IV. HET BULGAARSCHE VERRAAD.

IV. HET BULGAARSCHE VERRAAD.Wildede Duitsche „Orientpolitiek” met succes bekroond worden, dan mocht Duitschland op zijn weg naar de Perzische Golf geen staten ontmoeten, die het een slagboom konden opwerpen. Een vrij en onafhankelijk Oostenrijk-Hongarije, een Zuid-Slavisch rijk, een zelfstandig Bulgarije en een Turkije, die zich tegen zijn wil verzetten konden, een Rusland, dat het èn op den Balkan èn in Klein-Azië den weg versperren kon, een Engeland, machtig genoeg om het een gebiedend halt toe te roepen, was onduldbaar.De Duitsche „Orientpolitiek” kon dan alleen slagen, zoo Duitschland zijn vijanden versloeg en zijn vrienden tot onderwerping bracht. Het eerste is tot heden niet gelukt, het laatste daarentegen schijnt maar al te goed te gelukken. Op zijn weg naar de Perzische Golf zal het, zoo het zijn vijanden verslaat, geen staten ontmoeten, die zich tegen zijn wil durven verzetten.Servië is uitgeschakeld; het is in handen der Duitschers; de Oostenrijkers en de Bulgaren, die het hebben bezet, zijn slechts de mandatarissen van Duitschland, al dragen zij den naam van bondgenooten. Zijn echter deze bondgenooten, de Bulgaren en de Oostenrijkers, er beter aan toe dan het vertrapte Servië en België? Neen, want ook in Oostenrijk en Bulgarije zijn de Duitschers heer en meester en regeert hun wil alleen. Ook met de onafhankelijkheid van deze landen is het gedaan, zoo de Duitscher mocht overwinnen. Al de pogingen van keizer Karel om zijn noodlot te ontkomen, zullen hem niet baten, zullen hem niet uit den greep van den Duitscher verlossen; het is het resultaat van een averechtsche binnenlandsche politiek van meer dan een halve eeuw. Turkije mag vrij zijn om zijn Armeniërs, die de Turksch-Germaansche toekomstplannen in den weg staan, te vermoorden, het heeft zich, als gevolg van de noodlottige politiek van eenEnver Pascha, gedwee en zonder morren te onderwerpen aan den wil van Wilhelm II, den zoogenaamden beschermer der Mahomedanen.En de imperialistische tendenzen der Bulgaarsche staatslui, die parallel loopen met het Duitsche pangermanisme, hebben van het Groot-Bulgarije der toekomst tevens een Duitsche vazalstaat gemaakt; de Duitschers zullen de Bulgaren niet beter behandelen dan zij het hun Herero's hebben gedaan.Nu is het wel juist, dat economische en militaire overeenkomsten tusschen Staten met zulk een verscheidenheid in belangen en tusschen volken van zulk een verschil in ras, overeenkomsten daarenboven, die de hegemonie van den een over al de anderen moeten bevestigen, niet van duur kunnen zijn, vooral niet waar 70 millioen menschen hun wil dicteeren aan 127 millioen, maar hier zouden ze toch juist zoo lang duren als het Duitsche zwaard in staat was ze te verdedigen. Europa zou dus in een blijvend oorlogskamp herschapen worden, een der noodlottige gevolgen van een Duitsche overwinning.Dat dit zoo komen zou, is echter niet de wil der volken uit deze staten geweest; het is het gevolg van de fouten hunner bestuurders. Behalve de Duitschers en de Magyaarsche edelen wil geen mensch in de Donau-Monarchie met Duitschland te maken hebben en zoowel het Bulgaarsche als het Turksche volk verfoeien den Duitscher. Niet alleen in België en Frankrijk, maar ook in Oostenrijk-Hongarije, op den Balkan en in het Turksche Rijk is de Boche de meest gehate man.„Een heroïsche worsteling ontrolt zich voor ons: de heilige en machtige Germaansche cultuur worstelt met de verrotte Fransche cultuur, die, ten doode opgeschreven, tracht achter haar al de volken van Europa mede te sleepen,” schreef de Bulgaar Petkoff in 1914. Ik zou Petkoff thans wel eens willen spreken en vragen naar zijn meening van thans over de heilige en machtige Germaansche cultuur, waarmede Bulgarije geïnfecteerd wordt. Ik heb gedurende den oorlog een anderen Bulgaar gesproken, die, minder bombastisch en nuchterder dan Petkoff, me de vraag voorlegde: hoe krijgen we de kerels er weer uit, waarmede hij vragen wilde, hoe ontworstelen wij, Bulgaren, ons aan de Duitsche overheersching? Zij, die den Balkan overheerschen willen, zien zich thans op hun beurt overheerscht.De zucht der Bulgaren naar de hegemonie op den Balkan heeft henzelf, maar ook de Zuid-Slavische zaak heel wat nadeel berokkend.Tot hun verontschuldiging kan aangevoerd worden, dat het de Russische politiek is geweest, die op hen de hegemonie-bacil heeft geënt. Het begon bij San-Stefano, waar de Russen den Bulgaar over het paard hebben getild. Het daar in elkaar gezette Groot-Bulgarije is de nachtmerrie geworden der Sofianer politici, die ze geen oogenblik met rust liet. Dit Groot-Bulgarije hebben ze ook beproefd tot stand te brengen in den eersten Balkanoorlog, toen zij van geen herziening der verdragen met Servië en Griekenland wilden weten, wat toch noodzakelijk was na een oorlog, die andere resultaten had opgeleverd dan verwacht waren. En toen zij hun wil niet konden doorzetten, namen zij hun toevlucht tot verraad, dat hen naar Boecarest bracht, waar hen aan het verstand werd gebracht, dat de kans op een Groot-Bulgarije was verkeken. Dat was het gevolg van „het werk der camarilla, die de Balkan-confederatie vernietigde en Bulgarije zonder genade als holocaustum aan Oostenrijk overleverde”, beweert—en terecht—de Bulgaarsche generaal Vazoff.Miljoukov heeft, als lid van het Carnegie-Comité, in het „Journal de Paris”, op 12 December 1916, beweerd, dat, zoo de overeenkomst tusschen Bulgarije en Servië van 1912 gerespecteerd was geworden op het Congres van Boecarest van 1913, Bulgarije niet aan de zijde der Centrale Mogendheden zou zijn opgetreden.Behalve dat met zulk een eisch, om op het Congres van Boecarest het tractaat van 1912 te respecteeren, waarlijk al te veel gevergd is, is daarenboven zijn oordeel niet juist.Bulgarije had Servië en Griekenland plotseling overvallen, nadat prins Fürstenberg aan Boecarest had te verstaan gegeven, dat de Donau-Monarchie, in het geval dat er een conflict tusschen Servië en Bulgarije ontstond, het laatste rijk met de wapens verdedigen zou. En wel met het doel met geweld het tractaat van 1912 door te voeren, waarvan een herziening een eisch van billijkheid was met het oog op de resultaten verkregen in den oorlog tegen Turkije. En dan zou men, nadat Bulgarije verslagen was, aan dit tractaat zelfs niet mogen tornen?Maar zelfs al had men zich in Boecarest aan dit tractaat gehouden, een onzinnige eisch, te meer daar MacedoniënietBulgaarsch is, dan nog zou Bulgarije in dezen oorlog aan de zijde der Centrale Mogendheden opgetreden zijn. En wel omdat het imperialistischestreven der Bulgaren zich verder uitstrekt dan tot Macedonië. Wat zelfs de Buxtons nooit hebben ontdekt.Er bestaat een Bulgaarsch werk onder den titel: „De kameraad van den soldaat, handboek voor de soldaten van alle wapens”. Het is gepubliceerd overeenkomstig de order no. 76 van 14 Maart 1907 van het Bulgaarsche ministerie van oorlog en werd aanbevolen door ditzelfde ministerie bij circulaire no. 28 van 21 Maart 1907. Het is dus een officieel Bulgaarsch boek, dat in handen komt van iederen Bulgaar, omdat iedere Bulgaar een tijdlang kazernebewoner is. Op bladzijde 56 van het geschiedkundige deel van dit werk komt een kaart van Groot-Bulgarije voor, waarin het „reeds bevrijde” Bulgarije in rose, de „nog niet bevrijde” deelen in rood zijn gekleurd. Welnu, tot het rood gekleurde deel behoort niet alleen Macedonië met de steden Monastir en Prisrend, maar ook een deel van Servië, met Nisch, en de geheele Dobroedscha met Constanza en ook bijna geheel Tracië met Adrianopel. Deze rood gekleurde deelen kon Bulgarije in rose overschilderen, alleen door aan de zijde der Centrale Mogendheden op te treden. En om dit te bereiken heeft het, kortzichtig als zijne diplomaten zijn, de Slavische zaak verraden, de débâcle van het Servische leger veroorzaakt en voor Duitschland den weg naar het Oosten geopend.Dat Bulgarije een zwaar verraad aan de Zuid-Slavische zaak heeft begaan, zien de Sofianer politici wel in, en om het te verdedigen, maakt er een, Ghenadieff, een politiekesalto mortaleen vertelt ons: „het Slavisme is een fatale hinderpaal voor onze nationale macht en ons enthousiasme. Het wordt tijd voor ons om deze dwaling te herstellen en niet langer een dergelijken leugen te propageeren”. Laat ik er echter bijvoegen, dat Ghenadieff niet een man is, wiens oordeel men hooge zedelijke waarde mag toekennen; op den Balkan kent men de gestes van dien oud-minister al te goed en weet men waartoe hij alzoo in staat is. Maar goed, de Bulgaarsche politici, in den trant van Ghenadieff, willen thans van de Slavische zaak niets meer weten, sedert de realisatie van hun imperialistisch streven het verraad der Zuid-Slavische zaak beteekende. Servië, het Piemont der Zuid-Slaven, wat Bulgarije niet kon zijn, moest daarom vernietigd worden; „dat is de hoogste noodzakelijkheid voor de toekomst der menschheid”, schreefNarodni Pravaop 19 Mei 1916. De Bulgaren, die niet weinig inbeelding bezitten, schijnen temeenen dat zij, Slaven in een Tartaren-omhulsel en met Tartaren-manieren, de geheele menschheid vertegenwoordigen.Het woord pan-bulgarisme heeft men tot heden niet gebruikt. Maar al bestaat het woord niet, het begrip bestaat niettemin. Het beteekent voor de Bulgaren hetzelfde als het pan-germanisme voor de Pruisen.Onder pan-germanisme verstaat men niet het streven der Pruisen om alle landen, waar Duitschers in compacte massa te zamen wonen, onder zich te vereenigen, doch het is in waarheid het streven der Pruisen om zich meester te maken van alle landen, die Duitschland noodig heeft of meent noodig te hebben ter wille van de macht derHohenzollerns.Precies zoo is het gesteld met het streven der Bulgaren. Ook zij wenschen te bezitten, wat zij meenen noodig te hebben om hun alleenheerschappij op den Balkan te verzekeren. Ze trachten het te bereiken op eenmaal, in twee étappes of ook in drie, al naar de omstandigheden. Bereiken zij hun doel niet heden, dan morgen of overmorgen.Thans verkondigen ze openlijk, dat iedere Bulgaar voelt dat Turkije moet blijven bestaan. Ze zullen het net zoo lang verkondigen tot ze kans zien de hand op Constantinopel te leggen. Ze verkondigen thans ook, dat een deel van Servië in handen van Oostenrijk behoort te blijven. Doch zoodra zij kans zien den Oostenrijker uit den Balkan te jagen, zullen zij hem gaan zeggen dat hij er niet behoort, dat geheel Servië Bulgaarsch is. Deze tactiek noemen zij met een Duitsch woord: „Realpolitik”.Ze streven hun doel op iedere wijs na en om het te bereiken deinzen ze voor niets terug. Iedereen, die hun daarin van dienst kan zijn, is hun welkom. De goede tante is die, welke de grootste taart geeft, beweren ze. Ze zullen echter de goede tante verraden, als er een andere komt, die hun grootere brokken toewerpt. En straks als de débâcle Duitschland zal gaan achterhalen, zal men de Bulgaren een diplomatischen zwaai naar de Entente zien maken, om het doel, waarnaar zij streven, niettemin te bereiken, voor zoover slechts mogelijk is.De Bulgaren wilden geen vazal van Rusland worden. Waarin ze gelijk hadden. Ze hadden een Stamboeloff, die ervoor heeft gewaakt. Maar Stamboeloff is dood en een nieuwen hebben de Bulgarenniet. En omdat er geen Stamboeloff in Bulgarije meer is, maar er slechts diplomaten te vinden zijn die geen kijk op de toekomst hebben en slechts hun oogenblikkelijk belang kennen, worden ze vazallen van het Duitsche rijk. Wel bekome het ze!En den goeden man, die me indertijd vroeg: hoe krijgen we de kerels er weer uit, kan ik alleen antwoorden: door jelui eigen nederlaag; dan kunt ge, zij het ook met geruïneerde finantiën en met het kenmerk van het verraad op het voorhoofd, weder vrij worden.Een jaar na den overval op de Serviërs en de Grieken, die geleid heeft tot den vrede van Boecarest, in Juni 1914 dus, erkenden mannen als de Bulgaren Guechoff, dr. Daneff, Malinoff, Janco Sakasoff en generaal Iwanoff, dat op 29 Juni 1913 door de Bulgaren verraad was gepleegd, „het resultaat van de dubbelzinnigheid onzer binnenlandsche en buitenlandsche politiek, die te allen tijde het openbare leven in Bulgarije heeft vergiftigd.”Maar, in October 1915, plegen de Bulgaren weder verraad en straks, als de Centrale Mogendheden niet mochten overwinnen, zullen we weder precies dezelfde lamentaties hooren als in Juni 1914.Het is te hopen dat dan de Entente tot de ontdekking zal zijn gekomen, dat Bulgarije van zijn ziekte, zijn dubbelzinnigheid in de politiek, die tot verraad leidt, niet te genezen is. Verraad is voor den Bulgaar louter een element in zijn politiek tot een bepaald doel. Wordt dit doel bereikt, dan voert het hem tot zelfverheerlijking, wordt het niet bereikt, dan brengt het hem tot zelfbeschuldiging, tot inkeer echter nooit.

Wildede Duitsche „Orientpolitiek” met succes bekroond worden, dan mocht Duitschland op zijn weg naar de Perzische Golf geen staten ontmoeten, die het een slagboom konden opwerpen. Een vrij en onafhankelijk Oostenrijk-Hongarije, een Zuid-Slavisch rijk, een zelfstandig Bulgarije en een Turkije, die zich tegen zijn wil verzetten konden, een Rusland, dat het èn op den Balkan èn in Klein-Azië den weg versperren kon, een Engeland, machtig genoeg om het een gebiedend halt toe te roepen, was onduldbaar.De Duitsche „Orientpolitiek” kon dan alleen slagen, zoo Duitschland zijn vijanden versloeg en zijn vrienden tot onderwerping bracht. Het eerste is tot heden niet gelukt, het laatste daarentegen schijnt maar al te goed te gelukken. Op zijn weg naar de Perzische Golf zal het, zoo het zijn vijanden verslaat, geen staten ontmoeten, die zich tegen zijn wil durven verzetten.

Servië is uitgeschakeld; het is in handen der Duitschers; de Oostenrijkers en de Bulgaren, die het hebben bezet, zijn slechts de mandatarissen van Duitschland, al dragen zij den naam van bondgenooten. Zijn echter deze bondgenooten, de Bulgaren en de Oostenrijkers, er beter aan toe dan het vertrapte Servië en België? Neen, want ook in Oostenrijk en Bulgarije zijn de Duitschers heer en meester en regeert hun wil alleen. Ook met de onafhankelijkheid van deze landen is het gedaan, zoo de Duitscher mocht overwinnen. Al de pogingen van keizer Karel om zijn noodlot te ontkomen, zullen hem niet baten, zullen hem niet uit den greep van den Duitscher verlossen; het is het resultaat van een averechtsche binnenlandsche politiek van meer dan een halve eeuw. Turkije mag vrij zijn om zijn Armeniërs, die de Turksch-Germaansche toekomstplannen in den weg staan, te vermoorden, het heeft zich, als gevolg van de noodlottige politiek van eenEnver Pascha, gedwee en zonder morren te onderwerpen aan den wil van Wilhelm II, den zoogenaamden beschermer der Mahomedanen.En de imperialistische tendenzen der Bulgaarsche staatslui, die parallel loopen met het Duitsche pangermanisme, hebben van het Groot-Bulgarije der toekomst tevens een Duitsche vazalstaat gemaakt; de Duitschers zullen de Bulgaren niet beter behandelen dan zij het hun Herero's hebben gedaan.

Nu is het wel juist, dat economische en militaire overeenkomsten tusschen Staten met zulk een verscheidenheid in belangen en tusschen volken van zulk een verschil in ras, overeenkomsten daarenboven, die de hegemonie van den een over al de anderen moeten bevestigen, niet van duur kunnen zijn, vooral niet waar 70 millioen menschen hun wil dicteeren aan 127 millioen, maar hier zouden ze toch juist zoo lang duren als het Duitsche zwaard in staat was ze te verdedigen. Europa zou dus in een blijvend oorlogskamp herschapen worden, een der noodlottige gevolgen van een Duitsche overwinning.

Dat dit zoo komen zou, is echter niet de wil der volken uit deze staten geweest; het is het gevolg van de fouten hunner bestuurders. Behalve de Duitschers en de Magyaarsche edelen wil geen mensch in de Donau-Monarchie met Duitschland te maken hebben en zoowel het Bulgaarsche als het Turksche volk verfoeien den Duitscher. Niet alleen in België en Frankrijk, maar ook in Oostenrijk-Hongarije, op den Balkan en in het Turksche Rijk is de Boche de meest gehate man.

„Een heroïsche worsteling ontrolt zich voor ons: de heilige en machtige Germaansche cultuur worstelt met de verrotte Fransche cultuur, die, ten doode opgeschreven, tracht achter haar al de volken van Europa mede te sleepen,” schreef de Bulgaar Petkoff in 1914. Ik zou Petkoff thans wel eens willen spreken en vragen naar zijn meening van thans over de heilige en machtige Germaansche cultuur, waarmede Bulgarije geïnfecteerd wordt. Ik heb gedurende den oorlog een anderen Bulgaar gesproken, die, minder bombastisch en nuchterder dan Petkoff, me de vraag voorlegde: hoe krijgen we de kerels er weer uit, waarmede hij vragen wilde, hoe ontworstelen wij, Bulgaren, ons aan de Duitsche overheersching? Zij, die den Balkan overheerschen willen, zien zich thans op hun beurt overheerscht.

De zucht der Bulgaren naar de hegemonie op den Balkan heeft henzelf, maar ook de Zuid-Slavische zaak heel wat nadeel berokkend.Tot hun verontschuldiging kan aangevoerd worden, dat het de Russische politiek is geweest, die op hen de hegemonie-bacil heeft geënt. Het begon bij San-Stefano, waar de Russen den Bulgaar over het paard hebben getild. Het daar in elkaar gezette Groot-Bulgarije is de nachtmerrie geworden der Sofianer politici, die ze geen oogenblik met rust liet. Dit Groot-Bulgarije hebben ze ook beproefd tot stand te brengen in den eersten Balkanoorlog, toen zij van geen herziening der verdragen met Servië en Griekenland wilden weten, wat toch noodzakelijk was na een oorlog, die andere resultaten had opgeleverd dan verwacht waren. En toen zij hun wil niet konden doorzetten, namen zij hun toevlucht tot verraad, dat hen naar Boecarest bracht, waar hen aan het verstand werd gebracht, dat de kans op een Groot-Bulgarije was verkeken. Dat was het gevolg van „het werk der camarilla, die de Balkan-confederatie vernietigde en Bulgarije zonder genade als holocaustum aan Oostenrijk overleverde”, beweert—en terecht—de Bulgaarsche generaal Vazoff.

Miljoukov heeft, als lid van het Carnegie-Comité, in het „Journal de Paris”, op 12 December 1916, beweerd, dat, zoo de overeenkomst tusschen Bulgarije en Servië van 1912 gerespecteerd was geworden op het Congres van Boecarest van 1913, Bulgarije niet aan de zijde der Centrale Mogendheden zou zijn opgetreden.

Behalve dat met zulk een eisch, om op het Congres van Boecarest het tractaat van 1912 te respecteeren, waarlijk al te veel gevergd is, is daarenboven zijn oordeel niet juist.

Bulgarije had Servië en Griekenland plotseling overvallen, nadat prins Fürstenberg aan Boecarest had te verstaan gegeven, dat de Donau-Monarchie, in het geval dat er een conflict tusschen Servië en Bulgarije ontstond, het laatste rijk met de wapens verdedigen zou. En wel met het doel met geweld het tractaat van 1912 door te voeren, waarvan een herziening een eisch van billijkheid was met het oog op de resultaten verkregen in den oorlog tegen Turkije. En dan zou men, nadat Bulgarije verslagen was, aan dit tractaat zelfs niet mogen tornen?

Maar zelfs al had men zich in Boecarest aan dit tractaat gehouden, een onzinnige eisch, te meer daar MacedoniënietBulgaarsch is, dan nog zou Bulgarije in dezen oorlog aan de zijde der Centrale Mogendheden opgetreden zijn. En wel omdat het imperialistischestreven der Bulgaren zich verder uitstrekt dan tot Macedonië. Wat zelfs de Buxtons nooit hebben ontdekt.

Er bestaat een Bulgaarsch werk onder den titel: „De kameraad van den soldaat, handboek voor de soldaten van alle wapens”. Het is gepubliceerd overeenkomstig de order no. 76 van 14 Maart 1907 van het Bulgaarsche ministerie van oorlog en werd aanbevolen door ditzelfde ministerie bij circulaire no. 28 van 21 Maart 1907. Het is dus een officieel Bulgaarsch boek, dat in handen komt van iederen Bulgaar, omdat iedere Bulgaar een tijdlang kazernebewoner is. Op bladzijde 56 van het geschiedkundige deel van dit werk komt een kaart van Groot-Bulgarije voor, waarin het „reeds bevrijde” Bulgarije in rose, de „nog niet bevrijde” deelen in rood zijn gekleurd. Welnu, tot het rood gekleurde deel behoort niet alleen Macedonië met de steden Monastir en Prisrend, maar ook een deel van Servië, met Nisch, en de geheele Dobroedscha met Constanza en ook bijna geheel Tracië met Adrianopel. Deze rood gekleurde deelen kon Bulgarije in rose overschilderen, alleen door aan de zijde der Centrale Mogendheden op te treden. En om dit te bereiken heeft het, kortzichtig als zijne diplomaten zijn, de Slavische zaak verraden, de débâcle van het Servische leger veroorzaakt en voor Duitschland den weg naar het Oosten geopend.

Dat Bulgarije een zwaar verraad aan de Zuid-Slavische zaak heeft begaan, zien de Sofianer politici wel in, en om het te verdedigen, maakt er een, Ghenadieff, een politiekesalto mortaleen vertelt ons: „het Slavisme is een fatale hinderpaal voor onze nationale macht en ons enthousiasme. Het wordt tijd voor ons om deze dwaling te herstellen en niet langer een dergelijken leugen te propageeren”. Laat ik er echter bijvoegen, dat Ghenadieff niet een man is, wiens oordeel men hooge zedelijke waarde mag toekennen; op den Balkan kent men de gestes van dien oud-minister al te goed en weet men waartoe hij alzoo in staat is. Maar goed, de Bulgaarsche politici, in den trant van Ghenadieff, willen thans van de Slavische zaak niets meer weten, sedert de realisatie van hun imperialistisch streven het verraad der Zuid-Slavische zaak beteekende. Servië, het Piemont der Zuid-Slaven, wat Bulgarije niet kon zijn, moest daarom vernietigd worden; „dat is de hoogste noodzakelijkheid voor de toekomst der menschheid”, schreefNarodni Pravaop 19 Mei 1916. De Bulgaren, die niet weinig inbeelding bezitten, schijnen temeenen dat zij, Slaven in een Tartaren-omhulsel en met Tartaren-manieren, de geheele menschheid vertegenwoordigen.

Het woord pan-bulgarisme heeft men tot heden niet gebruikt. Maar al bestaat het woord niet, het begrip bestaat niettemin. Het beteekent voor de Bulgaren hetzelfde als het pan-germanisme voor de Pruisen.

Onder pan-germanisme verstaat men niet het streven der Pruisen om alle landen, waar Duitschers in compacte massa te zamen wonen, onder zich te vereenigen, doch het is in waarheid het streven der Pruisen om zich meester te maken van alle landen, die Duitschland noodig heeft of meent noodig te hebben ter wille van de macht derHohenzollerns.

Precies zoo is het gesteld met het streven der Bulgaren. Ook zij wenschen te bezitten, wat zij meenen noodig te hebben om hun alleenheerschappij op den Balkan te verzekeren. Ze trachten het te bereiken op eenmaal, in twee étappes of ook in drie, al naar de omstandigheden. Bereiken zij hun doel niet heden, dan morgen of overmorgen.

Thans verkondigen ze openlijk, dat iedere Bulgaar voelt dat Turkije moet blijven bestaan. Ze zullen het net zoo lang verkondigen tot ze kans zien de hand op Constantinopel te leggen. Ze verkondigen thans ook, dat een deel van Servië in handen van Oostenrijk behoort te blijven. Doch zoodra zij kans zien den Oostenrijker uit den Balkan te jagen, zullen zij hem gaan zeggen dat hij er niet behoort, dat geheel Servië Bulgaarsch is. Deze tactiek noemen zij met een Duitsch woord: „Realpolitik”.

Ze streven hun doel op iedere wijs na en om het te bereiken deinzen ze voor niets terug. Iedereen, die hun daarin van dienst kan zijn, is hun welkom. De goede tante is die, welke de grootste taart geeft, beweren ze. Ze zullen echter de goede tante verraden, als er een andere komt, die hun grootere brokken toewerpt. En straks als de débâcle Duitschland zal gaan achterhalen, zal men de Bulgaren een diplomatischen zwaai naar de Entente zien maken, om het doel, waarnaar zij streven, niettemin te bereiken, voor zoover slechts mogelijk is.

De Bulgaren wilden geen vazal van Rusland worden. Waarin ze gelijk hadden. Ze hadden een Stamboeloff, die ervoor heeft gewaakt. Maar Stamboeloff is dood en een nieuwen hebben de Bulgarenniet. En omdat er geen Stamboeloff in Bulgarije meer is, maar er slechts diplomaten te vinden zijn die geen kijk op de toekomst hebben en slechts hun oogenblikkelijk belang kennen, worden ze vazallen van het Duitsche rijk. Wel bekome het ze!

En den goeden man, die me indertijd vroeg: hoe krijgen we de kerels er weer uit, kan ik alleen antwoorden: door jelui eigen nederlaag; dan kunt ge, zij het ook met geruïneerde finantiën en met het kenmerk van het verraad op het voorhoofd, weder vrij worden.

Een jaar na den overval op de Serviërs en de Grieken, die geleid heeft tot den vrede van Boecarest, in Juni 1914 dus, erkenden mannen als de Bulgaren Guechoff, dr. Daneff, Malinoff, Janco Sakasoff en generaal Iwanoff, dat op 29 Juni 1913 door de Bulgaren verraad was gepleegd, „het resultaat van de dubbelzinnigheid onzer binnenlandsche en buitenlandsche politiek, die te allen tijde het openbare leven in Bulgarije heeft vergiftigd.”

Maar, in October 1915, plegen de Bulgaren weder verraad en straks, als de Centrale Mogendheden niet mochten overwinnen, zullen we weder precies dezelfde lamentaties hooren als in Juni 1914.

Het is te hopen dat dan de Entente tot de ontdekking zal zijn gekomen, dat Bulgarije van zijn ziekte, zijn dubbelzinnigheid in de politiek, die tot verraad leidt, niet te genezen is. Verraad is voor den Bulgaar louter een element in zijn politiek tot een bepaald doel. Wordt dit doel bereikt, dan voert het hem tot zelfverheerlijking, wordt het niet bereikt, dan brengt het hem tot zelfbeschuldiging, tot inkeer echter nooit.


Back to IndexNext