S.SabaofSabae,Σάβα, Σάβαι, 1) naam van eene stad der Sabaeërs (z.Sabaei) in Arabia Felix, ook Mariaba geheeten, die op een hoogen, boschrijken berg was gelegen, en door den praefectus van Aegypte, Aelius Gallus, bij diens mislukten arabischen veldtocht te vergeefs aangevallen werd (24).—2)stad in Aethiopia aan de arabische golf.Sabacos,Σαβακώς, -κών, koning van Aethiopië, die Aegypte veroverde en het na eene regeering van 50 jaar ten gevolge van een droomgezicht vrijwillig verliet. Dit zou volgens het verhaal van Herodotus in de 11eeeuw geschied zijn. In werkelijkheid hebben drie aethiopische koningen, waarvan de eerste Sabacos heette, tusschen 728 en 672 bij tusschenpoozen over Aegypte geregeerd, onder voortdurende oorlogen met de Assyriërs, die ten slotte het land veroverden.Sabaei,Σαβαῖοι, Seba, Sheba, aanzienlijk volk in Arabia Felix, in het tegenw. Yemen. Hun land bracht kostbare specerijen en reukwerken voort, waarin zij een winstgevenden handel dreven. Zij golden voor het rijkste en weelderigste volk der wereld. Van hun rijkdom waren allerlei fabelen in omloop.Sabaria, Savaria, oude bojische stad, onder keizer Claudius rom. kolonie, in Pannonia Superior, waarvan nog vele overblijfselen aanwezig zijn (Stein am Anger).Sabata, 1) oud etruscisch stadje ten N.-W. van Rome aan den lacus Sabatīnus.—2)stad in Liguria, met een havenVada Sabatia, ook wel kortwegVadagenoemd.Sabatīni, volksstam in Campania, aan de riv.Sabātus, een zijtak van den Vulturnus.Sabatīnus lacus, meertje in Etruria, ten N. W. van Rome.Sabazius,Σαβάζιος, een phrygisch of thracisch god, die door de Grieken overgenomen werd en met Dionȳsus vereenzelvigd werd; hij staat ook in betrekking tot Rhea Cybele (z. a.). Soms heet hij een zoon van Zeus en Persephone, en wordt van hem verhaald dat de Titanen hem op last van Hera in stukken scheurden, waarbij Zeus echter zijn hart redde en aan Athēna gaf. Ook Zeus zou den naam S. gedragen hebben, maar dien bij de geboorte van Dionȳsus aan dezen afgestaan hebben.—Zijne feesten (Σαβάζια) overtroffen in buitensporigheid nog die van Dionȳsus en Rhea Cybele.Sabbata,Σάββατα, =Sabatano. 2.Sabelli, zieSabīni.Sabi Regnum,Σάμβου βασιλεία, klein indisch rijkje van zekeren vorst Sabus of Sambus, in India, ten W. van den Ganges, ten O. van Pattalēne.Sabīna, echtgenoote van keizer Hadriānus.—OverPoppaea SabinaziePoppaeino. 3 en 4.Sabīni,Σαβῖνοι, bergvolk in het hart vanMidden-Italië, tusschen Etruria, Umbria en Latium. Het breidde zich in den loop der vijfde eeuw in Midden- en Zuid-Italië uit, waar het zich met de oude oscische bevolking vermengde en zelfs de taal daarvan aannam. In tegenstelling van de Sabijnen in de vroegere woonplaats werden de Sabijnen in het door hen veroverde gebiedSamnītesgenoemd,Σαυνῖται=Sabinītae. Evenals de naamSabīna,ἡ Σαβίνη, tot het gebied der oude Sabijnen beperkt bleef, bleef ook de naamSamnium,Σαυνῖτις, tot een gedeelte van het samnietisch gebied beperkt, hoewel de Samnieten ook Campania (z. a.) en Lucania vermeesterden en de Hernici in Latium, de Picentes of Picēni, de Marsi, Marrucīni, Paeligni, Vestīni, Frentāni ook tot denzelfden stam behoorden. Al die stammen nu van sabijnschen oorsprong buiten het oude stamland worden gezamenlijkSabelligenoemd en met inbegrip der Sabijnen zelven spreekt men nog liever van sabellischen, dan van sabijnschen stam. In het eigenlijke Samnium onderscheidde men de Hirpīni, de Pentri, de Caudīni, de Caracēni, in Campania de Picentīni en Sidicīni. De Sabijnen waren een krachtig, landbouwend volk; Cicero noemt zefortissimos viros, florem Italiae ac robur rei publicae. De gewoonte van hetver sacrum(z. a.) bevorderde hunne verbreiding. Omtrent den Sabijnschen maagdenroof zieRomulusenRoma. De Sabijnen onderwierpen zich in 290 en werdencives sine suffragio. De Samnieten en de overige Sabellen zetten den strijd nog voort tot 272 en bogen toen ook noode het hoofd. In den bondgenootenoorlog waren zij verbitterde vijanden van Rome, totdat Sulla in 82 de beslissende zegepraal op Pontius Telesīnus behaalde en den strijd in verdelging deed overgaan; Samnium werd uitgemoord en bleef braak liggen; van dezen slag heeft het zich nooit hersteld; men zag er voortaan slechts armoedige dorpen.Sabiniāni, naam der juristen uit de school van C. Ateius Capito. Zij werden zoo geheeten naar een der beroemdste vertegenwoordigers dezer school, Masurius Sabīnus, ten tijde van Tiberius en Nero.Sabīnum, landgoed ten N. van Tibur, op de grenzen van het sabijnsche land, door Maecenas aan den dichter Horatius ten geschenke gegeven. Het was niet groot, maar lag heerlijk in een boschrijk dal. Op het landgoed ontsprong de bron Bandusia en vloeide de beek Digentia.Sabīnus, 1)Sabinus, rom. dichter, tijdgenoot van Ovidius, die o. a. antwoorden schreef op diensHeroïdes. Hij stierf op jeugdigen leeftijd; of dit dezelfde is als Sabinus, de vriend van Horatius, is onbekend.—2)Masurius Sabinus, uit Verōna, rechtsgeleerde en oudheidkundige onder Tiberius en Nero, zieSabiniani.—3)Flavius Sabinus, oudere broeder van Vespasiānus, was onder Claudius stadhouder van Moesia en onder Neropraefectus urbite Rome. Galba ontsloeg hem, doch Otho herstelde hem in zijn ambt. Bij den strijd tusschen de troepen van Vitellius en Vespasianus werd hij met een aantal senatoren en ridders op het Capitool ingesloten en door de soldaten van Vitellius belegerd. Toen deze het Capitool in brand staken, geraakte Sabinus in handen van het gepeupel, dat hem vermoordde.—4)Iulius Sabinus, een aanzienlijk Trevir, ruide zijn volk tegen Vespasianus op, doch werd gevat en ter dood gebracht.—5)Familienaam in degentes Calvisia, Claudia, PoppaeaenSicinia.Sabis, thans Sambre, zijtak der Mosa (Maas), op welks oever Caesar in een hevigen en gevaarlijken strijd de Nerviërs versloeg.Sabrata,Σαβράτα, phoenicische volkplanting, later rom. kolonie in Tripolitāna, tusschen de beide Syrten.Sabrīna,Σαβριάνας, rivier in het Z.W. van Britannia, thans Severn.Sabus, zoon van Sancus, de oudste koning der Sabijnen, die als een god vereerd werd. Men schreef hem de uitvinding van den wijnbouw toe.Sacadas,Σακάδας, van Argos, beroemd toonkunstenaar en elegisch dichter, die driemaal bij de Pythia den prijs behaalde, omstreeks 600. Een niet nader bekend muziekinstrument wordt naar hemσακάδιονgenoemd.Sacae,Σάκαι, woest nomadenvolk, voortreffelijke ruiters en boogschutters, ten O. der Massageten, in het steppenland der tegenw. Kirghizen. ZieBactria.Sacellum, kapel aan eene godheid gewijd, bestaande uit een altaar met een muur er om, doch zonder dak.Sacer, aan de goden geheiligd, doch in boozen zin = aan de goden der onderwereld gewijd en dus vogelvrij verklaard. Wiesacerwas, kon straffeloos gedood worden, zulk een vonnis heettesacratio capitis. Ziesacratae(leges).Sacer(mons), 1) heuvel ¾ uur N.O.waarts van Rome aan den Anio, ongeveer waar de via Nomentāna deze rivier kruist; v. a. bij Crustumerium. In de rom. geschiedenis is deze berg bekend door de eerstesecessio plebis.—2)ZieἹερὸν ὄρος.Sacerdos, familienaam in degens LiciniazieLiciniino. 34 en 35.Sacra via, eene der hoofdstraten van Rome, die langs de noordelijke helling van denmons Palatīnusnaar het forum liep en daarvan den Zuidkant volgde in de richting naar het Capitool.Sacramentum, 1) de krijgseed, die den soldaten werd afgenomen. Hierbij zwoeren de soldaten trouw aan den veldheer, later aan den keizer.—2)de geldsom die bij eenelegis actio per sacramentumdoor beide partijen vóór het proces gedeponeerd en door den verliezer verbeurd werd. Dit was namelijk eene der oudste vormen om een proces in te leiden, dat men zijne tegenpartij op eene som geld daagde. Hij was afkomstig uit hetius pontificiumen het verbeurde geld werd oorspronkelijk tot sacrale doeleinden bestemd. Vandaar dan ook de naam.Sacrātae(leges) heeten de wetten tot waarborg van de onschendbaarheid der volkstribunenen plebejische aedielen. Wie zich aan hen vergreep kon voorsacer(z. a.) verklaard worden. Om dezelfde reden wordt ook de lex Valeria Horatia de provocatione van 449 eenelex sacratagenoemd.Sacratio capitis, ziesacer.Sacriportus, 1)Ἱερὸς λιμήν, vlek in Latium tusschen Signia en Praeneste, waar Sulla in 82 den jongen Marius versloeg.—2)stadje aan de golf van Tarentum, ten W. van Tarentum.Sacrovir(Iulius), een aanzienlijk Aeduer, trachtte onder de regeering van Tiberius een opstand in Gallia te verwekken (21 n. C.), doch werd reeds in het eerste gevecht verslagen en viel op de vlucht door eigen hand.Sacrum promunturium,ἱερὸν ἀκρωτήριον, naam van onderscheiden kapen: 1) Z.W. punt van Hispania (kaap St. Vincent).—2)ergens in het Noorden van Corsica.—3)W. spits van den Cragus in Lycia.—4)Nog een kaap in Lycia aan de pamphylische grenzen, tegenover de Chelidonische eilanden.—6)kaap in Pontus, ten W. van Trapezus.Sadocus,Σάδοκος, zoon van den thracischen koning Sitalces, die zijn vader tot een bondgenootschap met Athene bewoog, en daarvoor met het atheensch burgerrecht begiftigd werd (431). Toen een gezantschap van Spartanen en Corinthiërs Sitalces tot het verbreken van dit bondgenootschap trachtte te bewegen, bewerkte Sadocus, dat de gezanten aan de Atheners werden uitgeleverd.Sadyattes,Σαδυάττης, zoon en opvolger van Ardys, koning van Lydië 615–610, zette den door zijn vader begonnen oorlog met Milētus voort, doch kon evenmin als deze de stad innemen.Saeculāres(ludi), eeuwfeesten van Rome’s bestaan. Door een heraut werd het volk opgeroepen tot deze spelen,quos numquam quisquam vidisset neque spectaturus esset. Plechtige offers,lectisternia, gebeden, optochten, wedrennen, gladiatorengevechten,venationesof dierengevechten, hetludicrum Troiae, zang, dans, enz., wisselden elkander af, drie dagen en drie nachten achtereen. De nachtelijke feestviering gaf aanleiding tot ongebondenheid, daarom verbood Augustus het bijwonen daarvan aan jongelieden van beiderlei kunne, tenzij onder toezicht van oudere bloedverwanten. Het feest werd besloten door eencarmen saeculare, dat in den Apollotempel door 27 jongelingen en 27 jonge meisjes werd gezongen. Zóó heeft Augustus bij de nieuwe regeling door hem ingevoerd, het feest in 17 laten vieren, en Horatius heeft daarvoor hetcarmen saecularegedicht. Vroeger was het meer een feest ter eere van Dis pater (Πλούτων) en Proserpina, tot afwending van onheilen, die naar het nieuwesaeculumniet konden overspringen, zooals men meende. Het feest is gevierd in 463, 363 en 263, en daarna weder opnieuw onder den verschen indruk van de rampen van den 1stenPunischen oorlog in 249, en dan weer in 146; dit zijn deTerentini ludi(z. a.). Deludi saecularesvan Augustus zijn herhaald door Domitiānus in 88 n. C. en door Septimius Sevērus in 204 n. C., waarbij hetsaeculumberekend werd op 110 jaar, terwijl daarnaast het stichtingsjaar der stad herdacht werd in 47 n. C. (800), 147 n. C. (900) en 248 (1001).Saenia(lex), van L. Saenius, consul suffectus in de twee laatste maanden van 30. Door deze wet werd aan Octaviānus het recht verleend, aanzienlijke plebejers onder depatriciiop te nemen.S(a)epīnum,Σαίπινον, stad in Samnium, ten O. van Boviānum.Saepta, zieovīle.Saetabis, stad der Contestāni in Hispania, ten Z. van den Sucro (Xucar). De plaats was een rom. municipium, met veel vlasteelt en weverijen. Ook wordt eene rivier van dezen naam in het Z. van Hispania vermeld.Saevo mons, gebergte in Scandia, het tgw. noorweegsche Kjölengebergte.Sagalassus,Σαγαλασσός, aanzienlijke stad en grensvesting in Pisidia, op de helling van een heuvel gebouwd. De inwoners hadden den naam van bijzondere dapperheid.Sagaris,Σαγαρίς=Sangarius.Sagartii,Σαγάρτιοι, nomadenstam in het binnenland van Iran, ten O. van Persis en Media.Sagittarius,Arcitenens,Τοξότης, het sterrenbeeld de Boogschutter, z.Chiron.Sagmen, gewoonlijk plur.sagmina, zieverbēna.Sagra,Σάγρας, kustrivier in Bruttium, die tusschen Locri en Caulonia in zee valt. Hier werden omstreeks 550 de Crotoniaten bloedig verslagen door de inwoners van Locri Epizephyrii. Van hier kwam een grieksch spreekwoord,ἀληθέστερα τῶν ἐπὶ Σάγρα= het is nog waarachtiger dan het gebeurde bij Sagra.Sagrus, rivier in Midden-Italië, stroomt door Noord-Samnium en het land der Frentāni.Sagum, een wollen soldatenmantel, die op den eenen schouder door een gesp werd vastgehouden en, uitgespreid, als deken kon gebezigd worden. In hoofdzaak was het een groote vierkante lap, die men dubbel vouwde en dan omsloeg. Zie de afbeelding bijfasces.SaguntiaofSegontia,Σαγουντία, stad der Arevaci in Hispania, aan een zijtakje van den Tagus, thans Siguenza.Saguntum,Σάγουντον, bloeiende stad der Edetāni aan de O.kust van Hispania, nabij het tegenw. Murviedro, aan de rivier Pallantias. Het was, zooals men later aannam, eene volkplanting van Zacynthus (Zante), en kolonisten uit Ardea hadden aan de stichting deelgenomen. Het was in bondgenootschap met Rome, toen het in 219 door Hannibal werd aangevallen en, in weerwil eener heldhaftige verdediging, ingenomen en verwoest werd. Toen de Carthagers hierop de uitlevering van Hannibal weigerden (Maart 218), begon de tweede punische oorlog. Later (210) werd Saguntum door de Romeinen als kolonie herbouwd.Saii,Σάιοι, een thracische volksstam in de omgeving van Abdēra.Sais,Σάις, oude hoofdstad van Beneden-Aegypte, aan den Bolbitinischen Nijlarm, met een prachtigen tempel der godin Neïth, het graf van Osīris en graven der oude Pharao’s. Bij genoemden tempel werd het jaarlijksche lampenfeest gevierd, waarbij alle huizen gedurende den nacht met een kring van brandende lampen omgeven waren.Saītis,Σαῖτις, bijnaam, onder welken Athēna te Lerna vereerd werd, misschien naar Sais in Aegypte, z.Neïth.Sala,Σάλας, naam van twee rivieren in Germania, 1) de tegenw. saksische Saale, zijtak van den Albis (Elbe).—2)de tegenw. frankische Saale, zijtak van den Moenus (Main). Deze laatste was grensrivier tusschen de Hermundūri en de Chatti.Salacia, romeinsche zeegodin, die tot den kring van Neptūnus hoort; in de grieksch-romeinsche mythologie is ze bij Neptunus moeder van Triton. Ook bijnaam van Venus, de uit de zee geborene.Salaeca, Salēca, stad in het gebied van Carthago, ten Z.O. van Utica, in 204 door Scipio Africānus Maior veroverd.Salaminia,Σαλαμινία, een atheensch schip, dat voor dezelfde doeleinden gebruikt werd als de Paralus (z. a.).Salamis,Σαλαμίς, gen.-ῖνος, 1) eiland aan de W.kust van Attica, bekend door de luisterrijke overwinning, die de grieksche vloot in 480 op die van Xerxes behaalde. Hier heerschte tijdens den trojaanschen oorlog Telamon, de vader van den eenen Ajax en van Teucer. Later kwam het eiland onder Megaris en werd onder Solon door de Atheners veroverd. In de 3deeeuw is het meestal in handen van de Macedoniërs, tot Athene het met hulp van Arātus in 232 hernam. De oude hoofdstad Salamis lag op de Zuidspits, de nieuwe,Salamis nova, op de Oostkust.—2)Toen Teucer van Troje terugkeerde, zonder zijn broeder Ajax te hebben gewroken, werd hij door Telamon verstooten. Daarop stevende Teucer oostwaarts en stichtte op de oostkust van Cyprus eene nieuwe stad Salamis, die de voornaamste stad van Cyprus werd. Zij had een zeer ruime haven. In 449 behaalden de Atheners hier eene overwinning op de perzische vloot. Onder de regeering van Constantijn den Gr. werd zij door eene aardbeving verwoest, doch onder den naam Constantia herbouwd en tot hoofdstad van Cyprus verheven.Salapia, oude daunische stad in Apulia, v. s. door Diomēdes gesticht. In den bondgenooten-oorlog werd ze verbrand en kwam niet weder tot bloei. Ze lag in eene moerassige streek, zoodat ze op sommige tijden bijna onbewoonbaar was.Salapīna palus, meer bij Salapia, dat door een kanaal met de zee verbonden en tot haven gemaakt werd.Salaria(via), oudste heirweg in Italië, waarlangs het zout van de Salinae aan de monding van den Tiber naar het land der Sabijnen (Reate) vervoerd werd. Later werd de weg door de Apennijnen verlengd tot Truentum aan de Adriatische zee.Salassi,Σαλασσοί, Alpenvolk in den N.W. hoek van Gallia Cisalpīna aan de Alpes Graiae en Poenīnae. Onder Augustus werden zij minder onderworpen dan uitgeroeid (25 v. C.); de veldheer Terentius Varro (Liciniino. 32) liet er 26000 als slaven verkoopen. Er lagen goudmijnen in hun gebied. Uit de legerplaats der praetoriaansche bezetting ontstond de stadAugusta Praetoria, thans Aosta.Saldae,Σάλδαι, aanzienlijke zeestad in het O. van Mauretania Caesariensis.Salduba, zieCaesaraugusta.Sale,Σάλη, stad op de Z.kust van Thracia, ten W. van den Hebrus.Salēca=Salaeca.Salentīni,Σαλεντινοί, volksstam in Calabria aan de golf van Tarentum. Ook kaapIapygiumwordt naar henpromunturium Salentīnumgenoemd.Salernum,Σάλερνον(Salerno), zeestad in het Z. van Campania aan den sinus Paestānus (golf van Salerno), sedert 194 rom. kolonie.Salganeus, Salganea,Σαλγανεύς, stadje in Boeotia aan den Eurīpus, O.waarts van Anthēdon.Salii, frankische stam in den omtrek van het eiland der Batavieren. Ze komen van den IJssel, en dringen in de 4deeeuw het Romeinsche rijk binnen, en zijn de stichters van het latere rijk van Clovis. Een hoofdbestanddeel van hen zijn v.s. de vroegere Sygambren (zie aldaar).Salii, rom. priestercollege, verdeeld in twee gezelschappen, elk van 12 leden. Het oudste, waarvan de instelling toegeschreven wordt aan Numa Pompilius (zieancile), had zijne offerplaats op den palatijnschen berg en droeg den naam vanSalii Palatīni. Het andere, ingesteld door Tullus Hostilius, had zijn heiligdom op den Quirinalis bij de porta Collīna en heetteSalii Collīni(AgonensesofAgonales). De eersten waren aan den dienst van Mars, de laatsten aan dien van Quirīnus gewijd. Den 1enMaart offerde de pontifex maximus in deRegia(z. a.), waar de heilige schilden geborgen waren, en op de volgende dagen trokken de Salii met deanciliaal dansende de stad door, alle tempels en altaren rond, terwijl hier en daar geofferd werd. Deze optocht duurde verscheiden dagen; de liederen, die daarbij gezongen werden, heettenaxamenta, de plaatsen, waar de schilden ’s nachts geborgen werden,mansiōnes. De optochten eindigden met een prachtig feestmaal, vandaar de uitdrukkingepulae Saliares. De Saliërs droegen een priestermuts (zieapexenalbogalērus), eene geborduurde tunica (tunica picta), een metalen borstharnas, de toga praetexta of de trabea, verder zwaard en speer. Zij werden uit de patriciërs gekozen, hun naam beteekent: dansers. Aan hun hoofd stond eenmagister Saliorum, op hem volgde depraesulof voordanser. Bij enkele hunner offers kwam een koor van jonkvrouwenvoor,virgines Saliae, ook met borstpantser en priestermuts, dit waren echter geene priesteressen, maar gehuurde meisjes.Salinae, naam van verschillende steden, in wier nabijheid zout gewonnen werd. Ook de zoutfabrieken droegen dezen naam (ook welsalifodīnae= zoutgroeven). De pacht, die daarvoor aan den staat betaald werd, behoorde tot devectigalia.Salinātor= zoutkooper, bijnaam in degens Livia(Liviino. 7).Sallentini=Salentini.Sal(l)ustii, plebejisch geslacht. 1)C. Sallustius Crispus, geb. in 86 te Amiternum in het sabijnsche land, gaf zich in zijne jeugd nogal aan verkwisting en uitspattingen over. Als volkstribuun was hij in 52 vijandig gezind tegen Milo en diens verdediger Cicero. Door den censor App. Claudius Pulcher werd S. in 50 uit den senaat gestooten, doch Caesar bezorgde hem in 49 de quaestuur en bracht hem in den senaat terug. In 47 maakte Caesar hem tot stadhouder van Numidia, waar S. door afpersingen zijn fortuin herstelde, waarvan hij te Rome de prachtigehorti Sallustianiop den Collis hortorum (M. Pincio) deed aanleggen. Slechts met moeite ontsnapte hij door Caesars invloed aan eene aanklacht. Na Caesars dood trok hij zich uit de staatszaken terug en wijdde zich aan letterkundigen arbeid. Wij hebben nog van hem twee volledige geschriften:CatilinaenJugurthaofBellum Iugurthinum, alsmede fragmenten zijner 5libri Historiarum. Wat verder op zijn naam staat, is onecht. De stijl van S. is gevormd naar dien van Thucydides, kernachtig en pittig. Zijne beschouwingen zijn pessimistisch, als van iemand, die de genietingen der wereld heeft leeren kennen en op lateren leeftijd tot inkeer is gekomen. Hij stierf in 35 of 34.—2)Cn. Sallustius, een vriend van Cicero.—3)C. Sallustius Crispus, achterneef en aangenomen zoon van no. 1, en erfgenaam van diens vermogen, zeer gezien bij Augustus en Tiberius. Horatius droeg hem eene ode op.—4)Flavius Sallustius, vicarius urbis Romae, werd door keizer Julianus totpraefectus praetorio Galliarum(361) en consul (363) benoemd. Hij trachtte te vergeefs Iulianus door middel van een brief van den veldtocht tegen Perzië af te houden. Een andere Sallustius uit dien tijd, wiens ware naam was Saturninus Secundus (Sallustius, juister Salutius, is in dezen tijd eensignum, zienomen), waspraef. praet. Orientis, en begeleidde Iulianus op den tocht naar Perzië. Hij was ambtenaar in Gallia geweest, toen Julianus daar tegen de Germanen streed; Julianus had met hem vriendschap gesloten, en toen keizer Constantius hem daarom terugriep (359) had Julianus tot hem een troostrede, or. IV gericht, die nog over is. Na den dood van Iulianus wilde men hem tot keizer benoemen, maar hij weigerde. Hij is waarschijnlijk de schrijver van een werkπερὶ θεῶν καὶ κόσμου.Salluvii, de machtigste der ligurische stammen op de kust van Gallia Narbonensis, tusschen de Alpen en den Rhodanus (in het tegenw. Provence). In hun gebied werd in 600 door de Phocencers Massilia gesticht. Na langen strijd werden zij in 122 aan Rome onderworpen door den proconsul C. Sextius Calvīnus, die in hun gebied Aquae Sextiae stichtte (Aix).Salmacis,Σαλμακίς, z.Hermaphroditus.Salmanassar,Σαλμανασάρης, naam van eenige assyrische koningen. De beroemdste is S. IV, die gedurende zijne korte regeering (726–722) een einde maakte aan het rijk Israël, koning Hosēa gevangen nam en Samarīa veroverde.Salmantica, stad der Vettones in Hispania aan den Termes, een zijrivier van den Durius (Douro), thans Salamanca.Salmōne,Σαλμώνη, 1) overoude stad in het elische gewest Pisātis aan den Enīpeus.—2)=Salmonium.Salmōneus,Σαλμωνεύς, zoon van Aeolus en Enarete, ging van Thessalië naar Elis en stichtte daar de stad Salmōne. Hij waagde het zich met Zeus gelijk te stellen, en bootste daartoe door kunstmiddelen bliksem en donder na, maar Zeus doodde hem met den bliksem, wierp hem in den Tartarus en verwoestte de door hem gestichte stad.Salmōnis, Tyro, dochter van Salmōneus.SalmoniumofSamonium, kaap aan de N.O. punt van Creta.Salmydessus,Σαλμυδησσός, stad en kuststreek van Thracia aan den Pontus Euxīnus, berucht door strandroof.Salo, rechterzijtak van den Ibērus (Ebro) in Hispania, die langs de stad Bilbilis stroomt.Saloë, zieSipylus.Salonaof-nae,Σαλῶνα, -ναι, hoofdstad van Dalmatia, rom. kolonie, sterk door hare ligging, met slechts één toegang aan de landzijde door den nabijgelegen bergpas Clissūra. In de nabijheid, bij Spalatum, lag de prachtige villa van Diocletiānus, waarvan nog overblijfsels aanwezig zijn. Door de Gothen werd Salona verwoest. Het bleef echter ook onder het byzantijnsche keizerrijk een zeer belangrijke havenstad.Salsa(mola), speltmeel met zout vermengd, waarmede de offerdieren vóór het slachten werden bestrooid.Salus, personificatie van gezondheid en welvaart. DeSalus publica populi Romanihad sedert 302 een tempel op den Quirinālis (zieFabiino. 24), die in de plaats kwam van een ouder heiligdom; men bad tot haar bij het begin van het jaar, maar moest eerst door middel van hetaugurium Salutisvragen of zulk een gebed geoorloofd was. De zaak is echter zeer onduidelijk overgeleverd. Nevens deze Salus werd in den keizertijd ook deSalus Augustaaangebeden.—Hare afbeeldingen gelijken veel op die van Fortūna.Salustii=Sallustii.Salutatio matutina, morgengroet of morgenbezoek, door vrienden en cliënten aan aanzienlijke personen gebracht.Dit bezoek had plaats in de eerste paar uren na zonsopgang. Zieclientes.Salutius, z.Sallustiino. 4.Salvidiēni.Q. Salvidienus Salvius Rufus, van onaanzienlijke geboorte, was een groot vriend van Octaviānus, vergezelde hem naar Apollonia, was later in den burgeroorlog zijn legaat, doch werd op zijn bevel ter dood gebracht wegens het aanknoopen van geheime onderhandelingen met Antonius.Salvii.1)Salvius, volkstribuun in 43, verzette zich tegen het senaatsbesluit, waardoor Antonius (in den mutinensischen oorlog) tot vijand van den staat werd verklaard. Toch was hij met Cicero een der eerste slachtoffers der proscriptie.—2)Salvius, voorlezer en bibliothecaris van T. Pomponius Atticus.—3)M. Salvius Otho, grootvader van keizer Otho, was uit Etruria afkomstig en kwam onder Augustus door Livia’s invloed in den senaat.—4)L. Salvius Otho, zoon van no. 3, een gunsteling van Tiberius, zeer streng op het punt van krijgstucht, was stadhouder in Africa en ontdekte eene samenzwering tegen Claudius.—5)M. Salvius Otho, zoon van no. 4, rom. keizer. ZieOtho.—6)L. Salvius Otho Titiānus, oudere broeder van no. 5, streed voor dezen tegen Vitellius bij Bedriācum, doch werd verslagen en gevangen genomen. Hij bleef echter gespaard.—7)C. Salvius Liberālis, redenaar, door Plinius minor zeer geprezen.—8)Salvius Iuliānus, zieIuliāni.—9)Salvius, aanvoerder in een slavenopstand op Sicilia in 104, zieTryphon.Salyes,Σάλυες=Salluvii.Samara, rivier in Belgica, de Somme.Samarīa,Σαμάρεια, of Schomrôn (= wachtpost), stad in het midden van Palaestina, door koning Omri gesticht als hoofdstad van het rijk van Israël, ter vervanging van het oude Sichem als residentie. Na den val van het rijk bleef het oude gebied van den stam van Ephraïm en den halven stam van Manasse onder den naam Samarītis of Samaria bekend. Tijdens de Makkabaeën ging het zuidelijke gedeelte aan Judaea verloren. De stad Samaria lag op een heuvel midden in een groot dal; in 722 werd zij verwoest door den assyrischen koning Salmanassar, in 307 onderging zij hetzelfde lot door Ptolemaeus I Lagi, en later nogmaals door den Makkabaeër Hyrcānus. Door Herōdes den Gr. werd zij vergroot en verfraaid, en ter eere van AugustusSebaste,Σεβαστή, genoemd. Over het landschap zie men verderPalaestina.Samarobrīva, stad der Ambiāni in Belgica, aan de Samara (Somme), thans Amiens.Sambūca,σαμβύκη, 1) snareninstrument van zeer verschillende afmetingen, eenigszins overeenkomende met onze harp.—2)belegeringswerktuig, vermoedelijk eene valbrug, die uit een belegeringstoren werd neergelaten op de muren der belegerde stad.Sambus, zieSabi regnum.Same, of-us,Σάμη, -ος, zieCephallenia.Samia,Σαμία=Samicum.Samicum,Σαμικόν, stad in het Z. van Elis, in Triphylia.Saminthus,Σάμινθος, plaatsje in Argolis, ten N.W. van Mycēnae.Samnietische oorlogen.Bij de oude geschiedschrijvers worden 3 oorlogen van de Romeinen met de Samnieten vermeld. De eerste samnietische oorlog van 343 tot 341 heeft echter nooit plaats gehad, daar in dien tijd de Romeinen en Samnieten ten nauwste met elkaar verbonden waren, en de Samnieten de Romeinen hielpen om de Volscen en andere stammen te onderwerpen, en ook aan den oorlog tegen den Latijnschen bond (340–338) hebben deelgenomen. Er worden drie overwinningen uit het jaar 343 verzonnen: bij den Gaurus mons (z.a. enCorneliino. 5), in de Caudijnsche passen en bij Suessula. De tweede (in werkelijkheid de eerste) Samn. oorlog is gevoerd van 328 of 326–304, waarin de voornaamste gebeurtenis is de nederlaag der Romeinen in de Caudijnsche passen in 321 (zieCaudium), waarna de oorlog een paar jaar gestaakt werd. De laatste oorlog duurde van 299 of 298 tot 290, en eindigde met de volledige onderwerping van Samnium (z. echterSabini) en de inlijving van het sabijnsche land.Samnītes, Samnium, zieSabīni.Samonium=Salmonium.Samosata,τὰ Σαμόσατα, versterkte hoofdstad van Commagēne, aan den Euphraat, geboorteplaats van Luciānus.Samothrāce,Σαμοθράκη, thans Samothraki, eiland op de thracische kust tegenover de monding van den Hebrus (Maritza), met een hoogen berg,Saōce,Σαώκη. Het eiland was vooral bekend door de vereering derCabīri(z. a.).Sampsiceramus, spotnaam, door Cicero aan Pompeius gegeven, naar een nietsbeduidend koninkje te Emesa in Syria.Samus,Σάμος, thans Samo, machtig eiland op de ionisch-aziatische kust, eerst bevolkt door Lelegers en Cariërs, later door Ioniërs en Doriërs. Het was reeds vroeg eene aanzienlijke zeemogendheid; de Samiërs waren de eersten, die triëren bouwden (704). Na vele twisten tusschen adel en volk, maakte in ± 540 Polycrates zich van het bestuur meester. Zijne regeering was een tijdperk van grooten bloei. Kort na zijn dood werd het eiland, niet zonder tegenstand en verwoesting, aan de Perzen schatplichtig en onder Polycrates’ jongeren broeder Syloson geplaatst. Onder Syloson’s zoon Aeaces namen de Samiërs wel deel aan den ionischen opstand (500), doch liepen na den slag bij Lade tot den vijand over. Als lid van het attische zeeverbond bewaarde Samus later eene zekere mate van onafhankelijkheid, totdat in 440 bij een geschil tusschen Samus en Milētus de Atheners te gebiedend optraden, waarop het eiland de gehoorzaamheid opzegde. Na een beleg van negen maanden slaagde Pericles er in, den opstand te bedwingen; de vestingwerken werden geslecht, de vloot uitgeleverd, den Samiërs een zware boete opgelegd en een gedeelte van het eiland tot cleruchieën gemaakt. In den peloponnesischen oorlog bleef Samus aan Athene trouw, doch na den slag bij Aegospotami moest het voor Lysander zwichten en spartaansche bezetting opnemen, terwijl de atheensche kolonistenverdreven werden. In 394 kwam het opnieuw bij Athene, in 390 weder bij Sparta, daarna aan Perzië, in 365 werd het heroverd door de Atheners, die er in 352 weder 2000 cleruchen heenzonden. In 322 werd het door Perdiccas den Atheners ontnomen, in 319 door Polyperchon hun teruggegeven, en sedert veranderde het nog herhaaldelijk van meester, tot het eindelijk door Rome in den mithradatischen oorlog bij de provincie Asia werd ingelijfd. Door Octaviānus werd het wel eenecivitas libera, doch bloei en welvaart waren reeds lang verdwenen. Het eiland was ongemeen vruchtbaar, zoodat men zelfs spreekwoordelijk zeide, dat de kippen er melk gaven:φέρει Σάμος καὶ ὀρνίθων γάλα. Bouw- en beeldhouwkunst stonden er eenmaal op hoogen trap, en de stad Samus, aan de Zuidoostkust gelegen, en amphitheaterswijze van het strand tegen heuvels oploopende, gold voor eene van de fraaiste en sterkste steden der oudheid. Tal van overblijfselen getuigen nog van den vroegeren tijd. Beroemd was ook het kostbare samische aardewerk. Samus was het vaderland van den decoratieschilder Agatharchus, den beeldhouwer en metaalgieter, tevens goud- en zilverwerker Theodōrus, van de wijsgeeren Pythagoras en Melissus, de dichters Aeschrion en Choerilus e. a. De voornaamste godheid van het eiland was Hera, aan wie een zeer oude en beroemde tempel, door Rhoecus gebouwd, gewijd was.Sana, Sane,Σάνη, naam van twee steden van Chalcidice, de eene op de Westkust van het schiereiland Pallēne, de andere ten N. van de doorgraving van den berg Athos, aan denSingiticus sinus.Sanchoniāthon, Sanchun.,Σαγχουνιάθων, van Berȳtus, schrijver van eene zeer oude phoenicische geschiedenis, die door Herennius Philo (Philono. 8) in het Grieksch vertaald werd. Men vermoedt dat Philo de schrijver en niet de vertaler van dit werk was, en dat de naam S. niets dan een verdichtsel van hem is.Sancus, Semo S., zieDius Fidius.Sandalium,σανδάλ(ι)ον, sandaal, bestond uit een zool met een bovenleder (ζυγόν), dat de teenen en het voorste gedeelte van den voet bedekte.Sandon, assyrisch heros, door de Grieken met Heracles geïdentificeerd.Sandrocottus, Sandracottas,Σανδρόκοττος, Σανδρακόττας, machtig koning van Palibothra, met wien Seleucus Nicātor betrekkingen aanknoopte.Sangala,Σάγγαλα, stad in het gebied der Cathaei in India.Sangarius,Σαγγάριος, aanzienlijke rivier van Asia minor, die in het O. van Phrygia op den berg Adoreus ontspringt, door Galatia, langs en door Bithynia stroomt en in den Pontus Euxīnus valt. Evenals de Halys stroomt hij achtereenvolgens in de meest verschillende richtingen.Sangus=Sancus.Sanherib,Σαναχάριβος, koning van Assyrië, 704–681. Ten gevolge van oproerige bewegingen in Judaea en Phoenicië, die door Aegypte ondersteund werden, trok hij naar het Westen (701), maar eene pest richtte in zijn leger binnen kort zoo groote verwoestingen aan, dat hij terug moest trekken. Hij werd door een van zijne zonen gedood.Sannyrion,Σαννυρίων, dichter der oude attische komedie, tijdgenoot van Aristophanes.Sanquinii, geslacht, dat eerst in den romeinschen keizertijd voorkomt, onder Tiberius en Caligula. Bekend is vooralQ. Sanquinius Maximus, consul saffectuswaarschijnlijk in 25 n. C., stierf alslegatus pro praetorevan Germania Inferior in 47.Santones, -ni,Σάντονες, -νοι, volksstam in Gallia aan den Carantonus (Charente). Hun naam leeft nog voort in dien der landstreek Saintonges. Steden: Mediolānum (Saintes), Condāte (Cognac).Sapaei,Σαπαῖοι, thracische stam ten O. van den mons Pangaeus.Sapientes Septem,οἱ ἑππὰ σοφοί, de zeven wijzen van Griekenland, zeven tijdgenooten (7een 6eeeuw), die door scherpzinnigheid en wijsheid uitmuntten en wier kort geformuleerde spreuken als algemeen geldige lessen van levenswijsheid beschouwd werden: Bias, Chilo, Cleobūlus, Periander (v.a. Myson), Pittacus, Solon en Thales.Sapis,Σάπις, kustriviertje in Gallia Cispadāna, dat ten Z. van Ravenna in de Adriatische zee valt.Sapōres,Σαπώρης, naam van twee koningen uit het nieuw-perzische vorstenhuis der Sassaniden. 1) S. I (241(2)–273 na C.) voerde zware oorlogen tegen de Rom. en nam in 259 keizer Valeriānus bij een onderhoud verraderlijk gevangen. Valeriānus, die tot zijn dood toe (268) gevangene bleef, moest den perzischen koning tot voetbank dienen, wanneer deze te paard steeg. S. veroverde verder Syria, verwoestte Antiochia, Tarsus in Cilicia en drong in Cappadocia door. Door Odenāthus en Zenobia werd hij echter in zijne veroveringen gestuit en naar zijn eigen gebied teruggedreven.—2)S. II (310–379 na C.) was mede een hevig vijand van Rome en vervolgde de Christenen. Het was in den oorlog tegen hem dat keizer Iuliānus omkwam (363 na C.).Sappho,Σαπφώ, van Mytilēne of Eresus op Lesbus, beroemde lyrische dichteres omstreeks 600. Daar zij tot de adelspartij behoorde, moest zij, evenals Alcaeus, omstreeks 596, haar vaderstad verlaten, en heeft toen een tijd lang op Sicilië geleefd. Later keerde zij terug. Zij onderwees te Mytilēne jonge meisjes in muziek en poëzie. Overigens is van haar leven weinig of niets bekend, en de geruchten omtrent haar onzedelijken levenswandel blijken even weinig grond te hebben als het verhaal van hare onbeantwoorde liefde voor Phaon, die haar eindelijk zou hebben doen besluiten, zich van de Leucadische rots in zee te werpen.—Hare gedichten, meest in de naar haar genoemde sapphische versmaat geschreven, waarvan, behalve een vrij groot aantal fragmenten, slechts twee volledig bewaard zijn gebleven, munten uit door dichterlijkengloed en schoone taal, en worden door de ouden terecht hoog geprezen.Saracēni,Σαρακηνοί, rondzwervende stam in Arabia Felix.Sarangae,Σαράγγαι, zieDrangiāne.Sarāpis=Serāpis.Sardanapālus,Σαρδανάπαλος, wordt gewoonlijk de laatste koning van Assyrië genoemd. Van hem wordt verhaald, dat hij na een wellustig en verwijfd leven, door den Mediër Arbaces en den Babyloniër Belesys aangevallen, zich na een tweejarige heldhaftige verdediging in Niniveh met al zijne vrouwen en schatten liet verbranden, omstreeks 888. Inderdaad was de naam van den laatsten assyrischen koning Saracus, en werd Niniveh omstreeks 606 door Nabopolassar en Cyaxares ingenomen. De naam S. is, naar men vermoedt, dezelfde als Assurbanipal, die kort te voren (667–626) niet zonder roem over Assyrië regeerde.Sardes(plur.),Σάρδεις, oude beroemde hoofdstad van Lydia, aan den voet van den Tmolus in het liefelijke dal van den Pactōlus gelegen. In ± 500 werd de lichtgebouwde en grootendeels met stroo gedekte stad door de Ioniërs in brand gestoken. Dit lot onderging zij ook later door den syrischen koning Antiochus den Gr. (192). Ook werd zij tijdens keizer Tiberius door eene aardbeving verwoest. De burcht, die het paleis en de schatkamers bevatte, werd voor onneembaar gehouden. Er zijn nog enkele verstrooide overblijfselen van Sardes aanwezig. Sedert de verwoesting door den mongoolschen veroveraar Timoerlenk of Tamerlan is de stad niet meer opgebouwd.Sardi,Σαρδῷοι, inwoners van Sardinia, een gemengd ras, traag en ruw, en bij de ouden als trouweloos en boosaardig aangeschreven, zoodat zij op de slavenmarkten weinig geld opbrachten en goedkoop waren (Sardi venales). Zij gingen in dierenhuiden gekleed (Sardi pelliti).Sardica=Serdica.Sardinia,Σαρδώ, het tegenw. eiland Sardinië in de Tyrrheensche zee, hetwelk de Carthagers na den eersten punischen oorlog met Corsica moesten afstaan (238). Op de kust lagen phoenicische, carthaagsche en tyrrheensche volkplantingen. Het bezit van het eiland, zoowel door Rome als door Carthago, bepaalde zich eigenlijk tot het kustland. Het hart des lands, het bergland derMontes insāni, werd nooit geheel onderworpen, en gedurig worden krijgstochten der Rom. tegen deSardi(z. a.) vermeld. In 450 na C. kwam het eiland in handen der Vandalen. Het land was niet onvruchtbaar, doch aan landbouw werd weinig gedaan. Er waren schapen, die op geiten geleken; op de kusten werden veel konijnen gevangen, verder leverde het land graan, boomvruchten, zilver en ijzer op. De sardinische honig was eenigszins bitter, evenals de corsicaansche; vandaar:amarior melle Sardo. Er groeide een klimplant,Sardonia herba, met giftige eigenschappen, die een stuipachtig vertrekken van den mond te weegbracht,risus Sardonius.Sardoniusof-nicus(risus), sardonisch lachen, zieSardinia.Sardus,Σάρδος, zoon van Maceris, voerde eene kol. uit Libye naar het eiland Ichnūsa, dat naar hem Sardo (Sardinië) genoemd werd.Sarepta,Σάραπτα, stad van Phoenice, met beroemden wijn, tusschen Tyrus en Sidon.Sarissa,σάρισ(σ)α, een lans, bij de macedonische infanterie in gebruik. Onder Alexander den Gr. was de sar. hoogstens 5½ M. lang, later beproefde men langere, er worden zelfs sar. van bijna 7½ M. vermeld. Ook bij de ruiterij had men een corpsσαρισοφόροι.Sarmatia,Σαρματία. Sarmaten,Sarmatae,Σαρμάται, was de naam van een uitgebreiden volksstam ten O. van den Beneden-Tanais (Don). Daarnaar is door den aardrijkskundige Pomponius Mela (± 50 na C.) de benaming Sarmatia in gebruik gekomen voor het land tusschen de Vistula (Weichsel) en den Tyras (Dniëster) ten W., den Rha (Wolga) ten O., den Caucasus met de aangrenzende zeeën ten Z. en het māre Suevicum of Sarmaticum (Oostzee) ten N. Als scheiding tusschen europeesch en aziatisch Sarmatia werd gewoonlijk de Tanais aangenomen (zieEuropa). Sarmatia werd bovendien bewoond door een aantal groote volksstammen:Venedae(Wenden),Peucīni, Bastarnae, Iazyges, Roxolāni,AlauniofAlāni, waartusschen een aantal kleinere woonden.Sarmaticae portae,Σαρματικαὶ πύλαι, bergpas in den Caucasus, die van Iberia noordwaarts naar Sarmatia voerde.Sarmatici montes, het W. gedeelte der Alpes Bastarnicae, de tegenw. kleine Karpathen.Sarmaticum mare,Σαρματικὸς ὠκεανός, de Oostzee, bij dichters ook wel de Zwarte zee.Sarmizegethūsa,Σαρμιζεγεθούση, koninklijke residentie van koning Decebalus van Dacia, later na de verovering door Traiānus rom. kolonie,colonia Ulpia Traiana Augusta.Sarnus,Σάρνος, rivier in Campania, die langs Nuceria stroomde en bij Pompeii in zee viel. Door de uitbarstingen van den Vesuvius is de loop gewijzigd.Saronicus sinus,Σαρωνικὸς κόλπος, thans golf van Egina, tusschen Attica, den Isthmus en Argolis.Sarpēdon,Σαρπηδών, 1) zoon van Zeus en Eurōpa, geraakte in twist met zijn broeder Minos en vluchtte met Milētus (z. a.) naar koning Cilix, dien hij tegen de Lyciërs bijstond. Later werd hij koning der Lyciërs. Hij beleefde drie menschengeslachten.—2)zoon van Zeus en Laodamēa, koning der Lyciërs, kwam als bondgenoot van Priamus naar Troje, waar hij vele dappere daden verrichtte en eindelijk door Patroclus gedood werd. Zeus liet zijn lijk naar Lycië brengen om daar begraven te worden.Sarpedon(ium)promunturium,Σαρπηδονία ἄκρα, 1) kaap van Thracia tegenover het eil. Imbrus.—2)kaap van Cilicia nabij Seleucīa.Sarrastes, oude stam in Campania aan den Sarnus.Sarsina,Σάρσινα, stad in Umbria, later rom. municipium, nabij de grenzen van Cispadāna, aan den Sapis.Sarte,Σάρτη, stad op het chalcidische schiereiland Sithonia.Sarus,Σάρος, belangrijke rivier, die in Cataonia op den Antitaurus ontspringt, door de stad Comāna stroomt, door den Taurus breekt, langs de cilicische stad Adana vloeit en ten Z. van Tarsus in zee valt.Saso,Σασών, rotsig eilandje op de illyrische kust tegenover kaap Acroceraunium, een zeer gezochte schuilhoek en landingsplaats voor zeeroovers.Saspīres, -ri,Σάσπειρες, -ροί, scythisch volk in de gebergten van N.W. Armenia.Sassanidae,Σασσανίδαι. In 227, v. a. in 224 na C. wierp Artaxerxes (zieArtaxerxesno. 4), parthisch veldheer, den troon der Arsaciden omver, en stichtte het nieuw-perzische rijk. Naar Sassan, Artaxerxes’ grootvader, die van de oud-perzische koningen beweerde af te stammen, werd het nieuwe vorstenhuis dat der Sassaniden genoemd. Zooveel mogelijk had een terugkeer plaats tot oudperzische zeden en instellingen; zoo herleefde o. a. de leer van Zoroaster en de titel “koning der koningen”. Reeds Artaxerxes geraakte met de Rom. in oorlog en de Nieuw-Perzen betoonden zich even verbitterde vijanden van Rome als vroeger de Parthen. Het sassanidische rijk bestond tot in 631, toen de Arabieren Perzië veroverden.Sassula, stad in Latium, aan Tibur onderhoorig; ligging onbekend.Satala,τὰ Σάταλα, aanzienlijke stad en strategisch punt in het N.O. van Armenia minor, van waar vier wegen naar de kust van den Pontus Euxīnus (Zwarte zee) liepen. Het was een der sleutels van Pontus.Saticula,Σατίκολα, stad en sedert 313 lat. kolonie in Samnium op een berg aan de campaansche grens.Satira, oudsatura, eigenlijk: een allegaartje. Eenelanx saturawas een schotel met allerlei spijzen gevuld, oorspronkelijkquae referta variis multisque primitiis sacris Cereris inferebatur. Vervolgens werden gedichten van verschillenden, weinig samenhangenden inhoud met dezen naam bestempeld en wordt de naamsaturatoegepast op de fescennische kluchten en de atellaansche boertspelen. Ennius bracht eene wijziging hierin. Zijnesaturaehadden wel de oude afwisseling van vorm en maat, doch waren van meer ernstigen inhoud. Den grooten overgang echter tot het hekeldicht vormen de satiren van Lucilius (180–103), die in zijne schilderingen een critiseerenden toon aansloeg en aan Horatius tot voorbeeld heeft gestrekt. Zoo werd de satire een soort vancauseriemet hekelenden toon, bij Horatius vroolijk en luimig, bij Persius en Iuvenālis scherp of bitter. Niet alle satiren waren in versmaat, M. Terentius Varro (116–27) schreef proza en poëzie dooreen, door hem zelvensaturae Menippeaegenoemd, omdat hij de voor ons verloren geschriften van den cynischen wijsgeer Menippus tot voorbeeld nam. De varroniaansche satirenvorm vond o. a. navolging bij Seneca en in het Satyricon van Petronius, doch de hekelende strekking, die aan Varro’s geschriften vreemd was gebleven, kreeg de overhand. In de grieksche literatuur komt de satire niet voor; vandaar zegt Quintilianus:satira quidem tota nostra est.Satniois,Σατνιόεις, riviertje in het Z. van Troas, dat bij Hamaxitus in de Aegaeische zee valt.Satrāe,Σάτραι, vrijheidslievend volk in Thracia tusschen den Strymon en den Nestus.Satricum, 1) stad in Latium nabij Antium, oorspronkelijk latijnsch, 488 volscisch, vaak door de Rom. hernomen en weer verloren, in 346 verwoest.—2)municipiumaan den Liris, valt in 321 van de Romeinen af, en sluit zich aan bij de Samnieten; in 319 wordt de stad heroverd en ontwapend. Deze stad wordt vaak met de vorige verward.Satrii.1)Satrius Secundusverried Seiānus.—2)Satrius Rufus, redenaar ten tijde van Domitiānus en Nerva, een vriend van Plinius minor.Saturae palus, moeras in Latium bij het promunturium Circeium, ontstaan door de gebrekkige uitwatering van den Nymphaeus, een riviertje, dat bij Norba ontspringt.Saturēium, -riumof-rum, stadje ten Z.O. van Tarentum, bekend door een fijn paardenras.Saturius(P.), de advokaat van L. Fannius Chaerea, de tegenpartij van Q. Roscius Comoedus (Rosciino. 2).Saturnalia, feest ter eere van Saturnus, jaarlijks te Rome van 17 tot 23 December gevierd. De grieksche wijze van viering van dit feest is ingevoerd in 217. Sedert offerde men aan den godGraeco ritu. Het feest werd beschouwd als eene herinnering aan de gouden eeuw, toen Saturnus op aarde leefde. Allerwege heerschte vroolijkheid, men liet allen arbeid rusten, gaf elkander maaltijden en geschenken, en zelfs de slaven genoten op die dagen vrijheid en werden soms zelfs door hunne heeren bediend, ter gedachtenis aan de gelijkheid van standen onder Saturnus’ regeering. De geschenken, die men elkander gaf, waren vroeger meestal waskaarsen en poppen van aardewerk (z.Sigillaria), later voorwerpen van grootere waarde.Saturnia, 1) oude dichterlijke naam voor Italia, meer in het bijzonder voor Latium (zieSaturnus).—2)oude stad van Etruria, rom. kolonie sedert 183, vroeger Aurinia geheeten.—Zie ookSaturnius.Saturnīnus, 1) familienaam in degentes Appuleia, Sentia, Volusia.—2)Aelius Saturninuswerd van den capitolijnschen berg geworpen, omdat hij een spotdicht op keizer Tiberius had gemaakt (23 n. C.).—3)Aponius Saturninusversloeg in 69 onder Otho, als bestuurder van Moesia, de Rhoxolāni, die een inval gedaan hadden, diende later onder Vespasiānus, en verloor bijna het leven in een soldatenoproer.—4)een der zoogenaamde 30 tyrannen, die in 260 na C., nade gevangenneming van keizer Valeriānus door de Perzen, allerwege tot rom. keizer werden uitgeroepen.—5)generaal onder Aureliānus en Probus, in 280 na C. in Syria tot keizer uitgeroepen en eerst na hevigen strijd overwonnen en door de troepen vermoord.Saturnius, -a, Jupiter, Neptunus, Pluto, Juno en Vesta, kinderen van Saturnus.Saturnus, oud-italisch god van zaadvelden en landbouw. Wegens sommige punten van overeenkomst tusschen hem en Cronus, met wien hij later geheel vereenzelvigd werd, verhaalde men dat hij, door Jupiter van den troon gestooten, na lange omzwervingen in Italië aangekomen en door Janus gastvrij ontvangen was; daarvoor had hij landbouw en beschaving ingevoerd en was zijne regeering een tijd van vrede, overvloed en geluk, dien men de gouden eeuw noemde. Zie ookSaturnalia.—In den tempel, dien hij gemeenschappelijk met zijne gemalin Ops aan den voet van het Capitolium had, werd de schatkist bewaard.Satyri,Σάτυροι, wezens, die tot de omgeving van Dionȳsus behooren en evenals hij het rijke, weelderige leven der natuur voorstellen, maar op ruwe en grof zinnelijke wijs. Zij verheugen zich in drinken, dansen, spelen en muziek, gaarne zijn zij in gezelschap der nimfen, die zij dikwijls tevergeefs met hunne liefde lastig vallen, en jagen zij den eenzamen wandelaar in de stille bosschen vrees en schrik aan. Hun voorkomen wordt als half dierlijk beschreven; zij hadden stompe neuzen, borstelig haar, spitse ooren en een staart; in oudere kunstwerken worden zij dikwijls zoo voorgesteld, maar latere kunstenaars gaven hun eene jeugdige en bevallige gestalte en schoone, maar schalksche gelaatstrekken.—Bij de romeinsche dichters zijn zij gelijk aan Panen, Faunen en dgl.Satyrica fabula,δρᾶμα σατυρικόν, een tooneelstuk, dat op het grieksch tooneel na het treurspel opgevoerd werd, opdat de toeschouwers in vroolijke stemming den schouwburg zouden verlaten, z.Tetralogia. Deze stukken waren in den trant van treurspelen bewerkt, de hoofdpersonen waren ook de bekende epische en tragische helden, maar het koor bestond uit satyrs, die lichamelijk en zedelijk zulk een tegenstelling met die helden vormden, dat uit hunne ontmoeting lachwekkende toestanden geboren moesten worden. Deze dichtsoort werd door Pratinas te Athene ingevoerd.—De Cyclops van Euripides is het eenige satyrdrama, dat wij nog in zijn geheel bezitten.Satyrus,Σάτυρος, 1) S. I, koning van Bosporus, bondgenoot der Atheners (407–393).—2)S. II, koning van Bosporus, sneuvelde na eene korte regeering in een oorlog tegen zijn broeder Eumelus (310).—3)tooneelspeler te Athene, tijdgenoot van Demosthenes.—4)peripatetisch wijsgeer uit de 2deeeuw, schrijver van levensbeschrijvingen van beroemde mannen.—5)grammaticus, leerling van Aristarchus, tijdgenoot van den vorigen.—6)geleerd geneesheer, leermeester van Galēnus, schrijver van commentaren op Hippocrates.—7)naam van een of twee epigrammendichters.Sauconna, latere naam voor den Arar (Saône).Saufēius(L.), vriend van T. Pomponius Atticus te Rome, die hem hielp om zijne bezittingen terug te krijgen, die hij in de troebelen na Caesar’s dood verloren had.Sauromatae=Sarmatae, zieSarmatia.Savaria=Sabaria.Savo, 1) langzaam voortstroomende rivier in Campania tusschen den Liris en den Volturnus.—2)=Sabatano. 2.—3)stad bij de Zee-Alpen, aan zee, ten W. van Genua.Sa(v)us,Σάος, zijtak van den Ister (Donau), thans Sau of Save, in het Z. van Pannonia.Saxa, zieDecidius Saxa.Saxa rubra, zieRubra saxa.Saxum Tarpēium, zie Tarpēii enCapitolinus(mons).Saxones,Σάξονες, germaansch volk tusschen den Albis (Elbe) en de Oostzee in het tegenw. Holstein gevestigd en eerst omstreeks 285 na C. als zeeschuimers opgetreden. Later vormden zij de kern van een verbond der volken van N.W. Germania (z.Chauci), dat zich ook in ons land uitstrekte tot aan de Isala, die de grensrivier tegen de Franken was. Een gedeelte van het volk vestigde zich samen met de Angīli en de Jutten in de 5deeeuw n. Chr. in Engeland.Scaea porta,Σκαιαὶ πύλαι, poort aan de Westzijde van Troje, die naar het grieksche leger leidde.Scaeva, 1) een rom. centurio, die onder Caesar met roem in Britannia streed en in de burgeroorlogen een kasteel bij Dyrrachium met grooten moed verdedigde.—2)bij Horatius een verkwister, die zijne oude moeder vergiftigde.Scaevola, familienaam in degens Mucia.Scalae Gemoniae, zieGemoniaē scalae.Scaldis, rivier in Belgica, thans Schelde.Scamander,Σκάμανδρος, 1) rivier in de trojaansche vlakte, om zijn gele kleur ookΞάνθοςgenoemd. Hij ontsprong op het Idagebergte bij Scepsis, vereenigde zich dicht bij den mond met den Simoïs, waarna zij bij kaap Sigēum in zee vielen. De monding was reeds vroeg bijna dichtgeslibt, zoodat er een kanaal naar zee moest gegraven worden.—2)zieEgesta.Scamandrius,Σκαμάνδριος, de eigenlijke naam van Astyanax.Scandēa, -īa,Σκάνδεια, haven aan de O.-zijde van het eiland Cythēra (Cerigo).Scandia, Scandinavië, waarvan de ouden een zeer onjuiste of onvolledige kennis hadden. Zij kenden eenige eilanden,Scandiae insulae, waarvan het grootste op de Zuidspits van Zweden schijnt te doelen (het tegenw. Scania, Skone, Schonen). De bewoners heetten Hilleviones, en zijn van germaanschen stam.Scandila, Scandira, eilandje in het W. der Aegaeische zee, bij Peparēthus.Scantia Silva, bosch in Campania, met bronnen (aquae Scantiae), in welker nabijheid ontvlambare gassen uit den bodem opstegen.Scapte Hyle,Σκαπτὴ ὕλη, thracisch kuststadje nabij den mons Pangaeus, aan Thasus behoorende. Uit de nabijgelegen goudmijnen trokken de Thasiërs 80 talenten ’s jaars. Thucydides (de geschiedschrijver) die hier ook bezittingen had, bracht er van 423 tot 403 de jaren zijner ballingschap door.Scaptensyla=Scapte Hyle.Scaptia, oude, vroeg verdwenen stad van Latium.Scaptii, rom. geslacht.M. Scaptiushaalde Cicero, die toen proconsul van Cilicia was, over, het geschil over geleende gelden, dat tusschen M. Brutus en de stad Salamis op Cyprus gerezen was en dat Cicero ten gunste van Salamis wilde beslissen, niet af te doen, maar aan zijn opvolger, die op Brutus’ hand was, over te laten.Scapula, zieQuinctiino. 12.Scardōna,Σκαρδῶνα, hoofdst. van Liburnia, in het Z. gelegen, aan den Titius.Scardus mons,Σκάρδον ὄρος, grensgebergte tusschen Illyria ten W. en Dardania en Paeonia ten O.Scarphe, Scarphēa,Σκάρφη, -φεια, stad der epicnemidische Locriërs, het knooppunt der wegen naar de Thermopylae.Scatinavia=Scandia.Scaurus, familienaam in degentes Aurelia(Aureliino. 10) enAemilia(Aemiliino. 11–14).Scelerātus campus, een plein of veld buiten de porta Collīna te Rome, waar vestaalsche maagden, die hare gelofte van kuischheid geschonden hadden, levend begraven werden. Voordat de kluis werd dichtgemetseld, werd er, behalve spijze, ook eene brandende lamp in geplaatst, waardoor de dood nog werd verhaast.Scena,σκηνή, eigenlijk de achter- en zijwanden van het tooneel, in ruimeren zin het geheele tooneel met inbegrip van het proscenium en de ruimte er achter en er naast;οἱ ἐπὶ σκηνῆς, de tooneelspelers;τὰ ἀπὸ σκηνῆς, liederen, die door de tooneelspelers, niet door het koor, gezongen werden.Scenitae,Σκηνῖται(= tentbewoners), algemeene naam der nomadische, onder tenten levende stammen in Arabia en Meroë.Scepsis,Σκῆψις, oude stad in het binnenland van Troas, door Trojanen gesticht, later milesische kolonie. Toen later een groot gedeelte der bewoners naar Alexandria Troas was overgebracht, heette de oude stad Palaescepsis,Παλαίσκηψις.
S.SabaofSabae,Σάβα, Σάβαι, 1) naam van eene stad der Sabaeërs (z.Sabaei) in Arabia Felix, ook Mariaba geheeten, die op een hoogen, boschrijken berg was gelegen, en door den praefectus van Aegypte, Aelius Gallus, bij diens mislukten arabischen veldtocht te vergeefs aangevallen werd (24).—2)stad in Aethiopia aan de arabische golf.Sabacos,Σαβακώς, -κών, koning van Aethiopië, die Aegypte veroverde en het na eene regeering van 50 jaar ten gevolge van een droomgezicht vrijwillig verliet. Dit zou volgens het verhaal van Herodotus in de 11eeeuw geschied zijn. In werkelijkheid hebben drie aethiopische koningen, waarvan de eerste Sabacos heette, tusschen 728 en 672 bij tusschenpoozen over Aegypte geregeerd, onder voortdurende oorlogen met de Assyriërs, die ten slotte het land veroverden.Sabaei,Σαβαῖοι, Seba, Sheba, aanzienlijk volk in Arabia Felix, in het tegenw. Yemen. Hun land bracht kostbare specerijen en reukwerken voort, waarin zij een winstgevenden handel dreven. Zij golden voor het rijkste en weelderigste volk der wereld. Van hun rijkdom waren allerlei fabelen in omloop.Sabaria, Savaria, oude bojische stad, onder keizer Claudius rom. kolonie, in Pannonia Superior, waarvan nog vele overblijfselen aanwezig zijn (Stein am Anger).Sabata, 1) oud etruscisch stadje ten N.-W. van Rome aan den lacus Sabatīnus.—2)stad in Liguria, met een havenVada Sabatia, ook wel kortwegVadagenoemd.Sabatīni, volksstam in Campania, aan de riv.Sabātus, een zijtak van den Vulturnus.Sabatīnus lacus, meertje in Etruria, ten N. W. van Rome.Sabazius,Σαβάζιος, een phrygisch of thracisch god, die door de Grieken overgenomen werd en met Dionȳsus vereenzelvigd werd; hij staat ook in betrekking tot Rhea Cybele (z. a.). Soms heet hij een zoon van Zeus en Persephone, en wordt van hem verhaald dat de Titanen hem op last van Hera in stukken scheurden, waarbij Zeus echter zijn hart redde en aan Athēna gaf. Ook Zeus zou den naam S. gedragen hebben, maar dien bij de geboorte van Dionȳsus aan dezen afgestaan hebben.—Zijne feesten (Σαβάζια) overtroffen in buitensporigheid nog die van Dionȳsus en Rhea Cybele.Sabbata,Σάββατα, =Sabatano. 2.Sabelli, zieSabīni.Sabi Regnum,Σάμβου βασιλεία, klein indisch rijkje van zekeren vorst Sabus of Sambus, in India, ten W. van den Ganges, ten O. van Pattalēne.Sabīna, echtgenoote van keizer Hadriānus.—OverPoppaea SabinaziePoppaeino. 3 en 4.Sabīni,Σαβῖνοι, bergvolk in het hart vanMidden-Italië, tusschen Etruria, Umbria en Latium. Het breidde zich in den loop der vijfde eeuw in Midden- en Zuid-Italië uit, waar het zich met de oude oscische bevolking vermengde en zelfs de taal daarvan aannam. In tegenstelling van de Sabijnen in de vroegere woonplaats werden de Sabijnen in het door hen veroverde gebiedSamnītesgenoemd,Σαυνῖται=Sabinītae. Evenals de naamSabīna,ἡ Σαβίνη, tot het gebied der oude Sabijnen beperkt bleef, bleef ook de naamSamnium,Σαυνῖτις, tot een gedeelte van het samnietisch gebied beperkt, hoewel de Samnieten ook Campania (z. a.) en Lucania vermeesterden en de Hernici in Latium, de Picentes of Picēni, de Marsi, Marrucīni, Paeligni, Vestīni, Frentāni ook tot denzelfden stam behoorden. Al die stammen nu van sabijnschen oorsprong buiten het oude stamland worden gezamenlijkSabelligenoemd en met inbegrip der Sabijnen zelven spreekt men nog liever van sabellischen, dan van sabijnschen stam. In het eigenlijke Samnium onderscheidde men de Hirpīni, de Pentri, de Caudīni, de Caracēni, in Campania de Picentīni en Sidicīni. De Sabijnen waren een krachtig, landbouwend volk; Cicero noemt zefortissimos viros, florem Italiae ac robur rei publicae. De gewoonte van hetver sacrum(z. a.) bevorderde hunne verbreiding. Omtrent den Sabijnschen maagdenroof zieRomulusenRoma. De Sabijnen onderwierpen zich in 290 en werdencives sine suffragio. De Samnieten en de overige Sabellen zetten den strijd nog voort tot 272 en bogen toen ook noode het hoofd. In den bondgenootenoorlog waren zij verbitterde vijanden van Rome, totdat Sulla in 82 de beslissende zegepraal op Pontius Telesīnus behaalde en den strijd in verdelging deed overgaan; Samnium werd uitgemoord en bleef braak liggen; van dezen slag heeft het zich nooit hersteld; men zag er voortaan slechts armoedige dorpen.Sabiniāni, naam der juristen uit de school van C. Ateius Capito. Zij werden zoo geheeten naar een der beroemdste vertegenwoordigers dezer school, Masurius Sabīnus, ten tijde van Tiberius en Nero.Sabīnum, landgoed ten N. van Tibur, op de grenzen van het sabijnsche land, door Maecenas aan den dichter Horatius ten geschenke gegeven. Het was niet groot, maar lag heerlijk in een boschrijk dal. Op het landgoed ontsprong de bron Bandusia en vloeide de beek Digentia.Sabīnus, 1)Sabinus, rom. dichter, tijdgenoot van Ovidius, die o. a. antwoorden schreef op diensHeroïdes. Hij stierf op jeugdigen leeftijd; of dit dezelfde is als Sabinus, de vriend van Horatius, is onbekend.—2)Masurius Sabinus, uit Verōna, rechtsgeleerde en oudheidkundige onder Tiberius en Nero, zieSabiniani.—3)Flavius Sabinus, oudere broeder van Vespasiānus, was onder Claudius stadhouder van Moesia en onder Neropraefectus urbite Rome. Galba ontsloeg hem, doch Otho herstelde hem in zijn ambt. Bij den strijd tusschen de troepen van Vitellius en Vespasianus werd hij met een aantal senatoren en ridders op het Capitool ingesloten en door de soldaten van Vitellius belegerd. Toen deze het Capitool in brand staken, geraakte Sabinus in handen van het gepeupel, dat hem vermoordde.—4)Iulius Sabinus, een aanzienlijk Trevir, ruide zijn volk tegen Vespasianus op, doch werd gevat en ter dood gebracht.—5)Familienaam in degentes Calvisia, Claudia, PoppaeaenSicinia.Sabis, thans Sambre, zijtak der Mosa (Maas), op welks oever Caesar in een hevigen en gevaarlijken strijd de Nerviërs versloeg.Sabrata,Σαβράτα, phoenicische volkplanting, later rom. kolonie in Tripolitāna, tusschen de beide Syrten.Sabrīna,Σαβριάνας, rivier in het Z.W. van Britannia, thans Severn.Sabus, zoon van Sancus, de oudste koning der Sabijnen, die als een god vereerd werd. Men schreef hem de uitvinding van den wijnbouw toe.Sacadas,Σακάδας, van Argos, beroemd toonkunstenaar en elegisch dichter, die driemaal bij de Pythia den prijs behaalde, omstreeks 600. Een niet nader bekend muziekinstrument wordt naar hemσακάδιονgenoemd.Sacae,Σάκαι, woest nomadenvolk, voortreffelijke ruiters en boogschutters, ten O. der Massageten, in het steppenland der tegenw. Kirghizen. ZieBactria.Sacellum, kapel aan eene godheid gewijd, bestaande uit een altaar met een muur er om, doch zonder dak.Sacer, aan de goden geheiligd, doch in boozen zin = aan de goden der onderwereld gewijd en dus vogelvrij verklaard. Wiesacerwas, kon straffeloos gedood worden, zulk een vonnis heettesacratio capitis. Ziesacratae(leges).Sacer(mons), 1) heuvel ¾ uur N.O.waarts van Rome aan den Anio, ongeveer waar de via Nomentāna deze rivier kruist; v. a. bij Crustumerium. In de rom. geschiedenis is deze berg bekend door de eerstesecessio plebis.—2)ZieἹερὸν ὄρος.Sacerdos, familienaam in degens LiciniazieLiciniino. 34 en 35.Sacra via, eene der hoofdstraten van Rome, die langs de noordelijke helling van denmons Palatīnusnaar het forum liep en daarvan den Zuidkant volgde in de richting naar het Capitool.Sacramentum, 1) de krijgseed, die den soldaten werd afgenomen. Hierbij zwoeren de soldaten trouw aan den veldheer, later aan den keizer.—2)de geldsom die bij eenelegis actio per sacramentumdoor beide partijen vóór het proces gedeponeerd en door den verliezer verbeurd werd. Dit was namelijk eene der oudste vormen om een proces in te leiden, dat men zijne tegenpartij op eene som geld daagde. Hij was afkomstig uit hetius pontificiumen het verbeurde geld werd oorspronkelijk tot sacrale doeleinden bestemd. Vandaar dan ook de naam.Sacrātae(leges) heeten de wetten tot waarborg van de onschendbaarheid der volkstribunenen plebejische aedielen. Wie zich aan hen vergreep kon voorsacer(z. a.) verklaard worden. Om dezelfde reden wordt ook de lex Valeria Horatia de provocatione van 449 eenelex sacratagenoemd.Sacratio capitis, ziesacer.Sacriportus, 1)Ἱερὸς λιμήν, vlek in Latium tusschen Signia en Praeneste, waar Sulla in 82 den jongen Marius versloeg.—2)stadje aan de golf van Tarentum, ten W. van Tarentum.Sacrovir(Iulius), een aanzienlijk Aeduer, trachtte onder de regeering van Tiberius een opstand in Gallia te verwekken (21 n. C.), doch werd reeds in het eerste gevecht verslagen en viel op de vlucht door eigen hand.Sacrum promunturium,ἱερὸν ἀκρωτήριον, naam van onderscheiden kapen: 1) Z.W. punt van Hispania (kaap St. Vincent).—2)ergens in het Noorden van Corsica.—3)W. spits van den Cragus in Lycia.—4)Nog een kaap in Lycia aan de pamphylische grenzen, tegenover de Chelidonische eilanden.—6)kaap in Pontus, ten W. van Trapezus.Sadocus,Σάδοκος, zoon van den thracischen koning Sitalces, die zijn vader tot een bondgenootschap met Athene bewoog, en daarvoor met het atheensch burgerrecht begiftigd werd (431). Toen een gezantschap van Spartanen en Corinthiërs Sitalces tot het verbreken van dit bondgenootschap trachtte te bewegen, bewerkte Sadocus, dat de gezanten aan de Atheners werden uitgeleverd.Sadyattes,Σαδυάττης, zoon en opvolger van Ardys, koning van Lydië 615–610, zette den door zijn vader begonnen oorlog met Milētus voort, doch kon evenmin als deze de stad innemen.Saeculāres(ludi), eeuwfeesten van Rome’s bestaan. Door een heraut werd het volk opgeroepen tot deze spelen,quos numquam quisquam vidisset neque spectaturus esset. Plechtige offers,lectisternia, gebeden, optochten, wedrennen, gladiatorengevechten,venationesof dierengevechten, hetludicrum Troiae, zang, dans, enz., wisselden elkander af, drie dagen en drie nachten achtereen. De nachtelijke feestviering gaf aanleiding tot ongebondenheid, daarom verbood Augustus het bijwonen daarvan aan jongelieden van beiderlei kunne, tenzij onder toezicht van oudere bloedverwanten. Het feest werd besloten door eencarmen saeculare, dat in den Apollotempel door 27 jongelingen en 27 jonge meisjes werd gezongen. Zóó heeft Augustus bij de nieuwe regeling door hem ingevoerd, het feest in 17 laten vieren, en Horatius heeft daarvoor hetcarmen saecularegedicht. Vroeger was het meer een feest ter eere van Dis pater (Πλούτων) en Proserpina, tot afwending van onheilen, die naar het nieuwesaeculumniet konden overspringen, zooals men meende. Het feest is gevierd in 463, 363 en 263, en daarna weder opnieuw onder den verschen indruk van de rampen van den 1stenPunischen oorlog in 249, en dan weer in 146; dit zijn deTerentini ludi(z. a.). Deludi saecularesvan Augustus zijn herhaald door Domitiānus in 88 n. C. en door Septimius Sevērus in 204 n. C., waarbij hetsaeculumberekend werd op 110 jaar, terwijl daarnaast het stichtingsjaar der stad herdacht werd in 47 n. C. (800), 147 n. C. (900) en 248 (1001).Saenia(lex), van L. Saenius, consul suffectus in de twee laatste maanden van 30. Door deze wet werd aan Octaviānus het recht verleend, aanzienlijke plebejers onder depatriciiop te nemen.S(a)epīnum,Σαίπινον, stad in Samnium, ten O. van Boviānum.Saepta, zieovīle.Saetabis, stad der Contestāni in Hispania, ten Z. van den Sucro (Xucar). De plaats was een rom. municipium, met veel vlasteelt en weverijen. Ook wordt eene rivier van dezen naam in het Z. van Hispania vermeld.Saevo mons, gebergte in Scandia, het tgw. noorweegsche Kjölengebergte.Sagalassus,Σαγαλασσός, aanzienlijke stad en grensvesting in Pisidia, op de helling van een heuvel gebouwd. De inwoners hadden den naam van bijzondere dapperheid.Sagaris,Σαγαρίς=Sangarius.Sagartii,Σαγάρτιοι, nomadenstam in het binnenland van Iran, ten O. van Persis en Media.Sagittarius,Arcitenens,Τοξότης, het sterrenbeeld de Boogschutter, z.Chiron.Sagmen, gewoonlijk plur.sagmina, zieverbēna.Sagra,Σάγρας, kustrivier in Bruttium, die tusschen Locri en Caulonia in zee valt. Hier werden omstreeks 550 de Crotoniaten bloedig verslagen door de inwoners van Locri Epizephyrii. Van hier kwam een grieksch spreekwoord,ἀληθέστερα τῶν ἐπὶ Σάγρα= het is nog waarachtiger dan het gebeurde bij Sagra.Sagrus, rivier in Midden-Italië, stroomt door Noord-Samnium en het land der Frentāni.Sagum, een wollen soldatenmantel, die op den eenen schouder door een gesp werd vastgehouden en, uitgespreid, als deken kon gebezigd worden. In hoofdzaak was het een groote vierkante lap, die men dubbel vouwde en dan omsloeg. Zie de afbeelding bijfasces.SaguntiaofSegontia,Σαγουντία, stad der Arevaci in Hispania, aan een zijtakje van den Tagus, thans Siguenza.Saguntum,Σάγουντον, bloeiende stad der Edetāni aan de O.kust van Hispania, nabij het tegenw. Murviedro, aan de rivier Pallantias. Het was, zooals men later aannam, eene volkplanting van Zacynthus (Zante), en kolonisten uit Ardea hadden aan de stichting deelgenomen. Het was in bondgenootschap met Rome, toen het in 219 door Hannibal werd aangevallen en, in weerwil eener heldhaftige verdediging, ingenomen en verwoest werd. Toen de Carthagers hierop de uitlevering van Hannibal weigerden (Maart 218), begon de tweede punische oorlog. Later (210) werd Saguntum door de Romeinen als kolonie herbouwd.Saii,Σάιοι, een thracische volksstam in de omgeving van Abdēra.Sais,Σάις, oude hoofdstad van Beneden-Aegypte, aan den Bolbitinischen Nijlarm, met een prachtigen tempel der godin Neïth, het graf van Osīris en graven der oude Pharao’s. Bij genoemden tempel werd het jaarlijksche lampenfeest gevierd, waarbij alle huizen gedurende den nacht met een kring van brandende lampen omgeven waren.Saītis,Σαῖτις, bijnaam, onder welken Athēna te Lerna vereerd werd, misschien naar Sais in Aegypte, z.Neïth.Sala,Σάλας, naam van twee rivieren in Germania, 1) de tegenw. saksische Saale, zijtak van den Albis (Elbe).—2)de tegenw. frankische Saale, zijtak van den Moenus (Main). Deze laatste was grensrivier tusschen de Hermundūri en de Chatti.Salacia, romeinsche zeegodin, die tot den kring van Neptūnus hoort; in de grieksch-romeinsche mythologie is ze bij Neptunus moeder van Triton. Ook bijnaam van Venus, de uit de zee geborene.Salaeca, Salēca, stad in het gebied van Carthago, ten Z.O. van Utica, in 204 door Scipio Africānus Maior veroverd.Salaminia,Σαλαμινία, een atheensch schip, dat voor dezelfde doeleinden gebruikt werd als de Paralus (z. a.).Salamis,Σαλαμίς, gen.-ῖνος, 1) eiland aan de W.kust van Attica, bekend door de luisterrijke overwinning, die de grieksche vloot in 480 op die van Xerxes behaalde. Hier heerschte tijdens den trojaanschen oorlog Telamon, de vader van den eenen Ajax en van Teucer. Later kwam het eiland onder Megaris en werd onder Solon door de Atheners veroverd. In de 3deeeuw is het meestal in handen van de Macedoniërs, tot Athene het met hulp van Arātus in 232 hernam. De oude hoofdstad Salamis lag op de Zuidspits, de nieuwe,Salamis nova, op de Oostkust.—2)Toen Teucer van Troje terugkeerde, zonder zijn broeder Ajax te hebben gewroken, werd hij door Telamon verstooten. Daarop stevende Teucer oostwaarts en stichtte op de oostkust van Cyprus eene nieuwe stad Salamis, die de voornaamste stad van Cyprus werd. Zij had een zeer ruime haven. In 449 behaalden de Atheners hier eene overwinning op de perzische vloot. Onder de regeering van Constantijn den Gr. werd zij door eene aardbeving verwoest, doch onder den naam Constantia herbouwd en tot hoofdstad van Cyprus verheven.Salapia, oude daunische stad in Apulia, v. s. door Diomēdes gesticht. In den bondgenooten-oorlog werd ze verbrand en kwam niet weder tot bloei. Ze lag in eene moerassige streek, zoodat ze op sommige tijden bijna onbewoonbaar was.Salapīna palus, meer bij Salapia, dat door een kanaal met de zee verbonden en tot haven gemaakt werd.Salaria(via), oudste heirweg in Italië, waarlangs het zout van de Salinae aan de monding van den Tiber naar het land der Sabijnen (Reate) vervoerd werd. Later werd de weg door de Apennijnen verlengd tot Truentum aan de Adriatische zee.Salassi,Σαλασσοί, Alpenvolk in den N.W. hoek van Gallia Cisalpīna aan de Alpes Graiae en Poenīnae. Onder Augustus werden zij minder onderworpen dan uitgeroeid (25 v. C.); de veldheer Terentius Varro (Liciniino. 32) liet er 26000 als slaven verkoopen. Er lagen goudmijnen in hun gebied. Uit de legerplaats der praetoriaansche bezetting ontstond de stadAugusta Praetoria, thans Aosta.Saldae,Σάλδαι, aanzienlijke zeestad in het O. van Mauretania Caesariensis.Salduba, zieCaesaraugusta.Sale,Σάλη, stad op de Z.kust van Thracia, ten W. van den Hebrus.Salēca=Salaeca.Salentīni,Σαλεντινοί, volksstam in Calabria aan de golf van Tarentum. Ook kaapIapygiumwordt naar henpromunturium Salentīnumgenoemd.Salernum,Σάλερνον(Salerno), zeestad in het Z. van Campania aan den sinus Paestānus (golf van Salerno), sedert 194 rom. kolonie.Salganeus, Salganea,Σαλγανεύς, stadje in Boeotia aan den Eurīpus, O.waarts van Anthēdon.Salii, frankische stam in den omtrek van het eiland der Batavieren. Ze komen van den IJssel, en dringen in de 4deeeuw het Romeinsche rijk binnen, en zijn de stichters van het latere rijk van Clovis. Een hoofdbestanddeel van hen zijn v.s. de vroegere Sygambren (zie aldaar).Salii, rom. priestercollege, verdeeld in twee gezelschappen, elk van 12 leden. Het oudste, waarvan de instelling toegeschreven wordt aan Numa Pompilius (zieancile), had zijne offerplaats op den palatijnschen berg en droeg den naam vanSalii Palatīni. Het andere, ingesteld door Tullus Hostilius, had zijn heiligdom op den Quirinalis bij de porta Collīna en heetteSalii Collīni(AgonensesofAgonales). De eersten waren aan den dienst van Mars, de laatsten aan dien van Quirīnus gewijd. Den 1enMaart offerde de pontifex maximus in deRegia(z. a.), waar de heilige schilden geborgen waren, en op de volgende dagen trokken de Salii met deanciliaal dansende de stad door, alle tempels en altaren rond, terwijl hier en daar geofferd werd. Deze optocht duurde verscheiden dagen; de liederen, die daarbij gezongen werden, heettenaxamenta, de plaatsen, waar de schilden ’s nachts geborgen werden,mansiōnes. De optochten eindigden met een prachtig feestmaal, vandaar de uitdrukkingepulae Saliares. De Saliërs droegen een priestermuts (zieapexenalbogalērus), eene geborduurde tunica (tunica picta), een metalen borstharnas, de toga praetexta of de trabea, verder zwaard en speer. Zij werden uit de patriciërs gekozen, hun naam beteekent: dansers. Aan hun hoofd stond eenmagister Saliorum, op hem volgde depraesulof voordanser. Bij enkele hunner offers kwam een koor van jonkvrouwenvoor,virgines Saliae, ook met borstpantser en priestermuts, dit waren echter geene priesteressen, maar gehuurde meisjes.Salinae, naam van verschillende steden, in wier nabijheid zout gewonnen werd. Ook de zoutfabrieken droegen dezen naam (ook welsalifodīnae= zoutgroeven). De pacht, die daarvoor aan den staat betaald werd, behoorde tot devectigalia.Salinātor= zoutkooper, bijnaam in degens Livia(Liviino. 7).Sallentini=Salentini.Sal(l)ustii, plebejisch geslacht. 1)C. Sallustius Crispus, geb. in 86 te Amiternum in het sabijnsche land, gaf zich in zijne jeugd nogal aan verkwisting en uitspattingen over. Als volkstribuun was hij in 52 vijandig gezind tegen Milo en diens verdediger Cicero. Door den censor App. Claudius Pulcher werd S. in 50 uit den senaat gestooten, doch Caesar bezorgde hem in 49 de quaestuur en bracht hem in den senaat terug. In 47 maakte Caesar hem tot stadhouder van Numidia, waar S. door afpersingen zijn fortuin herstelde, waarvan hij te Rome de prachtigehorti Sallustianiop den Collis hortorum (M. Pincio) deed aanleggen. Slechts met moeite ontsnapte hij door Caesars invloed aan eene aanklacht. Na Caesars dood trok hij zich uit de staatszaken terug en wijdde zich aan letterkundigen arbeid. Wij hebben nog van hem twee volledige geschriften:CatilinaenJugurthaofBellum Iugurthinum, alsmede fragmenten zijner 5libri Historiarum. Wat verder op zijn naam staat, is onecht. De stijl van S. is gevormd naar dien van Thucydides, kernachtig en pittig. Zijne beschouwingen zijn pessimistisch, als van iemand, die de genietingen der wereld heeft leeren kennen en op lateren leeftijd tot inkeer is gekomen. Hij stierf in 35 of 34.—2)Cn. Sallustius, een vriend van Cicero.—3)C. Sallustius Crispus, achterneef en aangenomen zoon van no. 1, en erfgenaam van diens vermogen, zeer gezien bij Augustus en Tiberius. Horatius droeg hem eene ode op.—4)Flavius Sallustius, vicarius urbis Romae, werd door keizer Julianus totpraefectus praetorio Galliarum(361) en consul (363) benoemd. Hij trachtte te vergeefs Iulianus door middel van een brief van den veldtocht tegen Perzië af te houden. Een andere Sallustius uit dien tijd, wiens ware naam was Saturninus Secundus (Sallustius, juister Salutius, is in dezen tijd eensignum, zienomen), waspraef. praet. Orientis, en begeleidde Iulianus op den tocht naar Perzië. Hij was ambtenaar in Gallia geweest, toen Julianus daar tegen de Germanen streed; Julianus had met hem vriendschap gesloten, en toen keizer Constantius hem daarom terugriep (359) had Julianus tot hem een troostrede, or. IV gericht, die nog over is. Na den dood van Iulianus wilde men hem tot keizer benoemen, maar hij weigerde. Hij is waarschijnlijk de schrijver van een werkπερὶ θεῶν καὶ κόσμου.Salluvii, de machtigste der ligurische stammen op de kust van Gallia Narbonensis, tusschen de Alpen en den Rhodanus (in het tegenw. Provence). In hun gebied werd in 600 door de Phocencers Massilia gesticht. Na langen strijd werden zij in 122 aan Rome onderworpen door den proconsul C. Sextius Calvīnus, die in hun gebied Aquae Sextiae stichtte (Aix).Salmacis,Σαλμακίς, z.Hermaphroditus.Salmanassar,Σαλμανασάρης, naam van eenige assyrische koningen. De beroemdste is S. IV, die gedurende zijne korte regeering (726–722) een einde maakte aan het rijk Israël, koning Hosēa gevangen nam en Samarīa veroverde.Salmantica, stad der Vettones in Hispania aan den Termes, een zijrivier van den Durius (Douro), thans Salamanca.Salmōne,Σαλμώνη, 1) overoude stad in het elische gewest Pisātis aan den Enīpeus.—2)=Salmonium.Salmōneus,Σαλμωνεύς, zoon van Aeolus en Enarete, ging van Thessalië naar Elis en stichtte daar de stad Salmōne. Hij waagde het zich met Zeus gelijk te stellen, en bootste daartoe door kunstmiddelen bliksem en donder na, maar Zeus doodde hem met den bliksem, wierp hem in den Tartarus en verwoestte de door hem gestichte stad.Salmōnis, Tyro, dochter van Salmōneus.SalmoniumofSamonium, kaap aan de N.O. punt van Creta.Salmydessus,Σαλμυδησσός, stad en kuststreek van Thracia aan den Pontus Euxīnus, berucht door strandroof.Salo, rechterzijtak van den Ibērus (Ebro) in Hispania, die langs de stad Bilbilis stroomt.Saloë, zieSipylus.Salonaof-nae,Σαλῶνα, -ναι, hoofdstad van Dalmatia, rom. kolonie, sterk door hare ligging, met slechts één toegang aan de landzijde door den nabijgelegen bergpas Clissūra. In de nabijheid, bij Spalatum, lag de prachtige villa van Diocletiānus, waarvan nog overblijfsels aanwezig zijn. Door de Gothen werd Salona verwoest. Het bleef echter ook onder het byzantijnsche keizerrijk een zeer belangrijke havenstad.Salsa(mola), speltmeel met zout vermengd, waarmede de offerdieren vóór het slachten werden bestrooid.Salus, personificatie van gezondheid en welvaart. DeSalus publica populi Romanihad sedert 302 een tempel op den Quirinālis (zieFabiino. 24), die in de plaats kwam van een ouder heiligdom; men bad tot haar bij het begin van het jaar, maar moest eerst door middel van hetaugurium Salutisvragen of zulk een gebed geoorloofd was. De zaak is echter zeer onduidelijk overgeleverd. Nevens deze Salus werd in den keizertijd ook deSalus Augustaaangebeden.—Hare afbeeldingen gelijken veel op die van Fortūna.Salustii=Sallustii.Salutatio matutina, morgengroet of morgenbezoek, door vrienden en cliënten aan aanzienlijke personen gebracht.Dit bezoek had plaats in de eerste paar uren na zonsopgang. Zieclientes.Salutius, z.Sallustiino. 4.Salvidiēni.Q. Salvidienus Salvius Rufus, van onaanzienlijke geboorte, was een groot vriend van Octaviānus, vergezelde hem naar Apollonia, was later in den burgeroorlog zijn legaat, doch werd op zijn bevel ter dood gebracht wegens het aanknoopen van geheime onderhandelingen met Antonius.Salvii.1)Salvius, volkstribuun in 43, verzette zich tegen het senaatsbesluit, waardoor Antonius (in den mutinensischen oorlog) tot vijand van den staat werd verklaard. Toch was hij met Cicero een der eerste slachtoffers der proscriptie.—2)Salvius, voorlezer en bibliothecaris van T. Pomponius Atticus.—3)M. Salvius Otho, grootvader van keizer Otho, was uit Etruria afkomstig en kwam onder Augustus door Livia’s invloed in den senaat.—4)L. Salvius Otho, zoon van no. 3, een gunsteling van Tiberius, zeer streng op het punt van krijgstucht, was stadhouder in Africa en ontdekte eene samenzwering tegen Claudius.—5)M. Salvius Otho, zoon van no. 4, rom. keizer. ZieOtho.—6)L. Salvius Otho Titiānus, oudere broeder van no. 5, streed voor dezen tegen Vitellius bij Bedriācum, doch werd verslagen en gevangen genomen. Hij bleef echter gespaard.—7)C. Salvius Liberālis, redenaar, door Plinius minor zeer geprezen.—8)Salvius Iuliānus, zieIuliāni.—9)Salvius, aanvoerder in een slavenopstand op Sicilia in 104, zieTryphon.Salyes,Σάλυες=Salluvii.Samara, rivier in Belgica, de Somme.Samarīa,Σαμάρεια, of Schomrôn (= wachtpost), stad in het midden van Palaestina, door koning Omri gesticht als hoofdstad van het rijk van Israël, ter vervanging van het oude Sichem als residentie. Na den val van het rijk bleef het oude gebied van den stam van Ephraïm en den halven stam van Manasse onder den naam Samarītis of Samaria bekend. Tijdens de Makkabaeën ging het zuidelijke gedeelte aan Judaea verloren. De stad Samaria lag op een heuvel midden in een groot dal; in 722 werd zij verwoest door den assyrischen koning Salmanassar, in 307 onderging zij hetzelfde lot door Ptolemaeus I Lagi, en later nogmaals door den Makkabaeër Hyrcānus. Door Herōdes den Gr. werd zij vergroot en verfraaid, en ter eere van AugustusSebaste,Σεβαστή, genoemd. Over het landschap zie men verderPalaestina.Samarobrīva, stad der Ambiāni in Belgica, aan de Samara (Somme), thans Amiens.Sambūca,σαμβύκη, 1) snareninstrument van zeer verschillende afmetingen, eenigszins overeenkomende met onze harp.—2)belegeringswerktuig, vermoedelijk eene valbrug, die uit een belegeringstoren werd neergelaten op de muren der belegerde stad.Sambus, zieSabi regnum.Same, of-us,Σάμη, -ος, zieCephallenia.Samia,Σαμία=Samicum.Samicum,Σαμικόν, stad in het Z. van Elis, in Triphylia.Saminthus,Σάμινθος, plaatsje in Argolis, ten N.W. van Mycēnae.Samnietische oorlogen.Bij de oude geschiedschrijvers worden 3 oorlogen van de Romeinen met de Samnieten vermeld. De eerste samnietische oorlog van 343 tot 341 heeft echter nooit plaats gehad, daar in dien tijd de Romeinen en Samnieten ten nauwste met elkaar verbonden waren, en de Samnieten de Romeinen hielpen om de Volscen en andere stammen te onderwerpen, en ook aan den oorlog tegen den Latijnschen bond (340–338) hebben deelgenomen. Er worden drie overwinningen uit het jaar 343 verzonnen: bij den Gaurus mons (z.a. enCorneliino. 5), in de Caudijnsche passen en bij Suessula. De tweede (in werkelijkheid de eerste) Samn. oorlog is gevoerd van 328 of 326–304, waarin de voornaamste gebeurtenis is de nederlaag der Romeinen in de Caudijnsche passen in 321 (zieCaudium), waarna de oorlog een paar jaar gestaakt werd. De laatste oorlog duurde van 299 of 298 tot 290, en eindigde met de volledige onderwerping van Samnium (z. echterSabini) en de inlijving van het sabijnsche land.Samnītes, Samnium, zieSabīni.Samonium=Salmonium.Samosata,τὰ Σαμόσατα, versterkte hoofdstad van Commagēne, aan den Euphraat, geboorteplaats van Luciānus.Samothrāce,Σαμοθράκη, thans Samothraki, eiland op de thracische kust tegenover de monding van den Hebrus (Maritza), met een hoogen berg,Saōce,Σαώκη. Het eiland was vooral bekend door de vereering derCabīri(z. a.).Sampsiceramus, spotnaam, door Cicero aan Pompeius gegeven, naar een nietsbeduidend koninkje te Emesa in Syria.Samus,Σάμος, thans Samo, machtig eiland op de ionisch-aziatische kust, eerst bevolkt door Lelegers en Cariërs, later door Ioniërs en Doriërs. Het was reeds vroeg eene aanzienlijke zeemogendheid; de Samiërs waren de eersten, die triëren bouwden (704). Na vele twisten tusschen adel en volk, maakte in ± 540 Polycrates zich van het bestuur meester. Zijne regeering was een tijdperk van grooten bloei. Kort na zijn dood werd het eiland, niet zonder tegenstand en verwoesting, aan de Perzen schatplichtig en onder Polycrates’ jongeren broeder Syloson geplaatst. Onder Syloson’s zoon Aeaces namen de Samiërs wel deel aan den ionischen opstand (500), doch liepen na den slag bij Lade tot den vijand over. Als lid van het attische zeeverbond bewaarde Samus later eene zekere mate van onafhankelijkheid, totdat in 440 bij een geschil tusschen Samus en Milētus de Atheners te gebiedend optraden, waarop het eiland de gehoorzaamheid opzegde. Na een beleg van negen maanden slaagde Pericles er in, den opstand te bedwingen; de vestingwerken werden geslecht, de vloot uitgeleverd, den Samiërs een zware boete opgelegd en een gedeelte van het eiland tot cleruchieën gemaakt. In den peloponnesischen oorlog bleef Samus aan Athene trouw, doch na den slag bij Aegospotami moest het voor Lysander zwichten en spartaansche bezetting opnemen, terwijl de atheensche kolonistenverdreven werden. In 394 kwam het opnieuw bij Athene, in 390 weder bij Sparta, daarna aan Perzië, in 365 werd het heroverd door de Atheners, die er in 352 weder 2000 cleruchen heenzonden. In 322 werd het door Perdiccas den Atheners ontnomen, in 319 door Polyperchon hun teruggegeven, en sedert veranderde het nog herhaaldelijk van meester, tot het eindelijk door Rome in den mithradatischen oorlog bij de provincie Asia werd ingelijfd. Door Octaviānus werd het wel eenecivitas libera, doch bloei en welvaart waren reeds lang verdwenen. Het eiland was ongemeen vruchtbaar, zoodat men zelfs spreekwoordelijk zeide, dat de kippen er melk gaven:φέρει Σάμος καὶ ὀρνίθων γάλα. Bouw- en beeldhouwkunst stonden er eenmaal op hoogen trap, en de stad Samus, aan de Zuidoostkust gelegen, en amphitheaterswijze van het strand tegen heuvels oploopende, gold voor eene van de fraaiste en sterkste steden der oudheid. Tal van overblijfselen getuigen nog van den vroegeren tijd. Beroemd was ook het kostbare samische aardewerk. Samus was het vaderland van den decoratieschilder Agatharchus, den beeldhouwer en metaalgieter, tevens goud- en zilverwerker Theodōrus, van de wijsgeeren Pythagoras en Melissus, de dichters Aeschrion en Choerilus e. a. De voornaamste godheid van het eiland was Hera, aan wie een zeer oude en beroemde tempel, door Rhoecus gebouwd, gewijd was.Sana, Sane,Σάνη, naam van twee steden van Chalcidice, de eene op de Westkust van het schiereiland Pallēne, de andere ten N. van de doorgraving van den berg Athos, aan denSingiticus sinus.Sanchoniāthon, Sanchun.,Σαγχουνιάθων, van Berȳtus, schrijver van eene zeer oude phoenicische geschiedenis, die door Herennius Philo (Philono. 8) in het Grieksch vertaald werd. Men vermoedt dat Philo de schrijver en niet de vertaler van dit werk was, en dat de naam S. niets dan een verdichtsel van hem is.Sancus, Semo S., zieDius Fidius.Sandalium,σανδάλ(ι)ον, sandaal, bestond uit een zool met een bovenleder (ζυγόν), dat de teenen en het voorste gedeelte van den voet bedekte.Sandon, assyrisch heros, door de Grieken met Heracles geïdentificeerd.Sandrocottus, Sandracottas,Σανδρόκοττος, Σανδρακόττας, machtig koning van Palibothra, met wien Seleucus Nicātor betrekkingen aanknoopte.Sangala,Σάγγαλα, stad in het gebied der Cathaei in India.Sangarius,Σαγγάριος, aanzienlijke rivier van Asia minor, die in het O. van Phrygia op den berg Adoreus ontspringt, door Galatia, langs en door Bithynia stroomt en in den Pontus Euxīnus valt. Evenals de Halys stroomt hij achtereenvolgens in de meest verschillende richtingen.Sangus=Sancus.Sanherib,Σαναχάριβος, koning van Assyrië, 704–681. Ten gevolge van oproerige bewegingen in Judaea en Phoenicië, die door Aegypte ondersteund werden, trok hij naar het Westen (701), maar eene pest richtte in zijn leger binnen kort zoo groote verwoestingen aan, dat hij terug moest trekken. Hij werd door een van zijne zonen gedood.Sannyrion,Σαννυρίων, dichter der oude attische komedie, tijdgenoot van Aristophanes.Sanquinii, geslacht, dat eerst in den romeinschen keizertijd voorkomt, onder Tiberius en Caligula. Bekend is vooralQ. Sanquinius Maximus, consul saffectuswaarschijnlijk in 25 n. C., stierf alslegatus pro praetorevan Germania Inferior in 47.Santones, -ni,Σάντονες, -νοι, volksstam in Gallia aan den Carantonus (Charente). Hun naam leeft nog voort in dien der landstreek Saintonges. Steden: Mediolānum (Saintes), Condāte (Cognac).Sapaei,Σαπαῖοι, thracische stam ten O. van den mons Pangaeus.Sapientes Septem,οἱ ἑππὰ σοφοί, de zeven wijzen van Griekenland, zeven tijdgenooten (7een 6eeeuw), die door scherpzinnigheid en wijsheid uitmuntten en wier kort geformuleerde spreuken als algemeen geldige lessen van levenswijsheid beschouwd werden: Bias, Chilo, Cleobūlus, Periander (v.a. Myson), Pittacus, Solon en Thales.Sapis,Σάπις, kustriviertje in Gallia Cispadāna, dat ten Z. van Ravenna in de Adriatische zee valt.Sapōres,Σαπώρης, naam van twee koningen uit het nieuw-perzische vorstenhuis der Sassaniden. 1) S. I (241(2)–273 na C.) voerde zware oorlogen tegen de Rom. en nam in 259 keizer Valeriānus bij een onderhoud verraderlijk gevangen. Valeriānus, die tot zijn dood toe (268) gevangene bleef, moest den perzischen koning tot voetbank dienen, wanneer deze te paard steeg. S. veroverde verder Syria, verwoestte Antiochia, Tarsus in Cilicia en drong in Cappadocia door. Door Odenāthus en Zenobia werd hij echter in zijne veroveringen gestuit en naar zijn eigen gebied teruggedreven.—2)S. II (310–379 na C.) was mede een hevig vijand van Rome en vervolgde de Christenen. Het was in den oorlog tegen hem dat keizer Iuliānus omkwam (363 na C.).Sappho,Σαπφώ, van Mytilēne of Eresus op Lesbus, beroemde lyrische dichteres omstreeks 600. Daar zij tot de adelspartij behoorde, moest zij, evenals Alcaeus, omstreeks 596, haar vaderstad verlaten, en heeft toen een tijd lang op Sicilië geleefd. Later keerde zij terug. Zij onderwees te Mytilēne jonge meisjes in muziek en poëzie. Overigens is van haar leven weinig of niets bekend, en de geruchten omtrent haar onzedelijken levenswandel blijken even weinig grond te hebben als het verhaal van hare onbeantwoorde liefde voor Phaon, die haar eindelijk zou hebben doen besluiten, zich van de Leucadische rots in zee te werpen.—Hare gedichten, meest in de naar haar genoemde sapphische versmaat geschreven, waarvan, behalve een vrij groot aantal fragmenten, slechts twee volledig bewaard zijn gebleven, munten uit door dichterlijkengloed en schoone taal, en worden door de ouden terecht hoog geprezen.Saracēni,Σαρακηνοί, rondzwervende stam in Arabia Felix.Sarangae,Σαράγγαι, zieDrangiāne.Sarāpis=Serāpis.Sardanapālus,Σαρδανάπαλος, wordt gewoonlijk de laatste koning van Assyrië genoemd. Van hem wordt verhaald, dat hij na een wellustig en verwijfd leven, door den Mediër Arbaces en den Babyloniër Belesys aangevallen, zich na een tweejarige heldhaftige verdediging in Niniveh met al zijne vrouwen en schatten liet verbranden, omstreeks 888. Inderdaad was de naam van den laatsten assyrischen koning Saracus, en werd Niniveh omstreeks 606 door Nabopolassar en Cyaxares ingenomen. De naam S. is, naar men vermoedt, dezelfde als Assurbanipal, die kort te voren (667–626) niet zonder roem over Assyrië regeerde.Sardes(plur.),Σάρδεις, oude beroemde hoofdstad van Lydia, aan den voet van den Tmolus in het liefelijke dal van den Pactōlus gelegen. In ± 500 werd de lichtgebouwde en grootendeels met stroo gedekte stad door de Ioniërs in brand gestoken. Dit lot onderging zij ook later door den syrischen koning Antiochus den Gr. (192). Ook werd zij tijdens keizer Tiberius door eene aardbeving verwoest. De burcht, die het paleis en de schatkamers bevatte, werd voor onneembaar gehouden. Er zijn nog enkele verstrooide overblijfselen van Sardes aanwezig. Sedert de verwoesting door den mongoolschen veroveraar Timoerlenk of Tamerlan is de stad niet meer opgebouwd.Sardi,Σαρδῷοι, inwoners van Sardinia, een gemengd ras, traag en ruw, en bij de ouden als trouweloos en boosaardig aangeschreven, zoodat zij op de slavenmarkten weinig geld opbrachten en goedkoop waren (Sardi venales). Zij gingen in dierenhuiden gekleed (Sardi pelliti).Sardica=Serdica.Sardinia,Σαρδώ, het tegenw. eiland Sardinië in de Tyrrheensche zee, hetwelk de Carthagers na den eersten punischen oorlog met Corsica moesten afstaan (238). Op de kust lagen phoenicische, carthaagsche en tyrrheensche volkplantingen. Het bezit van het eiland, zoowel door Rome als door Carthago, bepaalde zich eigenlijk tot het kustland. Het hart des lands, het bergland derMontes insāni, werd nooit geheel onderworpen, en gedurig worden krijgstochten der Rom. tegen deSardi(z. a.) vermeld. In 450 na C. kwam het eiland in handen der Vandalen. Het land was niet onvruchtbaar, doch aan landbouw werd weinig gedaan. Er waren schapen, die op geiten geleken; op de kusten werden veel konijnen gevangen, verder leverde het land graan, boomvruchten, zilver en ijzer op. De sardinische honig was eenigszins bitter, evenals de corsicaansche; vandaar:amarior melle Sardo. Er groeide een klimplant,Sardonia herba, met giftige eigenschappen, die een stuipachtig vertrekken van den mond te weegbracht,risus Sardonius.Sardoniusof-nicus(risus), sardonisch lachen, zieSardinia.Sardus,Σάρδος, zoon van Maceris, voerde eene kol. uit Libye naar het eiland Ichnūsa, dat naar hem Sardo (Sardinië) genoemd werd.Sarepta,Σάραπτα, stad van Phoenice, met beroemden wijn, tusschen Tyrus en Sidon.Sarissa,σάρισ(σ)α, een lans, bij de macedonische infanterie in gebruik. Onder Alexander den Gr. was de sar. hoogstens 5½ M. lang, later beproefde men langere, er worden zelfs sar. van bijna 7½ M. vermeld. Ook bij de ruiterij had men een corpsσαρισοφόροι.Sarmatia,Σαρματία. Sarmaten,Sarmatae,Σαρμάται, was de naam van een uitgebreiden volksstam ten O. van den Beneden-Tanais (Don). Daarnaar is door den aardrijkskundige Pomponius Mela (± 50 na C.) de benaming Sarmatia in gebruik gekomen voor het land tusschen de Vistula (Weichsel) en den Tyras (Dniëster) ten W., den Rha (Wolga) ten O., den Caucasus met de aangrenzende zeeën ten Z. en het māre Suevicum of Sarmaticum (Oostzee) ten N. Als scheiding tusschen europeesch en aziatisch Sarmatia werd gewoonlijk de Tanais aangenomen (zieEuropa). Sarmatia werd bovendien bewoond door een aantal groote volksstammen:Venedae(Wenden),Peucīni, Bastarnae, Iazyges, Roxolāni,AlauniofAlāni, waartusschen een aantal kleinere woonden.Sarmaticae portae,Σαρματικαὶ πύλαι, bergpas in den Caucasus, die van Iberia noordwaarts naar Sarmatia voerde.Sarmatici montes, het W. gedeelte der Alpes Bastarnicae, de tegenw. kleine Karpathen.Sarmaticum mare,Σαρματικὸς ὠκεανός, de Oostzee, bij dichters ook wel de Zwarte zee.Sarmizegethūsa,Σαρμιζεγεθούση, koninklijke residentie van koning Decebalus van Dacia, later na de verovering door Traiānus rom. kolonie,colonia Ulpia Traiana Augusta.Sarnus,Σάρνος, rivier in Campania, die langs Nuceria stroomde en bij Pompeii in zee viel. Door de uitbarstingen van den Vesuvius is de loop gewijzigd.Saronicus sinus,Σαρωνικὸς κόλπος, thans golf van Egina, tusschen Attica, den Isthmus en Argolis.Sarpēdon,Σαρπηδών, 1) zoon van Zeus en Eurōpa, geraakte in twist met zijn broeder Minos en vluchtte met Milētus (z. a.) naar koning Cilix, dien hij tegen de Lyciërs bijstond. Later werd hij koning der Lyciërs. Hij beleefde drie menschengeslachten.—2)zoon van Zeus en Laodamēa, koning der Lyciërs, kwam als bondgenoot van Priamus naar Troje, waar hij vele dappere daden verrichtte en eindelijk door Patroclus gedood werd. Zeus liet zijn lijk naar Lycië brengen om daar begraven te worden.Sarpedon(ium)promunturium,Σαρπηδονία ἄκρα, 1) kaap van Thracia tegenover het eil. Imbrus.—2)kaap van Cilicia nabij Seleucīa.Sarrastes, oude stam in Campania aan den Sarnus.Sarsina,Σάρσινα, stad in Umbria, later rom. municipium, nabij de grenzen van Cispadāna, aan den Sapis.Sarte,Σάρτη, stad op het chalcidische schiereiland Sithonia.Sarus,Σάρος, belangrijke rivier, die in Cataonia op den Antitaurus ontspringt, door de stad Comāna stroomt, door den Taurus breekt, langs de cilicische stad Adana vloeit en ten Z. van Tarsus in zee valt.Saso,Σασών, rotsig eilandje op de illyrische kust tegenover kaap Acroceraunium, een zeer gezochte schuilhoek en landingsplaats voor zeeroovers.Saspīres, -ri,Σάσπειρες, -ροί, scythisch volk in de gebergten van N.W. Armenia.Sassanidae,Σασσανίδαι. In 227, v. a. in 224 na C. wierp Artaxerxes (zieArtaxerxesno. 4), parthisch veldheer, den troon der Arsaciden omver, en stichtte het nieuw-perzische rijk. Naar Sassan, Artaxerxes’ grootvader, die van de oud-perzische koningen beweerde af te stammen, werd het nieuwe vorstenhuis dat der Sassaniden genoemd. Zooveel mogelijk had een terugkeer plaats tot oudperzische zeden en instellingen; zoo herleefde o. a. de leer van Zoroaster en de titel “koning der koningen”. Reeds Artaxerxes geraakte met de Rom. in oorlog en de Nieuw-Perzen betoonden zich even verbitterde vijanden van Rome als vroeger de Parthen. Het sassanidische rijk bestond tot in 631, toen de Arabieren Perzië veroverden.Sassula, stad in Latium, aan Tibur onderhoorig; ligging onbekend.Satala,τὰ Σάταλα, aanzienlijke stad en strategisch punt in het N.O. van Armenia minor, van waar vier wegen naar de kust van den Pontus Euxīnus (Zwarte zee) liepen. Het was een der sleutels van Pontus.Saticula,Σατίκολα, stad en sedert 313 lat. kolonie in Samnium op een berg aan de campaansche grens.Satira, oudsatura, eigenlijk: een allegaartje. Eenelanx saturawas een schotel met allerlei spijzen gevuld, oorspronkelijkquae referta variis multisque primitiis sacris Cereris inferebatur. Vervolgens werden gedichten van verschillenden, weinig samenhangenden inhoud met dezen naam bestempeld en wordt de naamsaturatoegepast op de fescennische kluchten en de atellaansche boertspelen. Ennius bracht eene wijziging hierin. Zijnesaturaehadden wel de oude afwisseling van vorm en maat, doch waren van meer ernstigen inhoud. Den grooten overgang echter tot het hekeldicht vormen de satiren van Lucilius (180–103), die in zijne schilderingen een critiseerenden toon aansloeg en aan Horatius tot voorbeeld heeft gestrekt. Zoo werd de satire een soort vancauseriemet hekelenden toon, bij Horatius vroolijk en luimig, bij Persius en Iuvenālis scherp of bitter. Niet alle satiren waren in versmaat, M. Terentius Varro (116–27) schreef proza en poëzie dooreen, door hem zelvensaturae Menippeaegenoemd, omdat hij de voor ons verloren geschriften van den cynischen wijsgeer Menippus tot voorbeeld nam. De varroniaansche satirenvorm vond o. a. navolging bij Seneca en in het Satyricon van Petronius, doch de hekelende strekking, die aan Varro’s geschriften vreemd was gebleven, kreeg de overhand. In de grieksche literatuur komt de satire niet voor; vandaar zegt Quintilianus:satira quidem tota nostra est.Satniois,Σατνιόεις, riviertje in het Z. van Troas, dat bij Hamaxitus in de Aegaeische zee valt.Satrāe,Σάτραι, vrijheidslievend volk in Thracia tusschen den Strymon en den Nestus.Satricum, 1) stad in Latium nabij Antium, oorspronkelijk latijnsch, 488 volscisch, vaak door de Rom. hernomen en weer verloren, in 346 verwoest.—2)municipiumaan den Liris, valt in 321 van de Romeinen af, en sluit zich aan bij de Samnieten; in 319 wordt de stad heroverd en ontwapend. Deze stad wordt vaak met de vorige verward.Satrii.1)Satrius Secundusverried Seiānus.—2)Satrius Rufus, redenaar ten tijde van Domitiānus en Nerva, een vriend van Plinius minor.Saturae palus, moeras in Latium bij het promunturium Circeium, ontstaan door de gebrekkige uitwatering van den Nymphaeus, een riviertje, dat bij Norba ontspringt.Saturēium, -riumof-rum, stadje ten Z.O. van Tarentum, bekend door een fijn paardenras.Saturius(P.), de advokaat van L. Fannius Chaerea, de tegenpartij van Q. Roscius Comoedus (Rosciino. 2).Saturnalia, feest ter eere van Saturnus, jaarlijks te Rome van 17 tot 23 December gevierd. De grieksche wijze van viering van dit feest is ingevoerd in 217. Sedert offerde men aan den godGraeco ritu. Het feest werd beschouwd als eene herinnering aan de gouden eeuw, toen Saturnus op aarde leefde. Allerwege heerschte vroolijkheid, men liet allen arbeid rusten, gaf elkander maaltijden en geschenken, en zelfs de slaven genoten op die dagen vrijheid en werden soms zelfs door hunne heeren bediend, ter gedachtenis aan de gelijkheid van standen onder Saturnus’ regeering. De geschenken, die men elkander gaf, waren vroeger meestal waskaarsen en poppen van aardewerk (z.Sigillaria), later voorwerpen van grootere waarde.Saturnia, 1) oude dichterlijke naam voor Italia, meer in het bijzonder voor Latium (zieSaturnus).—2)oude stad van Etruria, rom. kolonie sedert 183, vroeger Aurinia geheeten.—Zie ookSaturnius.Saturnīnus, 1) familienaam in degentes Appuleia, Sentia, Volusia.—2)Aelius Saturninuswerd van den capitolijnschen berg geworpen, omdat hij een spotdicht op keizer Tiberius had gemaakt (23 n. C.).—3)Aponius Saturninusversloeg in 69 onder Otho, als bestuurder van Moesia, de Rhoxolāni, die een inval gedaan hadden, diende later onder Vespasiānus, en verloor bijna het leven in een soldatenoproer.—4)een der zoogenaamde 30 tyrannen, die in 260 na C., nade gevangenneming van keizer Valeriānus door de Perzen, allerwege tot rom. keizer werden uitgeroepen.—5)generaal onder Aureliānus en Probus, in 280 na C. in Syria tot keizer uitgeroepen en eerst na hevigen strijd overwonnen en door de troepen vermoord.Saturnius, -a, Jupiter, Neptunus, Pluto, Juno en Vesta, kinderen van Saturnus.Saturnus, oud-italisch god van zaadvelden en landbouw. Wegens sommige punten van overeenkomst tusschen hem en Cronus, met wien hij later geheel vereenzelvigd werd, verhaalde men dat hij, door Jupiter van den troon gestooten, na lange omzwervingen in Italië aangekomen en door Janus gastvrij ontvangen was; daarvoor had hij landbouw en beschaving ingevoerd en was zijne regeering een tijd van vrede, overvloed en geluk, dien men de gouden eeuw noemde. Zie ookSaturnalia.—In den tempel, dien hij gemeenschappelijk met zijne gemalin Ops aan den voet van het Capitolium had, werd de schatkist bewaard.Satyri,Σάτυροι, wezens, die tot de omgeving van Dionȳsus behooren en evenals hij het rijke, weelderige leven der natuur voorstellen, maar op ruwe en grof zinnelijke wijs. Zij verheugen zich in drinken, dansen, spelen en muziek, gaarne zijn zij in gezelschap der nimfen, die zij dikwijls tevergeefs met hunne liefde lastig vallen, en jagen zij den eenzamen wandelaar in de stille bosschen vrees en schrik aan. Hun voorkomen wordt als half dierlijk beschreven; zij hadden stompe neuzen, borstelig haar, spitse ooren en een staart; in oudere kunstwerken worden zij dikwijls zoo voorgesteld, maar latere kunstenaars gaven hun eene jeugdige en bevallige gestalte en schoone, maar schalksche gelaatstrekken.—Bij de romeinsche dichters zijn zij gelijk aan Panen, Faunen en dgl.Satyrica fabula,δρᾶμα σατυρικόν, een tooneelstuk, dat op het grieksch tooneel na het treurspel opgevoerd werd, opdat de toeschouwers in vroolijke stemming den schouwburg zouden verlaten, z.Tetralogia. Deze stukken waren in den trant van treurspelen bewerkt, de hoofdpersonen waren ook de bekende epische en tragische helden, maar het koor bestond uit satyrs, die lichamelijk en zedelijk zulk een tegenstelling met die helden vormden, dat uit hunne ontmoeting lachwekkende toestanden geboren moesten worden. Deze dichtsoort werd door Pratinas te Athene ingevoerd.—De Cyclops van Euripides is het eenige satyrdrama, dat wij nog in zijn geheel bezitten.Satyrus,Σάτυρος, 1) S. I, koning van Bosporus, bondgenoot der Atheners (407–393).—2)S. II, koning van Bosporus, sneuvelde na eene korte regeering in een oorlog tegen zijn broeder Eumelus (310).—3)tooneelspeler te Athene, tijdgenoot van Demosthenes.—4)peripatetisch wijsgeer uit de 2deeeuw, schrijver van levensbeschrijvingen van beroemde mannen.—5)grammaticus, leerling van Aristarchus, tijdgenoot van den vorigen.—6)geleerd geneesheer, leermeester van Galēnus, schrijver van commentaren op Hippocrates.—7)naam van een of twee epigrammendichters.Sauconna, latere naam voor den Arar (Saône).Saufēius(L.), vriend van T. Pomponius Atticus te Rome, die hem hielp om zijne bezittingen terug te krijgen, die hij in de troebelen na Caesar’s dood verloren had.Sauromatae=Sarmatae, zieSarmatia.Savaria=Sabaria.Savo, 1) langzaam voortstroomende rivier in Campania tusschen den Liris en den Volturnus.—2)=Sabatano. 2.—3)stad bij de Zee-Alpen, aan zee, ten W. van Genua.Sa(v)us,Σάος, zijtak van den Ister (Donau), thans Sau of Save, in het Z. van Pannonia.Saxa, zieDecidius Saxa.Saxa rubra, zieRubra saxa.Saxum Tarpēium, zie Tarpēii enCapitolinus(mons).Saxones,Σάξονες, germaansch volk tusschen den Albis (Elbe) en de Oostzee in het tegenw. Holstein gevestigd en eerst omstreeks 285 na C. als zeeschuimers opgetreden. Later vormden zij de kern van een verbond der volken van N.W. Germania (z.Chauci), dat zich ook in ons land uitstrekte tot aan de Isala, die de grensrivier tegen de Franken was. Een gedeelte van het volk vestigde zich samen met de Angīli en de Jutten in de 5deeeuw n. Chr. in Engeland.Scaea porta,Σκαιαὶ πύλαι, poort aan de Westzijde van Troje, die naar het grieksche leger leidde.Scaeva, 1) een rom. centurio, die onder Caesar met roem in Britannia streed en in de burgeroorlogen een kasteel bij Dyrrachium met grooten moed verdedigde.—2)bij Horatius een verkwister, die zijne oude moeder vergiftigde.Scaevola, familienaam in degens Mucia.Scalae Gemoniae, zieGemoniaē scalae.Scaldis, rivier in Belgica, thans Schelde.Scamander,Σκάμανδρος, 1) rivier in de trojaansche vlakte, om zijn gele kleur ookΞάνθοςgenoemd. Hij ontsprong op het Idagebergte bij Scepsis, vereenigde zich dicht bij den mond met den Simoïs, waarna zij bij kaap Sigēum in zee vielen. De monding was reeds vroeg bijna dichtgeslibt, zoodat er een kanaal naar zee moest gegraven worden.—2)zieEgesta.Scamandrius,Σκαμάνδριος, de eigenlijke naam van Astyanax.Scandēa, -īa,Σκάνδεια, haven aan de O.-zijde van het eiland Cythēra (Cerigo).Scandia, Scandinavië, waarvan de ouden een zeer onjuiste of onvolledige kennis hadden. Zij kenden eenige eilanden,Scandiae insulae, waarvan het grootste op de Zuidspits van Zweden schijnt te doelen (het tegenw. Scania, Skone, Schonen). De bewoners heetten Hilleviones, en zijn van germaanschen stam.Scandila, Scandira, eilandje in het W. der Aegaeische zee, bij Peparēthus.Scantia Silva, bosch in Campania, met bronnen (aquae Scantiae), in welker nabijheid ontvlambare gassen uit den bodem opstegen.Scapte Hyle,Σκαπτὴ ὕλη, thracisch kuststadje nabij den mons Pangaeus, aan Thasus behoorende. Uit de nabijgelegen goudmijnen trokken de Thasiërs 80 talenten ’s jaars. Thucydides (de geschiedschrijver) die hier ook bezittingen had, bracht er van 423 tot 403 de jaren zijner ballingschap door.Scaptensyla=Scapte Hyle.Scaptia, oude, vroeg verdwenen stad van Latium.Scaptii, rom. geslacht.M. Scaptiushaalde Cicero, die toen proconsul van Cilicia was, over, het geschil over geleende gelden, dat tusschen M. Brutus en de stad Salamis op Cyprus gerezen was en dat Cicero ten gunste van Salamis wilde beslissen, niet af te doen, maar aan zijn opvolger, die op Brutus’ hand was, over te laten.Scapula, zieQuinctiino. 12.Scardōna,Σκαρδῶνα, hoofdst. van Liburnia, in het Z. gelegen, aan den Titius.Scardus mons,Σκάρδον ὄρος, grensgebergte tusschen Illyria ten W. en Dardania en Paeonia ten O.Scarphe, Scarphēa,Σκάρφη, -φεια, stad der epicnemidische Locriërs, het knooppunt der wegen naar de Thermopylae.Scatinavia=Scandia.Scaurus, familienaam in degentes Aurelia(Aureliino. 10) enAemilia(Aemiliino. 11–14).Scelerātus campus, een plein of veld buiten de porta Collīna te Rome, waar vestaalsche maagden, die hare gelofte van kuischheid geschonden hadden, levend begraven werden. Voordat de kluis werd dichtgemetseld, werd er, behalve spijze, ook eene brandende lamp in geplaatst, waardoor de dood nog werd verhaast.Scena,σκηνή, eigenlijk de achter- en zijwanden van het tooneel, in ruimeren zin het geheele tooneel met inbegrip van het proscenium en de ruimte er achter en er naast;οἱ ἐπὶ σκηνῆς, de tooneelspelers;τὰ ἀπὸ σκηνῆς, liederen, die door de tooneelspelers, niet door het koor, gezongen werden.Scenitae,Σκηνῖται(= tentbewoners), algemeene naam der nomadische, onder tenten levende stammen in Arabia en Meroë.Scepsis,Σκῆψις, oude stad in het binnenland van Troas, door Trojanen gesticht, later milesische kolonie. Toen later een groot gedeelte der bewoners naar Alexandria Troas was overgebracht, heette de oude stad Palaescepsis,Παλαίσκηψις.
SabaofSabae,Σάβα, Σάβαι, 1) naam van eene stad der Sabaeërs (z.Sabaei) in Arabia Felix, ook Mariaba geheeten, die op een hoogen, boschrijken berg was gelegen, en door den praefectus van Aegypte, Aelius Gallus, bij diens mislukten arabischen veldtocht te vergeefs aangevallen werd (24).—2)stad in Aethiopia aan de arabische golf.
Sabacos,Σαβακώς, -κών, koning van Aethiopië, die Aegypte veroverde en het na eene regeering van 50 jaar ten gevolge van een droomgezicht vrijwillig verliet. Dit zou volgens het verhaal van Herodotus in de 11eeeuw geschied zijn. In werkelijkheid hebben drie aethiopische koningen, waarvan de eerste Sabacos heette, tusschen 728 en 672 bij tusschenpoozen over Aegypte geregeerd, onder voortdurende oorlogen met de Assyriërs, die ten slotte het land veroverden.
Sabaei,Σαβαῖοι, Seba, Sheba, aanzienlijk volk in Arabia Felix, in het tegenw. Yemen. Hun land bracht kostbare specerijen en reukwerken voort, waarin zij een winstgevenden handel dreven. Zij golden voor het rijkste en weelderigste volk der wereld. Van hun rijkdom waren allerlei fabelen in omloop.
Sabaria, Savaria, oude bojische stad, onder keizer Claudius rom. kolonie, in Pannonia Superior, waarvan nog vele overblijfselen aanwezig zijn (Stein am Anger).
Sabata, 1) oud etruscisch stadje ten N.-W. van Rome aan den lacus Sabatīnus.—2)stad in Liguria, met een havenVada Sabatia, ook wel kortwegVadagenoemd.
Sabatīni, volksstam in Campania, aan de riv.Sabātus, een zijtak van den Vulturnus.
Sabatīnus lacus, meertje in Etruria, ten N. W. van Rome.
Sabazius,Σαβάζιος, een phrygisch of thracisch god, die door de Grieken overgenomen werd en met Dionȳsus vereenzelvigd werd; hij staat ook in betrekking tot Rhea Cybele (z. a.). Soms heet hij een zoon van Zeus en Persephone, en wordt van hem verhaald dat de Titanen hem op last van Hera in stukken scheurden, waarbij Zeus echter zijn hart redde en aan Athēna gaf. Ook Zeus zou den naam S. gedragen hebben, maar dien bij de geboorte van Dionȳsus aan dezen afgestaan hebben.—Zijne feesten (Σαβάζια) overtroffen in buitensporigheid nog die van Dionȳsus en Rhea Cybele.
Sabbata,Σάββατα, =Sabatano. 2.
Sabelli, zieSabīni.
Sabi Regnum,Σάμβου βασιλεία, klein indisch rijkje van zekeren vorst Sabus of Sambus, in India, ten W. van den Ganges, ten O. van Pattalēne.
Sabīna, echtgenoote van keizer Hadriānus.—OverPoppaea SabinaziePoppaeino. 3 en 4.
Sabīni,Σαβῖνοι, bergvolk in het hart vanMidden-Italië, tusschen Etruria, Umbria en Latium. Het breidde zich in den loop der vijfde eeuw in Midden- en Zuid-Italië uit, waar het zich met de oude oscische bevolking vermengde en zelfs de taal daarvan aannam. In tegenstelling van de Sabijnen in de vroegere woonplaats werden de Sabijnen in het door hen veroverde gebiedSamnītesgenoemd,Σαυνῖται=Sabinītae. Evenals de naamSabīna,ἡ Σαβίνη, tot het gebied der oude Sabijnen beperkt bleef, bleef ook de naamSamnium,Σαυνῖτις, tot een gedeelte van het samnietisch gebied beperkt, hoewel de Samnieten ook Campania (z. a.) en Lucania vermeesterden en de Hernici in Latium, de Picentes of Picēni, de Marsi, Marrucīni, Paeligni, Vestīni, Frentāni ook tot denzelfden stam behoorden. Al die stammen nu van sabijnschen oorsprong buiten het oude stamland worden gezamenlijkSabelligenoemd en met inbegrip der Sabijnen zelven spreekt men nog liever van sabellischen, dan van sabijnschen stam. In het eigenlijke Samnium onderscheidde men de Hirpīni, de Pentri, de Caudīni, de Caracēni, in Campania de Picentīni en Sidicīni. De Sabijnen waren een krachtig, landbouwend volk; Cicero noemt zefortissimos viros, florem Italiae ac robur rei publicae. De gewoonte van hetver sacrum(z. a.) bevorderde hunne verbreiding. Omtrent den Sabijnschen maagdenroof zieRomulusenRoma. De Sabijnen onderwierpen zich in 290 en werdencives sine suffragio. De Samnieten en de overige Sabellen zetten den strijd nog voort tot 272 en bogen toen ook noode het hoofd. In den bondgenootenoorlog waren zij verbitterde vijanden van Rome, totdat Sulla in 82 de beslissende zegepraal op Pontius Telesīnus behaalde en den strijd in verdelging deed overgaan; Samnium werd uitgemoord en bleef braak liggen; van dezen slag heeft het zich nooit hersteld; men zag er voortaan slechts armoedige dorpen.
Sabiniāni, naam der juristen uit de school van C. Ateius Capito. Zij werden zoo geheeten naar een der beroemdste vertegenwoordigers dezer school, Masurius Sabīnus, ten tijde van Tiberius en Nero.
Sabīnum, landgoed ten N. van Tibur, op de grenzen van het sabijnsche land, door Maecenas aan den dichter Horatius ten geschenke gegeven. Het was niet groot, maar lag heerlijk in een boschrijk dal. Op het landgoed ontsprong de bron Bandusia en vloeide de beek Digentia.
Sabīnus, 1)Sabinus, rom. dichter, tijdgenoot van Ovidius, die o. a. antwoorden schreef op diensHeroïdes. Hij stierf op jeugdigen leeftijd; of dit dezelfde is als Sabinus, de vriend van Horatius, is onbekend.—2)Masurius Sabinus, uit Verōna, rechtsgeleerde en oudheidkundige onder Tiberius en Nero, zieSabiniani.—3)Flavius Sabinus, oudere broeder van Vespasiānus, was onder Claudius stadhouder van Moesia en onder Neropraefectus urbite Rome. Galba ontsloeg hem, doch Otho herstelde hem in zijn ambt. Bij den strijd tusschen de troepen van Vitellius en Vespasianus werd hij met een aantal senatoren en ridders op het Capitool ingesloten en door de soldaten van Vitellius belegerd. Toen deze het Capitool in brand staken, geraakte Sabinus in handen van het gepeupel, dat hem vermoordde.—4)Iulius Sabinus, een aanzienlijk Trevir, ruide zijn volk tegen Vespasianus op, doch werd gevat en ter dood gebracht.—5)Familienaam in degentes Calvisia, Claudia, PoppaeaenSicinia.
Sabis, thans Sambre, zijtak der Mosa (Maas), op welks oever Caesar in een hevigen en gevaarlijken strijd de Nerviërs versloeg.
Sabrata,Σαβράτα, phoenicische volkplanting, later rom. kolonie in Tripolitāna, tusschen de beide Syrten.
Sabrīna,Σαβριάνας, rivier in het Z.W. van Britannia, thans Severn.
Sabus, zoon van Sancus, de oudste koning der Sabijnen, die als een god vereerd werd. Men schreef hem de uitvinding van den wijnbouw toe.
Sacadas,Σακάδας, van Argos, beroemd toonkunstenaar en elegisch dichter, die driemaal bij de Pythia den prijs behaalde, omstreeks 600. Een niet nader bekend muziekinstrument wordt naar hemσακάδιονgenoemd.
Sacae,Σάκαι, woest nomadenvolk, voortreffelijke ruiters en boogschutters, ten O. der Massageten, in het steppenland der tegenw. Kirghizen. ZieBactria.
Sacellum, kapel aan eene godheid gewijd, bestaande uit een altaar met een muur er om, doch zonder dak.
Sacer, aan de goden geheiligd, doch in boozen zin = aan de goden der onderwereld gewijd en dus vogelvrij verklaard. Wiesacerwas, kon straffeloos gedood worden, zulk een vonnis heettesacratio capitis. Ziesacratae(leges).
Sacer(mons), 1) heuvel ¾ uur N.O.waarts van Rome aan den Anio, ongeveer waar de via Nomentāna deze rivier kruist; v. a. bij Crustumerium. In de rom. geschiedenis is deze berg bekend door de eerstesecessio plebis.—2)ZieἹερὸν ὄρος.
Sacerdos, familienaam in degens LiciniazieLiciniino. 34 en 35.
Sacra via, eene der hoofdstraten van Rome, die langs de noordelijke helling van denmons Palatīnusnaar het forum liep en daarvan den Zuidkant volgde in de richting naar het Capitool.
Sacramentum, 1) de krijgseed, die den soldaten werd afgenomen. Hierbij zwoeren de soldaten trouw aan den veldheer, later aan den keizer.—2)de geldsom die bij eenelegis actio per sacramentumdoor beide partijen vóór het proces gedeponeerd en door den verliezer verbeurd werd. Dit was namelijk eene der oudste vormen om een proces in te leiden, dat men zijne tegenpartij op eene som geld daagde. Hij was afkomstig uit hetius pontificiumen het verbeurde geld werd oorspronkelijk tot sacrale doeleinden bestemd. Vandaar dan ook de naam.
Sacrātae(leges) heeten de wetten tot waarborg van de onschendbaarheid der volkstribunenen plebejische aedielen. Wie zich aan hen vergreep kon voorsacer(z. a.) verklaard worden. Om dezelfde reden wordt ook de lex Valeria Horatia de provocatione van 449 eenelex sacratagenoemd.
Sacratio capitis, ziesacer.
Sacriportus, 1)Ἱερὸς λιμήν, vlek in Latium tusschen Signia en Praeneste, waar Sulla in 82 den jongen Marius versloeg.—2)stadje aan de golf van Tarentum, ten W. van Tarentum.
Sacrovir(Iulius), een aanzienlijk Aeduer, trachtte onder de regeering van Tiberius een opstand in Gallia te verwekken (21 n. C.), doch werd reeds in het eerste gevecht verslagen en viel op de vlucht door eigen hand.
Sacrum promunturium,ἱερὸν ἀκρωτήριον, naam van onderscheiden kapen: 1) Z.W. punt van Hispania (kaap St. Vincent).—2)ergens in het Noorden van Corsica.—3)W. spits van den Cragus in Lycia.—4)Nog een kaap in Lycia aan de pamphylische grenzen, tegenover de Chelidonische eilanden.—6)kaap in Pontus, ten W. van Trapezus.
Sadocus,Σάδοκος, zoon van den thracischen koning Sitalces, die zijn vader tot een bondgenootschap met Athene bewoog, en daarvoor met het atheensch burgerrecht begiftigd werd (431). Toen een gezantschap van Spartanen en Corinthiërs Sitalces tot het verbreken van dit bondgenootschap trachtte te bewegen, bewerkte Sadocus, dat de gezanten aan de Atheners werden uitgeleverd.
Sadyattes,Σαδυάττης, zoon en opvolger van Ardys, koning van Lydië 615–610, zette den door zijn vader begonnen oorlog met Milētus voort, doch kon evenmin als deze de stad innemen.
Saeculāres(ludi), eeuwfeesten van Rome’s bestaan. Door een heraut werd het volk opgeroepen tot deze spelen,quos numquam quisquam vidisset neque spectaturus esset. Plechtige offers,lectisternia, gebeden, optochten, wedrennen, gladiatorengevechten,venationesof dierengevechten, hetludicrum Troiae, zang, dans, enz., wisselden elkander af, drie dagen en drie nachten achtereen. De nachtelijke feestviering gaf aanleiding tot ongebondenheid, daarom verbood Augustus het bijwonen daarvan aan jongelieden van beiderlei kunne, tenzij onder toezicht van oudere bloedverwanten. Het feest werd besloten door eencarmen saeculare, dat in den Apollotempel door 27 jongelingen en 27 jonge meisjes werd gezongen. Zóó heeft Augustus bij de nieuwe regeling door hem ingevoerd, het feest in 17 laten vieren, en Horatius heeft daarvoor hetcarmen saecularegedicht. Vroeger was het meer een feest ter eere van Dis pater (Πλούτων) en Proserpina, tot afwending van onheilen, die naar het nieuwesaeculumniet konden overspringen, zooals men meende. Het feest is gevierd in 463, 363 en 263, en daarna weder opnieuw onder den verschen indruk van de rampen van den 1stenPunischen oorlog in 249, en dan weer in 146; dit zijn deTerentini ludi(z. a.). Deludi saecularesvan Augustus zijn herhaald door Domitiānus in 88 n. C. en door Septimius Sevērus in 204 n. C., waarbij hetsaeculumberekend werd op 110 jaar, terwijl daarnaast het stichtingsjaar der stad herdacht werd in 47 n. C. (800), 147 n. C. (900) en 248 (1001).
Saenia(lex), van L. Saenius, consul suffectus in de twee laatste maanden van 30. Door deze wet werd aan Octaviānus het recht verleend, aanzienlijke plebejers onder depatriciiop te nemen.
S(a)epīnum,Σαίπινον, stad in Samnium, ten O. van Boviānum.
Saepta, zieovīle.
Saetabis, stad der Contestāni in Hispania, ten Z. van den Sucro (Xucar). De plaats was een rom. municipium, met veel vlasteelt en weverijen. Ook wordt eene rivier van dezen naam in het Z. van Hispania vermeld.
Saevo mons, gebergte in Scandia, het tgw. noorweegsche Kjölengebergte.
Sagalassus,Σαγαλασσός, aanzienlijke stad en grensvesting in Pisidia, op de helling van een heuvel gebouwd. De inwoners hadden den naam van bijzondere dapperheid.
Sagaris,Σαγαρίς=Sangarius.
Sagartii,Σαγάρτιοι, nomadenstam in het binnenland van Iran, ten O. van Persis en Media.
Sagittarius,Arcitenens,Τοξότης, het sterrenbeeld de Boogschutter, z.Chiron.
Sagmen, gewoonlijk plur.sagmina, zieverbēna.
Sagra,Σάγρας, kustrivier in Bruttium, die tusschen Locri en Caulonia in zee valt. Hier werden omstreeks 550 de Crotoniaten bloedig verslagen door de inwoners van Locri Epizephyrii. Van hier kwam een grieksch spreekwoord,ἀληθέστερα τῶν ἐπὶ Σάγρα= het is nog waarachtiger dan het gebeurde bij Sagra.
Sagrus, rivier in Midden-Italië, stroomt door Noord-Samnium en het land der Frentāni.
Sagum, een wollen soldatenmantel, die op den eenen schouder door een gesp werd vastgehouden en, uitgespreid, als deken kon gebezigd worden. In hoofdzaak was het een groote vierkante lap, die men dubbel vouwde en dan omsloeg. Zie de afbeelding bijfasces.
SaguntiaofSegontia,Σαγουντία, stad der Arevaci in Hispania, aan een zijtakje van den Tagus, thans Siguenza.
Saguntum,Σάγουντον, bloeiende stad der Edetāni aan de O.kust van Hispania, nabij het tegenw. Murviedro, aan de rivier Pallantias. Het was, zooals men later aannam, eene volkplanting van Zacynthus (Zante), en kolonisten uit Ardea hadden aan de stichting deelgenomen. Het was in bondgenootschap met Rome, toen het in 219 door Hannibal werd aangevallen en, in weerwil eener heldhaftige verdediging, ingenomen en verwoest werd. Toen de Carthagers hierop de uitlevering van Hannibal weigerden (Maart 218), begon de tweede punische oorlog. Later (210) werd Saguntum door de Romeinen als kolonie herbouwd.
Saii,Σάιοι, een thracische volksstam in de omgeving van Abdēra.
Sais,Σάις, oude hoofdstad van Beneden-Aegypte, aan den Bolbitinischen Nijlarm, met een prachtigen tempel der godin Neïth, het graf van Osīris en graven der oude Pharao’s. Bij genoemden tempel werd het jaarlijksche lampenfeest gevierd, waarbij alle huizen gedurende den nacht met een kring van brandende lampen omgeven waren.
Saītis,Σαῖτις, bijnaam, onder welken Athēna te Lerna vereerd werd, misschien naar Sais in Aegypte, z.Neïth.
Sala,Σάλας, naam van twee rivieren in Germania, 1) de tegenw. saksische Saale, zijtak van den Albis (Elbe).—2)de tegenw. frankische Saale, zijtak van den Moenus (Main). Deze laatste was grensrivier tusschen de Hermundūri en de Chatti.
Salacia, romeinsche zeegodin, die tot den kring van Neptūnus hoort; in de grieksch-romeinsche mythologie is ze bij Neptunus moeder van Triton. Ook bijnaam van Venus, de uit de zee geborene.
Salaeca, Salēca, stad in het gebied van Carthago, ten Z.O. van Utica, in 204 door Scipio Africānus Maior veroverd.
Salaminia,Σαλαμινία, een atheensch schip, dat voor dezelfde doeleinden gebruikt werd als de Paralus (z. a.).
Salamis,Σαλαμίς, gen.-ῖνος, 1) eiland aan de W.kust van Attica, bekend door de luisterrijke overwinning, die de grieksche vloot in 480 op die van Xerxes behaalde. Hier heerschte tijdens den trojaanschen oorlog Telamon, de vader van den eenen Ajax en van Teucer. Later kwam het eiland onder Megaris en werd onder Solon door de Atheners veroverd. In de 3deeeuw is het meestal in handen van de Macedoniërs, tot Athene het met hulp van Arātus in 232 hernam. De oude hoofdstad Salamis lag op de Zuidspits, de nieuwe,Salamis nova, op de Oostkust.—2)Toen Teucer van Troje terugkeerde, zonder zijn broeder Ajax te hebben gewroken, werd hij door Telamon verstooten. Daarop stevende Teucer oostwaarts en stichtte op de oostkust van Cyprus eene nieuwe stad Salamis, die de voornaamste stad van Cyprus werd. Zij had een zeer ruime haven. In 449 behaalden de Atheners hier eene overwinning op de perzische vloot. Onder de regeering van Constantijn den Gr. werd zij door eene aardbeving verwoest, doch onder den naam Constantia herbouwd en tot hoofdstad van Cyprus verheven.
Salapia, oude daunische stad in Apulia, v. s. door Diomēdes gesticht. In den bondgenooten-oorlog werd ze verbrand en kwam niet weder tot bloei. Ze lag in eene moerassige streek, zoodat ze op sommige tijden bijna onbewoonbaar was.
Salapīna palus, meer bij Salapia, dat door een kanaal met de zee verbonden en tot haven gemaakt werd.
Salaria(via), oudste heirweg in Italië, waarlangs het zout van de Salinae aan de monding van den Tiber naar het land der Sabijnen (Reate) vervoerd werd. Later werd de weg door de Apennijnen verlengd tot Truentum aan de Adriatische zee.
Salassi,Σαλασσοί, Alpenvolk in den N.W. hoek van Gallia Cisalpīna aan de Alpes Graiae en Poenīnae. Onder Augustus werden zij minder onderworpen dan uitgeroeid (25 v. C.); de veldheer Terentius Varro (Liciniino. 32) liet er 26000 als slaven verkoopen. Er lagen goudmijnen in hun gebied. Uit de legerplaats der praetoriaansche bezetting ontstond de stadAugusta Praetoria, thans Aosta.
Saldae,Σάλδαι, aanzienlijke zeestad in het O. van Mauretania Caesariensis.
Salduba, zieCaesaraugusta.
Sale,Σάλη, stad op de Z.kust van Thracia, ten W. van den Hebrus.
Salēca=Salaeca.
Salentīni,Σαλεντινοί, volksstam in Calabria aan de golf van Tarentum. Ook kaapIapygiumwordt naar henpromunturium Salentīnumgenoemd.
Salernum,Σάλερνον(Salerno), zeestad in het Z. van Campania aan den sinus Paestānus (golf van Salerno), sedert 194 rom. kolonie.
Salganeus, Salganea,Σαλγανεύς, stadje in Boeotia aan den Eurīpus, O.waarts van Anthēdon.
Salii, frankische stam in den omtrek van het eiland der Batavieren. Ze komen van den IJssel, en dringen in de 4deeeuw het Romeinsche rijk binnen, en zijn de stichters van het latere rijk van Clovis. Een hoofdbestanddeel van hen zijn v.s. de vroegere Sygambren (zie aldaar).
Salii, rom. priestercollege, verdeeld in twee gezelschappen, elk van 12 leden. Het oudste, waarvan de instelling toegeschreven wordt aan Numa Pompilius (zieancile), had zijne offerplaats op den palatijnschen berg en droeg den naam vanSalii Palatīni. Het andere, ingesteld door Tullus Hostilius, had zijn heiligdom op den Quirinalis bij de porta Collīna en heetteSalii Collīni(AgonensesofAgonales). De eersten waren aan den dienst van Mars, de laatsten aan dien van Quirīnus gewijd. Den 1enMaart offerde de pontifex maximus in deRegia(z. a.), waar de heilige schilden geborgen waren, en op de volgende dagen trokken de Salii met deanciliaal dansende de stad door, alle tempels en altaren rond, terwijl hier en daar geofferd werd. Deze optocht duurde verscheiden dagen; de liederen, die daarbij gezongen werden, heettenaxamenta, de plaatsen, waar de schilden ’s nachts geborgen werden,mansiōnes. De optochten eindigden met een prachtig feestmaal, vandaar de uitdrukkingepulae Saliares. De Saliërs droegen een priestermuts (zieapexenalbogalērus), eene geborduurde tunica (tunica picta), een metalen borstharnas, de toga praetexta of de trabea, verder zwaard en speer. Zij werden uit de patriciërs gekozen, hun naam beteekent: dansers. Aan hun hoofd stond eenmagister Saliorum, op hem volgde depraesulof voordanser. Bij enkele hunner offers kwam een koor van jonkvrouwenvoor,virgines Saliae, ook met borstpantser en priestermuts, dit waren echter geene priesteressen, maar gehuurde meisjes.
Salinae, naam van verschillende steden, in wier nabijheid zout gewonnen werd. Ook de zoutfabrieken droegen dezen naam (ook welsalifodīnae= zoutgroeven). De pacht, die daarvoor aan den staat betaald werd, behoorde tot devectigalia.
Salinātor= zoutkooper, bijnaam in degens Livia(Liviino. 7).
Sallentini=Salentini.
Sal(l)ustii, plebejisch geslacht. 1)C. Sallustius Crispus, geb. in 86 te Amiternum in het sabijnsche land, gaf zich in zijne jeugd nogal aan verkwisting en uitspattingen over. Als volkstribuun was hij in 52 vijandig gezind tegen Milo en diens verdediger Cicero. Door den censor App. Claudius Pulcher werd S. in 50 uit den senaat gestooten, doch Caesar bezorgde hem in 49 de quaestuur en bracht hem in den senaat terug. In 47 maakte Caesar hem tot stadhouder van Numidia, waar S. door afpersingen zijn fortuin herstelde, waarvan hij te Rome de prachtigehorti Sallustianiop den Collis hortorum (M. Pincio) deed aanleggen. Slechts met moeite ontsnapte hij door Caesars invloed aan eene aanklacht. Na Caesars dood trok hij zich uit de staatszaken terug en wijdde zich aan letterkundigen arbeid. Wij hebben nog van hem twee volledige geschriften:CatilinaenJugurthaofBellum Iugurthinum, alsmede fragmenten zijner 5libri Historiarum. Wat verder op zijn naam staat, is onecht. De stijl van S. is gevormd naar dien van Thucydides, kernachtig en pittig. Zijne beschouwingen zijn pessimistisch, als van iemand, die de genietingen der wereld heeft leeren kennen en op lateren leeftijd tot inkeer is gekomen. Hij stierf in 35 of 34.—2)Cn. Sallustius, een vriend van Cicero.—3)C. Sallustius Crispus, achterneef en aangenomen zoon van no. 1, en erfgenaam van diens vermogen, zeer gezien bij Augustus en Tiberius. Horatius droeg hem eene ode op.—4)Flavius Sallustius, vicarius urbis Romae, werd door keizer Julianus totpraefectus praetorio Galliarum(361) en consul (363) benoemd. Hij trachtte te vergeefs Iulianus door middel van een brief van den veldtocht tegen Perzië af te houden. Een andere Sallustius uit dien tijd, wiens ware naam was Saturninus Secundus (Sallustius, juister Salutius, is in dezen tijd eensignum, zienomen), waspraef. praet. Orientis, en begeleidde Iulianus op den tocht naar Perzië. Hij was ambtenaar in Gallia geweest, toen Julianus daar tegen de Germanen streed; Julianus had met hem vriendschap gesloten, en toen keizer Constantius hem daarom terugriep (359) had Julianus tot hem een troostrede, or. IV gericht, die nog over is. Na den dood van Iulianus wilde men hem tot keizer benoemen, maar hij weigerde. Hij is waarschijnlijk de schrijver van een werkπερὶ θεῶν καὶ κόσμου.
Salluvii, de machtigste der ligurische stammen op de kust van Gallia Narbonensis, tusschen de Alpen en den Rhodanus (in het tegenw. Provence). In hun gebied werd in 600 door de Phocencers Massilia gesticht. Na langen strijd werden zij in 122 aan Rome onderworpen door den proconsul C. Sextius Calvīnus, die in hun gebied Aquae Sextiae stichtte (Aix).
Salmacis,Σαλμακίς, z.Hermaphroditus.
Salmanassar,Σαλμανασάρης, naam van eenige assyrische koningen. De beroemdste is S. IV, die gedurende zijne korte regeering (726–722) een einde maakte aan het rijk Israël, koning Hosēa gevangen nam en Samarīa veroverde.
Salmantica, stad der Vettones in Hispania aan den Termes, een zijrivier van den Durius (Douro), thans Salamanca.
Salmōne,Σαλμώνη, 1) overoude stad in het elische gewest Pisātis aan den Enīpeus.—2)=Salmonium.
Salmōneus,Σαλμωνεύς, zoon van Aeolus en Enarete, ging van Thessalië naar Elis en stichtte daar de stad Salmōne. Hij waagde het zich met Zeus gelijk te stellen, en bootste daartoe door kunstmiddelen bliksem en donder na, maar Zeus doodde hem met den bliksem, wierp hem in den Tartarus en verwoestte de door hem gestichte stad.
Salmōnis, Tyro, dochter van Salmōneus.
SalmoniumofSamonium, kaap aan de N.O. punt van Creta.
Salmydessus,Σαλμυδησσός, stad en kuststreek van Thracia aan den Pontus Euxīnus, berucht door strandroof.
Salo, rechterzijtak van den Ibērus (Ebro) in Hispania, die langs de stad Bilbilis stroomt.
Saloë, zieSipylus.
Salonaof-nae,Σαλῶνα, -ναι, hoofdstad van Dalmatia, rom. kolonie, sterk door hare ligging, met slechts één toegang aan de landzijde door den nabijgelegen bergpas Clissūra. In de nabijheid, bij Spalatum, lag de prachtige villa van Diocletiānus, waarvan nog overblijfsels aanwezig zijn. Door de Gothen werd Salona verwoest. Het bleef echter ook onder het byzantijnsche keizerrijk een zeer belangrijke havenstad.
Salsa(mola), speltmeel met zout vermengd, waarmede de offerdieren vóór het slachten werden bestrooid.
Salus, personificatie van gezondheid en welvaart. DeSalus publica populi Romanihad sedert 302 een tempel op den Quirinālis (zieFabiino. 24), die in de plaats kwam van een ouder heiligdom; men bad tot haar bij het begin van het jaar, maar moest eerst door middel van hetaugurium Salutisvragen of zulk een gebed geoorloofd was. De zaak is echter zeer onduidelijk overgeleverd. Nevens deze Salus werd in den keizertijd ook deSalus Augustaaangebeden.—Hare afbeeldingen gelijken veel op die van Fortūna.
Salustii=Sallustii.
Salutatio matutina, morgengroet of morgenbezoek, door vrienden en cliënten aan aanzienlijke personen gebracht.Dit bezoek had plaats in de eerste paar uren na zonsopgang. Zieclientes.
Salutius, z.Sallustiino. 4.
Salvidiēni.Q. Salvidienus Salvius Rufus, van onaanzienlijke geboorte, was een groot vriend van Octaviānus, vergezelde hem naar Apollonia, was later in den burgeroorlog zijn legaat, doch werd op zijn bevel ter dood gebracht wegens het aanknoopen van geheime onderhandelingen met Antonius.
Salvii.1)Salvius, volkstribuun in 43, verzette zich tegen het senaatsbesluit, waardoor Antonius (in den mutinensischen oorlog) tot vijand van den staat werd verklaard. Toch was hij met Cicero een der eerste slachtoffers der proscriptie.—2)Salvius, voorlezer en bibliothecaris van T. Pomponius Atticus.—3)M. Salvius Otho, grootvader van keizer Otho, was uit Etruria afkomstig en kwam onder Augustus door Livia’s invloed in den senaat.—4)L. Salvius Otho, zoon van no. 3, een gunsteling van Tiberius, zeer streng op het punt van krijgstucht, was stadhouder in Africa en ontdekte eene samenzwering tegen Claudius.—5)M. Salvius Otho, zoon van no. 4, rom. keizer. ZieOtho.—6)L. Salvius Otho Titiānus, oudere broeder van no. 5, streed voor dezen tegen Vitellius bij Bedriācum, doch werd verslagen en gevangen genomen. Hij bleef echter gespaard.—7)C. Salvius Liberālis, redenaar, door Plinius minor zeer geprezen.—8)Salvius Iuliānus, zieIuliāni.—9)Salvius, aanvoerder in een slavenopstand op Sicilia in 104, zieTryphon.
Salyes,Σάλυες=Salluvii.
Samara, rivier in Belgica, de Somme.
Samarīa,Σαμάρεια, of Schomrôn (= wachtpost), stad in het midden van Palaestina, door koning Omri gesticht als hoofdstad van het rijk van Israël, ter vervanging van het oude Sichem als residentie. Na den val van het rijk bleef het oude gebied van den stam van Ephraïm en den halven stam van Manasse onder den naam Samarītis of Samaria bekend. Tijdens de Makkabaeën ging het zuidelijke gedeelte aan Judaea verloren. De stad Samaria lag op een heuvel midden in een groot dal; in 722 werd zij verwoest door den assyrischen koning Salmanassar, in 307 onderging zij hetzelfde lot door Ptolemaeus I Lagi, en later nogmaals door den Makkabaeër Hyrcānus. Door Herōdes den Gr. werd zij vergroot en verfraaid, en ter eere van AugustusSebaste,Σεβαστή, genoemd. Over het landschap zie men verderPalaestina.
Samarobrīva, stad der Ambiāni in Belgica, aan de Samara (Somme), thans Amiens.
Sambūca,σαμβύκη, 1) snareninstrument van zeer verschillende afmetingen, eenigszins overeenkomende met onze harp.—2)belegeringswerktuig, vermoedelijk eene valbrug, die uit een belegeringstoren werd neergelaten op de muren der belegerde stad.
Sambus, zieSabi regnum.
Same, of-us,Σάμη, -ος, zieCephallenia.
Samia,Σαμία=Samicum.
Samicum,Σαμικόν, stad in het Z. van Elis, in Triphylia.
Saminthus,Σάμινθος, plaatsje in Argolis, ten N.W. van Mycēnae.
Samnietische oorlogen.Bij de oude geschiedschrijvers worden 3 oorlogen van de Romeinen met de Samnieten vermeld. De eerste samnietische oorlog van 343 tot 341 heeft echter nooit plaats gehad, daar in dien tijd de Romeinen en Samnieten ten nauwste met elkaar verbonden waren, en de Samnieten de Romeinen hielpen om de Volscen en andere stammen te onderwerpen, en ook aan den oorlog tegen den Latijnschen bond (340–338) hebben deelgenomen. Er worden drie overwinningen uit het jaar 343 verzonnen: bij den Gaurus mons (z.a. enCorneliino. 5), in de Caudijnsche passen en bij Suessula. De tweede (in werkelijkheid de eerste) Samn. oorlog is gevoerd van 328 of 326–304, waarin de voornaamste gebeurtenis is de nederlaag der Romeinen in de Caudijnsche passen in 321 (zieCaudium), waarna de oorlog een paar jaar gestaakt werd. De laatste oorlog duurde van 299 of 298 tot 290, en eindigde met de volledige onderwerping van Samnium (z. echterSabini) en de inlijving van het sabijnsche land.
Samnītes, Samnium, zieSabīni.
Samonium=Salmonium.
Samosata,τὰ Σαμόσατα, versterkte hoofdstad van Commagēne, aan den Euphraat, geboorteplaats van Luciānus.
Samothrāce,Σαμοθράκη, thans Samothraki, eiland op de thracische kust tegenover de monding van den Hebrus (Maritza), met een hoogen berg,Saōce,Σαώκη. Het eiland was vooral bekend door de vereering derCabīri(z. a.).
Sampsiceramus, spotnaam, door Cicero aan Pompeius gegeven, naar een nietsbeduidend koninkje te Emesa in Syria.
Samus,Σάμος, thans Samo, machtig eiland op de ionisch-aziatische kust, eerst bevolkt door Lelegers en Cariërs, later door Ioniërs en Doriërs. Het was reeds vroeg eene aanzienlijke zeemogendheid; de Samiërs waren de eersten, die triëren bouwden (704). Na vele twisten tusschen adel en volk, maakte in ± 540 Polycrates zich van het bestuur meester. Zijne regeering was een tijdperk van grooten bloei. Kort na zijn dood werd het eiland, niet zonder tegenstand en verwoesting, aan de Perzen schatplichtig en onder Polycrates’ jongeren broeder Syloson geplaatst. Onder Syloson’s zoon Aeaces namen de Samiërs wel deel aan den ionischen opstand (500), doch liepen na den slag bij Lade tot den vijand over. Als lid van het attische zeeverbond bewaarde Samus later eene zekere mate van onafhankelijkheid, totdat in 440 bij een geschil tusschen Samus en Milētus de Atheners te gebiedend optraden, waarop het eiland de gehoorzaamheid opzegde. Na een beleg van negen maanden slaagde Pericles er in, den opstand te bedwingen; de vestingwerken werden geslecht, de vloot uitgeleverd, den Samiërs een zware boete opgelegd en een gedeelte van het eiland tot cleruchieën gemaakt. In den peloponnesischen oorlog bleef Samus aan Athene trouw, doch na den slag bij Aegospotami moest het voor Lysander zwichten en spartaansche bezetting opnemen, terwijl de atheensche kolonistenverdreven werden. In 394 kwam het opnieuw bij Athene, in 390 weder bij Sparta, daarna aan Perzië, in 365 werd het heroverd door de Atheners, die er in 352 weder 2000 cleruchen heenzonden. In 322 werd het door Perdiccas den Atheners ontnomen, in 319 door Polyperchon hun teruggegeven, en sedert veranderde het nog herhaaldelijk van meester, tot het eindelijk door Rome in den mithradatischen oorlog bij de provincie Asia werd ingelijfd. Door Octaviānus werd het wel eenecivitas libera, doch bloei en welvaart waren reeds lang verdwenen. Het eiland was ongemeen vruchtbaar, zoodat men zelfs spreekwoordelijk zeide, dat de kippen er melk gaven:φέρει Σάμος καὶ ὀρνίθων γάλα. Bouw- en beeldhouwkunst stonden er eenmaal op hoogen trap, en de stad Samus, aan de Zuidoostkust gelegen, en amphitheaterswijze van het strand tegen heuvels oploopende, gold voor eene van de fraaiste en sterkste steden der oudheid. Tal van overblijfselen getuigen nog van den vroegeren tijd. Beroemd was ook het kostbare samische aardewerk. Samus was het vaderland van den decoratieschilder Agatharchus, den beeldhouwer en metaalgieter, tevens goud- en zilverwerker Theodōrus, van de wijsgeeren Pythagoras en Melissus, de dichters Aeschrion en Choerilus e. a. De voornaamste godheid van het eiland was Hera, aan wie een zeer oude en beroemde tempel, door Rhoecus gebouwd, gewijd was.
Sana, Sane,Σάνη, naam van twee steden van Chalcidice, de eene op de Westkust van het schiereiland Pallēne, de andere ten N. van de doorgraving van den berg Athos, aan denSingiticus sinus.
Sanchoniāthon, Sanchun.,Σαγχουνιάθων, van Berȳtus, schrijver van eene zeer oude phoenicische geschiedenis, die door Herennius Philo (Philono. 8) in het Grieksch vertaald werd. Men vermoedt dat Philo de schrijver en niet de vertaler van dit werk was, en dat de naam S. niets dan een verdichtsel van hem is.
Sancus, Semo S., zieDius Fidius.
Sandalium,σανδάλ(ι)ον, sandaal, bestond uit een zool met een bovenleder (ζυγόν), dat de teenen en het voorste gedeelte van den voet bedekte.
Sandon, assyrisch heros, door de Grieken met Heracles geïdentificeerd.
Sandrocottus, Sandracottas,Σανδρόκοττος, Σανδρακόττας, machtig koning van Palibothra, met wien Seleucus Nicātor betrekkingen aanknoopte.
Sangala,Σάγγαλα, stad in het gebied der Cathaei in India.
Sangarius,Σαγγάριος, aanzienlijke rivier van Asia minor, die in het O. van Phrygia op den berg Adoreus ontspringt, door Galatia, langs en door Bithynia stroomt en in den Pontus Euxīnus valt. Evenals de Halys stroomt hij achtereenvolgens in de meest verschillende richtingen.
Sangus=Sancus.
Sanherib,Σαναχάριβος, koning van Assyrië, 704–681. Ten gevolge van oproerige bewegingen in Judaea en Phoenicië, die door Aegypte ondersteund werden, trok hij naar het Westen (701), maar eene pest richtte in zijn leger binnen kort zoo groote verwoestingen aan, dat hij terug moest trekken. Hij werd door een van zijne zonen gedood.
Sannyrion,Σαννυρίων, dichter der oude attische komedie, tijdgenoot van Aristophanes.
Sanquinii, geslacht, dat eerst in den romeinschen keizertijd voorkomt, onder Tiberius en Caligula. Bekend is vooralQ. Sanquinius Maximus, consul saffectuswaarschijnlijk in 25 n. C., stierf alslegatus pro praetorevan Germania Inferior in 47.
Santones, -ni,Σάντονες, -νοι, volksstam in Gallia aan den Carantonus (Charente). Hun naam leeft nog voort in dien der landstreek Saintonges. Steden: Mediolānum (Saintes), Condāte (Cognac).
Sapaei,Σαπαῖοι, thracische stam ten O. van den mons Pangaeus.
Sapientes Septem,οἱ ἑππὰ σοφοί, de zeven wijzen van Griekenland, zeven tijdgenooten (7een 6eeeuw), die door scherpzinnigheid en wijsheid uitmuntten en wier kort geformuleerde spreuken als algemeen geldige lessen van levenswijsheid beschouwd werden: Bias, Chilo, Cleobūlus, Periander (v.a. Myson), Pittacus, Solon en Thales.
Sapis,Σάπις, kustriviertje in Gallia Cispadāna, dat ten Z. van Ravenna in de Adriatische zee valt.
Sapōres,Σαπώρης, naam van twee koningen uit het nieuw-perzische vorstenhuis der Sassaniden. 1) S. I (241(2)–273 na C.) voerde zware oorlogen tegen de Rom. en nam in 259 keizer Valeriānus bij een onderhoud verraderlijk gevangen. Valeriānus, die tot zijn dood toe (268) gevangene bleef, moest den perzischen koning tot voetbank dienen, wanneer deze te paard steeg. S. veroverde verder Syria, verwoestte Antiochia, Tarsus in Cilicia en drong in Cappadocia door. Door Odenāthus en Zenobia werd hij echter in zijne veroveringen gestuit en naar zijn eigen gebied teruggedreven.—2)S. II (310–379 na C.) was mede een hevig vijand van Rome en vervolgde de Christenen. Het was in den oorlog tegen hem dat keizer Iuliānus omkwam (363 na C.).
Sappho,Σαπφώ, van Mytilēne of Eresus op Lesbus, beroemde lyrische dichteres omstreeks 600. Daar zij tot de adelspartij behoorde, moest zij, evenals Alcaeus, omstreeks 596, haar vaderstad verlaten, en heeft toen een tijd lang op Sicilië geleefd. Later keerde zij terug. Zij onderwees te Mytilēne jonge meisjes in muziek en poëzie. Overigens is van haar leven weinig of niets bekend, en de geruchten omtrent haar onzedelijken levenswandel blijken even weinig grond te hebben als het verhaal van hare onbeantwoorde liefde voor Phaon, die haar eindelijk zou hebben doen besluiten, zich van de Leucadische rots in zee te werpen.—Hare gedichten, meest in de naar haar genoemde sapphische versmaat geschreven, waarvan, behalve een vrij groot aantal fragmenten, slechts twee volledig bewaard zijn gebleven, munten uit door dichterlijkengloed en schoone taal, en worden door de ouden terecht hoog geprezen.
Saracēni,Σαρακηνοί, rondzwervende stam in Arabia Felix.
Sarangae,Σαράγγαι, zieDrangiāne.
Sarāpis=Serāpis.
Sardanapālus,Σαρδανάπαλος, wordt gewoonlijk de laatste koning van Assyrië genoemd. Van hem wordt verhaald, dat hij na een wellustig en verwijfd leven, door den Mediër Arbaces en den Babyloniër Belesys aangevallen, zich na een tweejarige heldhaftige verdediging in Niniveh met al zijne vrouwen en schatten liet verbranden, omstreeks 888. Inderdaad was de naam van den laatsten assyrischen koning Saracus, en werd Niniveh omstreeks 606 door Nabopolassar en Cyaxares ingenomen. De naam S. is, naar men vermoedt, dezelfde als Assurbanipal, die kort te voren (667–626) niet zonder roem over Assyrië regeerde.
Sardes(plur.),Σάρδεις, oude beroemde hoofdstad van Lydia, aan den voet van den Tmolus in het liefelijke dal van den Pactōlus gelegen. In ± 500 werd de lichtgebouwde en grootendeels met stroo gedekte stad door de Ioniërs in brand gestoken. Dit lot onderging zij ook later door den syrischen koning Antiochus den Gr. (192). Ook werd zij tijdens keizer Tiberius door eene aardbeving verwoest. De burcht, die het paleis en de schatkamers bevatte, werd voor onneembaar gehouden. Er zijn nog enkele verstrooide overblijfselen van Sardes aanwezig. Sedert de verwoesting door den mongoolschen veroveraar Timoerlenk of Tamerlan is de stad niet meer opgebouwd.
Sardi,Σαρδῷοι, inwoners van Sardinia, een gemengd ras, traag en ruw, en bij de ouden als trouweloos en boosaardig aangeschreven, zoodat zij op de slavenmarkten weinig geld opbrachten en goedkoop waren (Sardi venales). Zij gingen in dierenhuiden gekleed (Sardi pelliti).
Sardica=Serdica.
Sardinia,Σαρδώ, het tegenw. eiland Sardinië in de Tyrrheensche zee, hetwelk de Carthagers na den eersten punischen oorlog met Corsica moesten afstaan (238). Op de kust lagen phoenicische, carthaagsche en tyrrheensche volkplantingen. Het bezit van het eiland, zoowel door Rome als door Carthago, bepaalde zich eigenlijk tot het kustland. Het hart des lands, het bergland derMontes insāni, werd nooit geheel onderworpen, en gedurig worden krijgstochten der Rom. tegen deSardi(z. a.) vermeld. In 450 na C. kwam het eiland in handen der Vandalen. Het land was niet onvruchtbaar, doch aan landbouw werd weinig gedaan. Er waren schapen, die op geiten geleken; op de kusten werden veel konijnen gevangen, verder leverde het land graan, boomvruchten, zilver en ijzer op. De sardinische honig was eenigszins bitter, evenals de corsicaansche; vandaar:amarior melle Sardo. Er groeide een klimplant,Sardonia herba, met giftige eigenschappen, die een stuipachtig vertrekken van den mond te weegbracht,risus Sardonius.
Sardoniusof-nicus(risus), sardonisch lachen, zieSardinia.
Sardus,Σάρδος, zoon van Maceris, voerde eene kol. uit Libye naar het eiland Ichnūsa, dat naar hem Sardo (Sardinië) genoemd werd.
Sarepta,Σάραπτα, stad van Phoenice, met beroemden wijn, tusschen Tyrus en Sidon.
Sarissa,σάρισ(σ)α, een lans, bij de macedonische infanterie in gebruik. Onder Alexander den Gr. was de sar. hoogstens 5½ M. lang, later beproefde men langere, er worden zelfs sar. van bijna 7½ M. vermeld. Ook bij de ruiterij had men een corpsσαρισοφόροι.
Sarmatia,Σαρματία. Sarmaten,Sarmatae,Σαρμάται, was de naam van een uitgebreiden volksstam ten O. van den Beneden-Tanais (Don). Daarnaar is door den aardrijkskundige Pomponius Mela (± 50 na C.) de benaming Sarmatia in gebruik gekomen voor het land tusschen de Vistula (Weichsel) en den Tyras (Dniëster) ten W., den Rha (Wolga) ten O., den Caucasus met de aangrenzende zeeën ten Z. en het māre Suevicum of Sarmaticum (Oostzee) ten N. Als scheiding tusschen europeesch en aziatisch Sarmatia werd gewoonlijk de Tanais aangenomen (zieEuropa). Sarmatia werd bovendien bewoond door een aantal groote volksstammen:Venedae(Wenden),Peucīni, Bastarnae, Iazyges, Roxolāni,AlauniofAlāni, waartusschen een aantal kleinere woonden.
Sarmaticae portae,Σαρματικαὶ πύλαι, bergpas in den Caucasus, die van Iberia noordwaarts naar Sarmatia voerde.
Sarmatici montes, het W. gedeelte der Alpes Bastarnicae, de tegenw. kleine Karpathen.
Sarmaticum mare,Σαρματικὸς ὠκεανός, de Oostzee, bij dichters ook wel de Zwarte zee.
Sarmizegethūsa,Σαρμιζεγεθούση, koninklijke residentie van koning Decebalus van Dacia, later na de verovering door Traiānus rom. kolonie,colonia Ulpia Traiana Augusta.
Sarnus,Σάρνος, rivier in Campania, die langs Nuceria stroomde en bij Pompeii in zee viel. Door de uitbarstingen van den Vesuvius is de loop gewijzigd.
Saronicus sinus,Σαρωνικὸς κόλπος, thans golf van Egina, tusschen Attica, den Isthmus en Argolis.
Sarpēdon,Σαρπηδών, 1) zoon van Zeus en Eurōpa, geraakte in twist met zijn broeder Minos en vluchtte met Milētus (z. a.) naar koning Cilix, dien hij tegen de Lyciërs bijstond. Later werd hij koning der Lyciërs. Hij beleefde drie menschengeslachten.—2)zoon van Zeus en Laodamēa, koning der Lyciërs, kwam als bondgenoot van Priamus naar Troje, waar hij vele dappere daden verrichtte en eindelijk door Patroclus gedood werd. Zeus liet zijn lijk naar Lycië brengen om daar begraven te worden.
Sarpedon(ium)promunturium,Σαρπηδονία ἄκρα, 1) kaap van Thracia tegenover het eil. Imbrus.—2)kaap van Cilicia nabij Seleucīa.
Sarrastes, oude stam in Campania aan den Sarnus.
Sarsina,Σάρσινα, stad in Umbria, later rom. municipium, nabij de grenzen van Cispadāna, aan den Sapis.
Sarte,Σάρτη, stad op het chalcidische schiereiland Sithonia.
Sarus,Σάρος, belangrijke rivier, die in Cataonia op den Antitaurus ontspringt, door de stad Comāna stroomt, door den Taurus breekt, langs de cilicische stad Adana vloeit en ten Z. van Tarsus in zee valt.
Saso,Σασών, rotsig eilandje op de illyrische kust tegenover kaap Acroceraunium, een zeer gezochte schuilhoek en landingsplaats voor zeeroovers.
Saspīres, -ri,Σάσπειρες, -ροί, scythisch volk in de gebergten van N.W. Armenia.
Sassanidae,Σασσανίδαι. In 227, v. a. in 224 na C. wierp Artaxerxes (zieArtaxerxesno. 4), parthisch veldheer, den troon der Arsaciden omver, en stichtte het nieuw-perzische rijk. Naar Sassan, Artaxerxes’ grootvader, die van de oud-perzische koningen beweerde af te stammen, werd het nieuwe vorstenhuis dat der Sassaniden genoemd. Zooveel mogelijk had een terugkeer plaats tot oudperzische zeden en instellingen; zoo herleefde o. a. de leer van Zoroaster en de titel “koning der koningen”. Reeds Artaxerxes geraakte met de Rom. in oorlog en de Nieuw-Perzen betoonden zich even verbitterde vijanden van Rome als vroeger de Parthen. Het sassanidische rijk bestond tot in 631, toen de Arabieren Perzië veroverden.
Sassula, stad in Latium, aan Tibur onderhoorig; ligging onbekend.
Satala,τὰ Σάταλα, aanzienlijke stad en strategisch punt in het N.O. van Armenia minor, van waar vier wegen naar de kust van den Pontus Euxīnus (Zwarte zee) liepen. Het was een der sleutels van Pontus.
Saticula,Σατίκολα, stad en sedert 313 lat. kolonie in Samnium op een berg aan de campaansche grens.
Satira, oudsatura, eigenlijk: een allegaartje. Eenelanx saturawas een schotel met allerlei spijzen gevuld, oorspronkelijkquae referta variis multisque primitiis sacris Cereris inferebatur. Vervolgens werden gedichten van verschillenden, weinig samenhangenden inhoud met dezen naam bestempeld en wordt de naamsaturatoegepast op de fescennische kluchten en de atellaansche boertspelen. Ennius bracht eene wijziging hierin. Zijnesaturaehadden wel de oude afwisseling van vorm en maat, doch waren van meer ernstigen inhoud. Den grooten overgang echter tot het hekeldicht vormen de satiren van Lucilius (180–103), die in zijne schilderingen een critiseerenden toon aansloeg en aan Horatius tot voorbeeld heeft gestrekt. Zoo werd de satire een soort vancauseriemet hekelenden toon, bij Horatius vroolijk en luimig, bij Persius en Iuvenālis scherp of bitter. Niet alle satiren waren in versmaat, M. Terentius Varro (116–27) schreef proza en poëzie dooreen, door hem zelvensaturae Menippeaegenoemd, omdat hij de voor ons verloren geschriften van den cynischen wijsgeer Menippus tot voorbeeld nam. De varroniaansche satirenvorm vond o. a. navolging bij Seneca en in het Satyricon van Petronius, doch de hekelende strekking, die aan Varro’s geschriften vreemd was gebleven, kreeg de overhand. In de grieksche literatuur komt de satire niet voor; vandaar zegt Quintilianus:satira quidem tota nostra est.
Satniois,Σατνιόεις, riviertje in het Z. van Troas, dat bij Hamaxitus in de Aegaeische zee valt.
Satrāe,Σάτραι, vrijheidslievend volk in Thracia tusschen den Strymon en den Nestus.
Satricum, 1) stad in Latium nabij Antium, oorspronkelijk latijnsch, 488 volscisch, vaak door de Rom. hernomen en weer verloren, in 346 verwoest.—2)municipiumaan den Liris, valt in 321 van de Romeinen af, en sluit zich aan bij de Samnieten; in 319 wordt de stad heroverd en ontwapend. Deze stad wordt vaak met de vorige verward.
Satrii.1)Satrius Secundusverried Seiānus.—2)Satrius Rufus, redenaar ten tijde van Domitiānus en Nerva, een vriend van Plinius minor.
Saturae palus, moeras in Latium bij het promunturium Circeium, ontstaan door de gebrekkige uitwatering van den Nymphaeus, een riviertje, dat bij Norba ontspringt.
Saturēium, -riumof-rum, stadje ten Z.O. van Tarentum, bekend door een fijn paardenras.
Saturius(P.), de advokaat van L. Fannius Chaerea, de tegenpartij van Q. Roscius Comoedus (Rosciino. 2).
Saturnalia, feest ter eere van Saturnus, jaarlijks te Rome van 17 tot 23 December gevierd. De grieksche wijze van viering van dit feest is ingevoerd in 217. Sedert offerde men aan den godGraeco ritu. Het feest werd beschouwd als eene herinnering aan de gouden eeuw, toen Saturnus op aarde leefde. Allerwege heerschte vroolijkheid, men liet allen arbeid rusten, gaf elkander maaltijden en geschenken, en zelfs de slaven genoten op die dagen vrijheid en werden soms zelfs door hunne heeren bediend, ter gedachtenis aan de gelijkheid van standen onder Saturnus’ regeering. De geschenken, die men elkander gaf, waren vroeger meestal waskaarsen en poppen van aardewerk (z.Sigillaria), later voorwerpen van grootere waarde.
Saturnia, 1) oude dichterlijke naam voor Italia, meer in het bijzonder voor Latium (zieSaturnus).—2)oude stad van Etruria, rom. kolonie sedert 183, vroeger Aurinia geheeten.—Zie ookSaturnius.
Saturnīnus, 1) familienaam in degentes Appuleia, Sentia, Volusia.—2)Aelius Saturninuswerd van den capitolijnschen berg geworpen, omdat hij een spotdicht op keizer Tiberius had gemaakt (23 n. C.).—3)Aponius Saturninusversloeg in 69 onder Otho, als bestuurder van Moesia, de Rhoxolāni, die een inval gedaan hadden, diende later onder Vespasiānus, en verloor bijna het leven in een soldatenoproer.—4)een der zoogenaamde 30 tyrannen, die in 260 na C., nade gevangenneming van keizer Valeriānus door de Perzen, allerwege tot rom. keizer werden uitgeroepen.—5)generaal onder Aureliānus en Probus, in 280 na C. in Syria tot keizer uitgeroepen en eerst na hevigen strijd overwonnen en door de troepen vermoord.
Saturnius, -a, Jupiter, Neptunus, Pluto, Juno en Vesta, kinderen van Saturnus.
Saturnus, oud-italisch god van zaadvelden en landbouw. Wegens sommige punten van overeenkomst tusschen hem en Cronus, met wien hij later geheel vereenzelvigd werd, verhaalde men dat hij, door Jupiter van den troon gestooten, na lange omzwervingen in Italië aangekomen en door Janus gastvrij ontvangen was; daarvoor had hij landbouw en beschaving ingevoerd en was zijne regeering een tijd van vrede, overvloed en geluk, dien men de gouden eeuw noemde. Zie ookSaturnalia.—In den tempel, dien hij gemeenschappelijk met zijne gemalin Ops aan den voet van het Capitolium had, werd de schatkist bewaard.
Satyri,Σάτυροι, wezens, die tot de omgeving van Dionȳsus behooren en evenals hij het rijke, weelderige leven der natuur voorstellen, maar op ruwe en grof zinnelijke wijs. Zij verheugen zich in drinken, dansen, spelen en muziek, gaarne zijn zij in gezelschap der nimfen, die zij dikwijls tevergeefs met hunne liefde lastig vallen, en jagen zij den eenzamen wandelaar in de stille bosschen vrees en schrik aan. Hun voorkomen wordt als half dierlijk beschreven; zij hadden stompe neuzen, borstelig haar, spitse ooren en een staart; in oudere kunstwerken worden zij dikwijls zoo voorgesteld, maar latere kunstenaars gaven hun eene jeugdige en bevallige gestalte en schoone, maar schalksche gelaatstrekken.—Bij de romeinsche dichters zijn zij gelijk aan Panen, Faunen en dgl.
Satyrica fabula,δρᾶμα σατυρικόν, een tooneelstuk, dat op het grieksch tooneel na het treurspel opgevoerd werd, opdat de toeschouwers in vroolijke stemming den schouwburg zouden verlaten, z.Tetralogia. Deze stukken waren in den trant van treurspelen bewerkt, de hoofdpersonen waren ook de bekende epische en tragische helden, maar het koor bestond uit satyrs, die lichamelijk en zedelijk zulk een tegenstelling met die helden vormden, dat uit hunne ontmoeting lachwekkende toestanden geboren moesten worden. Deze dichtsoort werd door Pratinas te Athene ingevoerd.—De Cyclops van Euripides is het eenige satyrdrama, dat wij nog in zijn geheel bezitten.
Satyrus,Σάτυρος, 1) S. I, koning van Bosporus, bondgenoot der Atheners (407–393).—2)S. II, koning van Bosporus, sneuvelde na eene korte regeering in een oorlog tegen zijn broeder Eumelus (310).—3)tooneelspeler te Athene, tijdgenoot van Demosthenes.—4)peripatetisch wijsgeer uit de 2deeeuw, schrijver van levensbeschrijvingen van beroemde mannen.—5)grammaticus, leerling van Aristarchus, tijdgenoot van den vorigen.—6)geleerd geneesheer, leermeester van Galēnus, schrijver van commentaren op Hippocrates.—7)naam van een of twee epigrammendichters.
Sauconna, latere naam voor den Arar (Saône).
Saufēius(L.), vriend van T. Pomponius Atticus te Rome, die hem hielp om zijne bezittingen terug te krijgen, die hij in de troebelen na Caesar’s dood verloren had.
Sauromatae=Sarmatae, zieSarmatia.
Savaria=Sabaria.
Savo, 1) langzaam voortstroomende rivier in Campania tusschen den Liris en den Volturnus.—2)=Sabatano. 2.—3)stad bij de Zee-Alpen, aan zee, ten W. van Genua.
Sa(v)us,Σάος, zijtak van den Ister (Donau), thans Sau of Save, in het Z. van Pannonia.
Saxa, zieDecidius Saxa.
Saxa rubra, zieRubra saxa.
Saxum Tarpēium, zie Tarpēii enCapitolinus(mons).
Saxones,Σάξονες, germaansch volk tusschen den Albis (Elbe) en de Oostzee in het tegenw. Holstein gevestigd en eerst omstreeks 285 na C. als zeeschuimers opgetreden. Later vormden zij de kern van een verbond der volken van N.W. Germania (z.Chauci), dat zich ook in ons land uitstrekte tot aan de Isala, die de grensrivier tegen de Franken was. Een gedeelte van het volk vestigde zich samen met de Angīli en de Jutten in de 5deeeuw n. Chr. in Engeland.
Scaea porta,Σκαιαὶ πύλαι, poort aan de Westzijde van Troje, die naar het grieksche leger leidde.
Scaeva, 1) een rom. centurio, die onder Caesar met roem in Britannia streed en in de burgeroorlogen een kasteel bij Dyrrachium met grooten moed verdedigde.—2)bij Horatius een verkwister, die zijne oude moeder vergiftigde.
Scaevola, familienaam in degens Mucia.
Scalae Gemoniae, zieGemoniaē scalae.
Scaldis, rivier in Belgica, thans Schelde.
Scamander,Σκάμανδρος, 1) rivier in de trojaansche vlakte, om zijn gele kleur ookΞάνθοςgenoemd. Hij ontsprong op het Idagebergte bij Scepsis, vereenigde zich dicht bij den mond met den Simoïs, waarna zij bij kaap Sigēum in zee vielen. De monding was reeds vroeg bijna dichtgeslibt, zoodat er een kanaal naar zee moest gegraven worden.—2)zieEgesta.
Scamandrius,Σκαμάνδριος, de eigenlijke naam van Astyanax.
Scandēa, -īa,Σκάνδεια, haven aan de O.-zijde van het eiland Cythēra (Cerigo).
Scandia, Scandinavië, waarvan de ouden een zeer onjuiste of onvolledige kennis hadden. Zij kenden eenige eilanden,Scandiae insulae, waarvan het grootste op de Zuidspits van Zweden schijnt te doelen (het tegenw. Scania, Skone, Schonen). De bewoners heetten Hilleviones, en zijn van germaanschen stam.
Scandila, Scandira, eilandje in het W. der Aegaeische zee, bij Peparēthus.
Scantia Silva, bosch in Campania, met bronnen (aquae Scantiae), in welker nabijheid ontvlambare gassen uit den bodem opstegen.
Scapte Hyle,Σκαπτὴ ὕλη, thracisch kuststadje nabij den mons Pangaeus, aan Thasus behoorende. Uit de nabijgelegen goudmijnen trokken de Thasiërs 80 talenten ’s jaars. Thucydides (de geschiedschrijver) die hier ook bezittingen had, bracht er van 423 tot 403 de jaren zijner ballingschap door.
Scaptensyla=Scapte Hyle.
Scaptia, oude, vroeg verdwenen stad van Latium.
Scaptii, rom. geslacht.M. Scaptiushaalde Cicero, die toen proconsul van Cilicia was, over, het geschil over geleende gelden, dat tusschen M. Brutus en de stad Salamis op Cyprus gerezen was en dat Cicero ten gunste van Salamis wilde beslissen, niet af te doen, maar aan zijn opvolger, die op Brutus’ hand was, over te laten.
Scapula, zieQuinctiino. 12.
Scardōna,Σκαρδῶνα, hoofdst. van Liburnia, in het Z. gelegen, aan den Titius.
Scardus mons,Σκάρδον ὄρος, grensgebergte tusschen Illyria ten W. en Dardania en Paeonia ten O.
Scarphe, Scarphēa,Σκάρφη, -φεια, stad der epicnemidische Locriërs, het knooppunt der wegen naar de Thermopylae.
Scatinavia=Scandia.
Scaurus, familienaam in degentes Aurelia(Aureliino. 10) enAemilia(Aemiliino. 11–14).
Scelerātus campus, een plein of veld buiten de porta Collīna te Rome, waar vestaalsche maagden, die hare gelofte van kuischheid geschonden hadden, levend begraven werden. Voordat de kluis werd dichtgemetseld, werd er, behalve spijze, ook eene brandende lamp in geplaatst, waardoor de dood nog werd verhaast.
Scena,σκηνή, eigenlijk de achter- en zijwanden van het tooneel, in ruimeren zin het geheele tooneel met inbegrip van het proscenium en de ruimte er achter en er naast;οἱ ἐπὶ σκηνῆς, de tooneelspelers;τὰ ἀπὸ σκηνῆς, liederen, die door de tooneelspelers, niet door het koor, gezongen werden.
Scenitae,Σκηνῖται(= tentbewoners), algemeene naam der nomadische, onder tenten levende stammen in Arabia en Meroë.
Scepsis,Σκῆψις, oude stad in het binnenland van Troas, door Trojanen gesticht, later milesische kolonie. Toen later een groot gedeelte der bewoners naar Alexandria Troas was overgebracht, heette de oude stad Palaescepsis,Παλαίσκηψις.