefde- en klaagliederen, de Alexandrijnen eindelijk kozen dezen dichtvorm bij voorkeur voor geleerde onderwerpen. Bij de Romeinen werd sedert het einde der republiek tot zeer laat van de elegie veel werk gemaakt.Eleleides=Bacchae.Eleon,Ἐλεών, oude stad in Boeotia, ten O. van Tanagra.Elephantīne,Ἐλεφαντίνη, eilandje met stad in den Nijl, op de aethiopische grenzen dicht bij Syēne, onder de Perzen en Rom. een sterk bezette grenspost.Elephēnor,Ἐλεφήνωρ, zoon van Chalcodon, vorst der Abanten, werd voor Troje door Agēnor gedood.Eleus=Elaeus.Eleusinia,Ἐλευσίνια, eleusinische mysteriën, groote feesten en plechtigheden ter eere van Demēter en Persephone, die hier Cora heette, waarbij reeds vroeg Dionȳsus onder den naam Iacchus werd opgenomen. De mysteriën dienden ter herinnering aan den zwerftocht van Demeter na den roof harer dochter en zouden door die godin zelve ingesteld zijn, toen zij op dien tocht te Eleusis gastvrij ontvangen werd. Evenals men in het verdwijnen en herrijzen van Persephone eene mythische voorstelling zag van het schijnbaar sterven en herleven der natuur, zoo werden ook de eleusinische plechtigheden op twee tijden van het jaar gevierd, de groote ter herinnering aan Persephone’s afdalen naar de onderwereld in den herfst, de kleine ter viering van hare terugkomst op aarde in de lente. De groote mysteriën begonnen den 15denBoëdromion en duurden verscheiden dagen. De eerste vijf waren gewijd aan offers, reiniging, enz.; de voornaamste dag was echter de zesde,Ἵακχοςgenaamd, wanneer een optocht van Athene naar Eleusis gehouden werd, waaraan soms meer dan 30.000 menschen, allen bekranst, deel namen; daar men dikwijls halt maakte en de reis meermalen gestoord werd door allerlei scherts en plagerij, was het nacht, voordat men aan de plaats zijner bestemming gekomen was. Daar werden dan fakkeldansen uitgevoerd en heilige liederen gezongen, alles ter herinnering aan Demeter, haar smart bij het missen en haar vreugde bij het vinden harer dochter. De eigenlijke geheime feestviering had in een tempel (μυστικός σηκός) plaats. Wat daar gebeurde, is niet in bizonderheden bekend; slechts zooveel kan men uit de uitdrukkingen van oude schrijvers daaromtrent opmaken, dat het lot van Persephone op zeer indrukwekkende wijze dramatisch werd voorgesteld (deze voorstellingen heetenδρώμενα); zonder dat er eenig bepaald dogma verkondigd werd, moest bij de ingewijden, door wat zij zagen en mede ondervonden, de hoop opgewekt worden, dat ook zij eens, evenals de godin, uit het rijk van dood, duisternis en verschrikking verlost zouden worden. Na afloop van het sombere gedeelte der plechtigheid werd het daarmede verbonden vasten gebroken door het gebruik van een drankκυκεών, bereiduitwater, meel en prij, terwijl het geheele feest besloten werd door deπλημοχόν, waarbij men uit bijzondere schalen naar oost en west water plengde. Om de vijf jaar werden de mysteriën met meer dan gewonen luister gevierd, en naar het schijnt warener somsook feestspelen mede verbonden.—De kleine mysteriën werden in de maand Anthesterion in de voorstad Agrae gevierd en stelden het mystisch huwelijk tusschen Persephone en Iacchus voor.—De mysteriën waren oorspronkelijk alleen voor Eleusiniërs, later ook voor Atheners, vervolgens voor alle Grieken toegankelijk, eindelijk werden ook barbaren ingewijd, mits een atheensch burger (μυσταγωγός) hen inleidde. Gewoonlijk ontving men de eerste wijding bij de kleine mysteriën; alsdan mocht men de groote nog in hetzelfde jaar alsμύστηςbijwonen, eersthet volgende jaar werd men echterἐπόπτης, en mocht men als zoodanig ook bij de geheime plechtigheden tegenwoordig zijn.—De feesten stonden onder het toezicht van denἄρχων βασιλεύς, en werden geleid door verschillende priesters, waarvan de voornaamste deἱεροφάντηςwas; op hem volgden deδᾳδοῦχος, ἱεροκήρυξenἐπιβώμιος.—Lang stonden de eleusinische mysteriën bij de Grieken in hoog aanzien. Zij werden opgeheven bij besluit van Theodosius den Gr., nadat reeds kort te voren de tempels en andere heilige gebouwen door dweepzieke monniken in het gevolg van Alarik verwoest waren.Eleusis, g.-īnis,Ἐλευσίς, 1) stad in Attica nabij de grenzen van Megaris. De stad was beroemd door hare mysteriën ter eere van Demēter en Persephone, zieEleusinia. De weg van Athenae naar Eleusis heetteἱερὰ ὁδός. Eleusis had met Brauron den naam vanπόλις.—2)oude stad in Boeotia, aan den zuidelijken oever van het meer Copaïs, vroeg te gronde gegaan door de overstroomingen van het meer.Eleutherae,Ἐλευθεραί, demus van Attica op de boeotische grenzen.Ἐλευθέρια, 1) feest ter eere van Zeus Eleutherius om de vijf jaar te Plataeae gevierd, ter herinnering aan den gelukkigen afloop van de perzische oorlogen.—2) feest op Samus.—3) huiselijk feest door vrijgelaten slaven gevierd.Eleutherocilices,Ἐλευθεροκίλικες, rooversstam op den Amānus en den Taurus, die zich den naam van vrije Ciliciërs gaven. Hoofdstad: Pindenissus, bergvesting.Eleutho,Ἐλευθώ=Ilithyia.Elfmannen, zieἝνδεκα.Elicius, bijnaam aan Jupiter gegeven als regengod; men trachtte in tijden van droogte door een processie (hetaquaelicium) van blootvoets gaandematronaemet loshangende haren, en van de ambtenaren zonder teekenen hunner waardigheid, van Jupiter Elicius regen af te smeeken; hierbij werd ook de regensteen,lapis manalisdoor de priesters onder gebeden medegevoerd. Later heeft men J. El. vereenzelvigd met den bliksemgod, en meende men, hem door zekere formules te kunnen dwingen den bliksem uit den hemel naar beneden te zenden; hij had een tempel op den Aventīnus, door Numa gebouwd.Elimēa, Elimia,-iōtis,Ἐλίμεια, Ἐλιμία, -ιῶτις, landschap van Macedonia, in het zuiden, op de thessalisch-epirotische grenzen. Hoofdstad: Elima.Elimberris(Climberris), hoofdstad der Ausci, in Aquitania, zieAusci.Elis,Ἦλις, Ἠλεία, het meest westelijke gewest der Peloponnesus, in vier deelen verdeeld:Elis propriain het N.W.,Acrorēain het N.O.,Pisātismet de hoofdplaats Pisa, in het midden, enTriphylia, het land der drie stammen: Caucōnes, Paroreātae, en Minyae, in het Z.—De stad Pylus Triphyliacus was v. s. de woonplaats van den grijzen Nestor. In Pisatis lag Olympia, aan den Alphēus, de beroemde schouwplaats der olympische spelen. Uithoofde dezer spelen was Elis aan Zeus Olympius geheiligd en onschendbaar en mocht door geene vijandelijke legers betreden worden; tot op den peloponnesischen oorlog werd deze onschendbaarheid geëerbiedigd. Om dezelfde reden had ook de stad Elis, aan den Penēus gelegen, geene muren. Oudtijds was Elis door Epeërs bevolkt; bij de dorische verhuizing viel het ten deel aan den Aetoliër Oxylus en uit de samensmelting van Epeërs, Aetoliërs en Doriërs ontstonden de Eleërs. De dorische naam van het land isἎλις. In Elis behooren de mythen te huis van Pelops en de schoone koningsdochter Hippodamīa en van den Augīasstal en den stroom Alphēus.Elisa, Elissa=Dido.Elison,Ἐλισσών, Ἔλισα, beek, grens tusschen Elis propria en Pisātis.Elische school, z.Phaedo.Ellopia,Ἐλλοπία, 1) stad en kustland in het N. van Euboea, daarom ook = Euboea.—2)oude naam der omstreken van Dodōna in Epīrus.Elmantica=Salmantica.Elōne,Ἠλώνη, stad in het thessalische landschap Perrhaebia, later Limōne,Λειμώνη.Elōrus,Ἔλωρος, Ἕλωρος, zieHelōrus.Elpēnor,Ἐλπήνωρ, een van de tochtgenooten van Odysseus, viel in dronkenschap van het dak van Circe’s paleis en brak den nek. Odysseus ontmoette hem later in de onderwereld.Elymāis,Ἐλυμαΐς(Elâm), landstreek in Susiāne, bewoond door de krijgshaftige Elymaeërs, die als boogschutters in het O. grooten naam hadden.Elymi,Ἔλυμοι, sicilischevolksstam, die rondom den berg Eryx woonde, verbonden met de Carthagers.Elymia,Ἐλυμία, stad in Arcadia, ten Z. van Orchomenus.Elymiotis=Elimea.Elimus,Ἔλυμος, zoon van Priamus of Anchīses, vluchtte uit Troje naar Sicilië en werd de stamvader van de Elymi (z. a.).ElysiiofElisii, germaansche volksstam tot de Lugii behoorend, in het N.O. van Germania, vermoedelijk aan den bovenloop van de Oder.Elysium,Ἠλύσιον πεδίον, een veld aan het uiterste einde der aarde, waarheen lievelingen der goden zonder te sterven verplaatst worden om er een zalig leven te leiden. Volgens lateren is het een deel van de onderwereld, waar de braven na hun dood verblijf houden.Emancipatio. Hoewel volgens het rom. recht een vader krachtens zijnepatria potestaszijne kinderen kon verkoopen, zoo had dit recht toch zijne grenzen. Hij kon zijn zoon niet vaker verkoopen dan driemaal, overeenkomstig de wet der 12 tafelen. Hiervan maakten de Rom. gebruik om een zoon van depatria potestaste ontslaan. De vader verkocht zijn zoonper aes et libramten overstaan van eenlibripensen vijf getuigen door een schijnkoop aan eenpater fiduciarius(ziefiducia). Deze liet echter den zoon weder vrij, zoodat deze weder onder de vaderlijke macht terugkeerde. Wanneer deze handeling nu driemaal herhaald was, was de vaderlijke macht verbroken. Depater fiduciariusgaf denzoon ten derde male aan denpater naturalisterug, doch deze had hem nu niet meerin potestate, doch slechts inmancipioen kon hem hiervan vrij verklaren,manumittere, waardoor hijsui iuriswerd.Emathia,Ἠμαθία, landschap van Macedonia ten W. van den Axius (Vardar), de bakermat van het macedonisch koningshuis. Dichterlijk is Emathia zoowel = Macedonia als = Thessalia.Emathides,Ἠμαθίδες, negen dochters van Pierus, koning van Emathia, die met de Muzen een wedstrijd durfden aangaan en in eksters veranderd werden.Emathion,Ἠμαθίων, zoon van Tithōnus en Eos, koning van Arabië, werd door Heracles gedood.Ἐμβάδες, schoenen, meestal door mannen uit de lagere standen gedragen.Ἐμβατήριον, 1) bij de Spartanen de muziek, die bij het marcheeren geblazen werd, ook een anapaestisch lied, dat men op marsch zong.—2) offer, voordat men zich inscheepte.Emblemata, 1) inlegwerk, (in tegenstelling metcrustaez. a.) goud in zilver, of zilver in brons, waarvan de figuren “en relief” zijn.—2)mozaiek.Emerita Augusta=Augusta Emerita.Emesa,Ἔμεσα, stad in Syria, aan den Orontes, met een prachtigen zonnetempel, waar Heliogabalus opperpriester was, voordat hij romeinsch keizer werd. Alexander Sevērus was te Emesa geboren. In de nabijheid werd Zenobia van Palmȳra in 272 na C. door Aureliānus verslagen.Ἐμμέλεια, dans in het grieksche treurspel, waarschijnlijk meer een gebarenspel, waardoor de inhoud der koorzangen aanschouwelijk voorgesteld werd.Emmenidae,Ἐμμενίδαι, een adellijk geslacht te Gela en Agrigentum; na den dood van den tyran Phalaris hadden zij te Agrigentum de regeering in handen. De beroemdste van hen was Theron, wiens zoon Thrasydaeus om zijne wreedheid verdreven werd (470). Hun stamvader was, naar zij beweerden, Polynīces.Ἔμμηνοι δίκαι, te Athene processen, waarin binnen dertig dagen na de aanklacht uitspraak gedaan moest worden.Emōdi montes,Ἠμωδὸν ὄρος. DeEmōdi montesen deImāus,Ἲμαος, der ouden grensden aan elkander, zonder dat men echter een juist begrip van de ligging had. Vermoedelijk vormen de Emōdi montes het westelijk, de Imāus het oostelijk gedeelte van het Himalaya-gebergte.Emona, stad in Pannonië aan den Nauportus (zijtak van den Savus), tgw. Laibach. Bij latere schrijvers wordt de stad gerekend tot Italië te behooren.Empedocles,Ἐμπεδοκλῆς, van Agrigentum (492–432), uit een aanzienlijk en rijk geslacht, wierp als een van de leiders der volkspartij de aristocratische regeering in zijne vaderstad omver (444), weigerde de hem aangeboden koninklijke waardigheid en voerde eene zuivere democratie in. Als staatsman, natuur- en geneeskundige, wijsgeer en redenaar uitmuntend, werd hij als een gunsteling der goden beschouwd en na zijn dood als heros vereerd. Op het einde van zijn leven ging hij naar de Peloponnēsus, en het schijnt dat hij buiten zijn vaderland gestorven is; ook verhaalde men dat hij, om door zijne plotselinge verdwijning indruk te maken, in den Aetna sprong, en dat dit later verraden werd, doordat de berg een van zijne sandalen uitbraakte.—In zijne leerdichten,περὶ φύσεωςenκαθαρμοί, waarvan nog verscheiden fragmenten bestaan, verkondigt hij de eeuwigheid en onvergankelijkheid der stof; hij neemt vier stoffelijke elementen (ῥιζώματα) aan: vuur, lucht, aarde en water, waarop twee ideale elementen, liefde en haat, inwerken; onder de heerschappij der liefde is alle stof vereenigd tot ééne massa of chaos (σφαῖρος), heeft de haat alle macht, dan bestaan alle stofdeeltjes afzonderlijk, tusschen deze beide uitersten ligt het leven van individuën. Ontstaan en vergaan zijn dus ijdele woorden, er is slechts vereeniging (μῖξις) en scheiding (διάλλαξις). De ziel is een mengsel van alle elementen en is daardoor in staat alle te kennen. Ook de leer van de zielsverhuizing schijnt Empedocles van Pythagoras of de Orphici te hebben overgenomen.Emporia,τὰ Ἐμπόρια, landstreek in Africa aan de kleine Syrte, zeer vruchtbaar en reeds vroeg met phoenicische koloniën bezet.Emporium, Emporiae,Ἐμπορίον, Ἐμπόριαι, kolonie van Massilia in het gebied der Indigetes, aan den O. uithoek der Pyrenaeën, tegenwoordig Ampurias.Emptio venditio(zonderet), koop en verkoop.Emptio bonorum, ziebonorum emptio.Emptor familiae, de schijnkooper, ziefiducia.Empulum, stadje in Latium, bij Tibur.Ἐμπυρομαντεία, de kunst van waarzeggen uit het branden van het offervuur, het eerst, naar het heette, onderwezen door Amphiarāus.Empūsa,Ἔμπουσα, een spook of menschenetend monster met ezelspooten, waarmede men kinderen bang maakte.EN=Dies endotercisus, z.Festi (dies).Ἐναγώνιος, bijnaam van verscheiden goden als beschermers van wedstrijden, vooral van Hermes.Enarete,Ἐναρέτη, dochter van Deïmachus, gemalin van Aeolus no. 1.Encaustica, n.l.ars,ἐγκαυστικὴ(τέχνη), de kunst om met kleuren te schilderen, welke met was waren aangemengd en vervolgens op het beschilderde voorwerp voorzichtig werden ingebrand. Op die wijze werden marmeren beeldwerken en ook architectuurstukken beschilderd. Men kreeg op deze wijze levendige, schitterende kleuren, doch men schijnt nog niet achter de bizonderheden der bewerking te zijn. Ook het inbranden van figuren in ivoor met eene heet gemaakte graveerstift wordt encaustiek genoemd. Voorbeelden van encaustiek op hout zijn de portretten, die men in late aegyptische graven gevonden heeft.Enceladus,Ἐγκέλαδος, een der Giganten, die met de goden streden; hij werd overwonnen en ligt sedert onder den Aetna.Encheleis,Ἐγχελεῖς, eenvolksstamin zuidelijk Illyrië.Endēis,Ἐνδηίς, dochter van Chiron, gemalin van Aeacus, moeder van Peleus en Telamon.Ἔνδειξις, in het attisch recht een vorm van aanklacht, ten gevolge waarvan de aangeklaagde terstond in hechtenis genomen werd, tenzij hij borgen stelde. Dit geschiedde bijv. wanneer een onbevoegde zich burgerlijke rechten aangematigd had en in sommige gevallen bij moord.Endotercisi(intercisi)dies, zieFesti (dies).Endromis,ἐνδρομίς. Bij de Rom. beteekent dit woord een grof wollen deken, die men na lichaamsoefeningen omsloeg, ten einde geen koude te vatten. Deendromis Tyriawas van fijnere stof. Bij de Grieken echter isendromiseene sterke, van voren dichtgeregen jachtlaars, waarmede Artemis dikwijls werd afgebeeld, en die kuit en voet omsloot, maar de teenen bloot liet.Endymion,Ἐνδυμίων, zoon van Zeus of Aëthlius en Calyce, koning van Elis, had bij Selēne vijftig dochters; zijn graf was te Olympia.—V. a. was hij een Cariër of van Elis naar Carië gegaan en leefde hij daar op den berg Latmus. Selēne beminde hem en steeg elken nacht van haar wagen af om hem in zijn slaap te beschouwen en te kussen, waarom hij tot Zeus bad dat hij eeuwig slapen en eeuwig jong blijven mocht, wat hem werd toegestaan.—Andere verhalen noemen Artemis in plaats van Selēne en maken van End. een jager of herder.Ἐνεχυρασίαofἐνεχυρασμός, het beslag leggen op goederen van iemand, die na veroordeeling verzuimde op den bepaalden termijn te betalen.EngyumofEngyïum,Ἔγγυον, Ἐγγύιον, stad in het binnenland van Sicilia, ten Z. van Apollonia, met een tempel derMagna Materof, volgens andere schrijvers, van deθεαὶ μητέρες.Enīpeus,Ἐνιπεύς, rivier in Thessalia, zijtak van den Apidanus. De riviergod werd bemind door Tyro, dochter van Salmōneus; Poseidon nu nam de gedaante aan van Enipeus en verwekte bij Tyro twee zoons, Pelias en Neleus. De mythe wordt ook verplaatst naar den Enipeus in Elis, een zijtak van den Alphēus. Een derde rivier van denzelfden naam in Macedonië ontspringt op den Olympus en stroomt bij Dium (no. 3) in zee.Enispe,Ἐνίσπη, oude stad in Arcadia, vroeg verdwenen.EnnaofHenna,Ἔννα, oude stad der Siculi in het binnenland van Sicilia,ὁ ὀμφαλὸς Σικελίαςgeheeten, afhankelijk van Syracusae, op een steile hoogte in eene zeer vruchtbare landouw gelegen, waar veel tarwe verbouwd werd. Daarom was de stad met haren omtrek aan Demēter geheiligd. In den sicilischen slavenopstand onder Eunus, die in 132 onderdrukt werd, was Enna het brandpunt. Hier laat de mythe Proserpina door Pluto schaken. Tegenwoordig is de streek dor en woest.Ennaëtēris,Ἐνναετηρίς, astronomische cyclus van acht jaar, met 96 maanden en 3 schrikkelmaanden = 2922 dagen, ingevoerd door Cleostratus van Tenedus.—Ook feesten, die om de acht jaar gevierd worden, heetenἐννεατηρίδες.Ἐννεάκρουνος, zieCallirrhoëno. 5.Ἐννέα ὁδοί, naam der streek, waar later Amphipolis werd gesticht.Ennius(Q.), rom. dichter, in 239 te Rudiae in Calabria geboren, Griek door opvoeding en reeds vroeg met de grieksche letterkunde bekend. M. Porcius Cato Maior vond hem in 204 als rom. soldaat op Sardinia, merkte zijn talent op en nam hem naar Rome mede. Dáár verwierf Ennius zich de vriendschap van verschillende aanzienlijke Rom., o.a. van de Scipiones en de Fulvii Nobiliores, door wier toedoen hij in 184 onder de rom. burgers werd opgenomen. Hij stierf in 169. De Rom. zagen in Ennius den schepper hunner nationale poëzie. Zijn voornaamste werk zijn zijneAnnales, in 18 boeken, eene doorloopende rom. geschiedenis in verzen, en wel niet in de oude, harde saturnische, maar in epische versmaat. Hij was de eerste, die den dactylischen hexameter op het Latijn toepaste. Vooral Vergilius heeft voor zijne Aeneis aan Ennius zeer veel ontleend. Ook schreef E. naar grieksche voorbeelden een aantal treurspelen, benevens andere gedichten van gemengden inhoud, vooralSaturae(4 boeken), en in proza een vertaling van deἱερὰ ἀναγραφή(sacra historia) van Euhemerus (z. a.). Ten onrechte hebben sommige schrijvers verteld, dat hij in het familiegraf der Scipio’s begraven is.Ennomus,Ἔννομος, 1) Mysiër, bondgenoot der Trojanen, beroemd als vogelwichelaar.—2)Trojaan, door Odysseus gedood.Ἐννοσίγαιος, aardschudder, bijnaam van Poseidon.Ἐνόδιος, Ἐνοδία, op de wegen vertoevend, bijnaam van Hermes, Artemis, Hecate en Persephone.Ἐνωμοτία, afdeeling van het spartaansche leger, het zestiende deel van eeneμόρα, bestaande uit 25, 32 of 36 man.Enope,Ἐνόπη, oude stad in Messenia, later Gerenia genoemd.Ἐνοσίχθων=Ἐννοσίγαιος.Ἔντασιςis de zwelling of verdikking, die men in het midden van de dorische zuil opmerkt, en die het denkbeeld moet wekken, dat de zuil iets zwaars te dragen heeft, ziecolumna.Entella,Ἔντελλα, stad aan den Crimīsus in het W. van Sicilia, in het gebied der Elymi.Entīmus,Ἔντιμος, Cretenser, die eene kolonie naar Gela op Sicilië bracht.Entoria, dochter van een rom. landman, werd bij Saturnus, die bij haar vader zijn intrek genomen had, moeder van vier zonen. Saturnus leerde haar vader wijn bereiden, en toen deze zijn buren van den nieuwen drank gegeven had, en zij daardoor bedwelmd werden, meende men dat hij hen vergiftigd had en steenigde men hem. Daarom hingen zijne kleinzonen zich op. Een latere hongersnood werdals een straf van den god beschouwd, en om hem en zijne zonen te verzoenen, bouwde Lutatius Catulus aan de tarpeïsche rots een tempel voor Saturnus met een altaar met vier aangezichten. Dit verhaal is een late nabootsing van de sage van Erigone, zieIcarius.Enyalius,Ἐνυάλιος, bijnaam van Ares, v. a. een krijgsgod, zoon van Ares en Enȳo.Enȳo,Ἐνυώ, 1) eene oorlogsgodin, die Ares in den oorlog vergezelde; te Athene stond haar beeld in den tempel van dien god. De Rom. hielden haar voor dezelfde als Bellōna.—2)een van de Graeae.—3)cappadocische godin, = Rhea Cybele of Artemis.Ἔωρα,z.Erigone.Eordaea,Ἐορδαία, stad en landschap in het hart van Macedonia, ten W. van den mons Bermius, bewoond door deEordi,Ἐορδοί.Eos,Ἠώς, dochter van Hyperīon en Thea, de rozenvingerige (ῥοδοδάκτυλος), in saffraankleurige kleederen gehulde (κροκόπεπλος) godin van het morgenrood, stijgt des morgens vroeg uit den Oceaan op en brengt aan goden en menschen het daglicht, terwijl zij voor haar broeder Helius uit rijdt; later wordt zij godin van den dag genoemd. Zij was gehuwd met Astraeus, bij wien zij moeder werd van de winden en sterren; nadat hij in den Tartarus geworpen was, schaakte zij achtereenvolgens Orīon, Tithōnus, Clitus en Cephalus. Een eeredienst had zij niet. Bij de Rom. is zij dezelfde als Aurōra, die echter eene dochter van den zonnegod genoemd wordt.Epacria,Ἐπακρία=Diacria.Ἐπαγγελία δοκιμασίας, de verklaring, in de atheensche volksvergadering, soms onder eede, afgelegd, dat men van plan was dengene, die zich gereed maakte tot het volk te gaan spreken, wegens eene crimineele handeling aan te klagen; zulk eene verklaring schokte natuurlijk het vertrouwen van het volk in den spreker, maar moest ook door de aangekondigde aanklacht gevolgd worden.Epaminondas,Ἐπαμεινώνδας, Thebaan, zoon van Polymnis, uit een arm maar edel geslacht, geb. omstreeks 418. Met den grootsten ijver legde hij zich toe op alles, wat tot de ontwikkeling van lichaam en geest konde dienen; vooral schepte hij behagen in het onderwijs van den pythagoreïschen wijsgeer Lysis, die, uit Tarente gevlucht, in het huis van Ep. eene schuilplaats vond. Bescheiden en zelfverloochenend, in het staatkundige vervuld van een ideaal, dat hoog boven het streven der twistende partijen in zijne vaderstad stond, vervulde hij lang eene betrekkelijk onbeduidende rol; afkeerig van burgertwisten, nam hij ook geen deel aan de samenzwering van zijn vriend Pelopidas, die in 379 een einde maakte aan de spartaansche overheersching en de oligarchische regeering; toen echter de vrijheid heroverd was, trad Ep. op den voorgrond. Hij bewerkte, dat de omwenteling bij de burgerij krachtigen steun vond, dat de gevallen partij niet te veel van de wraak der overwinnaars te lijden had, en dat de meeste boeotische steden zich bij Thebe aansloten. Als gezant bij de vredesonderhandelingen te Sparta (371) weigerde hij toe te stemmen in de oplossing van den boeotischen bond; toen de oorlog hervat werd, behaalde hij als boeotarch de schitterende overwinning bij Leuctra (371), die men grootendeels te danken had aan de door Ep. uitgevonden scheeve slagorde (λοξὴ φάλαγξ), waarin de linker vleugel veel diepere opstelling had dan de rechter en het centrum en, tegen de in gr. legers heerschende gewoonte, met den eigenlijken aanval belast was (z.Τάξις). Een gevolg van deze overwinning was, dat de meeste peloponnesische staten van Sparta afvielen, en in het volgende jaar trok Ep. zelf met een groot leger naar de Peloponnēsus, ten einde eenheid tusschen die staten tot stand te brengen; hij dringt tot Sparta zelf voorwaarts en bewerkt het herstel van Messenië en de stichting van Megalopolis door de Arcadiërs. In 368 werd Pelopidas verraderlijk door Alexander van Pherae gevangen genomen en de Thebanen zonden een leger om hem te bevrijden; toen dit leger door onbekwaamheid van den aanvoerder in gevaar geraakt was, verlangde het dat Ep., die als gewoon soldaat aan den tocht deelnam, het opperbevel zou in handen nemen; hij leidde den terugtocht en bij een tweede expeditie dwong hij Alexander zich aan de eischen van Thebe te onderwerpen. Ook wendde Ep. pogingen aan om zijne vaderstad tot eene zeemogendheid te verheffen, dieechterzonder gevolg bleven. Besluiteloosheid bij de peloponnesische bondgenooten en de moeielijkheid hen op den duur tot eendrachtige samenwerking te bewegen, noodzaakten Ep. nog herhaaldelijk tot tochten naar dePeloponnēsus, het laatst in 362, toen hij weder zeer nabij Sparta kwam; daar hij echter zag, dat men daar op zijne komst voorbereid was, trok hij terug tot Mantinēa, waar het tot een slag kwam. Ep. behaalde weder de overwinning en joeg het geheele vijandelijke leger op de vlucht, maar werd doodelijk gewond. Met hem eindigde de kortstondige grootheid van Thebe.Epaphrodītus,Ἐπαφρόδιτος, 1) geleerd grammaticus, zeer bevriend met Flavius Josephus, kwam onder Nero naar Rome en leefde er tot de regeering van Nerva; hij schreef commentaren op oude grieksche dichters.—2)geheimschrijver van Nero, wien hij bij zijn zelfmoord behulpzaam was, daarom werd hij (in 95) door Domitiānus ter dood veroordeeld.Epaphus,Ἔπαφος, zoon van Zeus en Io, werd koning van Aegypte en stichter van Memphis.Ἐπάριτοι, heette het gemeenschappelijk leger der Arcadiërs, toen de arcadische steden na den slag bij Leuctra tot een bond vereenigd waren.Epēi,Ἐπειοί, oude volksstam uit Thessalia, die lang vóór den trojaanschen oorlog naar Aetolia was getrokken en zich later in het N. van Elis had gevestigd. ZieElis.Eperatus,Ἐπήρατος, van Pharae, opvolger van Arātus als strateeg van het achaeisch verbond.Epetium, stad in Dalmatia, ten Z. van Salona.Epēus,Ἐπειός, 1) zoon van Endymion, was overwinnaar in den wedloop, dien hij op bevel van zijn vader te Olympia met zijne broeders hield, en kreeg daardoor de regeering over Elis.—2)zoon van Panopeus, van een van de Cycladen, een van de strijders tegen Troje, beteekende weinig als krijgsman, maar was beroemd als vuistvechter en als maker van het houten paard van Troje. In latere verhalen wordt hij als verachtelijk laf voorgesteld; v. s. zou hij naar Italië gekomen zijn en Pisa en Metapontum gesticht hebben.Ἔφηβος, jong mensch die den huwbaren leeftijd bereikt heeft, tusschen knaap en man. Te Athene werden de knapen op hun 18de jaarἔφηβοι, na twee jaar (ἐπὶ διετὲς ἡβήσαντες) dienstplicht als grenswacht (περίπολοι), werden zij op hun 20ste jaar meerderjarig, kregen zij toegang tot de volksvergadering en traden zij in den geregelden krijgsdienst. Het kenteeken derἔφηβοιis kort geschoren haar, terwijl kinderen en mannen het haar lang dragen.Ἔφεδρος, degene die, bij een wedstrijd waarvoor zich een oneven aantal mededingers hebben aangegeven, bij de loting geen tegenpartij gekregen heeft, en dus afwacht totdat hij, door het afvallen der overwonnenen, gelegenheid krijgt aan den strijd deel te nemen.Ephesia,Ἐφέσια, feest ter eere van Artemis te Ephesus in de maand Artemision gevierd. Hieraan namen alleIoniërsvan Klein-Azië deel. Er werdenἀγῶνες ἱππικοί, γυμνικοίenμοοσικοίgehouden. In later tijd was hieraan een nachtelijk feest verbonden, dat berucht was wegens zijne onzedelijkheid en niet toegankelijk was voor getrouwde vrouwen.Ephesiae literae,Ἐφέσια γράμματα, onverstaanbare woorden, ingegrift op het beeld der ephesische Artemis; deze woorden werden op metalen plaatjes of steenen gegraveerd, die dan als amuletten groote waarde hadden.Ἔφεσις, hooger beroep, van een vonnis der heliastenrechtbank was alleen in geval van veroordeeling bij verstek geoorloofd; van een scheidsrechterlijk vonnis (zieδιαιτητής) kon men bij de Helaea apelleeren tegen storting van zekere som alsπαράβολον.Ἐφεστρίς, omslagdoek of mantel, bij koud weder door mannen en vrouwen gedragen.Ephesus,Ἔφεσος, na de tuchtiging van Milētus de voornaamste der 12 ionische bondssteden op de aziatische kust, aan den mond van den Cayster. Volgens de mythe was de stad oorspronkelijk gesticht door Amazonen. Het was in elk geval een vóór-Grieksche stad (met de opgravingen zijn vele myceensche vondsten voor den dag gekomen), door de Cariërs gesticht. In ongeveer 1100 hebben de Ioniërs onder Androclus er bezit van genomen. De stad was beroemd door haren Artemis-tempel, die voor een van de zeven wonderen doorging. Omtrent den dienst van deze Artemis zie menArtemisaan het einde. In 356, juist in den nacht van Alexanders geboorte, stak Herostratus, om zijn naam te vereeuwigen, den tempel in brand; doch deze herrees nog prachtiger dan te voren. Lysimachus vergrootte de stad in 268 en legde een nieuwe haven aan, daar de oude dicht geslibd was door de aanslibbingen van den Cayster; maar haar toppunt van bloei bereikte zij onder de rom. keizers als hoofdstad der provincie. Ephesus dreef voortdurend een levendigen handel en was de voornaamste stapelplaats van Klein-Azië. De wijsgeer Heraclītus (± 510) was hier geboren.
E.Ebora, rom. muncipium in Lusitania, ookLiberalitas Iuliagenaamd, thans Evora.Eborācum,Ἔβόρακον, thans York, hoofdstad der Brigantes in Britannia. De keizers Septimius Sevērus en Constantius Chlorus stierven te York, Constantijn de Gr. werd er tot keizer uitgeroepen.Ebūdae insulae,Ἔβουδαι νῆσοι, ten N.W. van Caledonia (Schotland), thans de Hebriden.Eburodunum, hoofdstad der Caturiges (z.a.).Eburōnes,Ἐβούρωνες, germaansch volk in Belgica, dat langs de Maas woonde, van Namen tot Roermond, door Caesar zoo goed als uitgeroeid, omdat ze het romeinsche leger, dat in hun land overwinterde, bij den opstand van 54/53 hadden afgemaakt.Eburovīces, keltisch volk in Normandië met de hoofdstad Mediolānum (Evreux aan de Eure), een van de vier stammen der Aulerci.Ebusus,Ἔβυσος, thans Iviza, het grootste der Pityusen-eilanden bij Hispania. Ook de stad heette Ebusus. Zij werd in den tweeden punischen oorlog (217) door de Rom. tevergeefs bestormd.Ecbatana,τὰ Ἐκβάτανα, ookἈγβάτανα, hoofdstad van Media, zomerverblijf der perzische en later der parthische koningen. Het was terrasgewijze gebouwd tegen de helling van den boschrijken Orontesberg, en door zeven verschillend gekleurde muren omgeven. Als stichter wordt Deioces genoemd.Ecdēmus,Ἔκδημος, enDemophanes(v. a.Megalophanes), twee burgers van Megalopolis, leerlingen van Arcesilāus, verdreven den tyran Aristodēmus uit hunne vaderstad, en hielpen Arātus in het verdrijven van Nicocles uit Sicyon. Daarna gingen zij naar Cyrēne, waar zij zich door het geven van wijze wetten verdienstelijk maakten. Later keerden zij terug en wijdden zij zich aan de opvoeding van Philopoemen.Ecdicus,ἔκδικος, iemand, die, wanneer eenecivitasin eene provincie in rechten optrad, die civitas voor de rechtbank vertegenwoordigde. De latijnsche benaming iscognitor civitatis.Ecetra,Ἐχέτρα, sterke volscische stad in Latium, vermoedelijk door de Rom. verwoest.Echecrates,Ἐχεκράτης, van Phlius, leerling van Archȳtas, vriend en misschien leermeester van Plato.Echedorus,Ἐχείδωρος, macedonische riv., die ten O. van den Axius in de golf van Thermae uitloopt.Echemus,Ἔχεμος, koning van Arcadië, trok als bondgenoot van Atreus den Doriërs bij hun inval in de Peloponnesus tegemoet, en doodde Hyllus.Echepolus,Ἐχέπωλος, 1) Sicyoniër, die aan Agamemnon eene schoone merrie gaf, om zich los te koopen van de verplichting om mede naar Troja te gaan.—2)Trojaan, door Antilochus gedood.Echetlus,Ἔχετλος, een heros, op bevel van een orakel door de Atheners vereerd sedert den slag bij Marathon, waar hij als landman verschenen was, met een ploegschaar vele vijanden gedood had, en na de overwinning verdwenen was.Echetus,Ἔχετος, wordt in de Odyssēa genoemd als een wreed koning van Epīrus, die alle vreemdelingen mishandelde en zijn eigen dochter de oogen uitstak.Echidna,Ἔχιδνα, dochter van Tartarus en Gaea, of van Chrysāor en Callirhoë, een monster, half vrouw, half slang, woonde in Cilicië, was bij Typhon moeder van de Chimaera, den Cerberus (Echidneus canis), de lernaeische hydra e. a. monsters. Zij werd door den alzienden Argus in den slaap gedood.—V. s. woonde zij in het land der Scythen, en verwekte Heracles bij haar drie zonen, van welke een de stamvader der scythische koningen werd.Echinades,Ἐχινάδες, zeeëgel-eilanden, aan den mond van den Achelōus vóór de kust van Acarnania gelegen, en gevormd door de sterke aanslibbing van den stroom. Volgens de mythe waren het nimfen geweest, die bij het offeren den riviergod hadden vergeten en toen met den grond, waarop zij stonden, waren losgescheurd en door den stroom een eind ver meegesleurd.Ἐχῖνος, doos waarin te Athene bij een proces de bewijsstukken enz., bewaard werden.Echīnus,Ἐχῖνος, 1) stad in Acarnania aan de Ambracische golf.—2)stad in het thessalische landschap Phthiōtis aan de Malische golf.Echīnus,ἐχῖνος, de eierlijst aan het kapiteel eener zuil. Ziecolumna.Echīon,Ἐχίων, 1) een der mannen, gesproten uit de door Cadmus gezaaide draketanden, huwde diens dochter Agāve, en hielp zijn schoonvader bij het bouwen van Thebae.—2)zoon van Hermes en Antianīra, beroemd om zijne snelheid in het loopen, nam deel aan de calydonische jacht en den tocht der Argonauten.—3)een van de Giganten, die den hemel bestormden; Athēna veranderde hem door het Medusahoofd in een steen.—4)verkeerde lezing voor Aetion, z. a.Echionides, Pentheus, zoon van Echion no. 1.Echo,Ἠχώ, boeotische Oreade, die Hera met haar gesnap bezig hield, wanneer Zeus de nimfen bezocht. Toen deze list ontdekt werd, ontnam Hera haar het gebruik harer tong, zoodat zij alleen de laatste woorden herhalen kan van vragen, die men tot haar richt. Zij werd verliefd op Narcissus, en daar deze haar niet beminde, kwijnde zij weg, en bleef alleen hare stem over. Bij Pan was zij moeder van Iynx.Ecnomus mons,Ἔκνομος λόφος, kaap aan de Z. kust van Sicilia tusschen Agrigentum en Gela, waar L. Manlius Vulso in 256 de Carthagers verslagen heeft.Ecphantides,Ἐκφαντίδης, een van de oudste dichters der oude attische comedie, door zijn jongeren tijdgenoot Cratīnus bespot.Eculeus=equuleus.Edessa,Ἔδεσσα, 1) stad in het macedonische landschap Emathia, vroegerAegae, waarvan het eerst de vóórstad was.—2)stad in Osroēne, tusschen den Euphraat en den Chabōras, ook welOsroëofOrrhoëgeheeten, onder de SeleucidenAntiochīa Callirrhoëgenoemd naar de talrijke nabijgelegen bronnen van den Scirtus, in den keizertijd en in de kruistochten weder bekend alsEdessa.Edetāni,Ἐδητανοί, volk in Tarraconensis aan de tegenw. golf van Valencia. In hun gebied lagen de steden Valentia en Saguntum.Edictum. Elke overheid te Rome kon binnen den kring harer ambtsbevoegdheid verordeningen maken en afkondigen, zoowel voor enkele op zichzelf staande gevallen als in het algemeen geldig voor het geheele ambtsjaar. Zoo bevatten b.v. deedictader aedilen voorschriften omtrent markt- en handelsverkeer, openbare veiligheid en dgl. Bepalingen, die nuttig bleken te werken, werden uit den aard der zaak door de opvolgers van hunne ambtsvoorgangers overgenomen. Het belangrijkste dezer edicten is het jaarlijksch edict van denpraetor urbanusen in de tweede plaats van denpraetor qui inter peregrinos ius dicebat. Zulk eenedictum praetorisstond voor ’s praetors woning op een wit houten bord ofalbummet zwarte letters te lezen. De strenge bepalingen van het oud-rom.ius privatummoesten mettertijd in milderen geest gewijzigd en uitgebreid worden. Wat nu de eene praetor van den anderen overnam, werdedictum perpetuumoftralaticiumgenoemd. Bijzondere bepalingen, in den loop van het ambtsjaar door den praetor uitgevaardigd, heettenedicta repentina. Zoo ontstond naast het oudeius civile(niet in strijd daarmede, doch daarop gegrond) hetius praetoriumofhonorarium, z. a. Hiernaast wordt ook vermeld hetedictum aedilium curulium, aan wie de beslissing in handelsgeschillen, en dus ook het vaststellen van de bepalingen, daarop betrekking hebbende, was opgedragen.Edōni,Ἤδωνες, Ἠδωνοί, thracisch volk,door Philippus van Macedonia onderworpen. Zij woonden ten O. van den Beneden-Strymon en waren berucht door hun woesten Bacchusdienst; zieMyrcinus. Dichterlijk isEdonus= thracisch,Edonis= Bacchante.Eetion,Ἠετίων, 1) koning van Thebe in Mysië, vader van Andromache, met zijne zeven zonen door Achilles gedood.—2)koning van Imbrus, kocht een zoon van Priamus uit de krijgsgevangenschap vrij.—3)vader van Cypselus.Effātumin het algemeen uitspraak, verkondiging, formulier in godsdienstzaken, o.a. het formulier, dat de augur uitsprak bij de wijding eener ruimte op aarde of aan den hemel tottemplum. Vandaar de uitdrukkingeffari templum.Egeria, Aeg.,Ἠγερία, Αἰγ., orakelgevende bronnimf, die gehuwd was met Numa Pompilius, en volgens wier voorschriften Numa de godsdienstige aangelegenheden regelde; na zijn dood vluchtte zij naar Aricia, waar zij van droefheid in een bron veranderde. Zij was eene beschermgodin van Rome en werd vooral door zwangere vrouwen aangeroepen. Zij had een heiligdom voor de Porta Capēna en een te Aricia.Egesta,Ἔγεστα, bij de Rom. gewoonlijkSegesta, bij VergiliusAcestageheeten, een oude, niet-grieksche stad op de N.W.-kust van Sicilia, volgens de latere sage door Trojanen gesticht. In de nabijheid vond men twee riviertjes, die de namen Simoïs en Scamander droegen. De strijd tusschen deze stad en Selinus gaf aanleiding tot den tocht der Atheners naar Syracūsae. Egesta had de hulp der Atheners ingeroepen. Sedert 263 was het met Rome verbonden.Egestes=Acestes.Ἐγκαυστική, zieEncaustica.Ἐγκοίμησις,incubatio, het slapen in den tempel van een droomorakel, waar men in den slaap door een droomgezicht antwoord meende te ontvangen op vragen aan het orakel gedaan.Ἔγκτησις, het bij verdrag aan de burgers van twee staten toegestane recht, om in elkanders grondgebied vaste goederen te hebben; ook het goed dat men volgens dit recht in eigendom heeft.Ἐγκύκλιος παιδεία, ἀγωγή, het onderwijs, dat men voor beschaafden noodig achtte. Het omvatte in latere tijden grammatica, rhetorica, philosophie, rekenkunde, muziek, geometrie en astronomie.EgnatiaofGnathia, drukke havenstad in Apulia aan devia Appia nova, ten N. van Brundisium, met slecht water.Egnatia (via), de groote heerweg, die van Dyrrachium door Illyria, Macedonia en Thracia naar Byzantium liep. Van Rome reisde men langs den Appischen weg tot Capua, verder langs den nieuwen App. weg naar Brundisium, stak dan de Adriatische zee over naar Dyrrachium en zette den tocht langs den Egnatischen weg voort over Apollonia en Thessalonīca. De weg is aangelegd na de onderwerping van Macedonia (146).Egnatii, uit Samnium. 1)Gellius Egnatiuswas een der aanvoerders van de Samnieten in de samnietische oorlogen. Hij sneuvelde in 295 in den slag bij Sentinum.—2)Marius Egnatius, aanvoerder der Samnieten in den bondgenooten-oorlog. In 90 lokte hij den rom. consul L. Julius Caesar in eene hinderlaag en vernietigde bijna diens geheele leger, bij den mons Massicus. In 89 sneuvelde hij. Na den oorlog vindt menEgnatiiin den rom. senaat.—3)C. Egnatius Rufus, rom. ridder, door Cicero om zijne hulpvaardigheid geprezen.—4)M. Egnatius Rufus, zeer bemind bij het volk, werd op last van Octaviānus als samenzweerder ter dood gebracht (19).—5)P. Egnatius Celer, stoisch wijsgeer uit Berȳtus. In 69 n. C. werd hij door Musonius Rufus wegens zijne handelswijze jegens Barea Sorānus (z. a.) aangeklaagd, en door den senaat veroordeeld.Egnatulēius(C.), op wiens aansporing in 44 het vierde legioen van Antonius tot Octaviānus was overgegaan, kreeg op Cicero’s voorstel verlof om beneden den wettigen leeftijd naar de hooge staatsambten te mogen dingen, maar wordt later niet meer genoemd.Eion,Ἠϊών, havenstad van Amphipolis.—2)=Eiones.Eiones,Ἠϊόνες, stadje der Dryopes in Argolis aan den Sinus Argolicus, vroeg verwoest.Eira=Ira.Εἰρένες, te Sparta jongelieden van 20 tot 30 jaar; bij spelen en gymnastische oefeningen hadden zij het opzicht over deἀγέλαι.Εἰρεσιώνη, een met wol omwonden krans van olijftakken, die, met bloemen en vruchten beladen, bij de Pyanepsia rondgedragen en aan den tempel van Apollo en ook aan particuliere huizen opgehangen werd. Ook het lied, dat daarbij gezongen werd en waarbij men giften verzocht, en in het algemeen een lied van dien inhoud.Εἰσαγγελία, een bizondere vorm van proces te Athene, die aangewend werd bij zware misdaden en bij zulke, die voor den staat zelf gevaar schenen op te leveren. De aanklager diende een klachtbrief (εἰσαγγελία) bij den raad of de volksvergadering in, en wanneer deze aangenomen werd, werd de aangeklaagde in hechtenis genomen, hoewel hij zich in de meeste gevallen door het stellen van drie borgen daaraan onttrekken kon. Wanneer de raad den aangeklaagde schuldig bevonden had, en meende dat de hoogste boete, die hij kon opleggen (500 drachmen), als straf niet toereikend was voor de misdaad, verwees hij de zaak naar de thesmotheten of naar het volk. Aanklachten die bij de volksvergadering ingekomen waren, konde zij zelve behandelen of naar de thesmotheten verwijzen; bij misdaden, waarvoor geen straf bij de wet bepaald was, werd vóór het onderzoek vastgesteld, welke straf ingeval van veroordeeling zoude opgelegd worden. Sedert het begin der vierde eeuw bepaalde de wet, op welke misdaden deεἰσαγγ.kon worden toegepast; kort daarna werd op die misdadende doodstraf gesteld met verbod van begrafenis in Attica.—Deεἰσαγγελίαhad in sommige gevallen, ook indien de aangeklaagde vrijgesproken werd, geen geldelijk nadeel voor den aanklager ten gevolge, zooals andere processen.Εἰσαγωγῆς, een collegie van vijf rechters, die uitspraak deden in de meesteἔμμηνοι δίκαι; ook worden zoo alle overheden genoemd, wanneer zij eene bij hen ingediende aanklacht na voorloopige instructie voor de rechtbank brengen.Εἰσιτήρια, offer door de leden van den raad bij het aanvaarden hunner betrekking gebracht. Z.ἐξιτήρια.Εἰσφορά, buitengewone belasting op het vermogen, te Athene voor het eerst door Pisistratus geheven, later vervangen door deφόροι, der bondgenooten; in den Peloponnesischen oorlog voor het eerst in 428, later in oorlogstijd dikwijls geheven. Wie die belasting niet betaalde, werd gestraft met verbeurdverklaring zijner goederen, niet met atimie, zooals andere schuldenaars van den staat. Zie ookσυμμορία.Ἐκεχειρία, zieOlympia,τὰ Ὀλύμπια.Ἐκκλησία, volksvergadering. Te Athene besliste de volksvergadering over alle aangelegenheden van den staat, wanneer de wet daarover niet anders beschikt had, bijv. bij wetgeving, verkiezingen, het verklaren van oorlog en sluiten van vrede, enz. In elke prytanie werden vier gewone (τεταγμέναι) vergaderingen gehouden, in dringende gevallen werden ook buitengewone (σύγκλητοι, πρόσκλητοι, κατάκλητοι) vergaderingen beroepen. De onderwerpen, in de vergadering te behandelen, moesten door den voorzitter vooraf bekend gemaakt worden (προγράφειν ἐκκλησίαν); voor een van de gewone vergaderingen (deκυρία ἐκκλ.) waren zij bij de wet vastgesteld. De vergaderplaats was in de oudste tijden de markt, later gewoonlijk de Pnyx, nog later de schouwburg. Toegang tot de vergaderingen, recht om aan de discussies deel te nemen en stemrecht hadden alle burgers boven de 20 jaar oud, voor zoover zij niet door atimie dat recht verloren hadden. De voorzitter, oudtijds deἐπιστάτηςder prytanen, later die van deπρόεδροι(z.a.), opende de vergadering met een offer en gebed en legde daarna de punten ter behandeling aan het volk voor (προτιθέναι), die gewoonlijk begeleid werden door een praeadvies van den raad (προβούλευμα), waarover dan eerst gestemd werd (προχειροτονία); vereenigde de vergadering zich niet daarmede, dan kon iedereen een voorstel doen, dat de voorzitter echter niet in stemming mocht brengen, wanneer het in strijd met de wet was, en waarvan iedereen de behandeling kon verhinderen door de verklaring, dat hij den voorsteller wegens de onwettigheid van het voorstel (παρανόμων) zoude aanklagen. De stemming geschiedde door het opsteken der handen (χειροτονεῖν), of wanneer zij personen betrof met steentjes (ψηφίζεσθαι, dikwijls ook algemeen voor stemmen gebruikt).—Tot de spartaansche volksvergadering (ἁλία), hadden toegang alle Spartanen boven de 30 jaar oud en in het volle bezit van hunne burgerlijke rechten; in latere tijden wordt nog eene afzonderlijke vergadering vanὅμοιοιvermeld, ofschoon het niet blijkt in welke verhouding zulk eene vergadering tot de algemeene volksvergadering stond. De meeste staatszaken worden door deγερουσίαbehandeld; wanneer het volk ter vergadering geroepen werd, had het alleen de bevoegdheid de voorstellen van deγερουσίαof van den koning aan te nemen of te verwerpen; veranderingen daarin te brengen of nieuwe voorstellen te doen was niet geoorloofd, zelfs had men om het woord te voeren de bizondere vergunning van den voorzitter noodig. De stemming had plaats door geschreeuw, en, ingeval de uitslag twijfelachtig was, door afzondering van voor- en tegenstemmers.Ἐκκλησιαστικόν, betaling voor het bijwonen der volksvergadering te Athene, eerst één, later drie obolen, waarschijnlijk eerst na den peloponnesischen oorlog ingevoerd. Ten tijde van Aristoteles was hetἐκκλ.tot een drachme verhoogd, en voor deκυρία ἐκκλησίαtot 9 obolen.Ἔκκλητος πόλις, een staat, waaraan twee strijdende staten met onderling goedvinden de beslechting van hun geschil opdragen.—Bij de verdragen tusschen verschillende staten was soms bepaald, dat wanneer een burger van den eenen staat in den anderen staat een proces verloor, hij bij zijn eigen staat van dit vonnis in appèl kon komen; de staat, waarbij men appelleert, wordt dan ookἔκκλητος πόλις, het procesἔκκλητος δίκηgenoemd.Ἐκκύκλημα, een machine, waardoor de achtergrond van een tooneel geopend wordt, om een huis of paleis van binnen te laten zien; v. s. een kleine houten stelling, die door de groote achterdeuren op het tooneel gerold werd, en waarop zich de personen bevonden, die voorondersteld werden in het huis te zijn.Ἐκλογῆς, te Athene buitengewone beambten, belast met het invorderen van aan den staat verschuldigde gelden, vooral die van de schatplichtige bondgenooten.Elaea,Ἐλαία, oude stad in aziatisch Aeolis, aan de Elaïtische golf, later haven van Pergamus.Elaeus, g.-untis,Ἐλαιοῦς, olijvenstad, kolonie van Teos op de punt van de thracische Chersonēsus, met het grafteeken van Protesilāus, den eersten Griek, die op het trojaansch gebied aan wal sprong en tevens sneuvelde.Elagabalus=Heliogabalus.Elana=Aelana.Elaphebolia,Ἐλαφηβόλια, feest ter eere van Artemis in de maand Elaphebolion gevierd, waarbij haar een koek in den vorm van een hert geofferd werd.Elaphebolion,Ἐλαφηβολιών, 9demaand van het Attische jaar (Maart–April), zieannus.Elatēa,Ἐλάτεια, stad en sterke burcht in Phocis, de sleutel van een bergpas naar Thessalia. Philippus van Macedonia bezette ditpunt in 338, waarvan de slag bij Chaeronēa het gevolg was.Elaver, ookElaris, Elauris, thans Allier, zijtak van den Liger (Loire), ontspringt op den mons Cebenna.Elbo,Ἐλβώ, eiland tusschen den phatnitischen en den tanitischen Nijlmond, waar de aegyptische koning Anysis zich schuil hield voor den aethiopischen overweldiger Sabaco en later Amyrtaeus tegen den perzischen koning Artaxerxes I.Elea, laterVelia, stad in Lucania aan de Tyrrheensche zee, door vluchtelingen uit Phocaea gesticht ± 550, toen Cyrus de perzische heerschappij over de Westkust van Klein-Azië uitbreidde. Hier woonden de wijsgeeren Xenophanes, Parmenides en Zeno, de stichters der eleatische school; zieXenophanes.Eleatische wijsbegeerte,z.Xenophanes.Electra,Ἠλέκτρα, 1) dochter van Ocanus en Tethys, moeder van Iris en de Harpyieën.—2)Pleiade, bij Zeus moeder van Dardanus en Iason.—3)zuster van Cadmus, gaf haar naam aan een van de poorten van Thebe.—4)dochter van Agamemnon en Clytaemnestra, zorgde bij den moord van haar vader, dat Orestes in veiligheid gebracht werd; toen hij terugkeerde, hielp zij hem op Clytaemnestra en Aegisthus wraak te nemen. Zij was door haar moeder aan een armen daglooner uitgehuwd, die haar echter met allen eerbied behandelde; later huwde zij met Pylades.—5)dochter van Latinus; v. s. was Remus de zoon van Italus en Electra.Electrides insulae,Ἠλεκτρίδες νῆσοι, barnsteeneilanden, zieGlaesariae insulae.Electryon,Ἠλεκτρύων, zoon van Perseus en Andromeda, koning van Mycēnae, gehuwd met Anaxo, vader van Alcmēne. ZieAmphitryo.Elegia,ἐλεγεῖα(τὰ), ookἐλεγεία, een soort lyrisch gedicht, de eerste overgang van epische tot lyrische poëzie. In inhoud, wijze van behandeling, dialect en versmaat (hexameters met pentameters afwisselend,disticha) verwijdert zich de elegie oorspronkelijk niet ver van het epos. De oudste (ionische)elegieënwaren krijgsliederen of behandelden de politiek, later bij de Atheners werden het meer liederen uit het dagelijksch leven, tafel-, liefde- en klaagliederen, de Alexandrijnen eindelijk kozen dezen dichtvorm bij voorkeur voor geleerde onderwerpen. Bij de Romeinen werd sedert het einde der republiek tot zeer laat van de elegie veel werk gemaakt.Eleleides=Bacchae.Eleon,Ἐλεών, oude stad in Boeotia, ten O. van Tanagra.Elephantīne,Ἐλεφαντίνη, eilandje met stad in den Nijl, op de aethiopische grenzen dicht bij Syēne, onder de Perzen en Rom. een sterk bezette grenspost.Elephēnor,Ἐλεφήνωρ, zoon van Chalcodon, vorst der Abanten, werd voor Troje door Agēnor gedood.Eleus=Elaeus.Eleusinia,Ἐλευσίνια, eleusinische mysteriën, groote feesten en plechtigheden ter eere van Demēter en Persephone, die hier Cora heette, waarbij reeds vroeg Dionȳsus onder den naam Iacchus werd opgenomen. De mysteriën dienden ter herinnering aan den zwerftocht van Demeter na den roof harer dochter en zouden door die godin zelve ingesteld zijn, toen zij op dien tocht te Eleusis gastvrij ontvangen werd. Evenals men in het verdwijnen en herrijzen van Persephone eene mythische voorstelling zag van het schijnbaar sterven en herleven der natuur, zoo werden ook de eleusinische plechtigheden op twee tijden van het jaar gevierd, de groote ter herinnering aan Persephone’s afdalen naar de onderwereld in den herfst, de kleine ter viering van hare terugkomst op aarde in de lente. De groote mysteriën begonnen den 15denBoëdromion en duurden verscheiden dagen. De eerste vijf waren gewijd aan offers, reiniging, enz.; de voornaamste dag was echter de zesde,Ἵακχοςgenaamd, wanneer een optocht van Athene naar Eleusis gehouden werd, waaraan soms meer dan 30.000 menschen, allen bekranst, deel namen; daar men dikwijls halt maakte en de reis meermalen gestoord werd door allerlei scherts en plagerij, was het nacht, voordat men aan de plaats zijner bestemming gekomen was. Daar werden dan fakkeldansen uitgevoerd en heilige liederen gezongen, alles ter herinnering aan Demeter, haar smart bij het missen en haar vreugde bij het vinden harer dochter. De eigenlijke geheime feestviering had in een tempel (μυστικός σηκός) plaats. Wat daar gebeurde, is niet in bizonderheden bekend; slechts zooveel kan men uit de uitdrukkingen van oude schrijvers daaromtrent opmaken, dat het lot van Persephone op zeer indrukwekkende wijze dramatisch werd voorgesteld (deze voorstellingen heetenδρώμενα); zonder dat er eenig bepaald dogma verkondigd werd, moest bij de ingewijden, door wat zij zagen en mede ondervonden, de hoop opgewekt worden, dat ook zij eens, evenals de godin, uit het rijk van dood, duisternis en verschrikking verlost zouden worden. Na afloop van het sombere gedeelte der plechtigheid werd het daarmede verbonden vasten gebroken door het gebruik van een drankκυκεών, bereiduitwater, meel en prij, terwijl het geheele feest besloten werd door deπλημοχόν, waarbij men uit bijzondere schalen naar oost en west water plengde. Om de vijf jaar werden de mysteriën met meer dan gewonen luister gevierd, en naar het schijnt warener somsook feestspelen mede verbonden.—De kleine mysteriën werden in de maand Anthesterion in de voorstad Agrae gevierd en stelden het mystisch huwelijk tusschen Persephone en Iacchus voor.—De mysteriën waren oorspronkelijk alleen voor Eleusiniërs, later ook voor Atheners, vervolgens voor alle Grieken toegankelijk, eindelijk werden ook barbaren ingewijd, mits een atheensch burger (μυσταγωγός) hen inleidde. Gewoonlijk ontving men de eerste wijding bij de kleine mysteriën; alsdan mocht men de groote nog in hetzelfde jaar alsμύστηςbijwonen, eersthet volgende jaar werd men echterἐπόπτης, en mocht men als zoodanig ook bij de geheime plechtigheden tegenwoordig zijn.—De feesten stonden onder het toezicht van denἄρχων βασιλεύς, en werden geleid door verschillende priesters, waarvan de voornaamste deἱεροφάντηςwas; op hem volgden deδᾳδοῦχος, ἱεροκήρυξenἐπιβώμιος.—Lang stonden de eleusinische mysteriën bij de Grieken in hoog aanzien. Zij werden opgeheven bij besluit van Theodosius den Gr., nadat reeds kort te voren de tempels en andere heilige gebouwen door dweepzieke monniken in het gevolg van Alarik verwoest waren.Eleusis, g.-īnis,Ἐλευσίς, 1) stad in Attica nabij de grenzen van Megaris. De stad was beroemd door hare mysteriën ter eere van Demēter en Persephone, zieEleusinia. De weg van Athenae naar Eleusis heetteἱερὰ ὁδός. Eleusis had met Brauron den naam vanπόλις.—2)oude stad in Boeotia, aan den zuidelijken oever van het meer Copaïs, vroeg te gronde gegaan door de overstroomingen van het meer.Eleutherae,Ἐλευθεραί, demus van Attica op de boeotische grenzen.Ἐλευθέρια, 1) feest ter eere van Zeus Eleutherius om de vijf jaar te Plataeae gevierd, ter herinnering aan den gelukkigen afloop van de perzische oorlogen.—2) feest op Samus.—3) huiselijk feest door vrijgelaten slaven gevierd.Eleutherocilices,Ἐλευθεροκίλικες, rooversstam op den Amānus en den Taurus, die zich den naam van vrije Ciliciërs gaven. Hoofdstad: Pindenissus, bergvesting.Eleutho,Ἐλευθώ=Ilithyia.Elfmannen, zieἝνδεκα.Elicius, bijnaam aan Jupiter gegeven als regengod; men trachtte in tijden van droogte door een processie (hetaquaelicium) van blootvoets gaandematronaemet loshangende haren, en van de ambtenaren zonder teekenen hunner waardigheid, van Jupiter Elicius regen af te smeeken; hierbij werd ook de regensteen,lapis manalisdoor de priesters onder gebeden medegevoerd. Later heeft men J. El. vereenzelvigd met den bliksemgod, en meende men, hem door zekere formules te kunnen dwingen den bliksem uit den hemel naar beneden te zenden; hij had een tempel op den Aventīnus, door Numa gebouwd.Elimēa, Elimia,-iōtis,Ἐλίμεια, Ἐλιμία, -ιῶτις, landschap van Macedonia, in het zuiden, op de thessalisch-epirotische grenzen. Hoofdstad: Elima.Elimberris(Climberris), hoofdstad der Ausci, in Aquitania, zieAusci.Elis,Ἦλις, Ἠλεία, het meest westelijke gewest der Peloponnesus, in vier deelen verdeeld:Elis propriain het N.W.,Acrorēain het N.O.,Pisātismet de hoofdplaats Pisa, in het midden, enTriphylia, het land der drie stammen: Caucōnes, Paroreātae, en Minyae, in het Z.—De stad Pylus Triphyliacus was v. s. de woonplaats van den grijzen Nestor. In Pisatis lag Olympia, aan den Alphēus, de beroemde schouwplaats der olympische spelen. Uithoofde dezer spelen was Elis aan Zeus Olympius geheiligd en onschendbaar en mocht door geene vijandelijke legers betreden worden; tot op den peloponnesischen oorlog werd deze onschendbaarheid geëerbiedigd. Om dezelfde reden had ook de stad Elis, aan den Penēus gelegen, geene muren. Oudtijds was Elis door Epeërs bevolkt; bij de dorische verhuizing viel het ten deel aan den Aetoliër Oxylus en uit de samensmelting van Epeërs, Aetoliërs en Doriërs ontstonden de Eleërs. De dorische naam van het land isἎλις. In Elis behooren de mythen te huis van Pelops en de schoone koningsdochter Hippodamīa en van den Augīasstal en den stroom Alphēus.Elisa, Elissa=Dido.Elison,Ἐλισσών, Ἔλισα, beek, grens tusschen Elis propria en Pisātis.Elische school, z.Phaedo.Ellopia,Ἐλλοπία, 1) stad en kustland in het N. van Euboea, daarom ook = Euboea.—2)oude naam der omstreken van Dodōna in Epīrus.Elmantica=Salmantica.Elōne,Ἠλώνη, stad in het thessalische landschap Perrhaebia, later Limōne,Λειμώνη.Elōrus,Ἔλωρος, Ἕλωρος, zieHelōrus.Elpēnor,Ἐλπήνωρ, een van de tochtgenooten van Odysseus, viel in dronkenschap van het dak van Circe’s paleis en brak den nek. Odysseus ontmoette hem later in de onderwereld.Elymāis,Ἐλυμαΐς(Elâm), landstreek in Susiāne, bewoond door de krijgshaftige Elymaeërs, die als boogschutters in het O. grooten naam hadden.Elymi,Ἔλυμοι, sicilischevolksstam, die rondom den berg Eryx woonde, verbonden met de Carthagers.Elymia,Ἐλυμία, stad in Arcadia, ten Z. van Orchomenus.Elymiotis=Elimea.Elimus,Ἔλυμος, zoon van Priamus of Anchīses, vluchtte uit Troje naar Sicilië en werd de stamvader van de Elymi (z. a.).ElysiiofElisii, germaansche volksstam tot de Lugii behoorend, in het N.O. van Germania, vermoedelijk aan den bovenloop van de Oder.Elysium,Ἠλύσιον πεδίον, een veld aan het uiterste einde der aarde, waarheen lievelingen der goden zonder te sterven verplaatst worden om er een zalig leven te leiden. Volgens lateren is het een deel van de onderwereld, waar de braven na hun dood verblijf houden.Emancipatio. Hoewel volgens het rom. recht een vader krachtens zijnepatria potestaszijne kinderen kon verkoopen, zoo had dit recht toch zijne grenzen. Hij kon zijn zoon niet vaker verkoopen dan driemaal, overeenkomstig de wet der 12 tafelen. Hiervan maakten de Rom. gebruik om een zoon van depatria potestaste ontslaan. De vader verkocht zijn zoonper aes et libramten overstaan van eenlibripensen vijf getuigen door een schijnkoop aan eenpater fiduciarius(ziefiducia). Deze liet echter den zoon weder vrij, zoodat deze weder onder de vaderlijke macht terugkeerde. Wanneer deze handeling nu driemaal herhaald was, was de vaderlijke macht verbroken. Depater fiduciariusgaf denzoon ten derde male aan denpater naturalisterug, doch deze had hem nu niet meerin potestate, doch slechts inmancipioen kon hem hiervan vrij verklaren,manumittere, waardoor hijsui iuriswerd.Emathia,Ἠμαθία, landschap van Macedonia ten W. van den Axius (Vardar), de bakermat van het macedonisch koningshuis. Dichterlijk is Emathia zoowel = Macedonia als = Thessalia.Emathides,Ἠμαθίδες, negen dochters van Pierus, koning van Emathia, die met de Muzen een wedstrijd durfden aangaan en in eksters veranderd werden.Emathion,Ἠμαθίων, zoon van Tithōnus en Eos, koning van Arabië, werd door Heracles gedood.Ἐμβάδες, schoenen, meestal door mannen uit de lagere standen gedragen.Ἐμβατήριον, 1) bij de Spartanen de muziek, die bij het marcheeren geblazen werd, ook een anapaestisch lied, dat men op marsch zong.—2) offer, voordat men zich inscheepte.Emblemata, 1) inlegwerk, (in tegenstelling metcrustaez. a.) goud in zilver, of zilver in brons, waarvan de figuren “en relief” zijn.—2)mozaiek.Emerita Augusta=Augusta Emerita.Emesa,Ἔμεσα, stad in Syria, aan den Orontes, met een prachtigen zonnetempel, waar Heliogabalus opperpriester was, voordat hij romeinsch keizer werd. Alexander Sevērus was te Emesa geboren. In de nabijheid werd Zenobia van Palmȳra in 272 na C. door Aureliānus verslagen.Ἐμμέλεια, dans in het grieksche treurspel, waarschijnlijk meer een gebarenspel, waardoor de inhoud der koorzangen aanschouwelijk voorgesteld werd.Emmenidae,Ἐμμενίδαι, een adellijk geslacht te Gela en Agrigentum; na den dood van den tyran Phalaris hadden zij te Agrigentum de regeering in handen. De beroemdste van hen was Theron, wiens zoon Thrasydaeus om zijne wreedheid verdreven werd (470). Hun stamvader was, naar zij beweerden, Polynīces.Ἔμμηνοι δίκαι, te Athene processen, waarin binnen dertig dagen na de aanklacht uitspraak gedaan moest worden.Emōdi montes,Ἠμωδὸν ὄρος. DeEmōdi montesen deImāus,Ἲμαος, der ouden grensden aan elkander, zonder dat men echter een juist begrip van de ligging had. Vermoedelijk vormen de Emōdi montes het westelijk, de Imāus het oostelijk gedeelte van het Himalaya-gebergte.Emona, stad in Pannonië aan den Nauportus (zijtak van den Savus), tgw. Laibach. Bij latere schrijvers wordt de stad gerekend tot Italië te behooren.Empedocles,Ἐμπεδοκλῆς, van Agrigentum (492–432), uit een aanzienlijk en rijk geslacht, wierp als een van de leiders der volkspartij de aristocratische regeering in zijne vaderstad omver (444), weigerde de hem aangeboden koninklijke waardigheid en voerde eene zuivere democratie in. Als staatsman, natuur- en geneeskundige, wijsgeer en redenaar uitmuntend, werd hij als een gunsteling der goden beschouwd en na zijn dood als heros vereerd. Op het einde van zijn leven ging hij naar de Peloponnēsus, en het schijnt dat hij buiten zijn vaderland gestorven is; ook verhaalde men dat hij, om door zijne plotselinge verdwijning indruk te maken, in den Aetna sprong, en dat dit later verraden werd, doordat de berg een van zijne sandalen uitbraakte.—In zijne leerdichten,περὶ φύσεωςenκαθαρμοί, waarvan nog verscheiden fragmenten bestaan, verkondigt hij de eeuwigheid en onvergankelijkheid der stof; hij neemt vier stoffelijke elementen (ῥιζώματα) aan: vuur, lucht, aarde en water, waarop twee ideale elementen, liefde en haat, inwerken; onder de heerschappij der liefde is alle stof vereenigd tot ééne massa of chaos (σφαῖρος), heeft de haat alle macht, dan bestaan alle stofdeeltjes afzonderlijk, tusschen deze beide uitersten ligt het leven van individuën. Ontstaan en vergaan zijn dus ijdele woorden, er is slechts vereeniging (μῖξις) en scheiding (διάλλαξις). De ziel is een mengsel van alle elementen en is daardoor in staat alle te kennen. Ook de leer van de zielsverhuizing schijnt Empedocles van Pythagoras of de Orphici te hebben overgenomen.Emporia,τὰ Ἐμπόρια, landstreek in Africa aan de kleine Syrte, zeer vruchtbaar en reeds vroeg met phoenicische koloniën bezet.Emporium, Emporiae,Ἐμπορίον, Ἐμπόριαι, kolonie van Massilia in het gebied der Indigetes, aan den O. uithoek der Pyrenaeën, tegenwoordig Ampurias.Emptio venditio(zonderet), koop en verkoop.Emptio bonorum, ziebonorum emptio.Emptor familiae, de schijnkooper, ziefiducia.Empulum, stadje in Latium, bij Tibur.Ἐμπυρομαντεία, de kunst van waarzeggen uit het branden van het offervuur, het eerst, naar het heette, onderwezen door Amphiarāus.Empūsa,Ἔμπουσα, een spook of menschenetend monster met ezelspooten, waarmede men kinderen bang maakte.EN=Dies endotercisus, z.Festi (dies).Ἐναγώνιος, bijnaam van verscheiden goden als beschermers van wedstrijden, vooral van Hermes.Enarete,Ἐναρέτη, dochter van Deïmachus, gemalin van Aeolus no. 1.Encaustica, n.l.ars,ἐγκαυστικὴ(τέχνη), de kunst om met kleuren te schilderen, welke met was waren aangemengd en vervolgens op het beschilderde voorwerp voorzichtig werden ingebrand. Op die wijze werden marmeren beeldwerken en ook architectuurstukken beschilderd. Men kreeg op deze wijze levendige, schitterende kleuren, doch men schijnt nog niet achter de bizonderheden der bewerking te zijn. Ook het inbranden van figuren in ivoor met eene heet gemaakte graveerstift wordt encaustiek genoemd. Voorbeelden van encaustiek op hout zijn de portretten, die men in late aegyptische graven gevonden heeft.Enceladus,Ἐγκέλαδος, een der Giganten, die met de goden streden; hij werd overwonnen en ligt sedert onder den Aetna.Encheleis,Ἐγχελεῖς, eenvolksstamin zuidelijk Illyrië.Endēis,Ἐνδηίς, dochter van Chiron, gemalin van Aeacus, moeder van Peleus en Telamon.Ἔνδειξις, in het attisch recht een vorm van aanklacht, ten gevolge waarvan de aangeklaagde terstond in hechtenis genomen werd, tenzij hij borgen stelde. Dit geschiedde bijv. wanneer een onbevoegde zich burgerlijke rechten aangematigd had en in sommige gevallen bij moord.Endotercisi(intercisi)dies, zieFesti (dies).Endromis,ἐνδρομίς. Bij de Rom. beteekent dit woord een grof wollen deken, die men na lichaamsoefeningen omsloeg, ten einde geen koude te vatten. Deendromis Tyriawas van fijnere stof. Bij de Grieken echter isendromiseene sterke, van voren dichtgeregen jachtlaars, waarmede Artemis dikwijls werd afgebeeld, en die kuit en voet omsloot, maar de teenen bloot liet.Endymion,Ἐνδυμίων, zoon van Zeus of Aëthlius en Calyce, koning van Elis, had bij Selēne vijftig dochters; zijn graf was te Olympia.—V. a. was hij een Cariër of van Elis naar Carië gegaan en leefde hij daar op den berg Latmus. Selēne beminde hem en steeg elken nacht van haar wagen af om hem in zijn slaap te beschouwen en te kussen, waarom hij tot Zeus bad dat hij eeuwig slapen en eeuwig jong blijven mocht, wat hem werd toegestaan.—Andere verhalen noemen Artemis in plaats van Selēne en maken van End. een jager of herder.Ἐνεχυρασίαofἐνεχυρασμός, het beslag leggen op goederen van iemand, die na veroordeeling verzuimde op den bepaalden termijn te betalen.EngyumofEngyïum,Ἔγγυον, Ἐγγύιον, stad in het binnenland van Sicilia, ten Z. van Apollonia, met een tempel derMagna Materof, volgens andere schrijvers, van deθεαὶ μητέρες.Enīpeus,Ἐνιπεύς, rivier in Thessalia, zijtak van den Apidanus. De riviergod werd bemind door Tyro, dochter van Salmōneus; Poseidon nu nam de gedaante aan van Enipeus en verwekte bij Tyro twee zoons, Pelias en Neleus. De mythe wordt ook verplaatst naar den Enipeus in Elis, een zijtak van den Alphēus. Een derde rivier van denzelfden naam in Macedonië ontspringt op den Olympus en stroomt bij Dium (no. 3) in zee.Enispe,Ἐνίσπη, oude stad in Arcadia, vroeg verdwenen.EnnaofHenna,Ἔννα, oude stad der Siculi in het binnenland van Sicilia,ὁ ὀμφαλὸς Σικελίαςgeheeten, afhankelijk van Syracusae, op een steile hoogte in eene zeer vruchtbare landouw gelegen, waar veel tarwe verbouwd werd. Daarom was de stad met haren omtrek aan Demēter geheiligd. In den sicilischen slavenopstand onder Eunus, die in 132 onderdrukt werd, was Enna het brandpunt. Hier laat de mythe Proserpina door Pluto schaken. Tegenwoordig is de streek dor en woest.Ennaëtēris,Ἐνναετηρίς, astronomische cyclus van acht jaar, met 96 maanden en 3 schrikkelmaanden = 2922 dagen, ingevoerd door Cleostratus van Tenedus.—Ook feesten, die om de acht jaar gevierd worden, heetenἐννεατηρίδες.Ἐννεάκρουνος, zieCallirrhoëno. 5.Ἐννέα ὁδοί, naam der streek, waar later Amphipolis werd gesticht.Ennius(Q.), rom. dichter, in 239 te Rudiae in Calabria geboren, Griek door opvoeding en reeds vroeg met de grieksche letterkunde bekend. M. Porcius Cato Maior vond hem in 204 als rom. soldaat op Sardinia, merkte zijn talent op en nam hem naar Rome mede. Dáár verwierf Ennius zich de vriendschap van verschillende aanzienlijke Rom., o.a. van de Scipiones en de Fulvii Nobiliores, door wier toedoen hij in 184 onder de rom. burgers werd opgenomen. Hij stierf in 169. De Rom. zagen in Ennius den schepper hunner nationale poëzie. Zijn voornaamste werk zijn zijneAnnales, in 18 boeken, eene doorloopende rom. geschiedenis in verzen, en wel niet in de oude, harde saturnische, maar in epische versmaat. Hij was de eerste, die den dactylischen hexameter op het Latijn toepaste. Vooral Vergilius heeft voor zijne Aeneis aan Ennius zeer veel ontleend. Ook schreef E. naar grieksche voorbeelden een aantal treurspelen, benevens andere gedichten van gemengden inhoud, vooralSaturae(4 boeken), en in proza een vertaling van deἱερὰ ἀναγραφή(sacra historia) van Euhemerus (z. a.). Ten onrechte hebben sommige schrijvers verteld, dat hij in het familiegraf der Scipio’s begraven is.Ennomus,Ἔννομος, 1) Mysiër, bondgenoot der Trojanen, beroemd als vogelwichelaar.—2)Trojaan, door Odysseus gedood.Ἐννοσίγαιος, aardschudder, bijnaam van Poseidon.Ἐνόδιος, Ἐνοδία, op de wegen vertoevend, bijnaam van Hermes, Artemis, Hecate en Persephone.Ἐνωμοτία, afdeeling van het spartaansche leger, het zestiende deel van eeneμόρα, bestaande uit 25, 32 of 36 man.Enope,Ἐνόπη, oude stad in Messenia, later Gerenia genoemd.Ἐνοσίχθων=Ἐννοσίγαιος.Ἔντασιςis de zwelling of verdikking, die men in het midden van de dorische zuil opmerkt, en die het denkbeeld moet wekken, dat de zuil iets zwaars te dragen heeft, ziecolumna.Entella,Ἔντελλα, stad aan den Crimīsus in het W. van Sicilia, in het gebied der Elymi.Entīmus,Ἔντιμος, Cretenser, die eene kolonie naar Gela op Sicilië bracht.Entoria, dochter van een rom. landman, werd bij Saturnus, die bij haar vader zijn intrek genomen had, moeder van vier zonen. Saturnus leerde haar vader wijn bereiden, en toen deze zijn buren van den nieuwen drank gegeven had, en zij daardoor bedwelmd werden, meende men dat hij hen vergiftigd had en steenigde men hem. Daarom hingen zijne kleinzonen zich op. Een latere hongersnood werdals een straf van den god beschouwd, en om hem en zijne zonen te verzoenen, bouwde Lutatius Catulus aan de tarpeïsche rots een tempel voor Saturnus met een altaar met vier aangezichten. Dit verhaal is een late nabootsing van de sage van Erigone, zieIcarius.Enyalius,Ἐνυάλιος, bijnaam van Ares, v. a. een krijgsgod, zoon van Ares en Enȳo.Enȳo,Ἐνυώ, 1) eene oorlogsgodin, die Ares in den oorlog vergezelde; te Athene stond haar beeld in den tempel van dien god. De Rom. hielden haar voor dezelfde als Bellōna.—2)een van de Graeae.—3)cappadocische godin, = Rhea Cybele of Artemis.Ἔωρα,z.Erigone.Eordaea,Ἐορδαία, stad en landschap in het hart van Macedonia, ten W. van den mons Bermius, bewoond door deEordi,Ἐορδοί.Eos,Ἠώς, dochter van Hyperīon en Thea, de rozenvingerige (ῥοδοδάκτυλος), in saffraankleurige kleederen gehulde (κροκόπεπλος) godin van het morgenrood, stijgt des morgens vroeg uit den Oceaan op en brengt aan goden en menschen het daglicht, terwijl zij voor haar broeder Helius uit rijdt; later wordt zij godin van den dag genoemd. Zij was gehuwd met Astraeus, bij wien zij moeder werd van de winden en sterren; nadat hij in den Tartarus geworpen was, schaakte zij achtereenvolgens Orīon, Tithōnus, Clitus en Cephalus. Een eeredienst had zij niet. Bij de Rom. is zij dezelfde als Aurōra, die echter eene dochter van den zonnegod genoemd wordt.Epacria,Ἐπακρία=Diacria.Ἐπαγγελία δοκιμασίας, de verklaring, in de atheensche volksvergadering, soms onder eede, afgelegd, dat men van plan was dengene, die zich gereed maakte tot het volk te gaan spreken, wegens eene crimineele handeling aan te klagen; zulk eene verklaring schokte natuurlijk het vertrouwen van het volk in den spreker, maar moest ook door de aangekondigde aanklacht gevolgd worden.Epaminondas,Ἐπαμεινώνδας, Thebaan, zoon van Polymnis, uit een arm maar edel geslacht, geb. omstreeks 418. Met den grootsten ijver legde hij zich toe op alles, wat tot de ontwikkeling van lichaam en geest konde dienen; vooral schepte hij behagen in het onderwijs van den pythagoreïschen wijsgeer Lysis, die, uit Tarente gevlucht, in het huis van Ep. eene schuilplaats vond. Bescheiden en zelfverloochenend, in het staatkundige vervuld van een ideaal, dat hoog boven het streven der twistende partijen in zijne vaderstad stond, vervulde hij lang eene betrekkelijk onbeduidende rol; afkeerig van burgertwisten, nam hij ook geen deel aan de samenzwering van zijn vriend Pelopidas, die in 379 een einde maakte aan de spartaansche overheersching en de oligarchische regeering; toen echter de vrijheid heroverd was, trad Ep. op den voorgrond. Hij bewerkte, dat de omwenteling bij de burgerij krachtigen steun vond, dat de gevallen partij niet te veel van de wraak der overwinnaars te lijden had, en dat de meeste boeotische steden zich bij Thebe aansloten. Als gezant bij de vredesonderhandelingen te Sparta (371) weigerde hij toe te stemmen in de oplossing van den boeotischen bond; toen de oorlog hervat werd, behaalde hij als boeotarch de schitterende overwinning bij Leuctra (371), die men grootendeels te danken had aan de door Ep. uitgevonden scheeve slagorde (λοξὴ φάλαγξ), waarin de linker vleugel veel diepere opstelling had dan de rechter en het centrum en, tegen de in gr. legers heerschende gewoonte, met den eigenlijken aanval belast was (z.Τάξις). Een gevolg van deze overwinning was, dat de meeste peloponnesische staten van Sparta afvielen, en in het volgende jaar trok Ep. zelf met een groot leger naar de Peloponnēsus, ten einde eenheid tusschen die staten tot stand te brengen; hij dringt tot Sparta zelf voorwaarts en bewerkt het herstel van Messenië en de stichting van Megalopolis door de Arcadiërs. In 368 werd Pelopidas verraderlijk door Alexander van Pherae gevangen genomen en de Thebanen zonden een leger om hem te bevrijden; toen dit leger door onbekwaamheid van den aanvoerder in gevaar geraakt was, verlangde het dat Ep., die als gewoon soldaat aan den tocht deelnam, het opperbevel zou in handen nemen; hij leidde den terugtocht en bij een tweede expeditie dwong hij Alexander zich aan de eischen van Thebe te onderwerpen. Ook wendde Ep. pogingen aan om zijne vaderstad tot eene zeemogendheid te verheffen, dieechterzonder gevolg bleven. Besluiteloosheid bij de peloponnesische bondgenooten en de moeielijkheid hen op den duur tot eendrachtige samenwerking te bewegen, noodzaakten Ep. nog herhaaldelijk tot tochten naar dePeloponnēsus, het laatst in 362, toen hij weder zeer nabij Sparta kwam; daar hij echter zag, dat men daar op zijne komst voorbereid was, trok hij terug tot Mantinēa, waar het tot een slag kwam. Ep. behaalde weder de overwinning en joeg het geheele vijandelijke leger op de vlucht, maar werd doodelijk gewond. Met hem eindigde de kortstondige grootheid van Thebe.Epaphrodītus,Ἐπαφρόδιτος, 1) geleerd grammaticus, zeer bevriend met Flavius Josephus, kwam onder Nero naar Rome en leefde er tot de regeering van Nerva; hij schreef commentaren op oude grieksche dichters.—2)geheimschrijver van Nero, wien hij bij zijn zelfmoord behulpzaam was, daarom werd hij (in 95) door Domitiānus ter dood veroordeeld.Epaphus,Ἔπαφος, zoon van Zeus en Io, werd koning van Aegypte en stichter van Memphis.Ἐπάριτοι, heette het gemeenschappelijk leger der Arcadiërs, toen de arcadische steden na den slag bij Leuctra tot een bond vereenigd waren.Epēi,Ἐπειοί, oude volksstam uit Thessalia, die lang vóór den trojaanschen oorlog naar Aetolia was getrokken en zich later in het N. van Elis had gevestigd. ZieElis.Eperatus,Ἐπήρατος, van Pharae, opvolger van Arātus als strateeg van het achaeisch verbond.Epetium, stad in Dalmatia, ten Z. van Salona.Epēus,Ἐπειός, 1) zoon van Endymion, was overwinnaar in den wedloop, dien hij op bevel van zijn vader te Olympia met zijne broeders hield, en kreeg daardoor de regeering over Elis.—2)zoon van Panopeus, van een van de Cycladen, een van de strijders tegen Troje, beteekende weinig als krijgsman, maar was beroemd als vuistvechter en als maker van het houten paard van Troje. In latere verhalen wordt hij als verachtelijk laf voorgesteld; v. s. zou hij naar Italië gekomen zijn en Pisa en Metapontum gesticht hebben.Ἔφηβος, jong mensch die den huwbaren leeftijd bereikt heeft, tusschen knaap en man. Te Athene werden de knapen op hun 18de jaarἔφηβοι, na twee jaar (ἐπὶ διετὲς ἡβήσαντες) dienstplicht als grenswacht (περίπολοι), werden zij op hun 20ste jaar meerderjarig, kregen zij toegang tot de volksvergadering en traden zij in den geregelden krijgsdienst. Het kenteeken derἔφηβοιis kort geschoren haar, terwijl kinderen en mannen het haar lang dragen.Ἔφεδρος, degene die, bij een wedstrijd waarvoor zich een oneven aantal mededingers hebben aangegeven, bij de loting geen tegenpartij gekregen heeft, en dus afwacht totdat hij, door het afvallen der overwonnenen, gelegenheid krijgt aan den strijd deel te nemen.Ephesia,Ἐφέσια, feest ter eere van Artemis te Ephesus in de maand Artemision gevierd. Hieraan namen alleIoniërsvan Klein-Azië deel. Er werdenἀγῶνες ἱππικοί, γυμνικοίenμοοσικοίgehouden. In later tijd was hieraan een nachtelijk feest verbonden, dat berucht was wegens zijne onzedelijkheid en niet toegankelijk was voor getrouwde vrouwen.Ephesiae literae,Ἐφέσια γράμματα, onverstaanbare woorden, ingegrift op het beeld der ephesische Artemis; deze woorden werden op metalen plaatjes of steenen gegraveerd, die dan als amuletten groote waarde hadden.Ἔφεσις, hooger beroep, van een vonnis der heliastenrechtbank was alleen in geval van veroordeeling bij verstek geoorloofd; van een scheidsrechterlijk vonnis (zieδιαιτητής) kon men bij de Helaea apelleeren tegen storting van zekere som alsπαράβολον.Ἐφεστρίς, omslagdoek of mantel, bij koud weder door mannen en vrouwen gedragen.Ephesus,Ἔφεσος, na de tuchtiging van Milētus de voornaamste der 12 ionische bondssteden op de aziatische kust, aan den mond van den Cayster. Volgens de mythe was de stad oorspronkelijk gesticht door Amazonen. Het was in elk geval een vóór-Grieksche stad (met de opgravingen zijn vele myceensche vondsten voor den dag gekomen), door de Cariërs gesticht. In ongeveer 1100 hebben de Ioniërs onder Androclus er bezit van genomen. De stad was beroemd door haren Artemis-tempel, die voor een van de zeven wonderen doorging. Omtrent den dienst van deze Artemis zie menArtemisaan het einde. In 356, juist in den nacht van Alexanders geboorte, stak Herostratus, om zijn naam te vereeuwigen, den tempel in brand; doch deze herrees nog prachtiger dan te voren. Lysimachus vergrootte de stad in 268 en legde een nieuwe haven aan, daar de oude dicht geslibd was door de aanslibbingen van den Cayster; maar haar toppunt van bloei bereikte zij onder de rom. keizers als hoofdstad der provincie. Ephesus dreef voortdurend een levendigen handel en was de voornaamste stapelplaats van Klein-Azië. De wijsgeer Heraclītus (± 510) was hier geboren.
Ebora, rom. muncipium in Lusitania, ookLiberalitas Iuliagenaamd, thans Evora.
Eborācum,Ἔβόρακον, thans York, hoofdstad der Brigantes in Britannia. De keizers Septimius Sevērus en Constantius Chlorus stierven te York, Constantijn de Gr. werd er tot keizer uitgeroepen.
Ebūdae insulae,Ἔβουδαι νῆσοι, ten N.W. van Caledonia (Schotland), thans de Hebriden.
Eburodunum, hoofdstad der Caturiges (z.a.).
Eburōnes,Ἐβούρωνες, germaansch volk in Belgica, dat langs de Maas woonde, van Namen tot Roermond, door Caesar zoo goed als uitgeroeid, omdat ze het romeinsche leger, dat in hun land overwinterde, bij den opstand van 54/53 hadden afgemaakt.
Eburovīces, keltisch volk in Normandië met de hoofdstad Mediolānum (Evreux aan de Eure), een van de vier stammen der Aulerci.
Ebusus,Ἔβυσος, thans Iviza, het grootste der Pityusen-eilanden bij Hispania. Ook de stad heette Ebusus. Zij werd in den tweeden punischen oorlog (217) door de Rom. tevergeefs bestormd.
Ecbatana,τὰ Ἐκβάτανα, ookἈγβάτανα, hoofdstad van Media, zomerverblijf der perzische en later der parthische koningen. Het was terrasgewijze gebouwd tegen de helling van den boschrijken Orontesberg, en door zeven verschillend gekleurde muren omgeven. Als stichter wordt Deioces genoemd.
Ecdēmus,Ἔκδημος, enDemophanes(v. a.Megalophanes), twee burgers van Megalopolis, leerlingen van Arcesilāus, verdreven den tyran Aristodēmus uit hunne vaderstad, en hielpen Arātus in het verdrijven van Nicocles uit Sicyon. Daarna gingen zij naar Cyrēne, waar zij zich door het geven van wijze wetten verdienstelijk maakten. Later keerden zij terug en wijdden zij zich aan de opvoeding van Philopoemen.
Ecdicus,ἔκδικος, iemand, die, wanneer eenecivitasin eene provincie in rechten optrad, die civitas voor de rechtbank vertegenwoordigde. De latijnsche benaming iscognitor civitatis.
Ecetra,Ἐχέτρα, sterke volscische stad in Latium, vermoedelijk door de Rom. verwoest.
Echecrates,Ἐχεκράτης, van Phlius, leerling van Archȳtas, vriend en misschien leermeester van Plato.
Echedorus,Ἐχείδωρος, macedonische riv., die ten O. van den Axius in de golf van Thermae uitloopt.
Echemus,Ἔχεμος, koning van Arcadië, trok als bondgenoot van Atreus den Doriërs bij hun inval in de Peloponnesus tegemoet, en doodde Hyllus.
Echepolus,Ἐχέπωλος, 1) Sicyoniër, die aan Agamemnon eene schoone merrie gaf, om zich los te koopen van de verplichting om mede naar Troja te gaan.—2)Trojaan, door Antilochus gedood.
Echetlus,Ἔχετλος, een heros, op bevel van een orakel door de Atheners vereerd sedert den slag bij Marathon, waar hij als landman verschenen was, met een ploegschaar vele vijanden gedood had, en na de overwinning verdwenen was.
Echetus,Ἔχετος, wordt in de Odyssēa genoemd als een wreed koning van Epīrus, die alle vreemdelingen mishandelde en zijn eigen dochter de oogen uitstak.
Echidna,Ἔχιδνα, dochter van Tartarus en Gaea, of van Chrysāor en Callirhoë, een monster, half vrouw, half slang, woonde in Cilicië, was bij Typhon moeder van de Chimaera, den Cerberus (Echidneus canis), de lernaeische hydra e. a. monsters. Zij werd door den alzienden Argus in den slaap gedood.—V. s. woonde zij in het land der Scythen, en verwekte Heracles bij haar drie zonen, van welke een de stamvader der scythische koningen werd.
Echinades,Ἐχινάδες, zeeëgel-eilanden, aan den mond van den Achelōus vóór de kust van Acarnania gelegen, en gevormd door de sterke aanslibbing van den stroom. Volgens de mythe waren het nimfen geweest, die bij het offeren den riviergod hadden vergeten en toen met den grond, waarop zij stonden, waren losgescheurd en door den stroom een eind ver meegesleurd.
Ἐχῖνος, doos waarin te Athene bij een proces de bewijsstukken enz., bewaard werden.
Echīnus,Ἐχῖνος, 1) stad in Acarnania aan de Ambracische golf.—2)stad in het thessalische landschap Phthiōtis aan de Malische golf.
Echīnus,ἐχῖνος, de eierlijst aan het kapiteel eener zuil. Ziecolumna.
Echīon,Ἐχίων, 1) een der mannen, gesproten uit de door Cadmus gezaaide draketanden, huwde diens dochter Agāve, en hielp zijn schoonvader bij het bouwen van Thebae.—2)zoon van Hermes en Antianīra, beroemd om zijne snelheid in het loopen, nam deel aan de calydonische jacht en den tocht der Argonauten.—3)een van de Giganten, die den hemel bestormden; Athēna veranderde hem door het Medusahoofd in een steen.—4)verkeerde lezing voor Aetion, z. a.
Echionides, Pentheus, zoon van Echion no. 1.
Echo,Ἠχώ, boeotische Oreade, die Hera met haar gesnap bezig hield, wanneer Zeus de nimfen bezocht. Toen deze list ontdekt werd, ontnam Hera haar het gebruik harer tong, zoodat zij alleen de laatste woorden herhalen kan van vragen, die men tot haar richt. Zij werd verliefd op Narcissus, en daar deze haar niet beminde, kwijnde zij weg, en bleef alleen hare stem over. Bij Pan was zij moeder van Iynx.
Ecnomus mons,Ἔκνομος λόφος, kaap aan de Z. kust van Sicilia tusschen Agrigentum en Gela, waar L. Manlius Vulso in 256 de Carthagers verslagen heeft.
Ecphantides,Ἐκφαντίδης, een van de oudste dichters der oude attische comedie, door zijn jongeren tijdgenoot Cratīnus bespot.
Eculeus=equuleus.
Edessa,Ἔδεσσα, 1) stad in het macedonische landschap Emathia, vroegerAegae, waarvan het eerst de vóórstad was.—2)stad in Osroēne, tusschen den Euphraat en den Chabōras, ook welOsroëofOrrhoëgeheeten, onder de SeleucidenAntiochīa Callirrhoëgenoemd naar de talrijke nabijgelegen bronnen van den Scirtus, in den keizertijd en in de kruistochten weder bekend alsEdessa.
Edetāni,Ἐδητανοί, volk in Tarraconensis aan de tegenw. golf van Valencia. In hun gebied lagen de steden Valentia en Saguntum.
Edictum. Elke overheid te Rome kon binnen den kring harer ambtsbevoegdheid verordeningen maken en afkondigen, zoowel voor enkele op zichzelf staande gevallen als in het algemeen geldig voor het geheele ambtsjaar. Zoo bevatten b.v. deedictader aedilen voorschriften omtrent markt- en handelsverkeer, openbare veiligheid en dgl. Bepalingen, die nuttig bleken te werken, werden uit den aard der zaak door de opvolgers van hunne ambtsvoorgangers overgenomen. Het belangrijkste dezer edicten is het jaarlijksch edict van denpraetor urbanusen in de tweede plaats van denpraetor qui inter peregrinos ius dicebat. Zulk eenedictum praetorisstond voor ’s praetors woning op een wit houten bord ofalbummet zwarte letters te lezen. De strenge bepalingen van het oud-rom.ius privatummoesten mettertijd in milderen geest gewijzigd en uitgebreid worden. Wat nu de eene praetor van den anderen overnam, werdedictum perpetuumoftralaticiumgenoemd. Bijzondere bepalingen, in den loop van het ambtsjaar door den praetor uitgevaardigd, heettenedicta repentina. Zoo ontstond naast het oudeius civile(niet in strijd daarmede, doch daarop gegrond) hetius praetoriumofhonorarium, z. a. Hiernaast wordt ook vermeld hetedictum aedilium curulium, aan wie de beslissing in handelsgeschillen, en dus ook het vaststellen van de bepalingen, daarop betrekking hebbende, was opgedragen.
Edōni,Ἤδωνες, Ἠδωνοί, thracisch volk,door Philippus van Macedonia onderworpen. Zij woonden ten O. van den Beneden-Strymon en waren berucht door hun woesten Bacchusdienst; zieMyrcinus. Dichterlijk isEdonus= thracisch,Edonis= Bacchante.
Eetion,Ἠετίων, 1) koning van Thebe in Mysië, vader van Andromache, met zijne zeven zonen door Achilles gedood.—2)koning van Imbrus, kocht een zoon van Priamus uit de krijgsgevangenschap vrij.—3)vader van Cypselus.
Effātumin het algemeen uitspraak, verkondiging, formulier in godsdienstzaken, o.a. het formulier, dat de augur uitsprak bij de wijding eener ruimte op aarde of aan den hemel tottemplum. Vandaar de uitdrukkingeffari templum.
Egeria, Aeg.,Ἠγερία, Αἰγ., orakelgevende bronnimf, die gehuwd was met Numa Pompilius, en volgens wier voorschriften Numa de godsdienstige aangelegenheden regelde; na zijn dood vluchtte zij naar Aricia, waar zij van droefheid in een bron veranderde. Zij was eene beschermgodin van Rome en werd vooral door zwangere vrouwen aangeroepen. Zij had een heiligdom voor de Porta Capēna en een te Aricia.
Egesta,Ἔγεστα, bij de Rom. gewoonlijkSegesta, bij VergiliusAcestageheeten, een oude, niet-grieksche stad op de N.W.-kust van Sicilia, volgens de latere sage door Trojanen gesticht. In de nabijheid vond men twee riviertjes, die de namen Simoïs en Scamander droegen. De strijd tusschen deze stad en Selinus gaf aanleiding tot den tocht der Atheners naar Syracūsae. Egesta had de hulp der Atheners ingeroepen. Sedert 263 was het met Rome verbonden.
Egestes=Acestes.
Ἐγκαυστική, zieEncaustica.
Ἐγκοίμησις,incubatio, het slapen in den tempel van een droomorakel, waar men in den slaap door een droomgezicht antwoord meende te ontvangen op vragen aan het orakel gedaan.
Ἔγκτησις, het bij verdrag aan de burgers van twee staten toegestane recht, om in elkanders grondgebied vaste goederen te hebben; ook het goed dat men volgens dit recht in eigendom heeft.
Ἐγκύκλιος παιδεία, ἀγωγή, het onderwijs, dat men voor beschaafden noodig achtte. Het omvatte in latere tijden grammatica, rhetorica, philosophie, rekenkunde, muziek, geometrie en astronomie.
EgnatiaofGnathia, drukke havenstad in Apulia aan devia Appia nova, ten N. van Brundisium, met slecht water.
Egnatia (via), de groote heerweg, die van Dyrrachium door Illyria, Macedonia en Thracia naar Byzantium liep. Van Rome reisde men langs den Appischen weg tot Capua, verder langs den nieuwen App. weg naar Brundisium, stak dan de Adriatische zee over naar Dyrrachium en zette den tocht langs den Egnatischen weg voort over Apollonia en Thessalonīca. De weg is aangelegd na de onderwerping van Macedonia (146).
Egnatii, uit Samnium. 1)Gellius Egnatiuswas een der aanvoerders van de Samnieten in de samnietische oorlogen. Hij sneuvelde in 295 in den slag bij Sentinum.—2)Marius Egnatius, aanvoerder der Samnieten in den bondgenooten-oorlog. In 90 lokte hij den rom. consul L. Julius Caesar in eene hinderlaag en vernietigde bijna diens geheele leger, bij den mons Massicus. In 89 sneuvelde hij. Na den oorlog vindt menEgnatiiin den rom. senaat.—3)C. Egnatius Rufus, rom. ridder, door Cicero om zijne hulpvaardigheid geprezen.—4)M. Egnatius Rufus, zeer bemind bij het volk, werd op last van Octaviānus als samenzweerder ter dood gebracht (19).—5)P. Egnatius Celer, stoisch wijsgeer uit Berȳtus. In 69 n. C. werd hij door Musonius Rufus wegens zijne handelswijze jegens Barea Sorānus (z. a.) aangeklaagd, en door den senaat veroordeeld.
Egnatulēius(C.), op wiens aansporing in 44 het vierde legioen van Antonius tot Octaviānus was overgegaan, kreeg op Cicero’s voorstel verlof om beneden den wettigen leeftijd naar de hooge staatsambten te mogen dingen, maar wordt later niet meer genoemd.
Eion,Ἠϊών, havenstad van Amphipolis.—2)=Eiones.
Eiones,Ἠϊόνες, stadje der Dryopes in Argolis aan den Sinus Argolicus, vroeg verwoest.
Eira=Ira.
Εἰρένες, te Sparta jongelieden van 20 tot 30 jaar; bij spelen en gymnastische oefeningen hadden zij het opzicht over deἀγέλαι.
Εἰρεσιώνη, een met wol omwonden krans van olijftakken, die, met bloemen en vruchten beladen, bij de Pyanepsia rondgedragen en aan den tempel van Apollo en ook aan particuliere huizen opgehangen werd. Ook het lied, dat daarbij gezongen werd en waarbij men giften verzocht, en in het algemeen een lied van dien inhoud.
Εἰσαγγελία, een bizondere vorm van proces te Athene, die aangewend werd bij zware misdaden en bij zulke, die voor den staat zelf gevaar schenen op te leveren. De aanklager diende een klachtbrief (εἰσαγγελία) bij den raad of de volksvergadering in, en wanneer deze aangenomen werd, werd de aangeklaagde in hechtenis genomen, hoewel hij zich in de meeste gevallen door het stellen van drie borgen daaraan onttrekken kon. Wanneer de raad den aangeklaagde schuldig bevonden had, en meende dat de hoogste boete, die hij kon opleggen (500 drachmen), als straf niet toereikend was voor de misdaad, verwees hij de zaak naar de thesmotheten of naar het volk. Aanklachten die bij de volksvergadering ingekomen waren, konde zij zelve behandelen of naar de thesmotheten verwijzen; bij misdaden, waarvoor geen straf bij de wet bepaald was, werd vóór het onderzoek vastgesteld, welke straf ingeval van veroordeeling zoude opgelegd worden. Sedert het begin der vierde eeuw bepaalde de wet, op welke misdaden deεἰσαγγ.kon worden toegepast; kort daarna werd op die misdadende doodstraf gesteld met verbod van begrafenis in Attica.—Deεἰσαγγελίαhad in sommige gevallen, ook indien de aangeklaagde vrijgesproken werd, geen geldelijk nadeel voor den aanklager ten gevolge, zooals andere processen.
Εἰσαγωγῆς, een collegie van vijf rechters, die uitspraak deden in de meesteἔμμηνοι δίκαι; ook worden zoo alle overheden genoemd, wanneer zij eene bij hen ingediende aanklacht na voorloopige instructie voor de rechtbank brengen.
Εἰσιτήρια, offer door de leden van den raad bij het aanvaarden hunner betrekking gebracht. Z.ἐξιτήρια.
Εἰσφορά, buitengewone belasting op het vermogen, te Athene voor het eerst door Pisistratus geheven, later vervangen door deφόροι, der bondgenooten; in den Peloponnesischen oorlog voor het eerst in 428, later in oorlogstijd dikwijls geheven. Wie die belasting niet betaalde, werd gestraft met verbeurdverklaring zijner goederen, niet met atimie, zooals andere schuldenaars van den staat. Zie ookσυμμορία.
Ἐκεχειρία, zieOlympia,τὰ Ὀλύμπια.
Ἐκκλησία, volksvergadering. Te Athene besliste de volksvergadering over alle aangelegenheden van den staat, wanneer de wet daarover niet anders beschikt had, bijv. bij wetgeving, verkiezingen, het verklaren van oorlog en sluiten van vrede, enz. In elke prytanie werden vier gewone (τεταγμέναι) vergaderingen gehouden, in dringende gevallen werden ook buitengewone (σύγκλητοι, πρόσκλητοι, κατάκλητοι) vergaderingen beroepen. De onderwerpen, in de vergadering te behandelen, moesten door den voorzitter vooraf bekend gemaakt worden (προγράφειν ἐκκλησίαν); voor een van de gewone vergaderingen (deκυρία ἐκκλ.) waren zij bij de wet vastgesteld. De vergaderplaats was in de oudste tijden de markt, later gewoonlijk de Pnyx, nog later de schouwburg. Toegang tot de vergaderingen, recht om aan de discussies deel te nemen en stemrecht hadden alle burgers boven de 20 jaar oud, voor zoover zij niet door atimie dat recht verloren hadden. De voorzitter, oudtijds deἐπιστάτηςder prytanen, later die van deπρόεδροι(z.a.), opende de vergadering met een offer en gebed en legde daarna de punten ter behandeling aan het volk voor (προτιθέναι), die gewoonlijk begeleid werden door een praeadvies van den raad (προβούλευμα), waarover dan eerst gestemd werd (προχειροτονία); vereenigde de vergadering zich niet daarmede, dan kon iedereen een voorstel doen, dat de voorzitter echter niet in stemming mocht brengen, wanneer het in strijd met de wet was, en waarvan iedereen de behandeling kon verhinderen door de verklaring, dat hij den voorsteller wegens de onwettigheid van het voorstel (παρανόμων) zoude aanklagen. De stemming geschiedde door het opsteken der handen (χειροτονεῖν), of wanneer zij personen betrof met steentjes (ψηφίζεσθαι, dikwijls ook algemeen voor stemmen gebruikt).—Tot de spartaansche volksvergadering (ἁλία), hadden toegang alle Spartanen boven de 30 jaar oud en in het volle bezit van hunne burgerlijke rechten; in latere tijden wordt nog eene afzonderlijke vergadering vanὅμοιοιvermeld, ofschoon het niet blijkt in welke verhouding zulk eene vergadering tot de algemeene volksvergadering stond. De meeste staatszaken worden door deγερουσίαbehandeld; wanneer het volk ter vergadering geroepen werd, had het alleen de bevoegdheid de voorstellen van deγερουσίαof van den koning aan te nemen of te verwerpen; veranderingen daarin te brengen of nieuwe voorstellen te doen was niet geoorloofd, zelfs had men om het woord te voeren de bizondere vergunning van den voorzitter noodig. De stemming had plaats door geschreeuw, en, ingeval de uitslag twijfelachtig was, door afzondering van voor- en tegenstemmers.
Ἐκκλησιαστικόν, betaling voor het bijwonen der volksvergadering te Athene, eerst één, later drie obolen, waarschijnlijk eerst na den peloponnesischen oorlog ingevoerd. Ten tijde van Aristoteles was hetἐκκλ.tot een drachme verhoogd, en voor deκυρία ἐκκλησίαtot 9 obolen.
Ἔκκλητος πόλις, een staat, waaraan twee strijdende staten met onderling goedvinden de beslechting van hun geschil opdragen.—Bij de verdragen tusschen verschillende staten was soms bepaald, dat wanneer een burger van den eenen staat in den anderen staat een proces verloor, hij bij zijn eigen staat van dit vonnis in appèl kon komen; de staat, waarbij men appelleert, wordt dan ookἔκκλητος πόλις, het procesἔκκλητος δίκηgenoemd.
Ἐκκύκλημα, een machine, waardoor de achtergrond van een tooneel geopend wordt, om een huis of paleis van binnen te laten zien; v. s. een kleine houten stelling, die door de groote achterdeuren op het tooneel gerold werd, en waarop zich de personen bevonden, die voorondersteld werden in het huis te zijn.
Ἐκλογῆς, te Athene buitengewone beambten, belast met het invorderen van aan den staat verschuldigde gelden, vooral die van de schatplichtige bondgenooten.
Elaea,Ἐλαία, oude stad in aziatisch Aeolis, aan de Elaïtische golf, later haven van Pergamus.
Elaeus, g.-untis,Ἐλαιοῦς, olijvenstad, kolonie van Teos op de punt van de thracische Chersonēsus, met het grafteeken van Protesilāus, den eersten Griek, die op het trojaansch gebied aan wal sprong en tevens sneuvelde.
Elagabalus=Heliogabalus.
Elana=Aelana.
Elaphebolia,Ἐλαφηβόλια, feest ter eere van Artemis in de maand Elaphebolion gevierd, waarbij haar een koek in den vorm van een hert geofferd werd.
Elaphebolion,Ἐλαφηβολιών, 9demaand van het Attische jaar (Maart–April), zieannus.
Elatēa,Ἐλάτεια, stad en sterke burcht in Phocis, de sleutel van een bergpas naar Thessalia. Philippus van Macedonia bezette ditpunt in 338, waarvan de slag bij Chaeronēa het gevolg was.
Elaver, ookElaris, Elauris, thans Allier, zijtak van den Liger (Loire), ontspringt op den mons Cebenna.
Elbo,Ἐλβώ, eiland tusschen den phatnitischen en den tanitischen Nijlmond, waar de aegyptische koning Anysis zich schuil hield voor den aethiopischen overweldiger Sabaco en later Amyrtaeus tegen den perzischen koning Artaxerxes I.
Elea, laterVelia, stad in Lucania aan de Tyrrheensche zee, door vluchtelingen uit Phocaea gesticht ± 550, toen Cyrus de perzische heerschappij over de Westkust van Klein-Azië uitbreidde. Hier woonden de wijsgeeren Xenophanes, Parmenides en Zeno, de stichters der eleatische school; zieXenophanes.
Eleatische wijsbegeerte,z.Xenophanes.
Electra,Ἠλέκτρα, 1) dochter van Ocanus en Tethys, moeder van Iris en de Harpyieën.—2)Pleiade, bij Zeus moeder van Dardanus en Iason.—3)zuster van Cadmus, gaf haar naam aan een van de poorten van Thebe.—4)dochter van Agamemnon en Clytaemnestra, zorgde bij den moord van haar vader, dat Orestes in veiligheid gebracht werd; toen hij terugkeerde, hielp zij hem op Clytaemnestra en Aegisthus wraak te nemen. Zij was door haar moeder aan een armen daglooner uitgehuwd, die haar echter met allen eerbied behandelde; later huwde zij met Pylades.—5)dochter van Latinus; v. s. was Remus de zoon van Italus en Electra.
Electrides insulae,Ἠλεκτρίδες νῆσοι, barnsteeneilanden, zieGlaesariae insulae.
Electryon,Ἠλεκτρύων, zoon van Perseus en Andromeda, koning van Mycēnae, gehuwd met Anaxo, vader van Alcmēne. ZieAmphitryo.
Elegia,ἐλεγεῖα(τὰ), ookἐλεγεία, een soort lyrisch gedicht, de eerste overgang van epische tot lyrische poëzie. In inhoud, wijze van behandeling, dialect en versmaat (hexameters met pentameters afwisselend,disticha) verwijdert zich de elegie oorspronkelijk niet ver van het epos. De oudste (ionische)elegieënwaren krijgsliederen of behandelden de politiek, later bij de Atheners werden het meer liederen uit het dagelijksch leven, tafel-, liefde- en klaagliederen, de Alexandrijnen eindelijk kozen dezen dichtvorm bij voorkeur voor geleerde onderwerpen. Bij de Romeinen werd sedert het einde der republiek tot zeer laat van de elegie veel werk gemaakt.
Eleleides=Bacchae.
Eleon,Ἐλεών, oude stad in Boeotia, ten O. van Tanagra.
Elephantīne,Ἐλεφαντίνη, eilandje met stad in den Nijl, op de aethiopische grenzen dicht bij Syēne, onder de Perzen en Rom. een sterk bezette grenspost.
Elephēnor,Ἐλεφήνωρ, zoon van Chalcodon, vorst der Abanten, werd voor Troje door Agēnor gedood.
Eleus=Elaeus.
Eleusinia,Ἐλευσίνια, eleusinische mysteriën, groote feesten en plechtigheden ter eere van Demēter en Persephone, die hier Cora heette, waarbij reeds vroeg Dionȳsus onder den naam Iacchus werd opgenomen. De mysteriën dienden ter herinnering aan den zwerftocht van Demeter na den roof harer dochter en zouden door die godin zelve ingesteld zijn, toen zij op dien tocht te Eleusis gastvrij ontvangen werd. Evenals men in het verdwijnen en herrijzen van Persephone eene mythische voorstelling zag van het schijnbaar sterven en herleven der natuur, zoo werden ook de eleusinische plechtigheden op twee tijden van het jaar gevierd, de groote ter herinnering aan Persephone’s afdalen naar de onderwereld in den herfst, de kleine ter viering van hare terugkomst op aarde in de lente. De groote mysteriën begonnen den 15denBoëdromion en duurden verscheiden dagen. De eerste vijf waren gewijd aan offers, reiniging, enz.; de voornaamste dag was echter de zesde,Ἵακχοςgenaamd, wanneer een optocht van Athene naar Eleusis gehouden werd, waaraan soms meer dan 30.000 menschen, allen bekranst, deel namen; daar men dikwijls halt maakte en de reis meermalen gestoord werd door allerlei scherts en plagerij, was het nacht, voordat men aan de plaats zijner bestemming gekomen was. Daar werden dan fakkeldansen uitgevoerd en heilige liederen gezongen, alles ter herinnering aan Demeter, haar smart bij het missen en haar vreugde bij het vinden harer dochter. De eigenlijke geheime feestviering had in een tempel (μυστικός σηκός) plaats. Wat daar gebeurde, is niet in bizonderheden bekend; slechts zooveel kan men uit de uitdrukkingen van oude schrijvers daaromtrent opmaken, dat het lot van Persephone op zeer indrukwekkende wijze dramatisch werd voorgesteld (deze voorstellingen heetenδρώμενα); zonder dat er eenig bepaald dogma verkondigd werd, moest bij de ingewijden, door wat zij zagen en mede ondervonden, de hoop opgewekt worden, dat ook zij eens, evenals de godin, uit het rijk van dood, duisternis en verschrikking verlost zouden worden. Na afloop van het sombere gedeelte der plechtigheid werd het daarmede verbonden vasten gebroken door het gebruik van een drankκυκεών, bereiduitwater, meel en prij, terwijl het geheele feest besloten werd door deπλημοχόν, waarbij men uit bijzondere schalen naar oost en west water plengde. Om de vijf jaar werden de mysteriën met meer dan gewonen luister gevierd, en naar het schijnt warener somsook feestspelen mede verbonden.—De kleine mysteriën werden in de maand Anthesterion in de voorstad Agrae gevierd en stelden het mystisch huwelijk tusschen Persephone en Iacchus voor.—De mysteriën waren oorspronkelijk alleen voor Eleusiniërs, later ook voor Atheners, vervolgens voor alle Grieken toegankelijk, eindelijk werden ook barbaren ingewijd, mits een atheensch burger (μυσταγωγός) hen inleidde. Gewoonlijk ontving men de eerste wijding bij de kleine mysteriën; alsdan mocht men de groote nog in hetzelfde jaar alsμύστηςbijwonen, eersthet volgende jaar werd men echterἐπόπτης, en mocht men als zoodanig ook bij de geheime plechtigheden tegenwoordig zijn.—De feesten stonden onder het toezicht van denἄρχων βασιλεύς, en werden geleid door verschillende priesters, waarvan de voornaamste deἱεροφάντηςwas; op hem volgden deδᾳδοῦχος, ἱεροκήρυξenἐπιβώμιος.—Lang stonden de eleusinische mysteriën bij de Grieken in hoog aanzien. Zij werden opgeheven bij besluit van Theodosius den Gr., nadat reeds kort te voren de tempels en andere heilige gebouwen door dweepzieke monniken in het gevolg van Alarik verwoest waren.
Eleusis, g.-īnis,Ἐλευσίς, 1) stad in Attica nabij de grenzen van Megaris. De stad was beroemd door hare mysteriën ter eere van Demēter en Persephone, zieEleusinia. De weg van Athenae naar Eleusis heetteἱερὰ ὁδός. Eleusis had met Brauron den naam vanπόλις.—2)oude stad in Boeotia, aan den zuidelijken oever van het meer Copaïs, vroeg te gronde gegaan door de overstroomingen van het meer.
Eleutherae,Ἐλευθεραί, demus van Attica op de boeotische grenzen.
Ἐλευθέρια, 1) feest ter eere van Zeus Eleutherius om de vijf jaar te Plataeae gevierd, ter herinnering aan den gelukkigen afloop van de perzische oorlogen.—2) feest op Samus.—3) huiselijk feest door vrijgelaten slaven gevierd.
Eleutherocilices,Ἐλευθεροκίλικες, rooversstam op den Amānus en den Taurus, die zich den naam van vrije Ciliciërs gaven. Hoofdstad: Pindenissus, bergvesting.
Eleutho,Ἐλευθώ=Ilithyia.
Elfmannen, zieἝνδεκα.
Elicius, bijnaam aan Jupiter gegeven als regengod; men trachtte in tijden van droogte door een processie (hetaquaelicium) van blootvoets gaandematronaemet loshangende haren, en van de ambtenaren zonder teekenen hunner waardigheid, van Jupiter Elicius regen af te smeeken; hierbij werd ook de regensteen,lapis manalisdoor de priesters onder gebeden medegevoerd. Later heeft men J. El. vereenzelvigd met den bliksemgod, en meende men, hem door zekere formules te kunnen dwingen den bliksem uit den hemel naar beneden te zenden; hij had een tempel op den Aventīnus, door Numa gebouwd.
Elimēa, Elimia,-iōtis,Ἐλίμεια, Ἐλιμία, -ιῶτις, landschap van Macedonia, in het zuiden, op de thessalisch-epirotische grenzen. Hoofdstad: Elima.
Elimberris(Climberris), hoofdstad der Ausci, in Aquitania, zieAusci.
Elis,Ἦλις, Ἠλεία, het meest westelijke gewest der Peloponnesus, in vier deelen verdeeld:Elis propriain het N.W.,Acrorēain het N.O.,Pisātismet de hoofdplaats Pisa, in het midden, enTriphylia, het land der drie stammen: Caucōnes, Paroreātae, en Minyae, in het Z.—De stad Pylus Triphyliacus was v. s. de woonplaats van den grijzen Nestor. In Pisatis lag Olympia, aan den Alphēus, de beroemde schouwplaats der olympische spelen. Uithoofde dezer spelen was Elis aan Zeus Olympius geheiligd en onschendbaar en mocht door geene vijandelijke legers betreden worden; tot op den peloponnesischen oorlog werd deze onschendbaarheid geëerbiedigd. Om dezelfde reden had ook de stad Elis, aan den Penēus gelegen, geene muren. Oudtijds was Elis door Epeërs bevolkt; bij de dorische verhuizing viel het ten deel aan den Aetoliër Oxylus en uit de samensmelting van Epeërs, Aetoliërs en Doriërs ontstonden de Eleërs. De dorische naam van het land isἎλις. In Elis behooren de mythen te huis van Pelops en de schoone koningsdochter Hippodamīa en van den Augīasstal en den stroom Alphēus.
Elisa, Elissa=Dido.
Elison,Ἐλισσών, Ἔλισα, beek, grens tusschen Elis propria en Pisātis.
Elische school, z.Phaedo.
Ellopia,Ἐλλοπία, 1) stad en kustland in het N. van Euboea, daarom ook = Euboea.—2)oude naam der omstreken van Dodōna in Epīrus.
Elmantica=Salmantica.
Elōne,Ἠλώνη, stad in het thessalische landschap Perrhaebia, later Limōne,Λειμώνη.
Elōrus,Ἔλωρος, Ἕλωρος, zieHelōrus.
Elpēnor,Ἐλπήνωρ, een van de tochtgenooten van Odysseus, viel in dronkenschap van het dak van Circe’s paleis en brak den nek. Odysseus ontmoette hem later in de onderwereld.
Elymāis,Ἐλυμαΐς(Elâm), landstreek in Susiāne, bewoond door de krijgshaftige Elymaeërs, die als boogschutters in het O. grooten naam hadden.
Elymi,Ἔλυμοι, sicilischevolksstam, die rondom den berg Eryx woonde, verbonden met de Carthagers.
Elymia,Ἐλυμία, stad in Arcadia, ten Z. van Orchomenus.
Elymiotis=Elimea.
Elimus,Ἔλυμος, zoon van Priamus of Anchīses, vluchtte uit Troje naar Sicilië en werd de stamvader van de Elymi (z. a.).
ElysiiofElisii, germaansche volksstam tot de Lugii behoorend, in het N.O. van Germania, vermoedelijk aan den bovenloop van de Oder.
Elysium,Ἠλύσιον πεδίον, een veld aan het uiterste einde der aarde, waarheen lievelingen der goden zonder te sterven verplaatst worden om er een zalig leven te leiden. Volgens lateren is het een deel van de onderwereld, waar de braven na hun dood verblijf houden.
Emancipatio. Hoewel volgens het rom. recht een vader krachtens zijnepatria potestaszijne kinderen kon verkoopen, zoo had dit recht toch zijne grenzen. Hij kon zijn zoon niet vaker verkoopen dan driemaal, overeenkomstig de wet der 12 tafelen. Hiervan maakten de Rom. gebruik om een zoon van depatria potestaste ontslaan. De vader verkocht zijn zoonper aes et libramten overstaan van eenlibripensen vijf getuigen door een schijnkoop aan eenpater fiduciarius(ziefiducia). Deze liet echter den zoon weder vrij, zoodat deze weder onder de vaderlijke macht terugkeerde. Wanneer deze handeling nu driemaal herhaald was, was de vaderlijke macht verbroken. Depater fiduciariusgaf denzoon ten derde male aan denpater naturalisterug, doch deze had hem nu niet meerin potestate, doch slechts inmancipioen kon hem hiervan vrij verklaren,manumittere, waardoor hijsui iuriswerd.
Emathia,Ἠμαθία, landschap van Macedonia ten W. van den Axius (Vardar), de bakermat van het macedonisch koningshuis. Dichterlijk is Emathia zoowel = Macedonia als = Thessalia.
Emathides,Ἠμαθίδες, negen dochters van Pierus, koning van Emathia, die met de Muzen een wedstrijd durfden aangaan en in eksters veranderd werden.
Emathion,Ἠμαθίων, zoon van Tithōnus en Eos, koning van Arabië, werd door Heracles gedood.
Ἐμβάδες, schoenen, meestal door mannen uit de lagere standen gedragen.
Ἐμβατήριον, 1) bij de Spartanen de muziek, die bij het marcheeren geblazen werd, ook een anapaestisch lied, dat men op marsch zong.—2) offer, voordat men zich inscheepte.
Emblemata, 1) inlegwerk, (in tegenstelling metcrustaez. a.) goud in zilver, of zilver in brons, waarvan de figuren “en relief” zijn.—2)mozaiek.
Emerita Augusta=Augusta Emerita.
Emesa,Ἔμεσα, stad in Syria, aan den Orontes, met een prachtigen zonnetempel, waar Heliogabalus opperpriester was, voordat hij romeinsch keizer werd. Alexander Sevērus was te Emesa geboren. In de nabijheid werd Zenobia van Palmȳra in 272 na C. door Aureliānus verslagen.
Ἐμμέλεια, dans in het grieksche treurspel, waarschijnlijk meer een gebarenspel, waardoor de inhoud der koorzangen aanschouwelijk voorgesteld werd.
Emmenidae,Ἐμμενίδαι, een adellijk geslacht te Gela en Agrigentum; na den dood van den tyran Phalaris hadden zij te Agrigentum de regeering in handen. De beroemdste van hen was Theron, wiens zoon Thrasydaeus om zijne wreedheid verdreven werd (470). Hun stamvader was, naar zij beweerden, Polynīces.
Ἔμμηνοι δίκαι, te Athene processen, waarin binnen dertig dagen na de aanklacht uitspraak gedaan moest worden.
Emōdi montes,Ἠμωδὸν ὄρος. DeEmōdi montesen deImāus,Ἲμαος, der ouden grensden aan elkander, zonder dat men echter een juist begrip van de ligging had. Vermoedelijk vormen de Emōdi montes het westelijk, de Imāus het oostelijk gedeelte van het Himalaya-gebergte.
Emona, stad in Pannonië aan den Nauportus (zijtak van den Savus), tgw. Laibach. Bij latere schrijvers wordt de stad gerekend tot Italië te behooren.
Empedocles,Ἐμπεδοκλῆς, van Agrigentum (492–432), uit een aanzienlijk en rijk geslacht, wierp als een van de leiders der volkspartij de aristocratische regeering in zijne vaderstad omver (444), weigerde de hem aangeboden koninklijke waardigheid en voerde eene zuivere democratie in. Als staatsman, natuur- en geneeskundige, wijsgeer en redenaar uitmuntend, werd hij als een gunsteling der goden beschouwd en na zijn dood als heros vereerd. Op het einde van zijn leven ging hij naar de Peloponnēsus, en het schijnt dat hij buiten zijn vaderland gestorven is; ook verhaalde men dat hij, om door zijne plotselinge verdwijning indruk te maken, in den Aetna sprong, en dat dit later verraden werd, doordat de berg een van zijne sandalen uitbraakte.—In zijne leerdichten,περὶ φύσεωςenκαθαρμοί, waarvan nog verscheiden fragmenten bestaan, verkondigt hij de eeuwigheid en onvergankelijkheid der stof; hij neemt vier stoffelijke elementen (ῥιζώματα) aan: vuur, lucht, aarde en water, waarop twee ideale elementen, liefde en haat, inwerken; onder de heerschappij der liefde is alle stof vereenigd tot ééne massa of chaos (σφαῖρος), heeft de haat alle macht, dan bestaan alle stofdeeltjes afzonderlijk, tusschen deze beide uitersten ligt het leven van individuën. Ontstaan en vergaan zijn dus ijdele woorden, er is slechts vereeniging (μῖξις) en scheiding (διάλλαξις). De ziel is een mengsel van alle elementen en is daardoor in staat alle te kennen. Ook de leer van de zielsverhuizing schijnt Empedocles van Pythagoras of de Orphici te hebben overgenomen.
Emporia,τὰ Ἐμπόρια, landstreek in Africa aan de kleine Syrte, zeer vruchtbaar en reeds vroeg met phoenicische koloniën bezet.
Emporium, Emporiae,Ἐμπορίον, Ἐμπόριαι, kolonie van Massilia in het gebied der Indigetes, aan den O. uithoek der Pyrenaeën, tegenwoordig Ampurias.
Emptio venditio(zonderet), koop en verkoop.Emptio bonorum, ziebonorum emptio.Emptor familiae, de schijnkooper, ziefiducia.
Empulum, stadje in Latium, bij Tibur.
Ἐμπυρομαντεία, de kunst van waarzeggen uit het branden van het offervuur, het eerst, naar het heette, onderwezen door Amphiarāus.
Empūsa,Ἔμπουσα, een spook of menschenetend monster met ezelspooten, waarmede men kinderen bang maakte.
EN=Dies endotercisus, z.Festi (dies).
Ἐναγώνιος, bijnaam van verscheiden goden als beschermers van wedstrijden, vooral van Hermes.
Enarete,Ἐναρέτη, dochter van Deïmachus, gemalin van Aeolus no. 1.
Encaustica, n.l.ars,ἐγκαυστικὴ(τέχνη), de kunst om met kleuren te schilderen, welke met was waren aangemengd en vervolgens op het beschilderde voorwerp voorzichtig werden ingebrand. Op die wijze werden marmeren beeldwerken en ook architectuurstukken beschilderd. Men kreeg op deze wijze levendige, schitterende kleuren, doch men schijnt nog niet achter de bizonderheden der bewerking te zijn. Ook het inbranden van figuren in ivoor met eene heet gemaakte graveerstift wordt encaustiek genoemd. Voorbeelden van encaustiek op hout zijn de portretten, die men in late aegyptische graven gevonden heeft.
Enceladus,Ἐγκέλαδος, een der Giganten, die met de goden streden; hij werd overwonnen en ligt sedert onder den Aetna.
Encheleis,Ἐγχελεῖς, eenvolksstamin zuidelijk Illyrië.
Endēis,Ἐνδηίς, dochter van Chiron, gemalin van Aeacus, moeder van Peleus en Telamon.
Ἔνδειξις, in het attisch recht een vorm van aanklacht, ten gevolge waarvan de aangeklaagde terstond in hechtenis genomen werd, tenzij hij borgen stelde. Dit geschiedde bijv. wanneer een onbevoegde zich burgerlijke rechten aangematigd had en in sommige gevallen bij moord.
Endotercisi(intercisi)dies, zieFesti (dies).
Endromis,ἐνδρομίς. Bij de Rom. beteekent dit woord een grof wollen deken, die men na lichaamsoefeningen omsloeg, ten einde geen koude te vatten. Deendromis Tyriawas van fijnere stof. Bij de Grieken echter isendromiseene sterke, van voren dichtgeregen jachtlaars, waarmede Artemis dikwijls werd afgebeeld, en die kuit en voet omsloot, maar de teenen bloot liet.
Endymion,Ἐνδυμίων, zoon van Zeus of Aëthlius en Calyce, koning van Elis, had bij Selēne vijftig dochters; zijn graf was te Olympia.—V. a. was hij een Cariër of van Elis naar Carië gegaan en leefde hij daar op den berg Latmus. Selēne beminde hem en steeg elken nacht van haar wagen af om hem in zijn slaap te beschouwen en te kussen, waarom hij tot Zeus bad dat hij eeuwig slapen en eeuwig jong blijven mocht, wat hem werd toegestaan.—Andere verhalen noemen Artemis in plaats van Selēne en maken van End. een jager of herder.
Ἐνεχυρασίαofἐνεχυρασμός, het beslag leggen op goederen van iemand, die na veroordeeling verzuimde op den bepaalden termijn te betalen.
EngyumofEngyïum,Ἔγγυον, Ἐγγύιον, stad in het binnenland van Sicilia, ten Z. van Apollonia, met een tempel derMagna Materof, volgens andere schrijvers, van deθεαὶ μητέρες.
Enīpeus,Ἐνιπεύς, rivier in Thessalia, zijtak van den Apidanus. De riviergod werd bemind door Tyro, dochter van Salmōneus; Poseidon nu nam de gedaante aan van Enipeus en verwekte bij Tyro twee zoons, Pelias en Neleus. De mythe wordt ook verplaatst naar den Enipeus in Elis, een zijtak van den Alphēus. Een derde rivier van denzelfden naam in Macedonië ontspringt op den Olympus en stroomt bij Dium (no. 3) in zee.
Enispe,Ἐνίσπη, oude stad in Arcadia, vroeg verdwenen.
EnnaofHenna,Ἔννα, oude stad der Siculi in het binnenland van Sicilia,ὁ ὀμφαλὸς Σικελίαςgeheeten, afhankelijk van Syracusae, op een steile hoogte in eene zeer vruchtbare landouw gelegen, waar veel tarwe verbouwd werd. Daarom was de stad met haren omtrek aan Demēter geheiligd. In den sicilischen slavenopstand onder Eunus, die in 132 onderdrukt werd, was Enna het brandpunt. Hier laat de mythe Proserpina door Pluto schaken. Tegenwoordig is de streek dor en woest.
Ennaëtēris,Ἐνναετηρίς, astronomische cyclus van acht jaar, met 96 maanden en 3 schrikkelmaanden = 2922 dagen, ingevoerd door Cleostratus van Tenedus.—Ook feesten, die om de acht jaar gevierd worden, heetenἐννεατηρίδες.
Ἐννεάκρουνος, zieCallirrhoëno. 5.
Ἐννέα ὁδοί, naam der streek, waar later Amphipolis werd gesticht.
Ennius(Q.), rom. dichter, in 239 te Rudiae in Calabria geboren, Griek door opvoeding en reeds vroeg met de grieksche letterkunde bekend. M. Porcius Cato Maior vond hem in 204 als rom. soldaat op Sardinia, merkte zijn talent op en nam hem naar Rome mede. Dáár verwierf Ennius zich de vriendschap van verschillende aanzienlijke Rom., o.a. van de Scipiones en de Fulvii Nobiliores, door wier toedoen hij in 184 onder de rom. burgers werd opgenomen. Hij stierf in 169. De Rom. zagen in Ennius den schepper hunner nationale poëzie. Zijn voornaamste werk zijn zijneAnnales, in 18 boeken, eene doorloopende rom. geschiedenis in verzen, en wel niet in de oude, harde saturnische, maar in epische versmaat. Hij was de eerste, die den dactylischen hexameter op het Latijn toepaste. Vooral Vergilius heeft voor zijne Aeneis aan Ennius zeer veel ontleend. Ook schreef E. naar grieksche voorbeelden een aantal treurspelen, benevens andere gedichten van gemengden inhoud, vooralSaturae(4 boeken), en in proza een vertaling van deἱερὰ ἀναγραφή(sacra historia) van Euhemerus (z. a.). Ten onrechte hebben sommige schrijvers verteld, dat hij in het familiegraf der Scipio’s begraven is.
Ennomus,Ἔννομος, 1) Mysiër, bondgenoot der Trojanen, beroemd als vogelwichelaar.—2)Trojaan, door Odysseus gedood.
Ἐννοσίγαιος, aardschudder, bijnaam van Poseidon.
Ἐνόδιος, Ἐνοδία, op de wegen vertoevend, bijnaam van Hermes, Artemis, Hecate en Persephone.
Ἐνωμοτία, afdeeling van het spartaansche leger, het zestiende deel van eeneμόρα, bestaande uit 25, 32 of 36 man.
Enope,Ἐνόπη, oude stad in Messenia, later Gerenia genoemd.
Ἐνοσίχθων=Ἐννοσίγαιος.
Ἔντασιςis de zwelling of verdikking, die men in het midden van de dorische zuil opmerkt, en die het denkbeeld moet wekken, dat de zuil iets zwaars te dragen heeft, ziecolumna.
Entella,Ἔντελλα, stad aan den Crimīsus in het W. van Sicilia, in het gebied der Elymi.
Entīmus,Ἔντιμος, Cretenser, die eene kolonie naar Gela op Sicilië bracht.
Entoria, dochter van een rom. landman, werd bij Saturnus, die bij haar vader zijn intrek genomen had, moeder van vier zonen. Saturnus leerde haar vader wijn bereiden, en toen deze zijn buren van den nieuwen drank gegeven had, en zij daardoor bedwelmd werden, meende men dat hij hen vergiftigd had en steenigde men hem. Daarom hingen zijne kleinzonen zich op. Een latere hongersnood werdals een straf van den god beschouwd, en om hem en zijne zonen te verzoenen, bouwde Lutatius Catulus aan de tarpeïsche rots een tempel voor Saturnus met een altaar met vier aangezichten. Dit verhaal is een late nabootsing van de sage van Erigone, zieIcarius.
Enyalius,Ἐνυάλιος, bijnaam van Ares, v. a. een krijgsgod, zoon van Ares en Enȳo.
Enȳo,Ἐνυώ, 1) eene oorlogsgodin, die Ares in den oorlog vergezelde; te Athene stond haar beeld in den tempel van dien god. De Rom. hielden haar voor dezelfde als Bellōna.—2)een van de Graeae.—3)cappadocische godin, = Rhea Cybele of Artemis.
Ἔωρα,z.Erigone.
Eordaea,Ἐορδαία, stad en landschap in het hart van Macedonia, ten W. van den mons Bermius, bewoond door deEordi,Ἐορδοί.
Eos,Ἠώς, dochter van Hyperīon en Thea, de rozenvingerige (ῥοδοδάκτυλος), in saffraankleurige kleederen gehulde (κροκόπεπλος) godin van het morgenrood, stijgt des morgens vroeg uit den Oceaan op en brengt aan goden en menschen het daglicht, terwijl zij voor haar broeder Helius uit rijdt; later wordt zij godin van den dag genoemd. Zij was gehuwd met Astraeus, bij wien zij moeder werd van de winden en sterren; nadat hij in den Tartarus geworpen was, schaakte zij achtereenvolgens Orīon, Tithōnus, Clitus en Cephalus. Een eeredienst had zij niet. Bij de Rom. is zij dezelfde als Aurōra, die echter eene dochter van den zonnegod genoemd wordt.
Epacria,Ἐπακρία=Diacria.
Ἐπαγγελία δοκιμασίας, de verklaring, in de atheensche volksvergadering, soms onder eede, afgelegd, dat men van plan was dengene, die zich gereed maakte tot het volk te gaan spreken, wegens eene crimineele handeling aan te klagen; zulk eene verklaring schokte natuurlijk het vertrouwen van het volk in den spreker, maar moest ook door de aangekondigde aanklacht gevolgd worden.
Epaminondas,Ἐπαμεινώνδας, Thebaan, zoon van Polymnis, uit een arm maar edel geslacht, geb. omstreeks 418. Met den grootsten ijver legde hij zich toe op alles, wat tot de ontwikkeling van lichaam en geest konde dienen; vooral schepte hij behagen in het onderwijs van den pythagoreïschen wijsgeer Lysis, die, uit Tarente gevlucht, in het huis van Ep. eene schuilplaats vond. Bescheiden en zelfverloochenend, in het staatkundige vervuld van een ideaal, dat hoog boven het streven der twistende partijen in zijne vaderstad stond, vervulde hij lang eene betrekkelijk onbeduidende rol; afkeerig van burgertwisten, nam hij ook geen deel aan de samenzwering van zijn vriend Pelopidas, die in 379 een einde maakte aan de spartaansche overheersching en de oligarchische regeering; toen echter de vrijheid heroverd was, trad Ep. op den voorgrond. Hij bewerkte, dat de omwenteling bij de burgerij krachtigen steun vond, dat de gevallen partij niet te veel van de wraak der overwinnaars te lijden had, en dat de meeste boeotische steden zich bij Thebe aansloten. Als gezant bij de vredesonderhandelingen te Sparta (371) weigerde hij toe te stemmen in de oplossing van den boeotischen bond; toen de oorlog hervat werd, behaalde hij als boeotarch de schitterende overwinning bij Leuctra (371), die men grootendeels te danken had aan de door Ep. uitgevonden scheeve slagorde (λοξὴ φάλαγξ), waarin de linker vleugel veel diepere opstelling had dan de rechter en het centrum en, tegen de in gr. legers heerschende gewoonte, met den eigenlijken aanval belast was (z.Τάξις). Een gevolg van deze overwinning was, dat de meeste peloponnesische staten van Sparta afvielen, en in het volgende jaar trok Ep. zelf met een groot leger naar de Peloponnēsus, ten einde eenheid tusschen die staten tot stand te brengen; hij dringt tot Sparta zelf voorwaarts en bewerkt het herstel van Messenië en de stichting van Megalopolis door de Arcadiërs. In 368 werd Pelopidas verraderlijk door Alexander van Pherae gevangen genomen en de Thebanen zonden een leger om hem te bevrijden; toen dit leger door onbekwaamheid van den aanvoerder in gevaar geraakt was, verlangde het dat Ep., die als gewoon soldaat aan den tocht deelnam, het opperbevel zou in handen nemen; hij leidde den terugtocht en bij een tweede expeditie dwong hij Alexander zich aan de eischen van Thebe te onderwerpen. Ook wendde Ep. pogingen aan om zijne vaderstad tot eene zeemogendheid te verheffen, dieechterzonder gevolg bleven. Besluiteloosheid bij de peloponnesische bondgenooten en de moeielijkheid hen op den duur tot eendrachtige samenwerking te bewegen, noodzaakten Ep. nog herhaaldelijk tot tochten naar dePeloponnēsus, het laatst in 362, toen hij weder zeer nabij Sparta kwam; daar hij echter zag, dat men daar op zijne komst voorbereid was, trok hij terug tot Mantinēa, waar het tot een slag kwam. Ep. behaalde weder de overwinning en joeg het geheele vijandelijke leger op de vlucht, maar werd doodelijk gewond. Met hem eindigde de kortstondige grootheid van Thebe.
Epaphrodītus,Ἐπαφρόδιτος, 1) geleerd grammaticus, zeer bevriend met Flavius Josephus, kwam onder Nero naar Rome en leefde er tot de regeering van Nerva; hij schreef commentaren op oude grieksche dichters.—2)geheimschrijver van Nero, wien hij bij zijn zelfmoord behulpzaam was, daarom werd hij (in 95) door Domitiānus ter dood veroordeeld.
Epaphus,Ἔπαφος, zoon van Zeus en Io, werd koning van Aegypte en stichter van Memphis.
Ἐπάριτοι, heette het gemeenschappelijk leger der Arcadiërs, toen de arcadische steden na den slag bij Leuctra tot een bond vereenigd waren.
Epēi,Ἐπειοί, oude volksstam uit Thessalia, die lang vóór den trojaanschen oorlog naar Aetolia was getrokken en zich later in het N. van Elis had gevestigd. ZieElis.
Eperatus,Ἐπήρατος, van Pharae, opvolger van Arātus als strateeg van het achaeisch verbond.
Epetium, stad in Dalmatia, ten Z. van Salona.
Epēus,Ἐπειός, 1) zoon van Endymion, was overwinnaar in den wedloop, dien hij op bevel van zijn vader te Olympia met zijne broeders hield, en kreeg daardoor de regeering over Elis.—2)zoon van Panopeus, van een van de Cycladen, een van de strijders tegen Troje, beteekende weinig als krijgsman, maar was beroemd als vuistvechter en als maker van het houten paard van Troje. In latere verhalen wordt hij als verachtelijk laf voorgesteld; v. s. zou hij naar Italië gekomen zijn en Pisa en Metapontum gesticht hebben.
Ἔφηβος, jong mensch die den huwbaren leeftijd bereikt heeft, tusschen knaap en man. Te Athene werden de knapen op hun 18de jaarἔφηβοι, na twee jaar (ἐπὶ διετὲς ἡβήσαντες) dienstplicht als grenswacht (περίπολοι), werden zij op hun 20ste jaar meerderjarig, kregen zij toegang tot de volksvergadering en traden zij in den geregelden krijgsdienst. Het kenteeken derἔφηβοιis kort geschoren haar, terwijl kinderen en mannen het haar lang dragen.
Ἔφεδρος, degene die, bij een wedstrijd waarvoor zich een oneven aantal mededingers hebben aangegeven, bij de loting geen tegenpartij gekregen heeft, en dus afwacht totdat hij, door het afvallen der overwonnenen, gelegenheid krijgt aan den strijd deel te nemen.
Ephesia,Ἐφέσια, feest ter eere van Artemis te Ephesus in de maand Artemision gevierd. Hieraan namen alleIoniërsvan Klein-Azië deel. Er werdenἀγῶνες ἱππικοί, γυμνικοίenμοοσικοίgehouden. In later tijd was hieraan een nachtelijk feest verbonden, dat berucht was wegens zijne onzedelijkheid en niet toegankelijk was voor getrouwde vrouwen.
Ephesiae literae,Ἐφέσια γράμματα, onverstaanbare woorden, ingegrift op het beeld der ephesische Artemis; deze woorden werden op metalen plaatjes of steenen gegraveerd, die dan als amuletten groote waarde hadden.
Ἔφεσις, hooger beroep, van een vonnis der heliastenrechtbank was alleen in geval van veroordeeling bij verstek geoorloofd; van een scheidsrechterlijk vonnis (zieδιαιτητής) kon men bij de Helaea apelleeren tegen storting van zekere som alsπαράβολον.
Ἐφεστρίς, omslagdoek of mantel, bij koud weder door mannen en vrouwen gedragen.
Ephesus,Ἔφεσος, na de tuchtiging van Milētus de voornaamste der 12 ionische bondssteden op de aziatische kust, aan den mond van den Cayster. Volgens de mythe was de stad oorspronkelijk gesticht door Amazonen. Het was in elk geval een vóór-Grieksche stad (met de opgravingen zijn vele myceensche vondsten voor den dag gekomen), door de Cariërs gesticht. In ongeveer 1100 hebben de Ioniërs onder Androclus er bezit van genomen. De stad was beroemd door haren Artemis-tempel, die voor een van de zeven wonderen doorging. Omtrent den dienst van deze Artemis zie menArtemisaan het einde. In 356, juist in den nacht van Alexanders geboorte, stak Herostratus, om zijn naam te vereeuwigen, den tempel in brand; doch deze herrees nog prachtiger dan te voren. Lysimachus vergrootte de stad in 268 en legde een nieuwe haven aan, daar de oude dicht geslibd was door de aanslibbingen van den Cayster; maar haar toppunt van bloei bereikte zij onder de rom. keizers als hoofdstad der provincie. Ephesus dreef voortdurend een levendigen handel en was de voornaamste stapelplaats van Klein-Azië. De wijsgeer Heraclītus (± 510) was hier geboren.