K.

K.Κάκωσις γονέων, ὀρφανῶν, etc., slechte behandeling van ouders, familieleden, echtgenooten, pupillen, enz., mishandeling, onthouding van onderstand en dgl. Wie zich hieraan schuldig maakte, konde doorεἰσαγγελίαofἀπαγωγήvoor den archont gebracht worden; de straf werd naar omstandigheden bepaald, opκ. γονέωνstond atimie.Κακοτεχνιῶν δίκη, aanklacht wegens bedrog of valschheid, vooral in rechtszaken, in het bijzonder knoeierij met getuigen.Kalendae=Calendae.Καρχηδών=Carthago.Karthago=Carthago.Κατακεκαυμένη(sc.χώρα), het O. deel van Lydia, aldus genoemd, omdat de bodem van vulkanischen aard was, asphalt en lava bevatte en hierdoor zwart van kleur was, alsof de grond verbrand was.Κατακλησία=κατάκλητος ἐκκλησία, zieἐκκλησία.Κατάλογος, lijst van burgers, die met uitsluiting van anderen een of ander recht of verplichting hebben. In het bizonder de lijst, waarop aangeteekend was in hoever zij tot den krijgsdienst verplicht waren, welke verplichting verschillend was naar verhouding van het vermogen. Het vervullen van den dienstplicht door hen, die op deze lijst stonden, heetἐκ καταλόγου στρατεύειν; armere burgers, die er niet op stonden, werden alleen in buitengewone gevallen opgeroepen.Κατάλυσις τοῦ δήμου, omverwerping der democratie of de poging daartoe, werd langs den weg derεἰσαγγελίαvoor de rechtbank der thesmotheten gebracht en naar goedvinden der rechters bestraft, waarschijnlijk meestal met den dood.Κάτοικοι, z. Cleruchia, aan het slot.Κεάδαςofκαιάδας, afgrond in den Taygetus, ten W. van Sparta, met bijna loodrechte wanden. Ter dood veroordeelden werden hierin geworpen, o. a. Aristomenes, de held van den tweeden messenischen oorlog.Κῆρες, (ook in het enkelvoud), godinnen van den gewelddadigen dood, vooral op het slagveld, waar zij tot het gevolg van Ares behooren. Zij worden dochters van Nyx, zusters van Morus en Thanatus genoemd. Later kregen zij de beteekenis van straffende en wrekende godinnen en meer algemeen van eene personificatie van al wat het leven vernietigt, ziekte, kommer, enz.Kerkȳra,Κέρκυρα=Corcyra.Κήρυξ, heraut, iemand die een koning, ambtenaar of priester bij zijne ambtsverrichtingen ter zijde staat, officiëele bekendmakingen en aankondigingen heeft te doen, enz. De herauten werden als heilig en onschendbaar beschouwd en genoten groot aanzien. In de familie derΚήρυκεςte Athene (z.Ceryx) waren verscheiden priesterlijke waardigheden erfelijk, o. a. die van denκήρυξofἱεροκήρυξbij de eleusinische mysteriën.Κλαρῶται, ἀφαμιῶται, lijfeigenen op Creta, waren in denzelfden toestand als de spartaansche heloten.Κληρουχία, z.Cleruchia, z. ookἀποικία.Κλητήρ, κλήτωρ, in een proces de getuige, die bij de dagvaarding (πρόσκλησις) van den aangeklaagde tegenwoordig geweest is, en bevestigt dat die dagvaarding in den behoorlijken vorm heeft plaats gehad.Κοινή, ἡ κοινὴ διάλεκτος, gemeen grieksch, de taal, die sedert Alexander algemeen in Griekenland en het Oosten gesproken werd, en waarin ook de meeste boeken van het Nieuwe Testament en de Septuaginta (z. a.) geschreven zijn.Κωλακρέται, oorspronkelijk zij, die bij groote offerfeesten van het vleesch der offerdieren een openbaren maaltijd bezorgden, later ambtenaars bij het financiewezen. Clisthenes beperkte hun werkkring, en in 410 zijn zij afgeschaft; in hun plaats traden deἀποδέκται.Κορυνηφόροι, eigenlijk knotsdragers; te Sicyon lijfeigenen van denzelfden oorsprong en in denzelfden toestand als de spartaansche heloten.Κόσμοι, tien magistraten op Creta, wier bevoegdheden overeenkwamen met die der spartaansche ephoren. Een van hen, deπρωτόκοσμος, gaf zijn naam aan het jaar.Κουρεῶτις, de derde dag der Apaturia.Κριοῦ μέτωπον, 1) Z.W.-kaap van Creta.—2) Z. kaap der Chersonēsus Taurica (Krim).Κρυπτεία, soms beschouwd als eene jacht op heloten, die van staatswege aan de spartaansche jongelingen werd opgedragen; inderdaad eene oefening als voorbereiding tot den krijgsdienst, waarbij de jonge burgers het land in alle richtingen doorkruisten, vooral op de bewegingen der heloten acht gaven, en hen bij ieder vergrijp of bij de minste verdachte handeling terstond doodden.Κύρβεις, z.Ἂξονες.Κυρία ἐκκλησία, z.ἐκκλησία.Κύριος, degene, die over iemand of iets te beschikken heeft, in het bizonder degene, die een ander in rechten of in zijne betrekkingen tot vreemden vertegenwoordigt, zooals de vader of voogd voor onmondige kinderen, de man voor zijne vrouw, enz.

K.Κάκωσις γονέων, ὀρφανῶν, etc., slechte behandeling van ouders, familieleden, echtgenooten, pupillen, enz., mishandeling, onthouding van onderstand en dgl. Wie zich hieraan schuldig maakte, konde doorεἰσαγγελίαofἀπαγωγήvoor den archont gebracht worden; de straf werd naar omstandigheden bepaald, opκ. γονέωνstond atimie.Κακοτεχνιῶν δίκη, aanklacht wegens bedrog of valschheid, vooral in rechtszaken, in het bijzonder knoeierij met getuigen.Kalendae=Calendae.Καρχηδών=Carthago.Karthago=Carthago.Κατακεκαυμένη(sc.χώρα), het O. deel van Lydia, aldus genoemd, omdat de bodem van vulkanischen aard was, asphalt en lava bevatte en hierdoor zwart van kleur was, alsof de grond verbrand was.Κατακλησία=κατάκλητος ἐκκλησία, zieἐκκλησία.Κατάλογος, lijst van burgers, die met uitsluiting van anderen een of ander recht of verplichting hebben. In het bizonder de lijst, waarop aangeteekend was in hoever zij tot den krijgsdienst verplicht waren, welke verplichting verschillend was naar verhouding van het vermogen. Het vervullen van den dienstplicht door hen, die op deze lijst stonden, heetἐκ καταλόγου στρατεύειν; armere burgers, die er niet op stonden, werden alleen in buitengewone gevallen opgeroepen.Κατάλυσις τοῦ δήμου, omverwerping der democratie of de poging daartoe, werd langs den weg derεἰσαγγελίαvoor de rechtbank der thesmotheten gebracht en naar goedvinden der rechters bestraft, waarschijnlijk meestal met den dood.Κάτοικοι, z. Cleruchia, aan het slot.Κεάδαςofκαιάδας, afgrond in den Taygetus, ten W. van Sparta, met bijna loodrechte wanden. Ter dood veroordeelden werden hierin geworpen, o. a. Aristomenes, de held van den tweeden messenischen oorlog.Κῆρες, (ook in het enkelvoud), godinnen van den gewelddadigen dood, vooral op het slagveld, waar zij tot het gevolg van Ares behooren. Zij worden dochters van Nyx, zusters van Morus en Thanatus genoemd. Later kregen zij de beteekenis van straffende en wrekende godinnen en meer algemeen van eene personificatie van al wat het leven vernietigt, ziekte, kommer, enz.Kerkȳra,Κέρκυρα=Corcyra.Κήρυξ, heraut, iemand die een koning, ambtenaar of priester bij zijne ambtsverrichtingen ter zijde staat, officiëele bekendmakingen en aankondigingen heeft te doen, enz. De herauten werden als heilig en onschendbaar beschouwd en genoten groot aanzien. In de familie derΚήρυκεςte Athene (z.Ceryx) waren verscheiden priesterlijke waardigheden erfelijk, o. a. die van denκήρυξofἱεροκήρυξbij de eleusinische mysteriën.Κλαρῶται, ἀφαμιῶται, lijfeigenen op Creta, waren in denzelfden toestand als de spartaansche heloten.Κληρουχία, z.Cleruchia, z. ookἀποικία.Κλητήρ, κλήτωρ, in een proces de getuige, die bij de dagvaarding (πρόσκλησις) van den aangeklaagde tegenwoordig geweest is, en bevestigt dat die dagvaarding in den behoorlijken vorm heeft plaats gehad.Κοινή, ἡ κοινὴ διάλεκτος, gemeen grieksch, de taal, die sedert Alexander algemeen in Griekenland en het Oosten gesproken werd, en waarin ook de meeste boeken van het Nieuwe Testament en de Septuaginta (z. a.) geschreven zijn.Κωλακρέται, oorspronkelijk zij, die bij groote offerfeesten van het vleesch der offerdieren een openbaren maaltijd bezorgden, later ambtenaars bij het financiewezen. Clisthenes beperkte hun werkkring, en in 410 zijn zij afgeschaft; in hun plaats traden deἀποδέκται.Κορυνηφόροι, eigenlijk knotsdragers; te Sicyon lijfeigenen van denzelfden oorsprong en in denzelfden toestand als de spartaansche heloten.Κόσμοι, tien magistraten op Creta, wier bevoegdheden overeenkwamen met die der spartaansche ephoren. Een van hen, deπρωτόκοσμος, gaf zijn naam aan het jaar.Κουρεῶτις, de derde dag der Apaturia.Κριοῦ μέτωπον, 1) Z.W.-kaap van Creta.—2) Z. kaap der Chersonēsus Taurica (Krim).Κρυπτεία, soms beschouwd als eene jacht op heloten, die van staatswege aan de spartaansche jongelingen werd opgedragen; inderdaad eene oefening als voorbereiding tot den krijgsdienst, waarbij de jonge burgers het land in alle richtingen doorkruisten, vooral op de bewegingen der heloten acht gaven, en hen bij ieder vergrijp of bij de minste verdachte handeling terstond doodden.Κύρβεις, z.Ἂξονες.Κυρία ἐκκλησία, z.ἐκκλησία.Κύριος, degene, die over iemand of iets te beschikken heeft, in het bizonder degene, die een ander in rechten of in zijne betrekkingen tot vreemden vertegenwoordigt, zooals de vader of voogd voor onmondige kinderen, de man voor zijne vrouw, enz.

Κάκωσις γονέων, ὀρφανῶν, etc., slechte behandeling van ouders, familieleden, echtgenooten, pupillen, enz., mishandeling, onthouding van onderstand en dgl. Wie zich hieraan schuldig maakte, konde doorεἰσαγγελίαofἀπαγωγήvoor den archont gebracht worden; de straf werd naar omstandigheden bepaald, opκ. γονέωνstond atimie.

Κακοτεχνιῶν δίκη, aanklacht wegens bedrog of valschheid, vooral in rechtszaken, in het bijzonder knoeierij met getuigen.

Kalendae=Calendae.

Καρχηδών=Carthago.

Karthago=Carthago.

Κατακεκαυμένη(sc.χώρα), het O. deel van Lydia, aldus genoemd, omdat de bodem van vulkanischen aard was, asphalt en lava bevatte en hierdoor zwart van kleur was, alsof de grond verbrand was.

Κατακλησία=κατάκλητος ἐκκλησία, zieἐκκλησία.

Κατάλογος, lijst van burgers, die met uitsluiting van anderen een of ander recht of verplichting hebben. In het bizonder de lijst, waarop aangeteekend was in hoever zij tot den krijgsdienst verplicht waren, welke verplichting verschillend was naar verhouding van het vermogen. Het vervullen van den dienstplicht door hen, die op deze lijst stonden, heetἐκ καταλόγου στρατεύειν; armere burgers, die er niet op stonden, werden alleen in buitengewone gevallen opgeroepen.

Κατάλυσις τοῦ δήμου, omverwerping der democratie of de poging daartoe, werd langs den weg derεἰσαγγελίαvoor de rechtbank der thesmotheten gebracht en naar goedvinden der rechters bestraft, waarschijnlijk meestal met den dood.

Κάτοικοι, z. Cleruchia, aan het slot.

Κεάδαςofκαιάδας, afgrond in den Taygetus, ten W. van Sparta, met bijna loodrechte wanden. Ter dood veroordeelden werden hierin geworpen, o. a. Aristomenes, de held van den tweeden messenischen oorlog.

Κῆρες, (ook in het enkelvoud), godinnen van den gewelddadigen dood, vooral op het slagveld, waar zij tot het gevolg van Ares behooren. Zij worden dochters van Nyx, zusters van Morus en Thanatus genoemd. Later kregen zij de beteekenis van straffende en wrekende godinnen en meer algemeen van eene personificatie van al wat het leven vernietigt, ziekte, kommer, enz.

Kerkȳra,Κέρκυρα=Corcyra.

Κήρυξ, heraut, iemand die een koning, ambtenaar of priester bij zijne ambtsverrichtingen ter zijde staat, officiëele bekendmakingen en aankondigingen heeft te doen, enz. De herauten werden als heilig en onschendbaar beschouwd en genoten groot aanzien. In de familie derΚήρυκεςte Athene (z.Ceryx) waren verscheiden priesterlijke waardigheden erfelijk, o. a. die van denκήρυξofἱεροκήρυξbij de eleusinische mysteriën.

Κλαρῶται, ἀφαμιῶται, lijfeigenen op Creta, waren in denzelfden toestand als de spartaansche heloten.

Κληρουχία, z.Cleruchia, z. ookἀποικία.

Κλητήρ, κλήτωρ, in een proces de getuige, die bij de dagvaarding (πρόσκλησις) van den aangeklaagde tegenwoordig geweest is, en bevestigt dat die dagvaarding in den behoorlijken vorm heeft plaats gehad.

Κοινή, ἡ κοινὴ διάλεκτος, gemeen grieksch, de taal, die sedert Alexander algemeen in Griekenland en het Oosten gesproken werd, en waarin ook de meeste boeken van het Nieuwe Testament en de Septuaginta (z. a.) geschreven zijn.

Κωλακρέται, oorspronkelijk zij, die bij groote offerfeesten van het vleesch der offerdieren een openbaren maaltijd bezorgden, later ambtenaars bij het financiewezen. Clisthenes beperkte hun werkkring, en in 410 zijn zij afgeschaft; in hun plaats traden deἀποδέκται.

Κορυνηφόροι, eigenlijk knotsdragers; te Sicyon lijfeigenen van denzelfden oorsprong en in denzelfden toestand als de spartaansche heloten.

Κόσμοι, tien magistraten op Creta, wier bevoegdheden overeenkwamen met die der spartaansche ephoren. Een van hen, deπρωτόκοσμος, gaf zijn naam aan het jaar.

Κουρεῶτις, de derde dag der Apaturia.

Κριοῦ μέτωπον, 1) Z.W.-kaap van Creta.—2) Z. kaap der Chersonēsus Taurica (Krim).

Κρυπτεία, soms beschouwd als eene jacht op heloten, die van staatswege aan de spartaansche jongelingen werd opgedragen; inderdaad eene oefening als voorbereiding tot den krijgsdienst, waarbij de jonge burgers het land in alle richtingen doorkruisten, vooral op de bewegingen der heloten acht gaven, en hen bij ieder vergrijp of bij de minste verdachte handeling terstond doodden.

Κύρβεις, z.Ἂξονες.

Κυρία ἐκκλησία, z.ἐκκλησία.

Κύριος, degene, die over iemand of iets te beschikken heeft, in het bizonder degene, die een ander in rechten of in zijne betrekkingen tot vreemden vertegenwoordigt, zooals de vader of voogd voor onmondige kinderen, de man voor zijne vrouw, enz.


Back to IndexNext