N

NN, V., n’s.Na.Na, nader, naast.Naäapster, V., naäapsters. <-- trema toegevoegd -->Naad, M., naden. Naadje, O., naadjes.Naaf, V., naven.Naaibank, V., naaibanken.Naaibout, M., naaibouten.Naaidoos, V., naaidoozen.Naaien, naaide, heeft genaaid.Naaigaren, O.Naaikamer, V., naaikamers.Naaikistje, O., naaikistjes.Naaikussen, O., naaikussens; naaikussentje, O., naaikussentjes.Naaimachine, V., naaimachines.Naaimand, V., naaimanden; naaimandje, O., naaimandjes.Naaimeisje, O., naaimeisjes.Naainaald, V., naainaalden.Naaischool, V., naaischolen; naaischooltje, O., naaischooltjes.Naaister, V., naaisters. Naaistertje, O., naaistertjes.Naaitafel, V., naaitafels; naaitafeltje, O., naaitafeltjes.Naaiwerk, O.Naaiwinkel, M., naaiwinkels.Naaizak, M., naaizakken.Naaizijde, V.Naakt, naakter, naaktst.Naaktheid, V.Naald, V., naalden. Naaldje, O., naaldjes.Naaldboom, M., naaldboomen.Naaldenboekje, O., naaldenboekjes.Naaldenfabriek, V., naaldenfabrieken.Naaldengeld, O.Naaldenkoker, M., naaldenkokers.Naaldenoog, O.Naaldenwerk, O.Naaldenwinkel, M., naaldenwinkels.Naaldgeweer, O., naaldgeweren.Naaldhout, O.Naam, M., namen. Naampje, O., naampjes.Naambord, O., naamborden; naambordje, O., naambordjes.Naamchristen, M., naamchristenen.Naamcijfer, O., naamcijfers.Naamdag, M., naamdagen.Naamgenoot, M., naamgenooten. V. ook naamgenoote.Naamgeving, V.Naamkaartje, O., naamkaartjes.Naamloos (zonder naam), naamlooze.Naamloosheid, V.Naamlijst, V., naamlijsten.Naamstempel, M., naamstempels.Naamsverandering, V., naamsveranderingen.Naamval, M., naamvallen.Naamvalsuitgang, M., naamvalsuitgangen.Naamwoord, O., naamwoorden.Naäpen, aapte na, heeft nageaapt.Naäper, M., naäpers.Naäperij, V., naäperijen.Naäping, V., naäpingen.Naar, naarder, naarst.Naar (voorz.).Naardien.Naargeestig, naargeestiger, naargeestigst.Naargeestigheid, V.Naarheid, V., naarheden.Naarmate (voegw.).Naars. Zie Aars.Naarstig, naarstiger, naarstigst.Naarstigheid, V.Naarstiglijk.Naast.Naastbestaande, M. en V., naastbestaanden.Naaste, M. en V., naasten.Naaste (Ten naaste bij).Naasten, naastte, heeft genaast.Naasting, V., naastingen.Nababbelen, babbelde na, heeft nagebabbeld.Nabassen, baste na, heeft nagebast.Nabauwen, bauwde na, heeft nagebauwd.Nabauwer, M., nabauwers.Naberouw, O.Nabeurs, V.Nabestaande, M. en V., nabestaanden.Nabetrachting, V., nabetrachtingen.Nabij (bijw.).Nabijgelegen.Nabijheid, V.Nabijzijnd.Nablaffen, blafte na, heeft nageblaft.Nablijven, bleef na, bleven na, is nagebleven.Nablijver, M., nablijvers.Nabloeden, bloedde na, heeft nagebloed.Nabloeien, bloeide na, heeft nagebloeid.Nabloeier, M., nabloeiers.Nabootsen, bootste na, heeft nagebootst.Nabootser, M., nabootsers.Nabootsing, V., nabootsingen.Nabrengen, bracht na, heeft nagebracht.Nabroodje, O., nabroodjes.Nabrullen, brulde na, heeft nagebruld,Naburig, naburiger, naburigst.Nabuur, M., naburen. Nabuurtje, O., nabuurtjes.Nabuurschap, V.Nacht, M., nachten. Nachtje, O., nachtjes.Nachtarbeid, M.Nachtblaker, M., nachtblakers.Nachtboot, V., nachtbooten.Nachtbraken, nachtbraakte, heeft genachtbraakt.Nachtbraken, O.Nachtbraker, M., nachtbrakers.Nachtbroek, V., nachtbroeken.Nachtdoek, M., nachtdoeken.Nachtdienst, M.Nachtegaal, M., nachtegalen en nachtegaals. Nachtegaaltje, O., nachtegaaltjes.Nachtegaalsnest, O., nachtegaalsnesten.Nachtegaalsslag, M.Nachtegaalsstem, V., nachtegaalsstemmen.Nachtegaalstoon, M., nachtegaalstonen.Nachtelijk.Nachtevening, V.Nachtgerucht, O.Nachtgewaad, O., nachtgewaden.Nachtglas, O., nachtglazen.Nachtgoed, O.Nachthemd, O., nachthemden.Nachthuisje, O., nachthuisjes.Nachtjapon, V., nachtjaponnen. Zie ook Nachtpon.Nachtkaars, V., nachtkaarsen.Nachtkwartier, O., nachtkwartieren.Nachtlamp, V., nachtlampen; nachtlampje, O., nachtlampjes.Nachtlicht, O. Nachtlichtje, O., nachtlichtjes.Nachtlijst, V., nachtlijsten,Nachtlooper, M., nachtloopers.Nachtlucht, V.Nachtmaal, O.Nachtmaalganger, M., nachtmaalgangers.Nachtmaalsbeker, M., nachtmaalsbekers.Nachtmaalsbrood, O.Nachtmaalstafel, V., nachtmaalstafels.Nachtmerrie, V., nachtmerries.Nachtmuts, V., nachtmutsen.Nachtpitje, O., nachtpitjes.Nachtpon, V., nachtponnen; nachtponnetje, O., nachtponnetjes.Nachtraaf, M., nachtraven.Nachtroofvogel, M., nachtroofvogels.Nachtrust, V.Nachtschade, V.Nachtschuit, V., nachtschuiten.Nachtsein, O., nachtseinen.Nachtslot, O.Nachtspiegel, M., nachtspiegels.Nachttafeltje, O., nachttafeltjes.Nachttrein, M., nachttreinen.Nachtuil, M., nachtuilen.Nachtverblijf, O., nachtverblijven.Nachtvlinder, M., nachtvlinders.Nachtvogel, M., nachtvogels.Nachtvorst, V., nachtvorsten.Nachtwacht (wachter), M.; (het wachthouden en de gezamenlijke wachters), V., nachtwachten.Nachtwaker, M., nachtwakers.Nachtwerk, O.Nachtwerken, nachtwerkte, heeft genachtwerkt.Nachtwerker, M., nachtwerkers.Nachtwind, M.Nachtzoen, M., nachtzoenen.Nacijferen, cijferde na, heeft nagecijferd.Nadag, M., nadagen.Nadansen, danste na, heeft nagedanst.Nadat.Nadeel, O., nadeelen. Nadeeltje, O., nadeeltjes.Nadeelig, nadeeliger, nadeeligst.Nademaal.Nadenken, dacht na, heeft nagedacht.Nadenkend,nadenkender, nadenkendst.Nader. Zie Na.Naderbij.Naderen, naderde, is genaderd.Naderhand.Nadering, V., naderingen.Nadezen.Nadir, O.Nadoen, deed na, deden na, heeft nagedaan.Nadoener, M., nadoeners.Nadorst, M.Nadragen, droeg na, heeft nagedragen.Nadraven, draafde na, heeft en is nagedraafd.Nadruk (nagedrukt boek), M., nadrukken. Nadrukje, O., nadrukjes.Nadruk (het nadrukken), M.Nadruk (klem), M.Nadrukkelijk, nadrukkelijker, nadrukkelijkst.Nadrukken, drukte na, heeft nagedrukt.Nadweilen, dweilde na, heeft nagedweild.Naëten, at na, aten na, heeft nagegeten.Nafluiten, floot na, floten na, heeft nagefloten.Nagaan, gaat na, ging na, heeft en is nagegaan.Nagalm, M.Nageboorte, V., nageboorten.Nagebuur, M., nageburen.Nagel (aan het lichaam), M., nagels en nagelen. Nageltje, O., nageltjes.Nagelbank, V., nagelbanken.Nagelbed, O.Nagelbijter, M., nagelbijters.Nagelbloem, V., nagelbloemen.Nagelborstel, M., nagelborstels; nagelborsteltje, O., nagelborsteltjes.Nagelen, nagelde, heeft genageld.Nagelhout (rookvleesch), O.Nagelijzer, O., nagelijzers.Nagelkruid, O.Nagelolie, V.Nagelvast.Nagelvijltje, O., nagelvijltjes.Nagelwortel (stofnaam), V.Nagenoeg.Nagerecht, O., nagerechten.Nageslacht, O., nageslachten.Nageven, gaf na, gaven na, heeft nagegeven.Nagezang, O., nagezangen.Nagieten, goot na, goten na, heeft nagegoten.Nagisten, gistte na, heeft nagegist.Nagluren, gluurde na, heeft nagegluurd.Nagooien, gooide na, heeft nagegooid.Nagras, O.Naherfst, M.Nahollen, holde na, heeft en is nagehold.Nahooi, O.Nahouden, hield na, heeft nagehouden.Naïef, naïever, naïefst.Naijlen, ijlde na, is nageijld.Naijver, M.Naijverig, naijveriger, naijverigst.Naïveteit, V., naïveteiten.Najaar, O., najaren.Najaarsblad, O., najaarsbladen en najaarsbladeren.Najaarsbloem, V., najaarsbloemen; najaarsbloempje, O., najaarsbloempjes.Najaarskoorts, V., najaarskoortsen.Najaarsloover, O.Najaarsmis, V., najaarsmissen.Najaarsopruiming, V., najaarsopruimingen.Najaarsregen, M., najaarsregens.Najaarsreis, V., najaarsreizen.Najaarsveiling, V., najaarsveilingen.Najaarsvergadering, V., najaarsvergaderingen.Najaarsweder en najaarsweer, O.Najaarszon, V.Najade, V., najadenNajagen, jaagde na, heeft nagejaagd; ook joeg na.Najager, M., najagers.Najouwen, jouwde na, heeft nagejouwd.Naken, naakte, is genaakt.Nakermis, V., nakermissen.Nakijken, keek na, keken na, heeft nagekeken.Nakind, O., nakinderen.Naking, V.Naklank, M.Naklauteren, klauterde na, is nageklauterd.Naklimmen, klom na, klommen na, is nageklommen.Naklinken, klonk na, heeft nageklonken.Nakomeling, M. en V., nakomelingen. V. ook nakomelinge.Nakomelingschap, V.Nakomen, komt na, kwam na, kwamen na, is nagekomen.Nakomer, M., nakomers; nakomertje, O., nakomertjes.Nakoming, V.Nakoop, M.Nakroost, O.Nakruipen, kroop na, kropen na, heeft en is nagekropen.Nalaten, liet na, heeft nagelaten.Nalatenschap, V., nalatenschappen.Nalatig, nalatiger, nalatigst.Nalatigheid, V.Nalating, V.Nalekken, lekte na, heeft nagelekt.Naleven, leefde na, heeft nageleefd.Naleving, V.Nalezen, las na, lazen na, heeft nagelezen.Nalezing, V., nalezingen. Nalezinkje, O., nalezinkjes.Nalikken, likte na, heeft nagelikt.Naloop, M.Naloopen, liep na, heeft en is nageloopen.Nalooper, M., naloopers.Nalooping, V.Naloopster, V., naloopsters.Namaag, M. en V., namagen.Namaagschap (namagen), V.; (vermaagschapping), O.Namaaien, maaide na, heeft nagemaaid.Namaaisel, O., namaaisels.Namaak, V. Namaakje, O., namaakjes.Namaaksel, O., namaaksels. Namaakseltje, O., namaakseltjes.Namaakster, V., namaaksters.Namaals.Namaken, maakte na, heeft nagemaakt.Namaker, M., namakers.Namaking, V., namakingen.Namalen (molenaarsterm), maalde na, heeft nagemalen.Namarkt, V.Namelijk.Nameloos (onnoemelijk), namelooze.Nameloosheid, V.Namens.Nameten, mat na, maten na, heeft nagemeten.Namiddag, M., namiddagen. Namiddagje, O., namiddagjes.Namiddagpreek, V., namiddagpreeken.Namiddaguur, O., namiddaguren.Namis, V., namissen.Nanacht, M., nanachten.Naneef, M., naneven.Nanking, O.Naoogen, oogde na, heeft nageoogd.Naooging, V.Naoogst, M.Naoogsten, oogstte na, heeft nageoogst.Nap, M., nappen. Napje, O., napjes.Napeinzen, peinsde na, heeft nagepeinsd.Naphtha, V.Napleiten, pleitte na, heeft nagepleit.Naploegen, ploegde na, heeft nageploegd.Napluizen, ploos na, plozen na, heeft nageplozen.Napluizer, M., napluizers.Napluizing, V., napluizingen.Napok, V., napokken. Napokje, O., napokjes.Napraat, M.Napraten, praatte na, heeft nagepraat.Naprater, M., napraters.Napret, V. Napretje, O., napretjes.Nar, M., narren.Narcis, V., narcissen. Narcisje, O., narcisjes.Narcissenbed, O., narcissenbedden.Narcose, V.Narcotisch.Nardus, V.Nardusgeur, M.Narede, V., naredenen.Nareizen, reisde na, heeft en is nagereisd.Narekenen, rekende na, heeft nagerekend.Narekening, V., narekeningen.Narennen, rende na, is nagerend.Naricht, O.Narigheid, V., narigheden.Narijden, reed na, reden na, heeft en is nagereden.Naroep, M.Naroepen, riep na, heeft nageroepen.Narren. Zie Arren.Narrenkap, V., narrenkappen.Narreslede. Zie Arreslede.Narrig, narriger, narrigst.Narrigheid, V., narrigheden.Narwal, M., narwals en narwallen.Nasaal, nasale.Nasaal, V., nasalen.Nasaleering, V.Naschetsen, schetste na, heeft nageschetst.Naschilderen, schilderde na, heeft nageschilderd.Naschouw, V.Naschouwen, schouwde na, heeft nageschouwd.Naschreeuwen, schreeuwde na, heeft nageschreeuwd.Naschrift, O., naschriften; naschriftje, O., naschriftjes.Naschrijven, schreef na, schreven na, heeft nageschreven.Naschrijver, M., naschrijvers.Naseinen, seinde na, heeft nageseind.Naseining, V.Naslaan, slaat na, sloeg na, heeft nageslagen.Naslag, M., naslagen.Nasleep, M.Nasleepen (bedr.), sleepte na, heeft nagesleept.Naslepen (onz.), sleepte na, heeft nagesleept.Nasluipen, sloop na, slopen na, is nageslopen.Nasmaak, M., nasmaken. Nasmaakje, O., nasmaakjes.Nasmijten, smeet na, smeten na, heeft nagesmeten.Nasnede, V., nasneden.Nasnuffelaar, M., nasnuffelaars.Nasnuffelen, snuffelde na, heeft nagesnuffeld.Nasnuffeling, V., nasnuffelingen.Nasopje, O., nasopjes.Naspel, O., naspelen. Naspelletje, O., naspelletjes.Naspelen, speelde na, heeft nagespeeld.Naspellen, spelde na, heeft nagespeld.Naspeuren, speurde na, heeft nagespeurd.Naspeuring, V., naspeuringen.Naspeurlijk.Naspoelen, spoelde na, heeft nagespoeld.Naspoeling, V.Nasporen (onderzoeken), spoorde na, heeft nagespoord.Nasporen (met den spoorwagen narijden), spoorde na, is nagespoord.Nasporing, V., nasporingen.Naspringen, sprong na, is nagesprongen.Naspui, O.Nastappen, stapte na, heeft en is nagestapt.Nastaren, staarde na, heeft nagestaard.Nastormen, stormde na, heeft en is nagestormd.Nastreven, streefde na, heeft en is nagestreefd.Nastuiven, stoof na, stoven na, is nagestoven.Nastuk, O., nastukken. Nastukje, O., nastukjes.Nasturen, stuurde na, heeft nagestuurd.Nasukkelen, sukkelde na, is nagesukkeld.Nat, natter, natst.Nat, O. Natje, O.Natafelen, tafelde na, heeft nagetafeld.Nateekenen, teekende na, heeft nageteekend.Nateekening, V.Natellen, telde na, heeft nageteld.Natelling, V.Nater, V., naters.Nateren, teerde na, heeft nageteerd.Nathals, M. en V., nathalzen. Nathalsje, O., nathalsjes.Natheid, V.Natie, V., natiën en naties.Natievlag, V., natievlaggen.Natijd, M.Nationaal, nationale.Nationaliteit, V., nationaliteiten.Nationaliteitsgevoel, O.Natorsen, torste na, heeft nagetorst.Natrachten, trachtte na, heeft nagetracht.Natred, M.Natreden, trad na, traden na, heeft en is nagetreden.Natrekken, trok na, trokken na, heeft en is nagetrokken.Natrium, O.Natten, natte, heeft genat.Nattig, nattiger, nattigst.Nattigheid, V.Naturalisatie, V., naturalisatiën en naturalisaties.Naturaliseeren, naturaliseerde, heeft genaturaliseerd.Naturalisme, O.Naturelletje, O., naturelletjes.Naturen, tuurde na, heeft nagetuurd.Natuur, V., naturen.Natuurbeschouwer, M., natuurbeschouwers.Natuurbeschrijving, V., natuurbeschrijvingen.Natuurboter, V.Natuurdienst, M.Natuurdrift, V.Natuurgenoot, M., natuurgenooten.Natuurgenoote, V., natuurgenooten.Natuurkennis, V.Natuurkracht, V., natuurkrachten.Natuurkunde, V.Natuurkundig.Natuurkundige, M. en V., natuurkundigen.Natuurlijk, natuurlijker, natuurlijkst.Natuurlijkerwijze.Natuurlijkheid, V.Natuurmensch, M., natuurmenschen.Natuuronderzoeker, M., natuuronderzoekers.Natuurproduct, O., natuurproducten.Natuurrecht, O.Natuurstaat, M.Natuurverschijnsel, O., natuurverschijnselen.Natuurvoortbrengsel, O., natuurvoortbrengselen.Natuurwet, V., natuurwetten.Natuurwetenschap, V., natuurwetenschappen.Nautiek, V.Nauw, nauwer, nauwst.Nauwelijks.Nauwgezet, nauwgezetter, nauwgezetst.Nauwgezetheid, V.Nauwheid, V.Nauwkeurig, nauwkeuriger, nauwkeurigst.Nauwkeurigheid, V.Nauwlettend, nauwlettender, nauwlettendst.Nauwlettendheid, V.Nauwnemend, nauwnemender, nauwnemendst.Nauwnemendheid, V.Nauwte, V.Navel, M., navels. Naveltje, O., naveltjes.Navelband, M., navelbanden; navelbandje, O., navelbandjes.Navelbreuk, V., navelbreuken.Navelmerk, O., navelmerken.Navelstreng, V., navelstrengen.Naverhalen, verhaalde na, heeft naverhaald.Navertellen, vertelde na, heeft naverteld.Naverwant, M., naverwanten.Naverwantschap, V.Navloed, M.Navloeien, vloeide na, heeft nagevloeid.Navloeiing, V., navloeiingen.Navloeken, vloekte na, heeft nagevloekt.Navluchten, vluchtte na, is nagevlucht.Navoeren, voerde na, heeft nagevoerd.Navolgbaar, navolgbare.Navolgen, volgde na, heeft nagevolgd.Navolgend.Navolgenswaardig, navolgenswaardiger, navolgenswaardigst, of meer en meest navolgenswaardig.Navolger, M., navolgers.Navolging, V., navolgingen.Navolgster, V., navolgsters.Navorschen, vorschte na, heeft nagevorscht.Navorscher, M., navorschers.Navorsching, V., navorschingen.Navraag, V.Navragen, vraagde na, heeft nagevraagd; ook vroeg na.Navrucht, V., navruchten.Nawee, O., naweeën.Nawegen, woog na, wogen na, heeft nagewogen.Naweging, V.Naweide, V.Nawerken, werkte na, heeft nagewerkt.Nawerking, V.Nawerpen, wierp na, heeft nageworpen.Naweven, weefde na, heeft nageweven.Nawijn, M.Nawijzen, wees na, wezen na, heeft nagewezen.Nawinter, M., nawinters. Nawintertje, O., nawintertjes.Nazaaien, zaaide na, heeft nagezaaid.Nazaat, M., nazaten.Nazamelen, zamelde na, heeft nagezameld.Nazang, M., nazangen.Nazeggen, zeide na, heeft nagezegd en nagezeid.Nazegger, M., nazeggers.Nazeilen, zeilde na, is nagezeild.Nazenden, zond na, heeft nagezonden.Nazending, V.Nazetten, zette na, heeft nagezet.Nazien, zag na, zagen na, heeft nagezien.Nazingen, zong na, heeft nagezongen.Nazitten, zat na, zaten na, heeft nagezeten.Nazoeken, zocht na, heeft nagezocht.Nazomer, M., nazomers. Nazomertje, O., nazomertjes.Nazorg, V., nazorgen.Neb en Nebbe, V., nebben. Nebje en nebbetje, O., nebjes en nebbetjes.Nebbeling (nebaal), M., nebbelingen. Als stofnaam, V.Necrologie, V., necrologieën.Necroloog, M., necrologen.Nectar, M.Nectarteug, V., nectarteugen.Neder en Neer. (Zoo ook in de meeste samenstellingen).Neder-Betuwe, V.Nederbiggelen, biggelde neder, is nedergebiggeld.Nederbliksemen, bliksemde neder, heeft nedergebliksemd.Nederbonzen, bonsde neder, heeft en is nedergebonsd.Nederbrengen, bracht neder, heeft nedergebracht.Nederbuigen, boog neder, bogen neder, heeft en is nedergebogen.Nederbuigend, nederbuigender, nederbuigendst.Nederbuigendheid, V.Nederbukken, bukte neder, heeft en is nedergebukt.Nederdalen, daalde neder, is nedergedaald.Nederdaling, V., nederdalingen.Nederdonderen, donderde neder, is en heeft nedergedonderd.Nederdringen, drong neder, heeft nedergedrongen.Nederdruipen, droop neder, dropen neder, is nedergedropen.Nederdrukken, drukte neder, heeft nedergedrukt.Nederduiken, dook neder, doken neder, is nedergedoken.Nederduitsch.Nederduitsch, O.Nederduitscher, M., Nederduitschers.Nederduwen, duwde neder, heeft nedergeduwd.Nederflansen, flanste neder, heeft nedergeflanst.Nedergaan, gaat neder, ging neder, is nedergegaan.Nederglijden, gleed neder, gleden neder, is nedergegleden.Nedergolven, golfde neder, is nedergegolfd.Nedergooien, gooide neder, heeft nedergegooid.Nederhagelen, hagelde neder, is nedergehageld.Nederhalen, haalde neder, heeft nedergehaald.Nederhaler. Zie Neerhaler.Nederhangen, hing neder, heeft nedergehangen.Nederhellen, helde neder, heeft nedergeheld.Nederhelling, V.Nederhouwen, hieuw neder, heeft nedergehouwen.Nederhurken, hurkte neder, is nedergehurkt.Nederig, nederiger, nederigst.Nederigheid, V.Nederkammen, kamde neder, heeft nedergekamd.Nederkijken, keek neder, keken neder, heeft nedergekeken.Nederkladden, kladde neder, heeft nedergeklad.Nederknielen, knielde neder, heeft en is nedergeknield.Nederknieling, V.Nederkomen, komt neder, kwam neder, kwamen neder, is nedergekomen.Nederkrijgen, kreeg neder, kregen neder, heeft nedergekregen.Nederlaag, V., nederlagen. Nederlaagje, O., nederlaagjes.Nederland, O., Nederlanden.Nederlander, M., Nederlanders.Nederlanderschap, O.Nederlandsch.Nederlandsch, O.Nederlaten, liet neder, heeft nedergelaten.Nederlating, V.Nederleggen, legde en leide neder, heeft nedergelegd en nedergeleid.Nederliggen, lag neder, lagen neder, heeft nedergelegen.Nederloopen, liep neder, heeft en is nedergeloopen.Nederpersen, perste neder, heeft nedergeperst.Nederploffen, plofte neder, is en heeft nedergeploft.Nederplompen, plompte neder, is nedergeplompt.Nederplonzen, plonsde neder, heeft en is nedergeplonsd.Neder-Rijn, M.Nederrollen, rolde neder, is nedergerold.Nedersabelen, sabelde neder, heeft nedergesabeld.Nedersaksisch.Nedersaksisch, O.Nederschieten, schoot neder, schoten neder, heeft en is nedergeschoten.Nederschijnen, scheen neder, schenen neder, heeft nedergeschenen.Nederschrijven, schreef neder, schreven neder, heeft nedergeschreven.Nederschuiven, schoof neder, schoven neder, heeft en is nedergeschoven.Nedersijpelen, sijpelde neder, is nedergesijpeld.Nederslaan, sloeg neder, heeft en is nedergeslagen.Nederslag. Zie Neerslag.Nedersmakken, smakte neder, heeft en is nedergesmakt.Nedersmijten, smeet neder, smeten neder, heeft nedergesmeten.Nederspringen, sprong neder, is nedergesprongen.Nederstampen, stampte neder, heeft nedergestampt.Nederstooten, stiet neder, heeft nedergestooten; ook stootte neder.Nederstormen, stormde neder, heeft en is nedergestormd.Nederstorten, stortte neder, heeft en is nedergestort.Nederstorting, V.Nederstrekken, strekte neder, heeft nedergestrekt.Nederstrijken, streek neder, streken neder, heeft en is nedergestreken.Nederstroomen, stroomde neder, is nedergestroomd.Nederstuiven, stoof neder, stoven neder, is nedergestoven.Nedertrappen, trapte neder, heeft nedergetrapt.Nedertrekken, trok neder, trokken neder, heeft nedergetrokken.Nedertuimelen, tuimelde neder, is nedergetuimeld.Nederval, M.Nedervallen, viel neder, is nedergevallen.Nedervellen, velde neder, heeft nedergeveld.Nedervliegen, vloog neder, vlogen neder, is nedergevlogen.Nedervlijen, vlijde neder, heeft nedergevlijd.Nedervloeien, vloeide neder, is nedergevloeid.Nederwaarts (bijw.).Nederwaartsch (bnw.).Nederwerpen, wierp neder, heeft nedergeworpen.Nederwerping, V.Nederzetten, zette neder, heeft nedergezet.Nederzetting, V., nederzettingen.Nederzien, zag neder, zagen neder, heeft nedergezien.Nederzijgen, zeeg neder, zegen neder, is nedergezegen.Nederzinken, zonk neder, is nedergezonken.Nederzitten, zat neder, zaten neder, heeft nedergezeten.Nederzweven, zweefde neder, is nedergezweefd.Neef, M., neven. Neefje, O., neefjes.Neefje (mugje), O., neefjes.Neefschap, O.Neen (tusschenw.). Als znw., O.Neep, V., nepen. Neepje, O., neepjes.Neepjeskapje, O., neepjeskapjes.Neepjesmuts, V., neepjesmutsen; neepjesmutsje, O., neepjesmutjes.Neer, V.Neer. Zie Neder.Neerhaal, M., neerhalen.Neerhaler, M., neerhalers.Neerslachtig, neerslachtiger, neerslachtigst.Neerslachtigheid, V.Neerslag (het nederslaan), M.Neerslag (rustbed), V., neerslagen.Neerslag (bezinksel), O., neerslagen.Neet (luizenei), V., neten. Neetje, O., neetjes.Neet, ook Niet (klinknageltje), V., neeten. Neetje, O., neetjes.Neeten, ook Nieten (klinken), neette, heeft geneet.Neetoor, M. en V., neetooren.Neffens.Neg en Negge, V., neggen.Negatie, V., negatiën en negaties.Negatief, negatieve.Negatief (in de photographie), O., negatieven.Negeeren, negeerde, heeft genegeerd.Negen (telwoord). Als znw., V., negens. Negentje, O., negentjes.Negendaagsch.Negende.Negendehalf, negendehalve.Negenderhande.Negenderlei.Negenduizendste.Negenhonderd.Negenmaal.Negenoog, V., negenoogen; negenoogje, O., negenoogjes.Negenponder, M., negenponders.Negentallig.Negentien.Negentig.Negenwerf.Neger, M., negers. Negertje, O., negertjes.Negerbevolking, V.Negeren, negerde, heeft genegerd.Negerhut, V., negerhutten.Negerin, V., negerinnen.Negerland, O.Negerslaaf, M., negerslaven.Negge. Zie Neg.Négligé, O.Negorij, V., negorijen.Negotiatie, V., negotiatiën en negotiaties.Negotie, V., negotiën en negoties.Negotieeren, negotieerde, heeft genegotieerd.Negotiepenning, M., negotiepenningen.Neigen, neigde, heeft geneigd.Neiging (begeerte), V., neigingen.Nek, M., nekken. Nekje, O., nekjes.Nekken, nekte, heeft genekt.Nekslag, M.Nekvel, O.Nel, V., nellen.Nemen, nam, namen, heeft genomen.Nemesis, V.Neologie, V.Neologisme, O., neologismen.Neoloog, M., neologen.Nephritis, V.Nepotisme, O.Neppe (ook Nippe), V.Nereïde, V., nereïden.Nerf, V.Nergens.Nering, V., neringen.Neringdoende, M. en V., neringdoenden.Neringloos, neringlooze.Nerveus, nerveuzer, nerveust.Nervig.Nervositeit, V.Nes, V., nessen.Nest, O., nesten. Nestje, O., nestjes.Nestei, O., nesteieren.Nestel, M., nestels en nestelen. Nesteltje, O., nesteltjes.Nestelen (toerijgen enz.), nestelde, heeft genesteld.Nestelen (een nest maken), nestelde, heeft genesteld.Nesteling (dier), M., nestelingen.Nesteling, V., nestelingen.Nestel-lakei, M., nestel-lakeien.Nesterij, V., nesterijen. Nesterijtje, O., nesterijtjes.Nestig, nestiger, nestigst.Nestigheid, V., nestigheden.Nestkuiken, O., nestkuikens.Nestvederen (mv.), V.Net, O., netten. Netje, O., netjes.Net (netschrift), O.Net, netter, netst.Net (bijw.).Netbord, O., netborden.Netel, V., netels en netelen. Neteltje, O., neteltjes.Netelachtig, netelachtiger, netelachtigst.Netelachtigheid, V.Neteldoek, O.Neteldoeksch.Netelig, neteliger, neteligst.Neteligheid, V.Netelroos, V.Netheid, V.Netjes.Netschrift, O.Netten, nette, heeft genet.Nettenboeter, M., nettenboeters.Nettenbreien, O.Nettenbreier, M., nettenbreiers.Nettenknoopen, O.Nettenknooper, M., nettenknoopers.Nettigheid, V.Netto.Netto-winst, V.Netvlies, O.Neulen, neulde, heeft geneuld.Neurasthenicus, M., neurasthenici.Neurasthenie, V.Neuriën, neuriede, heeft geneuried.Neurose, V.Neus, M., neuzen. Neusje, O., neusjes.Neusbeen, O.Neusbloeding, V., neusbloedingen.Neusdoek, M., neusdoeken; neusdoekje, O., neusdoekjes.Neusgat, O., neusgaten.Neusholte, V.Neushoorn en Neushoren, M., neushoorns en neushorens.Neuskijker, M., neuskijkers.Neusklank, M., neusklanken.Neusknijper, M., neusknijpers.Neusstem, V., neusstemmen.Neusvleugel, M., neusvleugels.Neuswijs, neuswijze.Neut, V., neuten.Neutelaar, M., neutelaars.Neutelarij, V., neutelarijen.Neutelen, neutelde, heeft geneuteld.Neutelig, neuteliger, neuteligst.Neutraal, neutrale.Neutraliseeren, neutraliseerde, heeft geneutraliseerd.Neutraliteit, V.Neutraliteitsverklaring, V.Neuzelaar, M., neuzelaars.Neuzelen, neuzelde, heeft geneuzeld.Neuzen, neusde, heeft geneusd.Nevel, M., nevels en nevelen. Neveltje, O., neveltjes.Nevelachtig, nevelachtiger, nevelachtigst.Nevelen, nevelde, heeft geneveld.Nevelig, neveliger, neveligst.Nevelvlek, V., nevelvlekken.Nevens.Nevensgaand.Nicht, V., nichten. Nichtje, O., nichtjes.Nicotine, V.Nicotinevergiftiging, V.Niemand.Niemendal.Nier, V., nieren. Niertje, O., niertjes.Nierbed, O.Nierbroodje, O., nierbroodjes.Niersteen, M., niersteenen; niersteentje, O., niersteentjes.Niervormig.Nierziekte, V., nierziekten.Nieskruid, O.Niesmiddel, O., niesmiddelen.Nieswortel, V.Niet (in de loterij), V., nieten. Nietje, O., nietjes.Niet (klinknageltje). Zie Neet.Niet (niets), O.Niet (stof), O.Niet (bijw.).Nieten (klinken). Zie Neeten.Nietig, nietiger, nietigst.Nietigheid, V., nietigheden.Niets.Nietsbeteekenend.Nietswaardig.Niettegenstaande.Niettemin.Nieuw, nieuwer, nieuwst.Nieuwbakken.Nieuwelijks.Nieuweling, M. en V., nieuwelingen. V. ook nieuwelinge.Nieuwemaan, V.Nieuwerwets (bijw.).Nieuwerwetsch (bnw.), nieuwerwetscher, meest nieuwerwetsch.Nieuwgebonden.Nieuwgebouwd.Nieuwgemunt.Nieuwgeverfd.Nieuwgevormd.Nieuwheid, V.Nieuw-Holland, O.Nieuwigheid, V., nieuwigheden. Nieuwigheidje, O., nieuwigheidjes.Nieuwigheidsbejag, O.Nieuwigheidszucht, V.Nieuwjaar, O.Nieuwjaarsbezoek, O., nieuwjaarsbezoeken.Nieuwjaarsbrief, M., nieuwjaarsbrieven.Nieuwjaarsdag, M., Nieuwjaarsdagen.Nieuwjaarsfooi, V., nieuwjaarsfooien.Nieuwjaarsgeschenk, O., nieuwjaarsgeschenken.Nieuwjaarsgroet, M., nieuwjaarsgroeten.Nieuwjaarskaart, V., nieuwjaarskaarten; nieuwjaarskaartje, O., nieuwjaarskaartjes.Nieuwjaarsmorgen, M., Nieuwjaarsmorgens.Nieuwjaarswensch, M., nieuwjaarswenschen.Nieuwkoop, M.; nieuwkoopje, O.Nieuwlichter, M., nieuwlichters.Nieuwlichterij, V.Nieuwmodisch.Nieuws, O.Nieuwsbericht, O., nieuwsberichten.Nieuwsgierig, nieuwsgieriger, nieuwsgierigst.Nieuwsgierigheid, V.Nieuwspapier, O., nieuwspapieren.Nieuwstijding, V., nieuwstijdingen.Nieuwtje, O., nieuwtjes.Niezen, niesde, heeft geniesd.Nihilisme, O.Nihilist, M., nihilisten.Nihiliste, V., nihilisten.Nijd, M.Nijdas, M., nijdassen.Nijdasserig.Nijdig, nijdiger, nijdigst.Nijdigaard, M., nijdigaards.Nijdigheid, V.Nijgen, neeg, negen, heeft genegen.Nijging (buiging), V., nijgingen.Nijnagel en Nijdnagel, M., nijnagels en nijdnagels. Nijnageltje, O., nijnageltjes.Nijpen, neep, nepen, heeft genepen.Nijper, M., nijpers. Nijpertje, O., nijpertjes.Nijptang, V., nijptangen.Nijver, nijverder, nijverst.Nijverheid, V.Nik, M., nikken.Nikkel (onkruid), V.Nikkel (metaal), O.Nikkelen (bnw.).Nikken, nikte, heeft genikt.Nikker, M., nikkers. Nikkertje, O., nikkertjes.Niks.Nimf, V., nimfen. Nimfje, O., nimfjes.Nimfenstoet, M.Nimmer.Nimmermeer.Nippe. Zie Neppe.Nippen, nipte, heeft genipt.Nippertje, O.Nis, V., nissen. Nisje, O., nisjes.Niveau, O., niveau’s.Nivelleeren, nivelleerde, heeft genivelleerd.Nobel, M., nobels en nobelen.Nobel, nobeler, nobelst.Noch (ook niet).Nochtans.Nocturne, V., nocturnes.Noembaar, noembare.Noemen, noemde, heeft genoemd.Noemenswaardig, noemenswaardiger, noemenswaardigst, of meer en meest noemenswaardig.Noemer, M., noemers.Noen, M.Noenmaal, O.Noest (ook oest), M., noesten.Noest, noester.Noesterig, noesteriger, noesterigst.Noestheid, V.Noestig, noestiger, noestigst.Noestigheid, V.Nog (daarenboven, tot nu toe).Noga, V.Nogal.Nogataart, V., nogataarten; nogataartje, O., nogataartjes.Nogmaals.Nok (snik), M., nokken. Nokje, O., nokjes.Nok (van het dak enz.), V., nokken. Nokje, O., nokjes.Nokbalk, M., nokbalken.Nokken, nokte, heeft genokt.Nomaden (mv.), M.Nomadenleven, O.Nomadenstam, M., nomadenstammen.Nomadisch.Nomenclatuur, V., nomenclaturen.Nominaal, nominale.Nominalisme, O.Nominalist, M., nominalisten.Nominatie, V., nominatiën en nominaties.Nommer en Nummer, O., nommers en nummers. Nommertje en nummertje, O., nommertjes en nummertjes.Nommeren en Nummeren, nommerde, heeft genommerd.Nommerijzer, O., nommerijzers.Nommering, V., nommeringen.Nommervlag, V., nommervlaggen.Non, V., nonnen. Nonnetje, O., nonnetjes; ook nonneken en nonneke, O., nonnekens en nonnekes.Nonactief, nonactieve.Nonactiviteit, V.Nonactiviteits-traktement, O., nonactiviteits-traktementen.Nonchalance, V.Nonchalant, nonchalanter, nonchalantst.Non-interventie, V.Nonnengewaad, O.Nonnenkleed, O., nonnenkleederen.Nonnenklooster, O., nonnenkloosters.Nonnenorde, V., nonnenorden.Nonnensluier, M. nonnensluiers.Nonsens, M.Nonsensicaal, nonsensicale.Nonvaleur, M., nonvaleurs.Nood, M., nooden.Noodanker, O., noodankers.Noodbrug, V., noodbruggen.Nooddeur, V., nooddeuren.Nooddoop, M.Nooddruft, V.Noode (Van noode).Noode (ongaarne).Noodeloos, noodelooze.Noodeloosheid, V.Nooden, noodde, heeft genood.Noodhaven, V., noodhavens.Noodhulp, V., noodhulpen.Noodig, noodiger, noodigst.Noodigen, noodigde, heeft genoodigd.Noodiger, M., noodigers.Noodiging, V., noodigingen.Noodklok, V., noodklokken.Noodlijdend.Noodlijdende, M. en V., noodlijdenden.Noodlot, O.Noodlottig, noodlottiger, noodlottigst.Noodlottigheid, V.Noodmunt, V., noodmunten.Noodrem, V., noodremmen.Noodschot, O., noodschoten.Noodsein, O., noodseinen.Noodweer (tegenweer), V.Noodweer en Noodweder (hevig onweder), O.Noodwendig, noodwendiger, noodwendigst.Noodwendigheid, V.Noodwet, V., noodwetten.Noodzaak, V.Noodzakelijk, noodzakelijker, noodzakelijkst.Noodzakelijkheid, V.Noodzaken, noodzaakte, heeft genoodzaakt.Nooit.Noopijzer, O., noopijzers.Noor, M., Noren.Noord (bijw.). Noord (het Noorden), O.; (de noordelijk gelegen landen), V.Noord-Brabant, O.Noordelijk, noordelijker, noordelijkst.Noordelijken, noordelijkte, is genoordelijkt.Noorden, O.Noordenwind, M., noordenwinden.Noorderbreedte, V.Noorderlicht, O.Noorderzon, V.Noordfriesch.Noord-Holland, O.Noordhollandsch.Noordnoordoost (bijw.). Als znw., O.Noordnoordwest (bijw.). Als znw., O.Noordoost (bijw.). Als znw., O.Noordoostelijk.Noordoosten, O.Noordoosteren, noordoosterde, is genoordoosterd.Noordpool, V.Noordpoolexpeditie, V., noordpoolexpedities.Noordpoolreis, V., noordpoolreizen.Noordpoolreiziger, M., noordpoolreizigers.Noordpoolvaarder, M., noordpoolvaarders.Noordsch.Noordwaarts.Noordwest (bijw.). Als znw., O.Noordwestelijk.Noordwesten, O.Noordwesteren, noordwesterde, is genoordwesterd.Noordzee, V.Noorman, M., Noormannen.Noorsch (Noorweegsch).Noorsch, O.Noorweegsch.Noorwegen, O.Noot (zangnoot en aanteekening), V., noten. Nootje, O., nootjes.Noot (vrucht), V., noten. Nootje, O., nootjes.Nop, V., noppen. Nopje, O., nopjes.Nopen, noopte, heeft genoopt.Nopens.Nopijzer, O., nopijzers.Nopjesgoed, O.Noppen, nopte, heeft genopt.Nopper, M., noppers.Noppig, noppiger, noppigst.Nopschaar, V., nopscharen.Norbertijn, M., Norbertijnen.Normaal, normale.Normaallessen (mv.), V.Normaalpapier, O.Normaalschool, V., normaalscholen.Normaliseeren, normaliseerde, heeft genormaliseerd.Normaliteit, V.Norsch, norscher, meest norsch.Norschheid, V., norschheden.Nota, V., nota’s.Notabel, notabeler, notabelst.Notabele, M., notabelen.Notariaat, O., notariaten.Notarieel, notarieele.Notaris, M., notarissen.Notarisambt, O.Notarishuis, O., notarishuizen.Notariskantoor, O., notariskantoren.Notarisklerk, M., notarisklerken.Noteboom, M., noteboomen; noteboompje, O., noteboompjes.Noteboomen (bnw.).Noteboomhout, O.Notedop, M., notedoppen; notedopje, O., notedopjes.Noteeren, noteerde, heeft genoteerd.Noteering, V., noteeringen.Notemuskaat (noot), V., nootmuskaten; (stof), O. Notemuskaatje, O., notemuskaatjes.Notenbalk, M., notenbalken.Notendruk, M.Notenhouten (bnw.).Notenkraker, M., notenkrakers.Notenschrift, O.Notie, V., notiën en noties.Notificatie, V., notificatiën en notificaties.Notitie, V., notitiën en notities.Notitieboekje, O., notitieboekjes.Notulen (mv.), V.Notulenboek, O., notulenboeken.Notweg, M., notwegen.Novelle, V., novellen.Novellist, M., novellisten.November, M.Novene, V., novenen.Novice, M. en V., novices.Noviciaat, O.Nu.Nuance, V., nuances en nuancen.Nuanceeren, nuanceerde, heeft genuanceerd.Nuanceering, V., nuanceeringen.Nuchter, nuchterder, nuchterst.Nuchterheid, V.Nuf, V., nuffen. Nufje, O., nufjes.Nuffig, nuffiger, nuffigst.Nuffigheid, V.Nuk, V., nukken. Nukje, O., nukjes.Nukkig, nukkiger, nukkigst.Nukkigheid, V.Nul, V., nullen. Nulletje, O., nulletjes.Nulliteit, V., nulliteiten.Nulpunt, O.Numero, O.Numismatiek, V.Numismatisch.Nummer, Nummeren, enz. Zie Nommer, Nommeren enz.Nummerbord, O., nummerborden.Nummerklep, V., nummerkleppen.Nummerverwisselaar, M., nummerverwisselaars.Nurk, M., nurken.Nurksch, nurkscher, meest nurksch.Nurkschheid, V.Nusselaar, M., nusselaars.Nusselen, nusselde, heeft genusseld.Nut, O.Nut, nutter, nutst.Nutslezer, M., nutslezers.Nutslezing, V., nutslezingen.Nutsvergadering, V., nutsvergaderingen.Nutsverhandeling, V., nutsverhandelingen.Nutteloos, nutteloozer.Nutteloosheid, V.Nutten, nutte, heeft genut.Nuttig, nuttiger, nuttigst.Nuttigen, nuttigde, heeft genuttigd.Nuttigheid, V.Nuttigheidsbejag, O.Nuttiging, V.

NN, V., n’s.Na.Na, nader, naast.Naäapster, V., naäapsters. <-- trema toegevoegd -->Naad, M., naden. Naadje, O., naadjes.Naaf, V., naven.Naaibank, V., naaibanken.Naaibout, M., naaibouten.Naaidoos, V., naaidoozen.Naaien, naaide, heeft genaaid.Naaigaren, O.Naaikamer, V., naaikamers.Naaikistje, O., naaikistjes.Naaikussen, O., naaikussens; naaikussentje, O., naaikussentjes.Naaimachine, V., naaimachines.Naaimand, V., naaimanden; naaimandje, O., naaimandjes.Naaimeisje, O., naaimeisjes.Naainaald, V., naainaalden.Naaischool, V., naaischolen; naaischooltje, O., naaischooltjes.Naaister, V., naaisters. Naaistertje, O., naaistertjes.Naaitafel, V., naaitafels; naaitafeltje, O., naaitafeltjes.Naaiwerk, O.Naaiwinkel, M., naaiwinkels.Naaizak, M., naaizakken.Naaizijde, V.Naakt, naakter, naaktst.Naaktheid, V.Naald, V., naalden. Naaldje, O., naaldjes.Naaldboom, M., naaldboomen.Naaldenboekje, O., naaldenboekjes.Naaldenfabriek, V., naaldenfabrieken.Naaldengeld, O.Naaldenkoker, M., naaldenkokers.Naaldenoog, O.Naaldenwerk, O.Naaldenwinkel, M., naaldenwinkels.Naaldgeweer, O., naaldgeweren.Naaldhout, O.Naam, M., namen. Naampje, O., naampjes.Naambord, O., naamborden; naambordje, O., naambordjes.Naamchristen, M., naamchristenen.Naamcijfer, O., naamcijfers.Naamdag, M., naamdagen.Naamgenoot, M., naamgenooten. V. ook naamgenoote.Naamgeving, V.Naamkaartje, O., naamkaartjes.Naamloos (zonder naam), naamlooze.Naamloosheid, V.Naamlijst, V., naamlijsten.Naamstempel, M., naamstempels.Naamsverandering, V., naamsveranderingen.Naamval, M., naamvallen.Naamvalsuitgang, M., naamvalsuitgangen.Naamwoord, O., naamwoorden.Naäpen, aapte na, heeft nageaapt.Naäper, M., naäpers.Naäperij, V., naäperijen.Naäping, V., naäpingen.Naar, naarder, naarst.Naar (voorz.).Naardien.Naargeestig, naargeestiger, naargeestigst.Naargeestigheid, V.Naarheid, V., naarheden.Naarmate (voegw.).Naars. Zie Aars.Naarstig, naarstiger, naarstigst.Naarstigheid, V.Naarstiglijk.Naast.Naastbestaande, M. en V., naastbestaanden.Naaste, M. en V., naasten.Naaste (Ten naaste bij).Naasten, naastte, heeft genaast.Naasting, V., naastingen.Nababbelen, babbelde na, heeft nagebabbeld.Nabassen, baste na, heeft nagebast.Nabauwen, bauwde na, heeft nagebauwd.Nabauwer, M., nabauwers.Naberouw, O.Nabeurs, V.Nabestaande, M. en V., nabestaanden.Nabetrachting, V., nabetrachtingen.Nabij (bijw.).Nabijgelegen.Nabijheid, V.Nabijzijnd.Nablaffen, blafte na, heeft nageblaft.Nablijven, bleef na, bleven na, is nagebleven.Nablijver, M., nablijvers.Nabloeden, bloedde na, heeft nagebloed.Nabloeien, bloeide na, heeft nagebloeid.Nabloeier, M., nabloeiers.Nabootsen, bootste na, heeft nagebootst.Nabootser, M., nabootsers.Nabootsing, V., nabootsingen.Nabrengen, bracht na, heeft nagebracht.Nabroodje, O., nabroodjes.Nabrullen, brulde na, heeft nagebruld,Naburig, naburiger, naburigst.Nabuur, M., naburen. Nabuurtje, O., nabuurtjes.Nabuurschap, V.Nacht, M., nachten. Nachtje, O., nachtjes.Nachtarbeid, M.Nachtblaker, M., nachtblakers.Nachtboot, V., nachtbooten.Nachtbraken, nachtbraakte, heeft genachtbraakt.Nachtbraken, O.Nachtbraker, M., nachtbrakers.Nachtbroek, V., nachtbroeken.Nachtdoek, M., nachtdoeken.Nachtdienst, M.Nachtegaal, M., nachtegalen en nachtegaals. Nachtegaaltje, O., nachtegaaltjes.Nachtegaalsnest, O., nachtegaalsnesten.Nachtegaalsslag, M.Nachtegaalsstem, V., nachtegaalsstemmen.Nachtegaalstoon, M., nachtegaalstonen.Nachtelijk.Nachtevening, V.Nachtgerucht, O.Nachtgewaad, O., nachtgewaden.Nachtglas, O., nachtglazen.Nachtgoed, O.Nachthemd, O., nachthemden.Nachthuisje, O., nachthuisjes.Nachtjapon, V., nachtjaponnen. Zie ook Nachtpon.Nachtkaars, V., nachtkaarsen.Nachtkwartier, O., nachtkwartieren.Nachtlamp, V., nachtlampen; nachtlampje, O., nachtlampjes.Nachtlicht, O. Nachtlichtje, O., nachtlichtjes.Nachtlijst, V., nachtlijsten,Nachtlooper, M., nachtloopers.Nachtlucht, V.Nachtmaal, O.Nachtmaalganger, M., nachtmaalgangers.Nachtmaalsbeker, M., nachtmaalsbekers.Nachtmaalsbrood, O.Nachtmaalstafel, V., nachtmaalstafels.Nachtmerrie, V., nachtmerries.Nachtmuts, V., nachtmutsen.Nachtpitje, O., nachtpitjes.Nachtpon, V., nachtponnen; nachtponnetje, O., nachtponnetjes.Nachtraaf, M., nachtraven.Nachtroofvogel, M., nachtroofvogels.Nachtrust, V.Nachtschade, V.Nachtschuit, V., nachtschuiten.Nachtsein, O., nachtseinen.Nachtslot, O.Nachtspiegel, M., nachtspiegels.Nachttafeltje, O., nachttafeltjes.Nachttrein, M., nachttreinen.Nachtuil, M., nachtuilen.Nachtverblijf, O., nachtverblijven.Nachtvlinder, M., nachtvlinders.Nachtvogel, M., nachtvogels.Nachtvorst, V., nachtvorsten.Nachtwacht (wachter), M.; (het wachthouden en de gezamenlijke wachters), V., nachtwachten.Nachtwaker, M., nachtwakers.Nachtwerk, O.Nachtwerken, nachtwerkte, heeft genachtwerkt.Nachtwerker, M., nachtwerkers.Nachtwind, M.Nachtzoen, M., nachtzoenen.Nacijferen, cijferde na, heeft nagecijferd.Nadag, M., nadagen.Nadansen, danste na, heeft nagedanst.Nadat.Nadeel, O., nadeelen. Nadeeltje, O., nadeeltjes.Nadeelig, nadeeliger, nadeeligst.Nademaal.Nadenken, dacht na, heeft nagedacht.Nadenkend,nadenkender, nadenkendst.Nader. Zie Na.Naderbij.Naderen, naderde, is genaderd.Naderhand.Nadering, V., naderingen.Nadezen.Nadir, O.Nadoen, deed na, deden na, heeft nagedaan.Nadoener, M., nadoeners.Nadorst, M.Nadragen, droeg na, heeft nagedragen.Nadraven, draafde na, heeft en is nagedraafd.Nadruk (nagedrukt boek), M., nadrukken. Nadrukje, O., nadrukjes.Nadruk (het nadrukken), M.Nadruk (klem), M.Nadrukkelijk, nadrukkelijker, nadrukkelijkst.Nadrukken, drukte na, heeft nagedrukt.Nadweilen, dweilde na, heeft nagedweild.Naëten, at na, aten na, heeft nagegeten.Nafluiten, floot na, floten na, heeft nagefloten.Nagaan, gaat na, ging na, heeft en is nagegaan.Nagalm, M.Nageboorte, V., nageboorten.Nagebuur, M., nageburen.Nagel (aan het lichaam), M., nagels en nagelen. Nageltje, O., nageltjes.Nagelbank, V., nagelbanken.Nagelbed, O.Nagelbijter, M., nagelbijters.Nagelbloem, V., nagelbloemen.Nagelborstel, M., nagelborstels; nagelborsteltje, O., nagelborsteltjes.Nagelen, nagelde, heeft genageld.Nagelhout (rookvleesch), O.Nagelijzer, O., nagelijzers.Nagelkruid, O.Nagelolie, V.Nagelvast.Nagelvijltje, O., nagelvijltjes.Nagelwortel (stofnaam), V.Nagenoeg.Nagerecht, O., nagerechten.Nageslacht, O., nageslachten.Nageven, gaf na, gaven na, heeft nagegeven.Nagezang, O., nagezangen.Nagieten, goot na, goten na, heeft nagegoten.Nagisten, gistte na, heeft nagegist.Nagluren, gluurde na, heeft nagegluurd.Nagooien, gooide na, heeft nagegooid.Nagras, O.Naherfst, M.Nahollen, holde na, heeft en is nagehold.Nahooi, O.Nahouden, hield na, heeft nagehouden.Naïef, naïever, naïefst.Naijlen, ijlde na, is nageijld.Naijver, M.Naijverig, naijveriger, naijverigst.Naïveteit, V., naïveteiten.Najaar, O., najaren.Najaarsblad, O., najaarsbladen en najaarsbladeren.Najaarsbloem, V., najaarsbloemen; najaarsbloempje, O., najaarsbloempjes.Najaarskoorts, V., najaarskoortsen.Najaarsloover, O.Najaarsmis, V., najaarsmissen.Najaarsopruiming, V., najaarsopruimingen.Najaarsregen, M., najaarsregens.Najaarsreis, V., najaarsreizen.Najaarsveiling, V., najaarsveilingen.Najaarsvergadering, V., najaarsvergaderingen.Najaarsweder en najaarsweer, O.Najaarszon, V.Najade, V., najadenNajagen, jaagde na, heeft nagejaagd; ook joeg na.Najager, M., najagers.Najouwen, jouwde na, heeft nagejouwd.Naken, naakte, is genaakt.Nakermis, V., nakermissen.Nakijken, keek na, keken na, heeft nagekeken.Nakind, O., nakinderen.Naking, V.Naklank, M.Naklauteren, klauterde na, is nageklauterd.Naklimmen, klom na, klommen na, is nageklommen.Naklinken, klonk na, heeft nageklonken.Nakomeling, M. en V., nakomelingen. V. ook nakomelinge.Nakomelingschap, V.Nakomen, komt na, kwam na, kwamen na, is nagekomen.Nakomer, M., nakomers; nakomertje, O., nakomertjes.Nakoming, V.Nakoop, M.Nakroost, O.Nakruipen, kroop na, kropen na, heeft en is nagekropen.Nalaten, liet na, heeft nagelaten.Nalatenschap, V., nalatenschappen.Nalatig, nalatiger, nalatigst.Nalatigheid, V.Nalating, V.Nalekken, lekte na, heeft nagelekt.Naleven, leefde na, heeft nageleefd.Naleving, V.Nalezen, las na, lazen na, heeft nagelezen.Nalezing, V., nalezingen. Nalezinkje, O., nalezinkjes.Nalikken, likte na, heeft nagelikt.Naloop, M.Naloopen, liep na, heeft en is nageloopen.Nalooper, M., naloopers.Nalooping, V.Naloopster, V., naloopsters.Namaag, M. en V., namagen.Namaagschap (namagen), V.; (vermaagschapping), O.Namaaien, maaide na, heeft nagemaaid.Namaaisel, O., namaaisels.Namaak, V. Namaakje, O., namaakjes.Namaaksel, O., namaaksels. Namaakseltje, O., namaakseltjes.Namaakster, V., namaaksters.Namaals.Namaken, maakte na, heeft nagemaakt.Namaker, M., namakers.Namaking, V., namakingen.Namalen (molenaarsterm), maalde na, heeft nagemalen.Namarkt, V.Namelijk.Nameloos (onnoemelijk), namelooze.Nameloosheid, V.Namens.Nameten, mat na, maten na, heeft nagemeten.Namiddag, M., namiddagen. Namiddagje, O., namiddagjes.Namiddagpreek, V., namiddagpreeken.Namiddaguur, O., namiddaguren.Namis, V., namissen.Nanacht, M., nanachten.Naneef, M., naneven.Nanking, O.Naoogen, oogde na, heeft nageoogd.Naooging, V.Naoogst, M.Naoogsten, oogstte na, heeft nageoogst.Nap, M., nappen. Napje, O., napjes.Napeinzen, peinsde na, heeft nagepeinsd.Naphtha, V.Napleiten, pleitte na, heeft nagepleit.Naploegen, ploegde na, heeft nageploegd.Napluizen, ploos na, plozen na, heeft nageplozen.Napluizer, M., napluizers.Napluizing, V., napluizingen.Napok, V., napokken. Napokje, O., napokjes.Napraat, M.Napraten, praatte na, heeft nagepraat.Naprater, M., napraters.Napret, V. Napretje, O., napretjes.Nar, M., narren.Narcis, V., narcissen. Narcisje, O., narcisjes.Narcissenbed, O., narcissenbedden.Narcose, V.Narcotisch.Nardus, V.Nardusgeur, M.Narede, V., naredenen.Nareizen, reisde na, heeft en is nagereisd.Narekenen, rekende na, heeft nagerekend.Narekening, V., narekeningen.Narennen, rende na, is nagerend.Naricht, O.Narigheid, V., narigheden.Narijden, reed na, reden na, heeft en is nagereden.Naroep, M.Naroepen, riep na, heeft nageroepen.Narren. Zie Arren.Narrenkap, V., narrenkappen.Narreslede. Zie Arreslede.Narrig, narriger, narrigst.Narrigheid, V., narrigheden.Narwal, M., narwals en narwallen.Nasaal, nasale.Nasaal, V., nasalen.Nasaleering, V.Naschetsen, schetste na, heeft nageschetst.Naschilderen, schilderde na, heeft nageschilderd.Naschouw, V.Naschouwen, schouwde na, heeft nageschouwd.Naschreeuwen, schreeuwde na, heeft nageschreeuwd.Naschrift, O., naschriften; naschriftje, O., naschriftjes.Naschrijven, schreef na, schreven na, heeft nageschreven.Naschrijver, M., naschrijvers.Naseinen, seinde na, heeft nageseind.Naseining, V.Naslaan, slaat na, sloeg na, heeft nageslagen.Naslag, M., naslagen.Nasleep, M.Nasleepen (bedr.), sleepte na, heeft nagesleept.Naslepen (onz.), sleepte na, heeft nagesleept.Nasluipen, sloop na, slopen na, is nageslopen.Nasmaak, M., nasmaken. Nasmaakje, O., nasmaakjes.Nasmijten, smeet na, smeten na, heeft nagesmeten.Nasnede, V., nasneden.Nasnuffelaar, M., nasnuffelaars.Nasnuffelen, snuffelde na, heeft nagesnuffeld.Nasnuffeling, V., nasnuffelingen.Nasopje, O., nasopjes.Naspel, O., naspelen. Naspelletje, O., naspelletjes.Naspelen, speelde na, heeft nagespeeld.Naspellen, spelde na, heeft nagespeld.Naspeuren, speurde na, heeft nagespeurd.Naspeuring, V., naspeuringen.Naspeurlijk.Naspoelen, spoelde na, heeft nagespoeld.Naspoeling, V.Nasporen (onderzoeken), spoorde na, heeft nagespoord.Nasporen (met den spoorwagen narijden), spoorde na, is nagespoord.Nasporing, V., nasporingen.Naspringen, sprong na, is nagesprongen.Naspui, O.Nastappen, stapte na, heeft en is nagestapt.Nastaren, staarde na, heeft nagestaard.Nastormen, stormde na, heeft en is nagestormd.Nastreven, streefde na, heeft en is nagestreefd.Nastuiven, stoof na, stoven na, is nagestoven.Nastuk, O., nastukken. Nastukje, O., nastukjes.Nasturen, stuurde na, heeft nagestuurd.Nasukkelen, sukkelde na, is nagesukkeld.Nat, natter, natst.Nat, O. Natje, O.Natafelen, tafelde na, heeft nagetafeld.Nateekenen, teekende na, heeft nageteekend.Nateekening, V.Natellen, telde na, heeft nageteld.Natelling, V.Nater, V., naters.Nateren, teerde na, heeft nageteerd.Nathals, M. en V., nathalzen. Nathalsje, O., nathalsjes.Natheid, V.Natie, V., natiën en naties.Natievlag, V., natievlaggen.Natijd, M.Nationaal, nationale.Nationaliteit, V., nationaliteiten.Nationaliteitsgevoel, O.Natorsen, torste na, heeft nagetorst.Natrachten, trachtte na, heeft nagetracht.Natred, M.Natreden, trad na, traden na, heeft en is nagetreden.Natrekken, trok na, trokken na, heeft en is nagetrokken.Natrium, O.Natten, natte, heeft genat.Nattig, nattiger, nattigst.Nattigheid, V.Naturalisatie, V., naturalisatiën en naturalisaties.Naturaliseeren, naturaliseerde, heeft genaturaliseerd.Naturalisme, O.Naturelletje, O., naturelletjes.Naturen, tuurde na, heeft nagetuurd.Natuur, V., naturen.Natuurbeschouwer, M., natuurbeschouwers.Natuurbeschrijving, V., natuurbeschrijvingen.Natuurboter, V.Natuurdienst, M.Natuurdrift, V.Natuurgenoot, M., natuurgenooten.Natuurgenoote, V., natuurgenooten.Natuurkennis, V.Natuurkracht, V., natuurkrachten.Natuurkunde, V.Natuurkundig.Natuurkundige, M. en V., natuurkundigen.Natuurlijk, natuurlijker, natuurlijkst.Natuurlijkerwijze.Natuurlijkheid, V.Natuurmensch, M., natuurmenschen.Natuuronderzoeker, M., natuuronderzoekers.Natuurproduct, O., natuurproducten.Natuurrecht, O.Natuurstaat, M.Natuurverschijnsel, O., natuurverschijnselen.Natuurvoortbrengsel, O., natuurvoortbrengselen.Natuurwet, V., natuurwetten.Natuurwetenschap, V., natuurwetenschappen.Nautiek, V.Nauw, nauwer, nauwst.Nauwelijks.Nauwgezet, nauwgezetter, nauwgezetst.Nauwgezetheid, V.Nauwheid, V.Nauwkeurig, nauwkeuriger, nauwkeurigst.Nauwkeurigheid, V.Nauwlettend, nauwlettender, nauwlettendst.Nauwlettendheid, V.Nauwnemend, nauwnemender, nauwnemendst.Nauwnemendheid, V.Nauwte, V.Navel, M., navels. Naveltje, O., naveltjes.Navelband, M., navelbanden; navelbandje, O., navelbandjes.Navelbreuk, V., navelbreuken.Navelmerk, O., navelmerken.Navelstreng, V., navelstrengen.Naverhalen, verhaalde na, heeft naverhaald.Navertellen, vertelde na, heeft naverteld.Naverwant, M., naverwanten.Naverwantschap, V.Navloed, M.Navloeien, vloeide na, heeft nagevloeid.Navloeiing, V., navloeiingen.Navloeken, vloekte na, heeft nagevloekt.Navluchten, vluchtte na, is nagevlucht.Navoeren, voerde na, heeft nagevoerd.Navolgbaar, navolgbare.Navolgen, volgde na, heeft nagevolgd.Navolgend.Navolgenswaardig, navolgenswaardiger, navolgenswaardigst, of meer en meest navolgenswaardig.Navolger, M., navolgers.Navolging, V., navolgingen.Navolgster, V., navolgsters.Navorschen, vorschte na, heeft nagevorscht.Navorscher, M., navorschers.Navorsching, V., navorschingen.Navraag, V.Navragen, vraagde na, heeft nagevraagd; ook vroeg na.Navrucht, V., navruchten.Nawee, O., naweeën.Nawegen, woog na, wogen na, heeft nagewogen.Naweging, V.Naweide, V.Nawerken, werkte na, heeft nagewerkt.Nawerking, V.Nawerpen, wierp na, heeft nageworpen.Naweven, weefde na, heeft nageweven.Nawijn, M.Nawijzen, wees na, wezen na, heeft nagewezen.Nawinter, M., nawinters. Nawintertje, O., nawintertjes.Nazaaien, zaaide na, heeft nagezaaid.Nazaat, M., nazaten.Nazamelen, zamelde na, heeft nagezameld.Nazang, M., nazangen.Nazeggen, zeide na, heeft nagezegd en nagezeid.Nazegger, M., nazeggers.Nazeilen, zeilde na, is nagezeild.Nazenden, zond na, heeft nagezonden.Nazending, V.Nazetten, zette na, heeft nagezet.Nazien, zag na, zagen na, heeft nagezien.Nazingen, zong na, heeft nagezongen.Nazitten, zat na, zaten na, heeft nagezeten.Nazoeken, zocht na, heeft nagezocht.Nazomer, M., nazomers. Nazomertje, O., nazomertjes.Nazorg, V., nazorgen.Neb en Nebbe, V., nebben. Nebje en nebbetje, O., nebjes en nebbetjes.Nebbeling (nebaal), M., nebbelingen. Als stofnaam, V.Necrologie, V., necrologieën.Necroloog, M., necrologen.Nectar, M.Nectarteug, V., nectarteugen.Neder en Neer. (Zoo ook in de meeste samenstellingen).Neder-Betuwe, V.Nederbiggelen, biggelde neder, is nedergebiggeld.Nederbliksemen, bliksemde neder, heeft nedergebliksemd.Nederbonzen, bonsde neder, heeft en is nedergebonsd.Nederbrengen, bracht neder, heeft nedergebracht.Nederbuigen, boog neder, bogen neder, heeft en is nedergebogen.Nederbuigend, nederbuigender, nederbuigendst.Nederbuigendheid, V.Nederbukken, bukte neder, heeft en is nedergebukt.Nederdalen, daalde neder, is nedergedaald.Nederdaling, V., nederdalingen.Nederdonderen, donderde neder, is en heeft nedergedonderd.Nederdringen, drong neder, heeft nedergedrongen.Nederdruipen, droop neder, dropen neder, is nedergedropen.Nederdrukken, drukte neder, heeft nedergedrukt.Nederduiken, dook neder, doken neder, is nedergedoken.Nederduitsch.Nederduitsch, O.Nederduitscher, M., Nederduitschers.Nederduwen, duwde neder, heeft nedergeduwd.Nederflansen, flanste neder, heeft nedergeflanst.Nedergaan, gaat neder, ging neder, is nedergegaan.Nederglijden, gleed neder, gleden neder, is nedergegleden.Nedergolven, golfde neder, is nedergegolfd.Nedergooien, gooide neder, heeft nedergegooid.Nederhagelen, hagelde neder, is nedergehageld.Nederhalen, haalde neder, heeft nedergehaald.Nederhaler. Zie Neerhaler.Nederhangen, hing neder, heeft nedergehangen.Nederhellen, helde neder, heeft nedergeheld.Nederhelling, V.Nederhouwen, hieuw neder, heeft nedergehouwen.Nederhurken, hurkte neder, is nedergehurkt.Nederig, nederiger, nederigst.Nederigheid, V.Nederkammen, kamde neder, heeft nedergekamd.Nederkijken, keek neder, keken neder, heeft nedergekeken.Nederkladden, kladde neder, heeft nedergeklad.Nederknielen, knielde neder, heeft en is nedergeknield.Nederknieling, V.Nederkomen, komt neder, kwam neder, kwamen neder, is nedergekomen.Nederkrijgen, kreeg neder, kregen neder, heeft nedergekregen.Nederlaag, V., nederlagen. Nederlaagje, O., nederlaagjes.Nederland, O., Nederlanden.Nederlander, M., Nederlanders.Nederlanderschap, O.Nederlandsch.Nederlandsch, O.Nederlaten, liet neder, heeft nedergelaten.Nederlating, V.Nederleggen, legde en leide neder, heeft nedergelegd en nedergeleid.Nederliggen, lag neder, lagen neder, heeft nedergelegen.Nederloopen, liep neder, heeft en is nedergeloopen.Nederpersen, perste neder, heeft nedergeperst.Nederploffen, plofte neder, is en heeft nedergeploft.Nederplompen, plompte neder, is nedergeplompt.Nederplonzen, plonsde neder, heeft en is nedergeplonsd.Neder-Rijn, M.Nederrollen, rolde neder, is nedergerold.Nedersabelen, sabelde neder, heeft nedergesabeld.Nedersaksisch.Nedersaksisch, O.Nederschieten, schoot neder, schoten neder, heeft en is nedergeschoten.Nederschijnen, scheen neder, schenen neder, heeft nedergeschenen.Nederschrijven, schreef neder, schreven neder, heeft nedergeschreven.Nederschuiven, schoof neder, schoven neder, heeft en is nedergeschoven.Nedersijpelen, sijpelde neder, is nedergesijpeld.Nederslaan, sloeg neder, heeft en is nedergeslagen.Nederslag. Zie Neerslag.Nedersmakken, smakte neder, heeft en is nedergesmakt.Nedersmijten, smeet neder, smeten neder, heeft nedergesmeten.Nederspringen, sprong neder, is nedergesprongen.Nederstampen, stampte neder, heeft nedergestampt.Nederstooten, stiet neder, heeft nedergestooten; ook stootte neder.Nederstormen, stormde neder, heeft en is nedergestormd.Nederstorten, stortte neder, heeft en is nedergestort.Nederstorting, V.Nederstrekken, strekte neder, heeft nedergestrekt.Nederstrijken, streek neder, streken neder, heeft en is nedergestreken.Nederstroomen, stroomde neder, is nedergestroomd.Nederstuiven, stoof neder, stoven neder, is nedergestoven.Nedertrappen, trapte neder, heeft nedergetrapt.Nedertrekken, trok neder, trokken neder, heeft nedergetrokken.Nedertuimelen, tuimelde neder, is nedergetuimeld.Nederval, M.Nedervallen, viel neder, is nedergevallen.Nedervellen, velde neder, heeft nedergeveld.Nedervliegen, vloog neder, vlogen neder, is nedergevlogen.Nedervlijen, vlijde neder, heeft nedergevlijd.Nedervloeien, vloeide neder, is nedergevloeid.Nederwaarts (bijw.).Nederwaartsch (bnw.).Nederwerpen, wierp neder, heeft nedergeworpen.Nederwerping, V.Nederzetten, zette neder, heeft nedergezet.Nederzetting, V., nederzettingen.Nederzien, zag neder, zagen neder, heeft nedergezien.Nederzijgen, zeeg neder, zegen neder, is nedergezegen.Nederzinken, zonk neder, is nedergezonken.Nederzitten, zat neder, zaten neder, heeft nedergezeten.Nederzweven, zweefde neder, is nedergezweefd.Neef, M., neven. Neefje, O., neefjes.Neefje (mugje), O., neefjes.Neefschap, O.Neen (tusschenw.). Als znw., O.Neep, V., nepen. Neepje, O., neepjes.Neepjeskapje, O., neepjeskapjes.Neepjesmuts, V., neepjesmutsen; neepjesmutsje, O., neepjesmutjes.Neer, V.Neer. Zie Neder.Neerhaal, M., neerhalen.Neerhaler, M., neerhalers.Neerslachtig, neerslachtiger, neerslachtigst.Neerslachtigheid, V.Neerslag (het nederslaan), M.Neerslag (rustbed), V., neerslagen.Neerslag (bezinksel), O., neerslagen.Neet (luizenei), V., neten. Neetje, O., neetjes.Neet, ook Niet (klinknageltje), V., neeten. Neetje, O., neetjes.Neeten, ook Nieten (klinken), neette, heeft geneet.Neetoor, M. en V., neetooren.Neffens.Neg en Negge, V., neggen.Negatie, V., negatiën en negaties.Negatief, negatieve.Negatief (in de photographie), O., negatieven.Negeeren, negeerde, heeft genegeerd.Negen (telwoord). Als znw., V., negens. Negentje, O., negentjes.Negendaagsch.Negende.Negendehalf, negendehalve.Negenderhande.Negenderlei.Negenduizendste.Negenhonderd.Negenmaal.Negenoog, V., negenoogen; negenoogje, O., negenoogjes.Negenponder, M., negenponders.Negentallig.Negentien.Negentig.Negenwerf.Neger, M., negers. Negertje, O., negertjes.Negerbevolking, V.Negeren, negerde, heeft genegerd.Negerhut, V., negerhutten.Negerin, V., negerinnen.Negerland, O.Negerslaaf, M., negerslaven.Negge. Zie Neg.Négligé, O.Negorij, V., negorijen.Negotiatie, V., negotiatiën en negotiaties.Negotie, V., negotiën en negoties.Negotieeren, negotieerde, heeft genegotieerd.Negotiepenning, M., negotiepenningen.Neigen, neigde, heeft geneigd.Neiging (begeerte), V., neigingen.Nek, M., nekken. Nekje, O., nekjes.Nekken, nekte, heeft genekt.Nekslag, M.Nekvel, O.Nel, V., nellen.Nemen, nam, namen, heeft genomen.Nemesis, V.Neologie, V.Neologisme, O., neologismen.Neoloog, M., neologen.Nephritis, V.Nepotisme, O.Neppe (ook Nippe), V.Nereïde, V., nereïden.Nerf, V.Nergens.Nering, V., neringen.Neringdoende, M. en V., neringdoenden.Neringloos, neringlooze.Nerveus, nerveuzer, nerveust.Nervig.Nervositeit, V.Nes, V., nessen.Nest, O., nesten. Nestje, O., nestjes.Nestei, O., nesteieren.Nestel, M., nestels en nestelen. Nesteltje, O., nesteltjes.Nestelen (toerijgen enz.), nestelde, heeft genesteld.Nestelen (een nest maken), nestelde, heeft genesteld.Nesteling (dier), M., nestelingen.Nesteling, V., nestelingen.Nestel-lakei, M., nestel-lakeien.Nesterij, V., nesterijen. Nesterijtje, O., nesterijtjes.Nestig, nestiger, nestigst.Nestigheid, V., nestigheden.Nestkuiken, O., nestkuikens.Nestvederen (mv.), V.Net, O., netten. Netje, O., netjes.Net (netschrift), O.Net, netter, netst.Net (bijw.).Netbord, O., netborden.Netel, V., netels en netelen. Neteltje, O., neteltjes.Netelachtig, netelachtiger, netelachtigst.Netelachtigheid, V.Neteldoek, O.Neteldoeksch.Netelig, neteliger, neteligst.Neteligheid, V.Netelroos, V.Netheid, V.Netjes.Netschrift, O.Netten, nette, heeft genet.Nettenboeter, M., nettenboeters.Nettenbreien, O.Nettenbreier, M., nettenbreiers.Nettenknoopen, O.Nettenknooper, M., nettenknoopers.Nettigheid, V.Netto.Netto-winst, V.Netvlies, O.Neulen, neulde, heeft geneuld.Neurasthenicus, M., neurasthenici.Neurasthenie, V.Neuriën, neuriede, heeft geneuried.Neurose, V.Neus, M., neuzen. Neusje, O., neusjes.Neusbeen, O.Neusbloeding, V., neusbloedingen.Neusdoek, M., neusdoeken; neusdoekje, O., neusdoekjes.Neusgat, O., neusgaten.Neusholte, V.Neushoorn en Neushoren, M., neushoorns en neushorens.Neuskijker, M., neuskijkers.Neusklank, M., neusklanken.Neusknijper, M., neusknijpers.Neusstem, V., neusstemmen.Neusvleugel, M., neusvleugels.Neuswijs, neuswijze.Neut, V., neuten.Neutelaar, M., neutelaars.Neutelarij, V., neutelarijen.Neutelen, neutelde, heeft geneuteld.Neutelig, neuteliger, neuteligst.Neutraal, neutrale.Neutraliseeren, neutraliseerde, heeft geneutraliseerd.Neutraliteit, V.Neutraliteitsverklaring, V.Neuzelaar, M., neuzelaars.Neuzelen, neuzelde, heeft geneuzeld.Neuzen, neusde, heeft geneusd.Nevel, M., nevels en nevelen. Neveltje, O., neveltjes.Nevelachtig, nevelachtiger, nevelachtigst.Nevelen, nevelde, heeft geneveld.Nevelig, neveliger, neveligst.Nevelvlek, V., nevelvlekken.Nevens.Nevensgaand.Nicht, V., nichten. Nichtje, O., nichtjes.Nicotine, V.Nicotinevergiftiging, V.Niemand.Niemendal.Nier, V., nieren. Niertje, O., niertjes.Nierbed, O.Nierbroodje, O., nierbroodjes.Niersteen, M., niersteenen; niersteentje, O., niersteentjes.Niervormig.Nierziekte, V., nierziekten.Nieskruid, O.Niesmiddel, O., niesmiddelen.Nieswortel, V.Niet (in de loterij), V., nieten. Nietje, O., nietjes.Niet (klinknageltje). Zie Neet.Niet (niets), O.Niet (stof), O.Niet (bijw.).Nieten (klinken). Zie Neeten.Nietig, nietiger, nietigst.Nietigheid, V., nietigheden.Niets.Nietsbeteekenend.Nietswaardig.Niettegenstaande.Niettemin.Nieuw, nieuwer, nieuwst.Nieuwbakken.Nieuwelijks.Nieuweling, M. en V., nieuwelingen. V. ook nieuwelinge.Nieuwemaan, V.Nieuwerwets (bijw.).Nieuwerwetsch (bnw.), nieuwerwetscher, meest nieuwerwetsch.Nieuwgebonden.Nieuwgebouwd.Nieuwgemunt.Nieuwgeverfd.Nieuwgevormd.Nieuwheid, V.Nieuw-Holland, O.Nieuwigheid, V., nieuwigheden. Nieuwigheidje, O., nieuwigheidjes.Nieuwigheidsbejag, O.Nieuwigheidszucht, V.Nieuwjaar, O.Nieuwjaarsbezoek, O., nieuwjaarsbezoeken.Nieuwjaarsbrief, M., nieuwjaarsbrieven.Nieuwjaarsdag, M., Nieuwjaarsdagen.Nieuwjaarsfooi, V., nieuwjaarsfooien.Nieuwjaarsgeschenk, O., nieuwjaarsgeschenken.Nieuwjaarsgroet, M., nieuwjaarsgroeten.Nieuwjaarskaart, V., nieuwjaarskaarten; nieuwjaarskaartje, O., nieuwjaarskaartjes.Nieuwjaarsmorgen, M., Nieuwjaarsmorgens.Nieuwjaarswensch, M., nieuwjaarswenschen.Nieuwkoop, M.; nieuwkoopje, O.Nieuwlichter, M., nieuwlichters.Nieuwlichterij, V.Nieuwmodisch.Nieuws, O.Nieuwsbericht, O., nieuwsberichten.Nieuwsgierig, nieuwsgieriger, nieuwsgierigst.Nieuwsgierigheid, V.Nieuwspapier, O., nieuwspapieren.Nieuwstijding, V., nieuwstijdingen.Nieuwtje, O., nieuwtjes.Niezen, niesde, heeft geniesd.Nihilisme, O.Nihilist, M., nihilisten.Nihiliste, V., nihilisten.Nijd, M.Nijdas, M., nijdassen.Nijdasserig.Nijdig, nijdiger, nijdigst.Nijdigaard, M., nijdigaards.Nijdigheid, V.Nijgen, neeg, negen, heeft genegen.Nijging (buiging), V., nijgingen.Nijnagel en Nijdnagel, M., nijnagels en nijdnagels. Nijnageltje, O., nijnageltjes.Nijpen, neep, nepen, heeft genepen.Nijper, M., nijpers. Nijpertje, O., nijpertjes.Nijptang, V., nijptangen.Nijver, nijverder, nijverst.Nijverheid, V.Nik, M., nikken.Nikkel (onkruid), V.Nikkel (metaal), O.Nikkelen (bnw.).Nikken, nikte, heeft genikt.Nikker, M., nikkers. Nikkertje, O., nikkertjes.Niks.Nimf, V., nimfen. Nimfje, O., nimfjes.Nimfenstoet, M.Nimmer.Nimmermeer.Nippe. Zie Neppe.Nippen, nipte, heeft genipt.Nippertje, O.Nis, V., nissen. Nisje, O., nisjes.Niveau, O., niveau’s.Nivelleeren, nivelleerde, heeft genivelleerd.Nobel, M., nobels en nobelen.Nobel, nobeler, nobelst.Noch (ook niet).Nochtans.Nocturne, V., nocturnes.Noembaar, noembare.Noemen, noemde, heeft genoemd.Noemenswaardig, noemenswaardiger, noemenswaardigst, of meer en meest noemenswaardig.Noemer, M., noemers.Noen, M.Noenmaal, O.Noest (ook oest), M., noesten.Noest, noester.Noesterig, noesteriger, noesterigst.Noestheid, V.Noestig, noestiger, noestigst.Noestigheid, V.Nog (daarenboven, tot nu toe).Noga, V.Nogal.Nogataart, V., nogataarten; nogataartje, O., nogataartjes.Nogmaals.Nok (snik), M., nokken. Nokje, O., nokjes.Nok (van het dak enz.), V., nokken. Nokje, O., nokjes.Nokbalk, M., nokbalken.Nokken, nokte, heeft genokt.Nomaden (mv.), M.Nomadenleven, O.Nomadenstam, M., nomadenstammen.Nomadisch.Nomenclatuur, V., nomenclaturen.Nominaal, nominale.Nominalisme, O.Nominalist, M., nominalisten.Nominatie, V., nominatiën en nominaties.Nommer en Nummer, O., nommers en nummers. Nommertje en nummertje, O., nommertjes en nummertjes.Nommeren en Nummeren, nommerde, heeft genommerd.Nommerijzer, O., nommerijzers.Nommering, V., nommeringen.Nommervlag, V., nommervlaggen.Non, V., nonnen. Nonnetje, O., nonnetjes; ook nonneken en nonneke, O., nonnekens en nonnekes.Nonactief, nonactieve.Nonactiviteit, V.Nonactiviteits-traktement, O., nonactiviteits-traktementen.Nonchalance, V.Nonchalant, nonchalanter, nonchalantst.Non-interventie, V.Nonnengewaad, O.Nonnenkleed, O., nonnenkleederen.Nonnenklooster, O., nonnenkloosters.Nonnenorde, V., nonnenorden.Nonnensluier, M. nonnensluiers.Nonsens, M.Nonsensicaal, nonsensicale.Nonvaleur, M., nonvaleurs.Nood, M., nooden.Noodanker, O., noodankers.Noodbrug, V., noodbruggen.Nooddeur, V., nooddeuren.Nooddoop, M.Nooddruft, V.Noode (Van noode).Noode (ongaarne).Noodeloos, noodelooze.Noodeloosheid, V.Nooden, noodde, heeft genood.Noodhaven, V., noodhavens.Noodhulp, V., noodhulpen.Noodig, noodiger, noodigst.Noodigen, noodigde, heeft genoodigd.Noodiger, M., noodigers.Noodiging, V., noodigingen.Noodklok, V., noodklokken.Noodlijdend.Noodlijdende, M. en V., noodlijdenden.Noodlot, O.Noodlottig, noodlottiger, noodlottigst.Noodlottigheid, V.Noodmunt, V., noodmunten.Noodrem, V., noodremmen.Noodschot, O., noodschoten.Noodsein, O., noodseinen.Noodweer (tegenweer), V.Noodweer en Noodweder (hevig onweder), O.Noodwendig, noodwendiger, noodwendigst.Noodwendigheid, V.Noodwet, V., noodwetten.Noodzaak, V.Noodzakelijk, noodzakelijker, noodzakelijkst.Noodzakelijkheid, V.Noodzaken, noodzaakte, heeft genoodzaakt.Nooit.Noopijzer, O., noopijzers.Noor, M., Noren.Noord (bijw.). Noord (het Noorden), O.; (de noordelijk gelegen landen), V.Noord-Brabant, O.Noordelijk, noordelijker, noordelijkst.Noordelijken, noordelijkte, is genoordelijkt.Noorden, O.Noordenwind, M., noordenwinden.Noorderbreedte, V.Noorderlicht, O.Noorderzon, V.Noordfriesch.Noord-Holland, O.Noordhollandsch.Noordnoordoost (bijw.). Als znw., O.Noordnoordwest (bijw.). Als znw., O.Noordoost (bijw.). Als znw., O.Noordoostelijk.Noordoosten, O.Noordoosteren, noordoosterde, is genoordoosterd.Noordpool, V.Noordpoolexpeditie, V., noordpoolexpedities.Noordpoolreis, V., noordpoolreizen.Noordpoolreiziger, M., noordpoolreizigers.Noordpoolvaarder, M., noordpoolvaarders.Noordsch.Noordwaarts.Noordwest (bijw.). Als znw., O.Noordwestelijk.Noordwesten, O.Noordwesteren, noordwesterde, is genoordwesterd.Noordzee, V.Noorman, M., Noormannen.Noorsch (Noorweegsch).Noorsch, O.Noorweegsch.Noorwegen, O.Noot (zangnoot en aanteekening), V., noten. Nootje, O., nootjes.Noot (vrucht), V., noten. Nootje, O., nootjes.Nop, V., noppen. Nopje, O., nopjes.Nopen, noopte, heeft genoopt.Nopens.Nopijzer, O., nopijzers.Nopjesgoed, O.Noppen, nopte, heeft genopt.Nopper, M., noppers.Noppig, noppiger, noppigst.Nopschaar, V., nopscharen.Norbertijn, M., Norbertijnen.Normaal, normale.Normaallessen (mv.), V.Normaalpapier, O.Normaalschool, V., normaalscholen.Normaliseeren, normaliseerde, heeft genormaliseerd.Normaliteit, V.Norsch, norscher, meest norsch.Norschheid, V., norschheden.Nota, V., nota’s.Notabel, notabeler, notabelst.Notabele, M., notabelen.Notariaat, O., notariaten.Notarieel, notarieele.Notaris, M., notarissen.Notarisambt, O.Notarishuis, O., notarishuizen.Notariskantoor, O., notariskantoren.Notarisklerk, M., notarisklerken.Noteboom, M., noteboomen; noteboompje, O., noteboompjes.Noteboomen (bnw.).Noteboomhout, O.Notedop, M., notedoppen; notedopje, O., notedopjes.Noteeren, noteerde, heeft genoteerd.Noteering, V., noteeringen.Notemuskaat (noot), V., nootmuskaten; (stof), O. Notemuskaatje, O., notemuskaatjes.Notenbalk, M., notenbalken.Notendruk, M.Notenhouten (bnw.).Notenkraker, M., notenkrakers.Notenschrift, O.Notie, V., notiën en noties.Notificatie, V., notificatiën en notificaties.Notitie, V., notitiën en notities.Notitieboekje, O., notitieboekjes.Notulen (mv.), V.Notulenboek, O., notulenboeken.Notweg, M., notwegen.Novelle, V., novellen.Novellist, M., novellisten.November, M.Novene, V., novenen.Novice, M. en V., novices.Noviciaat, O.Nu.Nuance, V., nuances en nuancen.Nuanceeren, nuanceerde, heeft genuanceerd.Nuanceering, V., nuanceeringen.Nuchter, nuchterder, nuchterst.Nuchterheid, V.Nuf, V., nuffen. Nufje, O., nufjes.Nuffig, nuffiger, nuffigst.Nuffigheid, V.Nuk, V., nukken. Nukje, O., nukjes.Nukkig, nukkiger, nukkigst.Nukkigheid, V.Nul, V., nullen. Nulletje, O., nulletjes.Nulliteit, V., nulliteiten.Nulpunt, O.Numero, O.Numismatiek, V.Numismatisch.Nummer, Nummeren, enz. Zie Nommer, Nommeren enz.Nummerbord, O., nummerborden.Nummerklep, V., nummerkleppen.Nummerverwisselaar, M., nummerverwisselaars.Nurk, M., nurken.Nurksch, nurkscher, meest nurksch.Nurkschheid, V.Nusselaar, M., nusselaars.Nusselen, nusselde, heeft genusseld.Nut, O.Nut, nutter, nutst.Nutslezer, M., nutslezers.Nutslezing, V., nutslezingen.Nutsvergadering, V., nutsvergaderingen.Nutsverhandeling, V., nutsverhandelingen.Nutteloos, nutteloozer.Nutteloosheid, V.Nutten, nutte, heeft genut.Nuttig, nuttiger, nuttigst.Nuttigen, nuttigde, heeft genuttigd.Nuttigheid, V.Nuttigheidsbejag, O.Nuttiging, V.

N, V., n’s.

Na.

Na, nader, naast.

Naäapster, V., naäapsters. <-- trema toegevoegd -->

Naad, M., naden. Naadje, O., naadjes.

Naaf, V., naven.

Naaibank, V., naaibanken.

Naaibout, M., naaibouten.

Naaidoos, V., naaidoozen.

Naaien, naaide, heeft genaaid.

Naaigaren, O.

Naaikamer, V., naaikamers.

Naaikistje, O., naaikistjes.

Naaikussen, O., naaikussens; naaikussentje, O., naaikussentjes.

Naaimachine, V., naaimachines.

Naaimand, V., naaimanden; naaimandje, O., naaimandjes.

Naaimeisje, O., naaimeisjes.

Naainaald, V., naainaalden.

Naaischool, V., naaischolen; naaischooltje, O., naaischooltjes.

Naaister, V., naaisters. Naaistertje, O., naaistertjes.

Naaitafel, V., naaitafels; naaitafeltje, O., naaitafeltjes.

Naaiwerk, O.

Naaiwinkel, M., naaiwinkels.

Naaizak, M., naaizakken.

Naaizijde, V.

Naakt, naakter, naaktst.

Naaktheid, V.

Naald, V., naalden. Naaldje, O., naaldjes.

Naaldboom, M., naaldboomen.

Naaldenboekje, O., naaldenboekjes.

Naaldenfabriek, V., naaldenfabrieken.

Naaldengeld, O.

Naaldenkoker, M., naaldenkokers.

Naaldenoog, O.

Naaldenwerk, O.

Naaldenwinkel, M., naaldenwinkels.

Naaldgeweer, O., naaldgeweren.

Naaldhout, O.

Naam, M., namen. Naampje, O., naampjes.

Naambord, O., naamborden; naambordje, O., naambordjes.

Naamchristen, M., naamchristenen.

Naamcijfer, O., naamcijfers.

Naamdag, M., naamdagen.

Naamgenoot, M., naamgenooten. V. ook naamgenoote.

Naamgeving, V.

Naamkaartje, O., naamkaartjes.

Naamloos (zonder naam), naamlooze.

Naamloosheid, V.

Naamlijst, V., naamlijsten.

Naamstempel, M., naamstempels.

Naamsverandering, V., naamsveranderingen.

Naamval, M., naamvallen.

Naamvalsuitgang, M., naamvalsuitgangen.

Naamwoord, O., naamwoorden.

Naäpen, aapte na, heeft nageaapt.

Naäper, M., naäpers.

Naäperij, V., naäperijen.

Naäping, V., naäpingen.

Naar, naarder, naarst.

Naar (voorz.).

Naardien.

Naargeestig, naargeestiger, naargeestigst.

Naargeestigheid, V.

Naarheid, V., naarheden.

Naarmate (voegw.).

Naars. Zie Aars.

Naarstig, naarstiger, naarstigst.

Naarstigheid, V.

Naarstiglijk.

Naast.

Naastbestaande, M. en V., naastbestaanden.

Naaste, M. en V., naasten.

Naaste (Ten naaste bij).

Naasten, naastte, heeft genaast.

Naasting, V., naastingen.

Nababbelen, babbelde na, heeft nagebabbeld.

Nabassen, baste na, heeft nagebast.

Nabauwen, bauwde na, heeft nagebauwd.

Nabauwer, M., nabauwers.

Naberouw, O.

Nabeurs, V.

Nabestaande, M. en V., nabestaanden.

Nabetrachting, V., nabetrachtingen.

Nabij (bijw.).

Nabijgelegen.

Nabijheid, V.

Nabijzijnd.

Nablaffen, blafte na, heeft nageblaft.

Nablijven, bleef na, bleven na, is nagebleven.

Nablijver, M., nablijvers.

Nabloeden, bloedde na, heeft nagebloed.

Nabloeien, bloeide na, heeft nagebloeid.

Nabloeier, M., nabloeiers.

Nabootsen, bootste na, heeft nagebootst.

Nabootser, M., nabootsers.

Nabootsing, V., nabootsingen.

Nabrengen, bracht na, heeft nagebracht.

Nabroodje, O., nabroodjes.

Nabrullen, brulde na, heeft nagebruld,

Naburig, naburiger, naburigst.

Nabuur, M., naburen. Nabuurtje, O., nabuurtjes.

Nabuurschap, V.

Nacht, M., nachten. Nachtje, O., nachtjes.

Nachtarbeid, M.

Nachtblaker, M., nachtblakers.

Nachtboot, V., nachtbooten.

Nachtbraken, nachtbraakte, heeft genachtbraakt.

Nachtbraken, O.

Nachtbraker, M., nachtbrakers.

Nachtbroek, V., nachtbroeken.

Nachtdoek, M., nachtdoeken.

Nachtdienst, M.

Nachtegaal, M., nachtegalen en nachtegaals. Nachtegaaltje, O., nachtegaaltjes.

Nachtegaalsnest, O., nachtegaalsnesten.

Nachtegaalsslag, M.

Nachtegaalsstem, V., nachtegaalsstemmen.

Nachtegaalstoon, M., nachtegaalstonen.

Nachtelijk.

Nachtevening, V.

Nachtgerucht, O.

Nachtgewaad, O., nachtgewaden.

Nachtglas, O., nachtglazen.

Nachtgoed, O.

Nachthemd, O., nachthemden.

Nachthuisje, O., nachthuisjes.

Nachtjapon, V., nachtjaponnen. Zie ook Nachtpon.

Nachtkaars, V., nachtkaarsen.

Nachtkwartier, O., nachtkwartieren.

Nachtlamp, V., nachtlampen; nachtlampje, O., nachtlampjes.

Nachtlicht, O. Nachtlichtje, O., nachtlichtjes.

Nachtlijst, V., nachtlijsten,

Nachtlooper, M., nachtloopers.

Nachtlucht, V.

Nachtmaal, O.

Nachtmaalganger, M., nachtmaalgangers.

Nachtmaalsbeker, M., nachtmaalsbekers.

Nachtmaalsbrood, O.

Nachtmaalstafel, V., nachtmaalstafels.

Nachtmerrie, V., nachtmerries.

Nachtmuts, V., nachtmutsen.

Nachtpitje, O., nachtpitjes.

Nachtpon, V., nachtponnen; nachtponnetje, O., nachtponnetjes.

Nachtraaf, M., nachtraven.

Nachtroofvogel, M., nachtroofvogels.

Nachtrust, V.

Nachtschade, V.

Nachtschuit, V., nachtschuiten.

Nachtsein, O., nachtseinen.

Nachtslot, O.

Nachtspiegel, M., nachtspiegels.

Nachttafeltje, O., nachttafeltjes.

Nachttrein, M., nachttreinen.

Nachtuil, M., nachtuilen.

Nachtverblijf, O., nachtverblijven.

Nachtvlinder, M., nachtvlinders.

Nachtvogel, M., nachtvogels.

Nachtvorst, V., nachtvorsten.

Nachtwacht (wachter), M.; (het wachthouden en de gezamenlijke wachters), V., nachtwachten.

Nachtwaker, M., nachtwakers.

Nachtwerk, O.

Nachtwerken, nachtwerkte, heeft genachtwerkt.

Nachtwerker, M., nachtwerkers.

Nachtwind, M.

Nachtzoen, M., nachtzoenen.

Nacijferen, cijferde na, heeft nagecijferd.

Nadag, M., nadagen.

Nadansen, danste na, heeft nagedanst.

Nadat.

Nadeel, O., nadeelen. Nadeeltje, O., nadeeltjes.

Nadeelig, nadeeliger, nadeeligst.

Nademaal.

Nadenken, dacht na, heeft nagedacht.

Nadenkend,nadenkender, nadenkendst.

Nader. Zie Na.

Naderbij.

Naderen, naderde, is genaderd.

Naderhand.

Nadering, V., naderingen.

Nadezen.

Nadir, O.

Nadoen, deed na, deden na, heeft nagedaan.

Nadoener, M., nadoeners.

Nadorst, M.

Nadragen, droeg na, heeft nagedragen.

Nadraven, draafde na, heeft en is nagedraafd.

Nadruk (nagedrukt boek), M., nadrukken. Nadrukje, O., nadrukjes.

Nadruk (het nadrukken), M.

Nadruk (klem), M.

Nadrukkelijk, nadrukkelijker, nadrukkelijkst.

Nadrukken, drukte na, heeft nagedrukt.

Nadweilen, dweilde na, heeft nagedweild.

Naëten, at na, aten na, heeft nagegeten.

Nafluiten, floot na, floten na, heeft nagefloten.

Nagaan, gaat na, ging na, heeft en is nagegaan.

Nagalm, M.

Nageboorte, V., nageboorten.

Nagebuur, M., nageburen.

Nagel (aan het lichaam), M., nagels en nagelen. Nageltje, O., nageltjes.

Nagelbank, V., nagelbanken.

Nagelbed, O.

Nagelbijter, M., nagelbijters.

Nagelbloem, V., nagelbloemen.

Nagelborstel, M., nagelborstels; nagelborsteltje, O., nagelborsteltjes.

Nagelen, nagelde, heeft genageld.

Nagelhout (rookvleesch), O.

Nagelijzer, O., nagelijzers.

Nagelkruid, O.

Nagelolie, V.

Nagelvast.

Nagelvijltje, O., nagelvijltjes.

Nagelwortel (stofnaam), V.

Nagenoeg.

Nagerecht, O., nagerechten.

Nageslacht, O., nageslachten.

Nageven, gaf na, gaven na, heeft nagegeven.

Nagezang, O., nagezangen.

Nagieten, goot na, goten na, heeft nagegoten.

Nagisten, gistte na, heeft nagegist.

Nagluren, gluurde na, heeft nagegluurd.

Nagooien, gooide na, heeft nagegooid.

Nagras, O.

Naherfst, M.

Nahollen, holde na, heeft en is nagehold.

Nahooi, O.

Nahouden, hield na, heeft nagehouden.

Naïef, naïever, naïefst.

Naijlen, ijlde na, is nageijld.

Naijver, M.

Naijverig, naijveriger, naijverigst.

Naïveteit, V., naïveteiten.

Najaar, O., najaren.

Najaarsblad, O., najaarsbladen en najaarsbladeren.

Najaarsbloem, V., najaarsbloemen; najaarsbloempje, O., najaarsbloempjes.

Najaarskoorts, V., najaarskoortsen.

Najaarsloover, O.

Najaarsmis, V., najaarsmissen.

Najaarsopruiming, V., najaarsopruimingen.

Najaarsregen, M., najaarsregens.

Najaarsreis, V., najaarsreizen.

Najaarsveiling, V., najaarsveilingen.

Najaarsvergadering, V., najaarsvergaderingen.

Najaarsweder en najaarsweer, O.

Najaarszon, V.

Najade, V., najaden

Najagen, jaagde na, heeft nagejaagd; ook joeg na.

Najager, M., najagers.

Najouwen, jouwde na, heeft nagejouwd.

Naken, naakte, is genaakt.

Nakermis, V., nakermissen.

Nakijken, keek na, keken na, heeft nagekeken.

Nakind, O., nakinderen.

Naking, V.

Naklank, M.

Naklauteren, klauterde na, is nageklauterd.

Naklimmen, klom na, klommen na, is nageklommen.

Naklinken, klonk na, heeft nageklonken.

Nakomeling, M. en V., nakomelingen. V. ook nakomelinge.

Nakomelingschap, V.

Nakomen, komt na, kwam na, kwamen na, is nagekomen.

Nakomer, M., nakomers; nakomertje, O., nakomertjes.

Nakoming, V.

Nakoop, M.

Nakroost, O.

Nakruipen, kroop na, kropen na, heeft en is nagekropen.

Nalaten, liet na, heeft nagelaten.

Nalatenschap, V., nalatenschappen.

Nalatig, nalatiger, nalatigst.

Nalatigheid, V.

Nalating, V.

Nalekken, lekte na, heeft nagelekt.

Naleven, leefde na, heeft nageleefd.

Naleving, V.

Nalezen, las na, lazen na, heeft nagelezen.

Nalezing, V., nalezingen. Nalezinkje, O., nalezinkjes.

Nalikken, likte na, heeft nagelikt.

Naloop, M.

Naloopen, liep na, heeft en is nageloopen.

Nalooper, M., naloopers.

Nalooping, V.

Naloopster, V., naloopsters.

Namaag, M. en V., namagen.

Namaagschap (namagen), V.; (vermaagschapping), O.

Namaaien, maaide na, heeft nagemaaid.

Namaaisel, O., namaaisels.

Namaak, V. Namaakje, O., namaakjes.

Namaaksel, O., namaaksels. Namaakseltje, O., namaakseltjes.

Namaakster, V., namaaksters.

Namaals.

Namaken, maakte na, heeft nagemaakt.

Namaker, M., namakers.

Namaking, V., namakingen.

Namalen (molenaarsterm), maalde na, heeft nagemalen.

Namarkt, V.

Namelijk.

Nameloos (onnoemelijk), namelooze.

Nameloosheid, V.

Namens.

Nameten, mat na, maten na, heeft nagemeten.

Namiddag, M., namiddagen. Namiddagje, O., namiddagjes.

Namiddagpreek, V., namiddagpreeken.

Namiddaguur, O., namiddaguren.

Namis, V., namissen.

Nanacht, M., nanachten.

Naneef, M., naneven.

Nanking, O.

Naoogen, oogde na, heeft nageoogd.

Naooging, V.

Naoogst, M.

Naoogsten, oogstte na, heeft nageoogst.

Nap, M., nappen. Napje, O., napjes.

Napeinzen, peinsde na, heeft nagepeinsd.

Naphtha, V.

Napleiten, pleitte na, heeft nagepleit.

Naploegen, ploegde na, heeft nageploegd.

Napluizen, ploos na, plozen na, heeft nageplozen.

Napluizer, M., napluizers.

Napluizing, V., napluizingen.

Napok, V., napokken. Napokje, O., napokjes.

Napraat, M.

Napraten, praatte na, heeft nagepraat.

Naprater, M., napraters.

Napret, V. Napretje, O., napretjes.

Nar, M., narren.

Narcis, V., narcissen. Narcisje, O., narcisjes.

Narcissenbed, O., narcissenbedden.

Narcose, V.

Narcotisch.

Nardus, V.

Nardusgeur, M.

Narede, V., naredenen.

Nareizen, reisde na, heeft en is nagereisd.

Narekenen, rekende na, heeft nagerekend.

Narekening, V., narekeningen.

Narennen, rende na, is nagerend.

Naricht, O.

Narigheid, V., narigheden.

Narijden, reed na, reden na, heeft en is nagereden.

Naroep, M.

Naroepen, riep na, heeft nageroepen.

Narren. Zie Arren.

Narrenkap, V., narrenkappen.

Narreslede. Zie Arreslede.

Narrig, narriger, narrigst.

Narrigheid, V., narrigheden.

Narwal, M., narwals en narwallen.

Nasaal, nasale.

Nasaal, V., nasalen.

Nasaleering, V.

Naschetsen, schetste na, heeft nageschetst.

Naschilderen, schilderde na, heeft nageschilderd.

Naschouw, V.

Naschouwen, schouwde na, heeft nageschouwd.

Naschreeuwen, schreeuwde na, heeft nageschreeuwd.

Naschrift, O., naschriften; naschriftje, O., naschriftjes.

Naschrijven, schreef na, schreven na, heeft nageschreven.

Naschrijver, M., naschrijvers.

Naseinen, seinde na, heeft nageseind.

Naseining, V.

Naslaan, slaat na, sloeg na, heeft nageslagen.

Naslag, M., naslagen.

Nasleep, M.

Nasleepen (bedr.), sleepte na, heeft nagesleept.

Naslepen (onz.), sleepte na, heeft nagesleept.

Nasluipen, sloop na, slopen na, is nageslopen.

Nasmaak, M., nasmaken. Nasmaakje, O., nasmaakjes.

Nasmijten, smeet na, smeten na, heeft nagesmeten.

Nasnede, V., nasneden.

Nasnuffelaar, M., nasnuffelaars.

Nasnuffelen, snuffelde na, heeft nagesnuffeld.

Nasnuffeling, V., nasnuffelingen.

Nasopje, O., nasopjes.

Naspel, O., naspelen. Naspelletje, O., naspelletjes.

Naspelen, speelde na, heeft nagespeeld.

Naspellen, spelde na, heeft nagespeld.

Naspeuren, speurde na, heeft nagespeurd.

Naspeuring, V., naspeuringen.

Naspeurlijk.

Naspoelen, spoelde na, heeft nagespoeld.

Naspoeling, V.

Nasporen (onderzoeken), spoorde na, heeft nagespoord.

Nasporen (met den spoorwagen narijden), spoorde na, is nagespoord.

Nasporing, V., nasporingen.

Naspringen, sprong na, is nagesprongen.

Naspui, O.

Nastappen, stapte na, heeft en is nagestapt.

Nastaren, staarde na, heeft nagestaard.

Nastormen, stormde na, heeft en is nagestormd.

Nastreven, streefde na, heeft en is nagestreefd.

Nastuiven, stoof na, stoven na, is nagestoven.

Nastuk, O., nastukken. Nastukje, O., nastukjes.

Nasturen, stuurde na, heeft nagestuurd.

Nasukkelen, sukkelde na, is nagesukkeld.

Nat, natter, natst.

Nat, O. Natje, O.

Natafelen, tafelde na, heeft nagetafeld.

Nateekenen, teekende na, heeft nageteekend.

Nateekening, V.

Natellen, telde na, heeft nageteld.

Natelling, V.

Nater, V., naters.

Nateren, teerde na, heeft nageteerd.

Nathals, M. en V., nathalzen. Nathalsje, O., nathalsjes.

Natheid, V.

Natie, V., natiën en naties.

Natievlag, V., natievlaggen.

Natijd, M.

Nationaal, nationale.

Nationaliteit, V., nationaliteiten.

Nationaliteitsgevoel, O.

Natorsen, torste na, heeft nagetorst.

Natrachten, trachtte na, heeft nagetracht.

Natred, M.

Natreden, trad na, traden na, heeft en is nagetreden.

Natrekken, trok na, trokken na, heeft en is nagetrokken.

Natrium, O.

Natten, natte, heeft genat.

Nattig, nattiger, nattigst.

Nattigheid, V.

Naturalisatie, V., naturalisatiën en naturalisaties.

Naturaliseeren, naturaliseerde, heeft genaturaliseerd.

Naturalisme, O.

Naturelletje, O., naturelletjes.

Naturen, tuurde na, heeft nagetuurd.

Natuur, V., naturen.

Natuurbeschouwer, M., natuurbeschouwers.

Natuurbeschrijving, V., natuurbeschrijvingen.

Natuurboter, V.

Natuurdienst, M.

Natuurdrift, V.

Natuurgenoot, M., natuurgenooten.

Natuurgenoote, V., natuurgenooten.

Natuurkennis, V.

Natuurkracht, V., natuurkrachten.

Natuurkunde, V.

Natuurkundig.

Natuurkundige, M. en V., natuurkundigen.

Natuurlijk, natuurlijker, natuurlijkst.

Natuurlijkerwijze.

Natuurlijkheid, V.

Natuurmensch, M., natuurmenschen.

Natuuronderzoeker, M., natuuronderzoekers.

Natuurproduct, O., natuurproducten.

Natuurrecht, O.

Natuurstaat, M.

Natuurverschijnsel, O., natuurverschijnselen.

Natuurvoortbrengsel, O., natuurvoortbrengselen.

Natuurwet, V., natuurwetten.

Natuurwetenschap, V., natuurwetenschappen.

Nautiek, V.

Nauw, nauwer, nauwst.

Nauwelijks.

Nauwgezet, nauwgezetter, nauwgezetst.

Nauwgezetheid, V.

Nauwheid, V.

Nauwkeurig, nauwkeuriger, nauwkeurigst.

Nauwkeurigheid, V.

Nauwlettend, nauwlettender, nauwlettendst.

Nauwlettendheid, V.

Nauwnemend, nauwnemender, nauwnemendst.

Nauwnemendheid, V.

Nauwte, V.

Navel, M., navels. Naveltje, O., naveltjes.

Navelband, M., navelbanden; navelbandje, O., navelbandjes.

Navelbreuk, V., navelbreuken.

Navelmerk, O., navelmerken.

Navelstreng, V., navelstrengen.

Naverhalen, verhaalde na, heeft naverhaald.

Navertellen, vertelde na, heeft naverteld.

Naverwant, M., naverwanten.

Naverwantschap, V.

Navloed, M.

Navloeien, vloeide na, heeft nagevloeid.

Navloeiing, V., navloeiingen.

Navloeken, vloekte na, heeft nagevloekt.

Navluchten, vluchtte na, is nagevlucht.

Navoeren, voerde na, heeft nagevoerd.

Navolgbaar, navolgbare.

Navolgen, volgde na, heeft nagevolgd.

Navolgend.

Navolgenswaardig, navolgenswaardiger, navolgenswaardigst, of meer en meest navolgenswaardig.

Navolger, M., navolgers.

Navolging, V., navolgingen.

Navolgster, V., navolgsters.

Navorschen, vorschte na, heeft nagevorscht.

Navorscher, M., navorschers.

Navorsching, V., navorschingen.

Navraag, V.

Navragen, vraagde na, heeft nagevraagd; ook vroeg na.

Navrucht, V., navruchten.

Nawee, O., naweeën.

Nawegen, woog na, wogen na, heeft nagewogen.

Naweging, V.

Naweide, V.

Nawerken, werkte na, heeft nagewerkt.

Nawerking, V.

Nawerpen, wierp na, heeft nageworpen.

Naweven, weefde na, heeft nageweven.

Nawijn, M.

Nawijzen, wees na, wezen na, heeft nagewezen.

Nawinter, M., nawinters. Nawintertje, O., nawintertjes.

Nazaaien, zaaide na, heeft nagezaaid.

Nazaat, M., nazaten.

Nazamelen, zamelde na, heeft nagezameld.

Nazang, M., nazangen.

Nazeggen, zeide na, heeft nagezegd en nagezeid.

Nazegger, M., nazeggers.

Nazeilen, zeilde na, is nagezeild.

Nazenden, zond na, heeft nagezonden.

Nazending, V.

Nazetten, zette na, heeft nagezet.

Nazien, zag na, zagen na, heeft nagezien.

Nazingen, zong na, heeft nagezongen.

Nazitten, zat na, zaten na, heeft nagezeten.

Nazoeken, zocht na, heeft nagezocht.

Nazomer, M., nazomers. Nazomertje, O., nazomertjes.

Nazorg, V., nazorgen.

Neb en Nebbe, V., nebben. Nebje en nebbetje, O., nebjes en nebbetjes.

Nebbeling (nebaal), M., nebbelingen. Als stofnaam, V.

Necrologie, V., necrologieën.

Necroloog, M., necrologen.

Nectar, M.

Nectarteug, V., nectarteugen.

Neder en Neer. (Zoo ook in de meeste samenstellingen).

Neder-Betuwe, V.

Nederbiggelen, biggelde neder, is nedergebiggeld.

Nederbliksemen, bliksemde neder, heeft nedergebliksemd.

Nederbonzen, bonsde neder, heeft en is nedergebonsd.

Nederbrengen, bracht neder, heeft nedergebracht.

Nederbuigen, boog neder, bogen neder, heeft en is nedergebogen.

Nederbuigend, nederbuigender, nederbuigendst.

Nederbuigendheid, V.

Nederbukken, bukte neder, heeft en is nedergebukt.

Nederdalen, daalde neder, is nedergedaald.

Nederdaling, V., nederdalingen.

Nederdonderen, donderde neder, is en heeft nedergedonderd.

Nederdringen, drong neder, heeft nedergedrongen.

Nederdruipen, droop neder, dropen neder, is nedergedropen.

Nederdrukken, drukte neder, heeft nedergedrukt.

Nederduiken, dook neder, doken neder, is nedergedoken.

Nederduitsch.

Nederduitsch, O.

Nederduitscher, M., Nederduitschers.

Nederduwen, duwde neder, heeft nedergeduwd.

Nederflansen, flanste neder, heeft nedergeflanst.

Nedergaan, gaat neder, ging neder, is nedergegaan.

Nederglijden, gleed neder, gleden neder, is nedergegleden.

Nedergolven, golfde neder, is nedergegolfd.

Nedergooien, gooide neder, heeft nedergegooid.

Nederhagelen, hagelde neder, is nedergehageld.

Nederhalen, haalde neder, heeft nedergehaald.

Nederhaler. Zie Neerhaler.

Nederhangen, hing neder, heeft nedergehangen.

Nederhellen, helde neder, heeft nedergeheld.

Nederhelling, V.

Nederhouwen, hieuw neder, heeft nedergehouwen.

Nederhurken, hurkte neder, is nedergehurkt.

Nederig, nederiger, nederigst.

Nederigheid, V.

Nederkammen, kamde neder, heeft nedergekamd.

Nederkijken, keek neder, keken neder, heeft nedergekeken.

Nederkladden, kladde neder, heeft nedergeklad.

Nederknielen, knielde neder, heeft en is nedergeknield.

Nederknieling, V.

Nederkomen, komt neder, kwam neder, kwamen neder, is nedergekomen.

Nederkrijgen, kreeg neder, kregen neder, heeft nedergekregen.

Nederlaag, V., nederlagen. Nederlaagje, O., nederlaagjes.

Nederland, O., Nederlanden.

Nederlander, M., Nederlanders.

Nederlanderschap, O.

Nederlandsch.

Nederlandsch, O.

Nederlaten, liet neder, heeft nedergelaten.

Nederlating, V.

Nederleggen, legde en leide neder, heeft nedergelegd en nedergeleid.

Nederliggen, lag neder, lagen neder, heeft nedergelegen.

Nederloopen, liep neder, heeft en is nedergeloopen.

Nederpersen, perste neder, heeft nedergeperst.

Nederploffen, plofte neder, is en heeft nedergeploft.

Nederplompen, plompte neder, is nedergeplompt.

Nederplonzen, plonsde neder, heeft en is nedergeplonsd.

Neder-Rijn, M.

Nederrollen, rolde neder, is nedergerold.

Nedersabelen, sabelde neder, heeft nedergesabeld.

Nedersaksisch.

Nedersaksisch, O.

Nederschieten, schoot neder, schoten neder, heeft en is nedergeschoten.

Nederschijnen, scheen neder, schenen neder, heeft nedergeschenen.

Nederschrijven, schreef neder, schreven neder, heeft nedergeschreven.

Nederschuiven, schoof neder, schoven neder, heeft en is nedergeschoven.

Nedersijpelen, sijpelde neder, is nedergesijpeld.

Nederslaan, sloeg neder, heeft en is nedergeslagen.

Nederslag. Zie Neerslag.

Nedersmakken, smakte neder, heeft en is nedergesmakt.

Nedersmijten, smeet neder, smeten neder, heeft nedergesmeten.

Nederspringen, sprong neder, is nedergesprongen.

Nederstampen, stampte neder, heeft nedergestampt.

Nederstooten, stiet neder, heeft nedergestooten; ook stootte neder.

Nederstormen, stormde neder, heeft en is nedergestormd.

Nederstorten, stortte neder, heeft en is nedergestort.

Nederstorting, V.

Nederstrekken, strekte neder, heeft nedergestrekt.

Nederstrijken, streek neder, streken neder, heeft en is nedergestreken.

Nederstroomen, stroomde neder, is nedergestroomd.

Nederstuiven, stoof neder, stoven neder, is nedergestoven.

Nedertrappen, trapte neder, heeft nedergetrapt.

Nedertrekken, trok neder, trokken neder, heeft nedergetrokken.

Nedertuimelen, tuimelde neder, is nedergetuimeld.

Nederval, M.

Nedervallen, viel neder, is nedergevallen.

Nedervellen, velde neder, heeft nedergeveld.

Nedervliegen, vloog neder, vlogen neder, is nedergevlogen.

Nedervlijen, vlijde neder, heeft nedergevlijd.

Nedervloeien, vloeide neder, is nedergevloeid.

Nederwaarts (bijw.).

Nederwaartsch (bnw.).

Nederwerpen, wierp neder, heeft nedergeworpen.

Nederwerping, V.

Nederzetten, zette neder, heeft nedergezet.

Nederzetting, V., nederzettingen.

Nederzien, zag neder, zagen neder, heeft nedergezien.

Nederzijgen, zeeg neder, zegen neder, is nedergezegen.

Nederzinken, zonk neder, is nedergezonken.

Nederzitten, zat neder, zaten neder, heeft nedergezeten.

Nederzweven, zweefde neder, is nedergezweefd.

Neef, M., neven. Neefje, O., neefjes.

Neefje (mugje), O., neefjes.

Neefschap, O.

Neen (tusschenw.). Als znw., O.

Neep, V., nepen. Neepje, O., neepjes.

Neepjeskapje, O., neepjeskapjes.

Neepjesmuts, V., neepjesmutsen; neepjesmutsje, O., neepjesmutjes.

Neer, V.

Neer. Zie Neder.

Neerhaal, M., neerhalen.

Neerhaler, M., neerhalers.

Neerslachtig, neerslachtiger, neerslachtigst.

Neerslachtigheid, V.

Neerslag (het nederslaan), M.

Neerslag (rustbed), V., neerslagen.

Neerslag (bezinksel), O., neerslagen.

Neet (luizenei), V., neten. Neetje, O., neetjes.

Neet, ook Niet (klinknageltje), V., neeten. Neetje, O., neetjes.

Neeten, ook Nieten (klinken), neette, heeft geneet.

Neetoor, M. en V., neetooren.

Neffens.

Neg en Negge, V., neggen.

Negatie, V., negatiën en negaties.

Negatief, negatieve.

Negatief (in de photographie), O., negatieven.

Negeeren, negeerde, heeft genegeerd.

Negen (telwoord). Als znw., V., negens. Negentje, O., negentjes.

Negendaagsch.

Negende.

Negendehalf, negendehalve.

Negenderhande.

Negenderlei.

Negenduizendste.

Negenhonderd.

Negenmaal.

Negenoog, V., negenoogen; negenoogje, O., negenoogjes.

Negenponder, M., negenponders.

Negentallig.

Negentien.

Negentig.

Negenwerf.

Neger, M., negers. Negertje, O., negertjes.

Negerbevolking, V.

Negeren, negerde, heeft genegerd.

Negerhut, V., negerhutten.

Negerin, V., negerinnen.

Negerland, O.

Negerslaaf, M., negerslaven.

Negge. Zie Neg.

Négligé, O.

Negorij, V., negorijen.

Negotiatie, V., negotiatiën en negotiaties.

Negotie, V., negotiën en negoties.

Negotieeren, negotieerde, heeft genegotieerd.

Negotiepenning, M., negotiepenningen.

Neigen, neigde, heeft geneigd.

Neiging (begeerte), V., neigingen.

Nek, M., nekken. Nekje, O., nekjes.

Nekken, nekte, heeft genekt.

Nekslag, M.

Nekvel, O.

Nel, V., nellen.

Nemen, nam, namen, heeft genomen.

Nemesis, V.

Neologie, V.

Neologisme, O., neologismen.

Neoloog, M., neologen.

Nephritis, V.

Nepotisme, O.

Neppe (ook Nippe), V.

Nereïde, V., nereïden.

Nerf, V.

Nergens.

Nering, V., neringen.

Neringdoende, M. en V., neringdoenden.

Neringloos, neringlooze.

Nerveus, nerveuzer, nerveust.

Nervig.

Nervositeit, V.

Nes, V., nessen.

Nest, O., nesten. Nestje, O., nestjes.

Nestei, O., nesteieren.

Nestel, M., nestels en nestelen. Nesteltje, O., nesteltjes.

Nestelen (toerijgen enz.), nestelde, heeft genesteld.

Nestelen (een nest maken), nestelde, heeft genesteld.

Nesteling (dier), M., nestelingen.

Nesteling, V., nestelingen.

Nestel-lakei, M., nestel-lakeien.

Nesterij, V., nesterijen. Nesterijtje, O., nesterijtjes.

Nestig, nestiger, nestigst.

Nestigheid, V., nestigheden.

Nestkuiken, O., nestkuikens.

Nestvederen (mv.), V.

Net, O., netten. Netje, O., netjes.

Net (netschrift), O.

Net, netter, netst.

Net (bijw.).

Netbord, O., netborden.

Netel, V., netels en netelen. Neteltje, O., neteltjes.

Netelachtig, netelachtiger, netelachtigst.

Netelachtigheid, V.

Neteldoek, O.

Neteldoeksch.

Netelig, neteliger, neteligst.

Neteligheid, V.

Netelroos, V.

Netheid, V.

Netjes.

Netschrift, O.

Netten, nette, heeft genet.

Nettenboeter, M., nettenboeters.

Nettenbreien, O.

Nettenbreier, M., nettenbreiers.

Nettenknoopen, O.

Nettenknooper, M., nettenknoopers.

Nettigheid, V.

Netto.

Netto-winst, V.

Netvlies, O.

Neulen, neulde, heeft geneuld.

Neurasthenicus, M., neurasthenici.

Neurasthenie, V.

Neuriën, neuriede, heeft geneuried.

Neurose, V.

Neus, M., neuzen. Neusje, O., neusjes.

Neusbeen, O.

Neusbloeding, V., neusbloedingen.

Neusdoek, M., neusdoeken; neusdoekje, O., neusdoekjes.

Neusgat, O., neusgaten.

Neusholte, V.

Neushoorn en Neushoren, M., neushoorns en neushorens.

Neuskijker, M., neuskijkers.

Neusklank, M., neusklanken.

Neusknijper, M., neusknijpers.

Neusstem, V., neusstemmen.

Neusvleugel, M., neusvleugels.

Neuswijs, neuswijze.

Neut, V., neuten.

Neutelaar, M., neutelaars.

Neutelarij, V., neutelarijen.

Neutelen, neutelde, heeft geneuteld.

Neutelig, neuteliger, neuteligst.

Neutraal, neutrale.

Neutraliseeren, neutraliseerde, heeft geneutraliseerd.

Neutraliteit, V.

Neutraliteitsverklaring, V.

Neuzelaar, M., neuzelaars.

Neuzelen, neuzelde, heeft geneuzeld.

Neuzen, neusde, heeft geneusd.

Nevel, M., nevels en nevelen. Neveltje, O., neveltjes.

Nevelachtig, nevelachtiger, nevelachtigst.

Nevelen, nevelde, heeft geneveld.

Nevelig, neveliger, neveligst.

Nevelvlek, V., nevelvlekken.

Nevens.

Nevensgaand.

Nicht, V., nichten. Nichtje, O., nichtjes.

Nicotine, V.

Nicotinevergiftiging, V.

Niemand.

Niemendal.

Nier, V., nieren. Niertje, O., niertjes.

Nierbed, O.

Nierbroodje, O., nierbroodjes.

Niersteen, M., niersteenen; niersteentje, O., niersteentjes.

Niervormig.

Nierziekte, V., nierziekten.

Nieskruid, O.

Niesmiddel, O., niesmiddelen.

Nieswortel, V.

Niet (in de loterij), V., nieten. Nietje, O., nietjes.

Niet (klinknageltje). Zie Neet.

Niet (niets), O.

Niet (stof), O.

Niet (bijw.).

Nieten (klinken). Zie Neeten.

Nietig, nietiger, nietigst.

Nietigheid, V., nietigheden.

Niets.

Nietsbeteekenend.

Nietswaardig.

Niettegenstaande.

Niettemin.

Nieuw, nieuwer, nieuwst.

Nieuwbakken.

Nieuwelijks.

Nieuweling, M. en V., nieuwelingen. V. ook nieuwelinge.

Nieuwemaan, V.

Nieuwerwets (bijw.).

Nieuwerwetsch (bnw.), nieuwerwetscher, meest nieuwerwetsch.

Nieuwgebonden.

Nieuwgebouwd.

Nieuwgemunt.

Nieuwgeverfd.

Nieuwgevormd.

Nieuwheid, V.

Nieuw-Holland, O.

Nieuwigheid, V., nieuwigheden. Nieuwigheidje, O., nieuwigheidjes.

Nieuwigheidsbejag, O.

Nieuwigheidszucht, V.

Nieuwjaar, O.

Nieuwjaarsbezoek, O., nieuwjaarsbezoeken.

Nieuwjaarsbrief, M., nieuwjaarsbrieven.

Nieuwjaarsdag, M., Nieuwjaarsdagen.

Nieuwjaarsfooi, V., nieuwjaarsfooien.

Nieuwjaarsgeschenk, O., nieuwjaarsgeschenken.

Nieuwjaarsgroet, M., nieuwjaarsgroeten.

Nieuwjaarskaart, V., nieuwjaarskaarten; nieuwjaarskaartje, O., nieuwjaarskaartjes.

Nieuwjaarsmorgen, M., Nieuwjaarsmorgens.

Nieuwjaarswensch, M., nieuwjaarswenschen.

Nieuwkoop, M.; nieuwkoopje, O.

Nieuwlichter, M., nieuwlichters.

Nieuwlichterij, V.

Nieuwmodisch.

Nieuws, O.

Nieuwsbericht, O., nieuwsberichten.

Nieuwsgierig, nieuwsgieriger, nieuwsgierigst.

Nieuwsgierigheid, V.

Nieuwspapier, O., nieuwspapieren.

Nieuwstijding, V., nieuwstijdingen.

Nieuwtje, O., nieuwtjes.

Niezen, niesde, heeft geniesd.

Nihilisme, O.

Nihilist, M., nihilisten.

Nihiliste, V., nihilisten.

Nijd, M.

Nijdas, M., nijdassen.

Nijdasserig.

Nijdig, nijdiger, nijdigst.

Nijdigaard, M., nijdigaards.

Nijdigheid, V.

Nijgen, neeg, negen, heeft genegen.

Nijging (buiging), V., nijgingen.

Nijnagel en Nijdnagel, M., nijnagels en nijdnagels. Nijnageltje, O., nijnageltjes.

Nijpen, neep, nepen, heeft genepen.

Nijper, M., nijpers. Nijpertje, O., nijpertjes.

Nijptang, V., nijptangen.

Nijver, nijverder, nijverst.

Nijverheid, V.

Nik, M., nikken.

Nikkel (onkruid), V.

Nikkel (metaal), O.

Nikkelen (bnw.).

Nikken, nikte, heeft genikt.

Nikker, M., nikkers. Nikkertje, O., nikkertjes.

Niks.

Nimf, V., nimfen. Nimfje, O., nimfjes.

Nimfenstoet, M.

Nimmer.

Nimmermeer.

Nippe. Zie Neppe.

Nippen, nipte, heeft genipt.

Nippertje, O.

Nis, V., nissen. Nisje, O., nisjes.

Niveau, O., niveau’s.

Nivelleeren, nivelleerde, heeft genivelleerd.

Nobel, M., nobels en nobelen.

Nobel, nobeler, nobelst.

Noch (ook niet).

Nochtans.

Nocturne, V., nocturnes.

Noembaar, noembare.

Noemen, noemde, heeft genoemd.

Noemenswaardig, noemenswaardiger, noemenswaardigst, of meer en meest noemenswaardig.

Noemer, M., noemers.

Noen, M.

Noenmaal, O.

Noest (ook oest), M., noesten.

Noest, noester.

Noesterig, noesteriger, noesterigst.

Noestheid, V.

Noestig, noestiger, noestigst.

Noestigheid, V.

Nog (daarenboven, tot nu toe).

Noga, V.

Nogal.

Nogataart, V., nogataarten; nogataartje, O., nogataartjes.

Nogmaals.

Nok (snik), M., nokken. Nokje, O., nokjes.

Nok (van het dak enz.), V., nokken. Nokje, O., nokjes.

Nokbalk, M., nokbalken.

Nokken, nokte, heeft genokt.

Nomaden (mv.), M.

Nomadenleven, O.

Nomadenstam, M., nomadenstammen.

Nomadisch.

Nomenclatuur, V., nomenclaturen.

Nominaal, nominale.

Nominalisme, O.

Nominalist, M., nominalisten.

Nominatie, V., nominatiën en nominaties.

Nommer en Nummer, O., nommers en nummers. Nommertje en nummertje, O., nommertjes en nummertjes.

Nommeren en Nummeren, nommerde, heeft genommerd.

Nommerijzer, O., nommerijzers.

Nommering, V., nommeringen.

Nommervlag, V., nommervlaggen.

Non, V., nonnen. Nonnetje, O., nonnetjes; ook nonneken en nonneke, O., nonnekens en nonnekes.

Nonactief, nonactieve.

Nonactiviteit, V.

Nonactiviteits-traktement, O., nonactiviteits-traktementen.

Nonchalance, V.

Nonchalant, nonchalanter, nonchalantst.

Non-interventie, V.

Nonnengewaad, O.

Nonnenkleed, O., nonnenkleederen.

Nonnenklooster, O., nonnenkloosters.

Nonnenorde, V., nonnenorden.

Nonnensluier, M. nonnensluiers.

Nonsens, M.

Nonsensicaal, nonsensicale.

Nonvaleur, M., nonvaleurs.

Nood, M., nooden.

Noodanker, O., noodankers.

Noodbrug, V., noodbruggen.

Nooddeur, V., nooddeuren.

Nooddoop, M.

Nooddruft, V.

Noode (Van noode).

Noode (ongaarne).

Noodeloos, noodelooze.

Noodeloosheid, V.

Nooden, noodde, heeft genood.

Noodhaven, V., noodhavens.

Noodhulp, V., noodhulpen.

Noodig, noodiger, noodigst.

Noodigen, noodigde, heeft genoodigd.

Noodiger, M., noodigers.

Noodiging, V., noodigingen.

Noodklok, V., noodklokken.

Noodlijdend.

Noodlijdende, M. en V., noodlijdenden.

Noodlot, O.

Noodlottig, noodlottiger, noodlottigst.

Noodlottigheid, V.

Noodmunt, V., noodmunten.

Noodrem, V., noodremmen.

Noodschot, O., noodschoten.

Noodsein, O., noodseinen.

Noodweer (tegenweer), V.

Noodweer en Noodweder (hevig onweder), O.

Noodwendig, noodwendiger, noodwendigst.

Noodwendigheid, V.

Noodwet, V., noodwetten.

Noodzaak, V.

Noodzakelijk, noodzakelijker, noodzakelijkst.

Noodzakelijkheid, V.

Noodzaken, noodzaakte, heeft genoodzaakt.

Nooit.

Noopijzer, O., noopijzers.

Noor, M., Noren.

Noord (bijw.). Noord (het Noorden), O.; (de noordelijk gelegen landen), V.

Noord-Brabant, O.

Noordelijk, noordelijker, noordelijkst.

Noordelijken, noordelijkte, is genoordelijkt.

Noorden, O.

Noordenwind, M., noordenwinden.

Noorderbreedte, V.

Noorderlicht, O.

Noorderzon, V.

Noordfriesch.

Noord-Holland, O.

Noordhollandsch.

Noordnoordoost (bijw.). Als znw., O.

Noordnoordwest (bijw.). Als znw., O.

Noordoost (bijw.). Als znw., O.

Noordoostelijk.

Noordoosten, O.

Noordoosteren, noordoosterde, is genoordoosterd.

Noordpool, V.

Noordpoolexpeditie, V., noordpoolexpedities.

Noordpoolreis, V., noordpoolreizen.

Noordpoolreiziger, M., noordpoolreizigers.

Noordpoolvaarder, M., noordpoolvaarders.

Noordsch.

Noordwaarts.

Noordwest (bijw.). Als znw., O.

Noordwestelijk.

Noordwesten, O.

Noordwesteren, noordwesterde, is genoordwesterd.

Noordzee, V.

Noorman, M., Noormannen.

Noorsch (Noorweegsch).

Noorsch, O.

Noorweegsch.

Noorwegen, O.

Noot (zangnoot en aanteekening), V., noten. Nootje, O., nootjes.

Noot (vrucht), V., noten. Nootje, O., nootjes.

Nop, V., noppen. Nopje, O., nopjes.

Nopen, noopte, heeft genoopt.

Nopens.

Nopijzer, O., nopijzers.

Nopjesgoed, O.

Noppen, nopte, heeft genopt.

Nopper, M., noppers.

Noppig, noppiger, noppigst.

Nopschaar, V., nopscharen.

Norbertijn, M., Norbertijnen.

Normaal, normale.

Normaallessen (mv.), V.

Normaalpapier, O.

Normaalschool, V., normaalscholen.

Normaliseeren, normaliseerde, heeft genormaliseerd.

Normaliteit, V.

Norsch, norscher, meest norsch.

Norschheid, V., norschheden.

Nota, V., nota’s.

Notabel, notabeler, notabelst.

Notabele, M., notabelen.

Notariaat, O., notariaten.

Notarieel, notarieele.

Notaris, M., notarissen.

Notarisambt, O.

Notarishuis, O., notarishuizen.

Notariskantoor, O., notariskantoren.

Notarisklerk, M., notarisklerken.

Noteboom, M., noteboomen; noteboompje, O., noteboompjes.

Noteboomen (bnw.).

Noteboomhout, O.

Notedop, M., notedoppen; notedopje, O., notedopjes.

Noteeren, noteerde, heeft genoteerd.

Noteering, V., noteeringen.

Notemuskaat (noot), V., nootmuskaten; (stof), O. Notemuskaatje, O., notemuskaatjes.

Notenbalk, M., notenbalken.

Notendruk, M.

Notenhouten (bnw.).

Notenkraker, M., notenkrakers.

Notenschrift, O.

Notie, V., notiën en noties.

Notificatie, V., notificatiën en notificaties.

Notitie, V., notitiën en notities.

Notitieboekje, O., notitieboekjes.

Notulen (mv.), V.

Notulenboek, O., notulenboeken.

Notweg, M., notwegen.

Novelle, V., novellen.

Novellist, M., novellisten.

November, M.

Novene, V., novenen.

Novice, M. en V., novices.

Noviciaat, O.

Nu.

Nuance, V., nuances en nuancen.

Nuanceeren, nuanceerde, heeft genuanceerd.

Nuanceering, V., nuanceeringen.

Nuchter, nuchterder, nuchterst.

Nuchterheid, V.

Nuf, V., nuffen. Nufje, O., nufjes.

Nuffig, nuffiger, nuffigst.

Nuffigheid, V.

Nuk, V., nukken. Nukje, O., nukjes.

Nukkig, nukkiger, nukkigst.

Nukkigheid, V.

Nul, V., nullen. Nulletje, O., nulletjes.

Nulliteit, V., nulliteiten.

Nulpunt, O.

Numero, O.

Numismatiek, V.

Numismatisch.

Nummer, Nummeren, enz. Zie Nommer, Nommeren enz.

Nummerbord, O., nummerborden.

Nummerklep, V., nummerkleppen.

Nummerverwisselaar, M., nummerverwisselaars.

Nurk, M., nurken.

Nurksch, nurkscher, meest nurksch.

Nurkschheid, V.

Nusselaar, M., nusselaars.

Nusselen, nusselde, heeft genusseld.

Nut, O.

Nut, nutter, nutst.

Nutslezer, M., nutslezers.

Nutslezing, V., nutslezingen.

Nutsvergadering, V., nutsvergaderingen.

Nutsverhandeling, V., nutsverhandelingen.

Nutteloos, nutteloozer.

Nutteloosheid, V.

Nutten, nutte, heeft genut.

Nuttig, nuttiger, nuttigst.

Nuttigen, nuttigde, heeft genuttigd.

Nuttigheid, V.

Nuttigheidsbejag, O.

Nuttiging, V.


Back to IndexNext