Chapter 33

Orde:Sapindales.153.Anacardiaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms zonder bloemkroon, meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; bloeias verschillend ontwikkeld, meest als schijf, vruchtbeginsel meest bovenstandig; vruchtbeginsels zelden 5, meest 3 of 1, bijna steeds vergroeid met elkaar, met 1 zaadknop in ieder hokje; vrucht een steenvrucht; houtige planten met verspreide enkelvoudige of samengestelde bladeren; bloemen klein.1a.Bladeren enkelvoudig21b.Bladeren gevind32a.Bloemen schijnbaar tweeslachtig, in werkelijkheid éénslachtig. Bloembladeren met 1–5 verdikte ribben. Meeldraden 5–4, waarvan maar 1 of 2 vruchtbaar. Vruchtbeginsel met slechts 1 zaadknop en 1 stijl. Vrucht eirond. Boomen met smalle bladerenMangifera.Manja.2b.Bloemen polygaam (evenals de vorige). Bloembladeren zonder ribben. Meeldraden 7–10, waaraan meest maar 1 vruchtbaar en veel langer dan de andere. Vrucht niervormig, eenzadig, zwart op een verdikte roode, sappige steel. Bladeren naar den voet spits, aan den top stompAnarcardium.Kasjoe.3a.Bloemen polygaam,kelkklein 4–5-spletig, later afvallend. Bloembladeren 4–5 opstaand, ten slotte omgebogen. Meeldraden 8–10.Vruchtbeginsel 3–5-hokkig, met 4–5 stijlen, die van boven samenneigen en daar een spatelvormige stempel hebben. Steenvrucht met vleezige buitenwand en 1–5-hokkige pit. Kiem in het zaad recht. Blaadjes aan den voet vaak scheefSpondias.Mopè.3b.Bloemen polygaam. 5-tallig. Kelkbladeren klein, blijvend. Bloembladeren opstaand, klein. Meeldraden 10, in de ♂ bloemen zeer kort; vruchtbeginsel in de ♂ bloem 4–5-lobbig, in de ♀ bloem met 5 stijlen eindigend, die ieder een gewone stempel hebben. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaad, dat een gekromde kiem bevatTapirira.157.Aquifoliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 4- tot meertallig; éénslachtig, tweehuizig; regelmatig; bloembladeren vaak aan de basis met elkaar en met de meeldraden, waarvan er evenveel zijn als bloembladeren, vergroeid; vruchtbeginsel 4–6-hokkig met 1–2 zaadknoppen in ieder hokje; steenvrucht met 4–6 pitten; houtige planten met meest verspreide, leerachtige bladeren met zeer kleine steunbladeren of zonder steunbladeren.Bloemen polygaam of tweehuizig; 4-tallig. Kelk klein, blijvend; kroon 4-deelig. Meeldraden 4, met de kroonslippen afwisselend en ermee aan de basis vergroeid. Schijf niet aanwezig. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl of zittende stempel. Kleine boomen met leerachtige bladerenIlex.158.Celastraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 4–5-tallig, meest tweeslachtig, regelmatig; bloembladeren vrij, met de randen op elkaar liggend; meeldraden 4–5 (zelden 2 of 10) aan den rand van een schijf ingeplant; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; houtige planten met steeds enkelvoudige, tegenoverstaande of verspreide bladeren; steunbladeren soms aanwezig maar afvallend.1a.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig. Kelk 5-of 4-spletig, klein; Bloembladeren 5 of 4, afstaand. Schijf dik. Meeldraden 5 of 4, onder den rand van de schijf ingehecht. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig. Stijl soms zeer kort met een 2- of 3-lobbige stempel. Doosvrucht eirond 2- of 3-kleppig openspringend. Kleine boomen of heestersMaytenus.1b.Bloemen tweeslachtig. Kelk 5-lobbig. Bloembladeren 5, smal, veel langer dan de kelk, iets boven het midden gebogen en het bovendeel naar binnen geslagen. Schijf dun. Meeldraden 5 met zeer korte helmdraden op den rand van de schijf ingehecht. Helmknoppen aan den top behaard. Stijlen 5, klein. Vrucht een 2- tot meerhokkige bes. BoomenGoupia.Kopie.159.Hippocrateaceae.Bloemen 5-tallig, met minder meeldraden en hokjes van het vruchtbeginsel, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 3; vruchtbeginsel 3-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht een bes of een gevleugelde vrucht; houtige planten, vaak klimmend met tegenoverstaande of verspreide enkelvoudige bladeren; steunbladeren klein of ontbrekend.1a.Bloemen 5-tallig met 3 meeldraden met breede helmdraden, die aan de basis vergroeid zijn en het vruchtbeginsel ten deele insluiten. Vruchtbeginsel 3-hokkig, na den bloei ontwikkelt ieder hokje een rechtopstaande vleugel, die zich later uitspreidt, zoodat de geheele vrucht den vorm krijgt van een klaverblad. Bladeren tegenoverstaandHippocratea.1b.Bloemen als de vorige, doch hokken van het vruchtbeginsel niet gevleugeld; de vrucht is daardoor een ronde of eivormige 1–3-hokkige, niet openspringende steenvrucht. Bladeren soms afwisselendSalacia.162.Icacinaceae.Bloemen 5–4-tallig, met evenveel meeldraden; twee- of éénslachtig, regelmatig, met kelk en bloemkroon; bloemas bol of bekervormig, het vruchtbeginsel omgevend; vruchtbeginsel 3-hokkig met 1 stijl, zelden alle hokjes, meest maar één ervan met 1, zelden 2 zaadknoppen; vrucht een 1-hokkige en 1-zadige steenvrucht; houtige planten meest met afwisselende bladeren zonder steunbladeren; bloemen meest klein.Bloemen tweeslachtig. Kelk 4–5-lobbig. Bloembladeren langwerpig met overlangsche en soms ook dwarse ribben, aan de binnenzijde. Helmdraden 5, plat; helmknop op den top met een vierkant aanhangsel. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl en een 2–3-lobbige stempel. Groote eironde steenvruchtPoraqueiba.165.Sapindaceae.Bloemen tweeslachtig, of éénslachtig, typisch 5-tallig, zelden regelmatig, meest scheef zygomorf; met een vaak eenzijdige schijf buiten de meeldraden; bloembladeren 5–3 of ontbrekend; vaak met schubben aan de binnenzijde; meeldraden meest 8, zelden 10, 5 of talrijk;vruchtbeginsel2–3-hokkig met meest 1, zelden 2 zaadknoppen in ieder hokje, vrucht een doosvrucht, een noot, een steenvrucht of een splitvrucht; meest houtige planten met verspreide, ongedeelde of gevinde bladeren.1a.Klimmende kruiden of heesters, in het bezit van ranken, meest aan de bloeiwijzen21b.Niet klimmende heesters of boomen zonder ranken52a.Stengel bijna niet of in het geheel niet houtig, dus een kruidachtige plant. Bladeren dun, dubbel-3-tallig. Vrucht opgeblazen, vliezig. Zaden zonder arillusCardiospermum.Kerstmis-bloem.2b.Stengel duidelijk houtig; bladeren 3-tallig of gevind doch niet dubbel-3-tallig; blaadjes min of meer leerachtig; vrucht nietopgeblazen33a.Bladeren enkelgevind, meest met 5 blaadjes. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht, met harde wand, de kleppen op den rug met of zonder vleugelPaullinia.3b.Bladeren 3-tallig of gevind, maar dan het onderste paar van de blaadjes nog eens samengesteld44a.Bladeren 3-tallig. Vrucht dun-vliezig, over de geheele lengte met 3 dunne vleugels, openspringendUrvillea.4b.Onderste paar blaadjes nog eens samengesteld. Vrucht aan den top de zaden dragend, van onderen in de 3 vleugels overgaandSerjania.5a.Bladeren enkelvoudig, smal, aan den top afgerond. Bloemen tweehuizig in trossen. Bloembladeren ontbrekend. Vrucht met vliezige vleugelsDodonaea.5b.Bladeren samengesteld66a.Bloembladeren 476b.Bloembladeren 587a.Kelkbladeren 4; bloembladeren zonder schubben van binnen. Schijf rond. Meeldraden 8, kaal. Stijl aan den top tweelobbig; vrucht 2-hokkig; eetbaar. Bladeren even gevind, 2-jukkigMelicocca.Knippen.7b.Kelkbladeren 5, bloembladeren met een schub van binnen. Schijf eenzijdig ontwikkeld. Vrucht gevleugeldToulicia.8a.Bloembladeren zonder schubben, hoogstens met borstelvormige haren van binnen. Kelkbladeren 5, over elkaar liggend. Schijf bekervormig 5-hoekig. Vrucht meest 2-hokkig; stijl enkelvoudigPseudima.8b.Bloembladeren met schubben of met naar binnen geslagen oortjes99a.Kelk klein, bekervormig, 5-tandig, reeds vroeg geopend. Bloembladeren 5, met schubben. Schijf ringvormig. Vrucht 3-lobbig, zelden een weinig gevleugeldMatayba.Koenatjeppi.9b.Kelk groot, 5-bladig, de bladeren over elkaar liggend; de bloemkroon in den knop lang insluitend1010a.Kelkbladeren opvallend groot, bloembladachtig; bloembladeren met schubben. Vruchtbeginsel 2-hokkig; vrucht 2-hokkig, plat met 2 groevenVouarana.10b.Kelkbladeren kleiner dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel 3-hokkig1111a.Bloembladeren vaak dubbel zoo groot als de kelk, met naar binnen geslagen oortjes boven de basis, òf met een 2-spletige, behaarde schub aan de binnenzijde, die bijna even groot is als het bloemblad. Vrucht meest eirond, gewoonlijk 1-hokkig en 1-zadig. Boomen, vaak zonder takken met de bladeren aan den topTalisia.11b.Kelkbladeren meest weinig grooter dan de bloemkroon. Bloembladeren met 2 behaarde schubben. Vrucht 3-lobbig, openspringendCupania.11c.Kelk kleiner dan de bloemkroon, diep 5-deelig; bloembladeren met 2 schubben aan de basis, die met de randen vergroeid zijn,zoodat elk bloemblad van onderen een zakje heeft. Schijf ringvormig, behaard; meeldraden van boven kaal. Vruchtbeginsel stomp tot 3-kantig, behaard; vrucht 3-lobbig, aan den top ingedeukt, 3-hokkig, elk zaad op een vleezige massa gezetenBlighia.Akie.Orde:Rhamnales.169.Rhamnaceae.Bloemen 4- of 5-tallig, met evenveel meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk klein; bloembladeren klein of ontbrekend; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een steenvrucht of een droge vrucht met éénzadige afdeelingen; houtige planten, zelden kruiden, vaak klimmend met enkelvoudige, vaak 3–5-nervige bladeren met kleine steunbladeren; bloemen klein.Bloem 5-tallig, meeldraden voor de bloembladeren staand. Stijl 3-spletig. Vrucht 3-vleugelig, ten slotte in 3 stukken uiteenvallend. Bloemen in dichte samengestelde trossen; met ranken klimmende heesters; ranken bij de bloeiwijze staandGouania.170.Vitaceae.Kenmerken van de vorige familie, maar vrucht een bes; bloembladeren vaak van boven vergroeid en te samen afvallend; vruchtbeginsel bovenstandig, 2–6-hokkig; klimmende heesters met ranken die tegenover de bladeren staan.Bloemen steeds 4-tallig, tweeslachtig of polygaam. Kelk vergroeidbladig met korte tanden; bloembladeren uitgespreid. Meeldraden voor de bloembladeren staand. Schijf 4-lobbig. Stijl met uiterst kleine stempel; vrucht een 1–4-zadige bes. Planten, die meest met ranken klimmen, soms ook heesters zonder rankenCissus.Orde:Malvales.171.Elaeocarpaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk; kelk bijna losbladig; bloemen meest tweeslachtig, regelmatig; meeldraden op een gewelfde bloemas; vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig met meest vele zaadknoppen; stijl 1; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige bladeren met steunbladeren.Kelk diep 4-, soms 5–6-deelig. Bloembladeren ontbrekend. Meeldraden talrijk in groeven van de schijf staand. Vruchtbeginsel 4-hokkig met een lange stijl en 4-spletige stempel. Vrucht een 4-kleppige doosvrucht met stekels bezet. Boomen met meest grofgetande bladerenSloanea.174.Tiliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; meest tweeslachtig, 5-tallig; kelk en bloemkroon bijna of geheel losbladig; soms bloembladeren ontbrekend, regelmatig; meeldraden talrijk, zelden tot 10, of 5; vrij of in 5–10 bundels, soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijl 1; vrucht soms éénhokkig; meest houtige planten, zelden kruiden met meest verspreide, gaafrandige of gelobde bladeren met steunbladeren.1a.Helmknoppen aan den top met een bladachtig aanhangsel. Vruchtbeginsel veelhokkig. Bloembladeren korter dan de kelk. Meeldraden talrijk. Vrucht bolvormig meest met haren of stekels bezet. BoomenApeiba.1b.Helmknoppen zonder aanhangsel aan den top. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig22a.Het centrum van de bloem is voorzien van een zuil, waarop de meeldraden en het vruchtbeginsel staan; soms is deze zuil zeer kort, maar dan ontbreken de bloembladeren. Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, 10 of vele. Vrucht met rechte of haakvormige stekels bezet. Kruiden of heesters met viltig-behaarde, vaak gelobde bladerenTriumfetta.2b.Geen zuil in het midden van de bloem33a.Kelk losbladig. Bloembladeren aan de basis zonder klieren. Meeldraden 10 tot vele, alle met helmknoppen. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig. Vrucht een lange of korte doosvrucht. Kruiden of heesters met gezaagde bladerenCorchorus.3b.Kelk met een los- of vergroeidbladige buitenkelk. Bloembladeren met klieren aan de basis. Meeldraden talrijk, alleen de binnenste met helmknoppen. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een doosvrucht, die met 5 kleppen openspringtLühea.Koesewiran.175.Malvaceae.Bloemen meest tweeslachtig; kelk en kroon 5-tallig; de kelk vergroeidbladig; de kroon in de knop gedraaid; meeldraden zeer zelden 5, meest zeer vele, in twee kransen, alle in een bundel vereenigd; helmknoppen met maar één helmhokje; vruchtbeginsel 5- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijlen evenveel of dubbel zooveel, vrucht een doosvrucht of in deelvruchten uiteenvallend; kruiden of houtige planten met enkelvoudige of gelobde bladeren met steunbladeren; vaak een buitenkelk aanwezig.1a.Bijkelk ontbrekend21b.Bijkelk voorhanden52a.Bloemen zeer dicht op elkaar staand, gezamenlijk omhuld door eenige groote schutbladeren. Bloemen wit; vruchtbeginsel 5-hokkig met 10 stijlen.Planten met stijve harenMalachra.2b.Bloemen niet groepsgewijs door schutbladeren ingehuld33a.Zaadknoppen, en later ook zaden meerdere in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of van de vrucht43b.Nooit meer dan 1 zaadknop of zaad in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of de vrucht; deze valt in1-zadigestukken uiteen. Kruiden of kleine heesters, meestal met de bloemen in de bladoksels; bladeren vaak viltig behaardSida.4a.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5 tot meer, met 3–9 zaadknoppen per afdeeling. Kruiden of heestersAbutilon.4b.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5, elke afdeeling door een dwars tusschenschot in een bovenste en een onderste helft verdeeld, waarvan de onderste 2 of 1 zaad, de bovenste 1 of 0 zaden bevat. Vruchtdeelen aan den top toegespitst, openspringend.Wissadula.5a.Bloem ingehuld door een groote 3-bladige bijkelk met hartvormige bladeren. Stijlen vergroeid. Vrucht een doosvrucht, zaden met haren bedekt. Bladeren handlobbig tot handdeeligGossypium.Katoen.5b.Bijkelk meerbladig, of met smalle bladeren66a.Stijlen vergroeid; bijkelk uit 3–5 kleine en spoedig afvallende blaadjes bestaand. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht niet openspringend. Bladeren ongedeeldThespesia.6b.Stijlen niet vergroeid of alleen van onderen vergroeid77a.Vrucht een openspringende meerzadige doosvrucht. Bloemen groot; kelk met een 5- tot veelbladige bijkelk; blaadjes van den bijkelk vaak aan den top gespleten of verdikt. Plant vaak gestekeldHibiscus.7b.Vrucht in eenzadige stukken uiteenvallend. Bloemen klein88a.Deelen van de vrucht op den rug met netvormige aderen. Bijkelk 9–12-bladig. Bladeren handdeelig. Plant met stijve, eenigszins stekelige haren bezetMalachra.8b.Deelen van de vrucht met talrijke stekels op de rugzijde. Bijkelk 5-bladig. Bladeren fijn behaard, handlobbig tot handdeeligUrena.8c.Deelen van de vrucht 5, met 3 lange met weerhaken bezette stekels op den rug. Bijkelk 5- tot veelbladigPavonia.177.Bombacaceae.Bloemen in hoofdzaak als de vorige familie, maar de helmknoppen met 1, 2 of ook meer helmhokjes; soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; boomen of heesters met enkelvoudige of handvormig samengestelde bladeren met afvallende steunbladeren; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren handvormig samengesteld21b.Bladeren enkelvoudig. Kelkbuis trechtervormig, 2–5-lobbig. Bloembladeren 5. Helmdraden in een lange buis vergroeid, die van buiten aan den top bekleed is met de helmknoppen. Vruchtbeginsel 2-hokkig. Kleine boomenQuararibea.2a.Meeldraden 5, van onderen in een korte buis vergroeid. Kelk met korte tanden. Bloembladeren 5; vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een met 5 kleppen openspringende doosvrucht, die van binnen zeer dicht behaard is. Groote boomenCeiba.Kankantrie.2b.Meeldraden talrijk33a.Kelk groot, 5-lobbig, van binnen zijdeachtig behaard. Meeldraden ver over de helft tot een buis vergroeid. Vruchtbeginsel 5–10-hokkig, stijl met 5–10 takken. Boomen. Vruchten zonder wol.Adansonia.3b.Kelk zonder lobben of onregelmatig inscheurend. Meeldraden in een buis vergroeid, welke later meest inscheurt. Vruchtbeginsel 5-hokkig, stijl niet gedeeld of met 5 korte takjes. Vrucht met veel of weinig wol van binnenBombax.178.Sterculiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; kelk vergroeidbladig; bloembladeren in de knop gedraaid; meeldraden in 2 kransen; de krans die voor de kelkslippen staat staminodiaal; die welke voor de bloembladeren staat vaak gespleten; meest alle vergroeid; helmknoppen met 2 helmhokjes; vaak een androgynophoor aanwezig; vruchtbeginsels 5, min of meer vergroeid; met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht vaak in deelvruchten uiteenvallend; boomen, heesters of kruiden, met meest enkelvoudige, gaafrandige of gelobde of handvormig samengestelde bladeren; steunbladeren afvallend.1a.Bloemen éénslachtig, bloembladeren ontbrekend21b.Bloemen tweeslachtig, met een bloemkroon32a.Vruchtbeginsel en meeldraden in de ♀ of ♂ bloem op een steel (gynophoor of androphoor) gezeten; onregelmatig geplaatstSterculia.2b.Vruchtbeginsel en meeldraden ongesteeld of zeer kort gesteeld. Helmknoppen in regelmatige rijenCola.3a.Meeldraden en vruchtbeginsel op een lang androgynophoor gezeten. Meeldraden 6–10; vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen, na den bloei zijn de hokken spiraalsgewijs om elkaar gedraaid. Kelk lang, buisvormigHelicteres.3b.Androgynophoor ontbrekend44a.Planten met stekels. Bladeren gezaagd. Bloembladeren kapvormig met een lange smalle slip. Meeldraden 5, met breede staminodiën in een bekervormige buis vergroeidBüttneria.4b.Planten ongestekeld55a.Bloembladeren aan de basis kapvormig; meeldraden met staminodiën tot een buis vergroeid65b.Bloembladeren niet kapvormig; meeldraden 5, zonder staminodiën76a.Bloembladeren aan den top 2-spletig. Kelk 3-deelig. Vrucht een houtige doosvrucht met stekels of lange haren bezetGuazuma.6b.Bloembladeren van boven niet gespleten. Kelk 2–5-deelig. Vrucht vleezig, zonder haren of stekelsTheobroma.7a.Vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen. Bloembladeren aan de buis der helmdraden zitten blijvendMelochia.7b.Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl, en 2 zaadknoppen. Bloemen overigens als de vorige. Bladeren meest fluweelig behaardWaltheria.Orde:Parietales.180.Dilleniaceae.Bloemen twee-, zelden éénslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3 tot vele; bloembladeren 5–3; meeldraden talrijk, zelden 10 of minder; vruchtbeginsels 1 tot vele, meest vrij, ieder met 1 tot vele zaadknoppen; stijlen vrij; vrucht aan de rugzijde zich openend of gesloten met 1 of weinige zaden; houtige planten, soms lianen; bladeren verspreid, en gaafrandig; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.De beide binnenste kelkbladeren veel grooter dan de andere, na de bloei zich vergrootend en de vrucht inhullend. Bloembladeren 6–1, gemakkelijk afvallend. Meeldraden talrijk, blijvend. Vruchtbeginsels 1 of 2. LianenDavilla.1b.De 5 kelkbladeren alle volkomen of bijna aan elkaar gelijk22a.Kleine boomen of heesters, niet klimmend. Bloemen 5–4-tallig. Meeldraden talrijk; helmknoppen naar binnen openspringend en naar het centrum der bloem ingehecht aan de helmdraad (intrors.) Vruchtbeginsels 2. Bladeren zeer ruwCuratella.Wilde kasjoe;bosch-kasjoe.2b.Lianen; helmknoppen extrors33a.Vruchtbeginsels 3–5, in één enkel geval (T. aspera) 1, maar dan zijn de bladeren getand, en is de vrucht droog. Bladeren bijna steeds getand. Bloeiwijze een eindelingsche tros of pluim. Vruchten doosvruchtachtigTetracera.3b.Vruchtbeginsel 1; bladeren meest ongetand. Bloeiwijzen zijdelings, kort, meest in de bladoksels. Vrucht een besDoliocarpus.182.Ochnaceae.Bloemen meest 5-tallig; tweeslachtig, regelmatig, soms zygomorf; bloemas na de bloei vaak vergroot; kelkbladeren 4–10; bloembladeren 5; zelden 4–10; meeldraden 10 of vele, soms met staminodiën; vruchtbeginsels 2–5-10; vaak van onderen vrij, maar met 1 stijl; in ieder vruchtbeginsel of hokje van het vruchtbeginsel1 tot vele zaadknoppen; meest houtige planten met meest glimmende enkelvoudige, zelden gevinde bladeren met evenwijdige zijnerven; steunbladeren aanwezig; bloem groot, meest geel.1a.Boomen of heesters. Bloemen met 8–20 meeldraden; staminodiën niet aanwezig21b.Kruiden, soms een weinig heesterachtig met kleine gezaagde bladeren met gewimperde steunbladeren. Kelkbladeren 5, blijvend, gelijk van vorm. Bloembladeren 5, rose of wit. Vruchtbare meeldraden, omgeven door 2 kransen van staminodiën; binnenste krans bestaande uit 5 staminodiën, die met de meeldraden afwisselen, buitenste krans uit talrijke staminodiënSauvagesia.2a.Kelkbladeren 5, ongelijk, elkaar in den knop sterk bedekkend, min of meer gekleurd. Bloembladeren 5, gelijk, weinig langer dan de kelk. Meeldraden 10 met korte helmdraden en lange helmknoppen. Geen staminodiën. Bloeias verlengd, dubbel zoolang als het vruchtbeginsel. Vruchtbeginsels 5–10 alleen door de stijl verbonden, daardoor ontwikkelen zich uit elke bloem 10 of minder steenvruchten, die op een gemeenschappelijke vruchtbodem staanOuratea.2b.Kelkbladeren 3–6, bijna gelijk. Bloembladeren 3–6 langer dan de kelkbladeren. Meeldraden 8–10, of 18–20, zonder staminodiën. Bloeias weinig verlengd. Vruchtbeginsels geheel vergroeid, evenals de vruchtElvasia.183.Caryocaraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk- en bloembladeren 5, zelden 6, de laatste een weinig samenhangend; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 4–8-20-hokkig, zelden 1–3-hokkig met 1 zaadknop in ieder hokje; stijlen gescheiden; boomen of heesters met 3-tallige bladeren; steunbladeren aan de basis van de bladsteel en van de steelen der blaadjes; bloemen in eindstandige trossen.Boomen met tegenoverstaande, 3-tallige bladeren; kelk 4–6-spletig; bloembladeren 4–6. Meeldraden talrijk, langer dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel met 4–6 lange stijlen. Vrucht een steenvrucht met 3–4-eenzadige pittenCaryocar.Ningre-noto.184.Marcgraviaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloembladeren 4–5, meest wat vergroeid of geheel vergroeid; meeldraden 4–6 tot vele, vaak onderling en met de bloemkroon vergroeid en met deze samen afvallend; vruchtbeginsel meest 5-hokkig of 2–8- tot veelhokkig, met vele zaadknoppen; doosvrucht gesloten of openspringend; houtige planten, vaak klimmend of epiphyten, met enkelvoudige bladeren zonder steunbladeren; bloemen in trossen of schermen; schutbladeren meest met de bloemsteel vergroeid en in een helder gekleurde honingbeker veranderd.1a.Bloemen langgesteeld, in een scherm gezeten; in het midden lange honingbekers, daaromheen de bloemen. Kelkbladeren 4, bloembladeren houtig, geheel vergroeid. Epiphyten met 2 soorten van takken, de niet-bloeiende met 2 rijen van aangedrukte bladeren, de bloeiende met grootere bladeren, niet in 2 rijenMarcgravia.1b.Bloemen in trossen22a.Bloemen in lange dichte trossen met groote oranjeroode honingbekers, met de bloemsteel een weinig vergroeid. Meeldraden talrijk. Kelkbladeren en bloembladeren 5Norantea.2b.Trossen ijl. Bloemsteelen met 2 gespoorde aanhangsels. Meeldraden 5Souroubea.185.Quiinaceae.Bloemen regelmatig, éénslachtig, of tweeslachtig; kelk- en kroonbladeren 4–5; meeldraden 15–30 of vele; vruchtbeginsel 2–3-, of 7-hokkig met 2 zaadknoppen in ieder hokje; stijlen gescheiden; vrucht een bes met behaarde zaden; houtige planten met glimmende enkelvoudige of vinspletige bladeren, die vaak in kransen staan of tegenoverstaand zijn; steunbladeren aanwezig.Boomen of heesters met tegenoverstaande of kransstandige bladeren. Bloemen meest eenslachtig, tweehuizig, met 4–5 kelkbladeren, 4–5 bloembladeren, 15–30 meeldraden met eenigszins gedraaide helmdraden; vruchtbeginsel 2–3-hokkig met 2–3 stijlen met groote stempelsQuiina.186.Theaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5–7, soms in een spiraal staand; bloembladeren 5–9, soms aan de basis wat vergroeid; meeldraden 5 tot vele, soms tot groepen vereenigd; vruchtbeginsel 3–5-hokkig; soms 2- tot veelhokkig; met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 of meer stijlen; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige, meest verspreide bladeren zonder steunbladeren; bloemen vaak groot.1a.Kelk en bloembladeren 5–6, meeldraden talrijk met bewegelijke helmknoppen, van onderen een weinig vergroeid of in bundels voor de bloembladeren staand, vruchtbeginsel 5–10-hokkig met 3–10 stijlen of zittende stempelsHaemocharis.1b.Kelk- en bloembladeren 5; kelk met twee aangedrukte bloemsteelblaadjes. Meeldraden talrijk in twee rijen. Helmknoppen vastgegroeid. Vruchtbeginsel 2–4-hokkig met 1 stijlTernströmia.187.Guttiferae.Bloemen regelmatig, tweeslachtig of éénslachtig; kelkbladeren en bloembladeren zeer verschillend wat aantal en plaats aangaat; meeldraden 4 tot vele, vaak ten deele staminodiaal en in groepen bij elkaar staand; vruchtbeginsel meest 3–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; houtige planten, zelden kruiden met enkelvoudige bijna steeds tegenoverstaande bladeren; steunbladeren meest ontbrekend; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren verspreid. Kelk en bloembladeren 5. Meeldraden talrijk, aan den basis een weinig vergroeid; helmknoppen met een klier aan den top. Stijl 1 met een gelobde stempel. Vrucht een doosvruchtCaraipa.1b.Bladeren tegenoverstaand22a.Bloemen met een goed ontwikkeld vruchtbeginsel en met meeldraden of staminodiën32b.Bloemen alleen met meeldraden, vruchtbeginsel òf geheel ontbrekend òf zeer klein, en dan onder de meeldraden verborgen en onvruchtbaar103a.Meeldraden in groepen voor de bloembladeren staand, met vergroeide helmdraden43b.Meeldraden talrijk, niet groepsgewijs staande64a.Meeldraden 15, de helmdraden om het vruchtbeginsel geheel tot een buis vergroeid; deze buis van boven in 5 punten gespleten die ieder 3 helmknoppen dragen. Kelkbladeren 5, ongelijk, bloembladeren 5, stijl 1 met 5 stempels, vrucht een besSymphonia.Matakie.4b.Helmdraden niet alle in een buis vergroeid55a.Kelk 5-deelig; bloembladeren 5, van binnen dicht behaard.Behalve de groepen van meeldraden ook nog 5 staminodiën in de bloem. Stijlen 5. Vrucht een besVismia.5b.Kelk 5-bladig, kelkbladeren ongelijk. Bloembladeren 5, zeer groot. Meeldraden in 5 groepen. Stijl 1 met 5 stempels, Vrucht een besPlatonia.Pakoeli,Geelhart.6a.Kelk eerst gesloten, daarna in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; meeldraden talrijk, vrij. Stijl 1, kort met twee breede bladachtige stempels. Vrucht een bes met 1–4 pitten Bloemen in kleine groepen in de bladokselsMammea.Mammi.6b.Kelk reeds in den knop 2- tot meerbladig; stijl òf lang òf meer dan 2 zittende stempels aanwezig77a.Stijl of stijlen lang en goed ontwikkeld87b.Stijlen zeer kort; meest geheel ontbrekend doch het vruchtbeginsel door eenige breede zittende stempels gekroond98a.Stijl 1 met een knopvormige stempel; kelkbladeren 4–5; bloembladeren 4–5. Meeldraden talrijk met een klier aan den top van den helmknop. Bloemen in trossenMarila.8b.Stijlen 4. Kelkbladeren 2 of 4, in het laatste geval de buitenste het grootst en de binnenste insluitend. Bloembladeren 4–12; meeldraden vele, bijna geheel vrij. Vruchtbeginsel 4-hokkig; vrucht een openspringende doosvruchtTovomita.9a.Kelkbladeren 4 tot vele; de buitenste kleiner dan de binnenste. Bloembladeren 4–10. Meeldraden vele, vrij of op zeer verschillende wijze vergroeid met elkaar of met het vruchtbeginsel, meest klein en staminodiaal indien ook een vruchtbeginsel in de bloem aanwezig is. Meerdere breede zittende stempels. Vrucht een doosvrucht. Planten vaak met luchtwortelsClusia.Abrasa.9b.Kelkbladeren 2. Bloembladeren 4. Meeldraden vele, vrij, onder een dikke schijf gezeten. Stempels zittend of op een zeer korte stijl. Vrucht een 3–1-zadige besRheedia.10a.Meeldraden met den bloembodem tot een verschillend gevormd lichaam vergroeid of meeldraden vrij, maar dan de helmdraden uiterst kort en de helmknoppen lang. Kelkbladeren 4 tot vele; bloembladeren 4–10Clusia.Abrasa.10b.Meeldraden vrij of aan de basis slechts weinig vergroeid met lange helmdraden1111a.In het midden van de bloem zit een dikke schijf waaronder de meeldraden ingehecht zijn. Kelkbladeren twee; bloembladeren 4Rheedia.11b.De meeldraden nemen het centrum van de bloem in1212a.Kelk in den knop gesloten, later in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; bloemen in groepen van ongeveer 3 in de bladokselsMammea.Mammi.12b.Kelkbladeren 2–4, reeds in de knop vrij van elkaar; indien er 4 kelkbladeren zijn, dan zijn de buitenste het grootst en omhullen ze de binnenste 2. Bloembladeren 4–12. Bloemen in vertakte bloeiwijzenTovomita.194.Bixaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5, bloembladeren 5, meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 1-hokkig met 2 wandstandigezaadlijsten met vele zaadknoppen en 1 stijl; vrucht een met 2 kleppen openspringende doosvrucht; zaden talrijk, vuurrood; boomen met handnervige, verspreide, ongedeelde bladeren en vrij groote bloemen in pluimen. Eenig geslachtBixa.Roekoe;Koesoewee.195.Cochlospermaceae.Bloemen tweeslachtig; regelmatig, soms een weinig zygomorf; kelkbladeren 4–5; kroonbladeren 4–5; meeldraden vele, vruchtbeginsel 3–5-hokkig met vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 stijl; vrucht een doosvrucht met vele gekromde zaden; houtige planten meest met handlobbige of handvormig samengestelde bladeren; bloem groot in trossen of pluimen.Boomen met handvormig samengestelde 5–7-tallige bladeren. Kelkbladeren 5, bloembladeren 5, groot, geel. Meeldraden talrijk, soms wat ongelijk van grootte. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht met een dubbele wand. Zaden gewonden met lange harenCochlospermum.198.Violaceae.Bloemen 5-tallig met uitzondering van het vruchtbeginsel, met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloembladeren soms vergroeid; vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl en 1 tot vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten met verspreide bladeren met steunbladeren.1a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig; alle bloembladeren ongeveer gelijk van vorm21b.Bloemen duidelijk zijdelings-symmetrisch; één bloemblad anders gevormd42a.Bloemkroon kort, bloembladeren ongenageld; meeldraden 5, ongeveer even lang. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht; bloemen in veelbloemige trossen. Heesters of kleine boomen, meest met tegenstaande bladerenRinorea.(Alsodeia).2b.Bloembladeren langgenageld; de nagels tegen elkaar aanliggend, daardoor de bloemkroon van onderen schijnbaar buisvormig33a.Meeldraden tot een beker vergroeid; helmknoppen zonder aanhangsels aan den top. Bloemen in trossen. Kleine boomenPaypayrola.3b.Meeldraden vrij; helmknoppen met een vliezig aanhangsel aan den top. Bloemen in vertakte bloeiwijzen. HeestersAmphirrox.4a.Lianen. Kelk 5-bladig. Een van de bloembladeren grooter dan de andere en met een lange spoor. Meeldraden vrij met zeer korte helmdraden en een lange helmknop met een aanhangsel aan den top, 2 ervan met een spoor, die in de spoor van het bloemblad zitCorynostylis.(Calyptrion).4b.Heesters of kruiden, niet klimmend55a.Kelkbladeren zonder oortjes aan den voet. Eén bloemblad met een lange nagel, die iets zakvormig is, doch niet gespoord; 2 van de meeldraden met een spoor of een klier. Bladeren verspreid of tegenoverstaandHybanthus.5b.Kelkbladeren met oortjes aan den voet. Bloembladeren zeer ongelijk, na den bloei blijvend, 2 zeer klein, 2 genageld, het 5demet een lange spoor; 2 van de meeldraden met een lange spoorNoisettia.199.Flacourtiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; regelmatig; kelkbladeren 2–15; kroonbladeren ontbrekend of tot 10; meeldraden meest vele; vruchtbeginsel 1-hokkig met meest vele zaadknoppen aan 2–10 wandstandige zaadlijsten; vrucht een bes of een steenvrucht; meest houtige planten met verspreide, zelden tegenoverstaande of kransstandige, gaafrandige of gezaagde bladeren met kleine steunbladeren; bloemen vaak klein.1a.Bloemen éénslachtig, tweehuizig. Kelkbladeren 2–3, bloembladeren 6–12; meeldraden talrijk, op een eenigszins verdikte bloembodem staande; vruchtbeginsel voorzien van overlangsche ribben, met 5–7 stijlen. Vrucht een groote doosvrucht met smalle vleugels. Heesters of boomen met groote bladerenCarpotroche.1b.Bloemen tweeslachtig22a.Bloembladeren aanwezig32b.Bloembladeren ontbrekend43a.Kelkbladeren 3 (soms 4). Bloembladeren evenveel. Meeldraden talrijk in meerdere rijen. Vruchtbeginsel met 1 stijl en verdikte stempel. Bloemen in trossen. BoomenBanara.3b.Kelkslippen 5–7; bloembladeren evenveel, ermee afwisselend, blijvend na den bloei. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand. Stijlen 2–6, van onderen wat vergroeid of geheel vrij. BoomenHomalium.4a.Bloemen groot (meer dan 1 c.M.); kelk tot aan de basis 5-deelig. Meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel omgeven door een bekervormige schijf. Bladeren meest zachtharigPatrisia.4b.Bloemen klein, in groepen in de bladoksels; kelkbladeren 4–6, aan de basis vergroeid. Meeldraden 6–12, met staminodiën afwisselendCasearia.201.Turneraceae.Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig met een buisvormige bloemas; vruchtbeginsel 1-hokkig met 3-vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; stijlen 3; doosvrucht 1-hokkig, 3-kleppig; kruiden of heesters, zelden boomen, met verspreide, enkelvoudige, soms gedeelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.Kelkbuis van binnen met een samenhangende, aan den rand onregelmatig ingesneden krans van schubbenPiriqueta.1b.Kelkbuis van binnen zonder aanhangselenTurnera.203.Passifloraceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig, regelmatig met een zeer verschillend gevormde bloemas, die vaak een weinig buisvormig is en van binnen verschillende aanhangselen draagt, kelk meest 5-bladig; zelden 4–8-bladig; bloembladeren 5, soms 3–8, zelden ontbrekend; meeldraden zelden vele, meest 5 of 4–8, op een cylindrisch deel van de as ingehecht; vruchtbeginsel 1-hokkig, met 3–5 stijlen en vele zaadknoppen aan 3–5 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten, vaak klimmend met enkelvoudige of gelobde, zelden samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend; bladeren vaak met honingklieren, ranken in de bladoksels of aan de bloeiwijzen.Klimplanten met ranken in de bladoksels. Bloemen met 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; buis van binnen met verschillende aanhangselen. Bladeren enkelvoudig, gelobd of handvormig samengesteldPassiflora.Markoesar.205.Caricaceae.Bloemen 5-tallig, met twee kransen van meeldraden, éénslachtig, regelmatig, met een buis- of klokvormige bloeias; bloembladeren in de mannelijke bloemen tot een lange, in de vrouwelijke bloemen tot een korte buis vergroeid; vruchtbeginsel bovenstandig, 1-hokkig of 3–5-hokkig, met vele zaadknoppen en vrije stijlen; zaden vele; houtige planten met enkelvoudige of handvormig gedeelde of gevinde bladeren zonder steunbladeren en met okselstandige bloeiwijzen; melksap aanwezig.Boomen met handlobbige bladeren, alleen aan den top bebladerde stammen met zeer week hout. Bloemen 1 of 2-huizig. ♂ en ♀ bloemen zeer verschillend. Stempels sterk ingesnedenCarica.Papaya.208.Begoniaceae.Bloemen onregelmatig, éénslachtig, meest 1-huizig; de mannelijke meest met maar 2 kelkbladeren en 2–6 bloembladeren; of geen bloembladeren; soms 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; meeldraden talrijk; vrouwelijke bloemen met een bloemdek met 5–2 bladeren; vruchtbeginsel onderstandig meest 3-hokkig met vrije stijlen; vrucht een doosvrucht, zelden een bes; kruiden of een weinig houtige planten met verspreide vaak gelobde soms handvormige samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig.Bloemen éénslachtig, éénhuizig; geen aparte kelk en bloemkroon te onderscheiden. Mannelijke bloemen met 4 bloemdekbladeren en vele meeldraden, vrouwelijke bloemen met 5 bloemdekbladeren en 3 tweespletige stijlen. Vruchtbeginsel onderstandigBegonia.

Orde:Sapindales.153.Anacardiaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms zonder bloemkroon, meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; bloeias verschillend ontwikkeld, meest als schijf, vruchtbeginsel meest bovenstandig; vruchtbeginsels zelden 5, meest 3 of 1, bijna steeds vergroeid met elkaar, met 1 zaadknop in ieder hokje; vrucht een steenvrucht; houtige planten met verspreide enkelvoudige of samengestelde bladeren; bloemen klein.1a.Bladeren enkelvoudig21b.Bladeren gevind32a.Bloemen schijnbaar tweeslachtig, in werkelijkheid éénslachtig. Bloembladeren met 1–5 verdikte ribben. Meeldraden 5–4, waarvan maar 1 of 2 vruchtbaar. Vruchtbeginsel met slechts 1 zaadknop en 1 stijl. Vrucht eirond. Boomen met smalle bladerenMangifera.Manja.2b.Bloemen polygaam (evenals de vorige). Bloembladeren zonder ribben. Meeldraden 7–10, waaraan meest maar 1 vruchtbaar en veel langer dan de andere. Vrucht niervormig, eenzadig, zwart op een verdikte roode, sappige steel. Bladeren naar den voet spits, aan den top stompAnarcardium.Kasjoe.3a.Bloemen polygaam,kelkklein 4–5-spletig, later afvallend. Bloembladeren 4–5 opstaand, ten slotte omgebogen. Meeldraden 8–10.Vruchtbeginsel 3–5-hokkig, met 4–5 stijlen, die van boven samenneigen en daar een spatelvormige stempel hebben. Steenvrucht met vleezige buitenwand en 1–5-hokkige pit. Kiem in het zaad recht. Blaadjes aan den voet vaak scheefSpondias.Mopè.3b.Bloemen polygaam. 5-tallig. Kelkbladeren klein, blijvend. Bloembladeren opstaand, klein. Meeldraden 10, in de ♂ bloemen zeer kort; vruchtbeginsel in de ♂ bloem 4–5-lobbig, in de ♀ bloem met 5 stijlen eindigend, die ieder een gewone stempel hebben. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaad, dat een gekromde kiem bevatTapirira.157.Aquifoliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 4- tot meertallig; éénslachtig, tweehuizig; regelmatig; bloembladeren vaak aan de basis met elkaar en met de meeldraden, waarvan er evenveel zijn als bloembladeren, vergroeid; vruchtbeginsel 4–6-hokkig met 1–2 zaadknoppen in ieder hokje; steenvrucht met 4–6 pitten; houtige planten met meest verspreide, leerachtige bladeren met zeer kleine steunbladeren of zonder steunbladeren.Bloemen polygaam of tweehuizig; 4-tallig. Kelk klein, blijvend; kroon 4-deelig. Meeldraden 4, met de kroonslippen afwisselend en ermee aan de basis vergroeid. Schijf niet aanwezig. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl of zittende stempel. Kleine boomen met leerachtige bladerenIlex.158.Celastraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 4–5-tallig, meest tweeslachtig, regelmatig; bloembladeren vrij, met de randen op elkaar liggend; meeldraden 4–5 (zelden 2 of 10) aan den rand van een schijf ingeplant; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; houtige planten met steeds enkelvoudige, tegenoverstaande of verspreide bladeren; steunbladeren soms aanwezig maar afvallend.1a.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig. Kelk 5-of 4-spletig, klein; Bloembladeren 5 of 4, afstaand. Schijf dik. Meeldraden 5 of 4, onder den rand van de schijf ingehecht. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig. Stijl soms zeer kort met een 2- of 3-lobbige stempel. Doosvrucht eirond 2- of 3-kleppig openspringend. Kleine boomen of heestersMaytenus.1b.Bloemen tweeslachtig. Kelk 5-lobbig. Bloembladeren 5, smal, veel langer dan de kelk, iets boven het midden gebogen en het bovendeel naar binnen geslagen. Schijf dun. Meeldraden 5 met zeer korte helmdraden op den rand van de schijf ingehecht. Helmknoppen aan den top behaard. Stijlen 5, klein. Vrucht een 2- tot meerhokkige bes. BoomenGoupia.Kopie.159.Hippocrateaceae.Bloemen 5-tallig, met minder meeldraden en hokjes van het vruchtbeginsel, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 3; vruchtbeginsel 3-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht een bes of een gevleugelde vrucht; houtige planten, vaak klimmend met tegenoverstaande of verspreide enkelvoudige bladeren; steunbladeren klein of ontbrekend.1a.Bloemen 5-tallig met 3 meeldraden met breede helmdraden, die aan de basis vergroeid zijn en het vruchtbeginsel ten deele insluiten. Vruchtbeginsel 3-hokkig, na den bloei ontwikkelt ieder hokje een rechtopstaande vleugel, die zich later uitspreidt, zoodat de geheele vrucht den vorm krijgt van een klaverblad. Bladeren tegenoverstaandHippocratea.1b.Bloemen als de vorige, doch hokken van het vruchtbeginsel niet gevleugeld; de vrucht is daardoor een ronde of eivormige 1–3-hokkige, niet openspringende steenvrucht. Bladeren soms afwisselendSalacia.162.Icacinaceae.Bloemen 5–4-tallig, met evenveel meeldraden; twee- of éénslachtig, regelmatig, met kelk en bloemkroon; bloemas bol of bekervormig, het vruchtbeginsel omgevend; vruchtbeginsel 3-hokkig met 1 stijl, zelden alle hokjes, meest maar één ervan met 1, zelden 2 zaadknoppen; vrucht een 1-hokkige en 1-zadige steenvrucht; houtige planten meest met afwisselende bladeren zonder steunbladeren; bloemen meest klein.Bloemen tweeslachtig. Kelk 4–5-lobbig. Bloembladeren langwerpig met overlangsche en soms ook dwarse ribben, aan de binnenzijde. Helmdraden 5, plat; helmknop op den top met een vierkant aanhangsel. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl en een 2–3-lobbige stempel. Groote eironde steenvruchtPoraqueiba.165.Sapindaceae.Bloemen tweeslachtig, of éénslachtig, typisch 5-tallig, zelden regelmatig, meest scheef zygomorf; met een vaak eenzijdige schijf buiten de meeldraden; bloembladeren 5–3 of ontbrekend; vaak met schubben aan de binnenzijde; meeldraden meest 8, zelden 10, 5 of talrijk;vruchtbeginsel2–3-hokkig met meest 1, zelden 2 zaadknoppen in ieder hokje, vrucht een doosvrucht, een noot, een steenvrucht of een splitvrucht; meest houtige planten met verspreide, ongedeelde of gevinde bladeren.1a.Klimmende kruiden of heesters, in het bezit van ranken, meest aan de bloeiwijzen21b.Niet klimmende heesters of boomen zonder ranken52a.Stengel bijna niet of in het geheel niet houtig, dus een kruidachtige plant. Bladeren dun, dubbel-3-tallig. Vrucht opgeblazen, vliezig. Zaden zonder arillusCardiospermum.Kerstmis-bloem.2b.Stengel duidelijk houtig; bladeren 3-tallig of gevind doch niet dubbel-3-tallig; blaadjes min of meer leerachtig; vrucht nietopgeblazen33a.Bladeren enkelgevind, meest met 5 blaadjes. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht, met harde wand, de kleppen op den rug met of zonder vleugelPaullinia.3b.Bladeren 3-tallig of gevind, maar dan het onderste paar van de blaadjes nog eens samengesteld44a.Bladeren 3-tallig. Vrucht dun-vliezig, over de geheele lengte met 3 dunne vleugels, openspringendUrvillea.4b.Onderste paar blaadjes nog eens samengesteld. Vrucht aan den top de zaden dragend, van onderen in de 3 vleugels overgaandSerjania.5a.Bladeren enkelvoudig, smal, aan den top afgerond. Bloemen tweehuizig in trossen. Bloembladeren ontbrekend. Vrucht met vliezige vleugelsDodonaea.5b.Bladeren samengesteld66a.Bloembladeren 476b.Bloembladeren 587a.Kelkbladeren 4; bloembladeren zonder schubben van binnen. Schijf rond. Meeldraden 8, kaal. Stijl aan den top tweelobbig; vrucht 2-hokkig; eetbaar. Bladeren even gevind, 2-jukkigMelicocca.Knippen.7b.Kelkbladeren 5, bloembladeren met een schub van binnen. Schijf eenzijdig ontwikkeld. Vrucht gevleugeldToulicia.8a.Bloembladeren zonder schubben, hoogstens met borstelvormige haren van binnen. Kelkbladeren 5, over elkaar liggend. Schijf bekervormig 5-hoekig. Vrucht meest 2-hokkig; stijl enkelvoudigPseudima.8b.Bloembladeren met schubben of met naar binnen geslagen oortjes99a.Kelk klein, bekervormig, 5-tandig, reeds vroeg geopend. Bloembladeren 5, met schubben. Schijf ringvormig. Vrucht 3-lobbig, zelden een weinig gevleugeldMatayba.Koenatjeppi.9b.Kelk groot, 5-bladig, de bladeren over elkaar liggend; de bloemkroon in den knop lang insluitend1010a.Kelkbladeren opvallend groot, bloembladachtig; bloembladeren met schubben. Vruchtbeginsel 2-hokkig; vrucht 2-hokkig, plat met 2 groevenVouarana.10b.Kelkbladeren kleiner dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel 3-hokkig1111a.Bloembladeren vaak dubbel zoo groot als de kelk, met naar binnen geslagen oortjes boven de basis, òf met een 2-spletige, behaarde schub aan de binnenzijde, die bijna even groot is als het bloemblad. Vrucht meest eirond, gewoonlijk 1-hokkig en 1-zadig. Boomen, vaak zonder takken met de bladeren aan den topTalisia.11b.Kelkbladeren meest weinig grooter dan de bloemkroon. Bloembladeren met 2 behaarde schubben. Vrucht 3-lobbig, openspringendCupania.11c.Kelk kleiner dan de bloemkroon, diep 5-deelig; bloembladeren met 2 schubben aan de basis, die met de randen vergroeid zijn,zoodat elk bloemblad van onderen een zakje heeft. Schijf ringvormig, behaard; meeldraden van boven kaal. Vruchtbeginsel stomp tot 3-kantig, behaard; vrucht 3-lobbig, aan den top ingedeukt, 3-hokkig, elk zaad op een vleezige massa gezetenBlighia.Akie.Orde:Rhamnales.169.Rhamnaceae.Bloemen 4- of 5-tallig, met evenveel meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk klein; bloembladeren klein of ontbrekend; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een steenvrucht of een droge vrucht met éénzadige afdeelingen; houtige planten, zelden kruiden, vaak klimmend met enkelvoudige, vaak 3–5-nervige bladeren met kleine steunbladeren; bloemen klein.Bloem 5-tallig, meeldraden voor de bloembladeren staand. Stijl 3-spletig. Vrucht 3-vleugelig, ten slotte in 3 stukken uiteenvallend. Bloemen in dichte samengestelde trossen; met ranken klimmende heesters; ranken bij de bloeiwijze staandGouania.170.Vitaceae.Kenmerken van de vorige familie, maar vrucht een bes; bloembladeren vaak van boven vergroeid en te samen afvallend; vruchtbeginsel bovenstandig, 2–6-hokkig; klimmende heesters met ranken die tegenover de bladeren staan.Bloemen steeds 4-tallig, tweeslachtig of polygaam. Kelk vergroeidbladig met korte tanden; bloembladeren uitgespreid. Meeldraden voor de bloembladeren staand. Schijf 4-lobbig. Stijl met uiterst kleine stempel; vrucht een 1–4-zadige bes. Planten, die meest met ranken klimmen, soms ook heesters zonder rankenCissus.Orde:Malvales.171.Elaeocarpaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk; kelk bijna losbladig; bloemen meest tweeslachtig, regelmatig; meeldraden op een gewelfde bloemas; vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig met meest vele zaadknoppen; stijl 1; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige bladeren met steunbladeren.Kelk diep 4-, soms 5–6-deelig. Bloembladeren ontbrekend. Meeldraden talrijk in groeven van de schijf staand. Vruchtbeginsel 4-hokkig met een lange stijl en 4-spletige stempel. Vrucht een 4-kleppige doosvrucht met stekels bezet. Boomen met meest grofgetande bladerenSloanea.174.Tiliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; meest tweeslachtig, 5-tallig; kelk en bloemkroon bijna of geheel losbladig; soms bloembladeren ontbrekend, regelmatig; meeldraden talrijk, zelden tot 10, of 5; vrij of in 5–10 bundels, soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijl 1; vrucht soms éénhokkig; meest houtige planten, zelden kruiden met meest verspreide, gaafrandige of gelobde bladeren met steunbladeren.1a.Helmknoppen aan den top met een bladachtig aanhangsel. Vruchtbeginsel veelhokkig. Bloembladeren korter dan de kelk. Meeldraden talrijk. Vrucht bolvormig meest met haren of stekels bezet. BoomenApeiba.1b.Helmknoppen zonder aanhangsel aan den top. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig22a.Het centrum van de bloem is voorzien van een zuil, waarop de meeldraden en het vruchtbeginsel staan; soms is deze zuil zeer kort, maar dan ontbreken de bloembladeren. Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, 10 of vele. Vrucht met rechte of haakvormige stekels bezet. Kruiden of heesters met viltig-behaarde, vaak gelobde bladerenTriumfetta.2b.Geen zuil in het midden van de bloem33a.Kelk losbladig. Bloembladeren aan de basis zonder klieren. Meeldraden 10 tot vele, alle met helmknoppen. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig. Vrucht een lange of korte doosvrucht. Kruiden of heesters met gezaagde bladerenCorchorus.3b.Kelk met een los- of vergroeidbladige buitenkelk. Bloembladeren met klieren aan de basis. Meeldraden talrijk, alleen de binnenste met helmknoppen. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een doosvrucht, die met 5 kleppen openspringtLühea.Koesewiran.175.Malvaceae.Bloemen meest tweeslachtig; kelk en kroon 5-tallig; de kelk vergroeidbladig; de kroon in de knop gedraaid; meeldraden zeer zelden 5, meest zeer vele, in twee kransen, alle in een bundel vereenigd; helmknoppen met maar één helmhokje; vruchtbeginsel 5- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijlen evenveel of dubbel zooveel, vrucht een doosvrucht of in deelvruchten uiteenvallend; kruiden of houtige planten met enkelvoudige of gelobde bladeren met steunbladeren; vaak een buitenkelk aanwezig.1a.Bijkelk ontbrekend21b.Bijkelk voorhanden52a.Bloemen zeer dicht op elkaar staand, gezamenlijk omhuld door eenige groote schutbladeren. Bloemen wit; vruchtbeginsel 5-hokkig met 10 stijlen.Planten met stijve harenMalachra.2b.Bloemen niet groepsgewijs door schutbladeren ingehuld33a.Zaadknoppen, en later ook zaden meerdere in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of van de vrucht43b.Nooit meer dan 1 zaadknop of zaad in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of de vrucht; deze valt in1-zadigestukken uiteen. Kruiden of kleine heesters, meestal met de bloemen in de bladoksels; bladeren vaak viltig behaardSida.4a.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5 tot meer, met 3–9 zaadknoppen per afdeeling. Kruiden of heestersAbutilon.4b.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5, elke afdeeling door een dwars tusschenschot in een bovenste en een onderste helft verdeeld, waarvan de onderste 2 of 1 zaad, de bovenste 1 of 0 zaden bevat. Vruchtdeelen aan den top toegespitst, openspringend.Wissadula.5a.Bloem ingehuld door een groote 3-bladige bijkelk met hartvormige bladeren. Stijlen vergroeid. Vrucht een doosvrucht, zaden met haren bedekt. Bladeren handlobbig tot handdeeligGossypium.Katoen.5b.Bijkelk meerbladig, of met smalle bladeren66a.Stijlen vergroeid; bijkelk uit 3–5 kleine en spoedig afvallende blaadjes bestaand. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht niet openspringend. Bladeren ongedeeldThespesia.6b.Stijlen niet vergroeid of alleen van onderen vergroeid77a.Vrucht een openspringende meerzadige doosvrucht. Bloemen groot; kelk met een 5- tot veelbladige bijkelk; blaadjes van den bijkelk vaak aan den top gespleten of verdikt. Plant vaak gestekeldHibiscus.7b.Vrucht in eenzadige stukken uiteenvallend. Bloemen klein88a.Deelen van de vrucht op den rug met netvormige aderen. Bijkelk 9–12-bladig. Bladeren handdeelig. Plant met stijve, eenigszins stekelige haren bezetMalachra.8b.Deelen van de vrucht met talrijke stekels op de rugzijde. Bijkelk 5-bladig. Bladeren fijn behaard, handlobbig tot handdeeligUrena.8c.Deelen van de vrucht 5, met 3 lange met weerhaken bezette stekels op den rug. Bijkelk 5- tot veelbladigPavonia.177.Bombacaceae.Bloemen in hoofdzaak als de vorige familie, maar de helmknoppen met 1, 2 of ook meer helmhokjes; soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; boomen of heesters met enkelvoudige of handvormig samengestelde bladeren met afvallende steunbladeren; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren handvormig samengesteld21b.Bladeren enkelvoudig. Kelkbuis trechtervormig, 2–5-lobbig. Bloembladeren 5. Helmdraden in een lange buis vergroeid, die van buiten aan den top bekleed is met de helmknoppen. Vruchtbeginsel 2-hokkig. Kleine boomenQuararibea.2a.Meeldraden 5, van onderen in een korte buis vergroeid. Kelk met korte tanden. Bloembladeren 5; vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een met 5 kleppen openspringende doosvrucht, die van binnen zeer dicht behaard is. Groote boomenCeiba.Kankantrie.2b.Meeldraden talrijk33a.Kelk groot, 5-lobbig, van binnen zijdeachtig behaard. Meeldraden ver over de helft tot een buis vergroeid. Vruchtbeginsel 5–10-hokkig, stijl met 5–10 takken. Boomen. Vruchten zonder wol.Adansonia.3b.Kelk zonder lobben of onregelmatig inscheurend. Meeldraden in een buis vergroeid, welke later meest inscheurt. Vruchtbeginsel 5-hokkig, stijl niet gedeeld of met 5 korte takjes. Vrucht met veel of weinig wol van binnenBombax.178.Sterculiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; kelk vergroeidbladig; bloembladeren in de knop gedraaid; meeldraden in 2 kransen; de krans die voor de kelkslippen staat staminodiaal; die welke voor de bloembladeren staat vaak gespleten; meest alle vergroeid; helmknoppen met 2 helmhokjes; vaak een androgynophoor aanwezig; vruchtbeginsels 5, min of meer vergroeid; met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht vaak in deelvruchten uiteenvallend; boomen, heesters of kruiden, met meest enkelvoudige, gaafrandige of gelobde of handvormig samengestelde bladeren; steunbladeren afvallend.1a.Bloemen éénslachtig, bloembladeren ontbrekend21b.Bloemen tweeslachtig, met een bloemkroon32a.Vruchtbeginsel en meeldraden in de ♀ of ♂ bloem op een steel (gynophoor of androphoor) gezeten; onregelmatig geplaatstSterculia.2b.Vruchtbeginsel en meeldraden ongesteeld of zeer kort gesteeld. Helmknoppen in regelmatige rijenCola.3a.Meeldraden en vruchtbeginsel op een lang androgynophoor gezeten. Meeldraden 6–10; vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen, na den bloei zijn de hokken spiraalsgewijs om elkaar gedraaid. Kelk lang, buisvormigHelicteres.3b.Androgynophoor ontbrekend44a.Planten met stekels. Bladeren gezaagd. Bloembladeren kapvormig met een lange smalle slip. Meeldraden 5, met breede staminodiën in een bekervormige buis vergroeidBüttneria.4b.Planten ongestekeld55a.Bloembladeren aan de basis kapvormig; meeldraden met staminodiën tot een buis vergroeid65b.Bloembladeren niet kapvormig; meeldraden 5, zonder staminodiën76a.Bloembladeren aan den top 2-spletig. Kelk 3-deelig. Vrucht een houtige doosvrucht met stekels of lange haren bezetGuazuma.6b.Bloembladeren van boven niet gespleten. Kelk 2–5-deelig. Vrucht vleezig, zonder haren of stekelsTheobroma.7a.Vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen. Bloembladeren aan de buis der helmdraden zitten blijvendMelochia.7b.Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl, en 2 zaadknoppen. Bloemen overigens als de vorige. Bladeren meest fluweelig behaardWaltheria.Orde:Parietales.180.Dilleniaceae.Bloemen twee-, zelden éénslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3 tot vele; bloembladeren 5–3; meeldraden talrijk, zelden 10 of minder; vruchtbeginsels 1 tot vele, meest vrij, ieder met 1 tot vele zaadknoppen; stijlen vrij; vrucht aan de rugzijde zich openend of gesloten met 1 of weinige zaden; houtige planten, soms lianen; bladeren verspreid, en gaafrandig; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.De beide binnenste kelkbladeren veel grooter dan de andere, na de bloei zich vergrootend en de vrucht inhullend. Bloembladeren 6–1, gemakkelijk afvallend. Meeldraden talrijk, blijvend. Vruchtbeginsels 1 of 2. LianenDavilla.1b.De 5 kelkbladeren alle volkomen of bijna aan elkaar gelijk22a.Kleine boomen of heesters, niet klimmend. Bloemen 5–4-tallig. Meeldraden talrijk; helmknoppen naar binnen openspringend en naar het centrum der bloem ingehecht aan de helmdraad (intrors.) Vruchtbeginsels 2. Bladeren zeer ruwCuratella.Wilde kasjoe;bosch-kasjoe.2b.Lianen; helmknoppen extrors33a.Vruchtbeginsels 3–5, in één enkel geval (T. aspera) 1, maar dan zijn de bladeren getand, en is de vrucht droog. Bladeren bijna steeds getand. Bloeiwijze een eindelingsche tros of pluim. Vruchten doosvruchtachtigTetracera.3b.Vruchtbeginsel 1; bladeren meest ongetand. Bloeiwijzen zijdelings, kort, meest in de bladoksels. Vrucht een besDoliocarpus.182.Ochnaceae.Bloemen meest 5-tallig; tweeslachtig, regelmatig, soms zygomorf; bloemas na de bloei vaak vergroot; kelkbladeren 4–10; bloembladeren 5; zelden 4–10; meeldraden 10 of vele, soms met staminodiën; vruchtbeginsels 2–5-10; vaak van onderen vrij, maar met 1 stijl; in ieder vruchtbeginsel of hokje van het vruchtbeginsel1 tot vele zaadknoppen; meest houtige planten met meest glimmende enkelvoudige, zelden gevinde bladeren met evenwijdige zijnerven; steunbladeren aanwezig; bloem groot, meest geel.1a.Boomen of heesters. Bloemen met 8–20 meeldraden; staminodiën niet aanwezig21b.Kruiden, soms een weinig heesterachtig met kleine gezaagde bladeren met gewimperde steunbladeren. Kelkbladeren 5, blijvend, gelijk van vorm. Bloembladeren 5, rose of wit. Vruchtbare meeldraden, omgeven door 2 kransen van staminodiën; binnenste krans bestaande uit 5 staminodiën, die met de meeldraden afwisselen, buitenste krans uit talrijke staminodiënSauvagesia.2a.Kelkbladeren 5, ongelijk, elkaar in den knop sterk bedekkend, min of meer gekleurd. Bloembladeren 5, gelijk, weinig langer dan de kelk. Meeldraden 10 met korte helmdraden en lange helmknoppen. Geen staminodiën. Bloeias verlengd, dubbel zoolang als het vruchtbeginsel. Vruchtbeginsels 5–10 alleen door de stijl verbonden, daardoor ontwikkelen zich uit elke bloem 10 of minder steenvruchten, die op een gemeenschappelijke vruchtbodem staanOuratea.2b.Kelkbladeren 3–6, bijna gelijk. Bloembladeren 3–6 langer dan de kelkbladeren. Meeldraden 8–10, of 18–20, zonder staminodiën. Bloeias weinig verlengd. Vruchtbeginsels geheel vergroeid, evenals de vruchtElvasia.183.Caryocaraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk- en bloembladeren 5, zelden 6, de laatste een weinig samenhangend; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 4–8-20-hokkig, zelden 1–3-hokkig met 1 zaadknop in ieder hokje; stijlen gescheiden; boomen of heesters met 3-tallige bladeren; steunbladeren aan de basis van de bladsteel en van de steelen der blaadjes; bloemen in eindstandige trossen.Boomen met tegenoverstaande, 3-tallige bladeren; kelk 4–6-spletig; bloembladeren 4–6. Meeldraden talrijk, langer dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel met 4–6 lange stijlen. Vrucht een steenvrucht met 3–4-eenzadige pittenCaryocar.Ningre-noto.184.Marcgraviaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloembladeren 4–5, meest wat vergroeid of geheel vergroeid; meeldraden 4–6 tot vele, vaak onderling en met de bloemkroon vergroeid en met deze samen afvallend; vruchtbeginsel meest 5-hokkig of 2–8- tot veelhokkig, met vele zaadknoppen; doosvrucht gesloten of openspringend; houtige planten, vaak klimmend of epiphyten, met enkelvoudige bladeren zonder steunbladeren; bloemen in trossen of schermen; schutbladeren meest met de bloemsteel vergroeid en in een helder gekleurde honingbeker veranderd.1a.Bloemen langgesteeld, in een scherm gezeten; in het midden lange honingbekers, daaromheen de bloemen. Kelkbladeren 4, bloembladeren houtig, geheel vergroeid. Epiphyten met 2 soorten van takken, de niet-bloeiende met 2 rijen van aangedrukte bladeren, de bloeiende met grootere bladeren, niet in 2 rijenMarcgravia.1b.Bloemen in trossen22a.Bloemen in lange dichte trossen met groote oranjeroode honingbekers, met de bloemsteel een weinig vergroeid. Meeldraden talrijk. Kelkbladeren en bloembladeren 5Norantea.2b.Trossen ijl. Bloemsteelen met 2 gespoorde aanhangsels. Meeldraden 5Souroubea.185.Quiinaceae.Bloemen regelmatig, éénslachtig, of tweeslachtig; kelk- en kroonbladeren 4–5; meeldraden 15–30 of vele; vruchtbeginsel 2–3-, of 7-hokkig met 2 zaadknoppen in ieder hokje; stijlen gescheiden; vrucht een bes met behaarde zaden; houtige planten met glimmende enkelvoudige of vinspletige bladeren, die vaak in kransen staan of tegenoverstaand zijn; steunbladeren aanwezig.Boomen of heesters met tegenoverstaande of kransstandige bladeren. Bloemen meest eenslachtig, tweehuizig, met 4–5 kelkbladeren, 4–5 bloembladeren, 15–30 meeldraden met eenigszins gedraaide helmdraden; vruchtbeginsel 2–3-hokkig met 2–3 stijlen met groote stempelsQuiina.186.Theaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5–7, soms in een spiraal staand; bloembladeren 5–9, soms aan de basis wat vergroeid; meeldraden 5 tot vele, soms tot groepen vereenigd; vruchtbeginsel 3–5-hokkig; soms 2- tot veelhokkig; met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 of meer stijlen; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige, meest verspreide bladeren zonder steunbladeren; bloemen vaak groot.1a.Kelk en bloembladeren 5–6, meeldraden talrijk met bewegelijke helmknoppen, van onderen een weinig vergroeid of in bundels voor de bloembladeren staand, vruchtbeginsel 5–10-hokkig met 3–10 stijlen of zittende stempelsHaemocharis.1b.Kelk- en bloembladeren 5; kelk met twee aangedrukte bloemsteelblaadjes. Meeldraden talrijk in twee rijen. Helmknoppen vastgegroeid. Vruchtbeginsel 2–4-hokkig met 1 stijlTernströmia.187.Guttiferae.Bloemen regelmatig, tweeslachtig of éénslachtig; kelkbladeren en bloembladeren zeer verschillend wat aantal en plaats aangaat; meeldraden 4 tot vele, vaak ten deele staminodiaal en in groepen bij elkaar staand; vruchtbeginsel meest 3–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; houtige planten, zelden kruiden met enkelvoudige bijna steeds tegenoverstaande bladeren; steunbladeren meest ontbrekend; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren verspreid. Kelk en bloembladeren 5. Meeldraden talrijk, aan den basis een weinig vergroeid; helmknoppen met een klier aan den top. Stijl 1 met een gelobde stempel. Vrucht een doosvruchtCaraipa.1b.Bladeren tegenoverstaand22a.Bloemen met een goed ontwikkeld vruchtbeginsel en met meeldraden of staminodiën32b.Bloemen alleen met meeldraden, vruchtbeginsel òf geheel ontbrekend òf zeer klein, en dan onder de meeldraden verborgen en onvruchtbaar103a.Meeldraden in groepen voor de bloembladeren staand, met vergroeide helmdraden43b.Meeldraden talrijk, niet groepsgewijs staande64a.Meeldraden 15, de helmdraden om het vruchtbeginsel geheel tot een buis vergroeid; deze buis van boven in 5 punten gespleten die ieder 3 helmknoppen dragen. Kelkbladeren 5, ongelijk, bloembladeren 5, stijl 1 met 5 stempels, vrucht een besSymphonia.Matakie.4b.Helmdraden niet alle in een buis vergroeid55a.Kelk 5-deelig; bloembladeren 5, van binnen dicht behaard.Behalve de groepen van meeldraden ook nog 5 staminodiën in de bloem. Stijlen 5. Vrucht een besVismia.5b.Kelk 5-bladig, kelkbladeren ongelijk. Bloembladeren 5, zeer groot. Meeldraden in 5 groepen. Stijl 1 met 5 stempels, Vrucht een besPlatonia.Pakoeli,Geelhart.6a.Kelk eerst gesloten, daarna in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; meeldraden talrijk, vrij. Stijl 1, kort met twee breede bladachtige stempels. Vrucht een bes met 1–4 pitten Bloemen in kleine groepen in de bladokselsMammea.Mammi.6b.Kelk reeds in den knop 2- tot meerbladig; stijl òf lang òf meer dan 2 zittende stempels aanwezig77a.Stijl of stijlen lang en goed ontwikkeld87b.Stijlen zeer kort; meest geheel ontbrekend doch het vruchtbeginsel door eenige breede zittende stempels gekroond98a.Stijl 1 met een knopvormige stempel; kelkbladeren 4–5; bloembladeren 4–5. Meeldraden talrijk met een klier aan den top van den helmknop. Bloemen in trossenMarila.8b.Stijlen 4. Kelkbladeren 2 of 4, in het laatste geval de buitenste het grootst en de binnenste insluitend. Bloembladeren 4–12; meeldraden vele, bijna geheel vrij. Vruchtbeginsel 4-hokkig; vrucht een openspringende doosvruchtTovomita.9a.Kelkbladeren 4 tot vele; de buitenste kleiner dan de binnenste. Bloembladeren 4–10. Meeldraden vele, vrij of op zeer verschillende wijze vergroeid met elkaar of met het vruchtbeginsel, meest klein en staminodiaal indien ook een vruchtbeginsel in de bloem aanwezig is. Meerdere breede zittende stempels. Vrucht een doosvrucht. Planten vaak met luchtwortelsClusia.Abrasa.9b.Kelkbladeren 2. Bloembladeren 4. Meeldraden vele, vrij, onder een dikke schijf gezeten. Stempels zittend of op een zeer korte stijl. Vrucht een 3–1-zadige besRheedia.10a.Meeldraden met den bloembodem tot een verschillend gevormd lichaam vergroeid of meeldraden vrij, maar dan de helmdraden uiterst kort en de helmknoppen lang. Kelkbladeren 4 tot vele; bloembladeren 4–10Clusia.Abrasa.10b.Meeldraden vrij of aan de basis slechts weinig vergroeid met lange helmdraden1111a.In het midden van de bloem zit een dikke schijf waaronder de meeldraden ingehecht zijn. Kelkbladeren twee; bloembladeren 4Rheedia.11b.De meeldraden nemen het centrum van de bloem in1212a.Kelk in den knop gesloten, later in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; bloemen in groepen van ongeveer 3 in de bladokselsMammea.Mammi.12b.Kelkbladeren 2–4, reeds in de knop vrij van elkaar; indien er 4 kelkbladeren zijn, dan zijn de buitenste het grootst en omhullen ze de binnenste 2. Bloembladeren 4–12. Bloemen in vertakte bloeiwijzenTovomita.194.Bixaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5, bloembladeren 5, meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 1-hokkig met 2 wandstandigezaadlijsten met vele zaadknoppen en 1 stijl; vrucht een met 2 kleppen openspringende doosvrucht; zaden talrijk, vuurrood; boomen met handnervige, verspreide, ongedeelde bladeren en vrij groote bloemen in pluimen. Eenig geslachtBixa.Roekoe;Koesoewee.195.Cochlospermaceae.Bloemen tweeslachtig; regelmatig, soms een weinig zygomorf; kelkbladeren 4–5; kroonbladeren 4–5; meeldraden vele, vruchtbeginsel 3–5-hokkig met vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 stijl; vrucht een doosvrucht met vele gekromde zaden; houtige planten meest met handlobbige of handvormig samengestelde bladeren; bloem groot in trossen of pluimen.Boomen met handvormig samengestelde 5–7-tallige bladeren. Kelkbladeren 5, bloembladeren 5, groot, geel. Meeldraden talrijk, soms wat ongelijk van grootte. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht met een dubbele wand. Zaden gewonden met lange harenCochlospermum.198.Violaceae.Bloemen 5-tallig met uitzondering van het vruchtbeginsel, met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloembladeren soms vergroeid; vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl en 1 tot vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten met verspreide bladeren met steunbladeren.1a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig; alle bloembladeren ongeveer gelijk van vorm21b.Bloemen duidelijk zijdelings-symmetrisch; één bloemblad anders gevormd42a.Bloemkroon kort, bloembladeren ongenageld; meeldraden 5, ongeveer even lang. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht; bloemen in veelbloemige trossen. Heesters of kleine boomen, meest met tegenstaande bladerenRinorea.(Alsodeia).2b.Bloembladeren langgenageld; de nagels tegen elkaar aanliggend, daardoor de bloemkroon van onderen schijnbaar buisvormig33a.Meeldraden tot een beker vergroeid; helmknoppen zonder aanhangsels aan den top. Bloemen in trossen. Kleine boomenPaypayrola.3b.Meeldraden vrij; helmknoppen met een vliezig aanhangsel aan den top. Bloemen in vertakte bloeiwijzen. HeestersAmphirrox.4a.Lianen. Kelk 5-bladig. Een van de bloembladeren grooter dan de andere en met een lange spoor. Meeldraden vrij met zeer korte helmdraden en een lange helmknop met een aanhangsel aan den top, 2 ervan met een spoor, die in de spoor van het bloemblad zitCorynostylis.(Calyptrion).4b.Heesters of kruiden, niet klimmend55a.Kelkbladeren zonder oortjes aan den voet. Eén bloemblad met een lange nagel, die iets zakvormig is, doch niet gespoord; 2 van de meeldraden met een spoor of een klier. Bladeren verspreid of tegenoverstaandHybanthus.5b.Kelkbladeren met oortjes aan den voet. Bloembladeren zeer ongelijk, na den bloei blijvend, 2 zeer klein, 2 genageld, het 5demet een lange spoor; 2 van de meeldraden met een lange spoorNoisettia.199.Flacourtiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; regelmatig; kelkbladeren 2–15; kroonbladeren ontbrekend of tot 10; meeldraden meest vele; vruchtbeginsel 1-hokkig met meest vele zaadknoppen aan 2–10 wandstandige zaadlijsten; vrucht een bes of een steenvrucht; meest houtige planten met verspreide, zelden tegenoverstaande of kransstandige, gaafrandige of gezaagde bladeren met kleine steunbladeren; bloemen vaak klein.1a.Bloemen éénslachtig, tweehuizig. Kelkbladeren 2–3, bloembladeren 6–12; meeldraden talrijk, op een eenigszins verdikte bloembodem staande; vruchtbeginsel voorzien van overlangsche ribben, met 5–7 stijlen. Vrucht een groote doosvrucht met smalle vleugels. Heesters of boomen met groote bladerenCarpotroche.1b.Bloemen tweeslachtig22a.Bloembladeren aanwezig32b.Bloembladeren ontbrekend43a.Kelkbladeren 3 (soms 4). Bloembladeren evenveel. Meeldraden talrijk in meerdere rijen. Vruchtbeginsel met 1 stijl en verdikte stempel. Bloemen in trossen. BoomenBanara.3b.Kelkslippen 5–7; bloembladeren evenveel, ermee afwisselend, blijvend na den bloei. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand. Stijlen 2–6, van onderen wat vergroeid of geheel vrij. BoomenHomalium.4a.Bloemen groot (meer dan 1 c.M.); kelk tot aan de basis 5-deelig. Meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel omgeven door een bekervormige schijf. Bladeren meest zachtharigPatrisia.4b.Bloemen klein, in groepen in de bladoksels; kelkbladeren 4–6, aan de basis vergroeid. Meeldraden 6–12, met staminodiën afwisselendCasearia.201.Turneraceae.Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig met een buisvormige bloemas; vruchtbeginsel 1-hokkig met 3-vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; stijlen 3; doosvrucht 1-hokkig, 3-kleppig; kruiden of heesters, zelden boomen, met verspreide, enkelvoudige, soms gedeelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.Kelkbuis van binnen met een samenhangende, aan den rand onregelmatig ingesneden krans van schubbenPiriqueta.1b.Kelkbuis van binnen zonder aanhangselenTurnera.203.Passifloraceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig, regelmatig met een zeer verschillend gevormde bloemas, die vaak een weinig buisvormig is en van binnen verschillende aanhangselen draagt, kelk meest 5-bladig; zelden 4–8-bladig; bloembladeren 5, soms 3–8, zelden ontbrekend; meeldraden zelden vele, meest 5 of 4–8, op een cylindrisch deel van de as ingehecht; vruchtbeginsel 1-hokkig, met 3–5 stijlen en vele zaadknoppen aan 3–5 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten, vaak klimmend met enkelvoudige of gelobde, zelden samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend; bladeren vaak met honingklieren, ranken in de bladoksels of aan de bloeiwijzen.Klimplanten met ranken in de bladoksels. Bloemen met 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; buis van binnen met verschillende aanhangselen. Bladeren enkelvoudig, gelobd of handvormig samengesteldPassiflora.Markoesar.205.Caricaceae.Bloemen 5-tallig, met twee kransen van meeldraden, éénslachtig, regelmatig, met een buis- of klokvormige bloeias; bloembladeren in de mannelijke bloemen tot een lange, in de vrouwelijke bloemen tot een korte buis vergroeid; vruchtbeginsel bovenstandig, 1-hokkig of 3–5-hokkig, met vele zaadknoppen en vrije stijlen; zaden vele; houtige planten met enkelvoudige of handvormig gedeelde of gevinde bladeren zonder steunbladeren en met okselstandige bloeiwijzen; melksap aanwezig.Boomen met handlobbige bladeren, alleen aan den top bebladerde stammen met zeer week hout. Bloemen 1 of 2-huizig. ♂ en ♀ bloemen zeer verschillend. Stempels sterk ingesnedenCarica.Papaya.208.Begoniaceae.Bloemen onregelmatig, éénslachtig, meest 1-huizig; de mannelijke meest met maar 2 kelkbladeren en 2–6 bloembladeren; of geen bloembladeren; soms 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; meeldraden talrijk; vrouwelijke bloemen met een bloemdek met 5–2 bladeren; vruchtbeginsel onderstandig meest 3-hokkig met vrije stijlen; vrucht een doosvrucht, zelden een bes; kruiden of een weinig houtige planten met verspreide vaak gelobde soms handvormige samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig.Bloemen éénslachtig, éénhuizig; geen aparte kelk en bloemkroon te onderscheiden. Mannelijke bloemen met 4 bloemdekbladeren en vele meeldraden, vrouwelijke bloemen met 5 bloemdekbladeren en 3 tweespletige stijlen. Vruchtbeginsel onderstandigBegonia.

Orde:Sapindales.153.Anacardiaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms zonder bloemkroon, meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; bloeias verschillend ontwikkeld, meest als schijf, vruchtbeginsel meest bovenstandig; vruchtbeginsels zelden 5, meest 3 of 1, bijna steeds vergroeid met elkaar, met 1 zaadknop in ieder hokje; vrucht een steenvrucht; houtige planten met verspreide enkelvoudige of samengestelde bladeren; bloemen klein.1a.Bladeren enkelvoudig21b.Bladeren gevind32a.Bloemen schijnbaar tweeslachtig, in werkelijkheid éénslachtig. Bloembladeren met 1–5 verdikte ribben. Meeldraden 5–4, waarvan maar 1 of 2 vruchtbaar. Vruchtbeginsel met slechts 1 zaadknop en 1 stijl. Vrucht eirond. Boomen met smalle bladerenMangifera.Manja.2b.Bloemen polygaam (evenals de vorige). Bloembladeren zonder ribben. Meeldraden 7–10, waaraan meest maar 1 vruchtbaar en veel langer dan de andere. Vrucht niervormig, eenzadig, zwart op een verdikte roode, sappige steel. Bladeren naar den voet spits, aan den top stompAnarcardium.Kasjoe.3a.Bloemen polygaam,kelkklein 4–5-spletig, later afvallend. Bloembladeren 4–5 opstaand, ten slotte omgebogen. Meeldraden 8–10.Vruchtbeginsel 3–5-hokkig, met 4–5 stijlen, die van boven samenneigen en daar een spatelvormige stempel hebben. Steenvrucht met vleezige buitenwand en 1–5-hokkige pit. Kiem in het zaad recht. Blaadjes aan den voet vaak scheefSpondias.Mopè.3b.Bloemen polygaam. 5-tallig. Kelkbladeren klein, blijvend. Bloembladeren opstaand, klein. Meeldraden 10, in de ♂ bloemen zeer kort; vruchtbeginsel in de ♂ bloem 4–5-lobbig, in de ♀ bloem met 5 stijlen eindigend, die ieder een gewone stempel hebben. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaad, dat een gekromde kiem bevatTapirira.157.Aquifoliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 4- tot meertallig; éénslachtig, tweehuizig; regelmatig; bloembladeren vaak aan de basis met elkaar en met de meeldraden, waarvan er evenveel zijn als bloembladeren, vergroeid; vruchtbeginsel 4–6-hokkig met 1–2 zaadknoppen in ieder hokje; steenvrucht met 4–6 pitten; houtige planten met meest verspreide, leerachtige bladeren met zeer kleine steunbladeren of zonder steunbladeren.Bloemen polygaam of tweehuizig; 4-tallig. Kelk klein, blijvend; kroon 4-deelig. Meeldraden 4, met de kroonslippen afwisselend en ermee aan de basis vergroeid. Schijf niet aanwezig. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl of zittende stempel. Kleine boomen met leerachtige bladerenIlex.158.Celastraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 4–5-tallig, meest tweeslachtig, regelmatig; bloembladeren vrij, met de randen op elkaar liggend; meeldraden 4–5 (zelden 2 of 10) aan den rand van een schijf ingeplant; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; houtige planten met steeds enkelvoudige, tegenoverstaande of verspreide bladeren; steunbladeren soms aanwezig maar afvallend.1a.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig. Kelk 5-of 4-spletig, klein; Bloembladeren 5 of 4, afstaand. Schijf dik. Meeldraden 5 of 4, onder den rand van de schijf ingehecht. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig. Stijl soms zeer kort met een 2- of 3-lobbige stempel. Doosvrucht eirond 2- of 3-kleppig openspringend. Kleine boomen of heestersMaytenus.1b.Bloemen tweeslachtig. Kelk 5-lobbig. Bloembladeren 5, smal, veel langer dan de kelk, iets boven het midden gebogen en het bovendeel naar binnen geslagen. Schijf dun. Meeldraden 5 met zeer korte helmdraden op den rand van de schijf ingehecht. Helmknoppen aan den top behaard. Stijlen 5, klein. Vrucht een 2- tot meerhokkige bes. BoomenGoupia.Kopie.159.Hippocrateaceae.Bloemen 5-tallig, met minder meeldraden en hokjes van het vruchtbeginsel, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 3; vruchtbeginsel 3-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht een bes of een gevleugelde vrucht; houtige planten, vaak klimmend met tegenoverstaande of verspreide enkelvoudige bladeren; steunbladeren klein of ontbrekend.1a.Bloemen 5-tallig met 3 meeldraden met breede helmdraden, die aan de basis vergroeid zijn en het vruchtbeginsel ten deele insluiten. Vruchtbeginsel 3-hokkig, na den bloei ontwikkelt ieder hokje een rechtopstaande vleugel, die zich later uitspreidt, zoodat de geheele vrucht den vorm krijgt van een klaverblad. Bladeren tegenoverstaandHippocratea.1b.Bloemen als de vorige, doch hokken van het vruchtbeginsel niet gevleugeld; de vrucht is daardoor een ronde of eivormige 1–3-hokkige, niet openspringende steenvrucht. Bladeren soms afwisselendSalacia.162.Icacinaceae.Bloemen 5–4-tallig, met evenveel meeldraden; twee- of éénslachtig, regelmatig, met kelk en bloemkroon; bloemas bol of bekervormig, het vruchtbeginsel omgevend; vruchtbeginsel 3-hokkig met 1 stijl, zelden alle hokjes, meest maar één ervan met 1, zelden 2 zaadknoppen; vrucht een 1-hokkige en 1-zadige steenvrucht; houtige planten meest met afwisselende bladeren zonder steunbladeren; bloemen meest klein.Bloemen tweeslachtig. Kelk 4–5-lobbig. Bloembladeren langwerpig met overlangsche en soms ook dwarse ribben, aan de binnenzijde. Helmdraden 5, plat; helmknop op den top met een vierkant aanhangsel. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl en een 2–3-lobbige stempel. Groote eironde steenvruchtPoraqueiba.165.Sapindaceae.Bloemen tweeslachtig, of éénslachtig, typisch 5-tallig, zelden regelmatig, meest scheef zygomorf; met een vaak eenzijdige schijf buiten de meeldraden; bloembladeren 5–3 of ontbrekend; vaak met schubben aan de binnenzijde; meeldraden meest 8, zelden 10, 5 of talrijk;vruchtbeginsel2–3-hokkig met meest 1, zelden 2 zaadknoppen in ieder hokje, vrucht een doosvrucht, een noot, een steenvrucht of een splitvrucht; meest houtige planten met verspreide, ongedeelde of gevinde bladeren.1a.Klimmende kruiden of heesters, in het bezit van ranken, meest aan de bloeiwijzen21b.Niet klimmende heesters of boomen zonder ranken52a.Stengel bijna niet of in het geheel niet houtig, dus een kruidachtige plant. Bladeren dun, dubbel-3-tallig. Vrucht opgeblazen, vliezig. Zaden zonder arillusCardiospermum.Kerstmis-bloem.2b.Stengel duidelijk houtig; bladeren 3-tallig of gevind doch niet dubbel-3-tallig; blaadjes min of meer leerachtig; vrucht nietopgeblazen33a.Bladeren enkelgevind, meest met 5 blaadjes. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht, met harde wand, de kleppen op den rug met of zonder vleugelPaullinia.3b.Bladeren 3-tallig of gevind, maar dan het onderste paar van de blaadjes nog eens samengesteld44a.Bladeren 3-tallig. Vrucht dun-vliezig, over de geheele lengte met 3 dunne vleugels, openspringendUrvillea.4b.Onderste paar blaadjes nog eens samengesteld. Vrucht aan den top de zaden dragend, van onderen in de 3 vleugels overgaandSerjania.5a.Bladeren enkelvoudig, smal, aan den top afgerond. Bloemen tweehuizig in trossen. Bloembladeren ontbrekend. Vrucht met vliezige vleugelsDodonaea.5b.Bladeren samengesteld66a.Bloembladeren 476b.Bloembladeren 587a.Kelkbladeren 4; bloembladeren zonder schubben van binnen. Schijf rond. Meeldraden 8, kaal. Stijl aan den top tweelobbig; vrucht 2-hokkig; eetbaar. Bladeren even gevind, 2-jukkigMelicocca.Knippen.7b.Kelkbladeren 5, bloembladeren met een schub van binnen. Schijf eenzijdig ontwikkeld. Vrucht gevleugeldToulicia.8a.Bloembladeren zonder schubben, hoogstens met borstelvormige haren van binnen. Kelkbladeren 5, over elkaar liggend. Schijf bekervormig 5-hoekig. Vrucht meest 2-hokkig; stijl enkelvoudigPseudima.8b.Bloembladeren met schubben of met naar binnen geslagen oortjes99a.Kelk klein, bekervormig, 5-tandig, reeds vroeg geopend. Bloembladeren 5, met schubben. Schijf ringvormig. Vrucht 3-lobbig, zelden een weinig gevleugeldMatayba.Koenatjeppi.9b.Kelk groot, 5-bladig, de bladeren over elkaar liggend; de bloemkroon in den knop lang insluitend1010a.Kelkbladeren opvallend groot, bloembladachtig; bloembladeren met schubben. Vruchtbeginsel 2-hokkig; vrucht 2-hokkig, plat met 2 groevenVouarana.10b.Kelkbladeren kleiner dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel 3-hokkig1111a.Bloembladeren vaak dubbel zoo groot als de kelk, met naar binnen geslagen oortjes boven de basis, òf met een 2-spletige, behaarde schub aan de binnenzijde, die bijna even groot is als het bloemblad. Vrucht meest eirond, gewoonlijk 1-hokkig en 1-zadig. Boomen, vaak zonder takken met de bladeren aan den topTalisia.11b.Kelkbladeren meest weinig grooter dan de bloemkroon. Bloembladeren met 2 behaarde schubben. Vrucht 3-lobbig, openspringendCupania.11c.Kelk kleiner dan de bloemkroon, diep 5-deelig; bloembladeren met 2 schubben aan de basis, die met de randen vergroeid zijn,zoodat elk bloemblad van onderen een zakje heeft. Schijf ringvormig, behaard; meeldraden van boven kaal. Vruchtbeginsel stomp tot 3-kantig, behaard; vrucht 3-lobbig, aan den top ingedeukt, 3-hokkig, elk zaad op een vleezige massa gezetenBlighia.Akie.Orde:Rhamnales.169.Rhamnaceae.Bloemen 4- of 5-tallig, met evenveel meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk klein; bloembladeren klein of ontbrekend; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een steenvrucht of een droge vrucht met éénzadige afdeelingen; houtige planten, zelden kruiden, vaak klimmend met enkelvoudige, vaak 3–5-nervige bladeren met kleine steunbladeren; bloemen klein.Bloem 5-tallig, meeldraden voor de bloembladeren staand. Stijl 3-spletig. Vrucht 3-vleugelig, ten slotte in 3 stukken uiteenvallend. Bloemen in dichte samengestelde trossen; met ranken klimmende heesters; ranken bij de bloeiwijze staandGouania.170.Vitaceae.Kenmerken van de vorige familie, maar vrucht een bes; bloembladeren vaak van boven vergroeid en te samen afvallend; vruchtbeginsel bovenstandig, 2–6-hokkig; klimmende heesters met ranken die tegenover de bladeren staan.Bloemen steeds 4-tallig, tweeslachtig of polygaam. Kelk vergroeidbladig met korte tanden; bloembladeren uitgespreid. Meeldraden voor de bloembladeren staand. Schijf 4-lobbig. Stijl met uiterst kleine stempel; vrucht een 1–4-zadige bes. Planten, die meest met ranken klimmen, soms ook heesters zonder rankenCissus.Orde:Malvales.171.Elaeocarpaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk; kelk bijna losbladig; bloemen meest tweeslachtig, regelmatig; meeldraden op een gewelfde bloemas; vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig met meest vele zaadknoppen; stijl 1; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige bladeren met steunbladeren.Kelk diep 4-, soms 5–6-deelig. Bloembladeren ontbrekend. Meeldraden talrijk in groeven van de schijf staand. Vruchtbeginsel 4-hokkig met een lange stijl en 4-spletige stempel. Vrucht een 4-kleppige doosvrucht met stekels bezet. Boomen met meest grofgetande bladerenSloanea.174.Tiliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; meest tweeslachtig, 5-tallig; kelk en bloemkroon bijna of geheel losbladig; soms bloembladeren ontbrekend, regelmatig; meeldraden talrijk, zelden tot 10, of 5; vrij of in 5–10 bundels, soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijl 1; vrucht soms éénhokkig; meest houtige planten, zelden kruiden met meest verspreide, gaafrandige of gelobde bladeren met steunbladeren.1a.Helmknoppen aan den top met een bladachtig aanhangsel. Vruchtbeginsel veelhokkig. Bloembladeren korter dan de kelk. Meeldraden talrijk. Vrucht bolvormig meest met haren of stekels bezet. BoomenApeiba.1b.Helmknoppen zonder aanhangsel aan den top. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig22a.Het centrum van de bloem is voorzien van een zuil, waarop de meeldraden en het vruchtbeginsel staan; soms is deze zuil zeer kort, maar dan ontbreken de bloembladeren. Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, 10 of vele. Vrucht met rechte of haakvormige stekels bezet. Kruiden of heesters met viltig-behaarde, vaak gelobde bladerenTriumfetta.2b.Geen zuil in het midden van de bloem33a.Kelk losbladig. Bloembladeren aan de basis zonder klieren. Meeldraden 10 tot vele, alle met helmknoppen. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig. Vrucht een lange of korte doosvrucht. Kruiden of heesters met gezaagde bladerenCorchorus.3b.Kelk met een los- of vergroeidbladige buitenkelk. Bloembladeren met klieren aan de basis. Meeldraden talrijk, alleen de binnenste met helmknoppen. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een doosvrucht, die met 5 kleppen openspringtLühea.Koesewiran.175.Malvaceae.Bloemen meest tweeslachtig; kelk en kroon 5-tallig; de kelk vergroeidbladig; de kroon in de knop gedraaid; meeldraden zeer zelden 5, meest zeer vele, in twee kransen, alle in een bundel vereenigd; helmknoppen met maar één helmhokje; vruchtbeginsel 5- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijlen evenveel of dubbel zooveel, vrucht een doosvrucht of in deelvruchten uiteenvallend; kruiden of houtige planten met enkelvoudige of gelobde bladeren met steunbladeren; vaak een buitenkelk aanwezig.1a.Bijkelk ontbrekend21b.Bijkelk voorhanden52a.Bloemen zeer dicht op elkaar staand, gezamenlijk omhuld door eenige groote schutbladeren. Bloemen wit; vruchtbeginsel 5-hokkig met 10 stijlen.Planten met stijve harenMalachra.2b.Bloemen niet groepsgewijs door schutbladeren ingehuld33a.Zaadknoppen, en later ook zaden meerdere in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of van de vrucht43b.Nooit meer dan 1 zaadknop of zaad in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of de vrucht; deze valt in1-zadigestukken uiteen. Kruiden of kleine heesters, meestal met de bloemen in de bladoksels; bladeren vaak viltig behaardSida.4a.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5 tot meer, met 3–9 zaadknoppen per afdeeling. Kruiden of heestersAbutilon.4b.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5, elke afdeeling door een dwars tusschenschot in een bovenste en een onderste helft verdeeld, waarvan de onderste 2 of 1 zaad, de bovenste 1 of 0 zaden bevat. Vruchtdeelen aan den top toegespitst, openspringend.Wissadula.5a.Bloem ingehuld door een groote 3-bladige bijkelk met hartvormige bladeren. Stijlen vergroeid. Vrucht een doosvrucht, zaden met haren bedekt. Bladeren handlobbig tot handdeeligGossypium.Katoen.5b.Bijkelk meerbladig, of met smalle bladeren66a.Stijlen vergroeid; bijkelk uit 3–5 kleine en spoedig afvallende blaadjes bestaand. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht niet openspringend. Bladeren ongedeeldThespesia.6b.Stijlen niet vergroeid of alleen van onderen vergroeid77a.Vrucht een openspringende meerzadige doosvrucht. Bloemen groot; kelk met een 5- tot veelbladige bijkelk; blaadjes van den bijkelk vaak aan den top gespleten of verdikt. Plant vaak gestekeldHibiscus.7b.Vrucht in eenzadige stukken uiteenvallend. Bloemen klein88a.Deelen van de vrucht op den rug met netvormige aderen. Bijkelk 9–12-bladig. Bladeren handdeelig. Plant met stijve, eenigszins stekelige haren bezetMalachra.8b.Deelen van de vrucht met talrijke stekels op de rugzijde. Bijkelk 5-bladig. Bladeren fijn behaard, handlobbig tot handdeeligUrena.8c.Deelen van de vrucht 5, met 3 lange met weerhaken bezette stekels op den rug. Bijkelk 5- tot veelbladigPavonia.177.Bombacaceae.Bloemen in hoofdzaak als de vorige familie, maar de helmknoppen met 1, 2 of ook meer helmhokjes; soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; boomen of heesters met enkelvoudige of handvormig samengestelde bladeren met afvallende steunbladeren; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren handvormig samengesteld21b.Bladeren enkelvoudig. Kelkbuis trechtervormig, 2–5-lobbig. Bloembladeren 5. Helmdraden in een lange buis vergroeid, die van buiten aan den top bekleed is met de helmknoppen. Vruchtbeginsel 2-hokkig. Kleine boomenQuararibea.2a.Meeldraden 5, van onderen in een korte buis vergroeid. Kelk met korte tanden. Bloembladeren 5; vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een met 5 kleppen openspringende doosvrucht, die van binnen zeer dicht behaard is. Groote boomenCeiba.Kankantrie.2b.Meeldraden talrijk33a.Kelk groot, 5-lobbig, van binnen zijdeachtig behaard. Meeldraden ver over de helft tot een buis vergroeid. Vruchtbeginsel 5–10-hokkig, stijl met 5–10 takken. Boomen. Vruchten zonder wol.Adansonia.3b.Kelk zonder lobben of onregelmatig inscheurend. Meeldraden in een buis vergroeid, welke later meest inscheurt. Vruchtbeginsel 5-hokkig, stijl niet gedeeld of met 5 korte takjes. Vrucht met veel of weinig wol van binnenBombax.178.Sterculiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; kelk vergroeidbladig; bloembladeren in de knop gedraaid; meeldraden in 2 kransen; de krans die voor de kelkslippen staat staminodiaal; die welke voor de bloembladeren staat vaak gespleten; meest alle vergroeid; helmknoppen met 2 helmhokjes; vaak een androgynophoor aanwezig; vruchtbeginsels 5, min of meer vergroeid; met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht vaak in deelvruchten uiteenvallend; boomen, heesters of kruiden, met meest enkelvoudige, gaafrandige of gelobde of handvormig samengestelde bladeren; steunbladeren afvallend.1a.Bloemen éénslachtig, bloembladeren ontbrekend21b.Bloemen tweeslachtig, met een bloemkroon32a.Vruchtbeginsel en meeldraden in de ♀ of ♂ bloem op een steel (gynophoor of androphoor) gezeten; onregelmatig geplaatstSterculia.2b.Vruchtbeginsel en meeldraden ongesteeld of zeer kort gesteeld. Helmknoppen in regelmatige rijenCola.3a.Meeldraden en vruchtbeginsel op een lang androgynophoor gezeten. Meeldraden 6–10; vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen, na den bloei zijn de hokken spiraalsgewijs om elkaar gedraaid. Kelk lang, buisvormigHelicteres.3b.Androgynophoor ontbrekend44a.Planten met stekels. Bladeren gezaagd. Bloembladeren kapvormig met een lange smalle slip. Meeldraden 5, met breede staminodiën in een bekervormige buis vergroeidBüttneria.4b.Planten ongestekeld55a.Bloembladeren aan de basis kapvormig; meeldraden met staminodiën tot een buis vergroeid65b.Bloembladeren niet kapvormig; meeldraden 5, zonder staminodiën76a.Bloembladeren aan den top 2-spletig. Kelk 3-deelig. Vrucht een houtige doosvrucht met stekels of lange haren bezetGuazuma.6b.Bloembladeren van boven niet gespleten. Kelk 2–5-deelig. Vrucht vleezig, zonder haren of stekelsTheobroma.7a.Vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen. Bloembladeren aan de buis der helmdraden zitten blijvendMelochia.7b.Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl, en 2 zaadknoppen. Bloemen overigens als de vorige. Bladeren meest fluweelig behaardWaltheria.Orde:Parietales.180.Dilleniaceae.Bloemen twee-, zelden éénslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3 tot vele; bloembladeren 5–3; meeldraden talrijk, zelden 10 of minder; vruchtbeginsels 1 tot vele, meest vrij, ieder met 1 tot vele zaadknoppen; stijlen vrij; vrucht aan de rugzijde zich openend of gesloten met 1 of weinige zaden; houtige planten, soms lianen; bladeren verspreid, en gaafrandig; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.De beide binnenste kelkbladeren veel grooter dan de andere, na de bloei zich vergrootend en de vrucht inhullend. Bloembladeren 6–1, gemakkelijk afvallend. Meeldraden talrijk, blijvend. Vruchtbeginsels 1 of 2. LianenDavilla.1b.De 5 kelkbladeren alle volkomen of bijna aan elkaar gelijk22a.Kleine boomen of heesters, niet klimmend. Bloemen 5–4-tallig. Meeldraden talrijk; helmknoppen naar binnen openspringend en naar het centrum der bloem ingehecht aan de helmdraad (intrors.) Vruchtbeginsels 2. Bladeren zeer ruwCuratella.Wilde kasjoe;bosch-kasjoe.2b.Lianen; helmknoppen extrors33a.Vruchtbeginsels 3–5, in één enkel geval (T. aspera) 1, maar dan zijn de bladeren getand, en is de vrucht droog. Bladeren bijna steeds getand. Bloeiwijze een eindelingsche tros of pluim. Vruchten doosvruchtachtigTetracera.3b.Vruchtbeginsel 1; bladeren meest ongetand. Bloeiwijzen zijdelings, kort, meest in de bladoksels. Vrucht een besDoliocarpus.182.Ochnaceae.Bloemen meest 5-tallig; tweeslachtig, regelmatig, soms zygomorf; bloemas na de bloei vaak vergroot; kelkbladeren 4–10; bloembladeren 5; zelden 4–10; meeldraden 10 of vele, soms met staminodiën; vruchtbeginsels 2–5-10; vaak van onderen vrij, maar met 1 stijl; in ieder vruchtbeginsel of hokje van het vruchtbeginsel1 tot vele zaadknoppen; meest houtige planten met meest glimmende enkelvoudige, zelden gevinde bladeren met evenwijdige zijnerven; steunbladeren aanwezig; bloem groot, meest geel.1a.Boomen of heesters. Bloemen met 8–20 meeldraden; staminodiën niet aanwezig21b.Kruiden, soms een weinig heesterachtig met kleine gezaagde bladeren met gewimperde steunbladeren. Kelkbladeren 5, blijvend, gelijk van vorm. Bloembladeren 5, rose of wit. Vruchtbare meeldraden, omgeven door 2 kransen van staminodiën; binnenste krans bestaande uit 5 staminodiën, die met de meeldraden afwisselen, buitenste krans uit talrijke staminodiënSauvagesia.2a.Kelkbladeren 5, ongelijk, elkaar in den knop sterk bedekkend, min of meer gekleurd. Bloembladeren 5, gelijk, weinig langer dan de kelk. Meeldraden 10 met korte helmdraden en lange helmknoppen. Geen staminodiën. Bloeias verlengd, dubbel zoolang als het vruchtbeginsel. Vruchtbeginsels 5–10 alleen door de stijl verbonden, daardoor ontwikkelen zich uit elke bloem 10 of minder steenvruchten, die op een gemeenschappelijke vruchtbodem staanOuratea.2b.Kelkbladeren 3–6, bijna gelijk. Bloembladeren 3–6 langer dan de kelkbladeren. Meeldraden 8–10, of 18–20, zonder staminodiën. Bloeias weinig verlengd. Vruchtbeginsels geheel vergroeid, evenals de vruchtElvasia.183.Caryocaraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk- en bloembladeren 5, zelden 6, de laatste een weinig samenhangend; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 4–8-20-hokkig, zelden 1–3-hokkig met 1 zaadknop in ieder hokje; stijlen gescheiden; boomen of heesters met 3-tallige bladeren; steunbladeren aan de basis van de bladsteel en van de steelen der blaadjes; bloemen in eindstandige trossen.Boomen met tegenoverstaande, 3-tallige bladeren; kelk 4–6-spletig; bloembladeren 4–6. Meeldraden talrijk, langer dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel met 4–6 lange stijlen. Vrucht een steenvrucht met 3–4-eenzadige pittenCaryocar.Ningre-noto.184.Marcgraviaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloembladeren 4–5, meest wat vergroeid of geheel vergroeid; meeldraden 4–6 tot vele, vaak onderling en met de bloemkroon vergroeid en met deze samen afvallend; vruchtbeginsel meest 5-hokkig of 2–8- tot veelhokkig, met vele zaadknoppen; doosvrucht gesloten of openspringend; houtige planten, vaak klimmend of epiphyten, met enkelvoudige bladeren zonder steunbladeren; bloemen in trossen of schermen; schutbladeren meest met de bloemsteel vergroeid en in een helder gekleurde honingbeker veranderd.1a.Bloemen langgesteeld, in een scherm gezeten; in het midden lange honingbekers, daaromheen de bloemen. Kelkbladeren 4, bloembladeren houtig, geheel vergroeid. Epiphyten met 2 soorten van takken, de niet-bloeiende met 2 rijen van aangedrukte bladeren, de bloeiende met grootere bladeren, niet in 2 rijenMarcgravia.1b.Bloemen in trossen22a.Bloemen in lange dichte trossen met groote oranjeroode honingbekers, met de bloemsteel een weinig vergroeid. Meeldraden talrijk. Kelkbladeren en bloembladeren 5Norantea.2b.Trossen ijl. Bloemsteelen met 2 gespoorde aanhangsels. Meeldraden 5Souroubea.185.Quiinaceae.Bloemen regelmatig, éénslachtig, of tweeslachtig; kelk- en kroonbladeren 4–5; meeldraden 15–30 of vele; vruchtbeginsel 2–3-, of 7-hokkig met 2 zaadknoppen in ieder hokje; stijlen gescheiden; vrucht een bes met behaarde zaden; houtige planten met glimmende enkelvoudige of vinspletige bladeren, die vaak in kransen staan of tegenoverstaand zijn; steunbladeren aanwezig.Boomen of heesters met tegenoverstaande of kransstandige bladeren. Bloemen meest eenslachtig, tweehuizig, met 4–5 kelkbladeren, 4–5 bloembladeren, 15–30 meeldraden met eenigszins gedraaide helmdraden; vruchtbeginsel 2–3-hokkig met 2–3 stijlen met groote stempelsQuiina.186.Theaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5–7, soms in een spiraal staand; bloembladeren 5–9, soms aan de basis wat vergroeid; meeldraden 5 tot vele, soms tot groepen vereenigd; vruchtbeginsel 3–5-hokkig; soms 2- tot veelhokkig; met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 of meer stijlen; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige, meest verspreide bladeren zonder steunbladeren; bloemen vaak groot.1a.Kelk en bloembladeren 5–6, meeldraden talrijk met bewegelijke helmknoppen, van onderen een weinig vergroeid of in bundels voor de bloembladeren staand, vruchtbeginsel 5–10-hokkig met 3–10 stijlen of zittende stempelsHaemocharis.1b.Kelk- en bloembladeren 5; kelk met twee aangedrukte bloemsteelblaadjes. Meeldraden talrijk in twee rijen. Helmknoppen vastgegroeid. Vruchtbeginsel 2–4-hokkig met 1 stijlTernströmia.187.Guttiferae.Bloemen regelmatig, tweeslachtig of éénslachtig; kelkbladeren en bloembladeren zeer verschillend wat aantal en plaats aangaat; meeldraden 4 tot vele, vaak ten deele staminodiaal en in groepen bij elkaar staand; vruchtbeginsel meest 3–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; houtige planten, zelden kruiden met enkelvoudige bijna steeds tegenoverstaande bladeren; steunbladeren meest ontbrekend; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren verspreid. Kelk en bloembladeren 5. Meeldraden talrijk, aan den basis een weinig vergroeid; helmknoppen met een klier aan den top. Stijl 1 met een gelobde stempel. Vrucht een doosvruchtCaraipa.1b.Bladeren tegenoverstaand22a.Bloemen met een goed ontwikkeld vruchtbeginsel en met meeldraden of staminodiën32b.Bloemen alleen met meeldraden, vruchtbeginsel òf geheel ontbrekend òf zeer klein, en dan onder de meeldraden verborgen en onvruchtbaar103a.Meeldraden in groepen voor de bloembladeren staand, met vergroeide helmdraden43b.Meeldraden talrijk, niet groepsgewijs staande64a.Meeldraden 15, de helmdraden om het vruchtbeginsel geheel tot een buis vergroeid; deze buis van boven in 5 punten gespleten die ieder 3 helmknoppen dragen. Kelkbladeren 5, ongelijk, bloembladeren 5, stijl 1 met 5 stempels, vrucht een besSymphonia.Matakie.4b.Helmdraden niet alle in een buis vergroeid55a.Kelk 5-deelig; bloembladeren 5, van binnen dicht behaard.Behalve de groepen van meeldraden ook nog 5 staminodiën in de bloem. Stijlen 5. Vrucht een besVismia.5b.Kelk 5-bladig, kelkbladeren ongelijk. Bloembladeren 5, zeer groot. Meeldraden in 5 groepen. Stijl 1 met 5 stempels, Vrucht een besPlatonia.Pakoeli,Geelhart.6a.Kelk eerst gesloten, daarna in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; meeldraden talrijk, vrij. Stijl 1, kort met twee breede bladachtige stempels. Vrucht een bes met 1–4 pitten Bloemen in kleine groepen in de bladokselsMammea.Mammi.6b.Kelk reeds in den knop 2- tot meerbladig; stijl òf lang òf meer dan 2 zittende stempels aanwezig77a.Stijl of stijlen lang en goed ontwikkeld87b.Stijlen zeer kort; meest geheel ontbrekend doch het vruchtbeginsel door eenige breede zittende stempels gekroond98a.Stijl 1 met een knopvormige stempel; kelkbladeren 4–5; bloembladeren 4–5. Meeldraden talrijk met een klier aan den top van den helmknop. Bloemen in trossenMarila.8b.Stijlen 4. Kelkbladeren 2 of 4, in het laatste geval de buitenste het grootst en de binnenste insluitend. Bloembladeren 4–12; meeldraden vele, bijna geheel vrij. Vruchtbeginsel 4-hokkig; vrucht een openspringende doosvruchtTovomita.9a.Kelkbladeren 4 tot vele; de buitenste kleiner dan de binnenste. Bloembladeren 4–10. Meeldraden vele, vrij of op zeer verschillende wijze vergroeid met elkaar of met het vruchtbeginsel, meest klein en staminodiaal indien ook een vruchtbeginsel in de bloem aanwezig is. Meerdere breede zittende stempels. Vrucht een doosvrucht. Planten vaak met luchtwortelsClusia.Abrasa.9b.Kelkbladeren 2. Bloembladeren 4. Meeldraden vele, vrij, onder een dikke schijf gezeten. Stempels zittend of op een zeer korte stijl. Vrucht een 3–1-zadige besRheedia.10a.Meeldraden met den bloembodem tot een verschillend gevormd lichaam vergroeid of meeldraden vrij, maar dan de helmdraden uiterst kort en de helmknoppen lang. Kelkbladeren 4 tot vele; bloembladeren 4–10Clusia.Abrasa.10b.Meeldraden vrij of aan de basis slechts weinig vergroeid met lange helmdraden1111a.In het midden van de bloem zit een dikke schijf waaronder de meeldraden ingehecht zijn. Kelkbladeren twee; bloembladeren 4Rheedia.11b.De meeldraden nemen het centrum van de bloem in1212a.Kelk in den knop gesloten, later in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; bloemen in groepen van ongeveer 3 in de bladokselsMammea.Mammi.12b.Kelkbladeren 2–4, reeds in de knop vrij van elkaar; indien er 4 kelkbladeren zijn, dan zijn de buitenste het grootst en omhullen ze de binnenste 2. Bloembladeren 4–12. Bloemen in vertakte bloeiwijzenTovomita.194.Bixaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5, bloembladeren 5, meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 1-hokkig met 2 wandstandigezaadlijsten met vele zaadknoppen en 1 stijl; vrucht een met 2 kleppen openspringende doosvrucht; zaden talrijk, vuurrood; boomen met handnervige, verspreide, ongedeelde bladeren en vrij groote bloemen in pluimen. Eenig geslachtBixa.Roekoe;Koesoewee.195.Cochlospermaceae.Bloemen tweeslachtig; regelmatig, soms een weinig zygomorf; kelkbladeren 4–5; kroonbladeren 4–5; meeldraden vele, vruchtbeginsel 3–5-hokkig met vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 stijl; vrucht een doosvrucht met vele gekromde zaden; houtige planten meest met handlobbige of handvormig samengestelde bladeren; bloem groot in trossen of pluimen.Boomen met handvormig samengestelde 5–7-tallige bladeren. Kelkbladeren 5, bloembladeren 5, groot, geel. Meeldraden talrijk, soms wat ongelijk van grootte. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht met een dubbele wand. Zaden gewonden met lange harenCochlospermum.198.Violaceae.Bloemen 5-tallig met uitzondering van het vruchtbeginsel, met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloembladeren soms vergroeid; vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl en 1 tot vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten met verspreide bladeren met steunbladeren.1a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig; alle bloembladeren ongeveer gelijk van vorm21b.Bloemen duidelijk zijdelings-symmetrisch; één bloemblad anders gevormd42a.Bloemkroon kort, bloembladeren ongenageld; meeldraden 5, ongeveer even lang. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht; bloemen in veelbloemige trossen. Heesters of kleine boomen, meest met tegenstaande bladerenRinorea.(Alsodeia).2b.Bloembladeren langgenageld; de nagels tegen elkaar aanliggend, daardoor de bloemkroon van onderen schijnbaar buisvormig33a.Meeldraden tot een beker vergroeid; helmknoppen zonder aanhangsels aan den top. Bloemen in trossen. Kleine boomenPaypayrola.3b.Meeldraden vrij; helmknoppen met een vliezig aanhangsel aan den top. Bloemen in vertakte bloeiwijzen. HeestersAmphirrox.4a.Lianen. Kelk 5-bladig. Een van de bloembladeren grooter dan de andere en met een lange spoor. Meeldraden vrij met zeer korte helmdraden en een lange helmknop met een aanhangsel aan den top, 2 ervan met een spoor, die in de spoor van het bloemblad zitCorynostylis.(Calyptrion).4b.Heesters of kruiden, niet klimmend55a.Kelkbladeren zonder oortjes aan den voet. Eén bloemblad met een lange nagel, die iets zakvormig is, doch niet gespoord; 2 van de meeldraden met een spoor of een klier. Bladeren verspreid of tegenoverstaandHybanthus.5b.Kelkbladeren met oortjes aan den voet. Bloembladeren zeer ongelijk, na den bloei blijvend, 2 zeer klein, 2 genageld, het 5demet een lange spoor; 2 van de meeldraden met een lange spoorNoisettia.199.Flacourtiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; regelmatig; kelkbladeren 2–15; kroonbladeren ontbrekend of tot 10; meeldraden meest vele; vruchtbeginsel 1-hokkig met meest vele zaadknoppen aan 2–10 wandstandige zaadlijsten; vrucht een bes of een steenvrucht; meest houtige planten met verspreide, zelden tegenoverstaande of kransstandige, gaafrandige of gezaagde bladeren met kleine steunbladeren; bloemen vaak klein.1a.Bloemen éénslachtig, tweehuizig. Kelkbladeren 2–3, bloembladeren 6–12; meeldraden talrijk, op een eenigszins verdikte bloembodem staande; vruchtbeginsel voorzien van overlangsche ribben, met 5–7 stijlen. Vrucht een groote doosvrucht met smalle vleugels. Heesters of boomen met groote bladerenCarpotroche.1b.Bloemen tweeslachtig22a.Bloembladeren aanwezig32b.Bloembladeren ontbrekend43a.Kelkbladeren 3 (soms 4). Bloembladeren evenveel. Meeldraden talrijk in meerdere rijen. Vruchtbeginsel met 1 stijl en verdikte stempel. Bloemen in trossen. BoomenBanara.3b.Kelkslippen 5–7; bloembladeren evenveel, ermee afwisselend, blijvend na den bloei. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand. Stijlen 2–6, van onderen wat vergroeid of geheel vrij. BoomenHomalium.4a.Bloemen groot (meer dan 1 c.M.); kelk tot aan de basis 5-deelig. Meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel omgeven door een bekervormige schijf. Bladeren meest zachtharigPatrisia.4b.Bloemen klein, in groepen in de bladoksels; kelkbladeren 4–6, aan de basis vergroeid. Meeldraden 6–12, met staminodiën afwisselendCasearia.201.Turneraceae.Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig met een buisvormige bloemas; vruchtbeginsel 1-hokkig met 3-vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; stijlen 3; doosvrucht 1-hokkig, 3-kleppig; kruiden of heesters, zelden boomen, met verspreide, enkelvoudige, soms gedeelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.Kelkbuis van binnen met een samenhangende, aan den rand onregelmatig ingesneden krans van schubbenPiriqueta.1b.Kelkbuis van binnen zonder aanhangselenTurnera.203.Passifloraceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig, regelmatig met een zeer verschillend gevormde bloemas, die vaak een weinig buisvormig is en van binnen verschillende aanhangselen draagt, kelk meest 5-bladig; zelden 4–8-bladig; bloembladeren 5, soms 3–8, zelden ontbrekend; meeldraden zelden vele, meest 5 of 4–8, op een cylindrisch deel van de as ingehecht; vruchtbeginsel 1-hokkig, met 3–5 stijlen en vele zaadknoppen aan 3–5 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten, vaak klimmend met enkelvoudige of gelobde, zelden samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend; bladeren vaak met honingklieren, ranken in de bladoksels of aan de bloeiwijzen.Klimplanten met ranken in de bladoksels. Bloemen met 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; buis van binnen met verschillende aanhangselen. Bladeren enkelvoudig, gelobd of handvormig samengesteldPassiflora.Markoesar.205.Caricaceae.Bloemen 5-tallig, met twee kransen van meeldraden, éénslachtig, regelmatig, met een buis- of klokvormige bloeias; bloembladeren in de mannelijke bloemen tot een lange, in de vrouwelijke bloemen tot een korte buis vergroeid; vruchtbeginsel bovenstandig, 1-hokkig of 3–5-hokkig, met vele zaadknoppen en vrije stijlen; zaden vele; houtige planten met enkelvoudige of handvormig gedeelde of gevinde bladeren zonder steunbladeren en met okselstandige bloeiwijzen; melksap aanwezig.Boomen met handlobbige bladeren, alleen aan den top bebladerde stammen met zeer week hout. Bloemen 1 of 2-huizig. ♂ en ♀ bloemen zeer verschillend. Stempels sterk ingesnedenCarica.Papaya.208.Begoniaceae.Bloemen onregelmatig, éénslachtig, meest 1-huizig; de mannelijke meest met maar 2 kelkbladeren en 2–6 bloembladeren; of geen bloembladeren; soms 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; meeldraden talrijk; vrouwelijke bloemen met een bloemdek met 5–2 bladeren; vruchtbeginsel onderstandig meest 3-hokkig met vrije stijlen; vrucht een doosvrucht, zelden een bes; kruiden of een weinig houtige planten met verspreide vaak gelobde soms handvormige samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig.Bloemen éénslachtig, éénhuizig; geen aparte kelk en bloemkroon te onderscheiden. Mannelijke bloemen met 4 bloemdekbladeren en vele meeldraden, vrouwelijke bloemen met 5 bloemdekbladeren en 3 tweespletige stijlen. Vruchtbeginsel onderstandigBegonia.

Orde:Sapindales.153.Anacardiaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms zonder bloemkroon, meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; bloeias verschillend ontwikkeld, meest als schijf, vruchtbeginsel meest bovenstandig; vruchtbeginsels zelden 5, meest 3 of 1, bijna steeds vergroeid met elkaar, met 1 zaadknop in ieder hokje; vrucht een steenvrucht; houtige planten met verspreide enkelvoudige of samengestelde bladeren; bloemen klein.1a.Bladeren enkelvoudig21b.Bladeren gevind32a.Bloemen schijnbaar tweeslachtig, in werkelijkheid éénslachtig. Bloembladeren met 1–5 verdikte ribben. Meeldraden 5–4, waarvan maar 1 of 2 vruchtbaar. Vruchtbeginsel met slechts 1 zaadknop en 1 stijl. Vrucht eirond. Boomen met smalle bladerenMangifera.Manja.2b.Bloemen polygaam (evenals de vorige). Bloembladeren zonder ribben. Meeldraden 7–10, waaraan meest maar 1 vruchtbaar en veel langer dan de andere. Vrucht niervormig, eenzadig, zwart op een verdikte roode, sappige steel. Bladeren naar den voet spits, aan den top stompAnarcardium.Kasjoe.3a.Bloemen polygaam,kelkklein 4–5-spletig, later afvallend. Bloembladeren 4–5 opstaand, ten slotte omgebogen. Meeldraden 8–10.Vruchtbeginsel 3–5-hokkig, met 4–5 stijlen, die van boven samenneigen en daar een spatelvormige stempel hebben. Steenvrucht met vleezige buitenwand en 1–5-hokkige pit. Kiem in het zaad recht. Blaadjes aan den voet vaak scheefSpondias.Mopè.3b.Bloemen polygaam. 5-tallig. Kelkbladeren klein, blijvend. Bloembladeren opstaand, klein. Meeldraden 10, in de ♂ bloemen zeer kort; vruchtbeginsel in de ♂ bloem 4–5-lobbig, in de ♀ bloem met 5 stijlen eindigend, die ieder een gewone stempel hebben. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaad, dat een gekromde kiem bevatTapirira.157.Aquifoliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 4- tot meertallig; éénslachtig, tweehuizig; regelmatig; bloembladeren vaak aan de basis met elkaar en met de meeldraden, waarvan er evenveel zijn als bloembladeren, vergroeid; vruchtbeginsel 4–6-hokkig met 1–2 zaadknoppen in ieder hokje; steenvrucht met 4–6 pitten; houtige planten met meest verspreide, leerachtige bladeren met zeer kleine steunbladeren of zonder steunbladeren.Bloemen polygaam of tweehuizig; 4-tallig. Kelk klein, blijvend; kroon 4-deelig. Meeldraden 4, met de kroonslippen afwisselend en ermee aan de basis vergroeid. Schijf niet aanwezig. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl of zittende stempel. Kleine boomen met leerachtige bladerenIlex.158.Celastraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 4–5-tallig, meest tweeslachtig, regelmatig; bloembladeren vrij, met de randen op elkaar liggend; meeldraden 4–5 (zelden 2 of 10) aan den rand van een schijf ingeplant; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; houtige planten met steeds enkelvoudige, tegenoverstaande of verspreide bladeren; steunbladeren soms aanwezig maar afvallend.1a.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig. Kelk 5-of 4-spletig, klein; Bloembladeren 5 of 4, afstaand. Schijf dik. Meeldraden 5 of 4, onder den rand van de schijf ingehecht. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig. Stijl soms zeer kort met een 2- of 3-lobbige stempel. Doosvrucht eirond 2- of 3-kleppig openspringend. Kleine boomen of heestersMaytenus.1b.Bloemen tweeslachtig. Kelk 5-lobbig. Bloembladeren 5, smal, veel langer dan de kelk, iets boven het midden gebogen en het bovendeel naar binnen geslagen. Schijf dun. Meeldraden 5 met zeer korte helmdraden op den rand van de schijf ingehecht. Helmknoppen aan den top behaard. Stijlen 5, klein. Vrucht een 2- tot meerhokkige bes. BoomenGoupia.Kopie.159.Hippocrateaceae.Bloemen 5-tallig, met minder meeldraden en hokjes van het vruchtbeginsel, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 3; vruchtbeginsel 3-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht een bes of een gevleugelde vrucht; houtige planten, vaak klimmend met tegenoverstaande of verspreide enkelvoudige bladeren; steunbladeren klein of ontbrekend.1a.Bloemen 5-tallig met 3 meeldraden met breede helmdraden, die aan de basis vergroeid zijn en het vruchtbeginsel ten deele insluiten. Vruchtbeginsel 3-hokkig, na den bloei ontwikkelt ieder hokje een rechtopstaande vleugel, die zich later uitspreidt, zoodat de geheele vrucht den vorm krijgt van een klaverblad. Bladeren tegenoverstaandHippocratea.1b.Bloemen als de vorige, doch hokken van het vruchtbeginsel niet gevleugeld; de vrucht is daardoor een ronde of eivormige 1–3-hokkige, niet openspringende steenvrucht. Bladeren soms afwisselendSalacia.162.Icacinaceae.Bloemen 5–4-tallig, met evenveel meeldraden; twee- of éénslachtig, regelmatig, met kelk en bloemkroon; bloemas bol of bekervormig, het vruchtbeginsel omgevend; vruchtbeginsel 3-hokkig met 1 stijl, zelden alle hokjes, meest maar één ervan met 1, zelden 2 zaadknoppen; vrucht een 1-hokkige en 1-zadige steenvrucht; houtige planten meest met afwisselende bladeren zonder steunbladeren; bloemen meest klein.Bloemen tweeslachtig. Kelk 4–5-lobbig. Bloembladeren langwerpig met overlangsche en soms ook dwarse ribben, aan de binnenzijde. Helmdraden 5, plat; helmknop op den top met een vierkant aanhangsel. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl en een 2–3-lobbige stempel. Groote eironde steenvruchtPoraqueiba.165.Sapindaceae.Bloemen tweeslachtig, of éénslachtig, typisch 5-tallig, zelden regelmatig, meest scheef zygomorf; met een vaak eenzijdige schijf buiten de meeldraden; bloembladeren 5–3 of ontbrekend; vaak met schubben aan de binnenzijde; meeldraden meest 8, zelden 10, 5 of talrijk;vruchtbeginsel2–3-hokkig met meest 1, zelden 2 zaadknoppen in ieder hokje, vrucht een doosvrucht, een noot, een steenvrucht of een splitvrucht; meest houtige planten met verspreide, ongedeelde of gevinde bladeren.1a.Klimmende kruiden of heesters, in het bezit van ranken, meest aan de bloeiwijzen21b.Niet klimmende heesters of boomen zonder ranken52a.Stengel bijna niet of in het geheel niet houtig, dus een kruidachtige plant. Bladeren dun, dubbel-3-tallig. Vrucht opgeblazen, vliezig. Zaden zonder arillusCardiospermum.Kerstmis-bloem.2b.Stengel duidelijk houtig; bladeren 3-tallig of gevind doch niet dubbel-3-tallig; blaadjes min of meer leerachtig; vrucht nietopgeblazen33a.Bladeren enkelgevind, meest met 5 blaadjes. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht, met harde wand, de kleppen op den rug met of zonder vleugelPaullinia.3b.Bladeren 3-tallig of gevind, maar dan het onderste paar van de blaadjes nog eens samengesteld44a.Bladeren 3-tallig. Vrucht dun-vliezig, over de geheele lengte met 3 dunne vleugels, openspringendUrvillea.4b.Onderste paar blaadjes nog eens samengesteld. Vrucht aan den top de zaden dragend, van onderen in de 3 vleugels overgaandSerjania.5a.Bladeren enkelvoudig, smal, aan den top afgerond. Bloemen tweehuizig in trossen. Bloembladeren ontbrekend. Vrucht met vliezige vleugelsDodonaea.5b.Bladeren samengesteld66a.Bloembladeren 476b.Bloembladeren 587a.Kelkbladeren 4; bloembladeren zonder schubben van binnen. Schijf rond. Meeldraden 8, kaal. Stijl aan den top tweelobbig; vrucht 2-hokkig; eetbaar. Bladeren even gevind, 2-jukkigMelicocca.Knippen.7b.Kelkbladeren 5, bloembladeren met een schub van binnen. Schijf eenzijdig ontwikkeld. Vrucht gevleugeldToulicia.8a.Bloembladeren zonder schubben, hoogstens met borstelvormige haren van binnen. Kelkbladeren 5, over elkaar liggend. Schijf bekervormig 5-hoekig. Vrucht meest 2-hokkig; stijl enkelvoudigPseudima.8b.Bloembladeren met schubben of met naar binnen geslagen oortjes99a.Kelk klein, bekervormig, 5-tandig, reeds vroeg geopend. Bloembladeren 5, met schubben. Schijf ringvormig. Vrucht 3-lobbig, zelden een weinig gevleugeldMatayba.Koenatjeppi.9b.Kelk groot, 5-bladig, de bladeren over elkaar liggend; de bloemkroon in den knop lang insluitend1010a.Kelkbladeren opvallend groot, bloembladachtig; bloembladeren met schubben. Vruchtbeginsel 2-hokkig; vrucht 2-hokkig, plat met 2 groevenVouarana.10b.Kelkbladeren kleiner dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel 3-hokkig1111a.Bloembladeren vaak dubbel zoo groot als de kelk, met naar binnen geslagen oortjes boven de basis, òf met een 2-spletige, behaarde schub aan de binnenzijde, die bijna even groot is als het bloemblad. Vrucht meest eirond, gewoonlijk 1-hokkig en 1-zadig. Boomen, vaak zonder takken met de bladeren aan den topTalisia.11b.Kelkbladeren meest weinig grooter dan de bloemkroon. Bloembladeren met 2 behaarde schubben. Vrucht 3-lobbig, openspringendCupania.11c.Kelk kleiner dan de bloemkroon, diep 5-deelig; bloembladeren met 2 schubben aan de basis, die met de randen vergroeid zijn,zoodat elk bloemblad van onderen een zakje heeft. Schijf ringvormig, behaard; meeldraden van boven kaal. Vruchtbeginsel stomp tot 3-kantig, behaard; vrucht 3-lobbig, aan den top ingedeukt, 3-hokkig, elk zaad op een vleezige massa gezetenBlighia.Akie.Orde:Rhamnales.169.Rhamnaceae.Bloemen 4- of 5-tallig, met evenveel meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk klein; bloembladeren klein of ontbrekend; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een steenvrucht of een droge vrucht met éénzadige afdeelingen; houtige planten, zelden kruiden, vaak klimmend met enkelvoudige, vaak 3–5-nervige bladeren met kleine steunbladeren; bloemen klein.Bloem 5-tallig, meeldraden voor de bloembladeren staand. Stijl 3-spletig. Vrucht 3-vleugelig, ten slotte in 3 stukken uiteenvallend. Bloemen in dichte samengestelde trossen; met ranken klimmende heesters; ranken bij de bloeiwijze staandGouania.170.Vitaceae.Kenmerken van de vorige familie, maar vrucht een bes; bloembladeren vaak van boven vergroeid en te samen afvallend; vruchtbeginsel bovenstandig, 2–6-hokkig; klimmende heesters met ranken die tegenover de bladeren staan.Bloemen steeds 4-tallig, tweeslachtig of polygaam. Kelk vergroeidbladig met korte tanden; bloembladeren uitgespreid. Meeldraden voor de bloembladeren staand. Schijf 4-lobbig. Stijl met uiterst kleine stempel; vrucht een 1–4-zadige bes. Planten, die meest met ranken klimmen, soms ook heesters zonder rankenCissus.Orde:Malvales.171.Elaeocarpaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk; kelk bijna losbladig; bloemen meest tweeslachtig, regelmatig; meeldraden op een gewelfde bloemas; vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig met meest vele zaadknoppen; stijl 1; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige bladeren met steunbladeren.Kelk diep 4-, soms 5–6-deelig. Bloembladeren ontbrekend. Meeldraden talrijk in groeven van de schijf staand. Vruchtbeginsel 4-hokkig met een lange stijl en 4-spletige stempel. Vrucht een 4-kleppige doosvrucht met stekels bezet. Boomen met meest grofgetande bladerenSloanea.174.Tiliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; meest tweeslachtig, 5-tallig; kelk en bloemkroon bijna of geheel losbladig; soms bloembladeren ontbrekend, regelmatig; meeldraden talrijk, zelden tot 10, of 5; vrij of in 5–10 bundels, soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijl 1; vrucht soms éénhokkig; meest houtige planten, zelden kruiden met meest verspreide, gaafrandige of gelobde bladeren met steunbladeren.1a.Helmknoppen aan den top met een bladachtig aanhangsel. Vruchtbeginsel veelhokkig. Bloembladeren korter dan de kelk. Meeldraden talrijk. Vrucht bolvormig meest met haren of stekels bezet. BoomenApeiba.1b.Helmknoppen zonder aanhangsel aan den top. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig22a.Het centrum van de bloem is voorzien van een zuil, waarop de meeldraden en het vruchtbeginsel staan; soms is deze zuil zeer kort, maar dan ontbreken de bloembladeren. Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, 10 of vele. Vrucht met rechte of haakvormige stekels bezet. Kruiden of heesters met viltig-behaarde, vaak gelobde bladerenTriumfetta.2b.Geen zuil in het midden van de bloem33a.Kelk losbladig. Bloembladeren aan de basis zonder klieren. Meeldraden 10 tot vele, alle met helmknoppen. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig. Vrucht een lange of korte doosvrucht. Kruiden of heesters met gezaagde bladerenCorchorus.3b.Kelk met een los- of vergroeidbladige buitenkelk. Bloembladeren met klieren aan de basis. Meeldraden talrijk, alleen de binnenste met helmknoppen. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een doosvrucht, die met 5 kleppen openspringtLühea.Koesewiran.175.Malvaceae.Bloemen meest tweeslachtig; kelk en kroon 5-tallig; de kelk vergroeidbladig; de kroon in de knop gedraaid; meeldraden zeer zelden 5, meest zeer vele, in twee kransen, alle in een bundel vereenigd; helmknoppen met maar één helmhokje; vruchtbeginsel 5- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijlen evenveel of dubbel zooveel, vrucht een doosvrucht of in deelvruchten uiteenvallend; kruiden of houtige planten met enkelvoudige of gelobde bladeren met steunbladeren; vaak een buitenkelk aanwezig.1a.Bijkelk ontbrekend21b.Bijkelk voorhanden52a.Bloemen zeer dicht op elkaar staand, gezamenlijk omhuld door eenige groote schutbladeren. Bloemen wit; vruchtbeginsel 5-hokkig met 10 stijlen.Planten met stijve harenMalachra.2b.Bloemen niet groepsgewijs door schutbladeren ingehuld33a.Zaadknoppen, en later ook zaden meerdere in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of van de vrucht43b.Nooit meer dan 1 zaadknop of zaad in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of de vrucht; deze valt in1-zadigestukken uiteen. Kruiden of kleine heesters, meestal met de bloemen in de bladoksels; bladeren vaak viltig behaardSida.4a.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5 tot meer, met 3–9 zaadknoppen per afdeeling. Kruiden of heestersAbutilon.4b.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5, elke afdeeling door een dwars tusschenschot in een bovenste en een onderste helft verdeeld, waarvan de onderste 2 of 1 zaad, de bovenste 1 of 0 zaden bevat. Vruchtdeelen aan den top toegespitst, openspringend.Wissadula.5a.Bloem ingehuld door een groote 3-bladige bijkelk met hartvormige bladeren. Stijlen vergroeid. Vrucht een doosvrucht, zaden met haren bedekt. Bladeren handlobbig tot handdeeligGossypium.Katoen.5b.Bijkelk meerbladig, of met smalle bladeren66a.Stijlen vergroeid; bijkelk uit 3–5 kleine en spoedig afvallende blaadjes bestaand. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht niet openspringend. Bladeren ongedeeldThespesia.6b.Stijlen niet vergroeid of alleen van onderen vergroeid77a.Vrucht een openspringende meerzadige doosvrucht. Bloemen groot; kelk met een 5- tot veelbladige bijkelk; blaadjes van den bijkelk vaak aan den top gespleten of verdikt. Plant vaak gestekeldHibiscus.7b.Vrucht in eenzadige stukken uiteenvallend. Bloemen klein88a.Deelen van de vrucht op den rug met netvormige aderen. Bijkelk 9–12-bladig. Bladeren handdeelig. Plant met stijve, eenigszins stekelige haren bezetMalachra.8b.Deelen van de vrucht met talrijke stekels op de rugzijde. Bijkelk 5-bladig. Bladeren fijn behaard, handlobbig tot handdeeligUrena.8c.Deelen van de vrucht 5, met 3 lange met weerhaken bezette stekels op den rug. Bijkelk 5- tot veelbladigPavonia.177.Bombacaceae.Bloemen in hoofdzaak als de vorige familie, maar de helmknoppen met 1, 2 of ook meer helmhokjes; soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; boomen of heesters met enkelvoudige of handvormig samengestelde bladeren met afvallende steunbladeren; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren handvormig samengesteld21b.Bladeren enkelvoudig. Kelkbuis trechtervormig, 2–5-lobbig. Bloembladeren 5. Helmdraden in een lange buis vergroeid, die van buiten aan den top bekleed is met de helmknoppen. Vruchtbeginsel 2-hokkig. Kleine boomenQuararibea.2a.Meeldraden 5, van onderen in een korte buis vergroeid. Kelk met korte tanden. Bloembladeren 5; vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een met 5 kleppen openspringende doosvrucht, die van binnen zeer dicht behaard is. Groote boomenCeiba.Kankantrie.2b.Meeldraden talrijk33a.Kelk groot, 5-lobbig, van binnen zijdeachtig behaard. Meeldraden ver over de helft tot een buis vergroeid. Vruchtbeginsel 5–10-hokkig, stijl met 5–10 takken. Boomen. Vruchten zonder wol.Adansonia.3b.Kelk zonder lobben of onregelmatig inscheurend. Meeldraden in een buis vergroeid, welke later meest inscheurt. Vruchtbeginsel 5-hokkig, stijl niet gedeeld of met 5 korte takjes. Vrucht met veel of weinig wol van binnenBombax.178.Sterculiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; kelk vergroeidbladig; bloembladeren in de knop gedraaid; meeldraden in 2 kransen; de krans die voor de kelkslippen staat staminodiaal; die welke voor de bloembladeren staat vaak gespleten; meest alle vergroeid; helmknoppen met 2 helmhokjes; vaak een androgynophoor aanwezig; vruchtbeginsels 5, min of meer vergroeid; met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht vaak in deelvruchten uiteenvallend; boomen, heesters of kruiden, met meest enkelvoudige, gaafrandige of gelobde of handvormig samengestelde bladeren; steunbladeren afvallend.1a.Bloemen éénslachtig, bloembladeren ontbrekend21b.Bloemen tweeslachtig, met een bloemkroon32a.Vruchtbeginsel en meeldraden in de ♀ of ♂ bloem op een steel (gynophoor of androphoor) gezeten; onregelmatig geplaatstSterculia.2b.Vruchtbeginsel en meeldraden ongesteeld of zeer kort gesteeld. Helmknoppen in regelmatige rijenCola.3a.Meeldraden en vruchtbeginsel op een lang androgynophoor gezeten. Meeldraden 6–10; vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen, na den bloei zijn de hokken spiraalsgewijs om elkaar gedraaid. Kelk lang, buisvormigHelicteres.3b.Androgynophoor ontbrekend44a.Planten met stekels. Bladeren gezaagd. Bloembladeren kapvormig met een lange smalle slip. Meeldraden 5, met breede staminodiën in een bekervormige buis vergroeidBüttneria.4b.Planten ongestekeld55a.Bloembladeren aan de basis kapvormig; meeldraden met staminodiën tot een buis vergroeid65b.Bloembladeren niet kapvormig; meeldraden 5, zonder staminodiën76a.Bloembladeren aan den top 2-spletig. Kelk 3-deelig. Vrucht een houtige doosvrucht met stekels of lange haren bezetGuazuma.6b.Bloembladeren van boven niet gespleten. Kelk 2–5-deelig. Vrucht vleezig, zonder haren of stekelsTheobroma.7a.Vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen. Bloembladeren aan de buis der helmdraden zitten blijvendMelochia.7b.Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl, en 2 zaadknoppen. Bloemen overigens als de vorige. Bladeren meest fluweelig behaardWaltheria.Orde:Parietales.180.Dilleniaceae.Bloemen twee-, zelden éénslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3 tot vele; bloembladeren 5–3; meeldraden talrijk, zelden 10 of minder; vruchtbeginsels 1 tot vele, meest vrij, ieder met 1 tot vele zaadknoppen; stijlen vrij; vrucht aan de rugzijde zich openend of gesloten met 1 of weinige zaden; houtige planten, soms lianen; bladeren verspreid, en gaafrandig; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.De beide binnenste kelkbladeren veel grooter dan de andere, na de bloei zich vergrootend en de vrucht inhullend. Bloembladeren 6–1, gemakkelijk afvallend. Meeldraden talrijk, blijvend. Vruchtbeginsels 1 of 2. LianenDavilla.1b.De 5 kelkbladeren alle volkomen of bijna aan elkaar gelijk22a.Kleine boomen of heesters, niet klimmend. Bloemen 5–4-tallig. Meeldraden talrijk; helmknoppen naar binnen openspringend en naar het centrum der bloem ingehecht aan de helmdraad (intrors.) Vruchtbeginsels 2. Bladeren zeer ruwCuratella.Wilde kasjoe;bosch-kasjoe.2b.Lianen; helmknoppen extrors33a.Vruchtbeginsels 3–5, in één enkel geval (T. aspera) 1, maar dan zijn de bladeren getand, en is de vrucht droog. Bladeren bijna steeds getand. Bloeiwijze een eindelingsche tros of pluim. Vruchten doosvruchtachtigTetracera.3b.Vruchtbeginsel 1; bladeren meest ongetand. Bloeiwijzen zijdelings, kort, meest in de bladoksels. Vrucht een besDoliocarpus.182.Ochnaceae.Bloemen meest 5-tallig; tweeslachtig, regelmatig, soms zygomorf; bloemas na de bloei vaak vergroot; kelkbladeren 4–10; bloembladeren 5; zelden 4–10; meeldraden 10 of vele, soms met staminodiën; vruchtbeginsels 2–5-10; vaak van onderen vrij, maar met 1 stijl; in ieder vruchtbeginsel of hokje van het vruchtbeginsel1 tot vele zaadknoppen; meest houtige planten met meest glimmende enkelvoudige, zelden gevinde bladeren met evenwijdige zijnerven; steunbladeren aanwezig; bloem groot, meest geel.1a.Boomen of heesters. Bloemen met 8–20 meeldraden; staminodiën niet aanwezig21b.Kruiden, soms een weinig heesterachtig met kleine gezaagde bladeren met gewimperde steunbladeren. Kelkbladeren 5, blijvend, gelijk van vorm. Bloembladeren 5, rose of wit. Vruchtbare meeldraden, omgeven door 2 kransen van staminodiën; binnenste krans bestaande uit 5 staminodiën, die met de meeldraden afwisselen, buitenste krans uit talrijke staminodiënSauvagesia.2a.Kelkbladeren 5, ongelijk, elkaar in den knop sterk bedekkend, min of meer gekleurd. Bloembladeren 5, gelijk, weinig langer dan de kelk. Meeldraden 10 met korte helmdraden en lange helmknoppen. Geen staminodiën. Bloeias verlengd, dubbel zoolang als het vruchtbeginsel. Vruchtbeginsels 5–10 alleen door de stijl verbonden, daardoor ontwikkelen zich uit elke bloem 10 of minder steenvruchten, die op een gemeenschappelijke vruchtbodem staanOuratea.2b.Kelkbladeren 3–6, bijna gelijk. Bloembladeren 3–6 langer dan de kelkbladeren. Meeldraden 8–10, of 18–20, zonder staminodiën. Bloeias weinig verlengd. Vruchtbeginsels geheel vergroeid, evenals de vruchtElvasia.183.Caryocaraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk- en bloembladeren 5, zelden 6, de laatste een weinig samenhangend; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 4–8-20-hokkig, zelden 1–3-hokkig met 1 zaadknop in ieder hokje; stijlen gescheiden; boomen of heesters met 3-tallige bladeren; steunbladeren aan de basis van de bladsteel en van de steelen der blaadjes; bloemen in eindstandige trossen.Boomen met tegenoverstaande, 3-tallige bladeren; kelk 4–6-spletig; bloembladeren 4–6. Meeldraden talrijk, langer dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel met 4–6 lange stijlen. Vrucht een steenvrucht met 3–4-eenzadige pittenCaryocar.Ningre-noto.184.Marcgraviaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloembladeren 4–5, meest wat vergroeid of geheel vergroeid; meeldraden 4–6 tot vele, vaak onderling en met de bloemkroon vergroeid en met deze samen afvallend; vruchtbeginsel meest 5-hokkig of 2–8- tot veelhokkig, met vele zaadknoppen; doosvrucht gesloten of openspringend; houtige planten, vaak klimmend of epiphyten, met enkelvoudige bladeren zonder steunbladeren; bloemen in trossen of schermen; schutbladeren meest met de bloemsteel vergroeid en in een helder gekleurde honingbeker veranderd.1a.Bloemen langgesteeld, in een scherm gezeten; in het midden lange honingbekers, daaromheen de bloemen. Kelkbladeren 4, bloembladeren houtig, geheel vergroeid. Epiphyten met 2 soorten van takken, de niet-bloeiende met 2 rijen van aangedrukte bladeren, de bloeiende met grootere bladeren, niet in 2 rijenMarcgravia.1b.Bloemen in trossen22a.Bloemen in lange dichte trossen met groote oranjeroode honingbekers, met de bloemsteel een weinig vergroeid. Meeldraden talrijk. Kelkbladeren en bloembladeren 5Norantea.2b.Trossen ijl. Bloemsteelen met 2 gespoorde aanhangsels. Meeldraden 5Souroubea.185.Quiinaceae.Bloemen regelmatig, éénslachtig, of tweeslachtig; kelk- en kroonbladeren 4–5; meeldraden 15–30 of vele; vruchtbeginsel 2–3-, of 7-hokkig met 2 zaadknoppen in ieder hokje; stijlen gescheiden; vrucht een bes met behaarde zaden; houtige planten met glimmende enkelvoudige of vinspletige bladeren, die vaak in kransen staan of tegenoverstaand zijn; steunbladeren aanwezig.Boomen of heesters met tegenoverstaande of kransstandige bladeren. Bloemen meest eenslachtig, tweehuizig, met 4–5 kelkbladeren, 4–5 bloembladeren, 15–30 meeldraden met eenigszins gedraaide helmdraden; vruchtbeginsel 2–3-hokkig met 2–3 stijlen met groote stempelsQuiina.186.Theaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5–7, soms in een spiraal staand; bloembladeren 5–9, soms aan de basis wat vergroeid; meeldraden 5 tot vele, soms tot groepen vereenigd; vruchtbeginsel 3–5-hokkig; soms 2- tot veelhokkig; met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 of meer stijlen; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige, meest verspreide bladeren zonder steunbladeren; bloemen vaak groot.1a.Kelk en bloembladeren 5–6, meeldraden talrijk met bewegelijke helmknoppen, van onderen een weinig vergroeid of in bundels voor de bloembladeren staand, vruchtbeginsel 5–10-hokkig met 3–10 stijlen of zittende stempelsHaemocharis.1b.Kelk- en bloembladeren 5; kelk met twee aangedrukte bloemsteelblaadjes. Meeldraden talrijk in twee rijen. Helmknoppen vastgegroeid. Vruchtbeginsel 2–4-hokkig met 1 stijlTernströmia.187.Guttiferae.Bloemen regelmatig, tweeslachtig of éénslachtig; kelkbladeren en bloembladeren zeer verschillend wat aantal en plaats aangaat; meeldraden 4 tot vele, vaak ten deele staminodiaal en in groepen bij elkaar staand; vruchtbeginsel meest 3–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; houtige planten, zelden kruiden met enkelvoudige bijna steeds tegenoverstaande bladeren; steunbladeren meest ontbrekend; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren verspreid. Kelk en bloembladeren 5. Meeldraden talrijk, aan den basis een weinig vergroeid; helmknoppen met een klier aan den top. Stijl 1 met een gelobde stempel. Vrucht een doosvruchtCaraipa.1b.Bladeren tegenoverstaand22a.Bloemen met een goed ontwikkeld vruchtbeginsel en met meeldraden of staminodiën32b.Bloemen alleen met meeldraden, vruchtbeginsel òf geheel ontbrekend òf zeer klein, en dan onder de meeldraden verborgen en onvruchtbaar103a.Meeldraden in groepen voor de bloembladeren staand, met vergroeide helmdraden43b.Meeldraden talrijk, niet groepsgewijs staande64a.Meeldraden 15, de helmdraden om het vruchtbeginsel geheel tot een buis vergroeid; deze buis van boven in 5 punten gespleten die ieder 3 helmknoppen dragen. Kelkbladeren 5, ongelijk, bloembladeren 5, stijl 1 met 5 stempels, vrucht een besSymphonia.Matakie.4b.Helmdraden niet alle in een buis vergroeid55a.Kelk 5-deelig; bloembladeren 5, van binnen dicht behaard.Behalve de groepen van meeldraden ook nog 5 staminodiën in de bloem. Stijlen 5. Vrucht een besVismia.5b.Kelk 5-bladig, kelkbladeren ongelijk. Bloembladeren 5, zeer groot. Meeldraden in 5 groepen. Stijl 1 met 5 stempels, Vrucht een besPlatonia.Pakoeli,Geelhart.6a.Kelk eerst gesloten, daarna in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; meeldraden talrijk, vrij. Stijl 1, kort met twee breede bladachtige stempels. Vrucht een bes met 1–4 pitten Bloemen in kleine groepen in de bladokselsMammea.Mammi.6b.Kelk reeds in den knop 2- tot meerbladig; stijl òf lang òf meer dan 2 zittende stempels aanwezig77a.Stijl of stijlen lang en goed ontwikkeld87b.Stijlen zeer kort; meest geheel ontbrekend doch het vruchtbeginsel door eenige breede zittende stempels gekroond98a.Stijl 1 met een knopvormige stempel; kelkbladeren 4–5; bloembladeren 4–5. Meeldraden talrijk met een klier aan den top van den helmknop. Bloemen in trossenMarila.8b.Stijlen 4. Kelkbladeren 2 of 4, in het laatste geval de buitenste het grootst en de binnenste insluitend. Bloembladeren 4–12; meeldraden vele, bijna geheel vrij. Vruchtbeginsel 4-hokkig; vrucht een openspringende doosvruchtTovomita.9a.Kelkbladeren 4 tot vele; de buitenste kleiner dan de binnenste. Bloembladeren 4–10. Meeldraden vele, vrij of op zeer verschillende wijze vergroeid met elkaar of met het vruchtbeginsel, meest klein en staminodiaal indien ook een vruchtbeginsel in de bloem aanwezig is. Meerdere breede zittende stempels. Vrucht een doosvrucht. Planten vaak met luchtwortelsClusia.Abrasa.9b.Kelkbladeren 2. Bloembladeren 4. Meeldraden vele, vrij, onder een dikke schijf gezeten. Stempels zittend of op een zeer korte stijl. Vrucht een 3–1-zadige besRheedia.10a.Meeldraden met den bloembodem tot een verschillend gevormd lichaam vergroeid of meeldraden vrij, maar dan de helmdraden uiterst kort en de helmknoppen lang. Kelkbladeren 4 tot vele; bloembladeren 4–10Clusia.Abrasa.10b.Meeldraden vrij of aan de basis slechts weinig vergroeid met lange helmdraden1111a.In het midden van de bloem zit een dikke schijf waaronder de meeldraden ingehecht zijn. Kelkbladeren twee; bloembladeren 4Rheedia.11b.De meeldraden nemen het centrum van de bloem in1212a.Kelk in den knop gesloten, later in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; bloemen in groepen van ongeveer 3 in de bladokselsMammea.Mammi.12b.Kelkbladeren 2–4, reeds in de knop vrij van elkaar; indien er 4 kelkbladeren zijn, dan zijn de buitenste het grootst en omhullen ze de binnenste 2. Bloembladeren 4–12. Bloemen in vertakte bloeiwijzenTovomita.194.Bixaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5, bloembladeren 5, meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 1-hokkig met 2 wandstandigezaadlijsten met vele zaadknoppen en 1 stijl; vrucht een met 2 kleppen openspringende doosvrucht; zaden talrijk, vuurrood; boomen met handnervige, verspreide, ongedeelde bladeren en vrij groote bloemen in pluimen. Eenig geslachtBixa.Roekoe;Koesoewee.195.Cochlospermaceae.Bloemen tweeslachtig; regelmatig, soms een weinig zygomorf; kelkbladeren 4–5; kroonbladeren 4–5; meeldraden vele, vruchtbeginsel 3–5-hokkig met vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 stijl; vrucht een doosvrucht met vele gekromde zaden; houtige planten meest met handlobbige of handvormig samengestelde bladeren; bloem groot in trossen of pluimen.Boomen met handvormig samengestelde 5–7-tallige bladeren. Kelkbladeren 5, bloembladeren 5, groot, geel. Meeldraden talrijk, soms wat ongelijk van grootte. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht met een dubbele wand. Zaden gewonden met lange harenCochlospermum.198.Violaceae.Bloemen 5-tallig met uitzondering van het vruchtbeginsel, met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloembladeren soms vergroeid; vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl en 1 tot vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten met verspreide bladeren met steunbladeren.1a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig; alle bloembladeren ongeveer gelijk van vorm21b.Bloemen duidelijk zijdelings-symmetrisch; één bloemblad anders gevormd42a.Bloemkroon kort, bloembladeren ongenageld; meeldraden 5, ongeveer even lang. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht; bloemen in veelbloemige trossen. Heesters of kleine boomen, meest met tegenstaande bladerenRinorea.(Alsodeia).2b.Bloembladeren langgenageld; de nagels tegen elkaar aanliggend, daardoor de bloemkroon van onderen schijnbaar buisvormig33a.Meeldraden tot een beker vergroeid; helmknoppen zonder aanhangsels aan den top. Bloemen in trossen. Kleine boomenPaypayrola.3b.Meeldraden vrij; helmknoppen met een vliezig aanhangsel aan den top. Bloemen in vertakte bloeiwijzen. HeestersAmphirrox.4a.Lianen. Kelk 5-bladig. Een van de bloembladeren grooter dan de andere en met een lange spoor. Meeldraden vrij met zeer korte helmdraden en een lange helmknop met een aanhangsel aan den top, 2 ervan met een spoor, die in de spoor van het bloemblad zitCorynostylis.(Calyptrion).4b.Heesters of kruiden, niet klimmend55a.Kelkbladeren zonder oortjes aan den voet. Eén bloemblad met een lange nagel, die iets zakvormig is, doch niet gespoord; 2 van de meeldraden met een spoor of een klier. Bladeren verspreid of tegenoverstaandHybanthus.5b.Kelkbladeren met oortjes aan den voet. Bloembladeren zeer ongelijk, na den bloei blijvend, 2 zeer klein, 2 genageld, het 5demet een lange spoor; 2 van de meeldraden met een lange spoorNoisettia.199.Flacourtiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; regelmatig; kelkbladeren 2–15; kroonbladeren ontbrekend of tot 10; meeldraden meest vele; vruchtbeginsel 1-hokkig met meest vele zaadknoppen aan 2–10 wandstandige zaadlijsten; vrucht een bes of een steenvrucht; meest houtige planten met verspreide, zelden tegenoverstaande of kransstandige, gaafrandige of gezaagde bladeren met kleine steunbladeren; bloemen vaak klein.1a.Bloemen éénslachtig, tweehuizig. Kelkbladeren 2–3, bloembladeren 6–12; meeldraden talrijk, op een eenigszins verdikte bloembodem staande; vruchtbeginsel voorzien van overlangsche ribben, met 5–7 stijlen. Vrucht een groote doosvrucht met smalle vleugels. Heesters of boomen met groote bladerenCarpotroche.1b.Bloemen tweeslachtig22a.Bloembladeren aanwezig32b.Bloembladeren ontbrekend43a.Kelkbladeren 3 (soms 4). Bloembladeren evenveel. Meeldraden talrijk in meerdere rijen. Vruchtbeginsel met 1 stijl en verdikte stempel. Bloemen in trossen. BoomenBanara.3b.Kelkslippen 5–7; bloembladeren evenveel, ermee afwisselend, blijvend na den bloei. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand. Stijlen 2–6, van onderen wat vergroeid of geheel vrij. BoomenHomalium.4a.Bloemen groot (meer dan 1 c.M.); kelk tot aan de basis 5-deelig. Meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel omgeven door een bekervormige schijf. Bladeren meest zachtharigPatrisia.4b.Bloemen klein, in groepen in de bladoksels; kelkbladeren 4–6, aan de basis vergroeid. Meeldraden 6–12, met staminodiën afwisselendCasearia.201.Turneraceae.Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig met een buisvormige bloemas; vruchtbeginsel 1-hokkig met 3-vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; stijlen 3; doosvrucht 1-hokkig, 3-kleppig; kruiden of heesters, zelden boomen, met verspreide, enkelvoudige, soms gedeelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.Kelkbuis van binnen met een samenhangende, aan den rand onregelmatig ingesneden krans van schubbenPiriqueta.1b.Kelkbuis van binnen zonder aanhangselenTurnera.203.Passifloraceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig, regelmatig met een zeer verschillend gevormde bloemas, die vaak een weinig buisvormig is en van binnen verschillende aanhangselen draagt, kelk meest 5-bladig; zelden 4–8-bladig; bloembladeren 5, soms 3–8, zelden ontbrekend; meeldraden zelden vele, meest 5 of 4–8, op een cylindrisch deel van de as ingehecht; vruchtbeginsel 1-hokkig, met 3–5 stijlen en vele zaadknoppen aan 3–5 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten, vaak klimmend met enkelvoudige of gelobde, zelden samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend; bladeren vaak met honingklieren, ranken in de bladoksels of aan de bloeiwijzen.Klimplanten met ranken in de bladoksels. Bloemen met 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; buis van binnen met verschillende aanhangselen. Bladeren enkelvoudig, gelobd of handvormig samengesteldPassiflora.Markoesar.205.Caricaceae.Bloemen 5-tallig, met twee kransen van meeldraden, éénslachtig, regelmatig, met een buis- of klokvormige bloeias; bloembladeren in de mannelijke bloemen tot een lange, in de vrouwelijke bloemen tot een korte buis vergroeid; vruchtbeginsel bovenstandig, 1-hokkig of 3–5-hokkig, met vele zaadknoppen en vrije stijlen; zaden vele; houtige planten met enkelvoudige of handvormig gedeelde of gevinde bladeren zonder steunbladeren en met okselstandige bloeiwijzen; melksap aanwezig.Boomen met handlobbige bladeren, alleen aan den top bebladerde stammen met zeer week hout. Bloemen 1 of 2-huizig. ♂ en ♀ bloemen zeer verschillend. Stempels sterk ingesnedenCarica.Papaya.208.Begoniaceae.Bloemen onregelmatig, éénslachtig, meest 1-huizig; de mannelijke meest met maar 2 kelkbladeren en 2–6 bloembladeren; of geen bloembladeren; soms 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; meeldraden talrijk; vrouwelijke bloemen met een bloemdek met 5–2 bladeren; vruchtbeginsel onderstandig meest 3-hokkig met vrije stijlen; vrucht een doosvrucht, zelden een bes; kruiden of een weinig houtige planten met verspreide vaak gelobde soms handvormige samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig.Bloemen éénslachtig, éénhuizig; geen aparte kelk en bloemkroon te onderscheiden. Mannelijke bloemen met 4 bloemdekbladeren en vele meeldraden, vrouwelijke bloemen met 5 bloemdekbladeren en 3 tweespletige stijlen. Vruchtbeginsel onderstandigBegonia.

Orde:Sapindales.153.Anacardiaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms zonder bloemkroon, meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; bloeias verschillend ontwikkeld, meest als schijf, vruchtbeginsel meest bovenstandig; vruchtbeginsels zelden 5, meest 3 of 1, bijna steeds vergroeid met elkaar, met 1 zaadknop in ieder hokje; vrucht een steenvrucht; houtige planten met verspreide enkelvoudige of samengestelde bladeren; bloemen klein.1a.Bladeren enkelvoudig21b.Bladeren gevind32a.Bloemen schijnbaar tweeslachtig, in werkelijkheid éénslachtig. Bloembladeren met 1–5 verdikte ribben. Meeldraden 5–4, waarvan maar 1 of 2 vruchtbaar. Vruchtbeginsel met slechts 1 zaadknop en 1 stijl. Vrucht eirond. Boomen met smalle bladerenMangifera.Manja.2b.Bloemen polygaam (evenals de vorige). Bloembladeren zonder ribben. Meeldraden 7–10, waaraan meest maar 1 vruchtbaar en veel langer dan de andere. Vrucht niervormig, eenzadig, zwart op een verdikte roode, sappige steel. Bladeren naar den voet spits, aan den top stompAnarcardium.Kasjoe.3a.Bloemen polygaam,kelkklein 4–5-spletig, later afvallend. Bloembladeren 4–5 opstaand, ten slotte omgebogen. Meeldraden 8–10.Vruchtbeginsel 3–5-hokkig, met 4–5 stijlen, die van boven samenneigen en daar een spatelvormige stempel hebben. Steenvrucht met vleezige buitenwand en 1–5-hokkige pit. Kiem in het zaad recht. Blaadjes aan den voet vaak scheefSpondias.Mopè.3b.Bloemen polygaam. 5-tallig. Kelkbladeren klein, blijvend. Bloembladeren opstaand, klein. Meeldraden 10, in de ♂ bloemen zeer kort; vruchtbeginsel in de ♂ bloem 4–5-lobbig, in de ♀ bloem met 5 stijlen eindigend, die ieder een gewone stempel hebben. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaad, dat een gekromde kiem bevatTapirira.157.Aquifoliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 4- tot meertallig; éénslachtig, tweehuizig; regelmatig; bloembladeren vaak aan de basis met elkaar en met de meeldraden, waarvan er evenveel zijn als bloembladeren, vergroeid; vruchtbeginsel 4–6-hokkig met 1–2 zaadknoppen in ieder hokje; steenvrucht met 4–6 pitten; houtige planten met meest verspreide, leerachtige bladeren met zeer kleine steunbladeren of zonder steunbladeren.Bloemen polygaam of tweehuizig; 4-tallig. Kelk klein, blijvend; kroon 4-deelig. Meeldraden 4, met de kroonslippen afwisselend en ermee aan de basis vergroeid. Schijf niet aanwezig. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl of zittende stempel. Kleine boomen met leerachtige bladerenIlex.158.Celastraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 4–5-tallig, meest tweeslachtig, regelmatig; bloembladeren vrij, met de randen op elkaar liggend; meeldraden 4–5 (zelden 2 of 10) aan den rand van een schijf ingeplant; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; houtige planten met steeds enkelvoudige, tegenoverstaande of verspreide bladeren; steunbladeren soms aanwezig maar afvallend.1a.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig. Kelk 5-of 4-spletig, klein; Bloembladeren 5 of 4, afstaand. Schijf dik. Meeldraden 5 of 4, onder den rand van de schijf ingehecht. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig. Stijl soms zeer kort met een 2- of 3-lobbige stempel. Doosvrucht eirond 2- of 3-kleppig openspringend. Kleine boomen of heestersMaytenus.1b.Bloemen tweeslachtig. Kelk 5-lobbig. Bloembladeren 5, smal, veel langer dan de kelk, iets boven het midden gebogen en het bovendeel naar binnen geslagen. Schijf dun. Meeldraden 5 met zeer korte helmdraden op den rand van de schijf ingehecht. Helmknoppen aan den top behaard. Stijlen 5, klein. Vrucht een 2- tot meerhokkige bes. BoomenGoupia.Kopie.159.Hippocrateaceae.Bloemen 5-tallig, met minder meeldraden en hokjes van het vruchtbeginsel, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 3; vruchtbeginsel 3-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht een bes of een gevleugelde vrucht; houtige planten, vaak klimmend met tegenoverstaande of verspreide enkelvoudige bladeren; steunbladeren klein of ontbrekend.1a.Bloemen 5-tallig met 3 meeldraden met breede helmdraden, die aan de basis vergroeid zijn en het vruchtbeginsel ten deele insluiten. Vruchtbeginsel 3-hokkig, na den bloei ontwikkelt ieder hokje een rechtopstaande vleugel, die zich later uitspreidt, zoodat de geheele vrucht den vorm krijgt van een klaverblad. Bladeren tegenoverstaandHippocratea.1b.Bloemen als de vorige, doch hokken van het vruchtbeginsel niet gevleugeld; de vrucht is daardoor een ronde of eivormige 1–3-hokkige, niet openspringende steenvrucht. Bladeren soms afwisselendSalacia.162.Icacinaceae.Bloemen 5–4-tallig, met evenveel meeldraden; twee- of éénslachtig, regelmatig, met kelk en bloemkroon; bloemas bol of bekervormig, het vruchtbeginsel omgevend; vruchtbeginsel 3-hokkig met 1 stijl, zelden alle hokjes, meest maar één ervan met 1, zelden 2 zaadknoppen; vrucht een 1-hokkige en 1-zadige steenvrucht; houtige planten meest met afwisselende bladeren zonder steunbladeren; bloemen meest klein.Bloemen tweeslachtig. Kelk 4–5-lobbig. Bloembladeren langwerpig met overlangsche en soms ook dwarse ribben, aan de binnenzijde. Helmdraden 5, plat; helmknop op den top met een vierkant aanhangsel. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl en een 2–3-lobbige stempel. Groote eironde steenvruchtPoraqueiba.165.Sapindaceae.Bloemen tweeslachtig, of éénslachtig, typisch 5-tallig, zelden regelmatig, meest scheef zygomorf; met een vaak eenzijdige schijf buiten de meeldraden; bloembladeren 5–3 of ontbrekend; vaak met schubben aan de binnenzijde; meeldraden meest 8, zelden 10, 5 of talrijk;vruchtbeginsel2–3-hokkig met meest 1, zelden 2 zaadknoppen in ieder hokje, vrucht een doosvrucht, een noot, een steenvrucht of een splitvrucht; meest houtige planten met verspreide, ongedeelde of gevinde bladeren.1a.Klimmende kruiden of heesters, in het bezit van ranken, meest aan de bloeiwijzen21b.Niet klimmende heesters of boomen zonder ranken52a.Stengel bijna niet of in het geheel niet houtig, dus een kruidachtige plant. Bladeren dun, dubbel-3-tallig. Vrucht opgeblazen, vliezig. Zaden zonder arillusCardiospermum.Kerstmis-bloem.2b.Stengel duidelijk houtig; bladeren 3-tallig of gevind doch niet dubbel-3-tallig; blaadjes min of meer leerachtig; vrucht nietopgeblazen33a.Bladeren enkelgevind, meest met 5 blaadjes. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht, met harde wand, de kleppen op den rug met of zonder vleugelPaullinia.3b.Bladeren 3-tallig of gevind, maar dan het onderste paar van de blaadjes nog eens samengesteld44a.Bladeren 3-tallig. Vrucht dun-vliezig, over de geheele lengte met 3 dunne vleugels, openspringendUrvillea.4b.Onderste paar blaadjes nog eens samengesteld. Vrucht aan den top de zaden dragend, van onderen in de 3 vleugels overgaandSerjania.5a.Bladeren enkelvoudig, smal, aan den top afgerond. Bloemen tweehuizig in trossen. Bloembladeren ontbrekend. Vrucht met vliezige vleugelsDodonaea.5b.Bladeren samengesteld66a.Bloembladeren 476b.Bloembladeren 587a.Kelkbladeren 4; bloembladeren zonder schubben van binnen. Schijf rond. Meeldraden 8, kaal. Stijl aan den top tweelobbig; vrucht 2-hokkig; eetbaar. Bladeren even gevind, 2-jukkigMelicocca.Knippen.7b.Kelkbladeren 5, bloembladeren met een schub van binnen. Schijf eenzijdig ontwikkeld. Vrucht gevleugeldToulicia.8a.Bloembladeren zonder schubben, hoogstens met borstelvormige haren van binnen. Kelkbladeren 5, over elkaar liggend. Schijf bekervormig 5-hoekig. Vrucht meest 2-hokkig; stijl enkelvoudigPseudima.8b.Bloembladeren met schubben of met naar binnen geslagen oortjes99a.Kelk klein, bekervormig, 5-tandig, reeds vroeg geopend. Bloembladeren 5, met schubben. Schijf ringvormig. Vrucht 3-lobbig, zelden een weinig gevleugeldMatayba.Koenatjeppi.9b.Kelk groot, 5-bladig, de bladeren over elkaar liggend; de bloemkroon in den knop lang insluitend1010a.Kelkbladeren opvallend groot, bloembladachtig; bloembladeren met schubben. Vruchtbeginsel 2-hokkig; vrucht 2-hokkig, plat met 2 groevenVouarana.10b.Kelkbladeren kleiner dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel 3-hokkig1111a.Bloembladeren vaak dubbel zoo groot als de kelk, met naar binnen geslagen oortjes boven de basis, òf met een 2-spletige, behaarde schub aan de binnenzijde, die bijna even groot is als het bloemblad. Vrucht meest eirond, gewoonlijk 1-hokkig en 1-zadig. Boomen, vaak zonder takken met de bladeren aan den topTalisia.11b.Kelkbladeren meest weinig grooter dan de bloemkroon. Bloembladeren met 2 behaarde schubben. Vrucht 3-lobbig, openspringendCupania.11c.Kelk kleiner dan de bloemkroon, diep 5-deelig; bloembladeren met 2 schubben aan de basis, die met de randen vergroeid zijn,zoodat elk bloemblad van onderen een zakje heeft. Schijf ringvormig, behaard; meeldraden van boven kaal. Vruchtbeginsel stomp tot 3-kantig, behaard; vrucht 3-lobbig, aan den top ingedeukt, 3-hokkig, elk zaad op een vleezige massa gezetenBlighia.Akie.Orde:Rhamnales.169.Rhamnaceae.Bloemen 4- of 5-tallig, met evenveel meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk klein; bloembladeren klein of ontbrekend; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een steenvrucht of een droge vrucht met éénzadige afdeelingen; houtige planten, zelden kruiden, vaak klimmend met enkelvoudige, vaak 3–5-nervige bladeren met kleine steunbladeren; bloemen klein.Bloem 5-tallig, meeldraden voor de bloembladeren staand. Stijl 3-spletig. Vrucht 3-vleugelig, ten slotte in 3 stukken uiteenvallend. Bloemen in dichte samengestelde trossen; met ranken klimmende heesters; ranken bij de bloeiwijze staandGouania.170.Vitaceae.Kenmerken van de vorige familie, maar vrucht een bes; bloembladeren vaak van boven vergroeid en te samen afvallend; vruchtbeginsel bovenstandig, 2–6-hokkig; klimmende heesters met ranken die tegenover de bladeren staan.Bloemen steeds 4-tallig, tweeslachtig of polygaam. Kelk vergroeidbladig met korte tanden; bloembladeren uitgespreid. Meeldraden voor de bloembladeren staand. Schijf 4-lobbig. Stijl met uiterst kleine stempel; vrucht een 1–4-zadige bes. Planten, die meest met ranken klimmen, soms ook heesters zonder rankenCissus.Orde:Malvales.171.Elaeocarpaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk; kelk bijna losbladig; bloemen meest tweeslachtig, regelmatig; meeldraden op een gewelfde bloemas; vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig met meest vele zaadknoppen; stijl 1; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige bladeren met steunbladeren.Kelk diep 4-, soms 5–6-deelig. Bloembladeren ontbrekend. Meeldraden talrijk in groeven van de schijf staand. Vruchtbeginsel 4-hokkig met een lange stijl en 4-spletige stempel. Vrucht een 4-kleppige doosvrucht met stekels bezet. Boomen met meest grofgetande bladerenSloanea.174.Tiliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; meest tweeslachtig, 5-tallig; kelk en bloemkroon bijna of geheel losbladig; soms bloembladeren ontbrekend, regelmatig; meeldraden talrijk, zelden tot 10, of 5; vrij of in 5–10 bundels, soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijl 1; vrucht soms éénhokkig; meest houtige planten, zelden kruiden met meest verspreide, gaafrandige of gelobde bladeren met steunbladeren.1a.Helmknoppen aan den top met een bladachtig aanhangsel. Vruchtbeginsel veelhokkig. Bloembladeren korter dan de kelk. Meeldraden talrijk. Vrucht bolvormig meest met haren of stekels bezet. BoomenApeiba.1b.Helmknoppen zonder aanhangsel aan den top. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig22a.Het centrum van de bloem is voorzien van een zuil, waarop de meeldraden en het vruchtbeginsel staan; soms is deze zuil zeer kort, maar dan ontbreken de bloembladeren. Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, 10 of vele. Vrucht met rechte of haakvormige stekels bezet. Kruiden of heesters met viltig-behaarde, vaak gelobde bladerenTriumfetta.2b.Geen zuil in het midden van de bloem33a.Kelk losbladig. Bloembladeren aan de basis zonder klieren. Meeldraden 10 tot vele, alle met helmknoppen. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig. Vrucht een lange of korte doosvrucht. Kruiden of heesters met gezaagde bladerenCorchorus.3b.Kelk met een los- of vergroeidbladige buitenkelk. Bloembladeren met klieren aan de basis. Meeldraden talrijk, alleen de binnenste met helmknoppen. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een doosvrucht, die met 5 kleppen openspringtLühea.Koesewiran.175.Malvaceae.Bloemen meest tweeslachtig; kelk en kroon 5-tallig; de kelk vergroeidbladig; de kroon in de knop gedraaid; meeldraden zeer zelden 5, meest zeer vele, in twee kransen, alle in een bundel vereenigd; helmknoppen met maar één helmhokje; vruchtbeginsel 5- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijlen evenveel of dubbel zooveel, vrucht een doosvrucht of in deelvruchten uiteenvallend; kruiden of houtige planten met enkelvoudige of gelobde bladeren met steunbladeren; vaak een buitenkelk aanwezig.1a.Bijkelk ontbrekend21b.Bijkelk voorhanden52a.Bloemen zeer dicht op elkaar staand, gezamenlijk omhuld door eenige groote schutbladeren. Bloemen wit; vruchtbeginsel 5-hokkig met 10 stijlen.Planten met stijve harenMalachra.2b.Bloemen niet groepsgewijs door schutbladeren ingehuld33a.Zaadknoppen, en later ook zaden meerdere in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of van de vrucht43b.Nooit meer dan 1 zaadknop of zaad in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of de vrucht; deze valt in1-zadigestukken uiteen. Kruiden of kleine heesters, meestal met de bloemen in de bladoksels; bladeren vaak viltig behaardSida.4a.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5 tot meer, met 3–9 zaadknoppen per afdeeling. Kruiden of heestersAbutilon.4b.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5, elke afdeeling door een dwars tusschenschot in een bovenste en een onderste helft verdeeld, waarvan de onderste 2 of 1 zaad, de bovenste 1 of 0 zaden bevat. Vruchtdeelen aan den top toegespitst, openspringend.Wissadula.5a.Bloem ingehuld door een groote 3-bladige bijkelk met hartvormige bladeren. Stijlen vergroeid. Vrucht een doosvrucht, zaden met haren bedekt. Bladeren handlobbig tot handdeeligGossypium.Katoen.5b.Bijkelk meerbladig, of met smalle bladeren66a.Stijlen vergroeid; bijkelk uit 3–5 kleine en spoedig afvallende blaadjes bestaand. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht niet openspringend. Bladeren ongedeeldThespesia.6b.Stijlen niet vergroeid of alleen van onderen vergroeid77a.Vrucht een openspringende meerzadige doosvrucht. Bloemen groot; kelk met een 5- tot veelbladige bijkelk; blaadjes van den bijkelk vaak aan den top gespleten of verdikt. Plant vaak gestekeldHibiscus.7b.Vrucht in eenzadige stukken uiteenvallend. Bloemen klein88a.Deelen van de vrucht op den rug met netvormige aderen. Bijkelk 9–12-bladig. Bladeren handdeelig. Plant met stijve, eenigszins stekelige haren bezetMalachra.8b.Deelen van de vrucht met talrijke stekels op de rugzijde. Bijkelk 5-bladig. Bladeren fijn behaard, handlobbig tot handdeeligUrena.8c.Deelen van de vrucht 5, met 3 lange met weerhaken bezette stekels op den rug. Bijkelk 5- tot veelbladigPavonia.177.Bombacaceae.Bloemen in hoofdzaak als de vorige familie, maar de helmknoppen met 1, 2 of ook meer helmhokjes; soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; boomen of heesters met enkelvoudige of handvormig samengestelde bladeren met afvallende steunbladeren; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren handvormig samengesteld21b.Bladeren enkelvoudig. Kelkbuis trechtervormig, 2–5-lobbig. Bloembladeren 5. Helmdraden in een lange buis vergroeid, die van buiten aan den top bekleed is met de helmknoppen. Vruchtbeginsel 2-hokkig. Kleine boomenQuararibea.2a.Meeldraden 5, van onderen in een korte buis vergroeid. Kelk met korte tanden. Bloembladeren 5; vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een met 5 kleppen openspringende doosvrucht, die van binnen zeer dicht behaard is. Groote boomenCeiba.Kankantrie.2b.Meeldraden talrijk33a.Kelk groot, 5-lobbig, van binnen zijdeachtig behaard. Meeldraden ver over de helft tot een buis vergroeid. Vruchtbeginsel 5–10-hokkig, stijl met 5–10 takken. Boomen. Vruchten zonder wol.Adansonia.3b.Kelk zonder lobben of onregelmatig inscheurend. Meeldraden in een buis vergroeid, welke later meest inscheurt. Vruchtbeginsel 5-hokkig, stijl niet gedeeld of met 5 korte takjes. Vrucht met veel of weinig wol van binnenBombax.178.Sterculiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; kelk vergroeidbladig; bloembladeren in de knop gedraaid; meeldraden in 2 kransen; de krans die voor de kelkslippen staat staminodiaal; die welke voor de bloembladeren staat vaak gespleten; meest alle vergroeid; helmknoppen met 2 helmhokjes; vaak een androgynophoor aanwezig; vruchtbeginsels 5, min of meer vergroeid; met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht vaak in deelvruchten uiteenvallend; boomen, heesters of kruiden, met meest enkelvoudige, gaafrandige of gelobde of handvormig samengestelde bladeren; steunbladeren afvallend.1a.Bloemen éénslachtig, bloembladeren ontbrekend21b.Bloemen tweeslachtig, met een bloemkroon32a.Vruchtbeginsel en meeldraden in de ♀ of ♂ bloem op een steel (gynophoor of androphoor) gezeten; onregelmatig geplaatstSterculia.2b.Vruchtbeginsel en meeldraden ongesteeld of zeer kort gesteeld. Helmknoppen in regelmatige rijenCola.3a.Meeldraden en vruchtbeginsel op een lang androgynophoor gezeten. Meeldraden 6–10; vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen, na den bloei zijn de hokken spiraalsgewijs om elkaar gedraaid. Kelk lang, buisvormigHelicteres.3b.Androgynophoor ontbrekend44a.Planten met stekels. Bladeren gezaagd. Bloembladeren kapvormig met een lange smalle slip. Meeldraden 5, met breede staminodiën in een bekervormige buis vergroeidBüttneria.4b.Planten ongestekeld55a.Bloembladeren aan de basis kapvormig; meeldraden met staminodiën tot een buis vergroeid65b.Bloembladeren niet kapvormig; meeldraden 5, zonder staminodiën76a.Bloembladeren aan den top 2-spletig. Kelk 3-deelig. Vrucht een houtige doosvrucht met stekels of lange haren bezetGuazuma.6b.Bloembladeren van boven niet gespleten. Kelk 2–5-deelig. Vrucht vleezig, zonder haren of stekelsTheobroma.7a.Vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen. Bloembladeren aan de buis der helmdraden zitten blijvendMelochia.7b.Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl, en 2 zaadknoppen. Bloemen overigens als de vorige. Bladeren meest fluweelig behaardWaltheria.Orde:Parietales.180.Dilleniaceae.Bloemen twee-, zelden éénslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3 tot vele; bloembladeren 5–3; meeldraden talrijk, zelden 10 of minder; vruchtbeginsels 1 tot vele, meest vrij, ieder met 1 tot vele zaadknoppen; stijlen vrij; vrucht aan de rugzijde zich openend of gesloten met 1 of weinige zaden; houtige planten, soms lianen; bladeren verspreid, en gaafrandig; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.De beide binnenste kelkbladeren veel grooter dan de andere, na de bloei zich vergrootend en de vrucht inhullend. Bloembladeren 6–1, gemakkelijk afvallend. Meeldraden talrijk, blijvend. Vruchtbeginsels 1 of 2. LianenDavilla.1b.De 5 kelkbladeren alle volkomen of bijna aan elkaar gelijk22a.Kleine boomen of heesters, niet klimmend. Bloemen 5–4-tallig. Meeldraden talrijk; helmknoppen naar binnen openspringend en naar het centrum der bloem ingehecht aan de helmdraad (intrors.) Vruchtbeginsels 2. Bladeren zeer ruwCuratella.Wilde kasjoe;bosch-kasjoe.2b.Lianen; helmknoppen extrors33a.Vruchtbeginsels 3–5, in één enkel geval (T. aspera) 1, maar dan zijn de bladeren getand, en is de vrucht droog. Bladeren bijna steeds getand. Bloeiwijze een eindelingsche tros of pluim. Vruchten doosvruchtachtigTetracera.3b.Vruchtbeginsel 1; bladeren meest ongetand. Bloeiwijzen zijdelings, kort, meest in de bladoksels. Vrucht een besDoliocarpus.182.Ochnaceae.Bloemen meest 5-tallig; tweeslachtig, regelmatig, soms zygomorf; bloemas na de bloei vaak vergroot; kelkbladeren 4–10; bloembladeren 5; zelden 4–10; meeldraden 10 of vele, soms met staminodiën; vruchtbeginsels 2–5-10; vaak van onderen vrij, maar met 1 stijl; in ieder vruchtbeginsel of hokje van het vruchtbeginsel1 tot vele zaadknoppen; meest houtige planten met meest glimmende enkelvoudige, zelden gevinde bladeren met evenwijdige zijnerven; steunbladeren aanwezig; bloem groot, meest geel.1a.Boomen of heesters. Bloemen met 8–20 meeldraden; staminodiën niet aanwezig21b.Kruiden, soms een weinig heesterachtig met kleine gezaagde bladeren met gewimperde steunbladeren. Kelkbladeren 5, blijvend, gelijk van vorm. Bloembladeren 5, rose of wit. Vruchtbare meeldraden, omgeven door 2 kransen van staminodiën; binnenste krans bestaande uit 5 staminodiën, die met de meeldraden afwisselen, buitenste krans uit talrijke staminodiënSauvagesia.2a.Kelkbladeren 5, ongelijk, elkaar in den knop sterk bedekkend, min of meer gekleurd. Bloembladeren 5, gelijk, weinig langer dan de kelk. Meeldraden 10 met korte helmdraden en lange helmknoppen. Geen staminodiën. Bloeias verlengd, dubbel zoolang als het vruchtbeginsel. Vruchtbeginsels 5–10 alleen door de stijl verbonden, daardoor ontwikkelen zich uit elke bloem 10 of minder steenvruchten, die op een gemeenschappelijke vruchtbodem staanOuratea.2b.Kelkbladeren 3–6, bijna gelijk. Bloembladeren 3–6 langer dan de kelkbladeren. Meeldraden 8–10, of 18–20, zonder staminodiën. Bloeias weinig verlengd. Vruchtbeginsels geheel vergroeid, evenals de vruchtElvasia.183.Caryocaraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk- en bloembladeren 5, zelden 6, de laatste een weinig samenhangend; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 4–8-20-hokkig, zelden 1–3-hokkig met 1 zaadknop in ieder hokje; stijlen gescheiden; boomen of heesters met 3-tallige bladeren; steunbladeren aan de basis van de bladsteel en van de steelen der blaadjes; bloemen in eindstandige trossen.Boomen met tegenoverstaande, 3-tallige bladeren; kelk 4–6-spletig; bloembladeren 4–6. Meeldraden talrijk, langer dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel met 4–6 lange stijlen. Vrucht een steenvrucht met 3–4-eenzadige pittenCaryocar.Ningre-noto.184.Marcgraviaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloembladeren 4–5, meest wat vergroeid of geheel vergroeid; meeldraden 4–6 tot vele, vaak onderling en met de bloemkroon vergroeid en met deze samen afvallend; vruchtbeginsel meest 5-hokkig of 2–8- tot veelhokkig, met vele zaadknoppen; doosvrucht gesloten of openspringend; houtige planten, vaak klimmend of epiphyten, met enkelvoudige bladeren zonder steunbladeren; bloemen in trossen of schermen; schutbladeren meest met de bloemsteel vergroeid en in een helder gekleurde honingbeker veranderd.1a.Bloemen langgesteeld, in een scherm gezeten; in het midden lange honingbekers, daaromheen de bloemen. Kelkbladeren 4, bloembladeren houtig, geheel vergroeid. Epiphyten met 2 soorten van takken, de niet-bloeiende met 2 rijen van aangedrukte bladeren, de bloeiende met grootere bladeren, niet in 2 rijenMarcgravia.1b.Bloemen in trossen22a.Bloemen in lange dichte trossen met groote oranjeroode honingbekers, met de bloemsteel een weinig vergroeid. Meeldraden talrijk. Kelkbladeren en bloembladeren 5Norantea.2b.Trossen ijl. Bloemsteelen met 2 gespoorde aanhangsels. Meeldraden 5Souroubea.185.Quiinaceae.Bloemen regelmatig, éénslachtig, of tweeslachtig; kelk- en kroonbladeren 4–5; meeldraden 15–30 of vele; vruchtbeginsel 2–3-, of 7-hokkig met 2 zaadknoppen in ieder hokje; stijlen gescheiden; vrucht een bes met behaarde zaden; houtige planten met glimmende enkelvoudige of vinspletige bladeren, die vaak in kransen staan of tegenoverstaand zijn; steunbladeren aanwezig.Boomen of heesters met tegenoverstaande of kransstandige bladeren. Bloemen meest eenslachtig, tweehuizig, met 4–5 kelkbladeren, 4–5 bloembladeren, 15–30 meeldraden met eenigszins gedraaide helmdraden; vruchtbeginsel 2–3-hokkig met 2–3 stijlen met groote stempelsQuiina.186.Theaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5–7, soms in een spiraal staand; bloembladeren 5–9, soms aan de basis wat vergroeid; meeldraden 5 tot vele, soms tot groepen vereenigd; vruchtbeginsel 3–5-hokkig; soms 2- tot veelhokkig; met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 of meer stijlen; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige, meest verspreide bladeren zonder steunbladeren; bloemen vaak groot.1a.Kelk en bloembladeren 5–6, meeldraden talrijk met bewegelijke helmknoppen, van onderen een weinig vergroeid of in bundels voor de bloembladeren staand, vruchtbeginsel 5–10-hokkig met 3–10 stijlen of zittende stempelsHaemocharis.1b.Kelk- en bloembladeren 5; kelk met twee aangedrukte bloemsteelblaadjes. Meeldraden talrijk in twee rijen. Helmknoppen vastgegroeid. Vruchtbeginsel 2–4-hokkig met 1 stijlTernströmia.187.Guttiferae.Bloemen regelmatig, tweeslachtig of éénslachtig; kelkbladeren en bloembladeren zeer verschillend wat aantal en plaats aangaat; meeldraden 4 tot vele, vaak ten deele staminodiaal en in groepen bij elkaar staand; vruchtbeginsel meest 3–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; houtige planten, zelden kruiden met enkelvoudige bijna steeds tegenoverstaande bladeren; steunbladeren meest ontbrekend; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren verspreid. Kelk en bloembladeren 5. Meeldraden talrijk, aan den basis een weinig vergroeid; helmknoppen met een klier aan den top. Stijl 1 met een gelobde stempel. Vrucht een doosvruchtCaraipa.1b.Bladeren tegenoverstaand22a.Bloemen met een goed ontwikkeld vruchtbeginsel en met meeldraden of staminodiën32b.Bloemen alleen met meeldraden, vruchtbeginsel òf geheel ontbrekend òf zeer klein, en dan onder de meeldraden verborgen en onvruchtbaar103a.Meeldraden in groepen voor de bloembladeren staand, met vergroeide helmdraden43b.Meeldraden talrijk, niet groepsgewijs staande64a.Meeldraden 15, de helmdraden om het vruchtbeginsel geheel tot een buis vergroeid; deze buis van boven in 5 punten gespleten die ieder 3 helmknoppen dragen. Kelkbladeren 5, ongelijk, bloembladeren 5, stijl 1 met 5 stempels, vrucht een besSymphonia.Matakie.4b.Helmdraden niet alle in een buis vergroeid55a.Kelk 5-deelig; bloembladeren 5, van binnen dicht behaard.Behalve de groepen van meeldraden ook nog 5 staminodiën in de bloem. Stijlen 5. Vrucht een besVismia.5b.Kelk 5-bladig, kelkbladeren ongelijk. Bloembladeren 5, zeer groot. Meeldraden in 5 groepen. Stijl 1 met 5 stempels, Vrucht een besPlatonia.Pakoeli,Geelhart.6a.Kelk eerst gesloten, daarna in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; meeldraden talrijk, vrij. Stijl 1, kort met twee breede bladachtige stempels. Vrucht een bes met 1–4 pitten Bloemen in kleine groepen in de bladokselsMammea.Mammi.6b.Kelk reeds in den knop 2- tot meerbladig; stijl òf lang òf meer dan 2 zittende stempels aanwezig77a.Stijl of stijlen lang en goed ontwikkeld87b.Stijlen zeer kort; meest geheel ontbrekend doch het vruchtbeginsel door eenige breede zittende stempels gekroond98a.Stijl 1 met een knopvormige stempel; kelkbladeren 4–5; bloembladeren 4–5. Meeldraden talrijk met een klier aan den top van den helmknop. Bloemen in trossenMarila.8b.Stijlen 4. Kelkbladeren 2 of 4, in het laatste geval de buitenste het grootst en de binnenste insluitend. Bloembladeren 4–12; meeldraden vele, bijna geheel vrij. Vruchtbeginsel 4-hokkig; vrucht een openspringende doosvruchtTovomita.9a.Kelkbladeren 4 tot vele; de buitenste kleiner dan de binnenste. Bloembladeren 4–10. Meeldraden vele, vrij of op zeer verschillende wijze vergroeid met elkaar of met het vruchtbeginsel, meest klein en staminodiaal indien ook een vruchtbeginsel in de bloem aanwezig is. Meerdere breede zittende stempels. Vrucht een doosvrucht. Planten vaak met luchtwortelsClusia.Abrasa.9b.Kelkbladeren 2. Bloembladeren 4. Meeldraden vele, vrij, onder een dikke schijf gezeten. Stempels zittend of op een zeer korte stijl. Vrucht een 3–1-zadige besRheedia.10a.Meeldraden met den bloembodem tot een verschillend gevormd lichaam vergroeid of meeldraden vrij, maar dan de helmdraden uiterst kort en de helmknoppen lang. Kelkbladeren 4 tot vele; bloembladeren 4–10Clusia.Abrasa.10b.Meeldraden vrij of aan de basis slechts weinig vergroeid met lange helmdraden1111a.In het midden van de bloem zit een dikke schijf waaronder de meeldraden ingehecht zijn. Kelkbladeren twee; bloembladeren 4Rheedia.11b.De meeldraden nemen het centrum van de bloem in1212a.Kelk in den knop gesloten, later in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; bloemen in groepen van ongeveer 3 in de bladokselsMammea.Mammi.12b.Kelkbladeren 2–4, reeds in de knop vrij van elkaar; indien er 4 kelkbladeren zijn, dan zijn de buitenste het grootst en omhullen ze de binnenste 2. Bloembladeren 4–12. Bloemen in vertakte bloeiwijzenTovomita.194.Bixaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5, bloembladeren 5, meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 1-hokkig met 2 wandstandigezaadlijsten met vele zaadknoppen en 1 stijl; vrucht een met 2 kleppen openspringende doosvrucht; zaden talrijk, vuurrood; boomen met handnervige, verspreide, ongedeelde bladeren en vrij groote bloemen in pluimen. Eenig geslachtBixa.Roekoe;Koesoewee.195.Cochlospermaceae.Bloemen tweeslachtig; regelmatig, soms een weinig zygomorf; kelkbladeren 4–5; kroonbladeren 4–5; meeldraden vele, vruchtbeginsel 3–5-hokkig met vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 stijl; vrucht een doosvrucht met vele gekromde zaden; houtige planten meest met handlobbige of handvormig samengestelde bladeren; bloem groot in trossen of pluimen.Boomen met handvormig samengestelde 5–7-tallige bladeren. Kelkbladeren 5, bloembladeren 5, groot, geel. Meeldraden talrijk, soms wat ongelijk van grootte. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht met een dubbele wand. Zaden gewonden met lange harenCochlospermum.198.Violaceae.Bloemen 5-tallig met uitzondering van het vruchtbeginsel, met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloembladeren soms vergroeid; vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl en 1 tot vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten met verspreide bladeren met steunbladeren.1a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig; alle bloembladeren ongeveer gelijk van vorm21b.Bloemen duidelijk zijdelings-symmetrisch; één bloemblad anders gevormd42a.Bloemkroon kort, bloembladeren ongenageld; meeldraden 5, ongeveer even lang. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht; bloemen in veelbloemige trossen. Heesters of kleine boomen, meest met tegenstaande bladerenRinorea.(Alsodeia).2b.Bloembladeren langgenageld; de nagels tegen elkaar aanliggend, daardoor de bloemkroon van onderen schijnbaar buisvormig33a.Meeldraden tot een beker vergroeid; helmknoppen zonder aanhangsels aan den top. Bloemen in trossen. Kleine boomenPaypayrola.3b.Meeldraden vrij; helmknoppen met een vliezig aanhangsel aan den top. Bloemen in vertakte bloeiwijzen. HeestersAmphirrox.4a.Lianen. Kelk 5-bladig. Een van de bloembladeren grooter dan de andere en met een lange spoor. Meeldraden vrij met zeer korte helmdraden en een lange helmknop met een aanhangsel aan den top, 2 ervan met een spoor, die in de spoor van het bloemblad zitCorynostylis.(Calyptrion).4b.Heesters of kruiden, niet klimmend55a.Kelkbladeren zonder oortjes aan den voet. Eén bloemblad met een lange nagel, die iets zakvormig is, doch niet gespoord; 2 van de meeldraden met een spoor of een klier. Bladeren verspreid of tegenoverstaandHybanthus.5b.Kelkbladeren met oortjes aan den voet. Bloembladeren zeer ongelijk, na den bloei blijvend, 2 zeer klein, 2 genageld, het 5demet een lange spoor; 2 van de meeldraden met een lange spoorNoisettia.199.Flacourtiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; regelmatig; kelkbladeren 2–15; kroonbladeren ontbrekend of tot 10; meeldraden meest vele; vruchtbeginsel 1-hokkig met meest vele zaadknoppen aan 2–10 wandstandige zaadlijsten; vrucht een bes of een steenvrucht; meest houtige planten met verspreide, zelden tegenoverstaande of kransstandige, gaafrandige of gezaagde bladeren met kleine steunbladeren; bloemen vaak klein.1a.Bloemen éénslachtig, tweehuizig. Kelkbladeren 2–3, bloembladeren 6–12; meeldraden talrijk, op een eenigszins verdikte bloembodem staande; vruchtbeginsel voorzien van overlangsche ribben, met 5–7 stijlen. Vrucht een groote doosvrucht met smalle vleugels. Heesters of boomen met groote bladerenCarpotroche.1b.Bloemen tweeslachtig22a.Bloembladeren aanwezig32b.Bloembladeren ontbrekend43a.Kelkbladeren 3 (soms 4). Bloembladeren evenveel. Meeldraden talrijk in meerdere rijen. Vruchtbeginsel met 1 stijl en verdikte stempel. Bloemen in trossen. BoomenBanara.3b.Kelkslippen 5–7; bloembladeren evenveel, ermee afwisselend, blijvend na den bloei. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand. Stijlen 2–6, van onderen wat vergroeid of geheel vrij. BoomenHomalium.4a.Bloemen groot (meer dan 1 c.M.); kelk tot aan de basis 5-deelig. Meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel omgeven door een bekervormige schijf. Bladeren meest zachtharigPatrisia.4b.Bloemen klein, in groepen in de bladoksels; kelkbladeren 4–6, aan de basis vergroeid. Meeldraden 6–12, met staminodiën afwisselendCasearia.201.Turneraceae.Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig met een buisvormige bloemas; vruchtbeginsel 1-hokkig met 3-vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; stijlen 3; doosvrucht 1-hokkig, 3-kleppig; kruiden of heesters, zelden boomen, met verspreide, enkelvoudige, soms gedeelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.Kelkbuis van binnen met een samenhangende, aan den rand onregelmatig ingesneden krans van schubbenPiriqueta.1b.Kelkbuis van binnen zonder aanhangselenTurnera.203.Passifloraceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig, regelmatig met een zeer verschillend gevormde bloemas, die vaak een weinig buisvormig is en van binnen verschillende aanhangselen draagt, kelk meest 5-bladig; zelden 4–8-bladig; bloembladeren 5, soms 3–8, zelden ontbrekend; meeldraden zelden vele, meest 5 of 4–8, op een cylindrisch deel van de as ingehecht; vruchtbeginsel 1-hokkig, met 3–5 stijlen en vele zaadknoppen aan 3–5 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten, vaak klimmend met enkelvoudige of gelobde, zelden samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend; bladeren vaak met honingklieren, ranken in de bladoksels of aan de bloeiwijzen.Klimplanten met ranken in de bladoksels. Bloemen met 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; buis van binnen met verschillende aanhangselen. Bladeren enkelvoudig, gelobd of handvormig samengesteldPassiflora.Markoesar.205.Caricaceae.Bloemen 5-tallig, met twee kransen van meeldraden, éénslachtig, regelmatig, met een buis- of klokvormige bloeias; bloembladeren in de mannelijke bloemen tot een lange, in de vrouwelijke bloemen tot een korte buis vergroeid; vruchtbeginsel bovenstandig, 1-hokkig of 3–5-hokkig, met vele zaadknoppen en vrije stijlen; zaden vele; houtige planten met enkelvoudige of handvormig gedeelde of gevinde bladeren zonder steunbladeren en met okselstandige bloeiwijzen; melksap aanwezig.Boomen met handlobbige bladeren, alleen aan den top bebladerde stammen met zeer week hout. Bloemen 1 of 2-huizig. ♂ en ♀ bloemen zeer verschillend. Stempels sterk ingesnedenCarica.Papaya.208.Begoniaceae.Bloemen onregelmatig, éénslachtig, meest 1-huizig; de mannelijke meest met maar 2 kelkbladeren en 2–6 bloembladeren; of geen bloembladeren; soms 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; meeldraden talrijk; vrouwelijke bloemen met een bloemdek met 5–2 bladeren; vruchtbeginsel onderstandig meest 3-hokkig met vrije stijlen; vrucht een doosvrucht, zelden een bes; kruiden of een weinig houtige planten met verspreide vaak gelobde soms handvormige samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig.Bloemen éénslachtig, éénhuizig; geen aparte kelk en bloemkroon te onderscheiden. Mannelijke bloemen met 4 bloemdekbladeren en vele meeldraden, vrouwelijke bloemen met 5 bloemdekbladeren en 3 tweespletige stijlen. Vruchtbeginsel onderstandigBegonia.

Orde:Sapindales.153.Anacardiaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms zonder bloemkroon, meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; bloeias verschillend ontwikkeld, meest als schijf, vruchtbeginsel meest bovenstandig; vruchtbeginsels zelden 5, meest 3 of 1, bijna steeds vergroeid met elkaar, met 1 zaadknop in ieder hokje; vrucht een steenvrucht; houtige planten met verspreide enkelvoudige of samengestelde bladeren; bloemen klein.1a.Bladeren enkelvoudig21b.Bladeren gevind32a.Bloemen schijnbaar tweeslachtig, in werkelijkheid éénslachtig. Bloembladeren met 1–5 verdikte ribben. Meeldraden 5–4, waarvan maar 1 of 2 vruchtbaar. Vruchtbeginsel met slechts 1 zaadknop en 1 stijl. Vrucht eirond. Boomen met smalle bladerenMangifera.Manja.2b.Bloemen polygaam (evenals de vorige). Bloembladeren zonder ribben. Meeldraden 7–10, waaraan meest maar 1 vruchtbaar en veel langer dan de andere. Vrucht niervormig, eenzadig, zwart op een verdikte roode, sappige steel. Bladeren naar den voet spits, aan den top stompAnarcardium.Kasjoe.3a.Bloemen polygaam,kelkklein 4–5-spletig, later afvallend. Bloembladeren 4–5 opstaand, ten slotte omgebogen. Meeldraden 8–10.Vruchtbeginsel 3–5-hokkig, met 4–5 stijlen, die van boven samenneigen en daar een spatelvormige stempel hebben. Steenvrucht met vleezige buitenwand en 1–5-hokkige pit. Kiem in het zaad recht. Blaadjes aan den voet vaak scheefSpondias.Mopè.3b.Bloemen polygaam. 5-tallig. Kelkbladeren klein, blijvend. Bloembladeren opstaand, klein. Meeldraden 10, in de ♂ bloemen zeer kort; vruchtbeginsel in de ♂ bloem 4–5-lobbig, in de ♀ bloem met 5 stijlen eindigend, die ieder een gewone stempel hebben. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaad, dat een gekromde kiem bevatTapirira.157.Aquifoliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 4- tot meertallig; éénslachtig, tweehuizig; regelmatig; bloembladeren vaak aan de basis met elkaar en met de meeldraden, waarvan er evenveel zijn als bloembladeren, vergroeid; vruchtbeginsel 4–6-hokkig met 1–2 zaadknoppen in ieder hokje; steenvrucht met 4–6 pitten; houtige planten met meest verspreide, leerachtige bladeren met zeer kleine steunbladeren of zonder steunbladeren.Bloemen polygaam of tweehuizig; 4-tallig. Kelk klein, blijvend; kroon 4-deelig. Meeldraden 4, met de kroonslippen afwisselend en ermee aan de basis vergroeid. Schijf niet aanwezig. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl of zittende stempel. Kleine boomen met leerachtige bladerenIlex.158.Celastraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 4–5-tallig, meest tweeslachtig, regelmatig; bloembladeren vrij, met de randen op elkaar liggend; meeldraden 4–5 (zelden 2 of 10) aan den rand van een schijf ingeplant; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; houtige planten met steeds enkelvoudige, tegenoverstaande of verspreide bladeren; steunbladeren soms aanwezig maar afvallend.1a.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig. Kelk 5-of 4-spletig, klein; Bloembladeren 5 of 4, afstaand. Schijf dik. Meeldraden 5 of 4, onder den rand van de schijf ingehecht. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig. Stijl soms zeer kort met een 2- of 3-lobbige stempel. Doosvrucht eirond 2- of 3-kleppig openspringend. Kleine boomen of heestersMaytenus.1b.Bloemen tweeslachtig. Kelk 5-lobbig. Bloembladeren 5, smal, veel langer dan de kelk, iets boven het midden gebogen en het bovendeel naar binnen geslagen. Schijf dun. Meeldraden 5 met zeer korte helmdraden op den rand van de schijf ingehecht. Helmknoppen aan den top behaard. Stijlen 5, klein. Vrucht een 2- tot meerhokkige bes. BoomenGoupia.Kopie.159.Hippocrateaceae.Bloemen 5-tallig, met minder meeldraden en hokjes van het vruchtbeginsel, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 3; vruchtbeginsel 3-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht een bes of een gevleugelde vrucht; houtige planten, vaak klimmend met tegenoverstaande of verspreide enkelvoudige bladeren; steunbladeren klein of ontbrekend.1a.Bloemen 5-tallig met 3 meeldraden met breede helmdraden, die aan de basis vergroeid zijn en het vruchtbeginsel ten deele insluiten. Vruchtbeginsel 3-hokkig, na den bloei ontwikkelt ieder hokje een rechtopstaande vleugel, die zich later uitspreidt, zoodat de geheele vrucht den vorm krijgt van een klaverblad. Bladeren tegenoverstaandHippocratea.1b.Bloemen als de vorige, doch hokken van het vruchtbeginsel niet gevleugeld; de vrucht is daardoor een ronde of eivormige 1–3-hokkige, niet openspringende steenvrucht. Bladeren soms afwisselendSalacia.162.Icacinaceae.Bloemen 5–4-tallig, met evenveel meeldraden; twee- of éénslachtig, regelmatig, met kelk en bloemkroon; bloemas bol of bekervormig, het vruchtbeginsel omgevend; vruchtbeginsel 3-hokkig met 1 stijl, zelden alle hokjes, meest maar één ervan met 1, zelden 2 zaadknoppen; vrucht een 1-hokkige en 1-zadige steenvrucht; houtige planten meest met afwisselende bladeren zonder steunbladeren; bloemen meest klein.Bloemen tweeslachtig. Kelk 4–5-lobbig. Bloembladeren langwerpig met overlangsche en soms ook dwarse ribben, aan de binnenzijde. Helmdraden 5, plat; helmknop op den top met een vierkant aanhangsel. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl en een 2–3-lobbige stempel. Groote eironde steenvruchtPoraqueiba.165.Sapindaceae.Bloemen tweeslachtig, of éénslachtig, typisch 5-tallig, zelden regelmatig, meest scheef zygomorf; met een vaak eenzijdige schijf buiten de meeldraden; bloembladeren 5–3 of ontbrekend; vaak met schubben aan de binnenzijde; meeldraden meest 8, zelden 10, 5 of talrijk;vruchtbeginsel2–3-hokkig met meest 1, zelden 2 zaadknoppen in ieder hokje, vrucht een doosvrucht, een noot, een steenvrucht of een splitvrucht; meest houtige planten met verspreide, ongedeelde of gevinde bladeren.1a.Klimmende kruiden of heesters, in het bezit van ranken, meest aan de bloeiwijzen21b.Niet klimmende heesters of boomen zonder ranken52a.Stengel bijna niet of in het geheel niet houtig, dus een kruidachtige plant. Bladeren dun, dubbel-3-tallig. Vrucht opgeblazen, vliezig. Zaden zonder arillusCardiospermum.Kerstmis-bloem.2b.Stengel duidelijk houtig; bladeren 3-tallig of gevind doch niet dubbel-3-tallig; blaadjes min of meer leerachtig; vrucht nietopgeblazen33a.Bladeren enkelgevind, meest met 5 blaadjes. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht, met harde wand, de kleppen op den rug met of zonder vleugelPaullinia.3b.Bladeren 3-tallig of gevind, maar dan het onderste paar van de blaadjes nog eens samengesteld44a.Bladeren 3-tallig. Vrucht dun-vliezig, over de geheele lengte met 3 dunne vleugels, openspringendUrvillea.4b.Onderste paar blaadjes nog eens samengesteld. Vrucht aan den top de zaden dragend, van onderen in de 3 vleugels overgaandSerjania.5a.Bladeren enkelvoudig, smal, aan den top afgerond. Bloemen tweehuizig in trossen. Bloembladeren ontbrekend. Vrucht met vliezige vleugelsDodonaea.5b.Bladeren samengesteld66a.Bloembladeren 476b.Bloembladeren 587a.Kelkbladeren 4; bloembladeren zonder schubben van binnen. Schijf rond. Meeldraden 8, kaal. Stijl aan den top tweelobbig; vrucht 2-hokkig; eetbaar. Bladeren even gevind, 2-jukkigMelicocca.Knippen.7b.Kelkbladeren 5, bloembladeren met een schub van binnen. Schijf eenzijdig ontwikkeld. Vrucht gevleugeldToulicia.8a.Bloembladeren zonder schubben, hoogstens met borstelvormige haren van binnen. Kelkbladeren 5, over elkaar liggend. Schijf bekervormig 5-hoekig. Vrucht meest 2-hokkig; stijl enkelvoudigPseudima.8b.Bloembladeren met schubben of met naar binnen geslagen oortjes99a.Kelk klein, bekervormig, 5-tandig, reeds vroeg geopend. Bloembladeren 5, met schubben. Schijf ringvormig. Vrucht 3-lobbig, zelden een weinig gevleugeldMatayba.Koenatjeppi.9b.Kelk groot, 5-bladig, de bladeren over elkaar liggend; de bloemkroon in den knop lang insluitend1010a.Kelkbladeren opvallend groot, bloembladachtig; bloembladeren met schubben. Vruchtbeginsel 2-hokkig; vrucht 2-hokkig, plat met 2 groevenVouarana.10b.Kelkbladeren kleiner dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel 3-hokkig1111a.Bloembladeren vaak dubbel zoo groot als de kelk, met naar binnen geslagen oortjes boven de basis, òf met een 2-spletige, behaarde schub aan de binnenzijde, die bijna even groot is als het bloemblad. Vrucht meest eirond, gewoonlijk 1-hokkig en 1-zadig. Boomen, vaak zonder takken met de bladeren aan den topTalisia.11b.Kelkbladeren meest weinig grooter dan de bloemkroon. Bloembladeren met 2 behaarde schubben. Vrucht 3-lobbig, openspringendCupania.11c.Kelk kleiner dan de bloemkroon, diep 5-deelig; bloembladeren met 2 schubben aan de basis, die met de randen vergroeid zijn,zoodat elk bloemblad van onderen een zakje heeft. Schijf ringvormig, behaard; meeldraden van boven kaal. Vruchtbeginsel stomp tot 3-kantig, behaard; vrucht 3-lobbig, aan den top ingedeukt, 3-hokkig, elk zaad op een vleezige massa gezetenBlighia.Akie.

Orde:Sapindales.153.Anacardiaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms zonder bloemkroon, meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; bloeias verschillend ontwikkeld, meest als schijf, vruchtbeginsel meest bovenstandig; vruchtbeginsels zelden 5, meest 3 of 1, bijna steeds vergroeid met elkaar, met 1 zaadknop in ieder hokje; vrucht een steenvrucht; houtige planten met verspreide enkelvoudige of samengestelde bladeren; bloemen klein.1a.Bladeren enkelvoudig21b.Bladeren gevind32a.Bloemen schijnbaar tweeslachtig, in werkelijkheid éénslachtig. Bloembladeren met 1–5 verdikte ribben. Meeldraden 5–4, waarvan maar 1 of 2 vruchtbaar. Vruchtbeginsel met slechts 1 zaadknop en 1 stijl. Vrucht eirond. Boomen met smalle bladerenMangifera.Manja.2b.Bloemen polygaam (evenals de vorige). Bloembladeren zonder ribben. Meeldraden 7–10, waaraan meest maar 1 vruchtbaar en veel langer dan de andere. Vrucht niervormig, eenzadig, zwart op een verdikte roode, sappige steel. Bladeren naar den voet spits, aan den top stompAnarcardium.Kasjoe.3a.Bloemen polygaam,kelkklein 4–5-spletig, later afvallend. Bloembladeren 4–5 opstaand, ten slotte omgebogen. Meeldraden 8–10.Vruchtbeginsel 3–5-hokkig, met 4–5 stijlen, die van boven samenneigen en daar een spatelvormige stempel hebben. Steenvrucht met vleezige buitenwand en 1–5-hokkige pit. Kiem in het zaad recht. Blaadjes aan den voet vaak scheefSpondias.Mopè.3b.Bloemen polygaam. 5-tallig. Kelkbladeren klein, blijvend. Bloembladeren opstaand, klein. Meeldraden 10, in de ♂ bloemen zeer kort; vruchtbeginsel in de ♂ bloem 4–5-lobbig, in de ♀ bloem met 5 stijlen eindigend, die ieder een gewone stempel hebben. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaad, dat een gekromde kiem bevatTapirira.157.Aquifoliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 4- tot meertallig; éénslachtig, tweehuizig; regelmatig; bloembladeren vaak aan de basis met elkaar en met de meeldraden, waarvan er evenveel zijn als bloembladeren, vergroeid; vruchtbeginsel 4–6-hokkig met 1–2 zaadknoppen in ieder hokje; steenvrucht met 4–6 pitten; houtige planten met meest verspreide, leerachtige bladeren met zeer kleine steunbladeren of zonder steunbladeren.Bloemen polygaam of tweehuizig; 4-tallig. Kelk klein, blijvend; kroon 4-deelig. Meeldraden 4, met de kroonslippen afwisselend en ermee aan de basis vergroeid. Schijf niet aanwezig. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl of zittende stempel. Kleine boomen met leerachtige bladerenIlex.158.Celastraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 4–5-tallig, meest tweeslachtig, regelmatig; bloembladeren vrij, met de randen op elkaar liggend; meeldraden 4–5 (zelden 2 of 10) aan den rand van een schijf ingeplant; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; houtige planten met steeds enkelvoudige, tegenoverstaande of verspreide bladeren; steunbladeren soms aanwezig maar afvallend.1a.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig. Kelk 5-of 4-spletig, klein; Bloembladeren 5 of 4, afstaand. Schijf dik. Meeldraden 5 of 4, onder den rand van de schijf ingehecht. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig. Stijl soms zeer kort met een 2- of 3-lobbige stempel. Doosvrucht eirond 2- of 3-kleppig openspringend. Kleine boomen of heestersMaytenus.1b.Bloemen tweeslachtig. Kelk 5-lobbig. Bloembladeren 5, smal, veel langer dan de kelk, iets boven het midden gebogen en het bovendeel naar binnen geslagen. Schijf dun. Meeldraden 5 met zeer korte helmdraden op den rand van de schijf ingehecht. Helmknoppen aan den top behaard. Stijlen 5, klein. Vrucht een 2- tot meerhokkige bes. BoomenGoupia.Kopie.159.Hippocrateaceae.Bloemen 5-tallig, met minder meeldraden en hokjes van het vruchtbeginsel, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 3; vruchtbeginsel 3-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht een bes of een gevleugelde vrucht; houtige planten, vaak klimmend met tegenoverstaande of verspreide enkelvoudige bladeren; steunbladeren klein of ontbrekend.1a.Bloemen 5-tallig met 3 meeldraden met breede helmdraden, die aan de basis vergroeid zijn en het vruchtbeginsel ten deele insluiten. Vruchtbeginsel 3-hokkig, na den bloei ontwikkelt ieder hokje een rechtopstaande vleugel, die zich later uitspreidt, zoodat de geheele vrucht den vorm krijgt van een klaverblad. Bladeren tegenoverstaandHippocratea.1b.Bloemen als de vorige, doch hokken van het vruchtbeginsel niet gevleugeld; de vrucht is daardoor een ronde of eivormige 1–3-hokkige, niet openspringende steenvrucht. Bladeren soms afwisselendSalacia.162.Icacinaceae.Bloemen 5–4-tallig, met evenveel meeldraden; twee- of éénslachtig, regelmatig, met kelk en bloemkroon; bloemas bol of bekervormig, het vruchtbeginsel omgevend; vruchtbeginsel 3-hokkig met 1 stijl, zelden alle hokjes, meest maar één ervan met 1, zelden 2 zaadknoppen; vrucht een 1-hokkige en 1-zadige steenvrucht; houtige planten meest met afwisselende bladeren zonder steunbladeren; bloemen meest klein.Bloemen tweeslachtig. Kelk 4–5-lobbig. Bloembladeren langwerpig met overlangsche en soms ook dwarse ribben, aan de binnenzijde. Helmdraden 5, plat; helmknop op den top met een vierkant aanhangsel. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl en een 2–3-lobbige stempel. Groote eironde steenvruchtPoraqueiba.165.Sapindaceae.Bloemen tweeslachtig, of éénslachtig, typisch 5-tallig, zelden regelmatig, meest scheef zygomorf; met een vaak eenzijdige schijf buiten de meeldraden; bloembladeren 5–3 of ontbrekend; vaak met schubben aan de binnenzijde; meeldraden meest 8, zelden 10, 5 of talrijk;vruchtbeginsel2–3-hokkig met meest 1, zelden 2 zaadknoppen in ieder hokje, vrucht een doosvrucht, een noot, een steenvrucht of een splitvrucht; meest houtige planten met verspreide, ongedeelde of gevinde bladeren.1a.Klimmende kruiden of heesters, in het bezit van ranken, meest aan de bloeiwijzen21b.Niet klimmende heesters of boomen zonder ranken52a.Stengel bijna niet of in het geheel niet houtig, dus een kruidachtige plant. Bladeren dun, dubbel-3-tallig. Vrucht opgeblazen, vliezig. Zaden zonder arillusCardiospermum.Kerstmis-bloem.2b.Stengel duidelijk houtig; bladeren 3-tallig of gevind doch niet dubbel-3-tallig; blaadjes min of meer leerachtig; vrucht nietopgeblazen33a.Bladeren enkelgevind, meest met 5 blaadjes. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht, met harde wand, de kleppen op den rug met of zonder vleugelPaullinia.3b.Bladeren 3-tallig of gevind, maar dan het onderste paar van de blaadjes nog eens samengesteld44a.Bladeren 3-tallig. Vrucht dun-vliezig, over de geheele lengte met 3 dunne vleugels, openspringendUrvillea.4b.Onderste paar blaadjes nog eens samengesteld. Vrucht aan den top de zaden dragend, van onderen in de 3 vleugels overgaandSerjania.5a.Bladeren enkelvoudig, smal, aan den top afgerond. Bloemen tweehuizig in trossen. Bloembladeren ontbrekend. Vrucht met vliezige vleugelsDodonaea.5b.Bladeren samengesteld66a.Bloembladeren 476b.Bloembladeren 587a.Kelkbladeren 4; bloembladeren zonder schubben van binnen. Schijf rond. Meeldraden 8, kaal. Stijl aan den top tweelobbig; vrucht 2-hokkig; eetbaar. Bladeren even gevind, 2-jukkigMelicocca.Knippen.7b.Kelkbladeren 5, bloembladeren met een schub van binnen. Schijf eenzijdig ontwikkeld. Vrucht gevleugeldToulicia.8a.Bloembladeren zonder schubben, hoogstens met borstelvormige haren van binnen. Kelkbladeren 5, over elkaar liggend. Schijf bekervormig 5-hoekig. Vrucht meest 2-hokkig; stijl enkelvoudigPseudima.8b.Bloembladeren met schubben of met naar binnen geslagen oortjes99a.Kelk klein, bekervormig, 5-tandig, reeds vroeg geopend. Bloembladeren 5, met schubben. Schijf ringvormig. Vrucht 3-lobbig, zelden een weinig gevleugeldMatayba.Koenatjeppi.9b.Kelk groot, 5-bladig, de bladeren over elkaar liggend; de bloemkroon in den knop lang insluitend1010a.Kelkbladeren opvallend groot, bloembladachtig; bloembladeren met schubben. Vruchtbeginsel 2-hokkig; vrucht 2-hokkig, plat met 2 groevenVouarana.10b.Kelkbladeren kleiner dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel 3-hokkig1111a.Bloembladeren vaak dubbel zoo groot als de kelk, met naar binnen geslagen oortjes boven de basis, òf met een 2-spletige, behaarde schub aan de binnenzijde, die bijna even groot is als het bloemblad. Vrucht meest eirond, gewoonlijk 1-hokkig en 1-zadig. Boomen, vaak zonder takken met de bladeren aan den topTalisia.11b.Kelkbladeren meest weinig grooter dan de bloemkroon. Bloembladeren met 2 behaarde schubben. Vrucht 3-lobbig, openspringendCupania.11c.Kelk kleiner dan de bloemkroon, diep 5-deelig; bloembladeren met 2 schubben aan de basis, die met de randen vergroeid zijn,zoodat elk bloemblad van onderen een zakje heeft. Schijf ringvormig, behaard; meeldraden van boven kaal. Vruchtbeginsel stomp tot 3-kantig, behaard; vrucht 3-lobbig, aan den top ingedeukt, 3-hokkig, elk zaad op een vleezige massa gezetenBlighia.Akie.

153.Anacardiaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, soms zonder bloemkroon, meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; bloeias verschillend ontwikkeld, meest als schijf, vruchtbeginsel meest bovenstandig; vruchtbeginsels zelden 5, meest 3 of 1, bijna steeds vergroeid met elkaar, met 1 zaadknop in ieder hokje; vrucht een steenvrucht; houtige planten met verspreide enkelvoudige of samengestelde bladeren; bloemen klein.1a.Bladeren enkelvoudig21b.Bladeren gevind32a.Bloemen schijnbaar tweeslachtig, in werkelijkheid éénslachtig. Bloembladeren met 1–5 verdikte ribben. Meeldraden 5–4, waarvan maar 1 of 2 vruchtbaar. Vruchtbeginsel met slechts 1 zaadknop en 1 stijl. Vrucht eirond. Boomen met smalle bladerenMangifera.Manja.2b.Bloemen polygaam (evenals de vorige). Bloembladeren zonder ribben. Meeldraden 7–10, waaraan meest maar 1 vruchtbaar en veel langer dan de andere. Vrucht niervormig, eenzadig, zwart op een verdikte roode, sappige steel. Bladeren naar den voet spits, aan den top stompAnarcardium.Kasjoe.3a.Bloemen polygaam,kelkklein 4–5-spletig, later afvallend. Bloembladeren 4–5 opstaand, ten slotte omgebogen. Meeldraden 8–10.Vruchtbeginsel 3–5-hokkig, met 4–5 stijlen, die van boven samenneigen en daar een spatelvormige stempel hebben. Steenvrucht met vleezige buitenwand en 1–5-hokkige pit. Kiem in het zaad recht. Blaadjes aan den voet vaak scheefSpondias.Mopè.3b.Bloemen polygaam. 5-tallig. Kelkbladeren klein, blijvend. Bloembladeren opstaand, klein. Meeldraden 10, in de ♂ bloemen zeer kort; vruchtbeginsel in de ♂ bloem 4–5-lobbig, in de ♀ bloem met 5 stijlen eindigend, die ieder een gewone stempel hebben. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaad, dat een gekromde kiem bevatTapirira.

153.Anacardiaceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon, soms zonder bloemkroon, meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; bloeias verschillend ontwikkeld, meest als schijf, vruchtbeginsel meest bovenstandig; vruchtbeginsels zelden 5, meest 3 of 1, bijna steeds vergroeid met elkaar, met 1 zaadknop in ieder hokje; vrucht een steenvrucht; houtige planten met verspreide enkelvoudige of samengestelde bladeren; bloemen klein.1a.Bladeren enkelvoudig21b.Bladeren gevind32a.Bloemen schijnbaar tweeslachtig, in werkelijkheid éénslachtig. Bloembladeren met 1–5 verdikte ribben. Meeldraden 5–4, waarvan maar 1 of 2 vruchtbaar. Vruchtbeginsel met slechts 1 zaadknop en 1 stijl. Vrucht eirond. Boomen met smalle bladerenMangifera.Manja.2b.Bloemen polygaam (evenals de vorige). Bloembladeren zonder ribben. Meeldraden 7–10, waaraan meest maar 1 vruchtbaar en veel langer dan de andere. Vrucht niervormig, eenzadig, zwart op een verdikte roode, sappige steel. Bladeren naar den voet spits, aan den top stompAnarcardium.Kasjoe.3a.Bloemen polygaam,kelkklein 4–5-spletig, later afvallend. Bloembladeren 4–5 opstaand, ten slotte omgebogen. Meeldraden 8–10.Vruchtbeginsel 3–5-hokkig, met 4–5 stijlen, die van boven samenneigen en daar een spatelvormige stempel hebben. Steenvrucht met vleezige buitenwand en 1–5-hokkige pit. Kiem in het zaad recht. Blaadjes aan den voet vaak scheefSpondias.Mopè.3b.Bloemen polygaam. 5-tallig. Kelkbladeren klein, blijvend. Bloembladeren opstaand, klein. Meeldraden 10, in de ♂ bloemen zeer kort; vruchtbeginsel in de ♂ bloem 4–5-lobbig, in de ♀ bloem met 5 stijlen eindigend, die ieder een gewone stempel hebben. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaad, dat een gekromde kiem bevatTapirira.

Bloemen met kelk en bloemkroon, soms zonder bloemkroon, meeldraden evenveel of dubbel zooveel als bloembladeren; bloeias verschillend ontwikkeld, meest als schijf, vruchtbeginsel meest bovenstandig; vruchtbeginsels zelden 5, meest 3 of 1, bijna steeds vergroeid met elkaar, met 1 zaadknop in ieder hokje; vrucht een steenvrucht; houtige planten met verspreide enkelvoudige of samengestelde bladeren; bloemen klein.

1a.Bladeren enkelvoudig2

1b.Bladeren gevind3

2a.Bloemen schijnbaar tweeslachtig, in werkelijkheid éénslachtig. Bloembladeren met 1–5 verdikte ribben. Meeldraden 5–4, waarvan maar 1 of 2 vruchtbaar. Vruchtbeginsel met slechts 1 zaadknop en 1 stijl. Vrucht eirond. Boomen met smalle bladerenMangifera.Manja.

2b.Bloemen polygaam (evenals de vorige). Bloembladeren zonder ribben. Meeldraden 7–10, waaraan meest maar 1 vruchtbaar en veel langer dan de andere. Vrucht niervormig, eenzadig, zwart op een verdikte roode, sappige steel. Bladeren naar den voet spits, aan den top stompAnarcardium.Kasjoe.

3a.Bloemen polygaam,kelkklein 4–5-spletig, later afvallend. Bloembladeren 4–5 opstaand, ten slotte omgebogen. Meeldraden 8–10.Vruchtbeginsel 3–5-hokkig, met 4–5 stijlen, die van boven samenneigen en daar een spatelvormige stempel hebben. Steenvrucht met vleezige buitenwand en 1–5-hokkige pit. Kiem in het zaad recht. Blaadjes aan den voet vaak scheefSpondias.Mopè.

3b.Bloemen polygaam. 5-tallig. Kelkbladeren klein, blijvend. Bloembladeren opstaand, klein. Meeldraden 10, in de ♂ bloemen zeer kort; vruchtbeginsel in de ♂ bloem 4–5-lobbig, in de ♀ bloem met 5 stijlen eindigend, die ieder een gewone stempel hebben. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaad, dat een gekromde kiem bevatTapirira.

157.Aquifoliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; 4- tot meertallig; éénslachtig, tweehuizig; regelmatig; bloembladeren vaak aan de basis met elkaar en met de meeldraden, waarvan er evenveel zijn als bloembladeren, vergroeid; vruchtbeginsel 4–6-hokkig met 1–2 zaadknoppen in ieder hokje; steenvrucht met 4–6 pitten; houtige planten met meest verspreide, leerachtige bladeren met zeer kleine steunbladeren of zonder steunbladeren.Bloemen polygaam of tweehuizig; 4-tallig. Kelk klein, blijvend; kroon 4-deelig. Meeldraden 4, met de kroonslippen afwisselend en ermee aan de basis vergroeid. Schijf niet aanwezig. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl of zittende stempel. Kleine boomen met leerachtige bladerenIlex.

157.Aquifoliaceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon; 4- tot meertallig; éénslachtig, tweehuizig; regelmatig; bloembladeren vaak aan de basis met elkaar en met de meeldraden, waarvan er evenveel zijn als bloembladeren, vergroeid; vruchtbeginsel 4–6-hokkig met 1–2 zaadknoppen in ieder hokje; steenvrucht met 4–6 pitten; houtige planten met meest verspreide, leerachtige bladeren met zeer kleine steunbladeren of zonder steunbladeren.Bloemen polygaam of tweehuizig; 4-tallig. Kelk klein, blijvend; kroon 4-deelig. Meeldraden 4, met de kroonslippen afwisselend en ermee aan de basis vergroeid. Schijf niet aanwezig. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl of zittende stempel. Kleine boomen met leerachtige bladerenIlex.

Bloemen met kelk en bloemkroon; 4- tot meertallig; éénslachtig, tweehuizig; regelmatig; bloembladeren vaak aan de basis met elkaar en met de meeldraden, waarvan er evenveel zijn als bloembladeren, vergroeid; vruchtbeginsel 4–6-hokkig met 1–2 zaadknoppen in ieder hokje; steenvrucht met 4–6 pitten; houtige planten met meest verspreide, leerachtige bladeren met zeer kleine steunbladeren of zonder steunbladeren.

Bloemen polygaam of tweehuizig; 4-tallig. Kelk klein, blijvend; kroon 4-deelig. Meeldraden 4, met de kroonslippen afwisselend en ermee aan de basis vergroeid. Schijf niet aanwezig. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl of zittende stempel. Kleine boomen met leerachtige bladerenIlex.

158.Celastraceae.Bloemen met kelk en bloemkroon, 4–5-tallig, meest tweeslachtig, regelmatig; bloembladeren vrij, met de randen op elkaar liggend; meeldraden 4–5 (zelden 2 of 10) aan den rand van een schijf ingeplant; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; houtige planten met steeds enkelvoudige, tegenoverstaande of verspreide bladeren; steunbladeren soms aanwezig maar afvallend.1a.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig. Kelk 5-of 4-spletig, klein; Bloembladeren 5 of 4, afstaand. Schijf dik. Meeldraden 5 of 4, onder den rand van de schijf ingehecht. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig. Stijl soms zeer kort met een 2- of 3-lobbige stempel. Doosvrucht eirond 2- of 3-kleppig openspringend. Kleine boomen of heestersMaytenus.1b.Bloemen tweeslachtig. Kelk 5-lobbig. Bloembladeren 5, smal, veel langer dan de kelk, iets boven het midden gebogen en het bovendeel naar binnen geslagen. Schijf dun. Meeldraden 5 met zeer korte helmdraden op den rand van de schijf ingehecht. Helmknoppen aan den top behaard. Stijlen 5, klein. Vrucht een 2- tot meerhokkige bes. BoomenGoupia.Kopie.

158.Celastraceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon, 4–5-tallig, meest tweeslachtig, regelmatig; bloembladeren vrij, met de randen op elkaar liggend; meeldraden 4–5 (zelden 2 of 10) aan den rand van een schijf ingeplant; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; houtige planten met steeds enkelvoudige, tegenoverstaande of verspreide bladeren; steunbladeren soms aanwezig maar afvallend.1a.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig. Kelk 5-of 4-spletig, klein; Bloembladeren 5 of 4, afstaand. Schijf dik. Meeldraden 5 of 4, onder den rand van de schijf ingehecht. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig. Stijl soms zeer kort met een 2- of 3-lobbige stempel. Doosvrucht eirond 2- of 3-kleppig openspringend. Kleine boomen of heestersMaytenus.1b.Bloemen tweeslachtig. Kelk 5-lobbig. Bloembladeren 5, smal, veel langer dan de kelk, iets boven het midden gebogen en het bovendeel naar binnen geslagen. Schijf dun. Meeldraden 5 met zeer korte helmdraden op den rand van de schijf ingehecht. Helmknoppen aan den top behaard. Stijlen 5, klein. Vrucht een 2- tot meerhokkige bes. BoomenGoupia.Kopie.

Bloemen met kelk en bloemkroon, 4–5-tallig, meest tweeslachtig, regelmatig; bloembladeren vrij, met de randen op elkaar liggend; meeldraden 4–5 (zelden 2 of 10) aan den rand van een schijf ingeplant; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; houtige planten met steeds enkelvoudige, tegenoverstaande of verspreide bladeren; steunbladeren soms aanwezig maar afvallend.

1a.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig. Kelk 5-of 4-spletig, klein; Bloembladeren 5 of 4, afstaand. Schijf dik. Meeldraden 5 of 4, onder den rand van de schijf ingehecht. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig. Stijl soms zeer kort met een 2- of 3-lobbige stempel. Doosvrucht eirond 2- of 3-kleppig openspringend. Kleine boomen of heestersMaytenus.

1b.Bloemen tweeslachtig. Kelk 5-lobbig. Bloembladeren 5, smal, veel langer dan de kelk, iets boven het midden gebogen en het bovendeel naar binnen geslagen. Schijf dun. Meeldraden 5 met zeer korte helmdraden op den rand van de schijf ingehecht. Helmknoppen aan den top behaard. Stijlen 5, klein. Vrucht een 2- tot meerhokkige bes. BoomenGoupia.Kopie.

159.Hippocrateaceae.Bloemen 5-tallig, met minder meeldraden en hokjes van het vruchtbeginsel, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 3; vruchtbeginsel 3-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht een bes of een gevleugelde vrucht; houtige planten, vaak klimmend met tegenoverstaande of verspreide enkelvoudige bladeren; steunbladeren klein of ontbrekend.1a.Bloemen 5-tallig met 3 meeldraden met breede helmdraden, die aan de basis vergroeid zijn en het vruchtbeginsel ten deele insluiten. Vruchtbeginsel 3-hokkig, na den bloei ontwikkelt ieder hokje een rechtopstaande vleugel, die zich later uitspreidt, zoodat de geheele vrucht den vorm krijgt van een klaverblad. Bladeren tegenoverstaandHippocratea.1b.Bloemen als de vorige, doch hokken van het vruchtbeginsel niet gevleugeld; de vrucht is daardoor een ronde of eivormige 1–3-hokkige, niet openspringende steenvrucht. Bladeren soms afwisselendSalacia.

159.Hippocrateaceae.

Bloemen 5-tallig, met minder meeldraden en hokjes van het vruchtbeginsel, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 3; vruchtbeginsel 3-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht een bes of een gevleugelde vrucht; houtige planten, vaak klimmend met tegenoverstaande of verspreide enkelvoudige bladeren; steunbladeren klein of ontbrekend.1a.Bloemen 5-tallig met 3 meeldraden met breede helmdraden, die aan de basis vergroeid zijn en het vruchtbeginsel ten deele insluiten. Vruchtbeginsel 3-hokkig, na den bloei ontwikkelt ieder hokje een rechtopstaande vleugel, die zich later uitspreidt, zoodat de geheele vrucht den vorm krijgt van een klaverblad. Bladeren tegenoverstaandHippocratea.1b.Bloemen als de vorige, doch hokken van het vruchtbeginsel niet gevleugeld; de vrucht is daardoor een ronde of eivormige 1–3-hokkige, niet openspringende steenvrucht. Bladeren soms afwisselendSalacia.

Bloemen 5-tallig, met minder meeldraden en hokjes van het vruchtbeginsel, tweeslachtig, regelmatig; meeldraden 3; vruchtbeginsel 3-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht een bes of een gevleugelde vrucht; houtige planten, vaak klimmend met tegenoverstaande of verspreide enkelvoudige bladeren; steunbladeren klein of ontbrekend.

1a.Bloemen 5-tallig met 3 meeldraden met breede helmdraden, die aan de basis vergroeid zijn en het vruchtbeginsel ten deele insluiten. Vruchtbeginsel 3-hokkig, na den bloei ontwikkelt ieder hokje een rechtopstaande vleugel, die zich later uitspreidt, zoodat de geheele vrucht den vorm krijgt van een klaverblad. Bladeren tegenoverstaandHippocratea.

1b.Bloemen als de vorige, doch hokken van het vruchtbeginsel niet gevleugeld; de vrucht is daardoor een ronde of eivormige 1–3-hokkige, niet openspringende steenvrucht. Bladeren soms afwisselendSalacia.

162.Icacinaceae.Bloemen 5–4-tallig, met evenveel meeldraden; twee- of éénslachtig, regelmatig, met kelk en bloemkroon; bloemas bol of bekervormig, het vruchtbeginsel omgevend; vruchtbeginsel 3-hokkig met 1 stijl, zelden alle hokjes, meest maar één ervan met 1, zelden 2 zaadknoppen; vrucht een 1-hokkige en 1-zadige steenvrucht; houtige planten meest met afwisselende bladeren zonder steunbladeren; bloemen meest klein.Bloemen tweeslachtig. Kelk 4–5-lobbig. Bloembladeren langwerpig met overlangsche en soms ook dwarse ribben, aan de binnenzijde. Helmdraden 5, plat; helmknop op den top met een vierkant aanhangsel. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl en een 2–3-lobbige stempel. Groote eironde steenvruchtPoraqueiba.

162.Icacinaceae.

Bloemen 5–4-tallig, met evenveel meeldraden; twee- of éénslachtig, regelmatig, met kelk en bloemkroon; bloemas bol of bekervormig, het vruchtbeginsel omgevend; vruchtbeginsel 3-hokkig met 1 stijl, zelden alle hokjes, meest maar één ervan met 1, zelden 2 zaadknoppen; vrucht een 1-hokkige en 1-zadige steenvrucht; houtige planten meest met afwisselende bladeren zonder steunbladeren; bloemen meest klein.Bloemen tweeslachtig. Kelk 4–5-lobbig. Bloembladeren langwerpig met overlangsche en soms ook dwarse ribben, aan de binnenzijde. Helmdraden 5, plat; helmknop op den top met een vierkant aanhangsel. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl en een 2–3-lobbige stempel. Groote eironde steenvruchtPoraqueiba.

Bloemen 5–4-tallig, met evenveel meeldraden; twee- of éénslachtig, regelmatig, met kelk en bloemkroon; bloemas bol of bekervormig, het vruchtbeginsel omgevend; vruchtbeginsel 3-hokkig met 1 stijl, zelden alle hokjes, meest maar één ervan met 1, zelden 2 zaadknoppen; vrucht een 1-hokkige en 1-zadige steenvrucht; houtige planten meest met afwisselende bladeren zonder steunbladeren; bloemen meest klein.

Bloemen tweeslachtig. Kelk 4–5-lobbig. Bloembladeren langwerpig met overlangsche en soms ook dwarse ribben, aan de binnenzijde. Helmdraden 5, plat; helmknop op den top met een vierkant aanhangsel. Vruchtbeginsel met een zeer korte stijl en een 2–3-lobbige stempel. Groote eironde steenvruchtPoraqueiba.

165.Sapindaceae.Bloemen tweeslachtig, of éénslachtig, typisch 5-tallig, zelden regelmatig, meest scheef zygomorf; met een vaak eenzijdige schijf buiten de meeldraden; bloembladeren 5–3 of ontbrekend; vaak met schubben aan de binnenzijde; meeldraden meest 8, zelden 10, 5 of talrijk;vruchtbeginsel2–3-hokkig met meest 1, zelden 2 zaadknoppen in ieder hokje, vrucht een doosvrucht, een noot, een steenvrucht of een splitvrucht; meest houtige planten met verspreide, ongedeelde of gevinde bladeren.1a.Klimmende kruiden of heesters, in het bezit van ranken, meest aan de bloeiwijzen21b.Niet klimmende heesters of boomen zonder ranken52a.Stengel bijna niet of in het geheel niet houtig, dus een kruidachtige plant. Bladeren dun, dubbel-3-tallig. Vrucht opgeblazen, vliezig. Zaden zonder arillusCardiospermum.Kerstmis-bloem.2b.Stengel duidelijk houtig; bladeren 3-tallig of gevind doch niet dubbel-3-tallig; blaadjes min of meer leerachtig; vrucht nietopgeblazen33a.Bladeren enkelgevind, meest met 5 blaadjes. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht, met harde wand, de kleppen op den rug met of zonder vleugelPaullinia.3b.Bladeren 3-tallig of gevind, maar dan het onderste paar van de blaadjes nog eens samengesteld44a.Bladeren 3-tallig. Vrucht dun-vliezig, over de geheele lengte met 3 dunne vleugels, openspringendUrvillea.4b.Onderste paar blaadjes nog eens samengesteld. Vrucht aan den top de zaden dragend, van onderen in de 3 vleugels overgaandSerjania.5a.Bladeren enkelvoudig, smal, aan den top afgerond. Bloemen tweehuizig in trossen. Bloembladeren ontbrekend. Vrucht met vliezige vleugelsDodonaea.5b.Bladeren samengesteld66a.Bloembladeren 476b.Bloembladeren 587a.Kelkbladeren 4; bloembladeren zonder schubben van binnen. Schijf rond. Meeldraden 8, kaal. Stijl aan den top tweelobbig; vrucht 2-hokkig; eetbaar. Bladeren even gevind, 2-jukkigMelicocca.Knippen.7b.Kelkbladeren 5, bloembladeren met een schub van binnen. Schijf eenzijdig ontwikkeld. Vrucht gevleugeldToulicia.8a.Bloembladeren zonder schubben, hoogstens met borstelvormige haren van binnen. Kelkbladeren 5, over elkaar liggend. Schijf bekervormig 5-hoekig. Vrucht meest 2-hokkig; stijl enkelvoudigPseudima.8b.Bloembladeren met schubben of met naar binnen geslagen oortjes99a.Kelk klein, bekervormig, 5-tandig, reeds vroeg geopend. Bloembladeren 5, met schubben. Schijf ringvormig. Vrucht 3-lobbig, zelden een weinig gevleugeldMatayba.Koenatjeppi.9b.Kelk groot, 5-bladig, de bladeren over elkaar liggend; de bloemkroon in den knop lang insluitend1010a.Kelkbladeren opvallend groot, bloembladachtig; bloembladeren met schubben. Vruchtbeginsel 2-hokkig; vrucht 2-hokkig, plat met 2 groevenVouarana.10b.Kelkbladeren kleiner dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel 3-hokkig1111a.Bloembladeren vaak dubbel zoo groot als de kelk, met naar binnen geslagen oortjes boven de basis, òf met een 2-spletige, behaarde schub aan de binnenzijde, die bijna even groot is als het bloemblad. Vrucht meest eirond, gewoonlijk 1-hokkig en 1-zadig. Boomen, vaak zonder takken met de bladeren aan den topTalisia.11b.Kelkbladeren meest weinig grooter dan de bloemkroon. Bloembladeren met 2 behaarde schubben. Vrucht 3-lobbig, openspringendCupania.11c.Kelk kleiner dan de bloemkroon, diep 5-deelig; bloembladeren met 2 schubben aan de basis, die met de randen vergroeid zijn,zoodat elk bloemblad van onderen een zakje heeft. Schijf ringvormig, behaard; meeldraden van boven kaal. Vruchtbeginsel stomp tot 3-kantig, behaard; vrucht 3-lobbig, aan den top ingedeukt, 3-hokkig, elk zaad op een vleezige massa gezetenBlighia.Akie.

165.Sapindaceae.

Bloemen tweeslachtig, of éénslachtig, typisch 5-tallig, zelden regelmatig, meest scheef zygomorf; met een vaak eenzijdige schijf buiten de meeldraden; bloembladeren 5–3 of ontbrekend; vaak met schubben aan de binnenzijde; meeldraden meest 8, zelden 10, 5 of talrijk;vruchtbeginsel2–3-hokkig met meest 1, zelden 2 zaadknoppen in ieder hokje, vrucht een doosvrucht, een noot, een steenvrucht of een splitvrucht; meest houtige planten met verspreide, ongedeelde of gevinde bladeren.1a.Klimmende kruiden of heesters, in het bezit van ranken, meest aan de bloeiwijzen21b.Niet klimmende heesters of boomen zonder ranken52a.Stengel bijna niet of in het geheel niet houtig, dus een kruidachtige plant. Bladeren dun, dubbel-3-tallig. Vrucht opgeblazen, vliezig. Zaden zonder arillusCardiospermum.Kerstmis-bloem.2b.Stengel duidelijk houtig; bladeren 3-tallig of gevind doch niet dubbel-3-tallig; blaadjes min of meer leerachtig; vrucht nietopgeblazen33a.Bladeren enkelgevind, meest met 5 blaadjes. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht, met harde wand, de kleppen op den rug met of zonder vleugelPaullinia.3b.Bladeren 3-tallig of gevind, maar dan het onderste paar van de blaadjes nog eens samengesteld44a.Bladeren 3-tallig. Vrucht dun-vliezig, over de geheele lengte met 3 dunne vleugels, openspringendUrvillea.4b.Onderste paar blaadjes nog eens samengesteld. Vrucht aan den top de zaden dragend, van onderen in de 3 vleugels overgaandSerjania.5a.Bladeren enkelvoudig, smal, aan den top afgerond. Bloemen tweehuizig in trossen. Bloembladeren ontbrekend. Vrucht met vliezige vleugelsDodonaea.5b.Bladeren samengesteld66a.Bloembladeren 476b.Bloembladeren 587a.Kelkbladeren 4; bloembladeren zonder schubben van binnen. Schijf rond. Meeldraden 8, kaal. Stijl aan den top tweelobbig; vrucht 2-hokkig; eetbaar. Bladeren even gevind, 2-jukkigMelicocca.Knippen.7b.Kelkbladeren 5, bloembladeren met een schub van binnen. Schijf eenzijdig ontwikkeld. Vrucht gevleugeldToulicia.8a.Bloembladeren zonder schubben, hoogstens met borstelvormige haren van binnen. Kelkbladeren 5, over elkaar liggend. Schijf bekervormig 5-hoekig. Vrucht meest 2-hokkig; stijl enkelvoudigPseudima.8b.Bloembladeren met schubben of met naar binnen geslagen oortjes99a.Kelk klein, bekervormig, 5-tandig, reeds vroeg geopend. Bloembladeren 5, met schubben. Schijf ringvormig. Vrucht 3-lobbig, zelden een weinig gevleugeldMatayba.Koenatjeppi.9b.Kelk groot, 5-bladig, de bladeren over elkaar liggend; de bloemkroon in den knop lang insluitend1010a.Kelkbladeren opvallend groot, bloembladachtig; bloembladeren met schubben. Vruchtbeginsel 2-hokkig; vrucht 2-hokkig, plat met 2 groevenVouarana.10b.Kelkbladeren kleiner dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel 3-hokkig1111a.Bloembladeren vaak dubbel zoo groot als de kelk, met naar binnen geslagen oortjes boven de basis, òf met een 2-spletige, behaarde schub aan de binnenzijde, die bijna even groot is als het bloemblad. Vrucht meest eirond, gewoonlijk 1-hokkig en 1-zadig. Boomen, vaak zonder takken met de bladeren aan den topTalisia.11b.Kelkbladeren meest weinig grooter dan de bloemkroon. Bloembladeren met 2 behaarde schubben. Vrucht 3-lobbig, openspringendCupania.11c.Kelk kleiner dan de bloemkroon, diep 5-deelig; bloembladeren met 2 schubben aan de basis, die met de randen vergroeid zijn,zoodat elk bloemblad van onderen een zakje heeft. Schijf ringvormig, behaard; meeldraden van boven kaal. Vruchtbeginsel stomp tot 3-kantig, behaard; vrucht 3-lobbig, aan den top ingedeukt, 3-hokkig, elk zaad op een vleezige massa gezetenBlighia.Akie.

Bloemen tweeslachtig, of éénslachtig, typisch 5-tallig, zelden regelmatig, meest scheef zygomorf; met een vaak eenzijdige schijf buiten de meeldraden; bloembladeren 5–3 of ontbrekend; vaak met schubben aan de binnenzijde; meeldraden meest 8, zelden 10, 5 of talrijk;vruchtbeginsel2–3-hokkig met meest 1, zelden 2 zaadknoppen in ieder hokje, vrucht een doosvrucht, een noot, een steenvrucht of een splitvrucht; meest houtige planten met verspreide, ongedeelde of gevinde bladeren.

1a.Klimmende kruiden of heesters, in het bezit van ranken, meest aan de bloeiwijzen2

1b.Niet klimmende heesters of boomen zonder ranken5

2a.Stengel bijna niet of in het geheel niet houtig, dus een kruidachtige plant. Bladeren dun, dubbel-3-tallig. Vrucht opgeblazen, vliezig. Zaden zonder arillusCardiospermum.Kerstmis-bloem.

2b.Stengel duidelijk houtig; bladeren 3-tallig of gevind doch niet dubbel-3-tallig; blaadjes min of meer leerachtig; vrucht nietopgeblazen3

3a.Bladeren enkelgevind, meest met 5 blaadjes. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht, met harde wand, de kleppen op den rug met of zonder vleugelPaullinia.

3b.Bladeren 3-tallig of gevind, maar dan het onderste paar van de blaadjes nog eens samengesteld4

4a.Bladeren 3-tallig. Vrucht dun-vliezig, over de geheele lengte met 3 dunne vleugels, openspringendUrvillea.

4b.Onderste paar blaadjes nog eens samengesteld. Vrucht aan den top de zaden dragend, van onderen in de 3 vleugels overgaandSerjania.

5a.Bladeren enkelvoudig, smal, aan den top afgerond. Bloemen tweehuizig in trossen. Bloembladeren ontbrekend. Vrucht met vliezige vleugelsDodonaea.

5b.Bladeren samengesteld6

6a.Bloembladeren 47

6b.Bloembladeren 58

7a.Kelkbladeren 4; bloembladeren zonder schubben van binnen. Schijf rond. Meeldraden 8, kaal. Stijl aan den top tweelobbig; vrucht 2-hokkig; eetbaar. Bladeren even gevind, 2-jukkigMelicocca.Knippen.

7b.Kelkbladeren 5, bloembladeren met een schub van binnen. Schijf eenzijdig ontwikkeld. Vrucht gevleugeldToulicia.

8a.Bloembladeren zonder schubben, hoogstens met borstelvormige haren van binnen. Kelkbladeren 5, over elkaar liggend. Schijf bekervormig 5-hoekig. Vrucht meest 2-hokkig; stijl enkelvoudigPseudima.

8b.Bloembladeren met schubben of met naar binnen geslagen oortjes9

9a.Kelk klein, bekervormig, 5-tandig, reeds vroeg geopend. Bloembladeren 5, met schubben. Schijf ringvormig. Vrucht 3-lobbig, zelden een weinig gevleugeldMatayba.Koenatjeppi.

9b.Kelk groot, 5-bladig, de bladeren over elkaar liggend; de bloemkroon in den knop lang insluitend10

10a.Kelkbladeren opvallend groot, bloembladachtig; bloembladeren met schubben. Vruchtbeginsel 2-hokkig; vrucht 2-hokkig, plat met 2 groevenVouarana.

10b.Kelkbladeren kleiner dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel 3-hokkig11

11a.Bloembladeren vaak dubbel zoo groot als de kelk, met naar binnen geslagen oortjes boven de basis, òf met een 2-spletige, behaarde schub aan de binnenzijde, die bijna even groot is als het bloemblad. Vrucht meest eirond, gewoonlijk 1-hokkig en 1-zadig. Boomen, vaak zonder takken met de bladeren aan den topTalisia.

11b.Kelkbladeren meest weinig grooter dan de bloemkroon. Bloembladeren met 2 behaarde schubben. Vrucht 3-lobbig, openspringendCupania.

11c.Kelk kleiner dan de bloemkroon, diep 5-deelig; bloembladeren met 2 schubben aan de basis, die met de randen vergroeid zijn,zoodat elk bloemblad van onderen een zakje heeft. Schijf ringvormig, behaard; meeldraden van boven kaal. Vruchtbeginsel stomp tot 3-kantig, behaard; vrucht 3-lobbig, aan den top ingedeukt, 3-hokkig, elk zaad op een vleezige massa gezetenBlighia.Akie.

Orde:Rhamnales.169.Rhamnaceae.Bloemen 4- of 5-tallig, met evenveel meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk klein; bloembladeren klein of ontbrekend; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een steenvrucht of een droge vrucht met éénzadige afdeelingen; houtige planten, zelden kruiden, vaak klimmend met enkelvoudige, vaak 3–5-nervige bladeren met kleine steunbladeren; bloemen klein.Bloem 5-tallig, meeldraden voor de bloembladeren staand. Stijl 3-spletig. Vrucht 3-vleugelig, ten slotte in 3 stukken uiteenvallend. Bloemen in dichte samengestelde trossen; met ranken klimmende heesters; ranken bij de bloeiwijze staandGouania.170.Vitaceae.Kenmerken van de vorige familie, maar vrucht een bes; bloembladeren vaak van boven vergroeid en te samen afvallend; vruchtbeginsel bovenstandig, 2–6-hokkig; klimmende heesters met ranken die tegenover de bladeren staan.Bloemen steeds 4-tallig, tweeslachtig of polygaam. Kelk vergroeidbladig met korte tanden; bloembladeren uitgespreid. Meeldraden voor de bloembladeren staand. Schijf 4-lobbig. Stijl met uiterst kleine stempel; vrucht een 1–4-zadige bes. Planten, die meest met ranken klimmen, soms ook heesters zonder rankenCissus.

Orde:Rhamnales.169.Rhamnaceae.Bloemen 4- of 5-tallig, met evenveel meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk klein; bloembladeren klein of ontbrekend; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een steenvrucht of een droge vrucht met éénzadige afdeelingen; houtige planten, zelden kruiden, vaak klimmend met enkelvoudige, vaak 3–5-nervige bladeren met kleine steunbladeren; bloemen klein.Bloem 5-tallig, meeldraden voor de bloembladeren staand. Stijl 3-spletig. Vrucht 3-vleugelig, ten slotte in 3 stukken uiteenvallend. Bloemen in dichte samengestelde trossen; met ranken klimmende heesters; ranken bij de bloeiwijze staandGouania.170.Vitaceae.Kenmerken van de vorige familie, maar vrucht een bes; bloembladeren vaak van boven vergroeid en te samen afvallend; vruchtbeginsel bovenstandig, 2–6-hokkig; klimmende heesters met ranken die tegenover de bladeren staan.Bloemen steeds 4-tallig, tweeslachtig of polygaam. Kelk vergroeidbladig met korte tanden; bloembladeren uitgespreid. Meeldraden voor de bloembladeren staand. Schijf 4-lobbig. Stijl met uiterst kleine stempel; vrucht een 1–4-zadige bes. Planten, die meest met ranken klimmen, soms ook heesters zonder rankenCissus.

169.Rhamnaceae.Bloemen 4- of 5-tallig, met evenveel meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk klein; bloembladeren klein of ontbrekend; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een steenvrucht of een droge vrucht met éénzadige afdeelingen; houtige planten, zelden kruiden, vaak klimmend met enkelvoudige, vaak 3–5-nervige bladeren met kleine steunbladeren; bloemen klein.Bloem 5-tallig, meeldraden voor de bloembladeren staand. Stijl 3-spletig. Vrucht 3-vleugelig, ten slotte in 3 stukken uiteenvallend. Bloemen in dichte samengestelde trossen; met ranken klimmende heesters; ranken bij de bloeiwijze staandGouania.

169.Rhamnaceae.

Bloemen 4- of 5-tallig, met evenveel meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk klein; bloembladeren klein of ontbrekend; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een steenvrucht of een droge vrucht met éénzadige afdeelingen; houtige planten, zelden kruiden, vaak klimmend met enkelvoudige, vaak 3–5-nervige bladeren met kleine steunbladeren; bloemen klein.Bloem 5-tallig, meeldraden voor de bloembladeren staand. Stijl 3-spletig. Vrucht 3-vleugelig, ten slotte in 3 stukken uiteenvallend. Bloemen in dichte samengestelde trossen; met ranken klimmende heesters; ranken bij de bloeiwijze staandGouania.

Bloemen 4- of 5-tallig, met evenveel meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk klein; bloembladeren klein of ontbrekend; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een steenvrucht of een droge vrucht met éénzadige afdeelingen; houtige planten, zelden kruiden, vaak klimmend met enkelvoudige, vaak 3–5-nervige bladeren met kleine steunbladeren; bloemen klein.

Bloem 5-tallig, meeldraden voor de bloembladeren staand. Stijl 3-spletig. Vrucht 3-vleugelig, ten slotte in 3 stukken uiteenvallend. Bloemen in dichte samengestelde trossen; met ranken klimmende heesters; ranken bij de bloeiwijze staandGouania.

170.Vitaceae.Kenmerken van de vorige familie, maar vrucht een bes; bloembladeren vaak van boven vergroeid en te samen afvallend; vruchtbeginsel bovenstandig, 2–6-hokkig; klimmende heesters met ranken die tegenover de bladeren staan.Bloemen steeds 4-tallig, tweeslachtig of polygaam. Kelk vergroeidbladig met korte tanden; bloembladeren uitgespreid. Meeldraden voor de bloembladeren staand. Schijf 4-lobbig. Stijl met uiterst kleine stempel; vrucht een 1–4-zadige bes. Planten, die meest met ranken klimmen, soms ook heesters zonder rankenCissus.

170.Vitaceae.

Kenmerken van de vorige familie, maar vrucht een bes; bloembladeren vaak van boven vergroeid en te samen afvallend; vruchtbeginsel bovenstandig, 2–6-hokkig; klimmende heesters met ranken die tegenover de bladeren staan.Bloemen steeds 4-tallig, tweeslachtig of polygaam. Kelk vergroeidbladig met korte tanden; bloembladeren uitgespreid. Meeldraden voor de bloembladeren staand. Schijf 4-lobbig. Stijl met uiterst kleine stempel; vrucht een 1–4-zadige bes. Planten, die meest met ranken klimmen, soms ook heesters zonder rankenCissus.

Kenmerken van de vorige familie, maar vrucht een bes; bloembladeren vaak van boven vergroeid en te samen afvallend; vruchtbeginsel bovenstandig, 2–6-hokkig; klimmende heesters met ranken die tegenover de bladeren staan.

Bloemen steeds 4-tallig, tweeslachtig of polygaam. Kelk vergroeidbladig met korte tanden; bloembladeren uitgespreid. Meeldraden voor de bloembladeren staand. Schijf 4-lobbig. Stijl met uiterst kleine stempel; vrucht een 1–4-zadige bes. Planten, die meest met ranken klimmen, soms ook heesters zonder rankenCissus.

Orde:Malvales.171.Elaeocarpaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk; kelk bijna losbladig; bloemen meest tweeslachtig, regelmatig; meeldraden op een gewelfde bloemas; vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig met meest vele zaadknoppen; stijl 1; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige bladeren met steunbladeren.Kelk diep 4-, soms 5–6-deelig. Bloembladeren ontbrekend. Meeldraden talrijk in groeven van de schijf staand. Vruchtbeginsel 4-hokkig met een lange stijl en 4-spletige stempel. Vrucht een 4-kleppige doosvrucht met stekels bezet. Boomen met meest grofgetande bladerenSloanea.174.Tiliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; meest tweeslachtig, 5-tallig; kelk en bloemkroon bijna of geheel losbladig; soms bloembladeren ontbrekend, regelmatig; meeldraden talrijk, zelden tot 10, of 5; vrij of in 5–10 bundels, soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijl 1; vrucht soms éénhokkig; meest houtige planten, zelden kruiden met meest verspreide, gaafrandige of gelobde bladeren met steunbladeren.1a.Helmknoppen aan den top met een bladachtig aanhangsel. Vruchtbeginsel veelhokkig. Bloembladeren korter dan de kelk. Meeldraden talrijk. Vrucht bolvormig meest met haren of stekels bezet. BoomenApeiba.1b.Helmknoppen zonder aanhangsel aan den top. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig22a.Het centrum van de bloem is voorzien van een zuil, waarop de meeldraden en het vruchtbeginsel staan; soms is deze zuil zeer kort, maar dan ontbreken de bloembladeren. Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, 10 of vele. Vrucht met rechte of haakvormige stekels bezet. Kruiden of heesters met viltig-behaarde, vaak gelobde bladerenTriumfetta.2b.Geen zuil in het midden van de bloem33a.Kelk losbladig. Bloembladeren aan de basis zonder klieren. Meeldraden 10 tot vele, alle met helmknoppen. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig. Vrucht een lange of korte doosvrucht. Kruiden of heesters met gezaagde bladerenCorchorus.3b.Kelk met een los- of vergroeidbladige buitenkelk. Bloembladeren met klieren aan de basis. Meeldraden talrijk, alleen de binnenste met helmknoppen. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een doosvrucht, die met 5 kleppen openspringtLühea.Koesewiran.175.Malvaceae.Bloemen meest tweeslachtig; kelk en kroon 5-tallig; de kelk vergroeidbladig; de kroon in de knop gedraaid; meeldraden zeer zelden 5, meest zeer vele, in twee kransen, alle in een bundel vereenigd; helmknoppen met maar één helmhokje; vruchtbeginsel 5- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijlen evenveel of dubbel zooveel, vrucht een doosvrucht of in deelvruchten uiteenvallend; kruiden of houtige planten met enkelvoudige of gelobde bladeren met steunbladeren; vaak een buitenkelk aanwezig.1a.Bijkelk ontbrekend21b.Bijkelk voorhanden52a.Bloemen zeer dicht op elkaar staand, gezamenlijk omhuld door eenige groote schutbladeren. Bloemen wit; vruchtbeginsel 5-hokkig met 10 stijlen.Planten met stijve harenMalachra.2b.Bloemen niet groepsgewijs door schutbladeren ingehuld33a.Zaadknoppen, en later ook zaden meerdere in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of van de vrucht43b.Nooit meer dan 1 zaadknop of zaad in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of de vrucht; deze valt in1-zadigestukken uiteen. Kruiden of kleine heesters, meestal met de bloemen in de bladoksels; bladeren vaak viltig behaardSida.4a.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5 tot meer, met 3–9 zaadknoppen per afdeeling. Kruiden of heestersAbutilon.4b.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5, elke afdeeling door een dwars tusschenschot in een bovenste en een onderste helft verdeeld, waarvan de onderste 2 of 1 zaad, de bovenste 1 of 0 zaden bevat. Vruchtdeelen aan den top toegespitst, openspringend.Wissadula.5a.Bloem ingehuld door een groote 3-bladige bijkelk met hartvormige bladeren. Stijlen vergroeid. Vrucht een doosvrucht, zaden met haren bedekt. Bladeren handlobbig tot handdeeligGossypium.Katoen.5b.Bijkelk meerbladig, of met smalle bladeren66a.Stijlen vergroeid; bijkelk uit 3–5 kleine en spoedig afvallende blaadjes bestaand. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht niet openspringend. Bladeren ongedeeldThespesia.6b.Stijlen niet vergroeid of alleen van onderen vergroeid77a.Vrucht een openspringende meerzadige doosvrucht. Bloemen groot; kelk met een 5- tot veelbladige bijkelk; blaadjes van den bijkelk vaak aan den top gespleten of verdikt. Plant vaak gestekeldHibiscus.7b.Vrucht in eenzadige stukken uiteenvallend. Bloemen klein88a.Deelen van de vrucht op den rug met netvormige aderen. Bijkelk 9–12-bladig. Bladeren handdeelig. Plant met stijve, eenigszins stekelige haren bezetMalachra.8b.Deelen van de vrucht met talrijke stekels op de rugzijde. Bijkelk 5-bladig. Bladeren fijn behaard, handlobbig tot handdeeligUrena.8c.Deelen van de vrucht 5, met 3 lange met weerhaken bezette stekels op den rug. Bijkelk 5- tot veelbladigPavonia.177.Bombacaceae.Bloemen in hoofdzaak als de vorige familie, maar de helmknoppen met 1, 2 of ook meer helmhokjes; soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; boomen of heesters met enkelvoudige of handvormig samengestelde bladeren met afvallende steunbladeren; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren handvormig samengesteld21b.Bladeren enkelvoudig. Kelkbuis trechtervormig, 2–5-lobbig. Bloembladeren 5. Helmdraden in een lange buis vergroeid, die van buiten aan den top bekleed is met de helmknoppen. Vruchtbeginsel 2-hokkig. Kleine boomenQuararibea.2a.Meeldraden 5, van onderen in een korte buis vergroeid. Kelk met korte tanden. Bloembladeren 5; vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een met 5 kleppen openspringende doosvrucht, die van binnen zeer dicht behaard is. Groote boomenCeiba.Kankantrie.2b.Meeldraden talrijk33a.Kelk groot, 5-lobbig, van binnen zijdeachtig behaard. Meeldraden ver over de helft tot een buis vergroeid. Vruchtbeginsel 5–10-hokkig, stijl met 5–10 takken. Boomen. Vruchten zonder wol.Adansonia.3b.Kelk zonder lobben of onregelmatig inscheurend. Meeldraden in een buis vergroeid, welke later meest inscheurt. Vruchtbeginsel 5-hokkig, stijl niet gedeeld of met 5 korte takjes. Vrucht met veel of weinig wol van binnenBombax.178.Sterculiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; kelk vergroeidbladig; bloembladeren in de knop gedraaid; meeldraden in 2 kransen; de krans die voor de kelkslippen staat staminodiaal; die welke voor de bloembladeren staat vaak gespleten; meest alle vergroeid; helmknoppen met 2 helmhokjes; vaak een androgynophoor aanwezig; vruchtbeginsels 5, min of meer vergroeid; met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht vaak in deelvruchten uiteenvallend; boomen, heesters of kruiden, met meest enkelvoudige, gaafrandige of gelobde of handvormig samengestelde bladeren; steunbladeren afvallend.1a.Bloemen éénslachtig, bloembladeren ontbrekend21b.Bloemen tweeslachtig, met een bloemkroon32a.Vruchtbeginsel en meeldraden in de ♀ of ♂ bloem op een steel (gynophoor of androphoor) gezeten; onregelmatig geplaatstSterculia.2b.Vruchtbeginsel en meeldraden ongesteeld of zeer kort gesteeld. Helmknoppen in regelmatige rijenCola.3a.Meeldraden en vruchtbeginsel op een lang androgynophoor gezeten. Meeldraden 6–10; vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen, na den bloei zijn de hokken spiraalsgewijs om elkaar gedraaid. Kelk lang, buisvormigHelicteres.3b.Androgynophoor ontbrekend44a.Planten met stekels. Bladeren gezaagd. Bloembladeren kapvormig met een lange smalle slip. Meeldraden 5, met breede staminodiën in een bekervormige buis vergroeidBüttneria.4b.Planten ongestekeld55a.Bloembladeren aan de basis kapvormig; meeldraden met staminodiën tot een buis vergroeid65b.Bloembladeren niet kapvormig; meeldraden 5, zonder staminodiën76a.Bloembladeren aan den top 2-spletig. Kelk 3-deelig. Vrucht een houtige doosvrucht met stekels of lange haren bezetGuazuma.6b.Bloembladeren van boven niet gespleten. Kelk 2–5-deelig. Vrucht vleezig, zonder haren of stekelsTheobroma.7a.Vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen. Bloembladeren aan de buis der helmdraden zitten blijvendMelochia.7b.Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl, en 2 zaadknoppen. Bloemen overigens als de vorige. Bladeren meest fluweelig behaardWaltheria.

Orde:Malvales.171.Elaeocarpaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk; kelk bijna losbladig; bloemen meest tweeslachtig, regelmatig; meeldraden op een gewelfde bloemas; vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig met meest vele zaadknoppen; stijl 1; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige bladeren met steunbladeren.Kelk diep 4-, soms 5–6-deelig. Bloembladeren ontbrekend. Meeldraden talrijk in groeven van de schijf staand. Vruchtbeginsel 4-hokkig met een lange stijl en 4-spletige stempel. Vrucht een 4-kleppige doosvrucht met stekels bezet. Boomen met meest grofgetande bladerenSloanea.174.Tiliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; meest tweeslachtig, 5-tallig; kelk en bloemkroon bijna of geheel losbladig; soms bloembladeren ontbrekend, regelmatig; meeldraden talrijk, zelden tot 10, of 5; vrij of in 5–10 bundels, soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijl 1; vrucht soms éénhokkig; meest houtige planten, zelden kruiden met meest verspreide, gaafrandige of gelobde bladeren met steunbladeren.1a.Helmknoppen aan den top met een bladachtig aanhangsel. Vruchtbeginsel veelhokkig. Bloembladeren korter dan de kelk. Meeldraden talrijk. Vrucht bolvormig meest met haren of stekels bezet. BoomenApeiba.1b.Helmknoppen zonder aanhangsel aan den top. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig22a.Het centrum van de bloem is voorzien van een zuil, waarop de meeldraden en het vruchtbeginsel staan; soms is deze zuil zeer kort, maar dan ontbreken de bloembladeren. Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, 10 of vele. Vrucht met rechte of haakvormige stekels bezet. Kruiden of heesters met viltig-behaarde, vaak gelobde bladerenTriumfetta.2b.Geen zuil in het midden van de bloem33a.Kelk losbladig. Bloembladeren aan de basis zonder klieren. Meeldraden 10 tot vele, alle met helmknoppen. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig. Vrucht een lange of korte doosvrucht. Kruiden of heesters met gezaagde bladerenCorchorus.3b.Kelk met een los- of vergroeidbladige buitenkelk. Bloembladeren met klieren aan de basis. Meeldraden talrijk, alleen de binnenste met helmknoppen. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een doosvrucht, die met 5 kleppen openspringtLühea.Koesewiran.175.Malvaceae.Bloemen meest tweeslachtig; kelk en kroon 5-tallig; de kelk vergroeidbladig; de kroon in de knop gedraaid; meeldraden zeer zelden 5, meest zeer vele, in twee kransen, alle in een bundel vereenigd; helmknoppen met maar één helmhokje; vruchtbeginsel 5- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijlen evenveel of dubbel zooveel, vrucht een doosvrucht of in deelvruchten uiteenvallend; kruiden of houtige planten met enkelvoudige of gelobde bladeren met steunbladeren; vaak een buitenkelk aanwezig.1a.Bijkelk ontbrekend21b.Bijkelk voorhanden52a.Bloemen zeer dicht op elkaar staand, gezamenlijk omhuld door eenige groote schutbladeren. Bloemen wit; vruchtbeginsel 5-hokkig met 10 stijlen.Planten met stijve harenMalachra.2b.Bloemen niet groepsgewijs door schutbladeren ingehuld33a.Zaadknoppen, en later ook zaden meerdere in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of van de vrucht43b.Nooit meer dan 1 zaadknop of zaad in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of de vrucht; deze valt in1-zadigestukken uiteen. Kruiden of kleine heesters, meestal met de bloemen in de bladoksels; bladeren vaak viltig behaardSida.4a.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5 tot meer, met 3–9 zaadknoppen per afdeeling. Kruiden of heestersAbutilon.4b.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5, elke afdeeling door een dwars tusschenschot in een bovenste en een onderste helft verdeeld, waarvan de onderste 2 of 1 zaad, de bovenste 1 of 0 zaden bevat. Vruchtdeelen aan den top toegespitst, openspringend.Wissadula.5a.Bloem ingehuld door een groote 3-bladige bijkelk met hartvormige bladeren. Stijlen vergroeid. Vrucht een doosvrucht, zaden met haren bedekt. Bladeren handlobbig tot handdeeligGossypium.Katoen.5b.Bijkelk meerbladig, of met smalle bladeren66a.Stijlen vergroeid; bijkelk uit 3–5 kleine en spoedig afvallende blaadjes bestaand. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht niet openspringend. Bladeren ongedeeldThespesia.6b.Stijlen niet vergroeid of alleen van onderen vergroeid77a.Vrucht een openspringende meerzadige doosvrucht. Bloemen groot; kelk met een 5- tot veelbladige bijkelk; blaadjes van den bijkelk vaak aan den top gespleten of verdikt. Plant vaak gestekeldHibiscus.7b.Vrucht in eenzadige stukken uiteenvallend. Bloemen klein88a.Deelen van de vrucht op den rug met netvormige aderen. Bijkelk 9–12-bladig. Bladeren handdeelig. Plant met stijve, eenigszins stekelige haren bezetMalachra.8b.Deelen van de vrucht met talrijke stekels op de rugzijde. Bijkelk 5-bladig. Bladeren fijn behaard, handlobbig tot handdeeligUrena.8c.Deelen van de vrucht 5, met 3 lange met weerhaken bezette stekels op den rug. Bijkelk 5- tot veelbladigPavonia.177.Bombacaceae.Bloemen in hoofdzaak als de vorige familie, maar de helmknoppen met 1, 2 of ook meer helmhokjes; soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; boomen of heesters met enkelvoudige of handvormig samengestelde bladeren met afvallende steunbladeren; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren handvormig samengesteld21b.Bladeren enkelvoudig. Kelkbuis trechtervormig, 2–5-lobbig. Bloembladeren 5. Helmdraden in een lange buis vergroeid, die van buiten aan den top bekleed is met de helmknoppen. Vruchtbeginsel 2-hokkig. Kleine boomenQuararibea.2a.Meeldraden 5, van onderen in een korte buis vergroeid. Kelk met korte tanden. Bloembladeren 5; vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een met 5 kleppen openspringende doosvrucht, die van binnen zeer dicht behaard is. Groote boomenCeiba.Kankantrie.2b.Meeldraden talrijk33a.Kelk groot, 5-lobbig, van binnen zijdeachtig behaard. Meeldraden ver over de helft tot een buis vergroeid. Vruchtbeginsel 5–10-hokkig, stijl met 5–10 takken. Boomen. Vruchten zonder wol.Adansonia.3b.Kelk zonder lobben of onregelmatig inscheurend. Meeldraden in een buis vergroeid, welke later meest inscheurt. Vruchtbeginsel 5-hokkig, stijl niet gedeeld of met 5 korte takjes. Vrucht met veel of weinig wol van binnenBombax.178.Sterculiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; kelk vergroeidbladig; bloembladeren in de knop gedraaid; meeldraden in 2 kransen; de krans die voor de kelkslippen staat staminodiaal; die welke voor de bloembladeren staat vaak gespleten; meest alle vergroeid; helmknoppen met 2 helmhokjes; vaak een androgynophoor aanwezig; vruchtbeginsels 5, min of meer vergroeid; met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht vaak in deelvruchten uiteenvallend; boomen, heesters of kruiden, met meest enkelvoudige, gaafrandige of gelobde of handvormig samengestelde bladeren; steunbladeren afvallend.1a.Bloemen éénslachtig, bloembladeren ontbrekend21b.Bloemen tweeslachtig, met een bloemkroon32a.Vruchtbeginsel en meeldraden in de ♀ of ♂ bloem op een steel (gynophoor of androphoor) gezeten; onregelmatig geplaatstSterculia.2b.Vruchtbeginsel en meeldraden ongesteeld of zeer kort gesteeld. Helmknoppen in regelmatige rijenCola.3a.Meeldraden en vruchtbeginsel op een lang androgynophoor gezeten. Meeldraden 6–10; vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen, na den bloei zijn de hokken spiraalsgewijs om elkaar gedraaid. Kelk lang, buisvormigHelicteres.3b.Androgynophoor ontbrekend44a.Planten met stekels. Bladeren gezaagd. Bloembladeren kapvormig met een lange smalle slip. Meeldraden 5, met breede staminodiën in een bekervormige buis vergroeidBüttneria.4b.Planten ongestekeld55a.Bloembladeren aan de basis kapvormig; meeldraden met staminodiën tot een buis vergroeid65b.Bloembladeren niet kapvormig; meeldraden 5, zonder staminodiën76a.Bloembladeren aan den top 2-spletig. Kelk 3-deelig. Vrucht een houtige doosvrucht met stekels of lange haren bezetGuazuma.6b.Bloembladeren van boven niet gespleten. Kelk 2–5-deelig. Vrucht vleezig, zonder haren of stekelsTheobroma.7a.Vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen. Bloembladeren aan de buis der helmdraden zitten blijvendMelochia.7b.Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl, en 2 zaadknoppen. Bloemen overigens als de vorige. Bladeren meest fluweelig behaardWaltheria.

171.Elaeocarpaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk; kelk bijna losbladig; bloemen meest tweeslachtig, regelmatig; meeldraden op een gewelfde bloemas; vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig met meest vele zaadknoppen; stijl 1; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige bladeren met steunbladeren.Kelk diep 4-, soms 5–6-deelig. Bloembladeren ontbrekend. Meeldraden talrijk in groeven van de schijf staand. Vruchtbeginsel 4-hokkig met een lange stijl en 4-spletige stempel. Vrucht een 4-kleppige doosvrucht met stekels bezet. Boomen met meest grofgetande bladerenSloanea.

171.Elaeocarpaceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk; kelk bijna losbladig; bloemen meest tweeslachtig, regelmatig; meeldraden op een gewelfde bloemas; vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig met meest vele zaadknoppen; stijl 1; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige bladeren met steunbladeren.Kelk diep 4-, soms 5–6-deelig. Bloembladeren ontbrekend. Meeldraden talrijk in groeven van de schijf staand. Vruchtbeginsel 4-hokkig met een lange stijl en 4-spletige stempel. Vrucht een 4-kleppige doosvrucht met stekels bezet. Boomen met meest grofgetande bladerenSloanea.

Bloemen met kelk en bloemkroon of alleen met een kelk; kelk bijna losbladig; bloemen meest tweeslachtig, regelmatig; meeldraden op een gewelfde bloemas; vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig met meest vele zaadknoppen; stijl 1; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige bladeren met steunbladeren.

Kelk diep 4-, soms 5–6-deelig. Bloembladeren ontbrekend. Meeldraden talrijk in groeven van de schijf staand. Vruchtbeginsel 4-hokkig met een lange stijl en 4-spletige stempel. Vrucht een 4-kleppige doosvrucht met stekels bezet. Boomen met meest grofgetande bladerenSloanea.

174.Tiliaceae.Bloemen met kelk en bloemkroon; meest tweeslachtig, 5-tallig; kelk en bloemkroon bijna of geheel losbladig; soms bloembladeren ontbrekend, regelmatig; meeldraden talrijk, zelden tot 10, of 5; vrij of in 5–10 bundels, soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijl 1; vrucht soms éénhokkig; meest houtige planten, zelden kruiden met meest verspreide, gaafrandige of gelobde bladeren met steunbladeren.1a.Helmknoppen aan den top met een bladachtig aanhangsel. Vruchtbeginsel veelhokkig. Bloembladeren korter dan de kelk. Meeldraden talrijk. Vrucht bolvormig meest met haren of stekels bezet. BoomenApeiba.1b.Helmknoppen zonder aanhangsel aan den top. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig22a.Het centrum van de bloem is voorzien van een zuil, waarop de meeldraden en het vruchtbeginsel staan; soms is deze zuil zeer kort, maar dan ontbreken de bloembladeren. Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, 10 of vele. Vrucht met rechte of haakvormige stekels bezet. Kruiden of heesters met viltig-behaarde, vaak gelobde bladerenTriumfetta.2b.Geen zuil in het midden van de bloem33a.Kelk losbladig. Bloembladeren aan de basis zonder klieren. Meeldraden 10 tot vele, alle met helmknoppen. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig. Vrucht een lange of korte doosvrucht. Kruiden of heesters met gezaagde bladerenCorchorus.3b.Kelk met een los- of vergroeidbladige buitenkelk. Bloembladeren met klieren aan de basis. Meeldraden talrijk, alleen de binnenste met helmknoppen. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een doosvrucht, die met 5 kleppen openspringtLühea.Koesewiran.

174.Tiliaceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon; meest tweeslachtig, 5-tallig; kelk en bloemkroon bijna of geheel losbladig; soms bloembladeren ontbrekend, regelmatig; meeldraden talrijk, zelden tot 10, of 5; vrij of in 5–10 bundels, soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijl 1; vrucht soms éénhokkig; meest houtige planten, zelden kruiden met meest verspreide, gaafrandige of gelobde bladeren met steunbladeren.1a.Helmknoppen aan den top met een bladachtig aanhangsel. Vruchtbeginsel veelhokkig. Bloembladeren korter dan de kelk. Meeldraden talrijk. Vrucht bolvormig meest met haren of stekels bezet. BoomenApeiba.1b.Helmknoppen zonder aanhangsel aan den top. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig22a.Het centrum van de bloem is voorzien van een zuil, waarop de meeldraden en het vruchtbeginsel staan; soms is deze zuil zeer kort, maar dan ontbreken de bloembladeren. Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, 10 of vele. Vrucht met rechte of haakvormige stekels bezet. Kruiden of heesters met viltig-behaarde, vaak gelobde bladerenTriumfetta.2b.Geen zuil in het midden van de bloem33a.Kelk losbladig. Bloembladeren aan de basis zonder klieren. Meeldraden 10 tot vele, alle met helmknoppen. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig. Vrucht een lange of korte doosvrucht. Kruiden of heesters met gezaagde bladerenCorchorus.3b.Kelk met een los- of vergroeidbladige buitenkelk. Bloembladeren met klieren aan de basis. Meeldraden talrijk, alleen de binnenste met helmknoppen. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een doosvrucht, die met 5 kleppen openspringtLühea.Koesewiran.

Bloemen met kelk en bloemkroon; meest tweeslachtig, 5-tallig; kelk en bloemkroon bijna of geheel losbladig; soms bloembladeren ontbrekend, regelmatig; meeldraden talrijk, zelden tot 10, of 5; vrij of in 5–10 bundels, soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijl 1; vrucht soms éénhokkig; meest houtige planten, zelden kruiden met meest verspreide, gaafrandige of gelobde bladeren met steunbladeren.

1a.Helmknoppen aan den top met een bladachtig aanhangsel. Vruchtbeginsel veelhokkig. Bloembladeren korter dan de kelk. Meeldraden talrijk. Vrucht bolvormig meest met haren of stekels bezet. BoomenApeiba.

1b.Helmknoppen zonder aanhangsel aan den top. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig2

2a.Het centrum van de bloem is voorzien van een zuil, waarop de meeldraden en het vruchtbeginsel staan; soms is deze zuil zeer kort, maar dan ontbreken de bloembladeren. Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, 10 of vele. Vrucht met rechte of haakvormige stekels bezet. Kruiden of heesters met viltig-behaarde, vaak gelobde bladerenTriumfetta.

2b.Geen zuil in het midden van de bloem3

3a.Kelk losbladig. Bloembladeren aan de basis zonder klieren. Meeldraden 10 tot vele, alle met helmknoppen. Vruchtbeginsel 2–5-hokkig. Vrucht een lange of korte doosvrucht. Kruiden of heesters met gezaagde bladerenCorchorus.

3b.Kelk met een los- of vergroeidbladige buitenkelk. Bloembladeren met klieren aan de basis. Meeldraden talrijk, alleen de binnenste met helmknoppen. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een doosvrucht, die met 5 kleppen openspringtLühea.Koesewiran.

175.Malvaceae.Bloemen meest tweeslachtig; kelk en kroon 5-tallig; de kelk vergroeidbladig; de kroon in de knop gedraaid; meeldraden zeer zelden 5, meest zeer vele, in twee kransen, alle in een bundel vereenigd; helmknoppen met maar één helmhokje; vruchtbeginsel 5- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijlen evenveel of dubbel zooveel, vrucht een doosvrucht of in deelvruchten uiteenvallend; kruiden of houtige planten met enkelvoudige of gelobde bladeren met steunbladeren; vaak een buitenkelk aanwezig.1a.Bijkelk ontbrekend21b.Bijkelk voorhanden52a.Bloemen zeer dicht op elkaar staand, gezamenlijk omhuld door eenige groote schutbladeren. Bloemen wit; vruchtbeginsel 5-hokkig met 10 stijlen.Planten met stijve harenMalachra.2b.Bloemen niet groepsgewijs door schutbladeren ingehuld33a.Zaadknoppen, en later ook zaden meerdere in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of van de vrucht43b.Nooit meer dan 1 zaadknop of zaad in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of de vrucht; deze valt in1-zadigestukken uiteen. Kruiden of kleine heesters, meestal met de bloemen in de bladoksels; bladeren vaak viltig behaardSida.4a.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5 tot meer, met 3–9 zaadknoppen per afdeeling. Kruiden of heestersAbutilon.4b.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5, elke afdeeling door een dwars tusschenschot in een bovenste en een onderste helft verdeeld, waarvan de onderste 2 of 1 zaad, de bovenste 1 of 0 zaden bevat. Vruchtdeelen aan den top toegespitst, openspringend.Wissadula.5a.Bloem ingehuld door een groote 3-bladige bijkelk met hartvormige bladeren. Stijlen vergroeid. Vrucht een doosvrucht, zaden met haren bedekt. Bladeren handlobbig tot handdeeligGossypium.Katoen.5b.Bijkelk meerbladig, of met smalle bladeren66a.Stijlen vergroeid; bijkelk uit 3–5 kleine en spoedig afvallende blaadjes bestaand. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht niet openspringend. Bladeren ongedeeldThespesia.6b.Stijlen niet vergroeid of alleen van onderen vergroeid77a.Vrucht een openspringende meerzadige doosvrucht. Bloemen groot; kelk met een 5- tot veelbladige bijkelk; blaadjes van den bijkelk vaak aan den top gespleten of verdikt. Plant vaak gestekeldHibiscus.7b.Vrucht in eenzadige stukken uiteenvallend. Bloemen klein88a.Deelen van de vrucht op den rug met netvormige aderen. Bijkelk 9–12-bladig. Bladeren handdeelig. Plant met stijve, eenigszins stekelige haren bezetMalachra.8b.Deelen van de vrucht met talrijke stekels op de rugzijde. Bijkelk 5-bladig. Bladeren fijn behaard, handlobbig tot handdeeligUrena.8c.Deelen van de vrucht 5, met 3 lange met weerhaken bezette stekels op den rug. Bijkelk 5- tot veelbladigPavonia.

175.Malvaceae.

Bloemen meest tweeslachtig; kelk en kroon 5-tallig; de kelk vergroeidbladig; de kroon in de knop gedraaid; meeldraden zeer zelden 5, meest zeer vele, in twee kransen, alle in een bundel vereenigd; helmknoppen met maar één helmhokje; vruchtbeginsel 5- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijlen evenveel of dubbel zooveel, vrucht een doosvrucht of in deelvruchten uiteenvallend; kruiden of houtige planten met enkelvoudige of gelobde bladeren met steunbladeren; vaak een buitenkelk aanwezig.1a.Bijkelk ontbrekend21b.Bijkelk voorhanden52a.Bloemen zeer dicht op elkaar staand, gezamenlijk omhuld door eenige groote schutbladeren. Bloemen wit; vruchtbeginsel 5-hokkig met 10 stijlen.Planten met stijve harenMalachra.2b.Bloemen niet groepsgewijs door schutbladeren ingehuld33a.Zaadknoppen, en later ook zaden meerdere in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of van de vrucht43b.Nooit meer dan 1 zaadknop of zaad in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of de vrucht; deze valt in1-zadigestukken uiteen. Kruiden of kleine heesters, meestal met de bloemen in de bladoksels; bladeren vaak viltig behaardSida.4a.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5 tot meer, met 3–9 zaadknoppen per afdeeling. Kruiden of heestersAbutilon.4b.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5, elke afdeeling door een dwars tusschenschot in een bovenste en een onderste helft verdeeld, waarvan de onderste 2 of 1 zaad, de bovenste 1 of 0 zaden bevat. Vruchtdeelen aan den top toegespitst, openspringend.Wissadula.5a.Bloem ingehuld door een groote 3-bladige bijkelk met hartvormige bladeren. Stijlen vergroeid. Vrucht een doosvrucht, zaden met haren bedekt. Bladeren handlobbig tot handdeeligGossypium.Katoen.5b.Bijkelk meerbladig, of met smalle bladeren66a.Stijlen vergroeid; bijkelk uit 3–5 kleine en spoedig afvallende blaadjes bestaand. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht niet openspringend. Bladeren ongedeeldThespesia.6b.Stijlen niet vergroeid of alleen van onderen vergroeid77a.Vrucht een openspringende meerzadige doosvrucht. Bloemen groot; kelk met een 5- tot veelbladige bijkelk; blaadjes van den bijkelk vaak aan den top gespleten of verdikt. Plant vaak gestekeldHibiscus.7b.Vrucht in eenzadige stukken uiteenvallend. Bloemen klein88a.Deelen van de vrucht op den rug met netvormige aderen. Bijkelk 9–12-bladig. Bladeren handdeelig. Plant met stijve, eenigszins stekelige haren bezetMalachra.8b.Deelen van de vrucht met talrijke stekels op de rugzijde. Bijkelk 5-bladig. Bladeren fijn behaard, handlobbig tot handdeeligUrena.8c.Deelen van de vrucht 5, met 3 lange met weerhaken bezette stekels op den rug. Bijkelk 5- tot veelbladigPavonia.

Bloemen meest tweeslachtig; kelk en kroon 5-tallig; de kelk vergroeidbladig; de kroon in de knop gedraaid; meeldraden zeer zelden 5, meest zeer vele, in twee kransen, alle in een bundel vereenigd; helmknoppen met maar één helmhokje; vruchtbeginsel 5- tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijlen evenveel of dubbel zooveel, vrucht een doosvrucht of in deelvruchten uiteenvallend; kruiden of houtige planten met enkelvoudige of gelobde bladeren met steunbladeren; vaak een buitenkelk aanwezig.

1a.Bijkelk ontbrekend2

1b.Bijkelk voorhanden5

2a.Bloemen zeer dicht op elkaar staand, gezamenlijk omhuld door eenige groote schutbladeren. Bloemen wit; vruchtbeginsel 5-hokkig met 10 stijlen.Planten met stijve harenMalachra.

2b.Bloemen niet groepsgewijs door schutbladeren ingehuld3

3a.Zaadknoppen, en later ook zaden meerdere in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of van de vrucht4

3b.Nooit meer dan 1 zaadknop of zaad in elke afdeeling van het vruchtbeginsel of de vrucht; deze valt in1-zadigestukken uiteen. Kruiden of kleine heesters, meestal met de bloemen in de bladoksels; bladeren vaak viltig behaardSida.

4a.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5 tot meer, met 3–9 zaadknoppen per afdeeling. Kruiden of heestersAbutilon.

4b.Afdeelingen van vruchtbeginsel en vrucht 5, elke afdeeling door een dwars tusschenschot in een bovenste en een onderste helft verdeeld, waarvan de onderste 2 of 1 zaad, de bovenste 1 of 0 zaden bevat. Vruchtdeelen aan den top toegespitst, openspringend.Wissadula.

5a.Bloem ingehuld door een groote 3-bladige bijkelk met hartvormige bladeren. Stijlen vergroeid. Vrucht een doosvrucht, zaden met haren bedekt. Bladeren handlobbig tot handdeeligGossypium.Katoen.

5b.Bijkelk meerbladig, of met smalle bladeren6

6a.Stijlen vergroeid; bijkelk uit 3–5 kleine en spoedig afvallende blaadjes bestaand. Vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht niet openspringend. Bladeren ongedeeldThespesia.

6b.Stijlen niet vergroeid of alleen van onderen vergroeid7

7a.Vrucht een openspringende meerzadige doosvrucht. Bloemen groot; kelk met een 5- tot veelbladige bijkelk; blaadjes van den bijkelk vaak aan den top gespleten of verdikt. Plant vaak gestekeldHibiscus.

7b.Vrucht in eenzadige stukken uiteenvallend. Bloemen klein8

8a.Deelen van de vrucht op den rug met netvormige aderen. Bijkelk 9–12-bladig. Bladeren handdeelig. Plant met stijve, eenigszins stekelige haren bezetMalachra.

8b.Deelen van de vrucht met talrijke stekels op de rugzijde. Bijkelk 5-bladig. Bladeren fijn behaard, handlobbig tot handdeeligUrena.

8c.Deelen van de vrucht 5, met 3 lange met weerhaken bezette stekels op den rug. Bijkelk 5- tot veelbladigPavonia.

177.Bombacaceae.Bloemen in hoofdzaak als de vorige familie, maar de helmknoppen met 1, 2 of ook meer helmhokjes; soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; boomen of heesters met enkelvoudige of handvormig samengestelde bladeren met afvallende steunbladeren; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren handvormig samengesteld21b.Bladeren enkelvoudig. Kelkbuis trechtervormig, 2–5-lobbig. Bloembladeren 5. Helmdraden in een lange buis vergroeid, die van buiten aan den top bekleed is met de helmknoppen. Vruchtbeginsel 2-hokkig. Kleine boomenQuararibea.2a.Meeldraden 5, van onderen in een korte buis vergroeid. Kelk met korte tanden. Bloembladeren 5; vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een met 5 kleppen openspringende doosvrucht, die van binnen zeer dicht behaard is. Groote boomenCeiba.Kankantrie.2b.Meeldraden talrijk33a.Kelk groot, 5-lobbig, van binnen zijdeachtig behaard. Meeldraden ver over de helft tot een buis vergroeid. Vruchtbeginsel 5–10-hokkig, stijl met 5–10 takken. Boomen. Vruchten zonder wol.Adansonia.3b.Kelk zonder lobben of onregelmatig inscheurend. Meeldraden in een buis vergroeid, welke later meest inscheurt. Vruchtbeginsel 5-hokkig, stijl niet gedeeld of met 5 korte takjes. Vrucht met veel of weinig wol van binnenBombax.

177.Bombacaceae.

Bloemen in hoofdzaak als de vorige familie, maar de helmknoppen met 1, 2 of ook meer helmhokjes; soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; boomen of heesters met enkelvoudige of handvormig samengestelde bladeren met afvallende steunbladeren; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren handvormig samengesteld21b.Bladeren enkelvoudig. Kelkbuis trechtervormig, 2–5-lobbig. Bloembladeren 5. Helmdraden in een lange buis vergroeid, die van buiten aan den top bekleed is met de helmknoppen. Vruchtbeginsel 2-hokkig. Kleine boomenQuararibea.2a.Meeldraden 5, van onderen in een korte buis vergroeid. Kelk met korte tanden. Bloembladeren 5; vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een met 5 kleppen openspringende doosvrucht, die van binnen zeer dicht behaard is. Groote boomenCeiba.Kankantrie.2b.Meeldraden talrijk33a.Kelk groot, 5-lobbig, van binnen zijdeachtig behaard. Meeldraden ver over de helft tot een buis vergroeid. Vruchtbeginsel 5–10-hokkig, stijl met 5–10 takken. Boomen. Vruchten zonder wol.Adansonia.3b.Kelk zonder lobben of onregelmatig inscheurend. Meeldraden in een buis vergroeid, welke later meest inscheurt. Vruchtbeginsel 5-hokkig, stijl niet gedeeld of met 5 korte takjes. Vrucht met veel of weinig wol van binnenBombax.

Bloemen in hoofdzaak als de vorige familie, maar de helmknoppen met 1, 2 of ook meer helmhokjes; soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; boomen of heesters met enkelvoudige of handvormig samengestelde bladeren met afvallende steunbladeren; bloemen vaak zeer groot.

1a.Bladeren handvormig samengesteld2

1b.Bladeren enkelvoudig. Kelkbuis trechtervormig, 2–5-lobbig. Bloembladeren 5. Helmdraden in een lange buis vergroeid, die van buiten aan den top bekleed is met de helmknoppen. Vruchtbeginsel 2-hokkig. Kleine boomenQuararibea.

2a.Meeldraden 5, van onderen in een korte buis vergroeid. Kelk met korte tanden. Bloembladeren 5; vruchtbeginsel 5-hokkig. Vrucht een met 5 kleppen openspringende doosvrucht, die van binnen zeer dicht behaard is. Groote boomenCeiba.Kankantrie.

2b.Meeldraden talrijk3

3a.Kelk groot, 5-lobbig, van binnen zijdeachtig behaard. Meeldraden ver over de helft tot een buis vergroeid. Vruchtbeginsel 5–10-hokkig, stijl met 5–10 takken. Boomen. Vruchten zonder wol.Adansonia.

3b.Kelk zonder lobben of onregelmatig inscheurend. Meeldraden in een buis vergroeid, welke later meest inscheurt. Vruchtbeginsel 5-hokkig, stijl niet gedeeld of met 5 korte takjes. Vrucht met veel of weinig wol van binnenBombax.

178.Sterculiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; kelk vergroeidbladig; bloembladeren in de knop gedraaid; meeldraden in 2 kransen; de krans die voor de kelkslippen staat staminodiaal; die welke voor de bloembladeren staat vaak gespleten; meest alle vergroeid; helmknoppen met 2 helmhokjes; vaak een androgynophoor aanwezig; vruchtbeginsels 5, min of meer vergroeid; met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht vaak in deelvruchten uiteenvallend; boomen, heesters of kruiden, met meest enkelvoudige, gaafrandige of gelobde of handvormig samengestelde bladeren; steunbladeren afvallend.1a.Bloemen éénslachtig, bloembladeren ontbrekend21b.Bloemen tweeslachtig, met een bloemkroon32a.Vruchtbeginsel en meeldraden in de ♀ of ♂ bloem op een steel (gynophoor of androphoor) gezeten; onregelmatig geplaatstSterculia.2b.Vruchtbeginsel en meeldraden ongesteeld of zeer kort gesteeld. Helmknoppen in regelmatige rijenCola.3a.Meeldraden en vruchtbeginsel op een lang androgynophoor gezeten. Meeldraden 6–10; vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen, na den bloei zijn de hokken spiraalsgewijs om elkaar gedraaid. Kelk lang, buisvormigHelicteres.3b.Androgynophoor ontbrekend44a.Planten met stekels. Bladeren gezaagd. Bloembladeren kapvormig met een lange smalle slip. Meeldraden 5, met breede staminodiën in een bekervormige buis vergroeidBüttneria.4b.Planten ongestekeld55a.Bloembladeren aan de basis kapvormig; meeldraden met staminodiën tot een buis vergroeid65b.Bloembladeren niet kapvormig; meeldraden 5, zonder staminodiën76a.Bloembladeren aan den top 2-spletig. Kelk 3-deelig. Vrucht een houtige doosvrucht met stekels of lange haren bezetGuazuma.6b.Bloembladeren van boven niet gespleten. Kelk 2–5-deelig. Vrucht vleezig, zonder haren of stekelsTheobroma.7a.Vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen. Bloembladeren aan de buis der helmdraden zitten blijvendMelochia.7b.Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl, en 2 zaadknoppen. Bloemen overigens als de vorige. Bladeren meest fluweelig behaardWaltheria.

178.Sterculiaceae.

Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; kelk vergroeidbladig; bloembladeren in de knop gedraaid; meeldraden in 2 kransen; de krans die voor de kelkslippen staat staminodiaal; die welke voor de bloembladeren staat vaak gespleten; meest alle vergroeid; helmknoppen met 2 helmhokjes; vaak een androgynophoor aanwezig; vruchtbeginsels 5, min of meer vergroeid; met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht vaak in deelvruchten uiteenvallend; boomen, heesters of kruiden, met meest enkelvoudige, gaafrandige of gelobde of handvormig samengestelde bladeren; steunbladeren afvallend.1a.Bloemen éénslachtig, bloembladeren ontbrekend21b.Bloemen tweeslachtig, met een bloemkroon32a.Vruchtbeginsel en meeldraden in de ♀ of ♂ bloem op een steel (gynophoor of androphoor) gezeten; onregelmatig geplaatstSterculia.2b.Vruchtbeginsel en meeldraden ongesteeld of zeer kort gesteeld. Helmknoppen in regelmatige rijenCola.3a.Meeldraden en vruchtbeginsel op een lang androgynophoor gezeten. Meeldraden 6–10; vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen, na den bloei zijn de hokken spiraalsgewijs om elkaar gedraaid. Kelk lang, buisvormigHelicteres.3b.Androgynophoor ontbrekend44a.Planten met stekels. Bladeren gezaagd. Bloembladeren kapvormig met een lange smalle slip. Meeldraden 5, met breede staminodiën in een bekervormige buis vergroeidBüttneria.4b.Planten ongestekeld55a.Bloembladeren aan de basis kapvormig; meeldraden met staminodiën tot een buis vergroeid65b.Bloembladeren niet kapvormig; meeldraden 5, zonder staminodiën76a.Bloembladeren aan den top 2-spletig. Kelk 3-deelig. Vrucht een houtige doosvrucht met stekels of lange haren bezetGuazuma.6b.Bloembladeren van boven niet gespleten. Kelk 2–5-deelig. Vrucht vleezig, zonder haren of stekelsTheobroma.7a.Vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen. Bloembladeren aan de buis der helmdraden zitten blijvendMelochia.7b.Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl, en 2 zaadknoppen. Bloemen overigens als de vorige. Bladeren meest fluweelig behaardWaltheria.

Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; kelk vergroeidbladig; bloembladeren in de knop gedraaid; meeldraden in 2 kransen; de krans die voor de kelkslippen staat staminodiaal; die welke voor de bloembladeren staat vaak gespleten; meest alle vergroeid; helmknoppen met 2 helmhokjes; vaak een androgynophoor aanwezig; vruchtbeginsels 5, min of meer vergroeid; met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht vaak in deelvruchten uiteenvallend; boomen, heesters of kruiden, met meest enkelvoudige, gaafrandige of gelobde of handvormig samengestelde bladeren; steunbladeren afvallend.

1a.Bloemen éénslachtig, bloembladeren ontbrekend2

1b.Bloemen tweeslachtig, met een bloemkroon3

2a.Vruchtbeginsel en meeldraden in de ♀ of ♂ bloem op een steel (gynophoor of androphoor) gezeten; onregelmatig geplaatstSterculia.

2b.Vruchtbeginsel en meeldraden ongesteeld of zeer kort gesteeld. Helmknoppen in regelmatige rijenCola.

3a.Meeldraden en vruchtbeginsel op een lang androgynophoor gezeten. Meeldraden 6–10; vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen, na den bloei zijn de hokken spiraalsgewijs om elkaar gedraaid. Kelk lang, buisvormigHelicteres.

3b.Androgynophoor ontbrekend4

4a.Planten met stekels. Bladeren gezaagd. Bloembladeren kapvormig met een lange smalle slip. Meeldraden 5, met breede staminodiën in een bekervormige buis vergroeidBüttneria.

4b.Planten ongestekeld5

5a.Bloembladeren aan de basis kapvormig; meeldraden met staminodiën tot een buis vergroeid6

5b.Bloembladeren niet kapvormig; meeldraden 5, zonder staminodiën7

6a.Bloembladeren aan den top 2-spletig. Kelk 3-deelig. Vrucht een houtige doosvrucht met stekels of lange haren bezetGuazuma.

6b.Bloembladeren van boven niet gespleten. Kelk 2–5-deelig. Vrucht vleezig, zonder haren of stekelsTheobroma.

7a.Vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen. Bloembladeren aan de buis der helmdraden zitten blijvendMelochia.

7b.Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl, en 2 zaadknoppen. Bloemen overigens als de vorige. Bladeren meest fluweelig behaardWaltheria.

Orde:Parietales.180.Dilleniaceae.Bloemen twee-, zelden éénslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3 tot vele; bloembladeren 5–3; meeldraden talrijk, zelden 10 of minder; vruchtbeginsels 1 tot vele, meest vrij, ieder met 1 tot vele zaadknoppen; stijlen vrij; vrucht aan de rugzijde zich openend of gesloten met 1 of weinige zaden; houtige planten, soms lianen; bladeren verspreid, en gaafrandig; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.De beide binnenste kelkbladeren veel grooter dan de andere, na de bloei zich vergrootend en de vrucht inhullend. Bloembladeren 6–1, gemakkelijk afvallend. Meeldraden talrijk, blijvend. Vruchtbeginsels 1 of 2. LianenDavilla.1b.De 5 kelkbladeren alle volkomen of bijna aan elkaar gelijk22a.Kleine boomen of heesters, niet klimmend. Bloemen 5–4-tallig. Meeldraden talrijk; helmknoppen naar binnen openspringend en naar het centrum der bloem ingehecht aan de helmdraad (intrors.) Vruchtbeginsels 2. Bladeren zeer ruwCuratella.Wilde kasjoe;bosch-kasjoe.2b.Lianen; helmknoppen extrors33a.Vruchtbeginsels 3–5, in één enkel geval (T. aspera) 1, maar dan zijn de bladeren getand, en is de vrucht droog. Bladeren bijna steeds getand. Bloeiwijze een eindelingsche tros of pluim. Vruchten doosvruchtachtigTetracera.3b.Vruchtbeginsel 1; bladeren meest ongetand. Bloeiwijzen zijdelings, kort, meest in de bladoksels. Vrucht een besDoliocarpus.182.Ochnaceae.Bloemen meest 5-tallig; tweeslachtig, regelmatig, soms zygomorf; bloemas na de bloei vaak vergroot; kelkbladeren 4–10; bloembladeren 5; zelden 4–10; meeldraden 10 of vele, soms met staminodiën; vruchtbeginsels 2–5-10; vaak van onderen vrij, maar met 1 stijl; in ieder vruchtbeginsel of hokje van het vruchtbeginsel1 tot vele zaadknoppen; meest houtige planten met meest glimmende enkelvoudige, zelden gevinde bladeren met evenwijdige zijnerven; steunbladeren aanwezig; bloem groot, meest geel.1a.Boomen of heesters. Bloemen met 8–20 meeldraden; staminodiën niet aanwezig21b.Kruiden, soms een weinig heesterachtig met kleine gezaagde bladeren met gewimperde steunbladeren. Kelkbladeren 5, blijvend, gelijk van vorm. Bloembladeren 5, rose of wit. Vruchtbare meeldraden, omgeven door 2 kransen van staminodiën; binnenste krans bestaande uit 5 staminodiën, die met de meeldraden afwisselen, buitenste krans uit talrijke staminodiënSauvagesia.2a.Kelkbladeren 5, ongelijk, elkaar in den knop sterk bedekkend, min of meer gekleurd. Bloembladeren 5, gelijk, weinig langer dan de kelk. Meeldraden 10 met korte helmdraden en lange helmknoppen. Geen staminodiën. Bloeias verlengd, dubbel zoolang als het vruchtbeginsel. Vruchtbeginsels 5–10 alleen door de stijl verbonden, daardoor ontwikkelen zich uit elke bloem 10 of minder steenvruchten, die op een gemeenschappelijke vruchtbodem staanOuratea.2b.Kelkbladeren 3–6, bijna gelijk. Bloembladeren 3–6 langer dan de kelkbladeren. Meeldraden 8–10, of 18–20, zonder staminodiën. Bloeias weinig verlengd. Vruchtbeginsels geheel vergroeid, evenals de vruchtElvasia.183.Caryocaraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk- en bloembladeren 5, zelden 6, de laatste een weinig samenhangend; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 4–8-20-hokkig, zelden 1–3-hokkig met 1 zaadknop in ieder hokje; stijlen gescheiden; boomen of heesters met 3-tallige bladeren; steunbladeren aan de basis van de bladsteel en van de steelen der blaadjes; bloemen in eindstandige trossen.Boomen met tegenoverstaande, 3-tallige bladeren; kelk 4–6-spletig; bloembladeren 4–6. Meeldraden talrijk, langer dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel met 4–6 lange stijlen. Vrucht een steenvrucht met 3–4-eenzadige pittenCaryocar.Ningre-noto.184.Marcgraviaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloembladeren 4–5, meest wat vergroeid of geheel vergroeid; meeldraden 4–6 tot vele, vaak onderling en met de bloemkroon vergroeid en met deze samen afvallend; vruchtbeginsel meest 5-hokkig of 2–8- tot veelhokkig, met vele zaadknoppen; doosvrucht gesloten of openspringend; houtige planten, vaak klimmend of epiphyten, met enkelvoudige bladeren zonder steunbladeren; bloemen in trossen of schermen; schutbladeren meest met de bloemsteel vergroeid en in een helder gekleurde honingbeker veranderd.1a.Bloemen langgesteeld, in een scherm gezeten; in het midden lange honingbekers, daaromheen de bloemen. Kelkbladeren 4, bloembladeren houtig, geheel vergroeid. Epiphyten met 2 soorten van takken, de niet-bloeiende met 2 rijen van aangedrukte bladeren, de bloeiende met grootere bladeren, niet in 2 rijenMarcgravia.1b.Bloemen in trossen22a.Bloemen in lange dichte trossen met groote oranjeroode honingbekers, met de bloemsteel een weinig vergroeid. Meeldraden talrijk. Kelkbladeren en bloembladeren 5Norantea.2b.Trossen ijl. Bloemsteelen met 2 gespoorde aanhangsels. Meeldraden 5Souroubea.185.Quiinaceae.Bloemen regelmatig, éénslachtig, of tweeslachtig; kelk- en kroonbladeren 4–5; meeldraden 15–30 of vele; vruchtbeginsel 2–3-, of 7-hokkig met 2 zaadknoppen in ieder hokje; stijlen gescheiden; vrucht een bes met behaarde zaden; houtige planten met glimmende enkelvoudige of vinspletige bladeren, die vaak in kransen staan of tegenoverstaand zijn; steunbladeren aanwezig.Boomen of heesters met tegenoverstaande of kransstandige bladeren. Bloemen meest eenslachtig, tweehuizig, met 4–5 kelkbladeren, 4–5 bloembladeren, 15–30 meeldraden met eenigszins gedraaide helmdraden; vruchtbeginsel 2–3-hokkig met 2–3 stijlen met groote stempelsQuiina.186.Theaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5–7, soms in een spiraal staand; bloembladeren 5–9, soms aan de basis wat vergroeid; meeldraden 5 tot vele, soms tot groepen vereenigd; vruchtbeginsel 3–5-hokkig; soms 2- tot veelhokkig; met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 of meer stijlen; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige, meest verspreide bladeren zonder steunbladeren; bloemen vaak groot.1a.Kelk en bloembladeren 5–6, meeldraden talrijk met bewegelijke helmknoppen, van onderen een weinig vergroeid of in bundels voor de bloembladeren staand, vruchtbeginsel 5–10-hokkig met 3–10 stijlen of zittende stempelsHaemocharis.1b.Kelk- en bloembladeren 5; kelk met twee aangedrukte bloemsteelblaadjes. Meeldraden talrijk in twee rijen. Helmknoppen vastgegroeid. Vruchtbeginsel 2–4-hokkig met 1 stijlTernströmia.187.Guttiferae.Bloemen regelmatig, tweeslachtig of éénslachtig; kelkbladeren en bloembladeren zeer verschillend wat aantal en plaats aangaat; meeldraden 4 tot vele, vaak ten deele staminodiaal en in groepen bij elkaar staand; vruchtbeginsel meest 3–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; houtige planten, zelden kruiden met enkelvoudige bijna steeds tegenoverstaande bladeren; steunbladeren meest ontbrekend; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren verspreid. Kelk en bloembladeren 5. Meeldraden talrijk, aan den basis een weinig vergroeid; helmknoppen met een klier aan den top. Stijl 1 met een gelobde stempel. Vrucht een doosvruchtCaraipa.1b.Bladeren tegenoverstaand22a.Bloemen met een goed ontwikkeld vruchtbeginsel en met meeldraden of staminodiën32b.Bloemen alleen met meeldraden, vruchtbeginsel òf geheel ontbrekend òf zeer klein, en dan onder de meeldraden verborgen en onvruchtbaar103a.Meeldraden in groepen voor de bloembladeren staand, met vergroeide helmdraden43b.Meeldraden talrijk, niet groepsgewijs staande64a.Meeldraden 15, de helmdraden om het vruchtbeginsel geheel tot een buis vergroeid; deze buis van boven in 5 punten gespleten die ieder 3 helmknoppen dragen. Kelkbladeren 5, ongelijk, bloembladeren 5, stijl 1 met 5 stempels, vrucht een besSymphonia.Matakie.4b.Helmdraden niet alle in een buis vergroeid55a.Kelk 5-deelig; bloembladeren 5, van binnen dicht behaard.Behalve de groepen van meeldraden ook nog 5 staminodiën in de bloem. Stijlen 5. Vrucht een besVismia.5b.Kelk 5-bladig, kelkbladeren ongelijk. Bloembladeren 5, zeer groot. Meeldraden in 5 groepen. Stijl 1 met 5 stempels, Vrucht een besPlatonia.Pakoeli,Geelhart.6a.Kelk eerst gesloten, daarna in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; meeldraden talrijk, vrij. Stijl 1, kort met twee breede bladachtige stempels. Vrucht een bes met 1–4 pitten Bloemen in kleine groepen in de bladokselsMammea.Mammi.6b.Kelk reeds in den knop 2- tot meerbladig; stijl òf lang òf meer dan 2 zittende stempels aanwezig77a.Stijl of stijlen lang en goed ontwikkeld87b.Stijlen zeer kort; meest geheel ontbrekend doch het vruchtbeginsel door eenige breede zittende stempels gekroond98a.Stijl 1 met een knopvormige stempel; kelkbladeren 4–5; bloembladeren 4–5. Meeldraden talrijk met een klier aan den top van den helmknop. Bloemen in trossenMarila.8b.Stijlen 4. Kelkbladeren 2 of 4, in het laatste geval de buitenste het grootst en de binnenste insluitend. Bloembladeren 4–12; meeldraden vele, bijna geheel vrij. Vruchtbeginsel 4-hokkig; vrucht een openspringende doosvruchtTovomita.9a.Kelkbladeren 4 tot vele; de buitenste kleiner dan de binnenste. Bloembladeren 4–10. Meeldraden vele, vrij of op zeer verschillende wijze vergroeid met elkaar of met het vruchtbeginsel, meest klein en staminodiaal indien ook een vruchtbeginsel in de bloem aanwezig is. Meerdere breede zittende stempels. Vrucht een doosvrucht. Planten vaak met luchtwortelsClusia.Abrasa.9b.Kelkbladeren 2. Bloembladeren 4. Meeldraden vele, vrij, onder een dikke schijf gezeten. Stempels zittend of op een zeer korte stijl. Vrucht een 3–1-zadige besRheedia.10a.Meeldraden met den bloembodem tot een verschillend gevormd lichaam vergroeid of meeldraden vrij, maar dan de helmdraden uiterst kort en de helmknoppen lang. Kelkbladeren 4 tot vele; bloembladeren 4–10Clusia.Abrasa.10b.Meeldraden vrij of aan de basis slechts weinig vergroeid met lange helmdraden1111a.In het midden van de bloem zit een dikke schijf waaronder de meeldraden ingehecht zijn. Kelkbladeren twee; bloembladeren 4Rheedia.11b.De meeldraden nemen het centrum van de bloem in1212a.Kelk in den knop gesloten, later in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; bloemen in groepen van ongeveer 3 in de bladokselsMammea.Mammi.12b.Kelkbladeren 2–4, reeds in de knop vrij van elkaar; indien er 4 kelkbladeren zijn, dan zijn de buitenste het grootst en omhullen ze de binnenste 2. Bloembladeren 4–12. Bloemen in vertakte bloeiwijzenTovomita.194.Bixaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5, bloembladeren 5, meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 1-hokkig met 2 wandstandigezaadlijsten met vele zaadknoppen en 1 stijl; vrucht een met 2 kleppen openspringende doosvrucht; zaden talrijk, vuurrood; boomen met handnervige, verspreide, ongedeelde bladeren en vrij groote bloemen in pluimen. Eenig geslachtBixa.Roekoe;Koesoewee.195.Cochlospermaceae.Bloemen tweeslachtig; regelmatig, soms een weinig zygomorf; kelkbladeren 4–5; kroonbladeren 4–5; meeldraden vele, vruchtbeginsel 3–5-hokkig met vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 stijl; vrucht een doosvrucht met vele gekromde zaden; houtige planten meest met handlobbige of handvormig samengestelde bladeren; bloem groot in trossen of pluimen.Boomen met handvormig samengestelde 5–7-tallige bladeren. Kelkbladeren 5, bloembladeren 5, groot, geel. Meeldraden talrijk, soms wat ongelijk van grootte. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht met een dubbele wand. Zaden gewonden met lange harenCochlospermum.198.Violaceae.Bloemen 5-tallig met uitzondering van het vruchtbeginsel, met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloembladeren soms vergroeid; vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl en 1 tot vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten met verspreide bladeren met steunbladeren.1a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig; alle bloembladeren ongeveer gelijk van vorm21b.Bloemen duidelijk zijdelings-symmetrisch; één bloemblad anders gevormd42a.Bloemkroon kort, bloembladeren ongenageld; meeldraden 5, ongeveer even lang. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht; bloemen in veelbloemige trossen. Heesters of kleine boomen, meest met tegenstaande bladerenRinorea.(Alsodeia).2b.Bloembladeren langgenageld; de nagels tegen elkaar aanliggend, daardoor de bloemkroon van onderen schijnbaar buisvormig33a.Meeldraden tot een beker vergroeid; helmknoppen zonder aanhangsels aan den top. Bloemen in trossen. Kleine boomenPaypayrola.3b.Meeldraden vrij; helmknoppen met een vliezig aanhangsel aan den top. Bloemen in vertakte bloeiwijzen. HeestersAmphirrox.4a.Lianen. Kelk 5-bladig. Een van de bloembladeren grooter dan de andere en met een lange spoor. Meeldraden vrij met zeer korte helmdraden en een lange helmknop met een aanhangsel aan den top, 2 ervan met een spoor, die in de spoor van het bloemblad zitCorynostylis.(Calyptrion).4b.Heesters of kruiden, niet klimmend55a.Kelkbladeren zonder oortjes aan den voet. Eén bloemblad met een lange nagel, die iets zakvormig is, doch niet gespoord; 2 van de meeldraden met een spoor of een klier. Bladeren verspreid of tegenoverstaandHybanthus.5b.Kelkbladeren met oortjes aan den voet. Bloembladeren zeer ongelijk, na den bloei blijvend, 2 zeer klein, 2 genageld, het 5demet een lange spoor; 2 van de meeldraden met een lange spoorNoisettia.199.Flacourtiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; regelmatig; kelkbladeren 2–15; kroonbladeren ontbrekend of tot 10; meeldraden meest vele; vruchtbeginsel 1-hokkig met meest vele zaadknoppen aan 2–10 wandstandige zaadlijsten; vrucht een bes of een steenvrucht; meest houtige planten met verspreide, zelden tegenoverstaande of kransstandige, gaafrandige of gezaagde bladeren met kleine steunbladeren; bloemen vaak klein.1a.Bloemen éénslachtig, tweehuizig. Kelkbladeren 2–3, bloembladeren 6–12; meeldraden talrijk, op een eenigszins verdikte bloembodem staande; vruchtbeginsel voorzien van overlangsche ribben, met 5–7 stijlen. Vrucht een groote doosvrucht met smalle vleugels. Heesters of boomen met groote bladerenCarpotroche.1b.Bloemen tweeslachtig22a.Bloembladeren aanwezig32b.Bloembladeren ontbrekend43a.Kelkbladeren 3 (soms 4). Bloembladeren evenveel. Meeldraden talrijk in meerdere rijen. Vruchtbeginsel met 1 stijl en verdikte stempel. Bloemen in trossen. BoomenBanara.3b.Kelkslippen 5–7; bloembladeren evenveel, ermee afwisselend, blijvend na den bloei. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand. Stijlen 2–6, van onderen wat vergroeid of geheel vrij. BoomenHomalium.4a.Bloemen groot (meer dan 1 c.M.); kelk tot aan de basis 5-deelig. Meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel omgeven door een bekervormige schijf. Bladeren meest zachtharigPatrisia.4b.Bloemen klein, in groepen in de bladoksels; kelkbladeren 4–6, aan de basis vergroeid. Meeldraden 6–12, met staminodiën afwisselendCasearia.201.Turneraceae.Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig met een buisvormige bloemas; vruchtbeginsel 1-hokkig met 3-vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; stijlen 3; doosvrucht 1-hokkig, 3-kleppig; kruiden of heesters, zelden boomen, met verspreide, enkelvoudige, soms gedeelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.Kelkbuis van binnen met een samenhangende, aan den rand onregelmatig ingesneden krans van schubbenPiriqueta.1b.Kelkbuis van binnen zonder aanhangselenTurnera.203.Passifloraceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig, regelmatig met een zeer verschillend gevormde bloemas, die vaak een weinig buisvormig is en van binnen verschillende aanhangselen draagt, kelk meest 5-bladig; zelden 4–8-bladig; bloembladeren 5, soms 3–8, zelden ontbrekend; meeldraden zelden vele, meest 5 of 4–8, op een cylindrisch deel van de as ingehecht; vruchtbeginsel 1-hokkig, met 3–5 stijlen en vele zaadknoppen aan 3–5 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten, vaak klimmend met enkelvoudige of gelobde, zelden samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend; bladeren vaak met honingklieren, ranken in de bladoksels of aan de bloeiwijzen.Klimplanten met ranken in de bladoksels. Bloemen met 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; buis van binnen met verschillende aanhangselen. Bladeren enkelvoudig, gelobd of handvormig samengesteldPassiflora.Markoesar.205.Caricaceae.Bloemen 5-tallig, met twee kransen van meeldraden, éénslachtig, regelmatig, met een buis- of klokvormige bloeias; bloembladeren in de mannelijke bloemen tot een lange, in de vrouwelijke bloemen tot een korte buis vergroeid; vruchtbeginsel bovenstandig, 1-hokkig of 3–5-hokkig, met vele zaadknoppen en vrije stijlen; zaden vele; houtige planten met enkelvoudige of handvormig gedeelde of gevinde bladeren zonder steunbladeren en met okselstandige bloeiwijzen; melksap aanwezig.Boomen met handlobbige bladeren, alleen aan den top bebladerde stammen met zeer week hout. Bloemen 1 of 2-huizig. ♂ en ♀ bloemen zeer verschillend. Stempels sterk ingesnedenCarica.Papaya.208.Begoniaceae.Bloemen onregelmatig, éénslachtig, meest 1-huizig; de mannelijke meest met maar 2 kelkbladeren en 2–6 bloembladeren; of geen bloembladeren; soms 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; meeldraden talrijk; vrouwelijke bloemen met een bloemdek met 5–2 bladeren; vruchtbeginsel onderstandig meest 3-hokkig met vrije stijlen; vrucht een doosvrucht, zelden een bes; kruiden of een weinig houtige planten met verspreide vaak gelobde soms handvormige samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig.Bloemen éénslachtig, éénhuizig; geen aparte kelk en bloemkroon te onderscheiden. Mannelijke bloemen met 4 bloemdekbladeren en vele meeldraden, vrouwelijke bloemen met 5 bloemdekbladeren en 3 tweespletige stijlen. Vruchtbeginsel onderstandigBegonia.

Orde:Parietales.180.Dilleniaceae.Bloemen twee-, zelden éénslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3 tot vele; bloembladeren 5–3; meeldraden talrijk, zelden 10 of minder; vruchtbeginsels 1 tot vele, meest vrij, ieder met 1 tot vele zaadknoppen; stijlen vrij; vrucht aan de rugzijde zich openend of gesloten met 1 of weinige zaden; houtige planten, soms lianen; bladeren verspreid, en gaafrandig; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.De beide binnenste kelkbladeren veel grooter dan de andere, na de bloei zich vergrootend en de vrucht inhullend. Bloembladeren 6–1, gemakkelijk afvallend. Meeldraden talrijk, blijvend. Vruchtbeginsels 1 of 2. LianenDavilla.1b.De 5 kelkbladeren alle volkomen of bijna aan elkaar gelijk22a.Kleine boomen of heesters, niet klimmend. Bloemen 5–4-tallig. Meeldraden talrijk; helmknoppen naar binnen openspringend en naar het centrum der bloem ingehecht aan de helmdraad (intrors.) Vruchtbeginsels 2. Bladeren zeer ruwCuratella.Wilde kasjoe;bosch-kasjoe.2b.Lianen; helmknoppen extrors33a.Vruchtbeginsels 3–5, in één enkel geval (T. aspera) 1, maar dan zijn de bladeren getand, en is de vrucht droog. Bladeren bijna steeds getand. Bloeiwijze een eindelingsche tros of pluim. Vruchten doosvruchtachtigTetracera.3b.Vruchtbeginsel 1; bladeren meest ongetand. Bloeiwijzen zijdelings, kort, meest in de bladoksels. Vrucht een besDoliocarpus.182.Ochnaceae.Bloemen meest 5-tallig; tweeslachtig, regelmatig, soms zygomorf; bloemas na de bloei vaak vergroot; kelkbladeren 4–10; bloembladeren 5; zelden 4–10; meeldraden 10 of vele, soms met staminodiën; vruchtbeginsels 2–5-10; vaak van onderen vrij, maar met 1 stijl; in ieder vruchtbeginsel of hokje van het vruchtbeginsel1 tot vele zaadknoppen; meest houtige planten met meest glimmende enkelvoudige, zelden gevinde bladeren met evenwijdige zijnerven; steunbladeren aanwezig; bloem groot, meest geel.1a.Boomen of heesters. Bloemen met 8–20 meeldraden; staminodiën niet aanwezig21b.Kruiden, soms een weinig heesterachtig met kleine gezaagde bladeren met gewimperde steunbladeren. Kelkbladeren 5, blijvend, gelijk van vorm. Bloembladeren 5, rose of wit. Vruchtbare meeldraden, omgeven door 2 kransen van staminodiën; binnenste krans bestaande uit 5 staminodiën, die met de meeldraden afwisselen, buitenste krans uit talrijke staminodiënSauvagesia.2a.Kelkbladeren 5, ongelijk, elkaar in den knop sterk bedekkend, min of meer gekleurd. Bloembladeren 5, gelijk, weinig langer dan de kelk. Meeldraden 10 met korte helmdraden en lange helmknoppen. Geen staminodiën. Bloeias verlengd, dubbel zoolang als het vruchtbeginsel. Vruchtbeginsels 5–10 alleen door de stijl verbonden, daardoor ontwikkelen zich uit elke bloem 10 of minder steenvruchten, die op een gemeenschappelijke vruchtbodem staanOuratea.2b.Kelkbladeren 3–6, bijna gelijk. Bloembladeren 3–6 langer dan de kelkbladeren. Meeldraden 8–10, of 18–20, zonder staminodiën. Bloeias weinig verlengd. Vruchtbeginsels geheel vergroeid, evenals de vruchtElvasia.183.Caryocaraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk- en bloembladeren 5, zelden 6, de laatste een weinig samenhangend; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 4–8-20-hokkig, zelden 1–3-hokkig met 1 zaadknop in ieder hokje; stijlen gescheiden; boomen of heesters met 3-tallige bladeren; steunbladeren aan de basis van de bladsteel en van de steelen der blaadjes; bloemen in eindstandige trossen.Boomen met tegenoverstaande, 3-tallige bladeren; kelk 4–6-spletig; bloembladeren 4–6. Meeldraden talrijk, langer dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel met 4–6 lange stijlen. Vrucht een steenvrucht met 3–4-eenzadige pittenCaryocar.Ningre-noto.184.Marcgraviaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloembladeren 4–5, meest wat vergroeid of geheel vergroeid; meeldraden 4–6 tot vele, vaak onderling en met de bloemkroon vergroeid en met deze samen afvallend; vruchtbeginsel meest 5-hokkig of 2–8- tot veelhokkig, met vele zaadknoppen; doosvrucht gesloten of openspringend; houtige planten, vaak klimmend of epiphyten, met enkelvoudige bladeren zonder steunbladeren; bloemen in trossen of schermen; schutbladeren meest met de bloemsteel vergroeid en in een helder gekleurde honingbeker veranderd.1a.Bloemen langgesteeld, in een scherm gezeten; in het midden lange honingbekers, daaromheen de bloemen. Kelkbladeren 4, bloembladeren houtig, geheel vergroeid. Epiphyten met 2 soorten van takken, de niet-bloeiende met 2 rijen van aangedrukte bladeren, de bloeiende met grootere bladeren, niet in 2 rijenMarcgravia.1b.Bloemen in trossen22a.Bloemen in lange dichte trossen met groote oranjeroode honingbekers, met de bloemsteel een weinig vergroeid. Meeldraden talrijk. Kelkbladeren en bloembladeren 5Norantea.2b.Trossen ijl. Bloemsteelen met 2 gespoorde aanhangsels. Meeldraden 5Souroubea.185.Quiinaceae.Bloemen regelmatig, éénslachtig, of tweeslachtig; kelk- en kroonbladeren 4–5; meeldraden 15–30 of vele; vruchtbeginsel 2–3-, of 7-hokkig met 2 zaadknoppen in ieder hokje; stijlen gescheiden; vrucht een bes met behaarde zaden; houtige planten met glimmende enkelvoudige of vinspletige bladeren, die vaak in kransen staan of tegenoverstaand zijn; steunbladeren aanwezig.Boomen of heesters met tegenoverstaande of kransstandige bladeren. Bloemen meest eenslachtig, tweehuizig, met 4–5 kelkbladeren, 4–5 bloembladeren, 15–30 meeldraden met eenigszins gedraaide helmdraden; vruchtbeginsel 2–3-hokkig met 2–3 stijlen met groote stempelsQuiina.186.Theaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5–7, soms in een spiraal staand; bloembladeren 5–9, soms aan de basis wat vergroeid; meeldraden 5 tot vele, soms tot groepen vereenigd; vruchtbeginsel 3–5-hokkig; soms 2- tot veelhokkig; met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 of meer stijlen; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige, meest verspreide bladeren zonder steunbladeren; bloemen vaak groot.1a.Kelk en bloembladeren 5–6, meeldraden talrijk met bewegelijke helmknoppen, van onderen een weinig vergroeid of in bundels voor de bloembladeren staand, vruchtbeginsel 5–10-hokkig met 3–10 stijlen of zittende stempelsHaemocharis.1b.Kelk- en bloembladeren 5; kelk met twee aangedrukte bloemsteelblaadjes. Meeldraden talrijk in twee rijen. Helmknoppen vastgegroeid. Vruchtbeginsel 2–4-hokkig met 1 stijlTernströmia.187.Guttiferae.Bloemen regelmatig, tweeslachtig of éénslachtig; kelkbladeren en bloembladeren zeer verschillend wat aantal en plaats aangaat; meeldraden 4 tot vele, vaak ten deele staminodiaal en in groepen bij elkaar staand; vruchtbeginsel meest 3–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; houtige planten, zelden kruiden met enkelvoudige bijna steeds tegenoverstaande bladeren; steunbladeren meest ontbrekend; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren verspreid. Kelk en bloembladeren 5. Meeldraden talrijk, aan den basis een weinig vergroeid; helmknoppen met een klier aan den top. Stijl 1 met een gelobde stempel. Vrucht een doosvruchtCaraipa.1b.Bladeren tegenoverstaand22a.Bloemen met een goed ontwikkeld vruchtbeginsel en met meeldraden of staminodiën32b.Bloemen alleen met meeldraden, vruchtbeginsel òf geheel ontbrekend òf zeer klein, en dan onder de meeldraden verborgen en onvruchtbaar103a.Meeldraden in groepen voor de bloembladeren staand, met vergroeide helmdraden43b.Meeldraden talrijk, niet groepsgewijs staande64a.Meeldraden 15, de helmdraden om het vruchtbeginsel geheel tot een buis vergroeid; deze buis van boven in 5 punten gespleten die ieder 3 helmknoppen dragen. Kelkbladeren 5, ongelijk, bloembladeren 5, stijl 1 met 5 stempels, vrucht een besSymphonia.Matakie.4b.Helmdraden niet alle in een buis vergroeid55a.Kelk 5-deelig; bloembladeren 5, van binnen dicht behaard.Behalve de groepen van meeldraden ook nog 5 staminodiën in de bloem. Stijlen 5. Vrucht een besVismia.5b.Kelk 5-bladig, kelkbladeren ongelijk. Bloembladeren 5, zeer groot. Meeldraden in 5 groepen. Stijl 1 met 5 stempels, Vrucht een besPlatonia.Pakoeli,Geelhart.6a.Kelk eerst gesloten, daarna in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; meeldraden talrijk, vrij. Stijl 1, kort met twee breede bladachtige stempels. Vrucht een bes met 1–4 pitten Bloemen in kleine groepen in de bladokselsMammea.Mammi.6b.Kelk reeds in den knop 2- tot meerbladig; stijl òf lang òf meer dan 2 zittende stempels aanwezig77a.Stijl of stijlen lang en goed ontwikkeld87b.Stijlen zeer kort; meest geheel ontbrekend doch het vruchtbeginsel door eenige breede zittende stempels gekroond98a.Stijl 1 met een knopvormige stempel; kelkbladeren 4–5; bloembladeren 4–5. Meeldraden talrijk met een klier aan den top van den helmknop. Bloemen in trossenMarila.8b.Stijlen 4. Kelkbladeren 2 of 4, in het laatste geval de buitenste het grootst en de binnenste insluitend. Bloembladeren 4–12; meeldraden vele, bijna geheel vrij. Vruchtbeginsel 4-hokkig; vrucht een openspringende doosvruchtTovomita.9a.Kelkbladeren 4 tot vele; de buitenste kleiner dan de binnenste. Bloembladeren 4–10. Meeldraden vele, vrij of op zeer verschillende wijze vergroeid met elkaar of met het vruchtbeginsel, meest klein en staminodiaal indien ook een vruchtbeginsel in de bloem aanwezig is. Meerdere breede zittende stempels. Vrucht een doosvrucht. Planten vaak met luchtwortelsClusia.Abrasa.9b.Kelkbladeren 2. Bloembladeren 4. Meeldraden vele, vrij, onder een dikke schijf gezeten. Stempels zittend of op een zeer korte stijl. Vrucht een 3–1-zadige besRheedia.10a.Meeldraden met den bloembodem tot een verschillend gevormd lichaam vergroeid of meeldraden vrij, maar dan de helmdraden uiterst kort en de helmknoppen lang. Kelkbladeren 4 tot vele; bloembladeren 4–10Clusia.Abrasa.10b.Meeldraden vrij of aan de basis slechts weinig vergroeid met lange helmdraden1111a.In het midden van de bloem zit een dikke schijf waaronder de meeldraden ingehecht zijn. Kelkbladeren twee; bloembladeren 4Rheedia.11b.De meeldraden nemen het centrum van de bloem in1212a.Kelk in den knop gesloten, later in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; bloemen in groepen van ongeveer 3 in de bladokselsMammea.Mammi.12b.Kelkbladeren 2–4, reeds in de knop vrij van elkaar; indien er 4 kelkbladeren zijn, dan zijn de buitenste het grootst en omhullen ze de binnenste 2. Bloembladeren 4–12. Bloemen in vertakte bloeiwijzenTovomita.194.Bixaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5, bloembladeren 5, meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 1-hokkig met 2 wandstandigezaadlijsten met vele zaadknoppen en 1 stijl; vrucht een met 2 kleppen openspringende doosvrucht; zaden talrijk, vuurrood; boomen met handnervige, verspreide, ongedeelde bladeren en vrij groote bloemen in pluimen. Eenig geslachtBixa.Roekoe;Koesoewee.195.Cochlospermaceae.Bloemen tweeslachtig; regelmatig, soms een weinig zygomorf; kelkbladeren 4–5; kroonbladeren 4–5; meeldraden vele, vruchtbeginsel 3–5-hokkig met vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 stijl; vrucht een doosvrucht met vele gekromde zaden; houtige planten meest met handlobbige of handvormig samengestelde bladeren; bloem groot in trossen of pluimen.Boomen met handvormig samengestelde 5–7-tallige bladeren. Kelkbladeren 5, bloembladeren 5, groot, geel. Meeldraden talrijk, soms wat ongelijk van grootte. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht met een dubbele wand. Zaden gewonden met lange harenCochlospermum.198.Violaceae.Bloemen 5-tallig met uitzondering van het vruchtbeginsel, met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloembladeren soms vergroeid; vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl en 1 tot vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten met verspreide bladeren met steunbladeren.1a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig; alle bloembladeren ongeveer gelijk van vorm21b.Bloemen duidelijk zijdelings-symmetrisch; één bloemblad anders gevormd42a.Bloemkroon kort, bloembladeren ongenageld; meeldraden 5, ongeveer even lang. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht; bloemen in veelbloemige trossen. Heesters of kleine boomen, meest met tegenstaande bladerenRinorea.(Alsodeia).2b.Bloembladeren langgenageld; de nagels tegen elkaar aanliggend, daardoor de bloemkroon van onderen schijnbaar buisvormig33a.Meeldraden tot een beker vergroeid; helmknoppen zonder aanhangsels aan den top. Bloemen in trossen. Kleine boomenPaypayrola.3b.Meeldraden vrij; helmknoppen met een vliezig aanhangsel aan den top. Bloemen in vertakte bloeiwijzen. HeestersAmphirrox.4a.Lianen. Kelk 5-bladig. Een van de bloembladeren grooter dan de andere en met een lange spoor. Meeldraden vrij met zeer korte helmdraden en een lange helmknop met een aanhangsel aan den top, 2 ervan met een spoor, die in de spoor van het bloemblad zitCorynostylis.(Calyptrion).4b.Heesters of kruiden, niet klimmend55a.Kelkbladeren zonder oortjes aan den voet. Eén bloemblad met een lange nagel, die iets zakvormig is, doch niet gespoord; 2 van de meeldraden met een spoor of een klier. Bladeren verspreid of tegenoverstaandHybanthus.5b.Kelkbladeren met oortjes aan den voet. Bloembladeren zeer ongelijk, na den bloei blijvend, 2 zeer klein, 2 genageld, het 5demet een lange spoor; 2 van de meeldraden met een lange spoorNoisettia.199.Flacourtiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; regelmatig; kelkbladeren 2–15; kroonbladeren ontbrekend of tot 10; meeldraden meest vele; vruchtbeginsel 1-hokkig met meest vele zaadknoppen aan 2–10 wandstandige zaadlijsten; vrucht een bes of een steenvrucht; meest houtige planten met verspreide, zelden tegenoverstaande of kransstandige, gaafrandige of gezaagde bladeren met kleine steunbladeren; bloemen vaak klein.1a.Bloemen éénslachtig, tweehuizig. Kelkbladeren 2–3, bloembladeren 6–12; meeldraden talrijk, op een eenigszins verdikte bloembodem staande; vruchtbeginsel voorzien van overlangsche ribben, met 5–7 stijlen. Vrucht een groote doosvrucht met smalle vleugels. Heesters of boomen met groote bladerenCarpotroche.1b.Bloemen tweeslachtig22a.Bloembladeren aanwezig32b.Bloembladeren ontbrekend43a.Kelkbladeren 3 (soms 4). Bloembladeren evenveel. Meeldraden talrijk in meerdere rijen. Vruchtbeginsel met 1 stijl en verdikte stempel. Bloemen in trossen. BoomenBanara.3b.Kelkslippen 5–7; bloembladeren evenveel, ermee afwisselend, blijvend na den bloei. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand. Stijlen 2–6, van onderen wat vergroeid of geheel vrij. BoomenHomalium.4a.Bloemen groot (meer dan 1 c.M.); kelk tot aan de basis 5-deelig. Meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel omgeven door een bekervormige schijf. Bladeren meest zachtharigPatrisia.4b.Bloemen klein, in groepen in de bladoksels; kelkbladeren 4–6, aan de basis vergroeid. Meeldraden 6–12, met staminodiën afwisselendCasearia.201.Turneraceae.Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig met een buisvormige bloemas; vruchtbeginsel 1-hokkig met 3-vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; stijlen 3; doosvrucht 1-hokkig, 3-kleppig; kruiden of heesters, zelden boomen, met verspreide, enkelvoudige, soms gedeelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.Kelkbuis van binnen met een samenhangende, aan den rand onregelmatig ingesneden krans van schubbenPiriqueta.1b.Kelkbuis van binnen zonder aanhangselenTurnera.203.Passifloraceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig, regelmatig met een zeer verschillend gevormde bloemas, die vaak een weinig buisvormig is en van binnen verschillende aanhangselen draagt, kelk meest 5-bladig; zelden 4–8-bladig; bloembladeren 5, soms 3–8, zelden ontbrekend; meeldraden zelden vele, meest 5 of 4–8, op een cylindrisch deel van de as ingehecht; vruchtbeginsel 1-hokkig, met 3–5 stijlen en vele zaadknoppen aan 3–5 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten, vaak klimmend met enkelvoudige of gelobde, zelden samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend; bladeren vaak met honingklieren, ranken in de bladoksels of aan de bloeiwijzen.Klimplanten met ranken in de bladoksels. Bloemen met 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; buis van binnen met verschillende aanhangselen. Bladeren enkelvoudig, gelobd of handvormig samengesteldPassiflora.Markoesar.205.Caricaceae.Bloemen 5-tallig, met twee kransen van meeldraden, éénslachtig, regelmatig, met een buis- of klokvormige bloeias; bloembladeren in de mannelijke bloemen tot een lange, in de vrouwelijke bloemen tot een korte buis vergroeid; vruchtbeginsel bovenstandig, 1-hokkig of 3–5-hokkig, met vele zaadknoppen en vrije stijlen; zaden vele; houtige planten met enkelvoudige of handvormig gedeelde of gevinde bladeren zonder steunbladeren en met okselstandige bloeiwijzen; melksap aanwezig.Boomen met handlobbige bladeren, alleen aan den top bebladerde stammen met zeer week hout. Bloemen 1 of 2-huizig. ♂ en ♀ bloemen zeer verschillend. Stempels sterk ingesnedenCarica.Papaya.208.Begoniaceae.Bloemen onregelmatig, éénslachtig, meest 1-huizig; de mannelijke meest met maar 2 kelkbladeren en 2–6 bloembladeren; of geen bloembladeren; soms 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; meeldraden talrijk; vrouwelijke bloemen met een bloemdek met 5–2 bladeren; vruchtbeginsel onderstandig meest 3-hokkig met vrije stijlen; vrucht een doosvrucht, zelden een bes; kruiden of een weinig houtige planten met verspreide vaak gelobde soms handvormige samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig.Bloemen éénslachtig, éénhuizig; geen aparte kelk en bloemkroon te onderscheiden. Mannelijke bloemen met 4 bloemdekbladeren en vele meeldraden, vrouwelijke bloemen met 5 bloemdekbladeren en 3 tweespletige stijlen. Vruchtbeginsel onderstandigBegonia.

180.Dilleniaceae.Bloemen twee-, zelden éénslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3 tot vele; bloembladeren 5–3; meeldraden talrijk, zelden 10 of minder; vruchtbeginsels 1 tot vele, meest vrij, ieder met 1 tot vele zaadknoppen; stijlen vrij; vrucht aan de rugzijde zich openend of gesloten met 1 of weinige zaden; houtige planten, soms lianen; bladeren verspreid, en gaafrandig; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.De beide binnenste kelkbladeren veel grooter dan de andere, na de bloei zich vergrootend en de vrucht inhullend. Bloembladeren 6–1, gemakkelijk afvallend. Meeldraden talrijk, blijvend. Vruchtbeginsels 1 of 2. LianenDavilla.1b.De 5 kelkbladeren alle volkomen of bijna aan elkaar gelijk22a.Kleine boomen of heesters, niet klimmend. Bloemen 5–4-tallig. Meeldraden talrijk; helmknoppen naar binnen openspringend en naar het centrum der bloem ingehecht aan de helmdraad (intrors.) Vruchtbeginsels 2. Bladeren zeer ruwCuratella.Wilde kasjoe;bosch-kasjoe.2b.Lianen; helmknoppen extrors33a.Vruchtbeginsels 3–5, in één enkel geval (T. aspera) 1, maar dan zijn de bladeren getand, en is de vrucht droog. Bladeren bijna steeds getand. Bloeiwijze een eindelingsche tros of pluim. Vruchten doosvruchtachtigTetracera.3b.Vruchtbeginsel 1; bladeren meest ongetand. Bloeiwijzen zijdelings, kort, meest in de bladoksels. Vrucht een besDoliocarpus.

180.Dilleniaceae.

Bloemen twee-, zelden éénslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3 tot vele; bloembladeren 5–3; meeldraden talrijk, zelden 10 of minder; vruchtbeginsels 1 tot vele, meest vrij, ieder met 1 tot vele zaadknoppen; stijlen vrij; vrucht aan de rugzijde zich openend of gesloten met 1 of weinige zaden; houtige planten, soms lianen; bladeren verspreid, en gaafrandig; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.De beide binnenste kelkbladeren veel grooter dan de andere, na de bloei zich vergrootend en de vrucht inhullend. Bloembladeren 6–1, gemakkelijk afvallend. Meeldraden talrijk, blijvend. Vruchtbeginsels 1 of 2. LianenDavilla.1b.De 5 kelkbladeren alle volkomen of bijna aan elkaar gelijk22a.Kleine boomen of heesters, niet klimmend. Bloemen 5–4-tallig. Meeldraden talrijk; helmknoppen naar binnen openspringend en naar het centrum der bloem ingehecht aan de helmdraad (intrors.) Vruchtbeginsels 2. Bladeren zeer ruwCuratella.Wilde kasjoe;bosch-kasjoe.2b.Lianen; helmknoppen extrors33a.Vruchtbeginsels 3–5, in één enkel geval (T. aspera) 1, maar dan zijn de bladeren getand, en is de vrucht droog. Bladeren bijna steeds getand. Bloeiwijze een eindelingsche tros of pluim. Vruchten doosvruchtachtigTetracera.3b.Vruchtbeginsel 1; bladeren meest ongetand. Bloeiwijzen zijdelings, kort, meest in de bladoksels. Vrucht een besDoliocarpus.

Bloemen twee-, zelden éénslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3 tot vele; bloembladeren 5–3; meeldraden talrijk, zelden 10 of minder; vruchtbeginsels 1 tot vele, meest vrij, ieder met 1 tot vele zaadknoppen; stijlen vrij; vrucht aan de rugzijde zich openend of gesloten met 1 of weinige zaden; houtige planten, soms lianen; bladeren verspreid, en gaafrandig; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.

1a.De beide binnenste kelkbladeren veel grooter dan de andere, na de bloei zich vergrootend en de vrucht inhullend. Bloembladeren 6–1, gemakkelijk afvallend. Meeldraden talrijk, blijvend. Vruchtbeginsels 1 of 2. LianenDavilla.

1b.De 5 kelkbladeren alle volkomen of bijna aan elkaar gelijk2

2a.Kleine boomen of heesters, niet klimmend. Bloemen 5–4-tallig. Meeldraden talrijk; helmknoppen naar binnen openspringend en naar het centrum der bloem ingehecht aan de helmdraad (intrors.) Vruchtbeginsels 2. Bladeren zeer ruwCuratella.Wilde kasjoe;bosch-kasjoe.

2b.Lianen; helmknoppen extrors3

3a.Vruchtbeginsels 3–5, in één enkel geval (T. aspera) 1, maar dan zijn de bladeren getand, en is de vrucht droog. Bladeren bijna steeds getand. Bloeiwijze een eindelingsche tros of pluim. Vruchten doosvruchtachtigTetracera.

3b.Vruchtbeginsel 1; bladeren meest ongetand. Bloeiwijzen zijdelings, kort, meest in de bladoksels. Vrucht een besDoliocarpus.

182.Ochnaceae.Bloemen meest 5-tallig; tweeslachtig, regelmatig, soms zygomorf; bloemas na de bloei vaak vergroot; kelkbladeren 4–10; bloembladeren 5; zelden 4–10; meeldraden 10 of vele, soms met staminodiën; vruchtbeginsels 2–5-10; vaak van onderen vrij, maar met 1 stijl; in ieder vruchtbeginsel of hokje van het vruchtbeginsel1 tot vele zaadknoppen; meest houtige planten met meest glimmende enkelvoudige, zelden gevinde bladeren met evenwijdige zijnerven; steunbladeren aanwezig; bloem groot, meest geel.1a.Boomen of heesters. Bloemen met 8–20 meeldraden; staminodiën niet aanwezig21b.Kruiden, soms een weinig heesterachtig met kleine gezaagde bladeren met gewimperde steunbladeren. Kelkbladeren 5, blijvend, gelijk van vorm. Bloembladeren 5, rose of wit. Vruchtbare meeldraden, omgeven door 2 kransen van staminodiën; binnenste krans bestaande uit 5 staminodiën, die met de meeldraden afwisselen, buitenste krans uit talrijke staminodiënSauvagesia.2a.Kelkbladeren 5, ongelijk, elkaar in den knop sterk bedekkend, min of meer gekleurd. Bloembladeren 5, gelijk, weinig langer dan de kelk. Meeldraden 10 met korte helmdraden en lange helmknoppen. Geen staminodiën. Bloeias verlengd, dubbel zoolang als het vruchtbeginsel. Vruchtbeginsels 5–10 alleen door de stijl verbonden, daardoor ontwikkelen zich uit elke bloem 10 of minder steenvruchten, die op een gemeenschappelijke vruchtbodem staanOuratea.2b.Kelkbladeren 3–6, bijna gelijk. Bloembladeren 3–6 langer dan de kelkbladeren. Meeldraden 8–10, of 18–20, zonder staminodiën. Bloeias weinig verlengd. Vruchtbeginsels geheel vergroeid, evenals de vruchtElvasia.

182.Ochnaceae.

Bloemen meest 5-tallig; tweeslachtig, regelmatig, soms zygomorf; bloemas na de bloei vaak vergroot; kelkbladeren 4–10; bloembladeren 5; zelden 4–10; meeldraden 10 of vele, soms met staminodiën; vruchtbeginsels 2–5-10; vaak van onderen vrij, maar met 1 stijl; in ieder vruchtbeginsel of hokje van het vruchtbeginsel1 tot vele zaadknoppen; meest houtige planten met meest glimmende enkelvoudige, zelden gevinde bladeren met evenwijdige zijnerven; steunbladeren aanwezig; bloem groot, meest geel.1a.Boomen of heesters. Bloemen met 8–20 meeldraden; staminodiën niet aanwezig21b.Kruiden, soms een weinig heesterachtig met kleine gezaagde bladeren met gewimperde steunbladeren. Kelkbladeren 5, blijvend, gelijk van vorm. Bloembladeren 5, rose of wit. Vruchtbare meeldraden, omgeven door 2 kransen van staminodiën; binnenste krans bestaande uit 5 staminodiën, die met de meeldraden afwisselen, buitenste krans uit talrijke staminodiënSauvagesia.2a.Kelkbladeren 5, ongelijk, elkaar in den knop sterk bedekkend, min of meer gekleurd. Bloembladeren 5, gelijk, weinig langer dan de kelk. Meeldraden 10 met korte helmdraden en lange helmknoppen. Geen staminodiën. Bloeias verlengd, dubbel zoolang als het vruchtbeginsel. Vruchtbeginsels 5–10 alleen door de stijl verbonden, daardoor ontwikkelen zich uit elke bloem 10 of minder steenvruchten, die op een gemeenschappelijke vruchtbodem staanOuratea.2b.Kelkbladeren 3–6, bijna gelijk. Bloembladeren 3–6 langer dan de kelkbladeren. Meeldraden 8–10, of 18–20, zonder staminodiën. Bloeias weinig verlengd. Vruchtbeginsels geheel vergroeid, evenals de vruchtElvasia.

Bloemen meest 5-tallig; tweeslachtig, regelmatig, soms zygomorf; bloemas na de bloei vaak vergroot; kelkbladeren 4–10; bloembladeren 5; zelden 4–10; meeldraden 10 of vele, soms met staminodiën; vruchtbeginsels 2–5-10; vaak van onderen vrij, maar met 1 stijl; in ieder vruchtbeginsel of hokje van het vruchtbeginsel1 tot vele zaadknoppen; meest houtige planten met meest glimmende enkelvoudige, zelden gevinde bladeren met evenwijdige zijnerven; steunbladeren aanwezig; bloem groot, meest geel.

1a.Boomen of heesters. Bloemen met 8–20 meeldraden; staminodiën niet aanwezig2

1b.Kruiden, soms een weinig heesterachtig met kleine gezaagde bladeren met gewimperde steunbladeren. Kelkbladeren 5, blijvend, gelijk van vorm. Bloembladeren 5, rose of wit. Vruchtbare meeldraden, omgeven door 2 kransen van staminodiën; binnenste krans bestaande uit 5 staminodiën, die met de meeldraden afwisselen, buitenste krans uit talrijke staminodiënSauvagesia.

2a.Kelkbladeren 5, ongelijk, elkaar in den knop sterk bedekkend, min of meer gekleurd. Bloembladeren 5, gelijk, weinig langer dan de kelk. Meeldraden 10 met korte helmdraden en lange helmknoppen. Geen staminodiën. Bloeias verlengd, dubbel zoolang als het vruchtbeginsel. Vruchtbeginsels 5–10 alleen door de stijl verbonden, daardoor ontwikkelen zich uit elke bloem 10 of minder steenvruchten, die op een gemeenschappelijke vruchtbodem staanOuratea.

2b.Kelkbladeren 3–6, bijna gelijk. Bloembladeren 3–6 langer dan de kelkbladeren. Meeldraden 8–10, of 18–20, zonder staminodiën. Bloeias weinig verlengd. Vruchtbeginsels geheel vergroeid, evenals de vruchtElvasia.

183.Caryocaraceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk- en bloembladeren 5, zelden 6, de laatste een weinig samenhangend; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 4–8-20-hokkig, zelden 1–3-hokkig met 1 zaadknop in ieder hokje; stijlen gescheiden; boomen of heesters met 3-tallige bladeren; steunbladeren aan de basis van de bladsteel en van de steelen der blaadjes; bloemen in eindstandige trossen.Boomen met tegenoverstaande, 3-tallige bladeren; kelk 4–6-spletig; bloembladeren 4–6. Meeldraden talrijk, langer dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel met 4–6 lange stijlen. Vrucht een steenvrucht met 3–4-eenzadige pittenCaryocar.Ningre-noto.

183.Caryocaraceae.

Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk- en bloembladeren 5, zelden 6, de laatste een weinig samenhangend; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 4–8-20-hokkig, zelden 1–3-hokkig met 1 zaadknop in ieder hokje; stijlen gescheiden; boomen of heesters met 3-tallige bladeren; steunbladeren aan de basis van de bladsteel en van de steelen der blaadjes; bloemen in eindstandige trossen.Boomen met tegenoverstaande, 3-tallige bladeren; kelk 4–6-spletig; bloembladeren 4–6. Meeldraden talrijk, langer dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel met 4–6 lange stijlen. Vrucht een steenvrucht met 3–4-eenzadige pittenCaryocar.Ningre-noto.

Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk- en bloembladeren 5, zelden 6, de laatste een weinig samenhangend; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 4–8-20-hokkig, zelden 1–3-hokkig met 1 zaadknop in ieder hokje; stijlen gescheiden; boomen of heesters met 3-tallige bladeren; steunbladeren aan de basis van de bladsteel en van de steelen der blaadjes; bloemen in eindstandige trossen.

Boomen met tegenoverstaande, 3-tallige bladeren; kelk 4–6-spletig; bloembladeren 4–6. Meeldraden talrijk, langer dan de bloembladeren. Vruchtbeginsel met 4–6 lange stijlen. Vrucht een steenvrucht met 3–4-eenzadige pittenCaryocar.Ningre-noto.

184.Marcgraviaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloembladeren 4–5, meest wat vergroeid of geheel vergroeid; meeldraden 4–6 tot vele, vaak onderling en met de bloemkroon vergroeid en met deze samen afvallend; vruchtbeginsel meest 5-hokkig of 2–8- tot veelhokkig, met vele zaadknoppen; doosvrucht gesloten of openspringend; houtige planten, vaak klimmend of epiphyten, met enkelvoudige bladeren zonder steunbladeren; bloemen in trossen of schermen; schutbladeren meest met de bloemsteel vergroeid en in een helder gekleurde honingbeker veranderd.1a.Bloemen langgesteeld, in een scherm gezeten; in het midden lange honingbekers, daaromheen de bloemen. Kelkbladeren 4, bloembladeren houtig, geheel vergroeid. Epiphyten met 2 soorten van takken, de niet-bloeiende met 2 rijen van aangedrukte bladeren, de bloeiende met grootere bladeren, niet in 2 rijenMarcgravia.1b.Bloemen in trossen22a.Bloemen in lange dichte trossen met groote oranjeroode honingbekers, met de bloemsteel een weinig vergroeid. Meeldraden talrijk. Kelkbladeren en bloembladeren 5Norantea.2b.Trossen ijl. Bloemsteelen met 2 gespoorde aanhangsels. Meeldraden 5Souroubea.

184.Marcgraviaceae.

Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloembladeren 4–5, meest wat vergroeid of geheel vergroeid; meeldraden 4–6 tot vele, vaak onderling en met de bloemkroon vergroeid en met deze samen afvallend; vruchtbeginsel meest 5-hokkig of 2–8- tot veelhokkig, met vele zaadknoppen; doosvrucht gesloten of openspringend; houtige planten, vaak klimmend of epiphyten, met enkelvoudige bladeren zonder steunbladeren; bloemen in trossen of schermen; schutbladeren meest met de bloemsteel vergroeid en in een helder gekleurde honingbeker veranderd.1a.Bloemen langgesteeld, in een scherm gezeten; in het midden lange honingbekers, daaromheen de bloemen. Kelkbladeren 4, bloembladeren houtig, geheel vergroeid. Epiphyten met 2 soorten van takken, de niet-bloeiende met 2 rijen van aangedrukte bladeren, de bloeiende met grootere bladeren, niet in 2 rijenMarcgravia.1b.Bloemen in trossen22a.Bloemen in lange dichte trossen met groote oranjeroode honingbekers, met de bloemsteel een weinig vergroeid. Meeldraden talrijk. Kelkbladeren en bloembladeren 5Norantea.2b.Trossen ijl. Bloemsteelen met 2 gespoorde aanhangsels. Meeldraden 5Souroubea.

Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk 4–5-bladig; bloembladeren 4–5, meest wat vergroeid of geheel vergroeid; meeldraden 4–6 tot vele, vaak onderling en met de bloemkroon vergroeid en met deze samen afvallend; vruchtbeginsel meest 5-hokkig of 2–8- tot veelhokkig, met vele zaadknoppen; doosvrucht gesloten of openspringend; houtige planten, vaak klimmend of epiphyten, met enkelvoudige bladeren zonder steunbladeren; bloemen in trossen of schermen; schutbladeren meest met de bloemsteel vergroeid en in een helder gekleurde honingbeker veranderd.

1a.Bloemen langgesteeld, in een scherm gezeten; in het midden lange honingbekers, daaromheen de bloemen. Kelkbladeren 4, bloembladeren houtig, geheel vergroeid. Epiphyten met 2 soorten van takken, de niet-bloeiende met 2 rijen van aangedrukte bladeren, de bloeiende met grootere bladeren, niet in 2 rijenMarcgravia.

1b.Bloemen in trossen2

2a.Bloemen in lange dichte trossen met groote oranjeroode honingbekers, met de bloemsteel een weinig vergroeid. Meeldraden talrijk. Kelkbladeren en bloembladeren 5Norantea.

2b.Trossen ijl. Bloemsteelen met 2 gespoorde aanhangsels. Meeldraden 5Souroubea.

185.Quiinaceae.Bloemen regelmatig, éénslachtig, of tweeslachtig; kelk- en kroonbladeren 4–5; meeldraden 15–30 of vele; vruchtbeginsel 2–3-, of 7-hokkig met 2 zaadknoppen in ieder hokje; stijlen gescheiden; vrucht een bes met behaarde zaden; houtige planten met glimmende enkelvoudige of vinspletige bladeren, die vaak in kransen staan of tegenoverstaand zijn; steunbladeren aanwezig.Boomen of heesters met tegenoverstaande of kransstandige bladeren. Bloemen meest eenslachtig, tweehuizig, met 4–5 kelkbladeren, 4–5 bloembladeren, 15–30 meeldraden met eenigszins gedraaide helmdraden; vruchtbeginsel 2–3-hokkig met 2–3 stijlen met groote stempelsQuiina.

185.Quiinaceae.

Bloemen regelmatig, éénslachtig, of tweeslachtig; kelk- en kroonbladeren 4–5; meeldraden 15–30 of vele; vruchtbeginsel 2–3-, of 7-hokkig met 2 zaadknoppen in ieder hokje; stijlen gescheiden; vrucht een bes met behaarde zaden; houtige planten met glimmende enkelvoudige of vinspletige bladeren, die vaak in kransen staan of tegenoverstaand zijn; steunbladeren aanwezig.Boomen of heesters met tegenoverstaande of kransstandige bladeren. Bloemen meest eenslachtig, tweehuizig, met 4–5 kelkbladeren, 4–5 bloembladeren, 15–30 meeldraden met eenigszins gedraaide helmdraden; vruchtbeginsel 2–3-hokkig met 2–3 stijlen met groote stempelsQuiina.

Bloemen regelmatig, éénslachtig, of tweeslachtig; kelk- en kroonbladeren 4–5; meeldraden 15–30 of vele; vruchtbeginsel 2–3-, of 7-hokkig met 2 zaadknoppen in ieder hokje; stijlen gescheiden; vrucht een bes met behaarde zaden; houtige planten met glimmende enkelvoudige of vinspletige bladeren, die vaak in kransen staan of tegenoverstaand zijn; steunbladeren aanwezig.

Boomen of heesters met tegenoverstaande of kransstandige bladeren. Bloemen meest eenslachtig, tweehuizig, met 4–5 kelkbladeren, 4–5 bloembladeren, 15–30 meeldraden met eenigszins gedraaide helmdraden; vruchtbeginsel 2–3-hokkig met 2–3 stijlen met groote stempelsQuiina.

186.Theaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5–7, soms in een spiraal staand; bloembladeren 5–9, soms aan de basis wat vergroeid; meeldraden 5 tot vele, soms tot groepen vereenigd; vruchtbeginsel 3–5-hokkig; soms 2- tot veelhokkig; met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 of meer stijlen; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige, meest verspreide bladeren zonder steunbladeren; bloemen vaak groot.1a.Kelk en bloembladeren 5–6, meeldraden talrijk met bewegelijke helmknoppen, van onderen een weinig vergroeid of in bundels voor de bloembladeren staand, vruchtbeginsel 5–10-hokkig met 3–10 stijlen of zittende stempelsHaemocharis.1b.Kelk- en bloembladeren 5; kelk met twee aangedrukte bloemsteelblaadjes. Meeldraden talrijk in twee rijen. Helmknoppen vastgegroeid. Vruchtbeginsel 2–4-hokkig met 1 stijlTernströmia.

186.Theaceae.

Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5–7, soms in een spiraal staand; bloembladeren 5–9, soms aan de basis wat vergroeid; meeldraden 5 tot vele, soms tot groepen vereenigd; vruchtbeginsel 3–5-hokkig; soms 2- tot veelhokkig; met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 of meer stijlen; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige, meest verspreide bladeren zonder steunbladeren; bloemen vaak groot.1a.Kelk en bloembladeren 5–6, meeldraden talrijk met bewegelijke helmknoppen, van onderen een weinig vergroeid of in bundels voor de bloembladeren staand, vruchtbeginsel 5–10-hokkig met 3–10 stijlen of zittende stempelsHaemocharis.1b.Kelk- en bloembladeren 5; kelk met twee aangedrukte bloemsteelblaadjes. Meeldraden talrijk in twee rijen. Helmknoppen vastgegroeid. Vruchtbeginsel 2–4-hokkig met 1 stijlTernströmia.

Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5–7, soms in een spiraal staand; bloembladeren 5–9, soms aan de basis wat vergroeid; meeldraden 5 tot vele, soms tot groepen vereenigd; vruchtbeginsel 3–5-hokkig; soms 2- tot veelhokkig; met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 of meer stijlen; vrucht meest een doosvrucht; houtige planten met enkelvoudige, meest verspreide bladeren zonder steunbladeren; bloemen vaak groot.

1a.Kelk en bloembladeren 5–6, meeldraden talrijk met bewegelijke helmknoppen, van onderen een weinig vergroeid of in bundels voor de bloembladeren staand, vruchtbeginsel 5–10-hokkig met 3–10 stijlen of zittende stempelsHaemocharis.

1b.Kelk- en bloembladeren 5; kelk met twee aangedrukte bloemsteelblaadjes. Meeldraden talrijk in twee rijen. Helmknoppen vastgegroeid. Vruchtbeginsel 2–4-hokkig met 1 stijlTernströmia.

187.Guttiferae.Bloemen regelmatig, tweeslachtig of éénslachtig; kelkbladeren en bloembladeren zeer verschillend wat aantal en plaats aangaat; meeldraden 4 tot vele, vaak ten deele staminodiaal en in groepen bij elkaar staand; vruchtbeginsel meest 3–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; houtige planten, zelden kruiden met enkelvoudige bijna steeds tegenoverstaande bladeren; steunbladeren meest ontbrekend; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren verspreid. Kelk en bloembladeren 5. Meeldraden talrijk, aan den basis een weinig vergroeid; helmknoppen met een klier aan den top. Stijl 1 met een gelobde stempel. Vrucht een doosvruchtCaraipa.1b.Bladeren tegenoverstaand22a.Bloemen met een goed ontwikkeld vruchtbeginsel en met meeldraden of staminodiën32b.Bloemen alleen met meeldraden, vruchtbeginsel òf geheel ontbrekend òf zeer klein, en dan onder de meeldraden verborgen en onvruchtbaar103a.Meeldraden in groepen voor de bloembladeren staand, met vergroeide helmdraden43b.Meeldraden talrijk, niet groepsgewijs staande64a.Meeldraden 15, de helmdraden om het vruchtbeginsel geheel tot een buis vergroeid; deze buis van boven in 5 punten gespleten die ieder 3 helmknoppen dragen. Kelkbladeren 5, ongelijk, bloembladeren 5, stijl 1 met 5 stempels, vrucht een besSymphonia.Matakie.4b.Helmdraden niet alle in een buis vergroeid55a.Kelk 5-deelig; bloembladeren 5, van binnen dicht behaard.Behalve de groepen van meeldraden ook nog 5 staminodiën in de bloem. Stijlen 5. Vrucht een besVismia.5b.Kelk 5-bladig, kelkbladeren ongelijk. Bloembladeren 5, zeer groot. Meeldraden in 5 groepen. Stijl 1 met 5 stempels, Vrucht een besPlatonia.Pakoeli,Geelhart.6a.Kelk eerst gesloten, daarna in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; meeldraden talrijk, vrij. Stijl 1, kort met twee breede bladachtige stempels. Vrucht een bes met 1–4 pitten Bloemen in kleine groepen in de bladokselsMammea.Mammi.6b.Kelk reeds in den knop 2- tot meerbladig; stijl òf lang òf meer dan 2 zittende stempels aanwezig77a.Stijl of stijlen lang en goed ontwikkeld87b.Stijlen zeer kort; meest geheel ontbrekend doch het vruchtbeginsel door eenige breede zittende stempels gekroond98a.Stijl 1 met een knopvormige stempel; kelkbladeren 4–5; bloembladeren 4–5. Meeldraden talrijk met een klier aan den top van den helmknop. Bloemen in trossenMarila.8b.Stijlen 4. Kelkbladeren 2 of 4, in het laatste geval de buitenste het grootst en de binnenste insluitend. Bloembladeren 4–12; meeldraden vele, bijna geheel vrij. Vruchtbeginsel 4-hokkig; vrucht een openspringende doosvruchtTovomita.9a.Kelkbladeren 4 tot vele; de buitenste kleiner dan de binnenste. Bloembladeren 4–10. Meeldraden vele, vrij of op zeer verschillende wijze vergroeid met elkaar of met het vruchtbeginsel, meest klein en staminodiaal indien ook een vruchtbeginsel in de bloem aanwezig is. Meerdere breede zittende stempels. Vrucht een doosvrucht. Planten vaak met luchtwortelsClusia.Abrasa.9b.Kelkbladeren 2. Bloembladeren 4. Meeldraden vele, vrij, onder een dikke schijf gezeten. Stempels zittend of op een zeer korte stijl. Vrucht een 3–1-zadige besRheedia.10a.Meeldraden met den bloembodem tot een verschillend gevormd lichaam vergroeid of meeldraden vrij, maar dan de helmdraden uiterst kort en de helmknoppen lang. Kelkbladeren 4 tot vele; bloembladeren 4–10Clusia.Abrasa.10b.Meeldraden vrij of aan de basis slechts weinig vergroeid met lange helmdraden1111a.In het midden van de bloem zit een dikke schijf waaronder de meeldraden ingehecht zijn. Kelkbladeren twee; bloembladeren 4Rheedia.11b.De meeldraden nemen het centrum van de bloem in1212a.Kelk in den knop gesloten, later in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; bloemen in groepen van ongeveer 3 in de bladokselsMammea.Mammi.12b.Kelkbladeren 2–4, reeds in de knop vrij van elkaar; indien er 4 kelkbladeren zijn, dan zijn de buitenste het grootst en omhullen ze de binnenste 2. Bloembladeren 4–12. Bloemen in vertakte bloeiwijzenTovomita.

187.Guttiferae.

Bloemen regelmatig, tweeslachtig of éénslachtig; kelkbladeren en bloembladeren zeer verschillend wat aantal en plaats aangaat; meeldraden 4 tot vele, vaak ten deele staminodiaal en in groepen bij elkaar staand; vruchtbeginsel meest 3–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; houtige planten, zelden kruiden met enkelvoudige bijna steeds tegenoverstaande bladeren; steunbladeren meest ontbrekend; bloemen vaak zeer groot.1a.Bladeren verspreid. Kelk en bloembladeren 5. Meeldraden talrijk, aan den basis een weinig vergroeid; helmknoppen met een klier aan den top. Stijl 1 met een gelobde stempel. Vrucht een doosvruchtCaraipa.1b.Bladeren tegenoverstaand22a.Bloemen met een goed ontwikkeld vruchtbeginsel en met meeldraden of staminodiën32b.Bloemen alleen met meeldraden, vruchtbeginsel òf geheel ontbrekend òf zeer klein, en dan onder de meeldraden verborgen en onvruchtbaar103a.Meeldraden in groepen voor de bloembladeren staand, met vergroeide helmdraden43b.Meeldraden talrijk, niet groepsgewijs staande64a.Meeldraden 15, de helmdraden om het vruchtbeginsel geheel tot een buis vergroeid; deze buis van boven in 5 punten gespleten die ieder 3 helmknoppen dragen. Kelkbladeren 5, ongelijk, bloembladeren 5, stijl 1 met 5 stempels, vrucht een besSymphonia.Matakie.4b.Helmdraden niet alle in een buis vergroeid55a.Kelk 5-deelig; bloembladeren 5, van binnen dicht behaard.Behalve de groepen van meeldraden ook nog 5 staminodiën in de bloem. Stijlen 5. Vrucht een besVismia.5b.Kelk 5-bladig, kelkbladeren ongelijk. Bloembladeren 5, zeer groot. Meeldraden in 5 groepen. Stijl 1 met 5 stempels, Vrucht een besPlatonia.Pakoeli,Geelhart.6a.Kelk eerst gesloten, daarna in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; meeldraden talrijk, vrij. Stijl 1, kort met twee breede bladachtige stempels. Vrucht een bes met 1–4 pitten Bloemen in kleine groepen in de bladokselsMammea.Mammi.6b.Kelk reeds in den knop 2- tot meerbladig; stijl òf lang òf meer dan 2 zittende stempels aanwezig77a.Stijl of stijlen lang en goed ontwikkeld87b.Stijlen zeer kort; meest geheel ontbrekend doch het vruchtbeginsel door eenige breede zittende stempels gekroond98a.Stijl 1 met een knopvormige stempel; kelkbladeren 4–5; bloembladeren 4–5. Meeldraden talrijk met een klier aan den top van den helmknop. Bloemen in trossenMarila.8b.Stijlen 4. Kelkbladeren 2 of 4, in het laatste geval de buitenste het grootst en de binnenste insluitend. Bloembladeren 4–12; meeldraden vele, bijna geheel vrij. Vruchtbeginsel 4-hokkig; vrucht een openspringende doosvruchtTovomita.9a.Kelkbladeren 4 tot vele; de buitenste kleiner dan de binnenste. Bloembladeren 4–10. Meeldraden vele, vrij of op zeer verschillende wijze vergroeid met elkaar of met het vruchtbeginsel, meest klein en staminodiaal indien ook een vruchtbeginsel in de bloem aanwezig is. Meerdere breede zittende stempels. Vrucht een doosvrucht. Planten vaak met luchtwortelsClusia.Abrasa.9b.Kelkbladeren 2. Bloembladeren 4. Meeldraden vele, vrij, onder een dikke schijf gezeten. Stempels zittend of op een zeer korte stijl. Vrucht een 3–1-zadige besRheedia.10a.Meeldraden met den bloembodem tot een verschillend gevormd lichaam vergroeid of meeldraden vrij, maar dan de helmdraden uiterst kort en de helmknoppen lang. Kelkbladeren 4 tot vele; bloembladeren 4–10Clusia.Abrasa.10b.Meeldraden vrij of aan de basis slechts weinig vergroeid met lange helmdraden1111a.In het midden van de bloem zit een dikke schijf waaronder de meeldraden ingehecht zijn. Kelkbladeren twee; bloembladeren 4Rheedia.11b.De meeldraden nemen het centrum van de bloem in1212a.Kelk in den knop gesloten, later in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; bloemen in groepen van ongeveer 3 in de bladokselsMammea.Mammi.12b.Kelkbladeren 2–4, reeds in de knop vrij van elkaar; indien er 4 kelkbladeren zijn, dan zijn de buitenste het grootst en omhullen ze de binnenste 2. Bloembladeren 4–12. Bloemen in vertakte bloeiwijzenTovomita.

Bloemen regelmatig, tweeslachtig of éénslachtig; kelkbladeren en bloembladeren zeer verschillend wat aantal en plaats aangaat; meeldraden 4 tot vele, vaak ten deele staminodiaal en in groepen bij elkaar staand; vruchtbeginsel meest 3–5-hokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; houtige planten, zelden kruiden met enkelvoudige bijna steeds tegenoverstaande bladeren; steunbladeren meest ontbrekend; bloemen vaak zeer groot.

1a.Bladeren verspreid. Kelk en bloembladeren 5. Meeldraden talrijk, aan den basis een weinig vergroeid; helmknoppen met een klier aan den top. Stijl 1 met een gelobde stempel. Vrucht een doosvruchtCaraipa.

1b.Bladeren tegenoverstaand2

2a.Bloemen met een goed ontwikkeld vruchtbeginsel en met meeldraden of staminodiën3

2b.Bloemen alleen met meeldraden, vruchtbeginsel òf geheel ontbrekend òf zeer klein, en dan onder de meeldraden verborgen en onvruchtbaar10

3a.Meeldraden in groepen voor de bloembladeren staand, met vergroeide helmdraden4

3b.Meeldraden talrijk, niet groepsgewijs staande6

4a.Meeldraden 15, de helmdraden om het vruchtbeginsel geheel tot een buis vergroeid; deze buis van boven in 5 punten gespleten die ieder 3 helmknoppen dragen. Kelkbladeren 5, ongelijk, bloembladeren 5, stijl 1 met 5 stempels, vrucht een besSymphonia.Matakie.

4b.Helmdraden niet alle in een buis vergroeid5

5a.Kelk 5-deelig; bloembladeren 5, van binnen dicht behaard.Behalve de groepen van meeldraden ook nog 5 staminodiën in de bloem. Stijlen 5. Vrucht een besVismia.

5b.Kelk 5-bladig, kelkbladeren ongelijk. Bloembladeren 5, zeer groot. Meeldraden in 5 groepen. Stijl 1 met 5 stempels, Vrucht een besPlatonia.Pakoeli,Geelhart.

6a.Kelk eerst gesloten, daarna in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; meeldraden talrijk, vrij. Stijl 1, kort met twee breede bladachtige stempels. Vrucht een bes met 1–4 pitten Bloemen in kleine groepen in de bladokselsMammea.Mammi.

6b.Kelk reeds in den knop 2- tot meerbladig; stijl òf lang òf meer dan 2 zittende stempels aanwezig7

7a.Stijl of stijlen lang en goed ontwikkeld8

7b.Stijlen zeer kort; meest geheel ontbrekend doch het vruchtbeginsel door eenige breede zittende stempels gekroond9

8a.Stijl 1 met een knopvormige stempel; kelkbladeren 4–5; bloembladeren 4–5. Meeldraden talrijk met een klier aan den top van den helmknop. Bloemen in trossenMarila.

8b.Stijlen 4. Kelkbladeren 2 of 4, in het laatste geval de buitenste het grootst en de binnenste insluitend. Bloembladeren 4–12; meeldraden vele, bijna geheel vrij. Vruchtbeginsel 4-hokkig; vrucht een openspringende doosvruchtTovomita.

9a.Kelkbladeren 4 tot vele; de buitenste kleiner dan de binnenste. Bloembladeren 4–10. Meeldraden vele, vrij of op zeer verschillende wijze vergroeid met elkaar of met het vruchtbeginsel, meest klein en staminodiaal indien ook een vruchtbeginsel in de bloem aanwezig is. Meerdere breede zittende stempels. Vrucht een doosvrucht. Planten vaak met luchtwortelsClusia.Abrasa.

9b.Kelkbladeren 2. Bloembladeren 4. Meeldraden vele, vrij, onder een dikke schijf gezeten. Stempels zittend of op een zeer korte stijl. Vrucht een 3–1-zadige besRheedia.

10a.Meeldraden met den bloembodem tot een verschillend gevormd lichaam vergroeid of meeldraden vrij, maar dan de helmdraden uiterst kort en de helmknoppen lang. Kelkbladeren 4 tot vele; bloembladeren 4–10Clusia.Abrasa.

10b.Meeldraden vrij of aan de basis slechts weinig vergroeid met lange helmdraden11

11a.In het midden van de bloem zit een dikke schijf waaronder de meeldraden ingehecht zijn. Kelkbladeren twee; bloembladeren 4Rheedia.

11b.De meeldraden nemen het centrum van de bloem in12

12a.Kelk in den knop gesloten, later in 2 kleppen openspringend. Bloembladeren 4–6; bloemen in groepen van ongeveer 3 in de bladokselsMammea.Mammi.

12b.Kelkbladeren 2–4, reeds in de knop vrij van elkaar; indien er 4 kelkbladeren zijn, dan zijn de buitenste het grootst en omhullen ze de binnenste 2. Bloembladeren 4–12. Bloemen in vertakte bloeiwijzenTovomita.

194.Bixaceae.Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5, bloembladeren 5, meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 1-hokkig met 2 wandstandigezaadlijsten met vele zaadknoppen en 1 stijl; vrucht een met 2 kleppen openspringende doosvrucht; zaden talrijk, vuurrood; boomen met handnervige, verspreide, ongedeelde bladeren en vrij groote bloemen in pluimen. Eenig geslachtBixa.Roekoe;Koesoewee.

194.Bixaceae.

Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5, bloembladeren 5, meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 1-hokkig met 2 wandstandigezaadlijsten met vele zaadknoppen en 1 stijl; vrucht een met 2 kleppen openspringende doosvrucht; zaden talrijk, vuurrood; boomen met handnervige, verspreide, ongedeelde bladeren en vrij groote bloemen in pluimen. Eenig geslachtBixa.Roekoe;Koesoewee.

Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 5, bloembladeren 5, meeldraden talrijk; vruchtbeginsel 1-hokkig met 2 wandstandigezaadlijsten met vele zaadknoppen en 1 stijl; vrucht een met 2 kleppen openspringende doosvrucht; zaden talrijk, vuurrood; boomen met handnervige, verspreide, ongedeelde bladeren en vrij groote bloemen in pluimen. Eenig geslachtBixa.Roekoe;Koesoewee.

195.Cochlospermaceae.Bloemen tweeslachtig; regelmatig, soms een weinig zygomorf; kelkbladeren 4–5; kroonbladeren 4–5; meeldraden vele, vruchtbeginsel 3–5-hokkig met vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 stijl; vrucht een doosvrucht met vele gekromde zaden; houtige planten meest met handlobbige of handvormig samengestelde bladeren; bloem groot in trossen of pluimen.Boomen met handvormig samengestelde 5–7-tallige bladeren. Kelkbladeren 5, bloembladeren 5, groot, geel. Meeldraden talrijk, soms wat ongelijk van grootte. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht met een dubbele wand. Zaden gewonden met lange harenCochlospermum.

195.Cochlospermaceae.

Bloemen tweeslachtig; regelmatig, soms een weinig zygomorf; kelkbladeren 4–5; kroonbladeren 4–5; meeldraden vele, vruchtbeginsel 3–5-hokkig met vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 stijl; vrucht een doosvrucht met vele gekromde zaden; houtige planten meest met handlobbige of handvormig samengestelde bladeren; bloem groot in trossen of pluimen.Boomen met handvormig samengestelde 5–7-tallige bladeren. Kelkbladeren 5, bloembladeren 5, groot, geel. Meeldraden talrijk, soms wat ongelijk van grootte. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht met een dubbele wand. Zaden gewonden met lange harenCochlospermum.

Bloemen tweeslachtig; regelmatig, soms een weinig zygomorf; kelkbladeren 4–5; kroonbladeren 4–5; meeldraden vele, vruchtbeginsel 3–5-hokkig met vele zaadknoppen in ieder hokje; 1 stijl; vrucht een doosvrucht met vele gekromde zaden; houtige planten meest met handlobbige of handvormig samengestelde bladeren; bloem groot in trossen of pluimen.

Boomen met handvormig samengestelde 5–7-tallige bladeren. Kelkbladeren 5, bloembladeren 5, groot, geel. Meeldraden talrijk, soms wat ongelijk van grootte. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht met een dubbele wand. Zaden gewonden met lange harenCochlospermum.

198.Violaceae.Bloemen 5-tallig met uitzondering van het vruchtbeginsel, met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloembladeren soms vergroeid; vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl en 1 tot vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten met verspreide bladeren met steunbladeren.1a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig; alle bloembladeren ongeveer gelijk van vorm21b.Bloemen duidelijk zijdelings-symmetrisch; één bloemblad anders gevormd42a.Bloemkroon kort, bloembladeren ongenageld; meeldraden 5, ongeveer even lang. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht; bloemen in veelbloemige trossen. Heesters of kleine boomen, meest met tegenstaande bladerenRinorea.(Alsodeia).2b.Bloembladeren langgenageld; de nagels tegen elkaar aanliggend, daardoor de bloemkroon van onderen schijnbaar buisvormig33a.Meeldraden tot een beker vergroeid; helmknoppen zonder aanhangsels aan den top. Bloemen in trossen. Kleine boomenPaypayrola.3b.Meeldraden vrij; helmknoppen met een vliezig aanhangsel aan den top. Bloemen in vertakte bloeiwijzen. HeestersAmphirrox.4a.Lianen. Kelk 5-bladig. Een van de bloembladeren grooter dan de andere en met een lange spoor. Meeldraden vrij met zeer korte helmdraden en een lange helmknop met een aanhangsel aan den top, 2 ervan met een spoor, die in de spoor van het bloemblad zitCorynostylis.(Calyptrion).4b.Heesters of kruiden, niet klimmend55a.Kelkbladeren zonder oortjes aan den voet. Eén bloemblad met een lange nagel, die iets zakvormig is, doch niet gespoord; 2 van de meeldraden met een spoor of een klier. Bladeren verspreid of tegenoverstaandHybanthus.5b.Kelkbladeren met oortjes aan den voet. Bloembladeren zeer ongelijk, na den bloei blijvend, 2 zeer klein, 2 genageld, het 5demet een lange spoor; 2 van de meeldraden met een lange spoorNoisettia.

198.Violaceae.

Bloemen 5-tallig met uitzondering van het vruchtbeginsel, met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloembladeren soms vergroeid; vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl en 1 tot vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten met verspreide bladeren met steunbladeren.1a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig; alle bloembladeren ongeveer gelijk van vorm21b.Bloemen duidelijk zijdelings-symmetrisch; één bloemblad anders gevormd42a.Bloemkroon kort, bloembladeren ongenageld; meeldraden 5, ongeveer even lang. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht; bloemen in veelbloemige trossen. Heesters of kleine boomen, meest met tegenstaande bladerenRinorea.(Alsodeia).2b.Bloembladeren langgenageld; de nagels tegen elkaar aanliggend, daardoor de bloemkroon van onderen schijnbaar buisvormig33a.Meeldraden tot een beker vergroeid; helmknoppen zonder aanhangsels aan den top. Bloemen in trossen. Kleine boomenPaypayrola.3b.Meeldraden vrij; helmknoppen met een vliezig aanhangsel aan den top. Bloemen in vertakte bloeiwijzen. HeestersAmphirrox.4a.Lianen. Kelk 5-bladig. Een van de bloembladeren grooter dan de andere en met een lange spoor. Meeldraden vrij met zeer korte helmdraden en een lange helmknop met een aanhangsel aan den top, 2 ervan met een spoor, die in de spoor van het bloemblad zitCorynostylis.(Calyptrion).4b.Heesters of kruiden, niet klimmend55a.Kelkbladeren zonder oortjes aan den voet. Eén bloemblad met een lange nagel, die iets zakvormig is, doch niet gespoord; 2 van de meeldraden met een spoor of een klier. Bladeren verspreid of tegenoverstaandHybanthus.5b.Kelkbladeren met oortjes aan den voet. Bloembladeren zeer ongelijk, na den bloei blijvend, 2 zeer klein, 2 genageld, het 5demet een lange spoor; 2 van de meeldraden met een lange spoorNoisettia.

Bloemen 5-tallig met uitzondering van het vruchtbeginsel, met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloembladeren soms vergroeid; vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 stijl en 1 tot vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten met verspreide bladeren met steunbladeren.

1a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig; alle bloembladeren ongeveer gelijk van vorm2

1b.Bloemen duidelijk zijdelings-symmetrisch; één bloemblad anders gevormd4

2a.Bloemkroon kort, bloembladeren ongenageld; meeldraden 5, ongeveer even lang. Vrucht een 3-kleppige doosvrucht; bloemen in veelbloemige trossen. Heesters of kleine boomen, meest met tegenstaande bladerenRinorea.(Alsodeia).

2b.Bloembladeren langgenageld; de nagels tegen elkaar aanliggend, daardoor de bloemkroon van onderen schijnbaar buisvormig3

3a.Meeldraden tot een beker vergroeid; helmknoppen zonder aanhangsels aan den top. Bloemen in trossen. Kleine boomenPaypayrola.

3b.Meeldraden vrij; helmknoppen met een vliezig aanhangsel aan den top. Bloemen in vertakte bloeiwijzen. HeestersAmphirrox.

4a.Lianen. Kelk 5-bladig. Een van de bloembladeren grooter dan de andere en met een lange spoor. Meeldraden vrij met zeer korte helmdraden en een lange helmknop met een aanhangsel aan den top, 2 ervan met een spoor, die in de spoor van het bloemblad zitCorynostylis.(Calyptrion).

4b.Heesters of kruiden, niet klimmend5

5a.Kelkbladeren zonder oortjes aan den voet. Eén bloemblad met een lange nagel, die iets zakvormig is, doch niet gespoord; 2 van de meeldraden met een spoor of een klier. Bladeren verspreid of tegenoverstaandHybanthus.

5b.Kelkbladeren met oortjes aan den voet. Bloembladeren zeer ongelijk, na den bloei blijvend, 2 zeer klein, 2 genageld, het 5demet een lange spoor; 2 van de meeldraden met een lange spoorNoisettia.

199.Flacourtiaceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; regelmatig; kelkbladeren 2–15; kroonbladeren ontbrekend of tot 10; meeldraden meest vele; vruchtbeginsel 1-hokkig met meest vele zaadknoppen aan 2–10 wandstandige zaadlijsten; vrucht een bes of een steenvrucht; meest houtige planten met verspreide, zelden tegenoverstaande of kransstandige, gaafrandige of gezaagde bladeren met kleine steunbladeren; bloemen vaak klein.1a.Bloemen éénslachtig, tweehuizig. Kelkbladeren 2–3, bloembladeren 6–12; meeldraden talrijk, op een eenigszins verdikte bloembodem staande; vruchtbeginsel voorzien van overlangsche ribben, met 5–7 stijlen. Vrucht een groote doosvrucht met smalle vleugels. Heesters of boomen met groote bladerenCarpotroche.1b.Bloemen tweeslachtig22a.Bloembladeren aanwezig32b.Bloembladeren ontbrekend43a.Kelkbladeren 3 (soms 4). Bloembladeren evenveel. Meeldraden talrijk in meerdere rijen. Vruchtbeginsel met 1 stijl en verdikte stempel. Bloemen in trossen. BoomenBanara.3b.Kelkslippen 5–7; bloembladeren evenveel, ermee afwisselend, blijvend na den bloei. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand. Stijlen 2–6, van onderen wat vergroeid of geheel vrij. BoomenHomalium.4a.Bloemen groot (meer dan 1 c.M.); kelk tot aan de basis 5-deelig. Meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel omgeven door een bekervormige schijf. Bladeren meest zachtharigPatrisia.4b.Bloemen klein, in groepen in de bladoksels; kelkbladeren 4–6, aan de basis vergroeid. Meeldraden 6–12, met staminodiën afwisselendCasearia.

199.Flacourtiaceae.

Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; regelmatig; kelkbladeren 2–15; kroonbladeren ontbrekend of tot 10; meeldraden meest vele; vruchtbeginsel 1-hokkig met meest vele zaadknoppen aan 2–10 wandstandige zaadlijsten; vrucht een bes of een steenvrucht; meest houtige planten met verspreide, zelden tegenoverstaande of kransstandige, gaafrandige of gezaagde bladeren met kleine steunbladeren; bloemen vaak klein.1a.Bloemen éénslachtig, tweehuizig. Kelkbladeren 2–3, bloembladeren 6–12; meeldraden talrijk, op een eenigszins verdikte bloembodem staande; vruchtbeginsel voorzien van overlangsche ribben, met 5–7 stijlen. Vrucht een groote doosvrucht met smalle vleugels. Heesters of boomen met groote bladerenCarpotroche.1b.Bloemen tweeslachtig22a.Bloembladeren aanwezig32b.Bloembladeren ontbrekend43a.Kelkbladeren 3 (soms 4). Bloembladeren evenveel. Meeldraden talrijk in meerdere rijen. Vruchtbeginsel met 1 stijl en verdikte stempel. Bloemen in trossen. BoomenBanara.3b.Kelkslippen 5–7; bloembladeren evenveel, ermee afwisselend, blijvend na den bloei. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand. Stijlen 2–6, van onderen wat vergroeid of geheel vrij. BoomenHomalium.4a.Bloemen groot (meer dan 1 c.M.); kelk tot aan de basis 5-deelig. Meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel omgeven door een bekervormige schijf. Bladeren meest zachtharigPatrisia.4b.Bloemen klein, in groepen in de bladoksels; kelkbladeren 4–6, aan de basis vergroeid. Meeldraden 6–12, met staminodiën afwisselendCasearia.

Bloemen tweeslachtig of éénslachtig; regelmatig; kelkbladeren 2–15; kroonbladeren ontbrekend of tot 10; meeldraden meest vele; vruchtbeginsel 1-hokkig met meest vele zaadknoppen aan 2–10 wandstandige zaadlijsten; vrucht een bes of een steenvrucht; meest houtige planten met verspreide, zelden tegenoverstaande of kransstandige, gaafrandige of gezaagde bladeren met kleine steunbladeren; bloemen vaak klein.

1a.Bloemen éénslachtig, tweehuizig. Kelkbladeren 2–3, bloembladeren 6–12; meeldraden talrijk, op een eenigszins verdikte bloembodem staande; vruchtbeginsel voorzien van overlangsche ribben, met 5–7 stijlen. Vrucht een groote doosvrucht met smalle vleugels. Heesters of boomen met groote bladerenCarpotroche.

1b.Bloemen tweeslachtig2

2a.Bloembladeren aanwezig3

2b.Bloembladeren ontbrekend4

3a.Kelkbladeren 3 (soms 4). Bloembladeren evenveel. Meeldraden talrijk in meerdere rijen. Vruchtbeginsel met 1 stijl en verdikte stempel. Bloemen in trossen. BoomenBanara.

3b.Kelkslippen 5–7; bloembladeren evenveel, ermee afwisselend, blijvend na den bloei. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand. Stijlen 2–6, van onderen wat vergroeid of geheel vrij. BoomenHomalium.

4a.Bloemen groot (meer dan 1 c.M.); kelk tot aan de basis 5-deelig. Meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel omgeven door een bekervormige schijf. Bladeren meest zachtharigPatrisia.

4b.Bloemen klein, in groepen in de bladoksels; kelkbladeren 4–6, aan de basis vergroeid. Meeldraden 6–12, met staminodiën afwisselendCasearia.

201.Turneraceae.Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig met een buisvormige bloemas; vruchtbeginsel 1-hokkig met 3-vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; stijlen 3; doosvrucht 1-hokkig, 3-kleppig; kruiden of heesters, zelden boomen, met verspreide, enkelvoudige, soms gedeelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.Kelkbuis van binnen met een samenhangende, aan den rand onregelmatig ingesneden krans van schubbenPiriqueta.1b.Kelkbuis van binnen zonder aanhangselenTurnera.

201.Turneraceae.

Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig met een buisvormige bloemas; vruchtbeginsel 1-hokkig met 3-vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; stijlen 3; doosvrucht 1-hokkig, 3-kleppig; kruiden of heesters, zelden boomen, met verspreide, enkelvoudige, soms gedeelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.1a.Kelkbuis van binnen met een samenhangende, aan den rand onregelmatig ingesneden krans van schubbenPiriqueta.1b.Kelkbuis van binnen zonder aanhangselenTurnera.

Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden; tweeslachtig, regelmatig met een buisvormige bloemas; vruchtbeginsel 1-hokkig met 3-vele zaadknoppen aan 3 wandstandige zaadlijsten; stijlen 3; doosvrucht 1-hokkig, 3-kleppig; kruiden of heesters, zelden boomen, met verspreide, enkelvoudige, soms gedeelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.

1a.Kelkbuis van binnen met een samenhangende, aan den rand onregelmatig ingesneden krans van schubbenPiriqueta.

1b.Kelkbuis van binnen zonder aanhangselenTurnera.

203.Passifloraceae.Bloemen tweeslachtig of éénslachtig, regelmatig met een zeer verschillend gevormde bloemas, die vaak een weinig buisvormig is en van binnen verschillende aanhangselen draagt, kelk meest 5-bladig; zelden 4–8-bladig; bloembladeren 5, soms 3–8, zelden ontbrekend; meeldraden zelden vele, meest 5 of 4–8, op een cylindrisch deel van de as ingehecht; vruchtbeginsel 1-hokkig, met 3–5 stijlen en vele zaadknoppen aan 3–5 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten, vaak klimmend met enkelvoudige of gelobde, zelden samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend; bladeren vaak met honingklieren, ranken in de bladoksels of aan de bloeiwijzen.Klimplanten met ranken in de bladoksels. Bloemen met 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; buis van binnen met verschillende aanhangselen. Bladeren enkelvoudig, gelobd of handvormig samengesteldPassiflora.Markoesar.

203.Passifloraceae.

Bloemen tweeslachtig of éénslachtig, regelmatig met een zeer verschillend gevormde bloemas, die vaak een weinig buisvormig is en van binnen verschillende aanhangselen draagt, kelk meest 5-bladig; zelden 4–8-bladig; bloembladeren 5, soms 3–8, zelden ontbrekend; meeldraden zelden vele, meest 5 of 4–8, op een cylindrisch deel van de as ingehecht; vruchtbeginsel 1-hokkig, met 3–5 stijlen en vele zaadknoppen aan 3–5 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten, vaak klimmend met enkelvoudige of gelobde, zelden samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend; bladeren vaak met honingklieren, ranken in de bladoksels of aan de bloeiwijzen.Klimplanten met ranken in de bladoksels. Bloemen met 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; buis van binnen met verschillende aanhangselen. Bladeren enkelvoudig, gelobd of handvormig samengesteldPassiflora.Markoesar.

Bloemen tweeslachtig of éénslachtig, regelmatig met een zeer verschillend gevormde bloemas, die vaak een weinig buisvormig is en van binnen verschillende aanhangselen draagt, kelk meest 5-bladig; zelden 4–8-bladig; bloembladeren 5, soms 3–8, zelden ontbrekend; meeldraden zelden vele, meest 5 of 4–8, op een cylindrisch deel van de as ingehecht; vruchtbeginsel 1-hokkig, met 3–5 stijlen en vele zaadknoppen aan 3–5 wandstandige zaadlijsten; vrucht een doosvrucht of een bes; kruiden of houtige planten, vaak klimmend met enkelvoudige of gelobde, zelden samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig of ontbrekend; bladeren vaak met honingklieren, ranken in de bladoksels of aan de bloeiwijzen.

Klimplanten met ranken in de bladoksels. Bloemen met 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; buis van binnen met verschillende aanhangselen. Bladeren enkelvoudig, gelobd of handvormig samengesteldPassiflora.Markoesar.

205.Caricaceae.Bloemen 5-tallig, met twee kransen van meeldraden, éénslachtig, regelmatig, met een buis- of klokvormige bloeias; bloembladeren in de mannelijke bloemen tot een lange, in de vrouwelijke bloemen tot een korte buis vergroeid; vruchtbeginsel bovenstandig, 1-hokkig of 3–5-hokkig, met vele zaadknoppen en vrije stijlen; zaden vele; houtige planten met enkelvoudige of handvormig gedeelde of gevinde bladeren zonder steunbladeren en met okselstandige bloeiwijzen; melksap aanwezig.Boomen met handlobbige bladeren, alleen aan den top bebladerde stammen met zeer week hout. Bloemen 1 of 2-huizig. ♂ en ♀ bloemen zeer verschillend. Stempels sterk ingesnedenCarica.Papaya.

205.Caricaceae.

Bloemen 5-tallig, met twee kransen van meeldraden, éénslachtig, regelmatig, met een buis- of klokvormige bloeias; bloembladeren in de mannelijke bloemen tot een lange, in de vrouwelijke bloemen tot een korte buis vergroeid; vruchtbeginsel bovenstandig, 1-hokkig of 3–5-hokkig, met vele zaadknoppen en vrije stijlen; zaden vele; houtige planten met enkelvoudige of handvormig gedeelde of gevinde bladeren zonder steunbladeren en met okselstandige bloeiwijzen; melksap aanwezig.Boomen met handlobbige bladeren, alleen aan den top bebladerde stammen met zeer week hout. Bloemen 1 of 2-huizig. ♂ en ♀ bloemen zeer verschillend. Stempels sterk ingesnedenCarica.Papaya.

Bloemen 5-tallig, met twee kransen van meeldraden, éénslachtig, regelmatig, met een buis- of klokvormige bloeias; bloembladeren in de mannelijke bloemen tot een lange, in de vrouwelijke bloemen tot een korte buis vergroeid; vruchtbeginsel bovenstandig, 1-hokkig of 3–5-hokkig, met vele zaadknoppen en vrije stijlen; zaden vele; houtige planten met enkelvoudige of handvormig gedeelde of gevinde bladeren zonder steunbladeren en met okselstandige bloeiwijzen; melksap aanwezig.

Boomen met handlobbige bladeren, alleen aan den top bebladerde stammen met zeer week hout. Bloemen 1 of 2-huizig. ♂ en ♀ bloemen zeer verschillend. Stempels sterk ingesnedenCarica.Papaya.

208.Begoniaceae.Bloemen onregelmatig, éénslachtig, meest 1-huizig; de mannelijke meest met maar 2 kelkbladeren en 2–6 bloembladeren; of geen bloembladeren; soms 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; meeldraden talrijk; vrouwelijke bloemen met een bloemdek met 5–2 bladeren; vruchtbeginsel onderstandig meest 3-hokkig met vrije stijlen; vrucht een doosvrucht, zelden een bes; kruiden of een weinig houtige planten met verspreide vaak gelobde soms handvormige samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig.Bloemen éénslachtig, éénhuizig; geen aparte kelk en bloemkroon te onderscheiden. Mannelijke bloemen met 4 bloemdekbladeren en vele meeldraden, vrouwelijke bloemen met 5 bloemdekbladeren en 3 tweespletige stijlen. Vruchtbeginsel onderstandigBegonia.

208.Begoniaceae.

Bloemen onregelmatig, éénslachtig, meest 1-huizig; de mannelijke meest met maar 2 kelkbladeren en 2–6 bloembladeren; of geen bloembladeren; soms 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; meeldraden talrijk; vrouwelijke bloemen met een bloemdek met 5–2 bladeren; vruchtbeginsel onderstandig meest 3-hokkig met vrije stijlen; vrucht een doosvrucht, zelden een bes; kruiden of een weinig houtige planten met verspreide vaak gelobde soms handvormige samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig.Bloemen éénslachtig, éénhuizig; geen aparte kelk en bloemkroon te onderscheiden. Mannelijke bloemen met 4 bloemdekbladeren en vele meeldraden, vrouwelijke bloemen met 5 bloemdekbladeren en 3 tweespletige stijlen. Vruchtbeginsel onderstandigBegonia.

Bloemen onregelmatig, éénslachtig, meest 1-huizig; de mannelijke meest met maar 2 kelkbladeren en 2–6 bloembladeren; of geen bloembladeren; soms 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren; meeldraden talrijk; vrouwelijke bloemen met een bloemdek met 5–2 bladeren; vruchtbeginsel onderstandig meest 3-hokkig met vrije stijlen; vrucht een doosvrucht, zelden een bes; kruiden of een weinig houtige planten met verspreide vaak gelobde soms handvormige samengestelde bladeren; steunbladeren aanwezig.

Bloemen éénslachtig, éénhuizig; geen aparte kelk en bloemkroon te onderscheiden. Mannelijke bloemen met 4 bloemdekbladeren en vele meeldraden, vrouwelijke bloemen met 5 bloemdekbladeren en 3 tweespletige stijlen. Vruchtbeginsel onderstandigBegonia.


Back to IndexNext