Orde:Rhoeadales.104.Papaveraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf, kelkbladeren 2, (zelden 3); kroonbladeren 4, (zelden 6 of ontbrekend of meer); meeldraden vele of maar 4 of 2,in het laatste geval vertakt; vruchtbeginsel éénhokkig bovenstandig met 2–16 wandstandige zaadlijsten en talrijke zaadknoppen of met 1 zaadknop; vrucht een doosvrucht, zelden een gesloten vrucht; meest kruiden met verspreide bladeren, vaak met melksap.Planten met ingesneden bladeren, met stekels op de bladnerven; bloemen geel, meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel met stekelsArgemone.105.Cruciferae.Bloemen met twee 2-tallige kransen van kelkbladeren en een viertallige krans van bloembladeren, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 6, twee korte en vier lange; vruchtbeginsel tweehokkig, bovenstandig met wandstandige zaadlijsten en vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een hauw, zelden een gesloten vrucht; kruiden, zeer zelden houtige planten met verspreide bladeren; bloemen zonder schutbladeren en bloemsteelblaadjes in trossen.1a.Vrucht slechts weinig langer dan breed, elliptisch met 1 zaad in elk hokje. Bloemen witLepidium.1b.Vrucht veel langer dan breed, met meerdere zaden in elk hokje. Bloemen geel, bladeren vindeeligNasturtium.107.Capparidaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas ring- of schubvormig, of zelden tot een buisvormig lichaam binnen de bloem ontwikkeld; onder de meeldraden soms, onder het vruchtbeginsel bijna steeds steelvormig verlengd (gynophoor); kelk 4-bladig; kroon 4-bladig, meeldraden vele tot 6–4; vruchtbeginsel 1-hokkig of meerhokkig; zaadknoppen talrijk; vrucht een doosvrucht, een bes of een steenvrucht; kruiden of heesters met verspreide, enkelvoudige of meest handvormig samengestelde bladeren, vaak met steunbladeren.1a.Kruidachtige planten. Meeldraden 621b.Heesters of boomen met 3-tallige bladeren, kelk afvallend. Bloembladeren 4, met een lange nagel. Bloembodem zonder schubben. Meeldraden talrijk op een korte androphoor. Vruchtbeginsel op een lang gynophoor. Bloemen soms éénslachtigCrataeva.2a.Meeldraden 6; zonder androphoor, dus in de basis van de bloem gezeten. Vruchtbeginsel lang gesteeld. Bladeren handvormig samengesteldCleome.2b.Meeldraden en vruchtbeginsel op een gemeenschappelijke steel (androgynophoor) gezeten. Bladeren als de vorige(Pedicellaria.)Gynandropsis.Akaja.109.Moringaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, vijftallig, tweeslachtig, een weinig zygomorf; bloemas schotelvormig; kelkbladeren 6, bloembladeren 5, meeldraden 10, waarvan 5 zonder helmknoppen; vruchtbeginsel bovenstandig, eenhokkig met 3 wandstandige zaadlijsten, op een kort gynophoor gezeten; zaadknoppen talrijk; vrucht een lange doosvrucht, driekleppig, met groote zaden met 3 vleugels, boomen met dubbel- of driemaal gevinde bladeren zonder steunbladeren; bloemen in pluimen. Eenig geslachtMoringa.Peperwortelboom.Orde:Sarraceniales.112.Droseraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 5- tot 4-tallig, tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloemkroon 4–5-bladig; meeldraden 5–4 soms met nog een kransvan 5 tot vele meeldraden; vruchtbeginsel 1-hokkig, bovenstandig met 5–3 stijlen en meest talrijke zaadknoppen; vrucht een doosvrucht, met vele zaden; kruiden met verspreide bladeren.Kleine kruidachtige planten met een roset van blaadjes, die met roode, kleverige haren bezet zijn. Bloemen rose, in lange onbebladerde trossenDrosera.Orde:Rosales.113.Podostemonaceae.Bloemen met een kelk alleen, tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; meeldraden talrijk en in kransen of 1–2, éénzijdig; vruchtbeginsel bovenstandig, met 2–3 stijlen, tweehokkig met vele zaadknoppen; kelk uit zeer kleine schubben bestaand; meest kleine, soms groote kruiden, die in sterk stroomend water groeien en meest aan rotsen bevestigd zijn; stengel vaak dik en onregelmatig van vorm; wortels meest met bladgroen en met spruiten bezet; bloeiwijzen zeer verschillend van vorm.1a.Bladeren zeer groot en onregelmatig van vorm, niet langgerekt, meest met doornachtige aanhangselen. Bloemen in een groote tweezijdige tros of aar met vele meeldradenMourera.Koemaroe-njam-njam.1b.Bladeren klein of ontbrekend of langgerekt. Bloemen niet in tweezijdige aren22a.Bloemdek 3-deelig. Eén meeldraad, vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stempels. Onder den bloemsteel geen scheede aanwezig. Kleine plantenTristicha.2b.Vruchtbeginsel steeds 2-hokkig met 2 stempels. Onder den bloemsteel een scheede33a.Stempels breed en plat. Bloemdekschubben 3–5; smal. Meeldraden 2–6. Vruchtbeginsel en doosvrucht met duidelijke ribben. Stengels sterk verdikt en onregelmatig met groote holten, waaruit de bloemen groepsgewijs te voorschijn komenLophogyne.3b.Stempels draadvormig44a.Bladeren of stengels of beide, lang, vlottend. Bloemen met vele meeldraden en dan regelmatig of met weinig meeldraden (tot 1 toe) en dan zijdelings symmetrisch. Doosvrucht glad of met zwakke ribbenOenone.4b.Planten meest zeer klein met weinig verlengdestengels. Bloemen steeds zijdelingsch symmetrisch met 1–5 meeldraden. Doosvrucht met duidelijke ribbenApinagia.115.Crassulaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 3–30-tallig; meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; meest tweeslachtig; regelmatig; bloembladeren vrij of vergroeid; vruchtbeginsels één of meerdere, meest vrij van elkaar, 1-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht meest een kokervrucht; planten vleezig, meest kruidachtig, soms een weinig houtig; bladeren zonder steunbladeren.Groote kruiden, aan de basis wat houtig, met vleezige stengels en bladeren; aan den rand der bladeren komen vaak jonge plantjes te voorschijn. Bloemen 4-tallig. Bloemkroon lang-buisvormig met 8 meeldraden op de buis ingehechtBryophyllum.Wonderblad.126.Rosaceae.(OnderfamilieChrysobalanaceae).Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk, meest 5-, soms meertallig; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas min of meer bekervormig of buisvormig; kelkbladeren, kroonbladeren en meeldraden aan den rand van den bloembodem; vruchtbeginsels 1–5, aan de wand of in het midden van den bloembodem ingeplant met 1 of 2 zaadknoppen; stijl meest aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht; boomen of heesters met enkelvoudigebladerenmet steunbladeren.1a.Bloemen bijna regelmatig, alleen het vruchtbeginsel soms niet precies in het midden van den urnvormigen bloembodem gezeten. Meeldraden in een krans, niet eenzijdig ontwikkeld21b.Bloemen zijdelings symmetrisch, het vruchtbeginsel hoog tegen den wand van den buis- of urnvormige bloembodem vastgegroeid, de meeldraden eenzijdig ontwikkeld32a.Bloembodem trechtervormig; vruchtbeginsel precies in het midden op den bodem. Meeldraden talrijk, bloembladeren grooter dan de kelk. Bloeiwijzen okselstandig of eindstandig, pluimvormig, meest kleiner dan de bladeren. Bladeren zeer kort gesteeld, naar den voet toegespitst aan den top afgerond of ingesneden. Steen van de vrucht met 5 of meer onregelmatige lijstenChrysobalanus.2b.Bloembodem halfbolvormig of urnvormig. Vruchtbeginsel een weinig zijdelings gezeten. Bloembladeren soms zeer klein of ontbrekend, soms vrij groot; meeldraden soms zeer weinig (3–6) en dan een weinig eenzijdig of talrijker, tot 20 toe, en dan in een krans. Bloeiwijzen groote pluimen en dan grooter dan de bladeren, of indien ze kleiner zijn dan de bladeren, dan de bloeiwijze trosvormig met zittende bloemenLicania.Anoura.Kwepi.3a.Meeldraden met helmknoppen 3–8, lang en dun. Bloeias meest buisvormig. Bloemen rood of paars. Stengels en bladeren vaak met stijve haren bezet. Bloeiwijzen ijle eind- of okselstandige trossen met vrij lang gesteelde bloemenHirtella.3b.Vruchtbare meeldraden talrijk44a.Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht 1-zadig. Bloeias zeer lang, buisvormig met het vruchtbeginsel aan den rand. Meeldraden aan den basis een weinig vergroeid. Bloemen meest in samengestelde trossenCouepia.Kweebi.4b.Vruchtbeginsel 2-hokkig. Vrucht meest 2-zadig. Bloembodem niet buisvormig. Meeldraden 10–20. Bloeiwijzen een dichte en korte pluim. Bladeren van onderen evenals de bloemen dunviltigParinarium.127.Connaraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 5-tallig, met 10 meeldraden, tweeslachtig, zelden éénslachtig, regelmatig; kelk meest na den bloei blijvend en de basis van de rijpe vrucht omhullend; bloembladeren 5, soms een weinig vergroeid; vruchtbeginsels bovenstandig, meest 5, zelden 4 of 1 met 2 zaadknoppen; meest maar één vruchtbeginsel zich tot vrucht ontwikkelend; doosvrucht met 1 zaad; meest klimmende heesters, zelden boomen met verspreide, oneven gevinde bladeren zonder steunbladeren.1a.Doosvrucht gesteeld; resten van den kelk om den steel zitten blijvend, na den bloei niet of nauwelijks vergroot. Bloembladerenmeest langer dan de kelk. Vaak maar één vruchtbeginsel, soms tot 5Connarus.1b.Doosvrucht ongesteeld; de kelk na den bloei vergroot en de basis van de vrucht vaak tot het midden omvattend. Bloembladeren meest even groot als de kelk. Vruchtbeginsels 5Rourea.128.Leguminosae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms alleen met kelk; 5-tallig, meest met 10 meeldraden, maar soms ook met meer of minder meeldraden; tweeslachtig, zelden éénslachtig; regelmatig of vaker zygomorf; vruchtbeginsel bijna steeds 1, zelden 2–5, bovenstandig, 1-hokkig, met vele, zelden 1 zaadknop; stijl eindelingsch; vrucht meest een peul soms een kokervrucht of niet openspringend; boomen, heesters of kruiden met verspreide, meest samengestelde bladeren met steunbladeren; bloemen meest in trossen.1a.Bloemen klein, volkomen regelmatig, in hoofdjes of trossen. Bloembladeren in den knop met de randen tegen elkaar aanliggend2Mimosaceae.1b.Bloemen vrij groot of groot, meest duidelijk zijdelings-symmetrisch, soms ook minder duidelijk maar in ieder geval liggen de bloembladeren in den knop met de randen over elkaarPapilionaceae.142a.Boomen met dubbel gevinde bladeren. Steel van de bloeiwijze forsch, aan het eind knotsvormig opgezwollen, bezet met een zeer groot aantal bloemen, waarvan de bovenste tweeslachtig zijn, de onderste alleen lange staminodiën hebben of staminodiën en een vruchtbeginsel. Peulen grootParkia.Ajoewa.2b.Boomen of kleinere of grootere heesters of kruiden met de bloemen in trossen of als ze in hoofdjes staan, dan de steel niet aan den top verdikt33a.Meeldraden (de staminodiën niet meegerekend) evenveel of dubbelzooveel als bloemkroonslippen73b.Meeldraden meer dan 10 in elke bloem44a.Meeldraden tot een buis vergroeid, die vaak buiten de bloemkroon uitsteekt54b.Meeldraden alle vrij. Bloemen in hoofdjes. Bloemkroon 5-deelig. Bladeren dubbelgevind, blaadjes klein. Takken ongedoornd, en alleen met doornige steunblaadjes of geheel met doornen bezetAcacia.Leguana-tere.5a.Bladeren enkelvoudig gevind, meest met vleugels aan den steel tusschen de jukken; op de plaats, waar een paar blaadjesvastzittendraagt de steel bijna altijd een cirkelvormige klier. Blaadjes groot. Meeldraden ver buiten de buis van de bloemkroon uitstekend. Bloemen in hoofdjes of aren, of soms meer vertakte bloeiwijzenInga.Swietie-boonkie.Plokonie.5b.Bladeren dubbel-gevind, soms is er maar 1 juk van de eerste orde aanwezig, en bestaat elk juk slechts uit 4 blaadjes66a.Peul dik en plat, leerachtig of wat vleezig, recht of gebogen of soms zelfs een weinig opgerold; niet openspringend of indien hij openspringt, dan draaien de kleppen zich kurketrekkervormig; een enkele maal valt de peul ook in 1-zadige stukken uit elkaar. Blaadjes meest leerachtig, vaak slechts weinige (6) per bladPithecolobium.Plokonie.6b.Peul recht of weinig gekromd, houtig met dikke randen, met 2 kleppen van den top naar de basis openspringend. Kleppen niet gedraaid, doch van elkaar verwijderd. Overigens gelijk aan de vorigeCalliandra.6c.Peul groot en vlak, in verhouding tot de lengte zeer breed, met dunne, bijna papier-dunne kleppen, niet openspringend. Blaadjes vrij dun, ongeveer 1 c.M. groot, veeljukkig en ook meerdere jukken het blad vormend. Overigens als de vorigenAlbizzia.7a.Bloemen behalve met 5 meeldraden, ook met 5 tot 10 staminodiën, die veel langer zijn dan de meeldraden en sterk gekleurd. Bloemen in lange, veelbloemige trossen. Boomen met dubbelgevinde bladeren, zoowel jukken van de 1steals van de 2deorde zeer talrijk. Blaadjes zeer smal en klein, hard en glanzendPentaclethra.7b.Bloemen zonder staminodiën, of indien er staminodiën zijn, dan zijn er niet tegelijk meeldraden in den bloem aanwezig88a.Helmknoppen op den top met een zittende of gesteelde klier, welke meest tijdens den bloei niet meer aanwezig is, maar in de knop of bij pasgeopende bloemen steeds te vinden is118b.Helmknoppen zonder klier op den top99a.Ongedoornde boomen met groote witte bloemhoofdjes van tweeslachtige zittende bloemen. Bloembladeren 5, vrij, meeldraden 10. Peul gesteeld, smal, plat, met 2 kleppen openspringend. Hoofdjes in groepen in de bladoksels staande of eenigszins tot trossen samengesteldLeucaena.9b.Kleine heesters of kruiden vaak met dorens1010a.Bloemen 4–5-, zelden 3-tallig, alle tweeslachtig. Kelk meest klein, soms bijna ontbrekend. Bloemkroon vergroeidbladig, klok-trechtervormig. Meeldraden evenveel of dubbel zooveel als de bloemkroonslippen, vrij, buiten de bloemkroon uitstekend. Vruchtbeginsel zittend of kortgesteeld, 2- tot meerzadig. Peul lang, plat, met een verdikte rand; bij het openspringen blijft deze rand zitten als één geheel; terwijl de rest of met twee kleppen openspringt, of in eenzadige stukken uiteenvalt. Planten meest met stekels. Bladeren dubbelgevind of de jukken handvormig bij elkaar aan het eind van den bladsteel zittendMimosa.Sien-sien.10b.Bloemen 5-tallig, in kleine gesteelde hoofdjes, die van onderen enkele geslachtslooze bloemen dragen met kleine bloemkroon en groote staminodiën, zonder vruchtbeginsel. Meeldraden 10 in de tweeslachtige bloemen. Peulen zittend, klein en smal. Zaden met hun lengteas evenwijdig met de lengteas van de peul. Kleine heesters met weinigjukkige bladeren, jukken met vele kleine blaadjesDesmanthus.11a.Bloemen in bolvormige of verlengde hoofdjes, die aan den basis een krans van geslachtslooze bloemen dragen. Bloemen 5-tallig met 10 meeldraden, de geslachtslooze met 10 zeer lange min of meer bladachtige staminodiën. Peulen betrekkelijk kort en breed. Meest water- of moerasplanten met een vleezigen kruipenden, sterk bewortelden wortelstok, waaruit de bebladerde stengels te voorschijn komenNeptunia.11b.Bloemen in lange aren of trossen, soms in samengestelde trossen1212a.Bloemen in lange trossen gesteeld, bloemsteel minstens even langals de bloem zelf. Bloemen 5-tallig met 10 korte meeldraden. Peul lang en smal, kleppen na het openspringen wat gedraaid. Zaden vuurrood. Ongedoornde boomen met dubbelgevinde bladeren.Adenanthera.12b.Bloemen zittend of zeer kort gesteeld1313a.Bloembladeren tot aan het midden vergroeid. Meeldraden buiten de bloemkroon uitstekend. Peul bij het rijpworden met 2 kleppen openspringend. Ongedoornde of sterk gedoornde vaak klimmende heestersPiptadenia.Tan pikien so.13b.Bloembladeren bijna geheel vrij. Meeldraden nauwelijks buiten de bloemkroon uitstekend. Peul meest groot en breed, uit elkaar vallend in eenzadige stukken, de naden als een geheel zitten blijvendEntada.14a.Bloemkroon duidelijk vlindervormig, d. i. duidelijk zijdelings-symmetrisch met één groot bloemblad en 4 kleinere; meeldraden alle 10 met elkaar tot een buis vergroeid die het vruchtbeginsel insluit of 9 vergroeid en 1 vrij4214b.Bloemkroon niet duidelijk vlindervormig; meeldraden 10 en dan niet tot een buis met elkaar vergroeid of minder dan 10, soms meer dan 101515a.Meeldraden talrijk, meest eenige groote en vele kleine. Kelk voor de bloei ongedeeld met zeer korte buis, tijdens de bloei 2–5-lobbig of onregelmatig verscheurd. Bloembladeren één, en dan groot of 2 kleine of geheel ontbrekend. Bladeren oneven gevind, soms 3-tallig, soms ook alleen een eindblaadje aanwezig, dus bladeren enkelvoudig. Boomen of heestersSwartzia.15b.Meeldraden 10 of minder1616a.Geen bloembladeren aanwezig1716b.Bloembladeren aanwezig1917a.Bladeren even gevind. Kelkbuis kort met 4 lobben. Meeldraden 8–10, vrij, vruchtbeginsel gesteeld, vrij op den bodem van de kelkbuis met 2 zaadknoppen. Peul kort en rond, 1-zadig. Blaadjes 1- tot meerjukkig gevind, leerachtig, vaak met doorschijnende puntjes. Bloemen klein, wit, zittend in samengestelde trossen.Copaifera.Hoeproe.17b.Bladeren oneven gevind1818a.Kelk met korte buis en 5, soms 4 lobben.Meeldraden 2, met korte helmdraden en lange helmhokjes. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen; peul zeer kort, bijna eirond, meest éénzadig. Blaadjes niet tegenoverstaand. BoomenDialium.18b.Kelk met korte buis en 4 vliezige lobben. Meeldraden 10, soms eenige minder, vrij. Vruchtbeginsel kort gesteeld vrij op den bodem van de kelkbuis, of scheef tegen een van de zijkanten van de kelkbuis aangegroeid. Boomen. Bloemen in trossenCrudia.19a.Bladeren duidelijk dubbel gevind, d. w. z., de hoofdbladsteel is eens vertakt voor ze de blaadjes draagt2019b.Bladeren enkelgevind, of enkelvoudige bladeren of indien er een enkele maal dubbel gevinde voorkomen, dan heeft de plant toch voor het meerendeel enkel gevinde bladeren2320a.Plant gedoornd, d. w. z. de steunblaadjes zijn doornig en de zeer korte hoofdbladsteel eindigt in een doorn. De jukken der bladerenzitten dicht op elkaar, ze dragen een groot aantal kleine blaadjes, die spoedig afvallen. Kelk enbloembladeren5, meeldraden 10, met behaarde helmdraden. Peulen plaatselijk verdikt, lang. Bloemen in trossenParkinsonia.20b.Plant niet gedoornd, of de dorens over de geheele plant verspreid2121a.Behalve de 5 vruchtbare meeldraden vindt men in de bloem ook nog 5 meeldraden zonder helmknoppen. Kelk vijflobbig. Bloembladeren 5. Bloemen in trossen. BoomenDimorphandra.Mora,Peto.21b.Alle 10 meeldraden met helmknoppen2222a.Kelkbladeren gelijk van grootte, in den knop niet met de randen over elkaar liggend, 5 in getal. Kroonbladeren 5, vuurrood of één er van witgeel met roode vlekken. Meeldraden 10, aan de basis behaard, naar boven gebogen. Blaadjes klein, zeer talrijk.Poinciana.22b.Kelkbladeren in den knop over elkaar liggend met de randen, een er van grooter dan de andere. Bloembladeren vrijwel gelijk aan elkaar of 1 kleiner. Meeldraden als de vorige. Peul zeer verschillend gevormd, soms niet openspringend. Planten ongestekeld of zeer sterk gestekeld. Blaadjes vrij groot en dan talrijk of groot en dan weinigeCaesalpinia.Sabina-bloem,Nickerie.23a.Bloembladeren52423b.Bloembladeren minder dan 5, soms zijn er 5 bloembladeren aanwezig, maar dan zijn enkele er van tot kleine schubjes gereduceerd en de andere veel grooter3724a.Bladeren met slechts 2 blaadjes of met één enkelvoudig of tweespletig tot tweedeelig blad2524b.Bladeren gevind met meer dan 2 blaadjes2825a.Kelk met een korte of lange buis, vóór den bloei niet in slippen gedeeld en aan den top gesloten, of, indien de kelk wel in den knop gedeeld is, dan is hij kort-5-tandig en beneden de tanden vernauwd, zoodat de bloemknop gekroond schijnt met de 5 korte kelktandjes.Meeldraden 10, alle met helmknopjes en dan meest 5 lange en en 5 korte meeldraden, of 1 of meerdere meeldraden zonder helmknoppen of geheel ontbrekend. Bloembladeren tamelijk gelijk. Boomen of (vaker) lianen met enkelvoudige of aan den top ingesneden bladeren of twee zittende blaadjes op den steelBauhinia.Sekrepatoe-trapoe.25b.Kelkbladeren reeds voor de bloei tot aan de kelkbuis vrij2626a.Bloemen in veelbloemige korte gedrongen pluimen of in bundels uit het hout te voorschijn komend; klein. Kelkbladeren dun, 4 of 5. Meeldraden 10. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul kort, eirond of niervormig. Blaadjes naar den top toegespitst, doch de top zelfingesnedenCynometra.26b.Bloemen in tenminste ten deele eindelingsche pluimen van groote bloemen met 4 harde kelkbladeren2727a.Stempel klein. Peul dik, bijna cylindrisch, niet openspringend. Bladeren met duidelijke doorschijnende puntjesHymenaea.Lokus.27b.Stempel verbreed. Peul vlak scheef, met 2 kleppen openspringend. Doorschijnende puntjes in de bladeren afwezig of onduidelijk.Peltogyne.Purperhart.28a.Meeldraden 5, evenlang, tegenover de 5 onderling bijna gelijkebloembladeren staand; bovendien 5, naar den top knotsvormig verdikte staminodiën in de bloem. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Bloemen in dichte arenDimorphandra.Peto,Mora.28b.Meeldraden meer of minder dan 5, of indien er 5 meeldraden zijn, dan zijn ze niet alle gelijk van vorm en grootte en zijn er niet tevens 5 even groote staminodiën aanwezig2929a.Meeldraden 4, gelijk van grootte (zelden 5) met zeer korte helmdraden en lange spitse helmknoppen, die aan den top met een gat opengaan. Kelkbladeren 5, spits. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Peul dun, leerachtig met gevleugelde nadenMartiusia.Purperhart.29b.Meeldraden meer dan 53030a.Bloemen duidelijk zijdelings symmetrisch, dus of bloembladeren of meeldraden, of beide, niet aan elkaar gelijk in vorm en grootte; indien de 10 meeldraden alle gelijk zijn, dan springen ze met gaten aan den top open3130b.Bloemen regelmatig; dus bloembladeren alle vrijwel evengroot en ook de meeldraden evengroot, of indien er 10 meeldraden zijn, dan zijn er 5 langere die afwisselen met 5 kortere en met spleten over de geheele lengte openspringen3431a.Bladeren evengevind. Bloemkroon niet vlindervormig3231b.Bladeren oneven gevind. Bloemkroon duidelijk vlindervormig3332a.Bloemknoppen opvallend gekromd en aan den top knots-vormig verdikt. Kelkslippen ongelijk. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Meeldraden 10, aan de basis behaard; de helmknoppen aan den rug bevestigd, meest 3 dikkere en kortere meeldraden met kleinere helmknoppen en 7 langere, dunnere meeldraden met grootere helmknoppen. Boomen met gele bloemen in trossenTachigalia.32b.Bloemknoppen niet gekromd en knotsvormig. Kelkbladeren bijna geheel vrij. Bloembladeren meest geel-oranje, alle gelijk of enkele wat groot. Meeldraden soms 10, en dan aan den top met poriën of korte spleten openspringend, meest echter enkele meeldraden met veel grootere helmknoppen dan de andere. Helmdraden aan de basis der helmknoppen bevestigd. Peul zeer verschillend, plat, steelrond of gevleugeldCassia.Slabriki.33a.Kelkbuis lang klokvormig, met 5 tanden, waarvan de beide bovenste hooger met elkaar vergroeid zijn. Meeldraden 10, vrij. Stijl gebogen niet opgerold met eindelingsche stempel. Peul met 2 kleppen openspringendDiplotropis.Zwarte kabbes.33b.Kelkbuis kort trechter- of bekervormig; de bovenste kelkslippen wat vergroeid. Meeldraden ongelijk, vrij, 10 met helmknopjes of soms 2 zonder, en 8 met helmknoppen. Stijl opgerold met scheeven stempel. Peul met 2 kleppen openspringendOrmosia.34a.Bloembladeren grooter en breeder dan de kelkbladeren3534b.Bloembladeren smal en klein, kleiner of nauwelijks grooter dan de kelkbladeren3635a.Helmknoppen eirond, met spleten openspringend; helmdraad aan de rugzijde van den helmknop ingehecht. Bloemen in veelbloemige dichte trossen. Bladeren enkel-gevind, of soms vindt men aan dezelfde plant ook dubbelgevinde bladeren. Blaadjes naar den voet smal toeloopend, aan den top recht afgesneden of eenigszins ingesnedenHaematoxylon.35b.Helmknoppen lang en smal, met gaten of korte spleten aan den top openspringend; helmdraad aan de basis ingehecht. Bloemen in weinigbloemige trossen of alleenstaand, blaadjes spits aan den topCassia.36a.Kelk bijna geheel losbladig met 5 tamelijk gelijke bladeren. Bloembladeren 5, klein en smal. (het naar de as gekeerde (bovenste) bloemblad wordt door de beide naastliggende met de randen overdekt) Meeldraden 10, aan de basis behaard. Vruchtbeginsel gesteeld; bladeren oneven of soms schijnbaar evengevindSclerolobium.36b.Kelk vergroeidbladig klokvormig met 5 gelijke met de randen tegen elkaar liggende slippen. Bloembladeren bijna gelijk, het bovenste soms wat grooter dan de andere en in den knop de beide naburige bedekkend. Meeldraden vrij, langer dan de bloembladeren. Bladeren even- of oneven gevindSweetia.37a.Bladeren enkelvoudig, d. w. z. van het gevinde blad is alleen het eindblaadje aanwezig. Kelk met 4 slippen. Bloembladeren 1 of 1 groote en 2 kleinere ernaast. Meeldraden 9Palovea.37b.Bladeren gevind3838a.Bloembladeren 1, groot, soms met nog eenige kleine schubben ernaast3938b.Drie groote bloembladeren, soms nog met 2 kleine schubben4039a.Meeldraden 10 alle met helmknoppen of 5 met, en 5 zonder helmknoppen. Het bloemblad zittend, zeer breed. Peul vaak langgesteeld en hangend, plat, breed en min of meer roodbruin en kortbehaardEperua.Walaba,Bijlhout.39b.Meeldraden 10 of minder, daarvan 3 met helmknoppen en 7 of minder zonder helmknoppen. Het bloemblad is genageld, in de knop samengevouwen, later min of meer helmvormig, de andere 2 of 4 bloembladeren zijn schubvormigMacrolobium.40a.Meeldraden 2, ongelijk met korte dikke helmdraden, en dikke helmknoppen, die aan den top openspringen. Kelk met 5 slippen. Bladeren onevengevind met weinig blaadjesDicorynia.Basra-lokus.40b.Meeldraden 3 of meer; kelk met 4 slippen4141a.De 3 vruchtbare meeldraden met de helmdraden vergroeid; de overige 2 meeldraden alleen als kleine tandjes naast de vruchtbare meeldraden te zien. Bloemsteelblaadjes onder den kelk spoedig afvallendTamarindus.41b.Meeldraden 9, helmdraden alle met elkaar vergroeid tot een gespleten buis; helmdraden van boven vrij, 3 zeer lang met helmknoppen, de 6 andere korter en ongelijk met leege helmknoppen of zonder helmknoppen. De vier kelkbladeren groot, bloembladachtig. Bloemsteelblaadjes onder den kelk tijdens den bloei blijvendHeterostemon.42a.Blaadjes slechts 3 per blad, of één, of soms (Crotalaria) meer dan 3 blaadjes maar dan handvormig samengesteld4342b.Bladeren oneven gevind en dan 5 of meer blaadjes of even gevind, en dan één- tot meerjukkig6143a.Boomen of groote niet klimmende heester4443b.Kleine, soms wat houtachtige, liggende of klimmende kruiden, of lianen4544a.Stam en takken vaak met stekels bezet. Blaadjes met kliervormige korte stipellen aan den voet, het eindblaadje breed, min of meerruitvormig, de beide zijblaadjes scheef; bloemen lang en smal; vlag veel langer dan de kiel. Bloem meest vuurrood in trossenErythrina.Koffie-mama.44b.Slechts 1 blaadje aanwezig met 2 stipellen aan den voet. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Peul cirkelrond, vliezig met 1–3 zaden. Helmdraad aan den rug der helmknoppen vastzittendCyclolobium.44c.Drie of één blaadje, doch steeds zonder stipellen. Indien er 5 blaadjes aanwezig zijn, dan heeft diezelfde boom ook takken waar maar 3 of 1 blaadje per blad voorkomen. Blaadjes niet tegenoverstaand. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul cirkelrond of eirond met 1 zaad, leerachtig, niet openspringendDalbergia.45a.Bloemen zeer groot, de kiel opvallend grooter dan de vlag, met een gekromde hoornachtige lange punt. De 10demeeldraad geheel vrij, de overige meeldraden afwisselend langer en korter; vlag met 2 oortjes aan de basis. Peul dik, vaak met stijve brandharenMucuna.45b.Kiel even groot als, of kleiner dan de vlag4646a.Vlag cirkelrond, van achteren boven de nagel met een spoor of knobbel. Klimmende of liggende kruiden met 3 of 1 blaadje met stipellen. De 10demeeldraad meest een weinig met de andere verbonden. Bloemsteelblaadjes groot, tegen de kelk aangedruktCentrosema.46b.Vlag van achteren zonder spoor of knobbel4747a.Blaadjes zonder stipellen. (Zie ook Cajanus met zeer kleine stipellen)4847b.Blaadjes met stipellen5148a.De 10demeeldraad geheel vrij, even boven de basis plaatselijk verbreed4948b.Alle 10 meeldraden vergroeid met elkaar, buis der helmdraden open of gesloten5049a.De navelvlek van het zaad is rond of slechts weinig verlengd; de zaadstreng zit in het midden er van vastgehecht. Klimplanten met breede blaadjes en korte 1- of 2-zadige peulenRhynchosia.49b.De navelvlek van het zaad is smal en langwerpig en de zaadstreng zit aan het eind er van ingehecht. Planten meest niet klimmend, vaak vrij sterk behaard met lange en smalle blaadjes. Peulen als de vorigeEriosema.50a.Kruiden of kleine heesters met ruwe of kleverige haren bezet. Blaadjes steeds 3, zeer smal en meest niet grooter dan 2 cM., vaak zelfs veel kleiner. Bloemen in dichte aren. Vruchtbeginsel met 2–3 zaadknoppen; peul met 1 of 2 zaden, indien er 2 zaden aanwezig zijn dan is de peul ingesnoerd tusschen de zaden en valt hij in 2 stukken uiteen. Peul met een haakje aan den topStylosanthes.50b.Planten meest kaal; blaadjes steeds grooter dan 2 cM., vaak alleenstaand, meest 3 bij elkaar, soms ook 5 of meer, handvormig. Bloemen in losse trossen. Buis der helmdraden van boven open. Vruchtbeginsel met meerdere zaadknoppen. Peul opgeblazenCrotalaria.51a.Bloeistengel bezet met korte, (1–2 mM.) dikke, gekromde zijtakjes, waarop de gesteelde bloemen groepsgewijs ingehecht zijn5251b.Bloeistengels zonder dergelijke verdikte en korte zijtakjes5852a.Stijl aan de binnenzijde over de geheele lengte lang behaard5352b.Stijl kaal, soms alleen van onderen wat behaard5553a.Kiel spiraalvormig opgerold. Vlag met kleine oortjes aan de basis, in het midden met overlangsche verdikkingen. De 10demeeldraad vrij, aan de basis wat verdikt. Klimplanten met bloemtrossen in de oksels van de bladerenPhaseolus.53b.Kiel niet in een spiraal opgerold5454a.Stempel zeer scheef naar de binnenzijde langs de stijl afloopend. Bloemen aan het eind van den bloeistengel dicht opeenzittendVigna.54b.Stempel eindelingsch, niet scheef. Bloemen min of meer groepsgewijs langs den bloeistengel verspreidDolichos.55a.De 10demeeldraad geheel vrij van de 9 anderen5655b.De 10demeeldraad alleen aan de basis vrij, hooger op met de 9 anderen in een buis vergroeid5756a.Bovenste kelkslip 2-tandig of 2-spletig, dus er zijn 5 kelkslippen voorhanden. Vlag met naar binnen gebogen oortjes. Peul smal en lang. Klimmende kruiden of heesters. Bloemen blauw of violetCalopogonium.56b.Bovenste kelkslip niet ingesneden, dus in het geheel maar 4 kelkslippen. Vlag met zeer kleine oortjes of zonder oortjes. Planten klimmend of rechtopstaandGalactia.57a.Kelk met 4 bijna gelijke slippen. Vlag met naar binnen geslagen oortjes bij den basis. Alle helmknoppen gelijk of 5 met zeer kleine en stuifmeellooze helmknoppen. Peul vaak kort en breed, hard en leerachtig. Hoog klimmende heesters met de bloemen in trossen. De zijtakjes van den bloeistengel vaak wat verlengd en haakvormig gebogenDioclea.57b.Kelk duidelijk tweelippig, de bovenlip het grootst, met 1 of 2 slippen; de onderlip veel kleiner, 3-tandig of gaafrandig. Vlag met of zonder oortjes. Kiel soms met een iets gedraaide snavel.Peul tamelijk dunwandig.Knoppenvan den bloeistengel niet opvallend grootCanavalia.58a.Peulen zeer plat en dun, klein, tusschen de zaden smaller en op die plaatsen brekend, zoodat de peul in vele eenzadige stukken uiteenvalt. Bloemen meest zeer klein. De 10demeeldraad aan de basis vrij, naar boven met de anderen vergroeid. Kruiden of kleine heesters. Blaadjes 3 of 1. Bloemen in enkelvoudige of wat vertakte trosvormige bloeiwijzenDesmodium.58b.Peulen niet plat, of als ze plat zijn niet tusschen de zaden versmald en niet in stukken uiteenvallend5959a.Bladeren met één blaadje, onder aan den stengel bijna cirkelrond, naar boven langwerpig. Bloemen klein; de 10demeeldraad geheel los. Peul bijna rolrond, niet of nauwelijks tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in kleine trossen. Groote steunbladerenAlysicarpus.59b.Blaadjes 36060a.Stijl aan de binnenzijde behaard. Vlag groot, aan den top ingesneden. De 10demeeldraad vrij of met de andere min of meer vergroeid. Klimmende kruiden of lianen, in het laatste geval komen de bloemen soms uit het hout te voorschijnClitoria.60b.Stijl kaal. Vlag teruggebogen, cirkelrond met naar binnen gekeerdeoortjes aan de basis. 10demeeldraad geheel vrij. Peul lang en vrij smal, lang toegespitst, met dikke zaden die scheef liggen tenopzichtevan de lengterichting der peul, tusschen de zaden met ingedrukte scheeve dwarslijnenCajanus.61a.Bladeren met slechts 1 paar blaadjes, zonder stipellen. Vlag bijna cirkelrond. Meeldraden alle vergroeid, 9 of 10, 5 langer of korter dan de andere. Peul uit geledingen bestaande, met borstelvormige haren bezet. Kleine kruidenZornia.61b.Meer dan 2 blaadjes aan elk blad6262a.Bladen even gevind, 2-jukkig, dus in het geheel 4 blaadjes. Kelk met een lange buis, die schijnbaar de bloemsteel is, onder in de buis zit het vruchtbeginsel, van boven is de buis verwijd tot de gewone vorm van een kelk. Bloemen geel. Meeldraden 9 of 10, alle vergroeid, afwisselend grooter en kleiner. Peul dik en kort met 1–3 zaden, in de aarde rijp wordendArachis.Pinda.62b.Bladeren meerjukkig, even of oneven gevind. Kelk niet in een lange buis verlengd6363a.Peulen gesteeld, klein, plat, recht, gekromd of zelfs spiraalvormig opgerold in eenzadige stukken uiteenvallend, tusschen de zaden smaller, met 2 tot vele zaden, vaak behaard of met kleine stekeltjes. Meeldraden vergroeid in een aan één of twee zijden gespleten buis. Liggende of rechtopstaande kruiden of kleine heesters met even- of oneven-gevinde bladeren met kleine blaadjes. Bloemen klein, geel of purper geaderd, in trossenAeschynomene.63b.Peulen niet plat en in stukken uiteenvallend, of indien ze in stukken uiteenvallen (Chaetocalyx) dan niet tusschen de zaden ingesnoerd en de kelk tevens met weinige borstelige haren bezet6464a.Bladeren even gevind (zonder eindblaadje)6564b.Bladeren oneven gevind (met eindblaadje)6665a.Kelk met 2 bloemsteelblaadjes aan den voet, met zeer korte tanden. Vlag met een korte nagel, die tegen de helmdraden vastgegroeid is. Slechts 9 meeldraden aanwezig, vergroeid in een aan één zijde open buis; de buis recht. Klimmende kruiden of dunne lianen, bladeren veeljukkig; in plaats van het eindblaadje een smal steeltje. Bloemen in trossen. Peul vrij kort; zaden vuurrood met een zwarte vlekAbrus.Kokriki.65b.De bloemsteelblaadjes borstelvormig, meest vroeg afvallend. Negen meeldraden vergroeid, de 10devrij, alle bij de basis knievormig gebogen. Peul smal, plat of rond, 4-kantig of 4-vleugelig. Planten niet klimmendSesbania.66a.Rechtopstaande of klimmende kruiden6766b.Boomen of lianen, of groote niet-klimmende heesters met niet openspringende peulen7067a.Bladeren 2–3-jukkig gevind, blaadjes met stipellen. Stijl aan de binnenzijde behaard. Klimplant met groote blauwe bloemenClitoria.67b.Blaadjes zonder stipellen, soms met zeer kleine stipellen maar dan is de plant geen klimplant en staan de bloemen in dichte trossen6868a.Klimmende kruiden met verspreide borstelvormige haren op den stengel en op de kelk. De 10 meeldraden alle met elkaar vergroeid tot een aan één zijde open buis. Peul zeer lang en dun, bijnarolrond, tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in armbloemige trossen in de bladokselsChaetocalyx.68b.Rechtopstaande kruiden of kleine heesters6969a.Bloemen kleiner dan 1 cM. in korte dichtbloemige trossen. Helmknoppen aan den top met een puntje. Stijl rolrond kaal. Peulen kort en dik, rolrond, meest gekromdIndigofera.Ningo,Iningo.69b.Bloemen 1 cM. groot of grooter; in lange trossen. Helmknoppen niet met een puntje aan den top. Stijl vlak, kaal of behaard. Peulen plat en recht. Planten meest grijsbehaardTephrosia.70a.Kelk met een korte buis en met 2 lange en breede slippen, die den bloemkroon ten deele inhullen. De overige slippen van de kelk kort en spits of zeer klein. Vrucht een eironde eenigszins platte steenvrucht, niet openspringend, met 1 zaadDipteryx.Tonka,Serapi.70b.Alle kelkslippen vrijwel even groot7171a.Blaadjes van het blad in paren tegenover elkaar staand7271b.Blaadjes van het blad niet in paren, doch min of meer onregelmatig langs de bladsteel verspreid7672a.Vrucht een ronde of eironde steenvrucht7372b.Vrucht vliezig, leerachtig of houtig, plat of gevleugeld, in geen geval een steenvrucht, doch ook niet openspringend7473a.Kelk bekervormig met zeer kleine tanden. Bloemen meest violet. Vlag lang genageld. De 10demeeldraad vrij. Bloemen in pluimen. BoomenAndira.73b.Kelk met duidelijke spitse tanden. Bloemen geel. Overigens als de vorigeGeoffraea.74a.Peul aan de bovennaad gevleugeld, dun of leerachtig. Bloemen witgeel, in lange dichte trossen. Blaadjes meest 5 per blad, kelk met korte tanden. De10demeeldraad aan de basis vrij. LianenDerris.74b.Peul ongevleugeld7575a.Peul plat, min of meer verlengd, vliezig of leerachtig. Kelk met zeer korte tanden of zonder tanden. De 10demeeldraad aan de basis alleen vrij. Vlag vaak behaard. Boomen of lianen met meerjukkige bladeren, blaadjes soms met doorschijnende puntjesLonchocarpus.75b.Peul rolrond, tusschen de zaden smaller, soms maar 1 zaad aanwezig en dan is de peul ongeveer bolvormig. Bloemen als de vorige. Boom, 5 blaadjes per bladMüllera.76a.Helmknoppen eindelings, klein,helmdraad aan de basis ervan ingehecht.Peul met weinige zaden of met 1 zaad, min of meer verlengd. Bloem kleinDalbergia.76b.Helmdraden aan de rugzijde van de helmknop ingehecht7777a.Peul langwerpig, naar den top in een smallen, geaderde vleugel overgaand aan de basis met 1 zaad. Kelk met korte tanden. Vlag van buiten meest behaard. Boomen of klimmende heesters vaak met doornige steunbladerenMachaerium.77b.Peul leerachtig, langwerpig en sikkelvormig of bijna in een cirkel gekromd,ongevleugeld. Bloemen als de vorige. Vlag steeds van buiten behaard. Steunbladeren vaak doornigDrepanocarpus.77c.Peul bijna cirkelrond, min of meer gevleugeld. Vlag kaal7878a.Kelk naar den voet versmald, duidelijk getand. Bloemen geel, soms met een violette vlek op den vlag in trossen. Peul rondom gevleugeldPterocarpus.78b.Kelk klokvormig, met zeer kleine tanden. Bloemen violet in pluimen. Peul alleen aan de bovenzijde gevleugeldVatairea.
Orde:Rhoeadales.104.Papaveraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf, kelkbladeren 2, (zelden 3); kroonbladeren 4, (zelden 6 of ontbrekend of meer); meeldraden vele of maar 4 of 2,in het laatste geval vertakt; vruchtbeginsel éénhokkig bovenstandig met 2–16 wandstandige zaadlijsten en talrijke zaadknoppen of met 1 zaadknop; vrucht een doosvrucht, zelden een gesloten vrucht; meest kruiden met verspreide bladeren, vaak met melksap.Planten met ingesneden bladeren, met stekels op de bladnerven; bloemen geel, meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel met stekelsArgemone.105.Cruciferae.Bloemen met twee 2-tallige kransen van kelkbladeren en een viertallige krans van bloembladeren, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 6, twee korte en vier lange; vruchtbeginsel tweehokkig, bovenstandig met wandstandige zaadlijsten en vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een hauw, zelden een gesloten vrucht; kruiden, zeer zelden houtige planten met verspreide bladeren; bloemen zonder schutbladeren en bloemsteelblaadjes in trossen.1a.Vrucht slechts weinig langer dan breed, elliptisch met 1 zaad in elk hokje. Bloemen witLepidium.1b.Vrucht veel langer dan breed, met meerdere zaden in elk hokje. Bloemen geel, bladeren vindeeligNasturtium.107.Capparidaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas ring- of schubvormig, of zelden tot een buisvormig lichaam binnen de bloem ontwikkeld; onder de meeldraden soms, onder het vruchtbeginsel bijna steeds steelvormig verlengd (gynophoor); kelk 4-bladig; kroon 4-bladig, meeldraden vele tot 6–4; vruchtbeginsel 1-hokkig of meerhokkig; zaadknoppen talrijk; vrucht een doosvrucht, een bes of een steenvrucht; kruiden of heesters met verspreide, enkelvoudige of meest handvormig samengestelde bladeren, vaak met steunbladeren.1a.Kruidachtige planten. Meeldraden 621b.Heesters of boomen met 3-tallige bladeren, kelk afvallend. Bloembladeren 4, met een lange nagel. Bloembodem zonder schubben. Meeldraden talrijk op een korte androphoor. Vruchtbeginsel op een lang gynophoor. Bloemen soms éénslachtigCrataeva.2a.Meeldraden 6; zonder androphoor, dus in de basis van de bloem gezeten. Vruchtbeginsel lang gesteeld. Bladeren handvormig samengesteldCleome.2b.Meeldraden en vruchtbeginsel op een gemeenschappelijke steel (androgynophoor) gezeten. Bladeren als de vorige(Pedicellaria.)Gynandropsis.Akaja.109.Moringaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, vijftallig, tweeslachtig, een weinig zygomorf; bloemas schotelvormig; kelkbladeren 6, bloembladeren 5, meeldraden 10, waarvan 5 zonder helmknoppen; vruchtbeginsel bovenstandig, eenhokkig met 3 wandstandige zaadlijsten, op een kort gynophoor gezeten; zaadknoppen talrijk; vrucht een lange doosvrucht, driekleppig, met groote zaden met 3 vleugels, boomen met dubbel- of driemaal gevinde bladeren zonder steunbladeren; bloemen in pluimen. Eenig geslachtMoringa.Peperwortelboom.Orde:Sarraceniales.112.Droseraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 5- tot 4-tallig, tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloemkroon 4–5-bladig; meeldraden 5–4 soms met nog een kransvan 5 tot vele meeldraden; vruchtbeginsel 1-hokkig, bovenstandig met 5–3 stijlen en meest talrijke zaadknoppen; vrucht een doosvrucht, met vele zaden; kruiden met verspreide bladeren.Kleine kruidachtige planten met een roset van blaadjes, die met roode, kleverige haren bezet zijn. Bloemen rose, in lange onbebladerde trossenDrosera.Orde:Rosales.113.Podostemonaceae.Bloemen met een kelk alleen, tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; meeldraden talrijk en in kransen of 1–2, éénzijdig; vruchtbeginsel bovenstandig, met 2–3 stijlen, tweehokkig met vele zaadknoppen; kelk uit zeer kleine schubben bestaand; meest kleine, soms groote kruiden, die in sterk stroomend water groeien en meest aan rotsen bevestigd zijn; stengel vaak dik en onregelmatig van vorm; wortels meest met bladgroen en met spruiten bezet; bloeiwijzen zeer verschillend van vorm.1a.Bladeren zeer groot en onregelmatig van vorm, niet langgerekt, meest met doornachtige aanhangselen. Bloemen in een groote tweezijdige tros of aar met vele meeldradenMourera.Koemaroe-njam-njam.1b.Bladeren klein of ontbrekend of langgerekt. Bloemen niet in tweezijdige aren22a.Bloemdek 3-deelig. Eén meeldraad, vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stempels. Onder den bloemsteel geen scheede aanwezig. Kleine plantenTristicha.2b.Vruchtbeginsel steeds 2-hokkig met 2 stempels. Onder den bloemsteel een scheede33a.Stempels breed en plat. Bloemdekschubben 3–5; smal. Meeldraden 2–6. Vruchtbeginsel en doosvrucht met duidelijke ribben. Stengels sterk verdikt en onregelmatig met groote holten, waaruit de bloemen groepsgewijs te voorschijn komenLophogyne.3b.Stempels draadvormig44a.Bladeren of stengels of beide, lang, vlottend. Bloemen met vele meeldraden en dan regelmatig of met weinig meeldraden (tot 1 toe) en dan zijdelings symmetrisch. Doosvrucht glad of met zwakke ribbenOenone.4b.Planten meest zeer klein met weinig verlengdestengels. Bloemen steeds zijdelingsch symmetrisch met 1–5 meeldraden. Doosvrucht met duidelijke ribbenApinagia.115.Crassulaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 3–30-tallig; meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; meest tweeslachtig; regelmatig; bloembladeren vrij of vergroeid; vruchtbeginsels één of meerdere, meest vrij van elkaar, 1-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht meest een kokervrucht; planten vleezig, meest kruidachtig, soms een weinig houtig; bladeren zonder steunbladeren.Groote kruiden, aan de basis wat houtig, met vleezige stengels en bladeren; aan den rand der bladeren komen vaak jonge plantjes te voorschijn. Bloemen 4-tallig. Bloemkroon lang-buisvormig met 8 meeldraden op de buis ingehechtBryophyllum.Wonderblad.126.Rosaceae.(OnderfamilieChrysobalanaceae).Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk, meest 5-, soms meertallig; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas min of meer bekervormig of buisvormig; kelkbladeren, kroonbladeren en meeldraden aan den rand van den bloembodem; vruchtbeginsels 1–5, aan de wand of in het midden van den bloembodem ingeplant met 1 of 2 zaadknoppen; stijl meest aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht; boomen of heesters met enkelvoudigebladerenmet steunbladeren.1a.Bloemen bijna regelmatig, alleen het vruchtbeginsel soms niet precies in het midden van den urnvormigen bloembodem gezeten. Meeldraden in een krans, niet eenzijdig ontwikkeld21b.Bloemen zijdelings symmetrisch, het vruchtbeginsel hoog tegen den wand van den buis- of urnvormige bloembodem vastgegroeid, de meeldraden eenzijdig ontwikkeld32a.Bloembodem trechtervormig; vruchtbeginsel precies in het midden op den bodem. Meeldraden talrijk, bloembladeren grooter dan de kelk. Bloeiwijzen okselstandig of eindstandig, pluimvormig, meest kleiner dan de bladeren. Bladeren zeer kort gesteeld, naar den voet toegespitst aan den top afgerond of ingesneden. Steen van de vrucht met 5 of meer onregelmatige lijstenChrysobalanus.2b.Bloembodem halfbolvormig of urnvormig. Vruchtbeginsel een weinig zijdelings gezeten. Bloembladeren soms zeer klein of ontbrekend, soms vrij groot; meeldraden soms zeer weinig (3–6) en dan een weinig eenzijdig of talrijker, tot 20 toe, en dan in een krans. Bloeiwijzen groote pluimen en dan grooter dan de bladeren, of indien ze kleiner zijn dan de bladeren, dan de bloeiwijze trosvormig met zittende bloemenLicania.Anoura.Kwepi.3a.Meeldraden met helmknoppen 3–8, lang en dun. Bloeias meest buisvormig. Bloemen rood of paars. Stengels en bladeren vaak met stijve haren bezet. Bloeiwijzen ijle eind- of okselstandige trossen met vrij lang gesteelde bloemenHirtella.3b.Vruchtbare meeldraden talrijk44a.Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht 1-zadig. Bloeias zeer lang, buisvormig met het vruchtbeginsel aan den rand. Meeldraden aan den basis een weinig vergroeid. Bloemen meest in samengestelde trossenCouepia.Kweebi.4b.Vruchtbeginsel 2-hokkig. Vrucht meest 2-zadig. Bloembodem niet buisvormig. Meeldraden 10–20. Bloeiwijzen een dichte en korte pluim. Bladeren van onderen evenals de bloemen dunviltigParinarium.127.Connaraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 5-tallig, met 10 meeldraden, tweeslachtig, zelden éénslachtig, regelmatig; kelk meest na den bloei blijvend en de basis van de rijpe vrucht omhullend; bloembladeren 5, soms een weinig vergroeid; vruchtbeginsels bovenstandig, meest 5, zelden 4 of 1 met 2 zaadknoppen; meest maar één vruchtbeginsel zich tot vrucht ontwikkelend; doosvrucht met 1 zaad; meest klimmende heesters, zelden boomen met verspreide, oneven gevinde bladeren zonder steunbladeren.1a.Doosvrucht gesteeld; resten van den kelk om den steel zitten blijvend, na den bloei niet of nauwelijks vergroot. Bloembladerenmeest langer dan de kelk. Vaak maar één vruchtbeginsel, soms tot 5Connarus.1b.Doosvrucht ongesteeld; de kelk na den bloei vergroot en de basis van de vrucht vaak tot het midden omvattend. Bloembladeren meest even groot als de kelk. Vruchtbeginsels 5Rourea.128.Leguminosae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms alleen met kelk; 5-tallig, meest met 10 meeldraden, maar soms ook met meer of minder meeldraden; tweeslachtig, zelden éénslachtig; regelmatig of vaker zygomorf; vruchtbeginsel bijna steeds 1, zelden 2–5, bovenstandig, 1-hokkig, met vele, zelden 1 zaadknop; stijl eindelingsch; vrucht meest een peul soms een kokervrucht of niet openspringend; boomen, heesters of kruiden met verspreide, meest samengestelde bladeren met steunbladeren; bloemen meest in trossen.1a.Bloemen klein, volkomen regelmatig, in hoofdjes of trossen. Bloembladeren in den knop met de randen tegen elkaar aanliggend2Mimosaceae.1b.Bloemen vrij groot of groot, meest duidelijk zijdelings-symmetrisch, soms ook minder duidelijk maar in ieder geval liggen de bloembladeren in den knop met de randen over elkaarPapilionaceae.142a.Boomen met dubbel gevinde bladeren. Steel van de bloeiwijze forsch, aan het eind knotsvormig opgezwollen, bezet met een zeer groot aantal bloemen, waarvan de bovenste tweeslachtig zijn, de onderste alleen lange staminodiën hebben of staminodiën en een vruchtbeginsel. Peulen grootParkia.Ajoewa.2b.Boomen of kleinere of grootere heesters of kruiden met de bloemen in trossen of als ze in hoofdjes staan, dan de steel niet aan den top verdikt33a.Meeldraden (de staminodiën niet meegerekend) evenveel of dubbelzooveel als bloemkroonslippen73b.Meeldraden meer dan 10 in elke bloem44a.Meeldraden tot een buis vergroeid, die vaak buiten de bloemkroon uitsteekt54b.Meeldraden alle vrij. Bloemen in hoofdjes. Bloemkroon 5-deelig. Bladeren dubbelgevind, blaadjes klein. Takken ongedoornd, en alleen met doornige steunblaadjes of geheel met doornen bezetAcacia.Leguana-tere.5a.Bladeren enkelvoudig gevind, meest met vleugels aan den steel tusschen de jukken; op de plaats, waar een paar blaadjesvastzittendraagt de steel bijna altijd een cirkelvormige klier. Blaadjes groot. Meeldraden ver buiten de buis van de bloemkroon uitstekend. Bloemen in hoofdjes of aren, of soms meer vertakte bloeiwijzenInga.Swietie-boonkie.Plokonie.5b.Bladeren dubbel-gevind, soms is er maar 1 juk van de eerste orde aanwezig, en bestaat elk juk slechts uit 4 blaadjes66a.Peul dik en plat, leerachtig of wat vleezig, recht of gebogen of soms zelfs een weinig opgerold; niet openspringend of indien hij openspringt, dan draaien de kleppen zich kurketrekkervormig; een enkele maal valt de peul ook in 1-zadige stukken uit elkaar. Blaadjes meest leerachtig, vaak slechts weinige (6) per bladPithecolobium.Plokonie.6b.Peul recht of weinig gekromd, houtig met dikke randen, met 2 kleppen van den top naar de basis openspringend. Kleppen niet gedraaid, doch van elkaar verwijderd. Overigens gelijk aan de vorigeCalliandra.6c.Peul groot en vlak, in verhouding tot de lengte zeer breed, met dunne, bijna papier-dunne kleppen, niet openspringend. Blaadjes vrij dun, ongeveer 1 c.M. groot, veeljukkig en ook meerdere jukken het blad vormend. Overigens als de vorigenAlbizzia.7a.Bloemen behalve met 5 meeldraden, ook met 5 tot 10 staminodiën, die veel langer zijn dan de meeldraden en sterk gekleurd. Bloemen in lange, veelbloemige trossen. Boomen met dubbelgevinde bladeren, zoowel jukken van de 1steals van de 2deorde zeer talrijk. Blaadjes zeer smal en klein, hard en glanzendPentaclethra.7b.Bloemen zonder staminodiën, of indien er staminodiën zijn, dan zijn er niet tegelijk meeldraden in den bloem aanwezig88a.Helmknoppen op den top met een zittende of gesteelde klier, welke meest tijdens den bloei niet meer aanwezig is, maar in de knop of bij pasgeopende bloemen steeds te vinden is118b.Helmknoppen zonder klier op den top99a.Ongedoornde boomen met groote witte bloemhoofdjes van tweeslachtige zittende bloemen. Bloembladeren 5, vrij, meeldraden 10. Peul gesteeld, smal, plat, met 2 kleppen openspringend. Hoofdjes in groepen in de bladoksels staande of eenigszins tot trossen samengesteldLeucaena.9b.Kleine heesters of kruiden vaak met dorens1010a.Bloemen 4–5-, zelden 3-tallig, alle tweeslachtig. Kelk meest klein, soms bijna ontbrekend. Bloemkroon vergroeidbladig, klok-trechtervormig. Meeldraden evenveel of dubbel zooveel als de bloemkroonslippen, vrij, buiten de bloemkroon uitstekend. Vruchtbeginsel zittend of kortgesteeld, 2- tot meerzadig. Peul lang, plat, met een verdikte rand; bij het openspringen blijft deze rand zitten als één geheel; terwijl de rest of met twee kleppen openspringt, of in eenzadige stukken uiteenvalt. Planten meest met stekels. Bladeren dubbelgevind of de jukken handvormig bij elkaar aan het eind van den bladsteel zittendMimosa.Sien-sien.10b.Bloemen 5-tallig, in kleine gesteelde hoofdjes, die van onderen enkele geslachtslooze bloemen dragen met kleine bloemkroon en groote staminodiën, zonder vruchtbeginsel. Meeldraden 10 in de tweeslachtige bloemen. Peulen zittend, klein en smal. Zaden met hun lengteas evenwijdig met de lengteas van de peul. Kleine heesters met weinigjukkige bladeren, jukken met vele kleine blaadjesDesmanthus.11a.Bloemen in bolvormige of verlengde hoofdjes, die aan den basis een krans van geslachtslooze bloemen dragen. Bloemen 5-tallig met 10 meeldraden, de geslachtslooze met 10 zeer lange min of meer bladachtige staminodiën. Peulen betrekkelijk kort en breed. Meest water- of moerasplanten met een vleezigen kruipenden, sterk bewortelden wortelstok, waaruit de bebladerde stengels te voorschijn komenNeptunia.11b.Bloemen in lange aren of trossen, soms in samengestelde trossen1212a.Bloemen in lange trossen gesteeld, bloemsteel minstens even langals de bloem zelf. Bloemen 5-tallig met 10 korte meeldraden. Peul lang en smal, kleppen na het openspringen wat gedraaid. Zaden vuurrood. Ongedoornde boomen met dubbelgevinde bladeren.Adenanthera.12b.Bloemen zittend of zeer kort gesteeld1313a.Bloembladeren tot aan het midden vergroeid. Meeldraden buiten de bloemkroon uitstekend. Peul bij het rijpworden met 2 kleppen openspringend. Ongedoornde of sterk gedoornde vaak klimmende heestersPiptadenia.Tan pikien so.13b.Bloembladeren bijna geheel vrij. Meeldraden nauwelijks buiten de bloemkroon uitstekend. Peul meest groot en breed, uit elkaar vallend in eenzadige stukken, de naden als een geheel zitten blijvendEntada.14a.Bloemkroon duidelijk vlindervormig, d. i. duidelijk zijdelings-symmetrisch met één groot bloemblad en 4 kleinere; meeldraden alle 10 met elkaar tot een buis vergroeid die het vruchtbeginsel insluit of 9 vergroeid en 1 vrij4214b.Bloemkroon niet duidelijk vlindervormig; meeldraden 10 en dan niet tot een buis met elkaar vergroeid of minder dan 10, soms meer dan 101515a.Meeldraden talrijk, meest eenige groote en vele kleine. Kelk voor de bloei ongedeeld met zeer korte buis, tijdens de bloei 2–5-lobbig of onregelmatig verscheurd. Bloembladeren één, en dan groot of 2 kleine of geheel ontbrekend. Bladeren oneven gevind, soms 3-tallig, soms ook alleen een eindblaadje aanwezig, dus bladeren enkelvoudig. Boomen of heestersSwartzia.15b.Meeldraden 10 of minder1616a.Geen bloembladeren aanwezig1716b.Bloembladeren aanwezig1917a.Bladeren even gevind. Kelkbuis kort met 4 lobben. Meeldraden 8–10, vrij, vruchtbeginsel gesteeld, vrij op den bodem van de kelkbuis met 2 zaadknoppen. Peul kort en rond, 1-zadig. Blaadjes 1- tot meerjukkig gevind, leerachtig, vaak met doorschijnende puntjes. Bloemen klein, wit, zittend in samengestelde trossen.Copaifera.Hoeproe.17b.Bladeren oneven gevind1818a.Kelk met korte buis en 5, soms 4 lobben.Meeldraden 2, met korte helmdraden en lange helmhokjes. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen; peul zeer kort, bijna eirond, meest éénzadig. Blaadjes niet tegenoverstaand. BoomenDialium.18b.Kelk met korte buis en 4 vliezige lobben. Meeldraden 10, soms eenige minder, vrij. Vruchtbeginsel kort gesteeld vrij op den bodem van de kelkbuis, of scheef tegen een van de zijkanten van de kelkbuis aangegroeid. Boomen. Bloemen in trossenCrudia.19a.Bladeren duidelijk dubbel gevind, d. w. z., de hoofdbladsteel is eens vertakt voor ze de blaadjes draagt2019b.Bladeren enkelgevind, of enkelvoudige bladeren of indien er een enkele maal dubbel gevinde voorkomen, dan heeft de plant toch voor het meerendeel enkel gevinde bladeren2320a.Plant gedoornd, d. w. z. de steunblaadjes zijn doornig en de zeer korte hoofdbladsteel eindigt in een doorn. De jukken der bladerenzitten dicht op elkaar, ze dragen een groot aantal kleine blaadjes, die spoedig afvallen. Kelk enbloembladeren5, meeldraden 10, met behaarde helmdraden. Peulen plaatselijk verdikt, lang. Bloemen in trossenParkinsonia.20b.Plant niet gedoornd, of de dorens over de geheele plant verspreid2121a.Behalve de 5 vruchtbare meeldraden vindt men in de bloem ook nog 5 meeldraden zonder helmknoppen. Kelk vijflobbig. Bloembladeren 5. Bloemen in trossen. BoomenDimorphandra.Mora,Peto.21b.Alle 10 meeldraden met helmknoppen2222a.Kelkbladeren gelijk van grootte, in den knop niet met de randen over elkaar liggend, 5 in getal. Kroonbladeren 5, vuurrood of één er van witgeel met roode vlekken. Meeldraden 10, aan de basis behaard, naar boven gebogen. Blaadjes klein, zeer talrijk.Poinciana.22b.Kelkbladeren in den knop over elkaar liggend met de randen, een er van grooter dan de andere. Bloembladeren vrijwel gelijk aan elkaar of 1 kleiner. Meeldraden als de vorige. Peul zeer verschillend gevormd, soms niet openspringend. Planten ongestekeld of zeer sterk gestekeld. Blaadjes vrij groot en dan talrijk of groot en dan weinigeCaesalpinia.Sabina-bloem,Nickerie.23a.Bloembladeren52423b.Bloembladeren minder dan 5, soms zijn er 5 bloembladeren aanwezig, maar dan zijn enkele er van tot kleine schubjes gereduceerd en de andere veel grooter3724a.Bladeren met slechts 2 blaadjes of met één enkelvoudig of tweespletig tot tweedeelig blad2524b.Bladeren gevind met meer dan 2 blaadjes2825a.Kelk met een korte of lange buis, vóór den bloei niet in slippen gedeeld en aan den top gesloten, of, indien de kelk wel in den knop gedeeld is, dan is hij kort-5-tandig en beneden de tanden vernauwd, zoodat de bloemknop gekroond schijnt met de 5 korte kelktandjes.Meeldraden 10, alle met helmknopjes en dan meest 5 lange en en 5 korte meeldraden, of 1 of meerdere meeldraden zonder helmknoppen of geheel ontbrekend. Bloembladeren tamelijk gelijk. Boomen of (vaker) lianen met enkelvoudige of aan den top ingesneden bladeren of twee zittende blaadjes op den steelBauhinia.Sekrepatoe-trapoe.25b.Kelkbladeren reeds voor de bloei tot aan de kelkbuis vrij2626a.Bloemen in veelbloemige korte gedrongen pluimen of in bundels uit het hout te voorschijn komend; klein. Kelkbladeren dun, 4 of 5. Meeldraden 10. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul kort, eirond of niervormig. Blaadjes naar den top toegespitst, doch de top zelfingesnedenCynometra.26b.Bloemen in tenminste ten deele eindelingsche pluimen van groote bloemen met 4 harde kelkbladeren2727a.Stempel klein. Peul dik, bijna cylindrisch, niet openspringend. Bladeren met duidelijke doorschijnende puntjesHymenaea.Lokus.27b.Stempel verbreed. Peul vlak scheef, met 2 kleppen openspringend. Doorschijnende puntjes in de bladeren afwezig of onduidelijk.Peltogyne.Purperhart.28a.Meeldraden 5, evenlang, tegenover de 5 onderling bijna gelijkebloembladeren staand; bovendien 5, naar den top knotsvormig verdikte staminodiën in de bloem. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Bloemen in dichte arenDimorphandra.Peto,Mora.28b.Meeldraden meer of minder dan 5, of indien er 5 meeldraden zijn, dan zijn ze niet alle gelijk van vorm en grootte en zijn er niet tevens 5 even groote staminodiën aanwezig2929a.Meeldraden 4, gelijk van grootte (zelden 5) met zeer korte helmdraden en lange spitse helmknoppen, die aan den top met een gat opengaan. Kelkbladeren 5, spits. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Peul dun, leerachtig met gevleugelde nadenMartiusia.Purperhart.29b.Meeldraden meer dan 53030a.Bloemen duidelijk zijdelings symmetrisch, dus of bloembladeren of meeldraden, of beide, niet aan elkaar gelijk in vorm en grootte; indien de 10 meeldraden alle gelijk zijn, dan springen ze met gaten aan den top open3130b.Bloemen regelmatig; dus bloembladeren alle vrijwel evengroot en ook de meeldraden evengroot, of indien er 10 meeldraden zijn, dan zijn er 5 langere die afwisselen met 5 kortere en met spleten over de geheele lengte openspringen3431a.Bladeren evengevind. Bloemkroon niet vlindervormig3231b.Bladeren oneven gevind. Bloemkroon duidelijk vlindervormig3332a.Bloemknoppen opvallend gekromd en aan den top knots-vormig verdikt. Kelkslippen ongelijk. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Meeldraden 10, aan de basis behaard; de helmknoppen aan den rug bevestigd, meest 3 dikkere en kortere meeldraden met kleinere helmknoppen en 7 langere, dunnere meeldraden met grootere helmknoppen. Boomen met gele bloemen in trossenTachigalia.32b.Bloemknoppen niet gekromd en knotsvormig. Kelkbladeren bijna geheel vrij. Bloembladeren meest geel-oranje, alle gelijk of enkele wat groot. Meeldraden soms 10, en dan aan den top met poriën of korte spleten openspringend, meest echter enkele meeldraden met veel grootere helmknoppen dan de andere. Helmdraden aan de basis der helmknoppen bevestigd. Peul zeer verschillend, plat, steelrond of gevleugeldCassia.Slabriki.33a.Kelkbuis lang klokvormig, met 5 tanden, waarvan de beide bovenste hooger met elkaar vergroeid zijn. Meeldraden 10, vrij. Stijl gebogen niet opgerold met eindelingsche stempel. Peul met 2 kleppen openspringendDiplotropis.Zwarte kabbes.33b.Kelkbuis kort trechter- of bekervormig; de bovenste kelkslippen wat vergroeid. Meeldraden ongelijk, vrij, 10 met helmknopjes of soms 2 zonder, en 8 met helmknoppen. Stijl opgerold met scheeven stempel. Peul met 2 kleppen openspringendOrmosia.34a.Bloembladeren grooter en breeder dan de kelkbladeren3534b.Bloembladeren smal en klein, kleiner of nauwelijks grooter dan de kelkbladeren3635a.Helmknoppen eirond, met spleten openspringend; helmdraad aan de rugzijde van den helmknop ingehecht. Bloemen in veelbloemige dichte trossen. Bladeren enkel-gevind, of soms vindt men aan dezelfde plant ook dubbelgevinde bladeren. Blaadjes naar den voet smal toeloopend, aan den top recht afgesneden of eenigszins ingesnedenHaematoxylon.35b.Helmknoppen lang en smal, met gaten of korte spleten aan den top openspringend; helmdraad aan de basis ingehecht. Bloemen in weinigbloemige trossen of alleenstaand, blaadjes spits aan den topCassia.36a.Kelk bijna geheel losbladig met 5 tamelijk gelijke bladeren. Bloembladeren 5, klein en smal. (het naar de as gekeerde (bovenste) bloemblad wordt door de beide naastliggende met de randen overdekt) Meeldraden 10, aan de basis behaard. Vruchtbeginsel gesteeld; bladeren oneven of soms schijnbaar evengevindSclerolobium.36b.Kelk vergroeidbladig klokvormig met 5 gelijke met de randen tegen elkaar liggende slippen. Bloembladeren bijna gelijk, het bovenste soms wat grooter dan de andere en in den knop de beide naburige bedekkend. Meeldraden vrij, langer dan de bloembladeren. Bladeren even- of oneven gevindSweetia.37a.Bladeren enkelvoudig, d. w. z. van het gevinde blad is alleen het eindblaadje aanwezig. Kelk met 4 slippen. Bloembladeren 1 of 1 groote en 2 kleinere ernaast. Meeldraden 9Palovea.37b.Bladeren gevind3838a.Bloembladeren 1, groot, soms met nog eenige kleine schubben ernaast3938b.Drie groote bloembladeren, soms nog met 2 kleine schubben4039a.Meeldraden 10 alle met helmknoppen of 5 met, en 5 zonder helmknoppen. Het bloemblad zittend, zeer breed. Peul vaak langgesteeld en hangend, plat, breed en min of meer roodbruin en kortbehaardEperua.Walaba,Bijlhout.39b.Meeldraden 10 of minder, daarvan 3 met helmknoppen en 7 of minder zonder helmknoppen. Het bloemblad is genageld, in de knop samengevouwen, later min of meer helmvormig, de andere 2 of 4 bloembladeren zijn schubvormigMacrolobium.40a.Meeldraden 2, ongelijk met korte dikke helmdraden, en dikke helmknoppen, die aan den top openspringen. Kelk met 5 slippen. Bladeren onevengevind met weinig blaadjesDicorynia.Basra-lokus.40b.Meeldraden 3 of meer; kelk met 4 slippen4141a.De 3 vruchtbare meeldraden met de helmdraden vergroeid; de overige 2 meeldraden alleen als kleine tandjes naast de vruchtbare meeldraden te zien. Bloemsteelblaadjes onder den kelk spoedig afvallendTamarindus.41b.Meeldraden 9, helmdraden alle met elkaar vergroeid tot een gespleten buis; helmdraden van boven vrij, 3 zeer lang met helmknoppen, de 6 andere korter en ongelijk met leege helmknoppen of zonder helmknoppen. De vier kelkbladeren groot, bloembladachtig. Bloemsteelblaadjes onder den kelk tijdens den bloei blijvendHeterostemon.42a.Blaadjes slechts 3 per blad, of één, of soms (Crotalaria) meer dan 3 blaadjes maar dan handvormig samengesteld4342b.Bladeren oneven gevind en dan 5 of meer blaadjes of even gevind, en dan één- tot meerjukkig6143a.Boomen of groote niet klimmende heester4443b.Kleine, soms wat houtachtige, liggende of klimmende kruiden, of lianen4544a.Stam en takken vaak met stekels bezet. Blaadjes met kliervormige korte stipellen aan den voet, het eindblaadje breed, min of meerruitvormig, de beide zijblaadjes scheef; bloemen lang en smal; vlag veel langer dan de kiel. Bloem meest vuurrood in trossenErythrina.Koffie-mama.44b.Slechts 1 blaadje aanwezig met 2 stipellen aan den voet. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Peul cirkelrond, vliezig met 1–3 zaden. Helmdraad aan den rug der helmknoppen vastzittendCyclolobium.44c.Drie of één blaadje, doch steeds zonder stipellen. Indien er 5 blaadjes aanwezig zijn, dan heeft diezelfde boom ook takken waar maar 3 of 1 blaadje per blad voorkomen. Blaadjes niet tegenoverstaand. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul cirkelrond of eirond met 1 zaad, leerachtig, niet openspringendDalbergia.45a.Bloemen zeer groot, de kiel opvallend grooter dan de vlag, met een gekromde hoornachtige lange punt. De 10demeeldraad geheel vrij, de overige meeldraden afwisselend langer en korter; vlag met 2 oortjes aan de basis. Peul dik, vaak met stijve brandharenMucuna.45b.Kiel even groot als, of kleiner dan de vlag4646a.Vlag cirkelrond, van achteren boven de nagel met een spoor of knobbel. Klimmende of liggende kruiden met 3 of 1 blaadje met stipellen. De 10demeeldraad meest een weinig met de andere verbonden. Bloemsteelblaadjes groot, tegen de kelk aangedruktCentrosema.46b.Vlag van achteren zonder spoor of knobbel4747a.Blaadjes zonder stipellen. (Zie ook Cajanus met zeer kleine stipellen)4847b.Blaadjes met stipellen5148a.De 10demeeldraad geheel vrij, even boven de basis plaatselijk verbreed4948b.Alle 10 meeldraden vergroeid met elkaar, buis der helmdraden open of gesloten5049a.De navelvlek van het zaad is rond of slechts weinig verlengd; de zaadstreng zit in het midden er van vastgehecht. Klimplanten met breede blaadjes en korte 1- of 2-zadige peulenRhynchosia.49b.De navelvlek van het zaad is smal en langwerpig en de zaadstreng zit aan het eind er van ingehecht. Planten meest niet klimmend, vaak vrij sterk behaard met lange en smalle blaadjes. Peulen als de vorigeEriosema.50a.Kruiden of kleine heesters met ruwe of kleverige haren bezet. Blaadjes steeds 3, zeer smal en meest niet grooter dan 2 cM., vaak zelfs veel kleiner. Bloemen in dichte aren. Vruchtbeginsel met 2–3 zaadknoppen; peul met 1 of 2 zaden, indien er 2 zaden aanwezig zijn dan is de peul ingesnoerd tusschen de zaden en valt hij in 2 stukken uiteen. Peul met een haakje aan den topStylosanthes.50b.Planten meest kaal; blaadjes steeds grooter dan 2 cM., vaak alleenstaand, meest 3 bij elkaar, soms ook 5 of meer, handvormig. Bloemen in losse trossen. Buis der helmdraden van boven open. Vruchtbeginsel met meerdere zaadknoppen. Peul opgeblazenCrotalaria.51a.Bloeistengel bezet met korte, (1–2 mM.) dikke, gekromde zijtakjes, waarop de gesteelde bloemen groepsgewijs ingehecht zijn5251b.Bloeistengels zonder dergelijke verdikte en korte zijtakjes5852a.Stijl aan de binnenzijde over de geheele lengte lang behaard5352b.Stijl kaal, soms alleen van onderen wat behaard5553a.Kiel spiraalvormig opgerold. Vlag met kleine oortjes aan de basis, in het midden met overlangsche verdikkingen. De 10demeeldraad vrij, aan de basis wat verdikt. Klimplanten met bloemtrossen in de oksels van de bladerenPhaseolus.53b.Kiel niet in een spiraal opgerold5454a.Stempel zeer scheef naar de binnenzijde langs de stijl afloopend. Bloemen aan het eind van den bloeistengel dicht opeenzittendVigna.54b.Stempel eindelingsch, niet scheef. Bloemen min of meer groepsgewijs langs den bloeistengel verspreidDolichos.55a.De 10demeeldraad geheel vrij van de 9 anderen5655b.De 10demeeldraad alleen aan de basis vrij, hooger op met de 9 anderen in een buis vergroeid5756a.Bovenste kelkslip 2-tandig of 2-spletig, dus er zijn 5 kelkslippen voorhanden. Vlag met naar binnen gebogen oortjes. Peul smal en lang. Klimmende kruiden of heesters. Bloemen blauw of violetCalopogonium.56b.Bovenste kelkslip niet ingesneden, dus in het geheel maar 4 kelkslippen. Vlag met zeer kleine oortjes of zonder oortjes. Planten klimmend of rechtopstaandGalactia.57a.Kelk met 4 bijna gelijke slippen. Vlag met naar binnen geslagen oortjes bij den basis. Alle helmknoppen gelijk of 5 met zeer kleine en stuifmeellooze helmknoppen. Peul vaak kort en breed, hard en leerachtig. Hoog klimmende heesters met de bloemen in trossen. De zijtakjes van den bloeistengel vaak wat verlengd en haakvormig gebogenDioclea.57b.Kelk duidelijk tweelippig, de bovenlip het grootst, met 1 of 2 slippen; de onderlip veel kleiner, 3-tandig of gaafrandig. Vlag met of zonder oortjes. Kiel soms met een iets gedraaide snavel.Peul tamelijk dunwandig.Knoppenvan den bloeistengel niet opvallend grootCanavalia.58a.Peulen zeer plat en dun, klein, tusschen de zaden smaller en op die plaatsen brekend, zoodat de peul in vele eenzadige stukken uiteenvalt. Bloemen meest zeer klein. De 10demeeldraad aan de basis vrij, naar boven met de anderen vergroeid. Kruiden of kleine heesters. Blaadjes 3 of 1. Bloemen in enkelvoudige of wat vertakte trosvormige bloeiwijzenDesmodium.58b.Peulen niet plat, of als ze plat zijn niet tusschen de zaden versmald en niet in stukken uiteenvallend5959a.Bladeren met één blaadje, onder aan den stengel bijna cirkelrond, naar boven langwerpig. Bloemen klein; de 10demeeldraad geheel los. Peul bijna rolrond, niet of nauwelijks tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in kleine trossen. Groote steunbladerenAlysicarpus.59b.Blaadjes 36060a.Stijl aan de binnenzijde behaard. Vlag groot, aan den top ingesneden. De 10demeeldraad vrij of met de andere min of meer vergroeid. Klimmende kruiden of lianen, in het laatste geval komen de bloemen soms uit het hout te voorschijnClitoria.60b.Stijl kaal. Vlag teruggebogen, cirkelrond met naar binnen gekeerdeoortjes aan de basis. 10demeeldraad geheel vrij. Peul lang en vrij smal, lang toegespitst, met dikke zaden die scheef liggen tenopzichtevan de lengterichting der peul, tusschen de zaden met ingedrukte scheeve dwarslijnenCajanus.61a.Bladeren met slechts 1 paar blaadjes, zonder stipellen. Vlag bijna cirkelrond. Meeldraden alle vergroeid, 9 of 10, 5 langer of korter dan de andere. Peul uit geledingen bestaande, met borstelvormige haren bezet. Kleine kruidenZornia.61b.Meer dan 2 blaadjes aan elk blad6262a.Bladen even gevind, 2-jukkig, dus in het geheel 4 blaadjes. Kelk met een lange buis, die schijnbaar de bloemsteel is, onder in de buis zit het vruchtbeginsel, van boven is de buis verwijd tot de gewone vorm van een kelk. Bloemen geel. Meeldraden 9 of 10, alle vergroeid, afwisselend grooter en kleiner. Peul dik en kort met 1–3 zaden, in de aarde rijp wordendArachis.Pinda.62b.Bladeren meerjukkig, even of oneven gevind. Kelk niet in een lange buis verlengd6363a.Peulen gesteeld, klein, plat, recht, gekromd of zelfs spiraalvormig opgerold in eenzadige stukken uiteenvallend, tusschen de zaden smaller, met 2 tot vele zaden, vaak behaard of met kleine stekeltjes. Meeldraden vergroeid in een aan één of twee zijden gespleten buis. Liggende of rechtopstaande kruiden of kleine heesters met even- of oneven-gevinde bladeren met kleine blaadjes. Bloemen klein, geel of purper geaderd, in trossenAeschynomene.63b.Peulen niet plat en in stukken uiteenvallend, of indien ze in stukken uiteenvallen (Chaetocalyx) dan niet tusschen de zaden ingesnoerd en de kelk tevens met weinige borstelige haren bezet6464a.Bladeren even gevind (zonder eindblaadje)6564b.Bladeren oneven gevind (met eindblaadje)6665a.Kelk met 2 bloemsteelblaadjes aan den voet, met zeer korte tanden. Vlag met een korte nagel, die tegen de helmdraden vastgegroeid is. Slechts 9 meeldraden aanwezig, vergroeid in een aan één zijde open buis; de buis recht. Klimmende kruiden of dunne lianen, bladeren veeljukkig; in plaats van het eindblaadje een smal steeltje. Bloemen in trossen. Peul vrij kort; zaden vuurrood met een zwarte vlekAbrus.Kokriki.65b.De bloemsteelblaadjes borstelvormig, meest vroeg afvallend. Negen meeldraden vergroeid, de 10devrij, alle bij de basis knievormig gebogen. Peul smal, plat of rond, 4-kantig of 4-vleugelig. Planten niet klimmendSesbania.66a.Rechtopstaande of klimmende kruiden6766b.Boomen of lianen, of groote niet-klimmende heesters met niet openspringende peulen7067a.Bladeren 2–3-jukkig gevind, blaadjes met stipellen. Stijl aan de binnenzijde behaard. Klimplant met groote blauwe bloemenClitoria.67b.Blaadjes zonder stipellen, soms met zeer kleine stipellen maar dan is de plant geen klimplant en staan de bloemen in dichte trossen6868a.Klimmende kruiden met verspreide borstelvormige haren op den stengel en op de kelk. De 10 meeldraden alle met elkaar vergroeid tot een aan één zijde open buis. Peul zeer lang en dun, bijnarolrond, tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in armbloemige trossen in de bladokselsChaetocalyx.68b.Rechtopstaande kruiden of kleine heesters6969a.Bloemen kleiner dan 1 cM. in korte dichtbloemige trossen. Helmknoppen aan den top met een puntje. Stijl rolrond kaal. Peulen kort en dik, rolrond, meest gekromdIndigofera.Ningo,Iningo.69b.Bloemen 1 cM. groot of grooter; in lange trossen. Helmknoppen niet met een puntje aan den top. Stijl vlak, kaal of behaard. Peulen plat en recht. Planten meest grijsbehaardTephrosia.70a.Kelk met een korte buis en met 2 lange en breede slippen, die den bloemkroon ten deele inhullen. De overige slippen van de kelk kort en spits of zeer klein. Vrucht een eironde eenigszins platte steenvrucht, niet openspringend, met 1 zaadDipteryx.Tonka,Serapi.70b.Alle kelkslippen vrijwel even groot7171a.Blaadjes van het blad in paren tegenover elkaar staand7271b.Blaadjes van het blad niet in paren, doch min of meer onregelmatig langs de bladsteel verspreid7672a.Vrucht een ronde of eironde steenvrucht7372b.Vrucht vliezig, leerachtig of houtig, plat of gevleugeld, in geen geval een steenvrucht, doch ook niet openspringend7473a.Kelk bekervormig met zeer kleine tanden. Bloemen meest violet. Vlag lang genageld. De 10demeeldraad vrij. Bloemen in pluimen. BoomenAndira.73b.Kelk met duidelijke spitse tanden. Bloemen geel. Overigens als de vorigeGeoffraea.74a.Peul aan de bovennaad gevleugeld, dun of leerachtig. Bloemen witgeel, in lange dichte trossen. Blaadjes meest 5 per blad, kelk met korte tanden. De10demeeldraad aan de basis vrij. LianenDerris.74b.Peul ongevleugeld7575a.Peul plat, min of meer verlengd, vliezig of leerachtig. Kelk met zeer korte tanden of zonder tanden. De 10demeeldraad aan de basis alleen vrij. Vlag vaak behaard. Boomen of lianen met meerjukkige bladeren, blaadjes soms met doorschijnende puntjesLonchocarpus.75b.Peul rolrond, tusschen de zaden smaller, soms maar 1 zaad aanwezig en dan is de peul ongeveer bolvormig. Bloemen als de vorige. Boom, 5 blaadjes per bladMüllera.76a.Helmknoppen eindelings, klein,helmdraad aan de basis ervan ingehecht.Peul met weinige zaden of met 1 zaad, min of meer verlengd. Bloem kleinDalbergia.76b.Helmdraden aan de rugzijde van de helmknop ingehecht7777a.Peul langwerpig, naar den top in een smallen, geaderde vleugel overgaand aan de basis met 1 zaad. Kelk met korte tanden. Vlag van buiten meest behaard. Boomen of klimmende heesters vaak met doornige steunbladerenMachaerium.77b.Peul leerachtig, langwerpig en sikkelvormig of bijna in een cirkel gekromd,ongevleugeld. Bloemen als de vorige. Vlag steeds van buiten behaard. Steunbladeren vaak doornigDrepanocarpus.77c.Peul bijna cirkelrond, min of meer gevleugeld. Vlag kaal7878a.Kelk naar den voet versmald, duidelijk getand. Bloemen geel, soms met een violette vlek op den vlag in trossen. Peul rondom gevleugeldPterocarpus.78b.Kelk klokvormig, met zeer kleine tanden. Bloemen violet in pluimen. Peul alleen aan de bovenzijde gevleugeldVatairea.
Orde:Rhoeadales.104.Papaveraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf, kelkbladeren 2, (zelden 3); kroonbladeren 4, (zelden 6 of ontbrekend of meer); meeldraden vele of maar 4 of 2,in het laatste geval vertakt; vruchtbeginsel éénhokkig bovenstandig met 2–16 wandstandige zaadlijsten en talrijke zaadknoppen of met 1 zaadknop; vrucht een doosvrucht, zelden een gesloten vrucht; meest kruiden met verspreide bladeren, vaak met melksap.Planten met ingesneden bladeren, met stekels op de bladnerven; bloemen geel, meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel met stekelsArgemone.105.Cruciferae.Bloemen met twee 2-tallige kransen van kelkbladeren en een viertallige krans van bloembladeren, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 6, twee korte en vier lange; vruchtbeginsel tweehokkig, bovenstandig met wandstandige zaadlijsten en vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een hauw, zelden een gesloten vrucht; kruiden, zeer zelden houtige planten met verspreide bladeren; bloemen zonder schutbladeren en bloemsteelblaadjes in trossen.1a.Vrucht slechts weinig langer dan breed, elliptisch met 1 zaad in elk hokje. Bloemen witLepidium.1b.Vrucht veel langer dan breed, met meerdere zaden in elk hokje. Bloemen geel, bladeren vindeeligNasturtium.107.Capparidaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas ring- of schubvormig, of zelden tot een buisvormig lichaam binnen de bloem ontwikkeld; onder de meeldraden soms, onder het vruchtbeginsel bijna steeds steelvormig verlengd (gynophoor); kelk 4-bladig; kroon 4-bladig, meeldraden vele tot 6–4; vruchtbeginsel 1-hokkig of meerhokkig; zaadknoppen talrijk; vrucht een doosvrucht, een bes of een steenvrucht; kruiden of heesters met verspreide, enkelvoudige of meest handvormig samengestelde bladeren, vaak met steunbladeren.1a.Kruidachtige planten. Meeldraden 621b.Heesters of boomen met 3-tallige bladeren, kelk afvallend. Bloembladeren 4, met een lange nagel. Bloembodem zonder schubben. Meeldraden talrijk op een korte androphoor. Vruchtbeginsel op een lang gynophoor. Bloemen soms éénslachtigCrataeva.2a.Meeldraden 6; zonder androphoor, dus in de basis van de bloem gezeten. Vruchtbeginsel lang gesteeld. Bladeren handvormig samengesteldCleome.2b.Meeldraden en vruchtbeginsel op een gemeenschappelijke steel (androgynophoor) gezeten. Bladeren als de vorige(Pedicellaria.)Gynandropsis.Akaja.109.Moringaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, vijftallig, tweeslachtig, een weinig zygomorf; bloemas schotelvormig; kelkbladeren 6, bloembladeren 5, meeldraden 10, waarvan 5 zonder helmknoppen; vruchtbeginsel bovenstandig, eenhokkig met 3 wandstandige zaadlijsten, op een kort gynophoor gezeten; zaadknoppen talrijk; vrucht een lange doosvrucht, driekleppig, met groote zaden met 3 vleugels, boomen met dubbel- of driemaal gevinde bladeren zonder steunbladeren; bloemen in pluimen. Eenig geslachtMoringa.Peperwortelboom.Orde:Sarraceniales.112.Droseraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 5- tot 4-tallig, tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloemkroon 4–5-bladig; meeldraden 5–4 soms met nog een kransvan 5 tot vele meeldraden; vruchtbeginsel 1-hokkig, bovenstandig met 5–3 stijlen en meest talrijke zaadknoppen; vrucht een doosvrucht, met vele zaden; kruiden met verspreide bladeren.Kleine kruidachtige planten met een roset van blaadjes, die met roode, kleverige haren bezet zijn. Bloemen rose, in lange onbebladerde trossenDrosera.Orde:Rosales.113.Podostemonaceae.Bloemen met een kelk alleen, tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; meeldraden talrijk en in kransen of 1–2, éénzijdig; vruchtbeginsel bovenstandig, met 2–3 stijlen, tweehokkig met vele zaadknoppen; kelk uit zeer kleine schubben bestaand; meest kleine, soms groote kruiden, die in sterk stroomend water groeien en meest aan rotsen bevestigd zijn; stengel vaak dik en onregelmatig van vorm; wortels meest met bladgroen en met spruiten bezet; bloeiwijzen zeer verschillend van vorm.1a.Bladeren zeer groot en onregelmatig van vorm, niet langgerekt, meest met doornachtige aanhangselen. Bloemen in een groote tweezijdige tros of aar met vele meeldradenMourera.Koemaroe-njam-njam.1b.Bladeren klein of ontbrekend of langgerekt. Bloemen niet in tweezijdige aren22a.Bloemdek 3-deelig. Eén meeldraad, vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stempels. Onder den bloemsteel geen scheede aanwezig. Kleine plantenTristicha.2b.Vruchtbeginsel steeds 2-hokkig met 2 stempels. Onder den bloemsteel een scheede33a.Stempels breed en plat. Bloemdekschubben 3–5; smal. Meeldraden 2–6. Vruchtbeginsel en doosvrucht met duidelijke ribben. Stengels sterk verdikt en onregelmatig met groote holten, waaruit de bloemen groepsgewijs te voorschijn komenLophogyne.3b.Stempels draadvormig44a.Bladeren of stengels of beide, lang, vlottend. Bloemen met vele meeldraden en dan regelmatig of met weinig meeldraden (tot 1 toe) en dan zijdelings symmetrisch. Doosvrucht glad of met zwakke ribbenOenone.4b.Planten meest zeer klein met weinig verlengdestengels. Bloemen steeds zijdelingsch symmetrisch met 1–5 meeldraden. Doosvrucht met duidelijke ribbenApinagia.115.Crassulaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 3–30-tallig; meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; meest tweeslachtig; regelmatig; bloembladeren vrij of vergroeid; vruchtbeginsels één of meerdere, meest vrij van elkaar, 1-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht meest een kokervrucht; planten vleezig, meest kruidachtig, soms een weinig houtig; bladeren zonder steunbladeren.Groote kruiden, aan de basis wat houtig, met vleezige stengels en bladeren; aan den rand der bladeren komen vaak jonge plantjes te voorschijn. Bloemen 4-tallig. Bloemkroon lang-buisvormig met 8 meeldraden op de buis ingehechtBryophyllum.Wonderblad.126.Rosaceae.(OnderfamilieChrysobalanaceae).Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk, meest 5-, soms meertallig; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas min of meer bekervormig of buisvormig; kelkbladeren, kroonbladeren en meeldraden aan den rand van den bloembodem; vruchtbeginsels 1–5, aan de wand of in het midden van den bloembodem ingeplant met 1 of 2 zaadknoppen; stijl meest aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht; boomen of heesters met enkelvoudigebladerenmet steunbladeren.1a.Bloemen bijna regelmatig, alleen het vruchtbeginsel soms niet precies in het midden van den urnvormigen bloembodem gezeten. Meeldraden in een krans, niet eenzijdig ontwikkeld21b.Bloemen zijdelings symmetrisch, het vruchtbeginsel hoog tegen den wand van den buis- of urnvormige bloembodem vastgegroeid, de meeldraden eenzijdig ontwikkeld32a.Bloembodem trechtervormig; vruchtbeginsel precies in het midden op den bodem. Meeldraden talrijk, bloembladeren grooter dan de kelk. Bloeiwijzen okselstandig of eindstandig, pluimvormig, meest kleiner dan de bladeren. Bladeren zeer kort gesteeld, naar den voet toegespitst aan den top afgerond of ingesneden. Steen van de vrucht met 5 of meer onregelmatige lijstenChrysobalanus.2b.Bloembodem halfbolvormig of urnvormig. Vruchtbeginsel een weinig zijdelings gezeten. Bloembladeren soms zeer klein of ontbrekend, soms vrij groot; meeldraden soms zeer weinig (3–6) en dan een weinig eenzijdig of talrijker, tot 20 toe, en dan in een krans. Bloeiwijzen groote pluimen en dan grooter dan de bladeren, of indien ze kleiner zijn dan de bladeren, dan de bloeiwijze trosvormig met zittende bloemenLicania.Anoura.Kwepi.3a.Meeldraden met helmknoppen 3–8, lang en dun. Bloeias meest buisvormig. Bloemen rood of paars. Stengels en bladeren vaak met stijve haren bezet. Bloeiwijzen ijle eind- of okselstandige trossen met vrij lang gesteelde bloemenHirtella.3b.Vruchtbare meeldraden talrijk44a.Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht 1-zadig. Bloeias zeer lang, buisvormig met het vruchtbeginsel aan den rand. Meeldraden aan den basis een weinig vergroeid. Bloemen meest in samengestelde trossenCouepia.Kweebi.4b.Vruchtbeginsel 2-hokkig. Vrucht meest 2-zadig. Bloembodem niet buisvormig. Meeldraden 10–20. Bloeiwijzen een dichte en korte pluim. Bladeren van onderen evenals de bloemen dunviltigParinarium.127.Connaraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 5-tallig, met 10 meeldraden, tweeslachtig, zelden éénslachtig, regelmatig; kelk meest na den bloei blijvend en de basis van de rijpe vrucht omhullend; bloembladeren 5, soms een weinig vergroeid; vruchtbeginsels bovenstandig, meest 5, zelden 4 of 1 met 2 zaadknoppen; meest maar één vruchtbeginsel zich tot vrucht ontwikkelend; doosvrucht met 1 zaad; meest klimmende heesters, zelden boomen met verspreide, oneven gevinde bladeren zonder steunbladeren.1a.Doosvrucht gesteeld; resten van den kelk om den steel zitten blijvend, na den bloei niet of nauwelijks vergroot. Bloembladerenmeest langer dan de kelk. Vaak maar één vruchtbeginsel, soms tot 5Connarus.1b.Doosvrucht ongesteeld; de kelk na den bloei vergroot en de basis van de vrucht vaak tot het midden omvattend. Bloembladeren meest even groot als de kelk. Vruchtbeginsels 5Rourea.128.Leguminosae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms alleen met kelk; 5-tallig, meest met 10 meeldraden, maar soms ook met meer of minder meeldraden; tweeslachtig, zelden éénslachtig; regelmatig of vaker zygomorf; vruchtbeginsel bijna steeds 1, zelden 2–5, bovenstandig, 1-hokkig, met vele, zelden 1 zaadknop; stijl eindelingsch; vrucht meest een peul soms een kokervrucht of niet openspringend; boomen, heesters of kruiden met verspreide, meest samengestelde bladeren met steunbladeren; bloemen meest in trossen.1a.Bloemen klein, volkomen regelmatig, in hoofdjes of trossen. Bloembladeren in den knop met de randen tegen elkaar aanliggend2Mimosaceae.1b.Bloemen vrij groot of groot, meest duidelijk zijdelings-symmetrisch, soms ook minder duidelijk maar in ieder geval liggen de bloembladeren in den knop met de randen over elkaarPapilionaceae.142a.Boomen met dubbel gevinde bladeren. Steel van de bloeiwijze forsch, aan het eind knotsvormig opgezwollen, bezet met een zeer groot aantal bloemen, waarvan de bovenste tweeslachtig zijn, de onderste alleen lange staminodiën hebben of staminodiën en een vruchtbeginsel. Peulen grootParkia.Ajoewa.2b.Boomen of kleinere of grootere heesters of kruiden met de bloemen in trossen of als ze in hoofdjes staan, dan de steel niet aan den top verdikt33a.Meeldraden (de staminodiën niet meegerekend) evenveel of dubbelzooveel als bloemkroonslippen73b.Meeldraden meer dan 10 in elke bloem44a.Meeldraden tot een buis vergroeid, die vaak buiten de bloemkroon uitsteekt54b.Meeldraden alle vrij. Bloemen in hoofdjes. Bloemkroon 5-deelig. Bladeren dubbelgevind, blaadjes klein. Takken ongedoornd, en alleen met doornige steunblaadjes of geheel met doornen bezetAcacia.Leguana-tere.5a.Bladeren enkelvoudig gevind, meest met vleugels aan den steel tusschen de jukken; op de plaats, waar een paar blaadjesvastzittendraagt de steel bijna altijd een cirkelvormige klier. Blaadjes groot. Meeldraden ver buiten de buis van de bloemkroon uitstekend. Bloemen in hoofdjes of aren, of soms meer vertakte bloeiwijzenInga.Swietie-boonkie.Plokonie.5b.Bladeren dubbel-gevind, soms is er maar 1 juk van de eerste orde aanwezig, en bestaat elk juk slechts uit 4 blaadjes66a.Peul dik en plat, leerachtig of wat vleezig, recht of gebogen of soms zelfs een weinig opgerold; niet openspringend of indien hij openspringt, dan draaien de kleppen zich kurketrekkervormig; een enkele maal valt de peul ook in 1-zadige stukken uit elkaar. Blaadjes meest leerachtig, vaak slechts weinige (6) per bladPithecolobium.Plokonie.6b.Peul recht of weinig gekromd, houtig met dikke randen, met 2 kleppen van den top naar de basis openspringend. Kleppen niet gedraaid, doch van elkaar verwijderd. Overigens gelijk aan de vorigeCalliandra.6c.Peul groot en vlak, in verhouding tot de lengte zeer breed, met dunne, bijna papier-dunne kleppen, niet openspringend. Blaadjes vrij dun, ongeveer 1 c.M. groot, veeljukkig en ook meerdere jukken het blad vormend. Overigens als de vorigenAlbizzia.7a.Bloemen behalve met 5 meeldraden, ook met 5 tot 10 staminodiën, die veel langer zijn dan de meeldraden en sterk gekleurd. Bloemen in lange, veelbloemige trossen. Boomen met dubbelgevinde bladeren, zoowel jukken van de 1steals van de 2deorde zeer talrijk. Blaadjes zeer smal en klein, hard en glanzendPentaclethra.7b.Bloemen zonder staminodiën, of indien er staminodiën zijn, dan zijn er niet tegelijk meeldraden in den bloem aanwezig88a.Helmknoppen op den top met een zittende of gesteelde klier, welke meest tijdens den bloei niet meer aanwezig is, maar in de knop of bij pasgeopende bloemen steeds te vinden is118b.Helmknoppen zonder klier op den top99a.Ongedoornde boomen met groote witte bloemhoofdjes van tweeslachtige zittende bloemen. Bloembladeren 5, vrij, meeldraden 10. Peul gesteeld, smal, plat, met 2 kleppen openspringend. Hoofdjes in groepen in de bladoksels staande of eenigszins tot trossen samengesteldLeucaena.9b.Kleine heesters of kruiden vaak met dorens1010a.Bloemen 4–5-, zelden 3-tallig, alle tweeslachtig. Kelk meest klein, soms bijna ontbrekend. Bloemkroon vergroeidbladig, klok-trechtervormig. Meeldraden evenveel of dubbel zooveel als de bloemkroonslippen, vrij, buiten de bloemkroon uitstekend. Vruchtbeginsel zittend of kortgesteeld, 2- tot meerzadig. Peul lang, plat, met een verdikte rand; bij het openspringen blijft deze rand zitten als één geheel; terwijl de rest of met twee kleppen openspringt, of in eenzadige stukken uiteenvalt. Planten meest met stekels. Bladeren dubbelgevind of de jukken handvormig bij elkaar aan het eind van den bladsteel zittendMimosa.Sien-sien.10b.Bloemen 5-tallig, in kleine gesteelde hoofdjes, die van onderen enkele geslachtslooze bloemen dragen met kleine bloemkroon en groote staminodiën, zonder vruchtbeginsel. Meeldraden 10 in de tweeslachtige bloemen. Peulen zittend, klein en smal. Zaden met hun lengteas evenwijdig met de lengteas van de peul. Kleine heesters met weinigjukkige bladeren, jukken met vele kleine blaadjesDesmanthus.11a.Bloemen in bolvormige of verlengde hoofdjes, die aan den basis een krans van geslachtslooze bloemen dragen. Bloemen 5-tallig met 10 meeldraden, de geslachtslooze met 10 zeer lange min of meer bladachtige staminodiën. Peulen betrekkelijk kort en breed. Meest water- of moerasplanten met een vleezigen kruipenden, sterk bewortelden wortelstok, waaruit de bebladerde stengels te voorschijn komenNeptunia.11b.Bloemen in lange aren of trossen, soms in samengestelde trossen1212a.Bloemen in lange trossen gesteeld, bloemsteel minstens even langals de bloem zelf. Bloemen 5-tallig met 10 korte meeldraden. Peul lang en smal, kleppen na het openspringen wat gedraaid. Zaden vuurrood. Ongedoornde boomen met dubbelgevinde bladeren.Adenanthera.12b.Bloemen zittend of zeer kort gesteeld1313a.Bloembladeren tot aan het midden vergroeid. Meeldraden buiten de bloemkroon uitstekend. Peul bij het rijpworden met 2 kleppen openspringend. Ongedoornde of sterk gedoornde vaak klimmende heestersPiptadenia.Tan pikien so.13b.Bloembladeren bijna geheel vrij. Meeldraden nauwelijks buiten de bloemkroon uitstekend. Peul meest groot en breed, uit elkaar vallend in eenzadige stukken, de naden als een geheel zitten blijvendEntada.14a.Bloemkroon duidelijk vlindervormig, d. i. duidelijk zijdelings-symmetrisch met één groot bloemblad en 4 kleinere; meeldraden alle 10 met elkaar tot een buis vergroeid die het vruchtbeginsel insluit of 9 vergroeid en 1 vrij4214b.Bloemkroon niet duidelijk vlindervormig; meeldraden 10 en dan niet tot een buis met elkaar vergroeid of minder dan 10, soms meer dan 101515a.Meeldraden talrijk, meest eenige groote en vele kleine. Kelk voor de bloei ongedeeld met zeer korte buis, tijdens de bloei 2–5-lobbig of onregelmatig verscheurd. Bloembladeren één, en dan groot of 2 kleine of geheel ontbrekend. Bladeren oneven gevind, soms 3-tallig, soms ook alleen een eindblaadje aanwezig, dus bladeren enkelvoudig. Boomen of heestersSwartzia.15b.Meeldraden 10 of minder1616a.Geen bloembladeren aanwezig1716b.Bloembladeren aanwezig1917a.Bladeren even gevind. Kelkbuis kort met 4 lobben. Meeldraden 8–10, vrij, vruchtbeginsel gesteeld, vrij op den bodem van de kelkbuis met 2 zaadknoppen. Peul kort en rond, 1-zadig. Blaadjes 1- tot meerjukkig gevind, leerachtig, vaak met doorschijnende puntjes. Bloemen klein, wit, zittend in samengestelde trossen.Copaifera.Hoeproe.17b.Bladeren oneven gevind1818a.Kelk met korte buis en 5, soms 4 lobben.Meeldraden 2, met korte helmdraden en lange helmhokjes. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen; peul zeer kort, bijna eirond, meest éénzadig. Blaadjes niet tegenoverstaand. BoomenDialium.18b.Kelk met korte buis en 4 vliezige lobben. Meeldraden 10, soms eenige minder, vrij. Vruchtbeginsel kort gesteeld vrij op den bodem van de kelkbuis, of scheef tegen een van de zijkanten van de kelkbuis aangegroeid. Boomen. Bloemen in trossenCrudia.19a.Bladeren duidelijk dubbel gevind, d. w. z., de hoofdbladsteel is eens vertakt voor ze de blaadjes draagt2019b.Bladeren enkelgevind, of enkelvoudige bladeren of indien er een enkele maal dubbel gevinde voorkomen, dan heeft de plant toch voor het meerendeel enkel gevinde bladeren2320a.Plant gedoornd, d. w. z. de steunblaadjes zijn doornig en de zeer korte hoofdbladsteel eindigt in een doorn. De jukken der bladerenzitten dicht op elkaar, ze dragen een groot aantal kleine blaadjes, die spoedig afvallen. Kelk enbloembladeren5, meeldraden 10, met behaarde helmdraden. Peulen plaatselijk verdikt, lang. Bloemen in trossenParkinsonia.20b.Plant niet gedoornd, of de dorens over de geheele plant verspreid2121a.Behalve de 5 vruchtbare meeldraden vindt men in de bloem ook nog 5 meeldraden zonder helmknoppen. Kelk vijflobbig. Bloembladeren 5. Bloemen in trossen. BoomenDimorphandra.Mora,Peto.21b.Alle 10 meeldraden met helmknoppen2222a.Kelkbladeren gelijk van grootte, in den knop niet met de randen over elkaar liggend, 5 in getal. Kroonbladeren 5, vuurrood of één er van witgeel met roode vlekken. Meeldraden 10, aan de basis behaard, naar boven gebogen. Blaadjes klein, zeer talrijk.Poinciana.22b.Kelkbladeren in den knop over elkaar liggend met de randen, een er van grooter dan de andere. Bloembladeren vrijwel gelijk aan elkaar of 1 kleiner. Meeldraden als de vorige. Peul zeer verschillend gevormd, soms niet openspringend. Planten ongestekeld of zeer sterk gestekeld. Blaadjes vrij groot en dan talrijk of groot en dan weinigeCaesalpinia.Sabina-bloem,Nickerie.23a.Bloembladeren52423b.Bloembladeren minder dan 5, soms zijn er 5 bloembladeren aanwezig, maar dan zijn enkele er van tot kleine schubjes gereduceerd en de andere veel grooter3724a.Bladeren met slechts 2 blaadjes of met één enkelvoudig of tweespletig tot tweedeelig blad2524b.Bladeren gevind met meer dan 2 blaadjes2825a.Kelk met een korte of lange buis, vóór den bloei niet in slippen gedeeld en aan den top gesloten, of, indien de kelk wel in den knop gedeeld is, dan is hij kort-5-tandig en beneden de tanden vernauwd, zoodat de bloemknop gekroond schijnt met de 5 korte kelktandjes.Meeldraden 10, alle met helmknopjes en dan meest 5 lange en en 5 korte meeldraden, of 1 of meerdere meeldraden zonder helmknoppen of geheel ontbrekend. Bloembladeren tamelijk gelijk. Boomen of (vaker) lianen met enkelvoudige of aan den top ingesneden bladeren of twee zittende blaadjes op den steelBauhinia.Sekrepatoe-trapoe.25b.Kelkbladeren reeds voor de bloei tot aan de kelkbuis vrij2626a.Bloemen in veelbloemige korte gedrongen pluimen of in bundels uit het hout te voorschijn komend; klein. Kelkbladeren dun, 4 of 5. Meeldraden 10. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul kort, eirond of niervormig. Blaadjes naar den top toegespitst, doch de top zelfingesnedenCynometra.26b.Bloemen in tenminste ten deele eindelingsche pluimen van groote bloemen met 4 harde kelkbladeren2727a.Stempel klein. Peul dik, bijna cylindrisch, niet openspringend. Bladeren met duidelijke doorschijnende puntjesHymenaea.Lokus.27b.Stempel verbreed. Peul vlak scheef, met 2 kleppen openspringend. Doorschijnende puntjes in de bladeren afwezig of onduidelijk.Peltogyne.Purperhart.28a.Meeldraden 5, evenlang, tegenover de 5 onderling bijna gelijkebloembladeren staand; bovendien 5, naar den top knotsvormig verdikte staminodiën in de bloem. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Bloemen in dichte arenDimorphandra.Peto,Mora.28b.Meeldraden meer of minder dan 5, of indien er 5 meeldraden zijn, dan zijn ze niet alle gelijk van vorm en grootte en zijn er niet tevens 5 even groote staminodiën aanwezig2929a.Meeldraden 4, gelijk van grootte (zelden 5) met zeer korte helmdraden en lange spitse helmknoppen, die aan den top met een gat opengaan. Kelkbladeren 5, spits. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Peul dun, leerachtig met gevleugelde nadenMartiusia.Purperhart.29b.Meeldraden meer dan 53030a.Bloemen duidelijk zijdelings symmetrisch, dus of bloembladeren of meeldraden, of beide, niet aan elkaar gelijk in vorm en grootte; indien de 10 meeldraden alle gelijk zijn, dan springen ze met gaten aan den top open3130b.Bloemen regelmatig; dus bloembladeren alle vrijwel evengroot en ook de meeldraden evengroot, of indien er 10 meeldraden zijn, dan zijn er 5 langere die afwisselen met 5 kortere en met spleten over de geheele lengte openspringen3431a.Bladeren evengevind. Bloemkroon niet vlindervormig3231b.Bladeren oneven gevind. Bloemkroon duidelijk vlindervormig3332a.Bloemknoppen opvallend gekromd en aan den top knots-vormig verdikt. Kelkslippen ongelijk. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Meeldraden 10, aan de basis behaard; de helmknoppen aan den rug bevestigd, meest 3 dikkere en kortere meeldraden met kleinere helmknoppen en 7 langere, dunnere meeldraden met grootere helmknoppen. Boomen met gele bloemen in trossenTachigalia.32b.Bloemknoppen niet gekromd en knotsvormig. Kelkbladeren bijna geheel vrij. Bloembladeren meest geel-oranje, alle gelijk of enkele wat groot. Meeldraden soms 10, en dan aan den top met poriën of korte spleten openspringend, meest echter enkele meeldraden met veel grootere helmknoppen dan de andere. Helmdraden aan de basis der helmknoppen bevestigd. Peul zeer verschillend, plat, steelrond of gevleugeldCassia.Slabriki.33a.Kelkbuis lang klokvormig, met 5 tanden, waarvan de beide bovenste hooger met elkaar vergroeid zijn. Meeldraden 10, vrij. Stijl gebogen niet opgerold met eindelingsche stempel. Peul met 2 kleppen openspringendDiplotropis.Zwarte kabbes.33b.Kelkbuis kort trechter- of bekervormig; de bovenste kelkslippen wat vergroeid. Meeldraden ongelijk, vrij, 10 met helmknopjes of soms 2 zonder, en 8 met helmknoppen. Stijl opgerold met scheeven stempel. Peul met 2 kleppen openspringendOrmosia.34a.Bloembladeren grooter en breeder dan de kelkbladeren3534b.Bloembladeren smal en klein, kleiner of nauwelijks grooter dan de kelkbladeren3635a.Helmknoppen eirond, met spleten openspringend; helmdraad aan de rugzijde van den helmknop ingehecht. Bloemen in veelbloemige dichte trossen. Bladeren enkel-gevind, of soms vindt men aan dezelfde plant ook dubbelgevinde bladeren. Blaadjes naar den voet smal toeloopend, aan den top recht afgesneden of eenigszins ingesnedenHaematoxylon.35b.Helmknoppen lang en smal, met gaten of korte spleten aan den top openspringend; helmdraad aan de basis ingehecht. Bloemen in weinigbloemige trossen of alleenstaand, blaadjes spits aan den topCassia.36a.Kelk bijna geheel losbladig met 5 tamelijk gelijke bladeren. Bloembladeren 5, klein en smal. (het naar de as gekeerde (bovenste) bloemblad wordt door de beide naastliggende met de randen overdekt) Meeldraden 10, aan de basis behaard. Vruchtbeginsel gesteeld; bladeren oneven of soms schijnbaar evengevindSclerolobium.36b.Kelk vergroeidbladig klokvormig met 5 gelijke met de randen tegen elkaar liggende slippen. Bloembladeren bijna gelijk, het bovenste soms wat grooter dan de andere en in den knop de beide naburige bedekkend. Meeldraden vrij, langer dan de bloembladeren. Bladeren even- of oneven gevindSweetia.37a.Bladeren enkelvoudig, d. w. z. van het gevinde blad is alleen het eindblaadje aanwezig. Kelk met 4 slippen. Bloembladeren 1 of 1 groote en 2 kleinere ernaast. Meeldraden 9Palovea.37b.Bladeren gevind3838a.Bloembladeren 1, groot, soms met nog eenige kleine schubben ernaast3938b.Drie groote bloembladeren, soms nog met 2 kleine schubben4039a.Meeldraden 10 alle met helmknoppen of 5 met, en 5 zonder helmknoppen. Het bloemblad zittend, zeer breed. Peul vaak langgesteeld en hangend, plat, breed en min of meer roodbruin en kortbehaardEperua.Walaba,Bijlhout.39b.Meeldraden 10 of minder, daarvan 3 met helmknoppen en 7 of minder zonder helmknoppen. Het bloemblad is genageld, in de knop samengevouwen, later min of meer helmvormig, de andere 2 of 4 bloembladeren zijn schubvormigMacrolobium.40a.Meeldraden 2, ongelijk met korte dikke helmdraden, en dikke helmknoppen, die aan den top openspringen. Kelk met 5 slippen. Bladeren onevengevind met weinig blaadjesDicorynia.Basra-lokus.40b.Meeldraden 3 of meer; kelk met 4 slippen4141a.De 3 vruchtbare meeldraden met de helmdraden vergroeid; de overige 2 meeldraden alleen als kleine tandjes naast de vruchtbare meeldraden te zien. Bloemsteelblaadjes onder den kelk spoedig afvallendTamarindus.41b.Meeldraden 9, helmdraden alle met elkaar vergroeid tot een gespleten buis; helmdraden van boven vrij, 3 zeer lang met helmknoppen, de 6 andere korter en ongelijk met leege helmknoppen of zonder helmknoppen. De vier kelkbladeren groot, bloembladachtig. Bloemsteelblaadjes onder den kelk tijdens den bloei blijvendHeterostemon.42a.Blaadjes slechts 3 per blad, of één, of soms (Crotalaria) meer dan 3 blaadjes maar dan handvormig samengesteld4342b.Bladeren oneven gevind en dan 5 of meer blaadjes of even gevind, en dan één- tot meerjukkig6143a.Boomen of groote niet klimmende heester4443b.Kleine, soms wat houtachtige, liggende of klimmende kruiden, of lianen4544a.Stam en takken vaak met stekels bezet. Blaadjes met kliervormige korte stipellen aan den voet, het eindblaadje breed, min of meerruitvormig, de beide zijblaadjes scheef; bloemen lang en smal; vlag veel langer dan de kiel. Bloem meest vuurrood in trossenErythrina.Koffie-mama.44b.Slechts 1 blaadje aanwezig met 2 stipellen aan den voet. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Peul cirkelrond, vliezig met 1–3 zaden. Helmdraad aan den rug der helmknoppen vastzittendCyclolobium.44c.Drie of één blaadje, doch steeds zonder stipellen. Indien er 5 blaadjes aanwezig zijn, dan heeft diezelfde boom ook takken waar maar 3 of 1 blaadje per blad voorkomen. Blaadjes niet tegenoverstaand. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul cirkelrond of eirond met 1 zaad, leerachtig, niet openspringendDalbergia.45a.Bloemen zeer groot, de kiel opvallend grooter dan de vlag, met een gekromde hoornachtige lange punt. De 10demeeldraad geheel vrij, de overige meeldraden afwisselend langer en korter; vlag met 2 oortjes aan de basis. Peul dik, vaak met stijve brandharenMucuna.45b.Kiel even groot als, of kleiner dan de vlag4646a.Vlag cirkelrond, van achteren boven de nagel met een spoor of knobbel. Klimmende of liggende kruiden met 3 of 1 blaadje met stipellen. De 10demeeldraad meest een weinig met de andere verbonden. Bloemsteelblaadjes groot, tegen de kelk aangedruktCentrosema.46b.Vlag van achteren zonder spoor of knobbel4747a.Blaadjes zonder stipellen. (Zie ook Cajanus met zeer kleine stipellen)4847b.Blaadjes met stipellen5148a.De 10demeeldraad geheel vrij, even boven de basis plaatselijk verbreed4948b.Alle 10 meeldraden vergroeid met elkaar, buis der helmdraden open of gesloten5049a.De navelvlek van het zaad is rond of slechts weinig verlengd; de zaadstreng zit in het midden er van vastgehecht. Klimplanten met breede blaadjes en korte 1- of 2-zadige peulenRhynchosia.49b.De navelvlek van het zaad is smal en langwerpig en de zaadstreng zit aan het eind er van ingehecht. Planten meest niet klimmend, vaak vrij sterk behaard met lange en smalle blaadjes. Peulen als de vorigeEriosema.50a.Kruiden of kleine heesters met ruwe of kleverige haren bezet. Blaadjes steeds 3, zeer smal en meest niet grooter dan 2 cM., vaak zelfs veel kleiner. Bloemen in dichte aren. Vruchtbeginsel met 2–3 zaadknoppen; peul met 1 of 2 zaden, indien er 2 zaden aanwezig zijn dan is de peul ingesnoerd tusschen de zaden en valt hij in 2 stukken uiteen. Peul met een haakje aan den topStylosanthes.50b.Planten meest kaal; blaadjes steeds grooter dan 2 cM., vaak alleenstaand, meest 3 bij elkaar, soms ook 5 of meer, handvormig. Bloemen in losse trossen. Buis der helmdraden van boven open. Vruchtbeginsel met meerdere zaadknoppen. Peul opgeblazenCrotalaria.51a.Bloeistengel bezet met korte, (1–2 mM.) dikke, gekromde zijtakjes, waarop de gesteelde bloemen groepsgewijs ingehecht zijn5251b.Bloeistengels zonder dergelijke verdikte en korte zijtakjes5852a.Stijl aan de binnenzijde over de geheele lengte lang behaard5352b.Stijl kaal, soms alleen van onderen wat behaard5553a.Kiel spiraalvormig opgerold. Vlag met kleine oortjes aan de basis, in het midden met overlangsche verdikkingen. De 10demeeldraad vrij, aan de basis wat verdikt. Klimplanten met bloemtrossen in de oksels van de bladerenPhaseolus.53b.Kiel niet in een spiraal opgerold5454a.Stempel zeer scheef naar de binnenzijde langs de stijl afloopend. Bloemen aan het eind van den bloeistengel dicht opeenzittendVigna.54b.Stempel eindelingsch, niet scheef. Bloemen min of meer groepsgewijs langs den bloeistengel verspreidDolichos.55a.De 10demeeldraad geheel vrij van de 9 anderen5655b.De 10demeeldraad alleen aan de basis vrij, hooger op met de 9 anderen in een buis vergroeid5756a.Bovenste kelkslip 2-tandig of 2-spletig, dus er zijn 5 kelkslippen voorhanden. Vlag met naar binnen gebogen oortjes. Peul smal en lang. Klimmende kruiden of heesters. Bloemen blauw of violetCalopogonium.56b.Bovenste kelkslip niet ingesneden, dus in het geheel maar 4 kelkslippen. Vlag met zeer kleine oortjes of zonder oortjes. Planten klimmend of rechtopstaandGalactia.57a.Kelk met 4 bijna gelijke slippen. Vlag met naar binnen geslagen oortjes bij den basis. Alle helmknoppen gelijk of 5 met zeer kleine en stuifmeellooze helmknoppen. Peul vaak kort en breed, hard en leerachtig. Hoog klimmende heesters met de bloemen in trossen. De zijtakjes van den bloeistengel vaak wat verlengd en haakvormig gebogenDioclea.57b.Kelk duidelijk tweelippig, de bovenlip het grootst, met 1 of 2 slippen; de onderlip veel kleiner, 3-tandig of gaafrandig. Vlag met of zonder oortjes. Kiel soms met een iets gedraaide snavel.Peul tamelijk dunwandig.Knoppenvan den bloeistengel niet opvallend grootCanavalia.58a.Peulen zeer plat en dun, klein, tusschen de zaden smaller en op die plaatsen brekend, zoodat de peul in vele eenzadige stukken uiteenvalt. Bloemen meest zeer klein. De 10demeeldraad aan de basis vrij, naar boven met de anderen vergroeid. Kruiden of kleine heesters. Blaadjes 3 of 1. Bloemen in enkelvoudige of wat vertakte trosvormige bloeiwijzenDesmodium.58b.Peulen niet plat, of als ze plat zijn niet tusschen de zaden versmald en niet in stukken uiteenvallend5959a.Bladeren met één blaadje, onder aan den stengel bijna cirkelrond, naar boven langwerpig. Bloemen klein; de 10demeeldraad geheel los. Peul bijna rolrond, niet of nauwelijks tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in kleine trossen. Groote steunbladerenAlysicarpus.59b.Blaadjes 36060a.Stijl aan de binnenzijde behaard. Vlag groot, aan den top ingesneden. De 10demeeldraad vrij of met de andere min of meer vergroeid. Klimmende kruiden of lianen, in het laatste geval komen de bloemen soms uit het hout te voorschijnClitoria.60b.Stijl kaal. Vlag teruggebogen, cirkelrond met naar binnen gekeerdeoortjes aan de basis. 10demeeldraad geheel vrij. Peul lang en vrij smal, lang toegespitst, met dikke zaden die scheef liggen tenopzichtevan de lengterichting der peul, tusschen de zaden met ingedrukte scheeve dwarslijnenCajanus.61a.Bladeren met slechts 1 paar blaadjes, zonder stipellen. Vlag bijna cirkelrond. Meeldraden alle vergroeid, 9 of 10, 5 langer of korter dan de andere. Peul uit geledingen bestaande, met borstelvormige haren bezet. Kleine kruidenZornia.61b.Meer dan 2 blaadjes aan elk blad6262a.Bladen even gevind, 2-jukkig, dus in het geheel 4 blaadjes. Kelk met een lange buis, die schijnbaar de bloemsteel is, onder in de buis zit het vruchtbeginsel, van boven is de buis verwijd tot de gewone vorm van een kelk. Bloemen geel. Meeldraden 9 of 10, alle vergroeid, afwisselend grooter en kleiner. Peul dik en kort met 1–3 zaden, in de aarde rijp wordendArachis.Pinda.62b.Bladeren meerjukkig, even of oneven gevind. Kelk niet in een lange buis verlengd6363a.Peulen gesteeld, klein, plat, recht, gekromd of zelfs spiraalvormig opgerold in eenzadige stukken uiteenvallend, tusschen de zaden smaller, met 2 tot vele zaden, vaak behaard of met kleine stekeltjes. Meeldraden vergroeid in een aan één of twee zijden gespleten buis. Liggende of rechtopstaande kruiden of kleine heesters met even- of oneven-gevinde bladeren met kleine blaadjes. Bloemen klein, geel of purper geaderd, in trossenAeschynomene.63b.Peulen niet plat en in stukken uiteenvallend, of indien ze in stukken uiteenvallen (Chaetocalyx) dan niet tusschen de zaden ingesnoerd en de kelk tevens met weinige borstelige haren bezet6464a.Bladeren even gevind (zonder eindblaadje)6564b.Bladeren oneven gevind (met eindblaadje)6665a.Kelk met 2 bloemsteelblaadjes aan den voet, met zeer korte tanden. Vlag met een korte nagel, die tegen de helmdraden vastgegroeid is. Slechts 9 meeldraden aanwezig, vergroeid in een aan één zijde open buis; de buis recht. Klimmende kruiden of dunne lianen, bladeren veeljukkig; in plaats van het eindblaadje een smal steeltje. Bloemen in trossen. Peul vrij kort; zaden vuurrood met een zwarte vlekAbrus.Kokriki.65b.De bloemsteelblaadjes borstelvormig, meest vroeg afvallend. Negen meeldraden vergroeid, de 10devrij, alle bij de basis knievormig gebogen. Peul smal, plat of rond, 4-kantig of 4-vleugelig. Planten niet klimmendSesbania.66a.Rechtopstaande of klimmende kruiden6766b.Boomen of lianen, of groote niet-klimmende heesters met niet openspringende peulen7067a.Bladeren 2–3-jukkig gevind, blaadjes met stipellen. Stijl aan de binnenzijde behaard. Klimplant met groote blauwe bloemenClitoria.67b.Blaadjes zonder stipellen, soms met zeer kleine stipellen maar dan is de plant geen klimplant en staan de bloemen in dichte trossen6868a.Klimmende kruiden met verspreide borstelvormige haren op den stengel en op de kelk. De 10 meeldraden alle met elkaar vergroeid tot een aan één zijde open buis. Peul zeer lang en dun, bijnarolrond, tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in armbloemige trossen in de bladokselsChaetocalyx.68b.Rechtopstaande kruiden of kleine heesters6969a.Bloemen kleiner dan 1 cM. in korte dichtbloemige trossen. Helmknoppen aan den top met een puntje. Stijl rolrond kaal. Peulen kort en dik, rolrond, meest gekromdIndigofera.Ningo,Iningo.69b.Bloemen 1 cM. groot of grooter; in lange trossen. Helmknoppen niet met een puntje aan den top. Stijl vlak, kaal of behaard. Peulen plat en recht. Planten meest grijsbehaardTephrosia.70a.Kelk met een korte buis en met 2 lange en breede slippen, die den bloemkroon ten deele inhullen. De overige slippen van de kelk kort en spits of zeer klein. Vrucht een eironde eenigszins platte steenvrucht, niet openspringend, met 1 zaadDipteryx.Tonka,Serapi.70b.Alle kelkslippen vrijwel even groot7171a.Blaadjes van het blad in paren tegenover elkaar staand7271b.Blaadjes van het blad niet in paren, doch min of meer onregelmatig langs de bladsteel verspreid7672a.Vrucht een ronde of eironde steenvrucht7372b.Vrucht vliezig, leerachtig of houtig, plat of gevleugeld, in geen geval een steenvrucht, doch ook niet openspringend7473a.Kelk bekervormig met zeer kleine tanden. Bloemen meest violet. Vlag lang genageld. De 10demeeldraad vrij. Bloemen in pluimen. BoomenAndira.73b.Kelk met duidelijke spitse tanden. Bloemen geel. Overigens als de vorigeGeoffraea.74a.Peul aan de bovennaad gevleugeld, dun of leerachtig. Bloemen witgeel, in lange dichte trossen. Blaadjes meest 5 per blad, kelk met korte tanden. De10demeeldraad aan de basis vrij. LianenDerris.74b.Peul ongevleugeld7575a.Peul plat, min of meer verlengd, vliezig of leerachtig. Kelk met zeer korte tanden of zonder tanden. De 10demeeldraad aan de basis alleen vrij. Vlag vaak behaard. Boomen of lianen met meerjukkige bladeren, blaadjes soms met doorschijnende puntjesLonchocarpus.75b.Peul rolrond, tusschen de zaden smaller, soms maar 1 zaad aanwezig en dan is de peul ongeveer bolvormig. Bloemen als de vorige. Boom, 5 blaadjes per bladMüllera.76a.Helmknoppen eindelings, klein,helmdraad aan de basis ervan ingehecht.Peul met weinige zaden of met 1 zaad, min of meer verlengd. Bloem kleinDalbergia.76b.Helmdraden aan de rugzijde van de helmknop ingehecht7777a.Peul langwerpig, naar den top in een smallen, geaderde vleugel overgaand aan de basis met 1 zaad. Kelk met korte tanden. Vlag van buiten meest behaard. Boomen of klimmende heesters vaak met doornige steunbladerenMachaerium.77b.Peul leerachtig, langwerpig en sikkelvormig of bijna in een cirkel gekromd,ongevleugeld. Bloemen als de vorige. Vlag steeds van buiten behaard. Steunbladeren vaak doornigDrepanocarpus.77c.Peul bijna cirkelrond, min of meer gevleugeld. Vlag kaal7878a.Kelk naar den voet versmald, duidelijk getand. Bloemen geel, soms met een violette vlek op den vlag in trossen. Peul rondom gevleugeldPterocarpus.78b.Kelk klokvormig, met zeer kleine tanden. Bloemen violet in pluimen. Peul alleen aan de bovenzijde gevleugeldVatairea.
Orde:Rhoeadales.104.Papaveraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf, kelkbladeren 2, (zelden 3); kroonbladeren 4, (zelden 6 of ontbrekend of meer); meeldraden vele of maar 4 of 2,in het laatste geval vertakt; vruchtbeginsel éénhokkig bovenstandig met 2–16 wandstandige zaadlijsten en talrijke zaadknoppen of met 1 zaadknop; vrucht een doosvrucht, zelden een gesloten vrucht; meest kruiden met verspreide bladeren, vaak met melksap.Planten met ingesneden bladeren, met stekels op de bladnerven; bloemen geel, meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel met stekelsArgemone.105.Cruciferae.Bloemen met twee 2-tallige kransen van kelkbladeren en een viertallige krans van bloembladeren, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 6, twee korte en vier lange; vruchtbeginsel tweehokkig, bovenstandig met wandstandige zaadlijsten en vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een hauw, zelden een gesloten vrucht; kruiden, zeer zelden houtige planten met verspreide bladeren; bloemen zonder schutbladeren en bloemsteelblaadjes in trossen.1a.Vrucht slechts weinig langer dan breed, elliptisch met 1 zaad in elk hokje. Bloemen witLepidium.1b.Vrucht veel langer dan breed, met meerdere zaden in elk hokje. Bloemen geel, bladeren vindeeligNasturtium.107.Capparidaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas ring- of schubvormig, of zelden tot een buisvormig lichaam binnen de bloem ontwikkeld; onder de meeldraden soms, onder het vruchtbeginsel bijna steeds steelvormig verlengd (gynophoor); kelk 4-bladig; kroon 4-bladig, meeldraden vele tot 6–4; vruchtbeginsel 1-hokkig of meerhokkig; zaadknoppen talrijk; vrucht een doosvrucht, een bes of een steenvrucht; kruiden of heesters met verspreide, enkelvoudige of meest handvormig samengestelde bladeren, vaak met steunbladeren.1a.Kruidachtige planten. Meeldraden 621b.Heesters of boomen met 3-tallige bladeren, kelk afvallend. Bloembladeren 4, met een lange nagel. Bloembodem zonder schubben. Meeldraden talrijk op een korte androphoor. Vruchtbeginsel op een lang gynophoor. Bloemen soms éénslachtigCrataeva.2a.Meeldraden 6; zonder androphoor, dus in de basis van de bloem gezeten. Vruchtbeginsel lang gesteeld. Bladeren handvormig samengesteldCleome.2b.Meeldraden en vruchtbeginsel op een gemeenschappelijke steel (androgynophoor) gezeten. Bladeren als de vorige(Pedicellaria.)Gynandropsis.Akaja.109.Moringaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, vijftallig, tweeslachtig, een weinig zygomorf; bloemas schotelvormig; kelkbladeren 6, bloembladeren 5, meeldraden 10, waarvan 5 zonder helmknoppen; vruchtbeginsel bovenstandig, eenhokkig met 3 wandstandige zaadlijsten, op een kort gynophoor gezeten; zaadknoppen talrijk; vrucht een lange doosvrucht, driekleppig, met groote zaden met 3 vleugels, boomen met dubbel- of driemaal gevinde bladeren zonder steunbladeren; bloemen in pluimen. Eenig geslachtMoringa.Peperwortelboom.Orde:Sarraceniales.112.Droseraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 5- tot 4-tallig, tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloemkroon 4–5-bladig; meeldraden 5–4 soms met nog een kransvan 5 tot vele meeldraden; vruchtbeginsel 1-hokkig, bovenstandig met 5–3 stijlen en meest talrijke zaadknoppen; vrucht een doosvrucht, met vele zaden; kruiden met verspreide bladeren.Kleine kruidachtige planten met een roset van blaadjes, die met roode, kleverige haren bezet zijn. Bloemen rose, in lange onbebladerde trossenDrosera.Orde:Rosales.113.Podostemonaceae.Bloemen met een kelk alleen, tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; meeldraden talrijk en in kransen of 1–2, éénzijdig; vruchtbeginsel bovenstandig, met 2–3 stijlen, tweehokkig met vele zaadknoppen; kelk uit zeer kleine schubben bestaand; meest kleine, soms groote kruiden, die in sterk stroomend water groeien en meest aan rotsen bevestigd zijn; stengel vaak dik en onregelmatig van vorm; wortels meest met bladgroen en met spruiten bezet; bloeiwijzen zeer verschillend van vorm.1a.Bladeren zeer groot en onregelmatig van vorm, niet langgerekt, meest met doornachtige aanhangselen. Bloemen in een groote tweezijdige tros of aar met vele meeldradenMourera.Koemaroe-njam-njam.1b.Bladeren klein of ontbrekend of langgerekt. Bloemen niet in tweezijdige aren22a.Bloemdek 3-deelig. Eén meeldraad, vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stempels. Onder den bloemsteel geen scheede aanwezig. Kleine plantenTristicha.2b.Vruchtbeginsel steeds 2-hokkig met 2 stempels. Onder den bloemsteel een scheede33a.Stempels breed en plat. Bloemdekschubben 3–5; smal. Meeldraden 2–6. Vruchtbeginsel en doosvrucht met duidelijke ribben. Stengels sterk verdikt en onregelmatig met groote holten, waaruit de bloemen groepsgewijs te voorschijn komenLophogyne.3b.Stempels draadvormig44a.Bladeren of stengels of beide, lang, vlottend. Bloemen met vele meeldraden en dan regelmatig of met weinig meeldraden (tot 1 toe) en dan zijdelings symmetrisch. Doosvrucht glad of met zwakke ribbenOenone.4b.Planten meest zeer klein met weinig verlengdestengels. Bloemen steeds zijdelingsch symmetrisch met 1–5 meeldraden. Doosvrucht met duidelijke ribbenApinagia.115.Crassulaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 3–30-tallig; meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; meest tweeslachtig; regelmatig; bloembladeren vrij of vergroeid; vruchtbeginsels één of meerdere, meest vrij van elkaar, 1-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht meest een kokervrucht; planten vleezig, meest kruidachtig, soms een weinig houtig; bladeren zonder steunbladeren.Groote kruiden, aan de basis wat houtig, met vleezige stengels en bladeren; aan den rand der bladeren komen vaak jonge plantjes te voorschijn. Bloemen 4-tallig. Bloemkroon lang-buisvormig met 8 meeldraden op de buis ingehechtBryophyllum.Wonderblad.126.Rosaceae.(OnderfamilieChrysobalanaceae).Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk, meest 5-, soms meertallig; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas min of meer bekervormig of buisvormig; kelkbladeren, kroonbladeren en meeldraden aan den rand van den bloembodem; vruchtbeginsels 1–5, aan de wand of in het midden van den bloembodem ingeplant met 1 of 2 zaadknoppen; stijl meest aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht; boomen of heesters met enkelvoudigebladerenmet steunbladeren.1a.Bloemen bijna regelmatig, alleen het vruchtbeginsel soms niet precies in het midden van den urnvormigen bloembodem gezeten. Meeldraden in een krans, niet eenzijdig ontwikkeld21b.Bloemen zijdelings symmetrisch, het vruchtbeginsel hoog tegen den wand van den buis- of urnvormige bloembodem vastgegroeid, de meeldraden eenzijdig ontwikkeld32a.Bloembodem trechtervormig; vruchtbeginsel precies in het midden op den bodem. Meeldraden talrijk, bloembladeren grooter dan de kelk. Bloeiwijzen okselstandig of eindstandig, pluimvormig, meest kleiner dan de bladeren. Bladeren zeer kort gesteeld, naar den voet toegespitst aan den top afgerond of ingesneden. Steen van de vrucht met 5 of meer onregelmatige lijstenChrysobalanus.2b.Bloembodem halfbolvormig of urnvormig. Vruchtbeginsel een weinig zijdelings gezeten. Bloembladeren soms zeer klein of ontbrekend, soms vrij groot; meeldraden soms zeer weinig (3–6) en dan een weinig eenzijdig of talrijker, tot 20 toe, en dan in een krans. Bloeiwijzen groote pluimen en dan grooter dan de bladeren, of indien ze kleiner zijn dan de bladeren, dan de bloeiwijze trosvormig met zittende bloemenLicania.Anoura.Kwepi.3a.Meeldraden met helmknoppen 3–8, lang en dun. Bloeias meest buisvormig. Bloemen rood of paars. Stengels en bladeren vaak met stijve haren bezet. Bloeiwijzen ijle eind- of okselstandige trossen met vrij lang gesteelde bloemenHirtella.3b.Vruchtbare meeldraden talrijk44a.Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht 1-zadig. Bloeias zeer lang, buisvormig met het vruchtbeginsel aan den rand. Meeldraden aan den basis een weinig vergroeid. Bloemen meest in samengestelde trossenCouepia.Kweebi.4b.Vruchtbeginsel 2-hokkig. Vrucht meest 2-zadig. Bloembodem niet buisvormig. Meeldraden 10–20. Bloeiwijzen een dichte en korte pluim. Bladeren van onderen evenals de bloemen dunviltigParinarium.127.Connaraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 5-tallig, met 10 meeldraden, tweeslachtig, zelden éénslachtig, regelmatig; kelk meest na den bloei blijvend en de basis van de rijpe vrucht omhullend; bloembladeren 5, soms een weinig vergroeid; vruchtbeginsels bovenstandig, meest 5, zelden 4 of 1 met 2 zaadknoppen; meest maar één vruchtbeginsel zich tot vrucht ontwikkelend; doosvrucht met 1 zaad; meest klimmende heesters, zelden boomen met verspreide, oneven gevinde bladeren zonder steunbladeren.1a.Doosvrucht gesteeld; resten van den kelk om den steel zitten blijvend, na den bloei niet of nauwelijks vergroot. Bloembladerenmeest langer dan de kelk. Vaak maar één vruchtbeginsel, soms tot 5Connarus.1b.Doosvrucht ongesteeld; de kelk na den bloei vergroot en de basis van de vrucht vaak tot het midden omvattend. Bloembladeren meest even groot als de kelk. Vruchtbeginsels 5Rourea.128.Leguminosae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms alleen met kelk; 5-tallig, meest met 10 meeldraden, maar soms ook met meer of minder meeldraden; tweeslachtig, zelden éénslachtig; regelmatig of vaker zygomorf; vruchtbeginsel bijna steeds 1, zelden 2–5, bovenstandig, 1-hokkig, met vele, zelden 1 zaadknop; stijl eindelingsch; vrucht meest een peul soms een kokervrucht of niet openspringend; boomen, heesters of kruiden met verspreide, meest samengestelde bladeren met steunbladeren; bloemen meest in trossen.1a.Bloemen klein, volkomen regelmatig, in hoofdjes of trossen. Bloembladeren in den knop met de randen tegen elkaar aanliggend2Mimosaceae.1b.Bloemen vrij groot of groot, meest duidelijk zijdelings-symmetrisch, soms ook minder duidelijk maar in ieder geval liggen de bloembladeren in den knop met de randen over elkaarPapilionaceae.142a.Boomen met dubbel gevinde bladeren. Steel van de bloeiwijze forsch, aan het eind knotsvormig opgezwollen, bezet met een zeer groot aantal bloemen, waarvan de bovenste tweeslachtig zijn, de onderste alleen lange staminodiën hebben of staminodiën en een vruchtbeginsel. Peulen grootParkia.Ajoewa.2b.Boomen of kleinere of grootere heesters of kruiden met de bloemen in trossen of als ze in hoofdjes staan, dan de steel niet aan den top verdikt33a.Meeldraden (de staminodiën niet meegerekend) evenveel of dubbelzooveel als bloemkroonslippen73b.Meeldraden meer dan 10 in elke bloem44a.Meeldraden tot een buis vergroeid, die vaak buiten de bloemkroon uitsteekt54b.Meeldraden alle vrij. Bloemen in hoofdjes. Bloemkroon 5-deelig. Bladeren dubbelgevind, blaadjes klein. Takken ongedoornd, en alleen met doornige steunblaadjes of geheel met doornen bezetAcacia.Leguana-tere.5a.Bladeren enkelvoudig gevind, meest met vleugels aan den steel tusschen de jukken; op de plaats, waar een paar blaadjesvastzittendraagt de steel bijna altijd een cirkelvormige klier. Blaadjes groot. Meeldraden ver buiten de buis van de bloemkroon uitstekend. Bloemen in hoofdjes of aren, of soms meer vertakte bloeiwijzenInga.Swietie-boonkie.Plokonie.5b.Bladeren dubbel-gevind, soms is er maar 1 juk van de eerste orde aanwezig, en bestaat elk juk slechts uit 4 blaadjes66a.Peul dik en plat, leerachtig of wat vleezig, recht of gebogen of soms zelfs een weinig opgerold; niet openspringend of indien hij openspringt, dan draaien de kleppen zich kurketrekkervormig; een enkele maal valt de peul ook in 1-zadige stukken uit elkaar. Blaadjes meest leerachtig, vaak slechts weinige (6) per bladPithecolobium.Plokonie.6b.Peul recht of weinig gekromd, houtig met dikke randen, met 2 kleppen van den top naar de basis openspringend. Kleppen niet gedraaid, doch van elkaar verwijderd. Overigens gelijk aan de vorigeCalliandra.6c.Peul groot en vlak, in verhouding tot de lengte zeer breed, met dunne, bijna papier-dunne kleppen, niet openspringend. Blaadjes vrij dun, ongeveer 1 c.M. groot, veeljukkig en ook meerdere jukken het blad vormend. Overigens als de vorigenAlbizzia.7a.Bloemen behalve met 5 meeldraden, ook met 5 tot 10 staminodiën, die veel langer zijn dan de meeldraden en sterk gekleurd. Bloemen in lange, veelbloemige trossen. Boomen met dubbelgevinde bladeren, zoowel jukken van de 1steals van de 2deorde zeer talrijk. Blaadjes zeer smal en klein, hard en glanzendPentaclethra.7b.Bloemen zonder staminodiën, of indien er staminodiën zijn, dan zijn er niet tegelijk meeldraden in den bloem aanwezig88a.Helmknoppen op den top met een zittende of gesteelde klier, welke meest tijdens den bloei niet meer aanwezig is, maar in de knop of bij pasgeopende bloemen steeds te vinden is118b.Helmknoppen zonder klier op den top99a.Ongedoornde boomen met groote witte bloemhoofdjes van tweeslachtige zittende bloemen. Bloembladeren 5, vrij, meeldraden 10. Peul gesteeld, smal, plat, met 2 kleppen openspringend. Hoofdjes in groepen in de bladoksels staande of eenigszins tot trossen samengesteldLeucaena.9b.Kleine heesters of kruiden vaak met dorens1010a.Bloemen 4–5-, zelden 3-tallig, alle tweeslachtig. Kelk meest klein, soms bijna ontbrekend. Bloemkroon vergroeidbladig, klok-trechtervormig. Meeldraden evenveel of dubbel zooveel als de bloemkroonslippen, vrij, buiten de bloemkroon uitstekend. Vruchtbeginsel zittend of kortgesteeld, 2- tot meerzadig. Peul lang, plat, met een verdikte rand; bij het openspringen blijft deze rand zitten als één geheel; terwijl de rest of met twee kleppen openspringt, of in eenzadige stukken uiteenvalt. Planten meest met stekels. Bladeren dubbelgevind of de jukken handvormig bij elkaar aan het eind van den bladsteel zittendMimosa.Sien-sien.10b.Bloemen 5-tallig, in kleine gesteelde hoofdjes, die van onderen enkele geslachtslooze bloemen dragen met kleine bloemkroon en groote staminodiën, zonder vruchtbeginsel. Meeldraden 10 in de tweeslachtige bloemen. Peulen zittend, klein en smal. Zaden met hun lengteas evenwijdig met de lengteas van de peul. Kleine heesters met weinigjukkige bladeren, jukken met vele kleine blaadjesDesmanthus.11a.Bloemen in bolvormige of verlengde hoofdjes, die aan den basis een krans van geslachtslooze bloemen dragen. Bloemen 5-tallig met 10 meeldraden, de geslachtslooze met 10 zeer lange min of meer bladachtige staminodiën. Peulen betrekkelijk kort en breed. Meest water- of moerasplanten met een vleezigen kruipenden, sterk bewortelden wortelstok, waaruit de bebladerde stengels te voorschijn komenNeptunia.11b.Bloemen in lange aren of trossen, soms in samengestelde trossen1212a.Bloemen in lange trossen gesteeld, bloemsteel minstens even langals de bloem zelf. Bloemen 5-tallig met 10 korte meeldraden. Peul lang en smal, kleppen na het openspringen wat gedraaid. Zaden vuurrood. Ongedoornde boomen met dubbelgevinde bladeren.Adenanthera.12b.Bloemen zittend of zeer kort gesteeld1313a.Bloembladeren tot aan het midden vergroeid. Meeldraden buiten de bloemkroon uitstekend. Peul bij het rijpworden met 2 kleppen openspringend. Ongedoornde of sterk gedoornde vaak klimmende heestersPiptadenia.Tan pikien so.13b.Bloembladeren bijna geheel vrij. Meeldraden nauwelijks buiten de bloemkroon uitstekend. Peul meest groot en breed, uit elkaar vallend in eenzadige stukken, de naden als een geheel zitten blijvendEntada.14a.Bloemkroon duidelijk vlindervormig, d. i. duidelijk zijdelings-symmetrisch met één groot bloemblad en 4 kleinere; meeldraden alle 10 met elkaar tot een buis vergroeid die het vruchtbeginsel insluit of 9 vergroeid en 1 vrij4214b.Bloemkroon niet duidelijk vlindervormig; meeldraden 10 en dan niet tot een buis met elkaar vergroeid of minder dan 10, soms meer dan 101515a.Meeldraden talrijk, meest eenige groote en vele kleine. Kelk voor de bloei ongedeeld met zeer korte buis, tijdens de bloei 2–5-lobbig of onregelmatig verscheurd. Bloembladeren één, en dan groot of 2 kleine of geheel ontbrekend. Bladeren oneven gevind, soms 3-tallig, soms ook alleen een eindblaadje aanwezig, dus bladeren enkelvoudig. Boomen of heestersSwartzia.15b.Meeldraden 10 of minder1616a.Geen bloembladeren aanwezig1716b.Bloembladeren aanwezig1917a.Bladeren even gevind. Kelkbuis kort met 4 lobben. Meeldraden 8–10, vrij, vruchtbeginsel gesteeld, vrij op den bodem van de kelkbuis met 2 zaadknoppen. Peul kort en rond, 1-zadig. Blaadjes 1- tot meerjukkig gevind, leerachtig, vaak met doorschijnende puntjes. Bloemen klein, wit, zittend in samengestelde trossen.Copaifera.Hoeproe.17b.Bladeren oneven gevind1818a.Kelk met korte buis en 5, soms 4 lobben.Meeldraden 2, met korte helmdraden en lange helmhokjes. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen; peul zeer kort, bijna eirond, meest éénzadig. Blaadjes niet tegenoverstaand. BoomenDialium.18b.Kelk met korte buis en 4 vliezige lobben. Meeldraden 10, soms eenige minder, vrij. Vruchtbeginsel kort gesteeld vrij op den bodem van de kelkbuis, of scheef tegen een van de zijkanten van de kelkbuis aangegroeid. Boomen. Bloemen in trossenCrudia.19a.Bladeren duidelijk dubbel gevind, d. w. z., de hoofdbladsteel is eens vertakt voor ze de blaadjes draagt2019b.Bladeren enkelgevind, of enkelvoudige bladeren of indien er een enkele maal dubbel gevinde voorkomen, dan heeft de plant toch voor het meerendeel enkel gevinde bladeren2320a.Plant gedoornd, d. w. z. de steunblaadjes zijn doornig en de zeer korte hoofdbladsteel eindigt in een doorn. De jukken der bladerenzitten dicht op elkaar, ze dragen een groot aantal kleine blaadjes, die spoedig afvallen. Kelk enbloembladeren5, meeldraden 10, met behaarde helmdraden. Peulen plaatselijk verdikt, lang. Bloemen in trossenParkinsonia.20b.Plant niet gedoornd, of de dorens over de geheele plant verspreid2121a.Behalve de 5 vruchtbare meeldraden vindt men in de bloem ook nog 5 meeldraden zonder helmknoppen. Kelk vijflobbig. Bloembladeren 5. Bloemen in trossen. BoomenDimorphandra.Mora,Peto.21b.Alle 10 meeldraden met helmknoppen2222a.Kelkbladeren gelijk van grootte, in den knop niet met de randen over elkaar liggend, 5 in getal. Kroonbladeren 5, vuurrood of één er van witgeel met roode vlekken. Meeldraden 10, aan de basis behaard, naar boven gebogen. Blaadjes klein, zeer talrijk.Poinciana.22b.Kelkbladeren in den knop over elkaar liggend met de randen, een er van grooter dan de andere. Bloembladeren vrijwel gelijk aan elkaar of 1 kleiner. Meeldraden als de vorige. Peul zeer verschillend gevormd, soms niet openspringend. Planten ongestekeld of zeer sterk gestekeld. Blaadjes vrij groot en dan talrijk of groot en dan weinigeCaesalpinia.Sabina-bloem,Nickerie.23a.Bloembladeren52423b.Bloembladeren minder dan 5, soms zijn er 5 bloembladeren aanwezig, maar dan zijn enkele er van tot kleine schubjes gereduceerd en de andere veel grooter3724a.Bladeren met slechts 2 blaadjes of met één enkelvoudig of tweespletig tot tweedeelig blad2524b.Bladeren gevind met meer dan 2 blaadjes2825a.Kelk met een korte of lange buis, vóór den bloei niet in slippen gedeeld en aan den top gesloten, of, indien de kelk wel in den knop gedeeld is, dan is hij kort-5-tandig en beneden de tanden vernauwd, zoodat de bloemknop gekroond schijnt met de 5 korte kelktandjes.Meeldraden 10, alle met helmknopjes en dan meest 5 lange en en 5 korte meeldraden, of 1 of meerdere meeldraden zonder helmknoppen of geheel ontbrekend. Bloembladeren tamelijk gelijk. Boomen of (vaker) lianen met enkelvoudige of aan den top ingesneden bladeren of twee zittende blaadjes op den steelBauhinia.Sekrepatoe-trapoe.25b.Kelkbladeren reeds voor de bloei tot aan de kelkbuis vrij2626a.Bloemen in veelbloemige korte gedrongen pluimen of in bundels uit het hout te voorschijn komend; klein. Kelkbladeren dun, 4 of 5. Meeldraden 10. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul kort, eirond of niervormig. Blaadjes naar den top toegespitst, doch de top zelfingesnedenCynometra.26b.Bloemen in tenminste ten deele eindelingsche pluimen van groote bloemen met 4 harde kelkbladeren2727a.Stempel klein. Peul dik, bijna cylindrisch, niet openspringend. Bladeren met duidelijke doorschijnende puntjesHymenaea.Lokus.27b.Stempel verbreed. Peul vlak scheef, met 2 kleppen openspringend. Doorschijnende puntjes in de bladeren afwezig of onduidelijk.Peltogyne.Purperhart.28a.Meeldraden 5, evenlang, tegenover de 5 onderling bijna gelijkebloembladeren staand; bovendien 5, naar den top knotsvormig verdikte staminodiën in de bloem. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Bloemen in dichte arenDimorphandra.Peto,Mora.28b.Meeldraden meer of minder dan 5, of indien er 5 meeldraden zijn, dan zijn ze niet alle gelijk van vorm en grootte en zijn er niet tevens 5 even groote staminodiën aanwezig2929a.Meeldraden 4, gelijk van grootte (zelden 5) met zeer korte helmdraden en lange spitse helmknoppen, die aan den top met een gat opengaan. Kelkbladeren 5, spits. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Peul dun, leerachtig met gevleugelde nadenMartiusia.Purperhart.29b.Meeldraden meer dan 53030a.Bloemen duidelijk zijdelings symmetrisch, dus of bloembladeren of meeldraden, of beide, niet aan elkaar gelijk in vorm en grootte; indien de 10 meeldraden alle gelijk zijn, dan springen ze met gaten aan den top open3130b.Bloemen regelmatig; dus bloembladeren alle vrijwel evengroot en ook de meeldraden evengroot, of indien er 10 meeldraden zijn, dan zijn er 5 langere die afwisselen met 5 kortere en met spleten over de geheele lengte openspringen3431a.Bladeren evengevind. Bloemkroon niet vlindervormig3231b.Bladeren oneven gevind. Bloemkroon duidelijk vlindervormig3332a.Bloemknoppen opvallend gekromd en aan den top knots-vormig verdikt. Kelkslippen ongelijk. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Meeldraden 10, aan de basis behaard; de helmknoppen aan den rug bevestigd, meest 3 dikkere en kortere meeldraden met kleinere helmknoppen en 7 langere, dunnere meeldraden met grootere helmknoppen. Boomen met gele bloemen in trossenTachigalia.32b.Bloemknoppen niet gekromd en knotsvormig. Kelkbladeren bijna geheel vrij. Bloembladeren meest geel-oranje, alle gelijk of enkele wat groot. Meeldraden soms 10, en dan aan den top met poriën of korte spleten openspringend, meest echter enkele meeldraden met veel grootere helmknoppen dan de andere. Helmdraden aan de basis der helmknoppen bevestigd. Peul zeer verschillend, plat, steelrond of gevleugeldCassia.Slabriki.33a.Kelkbuis lang klokvormig, met 5 tanden, waarvan de beide bovenste hooger met elkaar vergroeid zijn. Meeldraden 10, vrij. Stijl gebogen niet opgerold met eindelingsche stempel. Peul met 2 kleppen openspringendDiplotropis.Zwarte kabbes.33b.Kelkbuis kort trechter- of bekervormig; de bovenste kelkslippen wat vergroeid. Meeldraden ongelijk, vrij, 10 met helmknopjes of soms 2 zonder, en 8 met helmknoppen. Stijl opgerold met scheeven stempel. Peul met 2 kleppen openspringendOrmosia.34a.Bloembladeren grooter en breeder dan de kelkbladeren3534b.Bloembladeren smal en klein, kleiner of nauwelijks grooter dan de kelkbladeren3635a.Helmknoppen eirond, met spleten openspringend; helmdraad aan de rugzijde van den helmknop ingehecht. Bloemen in veelbloemige dichte trossen. Bladeren enkel-gevind, of soms vindt men aan dezelfde plant ook dubbelgevinde bladeren. Blaadjes naar den voet smal toeloopend, aan den top recht afgesneden of eenigszins ingesnedenHaematoxylon.35b.Helmknoppen lang en smal, met gaten of korte spleten aan den top openspringend; helmdraad aan de basis ingehecht. Bloemen in weinigbloemige trossen of alleenstaand, blaadjes spits aan den topCassia.36a.Kelk bijna geheel losbladig met 5 tamelijk gelijke bladeren. Bloembladeren 5, klein en smal. (het naar de as gekeerde (bovenste) bloemblad wordt door de beide naastliggende met de randen overdekt) Meeldraden 10, aan de basis behaard. Vruchtbeginsel gesteeld; bladeren oneven of soms schijnbaar evengevindSclerolobium.36b.Kelk vergroeidbladig klokvormig met 5 gelijke met de randen tegen elkaar liggende slippen. Bloembladeren bijna gelijk, het bovenste soms wat grooter dan de andere en in den knop de beide naburige bedekkend. Meeldraden vrij, langer dan de bloembladeren. Bladeren even- of oneven gevindSweetia.37a.Bladeren enkelvoudig, d. w. z. van het gevinde blad is alleen het eindblaadje aanwezig. Kelk met 4 slippen. Bloembladeren 1 of 1 groote en 2 kleinere ernaast. Meeldraden 9Palovea.37b.Bladeren gevind3838a.Bloembladeren 1, groot, soms met nog eenige kleine schubben ernaast3938b.Drie groote bloembladeren, soms nog met 2 kleine schubben4039a.Meeldraden 10 alle met helmknoppen of 5 met, en 5 zonder helmknoppen. Het bloemblad zittend, zeer breed. Peul vaak langgesteeld en hangend, plat, breed en min of meer roodbruin en kortbehaardEperua.Walaba,Bijlhout.39b.Meeldraden 10 of minder, daarvan 3 met helmknoppen en 7 of minder zonder helmknoppen. Het bloemblad is genageld, in de knop samengevouwen, later min of meer helmvormig, de andere 2 of 4 bloembladeren zijn schubvormigMacrolobium.40a.Meeldraden 2, ongelijk met korte dikke helmdraden, en dikke helmknoppen, die aan den top openspringen. Kelk met 5 slippen. Bladeren onevengevind met weinig blaadjesDicorynia.Basra-lokus.40b.Meeldraden 3 of meer; kelk met 4 slippen4141a.De 3 vruchtbare meeldraden met de helmdraden vergroeid; de overige 2 meeldraden alleen als kleine tandjes naast de vruchtbare meeldraden te zien. Bloemsteelblaadjes onder den kelk spoedig afvallendTamarindus.41b.Meeldraden 9, helmdraden alle met elkaar vergroeid tot een gespleten buis; helmdraden van boven vrij, 3 zeer lang met helmknoppen, de 6 andere korter en ongelijk met leege helmknoppen of zonder helmknoppen. De vier kelkbladeren groot, bloembladachtig. Bloemsteelblaadjes onder den kelk tijdens den bloei blijvendHeterostemon.42a.Blaadjes slechts 3 per blad, of één, of soms (Crotalaria) meer dan 3 blaadjes maar dan handvormig samengesteld4342b.Bladeren oneven gevind en dan 5 of meer blaadjes of even gevind, en dan één- tot meerjukkig6143a.Boomen of groote niet klimmende heester4443b.Kleine, soms wat houtachtige, liggende of klimmende kruiden, of lianen4544a.Stam en takken vaak met stekels bezet. Blaadjes met kliervormige korte stipellen aan den voet, het eindblaadje breed, min of meerruitvormig, de beide zijblaadjes scheef; bloemen lang en smal; vlag veel langer dan de kiel. Bloem meest vuurrood in trossenErythrina.Koffie-mama.44b.Slechts 1 blaadje aanwezig met 2 stipellen aan den voet. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Peul cirkelrond, vliezig met 1–3 zaden. Helmdraad aan den rug der helmknoppen vastzittendCyclolobium.44c.Drie of één blaadje, doch steeds zonder stipellen. Indien er 5 blaadjes aanwezig zijn, dan heeft diezelfde boom ook takken waar maar 3 of 1 blaadje per blad voorkomen. Blaadjes niet tegenoverstaand. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul cirkelrond of eirond met 1 zaad, leerachtig, niet openspringendDalbergia.45a.Bloemen zeer groot, de kiel opvallend grooter dan de vlag, met een gekromde hoornachtige lange punt. De 10demeeldraad geheel vrij, de overige meeldraden afwisselend langer en korter; vlag met 2 oortjes aan de basis. Peul dik, vaak met stijve brandharenMucuna.45b.Kiel even groot als, of kleiner dan de vlag4646a.Vlag cirkelrond, van achteren boven de nagel met een spoor of knobbel. Klimmende of liggende kruiden met 3 of 1 blaadje met stipellen. De 10demeeldraad meest een weinig met de andere verbonden. Bloemsteelblaadjes groot, tegen de kelk aangedruktCentrosema.46b.Vlag van achteren zonder spoor of knobbel4747a.Blaadjes zonder stipellen. (Zie ook Cajanus met zeer kleine stipellen)4847b.Blaadjes met stipellen5148a.De 10demeeldraad geheel vrij, even boven de basis plaatselijk verbreed4948b.Alle 10 meeldraden vergroeid met elkaar, buis der helmdraden open of gesloten5049a.De navelvlek van het zaad is rond of slechts weinig verlengd; de zaadstreng zit in het midden er van vastgehecht. Klimplanten met breede blaadjes en korte 1- of 2-zadige peulenRhynchosia.49b.De navelvlek van het zaad is smal en langwerpig en de zaadstreng zit aan het eind er van ingehecht. Planten meest niet klimmend, vaak vrij sterk behaard met lange en smalle blaadjes. Peulen als de vorigeEriosema.50a.Kruiden of kleine heesters met ruwe of kleverige haren bezet. Blaadjes steeds 3, zeer smal en meest niet grooter dan 2 cM., vaak zelfs veel kleiner. Bloemen in dichte aren. Vruchtbeginsel met 2–3 zaadknoppen; peul met 1 of 2 zaden, indien er 2 zaden aanwezig zijn dan is de peul ingesnoerd tusschen de zaden en valt hij in 2 stukken uiteen. Peul met een haakje aan den topStylosanthes.50b.Planten meest kaal; blaadjes steeds grooter dan 2 cM., vaak alleenstaand, meest 3 bij elkaar, soms ook 5 of meer, handvormig. Bloemen in losse trossen. Buis der helmdraden van boven open. Vruchtbeginsel met meerdere zaadknoppen. Peul opgeblazenCrotalaria.51a.Bloeistengel bezet met korte, (1–2 mM.) dikke, gekromde zijtakjes, waarop de gesteelde bloemen groepsgewijs ingehecht zijn5251b.Bloeistengels zonder dergelijke verdikte en korte zijtakjes5852a.Stijl aan de binnenzijde over de geheele lengte lang behaard5352b.Stijl kaal, soms alleen van onderen wat behaard5553a.Kiel spiraalvormig opgerold. Vlag met kleine oortjes aan de basis, in het midden met overlangsche verdikkingen. De 10demeeldraad vrij, aan de basis wat verdikt. Klimplanten met bloemtrossen in de oksels van de bladerenPhaseolus.53b.Kiel niet in een spiraal opgerold5454a.Stempel zeer scheef naar de binnenzijde langs de stijl afloopend. Bloemen aan het eind van den bloeistengel dicht opeenzittendVigna.54b.Stempel eindelingsch, niet scheef. Bloemen min of meer groepsgewijs langs den bloeistengel verspreidDolichos.55a.De 10demeeldraad geheel vrij van de 9 anderen5655b.De 10demeeldraad alleen aan de basis vrij, hooger op met de 9 anderen in een buis vergroeid5756a.Bovenste kelkslip 2-tandig of 2-spletig, dus er zijn 5 kelkslippen voorhanden. Vlag met naar binnen gebogen oortjes. Peul smal en lang. Klimmende kruiden of heesters. Bloemen blauw of violetCalopogonium.56b.Bovenste kelkslip niet ingesneden, dus in het geheel maar 4 kelkslippen. Vlag met zeer kleine oortjes of zonder oortjes. Planten klimmend of rechtopstaandGalactia.57a.Kelk met 4 bijna gelijke slippen. Vlag met naar binnen geslagen oortjes bij den basis. Alle helmknoppen gelijk of 5 met zeer kleine en stuifmeellooze helmknoppen. Peul vaak kort en breed, hard en leerachtig. Hoog klimmende heesters met de bloemen in trossen. De zijtakjes van den bloeistengel vaak wat verlengd en haakvormig gebogenDioclea.57b.Kelk duidelijk tweelippig, de bovenlip het grootst, met 1 of 2 slippen; de onderlip veel kleiner, 3-tandig of gaafrandig. Vlag met of zonder oortjes. Kiel soms met een iets gedraaide snavel.Peul tamelijk dunwandig.Knoppenvan den bloeistengel niet opvallend grootCanavalia.58a.Peulen zeer plat en dun, klein, tusschen de zaden smaller en op die plaatsen brekend, zoodat de peul in vele eenzadige stukken uiteenvalt. Bloemen meest zeer klein. De 10demeeldraad aan de basis vrij, naar boven met de anderen vergroeid. Kruiden of kleine heesters. Blaadjes 3 of 1. Bloemen in enkelvoudige of wat vertakte trosvormige bloeiwijzenDesmodium.58b.Peulen niet plat, of als ze plat zijn niet tusschen de zaden versmald en niet in stukken uiteenvallend5959a.Bladeren met één blaadje, onder aan den stengel bijna cirkelrond, naar boven langwerpig. Bloemen klein; de 10demeeldraad geheel los. Peul bijna rolrond, niet of nauwelijks tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in kleine trossen. Groote steunbladerenAlysicarpus.59b.Blaadjes 36060a.Stijl aan de binnenzijde behaard. Vlag groot, aan den top ingesneden. De 10demeeldraad vrij of met de andere min of meer vergroeid. Klimmende kruiden of lianen, in het laatste geval komen de bloemen soms uit het hout te voorschijnClitoria.60b.Stijl kaal. Vlag teruggebogen, cirkelrond met naar binnen gekeerdeoortjes aan de basis. 10demeeldraad geheel vrij. Peul lang en vrij smal, lang toegespitst, met dikke zaden die scheef liggen tenopzichtevan de lengterichting der peul, tusschen de zaden met ingedrukte scheeve dwarslijnenCajanus.61a.Bladeren met slechts 1 paar blaadjes, zonder stipellen. Vlag bijna cirkelrond. Meeldraden alle vergroeid, 9 of 10, 5 langer of korter dan de andere. Peul uit geledingen bestaande, met borstelvormige haren bezet. Kleine kruidenZornia.61b.Meer dan 2 blaadjes aan elk blad6262a.Bladen even gevind, 2-jukkig, dus in het geheel 4 blaadjes. Kelk met een lange buis, die schijnbaar de bloemsteel is, onder in de buis zit het vruchtbeginsel, van boven is de buis verwijd tot de gewone vorm van een kelk. Bloemen geel. Meeldraden 9 of 10, alle vergroeid, afwisselend grooter en kleiner. Peul dik en kort met 1–3 zaden, in de aarde rijp wordendArachis.Pinda.62b.Bladeren meerjukkig, even of oneven gevind. Kelk niet in een lange buis verlengd6363a.Peulen gesteeld, klein, plat, recht, gekromd of zelfs spiraalvormig opgerold in eenzadige stukken uiteenvallend, tusschen de zaden smaller, met 2 tot vele zaden, vaak behaard of met kleine stekeltjes. Meeldraden vergroeid in een aan één of twee zijden gespleten buis. Liggende of rechtopstaande kruiden of kleine heesters met even- of oneven-gevinde bladeren met kleine blaadjes. Bloemen klein, geel of purper geaderd, in trossenAeschynomene.63b.Peulen niet plat en in stukken uiteenvallend, of indien ze in stukken uiteenvallen (Chaetocalyx) dan niet tusschen de zaden ingesnoerd en de kelk tevens met weinige borstelige haren bezet6464a.Bladeren even gevind (zonder eindblaadje)6564b.Bladeren oneven gevind (met eindblaadje)6665a.Kelk met 2 bloemsteelblaadjes aan den voet, met zeer korte tanden. Vlag met een korte nagel, die tegen de helmdraden vastgegroeid is. Slechts 9 meeldraden aanwezig, vergroeid in een aan één zijde open buis; de buis recht. Klimmende kruiden of dunne lianen, bladeren veeljukkig; in plaats van het eindblaadje een smal steeltje. Bloemen in trossen. Peul vrij kort; zaden vuurrood met een zwarte vlekAbrus.Kokriki.65b.De bloemsteelblaadjes borstelvormig, meest vroeg afvallend. Negen meeldraden vergroeid, de 10devrij, alle bij de basis knievormig gebogen. Peul smal, plat of rond, 4-kantig of 4-vleugelig. Planten niet klimmendSesbania.66a.Rechtopstaande of klimmende kruiden6766b.Boomen of lianen, of groote niet-klimmende heesters met niet openspringende peulen7067a.Bladeren 2–3-jukkig gevind, blaadjes met stipellen. Stijl aan de binnenzijde behaard. Klimplant met groote blauwe bloemenClitoria.67b.Blaadjes zonder stipellen, soms met zeer kleine stipellen maar dan is de plant geen klimplant en staan de bloemen in dichte trossen6868a.Klimmende kruiden met verspreide borstelvormige haren op den stengel en op de kelk. De 10 meeldraden alle met elkaar vergroeid tot een aan één zijde open buis. Peul zeer lang en dun, bijnarolrond, tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in armbloemige trossen in de bladokselsChaetocalyx.68b.Rechtopstaande kruiden of kleine heesters6969a.Bloemen kleiner dan 1 cM. in korte dichtbloemige trossen. Helmknoppen aan den top met een puntje. Stijl rolrond kaal. Peulen kort en dik, rolrond, meest gekromdIndigofera.Ningo,Iningo.69b.Bloemen 1 cM. groot of grooter; in lange trossen. Helmknoppen niet met een puntje aan den top. Stijl vlak, kaal of behaard. Peulen plat en recht. Planten meest grijsbehaardTephrosia.70a.Kelk met een korte buis en met 2 lange en breede slippen, die den bloemkroon ten deele inhullen. De overige slippen van de kelk kort en spits of zeer klein. Vrucht een eironde eenigszins platte steenvrucht, niet openspringend, met 1 zaadDipteryx.Tonka,Serapi.70b.Alle kelkslippen vrijwel even groot7171a.Blaadjes van het blad in paren tegenover elkaar staand7271b.Blaadjes van het blad niet in paren, doch min of meer onregelmatig langs de bladsteel verspreid7672a.Vrucht een ronde of eironde steenvrucht7372b.Vrucht vliezig, leerachtig of houtig, plat of gevleugeld, in geen geval een steenvrucht, doch ook niet openspringend7473a.Kelk bekervormig met zeer kleine tanden. Bloemen meest violet. Vlag lang genageld. De 10demeeldraad vrij. Bloemen in pluimen. BoomenAndira.73b.Kelk met duidelijke spitse tanden. Bloemen geel. Overigens als de vorigeGeoffraea.74a.Peul aan de bovennaad gevleugeld, dun of leerachtig. Bloemen witgeel, in lange dichte trossen. Blaadjes meest 5 per blad, kelk met korte tanden. De10demeeldraad aan de basis vrij. LianenDerris.74b.Peul ongevleugeld7575a.Peul plat, min of meer verlengd, vliezig of leerachtig. Kelk met zeer korte tanden of zonder tanden. De 10demeeldraad aan de basis alleen vrij. Vlag vaak behaard. Boomen of lianen met meerjukkige bladeren, blaadjes soms met doorschijnende puntjesLonchocarpus.75b.Peul rolrond, tusschen de zaden smaller, soms maar 1 zaad aanwezig en dan is de peul ongeveer bolvormig. Bloemen als de vorige. Boom, 5 blaadjes per bladMüllera.76a.Helmknoppen eindelings, klein,helmdraad aan de basis ervan ingehecht.Peul met weinige zaden of met 1 zaad, min of meer verlengd. Bloem kleinDalbergia.76b.Helmdraden aan de rugzijde van de helmknop ingehecht7777a.Peul langwerpig, naar den top in een smallen, geaderde vleugel overgaand aan de basis met 1 zaad. Kelk met korte tanden. Vlag van buiten meest behaard. Boomen of klimmende heesters vaak met doornige steunbladerenMachaerium.77b.Peul leerachtig, langwerpig en sikkelvormig of bijna in een cirkel gekromd,ongevleugeld. Bloemen als de vorige. Vlag steeds van buiten behaard. Steunbladeren vaak doornigDrepanocarpus.77c.Peul bijna cirkelrond, min of meer gevleugeld. Vlag kaal7878a.Kelk naar den voet versmald, duidelijk getand. Bloemen geel, soms met een violette vlek op den vlag in trossen. Peul rondom gevleugeldPterocarpus.78b.Kelk klokvormig, met zeer kleine tanden. Bloemen violet in pluimen. Peul alleen aan de bovenzijde gevleugeldVatairea.
Orde:Rhoeadales.104.Papaveraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf, kelkbladeren 2, (zelden 3); kroonbladeren 4, (zelden 6 of ontbrekend of meer); meeldraden vele of maar 4 of 2,in het laatste geval vertakt; vruchtbeginsel éénhokkig bovenstandig met 2–16 wandstandige zaadlijsten en talrijke zaadknoppen of met 1 zaadknop; vrucht een doosvrucht, zelden een gesloten vrucht; meest kruiden met verspreide bladeren, vaak met melksap.Planten met ingesneden bladeren, met stekels op de bladnerven; bloemen geel, meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel met stekelsArgemone.105.Cruciferae.Bloemen met twee 2-tallige kransen van kelkbladeren en een viertallige krans van bloembladeren, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 6, twee korte en vier lange; vruchtbeginsel tweehokkig, bovenstandig met wandstandige zaadlijsten en vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een hauw, zelden een gesloten vrucht; kruiden, zeer zelden houtige planten met verspreide bladeren; bloemen zonder schutbladeren en bloemsteelblaadjes in trossen.1a.Vrucht slechts weinig langer dan breed, elliptisch met 1 zaad in elk hokje. Bloemen witLepidium.1b.Vrucht veel langer dan breed, met meerdere zaden in elk hokje. Bloemen geel, bladeren vindeeligNasturtium.107.Capparidaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas ring- of schubvormig, of zelden tot een buisvormig lichaam binnen de bloem ontwikkeld; onder de meeldraden soms, onder het vruchtbeginsel bijna steeds steelvormig verlengd (gynophoor); kelk 4-bladig; kroon 4-bladig, meeldraden vele tot 6–4; vruchtbeginsel 1-hokkig of meerhokkig; zaadknoppen talrijk; vrucht een doosvrucht, een bes of een steenvrucht; kruiden of heesters met verspreide, enkelvoudige of meest handvormig samengestelde bladeren, vaak met steunbladeren.1a.Kruidachtige planten. Meeldraden 621b.Heesters of boomen met 3-tallige bladeren, kelk afvallend. Bloembladeren 4, met een lange nagel. Bloembodem zonder schubben. Meeldraden talrijk op een korte androphoor. Vruchtbeginsel op een lang gynophoor. Bloemen soms éénslachtigCrataeva.2a.Meeldraden 6; zonder androphoor, dus in de basis van de bloem gezeten. Vruchtbeginsel lang gesteeld. Bladeren handvormig samengesteldCleome.2b.Meeldraden en vruchtbeginsel op een gemeenschappelijke steel (androgynophoor) gezeten. Bladeren als de vorige(Pedicellaria.)Gynandropsis.Akaja.109.Moringaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, vijftallig, tweeslachtig, een weinig zygomorf; bloemas schotelvormig; kelkbladeren 6, bloembladeren 5, meeldraden 10, waarvan 5 zonder helmknoppen; vruchtbeginsel bovenstandig, eenhokkig met 3 wandstandige zaadlijsten, op een kort gynophoor gezeten; zaadknoppen talrijk; vrucht een lange doosvrucht, driekleppig, met groote zaden met 3 vleugels, boomen met dubbel- of driemaal gevinde bladeren zonder steunbladeren; bloemen in pluimen. Eenig geslachtMoringa.Peperwortelboom.Orde:Sarraceniales.112.Droseraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 5- tot 4-tallig, tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloemkroon 4–5-bladig; meeldraden 5–4 soms met nog een kransvan 5 tot vele meeldraden; vruchtbeginsel 1-hokkig, bovenstandig met 5–3 stijlen en meest talrijke zaadknoppen; vrucht een doosvrucht, met vele zaden; kruiden met verspreide bladeren.Kleine kruidachtige planten met een roset van blaadjes, die met roode, kleverige haren bezet zijn. Bloemen rose, in lange onbebladerde trossenDrosera.Orde:Rosales.113.Podostemonaceae.Bloemen met een kelk alleen, tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; meeldraden talrijk en in kransen of 1–2, éénzijdig; vruchtbeginsel bovenstandig, met 2–3 stijlen, tweehokkig met vele zaadknoppen; kelk uit zeer kleine schubben bestaand; meest kleine, soms groote kruiden, die in sterk stroomend water groeien en meest aan rotsen bevestigd zijn; stengel vaak dik en onregelmatig van vorm; wortels meest met bladgroen en met spruiten bezet; bloeiwijzen zeer verschillend van vorm.1a.Bladeren zeer groot en onregelmatig van vorm, niet langgerekt, meest met doornachtige aanhangselen. Bloemen in een groote tweezijdige tros of aar met vele meeldradenMourera.Koemaroe-njam-njam.1b.Bladeren klein of ontbrekend of langgerekt. Bloemen niet in tweezijdige aren22a.Bloemdek 3-deelig. Eén meeldraad, vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stempels. Onder den bloemsteel geen scheede aanwezig. Kleine plantenTristicha.2b.Vruchtbeginsel steeds 2-hokkig met 2 stempels. Onder den bloemsteel een scheede33a.Stempels breed en plat. Bloemdekschubben 3–5; smal. Meeldraden 2–6. Vruchtbeginsel en doosvrucht met duidelijke ribben. Stengels sterk verdikt en onregelmatig met groote holten, waaruit de bloemen groepsgewijs te voorschijn komenLophogyne.3b.Stempels draadvormig44a.Bladeren of stengels of beide, lang, vlottend. Bloemen met vele meeldraden en dan regelmatig of met weinig meeldraden (tot 1 toe) en dan zijdelings symmetrisch. Doosvrucht glad of met zwakke ribbenOenone.4b.Planten meest zeer klein met weinig verlengdestengels. Bloemen steeds zijdelingsch symmetrisch met 1–5 meeldraden. Doosvrucht met duidelijke ribbenApinagia.115.Crassulaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 3–30-tallig; meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; meest tweeslachtig; regelmatig; bloembladeren vrij of vergroeid; vruchtbeginsels één of meerdere, meest vrij van elkaar, 1-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht meest een kokervrucht; planten vleezig, meest kruidachtig, soms een weinig houtig; bladeren zonder steunbladeren.Groote kruiden, aan de basis wat houtig, met vleezige stengels en bladeren; aan den rand der bladeren komen vaak jonge plantjes te voorschijn. Bloemen 4-tallig. Bloemkroon lang-buisvormig met 8 meeldraden op de buis ingehechtBryophyllum.Wonderblad.126.Rosaceae.(OnderfamilieChrysobalanaceae).Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk, meest 5-, soms meertallig; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas min of meer bekervormig of buisvormig; kelkbladeren, kroonbladeren en meeldraden aan den rand van den bloembodem; vruchtbeginsels 1–5, aan de wand of in het midden van den bloembodem ingeplant met 1 of 2 zaadknoppen; stijl meest aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht; boomen of heesters met enkelvoudigebladerenmet steunbladeren.1a.Bloemen bijna regelmatig, alleen het vruchtbeginsel soms niet precies in het midden van den urnvormigen bloembodem gezeten. Meeldraden in een krans, niet eenzijdig ontwikkeld21b.Bloemen zijdelings symmetrisch, het vruchtbeginsel hoog tegen den wand van den buis- of urnvormige bloembodem vastgegroeid, de meeldraden eenzijdig ontwikkeld32a.Bloembodem trechtervormig; vruchtbeginsel precies in het midden op den bodem. Meeldraden talrijk, bloembladeren grooter dan de kelk. Bloeiwijzen okselstandig of eindstandig, pluimvormig, meest kleiner dan de bladeren. Bladeren zeer kort gesteeld, naar den voet toegespitst aan den top afgerond of ingesneden. Steen van de vrucht met 5 of meer onregelmatige lijstenChrysobalanus.2b.Bloembodem halfbolvormig of urnvormig. Vruchtbeginsel een weinig zijdelings gezeten. Bloembladeren soms zeer klein of ontbrekend, soms vrij groot; meeldraden soms zeer weinig (3–6) en dan een weinig eenzijdig of talrijker, tot 20 toe, en dan in een krans. Bloeiwijzen groote pluimen en dan grooter dan de bladeren, of indien ze kleiner zijn dan de bladeren, dan de bloeiwijze trosvormig met zittende bloemenLicania.Anoura.Kwepi.3a.Meeldraden met helmknoppen 3–8, lang en dun. Bloeias meest buisvormig. Bloemen rood of paars. Stengels en bladeren vaak met stijve haren bezet. Bloeiwijzen ijle eind- of okselstandige trossen met vrij lang gesteelde bloemenHirtella.3b.Vruchtbare meeldraden talrijk44a.Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht 1-zadig. Bloeias zeer lang, buisvormig met het vruchtbeginsel aan den rand. Meeldraden aan den basis een weinig vergroeid. Bloemen meest in samengestelde trossenCouepia.Kweebi.4b.Vruchtbeginsel 2-hokkig. Vrucht meest 2-zadig. Bloembodem niet buisvormig. Meeldraden 10–20. Bloeiwijzen een dichte en korte pluim. Bladeren van onderen evenals de bloemen dunviltigParinarium.127.Connaraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 5-tallig, met 10 meeldraden, tweeslachtig, zelden éénslachtig, regelmatig; kelk meest na den bloei blijvend en de basis van de rijpe vrucht omhullend; bloembladeren 5, soms een weinig vergroeid; vruchtbeginsels bovenstandig, meest 5, zelden 4 of 1 met 2 zaadknoppen; meest maar één vruchtbeginsel zich tot vrucht ontwikkelend; doosvrucht met 1 zaad; meest klimmende heesters, zelden boomen met verspreide, oneven gevinde bladeren zonder steunbladeren.1a.Doosvrucht gesteeld; resten van den kelk om den steel zitten blijvend, na den bloei niet of nauwelijks vergroot. Bloembladerenmeest langer dan de kelk. Vaak maar één vruchtbeginsel, soms tot 5Connarus.1b.Doosvrucht ongesteeld; de kelk na den bloei vergroot en de basis van de vrucht vaak tot het midden omvattend. Bloembladeren meest even groot als de kelk. Vruchtbeginsels 5Rourea.128.Leguminosae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms alleen met kelk; 5-tallig, meest met 10 meeldraden, maar soms ook met meer of minder meeldraden; tweeslachtig, zelden éénslachtig; regelmatig of vaker zygomorf; vruchtbeginsel bijna steeds 1, zelden 2–5, bovenstandig, 1-hokkig, met vele, zelden 1 zaadknop; stijl eindelingsch; vrucht meest een peul soms een kokervrucht of niet openspringend; boomen, heesters of kruiden met verspreide, meest samengestelde bladeren met steunbladeren; bloemen meest in trossen.1a.Bloemen klein, volkomen regelmatig, in hoofdjes of trossen. Bloembladeren in den knop met de randen tegen elkaar aanliggend2Mimosaceae.1b.Bloemen vrij groot of groot, meest duidelijk zijdelings-symmetrisch, soms ook minder duidelijk maar in ieder geval liggen de bloembladeren in den knop met de randen over elkaarPapilionaceae.142a.Boomen met dubbel gevinde bladeren. Steel van de bloeiwijze forsch, aan het eind knotsvormig opgezwollen, bezet met een zeer groot aantal bloemen, waarvan de bovenste tweeslachtig zijn, de onderste alleen lange staminodiën hebben of staminodiën en een vruchtbeginsel. Peulen grootParkia.Ajoewa.2b.Boomen of kleinere of grootere heesters of kruiden met de bloemen in trossen of als ze in hoofdjes staan, dan de steel niet aan den top verdikt33a.Meeldraden (de staminodiën niet meegerekend) evenveel of dubbelzooveel als bloemkroonslippen73b.Meeldraden meer dan 10 in elke bloem44a.Meeldraden tot een buis vergroeid, die vaak buiten de bloemkroon uitsteekt54b.Meeldraden alle vrij. Bloemen in hoofdjes. Bloemkroon 5-deelig. Bladeren dubbelgevind, blaadjes klein. Takken ongedoornd, en alleen met doornige steunblaadjes of geheel met doornen bezetAcacia.Leguana-tere.5a.Bladeren enkelvoudig gevind, meest met vleugels aan den steel tusschen de jukken; op de plaats, waar een paar blaadjesvastzittendraagt de steel bijna altijd een cirkelvormige klier. Blaadjes groot. Meeldraden ver buiten de buis van de bloemkroon uitstekend. Bloemen in hoofdjes of aren, of soms meer vertakte bloeiwijzenInga.Swietie-boonkie.Plokonie.5b.Bladeren dubbel-gevind, soms is er maar 1 juk van de eerste orde aanwezig, en bestaat elk juk slechts uit 4 blaadjes66a.Peul dik en plat, leerachtig of wat vleezig, recht of gebogen of soms zelfs een weinig opgerold; niet openspringend of indien hij openspringt, dan draaien de kleppen zich kurketrekkervormig; een enkele maal valt de peul ook in 1-zadige stukken uit elkaar. Blaadjes meest leerachtig, vaak slechts weinige (6) per bladPithecolobium.Plokonie.6b.Peul recht of weinig gekromd, houtig met dikke randen, met 2 kleppen van den top naar de basis openspringend. Kleppen niet gedraaid, doch van elkaar verwijderd. Overigens gelijk aan de vorigeCalliandra.6c.Peul groot en vlak, in verhouding tot de lengte zeer breed, met dunne, bijna papier-dunne kleppen, niet openspringend. Blaadjes vrij dun, ongeveer 1 c.M. groot, veeljukkig en ook meerdere jukken het blad vormend. Overigens als de vorigenAlbizzia.7a.Bloemen behalve met 5 meeldraden, ook met 5 tot 10 staminodiën, die veel langer zijn dan de meeldraden en sterk gekleurd. Bloemen in lange, veelbloemige trossen. Boomen met dubbelgevinde bladeren, zoowel jukken van de 1steals van de 2deorde zeer talrijk. Blaadjes zeer smal en klein, hard en glanzendPentaclethra.7b.Bloemen zonder staminodiën, of indien er staminodiën zijn, dan zijn er niet tegelijk meeldraden in den bloem aanwezig88a.Helmknoppen op den top met een zittende of gesteelde klier, welke meest tijdens den bloei niet meer aanwezig is, maar in de knop of bij pasgeopende bloemen steeds te vinden is118b.Helmknoppen zonder klier op den top99a.Ongedoornde boomen met groote witte bloemhoofdjes van tweeslachtige zittende bloemen. Bloembladeren 5, vrij, meeldraden 10. Peul gesteeld, smal, plat, met 2 kleppen openspringend. Hoofdjes in groepen in de bladoksels staande of eenigszins tot trossen samengesteldLeucaena.9b.Kleine heesters of kruiden vaak met dorens1010a.Bloemen 4–5-, zelden 3-tallig, alle tweeslachtig. Kelk meest klein, soms bijna ontbrekend. Bloemkroon vergroeidbladig, klok-trechtervormig. Meeldraden evenveel of dubbel zooveel als de bloemkroonslippen, vrij, buiten de bloemkroon uitstekend. Vruchtbeginsel zittend of kortgesteeld, 2- tot meerzadig. Peul lang, plat, met een verdikte rand; bij het openspringen blijft deze rand zitten als één geheel; terwijl de rest of met twee kleppen openspringt, of in eenzadige stukken uiteenvalt. Planten meest met stekels. Bladeren dubbelgevind of de jukken handvormig bij elkaar aan het eind van den bladsteel zittendMimosa.Sien-sien.10b.Bloemen 5-tallig, in kleine gesteelde hoofdjes, die van onderen enkele geslachtslooze bloemen dragen met kleine bloemkroon en groote staminodiën, zonder vruchtbeginsel. Meeldraden 10 in de tweeslachtige bloemen. Peulen zittend, klein en smal. Zaden met hun lengteas evenwijdig met de lengteas van de peul. Kleine heesters met weinigjukkige bladeren, jukken met vele kleine blaadjesDesmanthus.11a.Bloemen in bolvormige of verlengde hoofdjes, die aan den basis een krans van geslachtslooze bloemen dragen. Bloemen 5-tallig met 10 meeldraden, de geslachtslooze met 10 zeer lange min of meer bladachtige staminodiën. Peulen betrekkelijk kort en breed. Meest water- of moerasplanten met een vleezigen kruipenden, sterk bewortelden wortelstok, waaruit de bebladerde stengels te voorschijn komenNeptunia.11b.Bloemen in lange aren of trossen, soms in samengestelde trossen1212a.Bloemen in lange trossen gesteeld, bloemsteel minstens even langals de bloem zelf. Bloemen 5-tallig met 10 korte meeldraden. Peul lang en smal, kleppen na het openspringen wat gedraaid. Zaden vuurrood. Ongedoornde boomen met dubbelgevinde bladeren.Adenanthera.12b.Bloemen zittend of zeer kort gesteeld1313a.Bloembladeren tot aan het midden vergroeid. Meeldraden buiten de bloemkroon uitstekend. Peul bij het rijpworden met 2 kleppen openspringend. Ongedoornde of sterk gedoornde vaak klimmende heestersPiptadenia.Tan pikien so.13b.Bloembladeren bijna geheel vrij. Meeldraden nauwelijks buiten de bloemkroon uitstekend. Peul meest groot en breed, uit elkaar vallend in eenzadige stukken, de naden als een geheel zitten blijvendEntada.14a.Bloemkroon duidelijk vlindervormig, d. i. duidelijk zijdelings-symmetrisch met één groot bloemblad en 4 kleinere; meeldraden alle 10 met elkaar tot een buis vergroeid die het vruchtbeginsel insluit of 9 vergroeid en 1 vrij4214b.Bloemkroon niet duidelijk vlindervormig; meeldraden 10 en dan niet tot een buis met elkaar vergroeid of minder dan 10, soms meer dan 101515a.Meeldraden talrijk, meest eenige groote en vele kleine. Kelk voor de bloei ongedeeld met zeer korte buis, tijdens de bloei 2–5-lobbig of onregelmatig verscheurd. Bloembladeren één, en dan groot of 2 kleine of geheel ontbrekend. Bladeren oneven gevind, soms 3-tallig, soms ook alleen een eindblaadje aanwezig, dus bladeren enkelvoudig. Boomen of heestersSwartzia.15b.Meeldraden 10 of minder1616a.Geen bloembladeren aanwezig1716b.Bloembladeren aanwezig1917a.Bladeren even gevind. Kelkbuis kort met 4 lobben. Meeldraden 8–10, vrij, vruchtbeginsel gesteeld, vrij op den bodem van de kelkbuis met 2 zaadknoppen. Peul kort en rond, 1-zadig. Blaadjes 1- tot meerjukkig gevind, leerachtig, vaak met doorschijnende puntjes. Bloemen klein, wit, zittend in samengestelde trossen.Copaifera.Hoeproe.17b.Bladeren oneven gevind1818a.Kelk met korte buis en 5, soms 4 lobben.Meeldraden 2, met korte helmdraden en lange helmhokjes. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen; peul zeer kort, bijna eirond, meest éénzadig. Blaadjes niet tegenoverstaand. BoomenDialium.18b.Kelk met korte buis en 4 vliezige lobben. Meeldraden 10, soms eenige minder, vrij. Vruchtbeginsel kort gesteeld vrij op den bodem van de kelkbuis, of scheef tegen een van de zijkanten van de kelkbuis aangegroeid. Boomen. Bloemen in trossenCrudia.19a.Bladeren duidelijk dubbel gevind, d. w. z., de hoofdbladsteel is eens vertakt voor ze de blaadjes draagt2019b.Bladeren enkelgevind, of enkelvoudige bladeren of indien er een enkele maal dubbel gevinde voorkomen, dan heeft de plant toch voor het meerendeel enkel gevinde bladeren2320a.Plant gedoornd, d. w. z. de steunblaadjes zijn doornig en de zeer korte hoofdbladsteel eindigt in een doorn. De jukken der bladerenzitten dicht op elkaar, ze dragen een groot aantal kleine blaadjes, die spoedig afvallen. Kelk enbloembladeren5, meeldraden 10, met behaarde helmdraden. Peulen plaatselijk verdikt, lang. Bloemen in trossenParkinsonia.20b.Plant niet gedoornd, of de dorens over de geheele plant verspreid2121a.Behalve de 5 vruchtbare meeldraden vindt men in de bloem ook nog 5 meeldraden zonder helmknoppen. Kelk vijflobbig. Bloembladeren 5. Bloemen in trossen. BoomenDimorphandra.Mora,Peto.21b.Alle 10 meeldraden met helmknoppen2222a.Kelkbladeren gelijk van grootte, in den knop niet met de randen over elkaar liggend, 5 in getal. Kroonbladeren 5, vuurrood of één er van witgeel met roode vlekken. Meeldraden 10, aan de basis behaard, naar boven gebogen. Blaadjes klein, zeer talrijk.Poinciana.22b.Kelkbladeren in den knop over elkaar liggend met de randen, een er van grooter dan de andere. Bloembladeren vrijwel gelijk aan elkaar of 1 kleiner. Meeldraden als de vorige. Peul zeer verschillend gevormd, soms niet openspringend. Planten ongestekeld of zeer sterk gestekeld. Blaadjes vrij groot en dan talrijk of groot en dan weinigeCaesalpinia.Sabina-bloem,Nickerie.23a.Bloembladeren52423b.Bloembladeren minder dan 5, soms zijn er 5 bloembladeren aanwezig, maar dan zijn enkele er van tot kleine schubjes gereduceerd en de andere veel grooter3724a.Bladeren met slechts 2 blaadjes of met één enkelvoudig of tweespletig tot tweedeelig blad2524b.Bladeren gevind met meer dan 2 blaadjes2825a.Kelk met een korte of lange buis, vóór den bloei niet in slippen gedeeld en aan den top gesloten, of, indien de kelk wel in den knop gedeeld is, dan is hij kort-5-tandig en beneden de tanden vernauwd, zoodat de bloemknop gekroond schijnt met de 5 korte kelktandjes.Meeldraden 10, alle met helmknopjes en dan meest 5 lange en en 5 korte meeldraden, of 1 of meerdere meeldraden zonder helmknoppen of geheel ontbrekend. Bloembladeren tamelijk gelijk. Boomen of (vaker) lianen met enkelvoudige of aan den top ingesneden bladeren of twee zittende blaadjes op den steelBauhinia.Sekrepatoe-trapoe.25b.Kelkbladeren reeds voor de bloei tot aan de kelkbuis vrij2626a.Bloemen in veelbloemige korte gedrongen pluimen of in bundels uit het hout te voorschijn komend; klein. Kelkbladeren dun, 4 of 5. Meeldraden 10. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul kort, eirond of niervormig. Blaadjes naar den top toegespitst, doch de top zelfingesnedenCynometra.26b.Bloemen in tenminste ten deele eindelingsche pluimen van groote bloemen met 4 harde kelkbladeren2727a.Stempel klein. Peul dik, bijna cylindrisch, niet openspringend. Bladeren met duidelijke doorschijnende puntjesHymenaea.Lokus.27b.Stempel verbreed. Peul vlak scheef, met 2 kleppen openspringend. Doorschijnende puntjes in de bladeren afwezig of onduidelijk.Peltogyne.Purperhart.28a.Meeldraden 5, evenlang, tegenover de 5 onderling bijna gelijkebloembladeren staand; bovendien 5, naar den top knotsvormig verdikte staminodiën in de bloem. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Bloemen in dichte arenDimorphandra.Peto,Mora.28b.Meeldraden meer of minder dan 5, of indien er 5 meeldraden zijn, dan zijn ze niet alle gelijk van vorm en grootte en zijn er niet tevens 5 even groote staminodiën aanwezig2929a.Meeldraden 4, gelijk van grootte (zelden 5) met zeer korte helmdraden en lange spitse helmknoppen, die aan den top met een gat opengaan. Kelkbladeren 5, spits. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Peul dun, leerachtig met gevleugelde nadenMartiusia.Purperhart.29b.Meeldraden meer dan 53030a.Bloemen duidelijk zijdelings symmetrisch, dus of bloembladeren of meeldraden, of beide, niet aan elkaar gelijk in vorm en grootte; indien de 10 meeldraden alle gelijk zijn, dan springen ze met gaten aan den top open3130b.Bloemen regelmatig; dus bloembladeren alle vrijwel evengroot en ook de meeldraden evengroot, of indien er 10 meeldraden zijn, dan zijn er 5 langere die afwisselen met 5 kortere en met spleten over de geheele lengte openspringen3431a.Bladeren evengevind. Bloemkroon niet vlindervormig3231b.Bladeren oneven gevind. Bloemkroon duidelijk vlindervormig3332a.Bloemknoppen opvallend gekromd en aan den top knots-vormig verdikt. Kelkslippen ongelijk. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Meeldraden 10, aan de basis behaard; de helmknoppen aan den rug bevestigd, meest 3 dikkere en kortere meeldraden met kleinere helmknoppen en 7 langere, dunnere meeldraden met grootere helmknoppen. Boomen met gele bloemen in trossenTachigalia.32b.Bloemknoppen niet gekromd en knotsvormig. Kelkbladeren bijna geheel vrij. Bloembladeren meest geel-oranje, alle gelijk of enkele wat groot. Meeldraden soms 10, en dan aan den top met poriën of korte spleten openspringend, meest echter enkele meeldraden met veel grootere helmknoppen dan de andere. Helmdraden aan de basis der helmknoppen bevestigd. Peul zeer verschillend, plat, steelrond of gevleugeldCassia.Slabriki.33a.Kelkbuis lang klokvormig, met 5 tanden, waarvan de beide bovenste hooger met elkaar vergroeid zijn. Meeldraden 10, vrij. Stijl gebogen niet opgerold met eindelingsche stempel. Peul met 2 kleppen openspringendDiplotropis.Zwarte kabbes.33b.Kelkbuis kort trechter- of bekervormig; de bovenste kelkslippen wat vergroeid. Meeldraden ongelijk, vrij, 10 met helmknopjes of soms 2 zonder, en 8 met helmknoppen. Stijl opgerold met scheeven stempel. Peul met 2 kleppen openspringendOrmosia.34a.Bloembladeren grooter en breeder dan de kelkbladeren3534b.Bloembladeren smal en klein, kleiner of nauwelijks grooter dan de kelkbladeren3635a.Helmknoppen eirond, met spleten openspringend; helmdraad aan de rugzijde van den helmknop ingehecht. Bloemen in veelbloemige dichte trossen. Bladeren enkel-gevind, of soms vindt men aan dezelfde plant ook dubbelgevinde bladeren. Blaadjes naar den voet smal toeloopend, aan den top recht afgesneden of eenigszins ingesnedenHaematoxylon.35b.Helmknoppen lang en smal, met gaten of korte spleten aan den top openspringend; helmdraad aan de basis ingehecht. Bloemen in weinigbloemige trossen of alleenstaand, blaadjes spits aan den topCassia.36a.Kelk bijna geheel losbladig met 5 tamelijk gelijke bladeren. Bloembladeren 5, klein en smal. (het naar de as gekeerde (bovenste) bloemblad wordt door de beide naastliggende met de randen overdekt) Meeldraden 10, aan de basis behaard. Vruchtbeginsel gesteeld; bladeren oneven of soms schijnbaar evengevindSclerolobium.36b.Kelk vergroeidbladig klokvormig met 5 gelijke met de randen tegen elkaar liggende slippen. Bloembladeren bijna gelijk, het bovenste soms wat grooter dan de andere en in den knop de beide naburige bedekkend. Meeldraden vrij, langer dan de bloembladeren. Bladeren even- of oneven gevindSweetia.37a.Bladeren enkelvoudig, d. w. z. van het gevinde blad is alleen het eindblaadje aanwezig. Kelk met 4 slippen. Bloembladeren 1 of 1 groote en 2 kleinere ernaast. Meeldraden 9Palovea.37b.Bladeren gevind3838a.Bloembladeren 1, groot, soms met nog eenige kleine schubben ernaast3938b.Drie groote bloembladeren, soms nog met 2 kleine schubben4039a.Meeldraden 10 alle met helmknoppen of 5 met, en 5 zonder helmknoppen. Het bloemblad zittend, zeer breed. Peul vaak langgesteeld en hangend, plat, breed en min of meer roodbruin en kortbehaardEperua.Walaba,Bijlhout.39b.Meeldraden 10 of minder, daarvan 3 met helmknoppen en 7 of minder zonder helmknoppen. Het bloemblad is genageld, in de knop samengevouwen, later min of meer helmvormig, de andere 2 of 4 bloembladeren zijn schubvormigMacrolobium.40a.Meeldraden 2, ongelijk met korte dikke helmdraden, en dikke helmknoppen, die aan den top openspringen. Kelk met 5 slippen. Bladeren onevengevind met weinig blaadjesDicorynia.Basra-lokus.40b.Meeldraden 3 of meer; kelk met 4 slippen4141a.De 3 vruchtbare meeldraden met de helmdraden vergroeid; de overige 2 meeldraden alleen als kleine tandjes naast de vruchtbare meeldraden te zien. Bloemsteelblaadjes onder den kelk spoedig afvallendTamarindus.41b.Meeldraden 9, helmdraden alle met elkaar vergroeid tot een gespleten buis; helmdraden van boven vrij, 3 zeer lang met helmknoppen, de 6 andere korter en ongelijk met leege helmknoppen of zonder helmknoppen. De vier kelkbladeren groot, bloembladachtig. Bloemsteelblaadjes onder den kelk tijdens den bloei blijvendHeterostemon.42a.Blaadjes slechts 3 per blad, of één, of soms (Crotalaria) meer dan 3 blaadjes maar dan handvormig samengesteld4342b.Bladeren oneven gevind en dan 5 of meer blaadjes of even gevind, en dan één- tot meerjukkig6143a.Boomen of groote niet klimmende heester4443b.Kleine, soms wat houtachtige, liggende of klimmende kruiden, of lianen4544a.Stam en takken vaak met stekels bezet. Blaadjes met kliervormige korte stipellen aan den voet, het eindblaadje breed, min of meerruitvormig, de beide zijblaadjes scheef; bloemen lang en smal; vlag veel langer dan de kiel. Bloem meest vuurrood in trossenErythrina.Koffie-mama.44b.Slechts 1 blaadje aanwezig met 2 stipellen aan den voet. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Peul cirkelrond, vliezig met 1–3 zaden. Helmdraad aan den rug der helmknoppen vastzittendCyclolobium.44c.Drie of één blaadje, doch steeds zonder stipellen. Indien er 5 blaadjes aanwezig zijn, dan heeft diezelfde boom ook takken waar maar 3 of 1 blaadje per blad voorkomen. Blaadjes niet tegenoverstaand. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul cirkelrond of eirond met 1 zaad, leerachtig, niet openspringendDalbergia.45a.Bloemen zeer groot, de kiel opvallend grooter dan de vlag, met een gekromde hoornachtige lange punt. De 10demeeldraad geheel vrij, de overige meeldraden afwisselend langer en korter; vlag met 2 oortjes aan de basis. Peul dik, vaak met stijve brandharenMucuna.45b.Kiel even groot als, of kleiner dan de vlag4646a.Vlag cirkelrond, van achteren boven de nagel met een spoor of knobbel. Klimmende of liggende kruiden met 3 of 1 blaadje met stipellen. De 10demeeldraad meest een weinig met de andere verbonden. Bloemsteelblaadjes groot, tegen de kelk aangedruktCentrosema.46b.Vlag van achteren zonder spoor of knobbel4747a.Blaadjes zonder stipellen. (Zie ook Cajanus met zeer kleine stipellen)4847b.Blaadjes met stipellen5148a.De 10demeeldraad geheel vrij, even boven de basis plaatselijk verbreed4948b.Alle 10 meeldraden vergroeid met elkaar, buis der helmdraden open of gesloten5049a.De navelvlek van het zaad is rond of slechts weinig verlengd; de zaadstreng zit in het midden er van vastgehecht. Klimplanten met breede blaadjes en korte 1- of 2-zadige peulenRhynchosia.49b.De navelvlek van het zaad is smal en langwerpig en de zaadstreng zit aan het eind er van ingehecht. Planten meest niet klimmend, vaak vrij sterk behaard met lange en smalle blaadjes. Peulen als de vorigeEriosema.50a.Kruiden of kleine heesters met ruwe of kleverige haren bezet. Blaadjes steeds 3, zeer smal en meest niet grooter dan 2 cM., vaak zelfs veel kleiner. Bloemen in dichte aren. Vruchtbeginsel met 2–3 zaadknoppen; peul met 1 of 2 zaden, indien er 2 zaden aanwezig zijn dan is de peul ingesnoerd tusschen de zaden en valt hij in 2 stukken uiteen. Peul met een haakje aan den topStylosanthes.50b.Planten meest kaal; blaadjes steeds grooter dan 2 cM., vaak alleenstaand, meest 3 bij elkaar, soms ook 5 of meer, handvormig. Bloemen in losse trossen. Buis der helmdraden van boven open. Vruchtbeginsel met meerdere zaadknoppen. Peul opgeblazenCrotalaria.51a.Bloeistengel bezet met korte, (1–2 mM.) dikke, gekromde zijtakjes, waarop de gesteelde bloemen groepsgewijs ingehecht zijn5251b.Bloeistengels zonder dergelijke verdikte en korte zijtakjes5852a.Stijl aan de binnenzijde over de geheele lengte lang behaard5352b.Stijl kaal, soms alleen van onderen wat behaard5553a.Kiel spiraalvormig opgerold. Vlag met kleine oortjes aan de basis, in het midden met overlangsche verdikkingen. De 10demeeldraad vrij, aan de basis wat verdikt. Klimplanten met bloemtrossen in de oksels van de bladerenPhaseolus.53b.Kiel niet in een spiraal opgerold5454a.Stempel zeer scheef naar de binnenzijde langs de stijl afloopend. Bloemen aan het eind van den bloeistengel dicht opeenzittendVigna.54b.Stempel eindelingsch, niet scheef. Bloemen min of meer groepsgewijs langs den bloeistengel verspreidDolichos.55a.De 10demeeldraad geheel vrij van de 9 anderen5655b.De 10demeeldraad alleen aan de basis vrij, hooger op met de 9 anderen in een buis vergroeid5756a.Bovenste kelkslip 2-tandig of 2-spletig, dus er zijn 5 kelkslippen voorhanden. Vlag met naar binnen gebogen oortjes. Peul smal en lang. Klimmende kruiden of heesters. Bloemen blauw of violetCalopogonium.56b.Bovenste kelkslip niet ingesneden, dus in het geheel maar 4 kelkslippen. Vlag met zeer kleine oortjes of zonder oortjes. Planten klimmend of rechtopstaandGalactia.57a.Kelk met 4 bijna gelijke slippen. Vlag met naar binnen geslagen oortjes bij den basis. Alle helmknoppen gelijk of 5 met zeer kleine en stuifmeellooze helmknoppen. Peul vaak kort en breed, hard en leerachtig. Hoog klimmende heesters met de bloemen in trossen. De zijtakjes van den bloeistengel vaak wat verlengd en haakvormig gebogenDioclea.57b.Kelk duidelijk tweelippig, de bovenlip het grootst, met 1 of 2 slippen; de onderlip veel kleiner, 3-tandig of gaafrandig. Vlag met of zonder oortjes. Kiel soms met een iets gedraaide snavel.Peul tamelijk dunwandig.Knoppenvan den bloeistengel niet opvallend grootCanavalia.58a.Peulen zeer plat en dun, klein, tusschen de zaden smaller en op die plaatsen brekend, zoodat de peul in vele eenzadige stukken uiteenvalt. Bloemen meest zeer klein. De 10demeeldraad aan de basis vrij, naar boven met de anderen vergroeid. Kruiden of kleine heesters. Blaadjes 3 of 1. Bloemen in enkelvoudige of wat vertakte trosvormige bloeiwijzenDesmodium.58b.Peulen niet plat, of als ze plat zijn niet tusschen de zaden versmald en niet in stukken uiteenvallend5959a.Bladeren met één blaadje, onder aan den stengel bijna cirkelrond, naar boven langwerpig. Bloemen klein; de 10demeeldraad geheel los. Peul bijna rolrond, niet of nauwelijks tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in kleine trossen. Groote steunbladerenAlysicarpus.59b.Blaadjes 36060a.Stijl aan de binnenzijde behaard. Vlag groot, aan den top ingesneden. De 10demeeldraad vrij of met de andere min of meer vergroeid. Klimmende kruiden of lianen, in het laatste geval komen de bloemen soms uit het hout te voorschijnClitoria.60b.Stijl kaal. Vlag teruggebogen, cirkelrond met naar binnen gekeerdeoortjes aan de basis. 10demeeldraad geheel vrij. Peul lang en vrij smal, lang toegespitst, met dikke zaden die scheef liggen tenopzichtevan de lengterichting der peul, tusschen de zaden met ingedrukte scheeve dwarslijnenCajanus.61a.Bladeren met slechts 1 paar blaadjes, zonder stipellen. Vlag bijna cirkelrond. Meeldraden alle vergroeid, 9 of 10, 5 langer of korter dan de andere. Peul uit geledingen bestaande, met borstelvormige haren bezet. Kleine kruidenZornia.61b.Meer dan 2 blaadjes aan elk blad6262a.Bladen even gevind, 2-jukkig, dus in het geheel 4 blaadjes. Kelk met een lange buis, die schijnbaar de bloemsteel is, onder in de buis zit het vruchtbeginsel, van boven is de buis verwijd tot de gewone vorm van een kelk. Bloemen geel. Meeldraden 9 of 10, alle vergroeid, afwisselend grooter en kleiner. Peul dik en kort met 1–3 zaden, in de aarde rijp wordendArachis.Pinda.62b.Bladeren meerjukkig, even of oneven gevind. Kelk niet in een lange buis verlengd6363a.Peulen gesteeld, klein, plat, recht, gekromd of zelfs spiraalvormig opgerold in eenzadige stukken uiteenvallend, tusschen de zaden smaller, met 2 tot vele zaden, vaak behaard of met kleine stekeltjes. Meeldraden vergroeid in een aan één of twee zijden gespleten buis. Liggende of rechtopstaande kruiden of kleine heesters met even- of oneven-gevinde bladeren met kleine blaadjes. Bloemen klein, geel of purper geaderd, in trossenAeschynomene.63b.Peulen niet plat en in stukken uiteenvallend, of indien ze in stukken uiteenvallen (Chaetocalyx) dan niet tusschen de zaden ingesnoerd en de kelk tevens met weinige borstelige haren bezet6464a.Bladeren even gevind (zonder eindblaadje)6564b.Bladeren oneven gevind (met eindblaadje)6665a.Kelk met 2 bloemsteelblaadjes aan den voet, met zeer korte tanden. Vlag met een korte nagel, die tegen de helmdraden vastgegroeid is. Slechts 9 meeldraden aanwezig, vergroeid in een aan één zijde open buis; de buis recht. Klimmende kruiden of dunne lianen, bladeren veeljukkig; in plaats van het eindblaadje een smal steeltje. Bloemen in trossen. Peul vrij kort; zaden vuurrood met een zwarte vlekAbrus.Kokriki.65b.De bloemsteelblaadjes borstelvormig, meest vroeg afvallend. Negen meeldraden vergroeid, de 10devrij, alle bij de basis knievormig gebogen. Peul smal, plat of rond, 4-kantig of 4-vleugelig. Planten niet klimmendSesbania.66a.Rechtopstaande of klimmende kruiden6766b.Boomen of lianen, of groote niet-klimmende heesters met niet openspringende peulen7067a.Bladeren 2–3-jukkig gevind, blaadjes met stipellen. Stijl aan de binnenzijde behaard. Klimplant met groote blauwe bloemenClitoria.67b.Blaadjes zonder stipellen, soms met zeer kleine stipellen maar dan is de plant geen klimplant en staan de bloemen in dichte trossen6868a.Klimmende kruiden met verspreide borstelvormige haren op den stengel en op de kelk. De 10 meeldraden alle met elkaar vergroeid tot een aan één zijde open buis. Peul zeer lang en dun, bijnarolrond, tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in armbloemige trossen in de bladokselsChaetocalyx.68b.Rechtopstaande kruiden of kleine heesters6969a.Bloemen kleiner dan 1 cM. in korte dichtbloemige trossen. Helmknoppen aan den top met een puntje. Stijl rolrond kaal. Peulen kort en dik, rolrond, meest gekromdIndigofera.Ningo,Iningo.69b.Bloemen 1 cM. groot of grooter; in lange trossen. Helmknoppen niet met een puntje aan den top. Stijl vlak, kaal of behaard. Peulen plat en recht. Planten meest grijsbehaardTephrosia.70a.Kelk met een korte buis en met 2 lange en breede slippen, die den bloemkroon ten deele inhullen. De overige slippen van de kelk kort en spits of zeer klein. Vrucht een eironde eenigszins platte steenvrucht, niet openspringend, met 1 zaadDipteryx.Tonka,Serapi.70b.Alle kelkslippen vrijwel even groot7171a.Blaadjes van het blad in paren tegenover elkaar staand7271b.Blaadjes van het blad niet in paren, doch min of meer onregelmatig langs de bladsteel verspreid7672a.Vrucht een ronde of eironde steenvrucht7372b.Vrucht vliezig, leerachtig of houtig, plat of gevleugeld, in geen geval een steenvrucht, doch ook niet openspringend7473a.Kelk bekervormig met zeer kleine tanden. Bloemen meest violet. Vlag lang genageld. De 10demeeldraad vrij. Bloemen in pluimen. BoomenAndira.73b.Kelk met duidelijke spitse tanden. Bloemen geel. Overigens als de vorigeGeoffraea.74a.Peul aan de bovennaad gevleugeld, dun of leerachtig. Bloemen witgeel, in lange dichte trossen. Blaadjes meest 5 per blad, kelk met korte tanden. De10demeeldraad aan de basis vrij. LianenDerris.74b.Peul ongevleugeld7575a.Peul plat, min of meer verlengd, vliezig of leerachtig. Kelk met zeer korte tanden of zonder tanden. De 10demeeldraad aan de basis alleen vrij. Vlag vaak behaard. Boomen of lianen met meerjukkige bladeren, blaadjes soms met doorschijnende puntjesLonchocarpus.75b.Peul rolrond, tusschen de zaden smaller, soms maar 1 zaad aanwezig en dan is de peul ongeveer bolvormig. Bloemen als de vorige. Boom, 5 blaadjes per bladMüllera.76a.Helmknoppen eindelings, klein,helmdraad aan de basis ervan ingehecht.Peul met weinige zaden of met 1 zaad, min of meer verlengd. Bloem kleinDalbergia.76b.Helmdraden aan de rugzijde van de helmknop ingehecht7777a.Peul langwerpig, naar den top in een smallen, geaderde vleugel overgaand aan de basis met 1 zaad. Kelk met korte tanden. Vlag van buiten meest behaard. Boomen of klimmende heesters vaak met doornige steunbladerenMachaerium.77b.Peul leerachtig, langwerpig en sikkelvormig of bijna in een cirkel gekromd,ongevleugeld. Bloemen als de vorige. Vlag steeds van buiten behaard. Steunbladeren vaak doornigDrepanocarpus.77c.Peul bijna cirkelrond, min of meer gevleugeld. Vlag kaal7878a.Kelk naar den voet versmald, duidelijk getand. Bloemen geel, soms met een violette vlek op den vlag in trossen. Peul rondom gevleugeldPterocarpus.78b.Kelk klokvormig, met zeer kleine tanden. Bloemen violet in pluimen. Peul alleen aan de bovenzijde gevleugeldVatairea.
Orde:Rhoeadales.104.Papaveraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf, kelkbladeren 2, (zelden 3); kroonbladeren 4, (zelden 6 of ontbrekend of meer); meeldraden vele of maar 4 of 2,in het laatste geval vertakt; vruchtbeginsel éénhokkig bovenstandig met 2–16 wandstandige zaadlijsten en talrijke zaadknoppen of met 1 zaadknop; vrucht een doosvrucht, zelden een gesloten vrucht; meest kruiden met verspreide bladeren, vaak met melksap.Planten met ingesneden bladeren, met stekels op de bladnerven; bloemen geel, meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel met stekelsArgemone.105.Cruciferae.Bloemen met twee 2-tallige kransen van kelkbladeren en een viertallige krans van bloembladeren, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 6, twee korte en vier lange; vruchtbeginsel tweehokkig, bovenstandig met wandstandige zaadlijsten en vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een hauw, zelden een gesloten vrucht; kruiden, zeer zelden houtige planten met verspreide bladeren; bloemen zonder schutbladeren en bloemsteelblaadjes in trossen.1a.Vrucht slechts weinig langer dan breed, elliptisch met 1 zaad in elk hokje. Bloemen witLepidium.1b.Vrucht veel langer dan breed, met meerdere zaden in elk hokje. Bloemen geel, bladeren vindeeligNasturtium.107.Capparidaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas ring- of schubvormig, of zelden tot een buisvormig lichaam binnen de bloem ontwikkeld; onder de meeldraden soms, onder het vruchtbeginsel bijna steeds steelvormig verlengd (gynophoor); kelk 4-bladig; kroon 4-bladig, meeldraden vele tot 6–4; vruchtbeginsel 1-hokkig of meerhokkig; zaadknoppen talrijk; vrucht een doosvrucht, een bes of een steenvrucht; kruiden of heesters met verspreide, enkelvoudige of meest handvormig samengestelde bladeren, vaak met steunbladeren.1a.Kruidachtige planten. Meeldraden 621b.Heesters of boomen met 3-tallige bladeren, kelk afvallend. Bloembladeren 4, met een lange nagel. Bloembodem zonder schubben. Meeldraden talrijk op een korte androphoor. Vruchtbeginsel op een lang gynophoor. Bloemen soms éénslachtigCrataeva.2a.Meeldraden 6; zonder androphoor, dus in de basis van de bloem gezeten. Vruchtbeginsel lang gesteeld. Bladeren handvormig samengesteldCleome.2b.Meeldraden en vruchtbeginsel op een gemeenschappelijke steel (androgynophoor) gezeten. Bladeren als de vorige(Pedicellaria.)Gynandropsis.Akaja.109.Moringaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, vijftallig, tweeslachtig, een weinig zygomorf; bloemas schotelvormig; kelkbladeren 6, bloembladeren 5, meeldraden 10, waarvan 5 zonder helmknoppen; vruchtbeginsel bovenstandig, eenhokkig met 3 wandstandige zaadlijsten, op een kort gynophoor gezeten; zaadknoppen talrijk; vrucht een lange doosvrucht, driekleppig, met groote zaden met 3 vleugels, boomen met dubbel- of driemaal gevinde bladeren zonder steunbladeren; bloemen in pluimen. Eenig geslachtMoringa.Peperwortelboom.
Orde:Rhoeadales.104.Papaveraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf, kelkbladeren 2, (zelden 3); kroonbladeren 4, (zelden 6 of ontbrekend of meer); meeldraden vele of maar 4 of 2,in het laatste geval vertakt; vruchtbeginsel éénhokkig bovenstandig met 2–16 wandstandige zaadlijsten en talrijke zaadknoppen of met 1 zaadknop; vrucht een doosvrucht, zelden een gesloten vrucht; meest kruiden met verspreide bladeren, vaak met melksap.Planten met ingesneden bladeren, met stekels op de bladnerven; bloemen geel, meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel met stekelsArgemone.105.Cruciferae.Bloemen met twee 2-tallige kransen van kelkbladeren en een viertallige krans van bloembladeren, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 6, twee korte en vier lange; vruchtbeginsel tweehokkig, bovenstandig met wandstandige zaadlijsten en vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een hauw, zelden een gesloten vrucht; kruiden, zeer zelden houtige planten met verspreide bladeren; bloemen zonder schutbladeren en bloemsteelblaadjes in trossen.1a.Vrucht slechts weinig langer dan breed, elliptisch met 1 zaad in elk hokje. Bloemen witLepidium.1b.Vrucht veel langer dan breed, met meerdere zaden in elk hokje. Bloemen geel, bladeren vindeeligNasturtium.107.Capparidaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas ring- of schubvormig, of zelden tot een buisvormig lichaam binnen de bloem ontwikkeld; onder de meeldraden soms, onder het vruchtbeginsel bijna steeds steelvormig verlengd (gynophoor); kelk 4-bladig; kroon 4-bladig, meeldraden vele tot 6–4; vruchtbeginsel 1-hokkig of meerhokkig; zaadknoppen talrijk; vrucht een doosvrucht, een bes of een steenvrucht; kruiden of heesters met verspreide, enkelvoudige of meest handvormig samengestelde bladeren, vaak met steunbladeren.1a.Kruidachtige planten. Meeldraden 621b.Heesters of boomen met 3-tallige bladeren, kelk afvallend. Bloembladeren 4, met een lange nagel. Bloembodem zonder schubben. Meeldraden talrijk op een korte androphoor. Vruchtbeginsel op een lang gynophoor. Bloemen soms éénslachtigCrataeva.2a.Meeldraden 6; zonder androphoor, dus in de basis van de bloem gezeten. Vruchtbeginsel lang gesteeld. Bladeren handvormig samengesteldCleome.2b.Meeldraden en vruchtbeginsel op een gemeenschappelijke steel (androgynophoor) gezeten. Bladeren als de vorige(Pedicellaria.)Gynandropsis.Akaja.109.Moringaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, vijftallig, tweeslachtig, een weinig zygomorf; bloemas schotelvormig; kelkbladeren 6, bloembladeren 5, meeldraden 10, waarvan 5 zonder helmknoppen; vruchtbeginsel bovenstandig, eenhokkig met 3 wandstandige zaadlijsten, op een kort gynophoor gezeten; zaadknoppen talrijk; vrucht een lange doosvrucht, driekleppig, met groote zaden met 3 vleugels, boomen met dubbel- of driemaal gevinde bladeren zonder steunbladeren; bloemen in pluimen. Eenig geslachtMoringa.Peperwortelboom.
104.Papaveraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf, kelkbladeren 2, (zelden 3); kroonbladeren 4, (zelden 6 of ontbrekend of meer); meeldraden vele of maar 4 of 2,in het laatste geval vertakt; vruchtbeginsel éénhokkig bovenstandig met 2–16 wandstandige zaadlijsten en talrijke zaadknoppen of met 1 zaadknop; vrucht een doosvrucht, zelden een gesloten vrucht; meest kruiden met verspreide bladeren, vaak met melksap.Planten met ingesneden bladeren, met stekels op de bladnerven; bloemen geel, meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel met stekelsArgemone.
104.Papaveraceae.
Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf, kelkbladeren 2, (zelden 3); kroonbladeren 4, (zelden 6 of ontbrekend of meer); meeldraden vele of maar 4 of 2,in het laatste geval vertakt; vruchtbeginsel éénhokkig bovenstandig met 2–16 wandstandige zaadlijsten en talrijke zaadknoppen of met 1 zaadknop; vrucht een doosvrucht, zelden een gesloten vrucht; meest kruiden met verspreide bladeren, vaak met melksap.Planten met ingesneden bladeren, met stekels op de bladnerven; bloemen geel, meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel met stekelsArgemone.
Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf, kelkbladeren 2, (zelden 3); kroonbladeren 4, (zelden 6 of ontbrekend of meer); meeldraden vele of maar 4 of 2,in het laatste geval vertakt; vruchtbeginsel éénhokkig bovenstandig met 2–16 wandstandige zaadlijsten en talrijke zaadknoppen of met 1 zaadknop; vrucht een doosvrucht, zelden een gesloten vrucht; meest kruiden met verspreide bladeren, vaak met melksap.
Planten met ingesneden bladeren, met stekels op de bladnerven; bloemen geel, meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel met stekelsArgemone.
105.Cruciferae.Bloemen met twee 2-tallige kransen van kelkbladeren en een viertallige krans van bloembladeren, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 6, twee korte en vier lange; vruchtbeginsel tweehokkig, bovenstandig met wandstandige zaadlijsten en vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een hauw, zelden een gesloten vrucht; kruiden, zeer zelden houtige planten met verspreide bladeren; bloemen zonder schutbladeren en bloemsteelblaadjes in trossen.1a.Vrucht slechts weinig langer dan breed, elliptisch met 1 zaad in elk hokje. Bloemen witLepidium.1b.Vrucht veel langer dan breed, met meerdere zaden in elk hokje. Bloemen geel, bladeren vindeeligNasturtium.
105.Cruciferae.
Bloemen met twee 2-tallige kransen van kelkbladeren en een viertallige krans van bloembladeren, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 6, twee korte en vier lange; vruchtbeginsel tweehokkig, bovenstandig met wandstandige zaadlijsten en vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een hauw, zelden een gesloten vrucht; kruiden, zeer zelden houtige planten met verspreide bladeren; bloemen zonder schutbladeren en bloemsteelblaadjes in trossen.1a.Vrucht slechts weinig langer dan breed, elliptisch met 1 zaad in elk hokje. Bloemen witLepidium.1b.Vrucht veel langer dan breed, met meerdere zaden in elk hokje. Bloemen geel, bladeren vindeeligNasturtium.
Bloemen met twee 2-tallige kransen van kelkbladeren en een viertallige krans van bloembladeren, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 6, twee korte en vier lange; vruchtbeginsel tweehokkig, bovenstandig met wandstandige zaadlijsten en vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een hauw, zelden een gesloten vrucht; kruiden, zeer zelden houtige planten met verspreide bladeren; bloemen zonder schutbladeren en bloemsteelblaadjes in trossen.
1a.Vrucht slechts weinig langer dan breed, elliptisch met 1 zaad in elk hokje. Bloemen witLepidium.
1b.Vrucht veel langer dan breed, met meerdere zaden in elk hokje. Bloemen geel, bladeren vindeeligNasturtium.
107.Capparidaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas ring- of schubvormig, of zelden tot een buisvormig lichaam binnen de bloem ontwikkeld; onder de meeldraden soms, onder het vruchtbeginsel bijna steeds steelvormig verlengd (gynophoor); kelk 4-bladig; kroon 4-bladig, meeldraden vele tot 6–4; vruchtbeginsel 1-hokkig of meerhokkig; zaadknoppen talrijk; vrucht een doosvrucht, een bes of een steenvrucht; kruiden of heesters met verspreide, enkelvoudige of meest handvormig samengestelde bladeren, vaak met steunbladeren.1a.Kruidachtige planten. Meeldraden 621b.Heesters of boomen met 3-tallige bladeren, kelk afvallend. Bloembladeren 4, met een lange nagel. Bloembodem zonder schubben. Meeldraden talrijk op een korte androphoor. Vruchtbeginsel op een lang gynophoor. Bloemen soms éénslachtigCrataeva.2a.Meeldraden 6; zonder androphoor, dus in de basis van de bloem gezeten. Vruchtbeginsel lang gesteeld. Bladeren handvormig samengesteldCleome.2b.Meeldraden en vruchtbeginsel op een gemeenschappelijke steel (androgynophoor) gezeten. Bladeren als de vorige(Pedicellaria.)Gynandropsis.Akaja.
107.Capparidaceae.
Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas ring- of schubvormig, of zelden tot een buisvormig lichaam binnen de bloem ontwikkeld; onder de meeldraden soms, onder het vruchtbeginsel bijna steeds steelvormig verlengd (gynophoor); kelk 4-bladig; kroon 4-bladig, meeldraden vele tot 6–4; vruchtbeginsel 1-hokkig of meerhokkig; zaadknoppen talrijk; vrucht een doosvrucht, een bes of een steenvrucht; kruiden of heesters met verspreide, enkelvoudige of meest handvormig samengestelde bladeren, vaak met steunbladeren.1a.Kruidachtige planten. Meeldraden 621b.Heesters of boomen met 3-tallige bladeren, kelk afvallend. Bloembladeren 4, met een lange nagel. Bloembodem zonder schubben. Meeldraden talrijk op een korte androphoor. Vruchtbeginsel op een lang gynophoor. Bloemen soms éénslachtigCrataeva.2a.Meeldraden 6; zonder androphoor, dus in de basis van de bloem gezeten. Vruchtbeginsel lang gesteeld. Bladeren handvormig samengesteldCleome.2b.Meeldraden en vruchtbeginsel op een gemeenschappelijke steel (androgynophoor) gezeten. Bladeren als de vorige(Pedicellaria.)Gynandropsis.Akaja.
Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas ring- of schubvormig, of zelden tot een buisvormig lichaam binnen de bloem ontwikkeld; onder de meeldraden soms, onder het vruchtbeginsel bijna steeds steelvormig verlengd (gynophoor); kelk 4-bladig; kroon 4-bladig, meeldraden vele tot 6–4; vruchtbeginsel 1-hokkig of meerhokkig; zaadknoppen talrijk; vrucht een doosvrucht, een bes of een steenvrucht; kruiden of heesters met verspreide, enkelvoudige of meest handvormig samengestelde bladeren, vaak met steunbladeren.
1a.Kruidachtige planten. Meeldraden 62
1b.Heesters of boomen met 3-tallige bladeren, kelk afvallend. Bloembladeren 4, met een lange nagel. Bloembodem zonder schubben. Meeldraden talrijk op een korte androphoor. Vruchtbeginsel op een lang gynophoor. Bloemen soms éénslachtigCrataeva.
2a.Meeldraden 6; zonder androphoor, dus in de basis van de bloem gezeten. Vruchtbeginsel lang gesteeld. Bladeren handvormig samengesteldCleome.
2b.Meeldraden en vruchtbeginsel op een gemeenschappelijke steel (androgynophoor) gezeten. Bladeren als de vorige(Pedicellaria.)Gynandropsis.Akaja.
109.Moringaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, vijftallig, tweeslachtig, een weinig zygomorf; bloemas schotelvormig; kelkbladeren 6, bloembladeren 5, meeldraden 10, waarvan 5 zonder helmknoppen; vruchtbeginsel bovenstandig, eenhokkig met 3 wandstandige zaadlijsten, op een kort gynophoor gezeten; zaadknoppen talrijk; vrucht een lange doosvrucht, driekleppig, met groote zaden met 3 vleugels, boomen met dubbel- of driemaal gevinde bladeren zonder steunbladeren; bloemen in pluimen. Eenig geslachtMoringa.Peperwortelboom.
109.Moringaceae.
Bloemen met kelk en bloemkroon, vijftallig, tweeslachtig, een weinig zygomorf; bloemas schotelvormig; kelkbladeren 6, bloembladeren 5, meeldraden 10, waarvan 5 zonder helmknoppen; vruchtbeginsel bovenstandig, eenhokkig met 3 wandstandige zaadlijsten, op een kort gynophoor gezeten; zaadknoppen talrijk; vrucht een lange doosvrucht, driekleppig, met groote zaden met 3 vleugels, boomen met dubbel- of driemaal gevinde bladeren zonder steunbladeren; bloemen in pluimen. Eenig geslachtMoringa.Peperwortelboom.
Bloemen met kelk en bloemkroon, vijftallig, tweeslachtig, een weinig zygomorf; bloemas schotelvormig; kelkbladeren 6, bloembladeren 5, meeldraden 10, waarvan 5 zonder helmknoppen; vruchtbeginsel bovenstandig, eenhokkig met 3 wandstandige zaadlijsten, op een kort gynophoor gezeten; zaadknoppen talrijk; vrucht een lange doosvrucht, driekleppig, met groote zaden met 3 vleugels, boomen met dubbel- of driemaal gevinde bladeren zonder steunbladeren; bloemen in pluimen. Eenig geslachtMoringa.Peperwortelboom.
Orde:Sarraceniales.112.Droseraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 5- tot 4-tallig, tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloemkroon 4–5-bladig; meeldraden 5–4 soms met nog een kransvan 5 tot vele meeldraden; vruchtbeginsel 1-hokkig, bovenstandig met 5–3 stijlen en meest talrijke zaadknoppen; vrucht een doosvrucht, met vele zaden; kruiden met verspreide bladeren.Kleine kruidachtige planten met een roset van blaadjes, die met roode, kleverige haren bezet zijn. Bloemen rose, in lange onbebladerde trossenDrosera.
Orde:Sarraceniales.112.Droseraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 5- tot 4-tallig, tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloemkroon 4–5-bladig; meeldraden 5–4 soms met nog een kransvan 5 tot vele meeldraden; vruchtbeginsel 1-hokkig, bovenstandig met 5–3 stijlen en meest talrijke zaadknoppen; vrucht een doosvrucht, met vele zaden; kruiden met verspreide bladeren.Kleine kruidachtige planten met een roset van blaadjes, die met roode, kleverige haren bezet zijn. Bloemen rose, in lange onbebladerde trossenDrosera.
112.Droseraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 5- tot 4-tallig, tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloemkroon 4–5-bladig; meeldraden 5–4 soms met nog een kransvan 5 tot vele meeldraden; vruchtbeginsel 1-hokkig, bovenstandig met 5–3 stijlen en meest talrijke zaadknoppen; vrucht een doosvrucht, met vele zaden; kruiden met verspreide bladeren.Kleine kruidachtige planten met een roset van blaadjes, die met roode, kleverige haren bezet zijn. Bloemen rose, in lange onbebladerde trossenDrosera.
112.Droseraceae.
Bloemen met kelk en bloemkroon; 5- tot 4-tallig, tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloemkroon 4–5-bladig; meeldraden 5–4 soms met nog een kransvan 5 tot vele meeldraden; vruchtbeginsel 1-hokkig, bovenstandig met 5–3 stijlen en meest talrijke zaadknoppen; vrucht een doosvrucht, met vele zaden; kruiden met verspreide bladeren.Kleine kruidachtige planten met een roset van blaadjes, die met roode, kleverige haren bezet zijn. Bloemen rose, in lange onbebladerde trossenDrosera.
Bloemen met kelk en bloemkroon; 5- tot 4-tallig, tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloemkroon 4–5-bladig; meeldraden 5–4 soms met nog een kransvan 5 tot vele meeldraden; vruchtbeginsel 1-hokkig, bovenstandig met 5–3 stijlen en meest talrijke zaadknoppen; vrucht een doosvrucht, met vele zaden; kruiden met verspreide bladeren.
Kleine kruidachtige planten met een roset van blaadjes, die met roode, kleverige haren bezet zijn. Bloemen rose, in lange onbebladerde trossenDrosera.
Orde:Rosales.113.Podostemonaceae.Bloemen met een kelk alleen, tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; meeldraden talrijk en in kransen of 1–2, éénzijdig; vruchtbeginsel bovenstandig, met 2–3 stijlen, tweehokkig met vele zaadknoppen; kelk uit zeer kleine schubben bestaand; meest kleine, soms groote kruiden, die in sterk stroomend water groeien en meest aan rotsen bevestigd zijn; stengel vaak dik en onregelmatig van vorm; wortels meest met bladgroen en met spruiten bezet; bloeiwijzen zeer verschillend van vorm.1a.Bladeren zeer groot en onregelmatig van vorm, niet langgerekt, meest met doornachtige aanhangselen. Bloemen in een groote tweezijdige tros of aar met vele meeldradenMourera.Koemaroe-njam-njam.1b.Bladeren klein of ontbrekend of langgerekt. Bloemen niet in tweezijdige aren22a.Bloemdek 3-deelig. Eén meeldraad, vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stempels. Onder den bloemsteel geen scheede aanwezig. Kleine plantenTristicha.2b.Vruchtbeginsel steeds 2-hokkig met 2 stempels. Onder den bloemsteel een scheede33a.Stempels breed en plat. Bloemdekschubben 3–5; smal. Meeldraden 2–6. Vruchtbeginsel en doosvrucht met duidelijke ribben. Stengels sterk verdikt en onregelmatig met groote holten, waaruit de bloemen groepsgewijs te voorschijn komenLophogyne.3b.Stempels draadvormig44a.Bladeren of stengels of beide, lang, vlottend. Bloemen met vele meeldraden en dan regelmatig of met weinig meeldraden (tot 1 toe) en dan zijdelings symmetrisch. Doosvrucht glad of met zwakke ribbenOenone.4b.Planten meest zeer klein met weinig verlengdestengels. Bloemen steeds zijdelingsch symmetrisch met 1–5 meeldraden. Doosvrucht met duidelijke ribbenApinagia.115.Crassulaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 3–30-tallig; meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; meest tweeslachtig; regelmatig; bloembladeren vrij of vergroeid; vruchtbeginsels één of meerdere, meest vrij van elkaar, 1-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht meest een kokervrucht; planten vleezig, meest kruidachtig, soms een weinig houtig; bladeren zonder steunbladeren.Groote kruiden, aan de basis wat houtig, met vleezige stengels en bladeren; aan den rand der bladeren komen vaak jonge plantjes te voorschijn. Bloemen 4-tallig. Bloemkroon lang-buisvormig met 8 meeldraden op de buis ingehechtBryophyllum.Wonderblad.126.Rosaceae.(OnderfamilieChrysobalanaceae).Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk, meest 5-, soms meertallig; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas min of meer bekervormig of buisvormig; kelkbladeren, kroonbladeren en meeldraden aan den rand van den bloembodem; vruchtbeginsels 1–5, aan de wand of in het midden van den bloembodem ingeplant met 1 of 2 zaadknoppen; stijl meest aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht; boomen of heesters met enkelvoudigebladerenmet steunbladeren.1a.Bloemen bijna regelmatig, alleen het vruchtbeginsel soms niet precies in het midden van den urnvormigen bloembodem gezeten. Meeldraden in een krans, niet eenzijdig ontwikkeld21b.Bloemen zijdelings symmetrisch, het vruchtbeginsel hoog tegen den wand van den buis- of urnvormige bloembodem vastgegroeid, de meeldraden eenzijdig ontwikkeld32a.Bloembodem trechtervormig; vruchtbeginsel precies in het midden op den bodem. Meeldraden talrijk, bloembladeren grooter dan de kelk. Bloeiwijzen okselstandig of eindstandig, pluimvormig, meest kleiner dan de bladeren. Bladeren zeer kort gesteeld, naar den voet toegespitst aan den top afgerond of ingesneden. Steen van de vrucht met 5 of meer onregelmatige lijstenChrysobalanus.2b.Bloembodem halfbolvormig of urnvormig. Vruchtbeginsel een weinig zijdelings gezeten. Bloembladeren soms zeer klein of ontbrekend, soms vrij groot; meeldraden soms zeer weinig (3–6) en dan een weinig eenzijdig of talrijker, tot 20 toe, en dan in een krans. Bloeiwijzen groote pluimen en dan grooter dan de bladeren, of indien ze kleiner zijn dan de bladeren, dan de bloeiwijze trosvormig met zittende bloemenLicania.Anoura.Kwepi.3a.Meeldraden met helmknoppen 3–8, lang en dun. Bloeias meest buisvormig. Bloemen rood of paars. Stengels en bladeren vaak met stijve haren bezet. Bloeiwijzen ijle eind- of okselstandige trossen met vrij lang gesteelde bloemenHirtella.3b.Vruchtbare meeldraden talrijk44a.Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht 1-zadig. Bloeias zeer lang, buisvormig met het vruchtbeginsel aan den rand. Meeldraden aan den basis een weinig vergroeid. Bloemen meest in samengestelde trossenCouepia.Kweebi.4b.Vruchtbeginsel 2-hokkig. Vrucht meest 2-zadig. Bloembodem niet buisvormig. Meeldraden 10–20. Bloeiwijzen een dichte en korte pluim. Bladeren van onderen evenals de bloemen dunviltigParinarium.127.Connaraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 5-tallig, met 10 meeldraden, tweeslachtig, zelden éénslachtig, regelmatig; kelk meest na den bloei blijvend en de basis van de rijpe vrucht omhullend; bloembladeren 5, soms een weinig vergroeid; vruchtbeginsels bovenstandig, meest 5, zelden 4 of 1 met 2 zaadknoppen; meest maar één vruchtbeginsel zich tot vrucht ontwikkelend; doosvrucht met 1 zaad; meest klimmende heesters, zelden boomen met verspreide, oneven gevinde bladeren zonder steunbladeren.1a.Doosvrucht gesteeld; resten van den kelk om den steel zitten blijvend, na den bloei niet of nauwelijks vergroot. Bloembladerenmeest langer dan de kelk. Vaak maar één vruchtbeginsel, soms tot 5Connarus.1b.Doosvrucht ongesteeld; de kelk na den bloei vergroot en de basis van de vrucht vaak tot het midden omvattend. Bloembladeren meest even groot als de kelk. Vruchtbeginsels 5Rourea.128.Leguminosae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms alleen met kelk; 5-tallig, meest met 10 meeldraden, maar soms ook met meer of minder meeldraden; tweeslachtig, zelden éénslachtig; regelmatig of vaker zygomorf; vruchtbeginsel bijna steeds 1, zelden 2–5, bovenstandig, 1-hokkig, met vele, zelden 1 zaadknop; stijl eindelingsch; vrucht meest een peul soms een kokervrucht of niet openspringend; boomen, heesters of kruiden met verspreide, meest samengestelde bladeren met steunbladeren; bloemen meest in trossen.1a.Bloemen klein, volkomen regelmatig, in hoofdjes of trossen. Bloembladeren in den knop met de randen tegen elkaar aanliggend2Mimosaceae.1b.Bloemen vrij groot of groot, meest duidelijk zijdelings-symmetrisch, soms ook minder duidelijk maar in ieder geval liggen de bloembladeren in den knop met de randen over elkaarPapilionaceae.142a.Boomen met dubbel gevinde bladeren. Steel van de bloeiwijze forsch, aan het eind knotsvormig opgezwollen, bezet met een zeer groot aantal bloemen, waarvan de bovenste tweeslachtig zijn, de onderste alleen lange staminodiën hebben of staminodiën en een vruchtbeginsel. Peulen grootParkia.Ajoewa.2b.Boomen of kleinere of grootere heesters of kruiden met de bloemen in trossen of als ze in hoofdjes staan, dan de steel niet aan den top verdikt33a.Meeldraden (de staminodiën niet meegerekend) evenveel of dubbelzooveel als bloemkroonslippen73b.Meeldraden meer dan 10 in elke bloem44a.Meeldraden tot een buis vergroeid, die vaak buiten de bloemkroon uitsteekt54b.Meeldraden alle vrij. Bloemen in hoofdjes. Bloemkroon 5-deelig. Bladeren dubbelgevind, blaadjes klein. Takken ongedoornd, en alleen met doornige steunblaadjes of geheel met doornen bezetAcacia.Leguana-tere.5a.Bladeren enkelvoudig gevind, meest met vleugels aan den steel tusschen de jukken; op de plaats, waar een paar blaadjesvastzittendraagt de steel bijna altijd een cirkelvormige klier. Blaadjes groot. Meeldraden ver buiten de buis van de bloemkroon uitstekend. Bloemen in hoofdjes of aren, of soms meer vertakte bloeiwijzenInga.Swietie-boonkie.Plokonie.5b.Bladeren dubbel-gevind, soms is er maar 1 juk van de eerste orde aanwezig, en bestaat elk juk slechts uit 4 blaadjes66a.Peul dik en plat, leerachtig of wat vleezig, recht of gebogen of soms zelfs een weinig opgerold; niet openspringend of indien hij openspringt, dan draaien de kleppen zich kurketrekkervormig; een enkele maal valt de peul ook in 1-zadige stukken uit elkaar. Blaadjes meest leerachtig, vaak slechts weinige (6) per bladPithecolobium.Plokonie.6b.Peul recht of weinig gekromd, houtig met dikke randen, met 2 kleppen van den top naar de basis openspringend. Kleppen niet gedraaid, doch van elkaar verwijderd. Overigens gelijk aan de vorigeCalliandra.6c.Peul groot en vlak, in verhouding tot de lengte zeer breed, met dunne, bijna papier-dunne kleppen, niet openspringend. Blaadjes vrij dun, ongeveer 1 c.M. groot, veeljukkig en ook meerdere jukken het blad vormend. Overigens als de vorigenAlbizzia.7a.Bloemen behalve met 5 meeldraden, ook met 5 tot 10 staminodiën, die veel langer zijn dan de meeldraden en sterk gekleurd. Bloemen in lange, veelbloemige trossen. Boomen met dubbelgevinde bladeren, zoowel jukken van de 1steals van de 2deorde zeer talrijk. Blaadjes zeer smal en klein, hard en glanzendPentaclethra.7b.Bloemen zonder staminodiën, of indien er staminodiën zijn, dan zijn er niet tegelijk meeldraden in den bloem aanwezig88a.Helmknoppen op den top met een zittende of gesteelde klier, welke meest tijdens den bloei niet meer aanwezig is, maar in de knop of bij pasgeopende bloemen steeds te vinden is118b.Helmknoppen zonder klier op den top99a.Ongedoornde boomen met groote witte bloemhoofdjes van tweeslachtige zittende bloemen. Bloembladeren 5, vrij, meeldraden 10. Peul gesteeld, smal, plat, met 2 kleppen openspringend. Hoofdjes in groepen in de bladoksels staande of eenigszins tot trossen samengesteldLeucaena.9b.Kleine heesters of kruiden vaak met dorens1010a.Bloemen 4–5-, zelden 3-tallig, alle tweeslachtig. Kelk meest klein, soms bijna ontbrekend. Bloemkroon vergroeidbladig, klok-trechtervormig. Meeldraden evenveel of dubbel zooveel als de bloemkroonslippen, vrij, buiten de bloemkroon uitstekend. Vruchtbeginsel zittend of kortgesteeld, 2- tot meerzadig. Peul lang, plat, met een verdikte rand; bij het openspringen blijft deze rand zitten als één geheel; terwijl de rest of met twee kleppen openspringt, of in eenzadige stukken uiteenvalt. Planten meest met stekels. Bladeren dubbelgevind of de jukken handvormig bij elkaar aan het eind van den bladsteel zittendMimosa.Sien-sien.10b.Bloemen 5-tallig, in kleine gesteelde hoofdjes, die van onderen enkele geslachtslooze bloemen dragen met kleine bloemkroon en groote staminodiën, zonder vruchtbeginsel. Meeldraden 10 in de tweeslachtige bloemen. Peulen zittend, klein en smal. Zaden met hun lengteas evenwijdig met de lengteas van de peul. Kleine heesters met weinigjukkige bladeren, jukken met vele kleine blaadjesDesmanthus.11a.Bloemen in bolvormige of verlengde hoofdjes, die aan den basis een krans van geslachtslooze bloemen dragen. Bloemen 5-tallig met 10 meeldraden, de geslachtslooze met 10 zeer lange min of meer bladachtige staminodiën. Peulen betrekkelijk kort en breed. Meest water- of moerasplanten met een vleezigen kruipenden, sterk bewortelden wortelstok, waaruit de bebladerde stengels te voorschijn komenNeptunia.11b.Bloemen in lange aren of trossen, soms in samengestelde trossen1212a.Bloemen in lange trossen gesteeld, bloemsteel minstens even langals de bloem zelf. Bloemen 5-tallig met 10 korte meeldraden. Peul lang en smal, kleppen na het openspringen wat gedraaid. Zaden vuurrood. Ongedoornde boomen met dubbelgevinde bladeren.Adenanthera.12b.Bloemen zittend of zeer kort gesteeld1313a.Bloembladeren tot aan het midden vergroeid. Meeldraden buiten de bloemkroon uitstekend. Peul bij het rijpworden met 2 kleppen openspringend. Ongedoornde of sterk gedoornde vaak klimmende heestersPiptadenia.Tan pikien so.13b.Bloembladeren bijna geheel vrij. Meeldraden nauwelijks buiten de bloemkroon uitstekend. Peul meest groot en breed, uit elkaar vallend in eenzadige stukken, de naden als een geheel zitten blijvendEntada.14a.Bloemkroon duidelijk vlindervormig, d. i. duidelijk zijdelings-symmetrisch met één groot bloemblad en 4 kleinere; meeldraden alle 10 met elkaar tot een buis vergroeid die het vruchtbeginsel insluit of 9 vergroeid en 1 vrij4214b.Bloemkroon niet duidelijk vlindervormig; meeldraden 10 en dan niet tot een buis met elkaar vergroeid of minder dan 10, soms meer dan 101515a.Meeldraden talrijk, meest eenige groote en vele kleine. Kelk voor de bloei ongedeeld met zeer korte buis, tijdens de bloei 2–5-lobbig of onregelmatig verscheurd. Bloembladeren één, en dan groot of 2 kleine of geheel ontbrekend. Bladeren oneven gevind, soms 3-tallig, soms ook alleen een eindblaadje aanwezig, dus bladeren enkelvoudig. Boomen of heestersSwartzia.15b.Meeldraden 10 of minder1616a.Geen bloembladeren aanwezig1716b.Bloembladeren aanwezig1917a.Bladeren even gevind. Kelkbuis kort met 4 lobben. Meeldraden 8–10, vrij, vruchtbeginsel gesteeld, vrij op den bodem van de kelkbuis met 2 zaadknoppen. Peul kort en rond, 1-zadig. Blaadjes 1- tot meerjukkig gevind, leerachtig, vaak met doorschijnende puntjes. Bloemen klein, wit, zittend in samengestelde trossen.Copaifera.Hoeproe.17b.Bladeren oneven gevind1818a.Kelk met korte buis en 5, soms 4 lobben.Meeldraden 2, met korte helmdraden en lange helmhokjes. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen; peul zeer kort, bijna eirond, meest éénzadig. Blaadjes niet tegenoverstaand. BoomenDialium.18b.Kelk met korte buis en 4 vliezige lobben. Meeldraden 10, soms eenige minder, vrij. Vruchtbeginsel kort gesteeld vrij op den bodem van de kelkbuis, of scheef tegen een van de zijkanten van de kelkbuis aangegroeid. Boomen. Bloemen in trossenCrudia.19a.Bladeren duidelijk dubbel gevind, d. w. z., de hoofdbladsteel is eens vertakt voor ze de blaadjes draagt2019b.Bladeren enkelgevind, of enkelvoudige bladeren of indien er een enkele maal dubbel gevinde voorkomen, dan heeft de plant toch voor het meerendeel enkel gevinde bladeren2320a.Plant gedoornd, d. w. z. de steunblaadjes zijn doornig en de zeer korte hoofdbladsteel eindigt in een doorn. De jukken der bladerenzitten dicht op elkaar, ze dragen een groot aantal kleine blaadjes, die spoedig afvallen. Kelk enbloembladeren5, meeldraden 10, met behaarde helmdraden. Peulen plaatselijk verdikt, lang. Bloemen in trossenParkinsonia.20b.Plant niet gedoornd, of de dorens over de geheele plant verspreid2121a.Behalve de 5 vruchtbare meeldraden vindt men in de bloem ook nog 5 meeldraden zonder helmknoppen. Kelk vijflobbig. Bloembladeren 5. Bloemen in trossen. BoomenDimorphandra.Mora,Peto.21b.Alle 10 meeldraden met helmknoppen2222a.Kelkbladeren gelijk van grootte, in den knop niet met de randen over elkaar liggend, 5 in getal. Kroonbladeren 5, vuurrood of één er van witgeel met roode vlekken. Meeldraden 10, aan de basis behaard, naar boven gebogen. Blaadjes klein, zeer talrijk.Poinciana.22b.Kelkbladeren in den knop over elkaar liggend met de randen, een er van grooter dan de andere. Bloembladeren vrijwel gelijk aan elkaar of 1 kleiner. Meeldraden als de vorige. Peul zeer verschillend gevormd, soms niet openspringend. Planten ongestekeld of zeer sterk gestekeld. Blaadjes vrij groot en dan talrijk of groot en dan weinigeCaesalpinia.Sabina-bloem,Nickerie.23a.Bloembladeren52423b.Bloembladeren minder dan 5, soms zijn er 5 bloembladeren aanwezig, maar dan zijn enkele er van tot kleine schubjes gereduceerd en de andere veel grooter3724a.Bladeren met slechts 2 blaadjes of met één enkelvoudig of tweespletig tot tweedeelig blad2524b.Bladeren gevind met meer dan 2 blaadjes2825a.Kelk met een korte of lange buis, vóór den bloei niet in slippen gedeeld en aan den top gesloten, of, indien de kelk wel in den knop gedeeld is, dan is hij kort-5-tandig en beneden de tanden vernauwd, zoodat de bloemknop gekroond schijnt met de 5 korte kelktandjes.Meeldraden 10, alle met helmknopjes en dan meest 5 lange en en 5 korte meeldraden, of 1 of meerdere meeldraden zonder helmknoppen of geheel ontbrekend. Bloembladeren tamelijk gelijk. Boomen of (vaker) lianen met enkelvoudige of aan den top ingesneden bladeren of twee zittende blaadjes op den steelBauhinia.Sekrepatoe-trapoe.25b.Kelkbladeren reeds voor de bloei tot aan de kelkbuis vrij2626a.Bloemen in veelbloemige korte gedrongen pluimen of in bundels uit het hout te voorschijn komend; klein. Kelkbladeren dun, 4 of 5. Meeldraden 10. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul kort, eirond of niervormig. Blaadjes naar den top toegespitst, doch de top zelfingesnedenCynometra.26b.Bloemen in tenminste ten deele eindelingsche pluimen van groote bloemen met 4 harde kelkbladeren2727a.Stempel klein. Peul dik, bijna cylindrisch, niet openspringend. Bladeren met duidelijke doorschijnende puntjesHymenaea.Lokus.27b.Stempel verbreed. Peul vlak scheef, met 2 kleppen openspringend. Doorschijnende puntjes in de bladeren afwezig of onduidelijk.Peltogyne.Purperhart.28a.Meeldraden 5, evenlang, tegenover de 5 onderling bijna gelijkebloembladeren staand; bovendien 5, naar den top knotsvormig verdikte staminodiën in de bloem. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Bloemen in dichte arenDimorphandra.Peto,Mora.28b.Meeldraden meer of minder dan 5, of indien er 5 meeldraden zijn, dan zijn ze niet alle gelijk van vorm en grootte en zijn er niet tevens 5 even groote staminodiën aanwezig2929a.Meeldraden 4, gelijk van grootte (zelden 5) met zeer korte helmdraden en lange spitse helmknoppen, die aan den top met een gat opengaan. Kelkbladeren 5, spits. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Peul dun, leerachtig met gevleugelde nadenMartiusia.Purperhart.29b.Meeldraden meer dan 53030a.Bloemen duidelijk zijdelings symmetrisch, dus of bloembladeren of meeldraden, of beide, niet aan elkaar gelijk in vorm en grootte; indien de 10 meeldraden alle gelijk zijn, dan springen ze met gaten aan den top open3130b.Bloemen regelmatig; dus bloembladeren alle vrijwel evengroot en ook de meeldraden evengroot, of indien er 10 meeldraden zijn, dan zijn er 5 langere die afwisselen met 5 kortere en met spleten over de geheele lengte openspringen3431a.Bladeren evengevind. Bloemkroon niet vlindervormig3231b.Bladeren oneven gevind. Bloemkroon duidelijk vlindervormig3332a.Bloemknoppen opvallend gekromd en aan den top knots-vormig verdikt. Kelkslippen ongelijk. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Meeldraden 10, aan de basis behaard; de helmknoppen aan den rug bevestigd, meest 3 dikkere en kortere meeldraden met kleinere helmknoppen en 7 langere, dunnere meeldraden met grootere helmknoppen. Boomen met gele bloemen in trossenTachigalia.32b.Bloemknoppen niet gekromd en knotsvormig. Kelkbladeren bijna geheel vrij. Bloembladeren meest geel-oranje, alle gelijk of enkele wat groot. Meeldraden soms 10, en dan aan den top met poriën of korte spleten openspringend, meest echter enkele meeldraden met veel grootere helmknoppen dan de andere. Helmdraden aan de basis der helmknoppen bevestigd. Peul zeer verschillend, plat, steelrond of gevleugeldCassia.Slabriki.33a.Kelkbuis lang klokvormig, met 5 tanden, waarvan de beide bovenste hooger met elkaar vergroeid zijn. Meeldraden 10, vrij. Stijl gebogen niet opgerold met eindelingsche stempel. Peul met 2 kleppen openspringendDiplotropis.Zwarte kabbes.33b.Kelkbuis kort trechter- of bekervormig; de bovenste kelkslippen wat vergroeid. Meeldraden ongelijk, vrij, 10 met helmknopjes of soms 2 zonder, en 8 met helmknoppen. Stijl opgerold met scheeven stempel. Peul met 2 kleppen openspringendOrmosia.34a.Bloembladeren grooter en breeder dan de kelkbladeren3534b.Bloembladeren smal en klein, kleiner of nauwelijks grooter dan de kelkbladeren3635a.Helmknoppen eirond, met spleten openspringend; helmdraad aan de rugzijde van den helmknop ingehecht. Bloemen in veelbloemige dichte trossen. Bladeren enkel-gevind, of soms vindt men aan dezelfde plant ook dubbelgevinde bladeren. Blaadjes naar den voet smal toeloopend, aan den top recht afgesneden of eenigszins ingesnedenHaematoxylon.35b.Helmknoppen lang en smal, met gaten of korte spleten aan den top openspringend; helmdraad aan de basis ingehecht. Bloemen in weinigbloemige trossen of alleenstaand, blaadjes spits aan den topCassia.36a.Kelk bijna geheel losbladig met 5 tamelijk gelijke bladeren. Bloembladeren 5, klein en smal. (het naar de as gekeerde (bovenste) bloemblad wordt door de beide naastliggende met de randen overdekt) Meeldraden 10, aan de basis behaard. Vruchtbeginsel gesteeld; bladeren oneven of soms schijnbaar evengevindSclerolobium.36b.Kelk vergroeidbladig klokvormig met 5 gelijke met de randen tegen elkaar liggende slippen. Bloembladeren bijna gelijk, het bovenste soms wat grooter dan de andere en in den knop de beide naburige bedekkend. Meeldraden vrij, langer dan de bloembladeren. Bladeren even- of oneven gevindSweetia.37a.Bladeren enkelvoudig, d. w. z. van het gevinde blad is alleen het eindblaadje aanwezig. Kelk met 4 slippen. Bloembladeren 1 of 1 groote en 2 kleinere ernaast. Meeldraden 9Palovea.37b.Bladeren gevind3838a.Bloembladeren 1, groot, soms met nog eenige kleine schubben ernaast3938b.Drie groote bloembladeren, soms nog met 2 kleine schubben4039a.Meeldraden 10 alle met helmknoppen of 5 met, en 5 zonder helmknoppen. Het bloemblad zittend, zeer breed. Peul vaak langgesteeld en hangend, plat, breed en min of meer roodbruin en kortbehaardEperua.Walaba,Bijlhout.39b.Meeldraden 10 of minder, daarvan 3 met helmknoppen en 7 of minder zonder helmknoppen. Het bloemblad is genageld, in de knop samengevouwen, later min of meer helmvormig, de andere 2 of 4 bloembladeren zijn schubvormigMacrolobium.40a.Meeldraden 2, ongelijk met korte dikke helmdraden, en dikke helmknoppen, die aan den top openspringen. Kelk met 5 slippen. Bladeren onevengevind met weinig blaadjesDicorynia.Basra-lokus.40b.Meeldraden 3 of meer; kelk met 4 slippen4141a.De 3 vruchtbare meeldraden met de helmdraden vergroeid; de overige 2 meeldraden alleen als kleine tandjes naast de vruchtbare meeldraden te zien. Bloemsteelblaadjes onder den kelk spoedig afvallendTamarindus.41b.Meeldraden 9, helmdraden alle met elkaar vergroeid tot een gespleten buis; helmdraden van boven vrij, 3 zeer lang met helmknoppen, de 6 andere korter en ongelijk met leege helmknoppen of zonder helmknoppen. De vier kelkbladeren groot, bloembladachtig. Bloemsteelblaadjes onder den kelk tijdens den bloei blijvendHeterostemon.42a.Blaadjes slechts 3 per blad, of één, of soms (Crotalaria) meer dan 3 blaadjes maar dan handvormig samengesteld4342b.Bladeren oneven gevind en dan 5 of meer blaadjes of even gevind, en dan één- tot meerjukkig6143a.Boomen of groote niet klimmende heester4443b.Kleine, soms wat houtachtige, liggende of klimmende kruiden, of lianen4544a.Stam en takken vaak met stekels bezet. Blaadjes met kliervormige korte stipellen aan den voet, het eindblaadje breed, min of meerruitvormig, de beide zijblaadjes scheef; bloemen lang en smal; vlag veel langer dan de kiel. Bloem meest vuurrood in trossenErythrina.Koffie-mama.44b.Slechts 1 blaadje aanwezig met 2 stipellen aan den voet. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Peul cirkelrond, vliezig met 1–3 zaden. Helmdraad aan den rug der helmknoppen vastzittendCyclolobium.44c.Drie of één blaadje, doch steeds zonder stipellen. Indien er 5 blaadjes aanwezig zijn, dan heeft diezelfde boom ook takken waar maar 3 of 1 blaadje per blad voorkomen. Blaadjes niet tegenoverstaand. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul cirkelrond of eirond met 1 zaad, leerachtig, niet openspringendDalbergia.45a.Bloemen zeer groot, de kiel opvallend grooter dan de vlag, met een gekromde hoornachtige lange punt. De 10demeeldraad geheel vrij, de overige meeldraden afwisselend langer en korter; vlag met 2 oortjes aan de basis. Peul dik, vaak met stijve brandharenMucuna.45b.Kiel even groot als, of kleiner dan de vlag4646a.Vlag cirkelrond, van achteren boven de nagel met een spoor of knobbel. Klimmende of liggende kruiden met 3 of 1 blaadje met stipellen. De 10demeeldraad meest een weinig met de andere verbonden. Bloemsteelblaadjes groot, tegen de kelk aangedruktCentrosema.46b.Vlag van achteren zonder spoor of knobbel4747a.Blaadjes zonder stipellen. (Zie ook Cajanus met zeer kleine stipellen)4847b.Blaadjes met stipellen5148a.De 10demeeldraad geheel vrij, even boven de basis plaatselijk verbreed4948b.Alle 10 meeldraden vergroeid met elkaar, buis der helmdraden open of gesloten5049a.De navelvlek van het zaad is rond of slechts weinig verlengd; de zaadstreng zit in het midden er van vastgehecht. Klimplanten met breede blaadjes en korte 1- of 2-zadige peulenRhynchosia.49b.De navelvlek van het zaad is smal en langwerpig en de zaadstreng zit aan het eind er van ingehecht. Planten meest niet klimmend, vaak vrij sterk behaard met lange en smalle blaadjes. Peulen als de vorigeEriosema.50a.Kruiden of kleine heesters met ruwe of kleverige haren bezet. Blaadjes steeds 3, zeer smal en meest niet grooter dan 2 cM., vaak zelfs veel kleiner. Bloemen in dichte aren. Vruchtbeginsel met 2–3 zaadknoppen; peul met 1 of 2 zaden, indien er 2 zaden aanwezig zijn dan is de peul ingesnoerd tusschen de zaden en valt hij in 2 stukken uiteen. Peul met een haakje aan den topStylosanthes.50b.Planten meest kaal; blaadjes steeds grooter dan 2 cM., vaak alleenstaand, meest 3 bij elkaar, soms ook 5 of meer, handvormig. Bloemen in losse trossen. Buis der helmdraden van boven open. Vruchtbeginsel met meerdere zaadknoppen. Peul opgeblazenCrotalaria.51a.Bloeistengel bezet met korte, (1–2 mM.) dikke, gekromde zijtakjes, waarop de gesteelde bloemen groepsgewijs ingehecht zijn5251b.Bloeistengels zonder dergelijke verdikte en korte zijtakjes5852a.Stijl aan de binnenzijde over de geheele lengte lang behaard5352b.Stijl kaal, soms alleen van onderen wat behaard5553a.Kiel spiraalvormig opgerold. Vlag met kleine oortjes aan de basis, in het midden met overlangsche verdikkingen. De 10demeeldraad vrij, aan de basis wat verdikt. Klimplanten met bloemtrossen in de oksels van de bladerenPhaseolus.53b.Kiel niet in een spiraal opgerold5454a.Stempel zeer scheef naar de binnenzijde langs de stijl afloopend. Bloemen aan het eind van den bloeistengel dicht opeenzittendVigna.54b.Stempel eindelingsch, niet scheef. Bloemen min of meer groepsgewijs langs den bloeistengel verspreidDolichos.55a.De 10demeeldraad geheel vrij van de 9 anderen5655b.De 10demeeldraad alleen aan de basis vrij, hooger op met de 9 anderen in een buis vergroeid5756a.Bovenste kelkslip 2-tandig of 2-spletig, dus er zijn 5 kelkslippen voorhanden. Vlag met naar binnen gebogen oortjes. Peul smal en lang. Klimmende kruiden of heesters. Bloemen blauw of violetCalopogonium.56b.Bovenste kelkslip niet ingesneden, dus in het geheel maar 4 kelkslippen. Vlag met zeer kleine oortjes of zonder oortjes. Planten klimmend of rechtopstaandGalactia.57a.Kelk met 4 bijna gelijke slippen. Vlag met naar binnen geslagen oortjes bij den basis. Alle helmknoppen gelijk of 5 met zeer kleine en stuifmeellooze helmknoppen. Peul vaak kort en breed, hard en leerachtig. Hoog klimmende heesters met de bloemen in trossen. De zijtakjes van den bloeistengel vaak wat verlengd en haakvormig gebogenDioclea.57b.Kelk duidelijk tweelippig, de bovenlip het grootst, met 1 of 2 slippen; de onderlip veel kleiner, 3-tandig of gaafrandig. Vlag met of zonder oortjes. Kiel soms met een iets gedraaide snavel.Peul tamelijk dunwandig.Knoppenvan den bloeistengel niet opvallend grootCanavalia.58a.Peulen zeer plat en dun, klein, tusschen de zaden smaller en op die plaatsen brekend, zoodat de peul in vele eenzadige stukken uiteenvalt. Bloemen meest zeer klein. De 10demeeldraad aan de basis vrij, naar boven met de anderen vergroeid. Kruiden of kleine heesters. Blaadjes 3 of 1. Bloemen in enkelvoudige of wat vertakte trosvormige bloeiwijzenDesmodium.58b.Peulen niet plat, of als ze plat zijn niet tusschen de zaden versmald en niet in stukken uiteenvallend5959a.Bladeren met één blaadje, onder aan den stengel bijna cirkelrond, naar boven langwerpig. Bloemen klein; de 10demeeldraad geheel los. Peul bijna rolrond, niet of nauwelijks tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in kleine trossen. Groote steunbladerenAlysicarpus.59b.Blaadjes 36060a.Stijl aan de binnenzijde behaard. Vlag groot, aan den top ingesneden. De 10demeeldraad vrij of met de andere min of meer vergroeid. Klimmende kruiden of lianen, in het laatste geval komen de bloemen soms uit het hout te voorschijnClitoria.60b.Stijl kaal. Vlag teruggebogen, cirkelrond met naar binnen gekeerdeoortjes aan de basis. 10demeeldraad geheel vrij. Peul lang en vrij smal, lang toegespitst, met dikke zaden die scheef liggen tenopzichtevan de lengterichting der peul, tusschen de zaden met ingedrukte scheeve dwarslijnenCajanus.61a.Bladeren met slechts 1 paar blaadjes, zonder stipellen. Vlag bijna cirkelrond. Meeldraden alle vergroeid, 9 of 10, 5 langer of korter dan de andere. Peul uit geledingen bestaande, met borstelvormige haren bezet. Kleine kruidenZornia.61b.Meer dan 2 blaadjes aan elk blad6262a.Bladen even gevind, 2-jukkig, dus in het geheel 4 blaadjes. Kelk met een lange buis, die schijnbaar de bloemsteel is, onder in de buis zit het vruchtbeginsel, van boven is de buis verwijd tot de gewone vorm van een kelk. Bloemen geel. Meeldraden 9 of 10, alle vergroeid, afwisselend grooter en kleiner. Peul dik en kort met 1–3 zaden, in de aarde rijp wordendArachis.Pinda.62b.Bladeren meerjukkig, even of oneven gevind. Kelk niet in een lange buis verlengd6363a.Peulen gesteeld, klein, plat, recht, gekromd of zelfs spiraalvormig opgerold in eenzadige stukken uiteenvallend, tusschen de zaden smaller, met 2 tot vele zaden, vaak behaard of met kleine stekeltjes. Meeldraden vergroeid in een aan één of twee zijden gespleten buis. Liggende of rechtopstaande kruiden of kleine heesters met even- of oneven-gevinde bladeren met kleine blaadjes. Bloemen klein, geel of purper geaderd, in trossenAeschynomene.63b.Peulen niet plat en in stukken uiteenvallend, of indien ze in stukken uiteenvallen (Chaetocalyx) dan niet tusschen de zaden ingesnoerd en de kelk tevens met weinige borstelige haren bezet6464a.Bladeren even gevind (zonder eindblaadje)6564b.Bladeren oneven gevind (met eindblaadje)6665a.Kelk met 2 bloemsteelblaadjes aan den voet, met zeer korte tanden. Vlag met een korte nagel, die tegen de helmdraden vastgegroeid is. Slechts 9 meeldraden aanwezig, vergroeid in een aan één zijde open buis; de buis recht. Klimmende kruiden of dunne lianen, bladeren veeljukkig; in plaats van het eindblaadje een smal steeltje. Bloemen in trossen. Peul vrij kort; zaden vuurrood met een zwarte vlekAbrus.Kokriki.65b.De bloemsteelblaadjes borstelvormig, meest vroeg afvallend. Negen meeldraden vergroeid, de 10devrij, alle bij de basis knievormig gebogen. Peul smal, plat of rond, 4-kantig of 4-vleugelig. Planten niet klimmendSesbania.66a.Rechtopstaande of klimmende kruiden6766b.Boomen of lianen, of groote niet-klimmende heesters met niet openspringende peulen7067a.Bladeren 2–3-jukkig gevind, blaadjes met stipellen. Stijl aan de binnenzijde behaard. Klimplant met groote blauwe bloemenClitoria.67b.Blaadjes zonder stipellen, soms met zeer kleine stipellen maar dan is de plant geen klimplant en staan de bloemen in dichte trossen6868a.Klimmende kruiden met verspreide borstelvormige haren op den stengel en op de kelk. De 10 meeldraden alle met elkaar vergroeid tot een aan één zijde open buis. Peul zeer lang en dun, bijnarolrond, tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in armbloemige trossen in de bladokselsChaetocalyx.68b.Rechtopstaande kruiden of kleine heesters6969a.Bloemen kleiner dan 1 cM. in korte dichtbloemige trossen. Helmknoppen aan den top met een puntje. Stijl rolrond kaal. Peulen kort en dik, rolrond, meest gekromdIndigofera.Ningo,Iningo.69b.Bloemen 1 cM. groot of grooter; in lange trossen. Helmknoppen niet met een puntje aan den top. Stijl vlak, kaal of behaard. Peulen plat en recht. Planten meest grijsbehaardTephrosia.70a.Kelk met een korte buis en met 2 lange en breede slippen, die den bloemkroon ten deele inhullen. De overige slippen van de kelk kort en spits of zeer klein. Vrucht een eironde eenigszins platte steenvrucht, niet openspringend, met 1 zaadDipteryx.Tonka,Serapi.70b.Alle kelkslippen vrijwel even groot7171a.Blaadjes van het blad in paren tegenover elkaar staand7271b.Blaadjes van het blad niet in paren, doch min of meer onregelmatig langs de bladsteel verspreid7672a.Vrucht een ronde of eironde steenvrucht7372b.Vrucht vliezig, leerachtig of houtig, plat of gevleugeld, in geen geval een steenvrucht, doch ook niet openspringend7473a.Kelk bekervormig met zeer kleine tanden. Bloemen meest violet. Vlag lang genageld. De 10demeeldraad vrij. Bloemen in pluimen. BoomenAndira.73b.Kelk met duidelijke spitse tanden. Bloemen geel. Overigens als de vorigeGeoffraea.74a.Peul aan de bovennaad gevleugeld, dun of leerachtig. Bloemen witgeel, in lange dichte trossen. Blaadjes meest 5 per blad, kelk met korte tanden. De10demeeldraad aan de basis vrij. LianenDerris.74b.Peul ongevleugeld7575a.Peul plat, min of meer verlengd, vliezig of leerachtig. Kelk met zeer korte tanden of zonder tanden. De 10demeeldraad aan de basis alleen vrij. Vlag vaak behaard. Boomen of lianen met meerjukkige bladeren, blaadjes soms met doorschijnende puntjesLonchocarpus.75b.Peul rolrond, tusschen de zaden smaller, soms maar 1 zaad aanwezig en dan is de peul ongeveer bolvormig. Bloemen als de vorige. Boom, 5 blaadjes per bladMüllera.76a.Helmknoppen eindelings, klein,helmdraad aan de basis ervan ingehecht.Peul met weinige zaden of met 1 zaad, min of meer verlengd. Bloem kleinDalbergia.76b.Helmdraden aan de rugzijde van de helmknop ingehecht7777a.Peul langwerpig, naar den top in een smallen, geaderde vleugel overgaand aan de basis met 1 zaad. Kelk met korte tanden. Vlag van buiten meest behaard. Boomen of klimmende heesters vaak met doornige steunbladerenMachaerium.77b.Peul leerachtig, langwerpig en sikkelvormig of bijna in een cirkel gekromd,ongevleugeld. Bloemen als de vorige. Vlag steeds van buiten behaard. Steunbladeren vaak doornigDrepanocarpus.77c.Peul bijna cirkelrond, min of meer gevleugeld. Vlag kaal7878a.Kelk naar den voet versmald, duidelijk getand. Bloemen geel, soms met een violette vlek op den vlag in trossen. Peul rondom gevleugeldPterocarpus.78b.Kelk klokvormig, met zeer kleine tanden. Bloemen violet in pluimen. Peul alleen aan de bovenzijde gevleugeldVatairea.
Orde:Rosales.113.Podostemonaceae.Bloemen met een kelk alleen, tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; meeldraden talrijk en in kransen of 1–2, éénzijdig; vruchtbeginsel bovenstandig, met 2–3 stijlen, tweehokkig met vele zaadknoppen; kelk uit zeer kleine schubben bestaand; meest kleine, soms groote kruiden, die in sterk stroomend water groeien en meest aan rotsen bevestigd zijn; stengel vaak dik en onregelmatig van vorm; wortels meest met bladgroen en met spruiten bezet; bloeiwijzen zeer verschillend van vorm.1a.Bladeren zeer groot en onregelmatig van vorm, niet langgerekt, meest met doornachtige aanhangselen. Bloemen in een groote tweezijdige tros of aar met vele meeldradenMourera.Koemaroe-njam-njam.1b.Bladeren klein of ontbrekend of langgerekt. Bloemen niet in tweezijdige aren22a.Bloemdek 3-deelig. Eén meeldraad, vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stempels. Onder den bloemsteel geen scheede aanwezig. Kleine plantenTristicha.2b.Vruchtbeginsel steeds 2-hokkig met 2 stempels. Onder den bloemsteel een scheede33a.Stempels breed en plat. Bloemdekschubben 3–5; smal. Meeldraden 2–6. Vruchtbeginsel en doosvrucht met duidelijke ribben. Stengels sterk verdikt en onregelmatig met groote holten, waaruit de bloemen groepsgewijs te voorschijn komenLophogyne.3b.Stempels draadvormig44a.Bladeren of stengels of beide, lang, vlottend. Bloemen met vele meeldraden en dan regelmatig of met weinig meeldraden (tot 1 toe) en dan zijdelings symmetrisch. Doosvrucht glad of met zwakke ribbenOenone.4b.Planten meest zeer klein met weinig verlengdestengels. Bloemen steeds zijdelingsch symmetrisch met 1–5 meeldraden. Doosvrucht met duidelijke ribbenApinagia.115.Crassulaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 3–30-tallig; meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; meest tweeslachtig; regelmatig; bloembladeren vrij of vergroeid; vruchtbeginsels één of meerdere, meest vrij van elkaar, 1-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht meest een kokervrucht; planten vleezig, meest kruidachtig, soms een weinig houtig; bladeren zonder steunbladeren.Groote kruiden, aan de basis wat houtig, met vleezige stengels en bladeren; aan den rand der bladeren komen vaak jonge plantjes te voorschijn. Bloemen 4-tallig. Bloemkroon lang-buisvormig met 8 meeldraden op de buis ingehechtBryophyllum.Wonderblad.126.Rosaceae.(OnderfamilieChrysobalanaceae).Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk, meest 5-, soms meertallig; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas min of meer bekervormig of buisvormig; kelkbladeren, kroonbladeren en meeldraden aan den rand van den bloembodem; vruchtbeginsels 1–5, aan de wand of in het midden van den bloembodem ingeplant met 1 of 2 zaadknoppen; stijl meest aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht; boomen of heesters met enkelvoudigebladerenmet steunbladeren.1a.Bloemen bijna regelmatig, alleen het vruchtbeginsel soms niet precies in het midden van den urnvormigen bloembodem gezeten. Meeldraden in een krans, niet eenzijdig ontwikkeld21b.Bloemen zijdelings symmetrisch, het vruchtbeginsel hoog tegen den wand van den buis- of urnvormige bloembodem vastgegroeid, de meeldraden eenzijdig ontwikkeld32a.Bloembodem trechtervormig; vruchtbeginsel precies in het midden op den bodem. Meeldraden talrijk, bloembladeren grooter dan de kelk. Bloeiwijzen okselstandig of eindstandig, pluimvormig, meest kleiner dan de bladeren. Bladeren zeer kort gesteeld, naar den voet toegespitst aan den top afgerond of ingesneden. Steen van de vrucht met 5 of meer onregelmatige lijstenChrysobalanus.2b.Bloembodem halfbolvormig of urnvormig. Vruchtbeginsel een weinig zijdelings gezeten. Bloembladeren soms zeer klein of ontbrekend, soms vrij groot; meeldraden soms zeer weinig (3–6) en dan een weinig eenzijdig of talrijker, tot 20 toe, en dan in een krans. Bloeiwijzen groote pluimen en dan grooter dan de bladeren, of indien ze kleiner zijn dan de bladeren, dan de bloeiwijze trosvormig met zittende bloemenLicania.Anoura.Kwepi.3a.Meeldraden met helmknoppen 3–8, lang en dun. Bloeias meest buisvormig. Bloemen rood of paars. Stengels en bladeren vaak met stijve haren bezet. Bloeiwijzen ijle eind- of okselstandige trossen met vrij lang gesteelde bloemenHirtella.3b.Vruchtbare meeldraden talrijk44a.Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht 1-zadig. Bloeias zeer lang, buisvormig met het vruchtbeginsel aan den rand. Meeldraden aan den basis een weinig vergroeid. Bloemen meest in samengestelde trossenCouepia.Kweebi.4b.Vruchtbeginsel 2-hokkig. Vrucht meest 2-zadig. Bloembodem niet buisvormig. Meeldraden 10–20. Bloeiwijzen een dichte en korte pluim. Bladeren van onderen evenals de bloemen dunviltigParinarium.127.Connaraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 5-tallig, met 10 meeldraden, tweeslachtig, zelden éénslachtig, regelmatig; kelk meest na den bloei blijvend en de basis van de rijpe vrucht omhullend; bloembladeren 5, soms een weinig vergroeid; vruchtbeginsels bovenstandig, meest 5, zelden 4 of 1 met 2 zaadknoppen; meest maar één vruchtbeginsel zich tot vrucht ontwikkelend; doosvrucht met 1 zaad; meest klimmende heesters, zelden boomen met verspreide, oneven gevinde bladeren zonder steunbladeren.1a.Doosvrucht gesteeld; resten van den kelk om den steel zitten blijvend, na den bloei niet of nauwelijks vergroot. Bloembladerenmeest langer dan de kelk. Vaak maar één vruchtbeginsel, soms tot 5Connarus.1b.Doosvrucht ongesteeld; de kelk na den bloei vergroot en de basis van de vrucht vaak tot het midden omvattend. Bloembladeren meest even groot als de kelk. Vruchtbeginsels 5Rourea.128.Leguminosae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms alleen met kelk; 5-tallig, meest met 10 meeldraden, maar soms ook met meer of minder meeldraden; tweeslachtig, zelden éénslachtig; regelmatig of vaker zygomorf; vruchtbeginsel bijna steeds 1, zelden 2–5, bovenstandig, 1-hokkig, met vele, zelden 1 zaadknop; stijl eindelingsch; vrucht meest een peul soms een kokervrucht of niet openspringend; boomen, heesters of kruiden met verspreide, meest samengestelde bladeren met steunbladeren; bloemen meest in trossen.1a.Bloemen klein, volkomen regelmatig, in hoofdjes of trossen. Bloembladeren in den knop met de randen tegen elkaar aanliggend2Mimosaceae.1b.Bloemen vrij groot of groot, meest duidelijk zijdelings-symmetrisch, soms ook minder duidelijk maar in ieder geval liggen de bloembladeren in den knop met de randen over elkaarPapilionaceae.142a.Boomen met dubbel gevinde bladeren. Steel van de bloeiwijze forsch, aan het eind knotsvormig opgezwollen, bezet met een zeer groot aantal bloemen, waarvan de bovenste tweeslachtig zijn, de onderste alleen lange staminodiën hebben of staminodiën en een vruchtbeginsel. Peulen grootParkia.Ajoewa.2b.Boomen of kleinere of grootere heesters of kruiden met de bloemen in trossen of als ze in hoofdjes staan, dan de steel niet aan den top verdikt33a.Meeldraden (de staminodiën niet meegerekend) evenveel of dubbelzooveel als bloemkroonslippen73b.Meeldraden meer dan 10 in elke bloem44a.Meeldraden tot een buis vergroeid, die vaak buiten de bloemkroon uitsteekt54b.Meeldraden alle vrij. Bloemen in hoofdjes. Bloemkroon 5-deelig. Bladeren dubbelgevind, blaadjes klein. Takken ongedoornd, en alleen met doornige steunblaadjes of geheel met doornen bezetAcacia.Leguana-tere.5a.Bladeren enkelvoudig gevind, meest met vleugels aan den steel tusschen de jukken; op de plaats, waar een paar blaadjesvastzittendraagt de steel bijna altijd een cirkelvormige klier. Blaadjes groot. Meeldraden ver buiten de buis van de bloemkroon uitstekend. Bloemen in hoofdjes of aren, of soms meer vertakte bloeiwijzenInga.Swietie-boonkie.Plokonie.5b.Bladeren dubbel-gevind, soms is er maar 1 juk van de eerste orde aanwezig, en bestaat elk juk slechts uit 4 blaadjes66a.Peul dik en plat, leerachtig of wat vleezig, recht of gebogen of soms zelfs een weinig opgerold; niet openspringend of indien hij openspringt, dan draaien de kleppen zich kurketrekkervormig; een enkele maal valt de peul ook in 1-zadige stukken uit elkaar. Blaadjes meest leerachtig, vaak slechts weinige (6) per bladPithecolobium.Plokonie.6b.Peul recht of weinig gekromd, houtig met dikke randen, met 2 kleppen van den top naar de basis openspringend. Kleppen niet gedraaid, doch van elkaar verwijderd. Overigens gelijk aan de vorigeCalliandra.6c.Peul groot en vlak, in verhouding tot de lengte zeer breed, met dunne, bijna papier-dunne kleppen, niet openspringend. Blaadjes vrij dun, ongeveer 1 c.M. groot, veeljukkig en ook meerdere jukken het blad vormend. Overigens als de vorigenAlbizzia.7a.Bloemen behalve met 5 meeldraden, ook met 5 tot 10 staminodiën, die veel langer zijn dan de meeldraden en sterk gekleurd. Bloemen in lange, veelbloemige trossen. Boomen met dubbelgevinde bladeren, zoowel jukken van de 1steals van de 2deorde zeer talrijk. Blaadjes zeer smal en klein, hard en glanzendPentaclethra.7b.Bloemen zonder staminodiën, of indien er staminodiën zijn, dan zijn er niet tegelijk meeldraden in den bloem aanwezig88a.Helmknoppen op den top met een zittende of gesteelde klier, welke meest tijdens den bloei niet meer aanwezig is, maar in de knop of bij pasgeopende bloemen steeds te vinden is118b.Helmknoppen zonder klier op den top99a.Ongedoornde boomen met groote witte bloemhoofdjes van tweeslachtige zittende bloemen. Bloembladeren 5, vrij, meeldraden 10. Peul gesteeld, smal, plat, met 2 kleppen openspringend. Hoofdjes in groepen in de bladoksels staande of eenigszins tot trossen samengesteldLeucaena.9b.Kleine heesters of kruiden vaak met dorens1010a.Bloemen 4–5-, zelden 3-tallig, alle tweeslachtig. Kelk meest klein, soms bijna ontbrekend. Bloemkroon vergroeidbladig, klok-trechtervormig. Meeldraden evenveel of dubbel zooveel als de bloemkroonslippen, vrij, buiten de bloemkroon uitstekend. Vruchtbeginsel zittend of kortgesteeld, 2- tot meerzadig. Peul lang, plat, met een verdikte rand; bij het openspringen blijft deze rand zitten als één geheel; terwijl de rest of met twee kleppen openspringt, of in eenzadige stukken uiteenvalt. Planten meest met stekels. Bladeren dubbelgevind of de jukken handvormig bij elkaar aan het eind van den bladsteel zittendMimosa.Sien-sien.10b.Bloemen 5-tallig, in kleine gesteelde hoofdjes, die van onderen enkele geslachtslooze bloemen dragen met kleine bloemkroon en groote staminodiën, zonder vruchtbeginsel. Meeldraden 10 in de tweeslachtige bloemen. Peulen zittend, klein en smal. Zaden met hun lengteas evenwijdig met de lengteas van de peul. Kleine heesters met weinigjukkige bladeren, jukken met vele kleine blaadjesDesmanthus.11a.Bloemen in bolvormige of verlengde hoofdjes, die aan den basis een krans van geslachtslooze bloemen dragen. Bloemen 5-tallig met 10 meeldraden, de geslachtslooze met 10 zeer lange min of meer bladachtige staminodiën. Peulen betrekkelijk kort en breed. Meest water- of moerasplanten met een vleezigen kruipenden, sterk bewortelden wortelstok, waaruit de bebladerde stengels te voorschijn komenNeptunia.11b.Bloemen in lange aren of trossen, soms in samengestelde trossen1212a.Bloemen in lange trossen gesteeld, bloemsteel minstens even langals de bloem zelf. Bloemen 5-tallig met 10 korte meeldraden. Peul lang en smal, kleppen na het openspringen wat gedraaid. Zaden vuurrood. Ongedoornde boomen met dubbelgevinde bladeren.Adenanthera.12b.Bloemen zittend of zeer kort gesteeld1313a.Bloembladeren tot aan het midden vergroeid. Meeldraden buiten de bloemkroon uitstekend. Peul bij het rijpworden met 2 kleppen openspringend. Ongedoornde of sterk gedoornde vaak klimmende heestersPiptadenia.Tan pikien so.13b.Bloembladeren bijna geheel vrij. Meeldraden nauwelijks buiten de bloemkroon uitstekend. Peul meest groot en breed, uit elkaar vallend in eenzadige stukken, de naden als een geheel zitten blijvendEntada.14a.Bloemkroon duidelijk vlindervormig, d. i. duidelijk zijdelings-symmetrisch met één groot bloemblad en 4 kleinere; meeldraden alle 10 met elkaar tot een buis vergroeid die het vruchtbeginsel insluit of 9 vergroeid en 1 vrij4214b.Bloemkroon niet duidelijk vlindervormig; meeldraden 10 en dan niet tot een buis met elkaar vergroeid of minder dan 10, soms meer dan 101515a.Meeldraden talrijk, meest eenige groote en vele kleine. Kelk voor de bloei ongedeeld met zeer korte buis, tijdens de bloei 2–5-lobbig of onregelmatig verscheurd. Bloembladeren één, en dan groot of 2 kleine of geheel ontbrekend. Bladeren oneven gevind, soms 3-tallig, soms ook alleen een eindblaadje aanwezig, dus bladeren enkelvoudig. Boomen of heestersSwartzia.15b.Meeldraden 10 of minder1616a.Geen bloembladeren aanwezig1716b.Bloembladeren aanwezig1917a.Bladeren even gevind. Kelkbuis kort met 4 lobben. Meeldraden 8–10, vrij, vruchtbeginsel gesteeld, vrij op den bodem van de kelkbuis met 2 zaadknoppen. Peul kort en rond, 1-zadig. Blaadjes 1- tot meerjukkig gevind, leerachtig, vaak met doorschijnende puntjes. Bloemen klein, wit, zittend in samengestelde trossen.Copaifera.Hoeproe.17b.Bladeren oneven gevind1818a.Kelk met korte buis en 5, soms 4 lobben.Meeldraden 2, met korte helmdraden en lange helmhokjes. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen; peul zeer kort, bijna eirond, meest éénzadig. Blaadjes niet tegenoverstaand. BoomenDialium.18b.Kelk met korte buis en 4 vliezige lobben. Meeldraden 10, soms eenige minder, vrij. Vruchtbeginsel kort gesteeld vrij op den bodem van de kelkbuis, of scheef tegen een van de zijkanten van de kelkbuis aangegroeid. Boomen. Bloemen in trossenCrudia.19a.Bladeren duidelijk dubbel gevind, d. w. z., de hoofdbladsteel is eens vertakt voor ze de blaadjes draagt2019b.Bladeren enkelgevind, of enkelvoudige bladeren of indien er een enkele maal dubbel gevinde voorkomen, dan heeft de plant toch voor het meerendeel enkel gevinde bladeren2320a.Plant gedoornd, d. w. z. de steunblaadjes zijn doornig en de zeer korte hoofdbladsteel eindigt in een doorn. De jukken der bladerenzitten dicht op elkaar, ze dragen een groot aantal kleine blaadjes, die spoedig afvallen. Kelk enbloembladeren5, meeldraden 10, met behaarde helmdraden. Peulen plaatselijk verdikt, lang. Bloemen in trossenParkinsonia.20b.Plant niet gedoornd, of de dorens over de geheele plant verspreid2121a.Behalve de 5 vruchtbare meeldraden vindt men in de bloem ook nog 5 meeldraden zonder helmknoppen. Kelk vijflobbig. Bloembladeren 5. Bloemen in trossen. BoomenDimorphandra.Mora,Peto.21b.Alle 10 meeldraden met helmknoppen2222a.Kelkbladeren gelijk van grootte, in den knop niet met de randen over elkaar liggend, 5 in getal. Kroonbladeren 5, vuurrood of één er van witgeel met roode vlekken. Meeldraden 10, aan de basis behaard, naar boven gebogen. Blaadjes klein, zeer talrijk.Poinciana.22b.Kelkbladeren in den knop over elkaar liggend met de randen, een er van grooter dan de andere. Bloembladeren vrijwel gelijk aan elkaar of 1 kleiner. Meeldraden als de vorige. Peul zeer verschillend gevormd, soms niet openspringend. Planten ongestekeld of zeer sterk gestekeld. Blaadjes vrij groot en dan talrijk of groot en dan weinigeCaesalpinia.Sabina-bloem,Nickerie.23a.Bloembladeren52423b.Bloembladeren minder dan 5, soms zijn er 5 bloembladeren aanwezig, maar dan zijn enkele er van tot kleine schubjes gereduceerd en de andere veel grooter3724a.Bladeren met slechts 2 blaadjes of met één enkelvoudig of tweespletig tot tweedeelig blad2524b.Bladeren gevind met meer dan 2 blaadjes2825a.Kelk met een korte of lange buis, vóór den bloei niet in slippen gedeeld en aan den top gesloten, of, indien de kelk wel in den knop gedeeld is, dan is hij kort-5-tandig en beneden de tanden vernauwd, zoodat de bloemknop gekroond schijnt met de 5 korte kelktandjes.Meeldraden 10, alle met helmknopjes en dan meest 5 lange en en 5 korte meeldraden, of 1 of meerdere meeldraden zonder helmknoppen of geheel ontbrekend. Bloembladeren tamelijk gelijk. Boomen of (vaker) lianen met enkelvoudige of aan den top ingesneden bladeren of twee zittende blaadjes op den steelBauhinia.Sekrepatoe-trapoe.25b.Kelkbladeren reeds voor de bloei tot aan de kelkbuis vrij2626a.Bloemen in veelbloemige korte gedrongen pluimen of in bundels uit het hout te voorschijn komend; klein. Kelkbladeren dun, 4 of 5. Meeldraden 10. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul kort, eirond of niervormig. Blaadjes naar den top toegespitst, doch de top zelfingesnedenCynometra.26b.Bloemen in tenminste ten deele eindelingsche pluimen van groote bloemen met 4 harde kelkbladeren2727a.Stempel klein. Peul dik, bijna cylindrisch, niet openspringend. Bladeren met duidelijke doorschijnende puntjesHymenaea.Lokus.27b.Stempel verbreed. Peul vlak scheef, met 2 kleppen openspringend. Doorschijnende puntjes in de bladeren afwezig of onduidelijk.Peltogyne.Purperhart.28a.Meeldraden 5, evenlang, tegenover de 5 onderling bijna gelijkebloembladeren staand; bovendien 5, naar den top knotsvormig verdikte staminodiën in de bloem. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Bloemen in dichte arenDimorphandra.Peto,Mora.28b.Meeldraden meer of minder dan 5, of indien er 5 meeldraden zijn, dan zijn ze niet alle gelijk van vorm en grootte en zijn er niet tevens 5 even groote staminodiën aanwezig2929a.Meeldraden 4, gelijk van grootte (zelden 5) met zeer korte helmdraden en lange spitse helmknoppen, die aan den top met een gat opengaan. Kelkbladeren 5, spits. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Peul dun, leerachtig met gevleugelde nadenMartiusia.Purperhart.29b.Meeldraden meer dan 53030a.Bloemen duidelijk zijdelings symmetrisch, dus of bloembladeren of meeldraden, of beide, niet aan elkaar gelijk in vorm en grootte; indien de 10 meeldraden alle gelijk zijn, dan springen ze met gaten aan den top open3130b.Bloemen regelmatig; dus bloembladeren alle vrijwel evengroot en ook de meeldraden evengroot, of indien er 10 meeldraden zijn, dan zijn er 5 langere die afwisselen met 5 kortere en met spleten over de geheele lengte openspringen3431a.Bladeren evengevind. Bloemkroon niet vlindervormig3231b.Bladeren oneven gevind. Bloemkroon duidelijk vlindervormig3332a.Bloemknoppen opvallend gekromd en aan den top knots-vormig verdikt. Kelkslippen ongelijk. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Meeldraden 10, aan de basis behaard; de helmknoppen aan den rug bevestigd, meest 3 dikkere en kortere meeldraden met kleinere helmknoppen en 7 langere, dunnere meeldraden met grootere helmknoppen. Boomen met gele bloemen in trossenTachigalia.32b.Bloemknoppen niet gekromd en knotsvormig. Kelkbladeren bijna geheel vrij. Bloembladeren meest geel-oranje, alle gelijk of enkele wat groot. Meeldraden soms 10, en dan aan den top met poriën of korte spleten openspringend, meest echter enkele meeldraden met veel grootere helmknoppen dan de andere. Helmdraden aan de basis der helmknoppen bevestigd. Peul zeer verschillend, plat, steelrond of gevleugeldCassia.Slabriki.33a.Kelkbuis lang klokvormig, met 5 tanden, waarvan de beide bovenste hooger met elkaar vergroeid zijn. Meeldraden 10, vrij. Stijl gebogen niet opgerold met eindelingsche stempel. Peul met 2 kleppen openspringendDiplotropis.Zwarte kabbes.33b.Kelkbuis kort trechter- of bekervormig; de bovenste kelkslippen wat vergroeid. Meeldraden ongelijk, vrij, 10 met helmknopjes of soms 2 zonder, en 8 met helmknoppen. Stijl opgerold met scheeven stempel. Peul met 2 kleppen openspringendOrmosia.34a.Bloembladeren grooter en breeder dan de kelkbladeren3534b.Bloembladeren smal en klein, kleiner of nauwelijks grooter dan de kelkbladeren3635a.Helmknoppen eirond, met spleten openspringend; helmdraad aan de rugzijde van den helmknop ingehecht. Bloemen in veelbloemige dichte trossen. Bladeren enkel-gevind, of soms vindt men aan dezelfde plant ook dubbelgevinde bladeren. Blaadjes naar den voet smal toeloopend, aan den top recht afgesneden of eenigszins ingesnedenHaematoxylon.35b.Helmknoppen lang en smal, met gaten of korte spleten aan den top openspringend; helmdraad aan de basis ingehecht. Bloemen in weinigbloemige trossen of alleenstaand, blaadjes spits aan den topCassia.36a.Kelk bijna geheel losbladig met 5 tamelijk gelijke bladeren. Bloembladeren 5, klein en smal. (het naar de as gekeerde (bovenste) bloemblad wordt door de beide naastliggende met de randen overdekt) Meeldraden 10, aan de basis behaard. Vruchtbeginsel gesteeld; bladeren oneven of soms schijnbaar evengevindSclerolobium.36b.Kelk vergroeidbladig klokvormig met 5 gelijke met de randen tegen elkaar liggende slippen. Bloembladeren bijna gelijk, het bovenste soms wat grooter dan de andere en in den knop de beide naburige bedekkend. Meeldraden vrij, langer dan de bloembladeren. Bladeren even- of oneven gevindSweetia.37a.Bladeren enkelvoudig, d. w. z. van het gevinde blad is alleen het eindblaadje aanwezig. Kelk met 4 slippen. Bloembladeren 1 of 1 groote en 2 kleinere ernaast. Meeldraden 9Palovea.37b.Bladeren gevind3838a.Bloembladeren 1, groot, soms met nog eenige kleine schubben ernaast3938b.Drie groote bloembladeren, soms nog met 2 kleine schubben4039a.Meeldraden 10 alle met helmknoppen of 5 met, en 5 zonder helmknoppen. Het bloemblad zittend, zeer breed. Peul vaak langgesteeld en hangend, plat, breed en min of meer roodbruin en kortbehaardEperua.Walaba,Bijlhout.39b.Meeldraden 10 of minder, daarvan 3 met helmknoppen en 7 of minder zonder helmknoppen. Het bloemblad is genageld, in de knop samengevouwen, later min of meer helmvormig, de andere 2 of 4 bloembladeren zijn schubvormigMacrolobium.40a.Meeldraden 2, ongelijk met korte dikke helmdraden, en dikke helmknoppen, die aan den top openspringen. Kelk met 5 slippen. Bladeren onevengevind met weinig blaadjesDicorynia.Basra-lokus.40b.Meeldraden 3 of meer; kelk met 4 slippen4141a.De 3 vruchtbare meeldraden met de helmdraden vergroeid; de overige 2 meeldraden alleen als kleine tandjes naast de vruchtbare meeldraden te zien. Bloemsteelblaadjes onder den kelk spoedig afvallendTamarindus.41b.Meeldraden 9, helmdraden alle met elkaar vergroeid tot een gespleten buis; helmdraden van boven vrij, 3 zeer lang met helmknoppen, de 6 andere korter en ongelijk met leege helmknoppen of zonder helmknoppen. De vier kelkbladeren groot, bloembladachtig. Bloemsteelblaadjes onder den kelk tijdens den bloei blijvendHeterostemon.42a.Blaadjes slechts 3 per blad, of één, of soms (Crotalaria) meer dan 3 blaadjes maar dan handvormig samengesteld4342b.Bladeren oneven gevind en dan 5 of meer blaadjes of even gevind, en dan één- tot meerjukkig6143a.Boomen of groote niet klimmende heester4443b.Kleine, soms wat houtachtige, liggende of klimmende kruiden, of lianen4544a.Stam en takken vaak met stekels bezet. Blaadjes met kliervormige korte stipellen aan den voet, het eindblaadje breed, min of meerruitvormig, de beide zijblaadjes scheef; bloemen lang en smal; vlag veel langer dan de kiel. Bloem meest vuurrood in trossenErythrina.Koffie-mama.44b.Slechts 1 blaadje aanwezig met 2 stipellen aan den voet. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Peul cirkelrond, vliezig met 1–3 zaden. Helmdraad aan den rug der helmknoppen vastzittendCyclolobium.44c.Drie of één blaadje, doch steeds zonder stipellen. Indien er 5 blaadjes aanwezig zijn, dan heeft diezelfde boom ook takken waar maar 3 of 1 blaadje per blad voorkomen. Blaadjes niet tegenoverstaand. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul cirkelrond of eirond met 1 zaad, leerachtig, niet openspringendDalbergia.45a.Bloemen zeer groot, de kiel opvallend grooter dan de vlag, met een gekromde hoornachtige lange punt. De 10demeeldraad geheel vrij, de overige meeldraden afwisselend langer en korter; vlag met 2 oortjes aan de basis. Peul dik, vaak met stijve brandharenMucuna.45b.Kiel even groot als, of kleiner dan de vlag4646a.Vlag cirkelrond, van achteren boven de nagel met een spoor of knobbel. Klimmende of liggende kruiden met 3 of 1 blaadje met stipellen. De 10demeeldraad meest een weinig met de andere verbonden. Bloemsteelblaadjes groot, tegen de kelk aangedruktCentrosema.46b.Vlag van achteren zonder spoor of knobbel4747a.Blaadjes zonder stipellen. (Zie ook Cajanus met zeer kleine stipellen)4847b.Blaadjes met stipellen5148a.De 10demeeldraad geheel vrij, even boven de basis plaatselijk verbreed4948b.Alle 10 meeldraden vergroeid met elkaar, buis der helmdraden open of gesloten5049a.De navelvlek van het zaad is rond of slechts weinig verlengd; de zaadstreng zit in het midden er van vastgehecht. Klimplanten met breede blaadjes en korte 1- of 2-zadige peulenRhynchosia.49b.De navelvlek van het zaad is smal en langwerpig en de zaadstreng zit aan het eind er van ingehecht. Planten meest niet klimmend, vaak vrij sterk behaard met lange en smalle blaadjes. Peulen als de vorigeEriosema.50a.Kruiden of kleine heesters met ruwe of kleverige haren bezet. Blaadjes steeds 3, zeer smal en meest niet grooter dan 2 cM., vaak zelfs veel kleiner. Bloemen in dichte aren. Vruchtbeginsel met 2–3 zaadknoppen; peul met 1 of 2 zaden, indien er 2 zaden aanwezig zijn dan is de peul ingesnoerd tusschen de zaden en valt hij in 2 stukken uiteen. Peul met een haakje aan den topStylosanthes.50b.Planten meest kaal; blaadjes steeds grooter dan 2 cM., vaak alleenstaand, meest 3 bij elkaar, soms ook 5 of meer, handvormig. Bloemen in losse trossen. Buis der helmdraden van boven open. Vruchtbeginsel met meerdere zaadknoppen. Peul opgeblazenCrotalaria.51a.Bloeistengel bezet met korte, (1–2 mM.) dikke, gekromde zijtakjes, waarop de gesteelde bloemen groepsgewijs ingehecht zijn5251b.Bloeistengels zonder dergelijke verdikte en korte zijtakjes5852a.Stijl aan de binnenzijde over de geheele lengte lang behaard5352b.Stijl kaal, soms alleen van onderen wat behaard5553a.Kiel spiraalvormig opgerold. Vlag met kleine oortjes aan de basis, in het midden met overlangsche verdikkingen. De 10demeeldraad vrij, aan de basis wat verdikt. Klimplanten met bloemtrossen in de oksels van de bladerenPhaseolus.53b.Kiel niet in een spiraal opgerold5454a.Stempel zeer scheef naar de binnenzijde langs de stijl afloopend. Bloemen aan het eind van den bloeistengel dicht opeenzittendVigna.54b.Stempel eindelingsch, niet scheef. Bloemen min of meer groepsgewijs langs den bloeistengel verspreidDolichos.55a.De 10demeeldraad geheel vrij van de 9 anderen5655b.De 10demeeldraad alleen aan de basis vrij, hooger op met de 9 anderen in een buis vergroeid5756a.Bovenste kelkslip 2-tandig of 2-spletig, dus er zijn 5 kelkslippen voorhanden. Vlag met naar binnen gebogen oortjes. Peul smal en lang. Klimmende kruiden of heesters. Bloemen blauw of violetCalopogonium.56b.Bovenste kelkslip niet ingesneden, dus in het geheel maar 4 kelkslippen. Vlag met zeer kleine oortjes of zonder oortjes. Planten klimmend of rechtopstaandGalactia.57a.Kelk met 4 bijna gelijke slippen. Vlag met naar binnen geslagen oortjes bij den basis. Alle helmknoppen gelijk of 5 met zeer kleine en stuifmeellooze helmknoppen. Peul vaak kort en breed, hard en leerachtig. Hoog klimmende heesters met de bloemen in trossen. De zijtakjes van den bloeistengel vaak wat verlengd en haakvormig gebogenDioclea.57b.Kelk duidelijk tweelippig, de bovenlip het grootst, met 1 of 2 slippen; de onderlip veel kleiner, 3-tandig of gaafrandig. Vlag met of zonder oortjes. Kiel soms met een iets gedraaide snavel.Peul tamelijk dunwandig.Knoppenvan den bloeistengel niet opvallend grootCanavalia.58a.Peulen zeer plat en dun, klein, tusschen de zaden smaller en op die plaatsen brekend, zoodat de peul in vele eenzadige stukken uiteenvalt. Bloemen meest zeer klein. De 10demeeldraad aan de basis vrij, naar boven met de anderen vergroeid. Kruiden of kleine heesters. Blaadjes 3 of 1. Bloemen in enkelvoudige of wat vertakte trosvormige bloeiwijzenDesmodium.58b.Peulen niet plat, of als ze plat zijn niet tusschen de zaden versmald en niet in stukken uiteenvallend5959a.Bladeren met één blaadje, onder aan den stengel bijna cirkelrond, naar boven langwerpig. Bloemen klein; de 10demeeldraad geheel los. Peul bijna rolrond, niet of nauwelijks tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in kleine trossen. Groote steunbladerenAlysicarpus.59b.Blaadjes 36060a.Stijl aan de binnenzijde behaard. Vlag groot, aan den top ingesneden. De 10demeeldraad vrij of met de andere min of meer vergroeid. Klimmende kruiden of lianen, in het laatste geval komen de bloemen soms uit het hout te voorschijnClitoria.60b.Stijl kaal. Vlag teruggebogen, cirkelrond met naar binnen gekeerdeoortjes aan de basis. 10demeeldraad geheel vrij. Peul lang en vrij smal, lang toegespitst, met dikke zaden die scheef liggen tenopzichtevan de lengterichting der peul, tusschen de zaden met ingedrukte scheeve dwarslijnenCajanus.61a.Bladeren met slechts 1 paar blaadjes, zonder stipellen. Vlag bijna cirkelrond. Meeldraden alle vergroeid, 9 of 10, 5 langer of korter dan de andere. Peul uit geledingen bestaande, met borstelvormige haren bezet. Kleine kruidenZornia.61b.Meer dan 2 blaadjes aan elk blad6262a.Bladen even gevind, 2-jukkig, dus in het geheel 4 blaadjes. Kelk met een lange buis, die schijnbaar de bloemsteel is, onder in de buis zit het vruchtbeginsel, van boven is de buis verwijd tot de gewone vorm van een kelk. Bloemen geel. Meeldraden 9 of 10, alle vergroeid, afwisselend grooter en kleiner. Peul dik en kort met 1–3 zaden, in de aarde rijp wordendArachis.Pinda.62b.Bladeren meerjukkig, even of oneven gevind. Kelk niet in een lange buis verlengd6363a.Peulen gesteeld, klein, plat, recht, gekromd of zelfs spiraalvormig opgerold in eenzadige stukken uiteenvallend, tusschen de zaden smaller, met 2 tot vele zaden, vaak behaard of met kleine stekeltjes. Meeldraden vergroeid in een aan één of twee zijden gespleten buis. Liggende of rechtopstaande kruiden of kleine heesters met even- of oneven-gevinde bladeren met kleine blaadjes. Bloemen klein, geel of purper geaderd, in trossenAeschynomene.63b.Peulen niet plat en in stukken uiteenvallend, of indien ze in stukken uiteenvallen (Chaetocalyx) dan niet tusschen de zaden ingesnoerd en de kelk tevens met weinige borstelige haren bezet6464a.Bladeren even gevind (zonder eindblaadje)6564b.Bladeren oneven gevind (met eindblaadje)6665a.Kelk met 2 bloemsteelblaadjes aan den voet, met zeer korte tanden. Vlag met een korte nagel, die tegen de helmdraden vastgegroeid is. Slechts 9 meeldraden aanwezig, vergroeid in een aan één zijde open buis; de buis recht. Klimmende kruiden of dunne lianen, bladeren veeljukkig; in plaats van het eindblaadje een smal steeltje. Bloemen in trossen. Peul vrij kort; zaden vuurrood met een zwarte vlekAbrus.Kokriki.65b.De bloemsteelblaadjes borstelvormig, meest vroeg afvallend. Negen meeldraden vergroeid, de 10devrij, alle bij de basis knievormig gebogen. Peul smal, plat of rond, 4-kantig of 4-vleugelig. Planten niet klimmendSesbania.66a.Rechtopstaande of klimmende kruiden6766b.Boomen of lianen, of groote niet-klimmende heesters met niet openspringende peulen7067a.Bladeren 2–3-jukkig gevind, blaadjes met stipellen. Stijl aan de binnenzijde behaard. Klimplant met groote blauwe bloemenClitoria.67b.Blaadjes zonder stipellen, soms met zeer kleine stipellen maar dan is de plant geen klimplant en staan de bloemen in dichte trossen6868a.Klimmende kruiden met verspreide borstelvormige haren op den stengel en op de kelk. De 10 meeldraden alle met elkaar vergroeid tot een aan één zijde open buis. Peul zeer lang en dun, bijnarolrond, tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in armbloemige trossen in de bladokselsChaetocalyx.68b.Rechtopstaande kruiden of kleine heesters6969a.Bloemen kleiner dan 1 cM. in korte dichtbloemige trossen. Helmknoppen aan den top met een puntje. Stijl rolrond kaal. Peulen kort en dik, rolrond, meest gekromdIndigofera.Ningo,Iningo.69b.Bloemen 1 cM. groot of grooter; in lange trossen. Helmknoppen niet met een puntje aan den top. Stijl vlak, kaal of behaard. Peulen plat en recht. Planten meest grijsbehaardTephrosia.70a.Kelk met een korte buis en met 2 lange en breede slippen, die den bloemkroon ten deele inhullen. De overige slippen van de kelk kort en spits of zeer klein. Vrucht een eironde eenigszins platte steenvrucht, niet openspringend, met 1 zaadDipteryx.Tonka,Serapi.70b.Alle kelkslippen vrijwel even groot7171a.Blaadjes van het blad in paren tegenover elkaar staand7271b.Blaadjes van het blad niet in paren, doch min of meer onregelmatig langs de bladsteel verspreid7672a.Vrucht een ronde of eironde steenvrucht7372b.Vrucht vliezig, leerachtig of houtig, plat of gevleugeld, in geen geval een steenvrucht, doch ook niet openspringend7473a.Kelk bekervormig met zeer kleine tanden. Bloemen meest violet. Vlag lang genageld. De 10demeeldraad vrij. Bloemen in pluimen. BoomenAndira.73b.Kelk met duidelijke spitse tanden. Bloemen geel. Overigens als de vorigeGeoffraea.74a.Peul aan de bovennaad gevleugeld, dun of leerachtig. Bloemen witgeel, in lange dichte trossen. Blaadjes meest 5 per blad, kelk met korte tanden. De10demeeldraad aan de basis vrij. LianenDerris.74b.Peul ongevleugeld7575a.Peul plat, min of meer verlengd, vliezig of leerachtig. Kelk met zeer korte tanden of zonder tanden. De 10demeeldraad aan de basis alleen vrij. Vlag vaak behaard. Boomen of lianen met meerjukkige bladeren, blaadjes soms met doorschijnende puntjesLonchocarpus.75b.Peul rolrond, tusschen de zaden smaller, soms maar 1 zaad aanwezig en dan is de peul ongeveer bolvormig. Bloemen als de vorige. Boom, 5 blaadjes per bladMüllera.76a.Helmknoppen eindelings, klein,helmdraad aan de basis ervan ingehecht.Peul met weinige zaden of met 1 zaad, min of meer verlengd. Bloem kleinDalbergia.76b.Helmdraden aan de rugzijde van de helmknop ingehecht7777a.Peul langwerpig, naar den top in een smallen, geaderde vleugel overgaand aan de basis met 1 zaad. Kelk met korte tanden. Vlag van buiten meest behaard. Boomen of klimmende heesters vaak met doornige steunbladerenMachaerium.77b.Peul leerachtig, langwerpig en sikkelvormig of bijna in een cirkel gekromd,ongevleugeld. Bloemen als de vorige. Vlag steeds van buiten behaard. Steunbladeren vaak doornigDrepanocarpus.77c.Peul bijna cirkelrond, min of meer gevleugeld. Vlag kaal7878a.Kelk naar den voet versmald, duidelijk getand. Bloemen geel, soms met een violette vlek op den vlag in trossen. Peul rondom gevleugeldPterocarpus.78b.Kelk klokvormig, met zeer kleine tanden. Bloemen violet in pluimen. Peul alleen aan de bovenzijde gevleugeldVatairea.
113.Podostemonaceae.Bloemen met een kelk alleen, tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; meeldraden talrijk en in kransen of 1–2, éénzijdig; vruchtbeginsel bovenstandig, met 2–3 stijlen, tweehokkig met vele zaadknoppen; kelk uit zeer kleine schubben bestaand; meest kleine, soms groote kruiden, die in sterk stroomend water groeien en meest aan rotsen bevestigd zijn; stengel vaak dik en onregelmatig van vorm; wortels meest met bladgroen en met spruiten bezet; bloeiwijzen zeer verschillend van vorm.1a.Bladeren zeer groot en onregelmatig van vorm, niet langgerekt, meest met doornachtige aanhangselen. Bloemen in een groote tweezijdige tros of aar met vele meeldradenMourera.Koemaroe-njam-njam.1b.Bladeren klein of ontbrekend of langgerekt. Bloemen niet in tweezijdige aren22a.Bloemdek 3-deelig. Eén meeldraad, vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stempels. Onder den bloemsteel geen scheede aanwezig. Kleine plantenTristicha.2b.Vruchtbeginsel steeds 2-hokkig met 2 stempels. Onder den bloemsteel een scheede33a.Stempels breed en plat. Bloemdekschubben 3–5; smal. Meeldraden 2–6. Vruchtbeginsel en doosvrucht met duidelijke ribben. Stengels sterk verdikt en onregelmatig met groote holten, waaruit de bloemen groepsgewijs te voorschijn komenLophogyne.3b.Stempels draadvormig44a.Bladeren of stengels of beide, lang, vlottend. Bloemen met vele meeldraden en dan regelmatig of met weinig meeldraden (tot 1 toe) en dan zijdelings symmetrisch. Doosvrucht glad of met zwakke ribbenOenone.4b.Planten meest zeer klein met weinig verlengdestengels. Bloemen steeds zijdelingsch symmetrisch met 1–5 meeldraden. Doosvrucht met duidelijke ribbenApinagia.
113.Podostemonaceae.
Bloemen met een kelk alleen, tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; meeldraden talrijk en in kransen of 1–2, éénzijdig; vruchtbeginsel bovenstandig, met 2–3 stijlen, tweehokkig met vele zaadknoppen; kelk uit zeer kleine schubben bestaand; meest kleine, soms groote kruiden, die in sterk stroomend water groeien en meest aan rotsen bevestigd zijn; stengel vaak dik en onregelmatig van vorm; wortels meest met bladgroen en met spruiten bezet; bloeiwijzen zeer verschillend van vorm.1a.Bladeren zeer groot en onregelmatig van vorm, niet langgerekt, meest met doornachtige aanhangselen. Bloemen in een groote tweezijdige tros of aar met vele meeldradenMourera.Koemaroe-njam-njam.1b.Bladeren klein of ontbrekend of langgerekt. Bloemen niet in tweezijdige aren22a.Bloemdek 3-deelig. Eén meeldraad, vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stempels. Onder den bloemsteel geen scheede aanwezig. Kleine plantenTristicha.2b.Vruchtbeginsel steeds 2-hokkig met 2 stempels. Onder den bloemsteel een scheede33a.Stempels breed en plat. Bloemdekschubben 3–5; smal. Meeldraden 2–6. Vruchtbeginsel en doosvrucht met duidelijke ribben. Stengels sterk verdikt en onregelmatig met groote holten, waaruit de bloemen groepsgewijs te voorschijn komenLophogyne.3b.Stempels draadvormig44a.Bladeren of stengels of beide, lang, vlottend. Bloemen met vele meeldraden en dan regelmatig of met weinig meeldraden (tot 1 toe) en dan zijdelings symmetrisch. Doosvrucht glad of met zwakke ribbenOenone.4b.Planten meest zeer klein met weinig verlengdestengels. Bloemen steeds zijdelingsch symmetrisch met 1–5 meeldraden. Doosvrucht met duidelijke ribbenApinagia.
Bloemen met een kelk alleen, tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; meeldraden talrijk en in kransen of 1–2, éénzijdig; vruchtbeginsel bovenstandig, met 2–3 stijlen, tweehokkig met vele zaadknoppen; kelk uit zeer kleine schubben bestaand; meest kleine, soms groote kruiden, die in sterk stroomend water groeien en meest aan rotsen bevestigd zijn; stengel vaak dik en onregelmatig van vorm; wortels meest met bladgroen en met spruiten bezet; bloeiwijzen zeer verschillend van vorm.
1a.Bladeren zeer groot en onregelmatig van vorm, niet langgerekt, meest met doornachtige aanhangselen. Bloemen in een groote tweezijdige tros of aar met vele meeldradenMourera.Koemaroe-njam-njam.
1b.Bladeren klein of ontbrekend of langgerekt. Bloemen niet in tweezijdige aren2
2a.Bloemdek 3-deelig. Eén meeldraad, vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stempels. Onder den bloemsteel geen scheede aanwezig. Kleine plantenTristicha.
2b.Vruchtbeginsel steeds 2-hokkig met 2 stempels. Onder den bloemsteel een scheede3
3a.Stempels breed en plat. Bloemdekschubben 3–5; smal. Meeldraden 2–6. Vruchtbeginsel en doosvrucht met duidelijke ribben. Stengels sterk verdikt en onregelmatig met groote holten, waaruit de bloemen groepsgewijs te voorschijn komenLophogyne.
3b.Stempels draadvormig4
4a.Bladeren of stengels of beide, lang, vlottend. Bloemen met vele meeldraden en dan regelmatig of met weinig meeldraden (tot 1 toe) en dan zijdelings symmetrisch. Doosvrucht glad of met zwakke ribbenOenone.
4b.Planten meest zeer klein met weinig verlengdestengels. Bloemen steeds zijdelingsch symmetrisch met 1–5 meeldraden. Doosvrucht met duidelijke ribbenApinagia.
115.Crassulaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 3–30-tallig; meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; meest tweeslachtig; regelmatig; bloembladeren vrij of vergroeid; vruchtbeginsels één of meerdere, meest vrij van elkaar, 1-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht meest een kokervrucht; planten vleezig, meest kruidachtig, soms een weinig houtig; bladeren zonder steunbladeren.Groote kruiden, aan de basis wat houtig, met vleezige stengels en bladeren; aan den rand der bladeren komen vaak jonge plantjes te voorschijn. Bloemen 4-tallig. Bloemkroon lang-buisvormig met 8 meeldraden op de buis ingehechtBryophyllum.Wonderblad.
115.Crassulaceae.
Bloemen met kelk en bloemkroon, 3–30-tallig; meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; meest tweeslachtig; regelmatig; bloembladeren vrij of vergroeid; vruchtbeginsels één of meerdere, meest vrij van elkaar, 1-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht meest een kokervrucht; planten vleezig, meest kruidachtig, soms een weinig houtig; bladeren zonder steunbladeren.Groote kruiden, aan de basis wat houtig, met vleezige stengels en bladeren; aan den rand der bladeren komen vaak jonge plantjes te voorschijn. Bloemen 4-tallig. Bloemkroon lang-buisvormig met 8 meeldraden op de buis ingehechtBryophyllum.Wonderblad.
Bloemen met kelk en bloemkroon, 3–30-tallig; meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; meest tweeslachtig; regelmatig; bloembladeren vrij of vergroeid; vruchtbeginsels één of meerdere, meest vrij van elkaar, 1-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht meest een kokervrucht; planten vleezig, meest kruidachtig, soms een weinig houtig; bladeren zonder steunbladeren.
Groote kruiden, aan de basis wat houtig, met vleezige stengels en bladeren; aan den rand der bladeren komen vaak jonge plantjes te voorschijn. Bloemen 4-tallig. Bloemkroon lang-buisvormig met 8 meeldraden op de buis ingehechtBryophyllum.Wonderblad.
126.Rosaceae.(OnderfamilieChrysobalanaceae).Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk, meest 5-, soms meertallig; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas min of meer bekervormig of buisvormig; kelkbladeren, kroonbladeren en meeldraden aan den rand van den bloembodem; vruchtbeginsels 1–5, aan de wand of in het midden van den bloembodem ingeplant met 1 of 2 zaadknoppen; stijl meest aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht; boomen of heesters met enkelvoudigebladerenmet steunbladeren.1a.Bloemen bijna regelmatig, alleen het vruchtbeginsel soms niet precies in het midden van den urnvormigen bloembodem gezeten. Meeldraden in een krans, niet eenzijdig ontwikkeld21b.Bloemen zijdelings symmetrisch, het vruchtbeginsel hoog tegen den wand van den buis- of urnvormige bloembodem vastgegroeid, de meeldraden eenzijdig ontwikkeld32a.Bloembodem trechtervormig; vruchtbeginsel precies in het midden op den bodem. Meeldraden talrijk, bloembladeren grooter dan de kelk. Bloeiwijzen okselstandig of eindstandig, pluimvormig, meest kleiner dan de bladeren. Bladeren zeer kort gesteeld, naar den voet toegespitst aan den top afgerond of ingesneden. Steen van de vrucht met 5 of meer onregelmatige lijstenChrysobalanus.2b.Bloembodem halfbolvormig of urnvormig. Vruchtbeginsel een weinig zijdelings gezeten. Bloembladeren soms zeer klein of ontbrekend, soms vrij groot; meeldraden soms zeer weinig (3–6) en dan een weinig eenzijdig of talrijker, tot 20 toe, en dan in een krans. Bloeiwijzen groote pluimen en dan grooter dan de bladeren, of indien ze kleiner zijn dan de bladeren, dan de bloeiwijze trosvormig met zittende bloemenLicania.Anoura.Kwepi.3a.Meeldraden met helmknoppen 3–8, lang en dun. Bloeias meest buisvormig. Bloemen rood of paars. Stengels en bladeren vaak met stijve haren bezet. Bloeiwijzen ijle eind- of okselstandige trossen met vrij lang gesteelde bloemenHirtella.3b.Vruchtbare meeldraden talrijk44a.Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht 1-zadig. Bloeias zeer lang, buisvormig met het vruchtbeginsel aan den rand. Meeldraden aan den basis een weinig vergroeid. Bloemen meest in samengestelde trossenCouepia.Kweebi.4b.Vruchtbeginsel 2-hokkig. Vrucht meest 2-zadig. Bloembodem niet buisvormig. Meeldraden 10–20. Bloeiwijzen een dichte en korte pluim. Bladeren van onderen evenals de bloemen dunviltigParinarium.
126.Rosaceae.
(OnderfamilieChrysobalanaceae).Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk, meest 5-, soms meertallig; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas min of meer bekervormig of buisvormig; kelkbladeren, kroonbladeren en meeldraden aan den rand van den bloembodem; vruchtbeginsels 1–5, aan de wand of in het midden van den bloembodem ingeplant met 1 of 2 zaadknoppen; stijl meest aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht; boomen of heesters met enkelvoudigebladerenmet steunbladeren.1a.Bloemen bijna regelmatig, alleen het vruchtbeginsel soms niet precies in het midden van den urnvormigen bloembodem gezeten. Meeldraden in een krans, niet eenzijdig ontwikkeld21b.Bloemen zijdelings symmetrisch, het vruchtbeginsel hoog tegen den wand van den buis- of urnvormige bloembodem vastgegroeid, de meeldraden eenzijdig ontwikkeld32a.Bloembodem trechtervormig; vruchtbeginsel precies in het midden op den bodem. Meeldraden talrijk, bloembladeren grooter dan de kelk. Bloeiwijzen okselstandig of eindstandig, pluimvormig, meest kleiner dan de bladeren. Bladeren zeer kort gesteeld, naar den voet toegespitst aan den top afgerond of ingesneden. Steen van de vrucht met 5 of meer onregelmatige lijstenChrysobalanus.2b.Bloembodem halfbolvormig of urnvormig. Vruchtbeginsel een weinig zijdelings gezeten. Bloembladeren soms zeer klein of ontbrekend, soms vrij groot; meeldraden soms zeer weinig (3–6) en dan een weinig eenzijdig of talrijker, tot 20 toe, en dan in een krans. Bloeiwijzen groote pluimen en dan grooter dan de bladeren, of indien ze kleiner zijn dan de bladeren, dan de bloeiwijze trosvormig met zittende bloemenLicania.Anoura.Kwepi.3a.Meeldraden met helmknoppen 3–8, lang en dun. Bloeias meest buisvormig. Bloemen rood of paars. Stengels en bladeren vaak met stijve haren bezet. Bloeiwijzen ijle eind- of okselstandige trossen met vrij lang gesteelde bloemenHirtella.3b.Vruchtbare meeldraden talrijk44a.Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht 1-zadig. Bloeias zeer lang, buisvormig met het vruchtbeginsel aan den rand. Meeldraden aan den basis een weinig vergroeid. Bloemen meest in samengestelde trossenCouepia.Kweebi.4b.Vruchtbeginsel 2-hokkig. Vrucht meest 2-zadig. Bloembodem niet buisvormig. Meeldraden 10–20. Bloeiwijzen een dichte en korte pluim. Bladeren van onderen evenals de bloemen dunviltigParinarium.
(OnderfamilieChrysobalanaceae).
Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk, meest 5-, soms meertallig; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas min of meer bekervormig of buisvormig; kelkbladeren, kroonbladeren en meeldraden aan den rand van den bloembodem; vruchtbeginsels 1–5, aan de wand of in het midden van den bloembodem ingeplant met 1 of 2 zaadknoppen; stijl meest aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht; boomen of heesters met enkelvoudigebladerenmet steunbladeren.
1a.Bloemen bijna regelmatig, alleen het vruchtbeginsel soms niet precies in het midden van den urnvormigen bloembodem gezeten. Meeldraden in een krans, niet eenzijdig ontwikkeld2
1b.Bloemen zijdelings symmetrisch, het vruchtbeginsel hoog tegen den wand van den buis- of urnvormige bloembodem vastgegroeid, de meeldraden eenzijdig ontwikkeld3
2a.Bloembodem trechtervormig; vruchtbeginsel precies in het midden op den bodem. Meeldraden talrijk, bloembladeren grooter dan de kelk. Bloeiwijzen okselstandig of eindstandig, pluimvormig, meest kleiner dan de bladeren. Bladeren zeer kort gesteeld, naar den voet toegespitst aan den top afgerond of ingesneden. Steen van de vrucht met 5 of meer onregelmatige lijstenChrysobalanus.
2b.Bloembodem halfbolvormig of urnvormig. Vruchtbeginsel een weinig zijdelings gezeten. Bloembladeren soms zeer klein of ontbrekend, soms vrij groot; meeldraden soms zeer weinig (3–6) en dan een weinig eenzijdig of talrijker, tot 20 toe, en dan in een krans. Bloeiwijzen groote pluimen en dan grooter dan de bladeren, of indien ze kleiner zijn dan de bladeren, dan de bloeiwijze trosvormig met zittende bloemenLicania.Anoura.Kwepi.
3a.Meeldraden met helmknoppen 3–8, lang en dun. Bloeias meest buisvormig. Bloemen rood of paars. Stengels en bladeren vaak met stijve haren bezet. Bloeiwijzen ijle eind- of okselstandige trossen met vrij lang gesteelde bloemenHirtella.
3b.Vruchtbare meeldraden talrijk4
4a.Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht 1-zadig. Bloeias zeer lang, buisvormig met het vruchtbeginsel aan den rand. Meeldraden aan den basis een weinig vergroeid. Bloemen meest in samengestelde trossenCouepia.Kweebi.
4b.Vruchtbeginsel 2-hokkig. Vrucht meest 2-zadig. Bloembodem niet buisvormig. Meeldraden 10–20. Bloeiwijzen een dichte en korte pluim. Bladeren van onderen evenals de bloemen dunviltigParinarium.
127.Connaraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 5-tallig, met 10 meeldraden, tweeslachtig, zelden éénslachtig, regelmatig; kelk meest na den bloei blijvend en de basis van de rijpe vrucht omhullend; bloembladeren 5, soms een weinig vergroeid; vruchtbeginsels bovenstandig, meest 5, zelden 4 of 1 met 2 zaadknoppen; meest maar één vruchtbeginsel zich tot vrucht ontwikkelend; doosvrucht met 1 zaad; meest klimmende heesters, zelden boomen met verspreide, oneven gevinde bladeren zonder steunbladeren.1a.Doosvrucht gesteeld; resten van den kelk om den steel zitten blijvend, na den bloei niet of nauwelijks vergroot. Bloembladerenmeest langer dan de kelk. Vaak maar één vruchtbeginsel, soms tot 5Connarus.1b.Doosvrucht ongesteeld; de kelk na den bloei vergroot en de basis van de vrucht vaak tot het midden omvattend. Bloembladeren meest even groot als de kelk. Vruchtbeginsels 5Rourea.
127.Connaraceae.
Bloemen met kelk en bloemkroon, 5-tallig, met 10 meeldraden, tweeslachtig, zelden éénslachtig, regelmatig; kelk meest na den bloei blijvend en de basis van de rijpe vrucht omhullend; bloembladeren 5, soms een weinig vergroeid; vruchtbeginsels bovenstandig, meest 5, zelden 4 of 1 met 2 zaadknoppen; meest maar één vruchtbeginsel zich tot vrucht ontwikkelend; doosvrucht met 1 zaad; meest klimmende heesters, zelden boomen met verspreide, oneven gevinde bladeren zonder steunbladeren.1a.Doosvrucht gesteeld; resten van den kelk om den steel zitten blijvend, na den bloei niet of nauwelijks vergroot. Bloembladerenmeest langer dan de kelk. Vaak maar één vruchtbeginsel, soms tot 5Connarus.1b.Doosvrucht ongesteeld; de kelk na den bloei vergroot en de basis van de vrucht vaak tot het midden omvattend. Bloembladeren meest even groot als de kelk. Vruchtbeginsels 5Rourea.
Bloemen met kelk en bloemkroon, 5-tallig, met 10 meeldraden, tweeslachtig, zelden éénslachtig, regelmatig; kelk meest na den bloei blijvend en de basis van de rijpe vrucht omhullend; bloembladeren 5, soms een weinig vergroeid; vruchtbeginsels bovenstandig, meest 5, zelden 4 of 1 met 2 zaadknoppen; meest maar één vruchtbeginsel zich tot vrucht ontwikkelend; doosvrucht met 1 zaad; meest klimmende heesters, zelden boomen met verspreide, oneven gevinde bladeren zonder steunbladeren.
1a.Doosvrucht gesteeld; resten van den kelk om den steel zitten blijvend, na den bloei niet of nauwelijks vergroot. Bloembladerenmeest langer dan de kelk. Vaak maar één vruchtbeginsel, soms tot 5Connarus.
1b.Doosvrucht ongesteeld; de kelk na den bloei vergroot en de basis van de vrucht vaak tot het midden omvattend. Bloembladeren meest even groot als de kelk. Vruchtbeginsels 5Rourea.
128.Leguminosae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms alleen met kelk; 5-tallig, meest met 10 meeldraden, maar soms ook met meer of minder meeldraden; tweeslachtig, zelden éénslachtig; regelmatig of vaker zygomorf; vruchtbeginsel bijna steeds 1, zelden 2–5, bovenstandig, 1-hokkig, met vele, zelden 1 zaadknop; stijl eindelingsch; vrucht meest een peul soms een kokervrucht of niet openspringend; boomen, heesters of kruiden met verspreide, meest samengestelde bladeren met steunbladeren; bloemen meest in trossen.1a.Bloemen klein, volkomen regelmatig, in hoofdjes of trossen. Bloembladeren in den knop met de randen tegen elkaar aanliggend2Mimosaceae.1b.Bloemen vrij groot of groot, meest duidelijk zijdelings-symmetrisch, soms ook minder duidelijk maar in ieder geval liggen de bloembladeren in den knop met de randen over elkaarPapilionaceae.142a.Boomen met dubbel gevinde bladeren. Steel van de bloeiwijze forsch, aan het eind knotsvormig opgezwollen, bezet met een zeer groot aantal bloemen, waarvan de bovenste tweeslachtig zijn, de onderste alleen lange staminodiën hebben of staminodiën en een vruchtbeginsel. Peulen grootParkia.Ajoewa.2b.Boomen of kleinere of grootere heesters of kruiden met de bloemen in trossen of als ze in hoofdjes staan, dan de steel niet aan den top verdikt33a.Meeldraden (de staminodiën niet meegerekend) evenveel of dubbelzooveel als bloemkroonslippen73b.Meeldraden meer dan 10 in elke bloem44a.Meeldraden tot een buis vergroeid, die vaak buiten de bloemkroon uitsteekt54b.Meeldraden alle vrij. Bloemen in hoofdjes. Bloemkroon 5-deelig. Bladeren dubbelgevind, blaadjes klein. Takken ongedoornd, en alleen met doornige steunblaadjes of geheel met doornen bezetAcacia.Leguana-tere.5a.Bladeren enkelvoudig gevind, meest met vleugels aan den steel tusschen de jukken; op de plaats, waar een paar blaadjesvastzittendraagt de steel bijna altijd een cirkelvormige klier. Blaadjes groot. Meeldraden ver buiten de buis van de bloemkroon uitstekend. Bloemen in hoofdjes of aren, of soms meer vertakte bloeiwijzenInga.Swietie-boonkie.Plokonie.5b.Bladeren dubbel-gevind, soms is er maar 1 juk van de eerste orde aanwezig, en bestaat elk juk slechts uit 4 blaadjes66a.Peul dik en plat, leerachtig of wat vleezig, recht of gebogen of soms zelfs een weinig opgerold; niet openspringend of indien hij openspringt, dan draaien de kleppen zich kurketrekkervormig; een enkele maal valt de peul ook in 1-zadige stukken uit elkaar. Blaadjes meest leerachtig, vaak slechts weinige (6) per bladPithecolobium.Plokonie.6b.Peul recht of weinig gekromd, houtig met dikke randen, met 2 kleppen van den top naar de basis openspringend. Kleppen niet gedraaid, doch van elkaar verwijderd. Overigens gelijk aan de vorigeCalliandra.6c.Peul groot en vlak, in verhouding tot de lengte zeer breed, met dunne, bijna papier-dunne kleppen, niet openspringend. Blaadjes vrij dun, ongeveer 1 c.M. groot, veeljukkig en ook meerdere jukken het blad vormend. Overigens als de vorigenAlbizzia.7a.Bloemen behalve met 5 meeldraden, ook met 5 tot 10 staminodiën, die veel langer zijn dan de meeldraden en sterk gekleurd. Bloemen in lange, veelbloemige trossen. Boomen met dubbelgevinde bladeren, zoowel jukken van de 1steals van de 2deorde zeer talrijk. Blaadjes zeer smal en klein, hard en glanzendPentaclethra.7b.Bloemen zonder staminodiën, of indien er staminodiën zijn, dan zijn er niet tegelijk meeldraden in den bloem aanwezig88a.Helmknoppen op den top met een zittende of gesteelde klier, welke meest tijdens den bloei niet meer aanwezig is, maar in de knop of bij pasgeopende bloemen steeds te vinden is118b.Helmknoppen zonder klier op den top99a.Ongedoornde boomen met groote witte bloemhoofdjes van tweeslachtige zittende bloemen. Bloembladeren 5, vrij, meeldraden 10. Peul gesteeld, smal, plat, met 2 kleppen openspringend. Hoofdjes in groepen in de bladoksels staande of eenigszins tot trossen samengesteldLeucaena.9b.Kleine heesters of kruiden vaak met dorens1010a.Bloemen 4–5-, zelden 3-tallig, alle tweeslachtig. Kelk meest klein, soms bijna ontbrekend. Bloemkroon vergroeidbladig, klok-trechtervormig. Meeldraden evenveel of dubbel zooveel als de bloemkroonslippen, vrij, buiten de bloemkroon uitstekend. Vruchtbeginsel zittend of kortgesteeld, 2- tot meerzadig. Peul lang, plat, met een verdikte rand; bij het openspringen blijft deze rand zitten als één geheel; terwijl de rest of met twee kleppen openspringt, of in eenzadige stukken uiteenvalt. Planten meest met stekels. Bladeren dubbelgevind of de jukken handvormig bij elkaar aan het eind van den bladsteel zittendMimosa.Sien-sien.10b.Bloemen 5-tallig, in kleine gesteelde hoofdjes, die van onderen enkele geslachtslooze bloemen dragen met kleine bloemkroon en groote staminodiën, zonder vruchtbeginsel. Meeldraden 10 in de tweeslachtige bloemen. Peulen zittend, klein en smal. Zaden met hun lengteas evenwijdig met de lengteas van de peul. Kleine heesters met weinigjukkige bladeren, jukken met vele kleine blaadjesDesmanthus.11a.Bloemen in bolvormige of verlengde hoofdjes, die aan den basis een krans van geslachtslooze bloemen dragen. Bloemen 5-tallig met 10 meeldraden, de geslachtslooze met 10 zeer lange min of meer bladachtige staminodiën. Peulen betrekkelijk kort en breed. Meest water- of moerasplanten met een vleezigen kruipenden, sterk bewortelden wortelstok, waaruit de bebladerde stengels te voorschijn komenNeptunia.11b.Bloemen in lange aren of trossen, soms in samengestelde trossen1212a.Bloemen in lange trossen gesteeld, bloemsteel minstens even langals de bloem zelf. Bloemen 5-tallig met 10 korte meeldraden. Peul lang en smal, kleppen na het openspringen wat gedraaid. Zaden vuurrood. Ongedoornde boomen met dubbelgevinde bladeren.Adenanthera.12b.Bloemen zittend of zeer kort gesteeld1313a.Bloembladeren tot aan het midden vergroeid. Meeldraden buiten de bloemkroon uitstekend. Peul bij het rijpworden met 2 kleppen openspringend. Ongedoornde of sterk gedoornde vaak klimmende heestersPiptadenia.Tan pikien so.13b.Bloembladeren bijna geheel vrij. Meeldraden nauwelijks buiten de bloemkroon uitstekend. Peul meest groot en breed, uit elkaar vallend in eenzadige stukken, de naden als een geheel zitten blijvendEntada.14a.Bloemkroon duidelijk vlindervormig, d. i. duidelijk zijdelings-symmetrisch met één groot bloemblad en 4 kleinere; meeldraden alle 10 met elkaar tot een buis vergroeid die het vruchtbeginsel insluit of 9 vergroeid en 1 vrij4214b.Bloemkroon niet duidelijk vlindervormig; meeldraden 10 en dan niet tot een buis met elkaar vergroeid of minder dan 10, soms meer dan 101515a.Meeldraden talrijk, meest eenige groote en vele kleine. Kelk voor de bloei ongedeeld met zeer korte buis, tijdens de bloei 2–5-lobbig of onregelmatig verscheurd. Bloembladeren één, en dan groot of 2 kleine of geheel ontbrekend. Bladeren oneven gevind, soms 3-tallig, soms ook alleen een eindblaadje aanwezig, dus bladeren enkelvoudig. Boomen of heestersSwartzia.15b.Meeldraden 10 of minder1616a.Geen bloembladeren aanwezig1716b.Bloembladeren aanwezig1917a.Bladeren even gevind. Kelkbuis kort met 4 lobben. Meeldraden 8–10, vrij, vruchtbeginsel gesteeld, vrij op den bodem van de kelkbuis met 2 zaadknoppen. Peul kort en rond, 1-zadig. Blaadjes 1- tot meerjukkig gevind, leerachtig, vaak met doorschijnende puntjes. Bloemen klein, wit, zittend in samengestelde trossen.Copaifera.Hoeproe.17b.Bladeren oneven gevind1818a.Kelk met korte buis en 5, soms 4 lobben.Meeldraden 2, met korte helmdraden en lange helmhokjes. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen; peul zeer kort, bijna eirond, meest éénzadig. Blaadjes niet tegenoverstaand. BoomenDialium.18b.Kelk met korte buis en 4 vliezige lobben. Meeldraden 10, soms eenige minder, vrij. Vruchtbeginsel kort gesteeld vrij op den bodem van de kelkbuis, of scheef tegen een van de zijkanten van de kelkbuis aangegroeid. Boomen. Bloemen in trossenCrudia.19a.Bladeren duidelijk dubbel gevind, d. w. z., de hoofdbladsteel is eens vertakt voor ze de blaadjes draagt2019b.Bladeren enkelgevind, of enkelvoudige bladeren of indien er een enkele maal dubbel gevinde voorkomen, dan heeft de plant toch voor het meerendeel enkel gevinde bladeren2320a.Plant gedoornd, d. w. z. de steunblaadjes zijn doornig en de zeer korte hoofdbladsteel eindigt in een doorn. De jukken der bladerenzitten dicht op elkaar, ze dragen een groot aantal kleine blaadjes, die spoedig afvallen. Kelk enbloembladeren5, meeldraden 10, met behaarde helmdraden. Peulen plaatselijk verdikt, lang. Bloemen in trossenParkinsonia.20b.Plant niet gedoornd, of de dorens over de geheele plant verspreid2121a.Behalve de 5 vruchtbare meeldraden vindt men in de bloem ook nog 5 meeldraden zonder helmknoppen. Kelk vijflobbig. Bloembladeren 5. Bloemen in trossen. BoomenDimorphandra.Mora,Peto.21b.Alle 10 meeldraden met helmknoppen2222a.Kelkbladeren gelijk van grootte, in den knop niet met de randen over elkaar liggend, 5 in getal. Kroonbladeren 5, vuurrood of één er van witgeel met roode vlekken. Meeldraden 10, aan de basis behaard, naar boven gebogen. Blaadjes klein, zeer talrijk.Poinciana.22b.Kelkbladeren in den knop over elkaar liggend met de randen, een er van grooter dan de andere. Bloembladeren vrijwel gelijk aan elkaar of 1 kleiner. Meeldraden als de vorige. Peul zeer verschillend gevormd, soms niet openspringend. Planten ongestekeld of zeer sterk gestekeld. Blaadjes vrij groot en dan talrijk of groot en dan weinigeCaesalpinia.Sabina-bloem,Nickerie.23a.Bloembladeren52423b.Bloembladeren minder dan 5, soms zijn er 5 bloembladeren aanwezig, maar dan zijn enkele er van tot kleine schubjes gereduceerd en de andere veel grooter3724a.Bladeren met slechts 2 blaadjes of met één enkelvoudig of tweespletig tot tweedeelig blad2524b.Bladeren gevind met meer dan 2 blaadjes2825a.Kelk met een korte of lange buis, vóór den bloei niet in slippen gedeeld en aan den top gesloten, of, indien de kelk wel in den knop gedeeld is, dan is hij kort-5-tandig en beneden de tanden vernauwd, zoodat de bloemknop gekroond schijnt met de 5 korte kelktandjes.Meeldraden 10, alle met helmknopjes en dan meest 5 lange en en 5 korte meeldraden, of 1 of meerdere meeldraden zonder helmknoppen of geheel ontbrekend. Bloembladeren tamelijk gelijk. Boomen of (vaker) lianen met enkelvoudige of aan den top ingesneden bladeren of twee zittende blaadjes op den steelBauhinia.Sekrepatoe-trapoe.25b.Kelkbladeren reeds voor de bloei tot aan de kelkbuis vrij2626a.Bloemen in veelbloemige korte gedrongen pluimen of in bundels uit het hout te voorschijn komend; klein. Kelkbladeren dun, 4 of 5. Meeldraden 10. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul kort, eirond of niervormig. Blaadjes naar den top toegespitst, doch de top zelfingesnedenCynometra.26b.Bloemen in tenminste ten deele eindelingsche pluimen van groote bloemen met 4 harde kelkbladeren2727a.Stempel klein. Peul dik, bijna cylindrisch, niet openspringend. Bladeren met duidelijke doorschijnende puntjesHymenaea.Lokus.27b.Stempel verbreed. Peul vlak scheef, met 2 kleppen openspringend. Doorschijnende puntjes in de bladeren afwezig of onduidelijk.Peltogyne.Purperhart.28a.Meeldraden 5, evenlang, tegenover de 5 onderling bijna gelijkebloembladeren staand; bovendien 5, naar den top knotsvormig verdikte staminodiën in de bloem. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Bloemen in dichte arenDimorphandra.Peto,Mora.28b.Meeldraden meer of minder dan 5, of indien er 5 meeldraden zijn, dan zijn ze niet alle gelijk van vorm en grootte en zijn er niet tevens 5 even groote staminodiën aanwezig2929a.Meeldraden 4, gelijk van grootte (zelden 5) met zeer korte helmdraden en lange spitse helmknoppen, die aan den top met een gat opengaan. Kelkbladeren 5, spits. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Peul dun, leerachtig met gevleugelde nadenMartiusia.Purperhart.29b.Meeldraden meer dan 53030a.Bloemen duidelijk zijdelings symmetrisch, dus of bloembladeren of meeldraden, of beide, niet aan elkaar gelijk in vorm en grootte; indien de 10 meeldraden alle gelijk zijn, dan springen ze met gaten aan den top open3130b.Bloemen regelmatig; dus bloembladeren alle vrijwel evengroot en ook de meeldraden evengroot, of indien er 10 meeldraden zijn, dan zijn er 5 langere die afwisselen met 5 kortere en met spleten over de geheele lengte openspringen3431a.Bladeren evengevind. Bloemkroon niet vlindervormig3231b.Bladeren oneven gevind. Bloemkroon duidelijk vlindervormig3332a.Bloemknoppen opvallend gekromd en aan den top knots-vormig verdikt. Kelkslippen ongelijk. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Meeldraden 10, aan de basis behaard; de helmknoppen aan den rug bevestigd, meest 3 dikkere en kortere meeldraden met kleinere helmknoppen en 7 langere, dunnere meeldraden met grootere helmknoppen. Boomen met gele bloemen in trossenTachigalia.32b.Bloemknoppen niet gekromd en knotsvormig. Kelkbladeren bijna geheel vrij. Bloembladeren meest geel-oranje, alle gelijk of enkele wat groot. Meeldraden soms 10, en dan aan den top met poriën of korte spleten openspringend, meest echter enkele meeldraden met veel grootere helmknoppen dan de andere. Helmdraden aan de basis der helmknoppen bevestigd. Peul zeer verschillend, plat, steelrond of gevleugeldCassia.Slabriki.33a.Kelkbuis lang klokvormig, met 5 tanden, waarvan de beide bovenste hooger met elkaar vergroeid zijn. Meeldraden 10, vrij. Stijl gebogen niet opgerold met eindelingsche stempel. Peul met 2 kleppen openspringendDiplotropis.Zwarte kabbes.33b.Kelkbuis kort trechter- of bekervormig; de bovenste kelkslippen wat vergroeid. Meeldraden ongelijk, vrij, 10 met helmknopjes of soms 2 zonder, en 8 met helmknoppen. Stijl opgerold met scheeven stempel. Peul met 2 kleppen openspringendOrmosia.34a.Bloembladeren grooter en breeder dan de kelkbladeren3534b.Bloembladeren smal en klein, kleiner of nauwelijks grooter dan de kelkbladeren3635a.Helmknoppen eirond, met spleten openspringend; helmdraad aan de rugzijde van den helmknop ingehecht. Bloemen in veelbloemige dichte trossen. Bladeren enkel-gevind, of soms vindt men aan dezelfde plant ook dubbelgevinde bladeren. Blaadjes naar den voet smal toeloopend, aan den top recht afgesneden of eenigszins ingesnedenHaematoxylon.35b.Helmknoppen lang en smal, met gaten of korte spleten aan den top openspringend; helmdraad aan de basis ingehecht. Bloemen in weinigbloemige trossen of alleenstaand, blaadjes spits aan den topCassia.36a.Kelk bijna geheel losbladig met 5 tamelijk gelijke bladeren. Bloembladeren 5, klein en smal. (het naar de as gekeerde (bovenste) bloemblad wordt door de beide naastliggende met de randen overdekt) Meeldraden 10, aan de basis behaard. Vruchtbeginsel gesteeld; bladeren oneven of soms schijnbaar evengevindSclerolobium.36b.Kelk vergroeidbladig klokvormig met 5 gelijke met de randen tegen elkaar liggende slippen. Bloembladeren bijna gelijk, het bovenste soms wat grooter dan de andere en in den knop de beide naburige bedekkend. Meeldraden vrij, langer dan de bloembladeren. Bladeren even- of oneven gevindSweetia.37a.Bladeren enkelvoudig, d. w. z. van het gevinde blad is alleen het eindblaadje aanwezig. Kelk met 4 slippen. Bloembladeren 1 of 1 groote en 2 kleinere ernaast. Meeldraden 9Palovea.37b.Bladeren gevind3838a.Bloembladeren 1, groot, soms met nog eenige kleine schubben ernaast3938b.Drie groote bloembladeren, soms nog met 2 kleine schubben4039a.Meeldraden 10 alle met helmknoppen of 5 met, en 5 zonder helmknoppen. Het bloemblad zittend, zeer breed. Peul vaak langgesteeld en hangend, plat, breed en min of meer roodbruin en kortbehaardEperua.Walaba,Bijlhout.39b.Meeldraden 10 of minder, daarvan 3 met helmknoppen en 7 of minder zonder helmknoppen. Het bloemblad is genageld, in de knop samengevouwen, later min of meer helmvormig, de andere 2 of 4 bloembladeren zijn schubvormigMacrolobium.40a.Meeldraden 2, ongelijk met korte dikke helmdraden, en dikke helmknoppen, die aan den top openspringen. Kelk met 5 slippen. Bladeren onevengevind met weinig blaadjesDicorynia.Basra-lokus.40b.Meeldraden 3 of meer; kelk met 4 slippen4141a.De 3 vruchtbare meeldraden met de helmdraden vergroeid; de overige 2 meeldraden alleen als kleine tandjes naast de vruchtbare meeldraden te zien. Bloemsteelblaadjes onder den kelk spoedig afvallendTamarindus.41b.Meeldraden 9, helmdraden alle met elkaar vergroeid tot een gespleten buis; helmdraden van boven vrij, 3 zeer lang met helmknoppen, de 6 andere korter en ongelijk met leege helmknoppen of zonder helmknoppen. De vier kelkbladeren groot, bloembladachtig. Bloemsteelblaadjes onder den kelk tijdens den bloei blijvendHeterostemon.42a.Blaadjes slechts 3 per blad, of één, of soms (Crotalaria) meer dan 3 blaadjes maar dan handvormig samengesteld4342b.Bladeren oneven gevind en dan 5 of meer blaadjes of even gevind, en dan één- tot meerjukkig6143a.Boomen of groote niet klimmende heester4443b.Kleine, soms wat houtachtige, liggende of klimmende kruiden, of lianen4544a.Stam en takken vaak met stekels bezet. Blaadjes met kliervormige korte stipellen aan den voet, het eindblaadje breed, min of meerruitvormig, de beide zijblaadjes scheef; bloemen lang en smal; vlag veel langer dan de kiel. Bloem meest vuurrood in trossenErythrina.Koffie-mama.44b.Slechts 1 blaadje aanwezig met 2 stipellen aan den voet. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Peul cirkelrond, vliezig met 1–3 zaden. Helmdraad aan den rug der helmknoppen vastzittendCyclolobium.44c.Drie of één blaadje, doch steeds zonder stipellen. Indien er 5 blaadjes aanwezig zijn, dan heeft diezelfde boom ook takken waar maar 3 of 1 blaadje per blad voorkomen. Blaadjes niet tegenoverstaand. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul cirkelrond of eirond met 1 zaad, leerachtig, niet openspringendDalbergia.45a.Bloemen zeer groot, de kiel opvallend grooter dan de vlag, met een gekromde hoornachtige lange punt. De 10demeeldraad geheel vrij, de overige meeldraden afwisselend langer en korter; vlag met 2 oortjes aan de basis. Peul dik, vaak met stijve brandharenMucuna.45b.Kiel even groot als, of kleiner dan de vlag4646a.Vlag cirkelrond, van achteren boven de nagel met een spoor of knobbel. Klimmende of liggende kruiden met 3 of 1 blaadje met stipellen. De 10demeeldraad meest een weinig met de andere verbonden. Bloemsteelblaadjes groot, tegen de kelk aangedruktCentrosema.46b.Vlag van achteren zonder spoor of knobbel4747a.Blaadjes zonder stipellen. (Zie ook Cajanus met zeer kleine stipellen)4847b.Blaadjes met stipellen5148a.De 10demeeldraad geheel vrij, even boven de basis plaatselijk verbreed4948b.Alle 10 meeldraden vergroeid met elkaar, buis der helmdraden open of gesloten5049a.De navelvlek van het zaad is rond of slechts weinig verlengd; de zaadstreng zit in het midden er van vastgehecht. Klimplanten met breede blaadjes en korte 1- of 2-zadige peulenRhynchosia.49b.De navelvlek van het zaad is smal en langwerpig en de zaadstreng zit aan het eind er van ingehecht. Planten meest niet klimmend, vaak vrij sterk behaard met lange en smalle blaadjes. Peulen als de vorigeEriosema.50a.Kruiden of kleine heesters met ruwe of kleverige haren bezet. Blaadjes steeds 3, zeer smal en meest niet grooter dan 2 cM., vaak zelfs veel kleiner. Bloemen in dichte aren. Vruchtbeginsel met 2–3 zaadknoppen; peul met 1 of 2 zaden, indien er 2 zaden aanwezig zijn dan is de peul ingesnoerd tusschen de zaden en valt hij in 2 stukken uiteen. Peul met een haakje aan den topStylosanthes.50b.Planten meest kaal; blaadjes steeds grooter dan 2 cM., vaak alleenstaand, meest 3 bij elkaar, soms ook 5 of meer, handvormig. Bloemen in losse trossen. Buis der helmdraden van boven open. Vruchtbeginsel met meerdere zaadknoppen. Peul opgeblazenCrotalaria.51a.Bloeistengel bezet met korte, (1–2 mM.) dikke, gekromde zijtakjes, waarop de gesteelde bloemen groepsgewijs ingehecht zijn5251b.Bloeistengels zonder dergelijke verdikte en korte zijtakjes5852a.Stijl aan de binnenzijde over de geheele lengte lang behaard5352b.Stijl kaal, soms alleen van onderen wat behaard5553a.Kiel spiraalvormig opgerold. Vlag met kleine oortjes aan de basis, in het midden met overlangsche verdikkingen. De 10demeeldraad vrij, aan de basis wat verdikt. Klimplanten met bloemtrossen in de oksels van de bladerenPhaseolus.53b.Kiel niet in een spiraal opgerold5454a.Stempel zeer scheef naar de binnenzijde langs de stijl afloopend. Bloemen aan het eind van den bloeistengel dicht opeenzittendVigna.54b.Stempel eindelingsch, niet scheef. Bloemen min of meer groepsgewijs langs den bloeistengel verspreidDolichos.55a.De 10demeeldraad geheel vrij van de 9 anderen5655b.De 10demeeldraad alleen aan de basis vrij, hooger op met de 9 anderen in een buis vergroeid5756a.Bovenste kelkslip 2-tandig of 2-spletig, dus er zijn 5 kelkslippen voorhanden. Vlag met naar binnen gebogen oortjes. Peul smal en lang. Klimmende kruiden of heesters. Bloemen blauw of violetCalopogonium.56b.Bovenste kelkslip niet ingesneden, dus in het geheel maar 4 kelkslippen. Vlag met zeer kleine oortjes of zonder oortjes. Planten klimmend of rechtopstaandGalactia.57a.Kelk met 4 bijna gelijke slippen. Vlag met naar binnen geslagen oortjes bij den basis. Alle helmknoppen gelijk of 5 met zeer kleine en stuifmeellooze helmknoppen. Peul vaak kort en breed, hard en leerachtig. Hoog klimmende heesters met de bloemen in trossen. De zijtakjes van den bloeistengel vaak wat verlengd en haakvormig gebogenDioclea.57b.Kelk duidelijk tweelippig, de bovenlip het grootst, met 1 of 2 slippen; de onderlip veel kleiner, 3-tandig of gaafrandig. Vlag met of zonder oortjes. Kiel soms met een iets gedraaide snavel.Peul tamelijk dunwandig.Knoppenvan den bloeistengel niet opvallend grootCanavalia.58a.Peulen zeer plat en dun, klein, tusschen de zaden smaller en op die plaatsen brekend, zoodat de peul in vele eenzadige stukken uiteenvalt. Bloemen meest zeer klein. De 10demeeldraad aan de basis vrij, naar boven met de anderen vergroeid. Kruiden of kleine heesters. Blaadjes 3 of 1. Bloemen in enkelvoudige of wat vertakte trosvormige bloeiwijzenDesmodium.58b.Peulen niet plat, of als ze plat zijn niet tusschen de zaden versmald en niet in stukken uiteenvallend5959a.Bladeren met één blaadje, onder aan den stengel bijna cirkelrond, naar boven langwerpig. Bloemen klein; de 10demeeldraad geheel los. Peul bijna rolrond, niet of nauwelijks tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in kleine trossen. Groote steunbladerenAlysicarpus.59b.Blaadjes 36060a.Stijl aan de binnenzijde behaard. Vlag groot, aan den top ingesneden. De 10demeeldraad vrij of met de andere min of meer vergroeid. Klimmende kruiden of lianen, in het laatste geval komen de bloemen soms uit het hout te voorschijnClitoria.60b.Stijl kaal. Vlag teruggebogen, cirkelrond met naar binnen gekeerdeoortjes aan de basis. 10demeeldraad geheel vrij. Peul lang en vrij smal, lang toegespitst, met dikke zaden die scheef liggen tenopzichtevan de lengterichting der peul, tusschen de zaden met ingedrukte scheeve dwarslijnenCajanus.61a.Bladeren met slechts 1 paar blaadjes, zonder stipellen. Vlag bijna cirkelrond. Meeldraden alle vergroeid, 9 of 10, 5 langer of korter dan de andere. Peul uit geledingen bestaande, met borstelvormige haren bezet. Kleine kruidenZornia.61b.Meer dan 2 blaadjes aan elk blad6262a.Bladen even gevind, 2-jukkig, dus in het geheel 4 blaadjes. Kelk met een lange buis, die schijnbaar de bloemsteel is, onder in de buis zit het vruchtbeginsel, van boven is de buis verwijd tot de gewone vorm van een kelk. Bloemen geel. Meeldraden 9 of 10, alle vergroeid, afwisselend grooter en kleiner. Peul dik en kort met 1–3 zaden, in de aarde rijp wordendArachis.Pinda.62b.Bladeren meerjukkig, even of oneven gevind. Kelk niet in een lange buis verlengd6363a.Peulen gesteeld, klein, plat, recht, gekromd of zelfs spiraalvormig opgerold in eenzadige stukken uiteenvallend, tusschen de zaden smaller, met 2 tot vele zaden, vaak behaard of met kleine stekeltjes. Meeldraden vergroeid in een aan één of twee zijden gespleten buis. Liggende of rechtopstaande kruiden of kleine heesters met even- of oneven-gevinde bladeren met kleine blaadjes. Bloemen klein, geel of purper geaderd, in trossenAeschynomene.63b.Peulen niet plat en in stukken uiteenvallend, of indien ze in stukken uiteenvallen (Chaetocalyx) dan niet tusschen de zaden ingesnoerd en de kelk tevens met weinige borstelige haren bezet6464a.Bladeren even gevind (zonder eindblaadje)6564b.Bladeren oneven gevind (met eindblaadje)6665a.Kelk met 2 bloemsteelblaadjes aan den voet, met zeer korte tanden. Vlag met een korte nagel, die tegen de helmdraden vastgegroeid is. Slechts 9 meeldraden aanwezig, vergroeid in een aan één zijde open buis; de buis recht. Klimmende kruiden of dunne lianen, bladeren veeljukkig; in plaats van het eindblaadje een smal steeltje. Bloemen in trossen. Peul vrij kort; zaden vuurrood met een zwarte vlekAbrus.Kokriki.65b.De bloemsteelblaadjes borstelvormig, meest vroeg afvallend. Negen meeldraden vergroeid, de 10devrij, alle bij de basis knievormig gebogen. Peul smal, plat of rond, 4-kantig of 4-vleugelig. Planten niet klimmendSesbania.66a.Rechtopstaande of klimmende kruiden6766b.Boomen of lianen, of groote niet-klimmende heesters met niet openspringende peulen7067a.Bladeren 2–3-jukkig gevind, blaadjes met stipellen. Stijl aan de binnenzijde behaard. Klimplant met groote blauwe bloemenClitoria.67b.Blaadjes zonder stipellen, soms met zeer kleine stipellen maar dan is de plant geen klimplant en staan de bloemen in dichte trossen6868a.Klimmende kruiden met verspreide borstelvormige haren op den stengel en op de kelk. De 10 meeldraden alle met elkaar vergroeid tot een aan één zijde open buis. Peul zeer lang en dun, bijnarolrond, tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in armbloemige trossen in de bladokselsChaetocalyx.68b.Rechtopstaande kruiden of kleine heesters6969a.Bloemen kleiner dan 1 cM. in korte dichtbloemige trossen. Helmknoppen aan den top met een puntje. Stijl rolrond kaal. Peulen kort en dik, rolrond, meest gekromdIndigofera.Ningo,Iningo.69b.Bloemen 1 cM. groot of grooter; in lange trossen. Helmknoppen niet met een puntje aan den top. Stijl vlak, kaal of behaard. Peulen plat en recht. Planten meest grijsbehaardTephrosia.70a.Kelk met een korte buis en met 2 lange en breede slippen, die den bloemkroon ten deele inhullen. De overige slippen van de kelk kort en spits of zeer klein. Vrucht een eironde eenigszins platte steenvrucht, niet openspringend, met 1 zaadDipteryx.Tonka,Serapi.70b.Alle kelkslippen vrijwel even groot7171a.Blaadjes van het blad in paren tegenover elkaar staand7271b.Blaadjes van het blad niet in paren, doch min of meer onregelmatig langs de bladsteel verspreid7672a.Vrucht een ronde of eironde steenvrucht7372b.Vrucht vliezig, leerachtig of houtig, plat of gevleugeld, in geen geval een steenvrucht, doch ook niet openspringend7473a.Kelk bekervormig met zeer kleine tanden. Bloemen meest violet. Vlag lang genageld. De 10demeeldraad vrij. Bloemen in pluimen. BoomenAndira.73b.Kelk met duidelijke spitse tanden. Bloemen geel. Overigens als de vorigeGeoffraea.74a.Peul aan de bovennaad gevleugeld, dun of leerachtig. Bloemen witgeel, in lange dichte trossen. Blaadjes meest 5 per blad, kelk met korte tanden. De10demeeldraad aan de basis vrij. LianenDerris.74b.Peul ongevleugeld7575a.Peul plat, min of meer verlengd, vliezig of leerachtig. Kelk met zeer korte tanden of zonder tanden. De 10demeeldraad aan de basis alleen vrij. Vlag vaak behaard. Boomen of lianen met meerjukkige bladeren, blaadjes soms met doorschijnende puntjesLonchocarpus.75b.Peul rolrond, tusschen de zaden smaller, soms maar 1 zaad aanwezig en dan is de peul ongeveer bolvormig. Bloemen als de vorige. Boom, 5 blaadjes per bladMüllera.76a.Helmknoppen eindelings, klein,helmdraad aan de basis ervan ingehecht.Peul met weinige zaden of met 1 zaad, min of meer verlengd. Bloem kleinDalbergia.76b.Helmdraden aan de rugzijde van de helmknop ingehecht7777a.Peul langwerpig, naar den top in een smallen, geaderde vleugel overgaand aan de basis met 1 zaad. Kelk met korte tanden. Vlag van buiten meest behaard. Boomen of klimmende heesters vaak met doornige steunbladerenMachaerium.77b.Peul leerachtig, langwerpig en sikkelvormig of bijna in een cirkel gekromd,ongevleugeld. Bloemen als de vorige. Vlag steeds van buiten behaard. Steunbladeren vaak doornigDrepanocarpus.77c.Peul bijna cirkelrond, min of meer gevleugeld. Vlag kaal7878a.Kelk naar den voet versmald, duidelijk getand. Bloemen geel, soms met een violette vlek op den vlag in trossen. Peul rondom gevleugeldPterocarpus.78b.Kelk klokvormig, met zeer kleine tanden. Bloemen violet in pluimen. Peul alleen aan de bovenzijde gevleugeldVatairea.
128.Leguminosae.
Bloemen met kelk en bloemkroon, soms alleen met kelk; 5-tallig, meest met 10 meeldraden, maar soms ook met meer of minder meeldraden; tweeslachtig, zelden éénslachtig; regelmatig of vaker zygomorf; vruchtbeginsel bijna steeds 1, zelden 2–5, bovenstandig, 1-hokkig, met vele, zelden 1 zaadknop; stijl eindelingsch; vrucht meest een peul soms een kokervrucht of niet openspringend; boomen, heesters of kruiden met verspreide, meest samengestelde bladeren met steunbladeren; bloemen meest in trossen.1a.Bloemen klein, volkomen regelmatig, in hoofdjes of trossen. Bloembladeren in den knop met de randen tegen elkaar aanliggend2Mimosaceae.1b.Bloemen vrij groot of groot, meest duidelijk zijdelings-symmetrisch, soms ook minder duidelijk maar in ieder geval liggen de bloembladeren in den knop met de randen over elkaarPapilionaceae.142a.Boomen met dubbel gevinde bladeren. Steel van de bloeiwijze forsch, aan het eind knotsvormig opgezwollen, bezet met een zeer groot aantal bloemen, waarvan de bovenste tweeslachtig zijn, de onderste alleen lange staminodiën hebben of staminodiën en een vruchtbeginsel. Peulen grootParkia.Ajoewa.2b.Boomen of kleinere of grootere heesters of kruiden met de bloemen in trossen of als ze in hoofdjes staan, dan de steel niet aan den top verdikt33a.Meeldraden (de staminodiën niet meegerekend) evenveel of dubbelzooveel als bloemkroonslippen73b.Meeldraden meer dan 10 in elke bloem44a.Meeldraden tot een buis vergroeid, die vaak buiten de bloemkroon uitsteekt54b.Meeldraden alle vrij. Bloemen in hoofdjes. Bloemkroon 5-deelig. Bladeren dubbelgevind, blaadjes klein. Takken ongedoornd, en alleen met doornige steunblaadjes of geheel met doornen bezetAcacia.Leguana-tere.5a.Bladeren enkelvoudig gevind, meest met vleugels aan den steel tusschen de jukken; op de plaats, waar een paar blaadjesvastzittendraagt de steel bijna altijd een cirkelvormige klier. Blaadjes groot. Meeldraden ver buiten de buis van de bloemkroon uitstekend. Bloemen in hoofdjes of aren, of soms meer vertakte bloeiwijzenInga.Swietie-boonkie.Plokonie.5b.Bladeren dubbel-gevind, soms is er maar 1 juk van de eerste orde aanwezig, en bestaat elk juk slechts uit 4 blaadjes66a.Peul dik en plat, leerachtig of wat vleezig, recht of gebogen of soms zelfs een weinig opgerold; niet openspringend of indien hij openspringt, dan draaien de kleppen zich kurketrekkervormig; een enkele maal valt de peul ook in 1-zadige stukken uit elkaar. Blaadjes meest leerachtig, vaak slechts weinige (6) per bladPithecolobium.Plokonie.6b.Peul recht of weinig gekromd, houtig met dikke randen, met 2 kleppen van den top naar de basis openspringend. Kleppen niet gedraaid, doch van elkaar verwijderd. Overigens gelijk aan de vorigeCalliandra.6c.Peul groot en vlak, in verhouding tot de lengte zeer breed, met dunne, bijna papier-dunne kleppen, niet openspringend. Blaadjes vrij dun, ongeveer 1 c.M. groot, veeljukkig en ook meerdere jukken het blad vormend. Overigens als de vorigenAlbizzia.7a.Bloemen behalve met 5 meeldraden, ook met 5 tot 10 staminodiën, die veel langer zijn dan de meeldraden en sterk gekleurd. Bloemen in lange, veelbloemige trossen. Boomen met dubbelgevinde bladeren, zoowel jukken van de 1steals van de 2deorde zeer talrijk. Blaadjes zeer smal en klein, hard en glanzendPentaclethra.7b.Bloemen zonder staminodiën, of indien er staminodiën zijn, dan zijn er niet tegelijk meeldraden in den bloem aanwezig88a.Helmknoppen op den top met een zittende of gesteelde klier, welke meest tijdens den bloei niet meer aanwezig is, maar in de knop of bij pasgeopende bloemen steeds te vinden is118b.Helmknoppen zonder klier op den top99a.Ongedoornde boomen met groote witte bloemhoofdjes van tweeslachtige zittende bloemen. Bloembladeren 5, vrij, meeldraden 10. Peul gesteeld, smal, plat, met 2 kleppen openspringend. Hoofdjes in groepen in de bladoksels staande of eenigszins tot trossen samengesteldLeucaena.9b.Kleine heesters of kruiden vaak met dorens1010a.Bloemen 4–5-, zelden 3-tallig, alle tweeslachtig. Kelk meest klein, soms bijna ontbrekend. Bloemkroon vergroeidbladig, klok-trechtervormig. Meeldraden evenveel of dubbel zooveel als de bloemkroonslippen, vrij, buiten de bloemkroon uitstekend. Vruchtbeginsel zittend of kortgesteeld, 2- tot meerzadig. Peul lang, plat, met een verdikte rand; bij het openspringen blijft deze rand zitten als één geheel; terwijl de rest of met twee kleppen openspringt, of in eenzadige stukken uiteenvalt. Planten meest met stekels. Bladeren dubbelgevind of de jukken handvormig bij elkaar aan het eind van den bladsteel zittendMimosa.Sien-sien.10b.Bloemen 5-tallig, in kleine gesteelde hoofdjes, die van onderen enkele geslachtslooze bloemen dragen met kleine bloemkroon en groote staminodiën, zonder vruchtbeginsel. Meeldraden 10 in de tweeslachtige bloemen. Peulen zittend, klein en smal. Zaden met hun lengteas evenwijdig met de lengteas van de peul. Kleine heesters met weinigjukkige bladeren, jukken met vele kleine blaadjesDesmanthus.11a.Bloemen in bolvormige of verlengde hoofdjes, die aan den basis een krans van geslachtslooze bloemen dragen. Bloemen 5-tallig met 10 meeldraden, de geslachtslooze met 10 zeer lange min of meer bladachtige staminodiën. Peulen betrekkelijk kort en breed. Meest water- of moerasplanten met een vleezigen kruipenden, sterk bewortelden wortelstok, waaruit de bebladerde stengels te voorschijn komenNeptunia.11b.Bloemen in lange aren of trossen, soms in samengestelde trossen1212a.Bloemen in lange trossen gesteeld, bloemsteel minstens even langals de bloem zelf. Bloemen 5-tallig met 10 korte meeldraden. Peul lang en smal, kleppen na het openspringen wat gedraaid. Zaden vuurrood. Ongedoornde boomen met dubbelgevinde bladeren.Adenanthera.12b.Bloemen zittend of zeer kort gesteeld1313a.Bloembladeren tot aan het midden vergroeid. Meeldraden buiten de bloemkroon uitstekend. Peul bij het rijpworden met 2 kleppen openspringend. Ongedoornde of sterk gedoornde vaak klimmende heestersPiptadenia.Tan pikien so.13b.Bloembladeren bijna geheel vrij. Meeldraden nauwelijks buiten de bloemkroon uitstekend. Peul meest groot en breed, uit elkaar vallend in eenzadige stukken, de naden als een geheel zitten blijvendEntada.14a.Bloemkroon duidelijk vlindervormig, d. i. duidelijk zijdelings-symmetrisch met één groot bloemblad en 4 kleinere; meeldraden alle 10 met elkaar tot een buis vergroeid die het vruchtbeginsel insluit of 9 vergroeid en 1 vrij4214b.Bloemkroon niet duidelijk vlindervormig; meeldraden 10 en dan niet tot een buis met elkaar vergroeid of minder dan 10, soms meer dan 101515a.Meeldraden talrijk, meest eenige groote en vele kleine. Kelk voor de bloei ongedeeld met zeer korte buis, tijdens de bloei 2–5-lobbig of onregelmatig verscheurd. Bloembladeren één, en dan groot of 2 kleine of geheel ontbrekend. Bladeren oneven gevind, soms 3-tallig, soms ook alleen een eindblaadje aanwezig, dus bladeren enkelvoudig. Boomen of heestersSwartzia.15b.Meeldraden 10 of minder1616a.Geen bloembladeren aanwezig1716b.Bloembladeren aanwezig1917a.Bladeren even gevind. Kelkbuis kort met 4 lobben. Meeldraden 8–10, vrij, vruchtbeginsel gesteeld, vrij op den bodem van de kelkbuis met 2 zaadknoppen. Peul kort en rond, 1-zadig. Blaadjes 1- tot meerjukkig gevind, leerachtig, vaak met doorschijnende puntjes. Bloemen klein, wit, zittend in samengestelde trossen.Copaifera.Hoeproe.17b.Bladeren oneven gevind1818a.Kelk met korte buis en 5, soms 4 lobben.Meeldraden 2, met korte helmdraden en lange helmhokjes. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen; peul zeer kort, bijna eirond, meest éénzadig. Blaadjes niet tegenoverstaand. BoomenDialium.18b.Kelk met korte buis en 4 vliezige lobben. Meeldraden 10, soms eenige minder, vrij. Vruchtbeginsel kort gesteeld vrij op den bodem van de kelkbuis, of scheef tegen een van de zijkanten van de kelkbuis aangegroeid. Boomen. Bloemen in trossenCrudia.19a.Bladeren duidelijk dubbel gevind, d. w. z., de hoofdbladsteel is eens vertakt voor ze de blaadjes draagt2019b.Bladeren enkelgevind, of enkelvoudige bladeren of indien er een enkele maal dubbel gevinde voorkomen, dan heeft de plant toch voor het meerendeel enkel gevinde bladeren2320a.Plant gedoornd, d. w. z. de steunblaadjes zijn doornig en de zeer korte hoofdbladsteel eindigt in een doorn. De jukken der bladerenzitten dicht op elkaar, ze dragen een groot aantal kleine blaadjes, die spoedig afvallen. Kelk enbloembladeren5, meeldraden 10, met behaarde helmdraden. Peulen plaatselijk verdikt, lang. Bloemen in trossenParkinsonia.20b.Plant niet gedoornd, of de dorens over de geheele plant verspreid2121a.Behalve de 5 vruchtbare meeldraden vindt men in de bloem ook nog 5 meeldraden zonder helmknoppen. Kelk vijflobbig. Bloembladeren 5. Bloemen in trossen. BoomenDimorphandra.Mora,Peto.21b.Alle 10 meeldraden met helmknoppen2222a.Kelkbladeren gelijk van grootte, in den knop niet met de randen over elkaar liggend, 5 in getal. Kroonbladeren 5, vuurrood of één er van witgeel met roode vlekken. Meeldraden 10, aan de basis behaard, naar boven gebogen. Blaadjes klein, zeer talrijk.Poinciana.22b.Kelkbladeren in den knop over elkaar liggend met de randen, een er van grooter dan de andere. Bloembladeren vrijwel gelijk aan elkaar of 1 kleiner. Meeldraden als de vorige. Peul zeer verschillend gevormd, soms niet openspringend. Planten ongestekeld of zeer sterk gestekeld. Blaadjes vrij groot en dan talrijk of groot en dan weinigeCaesalpinia.Sabina-bloem,Nickerie.23a.Bloembladeren52423b.Bloembladeren minder dan 5, soms zijn er 5 bloembladeren aanwezig, maar dan zijn enkele er van tot kleine schubjes gereduceerd en de andere veel grooter3724a.Bladeren met slechts 2 blaadjes of met één enkelvoudig of tweespletig tot tweedeelig blad2524b.Bladeren gevind met meer dan 2 blaadjes2825a.Kelk met een korte of lange buis, vóór den bloei niet in slippen gedeeld en aan den top gesloten, of, indien de kelk wel in den knop gedeeld is, dan is hij kort-5-tandig en beneden de tanden vernauwd, zoodat de bloemknop gekroond schijnt met de 5 korte kelktandjes.Meeldraden 10, alle met helmknopjes en dan meest 5 lange en en 5 korte meeldraden, of 1 of meerdere meeldraden zonder helmknoppen of geheel ontbrekend. Bloembladeren tamelijk gelijk. Boomen of (vaker) lianen met enkelvoudige of aan den top ingesneden bladeren of twee zittende blaadjes op den steelBauhinia.Sekrepatoe-trapoe.25b.Kelkbladeren reeds voor de bloei tot aan de kelkbuis vrij2626a.Bloemen in veelbloemige korte gedrongen pluimen of in bundels uit het hout te voorschijn komend; klein. Kelkbladeren dun, 4 of 5. Meeldraden 10. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul kort, eirond of niervormig. Blaadjes naar den top toegespitst, doch de top zelfingesnedenCynometra.26b.Bloemen in tenminste ten deele eindelingsche pluimen van groote bloemen met 4 harde kelkbladeren2727a.Stempel klein. Peul dik, bijna cylindrisch, niet openspringend. Bladeren met duidelijke doorschijnende puntjesHymenaea.Lokus.27b.Stempel verbreed. Peul vlak scheef, met 2 kleppen openspringend. Doorschijnende puntjes in de bladeren afwezig of onduidelijk.Peltogyne.Purperhart.28a.Meeldraden 5, evenlang, tegenover de 5 onderling bijna gelijkebloembladeren staand; bovendien 5, naar den top knotsvormig verdikte staminodiën in de bloem. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Bloemen in dichte arenDimorphandra.Peto,Mora.28b.Meeldraden meer of minder dan 5, of indien er 5 meeldraden zijn, dan zijn ze niet alle gelijk van vorm en grootte en zijn er niet tevens 5 even groote staminodiën aanwezig2929a.Meeldraden 4, gelijk van grootte (zelden 5) met zeer korte helmdraden en lange spitse helmknoppen, die aan den top met een gat opengaan. Kelkbladeren 5, spits. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Peul dun, leerachtig met gevleugelde nadenMartiusia.Purperhart.29b.Meeldraden meer dan 53030a.Bloemen duidelijk zijdelings symmetrisch, dus of bloembladeren of meeldraden, of beide, niet aan elkaar gelijk in vorm en grootte; indien de 10 meeldraden alle gelijk zijn, dan springen ze met gaten aan den top open3130b.Bloemen regelmatig; dus bloembladeren alle vrijwel evengroot en ook de meeldraden evengroot, of indien er 10 meeldraden zijn, dan zijn er 5 langere die afwisselen met 5 kortere en met spleten over de geheele lengte openspringen3431a.Bladeren evengevind. Bloemkroon niet vlindervormig3231b.Bladeren oneven gevind. Bloemkroon duidelijk vlindervormig3332a.Bloemknoppen opvallend gekromd en aan den top knots-vormig verdikt. Kelkslippen ongelijk. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Meeldraden 10, aan de basis behaard; de helmknoppen aan den rug bevestigd, meest 3 dikkere en kortere meeldraden met kleinere helmknoppen en 7 langere, dunnere meeldraden met grootere helmknoppen. Boomen met gele bloemen in trossenTachigalia.32b.Bloemknoppen niet gekromd en knotsvormig. Kelkbladeren bijna geheel vrij. Bloembladeren meest geel-oranje, alle gelijk of enkele wat groot. Meeldraden soms 10, en dan aan den top met poriën of korte spleten openspringend, meest echter enkele meeldraden met veel grootere helmknoppen dan de andere. Helmdraden aan de basis der helmknoppen bevestigd. Peul zeer verschillend, plat, steelrond of gevleugeldCassia.Slabriki.33a.Kelkbuis lang klokvormig, met 5 tanden, waarvan de beide bovenste hooger met elkaar vergroeid zijn. Meeldraden 10, vrij. Stijl gebogen niet opgerold met eindelingsche stempel. Peul met 2 kleppen openspringendDiplotropis.Zwarte kabbes.33b.Kelkbuis kort trechter- of bekervormig; de bovenste kelkslippen wat vergroeid. Meeldraden ongelijk, vrij, 10 met helmknopjes of soms 2 zonder, en 8 met helmknoppen. Stijl opgerold met scheeven stempel. Peul met 2 kleppen openspringendOrmosia.34a.Bloembladeren grooter en breeder dan de kelkbladeren3534b.Bloembladeren smal en klein, kleiner of nauwelijks grooter dan de kelkbladeren3635a.Helmknoppen eirond, met spleten openspringend; helmdraad aan de rugzijde van den helmknop ingehecht. Bloemen in veelbloemige dichte trossen. Bladeren enkel-gevind, of soms vindt men aan dezelfde plant ook dubbelgevinde bladeren. Blaadjes naar den voet smal toeloopend, aan den top recht afgesneden of eenigszins ingesnedenHaematoxylon.35b.Helmknoppen lang en smal, met gaten of korte spleten aan den top openspringend; helmdraad aan de basis ingehecht. Bloemen in weinigbloemige trossen of alleenstaand, blaadjes spits aan den topCassia.36a.Kelk bijna geheel losbladig met 5 tamelijk gelijke bladeren. Bloembladeren 5, klein en smal. (het naar de as gekeerde (bovenste) bloemblad wordt door de beide naastliggende met de randen overdekt) Meeldraden 10, aan de basis behaard. Vruchtbeginsel gesteeld; bladeren oneven of soms schijnbaar evengevindSclerolobium.36b.Kelk vergroeidbladig klokvormig met 5 gelijke met de randen tegen elkaar liggende slippen. Bloembladeren bijna gelijk, het bovenste soms wat grooter dan de andere en in den knop de beide naburige bedekkend. Meeldraden vrij, langer dan de bloembladeren. Bladeren even- of oneven gevindSweetia.37a.Bladeren enkelvoudig, d. w. z. van het gevinde blad is alleen het eindblaadje aanwezig. Kelk met 4 slippen. Bloembladeren 1 of 1 groote en 2 kleinere ernaast. Meeldraden 9Palovea.37b.Bladeren gevind3838a.Bloembladeren 1, groot, soms met nog eenige kleine schubben ernaast3938b.Drie groote bloembladeren, soms nog met 2 kleine schubben4039a.Meeldraden 10 alle met helmknoppen of 5 met, en 5 zonder helmknoppen. Het bloemblad zittend, zeer breed. Peul vaak langgesteeld en hangend, plat, breed en min of meer roodbruin en kortbehaardEperua.Walaba,Bijlhout.39b.Meeldraden 10 of minder, daarvan 3 met helmknoppen en 7 of minder zonder helmknoppen. Het bloemblad is genageld, in de knop samengevouwen, later min of meer helmvormig, de andere 2 of 4 bloembladeren zijn schubvormigMacrolobium.40a.Meeldraden 2, ongelijk met korte dikke helmdraden, en dikke helmknoppen, die aan den top openspringen. Kelk met 5 slippen. Bladeren onevengevind met weinig blaadjesDicorynia.Basra-lokus.40b.Meeldraden 3 of meer; kelk met 4 slippen4141a.De 3 vruchtbare meeldraden met de helmdraden vergroeid; de overige 2 meeldraden alleen als kleine tandjes naast de vruchtbare meeldraden te zien. Bloemsteelblaadjes onder den kelk spoedig afvallendTamarindus.41b.Meeldraden 9, helmdraden alle met elkaar vergroeid tot een gespleten buis; helmdraden van boven vrij, 3 zeer lang met helmknoppen, de 6 andere korter en ongelijk met leege helmknoppen of zonder helmknoppen. De vier kelkbladeren groot, bloembladachtig. Bloemsteelblaadjes onder den kelk tijdens den bloei blijvendHeterostemon.42a.Blaadjes slechts 3 per blad, of één, of soms (Crotalaria) meer dan 3 blaadjes maar dan handvormig samengesteld4342b.Bladeren oneven gevind en dan 5 of meer blaadjes of even gevind, en dan één- tot meerjukkig6143a.Boomen of groote niet klimmende heester4443b.Kleine, soms wat houtachtige, liggende of klimmende kruiden, of lianen4544a.Stam en takken vaak met stekels bezet. Blaadjes met kliervormige korte stipellen aan den voet, het eindblaadje breed, min of meerruitvormig, de beide zijblaadjes scheef; bloemen lang en smal; vlag veel langer dan de kiel. Bloem meest vuurrood in trossenErythrina.Koffie-mama.44b.Slechts 1 blaadje aanwezig met 2 stipellen aan den voet. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Peul cirkelrond, vliezig met 1–3 zaden. Helmdraad aan den rug der helmknoppen vastzittendCyclolobium.44c.Drie of één blaadje, doch steeds zonder stipellen. Indien er 5 blaadjes aanwezig zijn, dan heeft diezelfde boom ook takken waar maar 3 of 1 blaadje per blad voorkomen. Blaadjes niet tegenoverstaand. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul cirkelrond of eirond met 1 zaad, leerachtig, niet openspringendDalbergia.45a.Bloemen zeer groot, de kiel opvallend grooter dan de vlag, met een gekromde hoornachtige lange punt. De 10demeeldraad geheel vrij, de overige meeldraden afwisselend langer en korter; vlag met 2 oortjes aan de basis. Peul dik, vaak met stijve brandharenMucuna.45b.Kiel even groot als, of kleiner dan de vlag4646a.Vlag cirkelrond, van achteren boven de nagel met een spoor of knobbel. Klimmende of liggende kruiden met 3 of 1 blaadje met stipellen. De 10demeeldraad meest een weinig met de andere verbonden. Bloemsteelblaadjes groot, tegen de kelk aangedruktCentrosema.46b.Vlag van achteren zonder spoor of knobbel4747a.Blaadjes zonder stipellen. (Zie ook Cajanus met zeer kleine stipellen)4847b.Blaadjes met stipellen5148a.De 10demeeldraad geheel vrij, even boven de basis plaatselijk verbreed4948b.Alle 10 meeldraden vergroeid met elkaar, buis der helmdraden open of gesloten5049a.De navelvlek van het zaad is rond of slechts weinig verlengd; de zaadstreng zit in het midden er van vastgehecht. Klimplanten met breede blaadjes en korte 1- of 2-zadige peulenRhynchosia.49b.De navelvlek van het zaad is smal en langwerpig en de zaadstreng zit aan het eind er van ingehecht. Planten meest niet klimmend, vaak vrij sterk behaard met lange en smalle blaadjes. Peulen als de vorigeEriosema.50a.Kruiden of kleine heesters met ruwe of kleverige haren bezet. Blaadjes steeds 3, zeer smal en meest niet grooter dan 2 cM., vaak zelfs veel kleiner. Bloemen in dichte aren. Vruchtbeginsel met 2–3 zaadknoppen; peul met 1 of 2 zaden, indien er 2 zaden aanwezig zijn dan is de peul ingesnoerd tusschen de zaden en valt hij in 2 stukken uiteen. Peul met een haakje aan den topStylosanthes.50b.Planten meest kaal; blaadjes steeds grooter dan 2 cM., vaak alleenstaand, meest 3 bij elkaar, soms ook 5 of meer, handvormig. Bloemen in losse trossen. Buis der helmdraden van boven open. Vruchtbeginsel met meerdere zaadknoppen. Peul opgeblazenCrotalaria.51a.Bloeistengel bezet met korte, (1–2 mM.) dikke, gekromde zijtakjes, waarop de gesteelde bloemen groepsgewijs ingehecht zijn5251b.Bloeistengels zonder dergelijke verdikte en korte zijtakjes5852a.Stijl aan de binnenzijde over de geheele lengte lang behaard5352b.Stijl kaal, soms alleen van onderen wat behaard5553a.Kiel spiraalvormig opgerold. Vlag met kleine oortjes aan de basis, in het midden met overlangsche verdikkingen. De 10demeeldraad vrij, aan de basis wat verdikt. Klimplanten met bloemtrossen in de oksels van de bladerenPhaseolus.53b.Kiel niet in een spiraal opgerold5454a.Stempel zeer scheef naar de binnenzijde langs de stijl afloopend. Bloemen aan het eind van den bloeistengel dicht opeenzittendVigna.54b.Stempel eindelingsch, niet scheef. Bloemen min of meer groepsgewijs langs den bloeistengel verspreidDolichos.55a.De 10demeeldraad geheel vrij van de 9 anderen5655b.De 10demeeldraad alleen aan de basis vrij, hooger op met de 9 anderen in een buis vergroeid5756a.Bovenste kelkslip 2-tandig of 2-spletig, dus er zijn 5 kelkslippen voorhanden. Vlag met naar binnen gebogen oortjes. Peul smal en lang. Klimmende kruiden of heesters. Bloemen blauw of violetCalopogonium.56b.Bovenste kelkslip niet ingesneden, dus in het geheel maar 4 kelkslippen. Vlag met zeer kleine oortjes of zonder oortjes. Planten klimmend of rechtopstaandGalactia.57a.Kelk met 4 bijna gelijke slippen. Vlag met naar binnen geslagen oortjes bij den basis. Alle helmknoppen gelijk of 5 met zeer kleine en stuifmeellooze helmknoppen. Peul vaak kort en breed, hard en leerachtig. Hoog klimmende heesters met de bloemen in trossen. De zijtakjes van den bloeistengel vaak wat verlengd en haakvormig gebogenDioclea.57b.Kelk duidelijk tweelippig, de bovenlip het grootst, met 1 of 2 slippen; de onderlip veel kleiner, 3-tandig of gaafrandig. Vlag met of zonder oortjes. Kiel soms met een iets gedraaide snavel.Peul tamelijk dunwandig.Knoppenvan den bloeistengel niet opvallend grootCanavalia.58a.Peulen zeer plat en dun, klein, tusschen de zaden smaller en op die plaatsen brekend, zoodat de peul in vele eenzadige stukken uiteenvalt. Bloemen meest zeer klein. De 10demeeldraad aan de basis vrij, naar boven met de anderen vergroeid. Kruiden of kleine heesters. Blaadjes 3 of 1. Bloemen in enkelvoudige of wat vertakte trosvormige bloeiwijzenDesmodium.58b.Peulen niet plat, of als ze plat zijn niet tusschen de zaden versmald en niet in stukken uiteenvallend5959a.Bladeren met één blaadje, onder aan den stengel bijna cirkelrond, naar boven langwerpig. Bloemen klein; de 10demeeldraad geheel los. Peul bijna rolrond, niet of nauwelijks tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in kleine trossen. Groote steunbladerenAlysicarpus.59b.Blaadjes 36060a.Stijl aan de binnenzijde behaard. Vlag groot, aan den top ingesneden. De 10demeeldraad vrij of met de andere min of meer vergroeid. Klimmende kruiden of lianen, in het laatste geval komen de bloemen soms uit het hout te voorschijnClitoria.60b.Stijl kaal. Vlag teruggebogen, cirkelrond met naar binnen gekeerdeoortjes aan de basis. 10demeeldraad geheel vrij. Peul lang en vrij smal, lang toegespitst, met dikke zaden die scheef liggen tenopzichtevan de lengterichting der peul, tusschen de zaden met ingedrukte scheeve dwarslijnenCajanus.61a.Bladeren met slechts 1 paar blaadjes, zonder stipellen. Vlag bijna cirkelrond. Meeldraden alle vergroeid, 9 of 10, 5 langer of korter dan de andere. Peul uit geledingen bestaande, met borstelvormige haren bezet. Kleine kruidenZornia.61b.Meer dan 2 blaadjes aan elk blad6262a.Bladen even gevind, 2-jukkig, dus in het geheel 4 blaadjes. Kelk met een lange buis, die schijnbaar de bloemsteel is, onder in de buis zit het vruchtbeginsel, van boven is de buis verwijd tot de gewone vorm van een kelk. Bloemen geel. Meeldraden 9 of 10, alle vergroeid, afwisselend grooter en kleiner. Peul dik en kort met 1–3 zaden, in de aarde rijp wordendArachis.Pinda.62b.Bladeren meerjukkig, even of oneven gevind. Kelk niet in een lange buis verlengd6363a.Peulen gesteeld, klein, plat, recht, gekromd of zelfs spiraalvormig opgerold in eenzadige stukken uiteenvallend, tusschen de zaden smaller, met 2 tot vele zaden, vaak behaard of met kleine stekeltjes. Meeldraden vergroeid in een aan één of twee zijden gespleten buis. Liggende of rechtopstaande kruiden of kleine heesters met even- of oneven-gevinde bladeren met kleine blaadjes. Bloemen klein, geel of purper geaderd, in trossenAeschynomene.63b.Peulen niet plat en in stukken uiteenvallend, of indien ze in stukken uiteenvallen (Chaetocalyx) dan niet tusschen de zaden ingesnoerd en de kelk tevens met weinige borstelige haren bezet6464a.Bladeren even gevind (zonder eindblaadje)6564b.Bladeren oneven gevind (met eindblaadje)6665a.Kelk met 2 bloemsteelblaadjes aan den voet, met zeer korte tanden. Vlag met een korte nagel, die tegen de helmdraden vastgegroeid is. Slechts 9 meeldraden aanwezig, vergroeid in een aan één zijde open buis; de buis recht. Klimmende kruiden of dunne lianen, bladeren veeljukkig; in plaats van het eindblaadje een smal steeltje. Bloemen in trossen. Peul vrij kort; zaden vuurrood met een zwarte vlekAbrus.Kokriki.65b.De bloemsteelblaadjes borstelvormig, meest vroeg afvallend. Negen meeldraden vergroeid, de 10devrij, alle bij de basis knievormig gebogen. Peul smal, plat of rond, 4-kantig of 4-vleugelig. Planten niet klimmendSesbania.66a.Rechtopstaande of klimmende kruiden6766b.Boomen of lianen, of groote niet-klimmende heesters met niet openspringende peulen7067a.Bladeren 2–3-jukkig gevind, blaadjes met stipellen. Stijl aan de binnenzijde behaard. Klimplant met groote blauwe bloemenClitoria.67b.Blaadjes zonder stipellen, soms met zeer kleine stipellen maar dan is de plant geen klimplant en staan de bloemen in dichte trossen6868a.Klimmende kruiden met verspreide borstelvormige haren op den stengel en op de kelk. De 10 meeldraden alle met elkaar vergroeid tot een aan één zijde open buis. Peul zeer lang en dun, bijnarolrond, tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in armbloemige trossen in de bladokselsChaetocalyx.68b.Rechtopstaande kruiden of kleine heesters6969a.Bloemen kleiner dan 1 cM. in korte dichtbloemige trossen. Helmknoppen aan den top met een puntje. Stijl rolrond kaal. Peulen kort en dik, rolrond, meest gekromdIndigofera.Ningo,Iningo.69b.Bloemen 1 cM. groot of grooter; in lange trossen. Helmknoppen niet met een puntje aan den top. Stijl vlak, kaal of behaard. Peulen plat en recht. Planten meest grijsbehaardTephrosia.70a.Kelk met een korte buis en met 2 lange en breede slippen, die den bloemkroon ten deele inhullen. De overige slippen van de kelk kort en spits of zeer klein. Vrucht een eironde eenigszins platte steenvrucht, niet openspringend, met 1 zaadDipteryx.Tonka,Serapi.70b.Alle kelkslippen vrijwel even groot7171a.Blaadjes van het blad in paren tegenover elkaar staand7271b.Blaadjes van het blad niet in paren, doch min of meer onregelmatig langs de bladsteel verspreid7672a.Vrucht een ronde of eironde steenvrucht7372b.Vrucht vliezig, leerachtig of houtig, plat of gevleugeld, in geen geval een steenvrucht, doch ook niet openspringend7473a.Kelk bekervormig met zeer kleine tanden. Bloemen meest violet. Vlag lang genageld. De 10demeeldraad vrij. Bloemen in pluimen. BoomenAndira.73b.Kelk met duidelijke spitse tanden. Bloemen geel. Overigens als de vorigeGeoffraea.74a.Peul aan de bovennaad gevleugeld, dun of leerachtig. Bloemen witgeel, in lange dichte trossen. Blaadjes meest 5 per blad, kelk met korte tanden. De10demeeldraad aan de basis vrij. LianenDerris.74b.Peul ongevleugeld7575a.Peul plat, min of meer verlengd, vliezig of leerachtig. Kelk met zeer korte tanden of zonder tanden. De 10demeeldraad aan de basis alleen vrij. Vlag vaak behaard. Boomen of lianen met meerjukkige bladeren, blaadjes soms met doorschijnende puntjesLonchocarpus.75b.Peul rolrond, tusschen de zaden smaller, soms maar 1 zaad aanwezig en dan is de peul ongeveer bolvormig. Bloemen als de vorige. Boom, 5 blaadjes per bladMüllera.76a.Helmknoppen eindelings, klein,helmdraad aan de basis ervan ingehecht.Peul met weinige zaden of met 1 zaad, min of meer verlengd. Bloem kleinDalbergia.76b.Helmdraden aan de rugzijde van de helmknop ingehecht7777a.Peul langwerpig, naar den top in een smallen, geaderde vleugel overgaand aan de basis met 1 zaad. Kelk met korte tanden. Vlag van buiten meest behaard. Boomen of klimmende heesters vaak met doornige steunbladerenMachaerium.77b.Peul leerachtig, langwerpig en sikkelvormig of bijna in een cirkel gekromd,ongevleugeld. Bloemen als de vorige. Vlag steeds van buiten behaard. Steunbladeren vaak doornigDrepanocarpus.77c.Peul bijna cirkelrond, min of meer gevleugeld. Vlag kaal7878a.Kelk naar den voet versmald, duidelijk getand. Bloemen geel, soms met een violette vlek op den vlag in trossen. Peul rondom gevleugeldPterocarpus.78b.Kelk klokvormig, met zeer kleine tanden. Bloemen violet in pluimen. Peul alleen aan de bovenzijde gevleugeldVatairea.
Bloemen met kelk en bloemkroon, soms alleen met kelk; 5-tallig, meest met 10 meeldraden, maar soms ook met meer of minder meeldraden; tweeslachtig, zelden éénslachtig; regelmatig of vaker zygomorf; vruchtbeginsel bijna steeds 1, zelden 2–5, bovenstandig, 1-hokkig, met vele, zelden 1 zaadknop; stijl eindelingsch; vrucht meest een peul soms een kokervrucht of niet openspringend; boomen, heesters of kruiden met verspreide, meest samengestelde bladeren met steunbladeren; bloemen meest in trossen.
1a.Bloemen klein, volkomen regelmatig, in hoofdjes of trossen. Bloembladeren in den knop met de randen tegen elkaar aanliggend2Mimosaceae.
1b.Bloemen vrij groot of groot, meest duidelijk zijdelings-symmetrisch, soms ook minder duidelijk maar in ieder geval liggen de bloembladeren in den knop met de randen over elkaarPapilionaceae.14
2a.Boomen met dubbel gevinde bladeren. Steel van de bloeiwijze forsch, aan het eind knotsvormig opgezwollen, bezet met een zeer groot aantal bloemen, waarvan de bovenste tweeslachtig zijn, de onderste alleen lange staminodiën hebben of staminodiën en een vruchtbeginsel. Peulen grootParkia.Ajoewa.
2b.Boomen of kleinere of grootere heesters of kruiden met de bloemen in trossen of als ze in hoofdjes staan, dan de steel niet aan den top verdikt3
3a.Meeldraden (de staminodiën niet meegerekend) evenveel of dubbelzooveel als bloemkroonslippen7
3b.Meeldraden meer dan 10 in elke bloem4
4a.Meeldraden tot een buis vergroeid, die vaak buiten de bloemkroon uitsteekt5
4b.Meeldraden alle vrij. Bloemen in hoofdjes. Bloemkroon 5-deelig. Bladeren dubbelgevind, blaadjes klein. Takken ongedoornd, en alleen met doornige steunblaadjes of geheel met doornen bezetAcacia.Leguana-tere.
5a.Bladeren enkelvoudig gevind, meest met vleugels aan den steel tusschen de jukken; op de plaats, waar een paar blaadjesvastzittendraagt de steel bijna altijd een cirkelvormige klier. Blaadjes groot. Meeldraden ver buiten de buis van de bloemkroon uitstekend. Bloemen in hoofdjes of aren, of soms meer vertakte bloeiwijzenInga.Swietie-boonkie.Plokonie.
5b.Bladeren dubbel-gevind, soms is er maar 1 juk van de eerste orde aanwezig, en bestaat elk juk slechts uit 4 blaadjes6
6a.Peul dik en plat, leerachtig of wat vleezig, recht of gebogen of soms zelfs een weinig opgerold; niet openspringend of indien hij openspringt, dan draaien de kleppen zich kurketrekkervormig; een enkele maal valt de peul ook in 1-zadige stukken uit elkaar. Blaadjes meest leerachtig, vaak slechts weinige (6) per bladPithecolobium.Plokonie.
6b.Peul recht of weinig gekromd, houtig met dikke randen, met 2 kleppen van den top naar de basis openspringend. Kleppen niet gedraaid, doch van elkaar verwijderd. Overigens gelijk aan de vorigeCalliandra.
6c.Peul groot en vlak, in verhouding tot de lengte zeer breed, met dunne, bijna papier-dunne kleppen, niet openspringend. Blaadjes vrij dun, ongeveer 1 c.M. groot, veeljukkig en ook meerdere jukken het blad vormend. Overigens als de vorigenAlbizzia.
7a.Bloemen behalve met 5 meeldraden, ook met 5 tot 10 staminodiën, die veel langer zijn dan de meeldraden en sterk gekleurd. Bloemen in lange, veelbloemige trossen. Boomen met dubbelgevinde bladeren, zoowel jukken van de 1steals van de 2deorde zeer talrijk. Blaadjes zeer smal en klein, hard en glanzendPentaclethra.
7b.Bloemen zonder staminodiën, of indien er staminodiën zijn, dan zijn er niet tegelijk meeldraden in den bloem aanwezig8
8a.Helmknoppen op den top met een zittende of gesteelde klier, welke meest tijdens den bloei niet meer aanwezig is, maar in de knop of bij pasgeopende bloemen steeds te vinden is11
8b.Helmknoppen zonder klier op den top9
9a.Ongedoornde boomen met groote witte bloemhoofdjes van tweeslachtige zittende bloemen. Bloembladeren 5, vrij, meeldraden 10. Peul gesteeld, smal, plat, met 2 kleppen openspringend. Hoofdjes in groepen in de bladoksels staande of eenigszins tot trossen samengesteldLeucaena.
9b.Kleine heesters of kruiden vaak met dorens10
10a.Bloemen 4–5-, zelden 3-tallig, alle tweeslachtig. Kelk meest klein, soms bijna ontbrekend. Bloemkroon vergroeidbladig, klok-trechtervormig. Meeldraden evenveel of dubbel zooveel als de bloemkroonslippen, vrij, buiten de bloemkroon uitstekend. Vruchtbeginsel zittend of kortgesteeld, 2- tot meerzadig. Peul lang, plat, met een verdikte rand; bij het openspringen blijft deze rand zitten als één geheel; terwijl de rest of met twee kleppen openspringt, of in eenzadige stukken uiteenvalt. Planten meest met stekels. Bladeren dubbelgevind of de jukken handvormig bij elkaar aan het eind van den bladsteel zittendMimosa.Sien-sien.
10b.Bloemen 5-tallig, in kleine gesteelde hoofdjes, die van onderen enkele geslachtslooze bloemen dragen met kleine bloemkroon en groote staminodiën, zonder vruchtbeginsel. Meeldraden 10 in de tweeslachtige bloemen. Peulen zittend, klein en smal. Zaden met hun lengteas evenwijdig met de lengteas van de peul. Kleine heesters met weinigjukkige bladeren, jukken met vele kleine blaadjesDesmanthus.
11a.Bloemen in bolvormige of verlengde hoofdjes, die aan den basis een krans van geslachtslooze bloemen dragen. Bloemen 5-tallig met 10 meeldraden, de geslachtslooze met 10 zeer lange min of meer bladachtige staminodiën. Peulen betrekkelijk kort en breed. Meest water- of moerasplanten met een vleezigen kruipenden, sterk bewortelden wortelstok, waaruit de bebladerde stengels te voorschijn komenNeptunia.
11b.Bloemen in lange aren of trossen, soms in samengestelde trossen12
12a.Bloemen in lange trossen gesteeld, bloemsteel minstens even langals de bloem zelf. Bloemen 5-tallig met 10 korte meeldraden. Peul lang en smal, kleppen na het openspringen wat gedraaid. Zaden vuurrood. Ongedoornde boomen met dubbelgevinde bladeren.Adenanthera.
12b.Bloemen zittend of zeer kort gesteeld13
13a.Bloembladeren tot aan het midden vergroeid. Meeldraden buiten de bloemkroon uitstekend. Peul bij het rijpworden met 2 kleppen openspringend. Ongedoornde of sterk gedoornde vaak klimmende heestersPiptadenia.Tan pikien so.
13b.Bloembladeren bijna geheel vrij. Meeldraden nauwelijks buiten de bloemkroon uitstekend. Peul meest groot en breed, uit elkaar vallend in eenzadige stukken, de naden als een geheel zitten blijvendEntada.
14a.Bloemkroon duidelijk vlindervormig, d. i. duidelijk zijdelings-symmetrisch met één groot bloemblad en 4 kleinere; meeldraden alle 10 met elkaar tot een buis vergroeid die het vruchtbeginsel insluit of 9 vergroeid en 1 vrij42
14b.Bloemkroon niet duidelijk vlindervormig; meeldraden 10 en dan niet tot een buis met elkaar vergroeid of minder dan 10, soms meer dan 1015
15a.Meeldraden talrijk, meest eenige groote en vele kleine. Kelk voor de bloei ongedeeld met zeer korte buis, tijdens de bloei 2–5-lobbig of onregelmatig verscheurd. Bloembladeren één, en dan groot of 2 kleine of geheel ontbrekend. Bladeren oneven gevind, soms 3-tallig, soms ook alleen een eindblaadje aanwezig, dus bladeren enkelvoudig. Boomen of heestersSwartzia.
15b.Meeldraden 10 of minder16
16a.Geen bloembladeren aanwezig17
16b.Bloembladeren aanwezig19
17a.Bladeren even gevind. Kelkbuis kort met 4 lobben. Meeldraden 8–10, vrij, vruchtbeginsel gesteeld, vrij op den bodem van de kelkbuis met 2 zaadknoppen. Peul kort en rond, 1-zadig. Blaadjes 1- tot meerjukkig gevind, leerachtig, vaak met doorschijnende puntjes. Bloemen klein, wit, zittend in samengestelde trossen.Copaifera.Hoeproe.
17b.Bladeren oneven gevind18
18a.Kelk met korte buis en 5, soms 4 lobben.Meeldraden 2, met korte helmdraden en lange helmhokjes. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen; peul zeer kort, bijna eirond, meest éénzadig. Blaadjes niet tegenoverstaand. BoomenDialium.
18b.Kelk met korte buis en 4 vliezige lobben. Meeldraden 10, soms eenige minder, vrij. Vruchtbeginsel kort gesteeld vrij op den bodem van de kelkbuis, of scheef tegen een van de zijkanten van de kelkbuis aangegroeid. Boomen. Bloemen in trossenCrudia.
19a.Bladeren duidelijk dubbel gevind, d. w. z., de hoofdbladsteel is eens vertakt voor ze de blaadjes draagt20
19b.Bladeren enkelgevind, of enkelvoudige bladeren of indien er een enkele maal dubbel gevinde voorkomen, dan heeft de plant toch voor het meerendeel enkel gevinde bladeren23
20a.Plant gedoornd, d. w. z. de steunblaadjes zijn doornig en de zeer korte hoofdbladsteel eindigt in een doorn. De jukken der bladerenzitten dicht op elkaar, ze dragen een groot aantal kleine blaadjes, die spoedig afvallen. Kelk enbloembladeren5, meeldraden 10, met behaarde helmdraden. Peulen plaatselijk verdikt, lang. Bloemen in trossenParkinsonia.
20b.Plant niet gedoornd, of de dorens over de geheele plant verspreid21
21a.Behalve de 5 vruchtbare meeldraden vindt men in de bloem ook nog 5 meeldraden zonder helmknoppen. Kelk vijflobbig. Bloembladeren 5. Bloemen in trossen. BoomenDimorphandra.Mora,Peto.
21b.Alle 10 meeldraden met helmknoppen22
22a.Kelkbladeren gelijk van grootte, in den knop niet met de randen over elkaar liggend, 5 in getal. Kroonbladeren 5, vuurrood of één er van witgeel met roode vlekken. Meeldraden 10, aan de basis behaard, naar boven gebogen. Blaadjes klein, zeer talrijk.Poinciana.
22b.Kelkbladeren in den knop over elkaar liggend met de randen, een er van grooter dan de andere. Bloembladeren vrijwel gelijk aan elkaar of 1 kleiner. Meeldraden als de vorige. Peul zeer verschillend gevormd, soms niet openspringend. Planten ongestekeld of zeer sterk gestekeld. Blaadjes vrij groot en dan talrijk of groot en dan weinigeCaesalpinia.Sabina-bloem,Nickerie.
23a.Bloembladeren524
23b.Bloembladeren minder dan 5, soms zijn er 5 bloembladeren aanwezig, maar dan zijn enkele er van tot kleine schubjes gereduceerd en de andere veel grooter37
24a.Bladeren met slechts 2 blaadjes of met één enkelvoudig of tweespletig tot tweedeelig blad25
24b.Bladeren gevind met meer dan 2 blaadjes28
25a.Kelk met een korte of lange buis, vóór den bloei niet in slippen gedeeld en aan den top gesloten, of, indien de kelk wel in den knop gedeeld is, dan is hij kort-5-tandig en beneden de tanden vernauwd, zoodat de bloemknop gekroond schijnt met de 5 korte kelktandjes.Meeldraden 10, alle met helmknopjes en dan meest 5 lange en en 5 korte meeldraden, of 1 of meerdere meeldraden zonder helmknoppen of geheel ontbrekend. Bloembladeren tamelijk gelijk. Boomen of (vaker) lianen met enkelvoudige of aan den top ingesneden bladeren of twee zittende blaadjes op den steelBauhinia.Sekrepatoe-trapoe.
25b.Kelkbladeren reeds voor de bloei tot aan de kelkbuis vrij26
26a.Bloemen in veelbloemige korte gedrongen pluimen of in bundels uit het hout te voorschijn komend; klein. Kelkbladeren dun, 4 of 5. Meeldraden 10. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul kort, eirond of niervormig. Blaadjes naar den top toegespitst, doch de top zelfingesnedenCynometra.
26b.Bloemen in tenminste ten deele eindelingsche pluimen van groote bloemen met 4 harde kelkbladeren27
27a.Stempel klein. Peul dik, bijna cylindrisch, niet openspringend. Bladeren met duidelijke doorschijnende puntjesHymenaea.Lokus.
27b.Stempel verbreed. Peul vlak scheef, met 2 kleppen openspringend. Doorschijnende puntjes in de bladeren afwezig of onduidelijk.Peltogyne.Purperhart.
28a.Meeldraden 5, evenlang, tegenover de 5 onderling bijna gelijkebloembladeren staand; bovendien 5, naar den top knotsvormig verdikte staminodiën in de bloem. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Bloemen in dichte arenDimorphandra.Peto,Mora.
28b.Meeldraden meer of minder dan 5, of indien er 5 meeldraden zijn, dan zijn ze niet alle gelijk van vorm en grootte en zijn er niet tevens 5 even groote staminodiën aanwezig29
29a.Meeldraden 4, gelijk van grootte (zelden 5) met zeer korte helmdraden en lange spitse helmknoppen, die aan den top met een gat opengaan. Kelkbladeren 5, spits. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Peul dun, leerachtig met gevleugelde nadenMartiusia.Purperhart.
29b.Meeldraden meer dan 530
30a.Bloemen duidelijk zijdelings symmetrisch, dus of bloembladeren of meeldraden, of beide, niet aan elkaar gelijk in vorm en grootte; indien de 10 meeldraden alle gelijk zijn, dan springen ze met gaten aan den top open31
30b.Bloemen regelmatig; dus bloembladeren alle vrijwel evengroot en ook de meeldraden evengroot, of indien er 10 meeldraden zijn, dan zijn er 5 langere die afwisselen met 5 kortere en met spleten over de geheele lengte openspringen34
31a.Bladeren evengevind. Bloemkroon niet vlindervormig32
31b.Bladeren oneven gevind. Bloemkroon duidelijk vlindervormig33
32a.Bloemknoppen opvallend gekromd en aan den top knots-vormig verdikt. Kelkslippen ongelijk. Bloembladeren 5, bijna gelijk. Meeldraden 10, aan de basis behaard; de helmknoppen aan den rug bevestigd, meest 3 dikkere en kortere meeldraden met kleinere helmknoppen en 7 langere, dunnere meeldraden met grootere helmknoppen. Boomen met gele bloemen in trossenTachigalia.
32b.Bloemknoppen niet gekromd en knotsvormig. Kelkbladeren bijna geheel vrij. Bloembladeren meest geel-oranje, alle gelijk of enkele wat groot. Meeldraden soms 10, en dan aan den top met poriën of korte spleten openspringend, meest echter enkele meeldraden met veel grootere helmknoppen dan de andere. Helmdraden aan de basis der helmknoppen bevestigd. Peul zeer verschillend, plat, steelrond of gevleugeldCassia.Slabriki.
33a.Kelkbuis lang klokvormig, met 5 tanden, waarvan de beide bovenste hooger met elkaar vergroeid zijn. Meeldraden 10, vrij. Stijl gebogen niet opgerold met eindelingsche stempel. Peul met 2 kleppen openspringendDiplotropis.Zwarte kabbes.
33b.Kelkbuis kort trechter- of bekervormig; de bovenste kelkslippen wat vergroeid. Meeldraden ongelijk, vrij, 10 met helmknopjes of soms 2 zonder, en 8 met helmknoppen. Stijl opgerold met scheeven stempel. Peul met 2 kleppen openspringendOrmosia.
34a.Bloembladeren grooter en breeder dan de kelkbladeren35
34b.Bloembladeren smal en klein, kleiner of nauwelijks grooter dan de kelkbladeren36
35a.Helmknoppen eirond, met spleten openspringend; helmdraad aan de rugzijde van den helmknop ingehecht. Bloemen in veelbloemige dichte trossen. Bladeren enkel-gevind, of soms vindt men aan dezelfde plant ook dubbelgevinde bladeren. Blaadjes naar den voet smal toeloopend, aan den top recht afgesneden of eenigszins ingesnedenHaematoxylon.
35b.Helmknoppen lang en smal, met gaten of korte spleten aan den top openspringend; helmdraad aan de basis ingehecht. Bloemen in weinigbloemige trossen of alleenstaand, blaadjes spits aan den topCassia.
36a.Kelk bijna geheel losbladig met 5 tamelijk gelijke bladeren. Bloembladeren 5, klein en smal. (het naar de as gekeerde (bovenste) bloemblad wordt door de beide naastliggende met de randen overdekt) Meeldraden 10, aan de basis behaard. Vruchtbeginsel gesteeld; bladeren oneven of soms schijnbaar evengevindSclerolobium.
36b.Kelk vergroeidbladig klokvormig met 5 gelijke met de randen tegen elkaar liggende slippen. Bloembladeren bijna gelijk, het bovenste soms wat grooter dan de andere en in den knop de beide naburige bedekkend. Meeldraden vrij, langer dan de bloembladeren. Bladeren even- of oneven gevindSweetia.
37a.Bladeren enkelvoudig, d. w. z. van het gevinde blad is alleen het eindblaadje aanwezig. Kelk met 4 slippen. Bloembladeren 1 of 1 groote en 2 kleinere ernaast. Meeldraden 9Palovea.
37b.Bladeren gevind38
38a.Bloembladeren 1, groot, soms met nog eenige kleine schubben ernaast39
38b.Drie groote bloembladeren, soms nog met 2 kleine schubben40
39a.Meeldraden 10 alle met helmknoppen of 5 met, en 5 zonder helmknoppen. Het bloemblad zittend, zeer breed. Peul vaak langgesteeld en hangend, plat, breed en min of meer roodbruin en kortbehaardEperua.Walaba,Bijlhout.
39b.Meeldraden 10 of minder, daarvan 3 met helmknoppen en 7 of minder zonder helmknoppen. Het bloemblad is genageld, in de knop samengevouwen, later min of meer helmvormig, de andere 2 of 4 bloembladeren zijn schubvormigMacrolobium.
40a.Meeldraden 2, ongelijk met korte dikke helmdraden, en dikke helmknoppen, die aan den top openspringen. Kelk met 5 slippen. Bladeren onevengevind met weinig blaadjesDicorynia.Basra-lokus.
40b.Meeldraden 3 of meer; kelk met 4 slippen41
41a.De 3 vruchtbare meeldraden met de helmdraden vergroeid; de overige 2 meeldraden alleen als kleine tandjes naast de vruchtbare meeldraden te zien. Bloemsteelblaadjes onder den kelk spoedig afvallendTamarindus.
41b.Meeldraden 9, helmdraden alle met elkaar vergroeid tot een gespleten buis; helmdraden van boven vrij, 3 zeer lang met helmknoppen, de 6 andere korter en ongelijk met leege helmknoppen of zonder helmknoppen. De vier kelkbladeren groot, bloembladachtig. Bloemsteelblaadjes onder den kelk tijdens den bloei blijvendHeterostemon.
42a.Blaadjes slechts 3 per blad, of één, of soms (Crotalaria) meer dan 3 blaadjes maar dan handvormig samengesteld43
42b.Bladeren oneven gevind en dan 5 of meer blaadjes of even gevind, en dan één- tot meerjukkig61
43a.Boomen of groote niet klimmende heester44
43b.Kleine, soms wat houtachtige, liggende of klimmende kruiden, of lianen45
44a.Stam en takken vaak met stekels bezet. Blaadjes met kliervormige korte stipellen aan den voet, het eindblaadje breed, min of meerruitvormig, de beide zijblaadjes scheef; bloemen lang en smal; vlag veel langer dan de kiel. Bloem meest vuurrood in trossenErythrina.Koffie-mama.
44b.Slechts 1 blaadje aanwezig met 2 stipellen aan den voet. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Peul cirkelrond, vliezig met 1–3 zaden. Helmdraad aan den rug der helmknoppen vastzittendCyclolobium.
44c.Drie of één blaadje, doch steeds zonder stipellen. Indien er 5 blaadjes aanwezig zijn, dan heeft diezelfde boom ook takken waar maar 3 of 1 blaadje per blad voorkomen. Blaadjes niet tegenoverstaand. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul cirkelrond of eirond met 1 zaad, leerachtig, niet openspringendDalbergia.
45a.Bloemen zeer groot, de kiel opvallend grooter dan de vlag, met een gekromde hoornachtige lange punt. De 10demeeldraad geheel vrij, de overige meeldraden afwisselend langer en korter; vlag met 2 oortjes aan de basis. Peul dik, vaak met stijve brandharenMucuna.
45b.Kiel even groot als, of kleiner dan de vlag46
46a.Vlag cirkelrond, van achteren boven de nagel met een spoor of knobbel. Klimmende of liggende kruiden met 3 of 1 blaadje met stipellen. De 10demeeldraad meest een weinig met de andere verbonden. Bloemsteelblaadjes groot, tegen de kelk aangedruktCentrosema.
46b.Vlag van achteren zonder spoor of knobbel47
47a.Blaadjes zonder stipellen. (Zie ook Cajanus met zeer kleine stipellen)48
47b.Blaadjes met stipellen51
48a.De 10demeeldraad geheel vrij, even boven de basis plaatselijk verbreed49
48b.Alle 10 meeldraden vergroeid met elkaar, buis der helmdraden open of gesloten50
49a.De navelvlek van het zaad is rond of slechts weinig verlengd; de zaadstreng zit in het midden er van vastgehecht. Klimplanten met breede blaadjes en korte 1- of 2-zadige peulenRhynchosia.
49b.De navelvlek van het zaad is smal en langwerpig en de zaadstreng zit aan het eind er van ingehecht. Planten meest niet klimmend, vaak vrij sterk behaard met lange en smalle blaadjes. Peulen als de vorigeEriosema.
50a.Kruiden of kleine heesters met ruwe of kleverige haren bezet. Blaadjes steeds 3, zeer smal en meest niet grooter dan 2 cM., vaak zelfs veel kleiner. Bloemen in dichte aren. Vruchtbeginsel met 2–3 zaadknoppen; peul met 1 of 2 zaden, indien er 2 zaden aanwezig zijn dan is de peul ingesnoerd tusschen de zaden en valt hij in 2 stukken uiteen. Peul met een haakje aan den topStylosanthes.
50b.Planten meest kaal; blaadjes steeds grooter dan 2 cM., vaak alleenstaand, meest 3 bij elkaar, soms ook 5 of meer, handvormig. Bloemen in losse trossen. Buis der helmdraden van boven open. Vruchtbeginsel met meerdere zaadknoppen. Peul opgeblazenCrotalaria.
51a.Bloeistengel bezet met korte, (1–2 mM.) dikke, gekromde zijtakjes, waarop de gesteelde bloemen groepsgewijs ingehecht zijn52
51b.Bloeistengels zonder dergelijke verdikte en korte zijtakjes58
52a.Stijl aan de binnenzijde over de geheele lengte lang behaard53
52b.Stijl kaal, soms alleen van onderen wat behaard55
53a.Kiel spiraalvormig opgerold. Vlag met kleine oortjes aan de basis, in het midden met overlangsche verdikkingen. De 10demeeldraad vrij, aan de basis wat verdikt. Klimplanten met bloemtrossen in de oksels van de bladerenPhaseolus.
53b.Kiel niet in een spiraal opgerold54
54a.Stempel zeer scheef naar de binnenzijde langs de stijl afloopend. Bloemen aan het eind van den bloeistengel dicht opeenzittendVigna.
54b.Stempel eindelingsch, niet scheef. Bloemen min of meer groepsgewijs langs den bloeistengel verspreidDolichos.
55a.De 10demeeldraad geheel vrij van de 9 anderen56
55b.De 10demeeldraad alleen aan de basis vrij, hooger op met de 9 anderen in een buis vergroeid57
56a.Bovenste kelkslip 2-tandig of 2-spletig, dus er zijn 5 kelkslippen voorhanden. Vlag met naar binnen gebogen oortjes. Peul smal en lang. Klimmende kruiden of heesters. Bloemen blauw of violetCalopogonium.
56b.Bovenste kelkslip niet ingesneden, dus in het geheel maar 4 kelkslippen. Vlag met zeer kleine oortjes of zonder oortjes. Planten klimmend of rechtopstaandGalactia.
57a.Kelk met 4 bijna gelijke slippen. Vlag met naar binnen geslagen oortjes bij den basis. Alle helmknoppen gelijk of 5 met zeer kleine en stuifmeellooze helmknoppen. Peul vaak kort en breed, hard en leerachtig. Hoog klimmende heesters met de bloemen in trossen. De zijtakjes van den bloeistengel vaak wat verlengd en haakvormig gebogenDioclea.
57b.Kelk duidelijk tweelippig, de bovenlip het grootst, met 1 of 2 slippen; de onderlip veel kleiner, 3-tandig of gaafrandig. Vlag met of zonder oortjes. Kiel soms met een iets gedraaide snavel.Peul tamelijk dunwandig.Knoppenvan den bloeistengel niet opvallend grootCanavalia.
58a.Peulen zeer plat en dun, klein, tusschen de zaden smaller en op die plaatsen brekend, zoodat de peul in vele eenzadige stukken uiteenvalt. Bloemen meest zeer klein. De 10demeeldraad aan de basis vrij, naar boven met de anderen vergroeid. Kruiden of kleine heesters. Blaadjes 3 of 1. Bloemen in enkelvoudige of wat vertakte trosvormige bloeiwijzenDesmodium.
58b.Peulen niet plat, of als ze plat zijn niet tusschen de zaden versmald en niet in stukken uiteenvallend59
59a.Bladeren met één blaadje, onder aan den stengel bijna cirkelrond, naar boven langwerpig. Bloemen klein; de 10demeeldraad geheel los. Peul bijna rolrond, niet of nauwelijks tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in kleine trossen. Groote steunbladerenAlysicarpus.
59b.Blaadjes 360
60a.Stijl aan de binnenzijde behaard. Vlag groot, aan den top ingesneden. De 10demeeldraad vrij of met de andere min of meer vergroeid. Klimmende kruiden of lianen, in het laatste geval komen de bloemen soms uit het hout te voorschijnClitoria.
60b.Stijl kaal. Vlag teruggebogen, cirkelrond met naar binnen gekeerdeoortjes aan de basis. 10demeeldraad geheel vrij. Peul lang en vrij smal, lang toegespitst, met dikke zaden die scheef liggen tenopzichtevan de lengterichting der peul, tusschen de zaden met ingedrukte scheeve dwarslijnenCajanus.
61a.Bladeren met slechts 1 paar blaadjes, zonder stipellen. Vlag bijna cirkelrond. Meeldraden alle vergroeid, 9 of 10, 5 langer of korter dan de andere. Peul uit geledingen bestaande, met borstelvormige haren bezet. Kleine kruidenZornia.
61b.Meer dan 2 blaadjes aan elk blad62
62a.Bladen even gevind, 2-jukkig, dus in het geheel 4 blaadjes. Kelk met een lange buis, die schijnbaar de bloemsteel is, onder in de buis zit het vruchtbeginsel, van boven is de buis verwijd tot de gewone vorm van een kelk. Bloemen geel. Meeldraden 9 of 10, alle vergroeid, afwisselend grooter en kleiner. Peul dik en kort met 1–3 zaden, in de aarde rijp wordendArachis.Pinda.
62b.Bladeren meerjukkig, even of oneven gevind. Kelk niet in een lange buis verlengd63
63a.Peulen gesteeld, klein, plat, recht, gekromd of zelfs spiraalvormig opgerold in eenzadige stukken uiteenvallend, tusschen de zaden smaller, met 2 tot vele zaden, vaak behaard of met kleine stekeltjes. Meeldraden vergroeid in een aan één of twee zijden gespleten buis. Liggende of rechtopstaande kruiden of kleine heesters met even- of oneven-gevinde bladeren met kleine blaadjes. Bloemen klein, geel of purper geaderd, in trossenAeschynomene.
63b.Peulen niet plat en in stukken uiteenvallend, of indien ze in stukken uiteenvallen (Chaetocalyx) dan niet tusschen de zaden ingesnoerd en de kelk tevens met weinige borstelige haren bezet64
64a.Bladeren even gevind (zonder eindblaadje)65
64b.Bladeren oneven gevind (met eindblaadje)66
65a.Kelk met 2 bloemsteelblaadjes aan den voet, met zeer korte tanden. Vlag met een korte nagel, die tegen de helmdraden vastgegroeid is. Slechts 9 meeldraden aanwezig, vergroeid in een aan één zijde open buis; de buis recht. Klimmende kruiden of dunne lianen, bladeren veeljukkig; in plaats van het eindblaadje een smal steeltje. Bloemen in trossen. Peul vrij kort; zaden vuurrood met een zwarte vlekAbrus.Kokriki.
65b.De bloemsteelblaadjes borstelvormig, meest vroeg afvallend. Negen meeldraden vergroeid, de 10devrij, alle bij de basis knievormig gebogen. Peul smal, plat of rond, 4-kantig of 4-vleugelig. Planten niet klimmendSesbania.
66a.Rechtopstaande of klimmende kruiden67
66b.Boomen of lianen, of groote niet-klimmende heesters met niet openspringende peulen70
67a.Bladeren 2–3-jukkig gevind, blaadjes met stipellen. Stijl aan de binnenzijde behaard. Klimplant met groote blauwe bloemenClitoria.
67b.Blaadjes zonder stipellen, soms met zeer kleine stipellen maar dan is de plant geen klimplant en staan de bloemen in dichte trossen68
68a.Klimmende kruiden met verspreide borstelvormige haren op den stengel en op de kelk. De 10 meeldraden alle met elkaar vergroeid tot een aan één zijde open buis. Peul zeer lang en dun, bijnarolrond, tusschen de zaden ingesnoerd. Bloemen in armbloemige trossen in de bladokselsChaetocalyx.
68b.Rechtopstaande kruiden of kleine heesters69
69a.Bloemen kleiner dan 1 cM. in korte dichtbloemige trossen. Helmknoppen aan den top met een puntje. Stijl rolrond kaal. Peulen kort en dik, rolrond, meest gekromdIndigofera.Ningo,Iningo.
69b.Bloemen 1 cM. groot of grooter; in lange trossen. Helmknoppen niet met een puntje aan den top. Stijl vlak, kaal of behaard. Peulen plat en recht. Planten meest grijsbehaardTephrosia.
70a.Kelk met een korte buis en met 2 lange en breede slippen, die den bloemkroon ten deele inhullen. De overige slippen van de kelk kort en spits of zeer klein. Vrucht een eironde eenigszins platte steenvrucht, niet openspringend, met 1 zaadDipteryx.Tonka,Serapi.
70b.Alle kelkslippen vrijwel even groot71
71a.Blaadjes van het blad in paren tegenover elkaar staand72
71b.Blaadjes van het blad niet in paren, doch min of meer onregelmatig langs de bladsteel verspreid76
72a.Vrucht een ronde of eironde steenvrucht73
72b.Vrucht vliezig, leerachtig of houtig, plat of gevleugeld, in geen geval een steenvrucht, doch ook niet openspringend74
73a.Kelk bekervormig met zeer kleine tanden. Bloemen meest violet. Vlag lang genageld. De 10demeeldraad vrij. Bloemen in pluimen. BoomenAndira.
73b.Kelk met duidelijke spitse tanden. Bloemen geel. Overigens als de vorigeGeoffraea.
74a.Peul aan de bovennaad gevleugeld, dun of leerachtig. Bloemen witgeel, in lange dichte trossen. Blaadjes meest 5 per blad, kelk met korte tanden. De10demeeldraad aan de basis vrij. LianenDerris.
74b.Peul ongevleugeld75
75a.Peul plat, min of meer verlengd, vliezig of leerachtig. Kelk met zeer korte tanden of zonder tanden. De 10demeeldraad aan de basis alleen vrij. Vlag vaak behaard. Boomen of lianen met meerjukkige bladeren, blaadjes soms met doorschijnende puntjesLonchocarpus.
75b.Peul rolrond, tusschen de zaden smaller, soms maar 1 zaad aanwezig en dan is de peul ongeveer bolvormig. Bloemen als de vorige. Boom, 5 blaadjes per bladMüllera.
76a.Helmknoppen eindelings, klein,helmdraad aan de basis ervan ingehecht.Peul met weinige zaden of met 1 zaad, min of meer verlengd. Bloem kleinDalbergia.
76b.Helmdraden aan de rugzijde van de helmknop ingehecht77
77a.Peul langwerpig, naar den top in een smallen, geaderde vleugel overgaand aan de basis met 1 zaad. Kelk met korte tanden. Vlag van buiten meest behaard. Boomen of klimmende heesters vaak met doornige steunbladerenMachaerium.
77b.Peul leerachtig, langwerpig en sikkelvormig of bijna in een cirkel gekromd,ongevleugeld. Bloemen als de vorige. Vlag steeds van buiten behaard. Steunbladeren vaak doornigDrepanocarpus.
77c.Peul bijna cirkelrond, min of meer gevleugeld. Vlag kaal78
78a.Kelk naar den voet versmald, duidelijk getand. Bloemen geel, soms met een violette vlek op den vlag in trossen. Peul rondom gevleugeldPterocarpus.
78b.Kelk klokvormig, met zeer kleine tanden. Bloemen violet in pluimen. Peul alleen aan de bovenzijde gevleugeldVatairea.