Chapter 5

1a.Planten zonder ware bloemen, met sporen. Pteridophyta21b.Planten met ware bloemen. Phanerogamae132a.Losdrijvende waterplanten, met kleine, niet ingesneden bladeren. Sporangiën in het water rijp wordendVII.Salviniaceae.2b.Landplanten, epiphyten, of in den bodem wortelende waterplanten33a.Groene bladeren klein, schub- of naaldvormig, ongesteeld, den bovenaardschen stengel dicht bedekkend; sporangiën alleenstaand in de bladoksels43b.Groene bladeren groot, ongedeeld of gedeeld of samengesteld, meest gesteeld, op vrij grooten afstand van elkaar staand aan den boven- of onderaardschen stengel54a.Bladeren alle gelijk van vorm of de bovenste wat kleiner of grooter, niet in rijen geplaatst; sporangiën en sporen alle gelijk van vorm en grootteX.Lycopodiaceae.4b.Bladeren in eenige (meest 4) rijen langs den stengel; rijen onderling verschillend wat de bladvorm aangaat; sporangiën en sporen in twee vormen voorkomendXI.Selaginellaceae.5a.Sporangiën het bovendeel van een aparte zijtak van den bladsteel geheel innemend65b.Sporangiën aan de onderzijde of aan de randen van de bladeren76a.Sporangiën in twee rijen aan den sporangiëndrager; bladeren niet ingesnedenIX.Ophioglossaceae.6b.Sporangiëndrager sterk pluimvormig vertakt; bladeren gevindVI.Schizaeaceae.7a.Sporangiën niet tot sori vereenigd, op de onderzijde aan de vindeelige tot gevinde bladeren langs de nerven verspreid; planten op zeer vochtige plaatsen of in het water groeiendIV.Parkeriaceae.7b.Epiphyten of landplanten; sporangiën in sori, soms de geheele bladonderzijde dicht bedekkend of randstandig88a.Planten met rechtopstaande stammen; min of meer boomachtig; bladeren éénmaal tot viermaal gevind. Ring om het sporangium niet onderbroken, scheef, bijna verticaal staandeII.Cyatheaceae.8b.Stammen niet boomvormig; ring onderbroken of niet, maar dan bijna horizontaal99a.Sori vereenigd tot lijnvormige groepen (synangiën) die van de middennerf naar de bladrand loopen en met poriën openspringen. Bladeren enkelvoudig of 3-talligVIII.Marattiaceae.9b.Sori niet tot synangiën vereenigd1010a.Sori geheel randstandig op een draadvormige voortzetting van een buiten den bladrand uitstekende nerf; sorus omhuld door een bekervormig, vaak 2-lobbig indusiumI.Hymenophyllaceae.10b.Sporangiën op de onderzijde of op de randen der bladeren zittend; in geen geval op een buiten den bladrand uitstekende nerf1111a.Bladeren tenminste ten deele gaffelvormig vertakt, de segmenten vindeelig; sori onder op de bladeren, bestaande uit 2 tot 8 ongesteelde sporangiën zonder indusiumV.Gleicheniaceae.11b.Bladeren nooit gaffelvormig vertakt1212a.Sporangiën òf gezeten op smalle slippen van den bladrand, òf een scherp afgescheiden deel van den top der lijn- of steelvormige of waaiervormig-gedeelde bladeren innemend; ring als een deksel den geheelen top van het sporangium bedekkendVI.Schizaeaceae.12b.Sporangiën in sori op de onderzijde van de bladeren, soms randstandig, of de bladonderzijde geheel of ten deele dicht bekleedend; ring onderbroken, verticaal staandeIII.Polypodiaceae.13a.Losdrijvende of vastzittende waterplanten met ondergedoken of drijvende bladeren; bladeren nooit met bladschijf of bladsteel boven water uitstekend1413b.Landplanten of epiphyten, zelden waterplanten, maar dan de bladeren boven de waterspiegel uitstekend2414a.Kleine drijvende waterplanten met eenslachtige bloemen, waarvan de mannelijke uit één meeldraad en de vrouwelijke uit een vruchtbeginsel bestaan24.Lemnaceae.14b.Bloemen met een bloemdek of met kelk en bloemkroon1515a.Planten in stroomversnellingen groeiend; bloemdek bestaande uit weinige tot vele kleine schubben; meeldraden één tot vele; vruchtbeginsel met 2 korte stempels113.Podostemaceae.15b.Planten in stilstaand of langzaam-stroomend water groeiend1616a.Bloemen klein, in gesteelde hoofdjes langs den stengel verspreid, door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven; eenslachtig met 3-tallige bloemen. Bladeren smal30.Eriocaulaceae.16b.Bloemen niet in hoofdjes1717a.Bladeren cirkelrond, drijvend, bloembladeren en meeldraden talrijk88.Nymphaeaceae.17b.Bloemkroon vergroeidbladig of uit hoogstens 6 losse bladeren bestaand1818a.Kelkbladeren 2, bloemkroon 2-lippig, meeldraden 2; bladeren vaak fijn gedeeld met kleine blaasjes264.Lentibulariaceae.18b.Bloemdek of bloemkroon regelmatig, of niet duidelijk 2-lippig1919a.Bloemen 5-tallig, meeldraden 5, vruchtbeginsel 1-hokkig; bladeren aan den voet ingesneden, overigens rond246.Gentianaceae.19b.Bloemen 3-tallig2020a.Ondergedoken bladeren sterk gedeeld met bijna draadvormige slippen; drijvende bladeren cirkelrond; kelkbladeren en bloembladeren 3; vruchtbeginsels 1–388.Nymphaeaceae.20b.Bladeren niet fijn verdeeld2121a.Bloemen éénslachtig, vruchtbeginsel 1-hokkig, onderstandig17.Hydrocharitaceae.21b.Bloemen tweeslachtig; vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig2222a.Vruchtbeginsel 1, meeldraden 6, bloemdek vergroeid, trechtervormig met 6 slippen, een weinig zygomorf34.Pontederiaceae.22b.Vruchtbeginsels meer dan 1, kelk en bloemkroon aanwezig, de laatste losbladig2323a.Vruchtbeginsels meestal 6; binnenste meeldraden ongeveer 20, met stuifmeel, daaromheen nog ± 20 staminodiën16.Butomaceae.23b.Vruchtbeginsels talrijk, soms ook alleen ♂ bloemen aanwezig, meeldraden 9–1215.Alismataceae.24a.Planten met ranken aan stengels of bladeren2524b.Planten zonder ranken, hoogstens met korte haken3225a.Bloemkroon zygomorf, trechter-, klok-, of trompetvormig met 4 meeldraden; vruchtbeginsel 2-hokkig; bladeren samengesteld258.Bignoniaceae.25b.Bloemkroon regelmatig of weinig zygomorf, in het laatste geval losbladig2626a.Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, met het vruchtbeginsel op een steeltje in het midden van de bloem gezeten, stijlen 3, bloembodem met aanhangselen203.Passifloraceae.26b.Vruchtbeginsel en meeldraden niet op een steel gezeten2727a.Kelk en bloemkroon klok- tot buisvormig vergroeid; bloemen éénslachtig, de ♂ met 2 of 3 meeldraden, de ♀ met een onderstandig vruchtbeginsel275.Cucurbitaceae.27b.Kelk niet met de bloemkroon tot een buis vergroeid2828a.Alle bloemdekbladeren gelijk van vorm; bloemen 6-tallig, eenslachtig; klein; de ♂ met 6 meeldraden, de ♀ met een bovenstandig vruchtbeginsel en 3–6 steriele meeldraden38.Liliaceae.28b.Kelk en bloemkroon aanwezig of niet, in het laatste geval de 3 buitenste bloemdekbladeren grooter dan de 2 of 3binnenste2929a.Buitenste krans van bloemdekbladeren 3-tallig, groot, gekleurd; meeldraden 7–9, aan den basis een weinig vergroeid; vruchtbeginsel met 3 korte stijlen77.Polygonaceae.29b.Kelk kleiner dan de bloemkroon, niet 3-tallig3030a.Bloemkroonbuis-tot trechtervormig; meeldraden 5 op den bloemkroon ingehecht245.Loganiaceae.30b.Bloemkroon losbladig, of alleen aan de basis een weinig vergroeid3131a.Bloemen 4-tallig, klein, met 4 meeldraden die voor de bloembladeren staan; kelk klein, bekervormig, gelobd of komvormig170.Vitaceae.31b.Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk losbladig; bladeren enkelvoudig, ongedeeld169.Rhamnaceae.31c.Bloemen 4 of 5-tallig, meest een weinig zygomorf; meeldraden 8; bladeren samengesteld165.Sapindaceae.32a.Bloeiwijze bestaande uit een bloeikolf met één of meerdere scheeden aan den voet; soms is de kolf aan de scheede vastgegroeid of zeer klein, in het laatste geval is de plant een losdrijvende waterplant3332b.Bloeiwijze niet een kolf of indien het een kolf schijnt, dan zit aan den voet geen scheede3433a.Bladeren min of meer leerachtig met overlangsche plooien tusschen de nerven, meest gedeeld, zelden smal en ongedeeld;bloemen eenhuizig, regelmatig over de kolf verdeeld; scheeden meer dan één22.Cyclanthaceae.33b.Bladeren meest dun en sappig, niet geplooid netaderig; kolf met slechts één scheede aan de voet, soms zeer klein (kleiner dan 1 cM.) maar dan is de plant een waterplant; soms ook is de kolf met de scheede vergroeid23.Araceae.34a.Bladeren in den knop geplooid, later door inscheuring min of meer diep vindeelig of handdeelig of tenminste tweespletig. Bloemen 6-tallig vaak éénslachtig, in vertakte bloeiwijzen die aan de basis, één of meer groote scheeden dragen, die de bloeiwijze in den knop omsluiten. Meest duidelijke stammen aanwezig21.Palmae.34b.Bladeren en bloeiwijzen anders van bouw3535a.Bladeren enkelvoudig parallelnervig,nietnetaderig; meest zonder duidelijke hoofdnerf en dan zijn de bladeren lang en smal, of met een duidelijke hoofdnerf, doch dan loopen de zijnerven alle ter weerszijden van den hoofdnerf evenwijdig met elkaar naar den bladrand of den bladtop; bloemen 3-tallig, soms 2-tallig, maar dan zijn de bloembekleedselen vliezig36135b.Bladeren samengesteld of enkelvoudig, maar dan duidelijk netaderig, ook al loopen enkele hoofdnerven evenwijdig aan elkaar; bloemen meest 4- of 5-tallig, soms 3-tallig, maar dan in ieder geval de bladeren netaderig6035c.Planten zonder bladgroen met kleine schubvormige bladeren of zonder bladeren; parasieten of saprophyten5536a.Bloemen zeer klein, in dichte wollige hoofdjes, die kleiner zijn dan 1 c.M. en een gemeenschappelijk omwindsel aan den voet hebben. Kleine planten met smalle blaadjes30.Eriocaulaceae.36b.Bloemen niet in hoofdjes, of als ze in hoofdjes staan dan zijn deze niet wollig, grooter dan 1 cM. of niet door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven3737a.Vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig3837b.Vruchtbeginsel onderstandig of half-onderstandig4938a.Bloemdek klein, vliezig, niet gekleurd, soms ontbrekend; bladeren met stengelomvattende scheeden3938b.Bloemdek gekleurd of kelk en bloemkroon beide aanwezig, en dan beide of de laatste gekleurd4039a.Stengelbladeren met buisvormig vergroeide scheeden; kruiden met meest kantige stengels zonder knoopen en niet hol20.Cyperaceae.39b.Bladscheeden om den stengel gerold maar aan één zijde open. Stengel cylindervormig, met knoopen, vaak tusschen de knoopen hol. Op den grens van bladscheede en bladschijf bijna steeds een tongetje aanwezig19.Gramina.40a.Bloemen met een bloemdek dat bijna steeds vergroeidbladig is4140b.Bloemen met kelk en bloemkroon, los- of vergroeidbladig4341a.Waterplanten met zygomorfe bloemen, en vrij breede bladeren34.Pontederiaceae.41b.Landplanten met regelmatige bloemen en grasachtige bladeren4242a.Bloemen groot; planten met duidelijke rechtopstaande stammen, meeldraden 638.Liliaceae.42b.Bloemdek klein vergroeidbladig, 6-tallig met 3 meeldraden. Kruiden.39.Haemodoraceae.43a.Meerdere vruchtbeginsels aanwezig in een bloem; in mannelijke bloemen vele meeldraden15.Alismataceae.43b.Slechts één vruchtbeginsel in elke bloem4444a.Een van de kelkbladeren veel grooter dan de beide andere of ontbrekend; meeldraden 3; vaak nog 3 penseel- of draadvormige staminodiën; bloemen in gerekte hoofdjes29.Xyridaceae.44b.Alle kelkbladeren even groot, of, indien de bloem een weinig zygomorf is, dan de bloemen niet in hoofdjes4545a.Slechts 3 meeldraden aanwezig, geen staminodiën; kleine planten met het uiterlijk van mossen28.Mayacaceae.45b.5 of 6 meeldraden aanwezig, daarvan soms 2 of 3 zonder stuifmeel4646a.Bloemkroon vergroeidbladig4746b.Bloemkroon losbladig4847a.Bloemen in een aar, en dan met één scheede onder de bloeiwijze of in een hoofdje, en dan door 2 scheeden omhuld; kelk losbladig, meeldraden met de bloemkroon vergroeid; landplanten31.Rapateaceae.47b.Bloeiwijzen zonder een of twee omhullende scheeden, in trossen, pluimen of hoofdjes. Bladeren voor het grootste deel in een roset; aan den rand vaak gestekeld. Epiphyten of rotsplanten32.Bromeliaceae.48a.Sappige, meest op den bodem kruipende of liggende kruiden: helmknoppen kort, eivormig of de helmhokjes door een breed helmbindsel van elkaar verwijderd; vaak eenige meeldraden zonder stuifmeel33.Commelinaceae.48b.Epiphyten of rotsplanten met zeer lange helmknoppen32.Bromeliaceae.49a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig met 3, 5 of 6 meeldraden5049b.Bloemen duidelijk zygomorf of onregelmatig met 1 of 2 meeldraden5250a.Meeldraden 65150b.Meeldraden 5, soms nog een staminodium aanwezig; bloemdek meest een weinig zygomorf; bloemen in gedrongen bloeiwijzen in den oksel van groote, meest sterk gekleurde schutbladeren. Bladeren groot45.Musaceae.50c.Meeldraden 3; bloemdek vergroeidbladig, regelmatig; kleine kruiden, vaak zonder bladgroen49.Burmanniaceae.51a.Kelk en bloemkroon te onderscheiden, verschillend van kleur en grootte32.Bromeliaceae.51b.Bloemen met een 6-tallig bloemdek. Meeldraden vaak op een aparte kroon binnen in de buis van het bloemdek gezeten40.Amaryllidaceae.52a.Bloemen zygomorf5352b.Bloemen onregelmatig5453a.Een van de bloemkroonbladeren is tot een lip vervormd, zoodat er behalve de lip nog 3 kelkbladeren en 2 bloembladeren aanwezig zijn; 1, zelden 2 meeldraden met den stijl vergroeid, stuifmeel meestal in klompjes. Meest epiphyten50.Orchidaceae.53b.De lip wordt gevormd door een vervormde meeldraad, zoodat alle 3 de kelkbladeren en de 3 bloembladeren aanwezig zijn; bovendien soms nog 2 staminodiën. Meeldraad één, met poedervormig stuifmeel. Landplanten met knollen of wortelstokken46.Zingiberaceae.54a.Bladeren met een verdikt gedeelte van de bladsteel onder de bladschijf; vaak scheef aan den top. In elk hokje van het vruchtbeginsel maar een zaadknop. Bloemen vrij klein (hoogstens 2 cM.)48.Marantaceae.54b.Bladsteelen onder de schijf niet met een verdikt gedeelte. Meerdere zaadknoppen in elk hokje van het vruchtbeginsel. Bloemen groot.47.Cannaceae.55a.Planten op den bodem van oerbosschen groeiend; saprophyten5655b.Planten parasitisch op andere planten levend, niet in den bodem wortelend5856a.Bloemen éénslachtig, met een 3-tallig bloemdek, zeer talrijk in een dichte eivormige bloeiwijze73.Balanophoraceae.56b.Bloemen tweeslachtig, niet in dichte hoofdjes5757a.Bloemen 3-tallig met een vergroeidbladig bloemdek. Meeldraden 3, vruchtbeginsel onderstandig49.Burmanniaceae.57b.Bloemen 4- of 5-tallig met kelk en bloemkroon. Bloemkroon vergroeidbladig; meeldraden 4 of 5; vruchtbeginsel bovenstandig246.Gentianaceae.58a.Stengel zeer kort, bijna ontbrekend; geheele plant nog niet een centimeter groot, uit één bloem bestaande met enkele schubben aan den voet. Bloemen éénslachtig; plant op boomtakken parasiteerend75.Rafflesiaceae.58b.Stengels dun, draadvormig en meest zeer lang5959a.Bloemen 3-tallig met 9 meeldraden. Vrucht met één zaad, éénhokkig102.Lauraceae.59b.Vruchtbeginsel en vrucht meerhokkig met meerdere zaden; bloemen 4- of 5-tallig met 4 of 5 meeldraden249.Convolvulaceae.60a.Planten met samengestelde bladeren6160b.Planten met enkelvoudige bladeren10061a.Bloemen met een bloemdek of zonder bloembekleedselen6261b.Kelk en bloemkroon beide aanwezig6462a.Meerdere vruchtbeginsels en talrijke meeldraden in één bloem. Soms éénslachtige bloemen aanwezig; bloemdek 6–8-bladig, bladeren gevind91.Ranunculaceae.62b.Bloemen met één vruchtbeginsel6363a.Bladeren gevind of 3-tallig, vruchtbeginsel éénhokkig met één stijl of een zittende stempel; bloemen min of meer zygomorf128.Papilionaceae.63b.Bladeren handvormig samengesteld. Vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stijlen of 3 stempels; bloemen regelmatig147.Euphorbiaceae.64a.Bladeren handvormig samengesteld niet 3- of 2-tallig6564b.Bladeren gevind of 2- of 3-tallig7165a.Vruchtbeginsel en vrucht 3-hokkig met 3 stijlen of 3 stempels. Bloemen steeds éénslachtig147.Euphorbiaceae.65b.Vruchtbeginsel 2- of 4-meerhokkig. Bloemen steeds 2-slachtig6666a.Meeldraden 6. Vruchtbeginsel in de bloem op een lange steel gezeten, soms met de meeldraden samen. Bloemkroon 4-bladig107.Capparidaceae.66b.Meeldraden 4 of 56766c.Meeldraden talrijk7067a.Meeldraden 4, bloemkroon en kelk vergroeidbladig6867b.Meeldraden 56968a.Bloemen hoogstens 1 c.M. groot, vruchtbeginsel 2-hokkig met 2 of 4 zaadknoppen; vrucht besachtig met een 4-hokkige steen253.Verbenaceae.68b.Bloemen veel grooter, vruchtbeginsel 1- of 2-hokkig met vele zaadknoppen. Vrucht een doosvrucht258.Bignoniaceae.69a.Bloemkroon trechtervormig, groot. Meeldraden in de buis vastzittend. Klimplanten of lianen249.Convolvulaceae.69b. Bloemkroon losbladig; de bloembladen aan den nagel kapvormig; meeldraden met eenige staminodiën tot een buis vergroeid. Bloeiwijzen uit de stammen te voorschijn komend178.Sterculiaceae.69c.Bloembladen aan den nagel niet kapvormig; bloeiwijzen aan het eind van de takken. Groote boomen177.Bombacaceae.70a.Kelk losbladig. Bloemen groot, geel, de meeldraden aan de eene zijde van de bloem korter dan aan de andere zijde, zoodat de bloem een weinig zygomorf is. Vrucht met 3 dubbele kleppen openspringend195.Cochlospermaceae.70b.Kelk vergroeidbladig. Bloemen regelmatig; vruchtbeginsel en vrucht 5- tot 10-hokkig177.Bombacaceae.71a.Bloemen in hoofdjes en door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven. Vruchtbeginsel onderstandig280.Compositae.71b.Bloemen niet in hoofdjes of, als ze in hoofdjes staan, niet door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven7272a.Vruchtbeginsel onderstandig, bloemen in schermen7372b.Vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig7473a.Vruchtbeginsel met een twee-spletige stijl of met 2 stempels; vrucht in 2 eenzadige deelen uiteenvallend, kruiden met verspreide bladeren228.Umbelliferae.73b.Vruchtbeginsel met een min of meer duidelijk 3-lobbige stempel en korte stijl; vrucht een bes; heesters of boomen met tegenoverstaande bladeren271.Caprifoliaceae.74a.Bloemkroon vergroeidbladig zygomorf met 4 meeldraden in de buis7574b.Bloemkroon losbladig, of indien de bloemkroon vergroeidbladig is, dan is hij in ieder geval regelmatig7675a.Bloemen hoogstens 1 c.M. groot; vruchtbeginsel 2-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht besachtig met een 4-hokkige steen. Bladeren 3-tallig253.Verbenaceae.75b.Bloemkroon grooter dan 1 cm.; vruchtbeginsel 1- of 2-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht een doosvrucht; bladeren 3-tallig of gevind258.Bignoniaceae.76a.Meeldraden veel meer dan 127776b.Meeldraden 1 tot 128077a.Bloemen klein in dichte hoofdjes. Bladeren gevind of dubbelgevind; vrucht een peul128.Mimosaceae.77b.Bloemen niet in hoofdjes7878a.Bloemkroon bestaande uit 2 kleine bladeren of één groot blad. Meeldraden vaak ongelijk van grootte128.Papilionaceae.78b.Bloembladeren 4–6; bladeren 3-tallig7979a.Bloembladeren 4, langgenageld; vruchtbeginsel op een lange steel met één stijl107.Capparidaceae.79b.Bloembladeren 4–6, nietlanggenageld. Vruchtbeginsel ongesteeld met 4-meer stijlen183.Caryocaraceae.80a.Bloemen klein, in hoofdjes of in dichte aarvormige trossen. Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht een peul128.Mimosaceae.80b.Bloemen alleenstaand of in vertakte bloeiwijzen8181a.Bloemen volkomen regelmatig; meeldraden in een lange buis vergroeid, die aan den zoom min of meer getand is en daar de zittende helmknoppen draagt. Vruchtbeginsel meerhokkig.140.Meliaceae.81b.Meeldraden niet in een buis vergroeid, of als de helmdraden vergroeid zijn, dan is de bloem niet regelmatig en het vruchtbeginsel niet meerhokkig8282a.Bloemen regelmatig8382b.Bloemen zygomorf9883a.Bloemkroon vergroeidbladig8483b.Bloemkroon losbladig8584a.Bladeren drietallig met doorschijnende puntjes (olieklieren); bloemkroon buisvormig137.Rutaceae.84b.Bladeren gevind, zonder olieklieren; bloemkroon zeer kort139.Burseraceae.85a.Bloemen 4-tallig met 4 meeldraden, die tegenover de bloembladeren staan. Vruchtbeginsel 2-hokkig170.Vitaceae.85b.Meeldraden meer of minder dan bloembladeren, of indien er evenveel zijn als bloembladeren, dan wisselen ze ermee af8686a.Meeldraden 10, waarvan 5 met en 5 zonder helmknopjes8786b.Meeldraden alle met helmknoppen8887a.Boomen met dubbel- of 3 × gevinde bladeren. Bloemen een weinig zygomorf; vruchtbeginsel éénhokkig, van binnen met 3 rijen van zaadknoppen. Vrucht zeer lang, 3-kantig met gevleugelde zaden109.Moringaceae.87b.Slechts één rij van zaadknoppen in het vruchtbeginsel. Vrucht een peul128.Papilionaceae.88a.Meer dan 1 vruchtbeginsel in elke bloem aanwezig. Bladeren gevind127.Connaraceae.88b.Slechts 1 vruchtbeginsel in elke bloem8989a.Bloemen zonder ringvormige schijf om het vruchtbeginsel9089b.Bloemen met een ringvormige schijf om het vruchtbeginsel9390a.Bladeren tegenoverstaand. Bloemen vrij groot, blauw; vruchtbeginsel 2-hokkig135.Zygophyllaceae.90b.Bladeren verspreid9191a.Vruchtbeginsel meerhokkig, meest 5-hokkig. Kelk losbladig; kruiden met 3-tallige bladeren of kleine boomen met gevinde bladeren, in het laatste geval komen de bloemen uit het hout te voorschijn130.Oxalidaceae.91b.Vruchtbeginsel meest 2-, zelden 3–5-hokkig; bloemen 5-tallig; kelk van onderen vergroeid; meeldraden 10; vruchtbeginsel op een korte dikke steel gezeten met een lange stijl; bladeren met doorschijnende olieklieren137.Rutaceae.91c.Vruchtbeginsel 1-hokkig9292a.Kelk vergroeidbladig; vrucht een peul128.Papilionaceae.92b.Kelk vergroeidbladig; vrucht een gesteelde eenzadige doosvrucht127.Connaraceae.93a.Meeldraden evenveel als bloembladeren of weinig meer, in ieder geval niet dubbel zooveel als bloembladeren9493b.Meeldraden tweemaal zooveel als bloembladeren9594a.Vruchtbeginsel 5-hokkig; bloembladeren van binnen met een kiel of plaat. Zaden gevleugeld140.Meliaceae.94b.Vruchtbeginsel 3-hokkig; bloembladeren van binnen zonder kiel of plaat. Zaden niet gevleugeld165.Sapindaceae.95a.Helmdraden met schubben aan de basis.Vruchtbeginsel 4–5-hokkig, reeds tijdens de bloei door 4–5 groeven gedeeld138.Simarubaceae.95b.Helmdraden zonder schubben aan den voet9696a.Schijf buiten de meeldraden staande, dus deze laatsten tusschen de schijf en het vruchtbeginsel ingehecht. Vruchtbeginsel 3-hokkig165.Sapindaceae.96b.Schijf tusschen meeldraden en vruchtbeginsel staande9797a.Kelk met zwak gelobde zoom. Stijl 1 met 4–5-lobbige stempel139.Burseraceae.97b.Kelk diep gedeeld. Stijlen 4–5, geheel vrij of in een 4–5-lobbige stempel vereenigd153.Anacardiaceae.98a.Bloemkroon vergroeidbladig; kelk 5-bladig, met ongelijke bladeren. Slechts 2 meeldraden met helmknoppen. Bladeren 3-tallig; kruiden137.Rutaceae.98b.Bloemkroon losbladig9999a.Bloemen met een schijf buiten de meeldraden. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig165.Sapindaceae.99b.Schijf ontbrekend. Bloemkroon meest vlindervormig en dan meeldraden meest in een buis vergroeid; soms geen vlindervormige bloemkroon128.Papilionaceae.100a.Planten geheel zonder bladeren101100b.Bladeren tenminste gedurende een bepaalde tijd van het jaar aanwezig102101a.Stammen cylindervormig, plat of bolrond, met of zonder ribben of stekels, kelk en bloemkroon niet duidelijk van elkaar gescheiden, meeldraden talrijk210.Cactaceae.101b.Alleen korte bloeistengels aanwezig, met zeer kleine, zygomorfe bloemen; bloemdek uit min of meer vergroeide blaadjes bestaande; meeldraad 1; groote luchtwortels50.Orchidaceae.102a.Planten met een bloemdek of zonder bloembekleedselen103102b.Planten met kelk en bloemkroon173103a.Bloemdek ontbrekend104103b.Bloemdek aanwezig109104a.Houtige planten met groote steunbladeren, die in den knop samen gegroeid zijn en het naar boven gelegen deel van stengel en bladeren geheel insluiten; bij afvallen laten ze een ringvormig lidteeken op den stengel na. Melksap. Bloemen in dichte meest bol- of aarvormige bloeiwijzen. Bloemen éénslachtig64.Moraceae.104b.Geen bijzonder groote steunbladeren aanwezig105105a.Meeldraden één in elke bloem106105b.2–6 meeldraden in elke bloem; bloemen in lange dichte aren. Bladeren afwisselend53.Piperaceae.105c.Meeldraden geheel ontbrekend; bloemen alleen met een vruchtbeginsel107106a.Bloemen 2-slachtig, in dichte aren in de bladoksels; vruchtbeginsel met 1 stijl of stempel. Steunbladeren ontbrekend55.Lacistemaceae.106b.Bloemen éénslachtig, doch schijnbaar 2 slachtig, doordat meerdere naakte ♂ bloemen, die ieder uit één meeldraad bestaan, gezeten zijn om een 3-hokkig vruchtbeginsel, terwijl het geheel door schutbladeren omringd is. Planten met melksap147.Euphorbiaceae.107a.Strandplanten, met vleezige tegenoverstaande bladeren. Bloemen in korte aren in de bladoksels; vruchtbeginsel 2-hokkig met een korte 2-lobbige stempel60a.Batidaceae.107b.Bladeren niet vleezig, niet tegenoverstaand108108a.Bloemen in dichte aren, zeer klein; stijl of stempel 153.Piperaceae.108b.Bloemen in minder dichte of vertakte bloeiwijzen; vruchtbeginsel 3-hokkig met één stijl en 3-lobbige stempel of met 3 stempels147.Euphorbiaceae.109a.Bloemen in hoofdjes, door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven: vruchtbeginsel onderstandig280.Compositae.109b.Bloemen niet in hoofdjes, of als ze in hoofdjes staan (Amarantaceae, Nyctaginaceae), dan zonder gemeenschappelijk omwindsel, of vruchtbeginsel bovenstandig110110a.Bloemen, ten minste ten deele, 2-slachtig111110b.Bloemen steeds eenslachtig135111a.Vruchtbeginsel onderstandig112111b.Vruchtbeginsel bovenstandig115112a.Bloemdek duidelijk zygomorf, met een eenigszins gekromde aan den voet verwijde buis en een scheeve uitgebreide zoom. Meeldraden 6; stempel kort, klimplanten74.Aristolochiaceae.112b.Bloemdek regelmatig113113a.Bloemen 3-tallig: bloemdek 3- of 6-deelig tot 3- of 6-bladig; meeldraden evenveel als bloemdekslippen. Bloemen meest in groepen van 3; planten parasitisch levend67.Loranthaceae.113b.Bloemen 4–5-tallig. Geen parasieten114114a.Meeldraden 1–5; vruchtbeginsel slechts schijnbaar onderstandig doordat het onderste gedeelte van de bloemdekbuis het dicht omsluit80.Nyctaginaceae.114b.Meeldraden 8–10, d.i. dubbel zooveel als bloemdek- (kelk-) slippen221.Combretaceae.115a.Meeldraden talrijk116115b.Meeldraden hoogstens 12120116a.Vruchtbeginsel met meerdere stijlen of stempels; kruiden117116b.Vruchtbeginsel met slechts één stijl of stempel. Houtige planten118

1a.Planten zonder ware bloemen, met sporen. Pteridophyta21b.Planten met ware bloemen. Phanerogamae132a.Losdrijvende waterplanten, met kleine, niet ingesneden bladeren. Sporangiën in het water rijp wordendVII.Salviniaceae.2b.Landplanten, epiphyten, of in den bodem wortelende waterplanten33a.Groene bladeren klein, schub- of naaldvormig, ongesteeld, den bovenaardschen stengel dicht bedekkend; sporangiën alleenstaand in de bladoksels43b.Groene bladeren groot, ongedeeld of gedeeld of samengesteld, meest gesteeld, op vrij grooten afstand van elkaar staand aan den boven- of onderaardschen stengel54a.Bladeren alle gelijk van vorm of de bovenste wat kleiner of grooter, niet in rijen geplaatst; sporangiën en sporen alle gelijk van vorm en grootteX.Lycopodiaceae.4b.Bladeren in eenige (meest 4) rijen langs den stengel; rijen onderling verschillend wat de bladvorm aangaat; sporangiën en sporen in twee vormen voorkomendXI.Selaginellaceae.5a.Sporangiën het bovendeel van een aparte zijtak van den bladsteel geheel innemend65b.Sporangiën aan de onderzijde of aan de randen van de bladeren76a.Sporangiën in twee rijen aan den sporangiëndrager; bladeren niet ingesnedenIX.Ophioglossaceae.6b.Sporangiëndrager sterk pluimvormig vertakt; bladeren gevindVI.Schizaeaceae.7a.Sporangiën niet tot sori vereenigd, op de onderzijde aan de vindeelige tot gevinde bladeren langs de nerven verspreid; planten op zeer vochtige plaatsen of in het water groeiendIV.Parkeriaceae.7b.Epiphyten of landplanten; sporangiën in sori, soms de geheele bladonderzijde dicht bedekkend of randstandig88a.Planten met rechtopstaande stammen; min of meer boomachtig; bladeren éénmaal tot viermaal gevind. Ring om het sporangium niet onderbroken, scheef, bijna verticaal staandeII.Cyatheaceae.8b.Stammen niet boomvormig; ring onderbroken of niet, maar dan bijna horizontaal99a.Sori vereenigd tot lijnvormige groepen (synangiën) die van de middennerf naar de bladrand loopen en met poriën openspringen. Bladeren enkelvoudig of 3-talligVIII.Marattiaceae.9b.Sori niet tot synangiën vereenigd1010a.Sori geheel randstandig op een draadvormige voortzetting van een buiten den bladrand uitstekende nerf; sorus omhuld door een bekervormig, vaak 2-lobbig indusiumI.Hymenophyllaceae.10b.Sporangiën op de onderzijde of op de randen der bladeren zittend; in geen geval op een buiten den bladrand uitstekende nerf1111a.Bladeren tenminste ten deele gaffelvormig vertakt, de segmenten vindeelig; sori onder op de bladeren, bestaande uit 2 tot 8 ongesteelde sporangiën zonder indusiumV.Gleicheniaceae.11b.Bladeren nooit gaffelvormig vertakt1212a.Sporangiën òf gezeten op smalle slippen van den bladrand, òf een scherp afgescheiden deel van den top der lijn- of steelvormige of waaiervormig-gedeelde bladeren innemend; ring als een deksel den geheelen top van het sporangium bedekkendVI.Schizaeaceae.12b.Sporangiën in sori op de onderzijde van de bladeren, soms randstandig, of de bladonderzijde geheel of ten deele dicht bekleedend; ring onderbroken, verticaal staandeIII.Polypodiaceae.13a.Losdrijvende of vastzittende waterplanten met ondergedoken of drijvende bladeren; bladeren nooit met bladschijf of bladsteel boven water uitstekend1413b.Landplanten of epiphyten, zelden waterplanten, maar dan de bladeren boven de waterspiegel uitstekend2414a.Kleine drijvende waterplanten met eenslachtige bloemen, waarvan de mannelijke uit één meeldraad en de vrouwelijke uit een vruchtbeginsel bestaan24.Lemnaceae.14b.Bloemen met een bloemdek of met kelk en bloemkroon1515a.Planten in stroomversnellingen groeiend; bloemdek bestaande uit weinige tot vele kleine schubben; meeldraden één tot vele; vruchtbeginsel met 2 korte stempels113.Podostemaceae.15b.Planten in stilstaand of langzaam-stroomend water groeiend1616a.Bloemen klein, in gesteelde hoofdjes langs den stengel verspreid, door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven; eenslachtig met 3-tallige bloemen. Bladeren smal30.Eriocaulaceae.16b.Bloemen niet in hoofdjes1717a.Bladeren cirkelrond, drijvend, bloembladeren en meeldraden talrijk88.Nymphaeaceae.17b.Bloemkroon vergroeidbladig of uit hoogstens 6 losse bladeren bestaand1818a.Kelkbladeren 2, bloemkroon 2-lippig, meeldraden 2; bladeren vaak fijn gedeeld met kleine blaasjes264.Lentibulariaceae.18b.Bloemdek of bloemkroon regelmatig, of niet duidelijk 2-lippig1919a.Bloemen 5-tallig, meeldraden 5, vruchtbeginsel 1-hokkig; bladeren aan den voet ingesneden, overigens rond246.Gentianaceae.19b.Bloemen 3-tallig2020a.Ondergedoken bladeren sterk gedeeld met bijna draadvormige slippen; drijvende bladeren cirkelrond; kelkbladeren en bloembladeren 3; vruchtbeginsels 1–388.Nymphaeaceae.20b.Bladeren niet fijn verdeeld2121a.Bloemen éénslachtig, vruchtbeginsel 1-hokkig, onderstandig17.Hydrocharitaceae.21b.Bloemen tweeslachtig; vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig2222a.Vruchtbeginsel 1, meeldraden 6, bloemdek vergroeid, trechtervormig met 6 slippen, een weinig zygomorf34.Pontederiaceae.22b.Vruchtbeginsels meer dan 1, kelk en bloemkroon aanwezig, de laatste losbladig2323a.Vruchtbeginsels meestal 6; binnenste meeldraden ongeveer 20, met stuifmeel, daaromheen nog ± 20 staminodiën16.Butomaceae.23b.Vruchtbeginsels talrijk, soms ook alleen ♂ bloemen aanwezig, meeldraden 9–1215.Alismataceae.24a.Planten met ranken aan stengels of bladeren2524b.Planten zonder ranken, hoogstens met korte haken3225a.Bloemkroon zygomorf, trechter-, klok-, of trompetvormig met 4 meeldraden; vruchtbeginsel 2-hokkig; bladeren samengesteld258.Bignoniaceae.25b.Bloemkroon regelmatig of weinig zygomorf, in het laatste geval losbladig2626a.Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, met het vruchtbeginsel op een steeltje in het midden van de bloem gezeten, stijlen 3, bloembodem met aanhangselen203.Passifloraceae.26b.Vruchtbeginsel en meeldraden niet op een steel gezeten2727a.Kelk en bloemkroon klok- tot buisvormig vergroeid; bloemen éénslachtig, de ♂ met 2 of 3 meeldraden, de ♀ met een onderstandig vruchtbeginsel275.Cucurbitaceae.27b.Kelk niet met de bloemkroon tot een buis vergroeid2828a.Alle bloemdekbladeren gelijk van vorm; bloemen 6-tallig, eenslachtig; klein; de ♂ met 6 meeldraden, de ♀ met een bovenstandig vruchtbeginsel en 3–6 steriele meeldraden38.Liliaceae.28b.Kelk en bloemkroon aanwezig of niet, in het laatste geval de 3 buitenste bloemdekbladeren grooter dan de 2 of 3binnenste2929a.Buitenste krans van bloemdekbladeren 3-tallig, groot, gekleurd; meeldraden 7–9, aan den basis een weinig vergroeid; vruchtbeginsel met 3 korte stijlen77.Polygonaceae.29b.Kelk kleiner dan de bloemkroon, niet 3-tallig3030a.Bloemkroonbuis-tot trechtervormig; meeldraden 5 op den bloemkroon ingehecht245.Loganiaceae.30b.Bloemkroon losbladig, of alleen aan de basis een weinig vergroeid3131a.Bloemen 4-tallig, klein, met 4 meeldraden die voor de bloembladeren staan; kelk klein, bekervormig, gelobd of komvormig170.Vitaceae.31b.Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk losbladig; bladeren enkelvoudig, ongedeeld169.Rhamnaceae.31c.Bloemen 4 of 5-tallig, meest een weinig zygomorf; meeldraden 8; bladeren samengesteld165.Sapindaceae.32a.Bloeiwijze bestaande uit een bloeikolf met één of meerdere scheeden aan den voet; soms is de kolf aan de scheede vastgegroeid of zeer klein, in het laatste geval is de plant een losdrijvende waterplant3332b.Bloeiwijze niet een kolf of indien het een kolf schijnt, dan zit aan den voet geen scheede3433a.Bladeren min of meer leerachtig met overlangsche plooien tusschen de nerven, meest gedeeld, zelden smal en ongedeeld;bloemen eenhuizig, regelmatig over de kolf verdeeld; scheeden meer dan één22.Cyclanthaceae.33b.Bladeren meest dun en sappig, niet geplooid netaderig; kolf met slechts één scheede aan de voet, soms zeer klein (kleiner dan 1 cM.) maar dan is de plant een waterplant; soms ook is de kolf met de scheede vergroeid23.Araceae.34a.Bladeren in den knop geplooid, later door inscheuring min of meer diep vindeelig of handdeelig of tenminste tweespletig. Bloemen 6-tallig vaak éénslachtig, in vertakte bloeiwijzen die aan de basis, één of meer groote scheeden dragen, die de bloeiwijze in den knop omsluiten. Meest duidelijke stammen aanwezig21.Palmae.34b.Bladeren en bloeiwijzen anders van bouw3535a.Bladeren enkelvoudig parallelnervig,nietnetaderig; meest zonder duidelijke hoofdnerf en dan zijn de bladeren lang en smal, of met een duidelijke hoofdnerf, doch dan loopen de zijnerven alle ter weerszijden van den hoofdnerf evenwijdig met elkaar naar den bladrand of den bladtop; bloemen 3-tallig, soms 2-tallig, maar dan zijn de bloembekleedselen vliezig36135b.Bladeren samengesteld of enkelvoudig, maar dan duidelijk netaderig, ook al loopen enkele hoofdnerven evenwijdig aan elkaar; bloemen meest 4- of 5-tallig, soms 3-tallig, maar dan in ieder geval de bladeren netaderig6035c.Planten zonder bladgroen met kleine schubvormige bladeren of zonder bladeren; parasieten of saprophyten5536a.Bloemen zeer klein, in dichte wollige hoofdjes, die kleiner zijn dan 1 c.M. en een gemeenschappelijk omwindsel aan den voet hebben. Kleine planten met smalle blaadjes30.Eriocaulaceae.36b.Bloemen niet in hoofdjes, of als ze in hoofdjes staan dan zijn deze niet wollig, grooter dan 1 cM. of niet door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven3737a.Vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig3837b.Vruchtbeginsel onderstandig of half-onderstandig4938a.Bloemdek klein, vliezig, niet gekleurd, soms ontbrekend; bladeren met stengelomvattende scheeden3938b.Bloemdek gekleurd of kelk en bloemkroon beide aanwezig, en dan beide of de laatste gekleurd4039a.Stengelbladeren met buisvormig vergroeide scheeden; kruiden met meest kantige stengels zonder knoopen en niet hol20.Cyperaceae.39b.Bladscheeden om den stengel gerold maar aan één zijde open. Stengel cylindervormig, met knoopen, vaak tusschen de knoopen hol. Op den grens van bladscheede en bladschijf bijna steeds een tongetje aanwezig19.Gramina.40a.Bloemen met een bloemdek dat bijna steeds vergroeidbladig is4140b.Bloemen met kelk en bloemkroon, los- of vergroeidbladig4341a.Waterplanten met zygomorfe bloemen, en vrij breede bladeren34.Pontederiaceae.41b.Landplanten met regelmatige bloemen en grasachtige bladeren4242a.Bloemen groot; planten met duidelijke rechtopstaande stammen, meeldraden 638.Liliaceae.42b.Bloemdek klein vergroeidbladig, 6-tallig met 3 meeldraden. Kruiden.39.Haemodoraceae.43a.Meerdere vruchtbeginsels aanwezig in een bloem; in mannelijke bloemen vele meeldraden15.Alismataceae.43b.Slechts één vruchtbeginsel in elke bloem4444a.Een van de kelkbladeren veel grooter dan de beide andere of ontbrekend; meeldraden 3; vaak nog 3 penseel- of draadvormige staminodiën; bloemen in gerekte hoofdjes29.Xyridaceae.44b.Alle kelkbladeren even groot, of, indien de bloem een weinig zygomorf is, dan de bloemen niet in hoofdjes4545a.Slechts 3 meeldraden aanwezig, geen staminodiën; kleine planten met het uiterlijk van mossen28.Mayacaceae.45b.5 of 6 meeldraden aanwezig, daarvan soms 2 of 3 zonder stuifmeel4646a.Bloemkroon vergroeidbladig4746b.Bloemkroon losbladig4847a.Bloemen in een aar, en dan met één scheede onder de bloeiwijze of in een hoofdje, en dan door 2 scheeden omhuld; kelk losbladig, meeldraden met de bloemkroon vergroeid; landplanten31.Rapateaceae.47b.Bloeiwijzen zonder een of twee omhullende scheeden, in trossen, pluimen of hoofdjes. Bladeren voor het grootste deel in een roset; aan den rand vaak gestekeld. Epiphyten of rotsplanten32.Bromeliaceae.48a.Sappige, meest op den bodem kruipende of liggende kruiden: helmknoppen kort, eivormig of de helmhokjes door een breed helmbindsel van elkaar verwijderd; vaak eenige meeldraden zonder stuifmeel33.Commelinaceae.48b.Epiphyten of rotsplanten met zeer lange helmknoppen32.Bromeliaceae.49a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig met 3, 5 of 6 meeldraden5049b.Bloemen duidelijk zygomorf of onregelmatig met 1 of 2 meeldraden5250a.Meeldraden 65150b.Meeldraden 5, soms nog een staminodium aanwezig; bloemdek meest een weinig zygomorf; bloemen in gedrongen bloeiwijzen in den oksel van groote, meest sterk gekleurde schutbladeren. Bladeren groot45.Musaceae.50c.Meeldraden 3; bloemdek vergroeidbladig, regelmatig; kleine kruiden, vaak zonder bladgroen49.Burmanniaceae.51a.Kelk en bloemkroon te onderscheiden, verschillend van kleur en grootte32.Bromeliaceae.51b.Bloemen met een 6-tallig bloemdek. Meeldraden vaak op een aparte kroon binnen in de buis van het bloemdek gezeten40.Amaryllidaceae.52a.Bloemen zygomorf5352b.Bloemen onregelmatig5453a.Een van de bloemkroonbladeren is tot een lip vervormd, zoodat er behalve de lip nog 3 kelkbladeren en 2 bloembladeren aanwezig zijn; 1, zelden 2 meeldraden met den stijl vergroeid, stuifmeel meestal in klompjes. Meest epiphyten50.Orchidaceae.53b.De lip wordt gevormd door een vervormde meeldraad, zoodat alle 3 de kelkbladeren en de 3 bloembladeren aanwezig zijn; bovendien soms nog 2 staminodiën. Meeldraad één, met poedervormig stuifmeel. Landplanten met knollen of wortelstokken46.Zingiberaceae.54a.Bladeren met een verdikt gedeelte van de bladsteel onder de bladschijf; vaak scheef aan den top. In elk hokje van het vruchtbeginsel maar een zaadknop. Bloemen vrij klein (hoogstens 2 cM.)48.Marantaceae.54b.Bladsteelen onder de schijf niet met een verdikt gedeelte. Meerdere zaadknoppen in elk hokje van het vruchtbeginsel. Bloemen groot.47.Cannaceae.55a.Planten op den bodem van oerbosschen groeiend; saprophyten5655b.Planten parasitisch op andere planten levend, niet in den bodem wortelend5856a.Bloemen éénslachtig, met een 3-tallig bloemdek, zeer talrijk in een dichte eivormige bloeiwijze73.Balanophoraceae.56b.Bloemen tweeslachtig, niet in dichte hoofdjes5757a.Bloemen 3-tallig met een vergroeidbladig bloemdek. Meeldraden 3, vruchtbeginsel onderstandig49.Burmanniaceae.57b.Bloemen 4- of 5-tallig met kelk en bloemkroon. Bloemkroon vergroeidbladig; meeldraden 4 of 5; vruchtbeginsel bovenstandig246.Gentianaceae.58a.Stengel zeer kort, bijna ontbrekend; geheele plant nog niet een centimeter groot, uit één bloem bestaande met enkele schubben aan den voet. Bloemen éénslachtig; plant op boomtakken parasiteerend75.Rafflesiaceae.58b.Stengels dun, draadvormig en meest zeer lang5959a.Bloemen 3-tallig met 9 meeldraden. Vrucht met één zaad, éénhokkig102.Lauraceae.59b.Vruchtbeginsel en vrucht meerhokkig met meerdere zaden; bloemen 4- of 5-tallig met 4 of 5 meeldraden249.Convolvulaceae.60a.Planten met samengestelde bladeren6160b.Planten met enkelvoudige bladeren10061a.Bloemen met een bloemdek of zonder bloembekleedselen6261b.Kelk en bloemkroon beide aanwezig6462a.Meerdere vruchtbeginsels en talrijke meeldraden in één bloem. Soms éénslachtige bloemen aanwezig; bloemdek 6–8-bladig, bladeren gevind91.Ranunculaceae.62b.Bloemen met één vruchtbeginsel6363a.Bladeren gevind of 3-tallig, vruchtbeginsel éénhokkig met één stijl of een zittende stempel; bloemen min of meer zygomorf128.Papilionaceae.63b.Bladeren handvormig samengesteld. Vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stijlen of 3 stempels; bloemen regelmatig147.Euphorbiaceae.64a.Bladeren handvormig samengesteld niet 3- of 2-tallig6564b.Bladeren gevind of 2- of 3-tallig7165a.Vruchtbeginsel en vrucht 3-hokkig met 3 stijlen of 3 stempels. Bloemen steeds éénslachtig147.Euphorbiaceae.65b.Vruchtbeginsel 2- of 4-meerhokkig. Bloemen steeds 2-slachtig6666a.Meeldraden 6. Vruchtbeginsel in de bloem op een lange steel gezeten, soms met de meeldraden samen. Bloemkroon 4-bladig107.Capparidaceae.66b.Meeldraden 4 of 56766c.Meeldraden talrijk7067a.Meeldraden 4, bloemkroon en kelk vergroeidbladig6867b.Meeldraden 56968a.Bloemen hoogstens 1 c.M. groot, vruchtbeginsel 2-hokkig met 2 of 4 zaadknoppen; vrucht besachtig met een 4-hokkige steen253.Verbenaceae.68b.Bloemen veel grooter, vruchtbeginsel 1- of 2-hokkig met vele zaadknoppen. Vrucht een doosvrucht258.Bignoniaceae.69a.Bloemkroon trechtervormig, groot. Meeldraden in de buis vastzittend. Klimplanten of lianen249.Convolvulaceae.69b. Bloemkroon losbladig; de bloembladen aan den nagel kapvormig; meeldraden met eenige staminodiën tot een buis vergroeid. Bloeiwijzen uit de stammen te voorschijn komend178.Sterculiaceae.69c.Bloembladen aan den nagel niet kapvormig; bloeiwijzen aan het eind van de takken. Groote boomen177.Bombacaceae.70a.Kelk losbladig. Bloemen groot, geel, de meeldraden aan de eene zijde van de bloem korter dan aan de andere zijde, zoodat de bloem een weinig zygomorf is. Vrucht met 3 dubbele kleppen openspringend195.Cochlospermaceae.70b.Kelk vergroeidbladig. Bloemen regelmatig; vruchtbeginsel en vrucht 5- tot 10-hokkig177.Bombacaceae.71a.Bloemen in hoofdjes en door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven. Vruchtbeginsel onderstandig280.Compositae.71b.Bloemen niet in hoofdjes of, als ze in hoofdjes staan, niet door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven7272a.Vruchtbeginsel onderstandig, bloemen in schermen7372b.Vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig7473a.Vruchtbeginsel met een twee-spletige stijl of met 2 stempels; vrucht in 2 eenzadige deelen uiteenvallend, kruiden met verspreide bladeren228.Umbelliferae.73b.Vruchtbeginsel met een min of meer duidelijk 3-lobbige stempel en korte stijl; vrucht een bes; heesters of boomen met tegenoverstaande bladeren271.Caprifoliaceae.74a.Bloemkroon vergroeidbladig zygomorf met 4 meeldraden in de buis7574b.Bloemkroon losbladig, of indien de bloemkroon vergroeidbladig is, dan is hij in ieder geval regelmatig7675a.Bloemen hoogstens 1 c.M. groot; vruchtbeginsel 2-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht besachtig met een 4-hokkige steen. Bladeren 3-tallig253.Verbenaceae.75b.Bloemkroon grooter dan 1 cm.; vruchtbeginsel 1- of 2-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht een doosvrucht; bladeren 3-tallig of gevind258.Bignoniaceae.76a.Meeldraden veel meer dan 127776b.Meeldraden 1 tot 128077a.Bloemen klein in dichte hoofdjes. Bladeren gevind of dubbelgevind; vrucht een peul128.Mimosaceae.77b.Bloemen niet in hoofdjes7878a.Bloemkroon bestaande uit 2 kleine bladeren of één groot blad. Meeldraden vaak ongelijk van grootte128.Papilionaceae.78b.Bloembladeren 4–6; bladeren 3-tallig7979a.Bloembladeren 4, langgenageld; vruchtbeginsel op een lange steel met één stijl107.Capparidaceae.79b.Bloembladeren 4–6, nietlanggenageld. Vruchtbeginsel ongesteeld met 4-meer stijlen183.Caryocaraceae.80a.Bloemen klein, in hoofdjes of in dichte aarvormige trossen. Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht een peul128.Mimosaceae.80b.Bloemen alleenstaand of in vertakte bloeiwijzen8181a.Bloemen volkomen regelmatig; meeldraden in een lange buis vergroeid, die aan den zoom min of meer getand is en daar de zittende helmknoppen draagt. Vruchtbeginsel meerhokkig.140.Meliaceae.81b.Meeldraden niet in een buis vergroeid, of als de helmdraden vergroeid zijn, dan is de bloem niet regelmatig en het vruchtbeginsel niet meerhokkig8282a.Bloemen regelmatig8382b.Bloemen zygomorf9883a.Bloemkroon vergroeidbladig8483b.Bloemkroon losbladig8584a.Bladeren drietallig met doorschijnende puntjes (olieklieren); bloemkroon buisvormig137.Rutaceae.84b.Bladeren gevind, zonder olieklieren; bloemkroon zeer kort139.Burseraceae.85a.Bloemen 4-tallig met 4 meeldraden, die tegenover de bloembladeren staan. Vruchtbeginsel 2-hokkig170.Vitaceae.85b.Meeldraden meer of minder dan bloembladeren, of indien er evenveel zijn als bloembladeren, dan wisselen ze ermee af8686a.Meeldraden 10, waarvan 5 met en 5 zonder helmknopjes8786b.Meeldraden alle met helmknoppen8887a.Boomen met dubbel- of 3 × gevinde bladeren. Bloemen een weinig zygomorf; vruchtbeginsel éénhokkig, van binnen met 3 rijen van zaadknoppen. Vrucht zeer lang, 3-kantig met gevleugelde zaden109.Moringaceae.87b.Slechts één rij van zaadknoppen in het vruchtbeginsel. Vrucht een peul128.Papilionaceae.88a.Meer dan 1 vruchtbeginsel in elke bloem aanwezig. Bladeren gevind127.Connaraceae.88b.Slechts 1 vruchtbeginsel in elke bloem8989a.Bloemen zonder ringvormige schijf om het vruchtbeginsel9089b.Bloemen met een ringvormige schijf om het vruchtbeginsel9390a.Bladeren tegenoverstaand. Bloemen vrij groot, blauw; vruchtbeginsel 2-hokkig135.Zygophyllaceae.90b.Bladeren verspreid9191a.Vruchtbeginsel meerhokkig, meest 5-hokkig. Kelk losbladig; kruiden met 3-tallige bladeren of kleine boomen met gevinde bladeren, in het laatste geval komen de bloemen uit het hout te voorschijn130.Oxalidaceae.91b.Vruchtbeginsel meest 2-, zelden 3–5-hokkig; bloemen 5-tallig; kelk van onderen vergroeid; meeldraden 10; vruchtbeginsel op een korte dikke steel gezeten met een lange stijl; bladeren met doorschijnende olieklieren137.Rutaceae.91c.Vruchtbeginsel 1-hokkig9292a.Kelk vergroeidbladig; vrucht een peul128.Papilionaceae.92b.Kelk vergroeidbladig; vrucht een gesteelde eenzadige doosvrucht127.Connaraceae.93a.Meeldraden evenveel als bloembladeren of weinig meer, in ieder geval niet dubbel zooveel als bloembladeren9493b.Meeldraden tweemaal zooveel als bloembladeren9594a.Vruchtbeginsel 5-hokkig; bloembladeren van binnen met een kiel of plaat. Zaden gevleugeld140.Meliaceae.94b.Vruchtbeginsel 3-hokkig; bloembladeren van binnen zonder kiel of plaat. Zaden niet gevleugeld165.Sapindaceae.95a.Helmdraden met schubben aan de basis.Vruchtbeginsel 4–5-hokkig, reeds tijdens de bloei door 4–5 groeven gedeeld138.Simarubaceae.95b.Helmdraden zonder schubben aan den voet9696a.Schijf buiten de meeldraden staande, dus deze laatsten tusschen de schijf en het vruchtbeginsel ingehecht. Vruchtbeginsel 3-hokkig165.Sapindaceae.96b.Schijf tusschen meeldraden en vruchtbeginsel staande9797a.Kelk met zwak gelobde zoom. Stijl 1 met 4–5-lobbige stempel139.Burseraceae.97b.Kelk diep gedeeld. Stijlen 4–5, geheel vrij of in een 4–5-lobbige stempel vereenigd153.Anacardiaceae.98a.Bloemkroon vergroeidbladig; kelk 5-bladig, met ongelijke bladeren. Slechts 2 meeldraden met helmknoppen. Bladeren 3-tallig; kruiden137.Rutaceae.98b.Bloemkroon losbladig9999a.Bloemen met een schijf buiten de meeldraden. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig165.Sapindaceae.99b.Schijf ontbrekend. Bloemkroon meest vlindervormig en dan meeldraden meest in een buis vergroeid; soms geen vlindervormige bloemkroon128.Papilionaceae.100a.Planten geheel zonder bladeren101100b.Bladeren tenminste gedurende een bepaalde tijd van het jaar aanwezig102101a.Stammen cylindervormig, plat of bolrond, met of zonder ribben of stekels, kelk en bloemkroon niet duidelijk van elkaar gescheiden, meeldraden talrijk210.Cactaceae.101b.Alleen korte bloeistengels aanwezig, met zeer kleine, zygomorfe bloemen; bloemdek uit min of meer vergroeide blaadjes bestaande; meeldraad 1; groote luchtwortels50.Orchidaceae.102a.Planten met een bloemdek of zonder bloembekleedselen103102b.Planten met kelk en bloemkroon173103a.Bloemdek ontbrekend104103b.Bloemdek aanwezig109104a.Houtige planten met groote steunbladeren, die in den knop samen gegroeid zijn en het naar boven gelegen deel van stengel en bladeren geheel insluiten; bij afvallen laten ze een ringvormig lidteeken op den stengel na. Melksap. Bloemen in dichte meest bol- of aarvormige bloeiwijzen. Bloemen éénslachtig64.Moraceae.104b.Geen bijzonder groote steunbladeren aanwezig105105a.Meeldraden één in elke bloem106105b.2–6 meeldraden in elke bloem; bloemen in lange dichte aren. Bladeren afwisselend53.Piperaceae.105c.Meeldraden geheel ontbrekend; bloemen alleen met een vruchtbeginsel107106a.Bloemen 2-slachtig, in dichte aren in de bladoksels; vruchtbeginsel met 1 stijl of stempel. Steunbladeren ontbrekend55.Lacistemaceae.106b.Bloemen éénslachtig, doch schijnbaar 2 slachtig, doordat meerdere naakte ♂ bloemen, die ieder uit één meeldraad bestaan, gezeten zijn om een 3-hokkig vruchtbeginsel, terwijl het geheel door schutbladeren omringd is. Planten met melksap147.Euphorbiaceae.107a.Strandplanten, met vleezige tegenoverstaande bladeren. Bloemen in korte aren in de bladoksels; vruchtbeginsel 2-hokkig met een korte 2-lobbige stempel60a.Batidaceae.107b.Bladeren niet vleezig, niet tegenoverstaand108108a.Bloemen in dichte aren, zeer klein; stijl of stempel 153.Piperaceae.108b.Bloemen in minder dichte of vertakte bloeiwijzen; vruchtbeginsel 3-hokkig met één stijl en 3-lobbige stempel of met 3 stempels147.Euphorbiaceae.109a.Bloemen in hoofdjes, door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven: vruchtbeginsel onderstandig280.Compositae.109b.Bloemen niet in hoofdjes, of als ze in hoofdjes staan (Amarantaceae, Nyctaginaceae), dan zonder gemeenschappelijk omwindsel, of vruchtbeginsel bovenstandig110110a.Bloemen, ten minste ten deele, 2-slachtig111110b.Bloemen steeds eenslachtig135111a.Vruchtbeginsel onderstandig112111b.Vruchtbeginsel bovenstandig115112a.Bloemdek duidelijk zygomorf, met een eenigszins gekromde aan den voet verwijde buis en een scheeve uitgebreide zoom. Meeldraden 6; stempel kort, klimplanten74.Aristolochiaceae.112b.Bloemdek regelmatig113113a.Bloemen 3-tallig: bloemdek 3- of 6-deelig tot 3- of 6-bladig; meeldraden evenveel als bloemdekslippen. Bloemen meest in groepen van 3; planten parasitisch levend67.Loranthaceae.113b.Bloemen 4–5-tallig. Geen parasieten114114a.Meeldraden 1–5; vruchtbeginsel slechts schijnbaar onderstandig doordat het onderste gedeelte van de bloemdekbuis het dicht omsluit80.Nyctaginaceae.114b.Meeldraden 8–10, d.i. dubbel zooveel als bloemdek- (kelk-) slippen221.Combretaceae.115a.Meeldraden talrijk116115b.Meeldraden hoogstens 12120116a.Vruchtbeginsel met meerdere stijlen of stempels; kruiden117116b.Vruchtbeginsel met slechts één stijl of stempel. Houtige planten118

1a.Planten zonder ware bloemen, met sporen. Pteridophyta21b.Planten met ware bloemen. Phanerogamae132a.Losdrijvende waterplanten, met kleine, niet ingesneden bladeren. Sporangiën in het water rijp wordendVII.Salviniaceae.2b.Landplanten, epiphyten, of in den bodem wortelende waterplanten33a.Groene bladeren klein, schub- of naaldvormig, ongesteeld, den bovenaardschen stengel dicht bedekkend; sporangiën alleenstaand in de bladoksels43b.Groene bladeren groot, ongedeeld of gedeeld of samengesteld, meest gesteeld, op vrij grooten afstand van elkaar staand aan den boven- of onderaardschen stengel54a.Bladeren alle gelijk van vorm of de bovenste wat kleiner of grooter, niet in rijen geplaatst; sporangiën en sporen alle gelijk van vorm en grootteX.Lycopodiaceae.4b.Bladeren in eenige (meest 4) rijen langs den stengel; rijen onderling verschillend wat de bladvorm aangaat; sporangiën en sporen in twee vormen voorkomendXI.Selaginellaceae.5a.Sporangiën het bovendeel van een aparte zijtak van den bladsteel geheel innemend65b.Sporangiën aan de onderzijde of aan de randen van de bladeren76a.Sporangiën in twee rijen aan den sporangiëndrager; bladeren niet ingesnedenIX.Ophioglossaceae.6b.Sporangiëndrager sterk pluimvormig vertakt; bladeren gevindVI.Schizaeaceae.7a.Sporangiën niet tot sori vereenigd, op de onderzijde aan de vindeelige tot gevinde bladeren langs de nerven verspreid; planten op zeer vochtige plaatsen of in het water groeiendIV.Parkeriaceae.7b.Epiphyten of landplanten; sporangiën in sori, soms de geheele bladonderzijde dicht bedekkend of randstandig88a.Planten met rechtopstaande stammen; min of meer boomachtig; bladeren éénmaal tot viermaal gevind. Ring om het sporangium niet onderbroken, scheef, bijna verticaal staandeII.Cyatheaceae.8b.Stammen niet boomvormig; ring onderbroken of niet, maar dan bijna horizontaal99a.Sori vereenigd tot lijnvormige groepen (synangiën) die van de middennerf naar de bladrand loopen en met poriën openspringen. Bladeren enkelvoudig of 3-talligVIII.Marattiaceae.9b.Sori niet tot synangiën vereenigd1010a.Sori geheel randstandig op een draadvormige voortzetting van een buiten den bladrand uitstekende nerf; sorus omhuld door een bekervormig, vaak 2-lobbig indusiumI.Hymenophyllaceae.10b.Sporangiën op de onderzijde of op de randen der bladeren zittend; in geen geval op een buiten den bladrand uitstekende nerf1111a.Bladeren tenminste ten deele gaffelvormig vertakt, de segmenten vindeelig; sori onder op de bladeren, bestaande uit 2 tot 8 ongesteelde sporangiën zonder indusiumV.Gleicheniaceae.11b.Bladeren nooit gaffelvormig vertakt1212a.Sporangiën òf gezeten op smalle slippen van den bladrand, òf een scherp afgescheiden deel van den top der lijn- of steelvormige of waaiervormig-gedeelde bladeren innemend; ring als een deksel den geheelen top van het sporangium bedekkendVI.Schizaeaceae.12b.Sporangiën in sori op de onderzijde van de bladeren, soms randstandig, of de bladonderzijde geheel of ten deele dicht bekleedend; ring onderbroken, verticaal staandeIII.Polypodiaceae.13a.Losdrijvende of vastzittende waterplanten met ondergedoken of drijvende bladeren; bladeren nooit met bladschijf of bladsteel boven water uitstekend1413b.Landplanten of epiphyten, zelden waterplanten, maar dan de bladeren boven de waterspiegel uitstekend2414a.Kleine drijvende waterplanten met eenslachtige bloemen, waarvan de mannelijke uit één meeldraad en de vrouwelijke uit een vruchtbeginsel bestaan24.Lemnaceae.14b.Bloemen met een bloemdek of met kelk en bloemkroon1515a.Planten in stroomversnellingen groeiend; bloemdek bestaande uit weinige tot vele kleine schubben; meeldraden één tot vele; vruchtbeginsel met 2 korte stempels113.Podostemaceae.15b.Planten in stilstaand of langzaam-stroomend water groeiend1616a.Bloemen klein, in gesteelde hoofdjes langs den stengel verspreid, door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven; eenslachtig met 3-tallige bloemen. Bladeren smal30.Eriocaulaceae.16b.Bloemen niet in hoofdjes1717a.Bladeren cirkelrond, drijvend, bloembladeren en meeldraden talrijk88.Nymphaeaceae.17b.Bloemkroon vergroeidbladig of uit hoogstens 6 losse bladeren bestaand1818a.Kelkbladeren 2, bloemkroon 2-lippig, meeldraden 2; bladeren vaak fijn gedeeld met kleine blaasjes264.Lentibulariaceae.18b.Bloemdek of bloemkroon regelmatig, of niet duidelijk 2-lippig1919a.Bloemen 5-tallig, meeldraden 5, vruchtbeginsel 1-hokkig; bladeren aan den voet ingesneden, overigens rond246.Gentianaceae.19b.Bloemen 3-tallig2020a.Ondergedoken bladeren sterk gedeeld met bijna draadvormige slippen; drijvende bladeren cirkelrond; kelkbladeren en bloembladeren 3; vruchtbeginsels 1–388.Nymphaeaceae.20b.Bladeren niet fijn verdeeld2121a.Bloemen éénslachtig, vruchtbeginsel 1-hokkig, onderstandig17.Hydrocharitaceae.21b.Bloemen tweeslachtig; vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig2222a.Vruchtbeginsel 1, meeldraden 6, bloemdek vergroeid, trechtervormig met 6 slippen, een weinig zygomorf34.Pontederiaceae.22b.Vruchtbeginsels meer dan 1, kelk en bloemkroon aanwezig, de laatste losbladig2323a.Vruchtbeginsels meestal 6; binnenste meeldraden ongeveer 20, met stuifmeel, daaromheen nog ± 20 staminodiën16.Butomaceae.23b.Vruchtbeginsels talrijk, soms ook alleen ♂ bloemen aanwezig, meeldraden 9–1215.Alismataceae.24a.Planten met ranken aan stengels of bladeren2524b.Planten zonder ranken, hoogstens met korte haken3225a.Bloemkroon zygomorf, trechter-, klok-, of trompetvormig met 4 meeldraden; vruchtbeginsel 2-hokkig; bladeren samengesteld258.Bignoniaceae.25b.Bloemkroon regelmatig of weinig zygomorf, in het laatste geval losbladig2626a.Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, met het vruchtbeginsel op een steeltje in het midden van de bloem gezeten, stijlen 3, bloembodem met aanhangselen203.Passifloraceae.26b.Vruchtbeginsel en meeldraden niet op een steel gezeten2727a.Kelk en bloemkroon klok- tot buisvormig vergroeid; bloemen éénslachtig, de ♂ met 2 of 3 meeldraden, de ♀ met een onderstandig vruchtbeginsel275.Cucurbitaceae.27b.Kelk niet met de bloemkroon tot een buis vergroeid2828a.Alle bloemdekbladeren gelijk van vorm; bloemen 6-tallig, eenslachtig; klein; de ♂ met 6 meeldraden, de ♀ met een bovenstandig vruchtbeginsel en 3–6 steriele meeldraden38.Liliaceae.28b.Kelk en bloemkroon aanwezig of niet, in het laatste geval de 3 buitenste bloemdekbladeren grooter dan de 2 of 3binnenste2929a.Buitenste krans van bloemdekbladeren 3-tallig, groot, gekleurd; meeldraden 7–9, aan den basis een weinig vergroeid; vruchtbeginsel met 3 korte stijlen77.Polygonaceae.29b.Kelk kleiner dan de bloemkroon, niet 3-tallig3030a.Bloemkroonbuis-tot trechtervormig; meeldraden 5 op den bloemkroon ingehecht245.Loganiaceae.30b.Bloemkroon losbladig, of alleen aan de basis een weinig vergroeid3131a.Bloemen 4-tallig, klein, met 4 meeldraden die voor de bloembladeren staan; kelk klein, bekervormig, gelobd of komvormig170.Vitaceae.31b.Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk losbladig; bladeren enkelvoudig, ongedeeld169.Rhamnaceae.31c.Bloemen 4 of 5-tallig, meest een weinig zygomorf; meeldraden 8; bladeren samengesteld165.Sapindaceae.32a.Bloeiwijze bestaande uit een bloeikolf met één of meerdere scheeden aan den voet; soms is de kolf aan de scheede vastgegroeid of zeer klein, in het laatste geval is de plant een losdrijvende waterplant3332b.Bloeiwijze niet een kolf of indien het een kolf schijnt, dan zit aan den voet geen scheede3433a.Bladeren min of meer leerachtig met overlangsche plooien tusschen de nerven, meest gedeeld, zelden smal en ongedeeld;bloemen eenhuizig, regelmatig over de kolf verdeeld; scheeden meer dan één22.Cyclanthaceae.33b.Bladeren meest dun en sappig, niet geplooid netaderig; kolf met slechts één scheede aan de voet, soms zeer klein (kleiner dan 1 cM.) maar dan is de plant een waterplant; soms ook is de kolf met de scheede vergroeid23.Araceae.34a.Bladeren in den knop geplooid, later door inscheuring min of meer diep vindeelig of handdeelig of tenminste tweespletig. Bloemen 6-tallig vaak éénslachtig, in vertakte bloeiwijzen die aan de basis, één of meer groote scheeden dragen, die de bloeiwijze in den knop omsluiten. Meest duidelijke stammen aanwezig21.Palmae.34b.Bladeren en bloeiwijzen anders van bouw3535a.Bladeren enkelvoudig parallelnervig,nietnetaderig; meest zonder duidelijke hoofdnerf en dan zijn de bladeren lang en smal, of met een duidelijke hoofdnerf, doch dan loopen de zijnerven alle ter weerszijden van den hoofdnerf evenwijdig met elkaar naar den bladrand of den bladtop; bloemen 3-tallig, soms 2-tallig, maar dan zijn de bloembekleedselen vliezig36135b.Bladeren samengesteld of enkelvoudig, maar dan duidelijk netaderig, ook al loopen enkele hoofdnerven evenwijdig aan elkaar; bloemen meest 4- of 5-tallig, soms 3-tallig, maar dan in ieder geval de bladeren netaderig6035c.Planten zonder bladgroen met kleine schubvormige bladeren of zonder bladeren; parasieten of saprophyten5536a.Bloemen zeer klein, in dichte wollige hoofdjes, die kleiner zijn dan 1 c.M. en een gemeenschappelijk omwindsel aan den voet hebben. Kleine planten met smalle blaadjes30.Eriocaulaceae.36b.Bloemen niet in hoofdjes, of als ze in hoofdjes staan dan zijn deze niet wollig, grooter dan 1 cM. of niet door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven3737a.Vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig3837b.Vruchtbeginsel onderstandig of half-onderstandig4938a.Bloemdek klein, vliezig, niet gekleurd, soms ontbrekend; bladeren met stengelomvattende scheeden3938b.Bloemdek gekleurd of kelk en bloemkroon beide aanwezig, en dan beide of de laatste gekleurd4039a.Stengelbladeren met buisvormig vergroeide scheeden; kruiden met meest kantige stengels zonder knoopen en niet hol20.Cyperaceae.39b.Bladscheeden om den stengel gerold maar aan één zijde open. Stengel cylindervormig, met knoopen, vaak tusschen de knoopen hol. Op den grens van bladscheede en bladschijf bijna steeds een tongetje aanwezig19.Gramina.40a.Bloemen met een bloemdek dat bijna steeds vergroeidbladig is4140b.Bloemen met kelk en bloemkroon, los- of vergroeidbladig4341a.Waterplanten met zygomorfe bloemen, en vrij breede bladeren34.Pontederiaceae.41b.Landplanten met regelmatige bloemen en grasachtige bladeren4242a.Bloemen groot; planten met duidelijke rechtopstaande stammen, meeldraden 638.Liliaceae.42b.Bloemdek klein vergroeidbladig, 6-tallig met 3 meeldraden. Kruiden.39.Haemodoraceae.43a.Meerdere vruchtbeginsels aanwezig in een bloem; in mannelijke bloemen vele meeldraden15.Alismataceae.43b.Slechts één vruchtbeginsel in elke bloem4444a.Een van de kelkbladeren veel grooter dan de beide andere of ontbrekend; meeldraden 3; vaak nog 3 penseel- of draadvormige staminodiën; bloemen in gerekte hoofdjes29.Xyridaceae.44b.Alle kelkbladeren even groot, of, indien de bloem een weinig zygomorf is, dan de bloemen niet in hoofdjes4545a.Slechts 3 meeldraden aanwezig, geen staminodiën; kleine planten met het uiterlijk van mossen28.Mayacaceae.45b.5 of 6 meeldraden aanwezig, daarvan soms 2 of 3 zonder stuifmeel4646a.Bloemkroon vergroeidbladig4746b.Bloemkroon losbladig4847a.Bloemen in een aar, en dan met één scheede onder de bloeiwijze of in een hoofdje, en dan door 2 scheeden omhuld; kelk losbladig, meeldraden met de bloemkroon vergroeid; landplanten31.Rapateaceae.47b.Bloeiwijzen zonder een of twee omhullende scheeden, in trossen, pluimen of hoofdjes. Bladeren voor het grootste deel in een roset; aan den rand vaak gestekeld. Epiphyten of rotsplanten32.Bromeliaceae.48a.Sappige, meest op den bodem kruipende of liggende kruiden: helmknoppen kort, eivormig of de helmhokjes door een breed helmbindsel van elkaar verwijderd; vaak eenige meeldraden zonder stuifmeel33.Commelinaceae.48b.Epiphyten of rotsplanten met zeer lange helmknoppen32.Bromeliaceae.49a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig met 3, 5 of 6 meeldraden5049b.Bloemen duidelijk zygomorf of onregelmatig met 1 of 2 meeldraden5250a.Meeldraden 65150b.Meeldraden 5, soms nog een staminodium aanwezig; bloemdek meest een weinig zygomorf; bloemen in gedrongen bloeiwijzen in den oksel van groote, meest sterk gekleurde schutbladeren. Bladeren groot45.Musaceae.50c.Meeldraden 3; bloemdek vergroeidbladig, regelmatig; kleine kruiden, vaak zonder bladgroen49.Burmanniaceae.51a.Kelk en bloemkroon te onderscheiden, verschillend van kleur en grootte32.Bromeliaceae.51b.Bloemen met een 6-tallig bloemdek. Meeldraden vaak op een aparte kroon binnen in de buis van het bloemdek gezeten40.Amaryllidaceae.52a.Bloemen zygomorf5352b.Bloemen onregelmatig5453a.Een van de bloemkroonbladeren is tot een lip vervormd, zoodat er behalve de lip nog 3 kelkbladeren en 2 bloembladeren aanwezig zijn; 1, zelden 2 meeldraden met den stijl vergroeid, stuifmeel meestal in klompjes. Meest epiphyten50.Orchidaceae.53b.De lip wordt gevormd door een vervormde meeldraad, zoodat alle 3 de kelkbladeren en de 3 bloembladeren aanwezig zijn; bovendien soms nog 2 staminodiën. Meeldraad één, met poedervormig stuifmeel. Landplanten met knollen of wortelstokken46.Zingiberaceae.54a.Bladeren met een verdikt gedeelte van de bladsteel onder de bladschijf; vaak scheef aan den top. In elk hokje van het vruchtbeginsel maar een zaadknop. Bloemen vrij klein (hoogstens 2 cM.)48.Marantaceae.54b.Bladsteelen onder de schijf niet met een verdikt gedeelte. Meerdere zaadknoppen in elk hokje van het vruchtbeginsel. Bloemen groot.47.Cannaceae.55a.Planten op den bodem van oerbosschen groeiend; saprophyten5655b.Planten parasitisch op andere planten levend, niet in den bodem wortelend5856a.Bloemen éénslachtig, met een 3-tallig bloemdek, zeer talrijk in een dichte eivormige bloeiwijze73.Balanophoraceae.56b.Bloemen tweeslachtig, niet in dichte hoofdjes5757a.Bloemen 3-tallig met een vergroeidbladig bloemdek. Meeldraden 3, vruchtbeginsel onderstandig49.Burmanniaceae.57b.Bloemen 4- of 5-tallig met kelk en bloemkroon. Bloemkroon vergroeidbladig; meeldraden 4 of 5; vruchtbeginsel bovenstandig246.Gentianaceae.58a.Stengel zeer kort, bijna ontbrekend; geheele plant nog niet een centimeter groot, uit één bloem bestaande met enkele schubben aan den voet. Bloemen éénslachtig; plant op boomtakken parasiteerend75.Rafflesiaceae.58b.Stengels dun, draadvormig en meest zeer lang5959a.Bloemen 3-tallig met 9 meeldraden. Vrucht met één zaad, éénhokkig102.Lauraceae.59b.Vruchtbeginsel en vrucht meerhokkig met meerdere zaden; bloemen 4- of 5-tallig met 4 of 5 meeldraden249.Convolvulaceae.60a.Planten met samengestelde bladeren6160b.Planten met enkelvoudige bladeren10061a.Bloemen met een bloemdek of zonder bloembekleedselen6261b.Kelk en bloemkroon beide aanwezig6462a.Meerdere vruchtbeginsels en talrijke meeldraden in één bloem. Soms éénslachtige bloemen aanwezig; bloemdek 6–8-bladig, bladeren gevind91.Ranunculaceae.62b.Bloemen met één vruchtbeginsel6363a.Bladeren gevind of 3-tallig, vruchtbeginsel éénhokkig met één stijl of een zittende stempel; bloemen min of meer zygomorf128.Papilionaceae.63b.Bladeren handvormig samengesteld. Vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stijlen of 3 stempels; bloemen regelmatig147.Euphorbiaceae.64a.Bladeren handvormig samengesteld niet 3- of 2-tallig6564b.Bladeren gevind of 2- of 3-tallig7165a.Vruchtbeginsel en vrucht 3-hokkig met 3 stijlen of 3 stempels. Bloemen steeds éénslachtig147.Euphorbiaceae.65b.Vruchtbeginsel 2- of 4-meerhokkig. Bloemen steeds 2-slachtig6666a.Meeldraden 6. Vruchtbeginsel in de bloem op een lange steel gezeten, soms met de meeldraden samen. Bloemkroon 4-bladig107.Capparidaceae.66b.Meeldraden 4 of 56766c.Meeldraden talrijk7067a.Meeldraden 4, bloemkroon en kelk vergroeidbladig6867b.Meeldraden 56968a.Bloemen hoogstens 1 c.M. groot, vruchtbeginsel 2-hokkig met 2 of 4 zaadknoppen; vrucht besachtig met een 4-hokkige steen253.Verbenaceae.68b.Bloemen veel grooter, vruchtbeginsel 1- of 2-hokkig met vele zaadknoppen. Vrucht een doosvrucht258.Bignoniaceae.69a.Bloemkroon trechtervormig, groot. Meeldraden in de buis vastzittend. Klimplanten of lianen249.Convolvulaceae.69b. Bloemkroon losbladig; de bloembladen aan den nagel kapvormig; meeldraden met eenige staminodiën tot een buis vergroeid. Bloeiwijzen uit de stammen te voorschijn komend178.Sterculiaceae.69c.Bloembladen aan den nagel niet kapvormig; bloeiwijzen aan het eind van de takken. Groote boomen177.Bombacaceae.70a.Kelk losbladig. Bloemen groot, geel, de meeldraden aan de eene zijde van de bloem korter dan aan de andere zijde, zoodat de bloem een weinig zygomorf is. Vrucht met 3 dubbele kleppen openspringend195.Cochlospermaceae.70b.Kelk vergroeidbladig. Bloemen regelmatig; vruchtbeginsel en vrucht 5- tot 10-hokkig177.Bombacaceae.71a.Bloemen in hoofdjes en door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven. Vruchtbeginsel onderstandig280.Compositae.71b.Bloemen niet in hoofdjes of, als ze in hoofdjes staan, niet door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven7272a.Vruchtbeginsel onderstandig, bloemen in schermen7372b.Vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig7473a.Vruchtbeginsel met een twee-spletige stijl of met 2 stempels; vrucht in 2 eenzadige deelen uiteenvallend, kruiden met verspreide bladeren228.Umbelliferae.73b.Vruchtbeginsel met een min of meer duidelijk 3-lobbige stempel en korte stijl; vrucht een bes; heesters of boomen met tegenoverstaande bladeren271.Caprifoliaceae.74a.Bloemkroon vergroeidbladig zygomorf met 4 meeldraden in de buis7574b.Bloemkroon losbladig, of indien de bloemkroon vergroeidbladig is, dan is hij in ieder geval regelmatig7675a.Bloemen hoogstens 1 c.M. groot; vruchtbeginsel 2-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht besachtig met een 4-hokkige steen. Bladeren 3-tallig253.Verbenaceae.75b.Bloemkroon grooter dan 1 cm.; vruchtbeginsel 1- of 2-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht een doosvrucht; bladeren 3-tallig of gevind258.Bignoniaceae.76a.Meeldraden veel meer dan 127776b.Meeldraden 1 tot 128077a.Bloemen klein in dichte hoofdjes. Bladeren gevind of dubbelgevind; vrucht een peul128.Mimosaceae.77b.Bloemen niet in hoofdjes7878a.Bloemkroon bestaande uit 2 kleine bladeren of één groot blad. Meeldraden vaak ongelijk van grootte128.Papilionaceae.78b.Bloembladeren 4–6; bladeren 3-tallig7979a.Bloembladeren 4, langgenageld; vruchtbeginsel op een lange steel met één stijl107.Capparidaceae.79b.Bloembladeren 4–6, nietlanggenageld. Vruchtbeginsel ongesteeld met 4-meer stijlen183.Caryocaraceae.80a.Bloemen klein, in hoofdjes of in dichte aarvormige trossen. Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht een peul128.Mimosaceae.80b.Bloemen alleenstaand of in vertakte bloeiwijzen8181a.Bloemen volkomen regelmatig; meeldraden in een lange buis vergroeid, die aan den zoom min of meer getand is en daar de zittende helmknoppen draagt. Vruchtbeginsel meerhokkig.140.Meliaceae.81b.Meeldraden niet in een buis vergroeid, of als de helmdraden vergroeid zijn, dan is de bloem niet regelmatig en het vruchtbeginsel niet meerhokkig8282a.Bloemen regelmatig8382b.Bloemen zygomorf9883a.Bloemkroon vergroeidbladig8483b.Bloemkroon losbladig8584a.Bladeren drietallig met doorschijnende puntjes (olieklieren); bloemkroon buisvormig137.Rutaceae.84b.Bladeren gevind, zonder olieklieren; bloemkroon zeer kort139.Burseraceae.85a.Bloemen 4-tallig met 4 meeldraden, die tegenover de bloembladeren staan. Vruchtbeginsel 2-hokkig170.Vitaceae.85b.Meeldraden meer of minder dan bloembladeren, of indien er evenveel zijn als bloembladeren, dan wisselen ze ermee af8686a.Meeldraden 10, waarvan 5 met en 5 zonder helmknopjes8786b.Meeldraden alle met helmknoppen8887a.Boomen met dubbel- of 3 × gevinde bladeren. Bloemen een weinig zygomorf; vruchtbeginsel éénhokkig, van binnen met 3 rijen van zaadknoppen. Vrucht zeer lang, 3-kantig met gevleugelde zaden109.Moringaceae.87b.Slechts één rij van zaadknoppen in het vruchtbeginsel. Vrucht een peul128.Papilionaceae.88a.Meer dan 1 vruchtbeginsel in elke bloem aanwezig. Bladeren gevind127.Connaraceae.88b.Slechts 1 vruchtbeginsel in elke bloem8989a.Bloemen zonder ringvormige schijf om het vruchtbeginsel9089b.Bloemen met een ringvormige schijf om het vruchtbeginsel9390a.Bladeren tegenoverstaand. Bloemen vrij groot, blauw; vruchtbeginsel 2-hokkig135.Zygophyllaceae.90b.Bladeren verspreid9191a.Vruchtbeginsel meerhokkig, meest 5-hokkig. Kelk losbladig; kruiden met 3-tallige bladeren of kleine boomen met gevinde bladeren, in het laatste geval komen de bloemen uit het hout te voorschijn130.Oxalidaceae.91b.Vruchtbeginsel meest 2-, zelden 3–5-hokkig; bloemen 5-tallig; kelk van onderen vergroeid; meeldraden 10; vruchtbeginsel op een korte dikke steel gezeten met een lange stijl; bladeren met doorschijnende olieklieren137.Rutaceae.91c.Vruchtbeginsel 1-hokkig9292a.Kelk vergroeidbladig; vrucht een peul128.Papilionaceae.92b.Kelk vergroeidbladig; vrucht een gesteelde eenzadige doosvrucht127.Connaraceae.93a.Meeldraden evenveel als bloembladeren of weinig meer, in ieder geval niet dubbel zooveel als bloembladeren9493b.Meeldraden tweemaal zooveel als bloembladeren9594a.Vruchtbeginsel 5-hokkig; bloembladeren van binnen met een kiel of plaat. Zaden gevleugeld140.Meliaceae.94b.Vruchtbeginsel 3-hokkig; bloembladeren van binnen zonder kiel of plaat. Zaden niet gevleugeld165.Sapindaceae.95a.Helmdraden met schubben aan de basis.Vruchtbeginsel 4–5-hokkig, reeds tijdens de bloei door 4–5 groeven gedeeld138.Simarubaceae.95b.Helmdraden zonder schubben aan den voet9696a.Schijf buiten de meeldraden staande, dus deze laatsten tusschen de schijf en het vruchtbeginsel ingehecht. Vruchtbeginsel 3-hokkig165.Sapindaceae.96b.Schijf tusschen meeldraden en vruchtbeginsel staande9797a.Kelk met zwak gelobde zoom. Stijl 1 met 4–5-lobbige stempel139.Burseraceae.97b.Kelk diep gedeeld. Stijlen 4–5, geheel vrij of in een 4–5-lobbige stempel vereenigd153.Anacardiaceae.98a.Bloemkroon vergroeidbladig; kelk 5-bladig, met ongelijke bladeren. Slechts 2 meeldraden met helmknoppen. Bladeren 3-tallig; kruiden137.Rutaceae.98b.Bloemkroon losbladig9999a.Bloemen met een schijf buiten de meeldraden. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig165.Sapindaceae.99b.Schijf ontbrekend. Bloemkroon meest vlindervormig en dan meeldraden meest in een buis vergroeid; soms geen vlindervormige bloemkroon128.Papilionaceae.100a.Planten geheel zonder bladeren101100b.Bladeren tenminste gedurende een bepaalde tijd van het jaar aanwezig102101a.Stammen cylindervormig, plat of bolrond, met of zonder ribben of stekels, kelk en bloemkroon niet duidelijk van elkaar gescheiden, meeldraden talrijk210.Cactaceae.101b.Alleen korte bloeistengels aanwezig, met zeer kleine, zygomorfe bloemen; bloemdek uit min of meer vergroeide blaadjes bestaande; meeldraad 1; groote luchtwortels50.Orchidaceae.102a.Planten met een bloemdek of zonder bloembekleedselen103102b.Planten met kelk en bloemkroon173103a.Bloemdek ontbrekend104103b.Bloemdek aanwezig109104a.Houtige planten met groote steunbladeren, die in den knop samen gegroeid zijn en het naar boven gelegen deel van stengel en bladeren geheel insluiten; bij afvallen laten ze een ringvormig lidteeken op den stengel na. Melksap. Bloemen in dichte meest bol- of aarvormige bloeiwijzen. Bloemen éénslachtig64.Moraceae.104b.Geen bijzonder groote steunbladeren aanwezig105105a.Meeldraden één in elke bloem106105b.2–6 meeldraden in elke bloem; bloemen in lange dichte aren. Bladeren afwisselend53.Piperaceae.105c.Meeldraden geheel ontbrekend; bloemen alleen met een vruchtbeginsel107106a.Bloemen 2-slachtig, in dichte aren in de bladoksels; vruchtbeginsel met 1 stijl of stempel. Steunbladeren ontbrekend55.Lacistemaceae.106b.Bloemen éénslachtig, doch schijnbaar 2 slachtig, doordat meerdere naakte ♂ bloemen, die ieder uit één meeldraad bestaan, gezeten zijn om een 3-hokkig vruchtbeginsel, terwijl het geheel door schutbladeren omringd is. Planten met melksap147.Euphorbiaceae.107a.Strandplanten, met vleezige tegenoverstaande bladeren. Bloemen in korte aren in de bladoksels; vruchtbeginsel 2-hokkig met een korte 2-lobbige stempel60a.Batidaceae.107b.Bladeren niet vleezig, niet tegenoverstaand108108a.Bloemen in dichte aren, zeer klein; stijl of stempel 153.Piperaceae.108b.Bloemen in minder dichte of vertakte bloeiwijzen; vruchtbeginsel 3-hokkig met één stijl en 3-lobbige stempel of met 3 stempels147.Euphorbiaceae.109a.Bloemen in hoofdjes, door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven: vruchtbeginsel onderstandig280.Compositae.109b.Bloemen niet in hoofdjes, of als ze in hoofdjes staan (Amarantaceae, Nyctaginaceae), dan zonder gemeenschappelijk omwindsel, of vruchtbeginsel bovenstandig110110a.Bloemen, ten minste ten deele, 2-slachtig111110b.Bloemen steeds eenslachtig135111a.Vruchtbeginsel onderstandig112111b.Vruchtbeginsel bovenstandig115112a.Bloemdek duidelijk zygomorf, met een eenigszins gekromde aan den voet verwijde buis en een scheeve uitgebreide zoom. Meeldraden 6; stempel kort, klimplanten74.Aristolochiaceae.112b.Bloemdek regelmatig113113a.Bloemen 3-tallig: bloemdek 3- of 6-deelig tot 3- of 6-bladig; meeldraden evenveel als bloemdekslippen. Bloemen meest in groepen van 3; planten parasitisch levend67.Loranthaceae.113b.Bloemen 4–5-tallig. Geen parasieten114114a.Meeldraden 1–5; vruchtbeginsel slechts schijnbaar onderstandig doordat het onderste gedeelte van de bloemdekbuis het dicht omsluit80.Nyctaginaceae.114b.Meeldraden 8–10, d.i. dubbel zooveel als bloemdek- (kelk-) slippen221.Combretaceae.115a.Meeldraden talrijk116115b.Meeldraden hoogstens 12120116a.Vruchtbeginsel met meerdere stijlen of stempels; kruiden117116b.Vruchtbeginsel met slechts één stijl of stempel. Houtige planten118

1a.Planten zonder ware bloemen, met sporen. Pteridophyta2

1b.Planten met ware bloemen. Phanerogamae13

2a.Losdrijvende waterplanten, met kleine, niet ingesneden bladeren. Sporangiën in het water rijp wordendVII.Salviniaceae.

2b.Landplanten, epiphyten, of in den bodem wortelende waterplanten3

3a.Groene bladeren klein, schub- of naaldvormig, ongesteeld, den bovenaardschen stengel dicht bedekkend; sporangiën alleenstaand in de bladoksels4

3b.Groene bladeren groot, ongedeeld of gedeeld of samengesteld, meest gesteeld, op vrij grooten afstand van elkaar staand aan den boven- of onderaardschen stengel5

4a.Bladeren alle gelijk van vorm of de bovenste wat kleiner of grooter, niet in rijen geplaatst; sporangiën en sporen alle gelijk van vorm en grootteX.Lycopodiaceae.

4b.Bladeren in eenige (meest 4) rijen langs den stengel; rijen onderling verschillend wat de bladvorm aangaat; sporangiën en sporen in twee vormen voorkomendXI.Selaginellaceae.

5a.Sporangiën het bovendeel van een aparte zijtak van den bladsteel geheel innemend6

5b.Sporangiën aan de onderzijde of aan de randen van de bladeren7

6a.Sporangiën in twee rijen aan den sporangiëndrager; bladeren niet ingesnedenIX.Ophioglossaceae.

6b.Sporangiëndrager sterk pluimvormig vertakt; bladeren gevindVI.Schizaeaceae.

7a.Sporangiën niet tot sori vereenigd, op de onderzijde aan de vindeelige tot gevinde bladeren langs de nerven verspreid; planten op zeer vochtige plaatsen of in het water groeiendIV.Parkeriaceae.

7b.Epiphyten of landplanten; sporangiën in sori, soms de geheele bladonderzijde dicht bedekkend of randstandig8

8a.Planten met rechtopstaande stammen; min of meer boomachtig; bladeren éénmaal tot viermaal gevind. Ring om het sporangium niet onderbroken, scheef, bijna verticaal staandeII.Cyatheaceae.

8b.Stammen niet boomvormig; ring onderbroken of niet, maar dan bijna horizontaal9

9a.Sori vereenigd tot lijnvormige groepen (synangiën) die van de middennerf naar de bladrand loopen en met poriën openspringen. Bladeren enkelvoudig of 3-talligVIII.Marattiaceae.

9b.Sori niet tot synangiën vereenigd10

10a.Sori geheel randstandig op een draadvormige voortzetting van een buiten den bladrand uitstekende nerf; sorus omhuld door een bekervormig, vaak 2-lobbig indusiumI.Hymenophyllaceae.

10b.Sporangiën op de onderzijde of op de randen der bladeren zittend; in geen geval op een buiten den bladrand uitstekende nerf11

11a.Bladeren tenminste ten deele gaffelvormig vertakt, de segmenten vindeelig; sori onder op de bladeren, bestaande uit 2 tot 8 ongesteelde sporangiën zonder indusiumV.Gleicheniaceae.

11b.Bladeren nooit gaffelvormig vertakt12

12a.Sporangiën òf gezeten op smalle slippen van den bladrand, òf een scherp afgescheiden deel van den top der lijn- of steelvormige of waaiervormig-gedeelde bladeren innemend; ring als een deksel den geheelen top van het sporangium bedekkendVI.Schizaeaceae.

12b.Sporangiën in sori op de onderzijde van de bladeren, soms randstandig, of de bladonderzijde geheel of ten deele dicht bekleedend; ring onderbroken, verticaal staandeIII.Polypodiaceae.

13a.Losdrijvende of vastzittende waterplanten met ondergedoken of drijvende bladeren; bladeren nooit met bladschijf of bladsteel boven water uitstekend14

13b.Landplanten of epiphyten, zelden waterplanten, maar dan de bladeren boven de waterspiegel uitstekend24

14a.Kleine drijvende waterplanten met eenslachtige bloemen, waarvan de mannelijke uit één meeldraad en de vrouwelijke uit een vruchtbeginsel bestaan24.Lemnaceae.

14b.Bloemen met een bloemdek of met kelk en bloemkroon15

15a.Planten in stroomversnellingen groeiend; bloemdek bestaande uit weinige tot vele kleine schubben; meeldraden één tot vele; vruchtbeginsel met 2 korte stempels113.Podostemaceae.

15b.Planten in stilstaand of langzaam-stroomend water groeiend16

16a.Bloemen klein, in gesteelde hoofdjes langs den stengel verspreid, door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven; eenslachtig met 3-tallige bloemen. Bladeren smal30.Eriocaulaceae.

16b.Bloemen niet in hoofdjes17

17a.Bladeren cirkelrond, drijvend, bloembladeren en meeldraden talrijk88.Nymphaeaceae.

17b.Bloemkroon vergroeidbladig of uit hoogstens 6 losse bladeren bestaand18

18a.Kelkbladeren 2, bloemkroon 2-lippig, meeldraden 2; bladeren vaak fijn gedeeld met kleine blaasjes264.Lentibulariaceae.

18b.Bloemdek of bloemkroon regelmatig, of niet duidelijk 2-lippig19

19a.Bloemen 5-tallig, meeldraden 5, vruchtbeginsel 1-hokkig; bladeren aan den voet ingesneden, overigens rond246.Gentianaceae.

19b.Bloemen 3-tallig20

20a.Ondergedoken bladeren sterk gedeeld met bijna draadvormige slippen; drijvende bladeren cirkelrond; kelkbladeren en bloembladeren 3; vruchtbeginsels 1–388.Nymphaeaceae.

20b.Bladeren niet fijn verdeeld21

21a.Bloemen éénslachtig, vruchtbeginsel 1-hokkig, onderstandig17.Hydrocharitaceae.

21b.Bloemen tweeslachtig; vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig22

22a.Vruchtbeginsel 1, meeldraden 6, bloemdek vergroeid, trechtervormig met 6 slippen, een weinig zygomorf34.Pontederiaceae.

22b.Vruchtbeginsels meer dan 1, kelk en bloemkroon aanwezig, de laatste losbladig23

23a.Vruchtbeginsels meestal 6; binnenste meeldraden ongeveer 20, met stuifmeel, daaromheen nog ± 20 staminodiën16.Butomaceae.

23b.Vruchtbeginsels talrijk, soms ook alleen ♂ bloemen aanwezig, meeldraden 9–1215.Alismataceae.

24a.Planten met ranken aan stengels of bladeren25

24b.Planten zonder ranken, hoogstens met korte haken32

25a.Bloemkroon zygomorf, trechter-, klok-, of trompetvormig met 4 meeldraden; vruchtbeginsel 2-hokkig; bladeren samengesteld258.Bignoniaceae.

25b.Bloemkroon regelmatig of weinig zygomorf, in het laatste geval losbladig26

26a.Bloemen 5-tallig; meeldraden 5, met het vruchtbeginsel op een steeltje in het midden van de bloem gezeten, stijlen 3, bloembodem met aanhangselen203.Passifloraceae.

26b.Vruchtbeginsel en meeldraden niet op een steel gezeten27

27a.Kelk en bloemkroon klok- tot buisvormig vergroeid; bloemen éénslachtig, de ♂ met 2 of 3 meeldraden, de ♀ met een onderstandig vruchtbeginsel275.Cucurbitaceae.

27b.Kelk niet met de bloemkroon tot een buis vergroeid28

28a.Alle bloemdekbladeren gelijk van vorm; bloemen 6-tallig, eenslachtig; klein; de ♂ met 6 meeldraden, de ♀ met een bovenstandig vruchtbeginsel en 3–6 steriele meeldraden38.Liliaceae.

28b.Kelk en bloemkroon aanwezig of niet, in het laatste geval de 3 buitenste bloemdekbladeren grooter dan de 2 of 3binnenste29

29a.Buitenste krans van bloemdekbladeren 3-tallig, groot, gekleurd; meeldraden 7–9, aan den basis een weinig vergroeid; vruchtbeginsel met 3 korte stijlen77.Polygonaceae.

29b.Kelk kleiner dan de bloemkroon, niet 3-tallig30

30a.Bloemkroonbuis-tot trechtervormig; meeldraden 5 op den bloemkroon ingehecht245.Loganiaceae.

30b.Bloemkroon losbladig, of alleen aan de basis een weinig vergroeid31

31a.Bloemen 4-tallig, klein, met 4 meeldraden die voor de bloembladeren staan; kelk klein, bekervormig, gelobd of komvormig170.Vitaceae.

31b.Bloemen 5-tallig met 5 meeldraden, die voor de bloembladeren staan; kelk losbladig; bladeren enkelvoudig, ongedeeld169.Rhamnaceae.

31c.Bloemen 4 of 5-tallig, meest een weinig zygomorf; meeldraden 8; bladeren samengesteld165.Sapindaceae.

32a.Bloeiwijze bestaande uit een bloeikolf met één of meerdere scheeden aan den voet; soms is de kolf aan de scheede vastgegroeid of zeer klein, in het laatste geval is de plant een losdrijvende waterplant33

32b.Bloeiwijze niet een kolf of indien het een kolf schijnt, dan zit aan den voet geen scheede34

33a.Bladeren min of meer leerachtig met overlangsche plooien tusschen de nerven, meest gedeeld, zelden smal en ongedeeld;bloemen eenhuizig, regelmatig over de kolf verdeeld; scheeden meer dan één22.Cyclanthaceae.

33b.Bladeren meest dun en sappig, niet geplooid netaderig; kolf met slechts één scheede aan de voet, soms zeer klein (kleiner dan 1 cM.) maar dan is de plant een waterplant; soms ook is de kolf met de scheede vergroeid23.Araceae.

34a.Bladeren in den knop geplooid, later door inscheuring min of meer diep vindeelig of handdeelig of tenminste tweespletig. Bloemen 6-tallig vaak éénslachtig, in vertakte bloeiwijzen die aan de basis, één of meer groote scheeden dragen, die de bloeiwijze in den knop omsluiten. Meest duidelijke stammen aanwezig21.Palmae.

34b.Bladeren en bloeiwijzen anders van bouw35

35a.Bladeren enkelvoudig parallelnervig,nietnetaderig; meest zonder duidelijke hoofdnerf en dan zijn de bladeren lang en smal, of met een duidelijke hoofdnerf, doch dan loopen de zijnerven alle ter weerszijden van den hoofdnerf evenwijdig met elkaar naar den bladrand of den bladtop; bloemen 3-tallig, soms 2-tallig, maar dan zijn de bloembekleedselen vliezig361

35b.Bladeren samengesteld of enkelvoudig, maar dan duidelijk netaderig, ook al loopen enkele hoofdnerven evenwijdig aan elkaar; bloemen meest 4- of 5-tallig, soms 3-tallig, maar dan in ieder geval de bladeren netaderig60

35c.Planten zonder bladgroen met kleine schubvormige bladeren of zonder bladeren; parasieten of saprophyten55

36a.Bloemen zeer klein, in dichte wollige hoofdjes, die kleiner zijn dan 1 c.M. en een gemeenschappelijk omwindsel aan den voet hebben. Kleine planten met smalle blaadjes30.Eriocaulaceae.

36b.Bloemen niet in hoofdjes, of als ze in hoofdjes staan dan zijn deze niet wollig, grooter dan 1 cM. of niet door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven37

37a.Vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig38

37b.Vruchtbeginsel onderstandig of half-onderstandig49

38a.Bloemdek klein, vliezig, niet gekleurd, soms ontbrekend; bladeren met stengelomvattende scheeden39

38b.Bloemdek gekleurd of kelk en bloemkroon beide aanwezig, en dan beide of de laatste gekleurd40

39a.Stengelbladeren met buisvormig vergroeide scheeden; kruiden met meest kantige stengels zonder knoopen en niet hol20.Cyperaceae.

39b.Bladscheeden om den stengel gerold maar aan één zijde open. Stengel cylindervormig, met knoopen, vaak tusschen de knoopen hol. Op den grens van bladscheede en bladschijf bijna steeds een tongetje aanwezig19.Gramina.

40a.Bloemen met een bloemdek dat bijna steeds vergroeidbladig is41

40b.Bloemen met kelk en bloemkroon, los- of vergroeidbladig43

41a.Waterplanten met zygomorfe bloemen, en vrij breede bladeren34.Pontederiaceae.

41b.Landplanten met regelmatige bloemen en grasachtige bladeren42

42a.Bloemen groot; planten met duidelijke rechtopstaande stammen, meeldraden 638.Liliaceae.

42b.Bloemdek klein vergroeidbladig, 6-tallig met 3 meeldraden. Kruiden.39.Haemodoraceae.

43a.Meerdere vruchtbeginsels aanwezig in een bloem; in mannelijke bloemen vele meeldraden15.Alismataceae.

43b.Slechts één vruchtbeginsel in elke bloem44

44a.Een van de kelkbladeren veel grooter dan de beide andere of ontbrekend; meeldraden 3; vaak nog 3 penseel- of draadvormige staminodiën; bloemen in gerekte hoofdjes29.Xyridaceae.

44b.Alle kelkbladeren even groot, of, indien de bloem een weinig zygomorf is, dan de bloemen niet in hoofdjes45

45a.Slechts 3 meeldraden aanwezig, geen staminodiën; kleine planten met het uiterlijk van mossen28.Mayacaceae.

45b.5 of 6 meeldraden aanwezig, daarvan soms 2 of 3 zonder stuifmeel46

46a.Bloemkroon vergroeidbladig47

46b.Bloemkroon losbladig48

47a.Bloemen in een aar, en dan met één scheede onder de bloeiwijze of in een hoofdje, en dan door 2 scheeden omhuld; kelk losbladig, meeldraden met de bloemkroon vergroeid; landplanten31.Rapateaceae.

47b.Bloeiwijzen zonder een of twee omhullende scheeden, in trossen, pluimen of hoofdjes. Bladeren voor het grootste deel in een roset; aan den rand vaak gestekeld. Epiphyten of rotsplanten32.Bromeliaceae.

48a.Sappige, meest op den bodem kruipende of liggende kruiden: helmknoppen kort, eivormig of de helmhokjes door een breed helmbindsel van elkaar verwijderd; vaak eenige meeldraden zonder stuifmeel33.Commelinaceae.

48b.Epiphyten of rotsplanten met zeer lange helmknoppen32.Bromeliaceae.

49a.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig met 3, 5 of 6 meeldraden50

49b.Bloemen duidelijk zygomorf of onregelmatig met 1 of 2 meeldraden52

50a.Meeldraden 651

50b.Meeldraden 5, soms nog een staminodium aanwezig; bloemdek meest een weinig zygomorf; bloemen in gedrongen bloeiwijzen in den oksel van groote, meest sterk gekleurde schutbladeren. Bladeren groot45.Musaceae.

50c.Meeldraden 3; bloemdek vergroeidbladig, regelmatig; kleine kruiden, vaak zonder bladgroen49.Burmanniaceae.

51a.Kelk en bloemkroon te onderscheiden, verschillend van kleur en grootte32.Bromeliaceae.

51b.Bloemen met een 6-tallig bloemdek. Meeldraden vaak op een aparte kroon binnen in de buis van het bloemdek gezeten40.Amaryllidaceae.

52a.Bloemen zygomorf53

52b.Bloemen onregelmatig54

53a.Een van de bloemkroonbladeren is tot een lip vervormd, zoodat er behalve de lip nog 3 kelkbladeren en 2 bloembladeren aanwezig zijn; 1, zelden 2 meeldraden met den stijl vergroeid, stuifmeel meestal in klompjes. Meest epiphyten50.Orchidaceae.

53b.De lip wordt gevormd door een vervormde meeldraad, zoodat alle 3 de kelkbladeren en de 3 bloembladeren aanwezig zijn; bovendien soms nog 2 staminodiën. Meeldraad één, met poedervormig stuifmeel. Landplanten met knollen of wortelstokken46.Zingiberaceae.

54a.Bladeren met een verdikt gedeelte van de bladsteel onder de bladschijf; vaak scheef aan den top. In elk hokje van het vruchtbeginsel maar een zaadknop. Bloemen vrij klein (hoogstens 2 cM.)48.Marantaceae.

54b.Bladsteelen onder de schijf niet met een verdikt gedeelte. Meerdere zaadknoppen in elk hokje van het vruchtbeginsel. Bloemen groot.47.Cannaceae.

55a.Planten op den bodem van oerbosschen groeiend; saprophyten56

55b.Planten parasitisch op andere planten levend, niet in den bodem wortelend58

56a.Bloemen éénslachtig, met een 3-tallig bloemdek, zeer talrijk in een dichte eivormige bloeiwijze73.Balanophoraceae.

56b.Bloemen tweeslachtig, niet in dichte hoofdjes57

57a.Bloemen 3-tallig met een vergroeidbladig bloemdek. Meeldraden 3, vruchtbeginsel onderstandig49.Burmanniaceae.

57b.Bloemen 4- of 5-tallig met kelk en bloemkroon. Bloemkroon vergroeidbladig; meeldraden 4 of 5; vruchtbeginsel bovenstandig246.Gentianaceae.

58a.Stengel zeer kort, bijna ontbrekend; geheele plant nog niet een centimeter groot, uit één bloem bestaande met enkele schubben aan den voet. Bloemen éénslachtig; plant op boomtakken parasiteerend75.Rafflesiaceae.

58b.Stengels dun, draadvormig en meest zeer lang59

59a.Bloemen 3-tallig met 9 meeldraden. Vrucht met één zaad, éénhokkig102.Lauraceae.

59b.Vruchtbeginsel en vrucht meerhokkig met meerdere zaden; bloemen 4- of 5-tallig met 4 of 5 meeldraden249.Convolvulaceae.

60a.Planten met samengestelde bladeren61

60b.Planten met enkelvoudige bladeren100

61a.Bloemen met een bloemdek of zonder bloembekleedselen62

61b.Kelk en bloemkroon beide aanwezig64

62a.Meerdere vruchtbeginsels en talrijke meeldraden in één bloem. Soms éénslachtige bloemen aanwezig; bloemdek 6–8-bladig, bladeren gevind91.Ranunculaceae.

62b.Bloemen met één vruchtbeginsel63

63a.Bladeren gevind of 3-tallig, vruchtbeginsel éénhokkig met één stijl of een zittende stempel; bloemen min of meer zygomorf128.Papilionaceae.

63b.Bladeren handvormig samengesteld. Vruchtbeginsel 3-hokkig met 3 stijlen of 3 stempels; bloemen regelmatig147.Euphorbiaceae.

64a.Bladeren handvormig samengesteld niet 3- of 2-tallig65

64b.Bladeren gevind of 2- of 3-tallig71

65a.Vruchtbeginsel en vrucht 3-hokkig met 3 stijlen of 3 stempels. Bloemen steeds éénslachtig147.Euphorbiaceae.

65b.Vruchtbeginsel 2- of 4-meerhokkig. Bloemen steeds 2-slachtig66

66a.Meeldraden 6. Vruchtbeginsel in de bloem op een lange steel gezeten, soms met de meeldraden samen. Bloemkroon 4-bladig107.Capparidaceae.

66b.Meeldraden 4 of 567

66c.Meeldraden talrijk70

67a.Meeldraden 4, bloemkroon en kelk vergroeidbladig68

67b.Meeldraden 569

68a.Bloemen hoogstens 1 c.M. groot, vruchtbeginsel 2-hokkig met 2 of 4 zaadknoppen; vrucht besachtig met een 4-hokkige steen253.Verbenaceae.

68b.Bloemen veel grooter, vruchtbeginsel 1- of 2-hokkig met vele zaadknoppen. Vrucht een doosvrucht258.Bignoniaceae.

69a.Bloemkroon trechtervormig, groot. Meeldraden in de buis vastzittend. Klimplanten of lianen249.Convolvulaceae.

69b. Bloemkroon losbladig; de bloembladen aan den nagel kapvormig; meeldraden met eenige staminodiën tot een buis vergroeid. Bloeiwijzen uit de stammen te voorschijn komend178.Sterculiaceae.

69c.Bloembladen aan den nagel niet kapvormig; bloeiwijzen aan het eind van de takken. Groote boomen177.Bombacaceae.

70a.Kelk losbladig. Bloemen groot, geel, de meeldraden aan de eene zijde van de bloem korter dan aan de andere zijde, zoodat de bloem een weinig zygomorf is. Vrucht met 3 dubbele kleppen openspringend195.Cochlospermaceae.

70b.Kelk vergroeidbladig. Bloemen regelmatig; vruchtbeginsel en vrucht 5- tot 10-hokkig177.Bombacaceae.

71a.Bloemen in hoofdjes en door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven. Vruchtbeginsel onderstandig280.Compositae.

71b.Bloemen niet in hoofdjes of, als ze in hoofdjes staan, niet door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven72

72a.Vruchtbeginsel onderstandig, bloemen in schermen73

72b.Vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig74

73a.Vruchtbeginsel met een twee-spletige stijl of met 2 stempels; vrucht in 2 eenzadige deelen uiteenvallend, kruiden met verspreide bladeren228.Umbelliferae.

73b.Vruchtbeginsel met een min of meer duidelijk 3-lobbige stempel en korte stijl; vrucht een bes; heesters of boomen met tegenoverstaande bladeren271.Caprifoliaceae.

74a.Bloemkroon vergroeidbladig zygomorf met 4 meeldraden in de buis75

74b.Bloemkroon losbladig, of indien de bloemkroon vergroeidbladig is, dan is hij in ieder geval regelmatig76

75a.Bloemen hoogstens 1 c.M. groot; vruchtbeginsel 2-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht besachtig met een 4-hokkige steen. Bladeren 3-tallig253.Verbenaceae.

75b.Bloemkroon grooter dan 1 cm.; vruchtbeginsel 1- of 2-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht een doosvrucht; bladeren 3-tallig of gevind258.Bignoniaceae.

76a.Meeldraden veel meer dan 1277

76b.Meeldraden 1 tot 1280

77a.Bloemen klein in dichte hoofdjes. Bladeren gevind of dubbelgevind; vrucht een peul128.Mimosaceae.

77b.Bloemen niet in hoofdjes78

78a.Bloemkroon bestaande uit 2 kleine bladeren of één groot blad. Meeldraden vaak ongelijk van grootte128.Papilionaceae.

78b.Bloembladeren 4–6; bladeren 3-tallig79

79a.Bloembladeren 4, langgenageld; vruchtbeginsel op een lange steel met één stijl107.Capparidaceae.

79b.Bloembladeren 4–6, nietlanggenageld. Vruchtbeginsel ongesteeld met 4-meer stijlen183.Caryocaraceae.

80a.Bloemen klein, in hoofdjes of in dichte aarvormige trossen. Vruchtbeginsel 1-hokkig, vrucht een peul128.Mimosaceae.

80b.Bloemen alleenstaand of in vertakte bloeiwijzen81

81a.Bloemen volkomen regelmatig; meeldraden in een lange buis vergroeid, die aan den zoom min of meer getand is en daar de zittende helmknoppen draagt. Vruchtbeginsel meerhokkig.140.Meliaceae.

81b.Meeldraden niet in een buis vergroeid, of als de helmdraden vergroeid zijn, dan is de bloem niet regelmatig en het vruchtbeginsel niet meerhokkig82

82a.Bloemen regelmatig83

82b.Bloemen zygomorf98

83a.Bloemkroon vergroeidbladig84

83b.Bloemkroon losbladig85

84a.Bladeren drietallig met doorschijnende puntjes (olieklieren); bloemkroon buisvormig137.Rutaceae.

84b.Bladeren gevind, zonder olieklieren; bloemkroon zeer kort139.Burseraceae.

85a.Bloemen 4-tallig met 4 meeldraden, die tegenover de bloembladeren staan. Vruchtbeginsel 2-hokkig170.Vitaceae.

85b.Meeldraden meer of minder dan bloembladeren, of indien er evenveel zijn als bloembladeren, dan wisselen ze ermee af86

86a.Meeldraden 10, waarvan 5 met en 5 zonder helmknopjes87

86b.Meeldraden alle met helmknoppen88

87a.Boomen met dubbel- of 3 × gevinde bladeren. Bloemen een weinig zygomorf; vruchtbeginsel éénhokkig, van binnen met 3 rijen van zaadknoppen. Vrucht zeer lang, 3-kantig met gevleugelde zaden109.Moringaceae.

87b.Slechts één rij van zaadknoppen in het vruchtbeginsel. Vrucht een peul128.Papilionaceae.

88a.Meer dan 1 vruchtbeginsel in elke bloem aanwezig. Bladeren gevind127.Connaraceae.

88b.Slechts 1 vruchtbeginsel in elke bloem89

89a.Bloemen zonder ringvormige schijf om het vruchtbeginsel90

89b.Bloemen met een ringvormige schijf om het vruchtbeginsel93

90a.Bladeren tegenoverstaand. Bloemen vrij groot, blauw; vruchtbeginsel 2-hokkig135.Zygophyllaceae.

90b.Bladeren verspreid91

91a.Vruchtbeginsel meerhokkig, meest 5-hokkig. Kelk losbladig; kruiden met 3-tallige bladeren of kleine boomen met gevinde bladeren, in het laatste geval komen de bloemen uit het hout te voorschijn130.Oxalidaceae.

91b.Vruchtbeginsel meest 2-, zelden 3–5-hokkig; bloemen 5-tallig; kelk van onderen vergroeid; meeldraden 10; vruchtbeginsel op een korte dikke steel gezeten met een lange stijl; bladeren met doorschijnende olieklieren137.Rutaceae.

91c.Vruchtbeginsel 1-hokkig92

92a.Kelk vergroeidbladig; vrucht een peul128.Papilionaceae.

92b.Kelk vergroeidbladig; vrucht een gesteelde eenzadige doosvrucht127.Connaraceae.

93a.Meeldraden evenveel als bloembladeren of weinig meer, in ieder geval niet dubbel zooveel als bloembladeren94

93b.Meeldraden tweemaal zooveel als bloembladeren95

94a.Vruchtbeginsel 5-hokkig; bloembladeren van binnen met een kiel of plaat. Zaden gevleugeld140.Meliaceae.

94b.Vruchtbeginsel 3-hokkig; bloembladeren van binnen zonder kiel of plaat. Zaden niet gevleugeld165.Sapindaceae.

95a.Helmdraden met schubben aan de basis.Vruchtbeginsel 4–5-hokkig, reeds tijdens de bloei door 4–5 groeven gedeeld138.Simarubaceae.

95b.Helmdraden zonder schubben aan den voet96

96a.Schijf buiten de meeldraden staande, dus deze laatsten tusschen de schijf en het vruchtbeginsel ingehecht. Vruchtbeginsel 3-hokkig165.Sapindaceae.

96b.Schijf tusschen meeldraden en vruchtbeginsel staande97

97a.Kelk met zwak gelobde zoom. Stijl 1 met 4–5-lobbige stempel139.Burseraceae.

97b.Kelk diep gedeeld. Stijlen 4–5, geheel vrij of in een 4–5-lobbige stempel vereenigd153.Anacardiaceae.

98a.Bloemkroon vergroeidbladig; kelk 5-bladig, met ongelijke bladeren. Slechts 2 meeldraden met helmknoppen. Bladeren 3-tallig; kruiden137.Rutaceae.

98b.Bloemkroon losbladig99

99a.Bloemen met een schijf buiten de meeldraden. Vruchtbeginsel 2- of 3-hokkig165.Sapindaceae.

99b.Schijf ontbrekend. Bloemkroon meest vlindervormig en dan meeldraden meest in een buis vergroeid; soms geen vlindervormige bloemkroon128.Papilionaceae.

100a.Planten geheel zonder bladeren101

100b.Bladeren tenminste gedurende een bepaalde tijd van het jaar aanwezig102

101a.Stammen cylindervormig, plat of bolrond, met of zonder ribben of stekels, kelk en bloemkroon niet duidelijk van elkaar gescheiden, meeldraden talrijk210.Cactaceae.

101b.Alleen korte bloeistengels aanwezig, met zeer kleine, zygomorfe bloemen; bloemdek uit min of meer vergroeide blaadjes bestaande; meeldraad 1; groote luchtwortels50.Orchidaceae.

102a.Planten met een bloemdek of zonder bloembekleedselen103

102b.Planten met kelk en bloemkroon173

103a.Bloemdek ontbrekend104

103b.Bloemdek aanwezig109

104a.Houtige planten met groote steunbladeren, die in den knop samen gegroeid zijn en het naar boven gelegen deel van stengel en bladeren geheel insluiten; bij afvallen laten ze een ringvormig lidteeken op den stengel na. Melksap. Bloemen in dichte meest bol- of aarvormige bloeiwijzen. Bloemen éénslachtig64.Moraceae.

104b.Geen bijzonder groote steunbladeren aanwezig105

105a.Meeldraden één in elke bloem106

105b.2–6 meeldraden in elke bloem; bloemen in lange dichte aren. Bladeren afwisselend53.Piperaceae.

105c.Meeldraden geheel ontbrekend; bloemen alleen met een vruchtbeginsel107

106a.Bloemen 2-slachtig, in dichte aren in de bladoksels; vruchtbeginsel met 1 stijl of stempel. Steunbladeren ontbrekend55.Lacistemaceae.

106b.Bloemen éénslachtig, doch schijnbaar 2 slachtig, doordat meerdere naakte ♂ bloemen, die ieder uit één meeldraad bestaan, gezeten zijn om een 3-hokkig vruchtbeginsel, terwijl het geheel door schutbladeren omringd is. Planten met melksap147.Euphorbiaceae.

107a.Strandplanten, met vleezige tegenoverstaande bladeren. Bloemen in korte aren in de bladoksels; vruchtbeginsel 2-hokkig met een korte 2-lobbige stempel60a.Batidaceae.

107b.Bladeren niet vleezig, niet tegenoverstaand108

108a.Bloemen in dichte aren, zeer klein; stijl of stempel 153.Piperaceae.

108b.Bloemen in minder dichte of vertakte bloeiwijzen; vruchtbeginsel 3-hokkig met één stijl en 3-lobbige stempel of met 3 stempels147.Euphorbiaceae.

109a.Bloemen in hoofdjes, door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven: vruchtbeginsel onderstandig280.Compositae.

109b.Bloemen niet in hoofdjes, of als ze in hoofdjes staan (Amarantaceae, Nyctaginaceae), dan zonder gemeenschappelijk omwindsel, of vruchtbeginsel bovenstandig110

110a.Bloemen, ten minste ten deele, 2-slachtig111

110b.Bloemen steeds eenslachtig135

111a.Vruchtbeginsel onderstandig112

111b.Vruchtbeginsel bovenstandig115

112a.Bloemdek duidelijk zygomorf, met een eenigszins gekromde aan den voet verwijde buis en een scheeve uitgebreide zoom. Meeldraden 6; stempel kort, klimplanten74.Aristolochiaceae.

112b.Bloemdek regelmatig113

113a.Bloemen 3-tallig: bloemdek 3- of 6-deelig tot 3- of 6-bladig; meeldraden evenveel als bloemdekslippen. Bloemen meest in groepen van 3; planten parasitisch levend67.Loranthaceae.

113b.Bloemen 4–5-tallig. Geen parasieten114

114a.Meeldraden 1–5; vruchtbeginsel slechts schijnbaar onderstandig doordat het onderste gedeelte van de bloemdekbuis het dicht omsluit80.Nyctaginaceae.

114b.Meeldraden 8–10, d.i. dubbel zooveel als bloemdek- (kelk-) slippen221.Combretaceae.

115a.Meeldraden talrijk116

115b.Meeldraden hoogstens 12120

116a.Vruchtbeginsel met meerdere stijlen of stempels; kruiden117

116b.Vruchtbeginsel met slechts één stijl of stempel. Houtige planten118


Back to IndexNext