I.Iacchus,Ἴακχος, naam van Dionȳsus in de eleusinische mysteriën; hij had een tempel te Athene, en bij den feestelijken optocht naar Eleusis ter gelegenheid van de mysteriën werd zijn beeld voor den stoet uitgedragen.Iacetāni, volksstam in Hispania tusschen de Pyrenaeën en den mond van den Ibērus (Ebro). Z. ookLacetani.Iadera,Ἰάδερα, stad op de kust van Illyricum, in Liburnia.Ialmenus,Ἰάλμενος, zoon van Ares en Astyoche, regeerde nevens zijn broeder Ascalaphus in Orchomenus en streed voor Troje. V.s. was hij na den trojaanschen oorlog koning van het eiland Aretias.Ialysus,ἸάλυσοςofἸαλύσος, eene der drie oudste steden van het eiland Rhodus. Het lag in het Noorden, dicht bij het latere Rhodus. Lindus en Camīrus waren de beide andere steden. Volgens de overlevering waren zij gesticht door Ialysus, Lindus en Camirus, drie broeders. Zie verderRhodus.Iambe,Ἰάμβη, dochter van Pan en Echo, dienstmaagd van Celeüs. Door hare vroolijkheidwist zij het eerst de over het verlies harer dochter treurende Demēter tot lachen te bewegen; tot belooning werd zij de eerste priesteres van die godin en ter herinnering hieraan werden de feesten van Demēter met scherts en spotternij gevierd.Iambische poëzie, een dichtsoort, voornamelijk gebruikt voor spot- en hekeldichten (carmen maledicum). Zij heeft waarschijnlijk haar oorsprong te danken aan het plagen en schertsen bij de feesten van Demēter (z.Iambe) en werd door Archilochus tot een bepaalden kunstvorm ontwikkeld. Van de epische poëzie, die tot dien tijd alleen beoefend was, onderscheidt zij zich door eenvoudiger taal en vluggere versmaat, daar in iederen voet de arsis tweemaal zoo lang is als de thesis.—Na Archilochus waren de meest bekende iambografen Simonides, Hippōnax, Solon, en onder de Romeinen Catullus, Horatius, Martiālis.Iamblichus,Ἰάμβλιχος, 1) van Babylon, grieksch romanschrijver in de 2deeeuw na C. Van zijn groote romanΒαβυλωνιακάis nog een uittreksel over.—2)van Chalcis in Coelesyria, neo-platonisch wijsgeer onder Constantijn d. G., leerling van Porphyrius. In zijne werken tracht hij de stelsels van Plato en Pythagoras te vereenigen, hij verdedigt alle godsdienstige begrippen, zoowel van Grieken en Romeinen als van verscheiden oostersche volken, tegen het Christendom en leert dat waarzeggerij en tooverij noodzakelijk zijn om de betrekking tusschen goden en menschen in stand te houden. Hijzelf werd door zijne leerlingen voor een heilig wonderdoener gehouden. Hij heeft vooral invloed gehad op keizer Julianus.Iamnīa,Ἰάμνεια, aanzienlijke stad in het Z.W. van Palaestina, niet ver van de zee.Iamus,Ἴαμος, zoon van Apollo en Euadne. Hij werd door Aepytus opgevoed, en toen hij volwassen was, ging hij op bevel van Apollo naar Olympia, waar hij als waarzegger beroemd werd, en de stamvader werd der Iamiden (Ἰαμίδαι), een geslacht van priesters en waarzeggers te Olympia.Iāna, echtgenoote van Jānus, oud-italische maangodin, waarschijnlijk dezelfde als Diana.Ianiculus (mons), een der bergen van Rome, aan de overzijde van den Tiber. Op den top lag eene versterking,arx, waar bij volksvergaderingen eene roode vaan opgesteld en door eene wacht bewaakt werd. Deze gewoonte dagteekende uit den tijd, toen men nog op zijne hoede moest zijn tegen een onverwachten overval der naburige volken. Werd de vlag weggenomen, dan moest de vergadering uiteengaan.Janus.Janus.Iānus, de god van deuren en poorten; vandaar heet hijClusius(Clusivius), sluiter, enPatulcius, opener. Daar iedere deur, om zoo te zeggen, naar binnen en naar buiten ziet, wordt Janus afgebeeld met twee gezichten (JanusGeminus, Biceps, Bifrons); zoo komt hij het eerst op de munten voor, en wel op den ouden koperenas, terwijl men voor de kleinere stukken koppen van grieksche goden nam. Verder is Janus de god van alle begin, en de eerste maand des jaars (Januarius), en de eerste dag van elke maand (Kalendae) is aan hem gewijd; ook het eerste uur van den dag; vandaar heet hijPater Matutinus. Hij waakt ook over het begin van het leven van ieder mensch, en heet als zoodanigConsevius. Zijn priester is derex sacrorum, die hem o.a. op den 9 Jan. (Agonium) een ram offert in deregia. Een tempel had Janus oorspronkelijk niet, slechts een doorgang (Janus Geminus) aan den N.O.hoek van het forum was hem gewijd, ook Janus Quirīnus geheeten, omdat hij toegang geeft tot destaatsmarkt, hetforum Romanum. Deze doorgang moest steeds openstaan, tenzij er nergens oorlog was. Volgens de sage heeft Numa dezen Janus gesticht en ééns gesloten; in historischen tijd is hij viermaal gesloten geweest, ééns in 235, na het einde van de oorlogen op Sardinië en in Ligurië, en drie maal tijdens Augustus. Na den zeeslag bij Mylae (260) heeft C. Duilius, de overwinnaar in dien slag, Janus een tempel gewijd vóór de Porta Carmentalis, aan hetforum holitorium. Zijne beelden hebben gewoonlijk een sleutel in de linkerhand, in de andere een staf zooals de portiers; bij deuren en poorten plaatste men gewoonlijk een borstbeeld van hem met twee aangezichten, die naar binnen en naar buiten gericht waren. Deze aangezichten waren meestal gelijk, soms echter was het eene jong, het andere oud, of het eene mannelijk, het andere vrouwelijk.Iapetus,Ἰαπετός, zoon van Uranus en Gaea, een van de Titanen, die deel nam aan den oorlog tegen Zeus en daarom in den Tartarus is opgesloten. Hij was de vader van Atlas, Menoetius, Promētheus en Epimētheus. V. a. een van de Giganten, zoon van Tartarus en Gaea.Iāpis=Iapyxno. 2.IapodesofIapydes,Ἰάποδες, illyrisch-keltisch bergvolk in Illyricum, op de grenzen van Liburnia en Histria. Hun land werdIapydiagenoemd. Zij tatouëerden zich. Onder Augustus werden zij voor goed onderworpen.Iapygia,Ἰαπυγία, oude naam voor de Z.O. punt van Italia, thans Terra d’Otranto. Bij dichters = Calabria of ook wel Apulia.Iapygium promunturium,Ἰαπυγία ἄκρα, ook welprom. Sallentinum, Z.O. kaap van Italia, thans Capo di Leuca.Iāpyx,Ἰάπυξ, 1) zoon van Lycāon of van Daedalus, voerde eene kolonie van Cretensers naar Iapygië, dat naar hem genoemd is.—2)geneesheer van Aenēas.—3)de Noordwestenwind, die gunstig is voor hen, die van Brundisium naar Griekenland varen; bij de Romeinen heet hij gewoonlijk Favonius. ZieWindstreken.Iarbas, zieHiarbas.Iardanusof-us,Ἰαρδάνης, -ος, naam van twee riviertjes, het eene op Creta nabij de stad Cydonia, het andere in Elis ten N. van Phea.Iardanis,Ἰαρδανίς, Omphale, dochter van den lydischen koning Iardanus.Iasides,Ἰασίδης, zoon of afstammeling van Iasus of Iasion, bijv. Amphīon, Palinūrus, e. a.Iasion, Iasius,Ἰασίων, Ἰάσιος, zoon van Zeus of Corythus en Electra, geliefde van Demēter, die hem een zoon baarde, Plutus. Hij werd door Zeus uit minnenijd met den bliksem gedood. Met zijn broeder Dardanus werd hij op Samothrāce in de mysteriën ingewijd, die hij ook op Sicilië ingevoerd zoude hebben.Iasis, Atalante, dochter van Iasus.Iāso,Ἰασώ, dochter van Asclepius, godin der geneeskunde.Iāson,Ἰάσων, 1) zoon van Aeson, koning van Iolcus. Toen deze door zijn broeder Pelias van de regeering beroofd was, liet hij Iason naar Chiron brengen, die hem opvoedde. Op zijn twintigste jaar kwam Ias. naar Iolcus terug en eischte dat Pelias de regeering aan Aeson zou teruggeven; deze beloofde aan dien eisch te zullen voldoen, wanneer Ias. voor hem het gouden vlies (z.Phrixus) uit Aea wilde halen; hij gaf voor dat hem dit werk door een orakel was opgedragen, maar dat hij zich te oud gevoelde om het ten uitvoer te brengen. V. a. had Ias. bij zijne eerste ontmoeting met Pelias toevallig een schoen verloren, en had deze hem de onderneming opgedragen om hem te verwijderen, daar een orakel hem gewaarschuwd had voor iemand met één schoen. Ias. ondernam nu aan het hoofd der Argonauten (z. a.) den hem opgedragen tocht. Toen hij in Aea aangekomen was en aan koning Aeētes zijn verlangen had kenbaar gemaakt, verklaarde deze zich bereid de gouden vacht te geven, indien hij twee vuurspuwende stieren met metalen hoeven voor den ploeg spande, daarmede een stuk gronds omploegde, in de voren draketanden zaaide en de daaruit opgekomen mannen doodde; verder moest hij nog een reusachtigen draak dooden, die de vacht bewaakte en nooit sliep. Door de toovermiddelen van Medēa (z. a.) was Ias. in staat deze moeilijke taak te vervullen, en toen Aeetes uitvluchten zocht, roofde hij met hare hulp de vacht en vluchtte hij met zijne reisgezellen en met Medea. Aeetes vervolgde hen, doch te vergeefs (z.ApsyrtusenAlcinous). Te Iolcus teruggekeerd, vonden zij dat Aeson en zijn geheel geslacht door Pelias vermoord waren; door een list van Medea werd Pelias (z. a.) gedood en Ias. gaf de regeering vrijwillig of gedwongen aan Acastus over. Hij trok daarop met zijne echtgenoote naar Corinthe, vatte liefde op voor Creūsa (no. 4) en huwde haar; toen zij door de wraak van Medea gedood was, bracht ook hij zich om het leven. V. a. had hij zich eens op de landengte van Corinthe onder de Argo te slapen gelegd, en was hij door het instorten van het oude schip gedood.—2)tyran van Pherae, kwam omstreeks 378 aan de regeering en maakte zich in weinige jaren van de heerschappij over een groot deel van Thessalië meester. Hij was de bondgenoot van de Thebanen tegen de Spartanen, ofschoon hij na den slag bij Leuctra beide partijen tot matiging aanspoorde. Terwijl hij, naar men algemeen geloofde, met groote plannen omging, nl. om geheel Griekenland onder zijne heerschappij te brengen en den oorlog tegen Perzië te hervatten, werd hij in 370 vermoord.Iāsus,ἼασοςofἼασσος, stad op de kust van Caria, met veel vischvangst, aan densinus Iassicus. In de nabijheid stond onder den blooten hemel een standbeeld van Hestia, dat zelfs bij regen nimmer nat werd. De stad was gesticht door Argiven, later bevolkt door Milesiërs.Iaxartes,Ἰαξάρτης, rivier in aziatisch Scythia, thans Syr-Daria, uitloopende in het Aral-meer; in de oudheid nam men echter aan, dat ze evenals de Oxus in de Caspische zee mondde; wel kende men een Oxia palus van hooren zeggen, maar dat de Oxus en Iaxartes hierin uitliepen, wist men niet. Z. ookOxus. DeὨξειανὴ λίμνη, door Ptolemaeus vermeld, is niet het Aral-meer, maar de lacus Oaxus, een bronmeer in het Pamir-gebergte, waarschijnlijk het Victoriameer.Iazyges,Ἰάζυγες, machtig sarmatisch volk aan depalus Maeōtis(zee van Azow). Later trokken zij westwaarts en vestigden zich tusschen de Tisia (Theiss) en den Danubius. In de 4deeeuw na Chr. komen ze steeds als bondgenooten van de Quaden voor.Iberia,Ἰβηρία, 1) grieksche naam voor Hispania.—2)landschap ten Z. van den Caucasus en ten O. van Colchis, thans Georgië, waarmede de Rom. onder Pompeius kennis maakten. Dit zeer vruchtbare gewest was geheel door bergen ingesloten en slechts door enkele passen toegankelijk. De bevolking was niet oorlogzuchtig, woonde in goed gebouwde huizen en was in kasten verdeeld.Ibērus,Ἲβηρ, rivier in Hispania, thans Ebro, een tijd lang grensscheiding tusschen rom. en carthaagsch Hispania.Ibycus,Ἲβυκος, van Rhegium, grieksch lierdichter, die eenigen tijd aan het hof vanPolycrates op Samus leefde en overigens een zwervend leven leidde. Op eene reis naar Corinthe werd hij door struikroovers gedood, terwijl een zwerm kraanvogels over zijn hoofd heenvloog, die hij aanriep om zijn dood te wreken. Toen nu kort daarna weder een zwerm van dezelfde vogels gedurende een feest over den schouwburg van Corinthe vloog, riep een der moordenaars onwillekeurig uit: “de kraanvogels van Ibycus!”waardoor de schuldigen ontdekt en gestraft werden. Vandaar het spreekwoord:οἱ Ἰβύκου γέρανοι. Zijne gedichten behandelden voor een deel mythische onderwerpen, beroemder echter waren bij de ouden zijne minnedichten.IcariaofIcarus,Ἰκαρία, Ἴκαρος, vroeger Doliche geheeten, eiland in de Aegaeïsche zee, ten W. van Samus, volgens de mythe genoemd naar Icarus, wiens lijk hier aan land spoelde. De omliggende zee werdIcarium maregeheeten.Icaris, Icariōtis, Penelope, dochter van Icarius no. 2.Icarius,Ἰκάριος, 1) ook Icarus of Icarion, atheensch landbouwer, die van Dionȳsus den wijnbouw leerde. Toen hij eenige herders wijn had laten proeven en zij daardoor bedwelmd geworden waren, doodden zij hem, in de meening, dat hij hen vergiftigd had. Zijne dochter Erigone (z. a.) zocht hem langen tijd, geholpen door haar trouwen hond Maera; toen zij zijn lijk vond, hing zij zich aan een boom op. De goden plaatsten Ic. als Boōtes of Arctūrus, Erigone als de Maagd, Maera als Procyon (Icarius canis) aan den sterrenhemel. Vgl.Entoria.—2)zoon van Oebalus, werd met zijn broeder Tyndareos door hun halfbroeder Hippocoon uit Lacedaemon verdreven, maar later door Heracles teruggebracht. Hij had de hand zijner dochter Penelope beloofd aan dengene, die in den wedloop de overwinning zoude behalen. Odysseus was de overwinnaar en voerde haar als zijne gade mede naar zijn rijk, hoewel Ic. hem smeekte in Lacedaemon te blijven.Icarus,Ἴκαρος, 1) zoon van Daedalus (z. a.).—2)koning van Carië, z.Thestor.Iccius, een vriend van Horatius, die in 24 aan den krijgstocht van Aelius Gallus tegen de Arabieren deelnam en later op Sicilia leefde, waar hij misschien de landgoederen van Agrippa beheerde. Hij was een beoefenaar der wijsbegeerte.Icelus,Εἴκελος, z.Morpheus.IceniofSimeni,Σιμενοί, machtig volk in Britannia, in het tegenw. Norfolk en Suffolk, het volk van koningin Boadicca (z. a.).Ichnae,Ἴχναι, 1) stad in het macedonische landschap Bottiaea, dicht bij den Axius (Vardar).—2)stad in de thessalische landstreek Phthiōtis.—3)stad in het N. van Mesopotamia, ten N. van Nicephorium, waar Crassus eene overwinning op de Parthen behaalde.Ichthyophagi,Ἰχθυοφάγοι, naam van onderscheidene van vischvangst levende volksstammen aan de kusten der Indische zee en hare inhammen en op de Westkust van Afrika.Icilia (lex)sacrata, van den volkstribuun Sp. Icilius in 492 of 471, dat alwie een volkstribuun, die tot het volk sprak, zou belemmeren of in de rede vallen, door eenconcilium plebistot elke straf kon veroordeeld worden.Iciliae (leges)van den volkstribuun L. Icilius, 1) dat desecessiobij de dwingelandij der tienmannen niemand tot vergrijp zou worden aangerekend (449).—2)dat demons Aventinus, die nogager publicuswas, aan de patricische erfpachters ontnomen en onder de plebejers verdeeld zou worden (456). ZieIcilii.Icilii, plebejisch geslacht, dat tusschen 493 en 408 verscheidene volkstribunen heeft opgeleverd en bij desecessionesin 494 en 449 eene belangrijke rol speelde. O. a. is Sp. Icilius (v. a. Acilius) één van de 4 volkstribunen geweest, die ten gevolge van delex Publilia Voleronisvoor het eersttributimin 471 zijn gekozen. De berichten omtrent desecessionesvan 494 en 449 zijn tamelijk waardeloos, en dus ook de namen der daarbij optredende personen. Zie ook onderDuiliino. 1. Volgens sommigen is het feit dat Sp. Icilius in 471 tribunus plebis was, het eenige historisch betrouwbare bericht omtrent deze familie en de op hun naam staande wetten.Iconium,Ἰκόνιον, volkrijke en welvarende hoofdstad van Lycaonia in Asia minor.Ictīnus,Ἰκτῖνος, beroemd bouwmeester te Athene ten tijde van Pericles. Tot zijne belangrijkste werken behooren het Parthenon en de tempel van Demēter en Persephone te Eleusis.Icus,Ἴκος, een van de noordelijke Cycladen, in de nabijheid van Peparēthus.Ida,Ἴδη, dochter van Melisseus, een van de beide nimfen, die Zeus opvoedden.Ida, Ide,Ἴδη, boschrijk gebergte in Troas en het achterliggende Phrygia. Het was ook rijk aan bronnen.Idaea mater= Cybele, die hier vereerd werd;Idaeus puer= Ganymēdes. Ook op Creta was een Ida-gebergte, met de grot, waarin Zeus was groot gebracht.Idaea mater,Ἰδαία, bijnaam van Rhea Cybele, naar den berg Ida, den hoofdzetel van haar eeredienst.Idaei Dactyli=Dactyli Idaei.Idaeus,Ἰδαῖος, 1) zoon van Dardanus en Chryse, die met zijn vader in Phrygië kwam, en op den berg Ida den dienst van Rhea Cybele instelde.—2)trojaansch heraut.—3)zoon van Dares.Idalia,Ἰδαλία, bijnaam van Aphrodīte, naar den berg Idalium, waar zij een beroemden tempel had.Idalium,Ἰδάλιον ὄρος, phoenicische stad in het binnenland van Cyprus, met een Aphrodite-tempel.Idas,Ἴδας, een van de Apharetiden (z. a.), ontvoerde Marpessa, de dochter van Euēnus, koning van Aetolië, op een gevleugelden wagen, die hem door Poseidon geschonken was. Euenus vervolgde hem, vergezeld door Apollo, die eveneens het meisje begeerde,maar daar hij hem niet konde inhalen, stortte hij zich in de rivier Lycormas, die sedert dien tijd Euenus heet. Door Apollo in Messēne gevonden, waagde Idas een gevecht met den god, maar Zeus scheidde hen en besliste dat Marpessa moest kiezen. Daar zij vreesde dat Apollo haar niet trouw zoude blijven, gaf zij aan Idas de voorkeur.Idistavīsus, vlakte aan den Visurgis (Weser), nabij de Porta Westphalica, waar Germanicus op de Cheruscers de nederlaag van Varus wreekte (16 n. C.).Idmon,Ἴδμων, een waarzegger, die de Argonauten vergezelde, ofschoon hij wist, dat hij onderweg zou omkomen. Hij stierf in Bithynië aan eene ziekte of aan den beet van een slang of een wild zwijn. De stad Heraclēa was, naar het heette, rondom zijn graf gebouwd.Idomene,Εἰδομένη, stad in het macedonische gewest Mygdonia, aan den Axius (Vardar).Idomeneus,Ἰδομενεύς, zoon van Deucalion no. 2, koning van Creta. Als een van hen, die naar de hand van Helena (z. a.) gedongen hadden, trok hij later mede tegen Troje op, waar hij zich door dapperheid onderscheidde. Op de terugreis door een geweldigen storm overvallen, deed hij de gelofte, dat hij aan Poseidon zou offeren wat hem in zijn vaderland het eerst zoude ontmoeten, en hij volbracht die gelofte, ofschoon zijn eigen zoon het slachtoffer er van werd. Toen ten gevolge hiervan door den toorn der goden een pest op Creta uitbrak, werd Id. verjaagd; hij ging naar de kust van Calabrië, vanwaar hij later naar Colophon ging of naar Creta terugkeerde. Zijn graf meende men te Cnosus te vinden, waar hij met Meriones als heros vereerd werd.Idothea,Εἰδοθέα, dochter van Proteus.Idrias,Ἰδριάς, stad en landstreek in Carìa, zieStratonicēa.Idubeda, gebergte in Hispania, ten Z. van en ongeveer evenwijdig met den Ibērus (Ebro), een deel van het tegenw. Cantabrisch gebergte.Idumaea,Ἰδυμαία, Edôm, het land ten Z. van Palaestina.Idūs, de 15dedag der maanden Maart, Mei, Juli en October, in de overige maanden de 13de. Oorspronkelijk vielen deIdussamen met de volle maan, daarom zijn zij in het bijzonder gewijd aan Jupiter. Zie verderannus.Idylle,εἰδύλλιον, een klein gedicht, bevattende schetsen uit het dagelijksch leven van herders en andere op het land levende personen van lageren stand.Ientaculum, een licht ontbijt ’s morgens vroeg voor degenen, die niet konden wachten tot hetprandium, dat later in den voormiddag werd genomen en het karakter van eenlunchdroeg.Iërne=Hibernia.Ietae,Ἰεταί, stad en berg op Sicilia, ten Z.W. van Panormus (Palermo).Igilium, eilandje nabij de kust van Etruria, tegenover den mons Argentarius.Ignominia, het verlies van goeden naam, eene oneer of openbare vernedering, welke men zich op den hals haalde door verkeerde handelingen of eene minder voegzame leefwijze, die wel niet onder het bereik der strafwetten vielen, maar toch van den kant der censoren eene openlijke berisping of terugzetting ten gevolge konden hebben. Zie ookinfamia.Iguvium,Ἰγούιον, aanzienlijk municipium in het hart van Umbria, aan de Z.W. helling van den Apennīnus met een beroemden tempel van Jupiter, thans Eugubbio (Gubbio). Onder de puinhoopen van den tempel werden in de 15deeeuw na C. door een boer zeven koperen platen met opschriften in het Umbrisch gevonden, die meer dan duizend umbrische woorden bevatten en onder den naam vantabulae Eugubinaenog op het raadhuis te Eugubbio (Gubbio) bewaard worden.Ilaīra=Hilaīra.Ἴλη, troep, schaar, in het bizonder afdeeling ruiterij. De macedonische lichte ruiterij (σαρισσοφόροι) bestond uit 8ἶλαιvan 128 man, de zware uit 15 van 200 man, waarbij nog eene zestiende kwam als koninklijke eerewacht (ἄγημα, ἴλη βασιλική).Ilercavones, Ilergavonenses, volk in Hispania aan den mond van den Ibērus (Ebro). Hoofdstad: Dertōsa (Tortosa).Ilerda, thans Lerida, hoofdstad der Ilergetes in Hispania. Caesar versloeg hier Afranius en Petreius, legaten van Pompeius, in 49.Ilergetes, aanzienlijk volk in Hispania tusschen den Ibērus (Ebro) en de Pyrenaeën, met de steden Ilerda (Lerida) en Osca (Huesca).Ilia=Rea Sylvia.Iliades,Ἰλιάδης, 1) Ganymēdes, zoon van Ilus.—2)Romulus of Remus, zoon van Ilia.—3)soms algemeen voor Trojaan.Ilienses, 1) inwoners van Ilium.—2)volksstam op Sardinia.Ilion, -um,Ἴλιον, Ἴλιος=Troia.Ilione,Ἰλιόνη, dochter van Priamus en Hecabe, gehuwd met Polymestor. ZiePolydōrusno. 2.Ilipa, stad aan den Baetis (Guadalquivir) in Baetica, ten N. van Hispalis (Sevilla).Ilis(s)us,Ἰλισ(σ)ός, riv. in Attica, die op den Hymettus ontspringt en langs Athēnae stroomt.Ilithyia,Εἰλείθυια, Ἐλευθώ, dochter van Zeus en Hera, godin die de vrouwen bij het baren helpt. Soms wordt van meer dan eene Il. gesproken; Hera en Artemis worden ook dikwijls Il. genoemd. Zij komt overeen met de rom. Juno Lucīna.Ilium, -on,Ἴλιον, Ἴλιος=Troia.Illiberis,Ἰλλιβερίς, 1) stad in Baetica, nabij de bronnen van den Singulis (Xenil), thans Elvira.—2)stad in Gallia tusschen Narbo Martius en de grens van Hispania, eerst aanzienlijk, later vervallen, door Constantijn den Gr. herbouwd en naar zijne moeder Helena genoemd, thans Elne.Illiturgis,Ἰλούργεια, belangrijke bergstad der Turduli, geheel in het Oosten van Baetica,aan den Baetis (Guadalquivir), in 210 door Scipio (Africānus) veroverd en verwoest, later herbouwd alsForum Iulium.Illurgavonenses=Ilercavones.Illustres, titel der hoogste klasse van ambtenaren onder Constantijn den Gr. Hiertoe behoorden depraefectider vierpraefecturae, waarin het rijk verdeeld was, en de zeven hoogste hofbeambten: dequaestor sacri palatii, minister van justitie en wetgeving, demagister officiorumof hofmaarschalk, decomes sacrarum largitionum, minister van financiën, decomes rerum privatarum, administrateur van ’s keizers bijzonder vermogen, depraepositus sacri cubiculiof opperkamerheer, de beidecomites domesticorum(equitumenpeditum) of bevelhebbers der lijfwacht.Illyricum, Illyris,τὸ Ἰλλυρικόν, Ἰλλυρίς. Het bergland tusschen Epīrus en Histria, langs de Oostkust der Adriatische zee werd bij de GriekenIllyrisofIllyria, bij de Rom.Illyricumgenoemd. Het zuidelijke gedeelte tot aan den Drilon heetteIllyris Graeca, met de steden Dyrrhachium (Epidamnus) en Apollonia, en hoorde in den romeinschen tijd tot Macedonia; het noordelijke heetteIllyris BarbaraofRomana. Van dit laatste werd wederom het Z.O.deel Dalmatia, het N.W. Liburnia genoemd. De rom. provincieIllyricumomvatte het tegenw. Dalmatië met Bosnië en Herzegowina. In het jaar 8 na C. kreeg de geheele provincie den naamDalmatia(z. a.). Onder Diocletiānus werd het geheele rom. rijk in vier praefecturen verdeeld; depraefectura Illyricistrekte zich toen uit van den Donau tot over geheel Griekenland; het oude rom. Illyricum behoorde er echter niet meer toe, zoodat de residentie Sirmium juist aan een uithoek lag, terwijl ten O. de mons Rhodope (Despotodagh) de grens vormde.Ilus,Ἶλος, 1) zoon van Dardanus en Batēa, volgde zijn vader in de regeering over Dardania op; daar hij kinderloos stierf, was zijn broeder Erichthonius zijn opvolger.—2)zoon van Tros en Callirrhoë, behaalde eens in Phrygië bij een wedstrijd in het worstelen de overwinning, en kreeg als prijs 50 jongelingen en 50 meisjes benevens een koe, met de opdracht van het orakel, om eene stad te stichten waar de koe zich zou nederleggen. Dientengevolge bouwde hij op een heuvel de stad Ilium, en toen hij Zeus om een teeken bad, dat hij het orakel goed begrepen had, vond hij den volgenden morgen voor zijn tent het Palladium.—V. s. had hij Tantalus en Pelops uit Paphlagonië verdreven.—3)zoon van Mermerus van Ephyre, bij wien Odysseus een middel ging halen om zijne pijlen te vergiftigen, wat hem echter geweigerd werd.—4)= Ascanius (z. a.). Zie ookIulus.Ilva, z.Aethalia.Ilvātes, ligurisch volk, dat aan de Noordzijde van den Apennīnus ten N.O. van Genua woonde.Imachara, stad in het binnenland van Sicilia ten N.O. van Henna.Imagines, zieius imaginum.Imāus,Ἴμαον ὄρος, zieEmodi montes.Imbrasia,Ἰμβρασία, bijnaam van Hera, naar haar tempel aan de rivier Imbrasus; ook bijnaam van Artemis.Imbrasus,Ἴμβρασος, 1) rivier op het eiland Samus.—2)riviertje op Euboea, bij Taminae uitmondend.Imbrus, -os,Ἴμβρος, eiland in het noordelijk gedeelte van de Aegaeïsche zee, bergachtig en boschrijk, een zetel van den dienst der Cabiren. Miltiades (z. a.) veroverde van uit de Chersonēsus het eiland, dat voortaan in het bezit bleef van Athene.Immarādus,Ἰμμάραδος, zoon van Eumolpus, sneuvelde met zijn vader in den oorlog tegen Erechtheus.Imperator. Wanneer een veldheer eene luisterrijke overwinning had behaald, begroetten zijne soldaten hem met den titelimperator. Zijne lictoren doorvlochten alsdan hunne bijlbundels met lauriertakken, terwijl hij in een omlauwerden brief (litterae laureatae) den senaat bericht van zijne overwinning zond en achter zijn naam den imperatorstitel voegde. Wanneer hij dan in Italia teruggekeerd was, bleef hij met zijn leger buiten Rome gekampeerd, en verzocht den senaat een zegetocht binnen Rome te mogen houden. Kwam hij evenwel vóór dien tijd binnen de stad, dan verspeelde hij zijne aanspraken en zijn titel. Niet altijd werd de triumftocht toegestaan. In dit geval gebeurde het somtijds, dat de imperator een zegetocht op den albaanschen berg hield, ook wel eens, dat hij tegen den wil van den senaat onder de bescherming van één of meer volkstribunen zijn feestelijken intocht in de stad hield. In 143 werd den consul App. Claudius Pulcher (Claudiino. 12) de eer eener zegepraal geweigerd en een der volkstribunen dreigde hem van zijn wagen af te rukken, zoo hij toch den triumftocht ondernam. Toen sprong zijne dochter Claudia, eene Vestaalsche maagd, op den zegewagen, sloeg haar arm om haar vader heen, en niemand waagde verder eenig verzet. Zie verdertriumphus. Augustus en de volgende keizers kregen het imperatorschap voor hun leven, dus als blijvenden titel, waarmede het veldheerschap over al de legers van het rijk gepaard ging. Zij voeren den titel vóór hun naam.Imperium, was een bestanddeel van de macht van overheidspersonen, die geroepen konden worden om een leger aan te voeren of recht te spreken. Verder was daaraan verbonden hetius cum populo agendi, d.w.z. het recht om decomitiabijeen te roepen, hetius cum patribus agendi, het recht om den senaat bijeen te roepen, en hetius coërcitionis, het recht van bestraffing. Dit recht hadden de consuls, de praetoren, de dictator, de magister equitum, de interrex. Ook behoorde het bij de tijdelijk ingestelde ambten der decemviri legibus scribundis en der tribuni militum consulari potestate. Het imperium werd na de aanvaarding van het ambt verleend door eenelex curiata, die den wettig gekozen ambtenaar niet mocht geweigerd worden.Impluvium, ziecompluviumenatrium.Inachides,Ἰναχίδης, Epaphus, kleinzoon van Inachus. Soms in het algemeen voor een argivisch man, bijv. Perseus.Inachis,Ἰναχίς, Io, dochter van Inachus, ook Isis, wanneer zij met Io vereenzelvigd wordt. Soms in het algemeen voor eene argivische of grieksche vrouw.Inachus,Ἴναχος, 1) zoon van Oceanus en Tethys, die na den watervloed van Deucalion de vlakte van Argos bewoonbaar maakte door al het water te vereenigen tot eene rivier, die vandaar zijn naam draagt. Hij vestigde het argivische rijk, waarvan hij de eerste koning was. Toen Poseidon en Hera over het bezit van Argos twistten, besliste hij ten gunste van Hera; door den toorn van Poseidon is Argos arm aan water. De dochter van Inachus was Io (Inachia iuvenca).—2)rivier van Argolis, die, voor zij de kust bereiken kan, in het zand verloopt. Zij is in den zomer droog.Inarime=Aenaria.Inaros,Ἰνάρως, lybisch koning, die onder Artaxerxes I een grooten opstand van Aegypte tegen de Perzen verwekte, waarbij hij door de Atheners ondersteund werd (459–454). Wel werd een perzische vloot op den Nijl vernietigd, Memphis ingenomen en nog andere voordeelen behaald, doch toen de atheensche vloot door Megabȳzus vernietigd was (454), kon In. zich niet lang meer staande houden, hij gaf zich over, en werd vijf jaar later gekruisigd.Inauguratio, zieAugures.Incensuswerd de burger genoemd, die zich bij den census verzuimde aan te geven, ten einde den krijgsdienst te ontduiken. Het was volkomen logisch dat men hem als slaaf verkocht en wellicht in den oudsten tijd ter dood bracht, daar hij zichzelf het burgerrecht niet waardig had gekeurd.Incubatio=ἐγκοίμησις.Incubus, z.Faunus.India,Ἰνδία. Dit land was den Grieken weinig meer dan bij naam bekend, totdat Alexander de Gr. tot aan den Hyphasis, een der takken van den Indus, doordrong. Seleucus Nicātor, de stichter van het Seleucidenrijk, kwam in India tot aan den Ganges en sloot met den indischen vorst Sandracotta een verbond. Toen evenwel onder zijne opvolgers Ariāna weder verloren ging, werden de betrekkingen met India weder verbroken. Omtrent grootte en vorm hadden de ouden zeer onvolledige begrippen. Bij naam echter kenden en onderscheidden zij eenige gedeelten, alsIndia intraenextraoftrans Gangem,ἐντὸς καὶ ἐκτὸς τοῦ Γάγγου, waaronder zij Voor- en Achter-Indië verstonden, deAurea Chersonēsus(Malakka), het eilandTaprobane(Ceylon), dat zij zich reusachtig groot voorstelden, deinsula Agathodaemonis(Sumatra),Jaba(Java), enz.Indibilis, vorst der Ilergeten in Hispania Tarraconensis. In den tweeden punischen oorlog wist Scipio (Africānus) hem door eene edelmoedige behandeling voor de rom. belangen te winnen. Indibilis betoonde zich evenwel trouweloos, doch werd door Scipio weder in genade aangenomen. Na diens vertrek viel hij opnieuw af, en sneuvelde toen.IndicētaeofIndigētes,Ἰνδικῆται, volk in den N.O. uithoek van Tarraconensis. Hoofdstad: Emporium of Emporiae.Indigetes dii=Dii indigetes.Indigitamentazijn gebedsformulieren, die door depontificesin hun archief bewaard werden, en waarin steeds meerdere godheden aangeroepen werden, of ook wel ééne godheid onder meerdere namen, uit vrees de goddelijke hulp, die men inriep, anders niet deelachtig te zullen worden. Hierdoor werd het aantal goden van den oudsten Romeinschen eeredienst door splitsing van de eigenschappen tot in het oneindige vermeerderd. Zoo was Terminus (z. a.) oorspronkelijk een bijnaam van Jupiter. Vooral bij geboorte en huwelijk, in de eerste levensjaren van het kind en bij den landbouw werden dergelijke goden aangeroepen; bij het zaaien o.a. 12 verschillende goden. Bovendien drukte men zich met opzet, om geen godheid uit te sluiten, erg algemeen uit, en voegde aan de formule nog toe:sive deus sive dea, ofsive mas sive femina, of ook welsive quo alio numine fas est nominare.Induciomarus, 1) een aanvoerder der Treviri in Gallia ten tijde van Caesar, door diens legaat Labiēnus verslagen en gedood (54).—2)een hoofd bij het gezantschap der Allobroges te Rome onder Cicero’s consulaat (63).Indus,Ἰνδός, 1) rivier, die door Cabalia of Cibyrātis stroomt en tegenover het eiland Rhodus in zee valt.—2)rivier, thans nog Indus geheeten, ook Sindh, ten W. van Voor-Indië, eens de grens van het groote rijk der Perzen. Een zijtak is deAcesīnes, die wederom denHydaspes, denHydraōtes, denZadadrusen denHyphasisopneemt. Tot aan den Hyphasis drong Alexander d. Gr. door. De genoemde bijrivieren vormen den Pendsjâb, het land der vijf stroomen.InessaofInēsa, oude naam der stad Aetna, aan den voet van den berg Aetna (z. a.).Infamia, sterker danignominia, eerloosverklaring, waarmede het verlies van enkele rechten gepaard ging als:ius suffragii, ius honorum, de bevoegdheid om in rechten op te treden of getuigenis af te leggen. De infamie kon een gevolg zijn van eene veroordeeling; zij kon ookex edicto praetoristoegepast worden wegens onteerende handelingen of het uitoefenen van een verachtelijk bedrijf.Infelix arbor. Sommige boomen werden bij de Romeineninfelices arboresgeheeten, zooals bijv. deoleasterof wilde olijf. Daar zulke boomen aan de onderaardsche goden gewijd waren, werden zij ook wel gebezigd, om er misdadigers aan op te hangen of te kruisigen.Inferum, s. Tyrrhēnum mare, de Tyrrheensche of Toscaansche zee, ten W. van Italië.Infula,στέμμα, een breede, meestal wollen haarband of doek, die om het hoofd gewonden en door eenvitta(lint) vastgehouden werd, zoodat de einden aan weerszijden afhingen. Zij was een zinnebeeld van onschendbaarheid,en werd o. a. door de vestaalsche maagden en later ook door de keizers gedragen.Ingaevones, gemeenschappelijke naam der germaansche volken, die langs de kusten der Noordzee woonden; tot hen behoorden de Cimbren en Teutonen, de Chauken en de Friezen.Ingauni,Ἴγγαυνοι, volk op de ligurische kust, met de stad Album Ingaunum, ten Z.W. van Genua. Tgw.Albenga.Ingenuus, de eerste van de zoogenaamde dertig tyrannen (zietriginta tyrannino. 2), die zich na de gevangenneming van keizer Valeriānus, in Pannonië tot Augustus liet uitroepen. Keizer Galliēnus trok van Gallië uit hem tegemoet, en versloeg hem in 258 n. C. bij Mursa in Pannonië.Iniuria, eerroof en persoonlijke beleediging. De wetten der XII tafelen vermeldden twee soorten: lichamelijke beleediging (o.a.membrum ruptum, os fractum) en spotliederen (occentatio), v. s. ook het uitspreken van betooveringsformulieren (malum carmen incantare). Hetius praetoriumbreidde echter het begripiniuriaaanmerkelijk uit en stond ook voor andere gevallen eeneactio iniuriarumtoe.Ino,Ἰνώ, dochter van Cadmus en Harmonia, echtgenoote van Athamas (z.a.). Na haar dood werd zij door Poseidon onder de godheden der zee opgenomen, en onder den naam Leucothea op vele zeeplaatsen vereerd. Op Rhodus droeg zij den naam Italia, en verhaalde men, dat zij bij Poseidon moeder geworden was van zes zonen en eene dochter.—V.a. was zij door de Nereïden naar de monden van den Tiber gebracht, en toen Juno haar ook daar vervolgde, naar Rome gevlucht, waar Carmentis haar gastvrij opnam. Op raad van deze nam zij een inheemschen naam aan, en sedert wordt zij als Matūta (z. a.) vereerd.Inōus,Ἴνωος, Melicertes, zoon van Ino.Inquilinus, 1) de huurder van een huis, tegenovercolonus, de pachter van een stuk land. In den lateren keizertijd worden beide uitdrukkingen dooréén-gebruikt voor dencolonus.—2)de inwoner van eenmunicipium, die naar Rome verhuist. Zoo noemde Catilina Cicero, die uit Arpinum stamde, hetgeen de verontwaardiging van den senaat opwekte.Inscriptioals rechtsterm, het opmaken van het procesverbaal eener aanklacht en de onderteekening daarvan door den aanklager. Ziesubscriptio.Instaurativi (ludi), z.Ludi.Instita, geplooide strook of aanzetsel, onder aan het romeinsch vrouwengewaad, waardoor dit laatste slepend werd. Vermoedelijk kon deinstitaaan- en afgehaakt worden.Institutiones, z.Gaius.Insubres,Ἲνσουβροι, machtige gallische stam in Gallia Transpadāna, waarmede de Romeinen lang oorlog hebben moeten voeren. Hunne hoofdstad was Mediolanium (Milaan).Insula, groot alleenstaand huis of wel een blok huizen, aan alle zijden door straten ingesloten. Daar de huurwoningen te Rome in groote blokken werden gebouwd, kreeginsulaallengs de gewijzigde beteekenis van huurwoning, in tegenoverstelling vandomusals eigen huis. De slaaf of vrijgelatene, wien het opzicht over het blok en het ophalen der huur was opgedragen, werdinsulariusgenoemd. Een enkele maal wordt dit woord ook gebezigd voor den huurder eener woning.Insula Allobrogum, de vlakte tusschen de Isara (Isère) en den Rhodanus (Rhône).Intemilii, volk op de ligurische kust met de stad Album Intemilium, aan den voet der Alpes maritimae (Zee-Alpen).Interamna, 1) stad in het Z. van Umbria, thans Terni, aan de rivier den Nar en aan de via Flaminia gelegen, lat. kolonie, geboorteplaats van keizer Tacitus. De inwoners werdenInteramnātes Nahartesgenoemd. Niet ver boven de stad de beroemde watervallen (zieAvens).—2)stad in Latium aan den Liris, sedert 312 lat. kolonie.Interamnia Praetuttiorum, stad in het land der Praetuttii in Picēnum.Intercatia, stad der Vaccaei in Hispania, ten N. van den Durius (Douro).Intercessio, tusschenkomst of verzet van een overheidspersoon te Rome tegenover een ambtgenoot of tegenover lagere overheden en der volkstribunen tegenover alle andere magistraten (den dictator uitgezonderd). Zieappellatio. Hierbij deed zich het merkwaardige verschijnsel voor, dat de praetoren, hoewel ondergeschikt aan de consuls, toch, omdat zij onder gelijke auspiciën werden gekozen,collegaevan de consuls waren. Al waren zij nu ookcollegae minores, toch konden zij dus de comitiën, door consuls gehouden, storen. Als rechtsterm wordtintercessiogebruikt, wanneer de eene burger ten behoeve van den ander tusschen dezen en het gerecht treedt, bijv. door zich borg te stellen.Intercidōna, zieDeverra.Intercisi (dies), zieFesti (dies).Interdictum, een procesvorm, waarbij de praetor een tusschenuitspraak deed, hetzij in den vorm van een bevel (decretum) of van een verbod (interdictum). De naaminterdictumis echter voor beide gevallen de heerschende geworden. Het diende dikwijls tot tijdelijke bevestiging van een bestaande toestand, bijv. tot aanwijzing, wie in het bezit der betwiste zaak zou blijven, totdat de rechter het vonnis had uitgesproken. Dikwijls ook diende het tot inleiding van een proces, waarbij dan de praetor voor beide partijen een interdict uitvaardigde, bijv. een verbod den rechtmatigen bezitter overlast aan te doen. Hieruit ontstond dan eene actie, waarbij de eene partij de andere beschuldigde tegen het bevel des praetors te hebben gehandeld, en die dan door dezen naar eeniudexof naarrecuperatoreswerd verwezen. Er zijn verschillende gevallen vaninterdicta.Internum mare,ἡ ἔσωofἐντός θάλαττα, door de Rom. ook dikwijlsnostrum maregenoemd, de tegenw. Middellandsche zee.Interpres, algemeene naam voor tusschenpersonen, onderhandelaars, tolken, ook voor makelaars in stemmen bij verkiezingen.Interrex,μεσοβασιλεύς. Wanneer de koning te Rome gestorven was en geen opvolger terstondde regeering overnam, nam de senaat het bestuur op zich en wees door het lot uit zijn midden eeninterrexvoor den tijd van vijf dagen aan, waarop dan een tweede, derde enz., volgden, ieder voor vijf dagen. Elkeinterrexbenoemde zelf zijn opvolger. Ook onder de republiek kwam dit meermalen voor. Wanneer b.v. beide consuls gesneuveld waren of alsvitio creatihun ambt hadden moeten neerleggen, dan keerden de auspiciën, zooals de term luidt, tot depatres(d. w. z. de patricische leden van den senaat) terug, en moesten er zoolanginterregesoptreden, totdat er een nieuwe consulsverkiezing had plaats gehad. Daar de comitiën eenigen tijd te voren moesten worden aangekondigd, konden de eersteinterregesdeze nooit houden. Deze waardigheid is nimmer anders dan door patriciërs bekleed.Intestabilisis hij, die wegensinfamianiet waardig is als getuige in rechten op te treden en ook geen ander als getuige kan oproepen. In ruimeren zin is eenhomo intestabiliseen gemeen, eerloos mensch.Inui castrum, vervallen zeestadje bij Ardea in Latium.Inuus, bijnaam van Faunus.Io,Ἰώ, dochter van Inachus, priesteres van Hera te Argos. Zeus beminde haar, en om haar aan de jaloersche vervolgingen van Hera te onttrekken, veranderde hij haar in een koe. Hera wist echter te verkrijgen dat die koe aan haar werd afgestaan en liet haar bewaken door Argus Panoptes (z. a.); toen deze door Hermes gedood was, kwelde zij haar door een horzel, die haar voortdurend stak en razend maakte. Om aan deze pijniging te ontkomen, zwierf Io lang door de meest verwijderde landen der aarde, totdat zij in Aegypte hare vroegere gedaante terug kreeg en moeder werd van Epaphus.Iobates,Ἰοβάτης, koning van Lycië, z.Bellerophon.Iocaste,Ἰοκάστη, moeder en later echtgenoot van Oedipus (z. a.). Toen zij vernam dat zij met haar zoon gehuwd was, hing zij zich op.Iol, zieCaesareano. 6.Iolāus,Ἰόλαος, zoon van Iphicles, wagenmenner en vriend van Heracles. Hij was den held behulpzaam bij het bestrijden van de slang van Lerna, door een naburig woud in brand te steken en de gloeiende boomstammen aan te geven, waarmede de wonden van het monster dichtgeschroeid moesten worden. Bij de eerste olympische spelen behaalde hij de overwinning. Later trok hij met veertig zonen van Heracles naar Sardinië, waar hij een volkplanting stichtte en bij de woeste inwoners meer beschaafde zeden invoerde; van deze onderneming teruggekeerd, vond hij zijn vriend nog juist tijdig genoeg om den brandstapel voor hem op te richten, ook was hij de eerste die hem een offer bracht.—Toen de Heracliden door Eurystheus vervolgd werden, kwam hij uit de onderwereld terug om hen te helpen, v. s. was hij het die Eurystheus doodde of gevangen nam.Iolcus,Ἰωλκός, Ἰολκός, oude stad in het thessalische gewest Pelasgiōtis, aan de Pagasaeïsche golf, de plaats van vertrek der Argonauten.Iole,Ἰόλη, dochter van Eurȳtus, koning van Oechalia, door Heracles (z. a.) bemind; na zijn dood werd zij volgens zijn bevel de vrouw van Hyllus.Ion,Ἴων, 1) de stamvader der Ioniërs, zoon van Xuthus en Creūsa, huwde met Helice, de dochter van den koning van Aegialus, volgde zijn schoonvader in de regeering op, en noemde het volk Ioniërs. Door de Atheners in hun oorlog tegen de Eleusiniërs te hulp geroepen, wordt hij hun aanvoerder en na de overwinning hun koning; zijne zonen waren Hoples, Geleon, Aegicores en Argades, naar wie de vier ionische phylae genoemd zijn.—V. a. zoon van Apollo en Creūsa, door zijne moeder te vondeling gelegd, en door Hermes naar Delphi gebracht, waar hij opgroeit en dienaar van den tempel wordt. Volgens een orakel nam Xuthus, die Creūsa tot vrouw gekregen had, maar kinderloos gebleven was, hem tot zoon aan; Creūsa, die vermoedt dat hij een onechte zoon van Xuthus is, wil hem vergiftigen, maar Apollo redt hem door een wonder en laat door de Pythia de verhouding tusschen moeder en zoon openbaren.—2)van Chius, tijdgenoot van Pericles, leefde in zijn jeugd geruimen tijd te Athene. Hij was de schrijver van verscheiden treurspelen en andere gedichten, tevens wijsgeer en geschiedschrijver, een man van smaak en fijne beschaving, zooals hij in zijn dagelijkschen omgang zoowel als in zijne werken toonde. Er zijn nog fragmenten van zijn werken over.—3)rhapsode van Ephesus, naar wien een van Plato’s werken genoemd is.Iōnes,Ἴωνες, een van de vier hoofdstammen der Grieken, die Attica, vele eilanden in de Aegaeïsche zee en een groot deel der Westkust van Kl. Azië bevolkt hebben. De ionische stam staat bovenaan, wat zeevaart en handel betreft. Zie ookIoniaenAchaia.Ionia,Ἰωνία, 1) oude naam voor het landschap Achaia in de Peloponnēsus, voordat de Achaeërs de Ioniërs van daar verdreven hadden.—2)kustland met de voorliggende eilanden in Klein-Azië. Volgens de overlevering dagteekent de eerste ionische nederzetting aldaar, op de lydische kust, van ± 1044, toen onder aanvoering van Codrus’ zonen Neleus en Androclus eene groote schaar naar Lydia overstak. Hier vormde zich allengs het ionisch stedenverbond: Phocaea, Clazomenae, Erythrae, Teos, Lebedus, Colophon, Ephesus, Priēne, Myus, Milētus en de eilanden Samus en Chius. Ook de aeolische stad Smyrna voegde zich, vrijwillig of gedwongen, hierbij. Op kaap Mycale stond hetPanionium, het gemeenschappelijk heiligdom van Poseidon, den ionischen stamgod. Croesus dwong de ionisch-aziatische Grieken de opperheerschappij van Lydia te erkennen; met Lydia kwamen zij in 545 onder Perzië. In 500 stonden zij vruchteloos tegen koning Darīus I op, doch de perzische oorlogen maaktenhen vrij, totdat de vrede van Antalcidas in 387 hen opnieuw aan Perzië prijs gaf. Verder deelden zij de lotgevallen van Klein-Azië. Ionia was het vaderland van de dichters Homerus, Mimnermus, Anacreon, van de schilders Zeuxis, Apelles, Parrhasius, van de wijsgeeren Thales, Anaximander, Anaxagoras, Xenophanes, van de geschiedschrijvers Hecataeus, Dionysius Milesius, e. a.Ionium mare,Ἰόνιος πόντος, de zee ten W. van Griekenland en Epīrus. Het spreekt van zelf dat de uitgebreidheid eener open zee niet binnen grenzen te bepalen is. Sommigen breiden de ionische zee dan ook uit tot Sicilia; zelfs wordt de Adriatische zee welἸόνιος μυχόςgenoemd.Iophon,Ἰοφῶν, zoon van Sophocles en Nicostrate, treurspeldichter. Hoewel zijne werken soms flauw en langdradig genoemd worden, schijnen zij toch aanleiding gegeven te hebben tot het vermoeden, dat zijn vader hem er bij hielp. Het verhaal dat hij zijn vader op hoogen leeftijd voor de phratrie geroepen zou hebben, om hem wegens zwakte van geestvermogens het beheer van zijne bezittingen te doen ontnemen, en dat deze het onware van die bewering zou hebben aangetoond door den rechters zijn laatste werk, den Oedipus op Colōnus, voor te lezen, is waarschijnlijk niets dan een verzinsel.Joppe,Ἰόππη, thans Jaffa, oude havenstad op de kust van Judaea in Palaestina.Jordānes,Ἰορδάνης, hoofdrivier van Palaestina, de Jordaan, ontspringt op den Hermon, vormt in zijn bovenloop het meer Merôm en verderop het meer Gennesareth, waaruit hij met een sterk verval naar de doode Zee (lacus Asphaltites) stroomt.Ios,Ἴος, een der cycladische eilanden, ten Z. van Naxus, met eene stad van denzelfden naam, thans Nio. Men beweerde, dat er het graf van Homerus te zien was. Het eiland werd door Ioniërs bewoond.Josēphus(Flavius), zieFlavius Josephus.Ioviānus(Flavius Claudius), uit Moesia, werd, na den dood van Juliānus in 363 na C., door de troepen tot keizer uitgeroepen, doch stierf binnen acht maanden, op zijn terugtocht naar Constantinopel.Iphianassa,Ἰφιάνασσα, 1) dochter van Agamemnon, waarschijnlijk dezelfde als Iphigenīa.—2)dochter van Proetus.Iphias, Euadne, dochter van Iphis.Iphicles, -clus,Ἰφικλῆς, Ἴφικλος, 1) zoon van Amphitryo en Alcmēne, halfbroeder van Heracles en zijn metgezel bij verscheiden ondernemingen, ook nam hij deel aan de calydonische jacht. In den oorlog tegen Ergīnus gedroeg hij zich zoo dapper, dat Creon hem zijne jongste dochter tot vrouw gaf. Hij sneuvelde in den strijd tegen de Molioniden (z.Augias) of tegen Hippocoön (z. a.).—2)zoon van Thestius, een van de Argonauten, nam ook deel aan de calydonische jacht, en werd na afloop daarvan door Meleager gedood.—3)zoon van Phylacus of Cephalus, Argonaut, beroemd door zijne snelheid in het loopen, z.Melampus.Iphicrates,Ἰφικράτης, atheensch veldheer van geringe afkomst, werd op twintigjarigen leeftijd (393) aanvoerder der huurtroepen in den corinthischen oorlog. Eene nederlaag, die hem door de Spartanen toegebracht werd, leerde hem inzien, hoe weinig bruikbaar deze troepen tegen een geregeld grieksch leger waren, en van dien tijd besteedde hij de grootste moeite om ze behoorlijk te organiseeren, aan krijgstucht te gewennen, geregeld te laten oefenen, enz.; ook gaf hij hun wapenen, die meer overeenkwamen met de bestemming van dit krijgsvolk, o. a. het kleine, ronde schild (πέλτη, vanwaar de naam peltasten). Algemeen was de verwondering in Griekenland, toen Iph. met deze peltasten eene spartaansche afdeeling (mora) hoplieten geheel vernietigde (390). Wegens zijn verzet tegen de aanmatiging der Argiven werd hij uit de Peloponnesus teruggeroepen, daarop ging hij naar Thracië, waar hij den oorlog tegen de Spartanen voortzette; de vrede van Antalcidas ontnam hem echter de voordeelen, die hij hier behaald had. In de volgende jaren ondernam hij verscheiden tochten naar Thracië, hij herstelde Seuthes in de regeering en beoorloogde Cotys, later sloot hij echter een verbond met dezen en trouwde hij met diens dochter. Hij stond aan het hoofd van een grieksch huurleger, dat de Perzen zou helpen bij de herovering van Aegypte (374), maar ten gevolge van een twist met Pharnabāzus keerde hij onverrichter zake terug. Daarna werd hij met eene vloot naar Corcȳra gezonden, dat door de Spartanen belegerd werd, en ofschoon deze reeds teruggeslagen waren, toen hij aankwam, behaalde hij toch bij deze gelegenheid eenige voordeelen. Het bevel over deze vloot was oorspronkelijk aan Timotheüs opgedragen, en de ergernis der voornamen over diens afzetting gaf zich lucht in eene aanklacht tegen Iph., waartegen deze zich echter met glans verdedigde. Als bevelhebber in den thebaanschen oorlog, in Thracië en Macedonië, richtte hij niet veel uit, en de voordeelen, die hij door zijne politiek behaalde, waren niet duurzaam. Ten slotte werd hem in den bondgenootenoorlog met Chares en Timotheüs het opperbevel gegeven (356), en toen hij op aanklacht van Chares (z. a.) beboet was, verliet hij Athene. Hij schijnt in 353 in Thracië gestorven te zijn.Iphidamas,Ἰφιδάμας, 1) zoon van Busīris, werd met zijn vader door Heracles gedood.—2)zoon van Antēnor.Iphigenīa,Ἰφιγένεια, dochter van Agamemnon en Clytaemnestra, of van Theseus en Helena, door Clytaemnestra als kind aangenomen. Toen de Grieken op weg naar Troje in de haven van Aulis werden teruggehouden door een windstilte, die Artemis uit toorn tegen Agamemnon of Menelāus gezonden had, verklaarde Calchas, dat Iph. aan Artemis geofferd moest worden. Onder voorwendsel dat zij met Achilles zoude trouwen, werd zij in het leger gehaald, maar toen zij reeds op het altaar lag, stelde Artemis eene hinde in haar plaats en ontvoerde haar naar Tauris. Daardeed zij vele jaren dienst als priesteres bij de menschenoffers aan Artemis (z. a.)Ταυρόπολος, totdat Orestes er landde, zijne zuster herkende, en haar met het beeld der godin naar Griekenland ontvoerde. Te Brauron en te Megara meende men haar graf te vinden en werden haar offers gebracht.—V. a. was zij niet gestorven, maar onder den naam Hecate tot godin verheven, of werd zij na haar dood naar het eiland Leuce verplaatst, waar zij als Orsilochia met Achilles huwde. Artemis zelve draagt op sommige plaatsen den bijnaam Iph.Iphimedēa,Ἰφιμέδεια, -μέδη, dochter van Triops, echtgenoote van Alōeus, bij Poseidon moeder van de Aloaden.Iphinoë,Ἰφινόη, eene van de Proetiden.Iphis,Ἶφις, 1) koning van Argos, zoon van Alector, vader van Eteoclus en Euadne. Toen zijne beide kinderen dood waren, gaf hij de regeering over aan Sthenelus, den zoon van Capaneus.—2)zoon van Sthenelus, verloor het leven bij den tocht der Argonauten in een gevecht tegen Aeētes.—3)z.Anaxarete.—4)dochter van Ligdus en Telethūsa. Daar haar vader voor hare geboorte gezegd had, dat hij zijn kind zou moeten dooden, indien het eene dochter was, daar hij geen geld had om een meisje op te voeden, gaf haar moeder voor, dat zij van een jongen bevallen was. Iphis werd nu als jongeling opgevoed, en toen zij volwassen was en haar vader wilde dat zij zoude trouwen, veranderde Isis haar in een man, zoodat het bedrog niet ontdekt werd.Iphitus,Ἴφιτος, 1) zoon van Eurȳtus, Argonaut, door Heracles (z. a.) verraderlijk gedood.—2)zoon van Naubolus, koning van Phocis.—3)koning van Elis, herstelde met Lycurgus de olympische spelen.Ipsus,Ἴψος, Ἰψός, stadje in Phrygia, ten N. van Synnada, waar Antigonus in 301 in den slag tegen Seleucus en Lysimachus sneuvelde.Ira,Εἶρα, bergvesting in het N. van Messenia, die in den tweeden messenischen oorlog elf jaar (679–668) door Aristomenes tegen de Spartanen werd verdedigd.Irassa,Ἴρασα, Ἴρασσα, vruchtbare streek en stad in Cyrenaïca.Iris,Ἶρις, dochter van Thaumas en Electra, die met de snelheid van den wind (Ποδήνεμος, Ἀελλόπους) de bevelen der goden, vooral die van Hera, aan de menschen overbrengt. V. s. was zij bij Zephyrus moeder van Eros. Bij latere dichters is zij de personificatie van den regenboog. Op hare afbeeldingen heeft zij de gestalte van eene vlugge jonkvrouw en draagt zij een schitterend kleed, gouden vleugels aan de schouders en een staf in de hand; soms wordt zij afgebeeld met een kan, waarmede zij aan de wolken water toevoert.Iris,Ἶρις, rivier in Pontus, die langs Comāna en Amasēa stroomt en zich na een bochtigen loop ten O. van Amīsus in den Pontus Euxīnus (Zwarte zee) stort.Irus,Ἶρος, 1) zoon van Actor, vader van Eurytion. Toen deze door Peleus gedood was, wilde Irus het als zoenoffer aangeboden vee niet aannemen, daar hij van geen verzoening wilde weten. Peleus liet het daarop in vrijheid rondloopen, het werd door een wolf verscheurd, die in een steen veranderd werd en lang op de grens van Locris en Phocis staan bleef.—2)onbeschaamd bedelaar op Ithaca, door Odysseus bij zijne terugkomst weggejaagd. Spreekwoord:Iro pauperior.Is,Ἴς, rivier en stad in Mesopotamia, aan den Euphraat. In den omtrek werd asphalt gevonden, waarmede de muren van Babylon waren opgemetseld.Isaeus,Ἰσαῖος, 1) van Chalcis, een van de tien attische redenaars, leerling van Lysias en Isocrates, leermeester van Demosthenes; zijn onderwijs in de welsprekendheid wordt hoog geroemd. Van de talrijke redevoeringen, die hij als pleitbezorger voor anderen schreef, zijn elf bewaard gebleven, die alle over erfeniskwesties handelen.—2)sophist, die onder Traiānus reeds op hoogen leeftijd uit Assyrië naar Rome kwam.Isagoras,Ἰσαγόρας, atheensch aristocraat, na de verdrijving der Pisistratiden tegenstander van Clisthenes, dien hij door de hulp van Cleomenes I voor korten tijd verdreef. Daarna werd hij tot eersten archont gekozen (508) en begon hij de staatsinstellingen in aristocratischen geest te hervormen. Weldra werd hij echter op zijne beurt verjaagd, en de pogingen van Cleomenes om hem met geweld terug te brengen mislukten.Isara, naam van twee rivieren in Gallia Transalpīna, 1) een zijtak van den Rhodanus (Rhône), thans de Isère.—2)een bijstroom der Sequana (Seine), thans de Oise geheeten.Isauria,Ἰσαυρία, in het Z. van Lycaonia, op de grenzen van Pisidia en Cilicia. Het land was bergachtig en werd door een woest rooversvolk bewoond. Wel behaalde P. Servilius Vatia (Isauricus) in 76 eene groote overwinning op hen, en vernietigde Pompeius hunne roofschepen en lijfde hun gebied in (65), doch geheel ten onder gebracht werden zij niet. ZieGalatiaaan het slot. Sedert de 3deeeuw na C. ondernemen ze, verbonden met de bewoners van westelijk Cilicië, die nu ook Isauri heeten, geregeld groote strooptochten.Ischolāus,Ἰσχόλαος, spartaansch veldheer, sneuvelde bij den eersten tocht van Epaminondas tegen Sparta in een gevecht tegen Arcadiërs (370).Ischys,Ἲσχυς, Arcadiër, zoon van Elatus, z.Coronisno. 1.Isionda,Ἰσιόνδα, Ἲσινδα, oude stad in het Z.W. van Pisidia.
I.Iacchus,Ἴακχος, naam van Dionȳsus in de eleusinische mysteriën; hij had een tempel te Athene, en bij den feestelijken optocht naar Eleusis ter gelegenheid van de mysteriën werd zijn beeld voor den stoet uitgedragen.Iacetāni, volksstam in Hispania tusschen de Pyrenaeën en den mond van den Ibērus (Ebro). Z. ookLacetani.Iadera,Ἰάδερα, stad op de kust van Illyricum, in Liburnia.Ialmenus,Ἰάλμενος, zoon van Ares en Astyoche, regeerde nevens zijn broeder Ascalaphus in Orchomenus en streed voor Troje. V.s. was hij na den trojaanschen oorlog koning van het eiland Aretias.Ialysus,ἸάλυσοςofἸαλύσος, eene der drie oudste steden van het eiland Rhodus. Het lag in het Noorden, dicht bij het latere Rhodus. Lindus en Camīrus waren de beide andere steden. Volgens de overlevering waren zij gesticht door Ialysus, Lindus en Camirus, drie broeders. Zie verderRhodus.Iambe,Ἰάμβη, dochter van Pan en Echo, dienstmaagd van Celeüs. Door hare vroolijkheidwist zij het eerst de over het verlies harer dochter treurende Demēter tot lachen te bewegen; tot belooning werd zij de eerste priesteres van die godin en ter herinnering hieraan werden de feesten van Demēter met scherts en spotternij gevierd.Iambische poëzie, een dichtsoort, voornamelijk gebruikt voor spot- en hekeldichten (carmen maledicum). Zij heeft waarschijnlijk haar oorsprong te danken aan het plagen en schertsen bij de feesten van Demēter (z.Iambe) en werd door Archilochus tot een bepaalden kunstvorm ontwikkeld. Van de epische poëzie, die tot dien tijd alleen beoefend was, onderscheidt zij zich door eenvoudiger taal en vluggere versmaat, daar in iederen voet de arsis tweemaal zoo lang is als de thesis.—Na Archilochus waren de meest bekende iambografen Simonides, Hippōnax, Solon, en onder de Romeinen Catullus, Horatius, Martiālis.Iamblichus,Ἰάμβλιχος, 1) van Babylon, grieksch romanschrijver in de 2deeeuw na C. Van zijn groote romanΒαβυλωνιακάis nog een uittreksel over.—2)van Chalcis in Coelesyria, neo-platonisch wijsgeer onder Constantijn d. G., leerling van Porphyrius. In zijne werken tracht hij de stelsels van Plato en Pythagoras te vereenigen, hij verdedigt alle godsdienstige begrippen, zoowel van Grieken en Romeinen als van verscheiden oostersche volken, tegen het Christendom en leert dat waarzeggerij en tooverij noodzakelijk zijn om de betrekking tusschen goden en menschen in stand te houden. Hijzelf werd door zijne leerlingen voor een heilig wonderdoener gehouden. Hij heeft vooral invloed gehad op keizer Julianus.Iamnīa,Ἰάμνεια, aanzienlijke stad in het Z.W. van Palaestina, niet ver van de zee.Iamus,Ἴαμος, zoon van Apollo en Euadne. Hij werd door Aepytus opgevoed, en toen hij volwassen was, ging hij op bevel van Apollo naar Olympia, waar hij als waarzegger beroemd werd, en de stamvader werd der Iamiden (Ἰαμίδαι), een geslacht van priesters en waarzeggers te Olympia.Iāna, echtgenoote van Jānus, oud-italische maangodin, waarschijnlijk dezelfde als Diana.Ianiculus (mons), een der bergen van Rome, aan de overzijde van den Tiber. Op den top lag eene versterking,arx, waar bij volksvergaderingen eene roode vaan opgesteld en door eene wacht bewaakt werd. Deze gewoonte dagteekende uit den tijd, toen men nog op zijne hoede moest zijn tegen een onverwachten overval der naburige volken. Werd de vlag weggenomen, dan moest de vergadering uiteengaan.Janus.Janus.Iānus, de god van deuren en poorten; vandaar heet hijClusius(Clusivius), sluiter, enPatulcius, opener. Daar iedere deur, om zoo te zeggen, naar binnen en naar buiten ziet, wordt Janus afgebeeld met twee gezichten (JanusGeminus, Biceps, Bifrons); zoo komt hij het eerst op de munten voor, en wel op den ouden koperenas, terwijl men voor de kleinere stukken koppen van grieksche goden nam. Verder is Janus de god van alle begin, en de eerste maand des jaars (Januarius), en de eerste dag van elke maand (Kalendae) is aan hem gewijd; ook het eerste uur van den dag; vandaar heet hijPater Matutinus. Hij waakt ook over het begin van het leven van ieder mensch, en heet als zoodanigConsevius. Zijn priester is derex sacrorum, die hem o.a. op den 9 Jan. (Agonium) een ram offert in deregia. Een tempel had Janus oorspronkelijk niet, slechts een doorgang (Janus Geminus) aan den N.O.hoek van het forum was hem gewijd, ook Janus Quirīnus geheeten, omdat hij toegang geeft tot destaatsmarkt, hetforum Romanum. Deze doorgang moest steeds openstaan, tenzij er nergens oorlog was. Volgens de sage heeft Numa dezen Janus gesticht en ééns gesloten; in historischen tijd is hij viermaal gesloten geweest, ééns in 235, na het einde van de oorlogen op Sardinië en in Ligurië, en drie maal tijdens Augustus. Na den zeeslag bij Mylae (260) heeft C. Duilius, de overwinnaar in dien slag, Janus een tempel gewijd vóór de Porta Carmentalis, aan hetforum holitorium. Zijne beelden hebben gewoonlijk een sleutel in de linkerhand, in de andere een staf zooals de portiers; bij deuren en poorten plaatste men gewoonlijk een borstbeeld van hem met twee aangezichten, die naar binnen en naar buiten gericht waren. Deze aangezichten waren meestal gelijk, soms echter was het eene jong, het andere oud, of het eene mannelijk, het andere vrouwelijk.Iapetus,Ἰαπετός, zoon van Uranus en Gaea, een van de Titanen, die deel nam aan den oorlog tegen Zeus en daarom in den Tartarus is opgesloten. Hij was de vader van Atlas, Menoetius, Promētheus en Epimētheus. V. a. een van de Giganten, zoon van Tartarus en Gaea.Iāpis=Iapyxno. 2.IapodesofIapydes,Ἰάποδες, illyrisch-keltisch bergvolk in Illyricum, op de grenzen van Liburnia en Histria. Hun land werdIapydiagenoemd. Zij tatouëerden zich. Onder Augustus werden zij voor goed onderworpen.Iapygia,Ἰαπυγία, oude naam voor de Z.O. punt van Italia, thans Terra d’Otranto. Bij dichters = Calabria of ook wel Apulia.Iapygium promunturium,Ἰαπυγία ἄκρα, ook welprom. Sallentinum, Z.O. kaap van Italia, thans Capo di Leuca.Iāpyx,Ἰάπυξ, 1) zoon van Lycāon of van Daedalus, voerde eene kolonie van Cretensers naar Iapygië, dat naar hem genoemd is.—2)geneesheer van Aenēas.—3)de Noordwestenwind, die gunstig is voor hen, die van Brundisium naar Griekenland varen; bij de Romeinen heet hij gewoonlijk Favonius. ZieWindstreken.Iarbas, zieHiarbas.Iardanusof-us,Ἰαρδάνης, -ος, naam van twee riviertjes, het eene op Creta nabij de stad Cydonia, het andere in Elis ten N. van Phea.Iardanis,Ἰαρδανίς, Omphale, dochter van den lydischen koning Iardanus.Iasides,Ἰασίδης, zoon of afstammeling van Iasus of Iasion, bijv. Amphīon, Palinūrus, e. a.Iasion, Iasius,Ἰασίων, Ἰάσιος, zoon van Zeus of Corythus en Electra, geliefde van Demēter, die hem een zoon baarde, Plutus. Hij werd door Zeus uit minnenijd met den bliksem gedood. Met zijn broeder Dardanus werd hij op Samothrāce in de mysteriën ingewijd, die hij ook op Sicilië ingevoerd zoude hebben.Iasis, Atalante, dochter van Iasus.Iāso,Ἰασώ, dochter van Asclepius, godin der geneeskunde.Iāson,Ἰάσων, 1) zoon van Aeson, koning van Iolcus. Toen deze door zijn broeder Pelias van de regeering beroofd was, liet hij Iason naar Chiron brengen, die hem opvoedde. Op zijn twintigste jaar kwam Ias. naar Iolcus terug en eischte dat Pelias de regeering aan Aeson zou teruggeven; deze beloofde aan dien eisch te zullen voldoen, wanneer Ias. voor hem het gouden vlies (z.Phrixus) uit Aea wilde halen; hij gaf voor dat hem dit werk door een orakel was opgedragen, maar dat hij zich te oud gevoelde om het ten uitvoer te brengen. V. a. had Ias. bij zijne eerste ontmoeting met Pelias toevallig een schoen verloren, en had deze hem de onderneming opgedragen om hem te verwijderen, daar een orakel hem gewaarschuwd had voor iemand met één schoen. Ias. ondernam nu aan het hoofd der Argonauten (z. a.) den hem opgedragen tocht. Toen hij in Aea aangekomen was en aan koning Aeētes zijn verlangen had kenbaar gemaakt, verklaarde deze zich bereid de gouden vacht te geven, indien hij twee vuurspuwende stieren met metalen hoeven voor den ploeg spande, daarmede een stuk gronds omploegde, in de voren draketanden zaaide en de daaruit opgekomen mannen doodde; verder moest hij nog een reusachtigen draak dooden, die de vacht bewaakte en nooit sliep. Door de toovermiddelen van Medēa (z. a.) was Ias. in staat deze moeilijke taak te vervullen, en toen Aeetes uitvluchten zocht, roofde hij met hare hulp de vacht en vluchtte hij met zijne reisgezellen en met Medea. Aeetes vervolgde hen, doch te vergeefs (z.ApsyrtusenAlcinous). Te Iolcus teruggekeerd, vonden zij dat Aeson en zijn geheel geslacht door Pelias vermoord waren; door een list van Medea werd Pelias (z. a.) gedood en Ias. gaf de regeering vrijwillig of gedwongen aan Acastus over. Hij trok daarop met zijne echtgenoote naar Corinthe, vatte liefde op voor Creūsa (no. 4) en huwde haar; toen zij door de wraak van Medea gedood was, bracht ook hij zich om het leven. V. a. had hij zich eens op de landengte van Corinthe onder de Argo te slapen gelegd, en was hij door het instorten van het oude schip gedood.—2)tyran van Pherae, kwam omstreeks 378 aan de regeering en maakte zich in weinige jaren van de heerschappij over een groot deel van Thessalië meester. Hij was de bondgenoot van de Thebanen tegen de Spartanen, ofschoon hij na den slag bij Leuctra beide partijen tot matiging aanspoorde. Terwijl hij, naar men algemeen geloofde, met groote plannen omging, nl. om geheel Griekenland onder zijne heerschappij te brengen en den oorlog tegen Perzië te hervatten, werd hij in 370 vermoord.Iāsus,ἼασοςofἼασσος, stad op de kust van Caria, met veel vischvangst, aan densinus Iassicus. In de nabijheid stond onder den blooten hemel een standbeeld van Hestia, dat zelfs bij regen nimmer nat werd. De stad was gesticht door Argiven, later bevolkt door Milesiërs.Iaxartes,Ἰαξάρτης, rivier in aziatisch Scythia, thans Syr-Daria, uitloopende in het Aral-meer; in de oudheid nam men echter aan, dat ze evenals de Oxus in de Caspische zee mondde; wel kende men een Oxia palus van hooren zeggen, maar dat de Oxus en Iaxartes hierin uitliepen, wist men niet. Z. ookOxus. DeὨξειανὴ λίμνη, door Ptolemaeus vermeld, is niet het Aral-meer, maar de lacus Oaxus, een bronmeer in het Pamir-gebergte, waarschijnlijk het Victoriameer.Iazyges,Ἰάζυγες, machtig sarmatisch volk aan depalus Maeōtis(zee van Azow). Later trokken zij westwaarts en vestigden zich tusschen de Tisia (Theiss) en den Danubius. In de 4deeeuw na Chr. komen ze steeds als bondgenooten van de Quaden voor.Iberia,Ἰβηρία, 1) grieksche naam voor Hispania.—2)landschap ten Z. van den Caucasus en ten O. van Colchis, thans Georgië, waarmede de Rom. onder Pompeius kennis maakten. Dit zeer vruchtbare gewest was geheel door bergen ingesloten en slechts door enkele passen toegankelijk. De bevolking was niet oorlogzuchtig, woonde in goed gebouwde huizen en was in kasten verdeeld.Ibērus,Ἲβηρ, rivier in Hispania, thans Ebro, een tijd lang grensscheiding tusschen rom. en carthaagsch Hispania.Ibycus,Ἲβυκος, van Rhegium, grieksch lierdichter, die eenigen tijd aan het hof vanPolycrates op Samus leefde en overigens een zwervend leven leidde. Op eene reis naar Corinthe werd hij door struikroovers gedood, terwijl een zwerm kraanvogels over zijn hoofd heenvloog, die hij aanriep om zijn dood te wreken. Toen nu kort daarna weder een zwerm van dezelfde vogels gedurende een feest over den schouwburg van Corinthe vloog, riep een der moordenaars onwillekeurig uit: “de kraanvogels van Ibycus!”waardoor de schuldigen ontdekt en gestraft werden. Vandaar het spreekwoord:οἱ Ἰβύκου γέρανοι. Zijne gedichten behandelden voor een deel mythische onderwerpen, beroemder echter waren bij de ouden zijne minnedichten.IcariaofIcarus,Ἰκαρία, Ἴκαρος, vroeger Doliche geheeten, eiland in de Aegaeïsche zee, ten W. van Samus, volgens de mythe genoemd naar Icarus, wiens lijk hier aan land spoelde. De omliggende zee werdIcarium maregeheeten.Icaris, Icariōtis, Penelope, dochter van Icarius no. 2.Icarius,Ἰκάριος, 1) ook Icarus of Icarion, atheensch landbouwer, die van Dionȳsus den wijnbouw leerde. Toen hij eenige herders wijn had laten proeven en zij daardoor bedwelmd geworden waren, doodden zij hem, in de meening, dat hij hen vergiftigd had. Zijne dochter Erigone (z. a.) zocht hem langen tijd, geholpen door haar trouwen hond Maera; toen zij zijn lijk vond, hing zij zich aan een boom op. De goden plaatsten Ic. als Boōtes of Arctūrus, Erigone als de Maagd, Maera als Procyon (Icarius canis) aan den sterrenhemel. Vgl.Entoria.—2)zoon van Oebalus, werd met zijn broeder Tyndareos door hun halfbroeder Hippocoon uit Lacedaemon verdreven, maar later door Heracles teruggebracht. Hij had de hand zijner dochter Penelope beloofd aan dengene, die in den wedloop de overwinning zoude behalen. Odysseus was de overwinnaar en voerde haar als zijne gade mede naar zijn rijk, hoewel Ic. hem smeekte in Lacedaemon te blijven.Icarus,Ἴκαρος, 1) zoon van Daedalus (z. a.).—2)koning van Carië, z.Thestor.Iccius, een vriend van Horatius, die in 24 aan den krijgstocht van Aelius Gallus tegen de Arabieren deelnam en later op Sicilia leefde, waar hij misschien de landgoederen van Agrippa beheerde. Hij was een beoefenaar der wijsbegeerte.Icelus,Εἴκελος, z.Morpheus.IceniofSimeni,Σιμενοί, machtig volk in Britannia, in het tegenw. Norfolk en Suffolk, het volk van koningin Boadicca (z. a.).Ichnae,Ἴχναι, 1) stad in het macedonische landschap Bottiaea, dicht bij den Axius (Vardar).—2)stad in de thessalische landstreek Phthiōtis.—3)stad in het N. van Mesopotamia, ten N. van Nicephorium, waar Crassus eene overwinning op de Parthen behaalde.Ichthyophagi,Ἰχθυοφάγοι, naam van onderscheidene van vischvangst levende volksstammen aan de kusten der Indische zee en hare inhammen en op de Westkust van Afrika.Icilia (lex)sacrata, van den volkstribuun Sp. Icilius in 492 of 471, dat alwie een volkstribuun, die tot het volk sprak, zou belemmeren of in de rede vallen, door eenconcilium plebistot elke straf kon veroordeeld worden.Iciliae (leges)van den volkstribuun L. Icilius, 1) dat desecessiobij de dwingelandij der tienmannen niemand tot vergrijp zou worden aangerekend (449).—2)dat demons Aventinus, die nogager publicuswas, aan de patricische erfpachters ontnomen en onder de plebejers verdeeld zou worden (456). ZieIcilii.Icilii, plebejisch geslacht, dat tusschen 493 en 408 verscheidene volkstribunen heeft opgeleverd en bij desecessionesin 494 en 449 eene belangrijke rol speelde. O. a. is Sp. Icilius (v. a. Acilius) één van de 4 volkstribunen geweest, die ten gevolge van delex Publilia Voleronisvoor het eersttributimin 471 zijn gekozen. De berichten omtrent desecessionesvan 494 en 449 zijn tamelijk waardeloos, en dus ook de namen der daarbij optredende personen. Zie ook onderDuiliino. 1. Volgens sommigen is het feit dat Sp. Icilius in 471 tribunus plebis was, het eenige historisch betrouwbare bericht omtrent deze familie en de op hun naam staande wetten.Iconium,Ἰκόνιον, volkrijke en welvarende hoofdstad van Lycaonia in Asia minor.Ictīnus,Ἰκτῖνος, beroemd bouwmeester te Athene ten tijde van Pericles. Tot zijne belangrijkste werken behooren het Parthenon en de tempel van Demēter en Persephone te Eleusis.Icus,Ἴκος, een van de noordelijke Cycladen, in de nabijheid van Peparēthus.Ida,Ἴδη, dochter van Melisseus, een van de beide nimfen, die Zeus opvoedden.Ida, Ide,Ἴδη, boschrijk gebergte in Troas en het achterliggende Phrygia. Het was ook rijk aan bronnen.Idaea mater= Cybele, die hier vereerd werd;Idaeus puer= Ganymēdes. Ook op Creta was een Ida-gebergte, met de grot, waarin Zeus was groot gebracht.Idaea mater,Ἰδαία, bijnaam van Rhea Cybele, naar den berg Ida, den hoofdzetel van haar eeredienst.Idaei Dactyli=Dactyli Idaei.Idaeus,Ἰδαῖος, 1) zoon van Dardanus en Chryse, die met zijn vader in Phrygië kwam, en op den berg Ida den dienst van Rhea Cybele instelde.—2)trojaansch heraut.—3)zoon van Dares.Idalia,Ἰδαλία, bijnaam van Aphrodīte, naar den berg Idalium, waar zij een beroemden tempel had.Idalium,Ἰδάλιον ὄρος, phoenicische stad in het binnenland van Cyprus, met een Aphrodite-tempel.Idas,Ἴδας, een van de Apharetiden (z. a.), ontvoerde Marpessa, de dochter van Euēnus, koning van Aetolië, op een gevleugelden wagen, die hem door Poseidon geschonken was. Euenus vervolgde hem, vergezeld door Apollo, die eveneens het meisje begeerde,maar daar hij hem niet konde inhalen, stortte hij zich in de rivier Lycormas, die sedert dien tijd Euenus heet. Door Apollo in Messēne gevonden, waagde Idas een gevecht met den god, maar Zeus scheidde hen en besliste dat Marpessa moest kiezen. Daar zij vreesde dat Apollo haar niet trouw zoude blijven, gaf zij aan Idas de voorkeur.Idistavīsus, vlakte aan den Visurgis (Weser), nabij de Porta Westphalica, waar Germanicus op de Cheruscers de nederlaag van Varus wreekte (16 n. C.).Idmon,Ἴδμων, een waarzegger, die de Argonauten vergezelde, ofschoon hij wist, dat hij onderweg zou omkomen. Hij stierf in Bithynië aan eene ziekte of aan den beet van een slang of een wild zwijn. De stad Heraclēa was, naar het heette, rondom zijn graf gebouwd.Idomene,Εἰδομένη, stad in het macedonische gewest Mygdonia, aan den Axius (Vardar).Idomeneus,Ἰδομενεύς, zoon van Deucalion no. 2, koning van Creta. Als een van hen, die naar de hand van Helena (z. a.) gedongen hadden, trok hij later mede tegen Troje op, waar hij zich door dapperheid onderscheidde. Op de terugreis door een geweldigen storm overvallen, deed hij de gelofte, dat hij aan Poseidon zou offeren wat hem in zijn vaderland het eerst zoude ontmoeten, en hij volbracht die gelofte, ofschoon zijn eigen zoon het slachtoffer er van werd. Toen ten gevolge hiervan door den toorn der goden een pest op Creta uitbrak, werd Id. verjaagd; hij ging naar de kust van Calabrië, vanwaar hij later naar Colophon ging of naar Creta terugkeerde. Zijn graf meende men te Cnosus te vinden, waar hij met Meriones als heros vereerd werd.Idothea,Εἰδοθέα, dochter van Proteus.Idrias,Ἰδριάς, stad en landstreek in Carìa, zieStratonicēa.Idubeda, gebergte in Hispania, ten Z. van en ongeveer evenwijdig met den Ibērus (Ebro), een deel van het tegenw. Cantabrisch gebergte.Idumaea,Ἰδυμαία, Edôm, het land ten Z. van Palaestina.Idūs, de 15dedag der maanden Maart, Mei, Juli en October, in de overige maanden de 13de. Oorspronkelijk vielen deIdussamen met de volle maan, daarom zijn zij in het bijzonder gewijd aan Jupiter. Zie verderannus.Idylle,εἰδύλλιον, een klein gedicht, bevattende schetsen uit het dagelijksch leven van herders en andere op het land levende personen van lageren stand.Ientaculum, een licht ontbijt ’s morgens vroeg voor degenen, die niet konden wachten tot hetprandium, dat later in den voormiddag werd genomen en het karakter van eenlunchdroeg.Iërne=Hibernia.Ietae,Ἰεταί, stad en berg op Sicilia, ten Z.W. van Panormus (Palermo).Igilium, eilandje nabij de kust van Etruria, tegenover den mons Argentarius.Ignominia, het verlies van goeden naam, eene oneer of openbare vernedering, welke men zich op den hals haalde door verkeerde handelingen of eene minder voegzame leefwijze, die wel niet onder het bereik der strafwetten vielen, maar toch van den kant der censoren eene openlijke berisping of terugzetting ten gevolge konden hebben. Zie ookinfamia.Iguvium,Ἰγούιον, aanzienlijk municipium in het hart van Umbria, aan de Z.W. helling van den Apennīnus met een beroemden tempel van Jupiter, thans Eugubbio (Gubbio). Onder de puinhoopen van den tempel werden in de 15deeeuw na C. door een boer zeven koperen platen met opschriften in het Umbrisch gevonden, die meer dan duizend umbrische woorden bevatten en onder den naam vantabulae Eugubinaenog op het raadhuis te Eugubbio (Gubbio) bewaard worden.Ilaīra=Hilaīra.Ἴλη, troep, schaar, in het bizonder afdeeling ruiterij. De macedonische lichte ruiterij (σαρισσοφόροι) bestond uit 8ἶλαιvan 128 man, de zware uit 15 van 200 man, waarbij nog eene zestiende kwam als koninklijke eerewacht (ἄγημα, ἴλη βασιλική).Ilercavones, Ilergavonenses, volk in Hispania aan den mond van den Ibērus (Ebro). Hoofdstad: Dertōsa (Tortosa).Ilerda, thans Lerida, hoofdstad der Ilergetes in Hispania. Caesar versloeg hier Afranius en Petreius, legaten van Pompeius, in 49.Ilergetes, aanzienlijk volk in Hispania tusschen den Ibērus (Ebro) en de Pyrenaeën, met de steden Ilerda (Lerida) en Osca (Huesca).Ilia=Rea Sylvia.Iliades,Ἰλιάδης, 1) Ganymēdes, zoon van Ilus.—2)Romulus of Remus, zoon van Ilia.—3)soms algemeen voor Trojaan.Ilienses, 1) inwoners van Ilium.—2)volksstam op Sardinia.Ilion, -um,Ἴλιον, Ἴλιος=Troia.Ilione,Ἰλιόνη, dochter van Priamus en Hecabe, gehuwd met Polymestor. ZiePolydōrusno. 2.Ilipa, stad aan den Baetis (Guadalquivir) in Baetica, ten N. van Hispalis (Sevilla).Ilis(s)us,Ἰλισ(σ)ός, riv. in Attica, die op den Hymettus ontspringt en langs Athēnae stroomt.Ilithyia,Εἰλείθυια, Ἐλευθώ, dochter van Zeus en Hera, godin die de vrouwen bij het baren helpt. Soms wordt van meer dan eene Il. gesproken; Hera en Artemis worden ook dikwijls Il. genoemd. Zij komt overeen met de rom. Juno Lucīna.Ilium, -on,Ἴλιον, Ἴλιος=Troia.Illiberis,Ἰλλιβερίς, 1) stad in Baetica, nabij de bronnen van den Singulis (Xenil), thans Elvira.—2)stad in Gallia tusschen Narbo Martius en de grens van Hispania, eerst aanzienlijk, later vervallen, door Constantijn den Gr. herbouwd en naar zijne moeder Helena genoemd, thans Elne.Illiturgis,Ἰλούργεια, belangrijke bergstad der Turduli, geheel in het Oosten van Baetica,aan den Baetis (Guadalquivir), in 210 door Scipio (Africānus) veroverd en verwoest, later herbouwd alsForum Iulium.Illurgavonenses=Ilercavones.Illustres, titel der hoogste klasse van ambtenaren onder Constantijn den Gr. Hiertoe behoorden depraefectider vierpraefecturae, waarin het rijk verdeeld was, en de zeven hoogste hofbeambten: dequaestor sacri palatii, minister van justitie en wetgeving, demagister officiorumof hofmaarschalk, decomes sacrarum largitionum, minister van financiën, decomes rerum privatarum, administrateur van ’s keizers bijzonder vermogen, depraepositus sacri cubiculiof opperkamerheer, de beidecomites domesticorum(equitumenpeditum) of bevelhebbers der lijfwacht.Illyricum, Illyris,τὸ Ἰλλυρικόν, Ἰλλυρίς. Het bergland tusschen Epīrus en Histria, langs de Oostkust der Adriatische zee werd bij de GriekenIllyrisofIllyria, bij de Rom.Illyricumgenoemd. Het zuidelijke gedeelte tot aan den Drilon heetteIllyris Graeca, met de steden Dyrrhachium (Epidamnus) en Apollonia, en hoorde in den romeinschen tijd tot Macedonia; het noordelijke heetteIllyris BarbaraofRomana. Van dit laatste werd wederom het Z.O.deel Dalmatia, het N.W. Liburnia genoemd. De rom. provincieIllyricumomvatte het tegenw. Dalmatië met Bosnië en Herzegowina. In het jaar 8 na C. kreeg de geheele provincie den naamDalmatia(z. a.). Onder Diocletiānus werd het geheele rom. rijk in vier praefecturen verdeeld; depraefectura Illyricistrekte zich toen uit van den Donau tot over geheel Griekenland; het oude rom. Illyricum behoorde er echter niet meer toe, zoodat de residentie Sirmium juist aan een uithoek lag, terwijl ten O. de mons Rhodope (Despotodagh) de grens vormde.Ilus,Ἶλος, 1) zoon van Dardanus en Batēa, volgde zijn vader in de regeering over Dardania op; daar hij kinderloos stierf, was zijn broeder Erichthonius zijn opvolger.—2)zoon van Tros en Callirrhoë, behaalde eens in Phrygië bij een wedstrijd in het worstelen de overwinning, en kreeg als prijs 50 jongelingen en 50 meisjes benevens een koe, met de opdracht van het orakel, om eene stad te stichten waar de koe zich zou nederleggen. Dientengevolge bouwde hij op een heuvel de stad Ilium, en toen hij Zeus om een teeken bad, dat hij het orakel goed begrepen had, vond hij den volgenden morgen voor zijn tent het Palladium.—V. s. had hij Tantalus en Pelops uit Paphlagonië verdreven.—3)zoon van Mermerus van Ephyre, bij wien Odysseus een middel ging halen om zijne pijlen te vergiftigen, wat hem echter geweigerd werd.—4)= Ascanius (z. a.). Zie ookIulus.Ilva, z.Aethalia.Ilvātes, ligurisch volk, dat aan de Noordzijde van den Apennīnus ten N.O. van Genua woonde.Imachara, stad in het binnenland van Sicilia ten N.O. van Henna.Imagines, zieius imaginum.Imāus,Ἴμαον ὄρος, zieEmodi montes.Imbrasia,Ἰμβρασία, bijnaam van Hera, naar haar tempel aan de rivier Imbrasus; ook bijnaam van Artemis.Imbrasus,Ἴμβρασος, 1) rivier op het eiland Samus.—2)riviertje op Euboea, bij Taminae uitmondend.Imbrus, -os,Ἴμβρος, eiland in het noordelijk gedeelte van de Aegaeïsche zee, bergachtig en boschrijk, een zetel van den dienst der Cabiren. Miltiades (z. a.) veroverde van uit de Chersonēsus het eiland, dat voortaan in het bezit bleef van Athene.Immarādus,Ἰμμάραδος, zoon van Eumolpus, sneuvelde met zijn vader in den oorlog tegen Erechtheus.Imperator. Wanneer een veldheer eene luisterrijke overwinning had behaald, begroetten zijne soldaten hem met den titelimperator. Zijne lictoren doorvlochten alsdan hunne bijlbundels met lauriertakken, terwijl hij in een omlauwerden brief (litterae laureatae) den senaat bericht van zijne overwinning zond en achter zijn naam den imperatorstitel voegde. Wanneer hij dan in Italia teruggekeerd was, bleef hij met zijn leger buiten Rome gekampeerd, en verzocht den senaat een zegetocht binnen Rome te mogen houden. Kwam hij evenwel vóór dien tijd binnen de stad, dan verspeelde hij zijne aanspraken en zijn titel. Niet altijd werd de triumftocht toegestaan. In dit geval gebeurde het somtijds, dat de imperator een zegetocht op den albaanschen berg hield, ook wel eens, dat hij tegen den wil van den senaat onder de bescherming van één of meer volkstribunen zijn feestelijken intocht in de stad hield. In 143 werd den consul App. Claudius Pulcher (Claudiino. 12) de eer eener zegepraal geweigerd en een der volkstribunen dreigde hem van zijn wagen af te rukken, zoo hij toch den triumftocht ondernam. Toen sprong zijne dochter Claudia, eene Vestaalsche maagd, op den zegewagen, sloeg haar arm om haar vader heen, en niemand waagde verder eenig verzet. Zie verdertriumphus. Augustus en de volgende keizers kregen het imperatorschap voor hun leven, dus als blijvenden titel, waarmede het veldheerschap over al de legers van het rijk gepaard ging. Zij voeren den titel vóór hun naam.Imperium, was een bestanddeel van de macht van overheidspersonen, die geroepen konden worden om een leger aan te voeren of recht te spreken. Verder was daaraan verbonden hetius cum populo agendi, d.w.z. het recht om decomitiabijeen te roepen, hetius cum patribus agendi, het recht om den senaat bijeen te roepen, en hetius coërcitionis, het recht van bestraffing. Dit recht hadden de consuls, de praetoren, de dictator, de magister equitum, de interrex. Ook behoorde het bij de tijdelijk ingestelde ambten der decemviri legibus scribundis en der tribuni militum consulari potestate. Het imperium werd na de aanvaarding van het ambt verleend door eenelex curiata, die den wettig gekozen ambtenaar niet mocht geweigerd worden.Impluvium, ziecompluviumenatrium.Inachides,Ἰναχίδης, Epaphus, kleinzoon van Inachus. Soms in het algemeen voor een argivisch man, bijv. Perseus.Inachis,Ἰναχίς, Io, dochter van Inachus, ook Isis, wanneer zij met Io vereenzelvigd wordt. Soms in het algemeen voor eene argivische of grieksche vrouw.Inachus,Ἴναχος, 1) zoon van Oceanus en Tethys, die na den watervloed van Deucalion de vlakte van Argos bewoonbaar maakte door al het water te vereenigen tot eene rivier, die vandaar zijn naam draagt. Hij vestigde het argivische rijk, waarvan hij de eerste koning was. Toen Poseidon en Hera over het bezit van Argos twistten, besliste hij ten gunste van Hera; door den toorn van Poseidon is Argos arm aan water. De dochter van Inachus was Io (Inachia iuvenca).—2)rivier van Argolis, die, voor zij de kust bereiken kan, in het zand verloopt. Zij is in den zomer droog.Inarime=Aenaria.Inaros,Ἰνάρως, lybisch koning, die onder Artaxerxes I een grooten opstand van Aegypte tegen de Perzen verwekte, waarbij hij door de Atheners ondersteund werd (459–454). Wel werd een perzische vloot op den Nijl vernietigd, Memphis ingenomen en nog andere voordeelen behaald, doch toen de atheensche vloot door Megabȳzus vernietigd was (454), kon In. zich niet lang meer staande houden, hij gaf zich over, en werd vijf jaar later gekruisigd.Inauguratio, zieAugures.Incensuswerd de burger genoemd, die zich bij den census verzuimde aan te geven, ten einde den krijgsdienst te ontduiken. Het was volkomen logisch dat men hem als slaaf verkocht en wellicht in den oudsten tijd ter dood bracht, daar hij zichzelf het burgerrecht niet waardig had gekeurd.Incubatio=ἐγκοίμησις.Incubus, z.Faunus.India,Ἰνδία. Dit land was den Grieken weinig meer dan bij naam bekend, totdat Alexander de Gr. tot aan den Hyphasis, een der takken van den Indus, doordrong. Seleucus Nicātor, de stichter van het Seleucidenrijk, kwam in India tot aan den Ganges en sloot met den indischen vorst Sandracotta een verbond. Toen evenwel onder zijne opvolgers Ariāna weder verloren ging, werden de betrekkingen met India weder verbroken. Omtrent grootte en vorm hadden de ouden zeer onvolledige begrippen. Bij naam echter kenden en onderscheidden zij eenige gedeelten, alsIndia intraenextraoftrans Gangem,ἐντὸς καὶ ἐκτὸς τοῦ Γάγγου, waaronder zij Voor- en Achter-Indië verstonden, deAurea Chersonēsus(Malakka), het eilandTaprobane(Ceylon), dat zij zich reusachtig groot voorstelden, deinsula Agathodaemonis(Sumatra),Jaba(Java), enz.Indibilis, vorst der Ilergeten in Hispania Tarraconensis. In den tweeden punischen oorlog wist Scipio (Africānus) hem door eene edelmoedige behandeling voor de rom. belangen te winnen. Indibilis betoonde zich evenwel trouweloos, doch werd door Scipio weder in genade aangenomen. Na diens vertrek viel hij opnieuw af, en sneuvelde toen.IndicētaeofIndigētes,Ἰνδικῆται, volk in den N.O. uithoek van Tarraconensis. Hoofdstad: Emporium of Emporiae.Indigetes dii=Dii indigetes.Indigitamentazijn gebedsformulieren, die door depontificesin hun archief bewaard werden, en waarin steeds meerdere godheden aangeroepen werden, of ook wel ééne godheid onder meerdere namen, uit vrees de goddelijke hulp, die men inriep, anders niet deelachtig te zullen worden. Hierdoor werd het aantal goden van den oudsten Romeinschen eeredienst door splitsing van de eigenschappen tot in het oneindige vermeerderd. Zoo was Terminus (z. a.) oorspronkelijk een bijnaam van Jupiter. Vooral bij geboorte en huwelijk, in de eerste levensjaren van het kind en bij den landbouw werden dergelijke goden aangeroepen; bij het zaaien o.a. 12 verschillende goden. Bovendien drukte men zich met opzet, om geen godheid uit te sluiten, erg algemeen uit, en voegde aan de formule nog toe:sive deus sive dea, ofsive mas sive femina, of ook welsive quo alio numine fas est nominare.Induciomarus, 1) een aanvoerder der Treviri in Gallia ten tijde van Caesar, door diens legaat Labiēnus verslagen en gedood (54).—2)een hoofd bij het gezantschap der Allobroges te Rome onder Cicero’s consulaat (63).Indus,Ἰνδός, 1) rivier, die door Cabalia of Cibyrātis stroomt en tegenover het eiland Rhodus in zee valt.—2)rivier, thans nog Indus geheeten, ook Sindh, ten W. van Voor-Indië, eens de grens van het groote rijk der Perzen. Een zijtak is deAcesīnes, die wederom denHydaspes, denHydraōtes, denZadadrusen denHyphasisopneemt. Tot aan den Hyphasis drong Alexander d. Gr. door. De genoemde bijrivieren vormen den Pendsjâb, het land der vijf stroomen.InessaofInēsa, oude naam der stad Aetna, aan den voet van den berg Aetna (z. a.).Infamia, sterker danignominia, eerloosverklaring, waarmede het verlies van enkele rechten gepaard ging als:ius suffragii, ius honorum, de bevoegdheid om in rechten op te treden of getuigenis af te leggen. De infamie kon een gevolg zijn van eene veroordeeling; zij kon ookex edicto praetoristoegepast worden wegens onteerende handelingen of het uitoefenen van een verachtelijk bedrijf.Infelix arbor. Sommige boomen werden bij de Romeineninfelices arboresgeheeten, zooals bijv. deoleasterof wilde olijf. Daar zulke boomen aan de onderaardsche goden gewijd waren, werden zij ook wel gebezigd, om er misdadigers aan op te hangen of te kruisigen.Inferum, s. Tyrrhēnum mare, de Tyrrheensche of Toscaansche zee, ten W. van Italië.Infula,στέμμα, een breede, meestal wollen haarband of doek, die om het hoofd gewonden en door eenvitta(lint) vastgehouden werd, zoodat de einden aan weerszijden afhingen. Zij was een zinnebeeld van onschendbaarheid,en werd o. a. door de vestaalsche maagden en later ook door de keizers gedragen.Ingaevones, gemeenschappelijke naam der germaansche volken, die langs de kusten der Noordzee woonden; tot hen behoorden de Cimbren en Teutonen, de Chauken en de Friezen.Ingauni,Ἴγγαυνοι, volk op de ligurische kust, met de stad Album Ingaunum, ten Z.W. van Genua. Tgw.Albenga.Ingenuus, de eerste van de zoogenaamde dertig tyrannen (zietriginta tyrannino. 2), die zich na de gevangenneming van keizer Valeriānus, in Pannonië tot Augustus liet uitroepen. Keizer Galliēnus trok van Gallië uit hem tegemoet, en versloeg hem in 258 n. C. bij Mursa in Pannonië.Iniuria, eerroof en persoonlijke beleediging. De wetten der XII tafelen vermeldden twee soorten: lichamelijke beleediging (o.a.membrum ruptum, os fractum) en spotliederen (occentatio), v. s. ook het uitspreken van betooveringsformulieren (malum carmen incantare). Hetius praetoriumbreidde echter het begripiniuriaaanmerkelijk uit en stond ook voor andere gevallen eeneactio iniuriarumtoe.Ino,Ἰνώ, dochter van Cadmus en Harmonia, echtgenoote van Athamas (z.a.). Na haar dood werd zij door Poseidon onder de godheden der zee opgenomen, en onder den naam Leucothea op vele zeeplaatsen vereerd. Op Rhodus droeg zij den naam Italia, en verhaalde men, dat zij bij Poseidon moeder geworden was van zes zonen en eene dochter.—V.a. was zij door de Nereïden naar de monden van den Tiber gebracht, en toen Juno haar ook daar vervolgde, naar Rome gevlucht, waar Carmentis haar gastvrij opnam. Op raad van deze nam zij een inheemschen naam aan, en sedert wordt zij als Matūta (z. a.) vereerd.Inōus,Ἴνωος, Melicertes, zoon van Ino.Inquilinus, 1) de huurder van een huis, tegenovercolonus, de pachter van een stuk land. In den lateren keizertijd worden beide uitdrukkingen dooréén-gebruikt voor dencolonus.—2)de inwoner van eenmunicipium, die naar Rome verhuist. Zoo noemde Catilina Cicero, die uit Arpinum stamde, hetgeen de verontwaardiging van den senaat opwekte.Inscriptioals rechtsterm, het opmaken van het procesverbaal eener aanklacht en de onderteekening daarvan door den aanklager. Ziesubscriptio.Instaurativi (ludi), z.Ludi.Instita, geplooide strook of aanzetsel, onder aan het romeinsch vrouwengewaad, waardoor dit laatste slepend werd. Vermoedelijk kon deinstitaaan- en afgehaakt worden.Institutiones, z.Gaius.Insubres,Ἲνσουβροι, machtige gallische stam in Gallia Transpadāna, waarmede de Romeinen lang oorlog hebben moeten voeren. Hunne hoofdstad was Mediolanium (Milaan).Insula, groot alleenstaand huis of wel een blok huizen, aan alle zijden door straten ingesloten. Daar de huurwoningen te Rome in groote blokken werden gebouwd, kreeginsulaallengs de gewijzigde beteekenis van huurwoning, in tegenoverstelling vandomusals eigen huis. De slaaf of vrijgelatene, wien het opzicht over het blok en het ophalen der huur was opgedragen, werdinsulariusgenoemd. Een enkele maal wordt dit woord ook gebezigd voor den huurder eener woning.Insula Allobrogum, de vlakte tusschen de Isara (Isère) en den Rhodanus (Rhône).Intemilii, volk op de ligurische kust met de stad Album Intemilium, aan den voet der Alpes maritimae (Zee-Alpen).Interamna, 1) stad in het Z. van Umbria, thans Terni, aan de rivier den Nar en aan de via Flaminia gelegen, lat. kolonie, geboorteplaats van keizer Tacitus. De inwoners werdenInteramnātes Nahartesgenoemd. Niet ver boven de stad de beroemde watervallen (zieAvens).—2)stad in Latium aan den Liris, sedert 312 lat. kolonie.Interamnia Praetuttiorum, stad in het land der Praetuttii in Picēnum.Intercatia, stad der Vaccaei in Hispania, ten N. van den Durius (Douro).Intercessio, tusschenkomst of verzet van een overheidspersoon te Rome tegenover een ambtgenoot of tegenover lagere overheden en der volkstribunen tegenover alle andere magistraten (den dictator uitgezonderd). Zieappellatio. Hierbij deed zich het merkwaardige verschijnsel voor, dat de praetoren, hoewel ondergeschikt aan de consuls, toch, omdat zij onder gelijke auspiciën werden gekozen,collegaevan de consuls waren. Al waren zij nu ookcollegae minores, toch konden zij dus de comitiën, door consuls gehouden, storen. Als rechtsterm wordtintercessiogebruikt, wanneer de eene burger ten behoeve van den ander tusschen dezen en het gerecht treedt, bijv. door zich borg te stellen.Intercidōna, zieDeverra.Intercisi (dies), zieFesti (dies).Interdictum, een procesvorm, waarbij de praetor een tusschenuitspraak deed, hetzij in den vorm van een bevel (decretum) of van een verbod (interdictum). De naaminterdictumis echter voor beide gevallen de heerschende geworden. Het diende dikwijls tot tijdelijke bevestiging van een bestaande toestand, bijv. tot aanwijzing, wie in het bezit der betwiste zaak zou blijven, totdat de rechter het vonnis had uitgesproken. Dikwijls ook diende het tot inleiding van een proces, waarbij dan de praetor voor beide partijen een interdict uitvaardigde, bijv. een verbod den rechtmatigen bezitter overlast aan te doen. Hieruit ontstond dan eene actie, waarbij de eene partij de andere beschuldigde tegen het bevel des praetors te hebben gehandeld, en die dan door dezen naar eeniudexof naarrecuperatoreswerd verwezen. Er zijn verschillende gevallen vaninterdicta.Internum mare,ἡ ἔσωofἐντός θάλαττα, door de Rom. ook dikwijlsnostrum maregenoemd, de tegenw. Middellandsche zee.Interpres, algemeene naam voor tusschenpersonen, onderhandelaars, tolken, ook voor makelaars in stemmen bij verkiezingen.Interrex,μεσοβασιλεύς. Wanneer de koning te Rome gestorven was en geen opvolger terstondde regeering overnam, nam de senaat het bestuur op zich en wees door het lot uit zijn midden eeninterrexvoor den tijd van vijf dagen aan, waarop dan een tweede, derde enz., volgden, ieder voor vijf dagen. Elkeinterrexbenoemde zelf zijn opvolger. Ook onder de republiek kwam dit meermalen voor. Wanneer b.v. beide consuls gesneuveld waren of alsvitio creatihun ambt hadden moeten neerleggen, dan keerden de auspiciën, zooals de term luidt, tot depatres(d. w. z. de patricische leden van den senaat) terug, en moesten er zoolanginterregesoptreden, totdat er een nieuwe consulsverkiezing had plaats gehad. Daar de comitiën eenigen tijd te voren moesten worden aangekondigd, konden de eersteinterregesdeze nooit houden. Deze waardigheid is nimmer anders dan door patriciërs bekleed.Intestabilisis hij, die wegensinfamianiet waardig is als getuige in rechten op te treden en ook geen ander als getuige kan oproepen. In ruimeren zin is eenhomo intestabiliseen gemeen, eerloos mensch.Inui castrum, vervallen zeestadje bij Ardea in Latium.Inuus, bijnaam van Faunus.Io,Ἰώ, dochter van Inachus, priesteres van Hera te Argos. Zeus beminde haar, en om haar aan de jaloersche vervolgingen van Hera te onttrekken, veranderde hij haar in een koe. Hera wist echter te verkrijgen dat die koe aan haar werd afgestaan en liet haar bewaken door Argus Panoptes (z. a.); toen deze door Hermes gedood was, kwelde zij haar door een horzel, die haar voortdurend stak en razend maakte. Om aan deze pijniging te ontkomen, zwierf Io lang door de meest verwijderde landen der aarde, totdat zij in Aegypte hare vroegere gedaante terug kreeg en moeder werd van Epaphus.Iobates,Ἰοβάτης, koning van Lycië, z.Bellerophon.Iocaste,Ἰοκάστη, moeder en later echtgenoot van Oedipus (z. a.). Toen zij vernam dat zij met haar zoon gehuwd was, hing zij zich op.Iol, zieCaesareano. 6.Iolāus,Ἰόλαος, zoon van Iphicles, wagenmenner en vriend van Heracles. Hij was den held behulpzaam bij het bestrijden van de slang van Lerna, door een naburig woud in brand te steken en de gloeiende boomstammen aan te geven, waarmede de wonden van het monster dichtgeschroeid moesten worden. Bij de eerste olympische spelen behaalde hij de overwinning. Later trok hij met veertig zonen van Heracles naar Sardinië, waar hij een volkplanting stichtte en bij de woeste inwoners meer beschaafde zeden invoerde; van deze onderneming teruggekeerd, vond hij zijn vriend nog juist tijdig genoeg om den brandstapel voor hem op te richten, ook was hij de eerste die hem een offer bracht.—Toen de Heracliden door Eurystheus vervolgd werden, kwam hij uit de onderwereld terug om hen te helpen, v. s. was hij het die Eurystheus doodde of gevangen nam.Iolcus,Ἰωλκός, Ἰολκός, oude stad in het thessalische gewest Pelasgiōtis, aan de Pagasaeïsche golf, de plaats van vertrek der Argonauten.Iole,Ἰόλη, dochter van Eurȳtus, koning van Oechalia, door Heracles (z. a.) bemind; na zijn dood werd zij volgens zijn bevel de vrouw van Hyllus.Ion,Ἴων, 1) de stamvader der Ioniërs, zoon van Xuthus en Creūsa, huwde met Helice, de dochter van den koning van Aegialus, volgde zijn schoonvader in de regeering op, en noemde het volk Ioniërs. Door de Atheners in hun oorlog tegen de Eleusiniërs te hulp geroepen, wordt hij hun aanvoerder en na de overwinning hun koning; zijne zonen waren Hoples, Geleon, Aegicores en Argades, naar wie de vier ionische phylae genoemd zijn.—V. a. zoon van Apollo en Creūsa, door zijne moeder te vondeling gelegd, en door Hermes naar Delphi gebracht, waar hij opgroeit en dienaar van den tempel wordt. Volgens een orakel nam Xuthus, die Creūsa tot vrouw gekregen had, maar kinderloos gebleven was, hem tot zoon aan; Creūsa, die vermoedt dat hij een onechte zoon van Xuthus is, wil hem vergiftigen, maar Apollo redt hem door een wonder en laat door de Pythia de verhouding tusschen moeder en zoon openbaren.—2)van Chius, tijdgenoot van Pericles, leefde in zijn jeugd geruimen tijd te Athene. Hij was de schrijver van verscheiden treurspelen en andere gedichten, tevens wijsgeer en geschiedschrijver, een man van smaak en fijne beschaving, zooals hij in zijn dagelijkschen omgang zoowel als in zijne werken toonde. Er zijn nog fragmenten van zijn werken over.—3)rhapsode van Ephesus, naar wien een van Plato’s werken genoemd is.Iōnes,Ἴωνες, een van de vier hoofdstammen der Grieken, die Attica, vele eilanden in de Aegaeïsche zee en een groot deel der Westkust van Kl. Azië bevolkt hebben. De ionische stam staat bovenaan, wat zeevaart en handel betreft. Zie ookIoniaenAchaia.Ionia,Ἰωνία, 1) oude naam voor het landschap Achaia in de Peloponnēsus, voordat de Achaeërs de Ioniërs van daar verdreven hadden.—2)kustland met de voorliggende eilanden in Klein-Azië. Volgens de overlevering dagteekent de eerste ionische nederzetting aldaar, op de lydische kust, van ± 1044, toen onder aanvoering van Codrus’ zonen Neleus en Androclus eene groote schaar naar Lydia overstak. Hier vormde zich allengs het ionisch stedenverbond: Phocaea, Clazomenae, Erythrae, Teos, Lebedus, Colophon, Ephesus, Priēne, Myus, Milētus en de eilanden Samus en Chius. Ook de aeolische stad Smyrna voegde zich, vrijwillig of gedwongen, hierbij. Op kaap Mycale stond hetPanionium, het gemeenschappelijk heiligdom van Poseidon, den ionischen stamgod. Croesus dwong de ionisch-aziatische Grieken de opperheerschappij van Lydia te erkennen; met Lydia kwamen zij in 545 onder Perzië. In 500 stonden zij vruchteloos tegen koning Darīus I op, doch de perzische oorlogen maaktenhen vrij, totdat de vrede van Antalcidas in 387 hen opnieuw aan Perzië prijs gaf. Verder deelden zij de lotgevallen van Klein-Azië. Ionia was het vaderland van de dichters Homerus, Mimnermus, Anacreon, van de schilders Zeuxis, Apelles, Parrhasius, van de wijsgeeren Thales, Anaximander, Anaxagoras, Xenophanes, van de geschiedschrijvers Hecataeus, Dionysius Milesius, e. a.Ionium mare,Ἰόνιος πόντος, de zee ten W. van Griekenland en Epīrus. Het spreekt van zelf dat de uitgebreidheid eener open zee niet binnen grenzen te bepalen is. Sommigen breiden de ionische zee dan ook uit tot Sicilia; zelfs wordt de Adriatische zee welἸόνιος μυχόςgenoemd.Iophon,Ἰοφῶν, zoon van Sophocles en Nicostrate, treurspeldichter. Hoewel zijne werken soms flauw en langdradig genoemd worden, schijnen zij toch aanleiding gegeven te hebben tot het vermoeden, dat zijn vader hem er bij hielp. Het verhaal dat hij zijn vader op hoogen leeftijd voor de phratrie geroepen zou hebben, om hem wegens zwakte van geestvermogens het beheer van zijne bezittingen te doen ontnemen, en dat deze het onware van die bewering zou hebben aangetoond door den rechters zijn laatste werk, den Oedipus op Colōnus, voor te lezen, is waarschijnlijk niets dan een verzinsel.Joppe,Ἰόππη, thans Jaffa, oude havenstad op de kust van Judaea in Palaestina.Jordānes,Ἰορδάνης, hoofdrivier van Palaestina, de Jordaan, ontspringt op den Hermon, vormt in zijn bovenloop het meer Merôm en verderop het meer Gennesareth, waaruit hij met een sterk verval naar de doode Zee (lacus Asphaltites) stroomt.Ios,Ἴος, een der cycladische eilanden, ten Z. van Naxus, met eene stad van denzelfden naam, thans Nio. Men beweerde, dat er het graf van Homerus te zien was. Het eiland werd door Ioniërs bewoond.Josēphus(Flavius), zieFlavius Josephus.Ioviānus(Flavius Claudius), uit Moesia, werd, na den dood van Juliānus in 363 na C., door de troepen tot keizer uitgeroepen, doch stierf binnen acht maanden, op zijn terugtocht naar Constantinopel.Iphianassa,Ἰφιάνασσα, 1) dochter van Agamemnon, waarschijnlijk dezelfde als Iphigenīa.—2)dochter van Proetus.Iphias, Euadne, dochter van Iphis.Iphicles, -clus,Ἰφικλῆς, Ἴφικλος, 1) zoon van Amphitryo en Alcmēne, halfbroeder van Heracles en zijn metgezel bij verscheiden ondernemingen, ook nam hij deel aan de calydonische jacht. In den oorlog tegen Ergīnus gedroeg hij zich zoo dapper, dat Creon hem zijne jongste dochter tot vrouw gaf. Hij sneuvelde in den strijd tegen de Molioniden (z.Augias) of tegen Hippocoön (z. a.).—2)zoon van Thestius, een van de Argonauten, nam ook deel aan de calydonische jacht, en werd na afloop daarvan door Meleager gedood.—3)zoon van Phylacus of Cephalus, Argonaut, beroemd door zijne snelheid in het loopen, z.Melampus.Iphicrates,Ἰφικράτης, atheensch veldheer van geringe afkomst, werd op twintigjarigen leeftijd (393) aanvoerder der huurtroepen in den corinthischen oorlog. Eene nederlaag, die hem door de Spartanen toegebracht werd, leerde hem inzien, hoe weinig bruikbaar deze troepen tegen een geregeld grieksch leger waren, en van dien tijd besteedde hij de grootste moeite om ze behoorlijk te organiseeren, aan krijgstucht te gewennen, geregeld te laten oefenen, enz.; ook gaf hij hun wapenen, die meer overeenkwamen met de bestemming van dit krijgsvolk, o. a. het kleine, ronde schild (πέλτη, vanwaar de naam peltasten). Algemeen was de verwondering in Griekenland, toen Iph. met deze peltasten eene spartaansche afdeeling (mora) hoplieten geheel vernietigde (390). Wegens zijn verzet tegen de aanmatiging der Argiven werd hij uit de Peloponnesus teruggeroepen, daarop ging hij naar Thracië, waar hij den oorlog tegen de Spartanen voortzette; de vrede van Antalcidas ontnam hem echter de voordeelen, die hij hier behaald had. In de volgende jaren ondernam hij verscheiden tochten naar Thracië, hij herstelde Seuthes in de regeering en beoorloogde Cotys, later sloot hij echter een verbond met dezen en trouwde hij met diens dochter. Hij stond aan het hoofd van een grieksch huurleger, dat de Perzen zou helpen bij de herovering van Aegypte (374), maar ten gevolge van een twist met Pharnabāzus keerde hij onverrichter zake terug. Daarna werd hij met eene vloot naar Corcȳra gezonden, dat door de Spartanen belegerd werd, en ofschoon deze reeds teruggeslagen waren, toen hij aankwam, behaalde hij toch bij deze gelegenheid eenige voordeelen. Het bevel over deze vloot was oorspronkelijk aan Timotheüs opgedragen, en de ergernis der voornamen over diens afzetting gaf zich lucht in eene aanklacht tegen Iph., waartegen deze zich echter met glans verdedigde. Als bevelhebber in den thebaanschen oorlog, in Thracië en Macedonië, richtte hij niet veel uit, en de voordeelen, die hij door zijne politiek behaalde, waren niet duurzaam. Ten slotte werd hem in den bondgenootenoorlog met Chares en Timotheüs het opperbevel gegeven (356), en toen hij op aanklacht van Chares (z. a.) beboet was, verliet hij Athene. Hij schijnt in 353 in Thracië gestorven te zijn.Iphidamas,Ἰφιδάμας, 1) zoon van Busīris, werd met zijn vader door Heracles gedood.—2)zoon van Antēnor.Iphigenīa,Ἰφιγένεια, dochter van Agamemnon en Clytaemnestra, of van Theseus en Helena, door Clytaemnestra als kind aangenomen. Toen de Grieken op weg naar Troje in de haven van Aulis werden teruggehouden door een windstilte, die Artemis uit toorn tegen Agamemnon of Menelāus gezonden had, verklaarde Calchas, dat Iph. aan Artemis geofferd moest worden. Onder voorwendsel dat zij met Achilles zoude trouwen, werd zij in het leger gehaald, maar toen zij reeds op het altaar lag, stelde Artemis eene hinde in haar plaats en ontvoerde haar naar Tauris. Daardeed zij vele jaren dienst als priesteres bij de menschenoffers aan Artemis (z. a.)Ταυρόπολος, totdat Orestes er landde, zijne zuster herkende, en haar met het beeld der godin naar Griekenland ontvoerde. Te Brauron en te Megara meende men haar graf te vinden en werden haar offers gebracht.—V. a. was zij niet gestorven, maar onder den naam Hecate tot godin verheven, of werd zij na haar dood naar het eiland Leuce verplaatst, waar zij als Orsilochia met Achilles huwde. Artemis zelve draagt op sommige plaatsen den bijnaam Iph.Iphimedēa,Ἰφιμέδεια, -μέδη, dochter van Triops, echtgenoote van Alōeus, bij Poseidon moeder van de Aloaden.Iphinoë,Ἰφινόη, eene van de Proetiden.Iphis,Ἶφις, 1) koning van Argos, zoon van Alector, vader van Eteoclus en Euadne. Toen zijne beide kinderen dood waren, gaf hij de regeering over aan Sthenelus, den zoon van Capaneus.—2)zoon van Sthenelus, verloor het leven bij den tocht der Argonauten in een gevecht tegen Aeētes.—3)z.Anaxarete.—4)dochter van Ligdus en Telethūsa. Daar haar vader voor hare geboorte gezegd had, dat hij zijn kind zou moeten dooden, indien het eene dochter was, daar hij geen geld had om een meisje op te voeden, gaf haar moeder voor, dat zij van een jongen bevallen was. Iphis werd nu als jongeling opgevoed, en toen zij volwassen was en haar vader wilde dat zij zoude trouwen, veranderde Isis haar in een man, zoodat het bedrog niet ontdekt werd.Iphitus,Ἴφιτος, 1) zoon van Eurȳtus, Argonaut, door Heracles (z. a.) verraderlijk gedood.—2)zoon van Naubolus, koning van Phocis.—3)koning van Elis, herstelde met Lycurgus de olympische spelen.Ipsus,Ἴψος, Ἰψός, stadje in Phrygia, ten N. van Synnada, waar Antigonus in 301 in den slag tegen Seleucus en Lysimachus sneuvelde.Ira,Εἶρα, bergvesting in het N. van Messenia, die in den tweeden messenischen oorlog elf jaar (679–668) door Aristomenes tegen de Spartanen werd verdedigd.Irassa,Ἴρασα, Ἴρασσα, vruchtbare streek en stad in Cyrenaïca.Iris,Ἶρις, dochter van Thaumas en Electra, die met de snelheid van den wind (Ποδήνεμος, Ἀελλόπους) de bevelen der goden, vooral die van Hera, aan de menschen overbrengt. V. s. was zij bij Zephyrus moeder van Eros. Bij latere dichters is zij de personificatie van den regenboog. Op hare afbeeldingen heeft zij de gestalte van eene vlugge jonkvrouw en draagt zij een schitterend kleed, gouden vleugels aan de schouders en een staf in de hand; soms wordt zij afgebeeld met een kan, waarmede zij aan de wolken water toevoert.Iris,Ἶρις, rivier in Pontus, die langs Comāna en Amasēa stroomt en zich na een bochtigen loop ten O. van Amīsus in den Pontus Euxīnus (Zwarte zee) stort.Irus,Ἶρος, 1) zoon van Actor, vader van Eurytion. Toen deze door Peleus gedood was, wilde Irus het als zoenoffer aangeboden vee niet aannemen, daar hij van geen verzoening wilde weten. Peleus liet het daarop in vrijheid rondloopen, het werd door een wolf verscheurd, die in een steen veranderd werd en lang op de grens van Locris en Phocis staan bleef.—2)onbeschaamd bedelaar op Ithaca, door Odysseus bij zijne terugkomst weggejaagd. Spreekwoord:Iro pauperior.Is,Ἴς, rivier en stad in Mesopotamia, aan den Euphraat. In den omtrek werd asphalt gevonden, waarmede de muren van Babylon waren opgemetseld.Isaeus,Ἰσαῖος, 1) van Chalcis, een van de tien attische redenaars, leerling van Lysias en Isocrates, leermeester van Demosthenes; zijn onderwijs in de welsprekendheid wordt hoog geroemd. Van de talrijke redevoeringen, die hij als pleitbezorger voor anderen schreef, zijn elf bewaard gebleven, die alle over erfeniskwesties handelen.—2)sophist, die onder Traiānus reeds op hoogen leeftijd uit Assyrië naar Rome kwam.Isagoras,Ἰσαγόρας, atheensch aristocraat, na de verdrijving der Pisistratiden tegenstander van Clisthenes, dien hij door de hulp van Cleomenes I voor korten tijd verdreef. Daarna werd hij tot eersten archont gekozen (508) en begon hij de staatsinstellingen in aristocratischen geest te hervormen. Weldra werd hij echter op zijne beurt verjaagd, en de pogingen van Cleomenes om hem met geweld terug te brengen mislukten.Isara, naam van twee rivieren in Gallia Transalpīna, 1) een zijtak van den Rhodanus (Rhône), thans de Isère.—2)een bijstroom der Sequana (Seine), thans de Oise geheeten.Isauria,Ἰσαυρία, in het Z. van Lycaonia, op de grenzen van Pisidia en Cilicia. Het land was bergachtig en werd door een woest rooversvolk bewoond. Wel behaalde P. Servilius Vatia (Isauricus) in 76 eene groote overwinning op hen, en vernietigde Pompeius hunne roofschepen en lijfde hun gebied in (65), doch geheel ten onder gebracht werden zij niet. ZieGalatiaaan het slot. Sedert de 3deeeuw na C. ondernemen ze, verbonden met de bewoners van westelijk Cilicië, die nu ook Isauri heeten, geregeld groote strooptochten.Ischolāus,Ἰσχόλαος, spartaansch veldheer, sneuvelde bij den eersten tocht van Epaminondas tegen Sparta in een gevecht tegen Arcadiërs (370).Ischys,Ἲσχυς, Arcadiër, zoon van Elatus, z.Coronisno. 1.Isionda,Ἰσιόνδα, Ἲσινδα, oude stad in het Z.W. van Pisidia.
Iacchus,Ἴακχος, naam van Dionȳsus in de eleusinische mysteriën; hij had een tempel te Athene, en bij den feestelijken optocht naar Eleusis ter gelegenheid van de mysteriën werd zijn beeld voor den stoet uitgedragen.
Iacetāni, volksstam in Hispania tusschen de Pyrenaeën en den mond van den Ibērus (Ebro). Z. ookLacetani.
Iadera,Ἰάδερα, stad op de kust van Illyricum, in Liburnia.
Ialmenus,Ἰάλμενος, zoon van Ares en Astyoche, regeerde nevens zijn broeder Ascalaphus in Orchomenus en streed voor Troje. V.s. was hij na den trojaanschen oorlog koning van het eiland Aretias.
Ialysus,ἸάλυσοςofἸαλύσος, eene der drie oudste steden van het eiland Rhodus. Het lag in het Noorden, dicht bij het latere Rhodus. Lindus en Camīrus waren de beide andere steden. Volgens de overlevering waren zij gesticht door Ialysus, Lindus en Camirus, drie broeders. Zie verderRhodus.
Iambe,Ἰάμβη, dochter van Pan en Echo, dienstmaagd van Celeüs. Door hare vroolijkheidwist zij het eerst de over het verlies harer dochter treurende Demēter tot lachen te bewegen; tot belooning werd zij de eerste priesteres van die godin en ter herinnering hieraan werden de feesten van Demēter met scherts en spotternij gevierd.
Iambische poëzie, een dichtsoort, voornamelijk gebruikt voor spot- en hekeldichten (carmen maledicum). Zij heeft waarschijnlijk haar oorsprong te danken aan het plagen en schertsen bij de feesten van Demēter (z.Iambe) en werd door Archilochus tot een bepaalden kunstvorm ontwikkeld. Van de epische poëzie, die tot dien tijd alleen beoefend was, onderscheidt zij zich door eenvoudiger taal en vluggere versmaat, daar in iederen voet de arsis tweemaal zoo lang is als de thesis.—Na Archilochus waren de meest bekende iambografen Simonides, Hippōnax, Solon, en onder de Romeinen Catullus, Horatius, Martiālis.
Iamblichus,Ἰάμβλιχος, 1) van Babylon, grieksch romanschrijver in de 2deeeuw na C. Van zijn groote romanΒαβυλωνιακάis nog een uittreksel over.—2)van Chalcis in Coelesyria, neo-platonisch wijsgeer onder Constantijn d. G., leerling van Porphyrius. In zijne werken tracht hij de stelsels van Plato en Pythagoras te vereenigen, hij verdedigt alle godsdienstige begrippen, zoowel van Grieken en Romeinen als van verscheiden oostersche volken, tegen het Christendom en leert dat waarzeggerij en tooverij noodzakelijk zijn om de betrekking tusschen goden en menschen in stand te houden. Hijzelf werd door zijne leerlingen voor een heilig wonderdoener gehouden. Hij heeft vooral invloed gehad op keizer Julianus.
Iamnīa,Ἰάμνεια, aanzienlijke stad in het Z.W. van Palaestina, niet ver van de zee.
Iamus,Ἴαμος, zoon van Apollo en Euadne. Hij werd door Aepytus opgevoed, en toen hij volwassen was, ging hij op bevel van Apollo naar Olympia, waar hij als waarzegger beroemd werd, en de stamvader werd der Iamiden (Ἰαμίδαι), een geslacht van priesters en waarzeggers te Olympia.
Iāna, echtgenoote van Jānus, oud-italische maangodin, waarschijnlijk dezelfde als Diana.
Ianiculus (mons), een der bergen van Rome, aan de overzijde van den Tiber. Op den top lag eene versterking,arx, waar bij volksvergaderingen eene roode vaan opgesteld en door eene wacht bewaakt werd. Deze gewoonte dagteekende uit den tijd, toen men nog op zijne hoede moest zijn tegen een onverwachten overval der naburige volken. Werd de vlag weggenomen, dan moest de vergadering uiteengaan.
Janus.Janus.
Janus.
Iānus, de god van deuren en poorten; vandaar heet hijClusius(Clusivius), sluiter, enPatulcius, opener. Daar iedere deur, om zoo te zeggen, naar binnen en naar buiten ziet, wordt Janus afgebeeld met twee gezichten (JanusGeminus, Biceps, Bifrons); zoo komt hij het eerst op de munten voor, en wel op den ouden koperenas, terwijl men voor de kleinere stukken koppen van grieksche goden nam. Verder is Janus de god van alle begin, en de eerste maand des jaars (Januarius), en de eerste dag van elke maand (Kalendae) is aan hem gewijd; ook het eerste uur van den dag; vandaar heet hijPater Matutinus. Hij waakt ook over het begin van het leven van ieder mensch, en heet als zoodanigConsevius. Zijn priester is derex sacrorum, die hem o.a. op den 9 Jan. (Agonium) een ram offert in deregia. Een tempel had Janus oorspronkelijk niet, slechts een doorgang (Janus Geminus) aan den N.O.hoek van het forum was hem gewijd, ook Janus Quirīnus geheeten, omdat hij toegang geeft tot destaatsmarkt, hetforum Romanum. Deze doorgang moest steeds openstaan, tenzij er nergens oorlog was. Volgens de sage heeft Numa dezen Janus gesticht en ééns gesloten; in historischen tijd is hij viermaal gesloten geweest, ééns in 235, na het einde van de oorlogen op Sardinië en in Ligurië, en drie maal tijdens Augustus. Na den zeeslag bij Mylae (260) heeft C. Duilius, de overwinnaar in dien slag, Janus een tempel gewijd vóór de Porta Carmentalis, aan hetforum holitorium. Zijne beelden hebben gewoonlijk een sleutel in de linkerhand, in de andere een staf zooals de portiers; bij deuren en poorten plaatste men gewoonlijk een borstbeeld van hem met twee aangezichten, die naar binnen en naar buiten gericht waren. Deze aangezichten waren meestal gelijk, soms echter was het eene jong, het andere oud, of het eene mannelijk, het andere vrouwelijk.
Iapetus,Ἰαπετός, zoon van Uranus en Gaea, een van de Titanen, die deel nam aan den oorlog tegen Zeus en daarom in den Tartarus is opgesloten. Hij was de vader van Atlas, Menoetius, Promētheus en Epimētheus. V. a. een van de Giganten, zoon van Tartarus en Gaea.
Iāpis=Iapyxno. 2.
IapodesofIapydes,Ἰάποδες, illyrisch-keltisch bergvolk in Illyricum, op de grenzen van Liburnia en Histria. Hun land werdIapydiagenoemd. Zij tatouëerden zich. Onder Augustus werden zij voor goed onderworpen.
Iapygia,Ἰαπυγία, oude naam voor de Z.O. punt van Italia, thans Terra d’Otranto. Bij dichters = Calabria of ook wel Apulia.
Iapygium promunturium,Ἰαπυγία ἄκρα, ook welprom. Sallentinum, Z.O. kaap van Italia, thans Capo di Leuca.
Iāpyx,Ἰάπυξ, 1) zoon van Lycāon of van Daedalus, voerde eene kolonie van Cretensers naar Iapygië, dat naar hem genoemd is.—2)geneesheer van Aenēas.—3)de Noordwestenwind, die gunstig is voor hen, die van Brundisium naar Griekenland varen; bij de Romeinen heet hij gewoonlijk Favonius. ZieWindstreken.
Iarbas, zieHiarbas.
Iardanusof-us,Ἰαρδάνης, -ος, naam van twee riviertjes, het eene op Creta nabij de stad Cydonia, het andere in Elis ten N. van Phea.
Iardanis,Ἰαρδανίς, Omphale, dochter van den lydischen koning Iardanus.
Iasides,Ἰασίδης, zoon of afstammeling van Iasus of Iasion, bijv. Amphīon, Palinūrus, e. a.
Iasion, Iasius,Ἰασίων, Ἰάσιος, zoon van Zeus of Corythus en Electra, geliefde van Demēter, die hem een zoon baarde, Plutus. Hij werd door Zeus uit minnenijd met den bliksem gedood. Met zijn broeder Dardanus werd hij op Samothrāce in de mysteriën ingewijd, die hij ook op Sicilië ingevoerd zoude hebben.
Iasis, Atalante, dochter van Iasus.
Iāso,Ἰασώ, dochter van Asclepius, godin der geneeskunde.
Iāson,Ἰάσων, 1) zoon van Aeson, koning van Iolcus. Toen deze door zijn broeder Pelias van de regeering beroofd was, liet hij Iason naar Chiron brengen, die hem opvoedde. Op zijn twintigste jaar kwam Ias. naar Iolcus terug en eischte dat Pelias de regeering aan Aeson zou teruggeven; deze beloofde aan dien eisch te zullen voldoen, wanneer Ias. voor hem het gouden vlies (z.Phrixus) uit Aea wilde halen; hij gaf voor dat hem dit werk door een orakel was opgedragen, maar dat hij zich te oud gevoelde om het ten uitvoer te brengen. V. a. had Ias. bij zijne eerste ontmoeting met Pelias toevallig een schoen verloren, en had deze hem de onderneming opgedragen om hem te verwijderen, daar een orakel hem gewaarschuwd had voor iemand met één schoen. Ias. ondernam nu aan het hoofd der Argonauten (z. a.) den hem opgedragen tocht. Toen hij in Aea aangekomen was en aan koning Aeētes zijn verlangen had kenbaar gemaakt, verklaarde deze zich bereid de gouden vacht te geven, indien hij twee vuurspuwende stieren met metalen hoeven voor den ploeg spande, daarmede een stuk gronds omploegde, in de voren draketanden zaaide en de daaruit opgekomen mannen doodde; verder moest hij nog een reusachtigen draak dooden, die de vacht bewaakte en nooit sliep. Door de toovermiddelen van Medēa (z. a.) was Ias. in staat deze moeilijke taak te vervullen, en toen Aeetes uitvluchten zocht, roofde hij met hare hulp de vacht en vluchtte hij met zijne reisgezellen en met Medea. Aeetes vervolgde hen, doch te vergeefs (z.ApsyrtusenAlcinous). Te Iolcus teruggekeerd, vonden zij dat Aeson en zijn geheel geslacht door Pelias vermoord waren; door een list van Medea werd Pelias (z. a.) gedood en Ias. gaf de regeering vrijwillig of gedwongen aan Acastus over. Hij trok daarop met zijne echtgenoote naar Corinthe, vatte liefde op voor Creūsa (no. 4) en huwde haar; toen zij door de wraak van Medea gedood was, bracht ook hij zich om het leven. V. a. had hij zich eens op de landengte van Corinthe onder de Argo te slapen gelegd, en was hij door het instorten van het oude schip gedood.—2)tyran van Pherae, kwam omstreeks 378 aan de regeering en maakte zich in weinige jaren van de heerschappij over een groot deel van Thessalië meester. Hij was de bondgenoot van de Thebanen tegen de Spartanen, ofschoon hij na den slag bij Leuctra beide partijen tot matiging aanspoorde. Terwijl hij, naar men algemeen geloofde, met groote plannen omging, nl. om geheel Griekenland onder zijne heerschappij te brengen en den oorlog tegen Perzië te hervatten, werd hij in 370 vermoord.
Iāsus,ἼασοςofἼασσος, stad op de kust van Caria, met veel vischvangst, aan densinus Iassicus. In de nabijheid stond onder den blooten hemel een standbeeld van Hestia, dat zelfs bij regen nimmer nat werd. De stad was gesticht door Argiven, later bevolkt door Milesiërs.
Iaxartes,Ἰαξάρτης, rivier in aziatisch Scythia, thans Syr-Daria, uitloopende in het Aral-meer; in de oudheid nam men echter aan, dat ze evenals de Oxus in de Caspische zee mondde; wel kende men een Oxia palus van hooren zeggen, maar dat de Oxus en Iaxartes hierin uitliepen, wist men niet. Z. ookOxus. DeὨξειανὴ λίμνη, door Ptolemaeus vermeld, is niet het Aral-meer, maar de lacus Oaxus, een bronmeer in het Pamir-gebergte, waarschijnlijk het Victoriameer.
Iazyges,Ἰάζυγες, machtig sarmatisch volk aan depalus Maeōtis(zee van Azow). Later trokken zij westwaarts en vestigden zich tusschen de Tisia (Theiss) en den Danubius. In de 4deeeuw na Chr. komen ze steeds als bondgenooten van de Quaden voor.
Iberia,Ἰβηρία, 1) grieksche naam voor Hispania.—2)landschap ten Z. van den Caucasus en ten O. van Colchis, thans Georgië, waarmede de Rom. onder Pompeius kennis maakten. Dit zeer vruchtbare gewest was geheel door bergen ingesloten en slechts door enkele passen toegankelijk. De bevolking was niet oorlogzuchtig, woonde in goed gebouwde huizen en was in kasten verdeeld.
Ibērus,Ἲβηρ, rivier in Hispania, thans Ebro, een tijd lang grensscheiding tusschen rom. en carthaagsch Hispania.
Ibycus,Ἲβυκος, van Rhegium, grieksch lierdichter, die eenigen tijd aan het hof vanPolycrates op Samus leefde en overigens een zwervend leven leidde. Op eene reis naar Corinthe werd hij door struikroovers gedood, terwijl een zwerm kraanvogels over zijn hoofd heenvloog, die hij aanriep om zijn dood te wreken. Toen nu kort daarna weder een zwerm van dezelfde vogels gedurende een feest over den schouwburg van Corinthe vloog, riep een der moordenaars onwillekeurig uit: “de kraanvogels van Ibycus!”waardoor de schuldigen ontdekt en gestraft werden. Vandaar het spreekwoord:οἱ Ἰβύκου γέρανοι. Zijne gedichten behandelden voor een deel mythische onderwerpen, beroemder echter waren bij de ouden zijne minnedichten.
IcariaofIcarus,Ἰκαρία, Ἴκαρος, vroeger Doliche geheeten, eiland in de Aegaeïsche zee, ten W. van Samus, volgens de mythe genoemd naar Icarus, wiens lijk hier aan land spoelde. De omliggende zee werdIcarium maregeheeten.
Icaris, Icariōtis, Penelope, dochter van Icarius no. 2.
Icarius,Ἰκάριος, 1) ook Icarus of Icarion, atheensch landbouwer, die van Dionȳsus den wijnbouw leerde. Toen hij eenige herders wijn had laten proeven en zij daardoor bedwelmd geworden waren, doodden zij hem, in de meening, dat hij hen vergiftigd had. Zijne dochter Erigone (z. a.) zocht hem langen tijd, geholpen door haar trouwen hond Maera; toen zij zijn lijk vond, hing zij zich aan een boom op. De goden plaatsten Ic. als Boōtes of Arctūrus, Erigone als de Maagd, Maera als Procyon (Icarius canis) aan den sterrenhemel. Vgl.Entoria.—2)zoon van Oebalus, werd met zijn broeder Tyndareos door hun halfbroeder Hippocoon uit Lacedaemon verdreven, maar later door Heracles teruggebracht. Hij had de hand zijner dochter Penelope beloofd aan dengene, die in den wedloop de overwinning zoude behalen. Odysseus was de overwinnaar en voerde haar als zijne gade mede naar zijn rijk, hoewel Ic. hem smeekte in Lacedaemon te blijven.
Icarus,Ἴκαρος, 1) zoon van Daedalus (z. a.).—2)koning van Carië, z.Thestor.
Iccius, een vriend van Horatius, die in 24 aan den krijgstocht van Aelius Gallus tegen de Arabieren deelnam en later op Sicilia leefde, waar hij misschien de landgoederen van Agrippa beheerde. Hij was een beoefenaar der wijsbegeerte.
Icelus,Εἴκελος, z.Morpheus.
IceniofSimeni,Σιμενοί, machtig volk in Britannia, in het tegenw. Norfolk en Suffolk, het volk van koningin Boadicca (z. a.).
Ichnae,Ἴχναι, 1) stad in het macedonische landschap Bottiaea, dicht bij den Axius (Vardar).—2)stad in de thessalische landstreek Phthiōtis.—3)stad in het N. van Mesopotamia, ten N. van Nicephorium, waar Crassus eene overwinning op de Parthen behaalde.
Ichthyophagi,Ἰχθυοφάγοι, naam van onderscheidene van vischvangst levende volksstammen aan de kusten der Indische zee en hare inhammen en op de Westkust van Afrika.
Icilia (lex)sacrata, van den volkstribuun Sp. Icilius in 492 of 471, dat alwie een volkstribuun, die tot het volk sprak, zou belemmeren of in de rede vallen, door eenconcilium plebistot elke straf kon veroordeeld worden.
Iciliae (leges)van den volkstribuun L. Icilius, 1) dat desecessiobij de dwingelandij der tienmannen niemand tot vergrijp zou worden aangerekend (449).—2)dat demons Aventinus, die nogager publicuswas, aan de patricische erfpachters ontnomen en onder de plebejers verdeeld zou worden (456). ZieIcilii.
Icilii, plebejisch geslacht, dat tusschen 493 en 408 verscheidene volkstribunen heeft opgeleverd en bij desecessionesin 494 en 449 eene belangrijke rol speelde. O. a. is Sp. Icilius (v. a. Acilius) één van de 4 volkstribunen geweest, die ten gevolge van delex Publilia Voleronisvoor het eersttributimin 471 zijn gekozen. De berichten omtrent desecessionesvan 494 en 449 zijn tamelijk waardeloos, en dus ook de namen der daarbij optredende personen. Zie ook onderDuiliino. 1. Volgens sommigen is het feit dat Sp. Icilius in 471 tribunus plebis was, het eenige historisch betrouwbare bericht omtrent deze familie en de op hun naam staande wetten.
Iconium,Ἰκόνιον, volkrijke en welvarende hoofdstad van Lycaonia in Asia minor.
Ictīnus,Ἰκτῖνος, beroemd bouwmeester te Athene ten tijde van Pericles. Tot zijne belangrijkste werken behooren het Parthenon en de tempel van Demēter en Persephone te Eleusis.
Icus,Ἴκος, een van de noordelijke Cycladen, in de nabijheid van Peparēthus.
Ida,Ἴδη, dochter van Melisseus, een van de beide nimfen, die Zeus opvoedden.
Ida, Ide,Ἴδη, boschrijk gebergte in Troas en het achterliggende Phrygia. Het was ook rijk aan bronnen.Idaea mater= Cybele, die hier vereerd werd;Idaeus puer= Ganymēdes. Ook op Creta was een Ida-gebergte, met de grot, waarin Zeus was groot gebracht.
Idaea mater,Ἰδαία, bijnaam van Rhea Cybele, naar den berg Ida, den hoofdzetel van haar eeredienst.
Idaei Dactyli=Dactyli Idaei.
Idaeus,Ἰδαῖος, 1) zoon van Dardanus en Chryse, die met zijn vader in Phrygië kwam, en op den berg Ida den dienst van Rhea Cybele instelde.—2)trojaansch heraut.—3)zoon van Dares.
Idalia,Ἰδαλία, bijnaam van Aphrodīte, naar den berg Idalium, waar zij een beroemden tempel had.
Idalium,Ἰδάλιον ὄρος, phoenicische stad in het binnenland van Cyprus, met een Aphrodite-tempel.
Idas,Ἴδας, een van de Apharetiden (z. a.), ontvoerde Marpessa, de dochter van Euēnus, koning van Aetolië, op een gevleugelden wagen, die hem door Poseidon geschonken was. Euenus vervolgde hem, vergezeld door Apollo, die eveneens het meisje begeerde,maar daar hij hem niet konde inhalen, stortte hij zich in de rivier Lycormas, die sedert dien tijd Euenus heet. Door Apollo in Messēne gevonden, waagde Idas een gevecht met den god, maar Zeus scheidde hen en besliste dat Marpessa moest kiezen. Daar zij vreesde dat Apollo haar niet trouw zoude blijven, gaf zij aan Idas de voorkeur.
Idistavīsus, vlakte aan den Visurgis (Weser), nabij de Porta Westphalica, waar Germanicus op de Cheruscers de nederlaag van Varus wreekte (16 n. C.).
Idmon,Ἴδμων, een waarzegger, die de Argonauten vergezelde, ofschoon hij wist, dat hij onderweg zou omkomen. Hij stierf in Bithynië aan eene ziekte of aan den beet van een slang of een wild zwijn. De stad Heraclēa was, naar het heette, rondom zijn graf gebouwd.
Idomene,Εἰδομένη, stad in het macedonische gewest Mygdonia, aan den Axius (Vardar).
Idomeneus,Ἰδομενεύς, zoon van Deucalion no. 2, koning van Creta. Als een van hen, die naar de hand van Helena (z. a.) gedongen hadden, trok hij later mede tegen Troje op, waar hij zich door dapperheid onderscheidde. Op de terugreis door een geweldigen storm overvallen, deed hij de gelofte, dat hij aan Poseidon zou offeren wat hem in zijn vaderland het eerst zoude ontmoeten, en hij volbracht die gelofte, ofschoon zijn eigen zoon het slachtoffer er van werd. Toen ten gevolge hiervan door den toorn der goden een pest op Creta uitbrak, werd Id. verjaagd; hij ging naar de kust van Calabrië, vanwaar hij later naar Colophon ging of naar Creta terugkeerde. Zijn graf meende men te Cnosus te vinden, waar hij met Meriones als heros vereerd werd.
Idothea,Εἰδοθέα, dochter van Proteus.
Idrias,Ἰδριάς, stad en landstreek in Carìa, zieStratonicēa.
Idubeda, gebergte in Hispania, ten Z. van en ongeveer evenwijdig met den Ibērus (Ebro), een deel van het tegenw. Cantabrisch gebergte.
Idumaea,Ἰδυμαία, Edôm, het land ten Z. van Palaestina.
Idūs, de 15dedag der maanden Maart, Mei, Juli en October, in de overige maanden de 13de. Oorspronkelijk vielen deIdussamen met de volle maan, daarom zijn zij in het bijzonder gewijd aan Jupiter. Zie verderannus.
Idylle,εἰδύλλιον, een klein gedicht, bevattende schetsen uit het dagelijksch leven van herders en andere op het land levende personen van lageren stand.
Ientaculum, een licht ontbijt ’s morgens vroeg voor degenen, die niet konden wachten tot hetprandium, dat later in den voormiddag werd genomen en het karakter van eenlunchdroeg.
Iërne=Hibernia.
Ietae,Ἰεταί, stad en berg op Sicilia, ten Z.W. van Panormus (Palermo).
Igilium, eilandje nabij de kust van Etruria, tegenover den mons Argentarius.
Ignominia, het verlies van goeden naam, eene oneer of openbare vernedering, welke men zich op den hals haalde door verkeerde handelingen of eene minder voegzame leefwijze, die wel niet onder het bereik der strafwetten vielen, maar toch van den kant der censoren eene openlijke berisping of terugzetting ten gevolge konden hebben. Zie ookinfamia.
Iguvium,Ἰγούιον, aanzienlijk municipium in het hart van Umbria, aan de Z.W. helling van den Apennīnus met een beroemden tempel van Jupiter, thans Eugubbio (Gubbio). Onder de puinhoopen van den tempel werden in de 15deeeuw na C. door een boer zeven koperen platen met opschriften in het Umbrisch gevonden, die meer dan duizend umbrische woorden bevatten en onder den naam vantabulae Eugubinaenog op het raadhuis te Eugubbio (Gubbio) bewaard worden.
Ilaīra=Hilaīra.
Ἴλη, troep, schaar, in het bizonder afdeeling ruiterij. De macedonische lichte ruiterij (σαρισσοφόροι) bestond uit 8ἶλαιvan 128 man, de zware uit 15 van 200 man, waarbij nog eene zestiende kwam als koninklijke eerewacht (ἄγημα, ἴλη βασιλική).
Ilercavones, Ilergavonenses, volk in Hispania aan den mond van den Ibērus (Ebro). Hoofdstad: Dertōsa (Tortosa).
Ilerda, thans Lerida, hoofdstad der Ilergetes in Hispania. Caesar versloeg hier Afranius en Petreius, legaten van Pompeius, in 49.
Ilergetes, aanzienlijk volk in Hispania tusschen den Ibērus (Ebro) en de Pyrenaeën, met de steden Ilerda (Lerida) en Osca (Huesca).
Ilia=Rea Sylvia.
Iliades,Ἰλιάδης, 1) Ganymēdes, zoon van Ilus.—2)Romulus of Remus, zoon van Ilia.—3)soms algemeen voor Trojaan.
Ilienses, 1) inwoners van Ilium.—2)volksstam op Sardinia.
Ilion, -um,Ἴλιον, Ἴλιος=Troia.
Ilione,Ἰλιόνη, dochter van Priamus en Hecabe, gehuwd met Polymestor. ZiePolydōrusno. 2.
Ilipa, stad aan den Baetis (Guadalquivir) in Baetica, ten N. van Hispalis (Sevilla).
Ilis(s)us,Ἰλισ(σ)ός, riv. in Attica, die op den Hymettus ontspringt en langs Athēnae stroomt.
Ilithyia,Εἰλείθυια, Ἐλευθώ, dochter van Zeus en Hera, godin die de vrouwen bij het baren helpt. Soms wordt van meer dan eene Il. gesproken; Hera en Artemis worden ook dikwijls Il. genoemd. Zij komt overeen met de rom. Juno Lucīna.
Ilium, -on,Ἴλιον, Ἴλιος=Troia.
Illiberis,Ἰλλιβερίς, 1) stad in Baetica, nabij de bronnen van den Singulis (Xenil), thans Elvira.—2)stad in Gallia tusschen Narbo Martius en de grens van Hispania, eerst aanzienlijk, later vervallen, door Constantijn den Gr. herbouwd en naar zijne moeder Helena genoemd, thans Elne.
Illiturgis,Ἰλούργεια, belangrijke bergstad der Turduli, geheel in het Oosten van Baetica,aan den Baetis (Guadalquivir), in 210 door Scipio (Africānus) veroverd en verwoest, later herbouwd alsForum Iulium.
Illurgavonenses=Ilercavones.
Illustres, titel der hoogste klasse van ambtenaren onder Constantijn den Gr. Hiertoe behoorden depraefectider vierpraefecturae, waarin het rijk verdeeld was, en de zeven hoogste hofbeambten: dequaestor sacri palatii, minister van justitie en wetgeving, demagister officiorumof hofmaarschalk, decomes sacrarum largitionum, minister van financiën, decomes rerum privatarum, administrateur van ’s keizers bijzonder vermogen, depraepositus sacri cubiculiof opperkamerheer, de beidecomites domesticorum(equitumenpeditum) of bevelhebbers der lijfwacht.
Illyricum, Illyris,τὸ Ἰλλυρικόν, Ἰλλυρίς. Het bergland tusschen Epīrus en Histria, langs de Oostkust der Adriatische zee werd bij de GriekenIllyrisofIllyria, bij de Rom.Illyricumgenoemd. Het zuidelijke gedeelte tot aan den Drilon heetteIllyris Graeca, met de steden Dyrrhachium (Epidamnus) en Apollonia, en hoorde in den romeinschen tijd tot Macedonia; het noordelijke heetteIllyris BarbaraofRomana. Van dit laatste werd wederom het Z.O.deel Dalmatia, het N.W. Liburnia genoemd. De rom. provincieIllyricumomvatte het tegenw. Dalmatië met Bosnië en Herzegowina. In het jaar 8 na C. kreeg de geheele provincie den naamDalmatia(z. a.). Onder Diocletiānus werd het geheele rom. rijk in vier praefecturen verdeeld; depraefectura Illyricistrekte zich toen uit van den Donau tot over geheel Griekenland; het oude rom. Illyricum behoorde er echter niet meer toe, zoodat de residentie Sirmium juist aan een uithoek lag, terwijl ten O. de mons Rhodope (Despotodagh) de grens vormde.
Ilus,Ἶλος, 1) zoon van Dardanus en Batēa, volgde zijn vader in de regeering over Dardania op; daar hij kinderloos stierf, was zijn broeder Erichthonius zijn opvolger.—2)zoon van Tros en Callirrhoë, behaalde eens in Phrygië bij een wedstrijd in het worstelen de overwinning, en kreeg als prijs 50 jongelingen en 50 meisjes benevens een koe, met de opdracht van het orakel, om eene stad te stichten waar de koe zich zou nederleggen. Dientengevolge bouwde hij op een heuvel de stad Ilium, en toen hij Zeus om een teeken bad, dat hij het orakel goed begrepen had, vond hij den volgenden morgen voor zijn tent het Palladium.—V. s. had hij Tantalus en Pelops uit Paphlagonië verdreven.—3)zoon van Mermerus van Ephyre, bij wien Odysseus een middel ging halen om zijne pijlen te vergiftigen, wat hem echter geweigerd werd.—4)= Ascanius (z. a.). Zie ookIulus.
Ilva, z.Aethalia.
Ilvātes, ligurisch volk, dat aan de Noordzijde van den Apennīnus ten N.O. van Genua woonde.
Imachara, stad in het binnenland van Sicilia ten N.O. van Henna.
Imagines, zieius imaginum.
Imāus,Ἴμαον ὄρος, zieEmodi montes.
Imbrasia,Ἰμβρασία, bijnaam van Hera, naar haar tempel aan de rivier Imbrasus; ook bijnaam van Artemis.
Imbrasus,Ἴμβρασος, 1) rivier op het eiland Samus.—2)riviertje op Euboea, bij Taminae uitmondend.
Imbrus, -os,Ἴμβρος, eiland in het noordelijk gedeelte van de Aegaeïsche zee, bergachtig en boschrijk, een zetel van den dienst der Cabiren. Miltiades (z. a.) veroverde van uit de Chersonēsus het eiland, dat voortaan in het bezit bleef van Athene.
Immarādus,Ἰμμάραδος, zoon van Eumolpus, sneuvelde met zijn vader in den oorlog tegen Erechtheus.
Imperator. Wanneer een veldheer eene luisterrijke overwinning had behaald, begroetten zijne soldaten hem met den titelimperator. Zijne lictoren doorvlochten alsdan hunne bijlbundels met lauriertakken, terwijl hij in een omlauwerden brief (litterae laureatae) den senaat bericht van zijne overwinning zond en achter zijn naam den imperatorstitel voegde. Wanneer hij dan in Italia teruggekeerd was, bleef hij met zijn leger buiten Rome gekampeerd, en verzocht den senaat een zegetocht binnen Rome te mogen houden. Kwam hij evenwel vóór dien tijd binnen de stad, dan verspeelde hij zijne aanspraken en zijn titel. Niet altijd werd de triumftocht toegestaan. In dit geval gebeurde het somtijds, dat de imperator een zegetocht op den albaanschen berg hield, ook wel eens, dat hij tegen den wil van den senaat onder de bescherming van één of meer volkstribunen zijn feestelijken intocht in de stad hield. In 143 werd den consul App. Claudius Pulcher (Claudiino. 12) de eer eener zegepraal geweigerd en een der volkstribunen dreigde hem van zijn wagen af te rukken, zoo hij toch den triumftocht ondernam. Toen sprong zijne dochter Claudia, eene Vestaalsche maagd, op den zegewagen, sloeg haar arm om haar vader heen, en niemand waagde verder eenig verzet. Zie verdertriumphus. Augustus en de volgende keizers kregen het imperatorschap voor hun leven, dus als blijvenden titel, waarmede het veldheerschap over al de legers van het rijk gepaard ging. Zij voeren den titel vóór hun naam.
Imperium, was een bestanddeel van de macht van overheidspersonen, die geroepen konden worden om een leger aan te voeren of recht te spreken. Verder was daaraan verbonden hetius cum populo agendi, d.w.z. het recht om decomitiabijeen te roepen, hetius cum patribus agendi, het recht om den senaat bijeen te roepen, en hetius coërcitionis, het recht van bestraffing. Dit recht hadden de consuls, de praetoren, de dictator, de magister equitum, de interrex. Ook behoorde het bij de tijdelijk ingestelde ambten der decemviri legibus scribundis en der tribuni militum consulari potestate. Het imperium werd na de aanvaarding van het ambt verleend door eenelex curiata, die den wettig gekozen ambtenaar niet mocht geweigerd worden.
Impluvium, ziecompluviumenatrium.
Inachides,Ἰναχίδης, Epaphus, kleinzoon van Inachus. Soms in het algemeen voor een argivisch man, bijv. Perseus.
Inachis,Ἰναχίς, Io, dochter van Inachus, ook Isis, wanneer zij met Io vereenzelvigd wordt. Soms in het algemeen voor eene argivische of grieksche vrouw.
Inachus,Ἴναχος, 1) zoon van Oceanus en Tethys, die na den watervloed van Deucalion de vlakte van Argos bewoonbaar maakte door al het water te vereenigen tot eene rivier, die vandaar zijn naam draagt. Hij vestigde het argivische rijk, waarvan hij de eerste koning was. Toen Poseidon en Hera over het bezit van Argos twistten, besliste hij ten gunste van Hera; door den toorn van Poseidon is Argos arm aan water. De dochter van Inachus was Io (Inachia iuvenca).—2)rivier van Argolis, die, voor zij de kust bereiken kan, in het zand verloopt. Zij is in den zomer droog.
Inarime=Aenaria.
Inaros,Ἰνάρως, lybisch koning, die onder Artaxerxes I een grooten opstand van Aegypte tegen de Perzen verwekte, waarbij hij door de Atheners ondersteund werd (459–454). Wel werd een perzische vloot op den Nijl vernietigd, Memphis ingenomen en nog andere voordeelen behaald, doch toen de atheensche vloot door Megabȳzus vernietigd was (454), kon In. zich niet lang meer staande houden, hij gaf zich over, en werd vijf jaar later gekruisigd.
Inauguratio, zieAugures.
Incensuswerd de burger genoemd, die zich bij den census verzuimde aan te geven, ten einde den krijgsdienst te ontduiken. Het was volkomen logisch dat men hem als slaaf verkocht en wellicht in den oudsten tijd ter dood bracht, daar hij zichzelf het burgerrecht niet waardig had gekeurd.
Incubatio=ἐγκοίμησις.
Incubus, z.Faunus.
India,Ἰνδία. Dit land was den Grieken weinig meer dan bij naam bekend, totdat Alexander de Gr. tot aan den Hyphasis, een der takken van den Indus, doordrong. Seleucus Nicātor, de stichter van het Seleucidenrijk, kwam in India tot aan den Ganges en sloot met den indischen vorst Sandracotta een verbond. Toen evenwel onder zijne opvolgers Ariāna weder verloren ging, werden de betrekkingen met India weder verbroken. Omtrent grootte en vorm hadden de ouden zeer onvolledige begrippen. Bij naam echter kenden en onderscheidden zij eenige gedeelten, alsIndia intraenextraoftrans Gangem,ἐντὸς καὶ ἐκτὸς τοῦ Γάγγου, waaronder zij Voor- en Achter-Indië verstonden, deAurea Chersonēsus(Malakka), het eilandTaprobane(Ceylon), dat zij zich reusachtig groot voorstelden, deinsula Agathodaemonis(Sumatra),Jaba(Java), enz.
Indibilis, vorst der Ilergeten in Hispania Tarraconensis. In den tweeden punischen oorlog wist Scipio (Africānus) hem door eene edelmoedige behandeling voor de rom. belangen te winnen. Indibilis betoonde zich evenwel trouweloos, doch werd door Scipio weder in genade aangenomen. Na diens vertrek viel hij opnieuw af, en sneuvelde toen.
IndicētaeofIndigētes,Ἰνδικῆται, volk in den N.O. uithoek van Tarraconensis. Hoofdstad: Emporium of Emporiae.
Indigetes dii=Dii indigetes.
Indigitamentazijn gebedsformulieren, die door depontificesin hun archief bewaard werden, en waarin steeds meerdere godheden aangeroepen werden, of ook wel ééne godheid onder meerdere namen, uit vrees de goddelijke hulp, die men inriep, anders niet deelachtig te zullen worden. Hierdoor werd het aantal goden van den oudsten Romeinschen eeredienst door splitsing van de eigenschappen tot in het oneindige vermeerderd. Zoo was Terminus (z. a.) oorspronkelijk een bijnaam van Jupiter. Vooral bij geboorte en huwelijk, in de eerste levensjaren van het kind en bij den landbouw werden dergelijke goden aangeroepen; bij het zaaien o.a. 12 verschillende goden. Bovendien drukte men zich met opzet, om geen godheid uit te sluiten, erg algemeen uit, en voegde aan de formule nog toe:sive deus sive dea, ofsive mas sive femina, of ook welsive quo alio numine fas est nominare.
Induciomarus, 1) een aanvoerder der Treviri in Gallia ten tijde van Caesar, door diens legaat Labiēnus verslagen en gedood (54).—2)een hoofd bij het gezantschap der Allobroges te Rome onder Cicero’s consulaat (63).
Indus,Ἰνδός, 1) rivier, die door Cabalia of Cibyrātis stroomt en tegenover het eiland Rhodus in zee valt.—2)rivier, thans nog Indus geheeten, ook Sindh, ten W. van Voor-Indië, eens de grens van het groote rijk der Perzen. Een zijtak is deAcesīnes, die wederom denHydaspes, denHydraōtes, denZadadrusen denHyphasisopneemt. Tot aan den Hyphasis drong Alexander d. Gr. door. De genoemde bijrivieren vormen den Pendsjâb, het land der vijf stroomen.
InessaofInēsa, oude naam der stad Aetna, aan den voet van den berg Aetna (z. a.).
Infamia, sterker danignominia, eerloosverklaring, waarmede het verlies van enkele rechten gepaard ging als:ius suffragii, ius honorum, de bevoegdheid om in rechten op te treden of getuigenis af te leggen. De infamie kon een gevolg zijn van eene veroordeeling; zij kon ookex edicto praetoristoegepast worden wegens onteerende handelingen of het uitoefenen van een verachtelijk bedrijf.
Infelix arbor. Sommige boomen werden bij de Romeineninfelices arboresgeheeten, zooals bijv. deoleasterof wilde olijf. Daar zulke boomen aan de onderaardsche goden gewijd waren, werden zij ook wel gebezigd, om er misdadigers aan op te hangen of te kruisigen.
Inferum, s. Tyrrhēnum mare, de Tyrrheensche of Toscaansche zee, ten W. van Italië.
Infula,στέμμα, een breede, meestal wollen haarband of doek, die om het hoofd gewonden en door eenvitta(lint) vastgehouden werd, zoodat de einden aan weerszijden afhingen. Zij was een zinnebeeld van onschendbaarheid,en werd o. a. door de vestaalsche maagden en later ook door de keizers gedragen.
Ingaevones, gemeenschappelijke naam der germaansche volken, die langs de kusten der Noordzee woonden; tot hen behoorden de Cimbren en Teutonen, de Chauken en de Friezen.
Ingauni,Ἴγγαυνοι, volk op de ligurische kust, met de stad Album Ingaunum, ten Z.W. van Genua. Tgw.Albenga.
Ingenuus, de eerste van de zoogenaamde dertig tyrannen (zietriginta tyrannino. 2), die zich na de gevangenneming van keizer Valeriānus, in Pannonië tot Augustus liet uitroepen. Keizer Galliēnus trok van Gallië uit hem tegemoet, en versloeg hem in 258 n. C. bij Mursa in Pannonië.
Iniuria, eerroof en persoonlijke beleediging. De wetten der XII tafelen vermeldden twee soorten: lichamelijke beleediging (o.a.membrum ruptum, os fractum) en spotliederen (occentatio), v. s. ook het uitspreken van betooveringsformulieren (malum carmen incantare). Hetius praetoriumbreidde echter het begripiniuriaaanmerkelijk uit en stond ook voor andere gevallen eeneactio iniuriarumtoe.
Ino,Ἰνώ, dochter van Cadmus en Harmonia, echtgenoote van Athamas (z.a.). Na haar dood werd zij door Poseidon onder de godheden der zee opgenomen, en onder den naam Leucothea op vele zeeplaatsen vereerd. Op Rhodus droeg zij den naam Italia, en verhaalde men, dat zij bij Poseidon moeder geworden was van zes zonen en eene dochter.—V.a. was zij door de Nereïden naar de monden van den Tiber gebracht, en toen Juno haar ook daar vervolgde, naar Rome gevlucht, waar Carmentis haar gastvrij opnam. Op raad van deze nam zij een inheemschen naam aan, en sedert wordt zij als Matūta (z. a.) vereerd.
Inōus,Ἴνωος, Melicertes, zoon van Ino.
Inquilinus, 1) de huurder van een huis, tegenovercolonus, de pachter van een stuk land. In den lateren keizertijd worden beide uitdrukkingen dooréén-gebruikt voor dencolonus.—2)de inwoner van eenmunicipium, die naar Rome verhuist. Zoo noemde Catilina Cicero, die uit Arpinum stamde, hetgeen de verontwaardiging van den senaat opwekte.
Inscriptioals rechtsterm, het opmaken van het procesverbaal eener aanklacht en de onderteekening daarvan door den aanklager. Ziesubscriptio.
Instaurativi (ludi), z.Ludi.
Instita, geplooide strook of aanzetsel, onder aan het romeinsch vrouwengewaad, waardoor dit laatste slepend werd. Vermoedelijk kon deinstitaaan- en afgehaakt worden.
Institutiones, z.Gaius.
Insubres,Ἲνσουβροι, machtige gallische stam in Gallia Transpadāna, waarmede de Romeinen lang oorlog hebben moeten voeren. Hunne hoofdstad was Mediolanium (Milaan).
Insula, groot alleenstaand huis of wel een blok huizen, aan alle zijden door straten ingesloten. Daar de huurwoningen te Rome in groote blokken werden gebouwd, kreeginsulaallengs de gewijzigde beteekenis van huurwoning, in tegenoverstelling vandomusals eigen huis. De slaaf of vrijgelatene, wien het opzicht over het blok en het ophalen der huur was opgedragen, werdinsulariusgenoemd. Een enkele maal wordt dit woord ook gebezigd voor den huurder eener woning.
Insula Allobrogum, de vlakte tusschen de Isara (Isère) en den Rhodanus (Rhône).
Intemilii, volk op de ligurische kust met de stad Album Intemilium, aan den voet der Alpes maritimae (Zee-Alpen).
Interamna, 1) stad in het Z. van Umbria, thans Terni, aan de rivier den Nar en aan de via Flaminia gelegen, lat. kolonie, geboorteplaats van keizer Tacitus. De inwoners werdenInteramnātes Nahartesgenoemd. Niet ver boven de stad de beroemde watervallen (zieAvens).—2)stad in Latium aan den Liris, sedert 312 lat. kolonie.
Interamnia Praetuttiorum, stad in het land der Praetuttii in Picēnum.
Intercatia, stad der Vaccaei in Hispania, ten N. van den Durius (Douro).
Intercessio, tusschenkomst of verzet van een overheidspersoon te Rome tegenover een ambtgenoot of tegenover lagere overheden en der volkstribunen tegenover alle andere magistraten (den dictator uitgezonderd). Zieappellatio. Hierbij deed zich het merkwaardige verschijnsel voor, dat de praetoren, hoewel ondergeschikt aan de consuls, toch, omdat zij onder gelijke auspiciën werden gekozen,collegaevan de consuls waren. Al waren zij nu ookcollegae minores, toch konden zij dus de comitiën, door consuls gehouden, storen. Als rechtsterm wordtintercessiogebruikt, wanneer de eene burger ten behoeve van den ander tusschen dezen en het gerecht treedt, bijv. door zich borg te stellen.
Intercidōna, zieDeverra.
Intercisi (dies), zieFesti (dies).
Interdictum, een procesvorm, waarbij de praetor een tusschenuitspraak deed, hetzij in den vorm van een bevel (decretum) of van een verbod (interdictum). De naaminterdictumis echter voor beide gevallen de heerschende geworden. Het diende dikwijls tot tijdelijke bevestiging van een bestaande toestand, bijv. tot aanwijzing, wie in het bezit der betwiste zaak zou blijven, totdat de rechter het vonnis had uitgesproken. Dikwijls ook diende het tot inleiding van een proces, waarbij dan de praetor voor beide partijen een interdict uitvaardigde, bijv. een verbod den rechtmatigen bezitter overlast aan te doen. Hieruit ontstond dan eene actie, waarbij de eene partij de andere beschuldigde tegen het bevel des praetors te hebben gehandeld, en die dan door dezen naar eeniudexof naarrecuperatoreswerd verwezen. Er zijn verschillende gevallen vaninterdicta.
Internum mare,ἡ ἔσωofἐντός θάλαττα, door de Rom. ook dikwijlsnostrum maregenoemd, de tegenw. Middellandsche zee.
Interpres, algemeene naam voor tusschenpersonen, onderhandelaars, tolken, ook voor makelaars in stemmen bij verkiezingen.
Interrex,μεσοβασιλεύς. Wanneer de koning te Rome gestorven was en geen opvolger terstondde regeering overnam, nam de senaat het bestuur op zich en wees door het lot uit zijn midden eeninterrexvoor den tijd van vijf dagen aan, waarop dan een tweede, derde enz., volgden, ieder voor vijf dagen. Elkeinterrexbenoemde zelf zijn opvolger. Ook onder de republiek kwam dit meermalen voor. Wanneer b.v. beide consuls gesneuveld waren of alsvitio creatihun ambt hadden moeten neerleggen, dan keerden de auspiciën, zooals de term luidt, tot depatres(d. w. z. de patricische leden van den senaat) terug, en moesten er zoolanginterregesoptreden, totdat er een nieuwe consulsverkiezing had plaats gehad. Daar de comitiën eenigen tijd te voren moesten worden aangekondigd, konden de eersteinterregesdeze nooit houden. Deze waardigheid is nimmer anders dan door patriciërs bekleed.
Intestabilisis hij, die wegensinfamianiet waardig is als getuige in rechten op te treden en ook geen ander als getuige kan oproepen. In ruimeren zin is eenhomo intestabiliseen gemeen, eerloos mensch.
Inui castrum, vervallen zeestadje bij Ardea in Latium.
Inuus, bijnaam van Faunus.
Io,Ἰώ, dochter van Inachus, priesteres van Hera te Argos. Zeus beminde haar, en om haar aan de jaloersche vervolgingen van Hera te onttrekken, veranderde hij haar in een koe. Hera wist echter te verkrijgen dat die koe aan haar werd afgestaan en liet haar bewaken door Argus Panoptes (z. a.); toen deze door Hermes gedood was, kwelde zij haar door een horzel, die haar voortdurend stak en razend maakte. Om aan deze pijniging te ontkomen, zwierf Io lang door de meest verwijderde landen der aarde, totdat zij in Aegypte hare vroegere gedaante terug kreeg en moeder werd van Epaphus.
Iobates,Ἰοβάτης, koning van Lycië, z.Bellerophon.
Iocaste,Ἰοκάστη, moeder en later echtgenoot van Oedipus (z. a.). Toen zij vernam dat zij met haar zoon gehuwd was, hing zij zich op.
Iol, zieCaesareano. 6.
Iolāus,Ἰόλαος, zoon van Iphicles, wagenmenner en vriend van Heracles. Hij was den held behulpzaam bij het bestrijden van de slang van Lerna, door een naburig woud in brand te steken en de gloeiende boomstammen aan te geven, waarmede de wonden van het monster dichtgeschroeid moesten worden. Bij de eerste olympische spelen behaalde hij de overwinning. Later trok hij met veertig zonen van Heracles naar Sardinië, waar hij een volkplanting stichtte en bij de woeste inwoners meer beschaafde zeden invoerde; van deze onderneming teruggekeerd, vond hij zijn vriend nog juist tijdig genoeg om den brandstapel voor hem op te richten, ook was hij de eerste die hem een offer bracht.—Toen de Heracliden door Eurystheus vervolgd werden, kwam hij uit de onderwereld terug om hen te helpen, v. s. was hij het die Eurystheus doodde of gevangen nam.
Iolcus,Ἰωλκός, Ἰολκός, oude stad in het thessalische gewest Pelasgiōtis, aan de Pagasaeïsche golf, de plaats van vertrek der Argonauten.
Iole,Ἰόλη, dochter van Eurȳtus, koning van Oechalia, door Heracles (z. a.) bemind; na zijn dood werd zij volgens zijn bevel de vrouw van Hyllus.
Ion,Ἴων, 1) de stamvader der Ioniërs, zoon van Xuthus en Creūsa, huwde met Helice, de dochter van den koning van Aegialus, volgde zijn schoonvader in de regeering op, en noemde het volk Ioniërs. Door de Atheners in hun oorlog tegen de Eleusiniërs te hulp geroepen, wordt hij hun aanvoerder en na de overwinning hun koning; zijne zonen waren Hoples, Geleon, Aegicores en Argades, naar wie de vier ionische phylae genoemd zijn.—V. a. zoon van Apollo en Creūsa, door zijne moeder te vondeling gelegd, en door Hermes naar Delphi gebracht, waar hij opgroeit en dienaar van den tempel wordt. Volgens een orakel nam Xuthus, die Creūsa tot vrouw gekregen had, maar kinderloos gebleven was, hem tot zoon aan; Creūsa, die vermoedt dat hij een onechte zoon van Xuthus is, wil hem vergiftigen, maar Apollo redt hem door een wonder en laat door de Pythia de verhouding tusschen moeder en zoon openbaren.—2)van Chius, tijdgenoot van Pericles, leefde in zijn jeugd geruimen tijd te Athene. Hij was de schrijver van verscheiden treurspelen en andere gedichten, tevens wijsgeer en geschiedschrijver, een man van smaak en fijne beschaving, zooals hij in zijn dagelijkschen omgang zoowel als in zijne werken toonde. Er zijn nog fragmenten van zijn werken over.—3)rhapsode van Ephesus, naar wien een van Plato’s werken genoemd is.
Iōnes,Ἴωνες, een van de vier hoofdstammen der Grieken, die Attica, vele eilanden in de Aegaeïsche zee en een groot deel der Westkust van Kl. Azië bevolkt hebben. De ionische stam staat bovenaan, wat zeevaart en handel betreft. Zie ookIoniaenAchaia.
Ionia,Ἰωνία, 1) oude naam voor het landschap Achaia in de Peloponnēsus, voordat de Achaeërs de Ioniërs van daar verdreven hadden.—2)kustland met de voorliggende eilanden in Klein-Azië. Volgens de overlevering dagteekent de eerste ionische nederzetting aldaar, op de lydische kust, van ± 1044, toen onder aanvoering van Codrus’ zonen Neleus en Androclus eene groote schaar naar Lydia overstak. Hier vormde zich allengs het ionisch stedenverbond: Phocaea, Clazomenae, Erythrae, Teos, Lebedus, Colophon, Ephesus, Priēne, Myus, Milētus en de eilanden Samus en Chius. Ook de aeolische stad Smyrna voegde zich, vrijwillig of gedwongen, hierbij. Op kaap Mycale stond hetPanionium, het gemeenschappelijk heiligdom van Poseidon, den ionischen stamgod. Croesus dwong de ionisch-aziatische Grieken de opperheerschappij van Lydia te erkennen; met Lydia kwamen zij in 545 onder Perzië. In 500 stonden zij vruchteloos tegen koning Darīus I op, doch de perzische oorlogen maaktenhen vrij, totdat de vrede van Antalcidas in 387 hen opnieuw aan Perzië prijs gaf. Verder deelden zij de lotgevallen van Klein-Azië. Ionia was het vaderland van de dichters Homerus, Mimnermus, Anacreon, van de schilders Zeuxis, Apelles, Parrhasius, van de wijsgeeren Thales, Anaximander, Anaxagoras, Xenophanes, van de geschiedschrijvers Hecataeus, Dionysius Milesius, e. a.
Ionium mare,Ἰόνιος πόντος, de zee ten W. van Griekenland en Epīrus. Het spreekt van zelf dat de uitgebreidheid eener open zee niet binnen grenzen te bepalen is. Sommigen breiden de ionische zee dan ook uit tot Sicilia; zelfs wordt de Adriatische zee welἸόνιος μυχόςgenoemd.
Iophon,Ἰοφῶν, zoon van Sophocles en Nicostrate, treurspeldichter. Hoewel zijne werken soms flauw en langdradig genoemd worden, schijnen zij toch aanleiding gegeven te hebben tot het vermoeden, dat zijn vader hem er bij hielp. Het verhaal dat hij zijn vader op hoogen leeftijd voor de phratrie geroepen zou hebben, om hem wegens zwakte van geestvermogens het beheer van zijne bezittingen te doen ontnemen, en dat deze het onware van die bewering zou hebben aangetoond door den rechters zijn laatste werk, den Oedipus op Colōnus, voor te lezen, is waarschijnlijk niets dan een verzinsel.
Joppe,Ἰόππη, thans Jaffa, oude havenstad op de kust van Judaea in Palaestina.
Jordānes,Ἰορδάνης, hoofdrivier van Palaestina, de Jordaan, ontspringt op den Hermon, vormt in zijn bovenloop het meer Merôm en verderop het meer Gennesareth, waaruit hij met een sterk verval naar de doode Zee (lacus Asphaltites) stroomt.
Ios,Ἴος, een der cycladische eilanden, ten Z. van Naxus, met eene stad van denzelfden naam, thans Nio. Men beweerde, dat er het graf van Homerus te zien was. Het eiland werd door Ioniërs bewoond.
Josēphus(Flavius), zieFlavius Josephus.
Ioviānus(Flavius Claudius), uit Moesia, werd, na den dood van Juliānus in 363 na C., door de troepen tot keizer uitgeroepen, doch stierf binnen acht maanden, op zijn terugtocht naar Constantinopel.
Iphianassa,Ἰφιάνασσα, 1) dochter van Agamemnon, waarschijnlijk dezelfde als Iphigenīa.—2)dochter van Proetus.
Iphias, Euadne, dochter van Iphis.
Iphicles, -clus,Ἰφικλῆς, Ἴφικλος, 1) zoon van Amphitryo en Alcmēne, halfbroeder van Heracles en zijn metgezel bij verscheiden ondernemingen, ook nam hij deel aan de calydonische jacht. In den oorlog tegen Ergīnus gedroeg hij zich zoo dapper, dat Creon hem zijne jongste dochter tot vrouw gaf. Hij sneuvelde in den strijd tegen de Molioniden (z.Augias) of tegen Hippocoön (z. a.).—2)zoon van Thestius, een van de Argonauten, nam ook deel aan de calydonische jacht, en werd na afloop daarvan door Meleager gedood.—3)zoon van Phylacus of Cephalus, Argonaut, beroemd door zijne snelheid in het loopen, z.Melampus.
Iphicrates,Ἰφικράτης, atheensch veldheer van geringe afkomst, werd op twintigjarigen leeftijd (393) aanvoerder der huurtroepen in den corinthischen oorlog. Eene nederlaag, die hem door de Spartanen toegebracht werd, leerde hem inzien, hoe weinig bruikbaar deze troepen tegen een geregeld grieksch leger waren, en van dien tijd besteedde hij de grootste moeite om ze behoorlijk te organiseeren, aan krijgstucht te gewennen, geregeld te laten oefenen, enz.; ook gaf hij hun wapenen, die meer overeenkwamen met de bestemming van dit krijgsvolk, o. a. het kleine, ronde schild (πέλτη, vanwaar de naam peltasten). Algemeen was de verwondering in Griekenland, toen Iph. met deze peltasten eene spartaansche afdeeling (mora) hoplieten geheel vernietigde (390). Wegens zijn verzet tegen de aanmatiging der Argiven werd hij uit de Peloponnesus teruggeroepen, daarop ging hij naar Thracië, waar hij den oorlog tegen de Spartanen voortzette; de vrede van Antalcidas ontnam hem echter de voordeelen, die hij hier behaald had. In de volgende jaren ondernam hij verscheiden tochten naar Thracië, hij herstelde Seuthes in de regeering en beoorloogde Cotys, later sloot hij echter een verbond met dezen en trouwde hij met diens dochter. Hij stond aan het hoofd van een grieksch huurleger, dat de Perzen zou helpen bij de herovering van Aegypte (374), maar ten gevolge van een twist met Pharnabāzus keerde hij onverrichter zake terug. Daarna werd hij met eene vloot naar Corcȳra gezonden, dat door de Spartanen belegerd werd, en ofschoon deze reeds teruggeslagen waren, toen hij aankwam, behaalde hij toch bij deze gelegenheid eenige voordeelen. Het bevel over deze vloot was oorspronkelijk aan Timotheüs opgedragen, en de ergernis der voornamen over diens afzetting gaf zich lucht in eene aanklacht tegen Iph., waartegen deze zich echter met glans verdedigde. Als bevelhebber in den thebaanschen oorlog, in Thracië en Macedonië, richtte hij niet veel uit, en de voordeelen, die hij door zijne politiek behaalde, waren niet duurzaam. Ten slotte werd hem in den bondgenootenoorlog met Chares en Timotheüs het opperbevel gegeven (356), en toen hij op aanklacht van Chares (z. a.) beboet was, verliet hij Athene. Hij schijnt in 353 in Thracië gestorven te zijn.
Iphidamas,Ἰφιδάμας, 1) zoon van Busīris, werd met zijn vader door Heracles gedood.—2)zoon van Antēnor.
Iphigenīa,Ἰφιγένεια, dochter van Agamemnon en Clytaemnestra, of van Theseus en Helena, door Clytaemnestra als kind aangenomen. Toen de Grieken op weg naar Troje in de haven van Aulis werden teruggehouden door een windstilte, die Artemis uit toorn tegen Agamemnon of Menelāus gezonden had, verklaarde Calchas, dat Iph. aan Artemis geofferd moest worden. Onder voorwendsel dat zij met Achilles zoude trouwen, werd zij in het leger gehaald, maar toen zij reeds op het altaar lag, stelde Artemis eene hinde in haar plaats en ontvoerde haar naar Tauris. Daardeed zij vele jaren dienst als priesteres bij de menschenoffers aan Artemis (z. a.)Ταυρόπολος, totdat Orestes er landde, zijne zuster herkende, en haar met het beeld der godin naar Griekenland ontvoerde. Te Brauron en te Megara meende men haar graf te vinden en werden haar offers gebracht.—V. a. was zij niet gestorven, maar onder den naam Hecate tot godin verheven, of werd zij na haar dood naar het eiland Leuce verplaatst, waar zij als Orsilochia met Achilles huwde. Artemis zelve draagt op sommige plaatsen den bijnaam Iph.
Iphimedēa,Ἰφιμέδεια, -μέδη, dochter van Triops, echtgenoote van Alōeus, bij Poseidon moeder van de Aloaden.
Iphinoë,Ἰφινόη, eene van de Proetiden.
Iphis,Ἶφις, 1) koning van Argos, zoon van Alector, vader van Eteoclus en Euadne. Toen zijne beide kinderen dood waren, gaf hij de regeering over aan Sthenelus, den zoon van Capaneus.—2)zoon van Sthenelus, verloor het leven bij den tocht der Argonauten in een gevecht tegen Aeētes.—3)z.Anaxarete.—4)dochter van Ligdus en Telethūsa. Daar haar vader voor hare geboorte gezegd had, dat hij zijn kind zou moeten dooden, indien het eene dochter was, daar hij geen geld had om een meisje op te voeden, gaf haar moeder voor, dat zij van een jongen bevallen was. Iphis werd nu als jongeling opgevoed, en toen zij volwassen was en haar vader wilde dat zij zoude trouwen, veranderde Isis haar in een man, zoodat het bedrog niet ontdekt werd.
Iphitus,Ἴφιτος, 1) zoon van Eurȳtus, Argonaut, door Heracles (z. a.) verraderlijk gedood.—2)zoon van Naubolus, koning van Phocis.—3)koning van Elis, herstelde met Lycurgus de olympische spelen.
Ipsus,Ἴψος, Ἰψός, stadje in Phrygia, ten N. van Synnada, waar Antigonus in 301 in den slag tegen Seleucus en Lysimachus sneuvelde.
Ira,Εἶρα, bergvesting in het N. van Messenia, die in den tweeden messenischen oorlog elf jaar (679–668) door Aristomenes tegen de Spartanen werd verdedigd.
Irassa,Ἴρασα, Ἴρασσα, vruchtbare streek en stad in Cyrenaïca.
Iris,Ἶρις, dochter van Thaumas en Electra, die met de snelheid van den wind (Ποδήνεμος, Ἀελλόπους) de bevelen der goden, vooral die van Hera, aan de menschen overbrengt. V. s. was zij bij Zephyrus moeder van Eros. Bij latere dichters is zij de personificatie van den regenboog. Op hare afbeeldingen heeft zij de gestalte van eene vlugge jonkvrouw en draagt zij een schitterend kleed, gouden vleugels aan de schouders en een staf in de hand; soms wordt zij afgebeeld met een kan, waarmede zij aan de wolken water toevoert.
Iris,Ἶρις, rivier in Pontus, die langs Comāna en Amasēa stroomt en zich na een bochtigen loop ten O. van Amīsus in den Pontus Euxīnus (Zwarte zee) stort.
Irus,Ἶρος, 1) zoon van Actor, vader van Eurytion. Toen deze door Peleus gedood was, wilde Irus het als zoenoffer aangeboden vee niet aannemen, daar hij van geen verzoening wilde weten. Peleus liet het daarop in vrijheid rondloopen, het werd door een wolf verscheurd, die in een steen veranderd werd en lang op de grens van Locris en Phocis staan bleef.—2)onbeschaamd bedelaar op Ithaca, door Odysseus bij zijne terugkomst weggejaagd. Spreekwoord:Iro pauperior.
Is,Ἴς, rivier en stad in Mesopotamia, aan den Euphraat. In den omtrek werd asphalt gevonden, waarmede de muren van Babylon waren opgemetseld.
Isaeus,Ἰσαῖος, 1) van Chalcis, een van de tien attische redenaars, leerling van Lysias en Isocrates, leermeester van Demosthenes; zijn onderwijs in de welsprekendheid wordt hoog geroemd. Van de talrijke redevoeringen, die hij als pleitbezorger voor anderen schreef, zijn elf bewaard gebleven, die alle over erfeniskwesties handelen.—2)sophist, die onder Traiānus reeds op hoogen leeftijd uit Assyrië naar Rome kwam.
Isagoras,Ἰσαγόρας, atheensch aristocraat, na de verdrijving der Pisistratiden tegenstander van Clisthenes, dien hij door de hulp van Cleomenes I voor korten tijd verdreef. Daarna werd hij tot eersten archont gekozen (508) en begon hij de staatsinstellingen in aristocratischen geest te hervormen. Weldra werd hij echter op zijne beurt verjaagd, en de pogingen van Cleomenes om hem met geweld terug te brengen mislukten.
Isara, naam van twee rivieren in Gallia Transalpīna, 1) een zijtak van den Rhodanus (Rhône), thans de Isère.—2)een bijstroom der Sequana (Seine), thans de Oise geheeten.
Isauria,Ἰσαυρία, in het Z. van Lycaonia, op de grenzen van Pisidia en Cilicia. Het land was bergachtig en werd door een woest rooversvolk bewoond. Wel behaalde P. Servilius Vatia (Isauricus) in 76 eene groote overwinning op hen, en vernietigde Pompeius hunne roofschepen en lijfde hun gebied in (65), doch geheel ten onder gebracht werden zij niet. ZieGalatiaaan het slot. Sedert de 3deeeuw na C. ondernemen ze, verbonden met de bewoners van westelijk Cilicië, die nu ook Isauri heeten, geregeld groote strooptochten.
Ischolāus,Ἰσχόλαος, spartaansch veldheer, sneuvelde bij den eersten tocht van Epaminondas tegen Sparta in een gevecht tegen Arcadiërs (370).
Ischys,Ἲσχυς, Arcadiër, zoon van Elatus, z.Coronisno. 1.
Isionda,Ἰσιόνδα, Ἲσινδα, oude stad in het Z.W. van Pisidia.