H.Hades,Ἅιδης, Ἀίδης, Ἀιδωνεύς, Πλούτων,Pluto, Dis, zoon van Cronus en Rhea, kreeg na de overwinning op de Titanen bij de verdeeling der heerschappij de onderwereld voor zijn deel, waar hij als een onderaardsche Zeus (Ζεὺς καταχθόνιος) met Persephone heerscht. In de oudste tijden stelde men zich voor dat hijzelf met zijne beroemde zwarte paarden (κλυτόπωλος) de schimmen der afgestorvenen van de aarde kwam halen, later werd Hermes de geleider der zielen (ψυχοπομπός), terwijl Hades ze in zijn rijk opneemt en goed opgesloten houdt, opdat zij niet uit hun somber verblijf ontsnappen. Als onderaardsch god is hij de schenker van den rijkdom, die hetzij als metaal, hetzij in den vorm van gewassen uit de aarde voortkomt, vandaar de naam Pluto, dien hij in het dagelijksch leven en in de mysteriën draagt. Zijn helm maakte den drager onzichtbaar. Er zijn van H. weinige mythen, ook neemt hij in den eeredienst geen belangrijke plaats in, vandaar dat hij ook door de kunst zelden afgebeeld werd; men stelde zich hem voor gelijkend op Zeus en Poseidon, maar met donkere trekken en over het voorhoofd hangende haren, hij draagt den sleutel der onderwereld en wordt door Cerberus vergezeld. De cipres en narcis waren hem gewijd, men offerde hem zwarte schapen, terwijl men het hoofd afwendde; als men tot hem bad, sloeg men met de handen op den grond.Hadrānum=Adranum.Hadria=Adria.Hadrianopolis,Ἀδριανοῦ πόλις, thans Adrianopel, bloeiende stad in Thracia aan den Hebrus (Maritza), door keizer Hadriānus gesticht, en beroemd om hare wapenfabrieken. Ook in Phrygia en in Cyrenaïca vond men steden van dezen naam.Hadriānus(P. Aelius), in 76 na C. te Italica in Spanje geboren, was na zijns vaders dood onder opzicht van Traiānus opgevoed. Tijdens de troonsbeklimming van Traianus diende Hadrianus in Moesia. Zelf was hij een bloedverwant van den keizer en huwde eene bloedverwante van dezen. Hij vergezelde hem op zijne krijgstochten in Dacia en Pannonia en maakte zich bij Traianus zóó onmisbaar, dat deze besloot hem tot zijn opvolger te bestemmen. Volgens het gewone verhaal overleed Traianus echter, voordat de noodige schikkingen gemaakt waren, zonder een testament na te laten, doch wist de keizerin Plotīna te bewerken, dat Hadrianus als opvolger werd erkend (117). V. a. heeft Traianus hem nog op zijn doodsbed geadopteerd. Hadrianus begon met drie provinciën in het O., Armenia, Assyria en Mesopotamia, die over den Euphraat lagen, prijs te geven, en dezen stroom als grensrivier aan te nemen. Hij zocht geen oorlog, maar streefde er naar, in vrede te regeeren, de schatkist te stijven, de belastingen te verminderen, en een goed regent te zijn. Hij doorreisde, grootendeels te voet, zijn gebied van het eene einde tot het andere. In 122 n. C. legde hij in Britannia ter bescherming tegen de invallen der Caledoniërs het Vallum Hadriani aan (z. a.). Onbekrompen bevorderde hij wetenschap en kunst, stelde bezoldigde onderwijzers aan, en legde veel ten koste aan openbare werken en prachtige gebouwen. Zoo stichtte hij te Rome den grooten tempel van Roma en Venus, het Athenaeum (z. a.), het Mausolēum Hadriani (thans, uitgebreid, de Engelsburg) over den Tiber; hij stichtte bij Tibur (Tivoli) eene villa, die eene afspiegeling van zijn geheele rijk moest worden en waar niet slechts kunstvoorwerpen werden aangebracht, maar ook natuurtooneelen uit de provinciën werden nagebootst; in het onmetelijke park vond men bouwwerken uit allerlei landen. Athene, zijne lievelingsstad, had veel verfraaiingen aan hem te danken, evenals ook nog andere steden in meerdere of mindere mate. Hij stichtte ook nieuwe steden, en liet Jerusalem herbouwen, waarheen hij eene rom. kolonie zond en waaraan hij den naam gaf vanAelia Capitolīna. Toen hij echter op de plaats, waar Salomo’s tempel had gestaan,een tempel voor Jupiter Capitolinus liet bouwen (130 n. C.), brak een vreeselijke opstand los, die eerst na een driejarigen oorlog (132–134) door ’s keizers veldheer Julius Sevērus werd bedwongen en die aan bijna 600000 Joden het leven kostte. Ondanks zijne goede eigenschappen kan men Hadrianus toch menige zwakheid tegenover gunstelingen, en, waar zijne ijdelheid gekrenkt werd, meer dan ééne daad van willekeur en wreedheid ten laste leggen. Geene kinderen hebbende, nam hij L. Ceionius Commodus (die na zijn adoptie L. Aelius Caesar heette) tot zoon en opvolger aan en na diens dood T. Aurelius Fulvus Boionius Arrius Antonīnus, die na zijn adoptie Imp. T. Aelius Caesar Antoninus heette en hem als Antoninus (Pius) opvolgde. Hadrianus stierf te Baiae in 138.Hadrumētum=Adrumetum.Haedi, twee sterren uit het sterrebeeld van den Voerman (Auriga), wier op- en ondergang storm en regen aankondigden.Haedilia, heuvel bij het landgoed van Horatius.Haedui=Aedui.Haemodes=Emodi montes.Haemon,Αἵμων, 1) zoon van Pelasgus, naar wien Haemonia, het latere Thessalië, heette.—2)zoon van Lycāon, stichter van Haemonia in Arcadië.—3)zoon van Creon, z.Antigone. V. s. werd hij door de sphinx gedood.Haemonia,Αἱμονία, mythische en dichterlijke naam voor Thessalia (zieHaemon).Haemonius= thessalisch;Haemonia puppis= de Argo, het schip der Argonauten;Haemonius iuvenis= Iāson;Haemonius heros= Achilles;Haemoniae artes= tooverkunsten.Haemonides, priester van Apollo en Dīana, die onder Turnus streed en door Aenēas gedood werd. Van zijne prachtige wapenrusting werd een zegeteeken ter eere van Mars opgericht.Haemus,Αἷμος, zoon van Boreas, koning van Thracië, die zich en zijne gemalin Rhodope in zijn overmoed Zeus en Hera noemde. Daarom werden zij in bergen veranderd, die hunne namen behouden hebben.Haemus,Αἷμος, thans Balkan, gebergte tusschen Moesia en Thracia. Een der passen, de westelijke,droeg den naam vanporta Traiani.Hageladas=Ageladas.Halae, naam van twee demen in Attica. De eene,Ἁλαὶ Ἀραφηνίδες, met een tempel van Artemis, lag aan de Oostkust; de andere,Ἁλαί Αἰξωνίδες, lag in het Z.Halcyone=Alcyone.Halcyonium mare=Alcyonium mare.Hales,Ἅλεις, gen.-εντος, riv. in Lucania, die bij Velia in zee stroomt; ook een riviertje op het eiland Cos. Eene derde,Ἅλης, bekend om haar ijskoud water, liep langs Colophon, in Ionia, in de Icarische zee uit.Halēsa,Ἄλαισα, rivier en handelsstad, later rom. municipium op de N. kust van Sicilia.Halēsus, Halaesus, bloedverwant van Agamemnon, die naar Italië kwam en een dapper bondgenoot van Turnus werd in den strijd tegen Aenēas; hij werd door Pallas gedood. V. s. was hij de stichter van Falerii.Halex, gen.-ēcis,Ἅληξ, riv. in het land der Bruttii, grens tusschen het gebied van Rhegium en dat van Locri Epizephyrii.Ἁλία,z.Ἐκκλησία.Haliacmon,Ἁλιάκμων, rivier in Macedonia, die eerst naar het Z. en dan naar het N.O. stroomt en zich in de Thermaeische golf ontlast.Haliartus,Ἁλίαρτος, oude stad in Boeotia aan den zuidelijken rand van een meertje, dat bij hoogen waterstand met het Copaïsche meer ineenvloeide. Xerxes verwoestte de stad, die herbouwd werd, en voor welker muren Lysander in 394 sneuvelde. In den oorlog tegen Perseus verwoestten de Rom. haar andermaal (171). Sedert dien tijd is het met haar bloei voor goed gedaan.Halias, gen.-ados,Ἁλιάς, zuidelijke punt van Argolis, met eene visschersbevolking.Ἁλιῆςen een stadjeHalice,Ἁλική, ten Z. van Hermione.Halicarnassus,Ἁλικαρνασσός, beroemde stad in Caria, oorspronkelijk lid der aziatisch-dorische hexapolis; het dialekt is echter deels dorisch, deels ionisch; de moederstad Troezen was ionisch, vóór de oude bevolking door de Doriërs verdrongen werd; geboorteplaats der geschiedschrijvers Herodotus en Dionysius. Onder de latere perzische koningen werd het in plaats van Mylasa de residentie der satrapen van Caria. Hier was één van de zeven wonderen der wereld, n.l. het praalgraf van Mausōlus (zieMausolēum). De stad kreeg een gevoeligen knak door de verwoesting door Alexander den Gr.Halicyae,Ἁλικύαι, Ἀλ., rom. municipium op Sicilia, ten O. van Lilybaeum, tusschen Selīnus en Segesta.Halirrhothius,Ἁλιρρόθιος, zoon van Poseidon en Eurȳte, vervolgde Alcippe, de dochter van Ares en Agraulus, met zijne liefde en werd daarom door Ares gedood. Poseidon klaagde Ares bij de rechtbank der twaalf goden aan, die op den Areopagus eene zitting hielden en den aangeklaagde vrij spraken.Halitherses,Ἁλιθέρσης, zoon van Mastor, waarzegger op Ithaca, die Telemachus tegen de vrijers van Penelope steunde.Halizōnes,Ἁλιζῶνες, volk in Bithynië, bondgenooten der Trojanen. In hun land waren de bijen tam en leefden in gemeenschap met de menschen.Halmydessus=Salmydessus.Halmyris,Ἁλμυρὶς λιμνή, zoutmeer ten Z. der Donaumonden.Halōa,Ἁλῷα, feest ter eere van Dionȳsus, Demēter en Persephone, op denzelfden tijd als de kleine Dionysia te Athene en Eleusis gevierd.Halonēsus,Ἁλόνησος, ook met-nngeschreven, eilandje in de Aegaeische zee tusschen Peparēthus en Scirus, om welks bezit een heete strijd ontstond tusschen de Atheners en Philippus van Macedonia.Haltēres,ἁλτῆρες, springstokken en springgewichten, halters, die men hij het springenen andere gymnastische oefeningen in de handen hield.Haluntium=Aluntium.Halus,Ἅλος, stad in Phthiōtis, tot het gebied van Achilles behoorende.Halycus,Ἅλυκος, rivier op Sicilia, die op de zuidkust bij Heraclēa Minōa in zee valt.Halys,Ἅλυς, thans Kisil-Irmak = roode rivier, de grootste stroom van Asia minor, die op den Antitaurus ontspringt, achtereenvolgens naar het Z.W., N.W., N. en N.O. stroomt en ten laatste in den Pontus Euxīnus valt. Deze rivier is geschiedkundig bekend als de grens tusschen de rijken van Croesus en van Cyrus; later vormde hij met denmons Tauruseen tijd lang de grens van Asia minor.Hamadryades,Ἁμαδρυάδες=Dryades.Hamaxitus,Ἁμαξιτός, stadje aan de Z.W.-kust van Troas, waarvan de inwoners door Lysimachus gedwongen werden, naar Alexandrīa Troas te verhuizen. In den omtrek werden zoutgroeven gevonden.Hamaxobii,Ἁμαξόβιοι, nomadisch volk nabij de Palus Maeōtis (zee van Azow).Hamilcar,Ἀμίλκας, naam van verschillende carthaagsche veldheeren. 1) zoon van Mago en vader van Gisgo. Hij sneuvelde in 480 aan de Himera bij de zware nederlaag, die Gelo van Syracusae den Carthagers toebracht.—2)Ham., die in 309 bij het beleg van Syracusae sneuvelde, terwijl Agathocles de Carthagers in hun eigen gebied bestookte.—3)veldheer op Sicilia in den eersten punischen oorlog, door de Rom. in Afrika (258) krijgsgevangen gemaakt. Later strijdt hij weer tegen de Numidiërs en Mauretaniërs, die opgestaan waren.—4)Hamilcar, bijgenaamd Barcas = bliksem, de vader van Hannibal. In 247 naar Sicilia gezonden, hield hij zich zes jaar tegen de Rom. staande, terwijl zijne vloot bij herhaling op de italiaansche kusten stroopte. Na den vrede dempte hij met Hanno den opstand der carthaagsche huurtroepen in Africa (241–238) en stak kort daarna naar Hispania over, waarheen hij zijn negenjarigen zoon Hannibal medenam. In acht jaar tijds (237–229) onderwierp hij het grootste gedeelte des lands aan Carthago, totdat hij in den winter van 229/8 in een gevecht tegen de Vettonen sneuvelde. Hij liet drie zoons na: Hannibal, Hasdrubal en Mago.—5)carthaagsche generaal, die in 218 op Melite (Malta) door de Rom. gevangen werd genomen.—6)carth. veldheer, die in 200 in Gallia Cisalpīna het bevel voerde en den oorlog, ook na den vrede, op eigen hand voortzette, totdat hij in 197 sneuvelde.Ἅμιπποι, bij de Boeotiërs een troep voetknechten, waarvan iedere man aan een ruiter toegevoegd was, met dezen in en uit het gevecht ging, en naast hem te voet streed. In de eerste helft der vierde eeuw werd ook bij het atheensche leger zulk een corps ingevoerd.Hammon=Ammon.Hannibal,Ἀννίβας, naam van verschillende carthaagsche veldheeren. 1) zoon van Gisco, stierf in 406 op Sicilia aan de pest.—2)veldheer in den eersten punischen oorlog, die Agrigentum zeven maanden tegen de Rom. verdedigde (261), en later als vlootvoogd bij Mylae in 260 door den consul Duillius verslagen werd.—3)een zoon van Hamilcar no. 3, die in 250 het ingesloten Lilybaeum te hulp kwam, en later in den oorlog met de carthaagsche huurtroepen omkwam.—4)oudste zoon van Hamilcar Barcas, in 237, negen jaar oud, met zijn vader naar Hispania gegaan, nadat deze hem den Rom. eeuwigen haat had laten zweren. Eerst diende Hannibal onder zijn vader, na diens dood (229/8) onder zijn zwager Hasdrubal; toen deze in 221 was vermoord, werd Hannibal door het leger tot aanvoerder uitgeroepen. De carthaagsche senaat bekrachtigde deze keus, ofschoon niet zonder heftige tegenkanting der partij van Hanno. Hannibal, die het veldheerstalent van zijn vader met het staatsmansbeleid van zijn zwager vereenigde, onderwierp spoedig geheel Hispania, en volvoerde toen, door het met Rome verbonden Saguntum te belegeren, zijn plan om Rome tot eene oorlogsverklaring te drijven. Ten einde den vijand op diens eigen bodem aan te tasten, trok H. met een groot leger, en een aantal olifanten, langs onbekende en dikwerf ongebaande wegen over de Alpen en kwam na ontzaggelijke verliezen met nog geen 30000 man in Italië (herfst van 218). Bijna onmiddellijk hierop versloeg hij aan den Ticīnus den consul P. Cornelius Scipio (Corneliino. 11), bij de Trebia den anderen consul Tib. Sempronius Longus (Semproniino. 14), en in 217 bij het Trasimeensche meer den consul C. Flaminius. Tegenover den dictator Q. Fabius Maximus, die den slag ontweek, richtte H. niet veel uit, doch des te verschrikkelijker was de nederlaag der Rom. bij Cannae, in 216, onder de consuls L. Aemilius Paullus en C. Terentius Varro. Nu ging Zuid-Italië en ook Capua voor de Romeinen verloren. Toch kwam H. niet verder, daar hij niet voldoende door Carthago gesteund werd, en de Romeinen juist nu alle krachten inspanden. Eindelijk ontbood hij in 208 zijn broeder Hasdrubal uit Spanje, die echter in 207 door de beide consuls C. Claudius Nero en M. Livius Salinātor bij den Metaurus verslagen werd en sneuvelde. Meer en meer moest Hannibal zuidwaarts trekken, totdat hij in 203 geroepen werd om Carthago zelf te verdedigen tegen P. Cornelius Scipio. De slag bij Zama (202) viel ten voordeele der Rom. uit. Nog eenige jaren bestuurde H. na den vrede Carthago, zoodat het weer tot bloei kwam, maar werd in 195 (v. a. 196), genoodzaakt te vluchten, en begaf zich toen tot koning Antiochus van Syria, dien hij tot een oorlog met Rome overhaalde, zieAntiochusno. 5. H. ried den koning te vergeefs aan, de Romeinen in hun eigen land aan te vallen. Toen ook Antiochus het onderspit had gedolven, week H. naar Bithynia tot koning Prusias (190). Ook hier vervolgden hem de Rom. met onverzoenlijken haat, en uit vrees, dat Prusias voor hun herhaaldenaandrang zou zwichten en hem in hunne handen zou leveren, maakte H. in 183 door vergif een einde aan zijn leven.Hanno,Ἂννων, carthaagsche naam. 1) Hanno de zeevaarder, die tusschen 466 en 450 een ontdekkingstocht langs de Westkust van Afrika deed, waarvan de beschrijving, in het Grieksch vertaald, onder den titelπερίπλουςnog bestaat.—2)veldheer in den strijd tegen Agathocles van Syracusae, sneuvelde in 310.—2a) veldheer op Sicilia in het begin van den eersten punischen oorlog, die te Messāna voor de Rom. moest wijken en daarom te Carthago ter dood werd gebracht. Een andere Hanno werd in 262 bij Agrigentum verslagen, toen hij met een groot leger tot ontzet van die stad was opgedaagd.—3)Hanno de Groote, stadhouder van Libya, kon in 241 den opstand der huurtroepen niet onderdrukken, en zag toen Hamilcar Barcas boven zich gesteld. Hierom vatte hij een doodelijke haat op tegen het geslacht der Barcīni. Tegen Hamilcar en Hannibal was Hanno het hoofd der vredespartij. Na den slag bij Zama was Hanno onder de gezanten, die te Rome om vrede kwamen verzoeken.—4)Bovendien komen onder de generaals van Hannibal nog Hanno’s voor, en ook een op Sicilia in 211.Harii, germaansche stam, tot de Lugii, de latere Vandalen, behoorend, aan den bovenloop van de Viadua (Oder).Harma,Ἅρμα, vlek in Boeotia ten N.W. van Tanagra.Harmatus,Ἁρματοῦς, kaap en stad in aziatisch Aeolis, aan de Zuidkust van Troas, tegenover Methymna.Harmodius,ἉρμόδιοςenAristogīton, twee jonge Atheners, verbitterd door eene beleediging, welke Hipparchus de zuster van Harmodius had aangedaan, vormden het plan de Pisistratiden te vermoorden. Het gelukte hun op de Panathenaea in 514 Hipparchus te dooden, maar Harmodius werd op de plaats zelve door de lijfwacht afgemaakt, en Aristogiton werd gevat en door Hippias ter dood gebracht, nadat hij op de pijnbank de vrienden van den tyran als deelgenooten van de samenzwering had aangegeven. Zij werden, hoewel ten onrechte, als martelaars voor de vrijheid beschouwd;henzelfwerd bijna goddelijke eer bewezen, terwijl hunne afstammelingen verscheiden voorrechten genoten.Harmonia,Ἁρμονία, dochter van Ares en Aphrodīte. Toen zij met Cadmus trouwde, kwamen alle goden op hare bruiloft, en kreeg zij o.a. geschenken van Aphrodīte een kleed en een halssnoer, die later vele ongelukken te weeg brachten. Z.AmphiarausenAlcmaeon.Ἁρμοσταί, 1) twintig magistraten te Sparta, belast met het toezicht over de perioeci.—2) bevelhebbers der bezettingen, die de Spartanen na den peloponnesischen oorlog naar de afhankelijke staten zonden, om tot steun voor de oligarchische partijen te dienen, z.δεκαρχίαι.Harmozēa,Ἁρμόζεια, stad en omstreken in Carmania aan de invaart der perzische golf.Harpagium, -gēa,Ἁρπάγιον, τὰ Ἁρπαγεῖα,stadje in Mysia aan den Propontis, vanwaar Ganymēdes door den adelaar van Zeus werd weggevoerd.Harpagoals belegeringswerktuig is een lange houten staak of steel, aan welks uiteinde verscheidene ijzeren haken zaten en waarmede men de tinnen of de borstwering van den stadsmuur trachtte los te rukken. In een scheepsgevecht is het een enterhaak,manus ferrea.Harpagus,Ἅρπαγος, 1) z.Cyrus. Wegens zijne ongehoorzaamheid liet Astyages zijn zoon dooden en hem bij een feestmaal het vleesch van het kind voorzetten.—2)veldheer van Darīus Hystaspis.Harpalus,Ἅρπαλος, 1) Macedoniër, leefde langen tijd aan het hof van Philippus, werd om onbekende redenen verbannen, doch door Alexander d. G. teruggeroepen en tot schatmeester aangesteld. In die hoedanigheid volgde hij Alex. naar Azië, doch moest in 332 wegens een of ander vergrijp vluchten; hij keerde echter terug, toen de koning hem volledige vergiffenis geschonken had. Te Babylon, waar hij het beheer over onmetelijke schatten had, gaf hij zich gedurende Alex.’s tocht naar Indië aan buitensporige weelde over, zoodat hij bij diens terugkomst het raadzaam achtte te vluchten; met 5000 talenten en 6000 huurlingen ging hij naar Athene, om zijn geld en zijne troepen voor een oorlog tegen Alex. aan te bieden. De Atheners wezen hem eerst af, later ontvingen zij hem echter (z.Demosthenes), maar toen Antipater hem opeischte, nam hij de vlucht naar Taenarum en van daar naar Creta, waar hij vermoord werd.—2)grieksch sterrenkundige, die reeds vóór Meton pogingen deed den griekschen kalender te regelen.Harpalyce,Ἁρπαλύκη, dochter van den thracischen koning Harpalycus, die door haar vader van jongs af als man werd opgevoed; zij muntte uit in alle kunsten van den oorlog en was zoo vlug, dat zij de snelste paarden kon inhalen en zelfs over water loopen kon. Na den dood van haar vader leefde zij met eenige makkers in de wouden van roof, totdat zij door herders omsingeld, gevangen genomen en gedood werd. Bij het verdeelen van den buit, dien men bij haar vond, ontstond zulk een twist tusschen de herders, dat verscheidene van hen gedood werden; daarom meende men dat de goden vertoornd waren over den dood van Harp., men beschouwde haar als een goddelijk wezen en trachtte door offers en feesten haar schim te verzoenen.Harpasus,Ἅρπασος, riv. in Caria, die langs de stadHarpasastroomde en zich in den Maeander stortte. Eene andere rivier van denzelfden naam, ook Acampsis geheeten, liep op de oostelijke grens van Armenia in den Pontus Euxīnus uit.Harpocrates,Ἁρποκράτης, een aegyptisch god, die met den vinger op den mond wordt afgebeeld en daarom voor den god der stilzwijgendheid gehouden wordt. Hij schijnt dezelfde te zijn als Horos.Harpocration(Valerius),Ἁρποκρατίων, grieksch taalkundige van Mendes, wiens leeftijdonbekend is, schrijver van eenΛεξικὸν τῶν δέκα ῥητόρων, een taal-, oudheid- en geschiedkundig woordenboek op de werken der attische redenaars.Harpyiae,Ἅρπυιαι, godinnen van den stormwind, Aëllo en Ocypete, dochters van Thaumas en Electra; men stelde zich voor dat menschen, die spoorloos verdwenen waren, door haar waren weggeroofd. Later komen zij in grooter aantal voor (Celaeno, Thyella, e. a.) als kwelgeesten, die bijv. den blinden Phineus zijne spijzen ontrooven of ze door hare aanraking verontreinigen, totdat Zetes en Calaïs haar verjagen en vervolgen tot de Strophadische eilanden, waar zij beloven Phineus niet meer lastig te zullen vallen. V. a. werden zij bij die gelegenheid gedood. Zij worden afgebeeld half als vrouw, half als roofvogel, soms met uitgehongerd gelaat en met klauwen aan handen en voeten.HarūdesofCharudes,Χαροῦδες, germ. volk in het leger van Ariovistus (58). Hun eigenlijke woonplaats is op de Chersonēsus Cimbrica (Jutland), waar ze naast de Cimbren wonen.Haruspices. In kritieke gevallen werden door den rom. senaatharuspicesuit Etruria ontboden, waar de leer derdivinatiohet meest tot een volledig stelsel ontwikkeld was. Hunne taak was het dan, uit de ingewanden der offerdieren uit te vorschen, of de goden al dan niet gunstig gezind waren. Zieextispicium. In gewone gevallen deden de rom. priesters zelf hunne waarnemingen. Dezeharuspicesbehoorden tot den Etruscischen adel. Van hen te onderscheiden zijn de particuliereharuspices, die zich sinds de 2deeeuw te Rome vestigden en voor geld waren te raadplegen of alsmercennariiin dienst traden van ambtenaren. Hun gezag werd door den senaat niet erkend.Hasdrubal,Ἀσδρούβας, carthaagsche naam. 1) zoon van Hanno, in den eersten punischen oorlog met ruim 30000 man en 130 olifanten naar Sicilia overgestoken (251), doch in 250 bij Panormus (Palermo) door L. Caecilius Metellus (Caeciliino. 2) verslagen.—2)schoonzoon van Hamilcar Barcas, dien hij in 228 als carthaagsch opperbevelhebber in Hispania opvolgde. Hij stichtte Carthago nova (thans Carthagena), en sloot met de Rom. een verdrag, waarbij de Ibērus als grensrivier tusschen beide staten werd aangewezen en tevens de onzijdigheid van Saguntum werd erkend. In 221 werd hij uit persoonlijke wraakzucht door een Hispaniër vermoord.—3)zoon van Hamilcar Barcas en broeder van Hannibal. Toen Hannibal naar Italië trok, nam Hasdrubal het bevel in Hispania op zich (218) en handhaafde zich met roem tegen de gebroeders P. en Cn. Cornelius Scipio, die in 211 sneuvelden. In 211 echter verscheen een jongere Scipio, de latere Africānus maior, in Hispania; Carthago nova ging voor Hasdrubal verloren; zie verderCorneliino. 13. Op de roepstem zijns broeders trok hij in 208 naar Italia, waar hij echter door de beide consuls M. Livius Salinātor (Liviino. 7) en Claudius Nero (Claudiino. 22), die zich ongemerkt vereenigd hadden, werd aangevallen bij Sena Gallica aan den Metaurus. Hasdrubal sneuvelde (207). Het afgehouwen hoofd werd over den wal van Hannibals legerplaats geworpen, om hem aldus bericht te geven van zijns broeders dood.—4)zoon van Gisco, onderbevelhebber van no. 3, die tot 206 in Hispania streed, vervolgens in Africa oorlog voerde, eerst tegen Masinissa, daarna tegen de Rom. Hij was niet gelukkig in den oorlog; men weet aan hem de nederlaag van Hannibal bij Zama en hij moest door vergif een einde aan zijn leven maken. Door zijne dochter Sophonisbe aan koning Syphax ten huwelijk te geven, haalde hij dezen tot een bondgenootschap met Carthago over.—5)behalve de reeds genoemde komen er in den tweeden punischen oorlog nog meer Hasdrubals voor, o. a. in 215 op Sardinia.—6)veldheer in 151 tegen Masinissa en in den derden punischen oorlog tegen de Rom. Hij zegevierde over den rom. consul M’. Manilius, doch moest later voor Scipio de wijk nemen naar den burg. Hijzelf gaf zich ten laatste over en werd als gevangene naar Italia gevoerd, waar hij stierf. Zijne vrouw en kinderen stortten zich in de vlammen.—7)ZieClitomachusno. 2.Hasta, lans.Hasta pura, lansschacht zonder punt (cuspis), een eereteeken voor soldaten wegens betoonden moed. Bij verkooping van buit werd eenehastain den grond gestoken; evenzoo had de praetor eenehastanaast zich staan bij gerechtelijke verkoopingen; vanhier de uitdrukkingensub hasta venire, bona hastae subicereen dgl. Ook het gerechtshof dercentumvirihad eenehastain den grond geplant.Hasta=Asta.Hastāti, oorspronkelijk soldaten, die met eene lans gewapend waren. Toen echter het rom. voetvolk voor het grootste gedeelte gewapend werd met de kortere, doch zwaardere werpspeer, die den naam vanpilumdroeg, (sedert den tijd van Camillus, zieacies) ging de naamhastatiover op de jongere manschap; uit de soldaten van rijperen leeftijd werden deprincipesgevormd en uit de oudgedienden depilanioftriarii. Dehastatienprincipesdroegen, behalve zwaard en schild, ook hetpilum, terwijl depilaniin plaats daarvan dehastakregen. Ziecenturia.Hatra, zieAtrae.Hatria, zieAdria.Hattuarii(Attuarii), zieChasuarii.Hebe,Ἥβη, dochter van Zeus en Hera, godin der jeugd. Toen Heracles onder de goden was opgenomen, kreeg hij haar tot gemalin en werd zij in hare betrekking als schenkster der goden door Ganymēdes vervangen. Zij werd op vele plaatsen vereerd, meestal in vereeniging met Hera of Heracles; soms wordt zij Ganymēda of Dia genoemd.Hebraei=Iudaei.Hebron,Ἑβρών, oude stad in Palaestina, ongeveer ten Z. van Jerusalem.Hebrus,Ἕβρος, thans Maritza, voorname rivier van Thracia, met breede zijstroomenen een uitgebreid stroomgebied. Hij ontspringt op den mons Rhodope (Despoto-dagh) en den Scomius en valt met twee armen bij Aenus in zee. Aan den Hebrus werd Orpheus door de thracische Bacchanten vermoord.Hebudae=Ebudae.Hecabe,Ἑκάβη, dochter van Dymas of Cisseus of Sangarius, tweede vrouw van Priamus, moeder van Hector, Paris (z.Aesacus), Cassandra en vele andere kinderen, die zij allen tengevolge van den trojaanschen oorlog zag omkomen of in slavernij wegvoeren. Zij zelve werd als slavin aan Odysseus gegeven. Den dood van haar zoon Polydōrus wreekte zij door de zonen van Polymnestor te dooden en hemzelf de oogen uit te krabben. Het voorgebergte Cynossēma werd als haar graf beschouwd, en ter verklaring van dien naam verhaalde men, dat zij na hare wraakneming op Polymnestor in een hond veranderd en in zee gesprongen was, of dat de Grieken, daar zij hen met scheldwoorden placht te overladen, haar den naam van teef gegeven hadden, of dat zij haar om diezelfde reden gesteenigd, maar onder den steenhoop inplaats van haar lijk dat van een hond gevonden hadden.Hecaërgus, -ge,Ἑκάεργος, -έργη, vèrtreffende, bijnaam van Apollo en Artemis.Hecamēde,Ἑκαμήδη, van Tenedus, dochter van Arsinoüs; toen Achilles het eiland veroverde, werd zij aan Nestor tot slavin gegeven.Hecataeus,Ἑκαταῖος, 1) van Milētus, zoon van Hegesander, de eerste geschiedschrijver genoemd, daar hij de eerste was, die verder ging dan eene omschrijving in proza van mythen en legenden, en in zijne werken,Περίοδος γῆςenΓενεηλογίαι, de resultaten van zijne onderzoekingsreizen in verre landen neerlegde. Herodotus heeft geregeld van zijn werk gebruik gemaakt, maar hem ook dikwijls bestreden. Bij den opstand van de Ioniërs tegen de Perzen trad hij als een der leiders op, maar zijn wijze raadgevingen werden niet opgevolgd.—2)van Abdēra, geschiedschrijver, die geruimen tijd bij Ptolemaeus in Alexandrië gewoond heeft. Hij was een leerling van Pyrrho; hij heeft geschreven over de poëzie van Homerus en Hesiodus, en verder een romantische geschiedenis van Aegypte, en een werk over de Hyperboraei. Hij schrijft in denzelfden geest als zijn jongere tijdgenoot Euhemerus. Excepten uit zijne werken vinden we bij Diodorus Siculus. Op zijn naam is ook nog een joodsch werk over de Joden overgeleverd dat van veel later tijd is.—3)tyran van Cardia ten tijde van Alexander d. G.Hecate,Ἑκάτη, dochter van Zeus en Hera of Demēter of Pheraea, de dochter van Aeolus, of van Perses en Asteria. Zij was de eenige van het geslacht der Titanen, die aan Zeus trouw bleef, daarom schonk hij haar na zijne overwinning macht in den hemel, op aarde en op zee. In haar drievoudig gebied werkt zij heilrijk, en geeft zij haren vereerders wijsheid en geluk. Maar tevens is zij ook godin der onderwereld en als zoodanig wordt zij het meest vereerd en heeft zij ook aandeel aan de mysteriën; zij was het die de schaking van Persephone had gezien, aan Demēter bericht er van gegeven had en haar bij het zoeken naar hare dochter had geholpen. Zij is vooral de godin der spoken, die zij des nachts uit de onderwereld doet opstijgen om de menschen te kwellen en angstig te maken; zij zelve zwerft ’s nachts, door de schimmen der afgestorvenen en door zwarte honden begeleid, over de graven en beschermt de tooverheksen bij hare bezweringen en bij het bereiden van hare toovermiddelen.—Hec. was waarschijnlijk oorspronkelijk de godin der nieuwe maan, daarom wordt zij soms geïdentificeerd met Artemis, die zelve ook Hecate genoemd wordt.—Zij had slechts weinige tempels, maar talrijke beelden (ἑκαταῖα, ἑκατήσια) en altaren op marktpleinen, voor de poorten en de deuren der huizen; vooral op driesprongen plaatste men beelden van haar met drie hoofden of drie lichamen (Ἐνοδία, Τριοδῖτις,Trivia,Τρικέφαλος, Τρίμορφος,Triceps, Triformis). Men offerde haar honden, zwarte lammeren en honig en op den laatsten dag der maand plaatste men bij hare beelden allerlei spijzen, die door arme lieden werden weggehaald. Zij wordt beschreven als eene vreeselijke gestalte met slangen inplaats van haren en voeten, een paarde-, een honde- en een leeuwekop, enz.; afgebeeld wordt zij echter soms onder eene eenvoudige menschelijke gedaante, meestal met drie hoofden of drie lichamen; hare attributen zijn honden, slangen, touwen, sleutels, fakkels, dolken, appels, enz.—Bij de Romeinen werd zij vooral in den keizertijd vereerd. Diocletiānus stichtte te Antiochië een heiligdom voor haar, waarin men met 365 trappen afdaalde.Hecato,Ἑκάτων, van Rhodus, stoicijnsch wijsgeer in de 2deeeuw, leerling van Panaetius, stond bij zijne tijdgenooten en bij lateren in hoog aanzien. Van zijne talrijke werken is weinig bewaard gebleven.Hecatombaeon,Ἑκατομβαιών, 1stemaand van het Attische jaar (midden Juli–midden Augustus), z.Annus.Hecatompylus,Ἑκατόμπυλος, hoofdstad van Parthyaea of Parthyēne, later residentiestad der parthische koningen, totdat zij hun residentie naar Ctesiphon overbrachten.Hecatonnēsi,Ἑκατόννησοι, de 100 eil., eene eilandengroep aan de Adramyttische golf, tusschen Lesbus en de aziatische kust.Hector,Ἕκτωρ, oudste zoon van Priamus en Hecabe, echtgenoot van Andromache, vader van Astyanax, een man die aan teedere liefde voor vrouw en kind, voor ouders en medeburgers, buitengewonen heldenmoed paarde, waarvan hij, als leider der verdediging van Troje tegen de Grieken, onder bescherming van Apollo schitterende bewijzen gaf. Gedurende den tijd dat Achilles uit wrok tegenAgamemnonzich van den strijd onthoudt, brengt H. de Grieken geducht in het nauw, zelfs dringt hij tot hunne schepen door en begint hij die in brand te steken. Wel gelukte het Patroclus in de wapenrustingvan Achilles de Trojanen op de vlucht te jagen, maar hijzelf werd door H. gedood. Toen H. kort daarna door Achilles (z. a.) verslagen was, beschermden Apollo en Aphrodīte zijn lijk tegen de smadelijke behandeling van zijn vijand, totdat het op bevel van Zeus zelf aan Priamus teruggegeven en plechtig begraven werd.Hecuba=Hecabe.Hegelochus,Ἡγέλοχος, 1) een tooneelspeler, die eens bij de opvoering van een treurspel de woordenγαλήν’ ὁρῶuitsprak alsγαλῆν ὁρῶ, wat groot gelach verwekte en niet spoedig vergeten werd.—2)bevelhebber der vloot van Alexander d. G. gedurende de eerste jaren van zijne veldtochten, onderwierp Tenedus, Chius e. a. eilanden.Hegēmon,Ἡγήμων, 1) van Thasus, dichter van de oude attische comedie, ook bekend door zijne parodieën op de gedichten van Homerus.—2)atheensch staatsman ten tijde van Demosthenes, behoorde tot de macedonische partij.Hegemone,Ἡγεμόνη, 1) bijnaam te Sparta en in Arcadië aan Artemis gegeven.—2)eene van de Charites.Ἡγεμονία, in het algemeen leiding, voorzitterschap, in het bizonder de eerste rang onder staten, die gemeenschappelijke belangen te verdedigen hebben. De staat, die de hegemonie had, leidde de beraadslagingen over die belangen, voerde in den oorlog de verbonden troepen aan, bepaalde hoeveel iedere staat aan geld en manschappen moest bijdragen, enz.Hegesias,Ἡγησίας, 1) cyrenaeisch wijsgeer, leefde in de 3deeeuw te Alexandrië. In zijn werk,Ἀποκαρτερῶν, leert hij dat genot het doel van het leven is, dat de mensch echter niet hopen kan dit doel ooit te bereiken, en dat het dus beter is te sterven dan het leven te verdragen. Vele van zijne leerlingen (Ἡγησιακοί) pleegden inderdaad zelfmoord, vandaar dat hij den bijnaamΠεισιθάνατοςkreeg.—2)redenaar en sophist van Magnesia, omstreeks 300, wordt,hoewelhij tal van navolgers had, wegens zijn gezwollen en gemaakten stijl door de ouden streng gelaakt. Hij is de schepper van den Aziatischen stijl (Asianismus). Als geschiedschrijver wordt hem gebrek aan waarheidsliefde verweten.Hegesilochus,Ἡγησίλοχος, 1) leider eener oligarchische partij op Rhodus, die in 356 met de hulp van Mausōlus van Carië de democratie omverwierp en de regeering in handen nam; hij maakte zich berucht door zijne losbandigheid. Na den dood van Mausōlus werd de democratie hersteld.—2)rhodisch staatsman, in 171 voorstander van een bondgenootschap met de Rom. tegen Macedonië.Hegesinus,Ἡγησίνους, van Pergamus, leerling van Euander en zijn opvolger als hoofd der academische school, leeraar van Carneades.Hegesippus,Ἡγήσιππος, 1) atheensch redenaar, vriend en partijgenoot van Demosthenes; van hem is waarschijnlijk de redevoeringπερὶ Ἁλοννήσου, die onder de werken van Demosthenes tot ons gekomen is.—2)oudste schrijver over kerkgeschiedenis, tijdens Marcus Aurelius. Zijn werk, 5 boekenὙπομνήματα, is verloren, maar wordt vaak geciteerd door Eusebius.—3)of Egesippus, naam, waaronder in de ME. de latijnsche vertaling van Flavius Josephus (z.a.) geciteerd wordt, die uit de 4deeeuw n. C. dateert, en aan Ambrosius wordt toegeschreven.Hegesistratus,Ἡγησίστρατος, 1) zoon van Pisistratus, regeerde na het verdrijven der Mytilenaeërs over Sigēum.—2)Samiër, zoon van Aristagoras, kwam uit naam der Samiërs de hulp der grieksche vloot inroepen en bewoog Leotychides naar Samus te zeilen, wat aanleiding gaf tot den beroemden slag bij Mycale (479).Ἑκατόγχειρες=Centimani.Ἑκτήμοροι, waren oudtijds in Attica boeren, die gepachten grond bebouwden, en vijf zesden van de opbrengst aan den grondeigenaar moesten afstaan. Bij niet-vervulling van deze verplichting werden zij met hun zoons diens lijfeigenen.Helena,Ἑλένη, 1) dochter van Zeus of Tyndareos en Leda, beroemd door hare weergalooze schoonheid. Reeds op zeer jongen leeftijd werd zij door Theseus geschaakt en naar Aphidnae gebracht, maar spoedig door hare broeders, de Dioscuren, bevrijd. Later dongen zooveel jongelingen naar hare hand, dat Tyndareos haar aan niemand durfde geven, uit vrees dat onder de mededingers een geweldige strijd zoude ontstaan; op raad van Odysseus nam hij eindelijk allen den eed af, dat zij den uitverkorene niet zouden bestrijden, maar integendeel tegen aanvallen en beleedigingen zouden verdedigen. Helena koos nu Menelāus tot echtgenoot en kreeg bij hem eene dochter, Hermione. In zijne afwezigheid liet zij zich schaken door Paris, den zoon van Priamus, en nam zij vele schatten naar Troje mede. Dit was de aanleiding tot den trojaanschen oorlog, waaraan de meeste grieksche vorsten, gedeeltelijk door hun eed gebonden, deel namen. Wegens hare schoonheid wordt zij ook te Troje, in weerwil van de rampen van den oorlog, algemeen geëerd en bewonderd; niettemin had zij berouw over haar misstap en verlangde zij naar haar vaderland terug. Na den dood van Paris huwde zij met Deïphobus, een anderen zoon van Priamus, dien zij v. s. bij de inneming van de stad aan de Grieken in handen leverde. Toen Menelaus haar terugvond, wilde hij haar eerst dooden, maar hare schoonheid redde haar, hij nam haar mede naar Sparta, waar zij nog lang met hem in vrede en geluk leefde, en na haar dood in hetzelfde graf met hem bijgezet werd.—V. a. was zij met Paris in Aegypte gekomen, waar Proteus haar en de geroofde schatten terughield en na den oorlog aan Menelaus teruggaf. Een schijngestalte vergezelde Paris naar Troje, daar de oorlog volgens beschikking van het noodlot gevoerd moest worden.—V. a. was zij na den dood van Menelaus door hare stiefzonen verjaagd en naar Rhodus gevlucht,waar zij, als oorzaak van den grooten oorlog, aan een boom werd opgehangen; na haar dood werd zij daar vereerd als HelenaDendrītis.—Nog werd verhaald dat zij in het leven teruggeroepen werd en naar het eiland Leuce verplaatst, waar zij met Achilles huwde en hem een zoon Euphorion baarde.—2)dochter van Paris en Helena.—3)dochter van Aegisthus en Clytaemnestra.—4)(Flavia Iulia), moeder van Constantijn d.G., Christin.—5)dochter van Constantijn d. G., gemalin van keizer Juliānus.Helena,Ἑλένη, vroeger Cranaë, rotseilandje bij de Zuidspits van Attica. Zie ookIlliberis.Helenus,Ἕλενος, zoon van Priamus en Hecabe, beroemd waarzegger. Hij werd door de Grieken gevangen genomen of liep tot hen over, en openbaarde hun op welke wijze Troje genomen kon worden. Na het eindigen van den oorlog ging hij met Neoptolemus naar Epīrus; toen deze gestorven was, huwde hij Andromache en kreeg hij een deel van het rijk, waarin hij een vesting bouwde, geheel naar het model van Troje. Hij liet de regeering aan Molossus, den zoon van Neoptolemus en Andromache, na.—V. a. vluchtte hij, toen Neoptolemus Hermione tot vrouw nam, met Andromache en Molossus naar Molossië.Helepolis,ἑλέπολις, een door Demetrius Poliorcētes uitgevonden belegeringswerktuig; het was een verplaatsbare toren met negen of minder verdiepingen, beneden van een stormram voorzien en op de hoogere verdiepingen ingericht tot het werpen van lichtere projectielen. Iedere verdieping had van buiten een galerij met borstweringen voorzien en het geheel was met ijzer beslagen.Helia=Velia.Heliadae,Ἡλιάδαι, zeven zonen van Helius en Rhode. Zij hadden van hun vader vernomen dat de godin Athēna de plaats, waar men haar het eerst zou offeren, tot haar woonplaats zou kiezen, daarom haastten zij zich haar een offer te brengen, doch vergaten het te verbranden, zoodat zij hun doel niet bereikten. Zij waren zeer bekwaam in sterrenkunde en scheepvaart en boven allen muntte Tenages uit, waarom zijne broeders hem uit afgunst doodden en, toen hun misdaad ontdekt werd, naar verschillende landen vluchtten. Zij werden als heroën vereerd door de Rhodiërs, die ook Heliaden genoemd worden, en tot aandenken aan hen de gewoonte behielden het offer niet te verbranden.Heliades,Ἡλιάδες, zusters van Phaëton, die zijn dood onophoudelijk beweenden. Hare tranen veranderden in barnsteen, en zijzelve werden in boomen veranderd, waaruit een vocht vloeit, dat, wanneer het gestold is, tot barnsteen wordt.Ἡλιαία, de rechtbank der gezworenen (ἡλιασταί) te Athene. Jaarlijks werden door het lot 6000 burgers boven de 30 jaar, die in het bezit hunner burgerrechten waren, 600 uit elke phyle, als heliasten aangewezen, die in 10 sectiën van 500 verdeeld werden, terwijl 1000 als plaatsvervangers overbleven. Voor ieder proces wordt een zeker aantal rechters bepaald, men vindt rechtbanken vermeld van 200, 300, 400, soms van 1000 of 1500 leden, zeer zelden kwamen alle 6000 bij elkander. Voor het bijwonen der zittingen werden de rechters sedert Pericles betaald, z.Δικαστικόν.Helice,Ἑλίκη, oude hoofdstad van Achaia, met een beroemden Poseidon-tempel. Bij eene vreeselijke aardbeving in 373 werd de stad door de zee verzwolgen. In hare plaats werd Aegium hoofdstad van den achaeischen bond.Helicon,Ἑλικών, berg in het Z. van Boeotia, aan de Muzen geheiligd, rijk aan bosch, dat door grasrijke weiden wordt afgewisseld, met vruchtbaren bodem en vele bronnen. Onder de bronnen zijn beroemd:AganippeenHippocrēnē, de paardebron, door den hoefslag van Pegasus te voorschijn geroepen.Heliconiades= de Muzen.Heliodōrus,Ἡλιόδωρος, 1)ὁ περιηγητής, omstreeks 150, Athener, die de acropolis in 15 boeken beschreef, een werk, dat bijna geheel verloren gegaan is.—2)rhetor te Rome, vriend van Horatius.—3)Syriër, rhetor te Rome en secretaris van Hadriānus, later praefect van Aegypte.—4)schrijver van een werk over metriek.—5)van Emesa, v. s. bisschop van Tricca, schreef omstreeks 400 na C. een griekschen romanΑἰθιοπικά, bevattende de liefdesavonturen van een Thessaliër Theagenes en eene aethiopische prinses Chariclēa.HeliogabalusofElagabalus,Ἡλιογάβαλος. De eigenlijke naam wasVarius Avitus Bassianus. Hij was verwant met deSevēriop de volgende wijze:
H.Hades,Ἅιδης, Ἀίδης, Ἀιδωνεύς, Πλούτων,Pluto, Dis, zoon van Cronus en Rhea, kreeg na de overwinning op de Titanen bij de verdeeling der heerschappij de onderwereld voor zijn deel, waar hij als een onderaardsche Zeus (Ζεὺς καταχθόνιος) met Persephone heerscht. In de oudste tijden stelde men zich voor dat hijzelf met zijne beroemde zwarte paarden (κλυτόπωλος) de schimmen der afgestorvenen van de aarde kwam halen, later werd Hermes de geleider der zielen (ψυχοπομπός), terwijl Hades ze in zijn rijk opneemt en goed opgesloten houdt, opdat zij niet uit hun somber verblijf ontsnappen. Als onderaardsch god is hij de schenker van den rijkdom, die hetzij als metaal, hetzij in den vorm van gewassen uit de aarde voortkomt, vandaar de naam Pluto, dien hij in het dagelijksch leven en in de mysteriën draagt. Zijn helm maakte den drager onzichtbaar. Er zijn van H. weinige mythen, ook neemt hij in den eeredienst geen belangrijke plaats in, vandaar dat hij ook door de kunst zelden afgebeeld werd; men stelde zich hem voor gelijkend op Zeus en Poseidon, maar met donkere trekken en over het voorhoofd hangende haren, hij draagt den sleutel der onderwereld en wordt door Cerberus vergezeld. De cipres en narcis waren hem gewijd, men offerde hem zwarte schapen, terwijl men het hoofd afwendde; als men tot hem bad, sloeg men met de handen op den grond.Hadrānum=Adranum.Hadria=Adria.Hadrianopolis,Ἀδριανοῦ πόλις, thans Adrianopel, bloeiende stad in Thracia aan den Hebrus (Maritza), door keizer Hadriānus gesticht, en beroemd om hare wapenfabrieken. Ook in Phrygia en in Cyrenaïca vond men steden van dezen naam.Hadriānus(P. Aelius), in 76 na C. te Italica in Spanje geboren, was na zijns vaders dood onder opzicht van Traiānus opgevoed. Tijdens de troonsbeklimming van Traianus diende Hadrianus in Moesia. Zelf was hij een bloedverwant van den keizer en huwde eene bloedverwante van dezen. Hij vergezelde hem op zijne krijgstochten in Dacia en Pannonia en maakte zich bij Traianus zóó onmisbaar, dat deze besloot hem tot zijn opvolger te bestemmen. Volgens het gewone verhaal overleed Traianus echter, voordat de noodige schikkingen gemaakt waren, zonder een testament na te laten, doch wist de keizerin Plotīna te bewerken, dat Hadrianus als opvolger werd erkend (117). V. a. heeft Traianus hem nog op zijn doodsbed geadopteerd. Hadrianus begon met drie provinciën in het O., Armenia, Assyria en Mesopotamia, die over den Euphraat lagen, prijs te geven, en dezen stroom als grensrivier aan te nemen. Hij zocht geen oorlog, maar streefde er naar, in vrede te regeeren, de schatkist te stijven, de belastingen te verminderen, en een goed regent te zijn. Hij doorreisde, grootendeels te voet, zijn gebied van het eene einde tot het andere. In 122 n. C. legde hij in Britannia ter bescherming tegen de invallen der Caledoniërs het Vallum Hadriani aan (z. a.). Onbekrompen bevorderde hij wetenschap en kunst, stelde bezoldigde onderwijzers aan, en legde veel ten koste aan openbare werken en prachtige gebouwen. Zoo stichtte hij te Rome den grooten tempel van Roma en Venus, het Athenaeum (z. a.), het Mausolēum Hadriani (thans, uitgebreid, de Engelsburg) over den Tiber; hij stichtte bij Tibur (Tivoli) eene villa, die eene afspiegeling van zijn geheele rijk moest worden en waar niet slechts kunstvoorwerpen werden aangebracht, maar ook natuurtooneelen uit de provinciën werden nagebootst; in het onmetelijke park vond men bouwwerken uit allerlei landen. Athene, zijne lievelingsstad, had veel verfraaiingen aan hem te danken, evenals ook nog andere steden in meerdere of mindere mate. Hij stichtte ook nieuwe steden, en liet Jerusalem herbouwen, waarheen hij eene rom. kolonie zond en waaraan hij den naam gaf vanAelia Capitolīna. Toen hij echter op de plaats, waar Salomo’s tempel had gestaan,een tempel voor Jupiter Capitolinus liet bouwen (130 n. C.), brak een vreeselijke opstand los, die eerst na een driejarigen oorlog (132–134) door ’s keizers veldheer Julius Sevērus werd bedwongen en die aan bijna 600000 Joden het leven kostte. Ondanks zijne goede eigenschappen kan men Hadrianus toch menige zwakheid tegenover gunstelingen, en, waar zijne ijdelheid gekrenkt werd, meer dan ééne daad van willekeur en wreedheid ten laste leggen. Geene kinderen hebbende, nam hij L. Ceionius Commodus (die na zijn adoptie L. Aelius Caesar heette) tot zoon en opvolger aan en na diens dood T. Aurelius Fulvus Boionius Arrius Antonīnus, die na zijn adoptie Imp. T. Aelius Caesar Antoninus heette en hem als Antoninus (Pius) opvolgde. Hadrianus stierf te Baiae in 138.Hadrumētum=Adrumetum.Haedi, twee sterren uit het sterrebeeld van den Voerman (Auriga), wier op- en ondergang storm en regen aankondigden.Haedilia, heuvel bij het landgoed van Horatius.Haedui=Aedui.Haemodes=Emodi montes.Haemon,Αἵμων, 1) zoon van Pelasgus, naar wien Haemonia, het latere Thessalië, heette.—2)zoon van Lycāon, stichter van Haemonia in Arcadië.—3)zoon van Creon, z.Antigone. V. s. werd hij door de sphinx gedood.Haemonia,Αἱμονία, mythische en dichterlijke naam voor Thessalia (zieHaemon).Haemonius= thessalisch;Haemonia puppis= de Argo, het schip der Argonauten;Haemonius iuvenis= Iāson;Haemonius heros= Achilles;Haemoniae artes= tooverkunsten.Haemonides, priester van Apollo en Dīana, die onder Turnus streed en door Aenēas gedood werd. Van zijne prachtige wapenrusting werd een zegeteeken ter eere van Mars opgericht.Haemus,Αἷμος, zoon van Boreas, koning van Thracië, die zich en zijne gemalin Rhodope in zijn overmoed Zeus en Hera noemde. Daarom werden zij in bergen veranderd, die hunne namen behouden hebben.Haemus,Αἷμος, thans Balkan, gebergte tusschen Moesia en Thracia. Een der passen, de westelijke,droeg den naam vanporta Traiani.Hageladas=Ageladas.Halae, naam van twee demen in Attica. De eene,Ἁλαὶ Ἀραφηνίδες, met een tempel van Artemis, lag aan de Oostkust; de andere,Ἁλαί Αἰξωνίδες, lag in het Z.Halcyone=Alcyone.Halcyonium mare=Alcyonium mare.Hales,Ἅλεις, gen.-εντος, riv. in Lucania, die bij Velia in zee stroomt; ook een riviertje op het eiland Cos. Eene derde,Ἅλης, bekend om haar ijskoud water, liep langs Colophon, in Ionia, in de Icarische zee uit.Halēsa,Ἄλαισα, rivier en handelsstad, later rom. municipium op de N. kust van Sicilia.Halēsus, Halaesus, bloedverwant van Agamemnon, die naar Italië kwam en een dapper bondgenoot van Turnus werd in den strijd tegen Aenēas; hij werd door Pallas gedood. V. s. was hij de stichter van Falerii.Halex, gen.-ēcis,Ἅληξ, riv. in het land der Bruttii, grens tusschen het gebied van Rhegium en dat van Locri Epizephyrii.Ἁλία,z.Ἐκκλησία.Haliacmon,Ἁλιάκμων, rivier in Macedonia, die eerst naar het Z. en dan naar het N.O. stroomt en zich in de Thermaeische golf ontlast.Haliartus,Ἁλίαρτος, oude stad in Boeotia aan den zuidelijken rand van een meertje, dat bij hoogen waterstand met het Copaïsche meer ineenvloeide. Xerxes verwoestte de stad, die herbouwd werd, en voor welker muren Lysander in 394 sneuvelde. In den oorlog tegen Perseus verwoestten de Rom. haar andermaal (171). Sedert dien tijd is het met haar bloei voor goed gedaan.Halias, gen.-ados,Ἁλιάς, zuidelijke punt van Argolis, met eene visschersbevolking.Ἁλιῆςen een stadjeHalice,Ἁλική, ten Z. van Hermione.Halicarnassus,Ἁλικαρνασσός, beroemde stad in Caria, oorspronkelijk lid der aziatisch-dorische hexapolis; het dialekt is echter deels dorisch, deels ionisch; de moederstad Troezen was ionisch, vóór de oude bevolking door de Doriërs verdrongen werd; geboorteplaats der geschiedschrijvers Herodotus en Dionysius. Onder de latere perzische koningen werd het in plaats van Mylasa de residentie der satrapen van Caria. Hier was één van de zeven wonderen der wereld, n.l. het praalgraf van Mausōlus (zieMausolēum). De stad kreeg een gevoeligen knak door de verwoesting door Alexander den Gr.Halicyae,Ἁλικύαι, Ἀλ., rom. municipium op Sicilia, ten O. van Lilybaeum, tusschen Selīnus en Segesta.Halirrhothius,Ἁλιρρόθιος, zoon van Poseidon en Eurȳte, vervolgde Alcippe, de dochter van Ares en Agraulus, met zijne liefde en werd daarom door Ares gedood. Poseidon klaagde Ares bij de rechtbank der twaalf goden aan, die op den Areopagus eene zitting hielden en den aangeklaagde vrij spraken.Halitherses,Ἁλιθέρσης, zoon van Mastor, waarzegger op Ithaca, die Telemachus tegen de vrijers van Penelope steunde.Halizōnes,Ἁλιζῶνες, volk in Bithynië, bondgenooten der Trojanen. In hun land waren de bijen tam en leefden in gemeenschap met de menschen.Halmydessus=Salmydessus.Halmyris,Ἁλμυρὶς λιμνή, zoutmeer ten Z. der Donaumonden.Halōa,Ἁλῷα, feest ter eere van Dionȳsus, Demēter en Persephone, op denzelfden tijd als de kleine Dionysia te Athene en Eleusis gevierd.Halonēsus,Ἁλόνησος, ook met-nngeschreven, eilandje in de Aegaeische zee tusschen Peparēthus en Scirus, om welks bezit een heete strijd ontstond tusschen de Atheners en Philippus van Macedonia.Haltēres,ἁλτῆρες, springstokken en springgewichten, halters, die men hij het springenen andere gymnastische oefeningen in de handen hield.Haluntium=Aluntium.Halus,Ἅλος, stad in Phthiōtis, tot het gebied van Achilles behoorende.Halycus,Ἅλυκος, rivier op Sicilia, die op de zuidkust bij Heraclēa Minōa in zee valt.Halys,Ἅλυς, thans Kisil-Irmak = roode rivier, de grootste stroom van Asia minor, die op den Antitaurus ontspringt, achtereenvolgens naar het Z.W., N.W., N. en N.O. stroomt en ten laatste in den Pontus Euxīnus valt. Deze rivier is geschiedkundig bekend als de grens tusschen de rijken van Croesus en van Cyrus; later vormde hij met denmons Tauruseen tijd lang de grens van Asia minor.Hamadryades,Ἁμαδρυάδες=Dryades.Hamaxitus,Ἁμαξιτός, stadje aan de Z.W.-kust van Troas, waarvan de inwoners door Lysimachus gedwongen werden, naar Alexandrīa Troas te verhuizen. In den omtrek werden zoutgroeven gevonden.Hamaxobii,Ἁμαξόβιοι, nomadisch volk nabij de Palus Maeōtis (zee van Azow).Hamilcar,Ἀμίλκας, naam van verschillende carthaagsche veldheeren. 1) zoon van Mago en vader van Gisgo. Hij sneuvelde in 480 aan de Himera bij de zware nederlaag, die Gelo van Syracusae den Carthagers toebracht.—2)Ham., die in 309 bij het beleg van Syracusae sneuvelde, terwijl Agathocles de Carthagers in hun eigen gebied bestookte.—3)veldheer op Sicilia in den eersten punischen oorlog, door de Rom. in Afrika (258) krijgsgevangen gemaakt. Later strijdt hij weer tegen de Numidiërs en Mauretaniërs, die opgestaan waren.—4)Hamilcar, bijgenaamd Barcas = bliksem, de vader van Hannibal. In 247 naar Sicilia gezonden, hield hij zich zes jaar tegen de Rom. staande, terwijl zijne vloot bij herhaling op de italiaansche kusten stroopte. Na den vrede dempte hij met Hanno den opstand der carthaagsche huurtroepen in Africa (241–238) en stak kort daarna naar Hispania over, waarheen hij zijn negenjarigen zoon Hannibal medenam. In acht jaar tijds (237–229) onderwierp hij het grootste gedeelte des lands aan Carthago, totdat hij in den winter van 229/8 in een gevecht tegen de Vettonen sneuvelde. Hij liet drie zoons na: Hannibal, Hasdrubal en Mago.—5)carthaagsche generaal, die in 218 op Melite (Malta) door de Rom. gevangen werd genomen.—6)carth. veldheer, die in 200 in Gallia Cisalpīna het bevel voerde en den oorlog, ook na den vrede, op eigen hand voortzette, totdat hij in 197 sneuvelde.Ἅμιπποι, bij de Boeotiërs een troep voetknechten, waarvan iedere man aan een ruiter toegevoegd was, met dezen in en uit het gevecht ging, en naast hem te voet streed. In de eerste helft der vierde eeuw werd ook bij het atheensche leger zulk een corps ingevoerd.Hammon=Ammon.Hannibal,Ἀννίβας, naam van verschillende carthaagsche veldheeren. 1) zoon van Gisco, stierf in 406 op Sicilia aan de pest.—2)veldheer in den eersten punischen oorlog, die Agrigentum zeven maanden tegen de Rom. verdedigde (261), en later als vlootvoogd bij Mylae in 260 door den consul Duillius verslagen werd.—3)een zoon van Hamilcar no. 3, die in 250 het ingesloten Lilybaeum te hulp kwam, en later in den oorlog met de carthaagsche huurtroepen omkwam.—4)oudste zoon van Hamilcar Barcas, in 237, negen jaar oud, met zijn vader naar Hispania gegaan, nadat deze hem den Rom. eeuwigen haat had laten zweren. Eerst diende Hannibal onder zijn vader, na diens dood (229/8) onder zijn zwager Hasdrubal; toen deze in 221 was vermoord, werd Hannibal door het leger tot aanvoerder uitgeroepen. De carthaagsche senaat bekrachtigde deze keus, ofschoon niet zonder heftige tegenkanting der partij van Hanno. Hannibal, die het veldheerstalent van zijn vader met het staatsmansbeleid van zijn zwager vereenigde, onderwierp spoedig geheel Hispania, en volvoerde toen, door het met Rome verbonden Saguntum te belegeren, zijn plan om Rome tot eene oorlogsverklaring te drijven. Ten einde den vijand op diens eigen bodem aan te tasten, trok H. met een groot leger, en een aantal olifanten, langs onbekende en dikwerf ongebaande wegen over de Alpen en kwam na ontzaggelijke verliezen met nog geen 30000 man in Italië (herfst van 218). Bijna onmiddellijk hierop versloeg hij aan den Ticīnus den consul P. Cornelius Scipio (Corneliino. 11), bij de Trebia den anderen consul Tib. Sempronius Longus (Semproniino. 14), en in 217 bij het Trasimeensche meer den consul C. Flaminius. Tegenover den dictator Q. Fabius Maximus, die den slag ontweek, richtte H. niet veel uit, doch des te verschrikkelijker was de nederlaag der Rom. bij Cannae, in 216, onder de consuls L. Aemilius Paullus en C. Terentius Varro. Nu ging Zuid-Italië en ook Capua voor de Romeinen verloren. Toch kwam H. niet verder, daar hij niet voldoende door Carthago gesteund werd, en de Romeinen juist nu alle krachten inspanden. Eindelijk ontbood hij in 208 zijn broeder Hasdrubal uit Spanje, die echter in 207 door de beide consuls C. Claudius Nero en M. Livius Salinātor bij den Metaurus verslagen werd en sneuvelde. Meer en meer moest Hannibal zuidwaarts trekken, totdat hij in 203 geroepen werd om Carthago zelf te verdedigen tegen P. Cornelius Scipio. De slag bij Zama (202) viel ten voordeele der Rom. uit. Nog eenige jaren bestuurde H. na den vrede Carthago, zoodat het weer tot bloei kwam, maar werd in 195 (v. a. 196), genoodzaakt te vluchten, en begaf zich toen tot koning Antiochus van Syria, dien hij tot een oorlog met Rome overhaalde, zieAntiochusno. 5. H. ried den koning te vergeefs aan, de Romeinen in hun eigen land aan te vallen. Toen ook Antiochus het onderspit had gedolven, week H. naar Bithynia tot koning Prusias (190). Ook hier vervolgden hem de Rom. met onverzoenlijken haat, en uit vrees, dat Prusias voor hun herhaaldenaandrang zou zwichten en hem in hunne handen zou leveren, maakte H. in 183 door vergif een einde aan zijn leven.Hanno,Ἂννων, carthaagsche naam. 1) Hanno de zeevaarder, die tusschen 466 en 450 een ontdekkingstocht langs de Westkust van Afrika deed, waarvan de beschrijving, in het Grieksch vertaald, onder den titelπερίπλουςnog bestaat.—2)veldheer in den strijd tegen Agathocles van Syracusae, sneuvelde in 310.—2a) veldheer op Sicilia in het begin van den eersten punischen oorlog, die te Messāna voor de Rom. moest wijken en daarom te Carthago ter dood werd gebracht. Een andere Hanno werd in 262 bij Agrigentum verslagen, toen hij met een groot leger tot ontzet van die stad was opgedaagd.—3)Hanno de Groote, stadhouder van Libya, kon in 241 den opstand der huurtroepen niet onderdrukken, en zag toen Hamilcar Barcas boven zich gesteld. Hierom vatte hij een doodelijke haat op tegen het geslacht der Barcīni. Tegen Hamilcar en Hannibal was Hanno het hoofd der vredespartij. Na den slag bij Zama was Hanno onder de gezanten, die te Rome om vrede kwamen verzoeken.—4)Bovendien komen onder de generaals van Hannibal nog Hanno’s voor, en ook een op Sicilia in 211.Harii, germaansche stam, tot de Lugii, de latere Vandalen, behoorend, aan den bovenloop van de Viadua (Oder).Harma,Ἅρμα, vlek in Boeotia ten N.W. van Tanagra.Harmatus,Ἁρματοῦς, kaap en stad in aziatisch Aeolis, aan de Zuidkust van Troas, tegenover Methymna.Harmodius,ἉρμόδιοςenAristogīton, twee jonge Atheners, verbitterd door eene beleediging, welke Hipparchus de zuster van Harmodius had aangedaan, vormden het plan de Pisistratiden te vermoorden. Het gelukte hun op de Panathenaea in 514 Hipparchus te dooden, maar Harmodius werd op de plaats zelve door de lijfwacht afgemaakt, en Aristogiton werd gevat en door Hippias ter dood gebracht, nadat hij op de pijnbank de vrienden van den tyran als deelgenooten van de samenzwering had aangegeven. Zij werden, hoewel ten onrechte, als martelaars voor de vrijheid beschouwd;henzelfwerd bijna goddelijke eer bewezen, terwijl hunne afstammelingen verscheiden voorrechten genoten.Harmonia,Ἁρμονία, dochter van Ares en Aphrodīte. Toen zij met Cadmus trouwde, kwamen alle goden op hare bruiloft, en kreeg zij o.a. geschenken van Aphrodīte een kleed en een halssnoer, die later vele ongelukken te weeg brachten. Z.AmphiarausenAlcmaeon.Ἁρμοσταί, 1) twintig magistraten te Sparta, belast met het toezicht over de perioeci.—2) bevelhebbers der bezettingen, die de Spartanen na den peloponnesischen oorlog naar de afhankelijke staten zonden, om tot steun voor de oligarchische partijen te dienen, z.δεκαρχίαι.Harmozēa,Ἁρμόζεια, stad en omstreken in Carmania aan de invaart der perzische golf.Harpagium, -gēa,Ἁρπάγιον, τὰ Ἁρπαγεῖα,stadje in Mysia aan den Propontis, vanwaar Ganymēdes door den adelaar van Zeus werd weggevoerd.Harpagoals belegeringswerktuig is een lange houten staak of steel, aan welks uiteinde verscheidene ijzeren haken zaten en waarmede men de tinnen of de borstwering van den stadsmuur trachtte los te rukken. In een scheepsgevecht is het een enterhaak,manus ferrea.Harpagus,Ἅρπαγος, 1) z.Cyrus. Wegens zijne ongehoorzaamheid liet Astyages zijn zoon dooden en hem bij een feestmaal het vleesch van het kind voorzetten.—2)veldheer van Darīus Hystaspis.Harpalus,Ἅρπαλος, 1) Macedoniër, leefde langen tijd aan het hof van Philippus, werd om onbekende redenen verbannen, doch door Alexander d. G. teruggeroepen en tot schatmeester aangesteld. In die hoedanigheid volgde hij Alex. naar Azië, doch moest in 332 wegens een of ander vergrijp vluchten; hij keerde echter terug, toen de koning hem volledige vergiffenis geschonken had. Te Babylon, waar hij het beheer over onmetelijke schatten had, gaf hij zich gedurende Alex.’s tocht naar Indië aan buitensporige weelde over, zoodat hij bij diens terugkomst het raadzaam achtte te vluchten; met 5000 talenten en 6000 huurlingen ging hij naar Athene, om zijn geld en zijne troepen voor een oorlog tegen Alex. aan te bieden. De Atheners wezen hem eerst af, later ontvingen zij hem echter (z.Demosthenes), maar toen Antipater hem opeischte, nam hij de vlucht naar Taenarum en van daar naar Creta, waar hij vermoord werd.—2)grieksch sterrenkundige, die reeds vóór Meton pogingen deed den griekschen kalender te regelen.Harpalyce,Ἁρπαλύκη, dochter van den thracischen koning Harpalycus, die door haar vader van jongs af als man werd opgevoed; zij muntte uit in alle kunsten van den oorlog en was zoo vlug, dat zij de snelste paarden kon inhalen en zelfs over water loopen kon. Na den dood van haar vader leefde zij met eenige makkers in de wouden van roof, totdat zij door herders omsingeld, gevangen genomen en gedood werd. Bij het verdeelen van den buit, dien men bij haar vond, ontstond zulk een twist tusschen de herders, dat verscheidene van hen gedood werden; daarom meende men dat de goden vertoornd waren over den dood van Harp., men beschouwde haar als een goddelijk wezen en trachtte door offers en feesten haar schim te verzoenen.Harpasus,Ἅρπασος, riv. in Caria, die langs de stadHarpasastroomde en zich in den Maeander stortte. Eene andere rivier van denzelfden naam, ook Acampsis geheeten, liep op de oostelijke grens van Armenia in den Pontus Euxīnus uit.Harpocrates,Ἁρποκράτης, een aegyptisch god, die met den vinger op den mond wordt afgebeeld en daarom voor den god der stilzwijgendheid gehouden wordt. Hij schijnt dezelfde te zijn als Horos.Harpocration(Valerius),Ἁρποκρατίων, grieksch taalkundige van Mendes, wiens leeftijdonbekend is, schrijver van eenΛεξικὸν τῶν δέκα ῥητόρων, een taal-, oudheid- en geschiedkundig woordenboek op de werken der attische redenaars.Harpyiae,Ἅρπυιαι, godinnen van den stormwind, Aëllo en Ocypete, dochters van Thaumas en Electra; men stelde zich voor dat menschen, die spoorloos verdwenen waren, door haar waren weggeroofd. Later komen zij in grooter aantal voor (Celaeno, Thyella, e. a.) als kwelgeesten, die bijv. den blinden Phineus zijne spijzen ontrooven of ze door hare aanraking verontreinigen, totdat Zetes en Calaïs haar verjagen en vervolgen tot de Strophadische eilanden, waar zij beloven Phineus niet meer lastig te zullen vallen. V. a. werden zij bij die gelegenheid gedood. Zij worden afgebeeld half als vrouw, half als roofvogel, soms met uitgehongerd gelaat en met klauwen aan handen en voeten.HarūdesofCharudes,Χαροῦδες, germ. volk in het leger van Ariovistus (58). Hun eigenlijke woonplaats is op de Chersonēsus Cimbrica (Jutland), waar ze naast de Cimbren wonen.Haruspices. In kritieke gevallen werden door den rom. senaatharuspicesuit Etruria ontboden, waar de leer derdivinatiohet meest tot een volledig stelsel ontwikkeld was. Hunne taak was het dan, uit de ingewanden der offerdieren uit te vorschen, of de goden al dan niet gunstig gezind waren. Zieextispicium. In gewone gevallen deden de rom. priesters zelf hunne waarnemingen. Dezeharuspicesbehoorden tot den Etruscischen adel. Van hen te onderscheiden zijn de particuliereharuspices, die zich sinds de 2deeeuw te Rome vestigden en voor geld waren te raadplegen of alsmercennariiin dienst traden van ambtenaren. Hun gezag werd door den senaat niet erkend.Hasdrubal,Ἀσδρούβας, carthaagsche naam. 1) zoon van Hanno, in den eersten punischen oorlog met ruim 30000 man en 130 olifanten naar Sicilia overgestoken (251), doch in 250 bij Panormus (Palermo) door L. Caecilius Metellus (Caeciliino. 2) verslagen.—2)schoonzoon van Hamilcar Barcas, dien hij in 228 als carthaagsch opperbevelhebber in Hispania opvolgde. Hij stichtte Carthago nova (thans Carthagena), en sloot met de Rom. een verdrag, waarbij de Ibērus als grensrivier tusschen beide staten werd aangewezen en tevens de onzijdigheid van Saguntum werd erkend. In 221 werd hij uit persoonlijke wraakzucht door een Hispaniër vermoord.—3)zoon van Hamilcar Barcas en broeder van Hannibal. Toen Hannibal naar Italië trok, nam Hasdrubal het bevel in Hispania op zich (218) en handhaafde zich met roem tegen de gebroeders P. en Cn. Cornelius Scipio, die in 211 sneuvelden. In 211 echter verscheen een jongere Scipio, de latere Africānus maior, in Hispania; Carthago nova ging voor Hasdrubal verloren; zie verderCorneliino. 13. Op de roepstem zijns broeders trok hij in 208 naar Italia, waar hij echter door de beide consuls M. Livius Salinātor (Liviino. 7) en Claudius Nero (Claudiino. 22), die zich ongemerkt vereenigd hadden, werd aangevallen bij Sena Gallica aan den Metaurus. Hasdrubal sneuvelde (207). Het afgehouwen hoofd werd over den wal van Hannibals legerplaats geworpen, om hem aldus bericht te geven van zijns broeders dood.—4)zoon van Gisco, onderbevelhebber van no. 3, die tot 206 in Hispania streed, vervolgens in Africa oorlog voerde, eerst tegen Masinissa, daarna tegen de Rom. Hij was niet gelukkig in den oorlog; men weet aan hem de nederlaag van Hannibal bij Zama en hij moest door vergif een einde aan zijn leven maken. Door zijne dochter Sophonisbe aan koning Syphax ten huwelijk te geven, haalde hij dezen tot een bondgenootschap met Carthago over.—5)behalve de reeds genoemde komen er in den tweeden punischen oorlog nog meer Hasdrubals voor, o. a. in 215 op Sardinia.—6)veldheer in 151 tegen Masinissa en in den derden punischen oorlog tegen de Rom. Hij zegevierde over den rom. consul M’. Manilius, doch moest later voor Scipio de wijk nemen naar den burg. Hijzelf gaf zich ten laatste over en werd als gevangene naar Italia gevoerd, waar hij stierf. Zijne vrouw en kinderen stortten zich in de vlammen.—7)ZieClitomachusno. 2.Hasta, lans.Hasta pura, lansschacht zonder punt (cuspis), een eereteeken voor soldaten wegens betoonden moed. Bij verkooping van buit werd eenehastain den grond gestoken; evenzoo had de praetor eenehastanaast zich staan bij gerechtelijke verkoopingen; vanhier de uitdrukkingensub hasta venire, bona hastae subicereen dgl. Ook het gerechtshof dercentumvirihad eenehastain den grond geplant.Hasta=Asta.Hastāti, oorspronkelijk soldaten, die met eene lans gewapend waren. Toen echter het rom. voetvolk voor het grootste gedeelte gewapend werd met de kortere, doch zwaardere werpspeer, die den naam vanpilumdroeg, (sedert den tijd van Camillus, zieacies) ging de naamhastatiover op de jongere manschap; uit de soldaten van rijperen leeftijd werden deprincipesgevormd en uit de oudgedienden depilanioftriarii. Dehastatienprincipesdroegen, behalve zwaard en schild, ook hetpilum, terwijl depilaniin plaats daarvan dehastakregen. Ziecenturia.Hatra, zieAtrae.Hatria, zieAdria.Hattuarii(Attuarii), zieChasuarii.Hebe,Ἥβη, dochter van Zeus en Hera, godin der jeugd. Toen Heracles onder de goden was opgenomen, kreeg hij haar tot gemalin en werd zij in hare betrekking als schenkster der goden door Ganymēdes vervangen. Zij werd op vele plaatsen vereerd, meestal in vereeniging met Hera of Heracles; soms wordt zij Ganymēda of Dia genoemd.Hebraei=Iudaei.Hebron,Ἑβρών, oude stad in Palaestina, ongeveer ten Z. van Jerusalem.Hebrus,Ἕβρος, thans Maritza, voorname rivier van Thracia, met breede zijstroomenen een uitgebreid stroomgebied. Hij ontspringt op den mons Rhodope (Despoto-dagh) en den Scomius en valt met twee armen bij Aenus in zee. Aan den Hebrus werd Orpheus door de thracische Bacchanten vermoord.Hebudae=Ebudae.Hecabe,Ἑκάβη, dochter van Dymas of Cisseus of Sangarius, tweede vrouw van Priamus, moeder van Hector, Paris (z.Aesacus), Cassandra en vele andere kinderen, die zij allen tengevolge van den trojaanschen oorlog zag omkomen of in slavernij wegvoeren. Zij zelve werd als slavin aan Odysseus gegeven. Den dood van haar zoon Polydōrus wreekte zij door de zonen van Polymnestor te dooden en hemzelf de oogen uit te krabben. Het voorgebergte Cynossēma werd als haar graf beschouwd, en ter verklaring van dien naam verhaalde men, dat zij na hare wraakneming op Polymnestor in een hond veranderd en in zee gesprongen was, of dat de Grieken, daar zij hen met scheldwoorden placht te overladen, haar den naam van teef gegeven hadden, of dat zij haar om diezelfde reden gesteenigd, maar onder den steenhoop inplaats van haar lijk dat van een hond gevonden hadden.Hecaërgus, -ge,Ἑκάεργος, -έργη, vèrtreffende, bijnaam van Apollo en Artemis.Hecamēde,Ἑκαμήδη, van Tenedus, dochter van Arsinoüs; toen Achilles het eiland veroverde, werd zij aan Nestor tot slavin gegeven.Hecataeus,Ἑκαταῖος, 1) van Milētus, zoon van Hegesander, de eerste geschiedschrijver genoemd, daar hij de eerste was, die verder ging dan eene omschrijving in proza van mythen en legenden, en in zijne werken,Περίοδος γῆςenΓενεηλογίαι, de resultaten van zijne onderzoekingsreizen in verre landen neerlegde. Herodotus heeft geregeld van zijn werk gebruik gemaakt, maar hem ook dikwijls bestreden. Bij den opstand van de Ioniërs tegen de Perzen trad hij als een der leiders op, maar zijn wijze raadgevingen werden niet opgevolgd.—2)van Abdēra, geschiedschrijver, die geruimen tijd bij Ptolemaeus in Alexandrië gewoond heeft. Hij was een leerling van Pyrrho; hij heeft geschreven over de poëzie van Homerus en Hesiodus, en verder een romantische geschiedenis van Aegypte, en een werk over de Hyperboraei. Hij schrijft in denzelfden geest als zijn jongere tijdgenoot Euhemerus. Excepten uit zijne werken vinden we bij Diodorus Siculus. Op zijn naam is ook nog een joodsch werk over de Joden overgeleverd dat van veel later tijd is.—3)tyran van Cardia ten tijde van Alexander d. G.Hecate,Ἑκάτη, dochter van Zeus en Hera of Demēter of Pheraea, de dochter van Aeolus, of van Perses en Asteria. Zij was de eenige van het geslacht der Titanen, die aan Zeus trouw bleef, daarom schonk hij haar na zijne overwinning macht in den hemel, op aarde en op zee. In haar drievoudig gebied werkt zij heilrijk, en geeft zij haren vereerders wijsheid en geluk. Maar tevens is zij ook godin der onderwereld en als zoodanig wordt zij het meest vereerd en heeft zij ook aandeel aan de mysteriën; zij was het die de schaking van Persephone had gezien, aan Demēter bericht er van gegeven had en haar bij het zoeken naar hare dochter had geholpen. Zij is vooral de godin der spoken, die zij des nachts uit de onderwereld doet opstijgen om de menschen te kwellen en angstig te maken; zij zelve zwerft ’s nachts, door de schimmen der afgestorvenen en door zwarte honden begeleid, over de graven en beschermt de tooverheksen bij hare bezweringen en bij het bereiden van hare toovermiddelen.—Hec. was waarschijnlijk oorspronkelijk de godin der nieuwe maan, daarom wordt zij soms geïdentificeerd met Artemis, die zelve ook Hecate genoemd wordt.—Zij had slechts weinige tempels, maar talrijke beelden (ἑκαταῖα, ἑκατήσια) en altaren op marktpleinen, voor de poorten en de deuren der huizen; vooral op driesprongen plaatste men beelden van haar met drie hoofden of drie lichamen (Ἐνοδία, Τριοδῖτις,Trivia,Τρικέφαλος, Τρίμορφος,Triceps, Triformis). Men offerde haar honden, zwarte lammeren en honig en op den laatsten dag der maand plaatste men bij hare beelden allerlei spijzen, die door arme lieden werden weggehaald. Zij wordt beschreven als eene vreeselijke gestalte met slangen inplaats van haren en voeten, een paarde-, een honde- en een leeuwekop, enz.; afgebeeld wordt zij echter soms onder eene eenvoudige menschelijke gedaante, meestal met drie hoofden of drie lichamen; hare attributen zijn honden, slangen, touwen, sleutels, fakkels, dolken, appels, enz.—Bij de Romeinen werd zij vooral in den keizertijd vereerd. Diocletiānus stichtte te Antiochië een heiligdom voor haar, waarin men met 365 trappen afdaalde.Hecato,Ἑκάτων, van Rhodus, stoicijnsch wijsgeer in de 2deeeuw, leerling van Panaetius, stond bij zijne tijdgenooten en bij lateren in hoog aanzien. Van zijne talrijke werken is weinig bewaard gebleven.Hecatombaeon,Ἑκατομβαιών, 1stemaand van het Attische jaar (midden Juli–midden Augustus), z.Annus.Hecatompylus,Ἑκατόμπυλος, hoofdstad van Parthyaea of Parthyēne, later residentiestad der parthische koningen, totdat zij hun residentie naar Ctesiphon overbrachten.Hecatonnēsi,Ἑκατόννησοι, de 100 eil., eene eilandengroep aan de Adramyttische golf, tusschen Lesbus en de aziatische kust.Hector,Ἕκτωρ, oudste zoon van Priamus en Hecabe, echtgenoot van Andromache, vader van Astyanax, een man die aan teedere liefde voor vrouw en kind, voor ouders en medeburgers, buitengewonen heldenmoed paarde, waarvan hij, als leider der verdediging van Troje tegen de Grieken, onder bescherming van Apollo schitterende bewijzen gaf. Gedurende den tijd dat Achilles uit wrok tegenAgamemnonzich van den strijd onthoudt, brengt H. de Grieken geducht in het nauw, zelfs dringt hij tot hunne schepen door en begint hij die in brand te steken. Wel gelukte het Patroclus in de wapenrustingvan Achilles de Trojanen op de vlucht te jagen, maar hijzelf werd door H. gedood. Toen H. kort daarna door Achilles (z. a.) verslagen was, beschermden Apollo en Aphrodīte zijn lijk tegen de smadelijke behandeling van zijn vijand, totdat het op bevel van Zeus zelf aan Priamus teruggegeven en plechtig begraven werd.Hecuba=Hecabe.Hegelochus,Ἡγέλοχος, 1) een tooneelspeler, die eens bij de opvoering van een treurspel de woordenγαλήν’ ὁρῶuitsprak alsγαλῆν ὁρῶ, wat groot gelach verwekte en niet spoedig vergeten werd.—2)bevelhebber der vloot van Alexander d. G. gedurende de eerste jaren van zijne veldtochten, onderwierp Tenedus, Chius e. a. eilanden.Hegēmon,Ἡγήμων, 1) van Thasus, dichter van de oude attische comedie, ook bekend door zijne parodieën op de gedichten van Homerus.—2)atheensch staatsman ten tijde van Demosthenes, behoorde tot de macedonische partij.Hegemone,Ἡγεμόνη, 1) bijnaam te Sparta en in Arcadië aan Artemis gegeven.—2)eene van de Charites.Ἡγεμονία, in het algemeen leiding, voorzitterschap, in het bizonder de eerste rang onder staten, die gemeenschappelijke belangen te verdedigen hebben. De staat, die de hegemonie had, leidde de beraadslagingen over die belangen, voerde in den oorlog de verbonden troepen aan, bepaalde hoeveel iedere staat aan geld en manschappen moest bijdragen, enz.Hegesias,Ἡγησίας, 1) cyrenaeisch wijsgeer, leefde in de 3deeeuw te Alexandrië. In zijn werk,Ἀποκαρτερῶν, leert hij dat genot het doel van het leven is, dat de mensch echter niet hopen kan dit doel ooit te bereiken, en dat het dus beter is te sterven dan het leven te verdragen. Vele van zijne leerlingen (Ἡγησιακοί) pleegden inderdaad zelfmoord, vandaar dat hij den bijnaamΠεισιθάνατοςkreeg.—2)redenaar en sophist van Magnesia, omstreeks 300, wordt,hoewelhij tal van navolgers had, wegens zijn gezwollen en gemaakten stijl door de ouden streng gelaakt. Hij is de schepper van den Aziatischen stijl (Asianismus). Als geschiedschrijver wordt hem gebrek aan waarheidsliefde verweten.Hegesilochus,Ἡγησίλοχος, 1) leider eener oligarchische partij op Rhodus, die in 356 met de hulp van Mausōlus van Carië de democratie omverwierp en de regeering in handen nam; hij maakte zich berucht door zijne losbandigheid. Na den dood van Mausōlus werd de democratie hersteld.—2)rhodisch staatsman, in 171 voorstander van een bondgenootschap met de Rom. tegen Macedonië.Hegesinus,Ἡγησίνους, van Pergamus, leerling van Euander en zijn opvolger als hoofd der academische school, leeraar van Carneades.Hegesippus,Ἡγήσιππος, 1) atheensch redenaar, vriend en partijgenoot van Demosthenes; van hem is waarschijnlijk de redevoeringπερὶ Ἁλοννήσου, die onder de werken van Demosthenes tot ons gekomen is.—2)oudste schrijver over kerkgeschiedenis, tijdens Marcus Aurelius. Zijn werk, 5 boekenὙπομνήματα, is verloren, maar wordt vaak geciteerd door Eusebius.—3)of Egesippus, naam, waaronder in de ME. de latijnsche vertaling van Flavius Josephus (z.a.) geciteerd wordt, die uit de 4deeeuw n. C. dateert, en aan Ambrosius wordt toegeschreven.Hegesistratus,Ἡγησίστρατος, 1) zoon van Pisistratus, regeerde na het verdrijven der Mytilenaeërs over Sigēum.—2)Samiër, zoon van Aristagoras, kwam uit naam der Samiërs de hulp der grieksche vloot inroepen en bewoog Leotychides naar Samus te zeilen, wat aanleiding gaf tot den beroemden slag bij Mycale (479).Ἑκατόγχειρες=Centimani.Ἑκτήμοροι, waren oudtijds in Attica boeren, die gepachten grond bebouwden, en vijf zesden van de opbrengst aan den grondeigenaar moesten afstaan. Bij niet-vervulling van deze verplichting werden zij met hun zoons diens lijfeigenen.Helena,Ἑλένη, 1) dochter van Zeus of Tyndareos en Leda, beroemd door hare weergalooze schoonheid. Reeds op zeer jongen leeftijd werd zij door Theseus geschaakt en naar Aphidnae gebracht, maar spoedig door hare broeders, de Dioscuren, bevrijd. Later dongen zooveel jongelingen naar hare hand, dat Tyndareos haar aan niemand durfde geven, uit vrees dat onder de mededingers een geweldige strijd zoude ontstaan; op raad van Odysseus nam hij eindelijk allen den eed af, dat zij den uitverkorene niet zouden bestrijden, maar integendeel tegen aanvallen en beleedigingen zouden verdedigen. Helena koos nu Menelāus tot echtgenoot en kreeg bij hem eene dochter, Hermione. In zijne afwezigheid liet zij zich schaken door Paris, den zoon van Priamus, en nam zij vele schatten naar Troje mede. Dit was de aanleiding tot den trojaanschen oorlog, waaraan de meeste grieksche vorsten, gedeeltelijk door hun eed gebonden, deel namen. Wegens hare schoonheid wordt zij ook te Troje, in weerwil van de rampen van den oorlog, algemeen geëerd en bewonderd; niettemin had zij berouw over haar misstap en verlangde zij naar haar vaderland terug. Na den dood van Paris huwde zij met Deïphobus, een anderen zoon van Priamus, dien zij v. s. bij de inneming van de stad aan de Grieken in handen leverde. Toen Menelaus haar terugvond, wilde hij haar eerst dooden, maar hare schoonheid redde haar, hij nam haar mede naar Sparta, waar zij nog lang met hem in vrede en geluk leefde, en na haar dood in hetzelfde graf met hem bijgezet werd.—V. a. was zij met Paris in Aegypte gekomen, waar Proteus haar en de geroofde schatten terughield en na den oorlog aan Menelaus teruggaf. Een schijngestalte vergezelde Paris naar Troje, daar de oorlog volgens beschikking van het noodlot gevoerd moest worden.—V. a. was zij na den dood van Menelaus door hare stiefzonen verjaagd en naar Rhodus gevlucht,waar zij, als oorzaak van den grooten oorlog, aan een boom werd opgehangen; na haar dood werd zij daar vereerd als HelenaDendrītis.—Nog werd verhaald dat zij in het leven teruggeroepen werd en naar het eiland Leuce verplaatst, waar zij met Achilles huwde en hem een zoon Euphorion baarde.—2)dochter van Paris en Helena.—3)dochter van Aegisthus en Clytaemnestra.—4)(Flavia Iulia), moeder van Constantijn d.G., Christin.—5)dochter van Constantijn d. G., gemalin van keizer Juliānus.Helena,Ἑλένη, vroeger Cranaë, rotseilandje bij de Zuidspits van Attica. Zie ookIlliberis.Helenus,Ἕλενος, zoon van Priamus en Hecabe, beroemd waarzegger. Hij werd door de Grieken gevangen genomen of liep tot hen over, en openbaarde hun op welke wijze Troje genomen kon worden. Na het eindigen van den oorlog ging hij met Neoptolemus naar Epīrus; toen deze gestorven was, huwde hij Andromache en kreeg hij een deel van het rijk, waarin hij een vesting bouwde, geheel naar het model van Troje. Hij liet de regeering aan Molossus, den zoon van Neoptolemus en Andromache, na.—V. a. vluchtte hij, toen Neoptolemus Hermione tot vrouw nam, met Andromache en Molossus naar Molossië.Helepolis,ἑλέπολις, een door Demetrius Poliorcētes uitgevonden belegeringswerktuig; het was een verplaatsbare toren met negen of minder verdiepingen, beneden van een stormram voorzien en op de hoogere verdiepingen ingericht tot het werpen van lichtere projectielen. Iedere verdieping had van buiten een galerij met borstweringen voorzien en het geheel was met ijzer beslagen.Helia=Velia.Heliadae,Ἡλιάδαι, zeven zonen van Helius en Rhode. Zij hadden van hun vader vernomen dat de godin Athēna de plaats, waar men haar het eerst zou offeren, tot haar woonplaats zou kiezen, daarom haastten zij zich haar een offer te brengen, doch vergaten het te verbranden, zoodat zij hun doel niet bereikten. Zij waren zeer bekwaam in sterrenkunde en scheepvaart en boven allen muntte Tenages uit, waarom zijne broeders hem uit afgunst doodden en, toen hun misdaad ontdekt werd, naar verschillende landen vluchtten. Zij werden als heroën vereerd door de Rhodiërs, die ook Heliaden genoemd worden, en tot aandenken aan hen de gewoonte behielden het offer niet te verbranden.Heliades,Ἡλιάδες, zusters van Phaëton, die zijn dood onophoudelijk beweenden. Hare tranen veranderden in barnsteen, en zijzelve werden in boomen veranderd, waaruit een vocht vloeit, dat, wanneer het gestold is, tot barnsteen wordt.Ἡλιαία, de rechtbank der gezworenen (ἡλιασταί) te Athene. Jaarlijks werden door het lot 6000 burgers boven de 30 jaar, die in het bezit hunner burgerrechten waren, 600 uit elke phyle, als heliasten aangewezen, die in 10 sectiën van 500 verdeeld werden, terwijl 1000 als plaatsvervangers overbleven. Voor ieder proces wordt een zeker aantal rechters bepaald, men vindt rechtbanken vermeld van 200, 300, 400, soms van 1000 of 1500 leden, zeer zelden kwamen alle 6000 bij elkander. Voor het bijwonen der zittingen werden de rechters sedert Pericles betaald, z.Δικαστικόν.Helice,Ἑλίκη, oude hoofdstad van Achaia, met een beroemden Poseidon-tempel. Bij eene vreeselijke aardbeving in 373 werd de stad door de zee verzwolgen. In hare plaats werd Aegium hoofdstad van den achaeischen bond.Helicon,Ἑλικών, berg in het Z. van Boeotia, aan de Muzen geheiligd, rijk aan bosch, dat door grasrijke weiden wordt afgewisseld, met vruchtbaren bodem en vele bronnen. Onder de bronnen zijn beroemd:AganippeenHippocrēnē, de paardebron, door den hoefslag van Pegasus te voorschijn geroepen.Heliconiades= de Muzen.Heliodōrus,Ἡλιόδωρος, 1)ὁ περιηγητής, omstreeks 150, Athener, die de acropolis in 15 boeken beschreef, een werk, dat bijna geheel verloren gegaan is.—2)rhetor te Rome, vriend van Horatius.—3)Syriër, rhetor te Rome en secretaris van Hadriānus, later praefect van Aegypte.—4)schrijver van een werk over metriek.—5)van Emesa, v. s. bisschop van Tricca, schreef omstreeks 400 na C. een griekschen romanΑἰθιοπικά, bevattende de liefdesavonturen van een Thessaliër Theagenes en eene aethiopische prinses Chariclēa.HeliogabalusofElagabalus,Ἡλιογάβαλος. De eigenlijke naam wasVarius Avitus Bassianus. Hij was verwant met deSevēriop de volgende wijze:
Hades,Ἅιδης, Ἀίδης, Ἀιδωνεύς, Πλούτων,Pluto, Dis, zoon van Cronus en Rhea, kreeg na de overwinning op de Titanen bij de verdeeling der heerschappij de onderwereld voor zijn deel, waar hij als een onderaardsche Zeus (Ζεὺς καταχθόνιος) met Persephone heerscht. In de oudste tijden stelde men zich voor dat hijzelf met zijne beroemde zwarte paarden (κλυτόπωλος) de schimmen der afgestorvenen van de aarde kwam halen, later werd Hermes de geleider der zielen (ψυχοπομπός), terwijl Hades ze in zijn rijk opneemt en goed opgesloten houdt, opdat zij niet uit hun somber verblijf ontsnappen. Als onderaardsch god is hij de schenker van den rijkdom, die hetzij als metaal, hetzij in den vorm van gewassen uit de aarde voortkomt, vandaar de naam Pluto, dien hij in het dagelijksch leven en in de mysteriën draagt. Zijn helm maakte den drager onzichtbaar. Er zijn van H. weinige mythen, ook neemt hij in den eeredienst geen belangrijke plaats in, vandaar dat hij ook door de kunst zelden afgebeeld werd; men stelde zich hem voor gelijkend op Zeus en Poseidon, maar met donkere trekken en over het voorhoofd hangende haren, hij draagt den sleutel der onderwereld en wordt door Cerberus vergezeld. De cipres en narcis waren hem gewijd, men offerde hem zwarte schapen, terwijl men het hoofd afwendde; als men tot hem bad, sloeg men met de handen op den grond.
Hadrānum=Adranum.
Hadria=Adria.
Hadrianopolis,Ἀδριανοῦ πόλις, thans Adrianopel, bloeiende stad in Thracia aan den Hebrus (Maritza), door keizer Hadriānus gesticht, en beroemd om hare wapenfabrieken. Ook in Phrygia en in Cyrenaïca vond men steden van dezen naam.
Hadriānus(P. Aelius), in 76 na C. te Italica in Spanje geboren, was na zijns vaders dood onder opzicht van Traiānus opgevoed. Tijdens de troonsbeklimming van Traianus diende Hadrianus in Moesia. Zelf was hij een bloedverwant van den keizer en huwde eene bloedverwante van dezen. Hij vergezelde hem op zijne krijgstochten in Dacia en Pannonia en maakte zich bij Traianus zóó onmisbaar, dat deze besloot hem tot zijn opvolger te bestemmen. Volgens het gewone verhaal overleed Traianus echter, voordat de noodige schikkingen gemaakt waren, zonder een testament na te laten, doch wist de keizerin Plotīna te bewerken, dat Hadrianus als opvolger werd erkend (117). V. a. heeft Traianus hem nog op zijn doodsbed geadopteerd. Hadrianus begon met drie provinciën in het O., Armenia, Assyria en Mesopotamia, die over den Euphraat lagen, prijs te geven, en dezen stroom als grensrivier aan te nemen. Hij zocht geen oorlog, maar streefde er naar, in vrede te regeeren, de schatkist te stijven, de belastingen te verminderen, en een goed regent te zijn. Hij doorreisde, grootendeels te voet, zijn gebied van het eene einde tot het andere. In 122 n. C. legde hij in Britannia ter bescherming tegen de invallen der Caledoniërs het Vallum Hadriani aan (z. a.). Onbekrompen bevorderde hij wetenschap en kunst, stelde bezoldigde onderwijzers aan, en legde veel ten koste aan openbare werken en prachtige gebouwen. Zoo stichtte hij te Rome den grooten tempel van Roma en Venus, het Athenaeum (z. a.), het Mausolēum Hadriani (thans, uitgebreid, de Engelsburg) over den Tiber; hij stichtte bij Tibur (Tivoli) eene villa, die eene afspiegeling van zijn geheele rijk moest worden en waar niet slechts kunstvoorwerpen werden aangebracht, maar ook natuurtooneelen uit de provinciën werden nagebootst; in het onmetelijke park vond men bouwwerken uit allerlei landen. Athene, zijne lievelingsstad, had veel verfraaiingen aan hem te danken, evenals ook nog andere steden in meerdere of mindere mate. Hij stichtte ook nieuwe steden, en liet Jerusalem herbouwen, waarheen hij eene rom. kolonie zond en waaraan hij den naam gaf vanAelia Capitolīna. Toen hij echter op de plaats, waar Salomo’s tempel had gestaan,een tempel voor Jupiter Capitolinus liet bouwen (130 n. C.), brak een vreeselijke opstand los, die eerst na een driejarigen oorlog (132–134) door ’s keizers veldheer Julius Sevērus werd bedwongen en die aan bijna 600000 Joden het leven kostte. Ondanks zijne goede eigenschappen kan men Hadrianus toch menige zwakheid tegenover gunstelingen, en, waar zijne ijdelheid gekrenkt werd, meer dan ééne daad van willekeur en wreedheid ten laste leggen. Geene kinderen hebbende, nam hij L. Ceionius Commodus (die na zijn adoptie L. Aelius Caesar heette) tot zoon en opvolger aan en na diens dood T. Aurelius Fulvus Boionius Arrius Antonīnus, die na zijn adoptie Imp. T. Aelius Caesar Antoninus heette en hem als Antoninus (Pius) opvolgde. Hadrianus stierf te Baiae in 138.
Hadrumētum=Adrumetum.
Haedi, twee sterren uit het sterrebeeld van den Voerman (Auriga), wier op- en ondergang storm en regen aankondigden.
Haedilia, heuvel bij het landgoed van Horatius.
Haedui=Aedui.
Haemodes=Emodi montes.
Haemon,Αἵμων, 1) zoon van Pelasgus, naar wien Haemonia, het latere Thessalië, heette.—2)zoon van Lycāon, stichter van Haemonia in Arcadië.—3)zoon van Creon, z.Antigone. V. s. werd hij door de sphinx gedood.
Haemonia,Αἱμονία, mythische en dichterlijke naam voor Thessalia (zieHaemon).Haemonius= thessalisch;Haemonia puppis= de Argo, het schip der Argonauten;Haemonius iuvenis= Iāson;Haemonius heros= Achilles;Haemoniae artes= tooverkunsten.
Haemonides, priester van Apollo en Dīana, die onder Turnus streed en door Aenēas gedood werd. Van zijne prachtige wapenrusting werd een zegeteeken ter eere van Mars opgericht.
Haemus,Αἷμος, zoon van Boreas, koning van Thracië, die zich en zijne gemalin Rhodope in zijn overmoed Zeus en Hera noemde. Daarom werden zij in bergen veranderd, die hunne namen behouden hebben.
Haemus,Αἷμος, thans Balkan, gebergte tusschen Moesia en Thracia. Een der passen, de westelijke,droeg den naam vanporta Traiani.
Hageladas=Ageladas.
Halae, naam van twee demen in Attica. De eene,Ἁλαὶ Ἀραφηνίδες, met een tempel van Artemis, lag aan de Oostkust; de andere,Ἁλαί Αἰξωνίδες, lag in het Z.
Halcyone=Alcyone.
Halcyonium mare=Alcyonium mare.
Hales,Ἅλεις, gen.-εντος, riv. in Lucania, die bij Velia in zee stroomt; ook een riviertje op het eiland Cos. Eene derde,Ἅλης, bekend om haar ijskoud water, liep langs Colophon, in Ionia, in de Icarische zee uit.
Halēsa,Ἄλαισα, rivier en handelsstad, later rom. municipium op de N. kust van Sicilia.
Halēsus, Halaesus, bloedverwant van Agamemnon, die naar Italië kwam en een dapper bondgenoot van Turnus werd in den strijd tegen Aenēas; hij werd door Pallas gedood. V. s. was hij de stichter van Falerii.
Halex, gen.-ēcis,Ἅληξ, riv. in het land der Bruttii, grens tusschen het gebied van Rhegium en dat van Locri Epizephyrii.
Ἁλία,z.Ἐκκλησία.
Haliacmon,Ἁλιάκμων, rivier in Macedonia, die eerst naar het Z. en dan naar het N.O. stroomt en zich in de Thermaeische golf ontlast.
Haliartus,Ἁλίαρτος, oude stad in Boeotia aan den zuidelijken rand van een meertje, dat bij hoogen waterstand met het Copaïsche meer ineenvloeide. Xerxes verwoestte de stad, die herbouwd werd, en voor welker muren Lysander in 394 sneuvelde. In den oorlog tegen Perseus verwoestten de Rom. haar andermaal (171). Sedert dien tijd is het met haar bloei voor goed gedaan.
Halias, gen.-ados,Ἁλιάς, zuidelijke punt van Argolis, met eene visschersbevolking.Ἁλιῆςen een stadjeHalice,Ἁλική, ten Z. van Hermione.
Halicarnassus,Ἁλικαρνασσός, beroemde stad in Caria, oorspronkelijk lid der aziatisch-dorische hexapolis; het dialekt is echter deels dorisch, deels ionisch; de moederstad Troezen was ionisch, vóór de oude bevolking door de Doriërs verdrongen werd; geboorteplaats der geschiedschrijvers Herodotus en Dionysius. Onder de latere perzische koningen werd het in plaats van Mylasa de residentie der satrapen van Caria. Hier was één van de zeven wonderen der wereld, n.l. het praalgraf van Mausōlus (zieMausolēum). De stad kreeg een gevoeligen knak door de verwoesting door Alexander den Gr.
Halicyae,Ἁλικύαι, Ἀλ., rom. municipium op Sicilia, ten O. van Lilybaeum, tusschen Selīnus en Segesta.
Halirrhothius,Ἁλιρρόθιος, zoon van Poseidon en Eurȳte, vervolgde Alcippe, de dochter van Ares en Agraulus, met zijne liefde en werd daarom door Ares gedood. Poseidon klaagde Ares bij de rechtbank der twaalf goden aan, die op den Areopagus eene zitting hielden en den aangeklaagde vrij spraken.
Halitherses,Ἁλιθέρσης, zoon van Mastor, waarzegger op Ithaca, die Telemachus tegen de vrijers van Penelope steunde.
Halizōnes,Ἁλιζῶνες, volk in Bithynië, bondgenooten der Trojanen. In hun land waren de bijen tam en leefden in gemeenschap met de menschen.
Halmydessus=Salmydessus.
Halmyris,Ἁλμυρὶς λιμνή, zoutmeer ten Z. der Donaumonden.
Halōa,Ἁλῷα, feest ter eere van Dionȳsus, Demēter en Persephone, op denzelfden tijd als de kleine Dionysia te Athene en Eleusis gevierd.
Halonēsus,Ἁλόνησος, ook met-nngeschreven, eilandje in de Aegaeische zee tusschen Peparēthus en Scirus, om welks bezit een heete strijd ontstond tusschen de Atheners en Philippus van Macedonia.
Haltēres,ἁλτῆρες, springstokken en springgewichten, halters, die men hij het springenen andere gymnastische oefeningen in de handen hield.
Haluntium=Aluntium.
Halus,Ἅλος, stad in Phthiōtis, tot het gebied van Achilles behoorende.
Halycus,Ἅλυκος, rivier op Sicilia, die op de zuidkust bij Heraclēa Minōa in zee valt.
Halys,Ἅλυς, thans Kisil-Irmak = roode rivier, de grootste stroom van Asia minor, die op den Antitaurus ontspringt, achtereenvolgens naar het Z.W., N.W., N. en N.O. stroomt en ten laatste in den Pontus Euxīnus valt. Deze rivier is geschiedkundig bekend als de grens tusschen de rijken van Croesus en van Cyrus; later vormde hij met denmons Tauruseen tijd lang de grens van Asia minor.
Hamadryades,Ἁμαδρυάδες=Dryades.
Hamaxitus,Ἁμαξιτός, stadje aan de Z.W.-kust van Troas, waarvan de inwoners door Lysimachus gedwongen werden, naar Alexandrīa Troas te verhuizen. In den omtrek werden zoutgroeven gevonden.
Hamaxobii,Ἁμαξόβιοι, nomadisch volk nabij de Palus Maeōtis (zee van Azow).
Hamilcar,Ἀμίλκας, naam van verschillende carthaagsche veldheeren. 1) zoon van Mago en vader van Gisgo. Hij sneuvelde in 480 aan de Himera bij de zware nederlaag, die Gelo van Syracusae den Carthagers toebracht.—2)Ham., die in 309 bij het beleg van Syracusae sneuvelde, terwijl Agathocles de Carthagers in hun eigen gebied bestookte.—3)veldheer op Sicilia in den eersten punischen oorlog, door de Rom. in Afrika (258) krijgsgevangen gemaakt. Later strijdt hij weer tegen de Numidiërs en Mauretaniërs, die opgestaan waren.—4)Hamilcar, bijgenaamd Barcas = bliksem, de vader van Hannibal. In 247 naar Sicilia gezonden, hield hij zich zes jaar tegen de Rom. staande, terwijl zijne vloot bij herhaling op de italiaansche kusten stroopte. Na den vrede dempte hij met Hanno den opstand der carthaagsche huurtroepen in Africa (241–238) en stak kort daarna naar Hispania over, waarheen hij zijn negenjarigen zoon Hannibal medenam. In acht jaar tijds (237–229) onderwierp hij het grootste gedeelte des lands aan Carthago, totdat hij in den winter van 229/8 in een gevecht tegen de Vettonen sneuvelde. Hij liet drie zoons na: Hannibal, Hasdrubal en Mago.—5)carthaagsche generaal, die in 218 op Melite (Malta) door de Rom. gevangen werd genomen.—6)carth. veldheer, die in 200 in Gallia Cisalpīna het bevel voerde en den oorlog, ook na den vrede, op eigen hand voortzette, totdat hij in 197 sneuvelde.
Ἅμιπποι, bij de Boeotiërs een troep voetknechten, waarvan iedere man aan een ruiter toegevoegd was, met dezen in en uit het gevecht ging, en naast hem te voet streed. In de eerste helft der vierde eeuw werd ook bij het atheensche leger zulk een corps ingevoerd.
Hammon=Ammon.
Hannibal,Ἀννίβας, naam van verschillende carthaagsche veldheeren. 1) zoon van Gisco, stierf in 406 op Sicilia aan de pest.—2)veldheer in den eersten punischen oorlog, die Agrigentum zeven maanden tegen de Rom. verdedigde (261), en later als vlootvoogd bij Mylae in 260 door den consul Duillius verslagen werd.—3)een zoon van Hamilcar no. 3, die in 250 het ingesloten Lilybaeum te hulp kwam, en later in den oorlog met de carthaagsche huurtroepen omkwam.—4)oudste zoon van Hamilcar Barcas, in 237, negen jaar oud, met zijn vader naar Hispania gegaan, nadat deze hem den Rom. eeuwigen haat had laten zweren. Eerst diende Hannibal onder zijn vader, na diens dood (229/8) onder zijn zwager Hasdrubal; toen deze in 221 was vermoord, werd Hannibal door het leger tot aanvoerder uitgeroepen. De carthaagsche senaat bekrachtigde deze keus, ofschoon niet zonder heftige tegenkanting der partij van Hanno. Hannibal, die het veldheerstalent van zijn vader met het staatsmansbeleid van zijn zwager vereenigde, onderwierp spoedig geheel Hispania, en volvoerde toen, door het met Rome verbonden Saguntum te belegeren, zijn plan om Rome tot eene oorlogsverklaring te drijven. Ten einde den vijand op diens eigen bodem aan te tasten, trok H. met een groot leger, en een aantal olifanten, langs onbekende en dikwerf ongebaande wegen over de Alpen en kwam na ontzaggelijke verliezen met nog geen 30000 man in Italië (herfst van 218). Bijna onmiddellijk hierop versloeg hij aan den Ticīnus den consul P. Cornelius Scipio (Corneliino. 11), bij de Trebia den anderen consul Tib. Sempronius Longus (Semproniino. 14), en in 217 bij het Trasimeensche meer den consul C. Flaminius. Tegenover den dictator Q. Fabius Maximus, die den slag ontweek, richtte H. niet veel uit, doch des te verschrikkelijker was de nederlaag der Rom. bij Cannae, in 216, onder de consuls L. Aemilius Paullus en C. Terentius Varro. Nu ging Zuid-Italië en ook Capua voor de Romeinen verloren. Toch kwam H. niet verder, daar hij niet voldoende door Carthago gesteund werd, en de Romeinen juist nu alle krachten inspanden. Eindelijk ontbood hij in 208 zijn broeder Hasdrubal uit Spanje, die echter in 207 door de beide consuls C. Claudius Nero en M. Livius Salinātor bij den Metaurus verslagen werd en sneuvelde. Meer en meer moest Hannibal zuidwaarts trekken, totdat hij in 203 geroepen werd om Carthago zelf te verdedigen tegen P. Cornelius Scipio. De slag bij Zama (202) viel ten voordeele der Rom. uit. Nog eenige jaren bestuurde H. na den vrede Carthago, zoodat het weer tot bloei kwam, maar werd in 195 (v. a. 196), genoodzaakt te vluchten, en begaf zich toen tot koning Antiochus van Syria, dien hij tot een oorlog met Rome overhaalde, zieAntiochusno. 5. H. ried den koning te vergeefs aan, de Romeinen in hun eigen land aan te vallen. Toen ook Antiochus het onderspit had gedolven, week H. naar Bithynia tot koning Prusias (190). Ook hier vervolgden hem de Rom. met onverzoenlijken haat, en uit vrees, dat Prusias voor hun herhaaldenaandrang zou zwichten en hem in hunne handen zou leveren, maakte H. in 183 door vergif een einde aan zijn leven.
Hanno,Ἂννων, carthaagsche naam. 1) Hanno de zeevaarder, die tusschen 466 en 450 een ontdekkingstocht langs de Westkust van Afrika deed, waarvan de beschrijving, in het Grieksch vertaald, onder den titelπερίπλουςnog bestaat.—2)veldheer in den strijd tegen Agathocles van Syracusae, sneuvelde in 310.—2a) veldheer op Sicilia in het begin van den eersten punischen oorlog, die te Messāna voor de Rom. moest wijken en daarom te Carthago ter dood werd gebracht. Een andere Hanno werd in 262 bij Agrigentum verslagen, toen hij met een groot leger tot ontzet van die stad was opgedaagd.—3)Hanno de Groote, stadhouder van Libya, kon in 241 den opstand der huurtroepen niet onderdrukken, en zag toen Hamilcar Barcas boven zich gesteld. Hierom vatte hij een doodelijke haat op tegen het geslacht der Barcīni. Tegen Hamilcar en Hannibal was Hanno het hoofd der vredespartij. Na den slag bij Zama was Hanno onder de gezanten, die te Rome om vrede kwamen verzoeken.—4)Bovendien komen onder de generaals van Hannibal nog Hanno’s voor, en ook een op Sicilia in 211.
Harii, germaansche stam, tot de Lugii, de latere Vandalen, behoorend, aan den bovenloop van de Viadua (Oder).
Harma,Ἅρμα, vlek in Boeotia ten N.W. van Tanagra.
Harmatus,Ἁρματοῦς, kaap en stad in aziatisch Aeolis, aan de Zuidkust van Troas, tegenover Methymna.
Harmodius,ἉρμόδιοςenAristogīton, twee jonge Atheners, verbitterd door eene beleediging, welke Hipparchus de zuster van Harmodius had aangedaan, vormden het plan de Pisistratiden te vermoorden. Het gelukte hun op de Panathenaea in 514 Hipparchus te dooden, maar Harmodius werd op de plaats zelve door de lijfwacht afgemaakt, en Aristogiton werd gevat en door Hippias ter dood gebracht, nadat hij op de pijnbank de vrienden van den tyran als deelgenooten van de samenzwering had aangegeven. Zij werden, hoewel ten onrechte, als martelaars voor de vrijheid beschouwd;henzelfwerd bijna goddelijke eer bewezen, terwijl hunne afstammelingen verscheiden voorrechten genoten.
Harmonia,Ἁρμονία, dochter van Ares en Aphrodīte. Toen zij met Cadmus trouwde, kwamen alle goden op hare bruiloft, en kreeg zij o.a. geschenken van Aphrodīte een kleed en een halssnoer, die later vele ongelukken te weeg brachten. Z.AmphiarausenAlcmaeon.
Ἁρμοσταί, 1) twintig magistraten te Sparta, belast met het toezicht over de perioeci.—2) bevelhebbers der bezettingen, die de Spartanen na den peloponnesischen oorlog naar de afhankelijke staten zonden, om tot steun voor de oligarchische partijen te dienen, z.δεκαρχίαι.
Harmozēa,Ἁρμόζεια, stad en omstreken in Carmania aan de invaart der perzische golf.
Harpagium, -gēa,Ἁρπάγιον, τὰ Ἁρπαγεῖα,stadje in Mysia aan den Propontis, vanwaar Ganymēdes door den adelaar van Zeus werd weggevoerd.
Harpagoals belegeringswerktuig is een lange houten staak of steel, aan welks uiteinde verscheidene ijzeren haken zaten en waarmede men de tinnen of de borstwering van den stadsmuur trachtte los te rukken. In een scheepsgevecht is het een enterhaak,manus ferrea.
Harpagus,Ἅρπαγος, 1) z.Cyrus. Wegens zijne ongehoorzaamheid liet Astyages zijn zoon dooden en hem bij een feestmaal het vleesch van het kind voorzetten.—2)veldheer van Darīus Hystaspis.
Harpalus,Ἅρπαλος, 1) Macedoniër, leefde langen tijd aan het hof van Philippus, werd om onbekende redenen verbannen, doch door Alexander d. G. teruggeroepen en tot schatmeester aangesteld. In die hoedanigheid volgde hij Alex. naar Azië, doch moest in 332 wegens een of ander vergrijp vluchten; hij keerde echter terug, toen de koning hem volledige vergiffenis geschonken had. Te Babylon, waar hij het beheer over onmetelijke schatten had, gaf hij zich gedurende Alex.’s tocht naar Indië aan buitensporige weelde over, zoodat hij bij diens terugkomst het raadzaam achtte te vluchten; met 5000 talenten en 6000 huurlingen ging hij naar Athene, om zijn geld en zijne troepen voor een oorlog tegen Alex. aan te bieden. De Atheners wezen hem eerst af, later ontvingen zij hem echter (z.Demosthenes), maar toen Antipater hem opeischte, nam hij de vlucht naar Taenarum en van daar naar Creta, waar hij vermoord werd.—2)grieksch sterrenkundige, die reeds vóór Meton pogingen deed den griekschen kalender te regelen.
Harpalyce,Ἁρπαλύκη, dochter van den thracischen koning Harpalycus, die door haar vader van jongs af als man werd opgevoed; zij muntte uit in alle kunsten van den oorlog en was zoo vlug, dat zij de snelste paarden kon inhalen en zelfs over water loopen kon. Na den dood van haar vader leefde zij met eenige makkers in de wouden van roof, totdat zij door herders omsingeld, gevangen genomen en gedood werd. Bij het verdeelen van den buit, dien men bij haar vond, ontstond zulk een twist tusschen de herders, dat verscheidene van hen gedood werden; daarom meende men dat de goden vertoornd waren over den dood van Harp., men beschouwde haar als een goddelijk wezen en trachtte door offers en feesten haar schim te verzoenen.
Harpasus,Ἅρπασος, riv. in Caria, die langs de stadHarpasastroomde en zich in den Maeander stortte. Eene andere rivier van denzelfden naam, ook Acampsis geheeten, liep op de oostelijke grens van Armenia in den Pontus Euxīnus uit.
Harpocrates,Ἁρποκράτης, een aegyptisch god, die met den vinger op den mond wordt afgebeeld en daarom voor den god der stilzwijgendheid gehouden wordt. Hij schijnt dezelfde te zijn als Horos.
Harpocration(Valerius),Ἁρποκρατίων, grieksch taalkundige van Mendes, wiens leeftijdonbekend is, schrijver van eenΛεξικὸν τῶν δέκα ῥητόρων, een taal-, oudheid- en geschiedkundig woordenboek op de werken der attische redenaars.
Harpyiae,Ἅρπυιαι, godinnen van den stormwind, Aëllo en Ocypete, dochters van Thaumas en Electra; men stelde zich voor dat menschen, die spoorloos verdwenen waren, door haar waren weggeroofd. Later komen zij in grooter aantal voor (Celaeno, Thyella, e. a.) als kwelgeesten, die bijv. den blinden Phineus zijne spijzen ontrooven of ze door hare aanraking verontreinigen, totdat Zetes en Calaïs haar verjagen en vervolgen tot de Strophadische eilanden, waar zij beloven Phineus niet meer lastig te zullen vallen. V. a. werden zij bij die gelegenheid gedood. Zij worden afgebeeld half als vrouw, half als roofvogel, soms met uitgehongerd gelaat en met klauwen aan handen en voeten.
HarūdesofCharudes,Χαροῦδες, germ. volk in het leger van Ariovistus (58). Hun eigenlijke woonplaats is op de Chersonēsus Cimbrica (Jutland), waar ze naast de Cimbren wonen.
Haruspices. In kritieke gevallen werden door den rom. senaatharuspicesuit Etruria ontboden, waar de leer derdivinatiohet meest tot een volledig stelsel ontwikkeld was. Hunne taak was het dan, uit de ingewanden der offerdieren uit te vorschen, of de goden al dan niet gunstig gezind waren. Zieextispicium. In gewone gevallen deden de rom. priesters zelf hunne waarnemingen. Dezeharuspicesbehoorden tot den Etruscischen adel. Van hen te onderscheiden zijn de particuliereharuspices, die zich sinds de 2deeeuw te Rome vestigden en voor geld waren te raadplegen of alsmercennariiin dienst traden van ambtenaren. Hun gezag werd door den senaat niet erkend.
Hasdrubal,Ἀσδρούβας, carthaagsche naam. 1) zoon van Hanno, in den eersten punischen oorlog met ruim 30000 man en 130 olifanten naar Sicilia overgestoken (251), doch in 250 bij Panormus (Palermo) door L. Caecilius Metellus (Caeciliino. 2) verslagen.—2)schoonzoon van Hamilcar Barcas, dien hij in 228 als carthaagsch opperbevelhebber in Hispania opvolgde. Hij stichtte Carthago nova (thans Carthagena), en sloot met de Rom. een verdrag, waarbij de Ibērus als grensrivier tusschen beide staten werd aangewezen en tevens de onzijdigheid van Saguntum werd erkend. In 221 werd hij uit persoonlijke wraakzucht door een Hispaniër vermoord.—3)zoon van Hamilcar Barcas en broeder van Hannibal. Toen Hannibal naar Italië trok, nam Hasdrubal het bevel in Hispania op zich (218) en handhaafde zich met roem tegen de gebroeders P. en Cn. Cornelius Scipio, die in 211 sneuvelden. In 211 echter verscheen een jongere Scipio, de latere Africānus maior, in Hispania; Carthago nova ging voor Hasdrubal verloren; zie verderCorneliino. 13. Op de roepstem zijns broeders trok hij in 208 naar Italia, waar hij echter door de beide consuls M. Livius Salinātor (Liviino. 7) en Claudius Nero (Claudiino. 22), die zich ongemerkt vereenigd hadden, werd aangevallen bij Sena Gallica aan den Metaurus. Hasdrubal sneuvelde (207). Het afgehouwen hoofd werd over den wal van Hannibals legerplaats geworpen, om hem aldus bericht te geven van zijns broeders dood.—4)zoon van Gisco, onderbevelhebber van no. 3, die tot 206 in Hispania streed, vervolgens in Africa oorlog voerde, eerst tegen Masinissa, daarna tegen de Rom. Hij was niet gelukkig in den oorlog; men weet aan hem de nederlaag van Hannibal bij Zama en hij moest door vergif een einde aan zijn leven maken. Door zijne dochter Sophonisbe aan koning Syphax ten huwelijk te geven, haalde hij dezen tot een bondgenootschap met Carthago over.—5)behalve de reeds genoemde komen er in den tweeden punischen oorlog nog meer Hasdrubals voor, o. a. in 215 op Sardinia.—6)veldheer in 151 tegen Masinissa en in den derden punischen oorlog tegen de Rom. Hij zegevierde over den rom. consul M’. Manilius, doch moest later voor Scipio de wijk nemen naar den burg. Hijzelf gaf zich ten laatste over en werd als gevangene naar Italia gevoerd, waar hij stierf. Zijne vrouw en kinderen stortten zich in de vlammen.—7)ZieClitomachusno. 2.
Hasta, lans.Hasta pura, lansschacht zonder punt (cuspis), een eereteeken voor soldaten wegens betoonden moed. Bij verkooping van buit werd eenehastain den grond gestoken; evenzoo had de praetor eenehastanaast zich staan bij gerechtelijke verkoopingen; vanhier de uitdrukkingensub hasta venire, bona hastae subicereen dgl. Ook het gerechtshof dercentumvirihad eenehastain den grond geplant.
Hasta=Asta.
Hastāti, oorspronkelijk soldaten, die met eene lans gewapend waren. Toen echter het rom. voetvolk voor het grootste gedeelte gewapend werd met de kortere, doch zwaardere werpspeer, die den naam vanpilumdroeg, (sedert den tijd van Camillus, zieacies) ging de naamhastatiover op de jongere manschap; uit de soldaten van rijperen leeftijd werden deprincipesgevormd en uit de oudgedienden depilanioftriarii. Dehastatienprincipesdroegen, behalve zwaard en schild, ook hetpilum, terwijl depilaniin plaats daarvan dehastakregen. Ziecenturia.
Hatra, zieAtrae.
Hatria, zieAdria.
Hattuarii(Attuarii), zieChasuarii.
Hebe,Ἥβη, dochter van Zeus en Hera, godin der jeugd. Toen Heracles onder de goden was opgenomen, kreeg hij haar tot gemalin en werd zij in hare betrekking als schenkster der goden door Ganymēdes vervangen. Zij werd op vele plaatsen vereerd, meestal in vereeniging met Hera of Heracles; soms wordt zij Ganymēda of Dia genoemd.
Hebraei=Iudaei.
Hebron,Ἑβρών, oude stad in Palaestina, ongeveer ten Z. van Jerusalem.
Hebrus,Ἕβρος, thans Maritza, voorname rivier van Thracia, met breede zijstroomenen een uitgebreid stroomgebied. Hij ontspringt op den mons Rhodope (Despoto-dagh) en den Scomius en valt met twee armen bij Aenus in zee. Aan den Hebrus werd Orpheus door de thracische Bacchanten vermoord.
Hebudae=Ebudae.
Hecabe,Ἑκάβη, dochter van Dymas of Cisseus of Sangarius, tweede vrouw van Priamus, moeder van Hector, Paris (z.Aesacus), Cassandra en vele andere kinderen, die zij allen tengevolge van den trojaanschen oorlog zag omkomen of in slavernij wegvoeren. Zij zelve werd als slavin aan Odysseus gegeven. Den dood van haar zoon Polydōrus wreekte zij door de zonen van Polymnestor te dooden en hemzelf de oogen uit te krabben. Het voorgebergte Cynossēma werd als haar graf beschouwd, en ter verklaring van dien naam verhaalde men, dat zij na hare wraakneming op Polymnestor in een hond veranderd en in zee gesprongen was, of dat de Grieken, daar zij hen met scheldwoorden placht te overladen, haar den naam van teef gegeven hadden, of dat zij haar om diezelfde reden gesteenigd, maar onder den steenhoop inplaats van haar lijk dat van een hond gevonden hadden.
Hecaërgus, -ge,Ἑκάεργος, -έργη, vèrtreffende, bijnaam van Apollo en Artemis.
Hecamēde,Ἑκαμήδη, van Tenedus, dochter van Arsinoüs; toen Achilles het eiland veroverde, werd zij aan Nestor tot slavin gegeven.
Hecataeus,Ἑκαταῖος, 1) van Milētus, zoon van Hegesander, de eerste geschiedschrijver genoemd, daar hij de eerste was, die verder ging dan eene omschrijving in proza van mythen en legenden, en in zijne werken,Περίοδος γῆςenΓενεηλογίαι, de resultaten van zijne onderzoekingsreizen in verre landen neerlegde. Herodotus heeft geregeld van zijn werk gebruik gemaakt, maar hem ook dikwijls bestreden. Bij den opstand van de Ioniërs tegen de Perzen trad hij als een der leiders op, maar zijn wijze raadgevingen werden niet opgevolgd.—2)van Abdēra, geschiedschrijver, die geruimen tijd bij Ptolemaeus in Alexandrië gewoond heeft. Hij was een leerling van Pyrrho; hij heeft geschreven over de poëzie van Homerus en Hesiodus, en verder een romantische geschiedenis van Aegypte, en een werk over de Hyperboraei. Hij schrijft in denzelfden geest als zijn jongere tijdgenoot Euhemerus. Excepten uit zijne werken vinden we bij Diodorus Siculus. Op zijn naam is ook nog een joodsch werk over de Joden overgeleverd dat van veel later tijd is.—3)tyran van Cardia ten tijde van Alexander d. G.
Hecate,Ἑκάτη, dochter van Zeus en Hera of Demēter of Pheraea, de dochter van Aeolus, of van Perses en Asteria. Zij was de eenige van het geslacht der Titanen, die aan Zeus trouw bleef, daarom schonk hij haar na zijne overwinning macht in den hemel, op aarde en op zee. In haar drievoudig gebied werkt zij heilrijk, en geeft zij haren vereerders wijsheid en geluk. Maar tevens is zij ook godin der onderwereld en als zoodanig wordt zij het meest vereerd en heeft zij ook aandeel aan de mysteriën; zij was het die de schaking van Persephone had gezien, aan Demēter bericht er van gegeven had en haar bij het zoeken naar hare dochter had geholpen. Zij is vooral de godin der spoken, die zij des nachts uit de onderwereld doet opstijgen om de menschen te kwellen en angstig te maken; zij zelve zwerft ’s nachts, door de schimmen der afgestorvenen en door zwarte honden begeleid, over de graven en beschermt de tooverheksen bij hare bezweringen en bij het bereiden van hare toovermiddelen.—Hec. was waarschijnlijk oorspronkelijk de godin der nieuwe maan, daarom wordt zij soms geïdentificeerd met Artemis, die zelve ook Hecate genoemd wordt.—Zij had slechts weinige tempels, maar talrijke beelden (ἑκαταῖα, ἑκατήσια) en altaren op marktpleinen, voor de poorten en de deuren der huizen; vooral op driesprongen plaatste men beelden van haar met drie hoofden of drie lichamen (Ἐνοδία, Τριοδῖτις,Trivia,Τρικέφαλος, Τρίμορφος,Triceps, Triformis). Men offerde haar honden, zwarte lammeren en honig en op den laatsten dag der maand plaatste men bij hare beelden allerlei spijzen, die door arme lieden werden weggehaald. Zij wordt beschreven als eene vreeselijke gestalte met slangen inplaats van haren en voeten, een paarde-, een honde- en een leeuwekop, enz.; afgebeeld wordt zij echter soms onder eene eenvoudige menschelijke gedaante, meestal met drie hoofden of drie lichamen; hare attributen zijn honden, slangen, touwen, sleutels, fakkels, dolken, appels, enz.—Bij de Romeinen werd zij vooral in den keizertijd vereerd. Diocletiānus stichtte te Antiochië een heiligdom voor haar, waarin men met 365 trappen afdaalde.
Hecato,Ἑκάτων, van Rhodus, stoicijnsch wijsgeer in de 2deeeuw, leerling van Panaetius, stond bij zijne tijdgenooten en bij lateren in hoog aanzien. Van zijne talrijke werken is weinig bewaard gebleven.
Hecatombaeon,Ἑκατομβαιών, 1stemaand van het Attische jaar (midden Juli–midden Augustus), z.Annus.
Hecatompylus,Ἑκατόμπυλος, hoofdstad van Parthyaea of Parthyēne, later residentiestad der parthische koningen, totdat zij hun residentie naar Ctesiphon overbrachten.
Hecatonnēsi,Ἑκατόννησοι, de 100 eil., eene eilandengroep aan de Adramyttische golf, tusschen Lesbus en de aziatische kust.
Hector,Ἕκτωρ, oudste zoon van Priamus en Hecabe, echtgenoot van Andromache, vader van Astyanax, een man die aan teedere liefde voor vrouw en kind, voor ouders en medeburgers, buitengewonen heldenmoed paarde, waarvan hij, als leider der verdediging van Troje tegen de Grieken, onder bescherming van Apollo schitterende bewijzen gaf. Gedurende den tijd dat Achilles uit wrok tegenAgamemnonzich van den strijd onthoudt, brengt H. de Grieken geducht in het nauw, zelfs dringt hij tot hunne schepen door en begint hij die in brand te steken. Wel gelukte het Patroclus in de wapenrustingvan Achilles de Trojanen op de vlucht te jagen, maar hijzelf werd door H. gedood. Toen H. kort daarna door Achilles (z. a.) verslagen was, beschermden Apollo en Aphrodīte zijn lijk tegen de smadelijke behandeling van zijn vijand, totdat het op bevel van Zeus zelf aan Priamus teruggegeven en plechtig begraven werd.
Hecuba=Hecabe.
Hegelochus,Ἡγέλοχος, 1) een tooneelspeler, die eens bij de opvoering van een treurspel de woordenγαλήν’ ὁρῶuitsprak alsγαλῆν ὁρῶ, wat groot gelach verwekte en niet spoedig vergeten werd.—2)bevelhebber der vloot van Alexander d. G. gedurende de eerste jaren van zijne veldtochten, onderwierp Tenedus, Chius e. a. eilanden.
Hegēmon,Ἡγήμων, 1) van Thasus, dichter van de oude attische comedie, ook bekend door zijne parodieën op de gedichten van Homerus.—2)atheensch staatsman ten tijde van Demosthenes, behoorde tot de macedonische partij.
Hegemone,Ἡγεμόνη, 1) bijnaam te Sparta en in Arcadië aan Artemis gegeven.—2)eene van de Charites.
Ἡγεμονία, in het algemeen leiding, voorzitterschap, in het bizonder de eerste rang onder staten, die gemeenschappelijke belangen te verdedigen hebben. De staat, die de hegemonie had, leidde de beraadslagingen over die belangen, voerde in den oorlog de verbonden troepen aan, bepaalde hoeveel iedere staat aan geld en manschappen moest bijdragen, enz.
Hegesias,Ἡγησίας, 1) cyrenaeisch wijsgeer, leefde in de 3deeeuw te Alexandrië. In zijn werk,Ἀποκαρτερῶν, leert hij dat genot het doel van het leven is, dat de mensch echter niet hopen kan dit doel ooit te bereiken, en dat het dus beter is te sterven dan het leven te verdragen. Vele van zijne leerlingen (Ἡγησιακοί) pleegden inderdaad zelfmoord, vandaar dat hij den bijnaamΠεισιθάνατοςkreeg.—2)redenaar en sophist van Magnesia, omstreeks 300, wordt,hoewelhij tal van navolgers had, wegens zijn gezwollen en gemaakten stijl door de ouden streng gelaakt. Hij is de schepper van den Aziatischen stijl (Asianismus). Als geschiedschrijver wordt hem gebrek aan waarheidsliefde verweten.
Hegesilochus,Ἡγησίλοχος, 1) leider eener oligarchische partij op Rhodus, die in 356 met de hulp van Mausōlus van Carië de democratie omverwierp en de regeering in handen nam; hij maakte zich berucht door zijne losbandigheid. Na den dood van Mausōlus werd de democratie hersteld.—2)rhodisch staatsman, in 171 voorstander van een bondgenootschap met de Rom. tegen Macedonië.
Hegesinus,Ἡγησίνους, van Pergamus, leerling van Euander en zijn opvolger als hoofd der academische school, leeraar van Carneades.
Hegesippus,Ἡγήσιππος, 1) atheensch redenaar, vriend en partijgenoot van Demosthenes; van hem is waarschijnlijk de redevoeringπερὶ Ἁλοννήσου, die onder de werken van Demosthenes tot ons gekomen is.—2)oudste schrijver over kerkgeschiedenis, tijdens Marcus Aurelius. Zijn werk, 5 boekenὙπομνήματα, is verloren, maar wordt vaak geciteerd door Eusebius.—3)of Egesippus, naam, waaronder in de ME. de latijnsche vertaling van Flavius Josephus (z.a.) geciteerd wordt, die uit de 4deeeuw n. C. dateert, en aan Ambrosius wordt toegeschreven.
Hegesistratus,Ἡγησίστρατος, 1) zoon van Pisistratus, regeerde na het verdrijven der Mytilenaeërs over Sigēum.—2)Samiër, zoon van Aristagoras, kwam uit naam der Samiërs de hulp der grieksche vloot inroepen en bewoog Leotychides naar Samus te zeilen, wat aanleiding gaf tot den beroemden slag bij Mycale (479).
Ἑκατόγχειρες=Centimani.
Ἑκτήμοροι, waren oudtijds in Attica boeren, die gepachten grond bebouwden, en vijf zesden van de opbrengst aan den grondeigenaar moesten afstaan. Bij niet-vervulling van deze verplichting werden zij met hun zoons diens lijfeigenen.
Helena,Ἑλένη, 1) dochter van Zeus of Tyndareos en Leda, beroemd door hare weergalooze schoonheid. Reeds op zeer jongen leeftijd werd zij door Theseus geschaakt en naar Aphidnae gebracht, maar spoedig door hare broeders, de Dioscuren, bevrijd. Later dongen zooveel jongelingen naar hare hand, dat Tyndareos haar aan niemand durfde geven, uit vrees dat onder de mededingers een geweldige strijd zoude ontstaan; op raad van Odysseus nam hij eindelijk allen den eed af, dat zij den uitverkorene niet zouden bestrijden, maar integendeel tegen aanvallen en beleedigingen zouden verdedigen. Helena koos nu Menelāus tot echtgenoot en kreeg bij hem eene dochter, Hermione. In zijne afwezigheid liet zij zich schaken door Paris, den zoon van Priamus, en nam zij vele schatten naar Troje mede. Dit was de aanleiding tot den trojaanschen oorlog, waaraan de meeste grieksche vorsten, gedeeltelijk door hun eed gebonden, deel namen. Wegens hare schoonheid wordt zij ook te Troje, in weerwil van de rampen van den oorlog, algemeen geëerd en bewonderd; niettemin had zij berouw over haar misstap en verlangde zij naar haar vaderland terug. Na den dood van Paris huwde zij met Deïphobus, een anderen zoon van Priamus, dien zij v. s. bij de inneming van de stad aan de Grieken in handen leverde. Toen Menelaus haar terugvond, wilde hij haar eerst dooden, maar hare schoonheid redde haar, hij nam haar mede naar Sparta, waar zij nog lang met hem in vrede en geluk leefde, en na haar dood in hetzelfde graf met hem bijgezet werd.—V. a. was zij met Paris in Aegypte gekomen, waar Proteus haar en de geroofde schatten terughield en na den oorlog aan Menelaus teruggaf. Een schijngestalte vergezelde Paris naar Troje, daar de oorlog volgens beschikking van het noodlot gevoerd moest worden.—V. a. was zij na den dood van Menelaus door hare stiefzonen verjaagd en naar Rhodus gevlucht,waar zij, als oorzaak van den grooten oorlog, aan een boom werd opgehangen; na haar dood werd zij daar vereerd als HelenaDendrītis.—Nog werd verhaald dat zij in het leven teruggeroepen werd en naar het eiland Leuce verplaatst, waar zij met Achilles huwde en hem een zoon Euphorion baarde.—2)dochter van Paris en Helena.—3)dochter van Aegisthus en Clytaemnestra.—4)(Flavia Iulia), moeder van Constantijn d.G., Christin.—5)dochter van Constantijn d. G., gemalin van keizer Juliānus.
Helena,Ἑλένη, vroeger Cranaë, rotseilandje bij de Zuidspits van Attica. Zie ookIlliberis.
Helenus,Ἕλενος, zoon van Priamus en Hecabe, beroemd waarzegger. Hij werd door de Grieken gevangen genomen of liep tot hen over, en openbaarde hun op welke wijze Troje genomen kon worden. Na het eindigen van den oorlog ging hij met Neoptolemus naar Epīrus; toen deze gestorven was, huwde hij Andromache en kreeg hij een deel van het rijk, waarin hij een vesting bouwde, geheel naar het model van Troje. Hij liet de regeering aan Molossus, den zoon van Neoptolemus en Andromache, na.—V. a. vluchtte hij, toen Neoptolemus Hermione tot vrouw nam, met Andromache en Molossus naar Molossië.
Helepolis,ἑλέπολις, een door Demetrius Poliorcētes uitgevonden belegeringswerktuig; het was een verplaatsbare toren met negen of minder verdiepingen, beneden van een stormram voorzien en op de hoogere verdiepingen ingericht tot het werpen van lichtere projectielen. Iedere verdieping had van buiten een galerij met borstweringen voorzien en het geheel was met ijzer beslagen.
Helia=Velia.
Heliadae,Ἡλιάδαι, zeven zonen van Helius en Rhode. Zij hadden van hun vader vernomen dat de godin Athēna de plaats, waar men haar het eerst zou offeren, tot haar woonplaats zou kiezen, daarom haastten zij zich haar een offer te brengen, doch vergaten het te verbranden, zoodat zij hun doel niet bereikten. Zij waren zeer bekwaam in sterrenkunde en scheepvaart en boven allen muntte Tenages uit, waarom zijne broeders hem uit afgunst doodden en, toen hun misdaad ontdekt werd, naar verschillende landen vluchtten. Zij werden als heroën vereerd door de Rhodiërs, die ook Heliaden genoemd worden, en tot aandenken aan hen de gewoonte behielden het offer niet te verbranden.
Heliades,Ἡλιάδες, zusters van Phaëton, die zijn dood onophoudelijk beweenden. Hare tranen veranderden in barnsteen, en zijzelve werden in boomen veranderd, waaruit een vocht vloeit, dat, wanneer het gestold is, tot barnsteen wordt.
Ἡλιαία, de rechtbank der gezworenen (ἡλιασταί) te Athene. Jaarlijks werden door het lot 6000 burgers boven de 30 jaar, die in het bezit hunner burgerrechten waren, 600 uit elke phyle, als heliasten aangewezen, die in 10 sectiën van 500 verdeeld werden, terwijl 1000 als plaatsvervangers overbleven. Voor ieder proces wordt een zeker aantal rechters bepaald, men vindt rechtbanken vermeld van 200, 300, 400, soms van 1000 of 1500 leden, zeer zelden kwamen alle 6000 bij elkander. Voor het bijwonen der zittingen werden de rechters sedert Pericles betaald, z.Δικαστικόν.
Helice,Ἑλίκη, oude hoofdstad van Achaia, met een beroemden Poseidon-tempel. Bij eene vreeselijke aardbeving in 373 werd de stad door de zee verzwolgen. In hare plaats werd Aegium hoofdstad van den achaeischen bond.
Helicon,Ἑλικών, berg in het Z. van Boeotia, aan de Muzen geheiligd, rijk aan bosch, dat door grasrijke weiden wordt afgewisseld, met vruchtbaren bodem en vele bronnen. Onder de bronnen zijn beroemd:AganippeenHippocrēnē, de paardebron, door den hoefslag van Pegasus te voorschijn geroepen.Heliconiades= de Muzen.
Heliodōrus,Ἡλιόδωρος, 1)ὁ περιηγητής, omstreeks 150, Athener, die de acropolis in 15 boeken beschreef, een werk, dat bijna geheel verloren gegaan is.—2)rhetor te Rome, vriend van Horatius.—3)Syriër, rhetor te Rome en secretaris van Hadriānus, later praefect van Aegypte.—4)schrijver van een werk over metriek.—5)van Emesa, v. s. bisschop van Tricca, schreef omstreeks 400 na C. een griekschen romanΑἰθιοπικά, bevattende de liefdesavonturen van een Thessaliër Theagenes en eene aethiopische prinses Chariclēa.
HeliogabalusofElagabalus,Ἡλιογάβαλος. De eigenlijke naam wasVarius Avitus Bassianus. Hij was verwant met deSevēriop de volgende wijze: