U.Ubii, germaansch volk, met de Rom. bevriend en bij hunne naburen, de Sueven, gehaat, op den rechter Rijnoever van den Laugona (Lahn) tot beneden het tegenw. Keulen. Octaviānus liet hen in 38 door zijn legatus pro praetore M. Vipsanius Agrippa naar den linkeroever overbrengen, waar hunoppidum Ubiorumlater (50 n. Chr.) den naamColonia Agrippīna(z. a.) kreeg, waarna zij zelvenAgrippinenseswerden geheeten. De hun ingeruimde grond behoorde vroeger aan de Treveri.Udaeus,Οὐδαῖος, een van de Sparten, z.Cadmus.Ufens, riviertje in Latium, dat met den Amasēnus vereenigd nabij Tarracīna in zee valt en door gebrekkige uitwatering de pomptijnsche moerassen heeft gevormd. De een noemt den Ufens een zijtak van den Amasenus, de ander juist omgekeerd.Ulixes, Ulysses=Odysseus.Ulpia Traiāna, zieCastra Vetera.Ulpia Noviomagus, zieNoviomagusno. 4.Ulpiāni.1)Domitius Ulpianus, uit Tyrus, beroemd jurist ten tijde van keizer Alexander Sevērus, wiens vriend en raadsman hij was en onder wien hij hooge ambten bekleedde. In 228 n. C. werd hij als praefectus praetorio des nachts in het paleis overvallen en vermoord door de soldaten, die over de strenge tucht ontevreden waren. Van zijne talrijke geschriften (o. a.ad edictum praetorisin 81 boeken,ad edictum aedilium curuliumin 2 boeken, enad Masurium Sabīnum, in 51 b.) zijn slechts weinige fragmenten over, doch in de pandecten zijn vele uittreksels overgenomen.—2)Ulpianusvan Emesa, schrijver van rhetorische werken en o. a. ook van scholia op Demosthenes, onder Constantijn den Gr.Ulpii, rom. geslacht uit Italica in Baetica. 1)M. Ulpius Traiānus, vader van den keizer, was door adoptie onder de Ulpii gekomen. Hij onderscheidde zich onder Vespasiānus als generaal in den joodschen oorlog en later als stadhouder van Syria tegen de Parthen (76 n. C.).—2)M. Ulp. Traianus, rom. keizer 98–117 na C.; zieTraianus.—3)Ulp. Marcellus, bekwaam jurist in het tijdperk der Antonijnen.—4)Ulpius Crinītus, adoptiefvader van Aureliānus.Ultor, wreker, 1) bijnaam van Jupiter als straffend god.—2)bijnaam van Mars, wien door Octaviānus bij Philippi een tempel beloofd werd voor de wraak op de moordenaars van Caesar. Van dezen tempel, die eerst in 2 ingewijd kon worden en aan het Forum Augusti stond, zijn nog eenige zuilen overgebleven.Ulubrae, onbeduidende plaats in Latium, aan de Pomptīnae palūdes, slechts bekend door de scherts van Cicero over de menigte kikvorschen, die in den omtrek kwaakten.Umbilicus.De bladen der boekrollen werden geplakt aan een hollen stok of dunnen houten cylinder, waarom zij bij het wegbergen werden opgerold. Door dezen cylinder liep een andere stok, die aan beide zijden uitstak en daar van knoppen (cornua, umbilici) was voorzien. Aan den knop kon men het handschrift vasthouden bij het lezen.Umbra.Een genoodigde bij een feest of maaltijd mocht bij de Rom. een ongenooden gast medebrengen, die dan zijneumbrawerd genoemd. Een aanzienlijke gast bracht er wel eens twee mede.Umbria,Ὀμβρική, gewest van Midden-Italia tusschen Cisalpīna, Etruria, het sabijnsche land en de Adriatische zee. DeUmbrii,Ὀμβρικοί, hadden vroeger ook Etruria bewoond, doch waren door de Etruscers daaruit verdrongen, terwijl later de gallische Senones aan den anderen kant hun land binnendrongen. In 308 werd Umbria door de Rom. onderworpen en na de uitroeiing der Senones in 280 weder met hun gebied vergroot.Uncia, als munt en gewicht 1/12as. Ook dikwijls gebruikt voor 1/12 in het algemeen, b.v.heres ex uncia, erfgenaam voor 1/12.Unelli=Venelli.Unxia, bijnaam van Juno als huwelijksgodin; de naam heeft betrekking op de gewoonte, om de deurposten van het huis, dat door een jonggehuwd paar betrokken zou worden, te zalven.Upis,Οὖπις, 1) bijnaam van Artemis als helpster van barende vrouwen.—2)bijnaam der rhamnusische Nemesis.Urania,Οὐρανία, 1) muze van de sterrenkunde, gewoonlijk afgebeeld met een hemelbol in de hand.—2)bijnaam van Aphrodīte (z. a.).—3)nimf, dochter van Oceanus en Tethys.Uranidae,Οὐρανίδαι, de Titanen, zonen van Uranus.Uranus,Οὐρανός, oudste zoon en later echtgenoot van Gaea, werd bij haar vader van de Titanen, Cyclopen en Hecatonchiren. Hij was de eerste beheerscher van het heelal, en daar hij vreesde door zijne kinderen van de heerschappij beroofd te zullen worden, wierp hij de Cyclopen en Hecatonchiren in den Tartarus. Doch Gaea, hierover vertoornd, zette de Titanen tegen hun vader op, en onder leiding van Cronus (z. a.) ontnamen zij hem de heerschappij. Het bloed, dat uit de wonden vloeide, die Cronus zijn vader toebracht, viel deels in zee en verwekte daar het schuim, waaruit Aphrodīte geboren werd; uit dat, wat op de aarde viel, ontstonden de Erinyen, Giganten en melische nimfen.Urbigenus=Verbigenus.Urbīnum, naam van twee umbrische steden. 1)Metaurense, ten N. van den Metaurus in het binnenland gelegen, thans Urbino.—2)Hortense, rom. municipium, ten Z. van Vettona, en in de nabijheid van Mevania.Urbs Salvia, stad der Pollentini, in het N. van Picēnum, ziePollentiano. 1.Uria,Οὐρία, bij Herod.Ὑρία, oude hoofdstad van Iapygia aan den weg van Brundisium naar Tarentum =Hyriano. 3.Urium,Οὔριον, zeestad in het landschap Daunia, in Apulia, ten N. van den Mons Garganus, aan den Sinus Urias, wel te onderscheiden van Uria of Hyria, dat in het binnenland ligt.Urius,Οὔριος, bijnaam van Zeus, den schenker van gunstigen wind op zee.Uscana, versterkte hoofdstad der Penestae in Illyris graeca, aan den bovenloop van de rivier Drilon.Usipetes, germaansch volk, verbonden met de Tencteri, deelden in de lotgevallen dezer laatsten.Usipii=Usipetes.Ustica, 1) kleine heuvel in het sabijnsche, nabij het landgoed van Horatius.—2)=Osteodes,Ὀστεώδης, eilandje ten N. van Sicilia.Usucapio, usus, verkrijging van eigendom (dominium) door verjaard bezit (possessio).—Usucapio pro herede. Eene onbeheerde erfenis werd als gemeen goed beschouwd, waardoor de erfgenamen genoodzaakt waren ze ten spoedigste te aanvaarden; zoolang dit niet was geschied, kon ieder zich zaken er van toeëigenen. Onder de keizers hield dit op.Utica,Ἰτύκη, oude tyrische volkplanting, aan denzelfden inham gelegen als het jongere Carthago. Het was omstreeks 1170 gesticht, het omringende land was zeer vruchtbaar en de nabijzijnde bergen waren rijk aan metalen. Utica bleef tegenover Carthago een onafhankelijke stad, hoewel het natuurlijk den druk der machtige zusterstad niet ontgaan kon. In den tweeden punischen oorlog stond het Carthago bij, doch in den derden koos het beslist partij voor Rome; daarvoor kreeg het een aanzienlijk gedeelte van het carthaagsche gebied en werd het tot hoofdstad der provincie Africa verheven. In de burgeroorlogen koos Utica de zijde van Caesar; Cato (Uticensis), die er het bevel voerde en van geene overgaaf wilde hooren, bracht zich toen om het leven (ziePorciino. 8). Door Augustus zeer begunstigd, genoot Utica lang een grooten bloei. Later is het verwoest door de Arabieren, doch er zijn nog uitgebreide ruïnen van overgebleven.Uxellodūnum, sterke stad der Cadurci in Aquitania, op eene steile rots, die van drie zijden door den Oltis (Lot) werd omspoeld. Omtrent de juiste ligging is men het niet geheel eens.Uxentis, eiland aan de W.punt van Gallia, thans Ouessant.UxentumofUzentum, stad der Sallentīni in Calabria, geheel in het Z. op den weg naar het promunturium Sallentīnum.Uxii,Οὔξιοι, een der roofzuchtige stammen in het gebergte, dat Susiāne van Persis en Media scheidt. Zij betwistten Alex. den Gr. den doortocht.Uxoris elke wettig gehuwde rom. vrouw. Ommater familiaste wezen, moest de vrouwin manu maritizijn, anders was zijuxor tantummodo.
U.Ubii, germaansch volk, met de Rom. bevriend en bij hunne naburen, de Sueven, gehaat, op den rechter Rijnoever van den Laugona (Lahn) tot beneden het tegenw. Keulen. Octaviānus liet hen in 38 door zijn legatus pro praetore M. Vipsanius Agrippa naar den linkeroever overbrengen, waar hunoppidum Ubiorumlater (50 n. Chr.) den naamColonia Agrippīna(z. a.) kreeg, waarna zij zelvenAgrippinenseswerden geheeten. De hun ingeruimde grond behoorde vroeger aan de Treveri.Udaeus,Οὐδαῖος, een van de Sparten, z.Cadmus.Ufens, riviertje in Latium, dat met den Amasēnus vereenigd nabij Tarracīna in zee valt en door gebrekkige uitwatering de pomptijnsche moerassen heeft gevormd. De een noemt den Ufens een zijtak van den Amasenus, de ander juist omgekeerd.Ulixes, Ulysses=Odysseus.Ulpia Traiāna, zieCastra Vetera.Ulpia Noviomagus, zieNoviomagusno. 4.Ulpiāni.1)Domitius Ulpianus, uit Tyrus, beroemd jurist ten tijde van keizer Alexander Sevērus, wiens vriend en raadsman hij was en onder wien hij hooge ambten bekleedde. In 228 n. C. werd hij als praefectus praetorio des nachts in het paleis overvallen en vermoord door de soldaten, die over de strenge tucht ontevreden waren. Van zijne talrijke geschriften (o. a.ad edictum praetorisin 81 boeken,ad edictum aedilium curuliumin 2 boeken, enad Masurium Sabīnum, in 51 b.) zijn slechts weinige fragmenten over, doch in de pandecten zijn vele uittreksels overgenomen.—2)Ulpianusvan Emesa, schrijver van rhetorische werken en o. a. ook van scholia op Demosthenes, onder Constantijn den Gr.Ulpii, rom. geslacht uit Italica in Baetica. 1)M. Ulpius Traiānus, vader van den keizer, was door adoptie onder de Ulpii gekomen. Hij onderscheidde zich onder Vespasiānus als generaal in den joodschen oorlog en later als stadhouder van Syria tegen de Parthen (76 n. C.).—2)M. Ulp. Traianus, rom. keizer 98–117 na C.; zieTraianus.—3)Ulp. Marcellus, bekwaam jurist in het tijdperk der Antonijnen.—4)Ulpius Crinītus, adoptiefvader van Aureliānus.Ultor, wreker, 1) bijnaam van Jupiter als straffend god.—2)bijnaam van Mars, wien door Octaviānus bij Philippi een tempel beloofd werd voor de wraak op de moordenaars van Caesar. Van dezen tempel, die eerst in 2 ingewijd kon worden en aan het Forum Augusti stond, zijn nog eenige zuilen overgebleven.Ulubrae, onbeduidende plaats in Latium, aan de Pomptīnae palūdes, slechts bekend door de scherts van Cicero over de menigte kikvorschen, die in den omtrek kwaakten.Umbilicus.De bladen der boekrollen werden geplakt aan een hollen stok of dunnen houten cylinder, waarom zij bij het wegbergen werden opgerold. Door dezen cylinder liep een andere stok, die aan beide zijden uitstak en daar van knoppen (cornua, umbilici) was voorzien. Aan den knop kon men het handschrift vasthouden bij het lezen.Umbra.Een genoodigde bij een feest of maaltijd mocht bij de Rom. een ongenooden gast medebrengen, die dan zijneumbrawerd genoemd. Een aanzienlijke gast bracht er wel eens twee mede.Umbria,Ὀμβρική, gewest van Midden-Italia tusschen Cisalpīna, Etruria, het sabijnsche land en de Adriatische zee. DeUmbrii,Ὀμβρικοί, hadden vroeger ook Etruria bewoond, doch waren door de Etruscers daaruit verdrongen, terwijl later de gallische Senones aan den anderen kant hun land binnendrongen. In 308 werd Umbria door de Rom. onderworpen en na de uitroeiing der Senones in 280 weder met hun gebied vergroot.Uncia, als munt en gewicht 1/12as. Ook dikwijls gebruikt voor 1/12 in het algemeen, b.v.heres ex uncia, erfgenaam voor 1/12.Unelli=Venelli.Unxia, bijnaam van Juno als huwelijksgodin; de naam heeft betrekking op de gewoonte, om de deurposten van het huis, dat door een jonggehuwd paar betrokken zou worden, te zalven.Upis,Οὖπις, 1) bijnaam van Artemis als helpster van barende vrouwen.—2)bijnaam der rhamnusische Nemesis.Urania,Οὐρανία, 1) muze van de sterrenkunde, gewoonlijk afgebeeld met een hemelbol in de hand.—2)bijnaam van Aphrodīte (z. a.).—3)nimf, dochter van Oceanus en Tethys.Uranidae,Οὐρανίδαι, de Titanen, zonen van Uranus.Uranus,Οὐρανός, oudste zoon en later echtgenoot van Gaea, werd bij haar vader van de Titanen, Cyclopen en Hecatonchiren. Hij was de eerste beheerscher van het heelal, en daar hij vreesde door zijne kinderen van de heerschappij beroofd te zullen worden, wierp hij de Cyclopen en Hecatonchiren in den Tartarus. Doch Gaea, hierover vertoornd, zette de Titanen tegen hun vader op, en onder leiding van Cronus (z. a.) ontnamen zij hem de heerschappij. Het bloed, dat uit de wonden vloeide, die Cronus zijn vader toebracht, viel deels in zee en verwekte daar het schuim, waaruit Aphrodīte geboren werd; uit dat, wat op de aarde viel, ontstonden de Erinyen, Giganten en melische nimfen.Urbigenus=Verbigenus.Urbīnum, naam van twee umbrische steden. 1)Metaurense, ten N. van den Metaurus in het binnenland gelegen, thans Urbino.—2)Hortense, rom. municipium, ten Z. van Vettona, en in de nabijheid van Mevania.Urbs Salvia, stad der Pollentini, in het N. van Picēnum, ziePollentiano. 1.Uria,Οὐρία, bij Herod.Ὑρία, oude hoofdstad van Iapygia aan den weg van Brundisium naar Tarentum =Hyriano. 3.Urium,Οὔριον, zeestad in het landschap Daunia, in Apulia, ten N. van den Mons Garganus, aan den Sinus Urias, wel te onderscheiden van Uria of Hyria, dat in het binnenland ligt.Urius,Οὔριος, bijnaam van Zeus, den schenker van gunstigen wind op zee.Uscana, versterkte hoofdstad der Penestae in Illyris graeca, aan den bovenloop van de rivier Drilon.Usipetes, germaansch volk, verbonden met de Tencteri, deelden in de lotgevallen dezer laatsten.Usipii=Usipetes.Ustica, 1) kleine heuvel in het sabijnsche, nabij het landgoed van Horatius.—2)=Osteodes,Ὀστεώδης, eilandje ten N. van Sicilia.Usucapio, usus, verkrijging van eigendom (dominium) door verjaard bezit (possessio).—Usucapio pro herede. Eene onbeheerde erfenis werd als gemeen goed beschouwd, waardoor de erfgenamen genoodzaakt waren ze ten spoedigste te aanvaarden; zoolang dit niet was geschied, kon ieder zich zaken er van toeëigenen. Onder de keizers hield dit op.Utica,Ἰτύκη, oude tyrische volkplanting, aan denzelfden inham gelegen als het jongere Carthago. Het was omstreeks 1170 gesticht, het omringende land was zeer vruchtbaar en de nabijzijnde bergen waren rijk aan metalen. Utica bleef tegenover Carthago een onafhankelijke stad, hoewel het natuurlijk den druk der machtige zusterstad niet ontgaan kon. In den tweeden punischen oorlog stond het Carthago bij, doch in den derden koos het beslist partij voor Rome; daarvoor kreeg het een aanzienlijk gedeelte van het carthaagsche gebied en werd het tot hoofdstad der provincie Africa verheven. In de burgeroorlogen koos Utica de zijde van Caesar; Cato (Uticensis), die er het bevel voerde en van geene overgaaf wilde hooren, bracht zich toen om het leven (ziePorciino. 8). Door Augustus zeer begunstigd, genoot Utica lang een grooten bloei. Later is het verwoest door de Arabieren, doch er zijn nog uitgebreide ruïnen van overgebleven.Uxellodūnum, sterke stad der Cadurci in Aquitania, op eene steile rots, die van drie zijden door den Oltis (Lot) werd omspoeld. Omtrent de juiste ligging is men het niet geheel eens.Uxentis, eiland aan de W.punt van Gallia, thans Ouessant.UxentumofUzentum, stad der Sallentīni in Calabria, geheel in het Z. op den weg naar het promunturium Sallentīnum.Uxii,Οὔξιοι, een der roofzuchtige stammen in het gebergte, dat Susiāne van Persis en Media scheidt. Zij betwistten Alex. den Gr. den doortocht.Uxoris elke wettig gehuwde rom. vrouw. Ommater familiaste wezen, moest de vrouwin manu maritizijn, anders was zijuxor tantummodo.
Ubii, germaansch volk, met de Rom. bevriend en bij hunne naburen, de Sueven, gehaat, op den rechter Rijnoever van den Laugona (Lahn) tot beneden het tegenw. Keulen. Octaviānus liet hen in 38 door zijn legatus pro praetore M. Vipsanius Agrippa naar den linkeroever overbrengen, waar hunoppidum Ubiorumlater (50 n. Chr.) den naamColonia Agrippīna(z. a.) kreeg, waarna zij zelvenAgrippinenseswerden geheeten. De hun ingeruimde grond behoorde vroeger aan de Treveri.
Udaeus,Οὐδαῖος, een van de Sparten, z.Cadmus.
Ufens, riviertje in Latium, dat met den Amasēnus vereenigd nabij Tarracīna in zee valt en door gebrekkige uitwatering de pomptijnsche moerassen heeft gevormd. De een noemt den Ufens een zijtak van den Amasenus, de ander juist omgekeerd.
Ulixes, Ulysses=Odysseus.
Ulpia Traiāna, zieCastra Vetera.
Ulpia Noviomagus, zieNoviomagusno. 4.
Ulpiāni.1)Domitius Ulpianus, uit Tyrus, beroemd jurist ten tijde van keizer Alexander Sevērus, wiens vriend en raadsman hij was en onder wien hij hooge ambten bekleedde. In 228 n. C. werd hij als praefectus praetorio des nachts in het paleis overvallen en vermoord door de soldaten, die over de strenge tucht ontevreden waren. Van zijne talrijke geschriften (o. a.ad edictum praetorisin 81 boeken,ad edictum aedilium curuliumin 2 boeken, enad Masurium Sabīnum, in 51 b.) zijn slechts weinige fragmenten over, doch in de pandecten zijn vele uittreksels overgenomen.—2)Ulpianusvan Emesa, schrijver van rhetorische werken en o. a. ook van scholia op Demosthenes, onder Constantijn den Gr.
Ulpii, rom. geslacht uit Italica in Baetica. 1)M. Ulpius Traiānus, vader van den keizer, was door adoptie onder de Ulpii gekomen. Hij onderscheidde zich onder Vespasiānus als generaal in den joodschen oorlog en later als stadhouder van Syria tegen de Parthen (76 n. C.).—2)M. Ulp. Traianus, rom. keizer 98–117 na C.; zieTraianus.—3)Ulp. Marcellus, bekwaam jurist in het tijdperk der Antonijnen.—4)Ulpius Crinītus, adoptiefvader van Aureliānus.
Ultor, wreker, 1) bijnaam van Jupiter als straffend god.—2)bijnaam van Mars, wien door Octaviānus bij Philippi een tempel beloofd werd voor de wraak op de moordenaars van Caesar. Van dezen tempel, die eerst in 2 ingewijd kon worden en aan het Forum Augusti stond, zijn nog eenige zuilen overgebleven.
Ulubrae, onbeduidende plaats in Latium, aan de Pomptīnae palūdes, slechts bekend door de scherts van Cicero over de menigte kikvorschen, die in den omtrek kwaakten.
Umbilicus.De bladen der boekrollen werden geplakt aan een hollen stok of dunnen houten cylinder, waarom zij bij het wegbergen werden opgerold. Door dezen cylinder liep een andere stok, die aan beide zijden uitstak en daar van knoppen (cornua, umbilici) was voorzien. Aan den knop kon men het handschrift vasthouden bij het lezen.
Umbra.Een genoodigde bij een feest of maaltijd mocht bij de Rom. een ongenooden gast medebrengen, die dan zijneumbrawerd genoemd. Een aanzienlijke gast bracht er wel eens twee mede.
Umbria,Ὀμβρική, gewest van Midden-Italia tusschen Cisalpīna, Etruria, het sabijnsche land en de Adriatische zee. DeUmbrii,Ὀμβρικοί, hadden vroeger ook Etruria bewoond, doch waren door de Etruscers daaruit verdrongen, terwijl later de gallische Senones aan den anderen kant hun land binnendrongen. In 308 werd Umbria door de Rom. onderworpen en na de uitroeiing der Senones in 280 weder met hun gebied vergroot.
Uncia, als munt en gewicht 1/12as. Ook dikwijls gebruikt voor 1/12 in het algemeen, b.v.heres ex uncia, erfgenaam voor 1/12.
Unelli=Venelli.
Unxia, bijnaam van Juno als huwelijksgodin; de naam heeft betrekking op de gewoonte, om de deurposten van het huis, dat door een jonggehuwd paar betrokken zou worden, te zalven.
Upis,Οὖπις, 1) bijnaam van Artemis als helpster van barende vrouwen.—2)bijnaam der rhamnusische Nemesis.
Urania,Οὐρανία, 1) muze van de sterrenkunde, gewoonlijk afgebeeld met een hemelbol in de hand.—2)bijnaam van Aphrodīte (z. a.).—3)nimf, dochter van Oceanus en Tethys.
Uranidae,Οὐρανίδαι, de Titanen, zonen van Uranus.
Uranus,Οὐρανός, oudste zoon en later echtgenoot van Gaea, werd bij haar vader van de Titanen, Cyclopen en Hecatonchiren. Hij was de eerste beheerscher van het heelal, en daar hij vreesde door zijne kinderen van de heerschappij beroofd te zullen worden, wierp hij de Cyclopen en Hecatonchiren in den Tartarus. Doch Gaea, hierover vertoornd, zette de Titanen tegen hun vader op, en onder leiding van Cronus (z. a.) ontnamen zij hem de heerschappij. Het bloed, dat uit de wonden vloeide, die Cronus zijn vader toebracht, viel deels in zee en verwekte daar het schuim, waaruit Aphrodīte geboren werd; uit dat, wat op de aarde viel, ontstonden de Erinyen, Giganten en melische nimfen.
Urbigenus=Verbigenus.
Urbīnum, naam van twee umbrische steden. 1)Metaurense, ten N. van den Metaurus in het binnenland gelegen, thans Urbino.—2)Hortense, rom. municipium, ten Z. van Vettona, en in de nabijheid van Mevania.
Urbs Salvia, stad der Pollentini, in het N. van Picēnum, ziePollentiano. 1.
Uria,Οὐρία, bij Herod.Ὑρία, oude hoofdstad van Iapygia aan den weg van Brundisium naar Tarentum =Hyriano. 3.
Urium,Οὔριον, zeestad in het landschap Daunia, in Apulia, ten N. van den Mons Garganus, aan den Sinus Urias, wel te onderscheiden van Uria of Hyria, dat in het binnenland ligt.
Urius,Οὔριος, bijnaam van Zeus, den schenker van gunstigen wind op zee.
Uscana, versterkte hoofdstad der Penestae in Illyris graeca, aan den bovenloop van de rivier Drilon.
Usipetes, germaansch volk, verbonden met de Tencteri, deelden in de lotgevallen dezer laatsten.
Usipii=Usipetes.
Ustica, 1) kleine heuvel in het sabijnsche, nabij het landgoed van Horatius.—2)=Osteodes,Ὀστεώδης, eilandje ten N. van Sicilia.
Usucapio, usus, verkrijging van eigendom (dominium) door verjaard bezit (possessio).—Usucapio pro herede. Eene onbeheerde erfenis werd als gemeen goed beschouwd, waardoor de erfgenamen genoodzaakt waren ze ten spoedigste te aanvaarden; zoolang dit niet was geschied, kon ieder zich zaken er van toeëigenen. Onder de keizers hield dit op.
Utica,Ἰτύκη, oude tyrische volkplanting, aan denzelfden inham gelegen als het jongere Carthago. Het was omstreeks 1170 gesticht, het omringende land was zeer vruchtbaar en de nabijzijnde bergen waren rijk aan metalen. Utica bleef tegenover Carthago een onafhankelijke stad, hoewel het natuurlijk den druk der machtige zusterstad niet ontgaan kon. In den tweeden punischen oorlog stond het Carthago bij, doch in den derden koos het beslist partij voor Rome; daarvoor kreeg het een aanzienlijk gedeelte van het carthaagsche gebied en werd het tot hoofdstad der provincie Africa verheven. In de burgeroorlogen koos Utica de zijde van Caesar; Cato (Uticensis), die er het bevel voerde en van geene overgaaf wilde hooren, bracht zich toen om het leven (ziePorciino. 8). Door Augustus zeer begunstigd, genoot Utica lang een grooten bloei. Later is het verwoest door de Arabieren, doch er zijn nog uitgebreide ruïnen van overgebleven.
Uxellodūnum, sterke stad der Cadurci in Aquitania, op eene steile rots, die van drie zijden door den Oltis (Lot) werd omspoeld. Omtrent de juiste ligging is men het niet geheel eens.
Uxentis, eiland aan de W.punt van Gallia, thans Ouessant.
UxentumofUzentum, stad der Sallentīni in Calabria, geheel in het Z. op den weg naar het promunturium Sallentīnum.
Uxii,Οὔξιοι, een der roofzuchtige stammen in het gebergte, dat Susiāne van Persis en Media scheidt. Zij betwistten Alex. den Gr. den doortocht.
Uxoris elke wettig gehuwde rom. vrouw. Ommater familiaste wezen, moest de vrouwin manu maritizijn, anders was zijuxor tantummodo.