II.Cyatheaceae.Sori bolvormig, op de onderzijde of aan het eind van een nerf; sporangiën talrijk, vaak dicht-gedrongen staand, zittend of gesteeld, omgekeerd eirond met niet-onderbroken, eenigszins scheeve ring, die bijna vertikaal staat; indusium aanwezig of ontbrekend; indien aanwezig, dan onderstandig; planten meest met een hoogen stam, gewoonlijk boomachtig met meest meervoudig samengestelde, vaak zeer groote bladeren.1a.Indusium bolvormig, in het begin gesloten en de sorus geheel insluitend, later schotelvormig, of onregelmatig openspringend. Duidelijke stammen aanwezig, met groote driemaal gevinde bladeren en meest gestekelde en beschubde bladsteelen; sori in één rijCyathea.1b.Indusium klein, schubvormig, naar buiten (d.i. naar den bladrand) opengaand, in de jeugd de sorus nooit geheel bedekkend. Stammen soms niet aanwezig. Bladeren groot, meest met stekels en schubben op de bladsteel, éénmaal tot driemaal gevind. Sori in één rijHemitelia.1c.Indusium ontbrekend; stammen meest groot. Bladeren groot, vaak met stekels en schubben op de bladsteel, éénmaal tot viermaal gevind. Sori meest in één rijAlsophila.
II.Cyatheaceae.Sori bolvormig, op de onderzijde of aan het eind van een nerf; sporangiën talrijk, vaak dicht-gedrongen staand, zittend of gesteeld, omgekeerd eirond met niet-onderbroken, eenigszins scheeve ring, die bijna vertikaal staat; indusium aanwezig of ontbrekend; indien aanwezig, dan onderstandig; planten meest met een hoogen stam, gewoonlijk boomachtig met meest meervoudig samengestelde, vaak zeer groote bladeren.1a.Indusium bolvormig, in het begin gesloten en de sorus geheel insluitend, later schotelvormig, of onregelmatig openspringend. Duidelijke stammen aanwezig, met groote driemaal gevinde bladeren en meest gestekelde en beschubde bladsteelen; sori in één rijCyathea.1b.Indusium klein, schubvormig, naar buiten (d.i. naar den bladrand) opengaand, in de jeugd de sorus nooit geheel bedekkend. Stammen soms niet aanwezig. Bladeren groot, meest met stekels en schubben op de bladsteel, éénmaal tot driemaal gevind. Sori in één rijHemitelia.1c.Indusium ontbrekend; stammen meest groot. Bladeren groot, vaak met stekels en schubben op de bladsteel, éénmaal tot viermaal gevind. Sori meest in één rijAlsophila.
II.Cyatheaceae.
Sori bolvormig, op de onderzijde of aan het eind van een nerf; sporangiën talrijk, vaak dicht-gedrongen staand, zittend of gesteeld, omgekeerd eirond met niet-onderbroken, eenigszins scheeve ring, die bijna vertikaal staat; indusium aanwezig of ontbrekend; indien aanwezig, dan onderstandig; planten meest met een hoogen stam, gewoonlijk boomachtig met meest meervoudig samengestelde, vaak zeer groote bladeren.1a.Indusium bolvormig, in het begin gesloten en de sorus geheel insluitend, later schotelvormig, of onregelmatig openspringend. Duidelijke stammen aanwezig, met groote driemaal gevinde bladeren en meest gestekelde en beschubde bladsteelen; sori in één rijCyathea.1b.Indusium klein, schubvormig, naar buiten (d.i. naar den bladrand) opengaand, in de jeugd de sorus nooit geheel bedekkend. Stammen soms niet aanwezig. Bladeren groot, meest met stekels en schubben op de bladsteel, éénmaal tot driemaal gevind. Sori in één rijHemitelia.1c.Indusium ontbrekend; stammen meest groot. Bladeren groot, vaak met stekels en schubben op de bladsteel, éénmaal tot viermaal gevind. Sori meest in één rijAlsophila.
Sori bolvormig, op de onderzijde of aan het eind van een nerf; sporangiën talrijk, vaak dicht-gedrongen staand, zittend of gesteeld, omgekeerd eirond met niet-onderbroken, eenigszins scheeve ring, die bijna vertikaal staat; indusium aanwezig of ontbrekend; indien aanwezig, dan onderstandig; planten meest met een hoogen stam, gewoonlijk boomachtig met meest meervoudig samengestelde, vaak zeer groote bladeren.
1a.Indusium bolvormig, in het begin gesloten en de sorus geheel insluitend, later schotelvormig, of onregelmatig openspringend. Duidelijke stammen aanwezig, met groote driemaal gevinde bladeren en meest gestekelde en beschubde bladsteelen; sori in één rijCyathea.
1b.Indusium klein, schubvormig, naar buiten (d.i. naar den bladrand) opengaand, in de jeugd de sorus nooit geheel bedekkend. Stammen soms niet aanwezig. Bladeren groot, meest met stekels en schubben op de bladsteel, éénmaal tot driemaal gevind. Sori in één rijHemitelia.
1c.Indusium ontbrekend; stammen meest groot. Bladeren groot, vaak met stekels en schubben op de bladsteel, éénmaal tot viermaal gevind. Sori meest in één rijAlsophila.