N.N.ZieNefasti(dies).Naarmalcha(Nahar Malcha), zieRegium flumen.Nabalia=Navalia.Nabataei,Ναβαταῖοι, machtig volk van Arabia Petraea, waren eerst nomaden, doch vestigden zich allengs in het land der Edomieten, Midianieten en Amalekieten, en breidden hunne heerschappij ook overArabia felixuit. Petra was hunne hoofdstad. Zij werden nu een handelsvolk, hun bodem leverde kostbare specerijen en kruiderijen op, terwijl zij ook een belangrijken veestapel onderhielden. Hunne vorsten (Aretas, Jonathan) komen eerst als vrienden, later als vijanden der Maccabaeën voor, hetgeen aan Pompeius aanleiding verschafte, in 64 een inval in hun gebied te doen. Hun koning Malchus II komt eerst als vriend van Caesar, later als bondgenoot der Parthen, en na eene zware bestraffing weder met Octaviānus verbonden voor. Traiānus vernietigde hun rijk (105 n. C.).Nabis,Νάβις, maakte zich kort na den dood van Machanidas (207) van de heerschappij over Sparta meester, en regeerde als een hebzuchtig en wreed dwingeland. Hij was eerst met de Romeinen verbonden, hoewel Philippus in den tweeden macedonischen oorlog trachtte hem voor zich te winnen; later maakte echter zijn optreden tegenover de andere peloponnesische staten de tusschenkomst der Romeinen noodzakelijk, en werd hem door Flaminīnus zijn geheele rijk buiten Sparta ontnomen. Kort daarna begon hij, om het verloren gebied terug te winnen, een oorlog tegen het achaeïsch verbond, waarin hij eene overwinning ter zee behaalde, doch weldra werd hij door Philopoemen verslagen en daarop door den aanvoerder zijner aetolische bondgenooten vermoord (192).Nabonassar, koning van Babylon, onder assyrische opperheerschappij. In zijn tijd (26 Febr. 747) begon eene nieuwe jaartelling (aera van Nabonassar), die in het Oosten vrij algemeen werd.Nabonēdus=Labynetusno. 2.Nabopolassar, assyrisch stadhouder van Babylon (625–604), viel van Assyrië af en veroverde Niniveh met de hulp van Cyaxares, waarna de bondgenooten het assyrische gebied onder elkander verdeelden.Naeniae, neniae, treurzangen, die bij de begrafenissen van aanzienlijke personen gezongen werden, hetzij door de bloedverwanten, hetzij door gehuurde klaagsters,praeficae. Later krijgt het woord ook de beteekenis van tooverzang en van slaapdeuntje.Naevii, plebejisch geslacht. 1)Cn. Naevius, Campaniër van geboorte, tooneeldichter, de eerste, die fabulae praetextae (ziepraetexta) gedicht heeft, en schrijver van een epos in saturnische maat over den eersten punischen oorlog. Naar griekschen trant tastte hij in zijne stukken de aanzienlijkste mannen aan, o. a. de Metellussen en de Scipio’s waardoor hij zich eerst gevangenisstraf, later verbanning op den hals haalde. Van hem is o. a. de bekende versregel afkomstig:fató Metélli Római fíunt cónsulés, waarop door de Metelli geantwoord werd:dabúnt malúm Metélli Naévió poétae. ZieCaeciliino. 3. Hij overleed te Utica in vrij hoogen ouderdom omstreeks 200.—2)de andere bekendeNaevii, waarvan enkele bij Livius en bij Cicero voorkomen, zijn van weinig belang. Een er van,Sex. Naevius, een man van geringe afkomst,komt als aanklager voor tegen P. Quinctius, die door Cicero verdedigd werd (Quinctiino. 10). Een ander,P. Naevius Turpio, wordt door Cicero als handlanger van Verres aan de kaak gesteld.—3)Naevius Sertorius Macro, z.Macro.Nahanarvali(Naharvali), ligysche stam in Germania, aan de Viadua (Oder).Nahar Malcha(Naarmalcha), zieRegium flumen.Naiades,Ναϊάδες, Ναΐδες, nimfen van rivieren (Ποταμηίδες), bronnen (Κρηναῖαι, Πηγαῖαι) en beken (Λιμνάδες). Zij bezitten de gave der profetie, beschermen dichtkunst en gezang en voeden door de kracht van het water menschen, dieren en planten (Κουροτρόφοι, Νόμιαι, Καρποτρόφοι). Dikwijls worden zij als opvoedsters van verschillende goden genoemd.Naï(s)sus,Ναϊσ(σ)ός, stad in Moesia Superior aan den Margus (Morawa), geboorteplaats van Constantijn den Gr.; tgw. Nisch.Namatiānus(Claudius Rutilius), rom. dichter, uit den tijd van keizer Honorius. Het van hem gedeeltelijk bewaard gebleven gedichtde reditu suouit het jaar 416 geeft een beschrijving van zijn reis van Rome naar zijn vaderland Gallië, die, vooral om den tijd waarin die reis valt, historisch belang heeft.Namausus=Nemausus.Namnētaeof-tes,Ναμνῆται, gallisch volk aan den mond van den Liger. Hoofdstad: Condivincum (Nantes).Nanno,Ναννώ, fluitspeelster, die door Mimnermus bemind werd, maar zijne liefde niet beantwoordde.Nantuātaeof-tes,Ναντουᾶται, ligurisch of raetisch volk aan den lacus Lemannus (meer van Genève).Napaeae,Ναπαῖαι, nimfen der dalen, gewoonlijk tot de Oreaden gerekend.Naparis,Νάπαρις, linkerzijtak van den Ister (Donau) in het tegenw. Rumenië.Napata,Νάπατα, in Aethiopia aan den Nijl, bloeiende hoofdstad van het rijk van Napata, waar tijdens Augustus de koningin Candace regeerde. De stad werd in 22 door den stadhouder van Aegypte, C. Petronius, veroverd, doch niet behouden. Zij is het zuidelijkste punt, dat de Rom. bereikt hebben. Het noordelijkste gedeelte van het rijk, van af Hiera Sycaminos, is toen bij het Romeinsche rijk ingelijfd, onder den naam Nubia Inferior.Nar,Νάρ, rivier met geelachtig zwavelig water in het Z. van Umbria, die tusschen Horta en Ocriculum in den Tiber valt.Naragara,τὰ Ναράγαρα, stad in Numidia, waar Hannibal en Scipio vóór den slag bij Zama een onderhoud hadden.Narbo,Ναρβών, thans Narbonne, eene bloeiende stad derVolcae Tectosagesin Gallia aan de Middellandsche zee, sedert 118 als rom. kolonieNarbo Martiusgenoemd, later hoofdstad van Gallia Narbonensis. De stad lag aan den Atax (Aude), waarnaar de bewonersAtacīniwerden genoemd.Narbonensis(Gallia), het Z.O. gedeelte van Gallia Transalpīna, naar de hoofdst. Narbo.Narcissi fons,Ναρκίσσου πηγή, bron in Boeotia bij Thespiae, waar narcissen in menigte groeiden.Narcissus,Νάρκισσος, 1) zoon van Cephissus en Liriope, een buitengewoon schoon jongeling. Hij was volstrekt ongevoelig voor liefde en deed door zijne hardvochtigheid de schoone Echo, die hem beminde, wegkwijnen; maar Nemesis liet hem tot straf hiervoor zijn eigen beeld in het water zien en op zichzelven verliefd worden, zoodat hij van ijdel verlangen verteerde; uit medelijden veranderden de goden hem in een narcis.—2)vrijgelatene en secretaris (ab epistulis) van keizer Claudius, op wien hij bijna onbeperkten invloed had, waarvan hij dikwijls in zijn eigen belang gebruik maakte. Hij was overigens een zeer bekwaam man. Hij veroorzaakte den val van Messalīna, maar werd later door Agrippīna uit Rome verwijderd en kort daarna vermoord.—3)gladiator, die keizer Commodus in het bad wurgde; onder Didius Iuliānus werd hij met de andere moordenaars van Commodus ter dood gebracht.Naristi(v. s.Varisti), suevische stam in het N.O. van het tegenw. Beieren.Narnia,Ναρνία, stad in Umbria aan den Nar, eene sterke vesting op eene steile rots, sedert 299 lat. kolonie, vroeger Nequīnum geheeten.Narōna, rom. kolonie in Dalmatia.Narthacium,Ναρθάκιον, berg en stad in Thessalia, in het N. van Phthiōtis, niet ver van Pharsālus, waar in 394 Agesilāus, uit Azië terugkeerende, de Thessaliërs versloeg, die hem den weg versperden.Νάρθηξ, een plant, waarvan de dikke, knoestige, rietachtige stengel veel brandbaar merg bevatte; volgens het verhaal zoude Prometheus daarin het vuur uit den hemel gehaald hebben. Van den stengel werden veelal doozen voor verschillende doeleinden gemaakt. In zulk een doos, na den slag bij Issus onder den buit gevonden, placht Alexander d. G. de door Aristoteles bewerkte uitgave van Homerus te bewaren, die vandaarἡ ἐκ τοῦ νάρθηκος ἔκδοσιςgenoemd wordt.Narycus, -ciumofNaryx,Νάρυκος, Νάρυξ, misschien het zelfde als het latere Pharygae,Φαρύγαι, stad der opuntische Locriërs, geboorteplaats van Ajax, den zoon van Oīleus (Narycius heros). Zie ookLocri Epizephyrii.Nasamōnes,Νασαμῶνες, een ruwe libysche volksstam aan de groote Syrte (golf v. Sydra).Nasīca, bijnaam in de familie Scipio. ZieCorneliino. 19, 20, 22–25.Nasidiēnus, een plomp en praalziek parvenu bij Horatius voorkomende.Nasidii, plebejisch geslacht, waarvan een paar leden als aanhangers der pompejaansche partij voorkomen.Naso, familienaam derOvidii.Nasus, 1)Νῆσος, eilandje met kasteel in de rivier Achelōus in Acarnania.—2)Νᾶσος= Ortygia, een der vijf gedeelten van Syracusae.Natatio, groote zwemvijver, hetzij in de open lucht, hetzij in een badhuis.Nauclīdes,Ναυκλείδας, spartaansch ephoor,die met Pausanias no. 2 naar Attica gezonden werd en met hem medewerkte tot het herstel der democratie. Later werd hij door Lysander wegens zijn weelderig leven aangeklaagd.Naucrates,Ναυκράτης, leerling van Isocrates, hield bij de lijkfeesten van Mausōlus een wedstrijd met Theopompus en Theodectes als lofredenaar van den overledene.Naucratis,Ναύκρατις, milesische volkplanting uit de 2dehelft van de 7deeeuw en aanzienlijke handelsstad in de Nijldelta, onder de aegyptische koningen de eenige plaats, waar zich de Grieken mochten vestigen. Zij lag aan den linkeroever van den Canobischen Nijlarm.Naucraticum ostium=Heracleoticum ostium.Naucȳdes,Ναυκύδης, van Argos, beroemd beeldhouwer, leerling van Polyclētus (± 420).Ναυκραρία. In oude tijden was de burgerij van Attica in 48ναυκραρίαι, verdeeld, 12 in iedere phyle, en had iedereναυκραρίαde verplichting een schip en twee ruiters te leveren; als administratieve afdeelingen worden zij dikwijls met de latereδῆμοιvergeleken. De hoofden der naucrariën,ναύκραροι, hadden vóór Solon grooten invloed, maar de instelling van den raad der 400 ontnam hun een groot gedeelte van hun bevoegdheid. Sedert Clisthenes waren er 50 naucrariën, 5 in iedere phyle, die alleen dienden tot het innen en beheeren van de gelden voor de vloot.Naulochus,Ναύλοχος, havenstadje in het N.O. van Sicilia. Hier versloeg M. Agrippa in 36 S. Pompeius in een grooten zeeslag.Naumachia, vertooning van een scheepsstrijd, geen spiegelgevecht, maar een strijd in werkelijkheid. De bemanning bestond uit gevangenen en zwaardvechters. Caesar was de eerste, die het rom. volk hierop vergastte; hij liet hiertoe op dencampus Martiuseen tijdelijke vijver graven, die vervolgens weder werd gedempt. Augustus liet er een graven van 59 meter breedte en negen maal zoo lang. Claudius liet het Fucinische meer met zitplaatsen omringen; Nero liet het strijdperk van het amphitheater vol water loopen. Later kwamen er te Rome vaste gebouwen voor scheepsgevechten. Zulk een gebouw werd ooknaumachiagenoemd.Naumachius,Ναυμάχιος, grieksch dichter van later tijd; van zijn gedicht over de plichten der vrouw zijn eenige fragmenten bewaard.Naupactus,Ναύπακτος, versterkte havenstad in Locris aan de Corinthische golf, waar de Heracliden hunne vloot bouwden, om naar de Peloponnēsus over te steken. Na de perzische oorlogen kwam zij in het bezit der Atheners, die er in 455 Messeniërs in opnamen. De stad wisselde nog meermalen van bezitters en werd achtereenvolgens weder locrisch, achaeïsch, thebaansch, macedonisch en opnieuw locrisch. Thans Lepanto of Epacto.Nauplia,Ναυπλία, havenstad in Argolis, aan de Argolische golf.Naupliades,Ναυπλιάδης, Proetus of Palamēdes, zonen van Nauplius.Nauplius,Ναύπλιος, 1) zoon van Poseidon en Amymōne, stichter van Nauplia.—2)afstammeling van den vorigen, bekwaam zeeman en sterrenkundige, Argonaut.—3)koning van Euboea, bij Clymene no.5 vader van Palamēdes en Oeax. Vertoornd over de behandeling, die Palamedes voor Troje had ondervonden, zond hij Oeax uit om de vorsten, die voor Troje lagen, bij hunne gemalinnen van ontrouw te beschuldigen of geruchten omtrent hun dood te verspreiden. Toen de Grieken op de terugreis van Troje voorbij Euboea kwamen, stak hij op kaap Caphāreus vuren aan, waardoor zij misleid werden en vele schepen op de kust verloren gingen. Velen verdronken of werden door N. en de zijnen gedood.Nauportus,Ναύπορτος, rivier (Laybach), rechter zijtak van den Savus, en stad (Ober-Laybach) in Pannonia.Nausicaa,Ναυσικάα, dochter van Alcinous, vond Odysseus, toen hij na het verlies van zijn schip op de kust der Phaeaciërs geworpen was. Zij ontving hem vriendelijk en geleidde hem naar het hof van haar vader.Nausicles,Ναυσικλῆς, atheensch demagoog, bevelhebber van de troepen, die den Phocensers te hulp gezonden werden (352). Aanvankelijk met Aeschines bevriend, was hij later een hevig bestrijder der macedonische partij.Nausinous,Ναυσίνοος, zoon van Odysseus en Calypso.Nausiphanes,Ναυσιφάνης, van Teos, einde van de 4deeeuw, wijsgeer uit de school van Democritus, leerling van Pyrrho, leermeester van Epicūrus.Nausithous,Ναυσίθοος, 1) zoon van Poseidon en Periboea, koning der Phaeaciërs, verhuisde met zijn volk, dat door de Cyclopen bedreigd werd, van Hyperēa naar Scheria.—2)zoon van Odysseus en Calypso.—3)stuurman van Theseus.Nautaca,Ναύτακα, stad in het perzische gewest Sogdiāna.Nautii, patricisch geslacht, waarvan eenige leden in de oorlogen tegen Volscen, Aequers, Sabijnen en Samnieten voorkomen. Als hun stamvader gold Aenēas’ tochtgenootNautes, die het trojaansche Palladium naar Italië overbracht.Ναυτοδίκαι, te Athene rechters in handelszaken (δικαι ἐμπόρων), tevens belast met de instructie bij deγραφὴ ξενίας. Kort na 403 werden hunne bevoegdheden op de thesmotheten overgedragen.Nava, thans Nahe, rivier, die bij Bingium (Bingen) in den Rijn valt.Navalia, 1) een scheepswerf in Rome, aan den Tiber, aan het Campus Martius.—2)sterkte aan den mond van eene rivier in ons land, misschien aan den mond van de Fossa Drusiana.Navius, zieAttii.Naxus,Νάξος, 1) het grootste eiland der Cycladen, om zijne vruchtbaarheid Klein-Sicilië genaamd, beroemd door zijn wit marmer en zijn wijn en aan Dionȳsus geheiligd (mythe v. Ariadne). Andere namen van het eiland zijn Dia en Strongyle. Als oudste bewoners komen Cariërs en Cretensers voor;later werd het eiland van Attica uit gekoloniseerd door Ioniërs. In 490 werd het door de Perzen te vuur en te zwaard verwoest. Het maakte vervolgens deel uit van het atheensche zeeverbond; doch toen het zich trachtte te verzetten, verloor het ± 467 zijne vrijheid en ook zijne beteekenis. In 376 werd de spartaansche vloot door den Athener Chabrias bij Naxus verslagen.—2)eerste grieksche kolonie op Sicilia, in 735 door euboeïsche Chalcidiërs gesticht, in 403 door Dionysius van Syracūsae verwoest, waarna in 358 het overschot der verstrooide bevolking in de nabijheid eene nieuwe stad Tauromenium stichtte, thans Taormina.Nazarius, rhetor in Gallia, ten tijde van Constantijn den Grooten. Van hem is een panegyricus op Constantijn uit het jaar 321 over. De panegyricus uit 313, die wel eens aan hem wordt toegeschreven, is van Eumenius.Nazianzus,ΝαζίανζοςofΝαζιανζός, stad in Cappadocia. Z.Gregoriusno. 2.Neaera,Νέαιρα, nimf, bij Helius moeder van Phaëthūsa en Lampetia.Neaethus,Νέαιθος, rivier in Bruttium, bij Croton, waar de gevangene trojaansche vrouwen de grieksche schepen zouden in brand gestoken hebben.Neandria,Νεανδρία, Νεάνδρεια, aeolische stad in Troas. Hier is in de laatste jaren een tempel opgegraven, die om zijn eigenaardigen vorm en het daar gevonden (aeolische) kapiteel van groot belang is voor de kunstgeschiedenis.Neanthes,Νεάνθης, van Cyzicus, tijdgenoot van Attalus I, schrijver van verscheiden door de ouden met lof vermelde werken over geschiedenis.Neapolis,Νεάπολις, naam van niet minder dan 13 steden, terwijl bovendien een gedeelte van Syracūsae dezen naam droeg. Het beroemdst is Neapolis in Campania, thans Napoli of Napels. De stad bestond uit twee afzonderlijk ommuurde deelen, Palaepolis en Neapolis, en heetteParthenope, voordat de Cymaeërs haar met eene kolonie bevolkten. Omstreeks 325 werd de stad door Samnieten in bezit genomen, in 290 werd zij rom. kolonie, later rom. municipium. Om zijne verrukkelijke ligging en zijne fijne grieksche beschaving lokte Neapolis een groot getal aanzienlijke Romeinen, zoodat de omtrek met buitenplaatsen bezaaid was, terwijl de warme bronnen er een druk bezochte badplaats van maakten. Romulus Augustus, de laatste keizer van het westrom. rijk, overleed hier.Nearchus,Νέαρχος, 1) Athener, in 340 als gezant naar Macedonië gezonden.—2)zoon van Androtīmus, door Philippus uit Macedonië verbannen, maar na diens dood teruggeroepen door Alexander, met wien hij reeds als kind bevriend was geweest. Hij ging met Alexander naar Azië en werd satraap van Lycië en Pamphylia. Ook vergezelde hij den koning naar Indië en voerde hij het bevel over de vloot, die den weg van den Indus tot den Euphraat onderzocht (325); zijne beschrijving van dezen tocht is door lateren dikwijls gebruikt. Een voorgenomen tocht om de kasten van Arabië en Africa te onderzoeken bleef door den dood van Alex. onuitgevoerd. N. schijnt later bevelhebber over de vloot gebleven te zijn en tot de partij van Antigonus behoord te nebben.—3)pythagoreïsch wijsgeer, na de inneming van Tarentum vriend en leermeester van den ouden Cato.Nebrōdes montes,Νευρώδη ὄρη, bergketen op Sicilia, die zich langs de Noordkust van de straat van Messina tot aan de helft van het eiland voortzet.Nebucadrēzar,Ναβοκοδρόσορος, zoon en opvolger van Nabopolassar, koning van Babylonië (605–562). Hij verdreef de Aegyptenaars, die onder koning Necho reeds tot den Euphraat doorgedrongen waren, bijna uit geheel Azië, veroverde Syrië, Judaea en Tyrus, bevorderde handel en beschaving en versterkte en verfraaide Babylon.Necho,Νεκώς, zoon en opvolger van Psammetichus, koning van Aegypte (610–595). Hij liet door Phoeniciërs een zeetocht om de kusten van Africa doen en begon den aanleg van een kanaal, dat de Middellandsche zee met de Arabische golf moest verbinden. Ook onderwierp hij Syrië, Judaea en Phoenicië, maar op zijne verdere tochten tegen Mesopotamië werd hij door Nebucadrezar verslagen, zoodat hij bijna al het veroverde land in Azië weder verloor.Nectanabis,Νεκτάναβις, -τανεβώς, 1) de vierde koning van Aegypte, nadat dit land zich onder de regeering van Artaxerxes II van Perzië onafhankelijk gemaakt had. Hij wist zich staande te houden tegen het groote leger, dat Artaxerxes omstreeks 380 onder Pharnabāzus en Iphicrates gezonden had om Aegypte weder te onderwerpen.—2)N. II, stond op tegen zijn neef Tachos, den zoon en opvolger van den vorigen, en maakte zich met behulp van Agesilāus van de regeering meester (360). Aanvankelijk verdedigde hij zich met goed gevolg tegen Perzië, maar toen hij meende ook zonder grieksche generaals zelf den oorlog te kunnen voeren, was hij tegen de perzische troepen onder Mentor niet bestand. Toen zijne zaak hopeloos stond, vluchtte hij naar Aethiopië (344). Hiermede eindigde de zelfstandigheid van Aegypte.Nectar,νέκταρ, godendrank, z.Ambrosia.Neda,Νέδα, grensriviertje tusschen Messenia en Triphylia.Nedon,Νέδων, kustrivier in oostelijk Messenië, stroomt in de Messeensche golf uit.Nefasti(dies), in den rom. kalender met de letter N aangeduid, zijn dagen bestemd voor offers of godsdienstige handelingen. Het zijn dus de zelfde dagen als dedies festi(z.festi(dies)). Zie ookfasti(dies).Neïon,Νήϊον, een gedeelte van het gebergte Neritum, op Ithaca.Neïth,Νηίθ, aegyptische godin, vooral te Saïs vereerd, door de Grieken met Athēna geïdentificeerd. Zij wordt voor eene personificatie der grondstof van het heelal of voor eene godin van het vuur gehouden, v. a. is zij de zelfde als Isis. Hare beelden hebbendikwijls eene giere- of leeuwekop. Bij haar jaarlijksch feest brandde men in ieder huis in Aegypte een lamp met olie en zout gevuld.Νεκρομαντεῖον, Νεκυομ., plaats, waar een doodenorakel is. Door offer en gebed riep men de dooden op, waarna men ging slapen en meende dat de opgeroepene in den droom zou verschijnen om het gevraagde orakel te geven, of door middel van een priester liet men den doode ondervragen. De bekendste plaatsen waren te Ephyra aan de rivier de Acheron in Epirus, bij Heraclēa Pontica, te Cumae in Italië, bij Magnesia aan den Maeander en bij Hierapolis in Phrygia.Νεκύσια, Νεμέσεια, algemeene gedenkdag der dooden, te Athene de 5deBoëdromion, dus =Γενέσια.Neleïades,Νηληιάδης, Nestor en Antilochus, zoon en kleinzoon van Neleus.Neleus,Νηλεύς, 1) zoon van Poseidon en Tyro. Hij en zijn tweelingbroeder Pelias werden te vondeling gelegd en door herders opgevoed, terwijl Tyro met Cretheus, koning van Iolcus, huwde. Later vernamen de broeders hunne afkomst, en na den dood van Cretheus geraakten zij in twist over de opvolging, waarvan het gevolg was dat N. naar Messenië trok, waar zijn oom Aphareus hem de regeering over Pylus schonk. Toen Heracles na den moord van Iphitus bij N. kwam met het verzoek hem van zijne schuld te reinigen, weigerde deze hem dit; daarom trok Heracles later tegen hem op en doodde hem met al zijne zonen behalve Nestor. V. a. stierf hij te Corinthe, nadat hij een gelukkigen oorlog tegen de Epeërs gevoerd had.—2)zoon van Codrus, door zijn broeder Medon uit Attica verdreven, stichter van Milētus e. a. ionische steden.Nelīdes,Νηλείδης=Neleïades.Nemausus,Νέμαυσος, thans Nîmes, belangrijke stad der Volcae Arecomici, in Gallia Narbonensis. Er worden nog belangrijke overblijfselen van rom. bouwkunst aangetroffen: een tempel met corinthische zuilen (maison carrée; een afbeelding vindt men onderTemplum), een waterleiding op drie rijen bogen boven elkander rustende (Pont du Gard), een gedeelte van een amphitheater, enz. Onder de keizers was N. eerst eene rom. kolonie met hetius Latii, later een rom. burgerkolonie.Nemea,Νεμέα, 1) dal in Argolis tusschen Cleōnae en Phlius, waar Heracles den leeuw versloeg en waar de nemeïsche spelen werden gehouden. De bevolking is van dryopischen stam.—2)rivier op de grens van Sicyon en Corinthia.Nemea,Νέμεα, Νέμεια, de nemeïsche spelen, ingesteld ter nagedachtenis van Archemorus (z. a.), later ter eere van Zeus Nemeaeus om de twee jaar onder voorzitterschap der Cleonaeërs of Argiven in het dal Nemea, later in Argos, gevierd. Zij bestonden uit de gewone wedstrijden in loopen, rijden, worstelen, gymnastiek, poëzie en muziek; de prijs der overwinning was een krans van eppe- of van olijftakken. Als nationaal feest kregen zij eerst in de 6deeeuw, sinds 573, eenige beteekenis.Nemesiānus(M. Aurelius Olympius), rom. dichter uit de 3deeeuw na C., geboren te Carthago. O. a. schreef hij een leerdicht over de jacht,Cynegetica, waarvan nog een gedeelte over is.Nemesis,Νέμεσις, dochter van Nyx, godin der gerechtigheid, die aan ieder mensch loon naar werken geeft, vooral eene wrekende godin, die trotschheid, overmoed en over het algemeen het overschrijden van de aan de menschelijke natuur gestelde grenzen straft. Zij wordt gewoonlijk afgebeeld met vleugels, met strenge en ernstige gelaatstrekken, en met een toom, zwaard of geesel in de hand. Beroemd was haar kolossaal beeld te Rhamnus, door Agoracritus (z. a.) gemaakt.Nemetācum, hoofdstad der Atrebates in Belgica, thans Atrecht of Arras.Nemētaeof-tes, germaansch volk op den linker Rijnoever, met de hoofdstad Noviomagus (Spiers). De Nemetae, Triboci en Vangiones woonden reeds ten tijde van Caesar op den linker Rijnoever, en worden genoemd als hulptroepen van Ariovistus.Nemetocenna=Nemetacum.Nemētum,Νεμωσσός, z.Augustonemētum.Nemorensis lacus, zieAricia.Nemossus,Νεμωσσός, z.Augustonemētum.Neniae=naeniae.Neobūle,Νεοβούλη, z.Archilochus.Neocaesarēa,Νεοκαισάρεια, groote en prachtige hoofdstad van Pontus Polemoniacus, aan den Lycus.Neocles,Νεοκλῆς, vader van Epicūrus, ging met atheensche cleruchen naar Samus, waar hij eene school hield.Νεοδαμώδεις, van staatswege vrijgelaten heloten. Zij waren tot den krijgsdienst verplicht en werden na den peloponnesischen oorlog vooral voor krijgstochten naar Azië gebruikt.Νεωκόρος, opzichter van een tempel, oorspronkelijk een tempeldienaar van minderen rang, belast met het onderhouden van den tempel en de tempelgoederen. Later was het een aanzienlijke eerepost, en in den keizertijd stelden geheele steden in het Oosten er een eer in zichνεωκόροι, van den tempel des keizers te mogen noemen.Neon,Νέων, oude stad in Phocis aan den Parnassus, eerst door Xerxes verwoest, doch door de inwoners op eenigen afstand herbouwd en Tithorea genoemd naar den nabijgelegen bergtop van dien naam. In den heiligen oorlog werd ook deze stad verwoest, doch ook weder opgebouwd.Neontīchus,Νέον τεῖχος, 1) aeolische stad op de kust van Mysia, aan den Hermus.—2)kasteel op de thracische kust aan de Propontis, nabij de Chersonēsus.Neophron,Νεόφρων, van Sicyon, dichter van 120 treurspelen, waarvan slechts weinige fragmenten bewaard zijn. Euripides zoude in zijne Medēa een gelijknamig stuk van N. tot voorbeeld genomen hebben; in werkelijkheid is het juist andersom, zooals blijkt uit de fragmenten, die onlangs van zijne Medēa teruggevonden zijn.Neo-platonici, eene school van wijsgeeren die sedert de 3deeeuw na C. bloeide. Zij trachtten door wijsgeerige bespiegeling aan den ouden godsdienst steun te geven tegen de meer en meer uit het Oosten indringende godsdiensten. Zij sloten zich voornamelijk bij de leer van Plato aan, doch waren ook onder den invloed van andere oudere en nieuwere wijsgeeren; zelfs waren er, die beweerden dat de leer van Plato en van Aristoteles in den grond der zaak dezelfde was. Voor een deel maakten zij hunne wijsbegeerte onmiddellijk dienstbaar aan de bestrijding van het Christendom (syrische school), lateren hielden zich voornamelijk bezig met het verklaren der werken van Plato en Aristoteles (atheensche school). De stichter der oorspronkelijke (alexandrijnsch-rom.) school was Ammonius Saccas, wiens leerling Plotīnus het stelsel in zijne geschriften uitvoerig verklaarde; van de syrische school is de voornaamste vertegenwoordiger Iamblichus, van de atheensche Proclus.Neoptolemus,Νεοπτόλεμος, 1) oorspronkelijk Pyrrhus geheeten, zoon van Achilles en Deidamēa, werd bij zijn grootvader Lycomēdes opgevoed, en na den dood van Achilles naar Troje gehaald, omdat voorspeld was, dat zonder hem de stad niet genomen konde worden. Met zijne komst wordt de oorlog als het ware vernieuwd, vandaar de naam N. Hij is even dapper als zijn vader, maar ruw en hardvochtig; met het houten paard komt hij in de stad, doodt Polītes voor de oogen van diens vader, daarna verslaat hij Priamus zelf bij het altaar van Zeus, hij werpt Astyanax van den muur en offert Polyxena op het graf van zijn vader. Bij het verdeelen van den buit krijgt hij Andromache (z. a.). In Phthia teruggekomen, huwt hij niet Hermione. V. a. had zich Acastus gedurende zijne afwezigheid van de regeering over Phthia meester gemaakt, daarom ging N. van Troje naar Epīrus en vestigde zich daar; eerst later ging hij naar Phthia terug, waar hij Peleus de regeering teruggaf, terwijl hij zijn land in Epīrus aan Helenus overliet. Kort na zijn huwelijk met Hermione (z. a.) werd hij te Delphi gedood; hij werd in den tempel begraven en als heros vereerd; zijn schim streed met de Delphiërs tegen de Galliërs, die gekomen waren om den tempel te plunderen.—2)een van de schuldigen aan den dood van Philippus van Macedonië, vluchtte bij de troonsbestijging van Alexander d. G. naar Azië en sneuvelde bij de verdediging van Halicarnassus tegen Alexander.—3)werd koning van Epīrus, toen Pyrrhus door Cassander verdreven was (302), toen deze echter door Ptolemaeus Lagi teruggebracht werd, moest N., die om zijne wreedheid gehaat was, wijken; kort daarna trachtte hij Pyrrhus te dooden, maar deze voorkwam hem en liet hem zelven uit den weg ruimen (296).Nepet, Nepete, stad in het Z. van Etruria, kort na de inneming van Veii latijnsche kolonie, later municipium.Nephele,Νεφέλη, 1) de onsterfelijke gemalin van Athamas (z. a.), later door hem verstooten, moeder van Phrixus en Helle.—2)z.Ixīon.Nephelēis, Helle, dochter van Nephele.Nepos, bijn. vanMetelliin degens Caecilia(Caeciliino. 14 en 16).Nepos(Cornelius), zieCorneliino. 58.Neptunīne, Thetis, kleindochter van Neptūnus.Neptunius mons, het oostelijk gedeelte derNebrōdes montesop Sicilia, bij Messāna.Neptūnus, god van het water en van alle vochtigheid van den bodem, later god der zee, aanvankelijk te Rome weinig vereerd. Eerst door griekschen invloed werd zijn dienst meer algemeen, hij werd nu met Poseidon geïdentificeerd en voornamelijk als god van paarden en ruiterlijke oefeningen (N. equester) beschouwd. Hij had een tempel in den Circus Flaminius, zijn feest, deNeptunalia, werd den 23stenJuli te Rome of te Ostia gevierd. Op dit feest, dat nog in den christelijken tijd voorkomt, bouwde men loofhutten,umbrae,σκιάδες. Zie ookConsus.Nequīnum, oude naam van Narnia.Neratii, een plebejisch geslacht, waarvan een paar leden onder de regeering van Traiānus en Hadriānus als mannen van invloed voorkomen.Nereides,Νηρηίδες, Νηρεΐδες, 50 of 100 dochters van Nereus en Doris (vandaar ook Dorides), nimfen der zee, vooral derAegaeïschezee, op welker bodem zij eene grot bewonen, die als zilver schittert en waar alles van goud of zilver is. Zij zijn goede en hulpvaardige zeegodinnen, die de schippers in den nood bijstaan. Men beeldde ze af als schoone jonkvrouwen, weinig of niet gekleed, dikwijls met dolfijnen of andere zeemonsters tot bevallige groepen vereenigd.Nereīne,Νηρηίνη, Thetis, dochter van Nereus.Nereius, Achilles, kleinzoon van Nereus.Nēreus,Νηρεύς, zoon van Pontus en Gaea, een god der zee, in het bizonder der Aegaeïsche zee, waar hij met zijne dochters, de Nereïden, woont. Hij is een vriendelijk grijsaard, die allerlei gedaanten kan aannemen en de toekomst kan voorspellen, ofschoon hij niet altijd geneigd is vragen daaromtrent te beantwoorden; Heracles moest hem in den slaap overvallen, om hem te dwingen de ligging van den tuin der Hesperiden te openbaren. Hij wordt soms afgebeeld met het lichaam van een visch, waaraan alleen hoofd en armen menschelijk zijn, en gewoonlijk met zeewier in plaats van haar.Nericus,Νήρικος, oude hoofdst. v. Leucadia.Nerigos, verkeerde lezing voorBerrice, een groot eiland waarschijnlijk aan de Westkust van Schotland.Nerii, een plebejisch geslacht, onbelangrijk.Nerio, -ria, -riēne, gezellin van Mars, later als zijn gemalin beschouwd.Neritum, -us,Νήριτον, -ος, berg aan de Westzijde van Ithaca.Neritius dux= Ulysses.Nero, familienaam in degens Claudia(Claudiino. 22–27, 29).Nero, rom. keizer 54–68 na C., zoon van Cn. Domitius Ahenobarbus en Agrippīna, de dochter van Germanicus. Hij heette eigenlijk L. Dom. Ahenob., doch toen zijne moeder met haar oom keizer Claudius huwde (zie over deze verwantschap het art.Iuliiop het einde), werd hij door zijn stiefvader als zoon aangenomen en heette nuNero Claudius Caesar Augustus Germanicus. Na de vermoording van Claudius deed Agrippina met behulp der praetorianen haren 17-jarigen zoon den troon bestijgen ten koste van zijn stiefbroeder Britannicus. In de eerste 5 jaar regeerde Nero onder de leiding van zijn leermeester L. Annaeus Seneca en van A. Afranius Burrus,praefectus praetorio, als een goed vorst. Daarna echter gaf hij zich teugelloos over aan wellust, bloeddorst en dwaasheden. Britannicus werd op zijn last omgebracht, evenzoo zijne deugdzame gemalin Octavia en zijne heerschzuchtige moeder (59). Hij huwde toen de schoone, doch zedelooze Poppaea Sabīna, die hem door haar man M. Salvius Otho (later keizer) werd afgestaan. Den brand, die een groot deel van Rome in de asch legde (64 n. C.), bezigde hij als voorwendsel om eene gruwelijke vervolging der Christenen te beginnen. De samenzwering van Calpurnius Piso (Calpurniino. 12) kostte door hare ontdekking een aantal aanzienlijke en brave mannen het leven (65), ook Seneca en de dichter Lucānus werden er in betrokken. De prachtige herbouw van Rome, de bouw van het paleis met gouden dak (domus aurea Neronis) en de dolzinnigste feesten en slemppartijen verslonden schatten, terwijl de keizer zijne waardigheid door het slijk sleurde door in het openbaar als wagenmenner, tooneelspeler en zanger op te treden, ja zelfs eene kunstreis te doen door Griekenland (66). Eindelijk barstte er in Gallia een opstand uit onder Julius Vindex, in Hispania onder Ser. Sulpicius Galba. Door de zijnen verlaten, door den senaat vogelvrij verklaard, liet Nero, toen hij geen uitweg meer zag, zich door een slaaf doorsteken. De algemeene vervloeking vervolgde hem nog na zijn dood.Neronia, zieArtaxata.Nerthus, germaansche godin, die op een eiland in de Oostzee vereerd werd. Haar dienst vormde het sacrale middelpunt voor de in de nabijheid wonende volkeren, de Reudigni, Aviones, Anglii, Varini, Eudoses, Suardones en Nuithones.Nerulum, Neruli, stad in het Z. van Lucania aan de via Popilia.Nerva, familienaam in de gentesCoccēia, Licinia(Liciniino. 33),Silia(Siliino. 2 en 4).Nerva(M. Coccēius), uit Narnia in Umbria, rom. keizer 96–98 na C., leefde te Rome onder de regeering van Nero en diens opvolgers. Onder Domitiānus is hij een korten tijd verbannen geweest. Na den moord van D. werd N. tot keizer uitgeroepen. Door een verstandig bestuur won hij de gunst der burgers. Hij heeft de finantiën van den staat, die zeer in de war waren, geregeld, en drukkende belastingen afgeschaft of verminderd. Hij heeft hetforum Nervae transitoriummet den tempel van Minerva, reeds door Domitianus begonnen, afgemaakt, en daaraan zijn naam gegeven. Om zijne hooge jaren en zijn zwak gestel nam hij den voortreffelijken M. Ulpius Traiānus, die toenlegatusvan Germania superior was, tot zoon en opvolger aan. Hij stierf na eene regeering van anderhalf jaar (Jan. 98).Nervii, belgisch volk aan den Sabis (Sambre) in het tegenw. Henegouwen en Namen met de hoofdstad Bagacum (Bavay). Zij konden 50000 gewapenden in het veld brengen en brachten Caesar zeer in het nauw, doch werden in een wanhopigen strijd bijna geheel uitgeroeid. Zij beweerden, misschien niet ten onrechte, van de Germanenaf te stammen.NesactiumofNesartium, stad in Istria, in 177 door de Romeinen onder den consul C. Claudius Pulcher (Claudiino. 10) veroverd en verwoest, later herbouwd.Nesiōtes,Νησιώτης, atheensch beeldhouwer, ouder tijdgenoot van Phidias. Met zekeren Critias of Critius maakte hij een nieuw gedenkteeken voor Harmodius en Aristogīton, nadat het oude door Xerxes medegenomen was.Nesis,Νῆσις, bekoorlijk eilandje bij Pausilȳpum (Posilippo), op de kust van Campania.Nessōnis,Νεσσωνίς, meer in Thessalia, ten O. der stad Larissa.Nessus,Νέσσος, z.Heracles.Nessus,Νέσσος=Nestus.Nestor,Νέστωρ, zoon van Neleus en Chlōris, koning van Pylus. Hij onderscheidde zich in den oorlog van zijn vader tegen de Epeërs; toen Heracles zijne broeders doodde, bleef hij alleen gespaard, daar hij zich toen bij de Gereniërs bevond. Ook beoorloogde hij de Arcadiërs, hielp de Lapithen in hun oorlog tegen de Centauren, en nam deel aan de calydonische jacht en den Argonautentocht. Op hoogen leeftijd, toen hij reeds twee menschengeslachten had zien voorbijgaan, trok hij mede naar Troje, waar hij zich nog als dapper held gedroeg, maar vooral invloed had door zijn wijze raadgevingen, zijn rijpe ervaring en zijne innemende welsprekendheid. Na afloop van den oorlog keerde hij gelukkig naar Pylus terug, waar hij zijn verder leven genoeglijk doorbracht.Nestus,Νέστος, rivier in Thracië, die op het Rhodope gebergte ontspringt en bij Abdēra in zee valt. Sedert Philippus vormt de Nestus de grens tusschen Macedonië en Thracië.Netum,Νέητον, stad in het gebied van Syracūsae en ten Z.W. daarvan gelegen.Neuri,Νευροί, volk aan de bronnen van den Tyras (Dniëstr) en den Hypanis (Bug). Zij konden tooveren en zich in wolven veranderen.NexumofNexus, in het algemeen plechtig aangegane verbintenis; in engeren zin het aangaan eener schuldper aes et libram, waarbij de schuldenaar zijn lijf verpandde. Terwijl deaddicti(z. ald.) ten gevolge van een rechterlijk vonnis aan den schuldeischer worden toegewezen, is dit bij denexiniethet geval. Denexuskon door den schuldeischer gedwongen worden voor hem te werkenservi loco; hij mocht echter niet verkocht of ter dood gebracht worden. Hetnexumwerd afgeschaft door delex Poetelia Papiriavan 326. Echter wordt deaddictusdan ook wel eensnexus(ofvinctus) genoemd.Nicaea,Νικαία, dochter van Antipater no. 1, na Alexander’s dood eenigen tijd met Perdiccas gehuwd, later gemalin van Lysimachus.Nicaea,Νίκαια, naam van verschillende steden. 1) stad in Bithynia aan het meer Ascania. Zij was door Antigonus gesticht op de plaats van het vroegere Ancore, en Antigonēa genoemd; Lysimachus vergrootte ze en gaf er naar zijne gemalin den naam Nicaea aan. Zij was eene van de residenties der bithynische koningen en eene drukke handelsplaats. In 325 na C. werd hier de eerste christelijke kerkvergadering gehouden, waarop de leer van Arīus veroordeeld werd.—2)stad op de indische grenzen aan den Hydaspes, door Alex. d. Gr. gesticht ter eere zijner overwinning op Porus.—3)aan den Caucasus Indicus (Hindoe-Koh) =Cabura.—4)locrische vesting, die den bergpas der Thermopylae beheerschte.—5)volkplanting van Massilia, op de ligurische kust, thans Nizza.Nicander,Νίκανδρος, van Colophon, grammaticus, dichter en geneesheer, van wien nog twee geneeskundige leerdichten bewaard zijn. Zijn voornaamste werk, deἙτεροιούμενα, is door Ovidius in zijne Metamorphosen veel nagevolgd. Hij leefde in het midden der 2deeeuw.Nicānor,Νικάνωρ, 1) zoon van Parmenion, veldheer onder Alexander d. G., streed aan het hoofd derὑπασπισταίbij den Granīcus, bij Issus en Gaugamēla; hij stierf in 330.—2)stadhouder van Alexander in Indië. In de twisten na den dood van Alexander hield hij de zijde van Antigonus.—3)van Stagīra, bevelhebber der vloot onder Alexander; na diens dood mengde hij zich in de oorlogen tusschen zijne veldheeren, eindelijk werd hij op bevel van Cassander verraderlijk gedood.—4)van Alexandrīa, grieksch grammaticus ten tijde van Hadriānus, die vooral over de leer der interpunctie (στιγμή) schreef, waarom men hem schertsendστιγματίας(gebrandmerkte) noemde.Nicarchus,Νίκαρχος, naam van twee grieksche epigrammendichters.Nicephorium,Νικηφόριον, sterke vesting in Mesopotamia aan den Euphraat, ten Z. van Edessa, door Alex. den Gr. of door Seleucus I aangelegd.Nicephorius, zijtak van den Chabōras, stroomde dicht langs Tigranocerta.Nicephorus,Νικηφόρος, bijnaam van Zeus als god der overwinning.Nicer, zijtak van den Rijn, thans Neckar.Niceratus,Νικήρατος, 1) zoon van Nicias no. 1, rijk en aanzienlijk Athener, werd door de 30 gedood.—2)zoon van Euctēmon, van Athene, beroemd beeldhouwer uit de eerste helft der tweede eeuw, die vooral te Pergamum werkzaam was.Nicias,Νικίας, 1) zoon van Niceratus, reeds vroeg gunstig bekend als veldheer, kwam na den dood van Pericles aan het hoofd der oligarchische of der gematigd democratische partij, die vrede met Sparta wenschte. Hij was zeer rijk en mild, bovendien zeer eerlijk en bedachtzaam, daarom genoot hij het volle vertrouwen van het volk, maar zijne besluiteloosheid en gemis aan zelfstandigheid beletten hem eenigen invloed uit te oefenen, bovendien was hij zeer bijgeloovig en liet hij zich geheel beheerschen door priesters en waarzeggers. In het begin van den peloponnesischen oorlog streed hij meermalen met geluk, het was echter voor zijn roem schadelijk, dat hij de inneming van Sphacteria aan Cleon (z. a.) overliet. Na Cleon’s dood werd vooral door zijn toedoen een vrede (vrede van N.) gesloten, welks voorwaarden echter door verschillende omstandigheden nooit ten volle vervuld werden. Hoewel hij zich met alle macht tegen de onderneming naar Sicilië verzette, werd hij met Alcibiades en Lamachus aan het hoofd ervan gesteld (415), en daar Alcibiades terstond teruggeroepen werd en Lamachus spoedig sneuvelde, had hij alleen de leiding van de zaken in handen. Het mislukken der onderneming is dan ook, hoewel hem misschien inderdaad de middelen ontbraken, om haar tot een goed einde te brengen, toch ook voor een groot deel aan zijne besluiteloosheid te wijten; zelfs van de voordeelen, die hij behaalde, verzuimde hij partij te trekken, en toen hem eindelijk op zijn dringend verzoek uit Athene versterking onder Demosthenes gezonden werd, verzette hij zich tegen de plannen van dezen, en liet hij uit bijgeloovige vrees voor een maansverduistering (27 Aug. 413) het juiste oogenblik voor den aftocht voorbijgaan, zoodat aan het leger na het verlies van de geheele vloot ten slotte niets anders overbleef dan over land af te trekken. Na een marsch van weinige dagen, waarbij zij honger, dorst en herhaalde aanvallen der vijanden te verduren hadden, moesten zij zich overgeven; het geheele leger werd gevangen genomen, en beide veldheeren werden ter dood gebracht.—2)rhetor te Thurii, leeraar van Lysias.—3)Athener, een van de beroemdste grieksche schilders, tijdgenoot van Alexander d. G.; Praxiteles liet zijne mooiste marmerwerken door hem beschilderen; dit gebeurde door encaustiek (z.encaustica); vele van zijne werken vond men later te Rome.—4)lijfarts van koning Pyrrhus, die aan Fabricius aanbood den koning voor geld te vergiftigen.—5)van Milētus, geneesheer en epigrammendichter, vriend van Theocritus.—6)Nic. Curtius, van Cos, grammaticus, vriend van Cicero, Dolabella en Pompeius.Nicochares,Νικοχάρης, atheensch blijspeldichter uit het overgangstijdperk, jonger tijdgenoot van Aristophanes.Nicocles,Νικοκλῆς, 1) zoon en opvolger van Euagoras I, regeerde over Salamis op Cyprus 374–360.—2)koning van Salamis ten tijde van Alexander d. G., ook Nicocreon genoemd.—3)vorst van Paphus, die tot de partij van Antigonus behoorde, leed de nederlaagtegen een leger van Ptolemaeus en werd met zijne familie gedood (310).Nicocreon,Νικοκρέων, z.Nicoclesno. 2 enAnaxarchus.Nicolāus,Νικόλαος, van Damascus, grieksch geschiedschrijver, vriend van Herōdes d. G., onderwijzer van de kinderen van Antonius en Cleopatra. Hij schreef, behalve verscheiden kleinere werken, een zeer uitgebreide algemeene geschiedenis, waarvan betrekkelijk weinig bewaard gebleven is.Nicomachus,Νικόμαχος, 1) zoon van Machāon en Anticlēa, regeerde met zijn broeder Gorgasus over Pherae. Beiden waren ook bekwame geneesheeren en kregen als zoodanig na hun dood een tempel, waar zij als heroën vereerd werden.—2)schrijver (γραμματεύς) te Athene, wien tegen het einde van den peloponnesischen oorlog werd opgedragen een duidelijk of verbeterd afschrift van de wetten van Solon te maken. Wegens misbruiken, in die betrekking gepleegd, werd hij later aangeklaagd door iemand, voor wien Lysias de pleitrede schreef.—3)van Stagīra, lijfarts van Amyntas II, vader van Aristoteles; ook een zoon van Aristoteles heette N.—4)treurspeldichter, die eens in den tragischen wedstrijd eene overwinning op Euripides behaalde.—5)van Thebe, beroemd schilder op het einde der vierde eeuw, zoon en leerling van Aristodēmus. Sommige van zijne werken werden later naar Rome overgebracht.—6)van Gerasa, wiskundige omstreeks 100 na C., van wien nog een werk over rekenkunde en een over muziek bestaan. Hij hield zich ook met wijsbegeerte bezig en was een aanhanger der nieuw-pythagoreïsche school.Nicomedēa,Νικομήδεια, hoofdst. van Bithynia aan de golf van Astacus, in 264 door Nicomēdes I gesticht op de plaats van het oude Astacus (z. a.), later een geliefkoosd verblijf van Diocletiānus en van Constantijn den Gr. Hannibal bracht zich hier in 183 door vergif om het leven; de geschiedschrijver Arriānus werd er ± 90 na C. geboren.Nicomēdes,Νικομήδης, 1) zoon van Zipoetes, verdreef met de hulp der Galliërs zijn broeder, die hem de regeering over Bithynië betwistte en stichtte Nicomedēa; hij regeerde 281–246.—2)Nic. II Epiphanes(149–128/115) doodde zijn vader Prusias en regeerde wreed; hij was geheel van de Rom. afhankelijk.—3)Nic. III Euergetes, opvolger van den vorigen, moest in 95 Paphlagonia en Cappadocia aan Mithradates afstaan en stierf kort daarna.—4)Nic. IV Philopator, werd door zijn stiefbroeder Socrates met hulp van Mithradates verdreven (91), maar door M.’ Aquilius in 90 weder op den troon geplaatst, en liet zijn rijk bij testament aan de Rom. na (74).Nicon,Νίκων, van Tarentum, een van hen die deze stad aan Hannibal overgaven (212); bij de herovering door de Rom. sneuvelde hij dapper strijdend (209).Niconia,Νικωνία, -νιον, stad in Scythia aan den Tyras (Dniëstr).Nicophēmus,Νικόφημος, Athener, vriend en strijdmakker van Conon en gedurende diens afwezigheid zijn plaatsvervanger als bevelhebber over de vloot. Om onbekende redenen werd hij ter dood veroordeeld.Nicopolis,Νικόπολις, naam van onderscheidene steden. 1) prachtige stad in het Z. van Epīrus aan de invaart der Ambracische golf, door Augustus gesticht ter nagedachtenis aan zijne overwinning bij Actium. Voor de spelen die daar om de 4 jaar plaats hadden, zieActia.—2)stad in Thracia aan den Nestus.—3)stad in Moesia inferior aan den N.-kant van den Haemus, door Traiānus gesticht ter herinnering aan een overwinning op de Daciërs (102), dicht bij het tegenwoordige Tirnova.—4)stad in Armenia minor aan den Lycus, gesticht door Pompeius ter eere van zijne overwinning op Mithradātes (65).—5)stad in de Nijldelta nabij Alexandria, door Augustus aangelegd.Nicosthenes,Νικοσθένης, fabrikant en schilder van vazen in zwartfigurigen stijl; hij hoort tot den overgangstijd (laatst van de 6deeeuw); er zijn ook enkele roodfigurige vazen uit zijne fabriek of van zijne hand bewaard gebleven.Nicostratus,Νικόστρατος, 1) zoon van Menelāus en Piëris.—2)atheensch veldheer in den peloponnesischen oorlog, streed opCorcȳraen in Argolis.—3)bevelhebber van een troep argivische huurlingen onder Artaxerxes Ochus.Niger(C.Pescennius), ziePescennius Niger(C.).Nigidius Figulus(P.), een zeer geleerd vriend van Cicero en een beoefenaar der pythagoreïsche wijsbegeerte, ervaren in astrologie endivinatio. Hij schreef verschillende werken: deextis, deauguriis, dediise.a. Caesar verbande hem (46).Nilus,Νεῖλος, de bekende riv. de Nijl, waaraan Aegypte zijne vruchtbaarheid te danken heeft. Bij Homerus draagt hij den naam Aegyptus (ὁ Αἴγυπτος). Hij had zeven mondingen ofostia(στόματα):Pelusiacum, Taniticum, Mendesium,Phatniticum, Sebennyticum, BolbitinumenCanobicum. De laatste werd ook welostium HeracleoticumofNaucraticumgeheeten. Deze Nijlarmen waren door een net van kanalen verbonden, terwijl nog weer andere kanalen in zee uitliepen.Niniveh, stad =Ninus.Ninnii, plebejisch geslacht uit Campania. Er komt een volkstribuunL. Ninnius Quadrātusvoor als hevig tegenstander van P. Clodius Pulcher, den vijand van Cicero.Ninus,Νῖνος, de mythische stichter van het assyrische rijk, wien de verovering van Babylonië, Medië, Klein-Azië en Batrië en de stichting van Niniveh toegeschreven worden. Hij stierf na een regeering van 52 jaar en werd opgevolgd door Semiramis, die hij kort te voren tot vrouw genomen had.Ninus,Νίνος, hoofdst. van het oud-assyrische rijk, ookNinivehgeheeten, aan den rechteroever van den Tigris gelegen, tegenover de tegenw. stad Mossoel. De stichting wordt toegeschreven aan Ninus en Semiramis; in 606 werd het door Cyaxares en Nabopolassar, koningen van Medië en Babylonië,in den opstand tegen het assyrische rijk ingenomen en verwoest. De Grieken hebben het dus nooit gekend (zieΜέσπιλα), en hoewel Niniveh ongetwijfeld groot en sterk is geweest, zijn toch waarschijnlijk de berichten overdreven, die er eene stad van 480 stadiën (16 uren gaans, evenals Babylon) in omtrek van maken. Er bleef in verloop van tijd van Niniveh geen spoor over (in den keizertijd wordt de stad echter wederom vermeld), totdat in 1843 na C. de fransche consul te Mossoel, de heer Botta, en van 1845 tot ’47 de Engelschman Layard door opgravingen in den omtrek van Mossoel, Khorsabad en Nimroed een schat van bouw- en kunstwerken aan het licht brachten met allerbelangrijkste opschriften in spijkerschrift, waardoor de oud-assyrische geschiedenis voor een aanzienlijk gedeelte ontsluierd is. Niniveh bestond, zooals uit de opgravingen is gebleken uit drie steden, die dicht bijeen lagen, 1º. het eigenlijke Niniveh, het Mespila vanXenophon; 2º. Kalach—het Larissa door Xenophon genoemd, tgw. Nimroed; 3º. een stad ten N. van Niniveh, Dur-Sarrakin geheeten.Ninyas,Νινύας, zoon van Ninus, z.Semiramis.
N.N.ZieNefasti(dies).Naarmalcha(Nahar Malcha), zieRegium flumen.Nabalia=Navalia.Nabataei,Ναβαταῖοι, machtig volk van Arabia Petraea, waren eerst nomaden, doch vestigden zich allengs in het land der Edomieten, Midianieten en Amalekieten, en breidden hunne heerschappij ook overArabia felixuit. Petra was hunne hoofdstad. Zij werden nu een handelsvolk, hun bodem leverde kostbare specerijen en kruiderijen op, terwijl zij ook een belangrijken veestapel onderhielden. Hunne vorsten (Aretas, Jonathan) komen eerst als vrienden, later als vijanden der Maccabaeën voor, hetgeen aan Pompeius aanleiding verschafte, in 64 een inval in hun gebied te doen. Hun koning Malchus II komt eerst als vriend van Caesar, later als bondgenoot der Parthen, en na eene zware bestraffing weder met Octaviānus verbonden voor. Traiānus vernietigde hun rijk (105 n. C.).Nabis,Νάβις, maakte zich kort na den dood van Machanidas (207) van de heerschappij over Sparta meester, en regeerde als een hebzuchtig en wreed dwingeland. Hij was eerst met de Romeinen verbonden, hoewel Philippus in den tweeden macedonischen oorlog trachtte hem voor zich te winnen; later maakte echter zijn optreden tegenover de andere peloponnesische staten de tusschenkomst der Romeinen noodzakelijk, en werd hem door Flaminīnus zijn geheele rijk buiten Sparta ontnomen. Kort daarna begon hij, om het verloren gebied terug te winnen, een oorlog tegen het achaeïsch verbond, waarin hij eene overwinning ter zee behaalde, doch weldra werd hij door Philopoemen verslagen en daarop door den aanvoerder zijner aetolische bondgenooten vermoord (192).Nabonassar, koning van Babylon, onder assyrische opperheerschappij. In zijn tijd (26 Febr. 747) begon eene nieuwe jaartelling (aera van Nabonassar), die in het Oosten vrij algemeen werd.Nabonēdus=Labynetusno. 2.Nabopolassar, assyrisch stadhouder van Babylon (625–604), viel van Assyrië af en veroverde Niniveh met de hulp van Cyaxares, waarna de bondgenooten het assyrische gebied onder elkander verdeelden.Naeniae, neniae, treurzangen, die bij de begrafenissen van aanzienlijke personen gezongen werden, hetzij door de bloedverwanten, hetzij door gehuurde klaagsters,praeficae. Later krijgt het woord ook de beteekenis van tooverzang en van slaapdeuntje.Naevii, plebejisch geslacht. 1)Cn. Naevius, Campaniër van geboorte, tooneeldichter, de eerste, die fabulae praetextae (ziepraetexta) gedicht heeft, en schrijver van een epos in saturnische maat over den eersten punischen oorlog. Naar griekschen trant tastte hij in zijne stukken de aanzienlijkste mannen aan, o. a. de Metellussen en de Scipio’s waardoor hij zich eerst gevangenisstraf, later verbanning op den hals haalde. Van hem is o. a. de bekende versregel afkomstig:fató Metélli Római fíunt cónsulés, waarop door de Metelli geantwoord werd:dabúnt malúm Metélli Naévió poétae. ZieCaeciliino. 3. Hij overleed te Utica in vrij hoogen ouderdom omstreeks 200.—2)de andere bekendeNaevii, waarvan enkele bij Livius en bij Cicero voorkomen, zijn van weinig belang. Een er van,Sex. Naevius, een man van geringe afkomst,komt als aanklager voor tegen P. Quinctius, die door Cicero verdedigd werd (Quinctiino. 10). Een ander,P. Naevius Turpio, wordt door Cicero als handlanger van Verres aan de kaak gesteld.—3)Naevius Sertorius Macro, z.Macro.Nahanarvali(Naharvali), ligysche stam in Germania, aan de Viadua (Oder).Nahar Malcha(Naarmalcha), zieRegium flumen.Naiades,Ναϊάδες, Ναΐδες, nimfen van rivieren (Ποταμηίδες), bronnen (Κρηναῖαι, Πηγαῖαι) en beken (Λιμνάδες). Zij bezitten de gave der profetie, beschermen dichtkunst en gezang en voeden door de kracht van het water menschen, dieren en planten (Κουροτρόφοι, Νόμιαι, Καρποτρόφοι). Dikwijls worden zij als opvoedsters van verschillende goden genoemd.Naï(s)sus,Ναϊσ(σ)ός, stad in Moesia Superior aan den Margus (Morawa), geboorteplaats van Constantijn den Gr.; tgw. Nisch.Namatiānus(Claudius Rutilius), rom. dichter, uit den tijd van keizer Honorius. Het van hem gedeeltelijk bewaard gebleven gedichtde reditu suouit het jaar 416 geeft een beschrijving van zijn reis van Rome naar zijn vaderland Gallië, die, vooral om den tijd waarin die reis valt, historisch belang heeft.Namausus=Nemausus.Namnētaeof-tes,Ναμνῆται, gallisch volk aan den mond van den Liger. Hoofdstad: Condivincum (Nantes).Nanno,Ναννώ, fluitspeelster, die door Mimnermus bemind werd, maar zijne liefde niet beantwoordde.Nantuātaeof-tes,Ναντουᾶται, ligurisch of raetisch volk aan den lacus Lemannus (meer van Genève).Napaeae,Ναπαῖαι, nimfen der dalen, gewoonlijk tot de Oreaden gerekend.Naparis,Νάπαρις, linkerzijtak van den Ister (Donau) in het tegenw. Rumenië.Napata,Νάπατα, in Aethiopia aan den Nijl, bloeiende hoofdstad van het rijk van Napata, waar tijdens Augustus de koningin Candace regeerde. De stad werd in 22 door den stadhouder van Aegypte, C. Petronius, veroverd, doch niet behouden. Zij is het zuidelijkste punt, dat de Rom. bereikt hebben. Het noordelijkste gedeelte van het rijk, van af Hiera Sycaminos, is toen bij het Romeinsche rijk ingelijfd, onder den naam Nubia Inferior.Nar,Νάρ, rivier met geelachtig zwavelig water in het Z. van Umbria, die tusschen Horta en Ocriculum in den Tiber valt.Naragara,τὰ Ναράγαρα, stad in Numidia, waar Hannibal en Scipio vóór den slag bij Zama een onderhoud hadden.Narbo,Ναρβών, thans Narbonne, eene bloeiende stad derVolcae Tectosagesin Gallia aan de Middellandsche zee, sedert 118 als rom. kolonieNarbo Martiusgenoemd, later hoofdstad van Gallia Narbonensis. De stad lag aan den Atax (Aude), waarnaar de bewonersAtacīniwerden genoemd.Narbonensis(Gallia), het Z.O. gedeelte van Gallia Transalpīna, naar de hoofdst. Narbo.Narcissi fons,Ναρκίσσου πηγή, bron in Boeotia bij Thespiae, waar narcissen in menigte groeiden.Narcissus,Νάρκισσος, 1) zoon van Cephissus en Liriope, een buitengewoon schoon jongeling. Hij was volstrekt ongevoelig voor liefde en deed door zijne hardvochtigheid de schoone Echo, die hem beminde, wegkwijnen; maar Nemesis liet hem tot straf hiervoor zijn eigen beeld in het water zien en op zichzelven verliefd worden, zoodat hij van ijdel verlangen verteerde; uit medelijden veranderden de goden hem in een narcis.—2)vrijgelatene en secretaris (ab epistulis) van keizer Claudius, op wien hij bijna onbeperkten invloed had, waarvan hij dikwijls in zijn eigen belang gebruik maakte. Hij was overigens een zeer bekwaam man. Hij veroorzaakte den val van Messalīna, maar werd later door Agrippīna uit Rome verwijderd en kort daarna vermoord.—3)gladiator, die keizer Commodus in het bad wurgde; onder Didius Iuliānus werd hij met de andere moordenaars van Commodus ter dood gebracht.Naristi(v. s.Varisti), suevische stam in het N.O. van het tegenw. Beieren.Narnia,Ναρνία, stad in Umbria aan den Nar, eene sterke vesting op eene steile rots, sedert 299 lat. kolonie, vroeger Nequīnum geheeten.Narōna, rom. kolonie in Dalmatia.Narthacium,Ναρθάκιον, berg en stad in Thessalia, in het N. van Phthiōtis, niet ver van Pharsālus, waar in 394 Agesilāus, uit Azië terugkeerende, de Thessaliërs versloeg, die hem den weg versperden.Νάρθηξ, een plant, waarvan de dikke, knoestige, rietachtige stengel veel brandbaar merg bevatte; volgens het verhaal zoude Prometheus daarin het vuur uit den hemel gehaald hebben. Van den stengel werden veelal doozen voor verschillende doeleinden gemaakt. In zulk een doos, na den slag bij Issus onder den buit gevonden, placht Alexander d. G. de door Aristoteles bewerkte uitgave van Homerus te bewaren, die vandaarἡ ἐκ τοῦ νάρθηκος ἔκδοσιςgenoemd wordt.Narycus, -ciumofNaryx,Νάρυκος, Νάρυξ, misschien het zelfde als het latere Pharygae,Φαρύγαι, stad der opuntische Locriërs, geboorteplaats van Ajax, den zoon van Oīleus (Narycius heros). Zie ookLocri Epizephyrii.Nasamōnes,Νασαμῶνες, een ruwe libysche volksstam aan de groote Syrte (golf v. Sydra).Nasīca, bijnaam in de familie Scipio. ZieCorneliino. 19, 20, 22–25.Nasidiēnus, een plomp en praalziek parvenu bij Horatius voorkomende.Nasidii, plebejisch geslacht, waarvan een paar leden als aanhangers der pompejaansche partij voorkomen.Naso, familienaam derOvidii.Nasus, 1)Νῆσος, eilandje met kasteel in de rivier Achelōus in Acarnania.—2)Νᾶσος= Ortygia, een der vijf gedeelten van Syracusae.Natatio, groote zwemvijver, hetzij in de open lucht, hetzij in een badhuis.Nauclīdes,Ναυκλείδας, spartaansch ephoor,die met Pausanias no. 2 naar Attica gezonden werd en met hem medewerkte tot het herstel der democratie. Later werd hij door Lysander wegens zijn weelderig leven aangeklaagd.Naucrates,Ναυκράτης, leerling van Isocrates, hield bij de lijkfeesten van Mausōlus een wedstrijd met Theopompus en Theodectes als lofredenaar van den overledene.Naucratis,Ναύκρατις, milesische volkplanting uit de 2dehelft van de 7deeeuw en aanzienlijke handelsstad in de Nijldelta, onder de aegyptische koningen de eenige plaats, waar zich de Grieken mochten vestigen. Zij lag aan den linkeroever van den Canobischen Nijlarm.Naucraticum ostium=Heracleoticum ostium.Naucȳdes,Ναυκύδης, van Argos, beroemd beeldhouwer, leerling van Polyclētus (± 420).Ναυκραρία. In oude tijden was de burgerij van Attica in 48ναυκραρίαι, verdeeld, 12 in iedere phyle, en had iedereναυκραρίαde verplichting een schip en twee ruiters te leveren; als administratieve afdeelingen worden zij dikwijls met de latereδῆμοιvergeleken. De hoofden der naucrariën,ναύκραροι, hadden vóór Solon grooten invloed, maar de instelling van den raad der 400 ontnam hun een groot gedeelte van hun bevoegdheid. Sedert Clisthenes waren er 50 naucrariën, 5 in iedere phyle, die alleen dienden tot het innen en beheeren van de gelden voor de vloot.Naulochus,Ναύλοχος, havenstadje in het N.O. van Sicilia. Hier versloeg M. Agrippa in 36 S. Pompeius in een grooten zeeslag.Naumachia, vertooning van een scheepsstrijd, geen spiegelgevecht, maar een strijd in werkelijkheid. De bemanning bestond uit gevangenen en zwaardvechters. Caesar was de eerste, die het rom. volk hierop vergastte; hij liet hiertoe op dencampus Martiuseen tijdelijke vijver graven, die vervolgens weder werd gedempt. Augustus liet er een graven van 59 meter breedte en negen maal zoo lang. Claudius liet het Fucinische meer met zitplaatsen omringen; Nero liet het strijdperk van het amphitheater vol water loopen. Later kwamen er te Rome vaste gebouwen voor scheepsgevechten. Zulk een gebouw werd ooknaumachiagenoemd.Naumachius,Ναυμάχιος, grieksch dichter van later tijd; van zijn gedicht over de plichten der vrouw zijn eenige fragmenten bewaard.Naupactus,Ναύπακτος, versterkte havenstad in Locris aan de Corinthische golf, waar de Heracliden hunne vloot bouwden, om naar de Peloponnēsus over te steken. Na de perzische oorlogen kwam zij in het bezit der Atheners, die er in 455 Messeniërs in opnamen. De stad wisselde nog meermalen van bezitters en werd achtereenvolgens weder locrisch, achaeïsch, thebaansch, macedonisch en opnieuw locrisch. Thans Lepanto of Epacto.Nauplia,Ναυπλία, havenstad in Argolis, aan de Argolische golf.Naupliades,Ναυπλιάδης, Proetus of Palamēdes, zonen van Nauplius.Nauplius,Ναύπλιος, 1) zoon van Poseidon en Amymōne, stichter van Nauplia.—2)afstammeling van den vorigen, bekwaam zeeman en sterrenkundige, Argonaut.—3)koning van Euboea, bij Clymene no.5 vader van Palamēdes en Oeax. Vertoornd over de behandeling, die Palamedes voor Troje had ondervonden, zond hij Oeax uit om de vorsten, die voor Troje lagen, bij hunne gemalinnen van ontrouw te beschuldigen of geruchten omtrent hun dood te verspreiden. Toen de Grieken op de terugreis van Troje voorbij Euboea kwamen, stak hij op kaap Caphāreus vuren aan, waardoor zij misleid werden en vele schepen op de kust verloren gingen. Velen verdronken of werden door N. en de zijnen gedood.Nauportus,Ναύπορτος, rivier (Laybach), rechter zijtak van den Savus, en stad (Ober-Laybach) in Pannonia.Nausicaa,Ναυσικάα, dochter van Alcinous, vond Odysseus, toen hij na het verlies van zijn schip op de kust der Phaeaciërs geworpen was. Zij ontving hem vriendelijk en geleidde hem naar het hof van haar vader.Nausicles,Ναυσικλῆς, atheensch demagoog, bevelhebber van de troepen, die den Phocensers te hulp gezonden werden (352). Aanvankelijk met Aeschines bevriend, was hij later een hevig bestrijder der macedonische partij.Nausinous,Ναυσίνοος, zoon van Odysseus en Calypso.Nausiphanes,Ναυσιφάνης, van Teos, einde van de 4deeeuw, wijsgeer uit de school van Democritus, leerling van Pyrrho, leermeester van Epicūrus.Nausithous,Ναυσίθοος, 1) zoon van Poseidon en Periboea, koning der Phaeaciërs, verhuisde met zijn volk, dat door de Cyclopen bedreigd werd, van Hyperēa naar Scheria.—2)zoon van Odysseus en Calypso.—3)stuurman van Theseus.Nautaca,Ναύτακα, stad in het perzische gewest Sogdiāna.Nautii, patricisch geslacht, waarvan eenige leden in de oorlogen tegen Volscen, Aequers, Sabijnen en Samnieten voorkomen. Als hun stamvader gold Aenēas’ tochtgenootNautes, die het trojaansche Palladium naar Italië overbracht.Ναυτοδίκαι, te Athene rechters in handelszaken (δικαι ἐμπόρων), tevens belast met de instructie bij deγραφὴ ξενίας. Kort na 403 werden hunne bevoegdheden op de thesmotheten overgedragen.Nava, thans Nahe, rivier, die bij Bingium (Bingen) in den Rijn valt.Navalia, 1) een scheepswerf in Rome, aan den Tiber, aan het Campus Martius.—2)sterkte aan den mond van eene rivier in ons land, misschien aan den mond van de Fossa Drusiana.Navius, zieAttii.Naxus,Νάξος, 1) het grootste eiland der Cycladen, om zijne vruchtbaarheid Klein-Sicilië genaamd, beroemd door zijn wit marmer en zijn wijn en aan Dionȳsus geheiligd (mythe v. Ariadne). Andere namen van het eiland zijn Dia en Strongyle. Als oudste bewoners komen Cariërs en Cretensers voor;later werd het eiland van Attica uit gekoloniseerd door Ioniërs. In 490 werd het door de Perzen te vuur en te zwaard verwoest. Het maakte vervolgens deel uit van het atheensche zeeverbond; doch toen het zich trachtte te verzetten, verloor het ± 467 zijne vrijheid en ook zijne beteekenis. In 376 werd de spartaansche vloot door den Athener Chabrias bij Naxus verslagen.—2)eerste grieksche kolonie op Sicilia, in 735 door euboeïsche Chalcidiërs gesticht, in 403 door Dionysius van Syracūsae verwoest, waarna in 358 het overschot der verstrooide bevolking in de nabijheid eene nieuwe stad Tauromenium stichtte, thans Taormina.Nazarius, rhetor in Gallia, ten tijde van Constantijn den Grooten. Van hem is een panegyricus op Constantijn uit het jaar 321 over. De panegyricus uit 313, die wel eens aan hem wordt toegeschreven, is van Eumenius.Nazianzus,ΝαζίανζοςofΝαζιανζός, stad in Cappadocia. Z.Gregoriusno. 2.Neaera,Νέαιρα, nimf, bij Helius moeder van Phaëthūsa en Lampetia.Neaethus,Νέαιθος, rivier in Bruttium, bij Croton, waar de gevangene trojaansche vrouwen de grieksche schepen zouden in brand gestoken hebben.Neandria,Νεανδρία, Νεάνδρεια, aeolische stad in Troas. Hier is in de laatste jaren een tempel opgegraven, die om zijn eigenaardigen vorm en het daar gevonden (aeolische) kapiteel van groot belang is voor de kunstgeschiedenis.Neanthes,Νεάνθης, van Cyzicus, tijdgenoot van Attalus I, schrijver van verscheiden door de ouden met lof vermelde werken over geschiedenis.Neapolis,Νεάπολις, naam van niet minder dan 13 steden, terwijl bovendien een gedeelte van Syracūsae dezen naam droeg. Het beroemdst is Neapolis in Campania, thans Napoli of Napels. De stad bestond uit twee afzonderlijk ommuurde deelen, Palaepolis en Neapolis, en heetteParthenope, voordat de Cymaeërs haar met eene kolonie bevolkten. Omstreeks 325 werd de stad door Samnieten in bezit genomen, in 290 werd zij rom. kolonie, later rom. municipium. Om zijne verrukkelijke ligging en zijne fijne grieksche beschaving lokte Neapolis een groot getal aanzienlijke Romeinen, zoodat de omtrek met buitenplaatsen bezaaid was, terwijl de warme bronnen er een druk bezochte badplaats van maakten. Romulus Augustus, de laatste keizer van het westrom. rijk, overleed hier.Nearchus,Νέαρχος, 1) Athener, in 340 als gezant naar Macedonië gezonden.—2)zoon van Androtīmus, door Philippus uit Macedonië verbannen, maar na diens dood teruggeroepen door Alexander, met wien hij reeds als kind bevriend was geweest. Hij ging met Alexander naar Azië en werd satraap van Lycië en Pamphylia. Ook vergezelde hij den koning naar Indië en voerde hij het bevel over de vloot, die den weg van den Indus tot den Euphraat onderzocht (325); zijne beschrijving van dezen tocht is door lateren dikwijls gebruikt. Een voorgenomen tocht om de kasten van Arabië en Africa te onderzoeken bleef door den dood van Alex. onuitgevoerd. N. schijnt later bevelhebber over de vloot gebleven te zijn en tot de partij van Antigonus behoord te nebben.—3)pythagoreïsch wijsgeer, na de inneming van Tarentum vriend en leermeester van den ouden Cato.Nebrōdes montes,Νευρώδη ὄρη, bergketen op Sicilia, die zich langs de Noordkust van de straat van Messina tot aan de helft van het eiland voortzet.Nebucadrēzar,Ναβοκοδρόσορος, zoon en opvolger van Nabopolassar, koning van Babylonië (605–562). Hij verdreef de Aegyptenaars, die onder koning Necho reeds tot den Euphraat doorgedrongen waren, bijna uit geheel Azië, veroverde Syrië, Judaea en Tyrus, bevorderde handel en beschaving en versterkte en verfraaide Babylon.Necho,Νεκώς, zoon en opvolger van Psammetichus, koning van Aegypte (610–595). Hij liet door Phoeniciërs een zeetocht om de kusten van Africa doen en begon den aanleg van een kanaal, dat de Middellandsche zee met de Arabische golf moest verbinden. Ook onderwierp hij Syrië, Judaea en Phoenicië, maar op zijne verdere tochten tegen Mesopotamië werd hij door Nebucadrezar verslagen, zoodat hij bijna al het veroverde land in Azië weder verloor.Nectanabis,Νεκτάναβις, -τανεβώς, 1) de vierde koning van Aegypte, nadat dit land zich onder de regeering van Artaxerxes II van Perzië onafhankelijk gemaakt had. Hij wist zich staande te houden tegen het groote leger, dat Artaxerxes omstreeks 380 onder Pharnabāzus en Iphicrates gezonden had om Aegypte weder te onderwerpen.—2)N. II, stond op tegen zijn neef Tachos, den zoon en opvolger van den vorigen, en maakte zich met behulp van Agesilāus van de regeering meester (360). Aanvankelijk verdedigde hij zich met goed gevolg tegen Perzië, maar toen hij meende ook zonder grieksche generaals zelf den oorlog te kunnen voeren, was hij tegen de perzische troepen onder Mentor niet bestand. Toen zijne zaak hopeloos stond, vluchtte hij naar Aethiopië (344). Hiermede eindigde de zelfstandigheid van Aegypte.Nectar,νέκταρ, godendrank, z.Ambrosia.Neda,Νέδα, grensriviertje tusschen Messenia en Triphylia.Nedon,Νέδων, kustrivier in oostelijk Messenië, stroomt in de Messeensche golf uit.Nefasti(dies), in den rom. kalender met de letter N aangeduid, zijn dagen bestemd voor offers of godsdienstige handelingen. Het zijn dus de zelfde dagen als dedies festi(z.festi(dies)). Zie ookfasti(dies).Neïon,Νήϊον, een gedeelte van het gebergte Neritum, op Ithaca.Neïth,Νηίθ, aegyptische godin, vooral te Saïs vereerd, door de Grieken met Athēna geïdentificeerd. Zij wordt voor eene personificatie der grondstof van het heelal of voor eene godin van het vuur gehouden, v. a. is zij de zelfde als Isis. Hare beelden hebbendikwijls eene giere- of leeuwekop. Bij haar jaarlijksch feest brandde men in ieder huis in Aegypte een lamp met olie en zout gevuld.Νεκρομαντεῖον, Νεκυομ., plaats, waar een doodenorakel is. Door offer en gebed riep men de dooden op, waarna men ging slapen en meende dat de opgeroepene in den droom zou verschijnen om het gevraagde orakel te geven, of door middel van een priester liet men den doode ondervragen. De bekendste plaatsen waren te Ephyra aan de rivier de Acheron in Epirus, bij Heraclēa Pontica, te Cumae in Italië, bij Magnesia aan den Maeander en bij Hierapolis in Phrygia.Νεκύσια, Νεμέσεια, algemeene gedenkdag der dooden, te Athene de 5deBoëdromion, dus =Γενέσια.Neleïades,Νηληιάδης, Nestor en Antilochus, zoon en kleinzoon van Neleus.Neleus,Νηλεύς, 1) zoon van Poseidon en Tyro. Hij en zijn tweelingbroeder Pelias werden te vondeling gelegd en door herders opgevoed, terwijl Tyro met Cretheus, koning van Iolcus, huwde. Later vernamen de broeders hunne afkomst, en na den dood van Cretheus geraakten zij in twist over de opvolging, waarvan het gevolg was dat N. naar Messenië trok, waar zijn oom Aphareus hem de regeering over Pylus schonk. Toen Heracles na den moord van Iphitus bij N. kwam met het verzoek hem van zijne schuld te reinigen, weigerde deze hem dit; daarom trok Heracles later tegen hem op en doodde hem met al zijne zonen behalve Nestor. V. a. stierf hij te Corinthe, nadat hij een gelukkigen oorlog tegen de Epeërs gevoerd had.—2)zoon van Codrus, door zijn broeder Medon uit Attica verdreven, stichter van Milētus e. a. ionische steden.Nelīdes,Νηλείδης=Neleïades.Nemausus,Νέμαυσος, thans Nîmes, belangrijke stad der Volcae Arecomici, in Gallia Narbonensis. Er worden nog belangrijke overblijfselen van rom. bouwkunst aangetroffen: een tempel met corinthische zuilen (maison carrée; een afbeelding vindt men onderTemplum), een waterleiding op drie rijen bogen boven elkander rustende (Pont du Gard), een gedeelte van een amphitheater, enz. Onder de keizers was N. eerst eene rom. kolonie met hetius Latii, later een rom. burgerkolonie.Nemea,Νεμέα, 1) dal in Argolis tusschen Cleōnae en Phlius, waar Heracles den leeuw versloeg en waar de nemeïsche spelen werden gehouden. De bevolking is van dryopischen stam.—2)rivier op de grens van Sicyon en Corinthia.Nemea,Νέμεα, Νέμεια, de nemeïsche spelen, ingesteld ter nagedachtenis van Archemorus (z. a.), later ter eere van Zeus Nemeaeus om de twee jaar onder voorzitterschap der Cleonaeërs of Argiven in het dal Nemea, later in Argos, gevierd. Zij bestonden uit de gewone wedstrijden in loopen, rijden, worstelen, gymnastiek, poëzie en muziek; de prijs der overwinning was een krans van eppe- of van olijftakken. Als nationaal feest kregen zij eerst in de 6deeeuw, sinds 573, eenige beteekenis.Nemesiānus(M. Aurelius Olympius), rom. dichter uit de 3deeeuw na C., geboren te Carthago. O. a. schreef hij een leerdicht over de jacht,Cynegetica, waarvan nog een gedeelte over is.Nemesis,Νέμεσις, dochter van Nyx, godin der gerechtigheid, die aan ieder mensch loon naar werken geeft, vooral eene wrekende godin, die trotschheid, overmoed en over het algemeen het overschrijden van de aan de menschelijke natuur gestelde grenzen straft. Zij wordt gewoonlijk afgebeeld met vleugels, met strenge en ernstige gelaatstrekken, en met een toom, zwaard of geesel in de hand. Beroemd was haar kolossaal beeld te Rhamnus, door Agoracritus (z. a.) gemaakt.Nemetācum, hoofdstad der Atrebates in Belgica, thans Atrecht of Arras.Nemētaeof-tes, germaansch volk op den linker Rijnoever, met de hoofdstad Noviomagus (Spiers). De Nemetae, Triboci en Vangiones woonden reeds ten tijde van Caesar op den linker Rijnoever, en worden genoemd als hulptroepen van Ariovistus.Nemetocenna=Nemetacum.Nemētum,Νεμωσσός, z.Augustonemētum.Nemorensis lacus, zieAricia.Nemossus,Νεμωσσός, z.Augustonemētum.Neniae=naeniae.Neobūle,Νεοβούλη, z.Archilochus.Neocaesarēa,Νεοκαισάρεια, groote en prachtige hoofdstad van Pontus Polemoniacus, aan den Lycus.Neocles,Νεοκλῆς, vader van Epicūrus, ging met atheensche cleruchen naar Samus, waar hij eene school hield.Νεοδαμώδεις, van staatswege vrijgelaten heloten. Zij waren tot den krijgsdienst verplicht en werden na den peloponnesischen oorlog vooral voor krijgstochten naar Azië gebruikt.Νεωκόρος, opzichter van een tempel, oorspronkelijk een tempeldienaar van minderen rang, belast met het onderhouden van den tempel en de tempelgoederen. Later was het een aanzienlijke eerepost, en in den keizertijd stelden geheele steden in het Oosten er een eer in zichνεωκόροι, van den tempel des keizers te mogen noemen.Neon,Νέων, oude stad in Phocis aan den Parnassus, eerst door Xerxes verwoest, doch door de inwoners op eenigen afstand herbouwd en Tithorea genoemd naar den nabijgelegen bergtop van dien naam. In den heiligen oorlog werd ook deze stad verwoest, doch ook weder opgebouwd.Neontīchus,Νέον τεῖχος, 1) aeolische stad op de kust van Mysia, aan den Hermus.—2)kasteel op de thracische kust aan de Propontis, nabij de Chersonēsus.Neophron,Νεόφρων, van Sicyon, dichter van 120 treurspelen, waarvan slechts weinige fragmenten bewaard zijn. Euripides zoude in zijne Medēa een gelijknamig stuk van N. tot voorbeeld genomen hebben; in werkelijkheid is het juist andersom, zooals blijkt uit de fragmenten, die onlangs van zijne Medēa teruggevonden zijn.Neo-platonici, eene school van wijsgeeren die sedert de 3deeeuw na C. bloeide. Zij trachtten door wijsgeerige bespiegeling aan den ouden godsdienst steun te geven tegen de meer en meer uit het Oosten indringende godsdiensten. Zij sloten zich voornamelijk bij de leer van Plato aan, doch waren ook onder den invloed van andere oudere en nieuwere wijsgeeren; zelfs waren er, die beweerden dat de leer van Plato en van Aristoteles in den grond der zaak dezelfde was. Voor een deel maakten zij hunne wijsbegeerte onmiddellijk dienstbaar aan de bestrijding van het Christendom (syrische school), lateren hielden zich voornamelijk bezig met het verklaren der werken van Plato en Aristoteles (atheensche school). De stichter der oorspronkelijke (alexandrijnsch-rom.) school was Ammonius Saccas, wiens leerling Plotīnus het stelsel in zijne geschriften uitvoerig verklaarde; van de syrische school is de voornaamste vertegenwoordiger Iamblichus, van de atheensche Proclus.Neoptolemus,Νεοπτόλεμος, 1) oorspronkelijk Pyrrhus geheeten, zoon van Achilles en Deidamēa, werd bij zijn grootvader Lycomēdes opgevoed, en na den dood van Achilles naar Troje gehaald, omdat voorspeld was, dat zonder hem de stad niet genomen konde worden. Met zijne komst wordt de oorlog als het ware vernieuwd, vandaar de naam N. Hij is even dapper als zijn vader, maar ruw en hardvochtig; met het houten paard komt hij in de stad, doodt Polītes voor de oogen van diens vader, daarna verslaat hij Priamus zelf bij het altaar van Zeus, hij werpt Astyanax van den muur en offert Polyxena op het graf van zijn vader. Bij het verdeelen van den buit krijgt hij Andromache (z. a.). In Phthia teruggekomen, huwt hij niet Hermione. V. a. had zich Acastus gedurende zijne afwezigheid van de regeering over Phthia meester gemaakt, daarom ging N. van Troje naar Epīrus en vestigde zich daar; eerst later ging hij naar Phthia terug, waar hij Peleus de regeering teruggaf, terwijl hij zijn land in Epīrus aan Helenus overliet. Kort na zijn huwelijk met Hermione (z. a.) werd hij te Delphi gedood; hij werd in den tempel begraven en als heros vereerd; zijn schim streed met de Delphiërs tegen de Galliërs, die gekomen waren om den tempel te plunderen.—2)een van de schuldigen aan den dood van Philippus van Macedonië, vluchtte bij de troonsbestijging van Alexander d. G. naar Azië en sneuvelde bij de verdediging van Halicarnassus tegen Alexander.—3)werd koning van Epīrus, toen Pyrrhus door Cassander verdreven was (302), toen deze echter door Ptolemaeus Lagi teruggebracht werd, moest N., die om zijne wreedheid gehaat was, wijken; kort daarna trachtte hij Pyrrhus te dooden, maar deze voorkwam hem en liet hem zelven uit den weg ruimen (296).Nepet, Nepete, stad in het Z. van Etruria, kort na de inneming van Veii latijnsche kolonie, later municipium.Nephele,Νεφέλη, 1) de onsterfelijke gemalin van Athamas (z. a.), later door hem verstooten, moeder van Phrixus en Helle.—2)z.Ixīon.Nephelēis, Helle, dochter van Nephele.Nepos, bijn. vanMetelliin degens Caecilia(Caeciliino. 14 en 16).Nepos(Cornelius), zieCorneliino. 58.Neptunīne, Thetis, kleindochter van Neptūnus.Neptunius mons, het oostelijk gedeelte derNebrōdes montesop Sicilia, bij Messāna.Neptūnus, god van het water en van alle vochtigheid van den bodem, later god der zee, aanvankelijk te Rome weinig vereerd. Eerst door griekschen invloed werd zijn dienst meer algemeen, hij werd nu met Poseidon geïdentificeerd en voornamelijk als god van paarden en ruiterlijke oefeningen (N. equester) beschouwd. Hij had een tempel in den Circus Flaminius, zijn feest, deNeptunalia, werd den 23stenJuli te Rome of te Ostia gevierd. Op dit feest, dat nog in den christelijken tijd voorkomt, bouwde men loofhutten,umbrae,σκιάδες. Zie ookConsus.Nequīnum, oude naam van Narnia.Neratii, een plebejisch geslacht, waarvan een paar leden onder de regeering van Traiānus en Hadriānus als mannen van invloed voorkomen.Nereides,Νηρηίδες, Νηρεΐδες, 50 of 100 dochters van Nereus en Doris (vandaar ook Dorides), nimfen der zee, vooral derAegaeïschezee, op welker bodem zij eene grot bewonen, die als zilver schittert en waar alles van goud of zilver is. Zij zijn goede en hulpvaardige zeegodinnen, die de schippers in den nood bijstaan. Men beeldde ze af als schoone jonkvrouwen, weinig of niet gekleed, dikwijls met dolfijnen of andere zeemonsters tot bevallige groepen vereenigd.Nereīne,Νηρηίνη, Thetis, dochter van Nereus.Nereius, Achilles, kleinzoon van Nereus.Nēreus,Νηρεύς, zoon van Pontus en Gaea, een god der zee, in het bizonder der Aegaeïsche zee, waar hij met zijne dochters, de Nereïden, woont. Hij is een vriendelijk grijsaard, die allerlei gedaanten kan aannemen en de toekomst kan voorspellen, ofschoon hij niet altijd geneigd is vragen daaromtrent te beantwoorden; Heracles moest hem in den slaap overvallen, om hem te dwingen de ligging van den tuin der Hesperiden te openbaren. Hij wordt soms afgebeeld met het lichaam van een visch, waaraan alleen hoofd en armen menschelijk zijn, en gewoonlijk met zeewier in plaats van haar.Nericus,Νήρικος, oude hoofdst. v. Leucadia.Nerigos, verkeerde lezing voorBerrice, een groot eiland waarschijnlijk aan de Westkust van Schotland.Nerii, een plebejisch geslacht, onbelangrijk.Nerio, -ria, -riēne, gezellin van Mars, later als zijn gemalin beschouwd.Neritum, -us,Νήριτον, -ος, berg aan de Westzijde van Ithaca.Neritius dux= Ulysses.Nero, familienaam in degens Claudia(Claudiino. 22–27, 29).Nero, rom. keizer 54–68 na C., zoon van Cn. Domitius Ahenobarbus en Agrippīna, de dochter van Germanicus. Hij heette eigenlijk L. Dom. Ahenob., doch toen zijne moeder met haar oom keizer Claudius huwde (zie over deze verwantschap het art.Iuliiop het einde), werd hij door zijn stiefvader als zoon aangenomen en heette nuNero Claudius Caesar Augustus Germanicus. Na de vermoording van Claudius deed Agrippina met behulp der praetorianen haren 17-jarigen zoon den troon bestijgen ten koste van zijn stiefbroeder Britannicus. In de eerste 5 jaar regeerde Nero onder de leiding van zijn leermeester L. Annaeus Seneca en van A. Afranius Burrus,praefectus praetorio, als een goed vorst. Daarna echter gaf hij zich teugelloos over aan wellust, bloeddorst en dwaasheden. Britannicus werd op zijn last omgebracht, evenzoo zijne deugdzame gemalin Octavia en zijne heerschzuchtige moeder (59). Hij huwde toen de schoone, doch zedelooze Poppaea Sabīna, die hem door haar man M. Salvius Otho (later keizer) werd afgestaan. Den brand, die een groot deel van Rome in de asch legde (64 n. C.), bezigde hij als voorwendsel om eene gruwelijke vervolging der Christenen te beginnen. De samenzwering van Calpurnius Piso (Calpurniino. 12) kostte door hare ontdekking een aantal aanzienlijke en brave mannen het leven (65), ook Seneca en de dichter Lucānus werden er in betrokken. De prachtige herbouw van Rome, de bouw van het paleis met gouden dak (domus aurea Neronis) en de dolzinnigste feesten en slemppartijen verslonden schatten, terwijl de keizer zijne waardigheid door het slijk sleurde door in het openbaar als wagenmenner, tooneelspeler en zanger op te treden, ja zelfs eene kunstreis te doen door Griekenland (66). Eindelijk barstte er in Gallia een opstand uit onder Julius Vindex, in Hispania onder Ser. Sulpicius Galba. Door de zijnen verlaten, door den senaat vogelvrij verklaard, liet Nero, toen hij geen uitweg meer zag, zich door een slaaf doorsteken. De algemeene vervloeking vervolgde hem nog na zijn dood.Neronia, zieArtaxata.Nerthus, germaansche godin, die op een eiland in de Oostzee vereerd werd. Haar dienst vormde het sacrale middelpunt voor de in de nabijheid wonende volkeren, de Reudigni, Aviones, Anglii, Varini, Eudoses, Suardones en Nuithones.Nerulum, Neruli, stad in het Z. van Lucania aan de via Popilia.Nerva, familienaam in de gentesCoccēia, Licinia(Liciniino. 33),Silia(Siliino. 2 en 4).Nerva(M. Coccēius), uit Narnia in Umbria, rom. keizer 96–98 na C., leefde te Rome onder de regeering van Nero en diens opvolgers. Onder Domitiānus is hij een korten tijd verbannen geweest. Na den moord van D. werd N. tot keizer uitgeroepen. Door een verstandig bestuur won hij de gunst der burgers. Hij heeft de finantiën van den staat, die zeer in de war waren, geregeld, en drukkende belastingen afgeschaft of verminderd. Hij heeft hetforum Nervae transitoriummet den tempel van Minerva, reeds door Domitianus begonnen, afgemaakt, en daaraan zijn naam gegeven. Om zijne hooge jaren en zijn zwak gestel nam hij den voortreffelijken M. Ulpius Traiānus, die toenlegatusvan Germania superior was, tot zoon en opvolger aan. Hij stierf na eene regeering van anderhalf jaar (Jan. 98).Nervii, belgisch volk aan den Sabis (Sambre) in het tegenw. Henegouwen en Namen met de hoofdstad Bagacum (Bavay). Zij konden 50000 gewapenden in het veld brengen en brachten Caesar zeer in het nauw, doch werden in een wanhopigen strijd bijna geheel uitgeroeid. Zij beweerden, misschien niet ten onrechte, van de Germanenaf te stammen.NesactiumofNesartium, stad in Istria, in 177 door de Romeinen onder den consul C. Claudius Pulcher (Claudiino. 10) veroverd en verwoest, later herbouwd.Nesiōtes,Νησιώτης, atheensch beeldhouwer, ouder tijdgenoot van Phidias. Met zekeren Critias of Critius maakte hij een nieuw gedenkteeken voor Harmodius en Aristogīton, nadat het oude door Xerxes medegenomen was.Nesis,Νῆσις, bekoorlijk eilandje bij Pausilȳpum (Posilippo), op de kust van Campania.Nessōnis,Νεσσωνίς, meer in Thessalia, ten O. der stad Larissa.Nessus,Νέσσος, z.Heracles.Nessus,Νέσσος=Nestus.Nestor,Νέστωρ, zoon van Neleus en Chlōris, koning van Pylus. Hij onderscheidde zich in den oorlog van zijn vader tegen de Epeërs; toen Heracles zijne broeders doodde, bleef hij alleen gespaard, daar hij zich toen bij de Gereniërs bevond. Ook beoorloogde hij de Arcadiërs, hielp de Lapithen in hun oorlog tegen de Centauren, en nam deel aan de calydonische jacht en den Argonautentocht. Op hoogen leeftijd, toen hij reeds twee menschengeslachten had zien voorbijgaan, trok hij mede naar Troje, waar hij zich nog als dapper held gedroeg, maar vooral invloed had door zijn wijze raadgevingen, zijn rijpe ervaring en zijne innemende welsprekendheid. Na afloop van den oorlog keerde hij gelukkig naar Pylus terug, waar hij zijn verder leven genoeglijk doorbracht.Nestus,Νέστος, rivier in Thracië, die op het Rhodope gebergte ontspringt en bij Abdēra in zee valt. Sedert Philippus vormt de Nestus de grens tusschen Macedonië en Thracië.Netum,Νέητον, stad in het gebied van Syracūsae en ten Z.W. daarvan gelegen.Neuri,Νευροί, volk aan de bronnen van den Tyras (Dniëstr) en den Hypanis (Bug). Zij konden tooveren en zich in wolven veranderen.NexumofNexus, in het algemeen plechtig aangegane verbintenis; in engeren zin het aangaan eener schuldper aes et libram, waarbij de schuldenaar zijn lijf verpandde. Terwijl deaddicti(z. ald.) ten gevolge van een rechterlijk vonnis aan den schuldeischer worden toegewezen, is dit bij denexiniethet geval. Denexuskon door den schuldeischer gedwongen worden voor hem te werkenservi loco; hij mocht echter niet verkocht of ter dood gebracht worden. Hetnexumwerd afgeschaft door delex Poetelia Papiriavan 326. Echter wordt deaddictusdan ook wel eensnexus(ofvinctus) genoemd.Nicaea,Νικαία, dochter van Antipater no. 1, na Alexander’s dood eenigen tijd met Perdiccas gehuwd, later gemalin van Lysimachus.Nicaea,Νίκαια, naam van verschillende steden. 1) stad in Bithynia aan het meer Ascania. Zij was door Antigonus gesticht op de plaats van het vroegere Ancore, en Antigonēa genoemd; Lysimachus vergrootte ze en gaf er naar zijne gemalin den naam Nicaea aan. Zij was eene van de residenties der bithynische koningen en eene drukke handelsplaats. In 325 na C. werd hier de eerste christelijke kerkvergadering gehouden, waarop de leer van Arīus veroordeeld werd.—2)stad op de indische grenzen aan den Hydaspes, door Alex. d. Gr. gesticht ter eere zijner overwinning op Porus.—3)aan den Caucasus Indicus (Hindoe-Koh) =Cabura.—4)locrische vesting, die den bergpas der Thermopylae beheerschte.—5)volkplanting van Massilia, op de ligurische kust, thans Nizza.Nicander,Νίκανδρος, van Colophon, grammaticus, dichter en geneesheer, van wien nog twee geneeskundige leerdichten bewaard zijn. Zijn voornaamste werk, deἙτεροιούμενα, is door Ovidius in zijne Metamorphosen veel nagevolgd. Hij leefde in het midden der 2deeeuw.Nicānor,Νικάνωρ, 1) zoon van Parmenion, veldheer onder Alexander d. G., streed aan het hoofd derὑπασπισταίbij den Granīcus, bij Issus en Gaugamēla; hij stierf in 330.—2)stadhouder van Alexander in Indië. In de twisten na den dood van Alexander hield hij de zijde van Antigonus.—3)van Stagīra, bevelhebber der vloot onder Alexander; na diens dood mengde hij zich in de oorlogen tusschen zijne veldheeren, eindelijk werd hij op bevel van Cassander verraderlijk gedood.—4)van Alexandrīa, grieksch grammaticus ten tijde van Hadriānus, die vooral over de leer der interpunctie (στιγμή) schreef, waarom men hem schertsendστιγματίας(gebrandmerkte) noemde.Nicarchus,Νίκαρχος, naam van twee grieksche epigrammendichters.Nicephorium,Νικηφόριον, sterke vesting in Mesopotamia aan den Euphraat, ten Z. van Edessa, door Alex. den Gr. of door Seleucus I aangelegd.Nicephorius, zijtak van den Chabōras, stroomde dicht langs Tigranocerta.Nicephorus,Νικηφόρος, bijnaam van Zeus als god der overwinning.Nicer, zijtak van den Rijn, thans Neckar.Niceratus,Νικήρατος, 1) zoon van Nicias no. 1, rijk en aanzienlijk Athener, werd door de 30 gedood.—2)zoon van Euctēmon, van Athene, beroemd beeldhouwer uit de eerste helft der tweede eeuw, die vooral te Pergamum werkzaam was.Nicias,Νικίας, 1) zoon van Niceratus, reeds vroeg gunstig bekend als veldheer, kwam na den dood van Pericles aan het hoofd der oligarchische of der gematigd democratische partij, die vrede met Sparta wenschte. Hij was zeer rijk en mild, bovendien zeer eerlijk en bedachtzaam, daarom genoot hij het volle vertrouwen van het volk, maar zijne besluiteloosheid en gemis aan zelfstandigheid beletten hem eenigen invloed uit te oefenen, bovendien was hij zeer bijgeloovig en liet hij zich geheel beheerschen door priesters en waarzeggers. In het begin van den peloponnesischen oorlog streed hij meermalen met geluk, het was echter voor zijn roem schadelijk, dat hij de inneming van Sphacteria aan Cleon (z. a.) overliet. Na Cleon’s dood werd vooral door zijn toedoen een vrede (vrede van N.) gesloten, welks voorwaarden echter door verschillende omstandigheden nooit ten volle vervuld werden. Hoewel hij zich met alle macht tegen de onderneming naar Sicilië verzette, werd hij met Alcibiades en Lamachus aan het hoofd ervan gesteld (415), en daar Alcibiades terstond teruggeroepen werd en Lamachus spoedig sneuvelde, had hij alleen de leiding van de zaken in handen. Het mislukken der onderneming is dan ook, hoewel hem misschien inderdaad de middelen ontbraken, om haar tot een goed einde te brengen, toch ook voor een groot deel aan zijne besluiteloosheid te wijten; zelfs van de voordeelen, die hij behaalde, verzuimde hij partij te trekken, en toen hem eindelijk op zijn dringend verzoek uit Athene versterking onder Demosthenes gezonden werd, verzette hij zich tegen de plannen van dezen, en liet hij uit bijgeloovige vrees voor een maansverduistering (27 Aug. 413) het juiste oogenblik voor den aftocht voorbijgaan, zoodat aan het leger na het verlies van de geheele vloot ten slotte niets anders overbleef dan over land af te trekken. Na een marsch van weinige dagen, waarbij zij honger, dorst en herhaalde aanvallen der vijanden te verduren hadden, moesten zij zich overgeven; het geheele leger werd gevangen genomen, en beide veldheeren werden ter dood gebracht.—2)rhetor te Thurii, leeraar van Lysias.—3)Athener, een van de beroemdste grieksche schilders, tijdgenoot van Alexander d. G.; Praxiteles liet zijne mooiste marmerwerken door hem beschilderen; dit gebeurde door encaustiek (z.encaustica); vele van zijne werken vond men later te Rome.—4)lijfarts van koning Pyrrhus, die aan Fabricius aanbood den koning voor geld te vergiftigen.—5)van Milētus, geneesheer en epigrammendichter, vriend van Theocritus.—6)Nic. Curtius, van Cos, grammaticus, vriend van Cicero, Dolabella en Pompeius.Nicochares,Νικοχάρης, atheensch blijspeldichter uit het overgangstijdperk, jonger tijdgenoot van Aristophanes.Nicocles,Νικοκλῆς, 1) zoon en opvolger van Euagoras I, regeerde over Salamis op Cyprus 374–360.—2)koning van Salamis ten tijde van Alexander d. G., ook Nicocreon genoemd.—3)vorst van Paphus, die tot de partij van Antigonus behoorde, leed de nederlaagtegen een leger van Ptolemaeus en werd met zijne familie gedood (310).Nicocreon,Νικοκρέων, z.Nicoclesno. 2 enAnaxarchus.Nicolāus,Νικόλαος, van Damascus, grieksch geschiedschrijver, vriend van Herōdes d. G., onderwijzer van de kinderen van Antonius en Cleopatra. Hij schreef, behalve verscheiden kleinere werken, een zeer uitgebreide algemeene geschiedenis, waarvan betrekkelijk weinig bewaard gebleven is.Nicomachus,Νικόμαχος, 1) zoon van Machāon en Anticlēa, regeerde met zijn broeder Gorgasus over Pherae. Beiden waren ook bekwame geneesheeren en kregen als zoodanig na hun dood een tempel, waar zij als heroën vereerd werden.—2)schrijver (γραμματεύς) te Athene, wien tegen het einde van den peloponnesischen oorlog werd opgedragen een duidelijk of verbeterd afschrift van de wetten van Solon te maken. Wegens misbruiken, in die betrekking gepleegd, werd hij later aangeklaagd door iemand, voor wien Lysias de pleitrede schreef.—3)van Stagīra, lijfarts van Amyntas II, vader van Aristoteles; ook een zoon van Aristoteles heette N.—4)treurspeldichter, die eens in den tragischen wedstrijd eene overwinning op Euripides behaalde.—5)van Thebe, beroemd schilder op het einde der vierde eeuw, zoon en leerling van Aristodēmus. Sommige van zijne werken werden later naar Rome overgebracht.—6)van Gerasa, wiskundige omstreeks 100 na C., van wien nog een werk over rekenkunde en een over muziek bestaan. Hij hield zich ook met wijsbegeerte bezig en was een aanhanger der nieuw-pythagoreïsche school.Nicomedēa,Νικομήδεια, hoofdst. van Bithynia aan de golf van Astacus, in 264 door Nicomēdes I gesticht op de plaats van het oude Astacus (z. a.), later een geliefkoosd verblijf van Diocletiānus en van Constantijn den Gr. Hannibal bracht zich hier in 183 door vergif om het leven; de geschiedschrijver Arriānus werd er ± 90 na C. geboren.Nicomēdes,Νικομήδης, 1) zoon van Zipoetes, verdreef met de hulp der Galliërs zijn broeder, die hem de regeering over Bithynië betwistte en stichtte Nicomedēa; hij regeerde 281–246.—2)Nic. II Epiphanes(149–128/115) doodde zijn vader Prusias en regeerde wreed; hij was geheel van de Rom. afhankelijk.—3)Nic. III Euergetes, opvolger van den vorigen, moest in 95 Paphlagonia en Cappadocia aan Mithradates afstaan en stierf kort daarna.—4)Nic. IV Philopator, werd door zijn stiefbroeder Socrates met hulp van Mithradates verdreven (91), maar door M.’ Aquilius in 90 weder op den troon geplaatst, en liet zijn rijk bij testament aan de Rom. na (74).Nicon,Νίκων, van Tarentum, een van hen die deze stad aan Hannibal overgaven (212); bij de herovering door de Rom. sneuvelde hij dapper strijdend (209).Niconia,Νικωνία, -νιον, stad in Scythia aan den Tyras (Dniëstr).Nicophēmus,Νικόφημος, Athener, vriend en strijdmakker van Conon en gedurende diens afwezigheid zijn plaatsvervanger als bevelhebber over de vloot. Om onbekende redenen werd hij ter dood veroordeeld.Nicopolis,Νικόπολις, naam van onderscheidene steden. 1) prachtige stad in het Z. van Epīrus aan de invaart der Ambracische golf, door Augustus gesticht ter nagedachtenis aan zijne overwinning bij Actium. Voor de spelen die daar om de 4 jaar plaats hadden, zieActia.—2)stad in Thracia aan den Nestus.—3)stad in Moesia inferior aan den N.-kant van den Haemus, door Traiānus gesticht ter herinnering aan een overwinning op de Daciërs (102), dicht bij het tegenwoordige Tirnova.—4)stad in Armenia minor aan den Lycus, gesticht door Pompeius ter eere van zijne overwinning op Mithradātes (65).—5)stad in de Nijldelta nabij Alexandria, door Augustus aangelegd.Nicosthenes,Νικοσθένης, fabrikant en schilder van vazen in zwartfigurigen stijl; hij hoort tot den overgangstijd (laatst van de 6deeeuw); er zijn ook enkele roodfigurige vazen uit zijne fabriek of van zijne hand bewaard gebleven.Nicostratus,Νικόστρατος, 1) zoon van Menelāus en Piëris.—2)atheensch veldheer in den peloponnesischen oorlog, streed opCorcȳraen in Argolis.—3)bevelhebber van een troep argivische huurlingen onder Artaxerxes Ochus.Niger(C.Pescennius), ziePescennius Niger(C.).Nigidius Figulus(P.), een zeer geleerd vriend van Cicero en een beoefenaar der pythagoreïsche wijsbegeerte, ervaren in astrologie endivinatio. Hij schreef verschillende werken: deextis, deauguriis, dediise.a. Caesar verbande hem (46).Nilus,Νεῖλος, de bekende riv. de Nijl, waaraan Aegypte zijne vruchtbaarheid te danken heeft. Bij Homerus draagt hij den naam Aegyptus (ὁ Αἴγυπτος). Hij had zeven mondingen ofostia(στόματα):Pelusiacum, Taniticum, Mendesium,Phatniticum, Sebennyticum, BolbitinumenCanobicum. De laatste werd ook welostium HeracleoticumofNaucraticumgeheeten. Deze Nijlarmen waren door een net van kanalen verbonden, terwijl nog weer andere kanalen in zee uitliepen.Niniveh, stad =Ninus.Ninnii, plebejisch geslacht uit Campania. Er komt een volkstribuunL. Ninnius Quadrātusvoor als hevig tegenstander van P. Clodius Pulcher, den vijand van Cicero.Ninus,Νῖνος, de mythische stichter van het assyrische rijk, wien de verovering van Babylonië, Medië, Klein-Azië en Batrië en de stichting van Niniveh toegeschreven worden. Hij stierf na een regeering van 52 jaar en werd opgevolgd door Semiramis, die hij kort te voren tot vrouw genomen had.Ninus,Νίνος, hoofdst. van het oud-assyrische rijk, ookNinivehgeheeten, aan den rechteroever van den Tigris gelegen, tegenover de tegenw. stad Mossoel. De stichting wordt toegeschreven aan Ninus en Semiramis; in 606 werd het door Cyaxares en Nabopolassar, koningen van Medië en Babylonië,in den opstand tegen het assyrische rijk ingenomen en verwoest. De Grieken hebben het dus nooit gekend (zieΜέσπιλα), en hoewel Niniveh ongetwijfeld groot en sterk is geweest, zijn toch waarschijnlijk de berichten overdreven, die er eene stad van 480 stadiën (16 uren gaans, evenals Babylon) in omtrek van maken. Er bleef in verloop van tijd van Niniveh geen spoor over (in den keizertijd wordt de stad echter wederom vermeld), totdat in 1843 na C. de fransche consul te Mossoel, de heer Botta, en van 1845 tot ’47 de Engelschman Layard door opgravingen in den omtrek van Mossoel, Khorsabad en Nimroed een schat van bouw- en kunstwerken aan het licht brachten met allerbelangrijkste opschriften in spijkerschrift, waardoor de oud-assyrische geschiedenis voor een aanzienlijk gedeelte ontsluierd is. Niniveh bestond, zooals uit de opgravingen is gebleken uit drie steden, die dicht bijeen lagen, 1º. het eigenlijke Niniveh, het Mespila vanXenophon; 2º. Kalach—het Larissa door Xenophon genoemd, tgw. Nimroed; 3º. een stad ten N. van Niniveh, Dur-Sarrakin geheeten.Ninyas,Νινύας, zoon van Ninus, z.Semiramis.
N.ZieNefasti(dies).
Naarmalcha(Nahar Malcha), zieRegium flumen.
Nabalia=Navalia.
Nabataei,Ναβαταῖοι, machtig volk van Arabia Petraea, waren eerst nomaden, doch vestigden zich allengs in het land der Edomieten, Midianieten en Amalekieten, en breidden hunne heerschappij ook overArabia felixuit. Petra was hunne hoofdstad. Zij werden nu een handelsvolk, hun bodem leverde kostbare specerijen en kruiderijen op, terwijl zij ook een belangrijken veestapel onderhielden. Hunne vorsten (Aretas, Jonathan) komen eerst als vrienden, later als vijanden der Maccabaeën voor, hetgeen aan Pompeius aanleiding verschafte, in 64 een inval in hun gebied te doen. Hun koning Malchus II komt eerst als vriend van Caesar, later als bondgenoot der Parthen, en na eene zware bestraffing weder met Octaviānus verbonden voor. Traiānus vernietigde hun rijk (105 n. C.).
Nabis,Νάβις, maakte zich kort na den dood van Machanidas (207) van de heerschappij over Sparta meester, en regeerde als een hebzuchtig en wreed dwingeland. Hij was eerst met de Romeinen verbonden, hoewel Philippus in den tweeden macedonischen oorlog trachtte hem voor zich te winnen; later maakte echter zijn optreden tegenover de andere peloponnesische staten de tusschenkomst der Romeinen noodzakelijk, en werd hem door Flaminīnus zijn geheele rijk buiten Sparta ontnomen. Kort daarna begon hij, om het verloren gebied terug te winnen, een oorlog tegen het achaeïsch verbond, waarin hij eene overwinning ter zee behaalde, doch weldra werd hij door Philopoemen verslagen en daarop door den aanvoerder zijner aetolische bondgenooten vermoord (192).
Nabonassar, koning van Babylon, onder assyrische opperheerschappij. In zijn tijd (26 Febr. 747) begon eene nieuwe jaartelling (aera van Nabonassar), die in het Oosten vrij algemeen werd.
Nabonēdus=Labynetusno. 2.
Nabopolassar, assyrisch stadhouder van Babylon (625–604), viel van Assyrië af en veroverde Niniveh met de hulp van Cyaxares, waarna de bondgenooten het assyrische gebied onder elkander verdeelden.
Naeniae, neniae, treurzangen, die bij de begrafenissen van aanzienlijke personen gezongen werden, hetzij door de bloedverwanten, hetzij door gehuurde klaagsters,praeficae. Later krijgt het woord ook de beteekenis van tooverzang en van slaapdeuntje.
Naevii, plebejisch geslacht. 1)Cn. Naevius, Campaniër van geboorte, tooneeldichter, de eerste, die fabulae praetextae (ziepraetexta) gedicht heeft, en schrijver van een epos in saturnische maat over den eersten punischen oorlog. Naar griekschen trant tastte hij in zijne stukken de aanzienlijkste mannen aan, o. a. de Metellussen en de Scipio’s waardoor hij zich eerst gevangenisstraf, later verbanning op den hals haalde. Van hem is o. a. de bekende versregel afkomstig:fató Metélli Római fíunt cónsulés, waarop door de Metelli geantwoord werd:dabúnt malúm Metélli Naévió poétae. ZieCaeciliino. 3. Hij overleed te Utica in vrij hoogen ouderdom omstreeks 200.—2)de andere bekendeNaevii, waarvan enkele bij Livius en bij Cicero voorkomen, zijn van weinig belang. Een er van,Sex. Naevius, een man van geringe afkomst,komt als aanklager voor tegen P. Quinctius, die door Cicero verdedigd werd (Quinctiino. 10). Een ander,P. Naevius Turpio, wordt door Cicero als handlanger van Verres aan de kaak gesteld.—3)Naevius Sertorius Macro, z.Macro.
Nahanarvali(Naharvali), ligysche stam in Germania, aan de Viadua (Oder).
Nahar Malcha(Naarmalcha), zieRegium flumen.
Naiades,Ναϊάδες, Ναΐδες, nimfen van rivieren (Ποταμηίδες), bronnen (Κρηναῖαι, Πηγαῖαι) en beken (Λιμνάδες). Zij bezitten de gave der profetie, beschermen dichtkunst en gezang en voeden door de kracht van het water menschen, dieren en planten (Κουροτρόφοι, Νόμιαι, Καρποτρόφοι). Dikwijls worden zij als opvoedsters van verschillende goden genoemd.
Naï(s)sus,Ναϊσ(σ)ός, stad in Moesia Superior aan den Margus (Morawa), geboorteplaats van Constantijn den Gr.; tgw. Nisch.
Namatiānus(Claudius Rutilius), rom. dichter, uit den tijd van keizer Honorius. Het van hem gedeeltelijk bewaard gebleven gedichtde reditu suouit het jaar 416 geeft een beschrijving van zijn reis van Rome naar zijn vaderland Gallië, die, vooral om den tijd waarin die reis valt, historisch belang heeft.
Namausus=Nemausus.
Namnētaeof-tes,Ναμνῆται, gallisch volk aan den mond van den Liger. Hoofdstad: Condivincum (Nantes).
Nanno,Ναννώ, fluitspeelster, die door Mimnermus bemind werd, maar zijne liefde niet beantwoordde.
Nantuātaeof-tes,Ναντουᾶται, ligurisch of raetisch volk aan den lacus Lemannus (meer van Genève).
Napaeae,Ναπαῖαι, nimfen der dalen, gewoonlijk tot de Oreaden gerekend.
Naparis,Νάπαρις, linkerzijtak van den Ister (Donau) in het tegenw. Rumenië.
Napata,Νάπατα, in Aethiopia aan den Nijl, bloeiende hoofdstad van het rijk van Napata, waar tijdens Augustus de koningin Candace regeerde. De stad werd in 22 door den stadhouder van Aegypte, C. Petronius, veroverd, doch niet behouden. Zij is het zuidelijkste punt, dat de Rom. bereikt hebben. Het noordelijkste gedeelte van het rijk, van af Hiera Sycaminos, is toen bij het Romeinsche rijk ingelijfd, onder den naam Nubia Inferior.
Nar,Νάρ, rivier met geelachtig zwavelig water in het Z. van Umbria, die tusschen Horta en Ocriculum in den Tiber valt.
Naragara,τὰ Ναράγαρα, stad in Numidia, waar Hannibal en Scipio vóór den slag bij Zama een onderhoud hadden.
Narbo,Ναρβών, thans Narbonne, eene bloeiende stad derVolcae Tectosagesin Gallia aan de Middellandsche zee, sedert 118 als rom. kolonieNarbo Martiusgenoemd, later hoofdstad van Gallia Narbonensis. De stad lag aan den Atax (Aude), waarnaar de bewonersAtacīniwerden genoemd.
Narbonensis(Gallia), het Z.O. gedeelte van Gallia Transalpīna, naar de hoofdst. Narbo.
Narcissi fons,Ναρκίσσου πηγή, bron in Boeotia bij Thespiae, waar narcissen in menigte groeiden.
Narcissus,Νάρκισσος, 1) zoon van Cephissus en Liriope, een buitengewoon schoon jongeling. Hij was volstrekt ongevoelig voor liefde en deed door zijne hardvochtigheid de schoone Echo, die hem beminde, wegkwijnen; maar Nemesis liet hem tot straf hiervoor zijn eigen beeld in het water zien en op zichzelven verliefd worden, zoodat hij van ijdel verlangen verteerde; uit medelijden veranderden de goden hem in een narcis.—2)vrijgelatene en secretaris (ab epistulis) van keizer Claudius, op wien hij bijna onbeperkten invloed had, waarvan hij dikwijls in zijn eigen belang gebruik maakte. Hij was overigens een zeer bekwaam man. Hij veroorzaakte den val van Messalīna, maar werd later door Agrippīna uit Rome verwijderd en kort daarna vermoord.—3)gladiator, die keizer Commodus in het bad wurgde; onder Didius Iuliānus werd hij met de andere moordenaars van Commodus ter dood gebracht.
Naristi(v. s.Varisti), suevische stam in het N.O. van het tegenw. Beieren.
Narnia,Ναρνία, stad in Umbria aan den Nar, eene sterke vesting op eene steile rots, sedert 299 lat. kolonie, vroeger Nequīnum geheeten.
Narōna, rom. kolonie in Dalmatia.
Narthacium,Ναρθάκιον, berg en stad in Thessalia, in het N. van Phthiōtis, niet ver van Pharsālus, waar in 394 Agesilāus, uit Azië terugkeerende, de Thessaliërs versloeg, die hem den weg versperden.
Νάρθηξ, een plant, waarvan de dikke, knoestige, rietachtige stengel veel brandbaar merg bevatte; volgens het verhaal zoude Prometheus daarin het vuur uit den hemel gehaald hebben. Van den stengel werden veelal doozen voor verschillende doeleinden gemaakt. In zulk een doos, na den slag bij Issus onder den buit gevonden, placht Alexander d. G. de door Aristoteles bewerkte uitgave van Homerus te bewaren, die vandaarἡ ἐκ τοῦ νάρθηκος ἔκδοσιςgenoemd wordt.
Narycus, -ciumofNaryx,Νάρυκος, Νάρυξ, misschien het zelfde als het latere Pharygae,Φαρύγαι, stad der opuntische Locriërs, geboorteplaats van Ajax, den zoon van Oīleus (Narycius heros). Zie ookLocri Epizephyrii.
Nasamōnes,Νασαμῶνες, een ruwe libysche volksstam aan de groote Syrte (golf v. Sydra).
Nasīca, bijnaam in de familie Scipio. ZieCorneliino. 19, 20, 22–25.
Nasidiēnus, een plomp en praalziek parvenu bij Horatius voorkomende.
Nasidii, plebejisch geslacht, waarvan een paar leden als aanhangers der pompejaansche partij voorkomen.
Naso, familienaam derOvidii.
Nasus, 1)Νῆσος, eilandje met kasteel in de rivier Achelōus in Acarnania.—2)Νᾶσος= Ortygia, een der vijf gedeelten van Syracusae.
Natatio, groote zwemvijver, hetzij in de open lucht, hetzij in een badhuis.
Nauclīdes,Ναυκλείδας, spartaansch ephoor,die met Pausanias no. 2 naar Attica gezonden werd en met hem medewerkte tot het herstel der democratie. Later werd hij door Lysander wegens zijn weelderig leven aangeklaagd.
Naucrates,Ναυκράτης, leerling van Isocrates, hield bij de lijkfeesten van Mausōlus een wedstrijd met Theopompus en Theodectes als lofredenaar van den overledene.
Naucratis,Ναύκρατις, milesische volkplanting uit de 2dehelft van de 7deeeuw en aanzienlijke handelsstad in de Nijldelta, onder de aegyptische koningen de eenige plaats, waar zich de Grieken mochten vestigen. Zij lag aan den linkeroever van den Canobischen Nijlarm.
Naucraticum ostium=Heracleoticum ostium.
Naucȳdes,Ναυκύδης, van Argos, beroemd beeldhouwer, leerling van Polyclētus (± 420).
Ναυκραρία. In oude tijden was de burgerij van Attica in 48ναυκραρίαι, verdeeld, 12 in iedere phyle, en had iedereναυκραρίαde verplichting een schip en twee ruiters te leveren; als administratieve afdeelingen worden zij dikwijls met de latereδῆμοιvergeleken. De hoofden der naucrariën,ναύκραροι, hadden vóór Solon grooten invloed, maar de instelling van den raad der 400 ontnam hun een groot gedeelte van hun bevoegdheid. Sedert Clisthenes waren er 50 naucrariën, 5 in iedere phyle, die alleen dienden tot het innen en beheeren van de gelden voor de vloot.
Naulochus,Ναύλοχος, havenstadje in het N.O. van Sicilia. Hier versloeg M. Agrippa in 36 S. Pompeius in een grooten zeeslag.
Naumachia, vertooning van een scheepsstrijd, geen spiegelgevecht, maar een strijd in werkelijkheid. De bemanning bestond uit gevangenen en zwaardvechters. Caesar was de eerste, die het rom. volk hierop vergastte; hij liet hiertoe op dencampus Martiuseen tijdelijke vijver graven, die vervolgens weder werd gedempt. Augustus liet er een graven van 59 meter breedte en negen maal zoo lang. Claudius liet het Fucinische meer met zitplaatsen omringen; Nero liet het strijdperk van het amphitheater vol water loopen. Later kwamen er te Rome vaste gebouwen voor scheepsgevechten. Zulk een gebouw werd ooknaumachiagenoemd.
Naumachius,Ναυμάχιος, grieksch dichter van later tijd; van zijn gedicht over de plichten der vrouw zijn eenige fragmenten bewaard.
Naupactus,Ναύπακτος, versterkte havenstad in Locris aan de Corinthische golf, waar de Heracliden hunne vloot bouwden, om naar de Peloponnēsus over te steken. Na de perzische oorlogen kwam zij in het bezit der Atheners, die er in 455 Messeniërs in opnamen. De stad wisselde nog meermalen van bezitters en werd achtereenvolgens weder locrisch, achaeïsch, thebaansch, macedonisch en opnieuw locrisch. Thans Lepanto of Epacto.
Nauplia,Ναυπλία, havenstad in Argolis, aan de Argolische golf.
Naupliades,Ναυπλιάδης, Proetus of Palamēdes, zonen van Nauplius.
Nauplius,Ναύπλιος, 1) zoon van Poseidon en Amymōne, stichter van Nauplia.—2)afstammeling van den vorigen, bekwaam zeeman en sterrenkundige, Argonaut.—3)koning van Euboea, bij Clymene no.5 vader van Palamēdes en Oeax. Vertoornd over de behandeling, die Palamedes voor Troje had ondervonden, zond hij Oeax uit om de vorsten, die voor Troje lagen, bij hunne gemalinnen van ontrouw te beschuldigen of geruchten omtrent hun dood te verspreiden. Toen de Grieken op de terugreis van Troje voorbij Euboea kwamen, stak hij op kaap Caphāreus vuren aan, waardoor zij misleid werden en vele schepen op de kust verloren gingen. Velen verdronken of werden door N. en de zijnen gedood.
Nauportus,Ναύπορτος, rivier (Laybach), rechter zijtak van den Savus, en stad (Ober-Laybach) in Pannonia.
Nausicaa,Ναυσικάα, dochter van Alcinous, vond Odysseus, toen hij na het verlies van zijn schip op de kust der Phaeaciërs geworpen was. Zij ontving hem vriendelijk en geleidde hem naar het hof van haar vader.
Nausicles,Ναυσικλῆς, atheensch demagoog, bevelhebber van de troepen, die den Phocensers te hulp gezonden werden (352). Aanvankelijk met Aeschines bevriend, was hij later een hevig bestrijder der macedonische partij.
Nausinous,Ναυσίνοος, zoon van Odysseus en Calypso.
Nausiphanes,Ναυσιφάνης, van Teos, einde van de 4deeeuw, wijsgeer uit de school van Democritus, leerling van Pyrrho, leermeester van Epicūrus.
Nausithous,Ναυσίθοος, 1) zoon van Poseidon en Periboea, koning der Phaeaciërs, verhuisde met zijn volk, dat door de Cyclopen bedreigd werd, van Hyperēa naar Scheria.—2)zoon van Odysseus en Calypso.—3)stuurman van Theseus.
Nautaca,Ναύτακα, stad in het perzische gewest Sogdiāna.
Nautii, patricisch geslacht, waarvan eenige leden in de oorlogen tegen Volscen, Aequers, Sabijnen en Samnieten voorkomen. Als hun stamvader gold Aenēas’ tochtgenootNautes, die het trojaansche Palladium naar Italië overbracht.
Ναυτοδίκαι, te Athene rechters in handelszaken (δικαι ἐμπόρων), tevens belast met de instructie bij deγραφὴ ξενίας. Kort na 403 werden hunne bevoegdheden op de thesmotheten overgedragen.
Nava, thans Nahe, rivier, die bij Bingium (Bingen) in den Rijn valt.
Navalia, 1) een scheepswerf in Rome, aan den Tiber, aan het Campus Martius.—2)sterkte aan den mond van eene rivier in ons land, misschien aan den mond van de Fossa Drusiana.
Navius, zieAttii.
Naxus,Νάξος, 1) het grootste eiland der Cycladen, om zijne vruchtbaarheid Klein-Sicilië genaamd, beroemd door zijn wit marmer en zijn wijn en aan Dionȳsus geheiligd (mythe v. Ariadne). Andere namen van het eiland zijn Dia en Strongyle. Als oudste bewoners komen Cariërs en Cretensers voor;later werd het eiland van Attica uit gekoloniseerd door Ioniërs. In 490 werd het door de Perzen te vuur en te zwaard verwoest. Het maakte vervolgens deel uit van het atheensche zeeverbond; doch toen het zich trachtte te verzetten, verloor het ± 467 zijne vrijheid en ook zijne beteekenis. In 376 werd de spartaansche vloot door den Athener Chabrias bij Naxus verslagen.—2)eerste grieksche kolonie op Sicilia, in 735 door euboeïsche Chalcidiërs gesticht, in 403 door Dionysius van Syracūsae verwoest, waarna in 358 het overschot der verstrooide bevolking in de nabijheid eene nieuwe stad Tauromenium stichtte, thans Taormina.
Nazarius, rhetor in Gallia, ten tijde van Constantijn den Grooten. Van hem is een panegyricus op Constantijn uit het jaar 321 over. De panegyricus uit 313, die wel eens aan hem wordt toegeschreven, is van Eumenius.
Nazianzus,ΝαζίανζοςofΝαζιανζός, stad in Cappadocia. Z.Gregoriusno. 2.
Neaera,Νέαιρα, nimf, bij Helius moeder van Phaëthūsa en Lampetia.
Neaethus,Νέαιθος, rivier in Bruttium, bij Croton, waar de gevangene trojaansche vrouwen de grieksche schepen zouden in brand gestoken hebben.
Neandria,Νεανδρία, Νεάνδρεια, aeolische stad in Troas. Hier is in de laatste jaren een tempel opgegraven, die om zijn eigenaardigen vorm en het daar gevonden (aeolische) kapiteel van groot belang is voor de kunstgeschiedenis.
Neanthes,Νεάνθης, van Cyzicus, tijdgenoot van Attalus I, schrijver van verscheiden door de ouden met lof vermelde werken over geschiedenis.
Neapolis,Νεάπολις, naam van niet minder dan 13 steden, terwijl bovendien een gedeelte van Syracūsae dezen naam droeg. Het beroemdst is Neapolis in Campania, thans Napoli of Napels. De stad bestond uit twee afzonderlijk ommuurde deelen, Palaepolis en Neapolis, en heetteParthenope, voordat de Cymaeërs haar met eene kolonie bevolkten. Omstreeks 325 werd de stad door Samnieten in bezit genomen, in 290 werd zij rom. kolonie, later rom. municipium. Om zijne verrukkelijke ligging en zijne fijne grieksche beschaving lokte Neapolis een groot getal aanzienlijke Romeinen, zoodat de omtrek met buitenplaatsen bezaaid was, terwijl de warme bronnen er een druk bezochte badplaats van maakten. Romulus Augustus, de laatste keizer van het westrom. rijk, overleed hier.
Nearchus,Νέαρχος, 1) Athener, in 340 als gezant naar Macedonië gezonden.—2)zoon van Androtīmus, door Philippus uit Macedonië verbannen, maar na diens dood teruggeroepen door Alexander, met wien hij reeds als kind bevriend was geweest. Hij ging met Alexander naar Azië en werd satraap van Lycië en Pamphylia. Ook vergezelde hij den koning naar Indië en voerde hij het bevel over de vloot, die den weg van den Indus tot den Euphraat onderzocht (325); zijne beschrijving van dezen tocht is door lateren dikwijls gebruikt. Een voorgenomen tocht om de kasten van Arabië en Africa te onderzoeken bleef door den dood van Alex. onuitgevoerd. N. schijnt later bevelhebber over de vloot gebleven te zijn en tot de partij van Antigonus behoord te nebben.—3)pythagoreïsch wijsgeer, na de inneming van Tarentum vriend en leermeester van den ouden Cato.
Nebrōdes montes,Νευρώδη ὄρη, bergketen op Sicilia, die zich langs de Noordkust van de straat van Messina tot aan de helft van het eiland voortzet.
Nebucadrēzar,Ναβοκοδρόσορος, zoon en opvolger van Nabopolassar, koning van Babylonië (605–562). Hij verdreef de Aegyptenaars, die onder koning Necho reeds tot den Euphraat doorgedrongen waren, bijna uit geheel Azië, veroverde Syrië, Judaea en Tyrus, bevorderde handel en beschaving en versterkte en verfraaide Babylon.
Necho,Νεκώς, zoon en opvolger van Psammetichus, koning van Aegypte (610–595). Hij liet door Phoeniciërs een zeetocht om de kusten van Africa doen en begon den aanleg van een kanaal, dat de Middellandsche zee met de Arabische golf moest verbinden. Ook onderwierp hij Syrië, Judaea en Phoenicië, maar op zijne verdere tochten tegen Mesopotamië werd hij door Nebucadrezar verslagen, zoodat hij bijna al het veroverde land in Azië weder verloor.
Nectanabis,Νεκτάναβις, -τανεβώς, 1) de vierde koning van Aegypte, nadat dit land zich onder de regeering van Artaxerxes II van Perzië onafhankelijk gemaakt had. Hij wist zich staande te houden tegen het groote leger, dat Artaxerxes omstreeks 380 onder Pharnabāzus en Iphicrates gezonden had om Aegypte weder te onderwerpen.—2)N. II, stond op tegen zijn neef Tachos, den zoon en opvolger van den vorigen, en maakte zich met behulp van Agesilāus van de regeering meester (360). Aanvankelijk verdedigde hij zich met goed gevolg tegen Perzië, maar toen hij meende ook zonder grieksche generaals zelf den oorlog te kunnen voeren, was hij tegen de perzische troepen onder Mentor niet bestand. Toen zijne zaak hopeloos stond, vluchtte hij naar Aethiopië (344). Hiermede eindigde de zelfstandigheid van Aegypte.
Nectar,νέκταρ, godendrank, z.Ambrosia.
Neda,Νέδα, grensriviertje tusschen Messenia en Triphylia.
Nedon,Νέδων, kustrivier in oostelijk Messenië, stroomt in de Messeensche golf uit.
Nefasti(dies), in den rom. kalender met de letter N aangeduid, zijn dagen bestemd voor offers of godsdienstige handelingen. Het zijn dus de zelfde dagen als dedies festi(z.festi(dies)). Zie ookfasti(dies).
Neïon,Νήϊον, een gedeelte van het gebergte Neritum, op Ithaca.
Neïth,Νηίθ, aegyptische godin, vooral te Saïs vereerd, door de Grieken met Athēna geïdentificeerd. Zij wordt voor eene personificatie der grondstof van het heelal of voor eene godin van het vuur gehouden, v. a. is zij de zelfde als Isis. Hare beelden hebbendikwijls eene giere- of leeuwekop. Bij haar jaarlijksch feest brandde men in ieder huis in Aegypte een lamp met olie en zout gevuld.
Νεκρομαντεῖον, Νεκυομ., plaats, waar een doodenorakel is. Door offer en gebed riep men de dooden op, waarna men ging slapen en meende dat de opgeroepene in den droom zou verschijnen om het gevraagde orakel te geven, of door middel van een priester liet men den doode ondervragen. De bekendste plaatsen waren te Ephyra aan de rivier de Acheron in Epirus, bij Heraclēa Pontica, te Cumae in Italië, bij Magnesia aan den Maeander en bij Hierapolis in Phrygia.
Νεκύσια, Νεμέσεια, algemeene gedenkdag der dooden, te Athene de 5deBoëdromion, dus =Γενέσια.
Neleïades,Νηληιάδης, Nestor en Antilochus, zoon en kleinzoon van Neleus.
Neleus,Νηλεύς, 1) zoon van Poseidon en Tyro. Hij en zijn tweelingbroeder Pelias werden te vondeling gelegd en door herders opgevoed, terwijl Tyro met Cretheus, koning van Iolcus, huwde. Later vernamen de broeders hunne afkomst, en na den dood van Cretheus geraakten zij in twist over de opvolging, waarvan het gevolg was dat N. naar Messenië trok, waar zijn oom Aphareus hem de regeering over Pylus schonk. Toen Heracles na den moord van Iphitus bij N. kwam met het verzoek hem van zijne schuld te reinigen, weigerde deze hem dit; daarom trok Heracles later tegen hem op en doodde hem met al zijne zonen behalve Nestor. V. a. stierf hij te Corinthe, nadat hij een gelukkigen oorlog tegen de Epeërs gevoerd had.—2)zoon van Codrus, door zijn broeder Medon uit Attica verdreven, stichter van Milētus e. a. ionische steden.
Nelīdes,Νηλείδης=Neleïades.
Nemausus,Νέμαυσος, thans Nîmes, belangrijke stad der Volcae Arecomici, in Gallia Narbonensis. Er worden nog belangrijke overblijfselen van rom. bouwkunst aangetroffen: een tempel met corinthische zuilen (maison carrée; een afbeelding vindt men onderTemplum), een waterleiding op drie rijen bogen boven elkander rustende (Pont du Gard), een gedeelte van een amphitheater, enz. Onder de keizers was N. eerst eene rom. kolonie met hetius Latii, later een rom. burgerkolonie.
Nemea,Νεμέα, 1) dal in Argolis tusschen Cleōnae en Phlius, waar Heracles den leeuw versloeg en waar de nemeïsche spelen werden gehouden. De bevolking is van dryopischen stam.—2)rivier op de grens van Sicyon en Corinthia.
Nemea,Νέμεα, Νέμεια, de nemeïsche spelen, ingesteld ter nagedachtenis van Archemorus (z. a.), later ter eere van Zeus Nemeaeus om de twee jaar onder voorzitterschap der Cleonaeërs of Argiven in het dal Nemea, later in Argos, gevierd. Zij bestonden uit de gewone wedstrijden in loopen, rijden, worstelen, gymnastiek, poëzie en muziek; de prijs der overwinning was een krans van eppe- of van olijftakken. Als nationaal feest kregen zij eerst in de 6deeeuw, sinds 573, eenige beteekenis.
Nemesiānus(M. Aurelius Olympius), rom. dichter uit de 3deeeuw na C., geboren te Carthago. O. a. schreef hij een leerdicht over de jacht,Cynegetica, waarvan nog een gedeelte over is.
Nemesis,Νέμεσις, dochter van Nyx, godin der gerechtigheid, die aan ieder mensch loon naar werken geeft, vooral eene wrekende godin, die trotschheid, overmoed en over het algemeen het overschrijden van de aan de menschelijke natuur gestelde grenzen straft. Zij wordt gewoonlijk afgebeeld met vleugels, met strenge en ernstige gelaatstrekken, en met een toom, zwaard of geesel in de hand. Beroemd was haar kolossaal beeld te Rhamnus, door Agoracritus (z. a.) gemaakt.
Nemetācum, hoofdstad der Atrebates in Belgica, thans Atrecht of Arras.
Nemētaeof-tes, germaansch volk op den linker Rijnoever, met de hoofdstad Noviomagus (Spiers). De Nemetae, Triboci en Vangiones woonden reeds ten tijde van Caesar op den linker Rijnoever, en worden genoemd als hulptroepen van Ariovistus.
Nemetocenna=Nemetacum.
Nemētum,Νεμωσσός, z.Augustonemētum.
Nemorensis lacus, zieAricia.
Nemossus,Νεμωσσός, z.Augustonemētum.
Neniae=naeniae.
Neobūle,Νεοβούλη, z.Archilochus.
Neocaesarēa,Νεοκαισάρεια, groote en prachtige hoofdstad van Pontus Polemoniacus, aan den Lycus.
Neocles,Νεοκλῆς, vader van Epicūrus, ging met atheensche cleruchen naar Samus, waar hij eene school hield.
Νεοδαμώδεις, van staatswege vrijgelaten heloten. Zij waren tot den krijgsdienst verplicht en werden na den peloponnesischen oorlog vooral voor krijgstochten naar Azië gebruikt.
Νεωκόρος, opzichter van een tempel, oorspronkelijk een tempeldienaar van minderen rang, belast met het onderhouden van den tempel en de tempelgoederen. Later was het een aanzienlijke eerepost, en in den keizertijd stelden geheele steden in het Oosten er een eer in zichνεωκόροι, van den tempel des keizers te mogen noemen.
Neon,Νέων, oude stad in Phocis aan den Parnassus, eerst door Xerxes verwoest, doch door de inwoners op eenigen afstand herbouwd en Tithorea genoemd naar den nabijgelegen bergtop van dien naam. In den heiligen oorlog werd ook deze stad verwoest, doch ook weder opgebouwd.
Neontīchus,Νέον τεῖχος, 1) aeolische stad op de kust van Mysia, aan den Hermus.—2)kasteel op de thracische kust aan de Propontis, nabij de Chersonēsus.
Neophron,Νεόφρων, van Sicyon, dichter van 120 treurspelen, waarvan slechts weinige fragmenten bewaard zijn. Euripides zoude in zijne Medēa een gelijknamig stuk van N. tot voorbeeld genomen hebben; in werkelijkheid is het juist andersom, zooals blijkt uit de fragmenten, die onlangs van zijne Medēa teruggevonden zijn.
Neo-platonici, eene school van wijsgeeren die sedert de 3deeeuw na C. bloeide. Zij trachtten door wijsgeerige bespiegeling aan den ouden godsdienst steun te geven tegen de meer en meer uit het Oosten indringende godsdiensten. Zij sloten zich voornamelijk bij de leer van Plato aan, doch waren ook onder den invloed van andere oudere en nieuwere wijsgeeren; zelfs waren er, die beweerden dat de leer van Plato en van Aristoteles in den grond der zaak dezelfde was. Voor een deel maakten zij hunne wijsbegeerte onmiddellijk dienstbaar aan de bestrijding van het Christendom (syrische school), lateren hielden zich voornamelijk bezig met het verklaren der werken van Plato en Aristoteles (atheensche school). De stichter der oorspronkelijke (alexandrijnsch-rom.) school was Ammonius Saccas, wiens leerling Plotīnus het stelsel in zijne geschriften uitvoerig verklaarde; van de syrische school is de voornaamste vertegenwoordiger Iamblichus, van de atheensche Proclus.
Neoptolemus,Νεοπτόλεμος, 1) oorspronkelijk Pyrrhus geheeten, zoon van Achilles en Deidamēa, werd bij zijn grootvader Lycomēdes opgevoed, en na den dood van Achilles naar Troje gehaald, omdat voorspeld was, dat zonder hem de stad niet genomen konde worden. Met zijne komst wordt de oorlog als het ware vernieuwd, vandaar de naam N. Hij is even dapper als zijn vader, maar ruw en hardvochtig; met het houten paard komt hij in de stad, doodt Polītes voor de oogen van diens vader, daarna verslaat hij Priamus zelf bij het altaar van Zeus, hij werpt Astyanax van den muur en offert Polyxena op het graf van zijn vader. Bij het verdeelen van den buit krijgt hij Andromache (z. a.). In Phthia teruggekomen, huwt hij niet Hermione. V. a. had zich Acastus gedurende zijne afwezigheid van de regeering over Phthia meester gemaakt, daarom ging N. van Troje naar Epīrus en vestigde zich daar; eerst later ging hij naar Phthia terug, waar hij Peleus de regeering teruggaf, terwijl hij zijn land in Epīrus aan Helenus overliet. Kort na zijn huwelijk met Hermione (z. a.) werd hij te Delphi gedood; hij werd in den tempel begraven en als heros vereerd; zijn schim streed met de Delphiërs tegen de Galliërs, die gekomen waren om den tempel te plunderen.—2)een van de schuldigen aan den dood van Philippus van Macedonië, vluchtte bij de troonsbestijging van Alexander d. G. naar Azië en sneuvelde bij de verdediging van Halicarnassus tegen Alexander.—3)werd koning van Epīrus, toen Pyrrhus door Cassander verdreven was (302), toen deze echter door Ptolemaeus Lagi teruggebracht werd, moest N., die om zijne wreedheid gehaat was, wijken; kort daarna trachtte hij Pyrrhus te dooden, maar deze voorkwam hem en liet hem zelven uit den weg ruimen (296).
Nepet, Nepete, stad in het Z. van Etruria, kort na de inneming van Veii latijnsche kolonie, later municipium.
Nephele,Νεφέλη, 1) de onsterfelijke gemalin van Athamas (z. a.), later door hem verstooten, moeder van Phrixus en Helle.—2)z.Ixīon.
Nephelēis, Helle, dochter van Nephele.
Nepos, bijn. vanMetelliin degens Caecilia(Caeciliino. 14 en 16).
Nepos(Cornelius), zieCorneliino. 58.
Neptunīne, Thetis, kleindochter van Neptūnus.
Neptunius mons, het oostelijk gedeelte derNebrōdes montesop Sicilia, bij Messāna.
Neptūnus, god van het water en van alle vochtigheid van den bodem, later god der zee, aanvankelijk te Rome weinig vereerd. Eerst door griekschen invloed werd zijn dienst meer algemeen, hij werd nu met Poseidon geïdentificeerd en voornamelijk als god van paarden en ruiterlijke oefeningen (N. equester) beschouwd. Hij had een tempel in den Circus Flaminius, zijn feest, deNeptunalia, werd den 23stenJuli te Rome of te Ostia gevierd. Op dit feest, dat nog in den christelijken tijd voorkomt, bouwde men loofhutten,umbrae,σκιάδες. Zie ookConsus.
Nequīnum, oude naam van Narnia.
Neratii, een plebejisch geslacht, waarvan een paar leden onder de regeering van Traiānus en Hadriānus als mannen van invloed voorkomen.
Nereides,Νηρηίδες, Νηρεΐδες, 50 of 100 dochters van Nereus en Doris (vandaar ook Dorides), nimfen der zee, vooral derAegaeïschezee, op welker bodem zij eene grot bewonen, die als zilver schittert en waar alles van goud of zilver is. Zij zijn goede en hulpvaardige zeegodinnen, die de schippers in den nood bijstaan. Men beeldde ze af als schoone jonkvrouwen, weinig of niet gekleed, dikwijls met dolfijnen of andere zeemonsters tot bevallige groepen vereenigd.
Nereīne,Νηρηίνη, Thetis, dochter van Nereus.
Nereius, Achilles, kleinzoon van Nereus.
Nēreus,Νηρεύς, zoon van Pontus en Gaea, een god der zee, in het bizonder der Aegaeïsche zee, waar hij met zijne dochters, de Nereïden, woont. Hij is een vriendelijk grijsaard, die allerlei gedaanten kan aannemen en de toekomst kan voorspellen, ofschoon hij niet altijd geneigd is vragen daaromtrent te beantwoorden; Heracles moest hem in den slaap overvallen, om hem te dwingen de ligging van den tuin der Hesperiden te openbaren. Hij wordt soms afgebeeld met het lichaam van een visch, waaraan alleen hoofd en armen menschelijk zijn, en gewoonlijk met zeewier in plaats van haar.
Nericus,Νήρικος, oude hoofdst. v. Leucadia.
Nerigos, verkeerde lezing voorBerrice, een groot eiland waarschijnlijk aan de Westkust van Schotland.
Nerii, een plebejisch geslacht, onbelangrijk.
Nerio, -ria, -riēne, gezellin van Mars, later als zijn gemalin beschouwd.
Neritum, -us,Νήριτον, -ος, berg aan de Westzijde van Ithaca.Neritius dux= Ulysses.
Nero, familienaam in degens Claudia(Claudiino. 22–27, 29).
Nero, rom. keizer 54–68 na C., zoon van Cn. Domitius Ahenobarbus en Agrippīna, de dochter van Germanicus. Hij heette eigenlijk L. Dom. Ahenob., doch toen zijne moeder met haar oom keizer Claudius huwde (zie over deze verwantschap het art.Iuliiop het einde), werd hij door zijn stiefvader als zoon aangenomen en heette nuNero Claudius Caesar Augustus Germanicus. Na de vermoording van Claudius deed Agrippina met behulp der praetorianen haren 17-jarigen zoon den troon bestijgen ten koste van zijn stiefbroeder Britannicus. In de eerste 5 jaar regeerde Nero onder de leiding van zijn leermeester L. Annaeus Seneca en van A. Afranius Burrus,praefectus praetorio, als een goed vorst. Daarna echter gaf hij zich teugelloos over aan wellust, bloeddorst en dwaasheden. Britannicus werd op zijn last omgebracht, evenzoo zijne deugdzame gemalin Octavia en zijne heerschzuchtige moeder (59). Hij huwde toen de schoone, doch zedelooze Poppaea Sabīna, die hem door haar man M. Salvius Otho (later keizer) werd afgestaan. Den brand, die een groot deel van Rome in de asch legde (64 n. C.), bezigde hij als voorwendsel om eene gruwelijke vervolging der Christenen te beginnen. De samenzwering van Calpurnius Piso (Calpurniino. 12) kostte door hare ontdekking een aantal aanzienlijke en brave mannen het leven (65), ook Seneca en de dichter Lucānus werden er in betrokken. De prachtige herbouw van Rome, de bouw van het paleis met gouden dak (domus aurea Neronis) en de dolzinnigste feesten en slemppartijen verslonden schatten, terwijl de keizer zijne waardigheid door het slijk sleurde door in het openbaar als wagenmenner, tooneelspeler en zanger op te treden, ja zelfs eene kunstreis te doen door Griekenland (66). Eindelijk barstte er in Gallia een opstand uit onder Julius Vindex, in Hispania onder Ser. Sulpicius Galba. Door de zijnen verlaten, door den senaat vogelvrij verklaard, liet Nero, toen hij geen uitweg meer zag, zich door een slaaf doorsteken. De algemeene vervloeking vervolgde hem nog na zijn dood.
Neronia, zieArtaxata.
Nerthus, germaansche godin, die op een eiland in de Oostzee vereerd werd. Haar dienst vormde het sacrale middelpunt voor de in de nabijheid wonende volkeren, de Reudigni, Aviones, Anglii, Varini, Eudoses, Suardones en Nuithones.
Nerulum, Neruli, stad in het Z. van Lucania aan de via Popilia.
Nerva, familienaam in de gentesCoccēia, Licinia(Liciniino. 33),Silia(Siliino. 2 en 4).
Nerva(M. Coccēius), uit Narnia in Umbria, rom. keizer 96–98 na C., leefde te Rome onder de regeering van Nero en diens opvolgers. Onder Domitiānus is hij een korten tijd verbannen geweest. Na den moord van D. werd N. tot keizer uitgeroepen. Door een verstandig bestuur won hij de gunst der burgers. Hij heeft de finantiën van den staat, die zeer in de war waren, geregeld, en drukkende belastingen afgeschaft of verminderd. Hij heeft hetforum Nervae transitoriummet den tempel van Minerva, reeds door Domitianus begonnen, afgemaakt, en daaraan zijn naam gegeven. Om zijne hooge jaren en zijn zwak gestel nam hij den voortreffelijken M. Ulpius Traiānus, die toenlegatusvan Germania superior was, tot zoon en opvolger aan. Hij stierf na eene regeering van anderhalf jaar (Jan. 98).
Nervii, belgisch volk aan den Sabis (Sambre) in het tegenw. Henegouwen en Namen met de hoofdstad Bagacum (Bavay). Zij konden 50000 gewapenden in het veld brengen en brachten Caesar zeer in het nauw, doch werden in een wanhopigen strijd bijna geheel uitgeroeid. Zij beweerden, misschien niet ten onrechte, van de Germanenaf te stammen.
NesactiumofNesartium, stad in Istria, in 177 door de Romeinen onder den consul C. Claudius Pulcher (Claudiino. 10) veroverd en verwoest, later herbouwd.
Nesiōtes,Νησιώτης, atheensch beeldhouwer, ouder tijdgenoot van Phidias. Met zekeren Critias of Critius maakte hij een nieuw gedenkteeken voor Harmodius en Aristogīton, nadat het oude door Xerxes medegenomen was.
Nesis,Νῆσις, bekoorlijk eilandje bij Pausilȳpum (Posilippo), op de kust van Campania.
Nessōnis,Νεσσωνίς, meer in Thessalia, ten O. der stad Larissa.
Nessus,Νέσσος, z.Heracles.
Nessus,Νέσσος=Nestus.
Nestor,Νέστωρ, zoon van Neleus en Chlōris, koning van Pylus. Hij onderscheidde zich in den oorlog van zijn vader tegen de Epeërs; toen Heracles zijne broeders doodde, bleef hij alleen gespaard, daar hij zich toen bij de Gereniërs bevond. Ook beoorloogde hij de Arcadiërs, hielp de Lapithen in hun oorlog tegen de Centauren, en nam deel aan de calydonische jacht en den Argonautentocht. Op hoogen leeftijd, toen hij reeds twee menschengeslachten had zien voorbijgaan, trok hij mede naar Troje, waar hij zich nog als dapper held gedroeg, maar vooral invloed had door zijn wijze raadgevingen, zijn rijpe ervaring en zijne innemende welsprekendheid. Na afloop van den oorlog keerde hij gelukkig naar Pylus terug, waar hij zijn verder leven genoeglijk doorbracht.
Nestus,Νέστος, rivier in Thracië, die op het Rhodope gebergte ontspringt en bij Abdēra in zee valt. Sedert Philippus vormt de Nestus de grens tusschen Macedonië en Thracië.
Netum,Νέητον, stad in het gebied van Syracūsae en ten Z.W. daarvan gelegen.
Neuri,Νευροί, volk aan de bronnen van den Tyras (Dniëstr) en den Hypanis (Bug). Zij konden tooveren en zich in wolven veranderen.
NexumofNexus, in het algemeen plechtig aangegane verbintenis; in engeren zin het aangaan eener schuldper aes et libram, waarbij de schuldenaar zijn lijf verpandde. Terwijl deaddicti(z. ald.) ten gevolge van een rechterlijk vonnis aan den schuldeischer worden toegewezen, is dit bij denexiniethet geval. Denexuskon door den schuldeischer gedwongen worden voor hem te werkenservi loco; hij mocht echter niet verkocht of ter dood gebracht worden. Hetnexumwerd afgeschaft door delex Poetelia Papiriavan 326. Echter wordt deaddictusdan ook wel eensnexus(ofvinctus) genoemd.
Nicaea,Νικαία, dochter van Antipater no. 1, na Alexander’s dood eenigen tijd met Perdiccas gehuwd, later gemalin van Lysimachus.
Nicaea,Νίκαια, naam van verschillende steden. 1) stad in Bithynia aan het meer Ascania. Zij was door Antigonus gesticht op de plaats van het vroegere Ancore, en Antigonēa genoemd; Lysimachus vergrootte ze en gaf er naar zijne gemalin den naam Nicaea aan. Zij was eene van de residenties der bithynische koningen en eene drukke handelsplaats. In 325 na C. werd hier de eerste christelijke kerkvergadering gehouden, waarop de leer van Arīus veroordeeld werd.—2)stad op de indische grenzen aan den Hydaspes, door Alex. d. Gr. gesticht ter eere zijner overwinning op Porus.—3)aan den Caucasus Indicus (Hindoe-Koh) =Cabura.—4)locrische vesting, die den bergpas der Thermopylae beheerschte.—5)volkplanting van Massilia, op de ligurische kust, thans Nizza.
Nicander,Νίκανδρος, van Colophon, grammaticus, dichter en geneesheer, van wien nog twee geneeskundige leerdichten bewaard zijn. Zijn voornaamste werk, deἙτεροιούμενα, is door Ovidius in zijne Metamorphosen veel nagevolgd. Hij leefde in het midden der 2deeeuw.
Nicānor,Νικάνωρ, 1) zoon van Parmenion, veldheer onder Alexander d. G., streed aan het hoofd derὑπασπισταίbij den Granīcus, bij Issus en Gaugamēla; hij stierf in 330.—2)stadhouder van Alexander in Indië. In de twisten na den dood van Alexander hield hij de zijde van Antigonus.—3)van Stagīra, bevelhebber der vloot onder Alexander; na diens dood mengde hij zich in de oorlogen tusschen zijne veldheeren, eindelijk werd hij op bevel van Cassander verraderlijk gedood.—4)van Alexandrīa, grieksch grammaticus ten tijde van Hadriānus, die vooral over de leer der interpunctie (στιγμή) schreef, waarom men hem schertsendστιγματίας(gebrandmerkte) noemde.
Nicarchus,Νίκαρχος, naam van twee grieksche epigrammendichters.
Nicephorium,Νικηφόριον, sterke vesting in Mesopotamia aan den Euphraat, ten Z. van Edessa, door Alex. den Gr. of door Seleucus I aangelegd.
Nicephorius, zijtak van den Chabōras, stroomde dicht langs Tigranocerta.
Nicephorus,Νικηφόρος, bijnaam van Zeus als god der overwinning.
Nicer, zijtak van den Rijn, thans Neckar.
Niceratus,Νικήρατος, 1) zoon van Nicias no. 1, rijk en aanzienlijk Athener, werd door de 30 gedood.—2)zoon van Euctēmon, van Athene, beroemd beeldhouwer uit de eerste helft der tweede eeuw, die vooral te Pergamum werkzaam was.
Nicias,Νικίας, 1) zoon van Niceratus, reeds vroeg gunstig bekend als veldheer, kwam na den dood van Pericles aan het hoofd der oligarchische of der gematigd democratische partij, die vrede met Sparta wenschte. Hij was zeer rijk en mild, bovendien zeer eerlijk en bedachtzaam, daarom genoot hij het volle vertrouwen van het volk, maar zijne besluiteloosheid en gemis aan zelfstandigheid beletten hem eenigen invloed uit te oefenen, bovendien was hij zeer bijgeloovig en liet hij zich geheel beheerschen door priesters en waarzeggers. In het begin van den peloponnesischen oorlog streed hij meermalen met geluk, het was echter voor zijn roem schadelijk, dat hij de inneming van Sphacteria aan Cleon (z. a.) overliet. Na Cleon’s dood werd vooral door zijn toedoen een vrede (vrede van N.) gesloten, welks voorwaarden echter door verschillende omstandigheden nooit ten volle vervuld werden. Hoewel hij zich met alle macht tegen de onderneming naar Sicilië verzette, werd hij met Alcibiades en Lamachus aan het hoofd ervan gesteld (415), en daar Alcibiades terstond teruggeroepen werd en Lamachus spoedig sneuvelde, had hij alleen de leiding van de zaken in handen. Het mislukken der onderneming is dan ook, hoewel hem misschien inderdaad de middelen ontbraken, om haar tot een goed einde te brengen, toch ook voor een groot deel aan zijne besluiteloosheid te wijten; zelfs van de voordeelen, die hij behaalde, verzuimde hij partij te trekken, en toen hem eindelijk op zijn dringend verzoek uit Athene versterking onder Demosthenes gezonden werd, verzette hij zich tegen de plannen van dezen, en liet hij uit bijgeloovige vrees voor een maansverduistering (27 Aug. 413) het juiste oogenblik voor den aftocht voorbijgaan, zoodat aan het leger na het verlies van de geheele vloot ten slotte niets anders overbleef dan over land af te trekken. Na een marsch van weinige dagen, waarbij zij honger, dorst en herhaalde aanvallen der vijanden te verduren hadden, moesten zij zich overgeven; het geheele leger werd gevangen genomen, en beide veldheeren werden ter dood gebracht.—2)rhetor te Thurii, leeraar van Lysias.—3)Athener, een van de beroemdste grieksche schilders, tijdgenoot van Alexander d. G.; Praxiteles liet zijne mooiste marmerwerken door hem beschilderen; dit gebeurde door encaustiek (z.encaustica); vele van zijne werken vond men later te Rome.—4)lijfarts van koning Pyrrhus, die aan Fabricius aanbood den koning voor geld te vergiftigen.—5)van Milētus, geneesheer en epigrammendichter, vriend van Theocritus.—6)Nic. Curtius, van Cos, grammaticus, vriend van Cicero, Dolabella en Pompeius.
Nicochares,Νικοχάρης, atheensch blijspeldichter uit het overgangstijdperk, jonger tijdgenoot van Aristophanes.
Nicocles,Νικοκλῆς, 1) zoon en opvolger van Euagoras I, regeerde over Salamis op Cyprus 374–360.—2)koning van Salamis ten tijde van Alexander d. G., ook Nicocreon genoemd.—3)vorst van Paphus, die tot de partij van Antigonus behoorde, leed de nederlaagtegen een leger van Ptolemaeus en werd met zijne familie gedood (310).
Nicocreon,Νικοκρέων, z.Nicoclesno. 2 enAnaxarchus.
Nicolāus,Νικόλαος, van Damascus, grieksch geschiedschrijver, vriend van Herōdes d. G., onderwijzer van de kinderen van Antonius en Cleopatra. Hij schreef, behalve verscheiden kleinere werken, een zeer uitgebreide algemeene geschiedenis, waarvan betrekkelijk weinig bewaard gebleven is.
Nicomachus,Νικόμαχος, 1) zoon van Machāon en Anticlēa, regeerde met zijn broeder Gorgasus over Pherae. Beiden waren ook bekwame geneesheeren en kregen als zoodanig na hun dood een tempel, waar zij als heroën vereerd werden.—2)schrijver (γραμματεύς) te Athene, wien tegen het einde van den peloponnesischen oorlog werd opgedragen een duidelijk of verbeterd afschrift van de wetten van Solon te maken. Wegens misbruiken, in die betrekking gepleegd, werd hij later aangeklaagd door iemand, voor wien Lysias de pleitrede schreef.—3)van Stagīra, lijfarts van Amyntas II, vader van Aristoteles; ook een zoon van Aristoteles heette N.—4)treurspeldichter, die eens in den tragischen wedstrijd eene overwinning op Euripides behaalde.—5)van Thebe, beroemd schilder op het einde der vierde eeuw, zoon en leerling van Aristodēmus. Sommige van zijne werken werden later naar Rome overgebracht.—6)van Gerasa, wiskundige omstreeks 100 na C., van wien nog een werk over rekenkunde en een over muziek bestaan. Hij hield zich ook met wijsbegeerte bezig en was een aanhanger der nieuw-pythagoreïsche school.
Nicomedēa,Νικομήδεια, hoofdst. van Bithynia aan de golf van Astacus, in 264 door Nicomēdes I gesticht op de plaats van het oude Astacus (z. a.), later een geliefkoosd verblijf van Diocletiānus en van Constantijn den Gr. Hannibal bracht zich hier in 183 door vergif om het leven; de geschiedschrijver Arriānus werd er ± 90 na C. geboren.
Nicomēdes,Νικομήδης, 1) zoon van Zipoetes, verdreef met de hulp der Galliërs zijn broeder, die hem de regeering over Bithynië betwistte en stichtte Nicomedēa; hij regeerde 281–246.—2)Nic. II Epiphanes(149–128/115) doodde zijn vader Prusias en regeerde wreed; hij was geheel van de Rom. afhankelijk.—3)Nic. III Euergetes, opvolger van den vorigen, moest in 95 Paphlagonia en Cappadocia aan Mithradates afstaan en stierf kort daarna.—4)Nic. IV Philopator, werd door zijn stiefbroeder Socrates met hulp van Mithradates verdreven (91), maar door M.’ Aquilius in 90 weder op den troon geplaatst, en liet zijn rijk bij testament aan de Rom. na (74).
Nicon,Νίκων, van Tarentum, een van hen die deze stad aan Hannibal overgaven (212); bij de herovering door de Rom. sneuvelde hij dapper strijdend (209).
Niconia,Νικωνία, -νιον, stad in Scythia aan den Tyras (Dniëstr).
Nicophēmus,Νικόφημος, Athener, vriend en strijdmakker van Conon en gedurende diens afwezigheid zijn plaatsvervanger als bevelhebber over de vloot. Om onbekende redenen werd hij ter dood veroordeeld.
Nicopolis,Νικόπολις, naam van onderscheidene steden. 1) prachtige stad in het Z. van Epīrus aan de invaart der Ambracische golf, door Augustus gesticht ter nagedachtenis aan zijne overwinning bij Actium. Voor de spelen die daar om de 4 jaar plaats hadden, zieActia.—2)stad in Thracia aan den Nestus.—3)stad in Moesia inferior aan den N.-kant van den Haemus, door Traiānus gesticht ter herinnering aan een overwinning op de Daciërs (102), dicht bij het tegenwoordige Tirnova.—4)stad in Armenia minor aan den Lycus, gesticht door Pompeius ter eere van zijne overwinning op Mithradātes (65).—5)stad in de Nijldelta nabij Alexandria, door Augustus aangelegd.
Nicosthenes,Νικοσθένης, fabrikant en schilder van vazen in zwartfigurigen stijl; hij hoort tot den overgangstijd (laatst van de 6deeeuw); er zijn ook enkele roodfigurige vazen uit zijne fabriek of van zijne hand bewaard gebleven.
Nicostratus,Νικόστρατος, 1) zoon van Menelāus en Piëris.—2)atheensch veldheer in den peloponnesischen oorlog, streed opCorcȳraen in Argolis.—3)bevelhebber van een troep argivische huurlingen onder Artaxerxes Ochus.
Niger(C.Pescennius), ziePescennius Niger(C.).
Nigidius Figulus(P.), een zeer geleerd vriend van Cicero en een beoefenaar der pythagoreïsche wijsbegeerte, ervaren in astrologie endivinatio. Hij schreef verschillende werken: deextis, deauguriis, dediise.a. Caesar verbande hem (46).
Nilus,Νεῖλος, de bekende riv. de Nijl, waaraan Aegypte zijne vruchtbaarheid te danken heeft. Bij Homerus draagt hij den naam Aegyptus (ὁ Αἴγυπτος). Hij had zeven mondingen ofostia(στόματα):Pelusiacum, Taniticum, Mendesium,Phatniticum, Sebennyticum, BolbitinumenCanobicum. De laatste werd ook welostium HeracleoticumofNaucraticumgeheeten. Deze Nijlarmen waren door een net van kanalen verbonden, terwijl nog weer andere kanalen in zee uitliepen.
Niniveh, stad =Ninus.
Ninnii, plebejisch geslacht uit Campania. Er komt een volkstribuunL. Ninnius Quadrātusvoor als hevig tegenstander van P. Clodius Pulcher, den vijand van Cicero.
Ninus,Νῖνος, de mythische stichter van het assyrische rijk, wien de verovering van Babylonië, Medië, Klein-Azië en Batrië en de stichting van Niniveh toegeschreven worden. Hij stierf na een regeering van 52 jaar en werd opgevolgd door Semiramis, die hij kort te voren tot vrouw genomen had.
Ninus,Νίνος, hoofdst. van het oud-assyrische rijk, ookNinivehgeheeten, aan den rechteroever van den Tigris gelegen, tegenover de tegenw. stad Mossoel. De stichting wordt toegeschreven aan Ninus en Semiramis; in 606 werd het door Cyaxares en Nabopolassar, koningen van Medië en Babylonië,in den opstand tegen het assyrische rijk ingenomen en verwoest. De Grieken hebben het dus nooit gekend (zieΜέσπιλα), en hoewel Niniveh ongetwijfeld groot en sterk is geweest, zijn toch waarschijnlijk de berichten overdreven, die er eene stad van 480 stadiën (16 uren gaans, evenals Babylon) in omtrek van maken. Er bleef in verloop van tijd van Niniveh geen spoor over (in den keizertijd wordt de stad echter wederom vermeld), totdat in 1843 na C. de fransche consul te Mossoel, de heer Botta, en van 1845 tot ’47 de Engelschman Layard door opgravingen in den omtrek van Mossoel, Khorsabad en Nimroed een schat van bouw- en kunstwerken aan het licht brachten met allerbelangrijkste opschriften in spijkerschrift, waardoor de oud-assyrische geschiedenis voor een aanzienlijk gedeelte ontsluierd is. Niniveh bestond, zooals uit de opgravingen is gebleken uit drie steden, die dicht bijeen lagen, 1º. het eigenlijke Niniveh, het Mespila vanXenophon; 2º. Kalach—het Larissa door Xenophon genoemd, tgw. Nimroed; 3º. een stad ten N. van Niniveh, Dur-Sarrakin geheeten.
Ninyas,Νινύας, zoon van Ninus, z.Semiramis.